3b.5 NL.IMRO.1963.BPgrSabinastrZB20-ON01 tb5
Tekst van het document
Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw In het kader van de Wet natuurbescherming Plangebied: Gravin Sabinastraat, Zuid- Beijerland Opsteller(s): K.J. van Veen
Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw In het kader van de Wet natuurbescherming
Ondertitel Opsteller(s)
Plangebied: Gravin Sabinastraat, ZuidBeijerland K.J. van Veen
Datum
13-11-2020
Versienummer
01
Rapportkenmerk
ER20201020v01
Aantal pagina's
40
Opdrachtgever
Inventerra
Contactpersoon
J. Voorhorst
Kwaliteitscontroleur
F.V. van der Lans
Wijze van citeren
Veen, K.J. van. 2020. Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw. In het kader van de Wet natuurbescherming Plangebied: Gravin Sabinastraat, ZuidBeijerland. Kenmerk ER20201020v01. Ecoresult B.V., Dordrecht.
Ecoresult B.V. Van Ravesteyn-erf 156 3315 DK Dordrecht 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl
© copyright Ecoresult B.V. 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
INHOUDSOPGAVE
1 Inleiding........................................................................................................................................ 5 1.1 Aanleiding............................................................................................................................... 5 1.2 Onderzoeksvragen.................................................................................................................5 1.3 Leeswijzer............................................................................................................................... 5 2 Beschrijving plangebied...............................................................................................................7 2.1 Algemeen............................................................................................................................... 7 2.2 Beschrijving............................................................................................................................ 7 2.3 Geplande ingrepen.................................................................................................................
8 2.3.1 Omschrijving werkzaamheden..........................................................................................8 2.3.2 Werkplanning, werktijden en realisatieperiode..................................................................8 2.3.3 Methode uitvoering: materieel en werkwijze.....................................................................8 2.3.4 (ontwerp-)tekening............................................................................................................ 8 3 Onderzoek beschermde soorten.................................................................................................9 3.1 Werkwijze................................................................................................................................ 9 3.2 Navolgbaarheid onderzoek..................................................................................................11 3.2.1 Algemeen....................................................................................................................... 11 3.2.2 Huismus.......................................................................................................................... 11 3.2.3 Gierzwaluw.....................................................................................................................
11 3.2.4 Vleermuizen.................................................................................................................... 12 4 Resultaten nader onderzoek......................................................................................................13 4.1 Vleermuizen.......................................................................................................................... 13 4.1.1 Gewone dwergvleermuis................................................................................................13 4.1.2 Laatvlieger...................................................................................................................... 15 4.2 Ruige dwergvleermuis.......................................................................................................... 17 4.3 Huismus................................................................................................................................ 18 4.4 Gierzwaluw........................................................................................................................... 21 4.5 Conclusie onderzoeksresultaten...........................................................................................23 5 Effectbeoordeling.......................................................................................................................
27 5.1 Gewone dwergvleermuis......................................................................................................27 5.2 Ruige dwergvleermuis.......................................................................................................... 27 5.3 Laatvlieger............................................................................................................................ 28 5.4 Huismus................................................................................................................................ 28 5.5 Gierzwaluw........................................................................................................................... 29 5.6 Voorwaarden voor ontheffing................................................................................................29 6 Maatregelen............................................................................................................................... 31 6.1 Vleermuizen.......................................................................................................................... 31 6.1.1 Huismus..........................................................................................................................
32 7 Conclusies en aanbevelingen....................................................................................................33 7.1 Conclusies............................................................................................................................ 33 7.2 Aanbevelingen...................................................................................................................... 35 8 Geraadpleegde bronnen............................................................................................................ 37 8.1 Literatuur.............................................................................................................................. 37 8.2 Internet................................................................................................................................. 37 Bijlage 1 Voorwaarden ontheffing..................................................................................................39
1 Inleiding
1.1 Aanleiding In opdracht van Inventerra heeft Ecoresult B.V. een nader onderzoek naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw uitgevoerd in het plangebied: Gravin Sabinastraat, Zuid- Beijerland. De aanleiding van dit verzoek betreft sloop en renovatie (zie verder paragraaf 2.3). Uit een verkennend veldonderzoek uitgevoerd door Ecoresult B. V. in 20181 is gebleken dat in de woningen potenties aanwezig zijn voor voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw en vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger). Zodoende was nader onderzoek naar deze soortgroepen noodzakelijk om te vast te stellen of deze soorten inderdaad aanwezig zijn en zo ja, hoe in het kader van de Wet natuurbescherming gehandeld dient te worden. In voorliggende rapportage worden de onderzoeksresultaten beschreven. De resultaten van voorliggende rapportage zijn drie jaar geldig. Mochten de voorgenomen ontwikkelingen wijzigen dient het onderzoek te worden geactualiseerd.
1.2 Onderzoeksvragen In het onderzoek worden 5 onderzoeksvragen beantwoord: 1. Zijn huismus, gierzwaluw en/of vleermuizen aanwezig? 2. Welke functie(s) heeft het object of het gebied voor huismus, gierzwaluw en/of vleermuizen? 3. Blijft de functionaliteit van de voortplantingsplaatsen, vaste rust- of verblijfplaatsen en/of het essentiële functionele leefgebied behouden? 4. Is ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk? 5. Welke eigenschappen van het object of gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden?
1.3 Leeswijzer In deze rapportage worden allereerst het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna volgt een beschrijving van de werkwijze van het onderzoek, de resultaten van het onderzoek en een effectbepaling van de geplande werkzaamheden. 1
Van der Lans, 2018
5
Aansluitend wordt beschreven welke maatregelen genomen dienen te worden negatieve effecten te voorkomen of te verminderen. Er wordt afgesloten met de conclusies en aanbevelingen.
6
2 Beschrijving plangebied
2.1 Algemeen Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van Zuid-Beijerland, gemeente Korendijk, provincie Zuid-Holland (Afbeelding 1). Het betreft twee panden en een grasveld aan de Gravin Sabinastraat en de Tuinweg.
Afbeelding 1: Ligging van het plangebied (rood omlijnd) en het voornaamste onderzoeksgebied (blauw omlijnd). Voor de regionale ligging, zie kaartinzet rechtsboven. Bron: PDOK
2.2 Beschrijving •
In het plangebied staan twee gebouwen: ◦ Een winkelpand van 4000m2 op Gravin Sabinastraat 55 – 57 uit 1998, dat is verbouwd in 2007 (linker gebouw op afbeelding 1). Dit pand wordt oostwaarts uitgebreid. ◦ Een winkelpand op Tuinweg 5 van 306m2 uit 1968, dat gesloopt wordt (rechter gebouw op afbeelding 1). Dit gebouw heeft rondom stenen muren met een luchtspouw en open stootvoegen. In de schoorsteen zitten eveneens open stootvoegen. 7
2.3 Geplande ingrepen 2.3.1 Omschrijving werkzaamheden De voorgenomen activiteit betreft: • Sloop van de huidige bebouwing op Tuinweg 5. • Het aanleggen van een parkeerterrein en woonruimte op een grasveld. • Het verbouwen van het huidige winkelpand aan de Sabinastraat 55 tot een groter pand, dat ook de huidige ruimte van Tuinweg 5 en tussen gelegen bestrating in beslag neemt.
2.3.2 Werkplanning, werktijden en realisatieperiode Een gedetailleerde planning is nog niet beschikbaar. De planning is deels afhankelijk van de conclusies uit voorliggende rapportage.
2.3.3 Methode uitvoering: materieel en werkwijze Nog onbekend.
2.3.4 (ontwerp-)tekening Nog onbekend.
8
3 Onderzoek beschermde soorten
3.1 Werkwijze De volgende soorten/soortgroepen zijn onderzocht: Huismus:
Onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van huismus binnen het plangebied conform de condities en methodiek van het Kennisdocument Huismus.
Gierzwaluw:
Het onderzoek naar aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen
van gierzwaluw is uitgevoerd conform de condities en methodiek van het Kennisdocument Gierzwaluw. Vleermuizen:
Onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen
(zomer-, kraam- en paar- en winterverblijfplaatsen, geen massawinterverblijfplaatsen) van vleermuizen (gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis) binnen het plangebied conform de condities en methodiek van het meest actuele vleermuisprotocol (Vleermuisprotocol 2017). In Tabel 1, Tabel 2 en Tabel 3 wordt een overzicht gegeven van de onderzoeksmomenten, weersomstandigheden en betrokken ecologisch deskundigen tijdens de uitgevoerde veldonderzoeken. Alle betrokken deskundigen hebben aantoonbare ervaring op het gebied van inventariseren van huismus, gierzwaluw en vleermuizen. De veldbezoeken zijn uitgevoerd onder goede weersomstandigheden, conform de Kennisdocumenten2 Huismus en Gierzwaluw, en het Vleermuisprotocol 2017.
2
https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingenwet-natuurbescherming/
9
Windkracht (Bft)
14-05-2020
Neerslag (mm)
3
04-05-2020
Type onderzoek
Temperatuur (°C)
2
09-04-2020
Soort
Veldbezoek 1
Datum
Huismus
Voortplantingsplaatsen, vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied 08u30 – 10u30 Zon op: 06::55
K. van Veen
13
0
NO2
Huismus
Voortplantingsplaatsen, vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied 07u45 – 09u45 Zon op: 06:05
E. Bakker
11
0
NO3
Huismus
Voortplantingsplaatsen, vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied 07u20 – 09u20 Zon op: 5:48
E. Bakker
9
0
NO3
Moment
Zonop/zononder Onderzoeker
2
09-06-2020
3
24-06-2020
Windkracht (Bft)
14-05-2020
zonop/ zononder Onderzoeker
Neerslag (mm)
1
Type onderzoek
Temperatuur (°C)
Datum
Soort
Veldbezoek
Tabel 1: Onderzoeksmomenten huismusonderzoek en weergegevens met eigen waarnemingen in het veld.
Gierzwaluw
Voortplantingsplaatsen, vaste rusten verblijfplaatsen 19u45 – 21u45
Onder: 21:26
E. Bakker
11
0
NO2
Gierzwaluw
Voortplantingsplaatsen, vaste rusten verblijfplaatsen 20u15 – 22u15
Onder: 21:58
B. Verhoeven
16
0
ZW3
Gierzwaluw
Voortplantingsplaatsen, vaste rusten verblijfplaatsen 20u30 – 22u30
Onder: 22:04
K. van Veen
29
0
)1
Moment
Tabel 2: Onderzoeksmomenten gierzwaluwonderzoek en weergegevens met eigen waarnemingen in het veld.
10
Onderzoekers
03:40 – 05:45
M. de Vries
Kolonie telling Zomer-, kraamverblijfplaatsen, functioneel leefgebied Zomer-, kraamverblijfplaatsen, functioneel leefgebied Paarverblijfplaatsen, Winterverblijfplaatsen , functioneel leefgebied Paarverblijfplaatsen, Winterverblijfplaatsen , functioneel leefgebied
Windkracht (Bft)
Moment
Op: 5:39
Neerslag (mm)
Zon op Zon onder
Zomer-, kraamverblijfplaatsen, functioneel leefgebied
Temperatuur (ºC)
Onderzoek
Type onderzoek
Datum
Vleermuizen – Gewone dwergvleermuis en 19-05-20 Ruige dwergvleermuis Vleermuizen – Gewone dwergvleermuis en 19-05-20 Ruige dwergvleermuis Vleermuizen – Gewone dwergvleermuis en 25-05-20 Ruige dwergvleermuis Vleermuizen – Gewone dwergvleermuis en 24-06-20 Ruige dwergvleermuis Vleermuizen – Gewone dwergvleermuis en 01-09-20 Ruige dwergvleermuis Vleermuizen – Gewone dwergvleermuis en 22-09-20 Ruige dwergvleermuis
13
2 W2
Onder: 21:34 21:00- 22:30
A. van Meurs
13
2 W2
Onder: 21:42 21:35 – 23:45
K. van Veen
15
0 ZW2
Onder: 22:04 22:00 – 00:-00 K. van Veen
22
0 O1
M. van der Onder: 20:26 22:00 – 00:-00 Neut
13
0 NW1
Onder: 19:37 22:50 – 01:00
15
0 W1
F. van der Lans
Tabel 3: Onderzoeksmomenten vleermuisonderzoek en weergegevens met eigen waarnemingen in het veld.
3.2 Navolgbaarheid onderzoek 3.2.1 Algemeen Het onderzoek is uitgevoerd volgens de voor die soort(groep) geldende standaarden. De onderzoeksperiode voor al de betreffende soorten is optimaal. De inventarisatie blijft echter een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is hieraan dan ook voldoende invulling gegeven.
3.2.2 Huismus Gedurende het huismusonderzoek is een gebied onderzocht dat groter was dan het plangebied. Voor het onderzoek is de aandacht hoofdzakelijk uit gegaan naar het plangebied. De totale populatie huismussen rondom het plangebied is derhalve niet volledig onderzocht.
3.2.3 Gierzwaluw Gedurende het gierzwaluwonderzoek is een gebied onderzocht dat groter was dan het 11
plangebied. Hierbij zijn tevens woonblokken buiten het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van gierzwaluw. Aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen in deze woonblokken zijn meegenomen in het onderzoek. Voor het onderzoek is de aandacht hoofdzakelijk uit gegaan naar het plangebied. De totale populatie gierzwaluwen rondom het plangebied is derhalve niet volledig onderzocht. Door ervaring met gierzwaluwonderzoek in de afgelopen jaren door heel Nederland is duidelijk geworden dat de gierzwaluwen in veel gevallen nog invliegen na zonsondergang. De meeste activiteit is in de schemer/voor zonsondergang. Door het onderzoek naar gierzwaluw af te breken op zonsondergang (conform het Kennisdocument Gierzwaluw) kunnen derhalve vaste rust- en verblijfplaatsen worden gemist. Omwille van de onderzoeksresultaten is er bewust gekozen om de onderzoekstijden voor gierzwaluwonderzoek te verleggen van 1,5 uur voor zonsondergang tot een half uur na zonsondergang.
3.2.4 Vleermuizen Het is aannemelijk dat te allen tijde 75% van het plangebied te goed te overzien was. Het plangebied had een overzichtelijke indeling met lange kijklijnen. Ook liepen de ervaren onderzoekers contant rond waardoor zij konden inspelen op de actuele situatie. Vanaf de belangrijke observatie knooppunten konden zowel de lange delen van de complexen als de kopgevels goed worden overzien. De aandacht voor het vleermuisonderzoek is hoofdzakelijk uit gegaan naar het te slopen gebouw. Hier waren de potenties voor vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig. Door constant door het plangebied heen en weer te lopen kan in een kort tijdsbestek het aantal en de locatie van de verblijfplaatsen worden gelokaliseerd. Voor een telling van de kraamkolonie van gewone dwergvleermuis is een aparte avondronde uitgevoerd. Gedurende de ronden in de periode mei- juli lag met name de focus van het onderzoek met name op het plangebied. Gedurende de najaarsronden is een groter gebied rondom het plangebied onderzocht op aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen.
12
4 Resultaten nader onderzoek
4.1 Vleermuizen Gedurende de veldonderzoeken zijn in totaal drie vleermuissoorten waargenomen (zie Afbeelding 2): • Gewone dwergvleermuis. • Laatvlieger. •
Ruige dwergvleermuis.
Afbeelding 2: In en rondom het plangebied aangetroffen soorten vleermuizen. Kaartbron: Openstreetmaps
4.1.1 Gewone dwergvleermuis Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek (Tabel 3) werden 32 13
waarnemingen van gewone dwergvleermuizen verricht (zie Afbeelding 3); 15 in het voorjaar en 17 in het najaar.
Afbeelding 3: Waarnemingen van gewone dwergvleermuis en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmaps Vaste rust- en verblijfplaatsen •
•
14
Binnen het plangebied is één kraamverblijfplaats en zijn 3 zomerverblijfplaatsen aanwezig (zie Tabel 4). De kraamverblijfplaats betreft één kolonie met meerdere uitvliegopeningen. De kolonie is tijdens de ochtendronde op 19 mei aangetroffen en is dezelfde avond geteld op uitvliegers. Tijdens deze ronde zijn 130 uitvliegers geteld. Op 24 juni is de kraamverblijfplaats niet meer aangetroffen, deze was verhuist naar een onbekende locatie buiten het plangebied. Buiten het plangebied zijn 5 paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aangetroffen (zie Tabel 4).
Type verblijfplaats
Individuen Datum
Kraamverblijfplaats Zomerverblijfplaats Zomerverblijfplaats Zomerverblijfplaats Paarverblijfplaats Paarverblijfplaats Paarverblijfplaats Paarverblijfplaats Paarverblijfplaats
130 19-05-20 1 01-09-20 1 19-05-20
Locatie/ Gevel
Locatie / Opmerkingen
Westgevel Westgevel Noordgevel
Ruimte rondom pijpjes derde rij ventilatievoegen Stootvoeg Stootvoeg Boven onderste rechter raam locatie onbekend locatie onbekend locatie onbekend locatie onbekend locatie onbekend
1 19-05-20 Oostgevel 1 22-09-20 Dorpsstraat 171 e.o. 1 22-09-20 Nassaustraat 7 e.o. 1 01-09-20 Tuinweg 7- 17 1 23-09-20 Marijkelaan 1-3 1 23-09-20 De Regenboog
Tabel 4. De locaties van de aangetroffen vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone
dwergvleermuis binnen en buiten het plangebied. Met grijs aangegeven de vaste rust- en verblijfplaatsen buiten het plangebied Functioneel leefgebied •
•
Het plangebied wordt slechts marginaal als vliegroute gebruikt. De dieren maken gebruik van allerlei structuren rondom het plangebied. Ze maken diffuus van het gebied gebruik als vliegroute zonder duidelijke structuren te volgen. Het plangebied maakt derhalve geen essentieel deel uit van vliegroutes. Het plangebied wordt slechts marginaal als foerageergebied gebruikt. De dieren maken gebruik van allerlei structuren rondom het plangebied. Ze maken diffuus van het gebied gebruik als vliegroute zonder duidelijke structuren te volgen. Het plangebied maakt derhalve geen essentieel deel uit van essentieel foerageergebied.
4.1.2 Laatvlieger Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek (Tabel 3) werden 6 waarnemingen van laatvlieger verricht (zie Afbeelding 4); allen in het voorjaar.
15
Afbeelding 4: Waarnemingen van laatvlieger en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmaps Vaste rust- en verblijfplaatsen •
•
In het plangebied is een kraamverblijfplaats van 19 laatvliegers aanwezig (zie Tabel 5). Deze verblijfplaats bevindt zich in de stenen schoorsteen bovenop het gebouw. De uitvliegopening betreft een ventilatierooster aan de zuidzijde van de schoorsteen. Deze verblijfplaats is met zekerheid tot 1 september waargenomen. Buiten het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van laatvlieger aangetroffen.
Type verblijfplaats
Individuen Datum
Kraamverblijfplaats
19 25-05-20
Locatie/ Gevel
Locatie / Opmerkingen
Schoorsteen
ventilatierooster
Tabel 5. De locaties van de aangetroffen vaste rust- en verblijfplaatsen van laatvlieger
binnen het plangebied. Met grijs aangegeven de vaste rust- en verblijfplaatsen buiten het plangebied Functioneel leefgebied • 16
Tijdens het onderzoek zijn binnen en direct grenzend aan het plangebied enkele waarnemingen van laatvlieger verricht. Dit betreft diffuus overvliegende dieren vanuit
de kraamverblijfplaats. Er zijn geen vaste structuren die de laatvliegers gebruiken.
4.2 Ruige dwergvleermuis Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek (Tabel 3) werden 20 waarnemingen van ruige dwergvleermuis verricht (zie Afbeelding 4); waarvan 4 in het voorjaar en 16 in het najaar.
Afbeelding 5: Waarnemingen van ruige dwergvleermuis en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmaps
Vaste rust- en verblijfplaatsen • •
Binnen het plangebied zijn 4 paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis aanwezig (zie Tabel 6). Buiten het plangebied zijn 5 paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis aangetroffen (zie Tabel 6).
17
Type verblijfplaats
Individuen Datum
Paarverblijfplaats Paarverblijfplaats Paarverblijfplaats Paarverblijfplaats Paarverblijfplaats Paarverblijfplaats Paarverblijfplaats Paarverblijfplaats Paarverblijfplaats
Locatie/ Gevel
Locatie / Opmerkingen
1 01-09-20 Westgevel Ventilatievoeg 1 22-09-20 Westgevel Ruimte rondom regenpijp 1 22-09-20 Westgevel Ruimte rondom regenpijp 1 22-09-20 Oostgevel stootvoeg 1 22-09-20 Nassaustraat 13 noordgevel 1 22-09-20 G.Sabinastraat 51/ 52 voorgevellocatie onbekend 1 23-09-20 Lelystraat 10 zijgevel 1 23-09-20 Beatrixlaan 19 voorgevel 1 23-09-20 Tuinweg 11 locatie onbekend
Tabel 6. De locaties van de aangetroffen vaste rust- en verblijfplaatsen van ruige
dwergvleermuis binnen en buiten het plangebied. Met grijs aangegeven de vaste rust- en verblijfplaatsen buiten het plangebied Functioneel leefgebied •
Het plangebied wordt slechts marginaal als vliegroute gebruikt. De dieren maken
•
gebruik van allerlei structuren rondom het plangebied. Ze maken diffuus van het gebied gebruik als vliegroute zonder duidelijke structuren te volgen. Het plangebied maakt derhalve geen essentieel deel uit van vliegroutes. Het plangebied wordt slechts marginaal als foerageergebied gebruikt. De dieren maken gebruik van allerlei structuren rondom het plangebied. Ze maken diffuus van het gebied gebruik als vliegroute zonder duidelijke structuren te volgen. Het plangebied maakt derhalve geen essentieel deel uit van essentieel foerageergebied.
4.3 Huismus Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het huismusonderzoek (Tabel 1) werden 72 waarnemingen van huismus verricht (zie Afbeelding 6).
18
Afbeelding 6: Waarnemingen van huismus en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmaps
Vaste rust- en verblijfplaatsen • •
Binnen het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus aanwezig. Buiten het plangebied zijn 61 vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus waargenomen. Deze bevinden zich op de volgende locaties, zie Tabel 7 en Tabel 8. Mogelijk zijn enkele dubbeltellingen aanwezig wegens de hoge dichtheden.
Functioneel leefgebied •
Binnen het plangebied is essentieel functioneel leefgebied (foerageergebied en kwetterplaatsen) van huismus aanwezig. De dichte begroeiing van struiken en enkele bomen behoort tot het leefgebied van de kolonie aan de Lijsterbesstraat. Tijdens alle bezoeken voor het huismusonderzoek werd deze structuur constant door huismus gebruikt.
19
Type verblijfplaats Straatnaam
Huisnummer
Bezet nest Gravin Sabinastraat 31/33 Bezet nest Gravin Sabinastraat 33 Bezet nest Gravin Sabinastraat 33 Bezet nest Gravin Sabinastraat 37 Bezet nest Gravin Sabinastraat 37 Bezet nest Gravin Sabinastraat 41 Bezet nest Gravin Sabinastraat 41 Bezet nest Gravin Sabinastraat 43 Bezet nest Gravin Sabinastraat 43 Bezet nest Gravin Sabinastraat 49 Bezet nest Jacob Pauwstraat 2 Bezet nest Jacob Pauwstraat 4 Bezet nest Jacob Pauwstraat 29 Bezet nest Olden Barneveldstraat 22 Bezet nest Lijsterbesstraat 9 Bezet nest Lijsterbesstraat 9 Bezet nest Lijsterbesstraat 7 Bezet nest Lijsterbesstraat 7 Bezet nest Lijsterbesstraat 5 Bezet nest Lijsterbesstraat 5 Bezet nest Lijsterbesstraat 5 Bezet nest Lijsterbesstraat 5/3 Bezet nest Lijsterbesstraat 31/33 Bezet nest Lijsterbesstraat 31/33 Bezet nest Lijsterbesstraat 1 Bezet nest Lijsterbesstraat 1 Bezet nest Lijsterbesstraat 1 Bezet nest Lijsterbesstraat 14 Bezet nest Lijsterbesstraat 18 Bezet nest Tuinweg 9 Bezet nest Tuinweg 11 Bezet nest Tuinweg 11 Bezet nest Tuinweg 11 Bezet nest Tuinweg 13 Bezet nest Tuinweg 13 Bezet nest Tuinweg 15 Bezet nest Tuinweg 17 Bezet nest Tuinweg 12 Tabel 7: De locaties van de aangetroffen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus binnen en buiten het plangebied. Met grijs aangegeven de vaste rust- en verblijfplaatsen buiten het plangebied
20
Type verblijfplaats Straatnaam
Huisnummer
Bezet nest Tuinweg 12 Bezet nest Tuinweg 12 Bezet nest Leliestraat 2 Bezet nest Leliestraat 1 Bezet nest Leliestraat 1 Bezet nest Leliestraat 1 Bezet nest Leliestraat 1/3 Bezet nest Leliestraat 31/33 Bezet nest Leliestraat 31/33 Bezet nest Leliestraat 31/33 Bezet nest Leliestraat 31/33 Bezet nest Leliestraat 31/33 Bezet nest Leliestraat 7 Bezet nest Jasmijnstraat 14 Bezet nest Jasmijnstraat 14 Bezet nest Jasmijnstraat 16 Bezet nest Jasmijnstraat 23 Bezet nest Jasmijnstraat 17 Bezet nest Jasmijnstraat 11 Bezet nest Jasmijnstraat 7 Bezet nest Ridder van Dorplaan 68 Bezet nest Irisstraat 10 Bezet nest Nassaustraat 13 Tabel 8: De locaties van de aangetroffen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus binnen en buiten het plangebied. Met grijs aangegeven de vaste rust- en verblijfplaatsen buiten het plangebied
4.4 Gierzwaluw Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het gierzwaluwonderzoek (Tabel 2) werden 21 waarnemingen van gierzwaluw verricht (zie Afbeelding 7).
21
Afbeelding 7: Waarnemingen van gierzwaluw en waargenomen gedrag. Kaartbron: Openstreetmaps
• •
22
Binnen het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw aangetroffen. Tijdens het onderzoek zijn buiten het plangebied 17 vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw aangetroffen (zie Tabel Tabel 9). In werkelijkheid betreft het aantal nestplaatsen een veelvoud boven de aangetroffen verblijfplaatsen. Enkel al in de Irenestraat werden in één groep circa 30 gierzwaluwen gierend waargenomen en zijn slechts invliegers gezien in 5 inbouwstenen.
Datum Adres Locatie 25-05-20 Gravin Sabinastraat 58 inbouwsteen 25-05-20 Gravin Sabinastraat 60 inbouwsteen 25-05-20 Gravin Sabinastraat 64 inbouwsteen 25-05-20 Gravin Sabinastraat 64 inbouwsteen 25-05-20 Gravin Sabinastraat 66 inbouwsteen 25-05-20 Gravin Sabinastraat 68 inbouwsteen 14-05-20 Irenelaan 19 inbouwsteen 25-05-20 Irenelaan 24 inbouwsteen 26-06-20 Irenelaan 22 inbouwsteen 26-06-20 Irenelaan 6 inbouwsteen 26-06-20 Irenelaan 4 inbouwsteen 26-06-20 Margrietlaan 4 onder dakgoot 26-06-20 Marijkelaan 5 dakbekisting 25-09-20 Leliestraat1 zijgevel 25-09-20 Leliestraat1 zijgevel 26-06-20 Leliestraat1 zijgevel 26-06-20 Leliestraat1 zijgevel Tabel 9: De locaties van de aangetroffen vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw binnen en buiten het plangebied. Met grijs aangegeven de vaste rust- en verblijfplaatsen buiten het plangebied
4.5 Conclusie onderzoeksresultaten In totaal zijn binnen het plangebied aangetroffen: • Binnen het plangebied zijn één kraamverblijfplaats en 4 zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aanwezig. • Binnen het plangebied is één kraamverblijfplaats van laatvlieger aanwezig. • Binnen het plangebied zijn 4 paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis aanwezig. • Binnen het plangebied is essentieel functioneel leefgebied (foerageergebied en kwetterplaatsen) van huismus aanwezig. In totaal zijn buiten het plangebied aangetroffen: • Buiten het plangebied zijn 5 paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aangetroffen. • Buiten het plangebied zijn 5 paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis aangetroffen. • Buiten het plangebied zijn 61 vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus aangetroffen. • Buiten het plangebied zijn 17 vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw aangetroffen. 23
In Afbeelding 8 en Afbeelding 9 staan alle aangetroffen verblijfplaatsen in en rondom het plangebied weergegeven.
Afbeelding 8: Overzicht van alle aangetroffen voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen rondom het plangebied. Kaartbron: Openstreetmaps
24
Afbeelding 9: Verblijfplaatsen nader ingezoomd op het plangebied. Kaartbron: Openstreetmaps
25
5 Effectbeoordeling Binnen het plangebied zijn 10 vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Er zijn zowel zomer-, kraam- als paarverblijfplaatsen aangetroffen. Redelijkerwijs wordt het plangebied ook gebruikt als winterverblijfplaats voor deze soorten. Dit gebouw binnen het plangebied wordt jaarrond door vleermuizen gebruikt. Werkzaamheden aan het te renoveren pand en de parkeerplaats kunnen worden uitgevoerd zonder aanvullende maatregelen, hier zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde soorten aanwezig.
5.1 Gewone dwergvleermuis Door de sloopwerkzaamheden zullen één kraamkolonie en 4 zomerverblijfplaatsen worden weggenomen. Essentieel functioneel leefgebied is afwezig. Hierdoor is sprake van overtreding van de volgende verbodsbepalingen: • Art 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. • Art 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Ontheffing op de Wet natuurbescherming is nodig (zie Paragraaf 5.6) evenals het treffen van maatregelen (zie Hoofdstuk 6). Aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen buiten de begrenzing van het plangebied blijven behouden. Zij bevinden zich buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.
5.2 Ruige dwergvleermuis Door de sloopwerkzaamheden zullen 4 paarverblijfplaatsen worden weggenomen. Essentieel functioneel leefgebied is afwezig. Hierdoor is sprake van overtreding van de volgende verbodsbepalingen: • Art 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. • Art 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. 27
Ontheffing op de Wet natuurbescherming is nodig (zie Paragraaf 5.6) evenals het treffen van maatregelen (zie Hoofdstuk 6). Aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen buiten de begrenzing van het plangebied blijven behouden. Zij bevinden zich buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.
5.3 Laatvlieger Door de sloopwerkzaamheden zal één kraamkolonie worden weggenomen. Essentieel functioneel leefgebied is afwezig. Hierdoor is sprake van overtreding van de volgende verbodsbepalingen: • •
Art 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. Art 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
Ontheffing op de Wet natuurbescherming is nodig (zie Paragraaf 5.6) evenals het treffen van maatregelen (zie Hoofdstuk 6). Aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen buiten de begrenzing van het plangebied blijven behouden. Zij bevinden zich buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.
5.4 Huismus Door de werkzaamheden wordt essentieel functioneel leefgebied behorende tot de kolonie huismussen buiten het plangebied weggenomen. Hierdoor is sprake van overtreding van de volgende verbodsbepalingen: • Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. • Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ontheffing op de Wet natuurbescherming is nodig (zie Paragraaf 5.6) evenals het treffen van maatregelen (zie Hoofdstuk 6). Aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen buiten de begrenzing van het plangebied blijven behouden. Zij bevinden zich buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. 28
5.5 Gierzwaluw Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw aanwezig. Negatieve effecten zijn derhalve uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor gierzwaluw of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.
5.6 Voorwaarden voor ontheffing Een ontheffing (of een vrijstelling) kan uitsluitend worden verleend, als voldaan is aan drie cumulatieve voorwaarden. Een uitgebreidere uiteenzetting van de voorwaarden is opgenomen in Bijlage 1: • Geen andere bevredigende oplossing; • •
Sprake van een in de wet genoemd belang; Geen verslechtering/afbreuk aan de staat van instandhouding van de soort.
Om te beoordelen of aan deze voorwaarden wordt voldaan zal een toetsing van de belangen en de alternatieven plaatsvinden en een ecologische toetsing. De richtlijn voor het behandelen van een aanvraag bedraagt 13 weken met de mogelijkheid om dit eenmalig te verlengen met 7 weken. In de praktijk wordt hier soms (sterk) van afgeweken.
29
6 Maatregelen
6.1 Vleermuizen Omdat het plangebied jaarrond door vleermuizen in gebruik is worden de maatregelen afgestemd op de situatie ter plaatse in plaats van benoemd per soort. Mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk om de gunstige staat van instandhouding te garanderen: • Voor kraamblijfplaatsen geldt dat, per te verwijderen paarverblijfplaats 4 nieuwe
• •
•
•
•
verblijfplaatsen in/aan gebouwen dienen te worden gecreëerd binnen 50-100 meter van de huidige verblijfplaats, buiten de invloedssfeer van de geplande werkzaamheden. Dit kan worden gerealiseerd door het ophangen van vleermuiskraamkasten. ◦ De tijdelijke verblijfplaatsen dienen minimaal één volledig kraamseizoen (15 mei15 juli) gelijktijdig met de bestaande verblijfplaats aanwezig te zijn. Doordat er twee kraamverblijfplaatsen zijn aangetroffen in de bebouwing dienen in totaal 8 vervangende verblijfplaatsen te worden gerealiseerd. Voor de 8 zomer- en paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis dienen 32 vervangende tijdelijke verblijfplaatsen in/aan gebouwen te worden gecreëerd binnen 200 meter van de huidige verblijfplaats, buiten de invloedssfeer van de geplande werkzaamheden. Dit kan worden gerealiseerd door het ophangen van vleermuiskraamkasten. ◦ Er wordt geadviseerd om alle tijdelijke verblijfplaatsen gelijktijdig te realiseren en daarvoor de langste gewenningstijd voor de aangetroffen functies aan te houden. De 32 verblijfplaatsen dienen minimaal 3 maanden voorafgaand aan de werkzaamheden aanwezig te zijn. Voor deze 3 maanden gelden enkel de maanden april t/m oktober. Vleermuiskasten dienen minimaal 4 hoog opgehangen te worden, een vrije aanvliegroute te hebben en zo veel mogelijk vrij te zijn van verstoring.
De kasten worden opgehangen aan gebouwen. In de periode 1 april- 15 april óf 1 augustus- 15 oktober (buiten de meest kritische periode van kraamverblijfplaatsen en overwintering) wordt de bebouwing ongeschikt gemaakt voor vleermuizen. Dit kan gedaan worden door de ventilatievoegen, stootvoegen, ruimten rondom pijpjes en dakranden dicht te zetten met exclusion flaps en vogelschroten. Het ongeschikt maken van de bebouwing wordt gedaan onder begeleiding van een deskundig ecoloog. In de nieuwe situatie dienen voor de kraamverblijfplaatsen nieuwe permanente 31
•
•
•
verblijfplaatsen te worden gecreëerd. Het creëren van permanente maatregelen voor kraamverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis en laatvlieger is maatwerk. De hoeveelheid maatregelen is afhankelijk van het type en omvang van de te plaatsen voorziening. Het type verblijfplaats dient in samenspraak met de opdrachtgever nader ingevuld te worden. Gedacht kan worden aan: ◦ De luchtspouw toegankelijk maken voor vleermuizen. ◦ Een dubbele buitengevel te maken. ◦ Boeiboorden te laten afwijken ◦ Het creëren van een dubbele daklaag en toegankelijk maken van het dakvlak. In de nieuwe situatie dienen voor de zomer- en paarverblijfplaatsen tenminste 32 nieuwe permanente verblijfplaatsen te worden gecreëerd. Dit kan worden gerealiseerd door: ◦ Het inbouwen van vleermuiskasten zo hoog mogelijk op kopse gevels van de nieuw te bouwen woningen in combinatie met andere maatregelen. ◦ Het toegankelijk maken van het dakvlak. ◦ De luchtspouw toegankelijk maken voor vleermuizen. ◦ Boeiborden en/of gevelbeplating licht af te laten wijken van de gevel zodat vleermuizen hier tussen kunnen. ◦ Voorzieningen in te bouwen onder het dakvlak die via de zijgevels toegankelijk zijn. Tijdelijke kasten mogen worden verwijderd onder begeleiding van de ecologisch deskundige – indien niet in gebruik – 3 maanden (binnen de actieve periode 1 april1 november) nadat de permanente voorzieningen zijn opgeleverd.
De mitigerende maatregelen dienen in samenspraak met de opdrachtgever verder uitgewerkt te worden en concreet te worden beschreven in een ecologisch werkprotocol. Dit ecologisch werkprotocol dient te allen tijde onder de betrokken bekend te zijn en op het werk aanwezig te zijn.
6.1.1 Huismus Mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk om de gunstige staat van instandhouding te garanderen: ◦ In de nieuwe situatie dient binnen het plangebied vervangend functioneel leefgebied aanwezig te zijn van dezelfde oppervlakte en kwaliteit als het weg te nemen leefgebied. Dit kan worden gecreëerd door het plaatsen van gevelgroen, jaarrond groene struiken of haagbeplanting van dichte struiksoorten. De exacte invulling dient nader ingevuld te worden. ◦ De mitigerende maatregelen dienen in samenspraak met een ecoloog en de opdrachtgever verder uitgewerkt te worden en concreet te worden beschreven in een ecologisch werkprotocol. Dit ecologisch werkprotocol dient te allen tijde onder de betrokkenen bekend te zijn en op het werk aanwezig te zijn. 32
7 Conclusies en aanbevelingen
7.1 Conclusies In opdracht van Inventerra heeft Ecoresult B.V. een nader onderzoek naar vleermuizen, huismus en gierzwaluw uitgevoerd in het plangebied: Gravin Sabinastraat, Zuid- Beijerland. De aanleiding van dit verzoek betreft sloop en renovatie (zie verder paragraaf 2.3). Uit een verkennend veldonderzoek uitgevoerd door Ecoresult B. V. in 20183 is gebleken dat in de woningen potenties aanwezig zijn voor voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw en vleermuizen. De activiteiten kunnen schadelijke effecten hebben op vleermuizen, huismus en gierzwaluw. De Wet natuurbescherming kan hierdoor worden overtreden. De veldonderzoeken zijn uitgevoerd door ecologen van Ecoresult B.V. met aantoonbare ervaring op het gebied van inventariseren van vleermuizen, huismus en gierzwaluw. Het onderzoek is uitgevoerd onder de condities en methodiek van de relevante kennisdocumenten en het Vleermuisprotocol 2017. Gewone dwergvleermuis • • •
In het plangebied is één kraamverblijfplaats van 130 individuen en zijn 4 zomerverblijfplaatsen van solitaire dieren aanwezig. Buiten het plangebied zijn 5 paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aangetroffen, deze zijn aanwezig buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Essentieel functioneel leefgebied is binnen het plangebied afwezig.
Ruige dwergvleermuis • • •
In het plangebied zijn 4 paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis aanwezig. Buiten het plangebied zijn 5 paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis aangetroffen, deze zijn aanwezig buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Essentieel functioneel leefgebied is binnen het plangebied afwezig.
Laatvlieger • • • 3
In het plangebied is één kraamverblijfplaats van 19 individuen aanwezig. Buiten het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van laatvlieger aangetroffen. Essentieel functioneel leefgebied is binnen het plangebied afwezig.
Van der Lans, 2018
33
Huismus • • •
Binnen het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus aanwezig. Buiten het plangebied zijn 61 vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus aangetroffen. Binnen het plangebied is essentieel functioneel leefgebied (foerageergebied en kwetterplaatsen) van huismus aanwezig.
Gierzwaluw • •
In het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw aanwezig. Buiten het plangebied zijn 17 vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw aangetroffen, deze zijn aanwezig buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.
Ontheffing en maatregelen Ontheffing dient te worden aangevraagd voor het wegnemen van: • één kraamverblijfplaats van gewone dwergvleermuis (130 individuen). • Één kraamverblijfplaats van laatvlieger (19 individuen). • 4 zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis. • 4 paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis. • Essentieel leefgebied van huismus De volgende verbodsbepalingen worden door de werkzaamheden overtreden: • Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. • Art 3.1 lid 4 en lid 5 (Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. • Art 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. • Art 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Werkzaamheden aan het te renoveren pand en de parkeerplaats kunnen worden uitgevoerd zonder aanvullende maatregelen, hier zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde soorten aanwezig. Overige aanbevelingen met betrekking tot vrijgestelde soorten en vogels, zoals benoemd in de quickscan4 blijven van kracht.
4
34
Van der Lans, 2018
7.2 Aanbevelingen Los van de onderzoeksresultaten, maar als duurzame inrichtingsmaatregel “inclusief bouwen voor vleermuizen en vogels, heeft het de ecologische voorkeur om rekening te houden met de wensen van vleermuizen en vogels in het nieuwe ontwerp. Anders gezegd: door inclusief te bouwen voor vleermuizen en vogels wordt bijvoorbeeld een (nieuw) gebouw of kunstwerk toegankelijk voor vleermuizen en vogels of blijft een potentiële vliegroute intact. Ecoresult B.V. kan u hierover adviseren en dit opnemen in het mitigatieplan en/of ontwerp.
35
8 Geraadpleegde bronnen
8.1 Literatuur Lans, van der. F. V., 2018. Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte. Plangebied: Gravin Sabinastraat, Zuid-Beijerland. Rapportkenmerk ER20180702v01. Ecoresult B.V., Dordrecht.
8.2 Internet PDOK (Publieke Dienstverlening Op Kaart) https://www.pdok.nl/ Kennisdocumenten https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ Vleermuisprotocol 2017 http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol
37
Bijlage 1
Voorwaarden ontheffing
Een ontheffing (of een vrijstelling) kan uitsluitend worden verleend, als voldaan is aan elk van de volgende drie cumulatieve voorwaarden: 1. Geen andere bevredigende oplossing; ◦ De vraag of er een bevredigende andere oplossing is, bestaat uit drie delen: Wat is het probleem of de specifieke situatie waarom de handeling plaatsvindt? Zijn er andere oplossingen voor dit probleem? Indien er andere oplossingen zijn, welke gevolgen heeft dit dan voor de verbodsbepalingen? 2. Sprake van een in de wet genoemd belang ◦ Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of om het
onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; ◦ Voor soorten beschermd onder de Vogelrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: ▪ In het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid 39
▪ In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer ▪ Ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren ▪ Ter bescherming van flora en fauna ▪ Voor onderzoek en onderwijskundige doelen ▪ Voor het uitzetten en herinvoeren van soorten en voor de met deze doelen samenhangende teelt ▪ Om kleine hoeveelheden van bepaalde vogels onder bepaalde omstandigheden te vangen, te houden of te gebruiken Geen verslechtering/afbreuk aan de staat van instandhouding van de soort. ◦ Het ecologische toetsingscriterium verschilt per beschermingsregime, voor soorten van de Vogelrichtlijn is dit: “De maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort”
3.
•
40
◦ Om te beoordelen of aan deze criteria wordt voldaan, moeten de volgende vragen worden beantwoord: Wat is de staat van instandhouding (van de populatie) van de soort (in zijn natuurlijk verspreidingsgebied)? Wat is het effect van het verlenen van de ontheffing op de betrokken populatie(s)? Om te beoordelen of aan deze voorwaarden wordt voldaan zal een toetsing van de belangen en de alternatieven plaatsvinden en een ecologische toetsing. De richtlijn voor het behandelen van een aanvraag bedraagt 13 weken met de mogelijkheid om dit eenmalig te verlengen met 7 weken. In de praktijk wordt hier soms (sterk) van afgeweken.