CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

3b.2 NL.IMRO.1963.BPgrSabinastrZB20-ON01 tb2

Beeldvormende bijeenkomst 1 februari 2022, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Gravin Sabinastraat te Zuid-Beijerland4.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte

Plangebied: Gravin Sabinastraat, Zuid-Beijerland Opsteller(s): F. V. van der Lans

Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte Ondertitel Opsteller(s)

Plangebied: Gravin Sabinastraat, ZuidBeijerland F. V. van der Lans

Datum

04-07-2018

Versienummer

01

Rapportkenmerk

ER20180702v01

Aantal pagina's

35

Opdrachtgever

Inventerra BV

Contactpersoon

Dhr. J. Voorhorst

Collegiale toets

F. A. van Meurs

Wijze van citeren

Lans, van der. F. V., 2018. Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte. Plangebied: Gravin Sabinastraat, Zuid-Beijerland. Rapportkenmerk ER20180702v01. Ecoresult B.V., Dordrecht.

Ecoresult B.V. Van Ravesteyn-erf 156 3315 DK Dordrecht 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl

© copyright Ecoresult B.V. 2018 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

INHOUDSOPGAVE

1 Inleiding........................................................................................................................................5 1.1 Aanleiding...............................................................................................................................5 1.2 Doel.........................................................................................................................................5 1.3 Leeswijzer................................................................................................................................5 2 Toelichting onderzoekskader........................................................................................................7 2.1 Wet natuurbescherming..........................................................................................................7 2.2 Verordening ruimte..................................................................................................................8 3 Omschrijving plangebied............................................................................................................11 3.1 Algemeen..............................................................................................................................11 3.2

Beschrijving...........................................................................................................................11 3.3 Voorgenomen ontwikkelingen................................................................................................12 3.4 Planning.................................................................................................................................13 4 Onderzoeksresultaten beschermde gebieden............................................................................15 4.1 Wet natuurbescherming........................................................................................................15 4.2 Verordening ruimte................................................................................................................15 5 Onderzoeksresultaten beschermde soorten...............................................................................19 5.1 Algemeen..............................................................................................................................19 5.2 Soorten Vogelrichtlijn.............................................................................................................20 5.3 Soorten Habitatrichtlijn..........................................................................................................22 5.4 Nationaal beschermde

soorten.............................................................................................24 6 Conclusies en aanbevelingen.....................................................................................................27 6.1 Beschermde gebieden..........................................................................................................27 6.2 Beschermde soorten.............................................................................................................27 7 Geraadpleegde bronnen.............................................................................................................31 7.1 Literatuur...............................................................................................................................31 7.2 Internet..................................................................................................................................31 Bijlage 1 Foto-impressie plangebied.............................................................................................33 Bijlage 2 Alterra effectenindicator Haringvliet...............................................................................35

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

In opdracht van Inventerra B.V. heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Gravin Sabinastraat 55 en 57 en Tuinweg 5, Zuid-Beijerland. De aanleiding voor dit verzoek is de uitbreiding van bedrijf Konijnendijk Mode naar het naastgelegen pand en het creëren van parkeergelegenheid op een grasveld (zie verder hoofdstuk 3.2). Deze werkzaamheden kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Deze quickscan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld dient te worden.

1.2

Doel

Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot: • Overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). • Een (significant) negatief effect op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). • Een (significant) negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Of een negatief effect op anderzijds beschermde natuurgebieden op provinciaal niveau (o.a. bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen, belangrijke weidevogel gebieden). In het kader van de Verordening ruimte.

1.3

Leeswijzer

In deze rapportage wordt allereerst het kader beschreven waar aan getoetst wordt. Vervolgens wordt het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna worden per beschermingsregime de voor het plangebied relevante beschermde gebieden en beschermde soorten beschreven en beoordeeld. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samengevat en wordt (indien van toepassing) geadviseerd welk aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding en een fotobijlage van het plangebied ten tijde van het oriënterend veldbezoek. 5

2

Toelichting onderzoekskader

2.1

Wet natuurbescherming

Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet1. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:

2.1.1

Bescherming van gebieden

De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.

2.1.2

Bescherming van soorten

De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen2.

1 2

www.rvo.nl Ministerie van Economische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen

7

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de rustplaatsen en eieren van vogels te voortplantingsplaatsen of vernielen of te beschadigen, of rustplaatsen van dieren te nesten van vogels weg te nemen. beschadigen of te vernielen.

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.

Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Art 3.5 lid 3 Niet van toepassing Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Art 3.5 lid 2 Niet van toepassing Het is verboden vogels opzettelijk te Het is verboden dieren opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van verstoren. wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. ontwortelen of te vernielen.

Tabel 1: Soortenbescherming en verbodsbepalingen volgens de Wnb

2.1.3

Bescherming van houtopstanden

De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. In deze quickscan blijft de bescherming van houtopstanden buiten beschouwing.

2.2

Verordening ruimte

In de verordening ruimte is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als 8

de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het NNN wordt beschermd via het planologisch kader. Het NNN is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNN. Naast het NNN kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Het NNN kent geen uniform beschermingsregime. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.

9

3

Omschrijving plangebied

3.1

Algemeen

Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van Zuid-Beijerland, gemeente Korendijk, provincie Zuid-Holland (Afbeelding 1). Het betreft twee panden en een grasveld aan de Gravin Sabinastraat en de Tuinweg. Het grasveld is ontstaan na eerdere sloop van een pand en de kap van bomen, enkele jaren geleden. De twee panden zijn heel verschillend: een modern gebouw waar het modehuis gevestigd is, en een oud pand dat dient als opslag en bewoond wordt door anti-kraak.

Afbeelding 1: Ligging van het plangebied (rood omlijnd). Voor de regionale ligging, zie kaartinzet rechtsboven. Bron: PDOK

3.2

Beschrijving •

In het plangebied staan twee gebouwen: ◦ Een winkelpand van 4000m2 op Gravin Sabinastraat 55 – 57 uit 1998, dat is verbouwd in 2007 (linker gebouw op afbeelding 1). Dit pand wordt oostwaarts uitgebreid. 11

◦ Een winkelpand op Tuinweg 5 van 306m2 uit 1968, dat gesloopt wordt (rechter • • • • • • •

gebouw op afbeelding 1). Het plangebied bestaat uit een grasveld van circa 1.400m2, dat ingericht wordt als parkeerterrein met woonruimte. Het plangebied omvat geen ander groen dan het grasveld. Rondom de panden ligt verharding door bestrating. In het grasveld is een ondergrondse ruimte aanwezig onder een fundering. Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Zuid-Beijerland, tussen rijtjeshuizen uit de jaren 1960 – 1970. De omgeving van Zuid-Beijerland bestaat uit open akkerbouwgebied met weinig bomen en open water Grenzend aan het plangebied is verlichting aanwezig in de vorm van enkele lantaarnpalen.

Afbeelding 2: Overzicht van het plangebied. Foto: F. V. van der Lans | Ecoresult B.V.

Zie bijlage 1 voor een foto-impressie van het plangebied.

3.3

Voorgenomen ontwikkelingen

De voorgenomen activiteit betreft: • Sloop van de huidige bebouwing op Tuinweg 5, •

Het aanleggen van een parkeerterrein en woonruimte op een grasveld.

•

Het verbouwen van het huidige winkelpand aan de Sabinastraat 55 tot een groter pand, dat ook de huidige ruimte van Tuinweg 5 en tussen gelegen bestrating in beslag neemt.

12

Afbeelding 3: grasveld met fundering het plangebied (Foto: Ecoresult B.V.

3.4

Planning

De planning is op dit moment nog niet bekend.

13

4

Onderzoeksresultaten beschermde gebieden

4.1

Wet natuurbescherming

4.1.1

Natura 2000

Het plangebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied. Dichtstbijzijnd Natura 2000gebied is gelegen op circa 1 km afstand en betreft het Haringvliet (Afbeelding 4). Invloeden (ook van buitenaf) mogen de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000-gebieden niet in gevaar brengen. Negatieve effecten op de kwalificerende habitats in het Natura 2000-gebied bestaan niet uit stikstof gerelateerde effecten. Negatieve effecten door oppervlakteverlies, verdroging, versnippering, verontreiniging, verstoring door trilling en geluid , optische verstoring en verstoring door mechanische effecten (zie Bijlage 2, Alterra effectenindicator3) op kwalificerende habitats en soorten zijn uit te sluiten op basis van de afstand van deze gebieden tot het plangebied en de aard van de activiteiten (sloop en nieuwbouw op bestaande locatie in bebouwde kom) die hier zullen plaatsvinden. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. Daarmee hoeft geen vergunning als bedoeld in artikel 2.7 van de Wnb te worden aangevraagd.

4.2 4.2.1

Verordening ruimte Natuurnetwerk Nederland

Het meest dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt ca. 200 meter ten oosten van het plangebied (afbeelding 3) en betreft een verbindingszone via de watergang Oostbinnenhaven. Op basis van de afstand van deze gebieden tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt op voorhand uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op de wezenlijke waarden en kenmerken van bovengenoemd gebieden. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk.

4.2.2

Belangrijk weidevogelgebied

Het plangebied is niet gelegen in een Weidevogelkerngebied4. De poldergebieden ten 3 4

https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/effectenindicator.aspx http://pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN

15

noorden en ten oosten van Simonshaven op een afstand van 8 kilometer, zijn bestemd als Belangrijk weidevogelgebied. Op basis van de afstand van dit Belangrijk weidevogelgebied tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op bovengenoemd gebied. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De Verordening ruimte wordt niet overtreden.

Afbeelding 4: Natura 2000 in de omgeving van het plangebied (blauwe stip). Bron: http://pzh.b3p.nl/viewer/app/Natura_2000

16

Afbeelding 5: NNN rondom in het plangebied (blauwe stip). Bron: http://pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN

Afbeelding 6: Belangrijk weidevogelgebied rondom in het plangebied (blauwe stip). Bron: http://pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN 17

5

Onderzoeksresultaten beschermde soorten

5.1

Algemeen

Het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd op 20-06-2018 door F. V. van der Lans, ecologisch deskundige5 bij Ecoresult B.V. Het complete plangebied is – daar waar nodig – met hulp van een verrekijker onderzocht. Het plangebied is onderzocht vanaf de openbare weg. De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is geraadpleegd om een indruk te krijgen over de aanwezigheid van beschermde soorten rondom het plangebied. Dit betreffen waarnemingen in de omgeving van het plangebied gedurende de afgelopen 5 jaar. Voor zover bekend zijn andere bronnen met relevante informatie afwezig. Op basis van het bronnenonderzoek en de aanwezige habitats was een goede inschatting van de potenties en aan- of afwezigheid van de beschermde soorten te maken.

5

Voor een definitie van ecologisch deskundige wordt verwezen naar https://mijn.rvo.nl/ecologischdeskundige?inheritRedirect=true

19

5.2

Soorten Vogelrichtlijn

5.2.1

Bronnenonderzoek

Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote Gele Kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte Wouw Ooievaar Oehoe

Soortgroep Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels

Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 5 - 10 km

Tabel 2: Waargenomen vogels met vaste rust- of verblijfplaatsen binnen een afstand van 5 km van het plangebied. Bron: NDFF – quickscanhulp, geraadpleegd op 207-2018

5.2.2

Verkennend veldonderzoek

5.2.2.1

Jaarrond beschermde nesten

Het plangebied is geschikt voor huismus en gierzwaluw. Het te slopen pand aan de Tuinweg 5 heeft geschikte openingen in de bakstenen muren voor deze soorten om in te nestelen. Het pand aan de Gravin Sabinastraat heeft voor huismussen geschikte dakpannen (zie foto’s bijlage). Tijdens het veldbezoek waren in de directe omgeving huismussen en gierzwaluwen aanwezig. Roofvogels, ooievaar, roek en uilen worden niet verwacht op basis van het ontbreken van grote bomen of hoge gebouwen en nestkasten. De grote gele kwikstaart wordt alleen verwacht als wintergast. Binnen het plangebied is geen belangrijk foerageergebied voor vogels met jaarrond beschermde nesten aanwezig en in de directe omgeving is veel meer potentieel foerageergebied te vinden.

5.2.2.2

Niet jaarrond beschermde nesten

De gebouwen in het plangebied zijn geschikt als broedplaats voor koolmees en pimpelmees. Het plangebied (het deel grasveld bestemd als parkeerplaats) is potentieel geschikt als broedgebied en foerageergebied voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten (te weten spreeuw). In de directe omgeving zijn voldoende alternatieven aanwezig in 20

akkers, weiden en fruitbomen.

5.2.2.3

Algemene broedvogels

Het plangebied wordt door algemene vogels nauwelijks gebruikt als foerageergebied en broedgebied, waar het de panden betreft. Een Turkse tortel die werd waargenomen op het gebouw, zou daar ook kunnen broeden. Het grasveld wordt gebruikt door algemene vogels als merel en kauw om te foerageren.

5.2.3

Effectbeoordeling en toetsing

5.2.3.1

Jaarrond beschermde nesten

Het plangebied is geschikt als leefgebied van de huismus en gierzwaluw (categorie 2). Aanvullend (veld)onderzoek naar de aanwezigheid van de huismus en gierzwaluw is nodig om te bepalen of en zo ja hoe de dieren gebruik maken van het plangebied. De activiteiten kunnen niet worden uitgevoerd voordat tenminste het aanvullend onderzoek is afgerond. Het aanvragen van een ontheffing Wet Natuurbescherming is misschien nodig, afhankelijk van de resultaten van het aanvullend onderzoek. • Aanvullend onderzoek naar de huismus dient als volgt te worden uitgevoerd: 2 bezoeken in de periode 1 april – 15 mei, of 4 bezoeken in de periode 10 maart – 20 juni. . Het onderzoek wordt uitgevoerd conform de kennisdocumenten BIj12 • Aanvullend onderzoek naar de gierzwaluw dient als volgt te worden uitgevoerd: 3 bezoeken in de periode 15 mei – 15 juli in de avond.. Het onderzoek wordt uitgevoerd conform de kennisdocumenten BIj12

5.2.3.2

Niet jaarrond beschermde nesten (categorie 5)

Het plangebied is geschikt als voortplantingsplaats voor vogels met niet-jaarrond beschermde nesten. Nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van de wet. Tijdelijke schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van algemene vogels zijn onder andere te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus).

5.2.3.3

Algemene vogels

Het plangebied is geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. Nesten van algemene vogels vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van de wet. Tijdelijke schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten 21

van algemene vogels zijn onder andere te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus).

5.3

Soorten Habitatrichtlijn

5.3.1

Bronnenonderzoek

Soort Poelkikker Bever Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Noordse woelmuis Ruige dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis

Soortgroep Amfibieën Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km

Tabel 3: Waargenomen habitatrichtlijnsoorten binnen een afstand van 5 km van het plangebied. Bron: NDFF – quickscanhulp, geraadpleegd 02-07-2018.

5.3.2

Verkennend veldonderzoek

5.3.2.1

Vleermuizen

In het plangebied staat een gebouw uit 1968. In het gebouw bevinden zich kieren onder de dakrand en ventilatieroosters (zie foto bijlage) in de muur, die toegang bieden tot ruimtes die mogelijk in gebruik zijn als voortplantings- en rustplaatsen van vleermuizen die algemeen voorkomen binnen de bebouwde kom, te weten gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. De potentiële voortplantings- en rustplaatsen zijn geschikt als zomerverblijfplaats, paarverblijfplaats en kraamverblijfplaats en als massawinterverblijfplaats, vanwege de omvang van het pand en vorstvrije gedeeltes. De kelder onder de fundering is geschikt voor overwinterende vleermuizen, waaronder gewone grootoorvleermuis. In het geval van aanwezigheid van zomer-, kraam- of paarverblijfplaatsen van individuele dieren kan niet worden uitgesloten dat de dieren daar ook overwinteren. In het plangebied is geen beplanting aanwezig die kan dienen als (essentiële) vliegroute , of foerageergebied van vleermuizen. In de directe omgeving zijn groene structuren en waterpartijen aanwezig, die beter geschikt zijn als foerageergebied. Het groen in het plangebied wordt daarom niet gezien als essentieel foerageergebied, of vliegroute. 22

5.3.2.2

Overige Habitatrichtlijn soorten

Het plangebied is ongeschikt voor andere volgens het bronnenonderzoek in de omgeving aanwezige habitatrichtlijnsoorten. Open water maakt geen onderdeel uit van het plangebied (geen bever) en er ontbreekt biotoop en rust voor noordse woelmuis. Voortplantingswater van poelkikker is niet in de directe omgeving aanwezig. De locatie in de bebouwde kom biedt geen geschikt biotoop voor bovengenoemde soorten.

5.3.3

Effectbeoordeling en toetsing

In deze effectbeoordeling worden uitsluitend de habitatrichtlijnsoorten behandeld waarvoor het plangebied – op basis van dit oriënterende onderzoek – potentie biedt. Aanwezigheid van vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger) in het plangebied is niet uit te sluiten. Door de sloop van de bebouwing binnen het plangebied kunnen kraamverblijfplaatsen, zomerverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen van bovengenoemde vleermuizen worden weggenomen. De werkzaamheden hebben invloed op mogelijk aanwezige verblijfplaatsen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb worden overtreden. Aanvullend onderzoek is nodig met 3 bezoeken in de periode 15 mei tot en met 15 juli en 2 bezoeken in de periode 15 augustus tot 1 oktober en 1 bezoek tussen 1 november en 1 april middels 6 bezoeken conform vleermuisprotocol om te bepalen of: • voortplantingsplaatsen en/of vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger aanwezig zijn. De tussenliggende tijd tussen de veldonderzoeken is minimaal 20 dagen. De aanpak voor het aanvullend veldonderzoek is conform de eisen6 die het bevoegd gezag hieraan stelt.

Indien vleermuizen aanwezig zijn en de verblijfplaatsen door de werkzaamheden niet kunnen worden ontzien dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met verstorende werkzaamheden kan worden gestart.

6

Vleermuisprotocol 2017

23

5.4

Nationaal beschermde soorten

5.4.1

Bronnenonderzoek NDFF

Soort Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Ree Rosse woelmuis Veldmuis Wezel Schubvaren Aardmuis Vos Woelrat

Soortgroep Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Vaatplanten Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km

Provinciale Vrijstelling? ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja nee ja ja ja

Tabel 4: Waargenomen Nationaal beschermde soorten (Andere soorten § 3.3 Wnb) binnen een afstand van 1 km van het plangebied. Bron: NDFF – quickscanhulp, geraadpleegd 25-04-2018.

5.4.2

Verkennend veldonderzoek

5.4.2.1

Grondgebonden zoogdieren, amfibieën en planten

Het plangebied is geschikt voor Nationaal beschermde soorten zoogdieren waarvoor in Zuid-Holland een provinciale vrijstelling geldt. Dit betreffen verschillende soorten muizen en landbiotoop van gewone pad. Andere beschermde soorten (Nationaal beschermd en vrijgestelde soorten) zijn op basis van het aanwezige habitat niet te verwachten binnen het plangebied. Op het terrein zijn geen opvallende holen, sporen of voortplantings- en rustplaatsen van grondgebonden zoogdieren, zoals vos en konijn, die daarom geen verblijfplaatsen in het gebied hebben.. De muren en fundering hebben geen groeiplaats van schubvaren.

24

5.4.3

Effectbeoordeling en toetsing

Het plangebied is geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling geldt. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op verschillende soorten muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het werken in één richting waarbij de dieren een vlucht mogelijkheid hebben.

25

6

Conclusies en aanbevelingen

6.1

Beschermde gebieden

6.1.1

Wet natuurbescherming

Op basis van de afstand tot het plangebied en de aard van de werkzaamheden valt op voorhand uit te sluiten dat de activiteiten de natuurlijke kenmerken van Natura 2000gebieden zullen aantasten. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een ontheffing of vergunning is niet nodig.

6.1.2

Verordening ruimte

Op basis van de afstand tot het plangebied en de aard van de werkzaamheden valt op voorhand uit te sluiten dat de activiteiten negatieve effecten hebben op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Belangrijke weidevogelgebied. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een vergunning is niet nodig.

6.2

Beschermde soorten

6.2.1

Soorten Vogelrichtlijn

6.2.1.1

Jaarrond beschermde nesten

Het plangebied is geschikt als leefgebied van de huismus en gierzwaluw (categorie 2). Aanvullend (veld)onderzoek naar de aanwezigheid van huismussen en gierzwaluwen is nodig om te bepalen hoe de dieren gebruik maken van het plangebied. • Aanvullend onderzoek naar de huismus dient als volgt te worden uitgevoerd: 2 bezoeken in de periode 1 april – 15 mei, of 4 bezoeken in de periode 10 maart – 20 juni. • Aanvullend onderzoek naar de gierzwaluw dient als volgt te worden uitgevoerd: 3 bezoeken in de periode 15 mei – 15 juli.

27

6.2.1.2

Algemene vogels

Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. Nesten van algemene vogels vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van de wet. Tijdelijke schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van algemene vogels zijn onder andere te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus).

6.2.2

Soorten Habitatrichtlijn

6.2.2.1

Vleermuizen

In deze effectbeoordeling worden uitsluitend de habitatrichtlijnsoorten behandeld waarvoor het plangebied – op basis van dit oriënterende onderzoek – potentie biedt. Habitatrichtlijnsoorten zijn in het plangebied mogelijk aanwezig in de vorm van rust- en voortplantingsplaatsen van de gewone en ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Aanvullend (veld)onderzoek is nodig om te bepalen hoe het plangebied gebruikt wordt door deze verwachte soorten. Aanvullend onderzoek naar zomerverblijfplaatsen, kraamkolonies, winterverblijven en paarverblijven van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger dient als volgt te worden uitgevoerd: 5 (nacht-)bezoeken met 2 personen, waarvan een ochtend- en twee avondbezoeken in de periode 15 mei – 15 juli en twee bezoeken in de periode 1 augustus – 1 oktober.

6.2.3

Nationaal beschermde soorten

Het plangebied is geschikt voor Nationaal beschermde soorten flora en fauna waarvoor in de provincie Zuid-Holland een vrijstellingsbesluit van kracht is. Voor deze soorten is er geen ontheffing vereist en aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op soorten (spits)muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.

6.2.4

28

Overzicht benodigd aanvullend onderzoek

december

november

oktober

september

augustus

juli

juni

mei

april

maart

februari

Januari Soortgroep Vleermuizen Huismus Gierzwaluw

Tabel 5: Benodigd aanvullend onderzoek en onderzoeksperiodes. De perioden in oranje zijn afhankelijk van de te treffen maatregelen in het plangebied.

29

7

Geraadpleegde bronnen

7.1

Literatuur

-

7.2

Internet

Beschermde gebieden http://pzh.b3p.nl/viewer/app/Natura_2000 http://pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN Nationale Databank Flora en Fauna http://app.quickscanhulp.nl/ Natuurwetgeving en Kennisdocument http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2017-01-01#Hoofdstuk2 https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ PDOK – Publieke Dienstverlening op de Kaart http://pdokviewer.pdok.nl Vleermuisprotocol 2017 http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol

31

Bijlage 1 Foto-impressie plangebied

Het pannendak biedt mogelijkheden voor verblijfplaatsen van huismus. Foto: Ecoresult B.V.

Voor vleermuizen en gierzwaluw potentiële verblijfplaatsen achter dakrand en in ventilatieroosters in het plangebied . Foto: Ecoresult B.V.

33

Bijlage 2 Alterra effectenindicator Haringvliet

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11102931/1