CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Nota v B zienswijzen Scheepmakershaven 1 OBL

Besluitvormende raad 30 januari 2024, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland4.472 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota beantwoording zienswijzen en overlegreacties Ontwerpbestemmingsplan Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland

1 november 2023

1. Inleiding Het bestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ heeft betrekking op de gebiedsontwikkeling op het hoekperceel aan de Scheepmakershaven 1 en Bakboord en loopt door tot aan de Ankerplaats in OudBeijerland. Het huidige winkelpand vervalt en maakt plaats voor 26 appartementen en een halfverdiepte stallingsgarage. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’ heeft met bijbehorende stukken vanaf donderdag 20 juli tot en met woensdag 30 augustus 2023 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode ontvingen wij 2 zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan. Naast de zienswijze zijn er tevens 2 vooroverlegreacties ex artikel 3.1.1. ontvangen. In deze Nota beantwoording zienswijzen vatten wij de ingekomen zienswijzen en overlegreacties samen. Daarnaast is een beantwoording opgenomen. 1.1 Zienswijzen Indieners van de zienswijzen Op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) zijn de namen van de indieners van de zienswijzen geanonimiseerd. Z/23/212597- 754199 ingekomen 28-8-2023

Indiener 1

Z/23/213326- 757092 ingekomen 4-9-2023

Indiener 2

1.2 Overlegreacties Indieners van de overlegreacties: • Rijkswaterstaat (RWS); • Petrochemical Pipeline Services (PPS). Deze 2 overleginstanties hebben aangegeven inhoudelijk geen opmerkingen te hebben op het ontwerpbestemmingsplan. Een beantwoording/reactie blijft daarom achterwege.

2/12

2 Beantwoording van de zienswijzen ontwerpbestemmingsplan 2.1 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 1 Indieners vinden in het algemeen dat het plan in de huidige vorm niet past in de omgeving, het proces waarmee het plan tot stand is gekomen niet zorgvuldig verlopen is en de belangen niet goed zijn afgewogen. Hieronder zijn de standpunten nader toegelicht. 2.1.1 Bouwhoogte en bouwvolume De bouwhoogte en bouwmassa van het plan vinden indieners veel te groot in verhouding tot de omgeving. Volgens het vigerende bestemmingsplan is de maximaal toegestane bouwhoogte 11 meter. Het ontwerp bestemmingsplan gaat uit van een toegestane hoogte van 15,9 m voor de nokhoogte aan de voorzijde en 14,4 m aan de achterzijde. In de praktijk is het nieuwe pand nagenoeg 2x zo hoog als het dichtbij en naastgelegen huis aan Oostkade 7. De nieuwe nokhoogte is hoger dan het Voorwindenpand. Indieners willen dat het plan voldoet aan het bestemmingsplan voor wat betreft toegestane bouwmassa, hoogte en oppervlakte. Indieners stellen dat dan 60% van het perceel bebouwd mag worden en de bouwhoogte maximaal 11 meter is (drie bouwlagen) . Reactie gemeente Het nu geldende bestemmingsplan laat bij een centrumfunctie op de begane grond 100% bebouwing van het perceel toe en bij een woonfunctie maximaal 60%. Daarbij geldt voor het gehele perceel een maximale bouwhoogte van 11 meter.

Het initiatief voor een nieuw appartementengebouw vormt de aanleiding om deze bestemmingsplanregels te heroverwegen. Om een verantwoorde stedenbouwkundige inpassing van het nieuwe appartementengebouw te verkrijgen is een stedenbouwkundige studie uitgevoerd naar de mogelijkheden op het perceel. De studie is uitgevoerd door deskundige stedenbouwkundigen en architecten. Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar de stedenbouwkundige inpassing. Er is onder andere een analyse gemaakt van de bestaande bouwvolumes in de omgeving, de functionele structuur, de bouwhoogtes van de gebouwen in de omgeving, de breedte van de straatprofielen en het openbaar groen. Er zijn drie varianten van een nieuw bouwvolume nader onderzocht. De vereniging Dorp, Stad en Land – een onafhankelijke adviseur voor ruimtelijke kwaliteit – heeft het gemeentebestuur geadviseerd over de manier waarop de herontwikkeling van het perceel op een kwalitatief stedenbouwkundige manier kan plaatsvinden. De gekozen en uitgewerkte variant draagt na optimalisaties voldoende bij aan de omgevingskwaliteit van Oud-Beijerland. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

2.1.2 Oudere panden aan westzijde en overzijde Bij de motivering van het nieuwe volume en de bouwhoogte is volgens indieners geen rekening gehouden met de omgeving en de oudere panden aan de westzijde (Oostkade) en de tegenoverliggende Bierkade. De panden vanuit begin 20e eeuw hebben een daarbij behorende authentieke uitstraling. Het grote moderne pand van Voorwinden lijkt de norm. Dit is niet juist en leidt tot een massieve en massale uitstraling Reactie gemeente

3/12

Bij de stedenbouwkundige analyse is wel degelijk rekening gehouden met de ruimere omgeving. Niet alleen het pand van Voorwinden, maar ook de bebouwing aan de Oostkade, de Bierkade, de Havendam, Bakboord en Spuizicht. Er is gekeken naar de bouwhoogtes, functies, straatbreedtes en uitstraling van het openbaar groen. Op basis van verschillende varianten is gekozen voor een invulling die positief wordt beoordeeld op al deze punten. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

2.1.3 Diepte en oppervlakte van het pand De massaliteit van het plan wordt naar mening van indieners versterkt doordat het voorste hoge (kop)deel van het plan tweemaal zo diep wordt ten opzichte van de huidige sigarenfabriek. Gevolg volgens indieners is dat dit kopdeel voor meer dan de helft dieper is ten opzichte van de woningen van Oostkade 7 en 8. Door het tweede volume (staartdeel) hierachter wordt bijna het gehele perceel bebouwd. Reactie gemeente Het nieuwe bestemmingsplan legt de geleding van het nieuwe bouwvolume vast, door dieper op het perceel een lager maximum te hanteren dan vooraan aan de Scheepmakershaven. Het is juist dat het kopdeel dieper is dan de woningen aan Oostkade 7 en 8, maar niet vergeleken met het gebouw van Voorwinden. Het nieuwe bouwvolume wordt passend bevonden in de centrum-dorpse omgeving. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 2.1.4 Gepresenteerde tekeningen, schetsen en uitleg Indieners hebben de indruk dat de massale uitstraling en de daadwerkelijke hoogte worden gemaskeerd met de gepresenteerde tekeningen, woorden en schetsen. Reactie gemeente Het is te betreuren dat de indieners deze indruk hebben. Uit de zienswijze blijkt dat de feitelijkheden voor het overgrote deel goed zijn overgekomen bij de indieners van de zienswijze. Van maskeren is naar onze mening dan ook geen sprake.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

2.1.5 Het aantal bouwlagen Het aangeven aantal bouwlagen is misleidend. In het plan is eigenlijk alleen in het noorden sprake van een 3 bouwlagen en een ruime setback. De setback van het tweede (staart)deel is slechts 1m en eigenlijk is daar sprake van minimaal 4 bouwlagen.

4/12

Het plan spreekt echter consequent van 3 bouwlagen, een plint en een ‘beëindiging’. Terwijl er aan de voorkant in feite sprake is van een behoorlijke plint van 1,5 m, drie ‘gewone’ bouwlagen en twee bouwlagen in de kap. Dit maakt 5 ½ bouwlaag! Aan de achterzijde spreekt het plan consequent van 3 bouwlagen met een ‘setback’. Terwijl er feitelijk sprake is van een (steeds kleiner wordende) plint met 4 bouwlagen, waarvan de bovenste bouwlaag (setback) slechts 1 meter terug ligt. Het plan wordt hiermee met woorden ‘kleiner’ voorgesteld dan het in de praktijk zou worden. Reactie gemeente Aangezien de zienswijze blijk geeft van een juiste verwoording van het geplande bouwvolume en het aantal lagen, blijkt dat de indieners een goed beeld hebben van de ontwikkeling. In het stedenbouwkundig kader staan alle verdiepingen met de hoogtes duidelijk aangegeven. De omschrijving in woorden en beelden in de toelichting bij het bestemmingsplan zijn dus juist weergegeven. Van misleiding is dan ook geen sprake. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

2.1.6 Architectonische uitwerking De architectonische uitwerking op pagina 12 in de toelichting bij het ontwerp bestemmingsplan richt zich vooral op de zijde van de Scheepmakershaven, Bakboord en de noordzijde (aansluiting Ankerplaats). Er wordt met geen woord gerept over de westzijde: de aansluiting bij de woningen aan de Oostkade. Zie bijvoorbeeld de toelichting bij afbeeldingen 2.5 en 2.6 op de architectonische uitwerking (in de toelichting bij het ontwerp bestemmingsplan), de opsomming van de architectonische uitwerking op pagina 27 en het advies van Dorp Stad en Land van 12 juli 2022. Hier worden weinig tot geen woorden gewijd aan de westzijde van het plan. Ook is de huidige uitstraling van het oude fabriekje niet meegenomen. Een beschrijving en aansluiting op de Oostkade ontbreekt. Reactie gemeente In de toelichting bij het bestemmingsplan is een selectie gemaakt van de beelden uit de stedenbouwkundige studie. Er is gekozen voor de beelden die voor het bredere publiek de grootste relevantie hebben. Dat zijn de zijden die zichtbaar zijn in de openbare ruimte. Ook de beschrijving van de architectonische uitwerking en het advies van Dorp, Stad en Land gaan om de reden uitvoeriger in op die zijden van het nieuwe bouwvolume.

Dat betekent niet dat geen aandacht is besteed aan de westzijde, zoals blijkt uit de beelden in de stedenbouwkundige studie (opgenomen als bijlage 1 bij de toelichting). Zie die bijlage voor een beschrijving en verbeelding van de aansluiting op de (percelen aan de) Oostkade. De voorgestelde architectonische uitwerking past in het historische beeld van het dorpscentrum. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

2.1.7 Hoge gebouwen in omgeving De schetsen op pagina’s 4 t/m 7 (Gevels inclusief hoogte in relatie tot omliggende bebouwing) van bijlage 1 (stedenbouwkundige uitgangspunten en ontwerp Roos en Ros) presenteren het plan Scheepmakershaven 1

5/12

in de omgeving alsof direct omliggend even hoge gebouwen aanwezig zijn. Het lijkt op deze schetsen alsof het plan in een grootstedelijke bebouwing terecht komt. Dit is niet de huidige bestaande situatie. De bebouwing aan het Spui is in werkelijkheid veel verder naar het noorden liggend en minder prominent in beeld als op de schetsen wordt voorgesteld. Ditzelfde geldt voor de bebouwing verderop aan de Oostkade. Reactie gemeente Het betreft de gebouwen aan het Spuizicht – meer op de achtergrond. De bouwhoogtes van de aanpalende bebouwing staan expliciet in de afbeeldingen opgenomen. Uit de afbeeldingen blijkt voldoende wat de hoogtes zijn in relatie tot de omliggende bebouwing. De ontwikkeling is getoetst door de adviseurs van stichting Dorp, Stad & Land. Die constateerden dat de ruimtelijke ontwikkeling zowel eer doet aan de historische ruimtelijke context als aan de huidige omgevingskwaliteit van de locatie, dus ook aan de direct omliggende gebouwen. Ook de Omgevingsdienst en de verschillende vakspecialisten beoordeelden het plan en stemmen in met de conclusies van de betreffende onderzoeken. Ook de Welstandscommissie Dorp, Stad & Land is akkoord met de hoofdopzet. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

2.1.8 Straatbeeld In de omgeving van Scheepmakershaven 1 is ook sprake van Oostkade 7 t/m 11 en de verdere Oostkade, met veel lagere bebouwing, en een historisch pand in een parkachtige tuin, een havenkade met veel groene bomen, slingerende en sfeervolle (zelfs romantische) stoepen, verlichting en straten. Dit perspectief wordt niet gegeven in de plannen. De schetsen geven hiermee een misleidend beeld van de werkelijkheid. Reactie gemeente Ook wat betreft het straatbeeld is het te betreuren dat indieners een misleidend beeld menen te zien. In de stedenbouwkundige analyse, de stedenbouwkundige en architectonische uitwerking en het advies van Stad, Dorp en Landschap is wel degelijk rekening gehouden met de omvang, positie en uitstraling van de bebouwing van de openbare ruimte. Dit wordt weliswaar niet in detail op de impressies weergegeven, maar dat betekent niet dat het voorgenomen bouwvolume niet op een aanvaardbare wijze kan worden ingepast in het straatbeeld. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

2.1.9 Eerdere plannen Eerdere plannen hebben volgens indieners uiteindelijk geen doorgang gevonden vanwege de bouwhoogte, de inbreuken op het bestemmingsplan en op de belangen van omwonenden, waaronder privacy. Deze argumenten en een eerder advies hierover lijken nu, 4 jaar later, niet meer van belang. Indieners hebben nog geen bevredigend antwoord gekregen op de vraag waarom (stedenbouwkundige) standpunten van het stedenbouwkundig bureau blijkbaar zijn gewijzigd en aan een groter plan wordt meegewerkt.

6/12

In de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan staat niets over de eerder ingediende – en afgewezen – plannen, die in massaliteit en hoogte meer aansloten op het huidige bestemmingsplan en daarmee minder inbreuk maakten op de omgeving. Reactie gemeente Eerdere plannen zijn om diverse redenen niet doorontwikkeld en hebben niet geleid tot besluitvorming over de locatie. Deze procedure/zienswijze gaat niet over eerdere planvorming. Ieder plan wordt op zijn eigen merites beoordeeld. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

2.1.10 Privacy Het toekomstige plan heeft een grote impact op privacy en woongenot van de omgeving doordat sprake is van meerdere bouwlagen met veel ramen (tot op de grond) en balkons. Het plan ligt zeer direct naast Oostkade 7. Het plan tekent naast vier buitenruimtes vele ramen aan de westzijde. De bewoners die buiten op het balkon zitten kunnen in de tuinen van Oostkade 7, 8, 9 en 10 en Bakboord 19 kijken. Indieners wensen dat het complex ter hoogte van de tuin van Oostkade 7 een zeer flinke setback heeft, zodat de privacy minder aangetast wordt en geen (Franse) balkons aan de zijde van de Oostkade en boven Bakboord 19. Reactie gemeente De impact op de privacy is een aspect dat meegewogen wordt bij het toelaten van een nieuw gebouw op het perceel aan de Scheepmakershaven 1. De massieve erfafscheiding, het ontbreken van uitstekende balkons, de afstand tot de perceelsgrens en de setback zijn kenmerken van het plan die een mogelijke negatieve impact op de privacy en het woongenot van omwonenden helpen beperken. De initiële voorstellen zijn op aandringen van de gemeente op deze punten aangepast. Er heeft een zorgvuldige afweging van belangen plaatsgevonden en het voorgestelde bouwvolume wordt op deze plek in het dorpscentrum aanvaardbaar geacht. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

2.1.11 Schaduwwerking/bezonning Woningen met tuinen eromheen zoals Oostkade 7, 8 en 9 en Bakboord 19 krijgen veel minder zon en lichtinval in hun huizen en tuinen. Voor de bewoners aan Stuurboord betekent het plan een inbreuk van hun uitzicht. Het plan dat in gelangrijke mate afwijkt van de maximale bouwhoogte en massa van het huidige bestemmingsplan heeft voor de direct omwonenden zeer grote invloed op lichtinval, zon en schaduw en het gevoel van ‘ingebouwd zitten’. De zonnestudie relateert de impact van het plan aan de toegestane hoogte van het huidige bestemmingsplan. Met een nokhoogte van 16 meter en een voorpand dat dubbel zo groot is als de sigarenfabriek van nu is deze impact vele malen groter dan op papier wordt voorgesteld.

7/12

Reactie gemeente Er is een bezonningsstudie uitgevoerd waarin de schaduwwerking van het nieuwe bouwvolume is beoordeeld. Voor vier momenten in het jaar (21 maart, 21 juni, 21 september en 21 december) is op kaart aangegeven welke delen van de omgeving in de schaduw liggen en welke in de zon. Dat is gebeurd voor meerdere momenten op de dag (9.00 uur, 11:00 uur, 13:00 uur, 15:00 uur, 17:00 uur en 19:00 uur), voor zover de zon op dat moment schijnt. Zowel de nieuwe situatie is inzichtelijk gemaakt, als de situatie met de bouwmogelijkheden uit het huidige bestemmingsplan. De schaduwwerking van het huidige pand is wezenlijk anders dan beide plansituaties. Desalniettemin blijkt dat er geen sprake is van onaanvaardbare schaduw ten gevolge van het nieuwe gebouw. In vergelijking met de situatie van het huidige bestemmingsplan is er een minimale hoeveelheid extra schaduw in de tuin van Bakboord 19. Een groot gedeelte van de extra schaduwwerking van het plan valt op het openbare gebied van het Bakboord en de Ankerplaats. Doordat de hoogste delen van het nieuwe gebouw aan de zijde van de Scheepmakershaven gelegen zijn, is de bezonningssituatie in achterliggende tuinen zo gunstig mogelijk. De nieuwe situatie met betrekking tot lichtinval, zon en schaduw – zowel voor de nieuwe als de bestaande bebouwing – wordt op deze plek in OudBeijerland aanvaardbaar bevonden.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

2.1.12 Geur/stank en geluid Vanwege de ondergrondse parkeergarage met ‘natuurlijke ventilatiegaten’ aan de westzijde, pal aan de tuin van Oostkade 7, voorzien indieners stankoverlast. Dit vinden zij onacceptabel. Indieners verwachten geluidsoverlast van de parkeergarage en buitenruimtes en de openbare ruimte aan de achterzijde van het pand ten behoeve van de studio’s die individueel geen buitenruime hebben. Men ziet dit als ‘hangplek’ die overlast gaat geven voor de omgeving. Reactie gemeente De ventilatieroosters waren op eerdere ontwerptekeningen aan alle zijden ingetekend, maar die zullen zo veel mogelijk aan de straatzijde komen. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat het gebruik van de buitenruimtes en de parkeergarage zal leiden tot een geur- en geluidsituatie die niet passend is in het dorpscentrum. Er zijn meerdere balkons, tuinen, garages en openbare parkeerplaatsen in de directe omgeving. Normaal gebruik hiervan leidt niet tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

2.1.14 Wateroverlast De schade van wateroverlast door het nieuwe pand met verdiepte parkeergarage is niet onderzocht. De tuinen van de woningen Oostkade 7 en 8 liggen zo ongeveer op het laagste niveau van Oud-Beijerland en hebben daarmee grotere kans op overstromingen en waterproblemen bijvoorbeeld als het grondwater stijgt.

8/12

Reactie gemeente Het perceel is nu volledig verhard. Een klein gedeelte tussen de westgevel van het nieuwe appartementengebouw en de bestaande bebouwing wordt groen en onverhard ingericht. Door de nieuwbouw neemt de verharde oppervlakte dus niet toe, maar neemt zelfs af. Er komt een gescheiden afvoer van hemelwater en afvalwater. Tijdens de bouw zal zo nodig het grondwaterpeil ter plaatse kunstmatig verlaagd worden. Na de bouw is de halfverdiepte stallingsgarage niet van invloed op het grondwaterpeil in de omgeving. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 2.1.15 Bouwwerkzaamheden waaronder heien Indieners verwachten dat de bouw van het nieuwe pand schade geeft aan de oude direct omliggende gebouwen en stellen dat dit niet bij voorbaat is onderzocht. De woningen Oostkade 7 en 8 stammen uit ca. 1908 en hebben enkelsteense muren en geen fundering. De kans dat het bouwproces, met het aanleggen van een grotendeels ondergrondse parkeergarage en andere sloop- en grondwerkzaamheden en zeker het heien op een aantal meter afstand, schade toebrengt aan naastgelegen huizen is levensgroot aanwezig. Deze feiten zijn niet in de aanloop naar het ontwerp bestemmingsplan verzameld of betrokken bij een belangenafweging. Bijlage 10 (verslag communicatie inwoners) zegt iets over schadeopname voor en na de sloop en voor de bouw.

Naar mening van indieners doet afwachten totdat het fout gaat geen recht aan de belangen van de direct omwonenden. Indieners willen vooraf een gedegen onderzoek naar het effect van de eventuele bouw en wij willen de garantie dat de woningen geen schade zullen ondervinden van de bouw. Reactie gemeente Tijdens de bouw worden gangbare voorzorgsmaatregelen genomen om schade aan gebouwen in de directe omgeving te voorkomen. Er zal gebruik gemaakt worden van een trillingsarm heisysteem. Er zullen voorzieningen worden toegepast die een veilige realisatie van de halfverdiepte stallingsgarage waarborgen, waarmee onder andere verzakkingen voorkomen worden. Voorafgaand aan de sloop- en bouwwerkzaamheden wordt een bouwkundige opname gemaakt van alle omliggende bebouwing, die door experts zal worden beoordeeld. Mochten aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn voor de veiligheid van de aanpalende bebouwing, de omwonenden en de werknemers, dan zullen die worden getroffen. Uiteraard zullen omwonenden geïnformeerd worden over te nemen veiligheidsmaatregelen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

2.1.16 Bodemonderzoek In de plannen wordt ervan uitgegaan dat geen sprake is van bodemvervuiling. Dit vinden indieners onbegrijpelijk omdat in de directe omgeving (in het verleden) altijd sprake van bodemvervuiling. De grond onder het Voorwindenpand is zeer grondig gesaneerd voor de bouw en alle woningen in het Havenkwartier

9/12

hebben geen ‘schone grondverklaring’ ontvangen. Indieners vinden dat onvoldoende gemotiveerd is waarom aangenomen wordt dat er geen sprake is van bodemvervuiling op Scheepmakershaven 1. Reactie gemeente Dit is feitelijk onjuist. Zie paragraaf 4.7 van de toelichting bij het bestemmingsplan. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er op de locatie een bodemverontreiniging aanwezig is. Er zijn maatregelen noodzakelijk om de locatie geschikt te maken voor woningbouw. De initiatiefnemer van het bouwproject is hiervan op de hoogte. De kosten van de sanering zijn inzichtelijk en vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 2.1.17 Parkeren De verwachte parkeersituatie wordt in de plannen gunstiger voorgesteld dan de werkelijkheid. Er zijn volgens de normberekeningen op pagina 40 van de toelichting bij het ontwerp bestemmingsplan 39,2 parkeerplaatsen nodig voor de 26 appartementen van het plan. De parkeergarage ondervangt 20 parkeerplaatsen met de aanvulling dat de andere 20 parkeerplaatsen in de buitenruimte (op het parkeerterrein naast het Voorwindenpand) beschikbaar zijn. De onderbouwing is dat er conform normberekening 30 parkeerplaatsen verdwijnen als gevolg van het verdwijnen van de winkelfunctie.

In de praktijk is er veel parkeerdruk in het centrum en 30 parkeerplaatsen toerekenen aan de winkelfunctie is veel te hoog. Rekenen met normbedragen is niet reëel, omdat winkelend publiek (met auto) niet alleen voor deze winkel kwam. Indieners verwachten meer parkeerproblemen in dit gebied door het nieuwe bouwplan. Zij merken op dat andere plannen aan de westzijde van het centrum geen doorgang mochten vinden onder andere vanwege parkeerdruk. Reactie gemeente Voor het bepalen van de parkeerbehoefte op eigen terrein heeft de gemeente beleid vastgesteld. Ontwikkelingen worden altijd getoetst aan dit beleid, dit voorkomt willekeur. In de ‘Beleidsregels houdende regels omtrent de parkeernormen’ (2021) staat dat bij het berekenen van het aantal benodigde parkeerplaatsen rekening mag worden gehouden met de parkeerbehoefte van de bestaande situatie. Hiervoor worden de parkeernormen gebruikt die gebaseerd zijn op de kencijfers van het CROW. Voor de verdwijnende detailhandelsfunctie wordt gebruik gemaakt van de cijfers voor ‘hoofdwinkelcentrum’. Deze cijfers zijn tot stand gekomen voor binnensteden of hoofdwinkelgebieden die door de aanwezigheid van meerdere winkels en andere voorzieningen een centrumfunctie vervullen voor de gemeente (centrale winkelgebieden).

Er is dus in het kencijfer rekening gehouden met het gegeven dat één parkeerplaats wordt bezet door een auto van bezoekers van meerdere winkels. De kans dat een vermindering van de parkeerbehoefte met 30 parkeerplaatsen een overschatting is, wordt ondervangen door 20 parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Dit in plaats van de 9 berekende benodigde parkeerplaatsen. Hiermee hoeven slechts 19 parkeerplaatsen in de openbare ruimte opgevangen te worden. Dit in plaats van de berekende 30 parkeerplaatsen. De gevolgen van de bestemmingswijziging voor de lokale parkeersituatie worden daarom aanvaardbaar geacht.

10/12

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

2.1.18 Inspraak en communicatie De communicatie en inspraak is niet doorlopen zoals door de ontwikkelaar is aangegeven. Indieners hebben een ander beeld bij het verlopen van de communicatie dan Bijlage 10 (verslag communicatie bewoners). De informerende vorm van participatie die ontwikkelaar (en de gemeente) hanteren bij de ontwikkeling van dit plan vinden indieners geen (echte) participatie. Vanaf het begin van communicatie over het plan is het plan niet gewijzigd. Op marginale punten is geprobeerd aan onze bezwaren tegemoet te komen. De grootste punten van bezwaar: de bouwmassa /bouwhoogte en de parkeerproblemen, zijn ongewijzigd in het plan. Het plan had altijd al vier verdiepingen, er is geen verdieping afgegaan maar de vierde verdieping is nu als setback genoemd. Ontwikkelaar omschrijft de gesprekken over en hun maatregelen ter voorkoming van inbreuk op de privacy. Zij halen aan dat er 4 buitenruimtes gelegen zijn aan de westzijde. Dit is een onjuiste voorstelling van zaken. Naast buitenruimtes is ook sprake van Franse balkons in de plannen. Ontwikkelaar geeft aan dat zij een serie van drie persoonlijke gesprekken met de direct omwonenden hebben gehouden. De laatste in oktober 2022. Indieners hebben ontwikkelaar tweemaal gesproken, en niet in oktober 2022. Ook is in juli geen mail ontvangen.

Het tweede gesprek vonden indieners een exacte kopie van het eerste gesprek en het leek hen bedoeld om te kunnen bestempelen als voortgangsgesprek in het communicatieverslag met de bewoners. Reactie gemeente Voor het betrekken van de omwonenden bij de planvorming is een participatieplan opgesteld. Hierin is gekozen voor een informatieve vorm van participatie. De gemeente wil op de locatie een hoogwaardige kwalitatieve invulling, die stedenbouwkundig goed is ingepast en die aansluit bij het gemeentelijke woningbouwprogramma. Ontwikkelaar heeft een voor hem haalbaar plan ontwikkeld dat verschillende malen aan de omwonenden in voorgelegd. Op basis van het plan is op meerdere momenten informatie verstrekt en is de mogelijkheid gegeven aan omwonenden om hun wensen, zorgen en ideeën te kunnen delen met de ontwikkelaar en de gemeente. De ontwikkelaar geeft aan dat er wel degelijk drie gespreksmomenten plaatsgehad. In september 2021, februari 2022 en oktober 2022. Tevens is er in juli 2023 is een e-mail verzonden met betrekking tot de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Daarnaast zijn er twee informatieavonden georganiseerd. Eén digitaal in oktober 2021 en een fysieke bijeenkomst in november 2022. In het participatieplan is ook de rol van omwonenden aangegeven.

De ideeën en zorgen van omwonenden hebben binnen de kaders van de ontwikkelaar en de gemeente geleid tot aanpassingen van de initiële bouwplannen. Denk aan de vormgeving van de ‘setback’, de erfafscheiding of de positionering van de ventilatieroosters. Niet aan alle wensen van de omwonenden is tegemoet gekomen.

11/12

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

2.1.19 Afweging belangen Het is indieners niet duidelijk waarom de belangen van ten minste 10 direct omwonende gezinnen minder zwaar wegen dan de belangen van 26 nieuwe gezinnen. Niet alle relevante feiten zijn verzameld ter voorbereiding op dit plan. Daarmee vinden zij het besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid en belangen niet goed afgewogen. Reactie gemeente Uit de zienswijze is niet gebleken dat noodzakelijke feiten ontbreken. Het besluit is zorgvuldig voorbereid door alle belangen te inventariseren en af te wegen. Het resultaat is dat het bestemmingsplan ongewijzigd kan worden vastgesteld. Met de uitvoering van dit bestemmingsplan kan uitvoering gegeven worden aan de wens van het gemeentebestuur de woningvoorraad binnen de bestaande bebouwde gebieden uit te breiden. Het plan zorgt voor een toename van 26 appartementen in een centrum-dorps woonmilieu. Het daarbij behorende woon- en leefklimaat voor zowel de bewoners van het nieuwe gebouw als van de bestaande woningen in de directe omgeving wordt aanvaardbaar bevonden. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 2.2 Samenvatting en reactie op zienswijze van indiener 2

2.2.1 Reactie Indieners hebben hun zienswijze na afloop van de zienswijzetermijn ingediend op maandag 4 september 2023. Indiener 2 was in eerdere instantie medeondertekenaar van de (premature) zienswijzen door indiener 1. Deze laatste is in principe woordvoerder namens de medeondertekenaars en is ook gevraagd de medeondertekenaars op de hoogte te houden van communicatie rondom deze (premature) zienswijze. De zienswijze van indiener 2 betreft onder andere de communicatie/inspraak, de parkeerproblemen in het centrum en de bouwvolume/bouwhoogte. Deze punten komen grotendeels overeen met de zienswijze van indiener 1. Om die reden en vanwege de ontvangst buiten de zienswijzetermijn, hebben wij deze zienswijze niet apart nog van een reactie voorzien en verwijzen wij naar zienswijze 1 voor de beantwoording.

3.

Eindconclusie

De ontvangen zienswijzen leiden niet tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan ‘Scheepmakershaven 1 Oud-Beijerland’.

12/12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13658115/1