CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

3.7 bijlage archeologie

Besluitvormende raad 30 januari 2024, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Tijdelijke woningen Goudswaard9.575 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven Tijdelijke Huisvesting Goudswaard, Molendijk, Goudswaard, Gemeente Hoeksche Waard: Evaluatierapport F. J. H. Kasbergen

Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven Tijdelijke Huisvesting Goudswaard, Molendijk, Goudswaard, Gemeente Hoeksche Waard: Evaluatierapport F. J. H. Kasbergen SOB Research, Instituut voor Archeologisch en Aardkundig Onderzoek © SOB Research Heinenoord, juli 2023 SOB Research Project nr.: 3011-2305

Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven Tijdelijke Huisvesting Goudswaard, Molendijk, Goudswaard, Gemeente Hoeksche Waard: Evaluatierapport

Inhoud 1.

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Planontwikkeling Archeologisch onderzoek Opdrachtverlening en fasering Doel van het onderzoek Onderzoeksteam

3 3 4 4 5

2.

Archeologische verwachting

7

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

Regionale archeologische en cultuurlandschappelijke context Aard en ouderdom van de vindplaats(en) Begrenzing en oppervlakte van de vindplaats(en) Structuren en sporen Anorganische artefacten Organische artefacten Archeozoölogische en botanische resten Stratigrafie en diepte van vondstlagen Gaafheid en conservering

7 7 8 8 8 9 9 9 9

3.

Uitvoering: methoden en technieken

11

4.

Onderzoeksresultaten

15

4.1 4.2 4.3 4.4

Bodemopbouw Archeologische sporen Archeologisch vondstmateriaal Uitwerking en deponering

15 16 19 19

5.

Waardering

23

6.

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

25

6.1 6.2

Samenvatting en conclusies Aanbevelingen

25 26

Literatuur

29

Verklarende woordenlijst

31

1

Bijlage 1

Administratieve gegevens

33

Bijlage 2

Archeologische en geologische tijdschaal

35

Bijlage 3

Overzicht voor het Holocene gebied van de gebruikelijke lithostratigrafische indeling en de vertaling naar de lithostratigrafie naar De Mulder et al., 2003

37

Bijlage 4

Sporenlijst

39

Bijlage 5

Vondstlijsten

41

Bijlage 6

Tekeningenlijst

43

Bijlage 7

Fotolijst

45

2

1. Inleiding 1.1 Plangebied Het proefsleuvenonderzoek (IVO-P) is uitgevoerd in het kader van de vergunningprocedure voor de realisatie van tijdelijke huisvesting ter plaatse van het noordoostelijke deel van het plangebied Goudswaard Oost, ten zuiden van de Molendijk te Goudswaard (Gemeente Hoeksche Waard). De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 0.9 hectare. De belangrijkste voorziene bodemverstoringen betreffen de aanleg van de bouwputten voor de nieuwe woningen tot een diepte van circa 1 meter beneden het maaiveld, de cunetten voor de wegen en de sleuven voor de kabels, leidingen en rioleringen. De onderkant van de kabel- en leidingsleuf zal ter plaatse van het meest westelijke deel van het plangebied worden aangelegd op een diepte van 1.8 meter –NAP en zal van daaruit oplopen in oostelijke richting. Langs een deel van de westzijde van het plangebied zal een nieuwe watergang worden aangelegd tot een diepte van 2.25 meter –NAP.

Afbeelding 1. De ligging van het plangebied in Nederland (gemarkeerd met een rode stip).

1.2 Archeologische onderzoek Op de kaart van het vigerende 'Bestemmingsplan Kernen Korendijk' 1 wordt ter plaatse van het plangebied een zone weergegeven met een archeologische dubbelbestemming ('Waarde - Archeologie 3'). Voor een dergelijke zone geldt op basis van artikel 33 van de bestemmingsplanregels een archeologische onderzoeksverplichting wanneer daar in het kader van de aanvraag voor een omgevingsvergunning bodemverstoringen worden voorzien met een oppervlakte van meer dan 500 m² en met een diepte van meer dan 0.5 meter beneden het maaiveld. 2 Op basis van het in 2011 door SOB Research uitgevoerde Archeologisch Bureauonderzoek en een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Grondboringen (IVO-Overig) is destijds geconcludeerd dat dat ter plaatse van het toenmalige plangebied 'Goudswaard Oost' een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P) moest worden uitgevoerd, om meer duidelijkheid te verkrijgen over de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van archeologische resten. 3 1

Dit bestemmingsplan is door de Gemeente Hoeksche Waard definitief vastgesteld op 7 november 2019. Deze dubbelbestemming en de daarbij behorende bestemmingsplanregels zijn gebaseerd op de Archeologische Verwachtingskaart voor de Hoeksche Waard, Kaartbijlage 2, Deelgebied I, waarop ter plaatse van het plangebied en de omgeving daarvan een zone wordt weergegeven met een middelhoge verwachting voor wat betreft de aanwezigheid van archeologische waarden; zie Huizer e.a., 2009. 3 Ras, 2011 2

3

Ter plaatse van een groot deel van het toenmalige plangebied is in 2011 door SOB Research het Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven uitgevoerd. 4 Het huidige plangebied werd toen echter nog niet onderzocht. Door de Gemeente Hoeksche Waard is dan ook besloten dat in het kader van de huidige planontwikkeling een proefsleuvenonderzoek moest worden uitgevoerd ter plaatse van een deel van het huidige plangebied. Voor de uitvoering van het IVO-P ter plaatse van het huidige plangebied is een Programma van Eisen opgesteld, waarin de eisen en de randvoorwaarden voor de uitvoering van het IVO-P zijn vastgelegd en dat voorafgaand aan de projectuitvoering is goedgekeurd door de Gemeente Hoeksche Waard. 5

Afbeelding 2. De ligging van het plangebied (rood omkaderd), geprojecteerd op een uitsnede van de Topografische Kaart. Bron: Topografische Kaart: Kadaster Geo-Informatie, 2023. Schaal 1: 25.000.

1.3 Opdrachtverlening en fasering Op basis van de door SOB Research opgestelde offerte (d.d. 30 mei 2023) heeft HW Wonen op 31 mei 2023 aan SOB Research opdracht verleend om het archeologisch onderzoek uit te voeren. Vervolgens is het veldonderzoek (IVO-P) uitgevoerd in de periode van 20 t/m 22 juni 2023. De verkregen gegevens, de daaraan verbonden conclusies en het daarop gebaseerde advies, zijn op hoofdlijnen uitgewerkt in het voorliggende evaluatierapport.

1.4 Doel van het onderzoek 1.4.1 Opgave Het doel van het Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P) was om vast te stellen of er ter plaatse van het plangebied behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn. 4 5

Van Wilgen, 2011 Ras, 2023

4

Indien dit het geval was dienden onder andere de omvang, de stratigrafie, de ouderdom, de aard, de gaafheid en de conserveringstoestand van deze archeologische resten nader te worden bepaald. Het onderzoek en het daarop gebaseerde advies dienden tevens voldoende basis te bieden voor een besluit van de bevoegde overheid ten aanzien de noodzaak tot aanvullend archeologisch onderzoek. 1.4.2 Onderzoeksvragen PvE Op basis van het PvE dienden de volgende onderzoeksvragen/ onderzoeksaspecten, in voldoende detail onderbouwd en voor zover mogelijk, nader te worden belicht: 6 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12.

De geologische/ bodemkundige context van de archeologische resten. De horizontale c.q. verticale spreiding van de aanwezige archeologische sporen en vondsten. De ouderdom, c.q. fasering van de aanwezige archeologische resten en sporen. De aard en samenhang van de archeologische sporen en structuren. De aanwezigheid van dateerbare cultuur- en/of leeflagen en de fasering daarvan. De aard van de aanwezige archeologische resten (aanwijzingen voor de uitoefening van beroepen of ambachten, economische status, voedseleconomie, enz.). De herkomstgebieden van de geïmporteerde artefacten. De gaafheid en de fysieke kwaliteit van de archeologische resten en de aanwezigheid van bodemverstoringen. De conserveringstoestand van organisch- en paleo-ecologisch materiaal en van metaal en de mogelijkheid tot de uitvoering van relevant specialistisch onderzoek. De relatie met eerder ontdekte archeologische vindplaatsen in de omgeving van het plangebied en de regio waarin het plangebied is gelegen. De relatie met de op de Kaart uit 1575 weergegeven bebouwing. Het belang van de aanwezige archeologische resten. De noodzaak - of het ontbreken daarvan - tot aanvullend archeologisch onderzoek bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen ter plaatse van het plangebied of de directe omgeving daarvan.

1.5 Onderzoeksteam Het onderzoek is uitgevoerd door: F. J. H. Kasbergen G. M. H. Benerink J. E. van den Bosch

6

coördinatie veldonderzoek, veldonderzoek, uitwerking veldgegevens, rapportage veldonderzoek eindredactie en interne autorisatie

De onderzoeksvragen zijn integraal overgenomen uit het PvE; Ras, 2023.

5

6

2. Archeologische verwachting

7

2.1 Regionale archeologische en cultuurlandschappelijke context Het plangebied is gelegen in een gebied, waar de landschapsontwikkeling tijdens de laatste 15.000 jaar vooral is bepaald door de invloed van zee en van rivieren. Perioden met verhoogde rivier- en zeeactiviteit (transgressiefasen), waarbij de rivieren zand en klei afzetten tot ver buiten de hoofd- en zijgeulen (Afzettingen van Calais/ Gorkum en Duinkerke/ Tiel), werden afgewisseld door perioden waarin de rivierafzettingen alleen binnen de oeverzones werden afgezet (regressiefasen). Tijdens de laatstgenoemde fasen was ook sprake van veenontwikkeling in de komgebieden (het Hollandveen). Hier is sprake van een gebied waar de bodemopbouw tot circa 1300 A.D. bestond uit dagzomend Hollandveen, op Afzettingen van Calais. Vanaf circa 1000 A.D was sprake van steeds hogere waterstanden en werden met toenemende regelmaat delen van het gebied getroffen door overstromingen. Vanaf de 12de eeuw werd dan ook begonnen met de bedijking van het gebied. Desondanks vonden er gedurende de Late Middeleeuwen vele overstromingen plaats, met name tijdens de stormvloeden die tot dijkdoorbraken leidden. Tussen circa 1300 A.D en 1456 A.D. werden in het gebied Afzettingen van Duinkerke IIIb gedeponeerd. Het Hollandveen werd hierdoor afgedekt. Het betreft hier klei- en zandafzettingen.

De Afzettingen van Duinkerke IIIb zijn ontstaan toen het gebied onder invloed van zee stond (na één of een aantal overstromingen) en hier een gorzengebied aanwezig was. De zandafzettingen zijn vaak niet erosief geweest: terpen en dijken uit de Middeleeuwen worden onder deze zandafzettingen vaak nog redelijk intact aangetroffen. Pas na de aanleg van zwaardere dijken en de zeedijken in de 15de en 16de eeuw (in het geval van het plangebied 1456) werden bij de overstromingen, die nog steeds met regelmaat plaatsvonden, geen afzettingen van betekenis meer afgezet. De watersnoodramp in 1953 kan worden beschouwd als de vooralsnog laatste grote overstroming die deel uitmaakte van deze reeks van overstromingen.

2.2 Aard en ouderdom van de vindplaats(en) Het plangebied ligt ten oosten van de bebouwde kom van Goudswaard. Het maakt deel uit van de Polder Oude Korendijk. Volgens Allewijn (1953) werd omstreeks 1070 het Land van Putten door enkele overstromingen in stukken verdeeld. Het gebied ten zuiden van het Spui zou later de naam "Putten over het Spui" krijgen. Oorspronkelijk bestond dit deel uit twee grotere gorseilanden. Het westelijke gorseiland was de Corendic (de huidige Polder Oude Korendijk). Rond 1246 was de gors Corendic (de huidige Polder Oude Korendijk) door Nicolaas, heer van Putten, bedijkt. Deze polder omsloot een aantal grotere en kleinere gorzen en rietlanden, omspoeld door een net van geulen en vaarwateren. De polder Corendic zou in de 14de eeuw wederom zijn ondergelopen. In het midden van de 15de eeuw werd dit land opnieuw bedijkt met toestemming van Jacob van Gaasbeek, toenmalige heer van Putten, en de Karthuizer Monniken, die mede-eigenaar waren (Allewijn, 1953: 69). De Polder Oude Korendijk (Corendic, in 1456 opnieuw bedijkt), liep in 1570 en nog een paar maal in de 17de eeuw onder water (Tresling, 1936: 195-215). Op de kaart van Jan Symonsen uit 1575 (zie Bijlage 1, Afbeelding 3) is zichtbaar dat het plangebied toen was gelegen in de bedijkte polder. Ter plaatse van het noordoostelijke deel van het plangebied wordt bebouwing weergegeven.

Deze bebouwing was in 1681 reeds verdwenen. Op de kaart van Jacob Aertsz. Colom uit 1681 wordt ter plaatse van het plangebied geen bebouwing meer weergegeven.

7

De tekst en de afbeeldingen van Hoofdstuk 2 zijn integraal overgenomen uit het voor het onderzoek opgestelde PvE (Ras, 2023).

7

Misschien is er een verband tussen overstromingen in de 17de eeuw en het opgeven van deze bebouwing. Ook op de Kadastrale Kaart uit 1811 - 1832 wordt ter plaatse van het plangebied geen bebouwing weergegeven. Het plangebied bleef tot in de huidige tijd onbebouwd. Op basis van het in 2010 uitgevoerde Inventariserend Veldonderzoek door middel van Grondboringen kan worden aangenomen dat er ter plaatse van het plangebied sprake is van een bodemopbouw met Afzettingen van Duinkerke IIIb, op Hollandveen, op Afzettingen van Calais. De top van de Afzettingen van Duinkerke IIIb kan direct onder de bouwvoor worden aangetroffen, op een diepte vanaf circa 0.3 meter beneden het maaiveld. Archeologische resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13de eeuw) tot de Nieuwe Tijd kunnen aanwezig zijn op en in de top van de Afzettingen van Duinkerke IIIb. Op basis van historisch onderzoek zou er sprake zijn geweest van bebouwing ter plaatse van het noordoostelijke deel van het plangebied. Deze bebouwing was reeds in 1575 aanwezig, maar kan daar al vanaf circa 1456 aanwezig zijn geweest en was in 1681 weer afgebroken. Mogelijk houdt deze afbraak verband met overstroming in de zeventiende eeuw. Tijdens het in 2010 uitgevoerde booronderzoek werden ter plaatse van deze locatie extra boringen uitgevoerd.

Hierin werden geen directe aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van deze bebouwing, in de top van de Afzettingen van Duinkerke IIIb. Wel werden aan de oppervlakte veel aardewerkfragmenten uit de 16de en de 17de eeuw aangetroffen. Deze kunnen waarschijnlijk worden gerelateerd aan de voormalige bebouwing. Overigens blijkt hier sinds 2011 een waterpartij te zijn aangelegd, zonder dat er rekening is gehouden met de aanwezigheid van deze archeologische resten. De kans is groot dat als gevolg van deze aanleg de gehele archeologische vindplaats is vernietigd. Archeologische sporen uit de periode tussen 1070 en 1246 A.D. worden niet verwacht, omdat toen ter plaatse van het plangebied deel een gorzengebied aanwezig was. De top van het Hollandveen ligt op een diepte van circa 2.0 - 2.6 meter beneden het maaiveld (circa 1.9 - 2.6 meter –NAP). Op en in de top van het Hollandveen kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit de periode van de IJzertijd t/m het begin van de Late Middeleeuwen. Echter, op basis van de resultaten van het in 2011 uitgevoerde proefsleuvenonderzoek wordt de kans daarop klein geacht. De top van de Afzettingen van Calais is aanwezig op een diepte van circa 3.5 - 4.5 meter –NAP. Op en in de top van de Afzettingen van Calais kunnen archeologische resten aanwezig zijn uit uit het Laat Neolithicum en e Vroege Bronstijd.

Gezien de diepteligging van deze afzettingen is dat voor het huidige onderzoek niet relevant.

2.3 Begrenzing en oppervlakte van de vindplaats(en) Ter plaatse van het noordoostelijke deel van het plangebied kunnen resten worden verwacht van bebouwing en erfgerelateerde resten uit de periode van circa 1456 t/m de 17de eeuw. In de top van het Hollandveen kunnen, hoewel de kans klein wordt geacht, archeologische resten uit de IJzertijd tot de Late Middeleeuwen aanwezig zijn. De begrenzing en de oppervlakte zijn nog niet bekend.

2.4 Structuren en sporen Er kunnen archeologische structuren en sporen worden verwacht, zoals (resten van) het voormalige huis en de voormalige schuur, afvalkuilen, beer- en waterputten, verkavelingsstructuren en cultuurlagen.

2.5 Anorganische artefacten De te verwachten anorganische artefacten betreffen onder meer (resten van) aardewerk, glas, metaal en natuursteen.

8

2.6 Organische artefacten De te verwachten organische artefacten betreffen onder meer (fragmenten van) artefacten van bot, hout, hoorn en leer. Daarnaast kunnen ook resten van houten bouw- en constructiemateriaal aanwezig zijn.

2.7 Archeozoölogische en botanische resten De te verwachten archeozoölogische en botanische resten betreffen onder meer (fragmenten van) bot, visresten en zaden.

2.8 Stratigrafie en diepte van vondstlagen Het maaiveld ligt ter plaatse van het plangebied op een hoogte van circa 0.2 meter –NAP - 0.2 meter +NAP. Ter plaatse van het plangebied is een bodemopbouw aanwezig met Afzettingen van Duinkerke IIIb, op Hollandveen, op Afzettingen van Calais. De top van de Afzettingen van Duinkerke IIIb kan direct onder de bouwvoor worden aangetroffen, op een diepte vanaf circa 0.3 meter beneden het maaiveld. De top van het Hollandveen ligt op een diepte van 2.0 - 2.6 meter beneden het maaiveld (circa 1.9 - 2.6 meter –NAP). De top van de Afzettingen van Calais ligt op een diepte van circa 3.5 - 4.5 meter –NAP.

2.9 Gaafheid en conservering Ter plaatse van vrijwel het gehele plangebied kan een vrijwel onverstoorde bodemopbouw worden verwacht. Er is naar verwachting sprake van zeer goede conserveringsomstandigheden voor organisch materiaal en metaal.

9

10

3. Uitvoering: methoden en technieken Op basis van het vooroverleg met de archeologisch adviseur van de gemeente is in het PvE uitgegaan van de aanleg van 3 proefsleuven. Eén proefsleuf met een omvang van 10 x 2 meter (breedte diepste vlak) en een diepte van circa 2.0 meter beneden het maaiveld, waarbij twee vlakken dienden te worden aangelegd (één in de top van de Afzettingen van Duinkerke IIIb en één in de in de top van het Hollandveen) en twee proefsleuven met een omvang van 25 x 4 meter en een diepte van circa 0.4 meter beneden het maaiveld. Vanwege de aanwezigheid van een sterk aflopend talud dienden de twee proefsleuven van 25 x 4 meter iets worden verlegd en met een iets andere oriëntatie worden aangelegd. Dit is overlegd met de archeologisch adviseur van de Gemeente Hoeksche Waard en door deze geaccordeerd. Bij de uitvoering van het onderzoek zijn de volgende methoden en technieken toegepast: - Bij de aanleg van de proefsleuven is gebruik gemaakt van een graafmachine met een platte bak. De aangelegde vlakken zijn handmatig opgeschaafd. Alle sporen en lagen zijn gedocumenteerd en beschreven. De in het vlak aanwezige sporen zijn aangekrast, waarna de sporen zijn ingemeten en het vlak ook fotografisch is gedocumenteerd.

- De locaties van de proefsleuven, de aanwezige sporen en de gedocumenteerde profielkolommen en de hoogteligging van het maaiveld, het begin- en eindvlak en van de aanwezige sporen, zijn vastgelegd met gebruikmaking van een GPS (GeoMax Zenith 06). De maximale onnauwkeurigheid van dit meetsysteem bedraagt +/- 2 centimeter. - Aan de sporen werd een uniek spoornummer toegekend. Een beperkt deel van de sporen is (met een schop) gecoupeerd, waarna de coupes fotografisch en op tekening (schaal 1: 20) zijn gedocumenteerd. Het afwerken van de gecoupeerde sporen is uitgevoerd met een troffel. Bij het couperen van de (archeologische) sporen is hetzelfde spoornummer aangehouden. Ook bij het documenteren van de profielen zijn de spoor- en laagnummers gehandhaafd, zodat elk fenomeen driedimensionaal kan worden gekoppeld. - Tijdens het onderzoek is gebruik gemaakt van een metaaldetector, waarmee zowel de aangelegde vlakken alsook de uitgegraven grond zijn onderzocht op de aanwezigheid van metaalvondsten. - De archeologische vondsten zijn verzameld en van een identificatienummer voorzien. Er werden geen sporen aangetroffen waarvan de inhoud geschikt werd bevonden voor het nemen van monsters.

De verwerking van het vondstmateriaal (wassen, tellen, wegen en determinatie door middel van een quickscan) is na de afronding van het veldonderzoek uitgevoerd in de vestiging van SOB Research te Westmaas. De tekeningen zijn gedigitaliseerd in een GIS-toepassing (Arcgis). - SOB Research hanteert voor dit gebied de klassieke nomenclatuur, zoals deze ook door de Rijks Geologische Dienst is gehanteerd bij het opstellen van de Geologische Kaart van Nederland. De door de Mulder et al. (2003) voorgestelde nieuwe lithostratigrafie biedt geen meerwaarde voor wat betreft de koppeling tussen archeologie en geologie. Integendeel, met name in het Holocene gebied gaat hierdoor de mogelijkheid voor een dergelijke koppeling volledig verloren. Daarnaast is er daarbij ook geen goede koppeling mogelijk tussen het reeds sinds 1950 uitgevoerde archeologisch en geologisch onderzoek en de voorgestelde nieuwe lithostratigrafische terminologie. Tevens ontbreken ook geologische kaarten, waarbij deze terminologie is gehanteerd, zodat een betrouwbare presentatie niet mogelijk is. Het is vanuit haar eigen kwaliteitsborging dat SOB Research, zeker voor wat betreft het Holocene deel van Nederland, de gangbare lithostratigrafie toepast en vooralsnog zal blijven toepassen. Voor een overzicht van de klassieke geologische nomenclatuur en de voorgestelde nieuwe terminologie wordt verwezen naar Bijlage 3.

11

- De documentatie en de archeologische vondsten zijn in beheer bij SOB Research. Na de definitieve oplevering van het eindrapport zullen de vondsten en de digitale informatie worden overgedragen aan de provinciale depothouder, zullen het rapport en de digitale informatie worden gedeponeerd in het landelijke depot (Danseasy) en zal het rapport ook worden gedeponeerd in de database van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (Archis3). - Alle kaarten in het rapport zijn zuid (onder) - noord (boven) georiënteerd, of wanneer dat niet het geval is, voorzien van een noordpijl.

12

Afbeelding 3. De in het PVE beoogde locaties van de proefsleuven (oranje gemarkeerd), ligging van het plangebied (rood omkaderd), geprojecteerd op een uitsnede van de Topografische Kaart. Bron: Topografische Kaart: Kadaster Geo-Informatie, 2023. Schaal 1: 2.500.

Afbeelding 4. De daadwerkelijke locaties van de proefsleuven (blauw gemarkeerd) en ligging van het plangebied (rood omkaderd), geprojecteerd op een uitsnede van de Topografische Kaart. Bron: ESRI, 2023. Schaal 1: 2.500.

13

14

4. Onderzoeksresultaten 4.1 Bodemopbouw Ter plaatse van het Proefsleuf nr. 1 (zie Afbeelding 5) werd een bodemopbouw aangetroffen met twee bouwvoor-lagen uit de Nieuwe Tijd, op Afzettingen van Duinkerke III (zeer fijn zand, op klei), op Hollandveen (rietveen). Ter plaatse van Proefsleuf nr. 2 en 3 werd minder diep ontgraven en werd een bodemopbouw aangetroffen met alleen een bouwvoor uit de Nieuwe Tijd, op Afzettingen van Duinkerke III (zeer fijn zand). Het maaiveld lag op een hoogte van 0.2 meter –NAP - 0.1 meter +NAP. De top van de Afzettingen van Duinkerke III werd aangetroffen op een diepte van circa 0.4 - 0.6 meter beneden het maaiveld. Deze afzettingen hadden een maximale dikte van circa 1.4 meter en bestonden uit geelbruin of licht bruingrijs zeer fijn, zwak tot matig siltig, zand met roestvlekken en schelpresten/ schelpgruis, op ongerijpte, zwak tot matig siltige, grijze, bruingrijze of grijsbruine klei. Bovenin het kleipakket heeft beginnende bodemvorming plaatsgevonden en onderin is dit pakket venig. De (verdronken) top van het Hollandveen werd aangetroffen op een diepte van circa 2.0 meter beneden het maaiveld. Dit betrof donkerbruin, matig amorf rietveen. Aangezien het eindvlak is aangelegd in de top van het Hollandveen zijn oudere afzettingen niet bereikt.

De aangetroffen bodemopbouw was in overeenstemming met wat op basis van het eerder uitgevoerde booronderzoek (IVO-Overig) en het op het naastgelegen perceel uitgevoerde proefsleuvenonderzoek (IVO-P) kon worden verwacht.

Afbeelding 5. Profiel nr. 1 van Proefsleuf nr. 1. De foto(Foto nr. 2) is genomen vanuit zuidelijke richting.

15

4.2 Archeologische sporen Ter plaatse van Proefsleuf nr. 1 werd 1 archeologisch spoor aangetroffen. Dat betrof een gedempte sloot. Ter plaatse van Proefsleuf nr. 2 en 3 werden 14 mogelijke archeologische sporen aangetroffen in de top van de Afzetting van Duinkerke III. Dit betrof 2 gedempte sloten (Spoor nr. 11 en 15), 5 paalkuilen (Spoor nr. 2, 3, 4, 7 en 8) en 4 kuilen (Spoor nr. 9, 10, 13, 14). Daarnaast werden enkele sporen aangetroffen die na het couperen natuurlijk van aard bleken, of een recente verstoring betroffen (Spoor nr. 5, 6 en 12). Er zijn daadwerkelijk dus 12 archeologische sporen aangetroffen. Sporen die in het vlak al herkenbaar waren als recente verstoringen zijn gezamenlijk geregistreerd als Spoor nr. 999. Alle sloten, paalkuilen en kuilen zijn op basis van het vondstmateriaal en de onderlinge gelijkenissen tussen vier van de paalkuilen (die daardoor als contemporain worden beschouwd) voorlopig gedateerd in de 16de eeuw/ eerste helft 17de eeuw. De aangetroffen sporen kunnen worden gerelateerd aan het erf van een boerderij, die op de kaart van Jan Symonsen uit 1575 wordt weergegeven en die voor 1681 moet zijn afgebroken. Resten van de boerderij zelf werden niet aangetroffen.

Nadere bestudering en het georefereren van de eerder genoemde kaart uit 1575, de Kadastrale Kaart uit 1811 - 1832 en recentere topografische kaarten wijst ook uit dat het uitgesloten is dat binnen het huidige plangebied resten van de boerderij zelf kunnen worden aangetroffen. De kaart uit 1575 is niet nauwkeurig genoeg voor directe georeferentie. De Kadastrale Kaart uit 1811 1832 is dat wel en aangezien er grote gelijkenissen bestaan tussen beide kaarten voor wat betreft de percelering en het stratenpatroon (hetgeen betekent dat er weinig veranderd is tussen 1575 en 1811 1832) biedt een projectie van het plangebied op de Kadastrale Kaart uit 1811 - 1832 dan ook een goed beeld van de huidige situatie ten opzichte van die in 1575. Bij projectie van het plangebied op de Kadastrale Kaart uit 1811 - 1832 blijk dat de perceelgrens in 1832 (en daarmee ook in 1575) ongeveer 15 meter noordelijker lag dan tegenwoordig het geval is. Daarnaast heeft het huidige perceel een zone van ruim 5 meter die ofwel in de perceelsloot valt of in het steil oplopende talud. Binnen deze zone kunnen geen sporen van de boerderij worden aangetroffen omdat hier de top van de Afzettingen van Duinkerke reeds ontbreekt.

Afbeelding 6. De ligging van het huidige plangebied, naast de projectie van het plangebied op de Kadastrale Kaart uit 1811 - 1832 en de daaruit voortvloeiende globale ligging van het plangebied op de kaart van 1575.

Dat de perceelgrens tegenwoordig minder noordelijk ligt dan in 1832 en 1575 hangt samen met een aantal factoren. Omstreeks 1977 is de bocht van de Molendijk ten noorden van het plangebied aangepast van een rechte bocht naar een ronde bocht.

16

Daarbij is de weg mogelijk iets naar het zuiden verlegd en mogelijk is ook de berm breder gemaakt ten koste van de zuidelijker gelegen percelen. In 1980 is deze verandering voor het eerst op de Topografische kaart vastgelegd. Recenter (in 2017 of 2018, afgaande op recente luchtfoto’s) is een deel van het perceel afgegraven voor het verbreden van de watergang aan de noordkant van het perceel. Daarbij is een significante oppervlakte zonder archeologisch onderzoek vergraven. Al met al is er een ruim 20 meter brede zone ontstaan die nu is vergraven of onder de aanvulling van de dijk ligt. Binnen deze zone moet de boerderij die op de kaart van 1575 wordt weergegeven zijn gesitueerd. De resten van de boerderij zelf zijn waarschijnlijk al verwijderd bij de aanleg van de waterpartij. Het is mogelijk dat de resten van een deel van de boerderij nog aanwezig zijn onder de aanvulling van de dijk. Omdat ter plaatse van het bijbehorende erf wel archeologische sporen zijn aangetroffen is er toch sprake van een archeologische vindplaats. Het erf, en daarmee de vindplaats, werden begrensd door twee van de gedempte sloten (Spoor nr. 11 en 15). De waren zijn haaks op elkaar georiënteerd, waardoor ook kan worden gereconstrueerd waar deze sloten op elkaar aansloten. In zuidelijke en westelijke richting is de archeologische vindplaats daarmee begrensd.

In noordelijke en oostelijke richting wordt de vindplaats begrensd door de proefsleuven (die al zijn onderzocht) en door het talud en de watergang, waar door het ontbreken van een intacte top van de Afzettingen van Duinkerke, geen archeologische resten meer kunnen worden verwacht. Zie Afbeelding 11 voor de begrenzing van de vindplaats De erfgerelateerde sporen die bij het proefsleuvenonderzoek zijn aangetroffen zullen nader worden beschreven in het conceptrapport.

Afbeelding 7. De ligging van het plangebied (rood omkaderd) en de directe omgeving daarvan, geprojecteerd op de Topografische kaart uit 1977. De situatie voor het verflauwen van de bocht in de Molendijk is hier zichtbaar. Schaal 1: 10.000.

17

Afbeelding 8. De ligging van het plangebied (rood omkaderd) en de directe omgeving daarvan, geprojecteerd op de Topografische kaart uit 1980. De situatie na het verflauwen van de bocht in de Molendijk is hier voor het eerst zichtbaar. Schaal 1: 10.000.

Afbeelding 9. De ligging van het plangebied (rood omkaderd) en de directe omgeving daarvan, geprojecteerd op de Kadastrale Kaart uit 1811 - 1832. Schaal 1: 10.000.

18

Afbeelding 10. De globale ligging van het plangebied (rood omkaderd) en de directe omgeving daarvan, geprojecteerd op de kaart van Jan Symonsen uit 1575. Schaal 1: 10.000.

4.3 Archeologische vondstmateriaal In de bouwvoor, in de top van de Afzettingen van Duinkerke en in sporen werd vondstmateriaal aangetroffen in de categorieën aardewerk, dierlijk bot en metaal. Op basis van het vondstmateriaal, dat voor het grootste deel bestaat uit roodbakkend aardewerk, kunnen de aangetroffen sloten, kuilen en paalkuilen worden gedateerd in de 16de eeuw/ eerste helft 17de eeuw. Het vondstmateriaal zal nader worden beschreven in het conceptrapport.

4.4 Uitwerking en deponering De archeologische sporen en het vondstmateriaal zullen nader worden beschreven in het concept eindrapport, waarin eveneens het voorstel tot selectie/ deselectie van het vondstmateriaal zal worden opgenomen. Op basis van de quickscan en de daarop gebaseerde waardering van het vondstmateriaal wordt er van uitgegaan dat zal worden voorgesteld om alle vondsten aan te leveren aan het Provinciaal Archeologisch Depot Zuid-Holland.

19

Afbeelding 11. De begrenzing binnen het plangebied van de archeologische vindplaats (geel omkaderd) op basis van de voorspelde loop van de erfsloten Spoor nr. 11 en 15 (blauw gestippeld).

Afbeelding 12. Sporenkaart van Proefsleuf nr. 1 met de maaiveldhoogtes (groene driehoekjes), de hoogte van Vlak 1 (de rode driehoekjes) en de hoogte van Vlak 2 (de blauwe driehoekjes). De aangetroffen archeologische sporen zijn gemarkeerd (blauw voor sloten, grijs voor recente verstoringen). Schaal 1: 200.

20

Afbeelding 13. De Sporenkaart van Proefsleuf nr. 2 (rechts) en 3 (linksboven), met de maaiveldhoogtes (groene driehoekjes) en de hoogte van Vlak 1 (rode driehoekjes). De aangetroffen archeologische sporen zijn gemarkeerd (blauw voor sloten, rood voor kuilen, bruin voor paalkuilen, lichtpaars voor natuurlijke verstoringen en grijs voor recente verstoringen). Schaal 1: 200.

21

22

5. Waardering Ter plaatse van Proefsleuf nr. 2 en 3 zijn archeologische sporen en vondsten aangetroffen, die kunnen worden aangemerkt als een onderdeel van een potentieel behoudenswaardige archeologische vindplaats. Het waarderen van een archeologische vindplaats in overeenstemming met de KNA 4.0, Deel II, Bijlage IV (Waarderen van vindplaatsen), houdt in dat de kwaliteit van het bodemarchief wordt bepaald. Dit geschiedt op basis van een waardering van - en het toekennen van een score aan - de belevingsaspecten, de fysieke criteria en de inhoudelijke criteria. Eerst wordt nagegaan of een vindplaats vanwege de belevingswaarde, of op basis van de parameters ‘schoonheid’ of ‘herinneringswaarde’, als behoudenswaardig kan worden aangemerkt. Het komt zelden voor dat deze criteria van toepassing zijn. Bij de fysieke waardebepaling van een archeologische vindplaats wordt een score toegekend op basis van de criteria ‘gaafheid’ en ‘conservering’. Een vindplaats wordt in principe als behoudenswaardig aangemerkt wanneer er sprake is van een totaalscore van ten minste vijf punten. Vervolgens dient de archeologische vindplaats ook te worden gewaardeerd op basis van inhoudelijke criteria (het wetenschappelijk belang). Deze wetenschappelijke waarde wordt gebaseerd op de toekenning van een score voor de criteria ‘zeldzaamheid’, ‘informatiewaarde’, en ‘ensemblewaarde’.

Zo kunnen vindplaatsen die middelmatig tot laag scoren op basis van de fysieke kwaliteit toch als behoudenswaardig worden aangemerkt op basis van hun wetenschappelijk belang. Dit is het geval wanneer er sprake is van een totaalscore van zeven punten of meer voor wat betreft de inhoudelijke kwaliteit. Bij vindplaatsen met een lagere inhoudelijke waardering dient ten slotte te worden nagegaan of het criterium ‘representativiteit’ van toepassing is. Indien dat het geval is, kan een voorstel worden gedaan voor een als behoudenswaardig aan te merken steekproef per categorie.

Waarden

Criteria

Beleving

Schoonheid Herinneringswaarde Gaafheid Conservering Zeldzaamheid Informatiewaarde Ensemblewaarde Representativiteit

Fysieke kwaliteit Inhoudelijke kwaliteit

Scores Hoog

Midden n.v.t. n.v.t. 2

Laag

3 2 2 3 n.v.t.

Tabel 3. Scoretabel waarderingscriteria van de archeologische vindplaats ter plaatse van Proefsleuf nr. 2 en 3.

Waardering op basis van belevingsaspecten Schoonheid: dit belevingsaspect is niet van toepassing, omdat er geen sprake is van een zichtbaar landschapselement Herinneringswaarde: ook dit belevingsaspect is niet van toepassing. Er is geen sprake van een directe relatie met een historische gebeurtenis en verder speelt de locatie geen rol in de beleving van het landschap en is er geen sprake van een associatie met overleveringen, of met sagen of legenden.

23

Waardering op basis van fysieke criteria Gaafheid: de gaafheid wordt als middelhoog aangemerkt, op basis van de volgende parameters: de aanwezigheid van archeologische sporen, de gaafheid van de sporen, de aanwezigheid van een intacte stratigrafie, de aanwezigheid van archeologische vondsten in situ, de directe relatie tussen de archeologische sporen en de archeologische vondsten en de ruimtelijke gaafheid van de natuurlijke omgeving. De gaafheid is niet als hoog aangemerkt omdat de resten van het bij het nederzettingsterrein behorende hoofdgebouw hoogstwaarschijnlijk grotendeels zijn vernietigd bij de enkele jaren geleden gerealiseerde aanleg van de waterpartij ter plaatse van het meest noordoostelijke deel van het plangebied. Conservering: de conservering wordt als hoog aangemerkt, op basis van volgende parameters. De conservering van de anorganische artefacten is goed. Hetzelfde geldt voor het aangetroffen botmateriaal en metaal. Houtresten werden niet aangetroffen, maar waarschijnlijk is er sprake van goede conserveringsomstandigheden voor wat betreft alle soorten (onverbrand) organisch materiaal. Op basis van het aspect fysieke kwaliteit moet de aangetroffen archeologische vindplaats dan ook als behoudenswaardig worden aangemerkt (score 5 punten).

Waardering op basis van inhoudelijke criteria Het betreft een archeologische vindplaats waar archeologische resten uit de 16de eeuw en de eerste helft van de 17de eeuw zijn aangetroffen. De vindplaats van belang omdat er tot nu toe slechts een beperkt aantal vindplaatsen uit de 16de eeuw is aangetroffen in de Gemeente Hoeksche Waard. De zeldzaamheid en de informatiewaarde van een dergelijke vindplaats worden dan ook als middelhoog aangemerkt. De informatiewaarde is niet als hoog ingeschat omdat de resten van het bij het nederzettingsterrein behorende hoofdgebouw hoogstwaarschijnlijk grotendeels zijn vernietigd bij de enkele jaren geleden gerealiseerde aanleg van de waterpartij ter plaatse van het meest noordoostelijke deel van het plangebied. De ensemblewaarde kan als hoog worden aangemerkt. Dit vanwege de aanwezigheid van andere archeologische vindplaatsen uit deze periode binnen de regio Ook op basis van het aspect inhoudelijke kwaliteit moeten de aangetroffen archeologische resten dus als behoudenswaardig worden aangemerkt (score 8 punten). Zowel op basis van de fysieke alsook de inhoudelijke criteria, zoals vastgelegd in de KNA 4.0, Deel II, Bijlage IV (Waarderen van vindplaatsen), is sprake van een als behoudenswaardig aan te merken archeologische vindplaats.

24

6. Conclusies en aanbevelingen 6.1 Conclusies Het proefsleuvenonderzoek (IVO-P) is uitgevoerd in het kader van de vergunningprocedure voor de realisatie van tijdelijke huisvesting ter plaatse van het noordoostelijke deel van het plangebied Goudswaard Oost, ten zuiden van de Molendijk te Goudswaard (Gemeente Hoeksche Waard). De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 0.9 hectare. De belangrijkste voorziene bodemverstoringen betreffen de aanleg van de bouwputten voor de nieuwe woningen tot een diepte van circa 1 meter beneden het maaiveld, de cunetten voor de wegen en de sleuven voor de kabels, leidingen en rioleringen. De onderkant van de kabel- en leidingsleuf zal ter plaatse van het meest westelijke deel van het plangebied worden aangelegd op een diepte van 1.8 meter –NAP en zal van daaruit oplopen in oostelijke richting. Langs een deel van de westzijde van het plangebied zal een nieuwe watergang worden aangelegd tot een diepte van 2.25 meter –NAP. Op de kaart van het vigerende 'Bestemmingsplan Kernen Korendijk' wordt ter plaatse van het plangebied een zone weergegeven met een archeologische dubbelbestemming ('Waarde - Archeologie 3').

Voor een dergelijke zone geldt op basis van artikel 33 van de bestemmingsplanregels een archeologische onderzoeksverplichting wanneer daar in het kader van de aanvraag voor een omgevingsvergunning bodemverstoringen worden voorzien met een oppervlakte van meer dan 500 m² en met een diepte van meer dan 0.5 meter beneden het maaiveld. Op basis van het in 2011 door SOB Research uitgevoerde Archeologisch Bureauonderzoek en een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Grondboringen (IVO-Overig) is destijds geconcludeerd dat dat ter plaatse van het toenmalige plangebied 'Goudswaard Oost' een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P) moest worden uitgevoerd, om meer duidelijkheid te verkrijgen over de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van archeologische resten. Ter plaatse van een groot deel van het toenmalige plangebied is in 2011 door SOB Research het Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven uitgevoerd. Het huidige plangebied werd toen echter nog niet onderzocht. Door de Gemeente Hoeksche Waard is dan ook besloten dat in het kader van de huidige planontwikkeling een proefsleuvenonderzoek moest worden uitgevoerd ter plaatse van een deel van het huidige plangebied.

Voor de uitvoering van het IVO-P ter plaatse van het huidige plangebied is een Programma van Eisen opgesteld, waarin de eisen en de randvoorwaarden voor de uitvoering van het IVO-P zijn vastgelegd en dat voorafgaand aan de projectuitvoering is goedgekeurd door de Gemeente Hoeksche Waard. Op basis van de door SOB Research opgestelde offerte (d.d. 30 mei 2023) heeft HW Wonen op 31 mei 2023 aan SOB Research opdracht verleend om het archeologisch onderzoek uit te voeren. Vervolgens is het veldonderzoek (IVO-P) uitgevoerd in de periode van 20 t/m 22 juni 2023. De verkregen gegevens, de daaraan verbonden conclusies en het daarop gebaseerde advies, zijn op hoofdlijnen uitgewerkt in het voorliggende evaluatierapport. Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: - Het maaiveld lag op een hoogte van circa 0.2 meter –NAP - 0.1 meter +NAP. Ter plaatse van alle drie de proefsleuven werd een intacte bodemopbouw aangetroffen. - Ter plaatse van Proefsleuf nr. 1 werd een bodemopbouw aangetroffen met twee bouwvoorlagen uit de Nieuwe Tijd, op Afzettingen van Duinkerke III (zeer fijn zand op klei), op Hollandveen (rietveen). De top van het Hollandveen werd aangetroffen op een diepte van 2.0 meter beneden het maaiveld. Ter

25

plaatse van Proefsleuf nr. 1 werd alleen een gedempte sloop uit de Nieuwe Tijd aangetroffen (Spoor nr. 1). Daarnaast werden geen archeologische sporen of vondsten aangetroffen. - Ter plaatse van Proefsleuf nr. 2 en 3 werd minder diep ontgraven en werd een bodemopbouw aangetroffen met een bouwvoor uit de Nieuwe Tijd, op Afzettingen van Duinkerke III (zeer fijn zand). De top van de Afzettingen van Duinkerke III werd aangetroffen op een diepte van circa 0.4 - 0.6 meter beneden het maaiveld. In de top van het zand was sprake van enige bodemvorming. - Ter plaatse van Proefsleuf nr. 2 en 3 werden 11 archeologische sporen aangetroffen in de top van de Afzetting van Duinkerke III. Dit betrof 2 gedempte sloten (Spoor nr. 11 en 15), 5 paalkuilen (Spoor nr. 2, 3, 4, 7 en 8) en 4 kuilen (Spoor nr. 9, 10, 13, 14). De sporen zijn op basis van het vondstmateriaal gedateerd in de 16de eeuw/ eerste helft van de 17de eeuw. Dit komt overeen met wat op basis van de historische informatie en de resultaten van de eerder uitgevoerde oppervlaktekartering kon worden verwacht. De archeologische sporen zijn gerelateerd aan het erf van een boerderij die op de kaart van Jan Symonsen uit 1575 wordt weergegeven en die voor 1681 moet zijn afgebroken. Resten van de boerderij zelf werden niet aangetroffen.

Op basis van de nadere bestudering en het georefereren van de kaart uit 1575, de Kadastrale Kaart uit 1811 - 1832 en recentere topografische kaarten moet worden geconcludeerd dat het uitgesloten is dat er binnen het huidige plangebied nog resten van de boerderij kunnen worden aangetroffen. De resten van deze boerderij zijn volledig of grotendeels vernietigd bij de enkele jaren geleden gerealiseerde aanleg van de waterpartij ter plaatse van het meest noordoostelijke deel van het plangebied. Het is mogelijk dat in het talud van de Molendijk nog resten van een deel van de boerderij aanwezig zijn. - Omdat ter plaatse van het bij de boerderij behorende erf wel sporen zijn aangetroffen is er toch sprake van een behoudenswaardige archeologische vindplaats. Het erf - en daarmee de vindplaats wordt begrensd door twee sloten (Spoor nr. 11 en 15). De sloten zijn haaks op elkaar georiënteerd, waardoor kan worden gereconstrueerd waar deze sloten op elkaar aansloten. In zuidelijke en westelijke richting is de archeologische vindplaats daarmee begrensd. In noordelijke en oostelijke richting wordt de vindplaats begrensd door de proefsleuven (die al zijn onderzocht) en door het talud en de watergang, waar door het ontbreken van een intacte top van de Afzettingen van Duinkerke, geen archeologische resten meer kunnen worden verwacht. Zie Afbeelding 11 voor de begrenzing van de vindplaats.

Wel zouden in het talud van de Molendijk (buiten het plangebied) ook nog resten van de boerderij of daaraan gerelateerde archeologische resten aanwezig kunnen zijn.

6.2 Aanbevelingen Voorafgaand aan het onderzoek was al geconcludeerd dat wanneer de bodemverstoringen beperkt zouden blijven tot een diepte van 2.0 meter –NAP de top van het Hollandveen alleen zou kunnen worden verstoord in de zone rondom Boring nr. 53 van het in 2011 uitgevoerde booronderzoek. Daarom is daar, ter plaatse van het tracé van de nieuwe rioolsleuf Proefsleuf nr. 1 aangelegd. De top van het Hollandveen is daar aangetroffen op een diepte van circa 2.0 meter –NAP (en dus circa 0.1 meter beneden het niveau van de onderkant van de rioolsleuf). Bovendien werden in de top van het Hollandveen geen archeologische resten aangetroffen. Voorafgaand aan het onderzoek was ook al geconcludeerd dat bij de aanleg van de nieuwe watergang, tot een diepte van 2.25 meter –NAP, langs een deel van de westzijde van het plangebied, de top van het Hollandveen niet zou worden verstoord. De top van het Hollandveen is daar bij het in 2011 uitgevoerde boor- en proefsleuvenonderzoek aangetroffen op grotere diepte (grotendeels 2.30 - 2.56 meter –NAP). Voor het grootse deel van het plangebied geldt dus dat de uitvoering van de geplande inrichtingswerkzaamheden niet zal leiden tot de verstoring van behoudenswaardige archeologische resten.

26

Geadviseerd wordt om de archeologische dubbelbestemming te handhaven voor de archeologische vindplaats ter plaatse van het noordoostelijke deel van het plangebied (zie Afbeelding 14). Binnen deze zone worden in het kader van de voorgenomen planrealisatie geen graaf- of inrichtingswerkzaamheden verwacht (zie Afbeelding 15), zodat aanvullend archeologisch onderzoek op dit moment niet noodzakelijk wordt geacht. Voor het overige deel van het plangebied kan de archeologische dubbelbestemming worden beperkt tot de dieper en zeer diep gelegen geologische horizonten (de Afzettingen van Calais en de Pleistocene afzettingen).

Afbeelding 14. Contouren van de archeologische vindplaats (de gearceerde zone) en de ligging van het plangebied (rood omkaderd), geprojecteerd op een uitsnede van de Topografische Kaart. Bron: ESRI, 2023. Schaal 1: 5.000.

Afbeelding 15. De contouren van de archeologische vindplaats (geel omkaderd), geprojecteerd op een uitsnede van het bouwplan.

27

28

Literatuur - Provincie Zuid-Holland: Provinciale Onderzoeksagenda Archeologie 2015 Provincie Zuid-Holland; Den Haag: 2015 - Ras, J.: Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen Uitbreidingsplan Goudswaard Oost, Goudswaard, Gemeente Korendijk; SOB Research, Heinenoord: 2011 - Ras, J.: PvE Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven Tijdelijke Huisvesting Goudswaard, Molendijk, Goudswaard, Gemeente Hoeksche Waard; SOB Research, Heinenoord: 2023 - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: Nationale Onderzoeksagenda Archeologie (NOaA), 2.0; RCE, Amersfoort: 2018 (http://noaa.rce.rnatoolset.net/Viewer)

versie

- SIKB/ CCvD Archeologie: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1); SIKB/ CCvD Archeologie, Gouda: 2018 - SIKB/ CCvD Archeologie: Beoordelingsrichtlijn SIKB 4000 Archeologie (BRL, versie 4.1); SIKB/ CCvD Archeologie, Gouda: 2018 - Wilgen, L. R. van: Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven ‘Uitbreidingsplan Goudswaard Oost’, Goudswaard, Gemeente Korendijk; SOB Research, Heinenoord: 2011

29

30

Verklarende woordenlijst antropogeen

door menselijk handelen

C14 datering

bepaling van het gehalte aan radioactieve koolstof (C14) van organisch materiaal (hout, houtskool, schelpen, etc.) waaruit de ouderdom kan worden afgeleid. Deze ouderdom wordt opgegeven in jaren voor 1950 A.D.

dekzand

fijn zand, voornamelijk afgezet door wind

differentiële klink

verschijnsel waarbij zones door geologische of fysische processen laag of hoog ten opzichte van elkaar komen te liggen; ook wel omgekeerde klink of reliëfinversie genoemd

dy

organische afzetting, bestaande uit fijn verdeelde afgestorven plantenresten, in stilstaand water bezonken

erosie

verzamelnaam voor processen die het aardoppervlak aantasten en los materiaal afvoeren. Dit vindt voornamelijk plaats door de inwerking van wind, ijs of stromend water

estuarium

een min of meer trechtervormige monding van een rivier, die binnen het bereik van getijdestromingen ligt

eutroof veen

veen dat is ontstaan in een voedselrijk milieu

fluviatiel

onder invloed van een rivier

geul

rivier- of kreekbedding

gorzenlandschap

gebied dat boven het gemiddelde hoogwaterpeil ligt en pas bij de hoogste vloeden onderloopt

gyttja

organische afzetting, bestaande uit fijn verdeelde afgestorven plantenresten, in stilstaand water bezonken

Hollandveen

Alle veenpakketten die gedurende het Holoceen zijn ontstaan met uitzondering van het basisveen. De definitie van ‘Hollandveen’ betreft dus in feite bijna alle veenpakketten die gedurende de afgelopen 8.000 jaar zijn ontstaan

Holoceen

jongste geologisch tijdvak (vanaf de laatste IJstijd: circa 10.000 jaar voor Chr. tot heden)

in situ

bewaard gebleven binnen de oorspronkelijke context/ locatie; dit met name met betrekking tot onverstoorde archeologische sporen en vondsten

klink

maaivelddaling van veen- en kleigronden door ontwatering, oxidatie van organisch materiaal en krimp

lagunair, lagune

ondiepe baai, beschermd tegen open zee door een strandwal of haf

marien

het milieu waar sedimentatie plaatsvindt die direct wordt beïnvloed door de zee

31

meanderen

zich bochtig door het landschap slingeren (van waterlopen)

mesotroof veen

veen, dat in matig voedselrijk milieu is ontstaan

modderklei

afzettingen in het perimariene gebied, bestaande uit kleiige venen en venige kleien

moernering

veenafgraving, hoofdzakelijk ten behoeve van zoutwinning en de winning van brandstof (turf)

oligotroof veen

veen dat is ontstaan in voedselarm, relatief droog milieu

oxidatie

(traag) verbrandingsproces van organisch materiaal in reactie met zuurstof

perimarien

het milieu, waarin de sedimentatie wordt beïnvloed door de zee (via het rivieren kreekstelsel), maar waar mariene afzettingen van betekenis ontbreken

Pleistoceen

geologisch tijdperk dat ongeveer 2.5 miljoen jaar geleden begon. De tijd van de IJstijden, maar ook van gematigd warme perioden. Het Pleistoceen eindigde met het begin van het Holoceen

pollenanalyse

statistische studie van stuifmeelkorrels en sporen, die in sedimenten gevonden worden. Doel is onder meer milieureconstructie

regressiefase

periode waarin het water zich terugtrekt (als gevolg van een daling van de zeespiegel , of als gevolg van sluiting van strandwallencomplex) na een transgressiefase

sediment

afzetting gevormd door bezinksel of neerslag

sondeerijzer

lange, dunne metalen 'prikstok', die onder meer wordt gebruikt om antropogene sporen te op te sporen

strandwal

een onder directe invloed van de zee ontstane zandrug evenwijdig met de kustlijn, meestal aan de rand van een strandvlakte

strandvlakte

een door de directe werking van de zee ontstane zandvlakte langs de kust

stroomrug

restant van een door zand- en klei-afzettingen verlandde, oude stroomgeul. Door differentiële klink meestal hoger gelegen dan de omgeving

transgressiefase

fase waarin de invloed van de zee zich landinwaarts uitbreidt (als gevolg van stijging van de zeespiegel of als gevolg van erosie van het strandwallencomplex)

verlandingsklei

klei die aan het einde van een transgressiefase wordt afgezet

32

Bijlage 1 Administratieve gegevens Projectnaam:

SOB Research Project nr.: Opdrachtgever:

Uitvoerder archeologisch onderzoek:

Bevoegde overheid:

Archeologisch adviseur van de bevoegde overheid:

Opdracht: Veldonderzoek: Evaluatietrapport: Conceptrapport: Definitief rapport: Provincie: Gemeente: Plaats: Toponiem: Kadastrale gegevens: Huidig grondgebruik: Toekomstige situatie: Kaartblad: Geologie: Geomorfologie: Bodemtype: Grondwatertrap: NAP-hoogte maaiveld:

Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven Tijdelijke Huisvesting Goudswaard, Molendijk, Goudswaard, Gemeente Hoeksche Waard 3011-2305 HW Wonen Contactpersoon: de heer B. de Rooij Postbus 1502, 3260 BA Oud-Beijerland Tel.: 0186 - 899899 E-mail: bro@hwwonen.nl SOB Research, Instituut voor Archeologisch en Aardkundig Onderzoek Hofweg 13, Heinenoord Postbus 5060, 3274 ZK Heinenoord Tel.: 0186 - 604 432/ 0575 - 476439 E-mail: sobresearch@wxs.nl Website: https://www.sobresearch.nl College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Hoeksche Waard Postbus 2003, 3260 EA Oud-Beijerland Contactpersoon: de heer C. Quist Tel.: 088 - 6471938 E-mail: christian.quist@gemeentehw.nl Mevrouw C. Cohen Stuart Terra-Archeologie Lindeboom 45, 4101 WG Culemborg Tel.: 0345 - 518309 Mob.: 06 - 45059916 E-mail: channa.cohenstuart@gemeentehw.nl 31 mei 2023 20 t/m 22 juni 2023 15 juli 2023

Zuid-Holland Hoeksche Waard Goudswaard Molendijk Kadastrale Gemeente Goudswaard, Sectie E, nr. 1976 en 2003. Akkerland Bebouwing (nieuwbouw), verharding en tuin. 43B Afzettingen van Duinkerke IIIb, op Hollandveen, op Afzettingen van Calais IV. welvingen in getij-afzettingen zeekleigronden V Circa 0.2 meter –NAP - 0.1 meter +NAP.

33

Coördinaten plangebied

Oppervlakte plan- en onderzoeksgebied: Kaart plangebied: CMA/ AMK-status: CAA -nr.: CMA -nr.: ARCHIS2-Monument nr.: ARCHIS2-Vondstmelding nr.: ARCHIS2-Waarneming nr.: ARCHIS2-Onderzoeksmelding nr.: Deponering:

Zuidwest: 78.754/ 423.292 Zuidoost: 78.962/ 423.297 Noordwest: 78.933/ 423.446 Noordoost: 79.020/ 423.484 Circa 0.9 hectare Zie Afbeelding 1 en 2. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. 5435662100 Depothouder: het College van Gedeputeerde Staten van de Provincie ZuidHolland, voor deze het bureauhoofd van Bureau CVT Postbus 90602, 2509 LP Den Haag Contactpersoon voor de selectie/ de-selectie van vondstmateriaal: De Provinciaal Archeoloog van de Provincie Zuid-Holland, de heer P. Floore Postbus 90602, 2509 LP Den Haag Tel.: 070 - 4418445 E-mail: archeologie@pzh.nl Deponering vondstmateriaal:

Deponering digitale documentatie:

Provinciaal Archeologisch Depot Zuid-Holland Kalkovenweg 23, 2401 LJ Alphen aan den Rijn Depotbeheerder: de heer M. Phlippeau Tel.: 070 - 4417282 Mob.: 06 - 25734759 E-mail: archeologischdepot@pzh.nl E-depot (https://www.archeodepot.nl)

34

Bijlage 2 Archeologische en geologische tijdschaal

In dit overzicht zijn de geologische en archeologische hoofdperioden weergegeven. De dateringen in de middenkolom (voor en na Chr.) zijn gekalibreerd en bieden de betrouwbaarste dateringen. Bron: RCE, 2014.

35

36

Bijlage 3 Overzicht voor het Holocene gebied van de gebruikelijke lithostratigrafische indeling en de vertaling naar de lithostratigrafie van De Mulder et al., 2003 Klassieke nomenclatuur

Nomenclatuur van De Mulder et al., 2003

Afzettingen van Duinkerke III (a, b) Afzettingen van Duinkerke II Afzettingen van Duinkerke I (a, b) Afzettingen van Duinkerke O

Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren

Hollandveen Basisveen

Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket Formatie van Nieuwkoop, Basisveen Laag

Afzettingen van Calais IV Afzettingen van Calais III Afzettingen van Calais II Afzettingen van Calais I

Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer

Jonge Duin- en Strandafzettingen Oude Duin- en Strandafzettingen

Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Schoorl Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Zandvoort

Afzettingen van de Formatie van Twente (dekzand)

Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden

Afzettingen van de Formatie van Kreftenheye (rivierduinen) Afzettingen van de Formatie van Kreftenheye Afzettingen van de Formatie van Kreftenheye (Afzettingen van Wijchen)

Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen

Afzettingen van Tiel III Afzettingen van Tiel II Afzettingen van Tiel I (a, b) Afzettingen van Tiel O

Formatie van Echteld Formatie van Echteld Formatie van Echteld Formatie van Echteld

Afzettingen van Gorkum IV Afzettingen van Gorkum III Afzettingen van Gorkum II Afzettingen van Gorkum I

Formatie van Echteld Formatie van Echteld Formatie van Echteld Formatie van Echteld

Formatie van Kreftenheye Formatie van Kreftenheye, Laag van Wijchen

37

38

Bijlage 4 Sporenlijst Spoor Put Vlak nr. nr. 1 1 1

Stratigrafie

Type

Omschrijving

GREPPEL

2

3

1

PAALGAT

3

3

1

PAALGAT

4

3

1

PAALGAT

5

3

1

NATUURLIJK

6

3

1

VERSTORING

7

3

1

PAALGAT

8

3

1

PAALGAT

9

3

1

KUIL

10

3

1

KUIL

11

3

1

GREPPEL

12

3

1

NATUURLIJK

13

3

1

KUIL

14

2

1

KUIL

15

2

1

GREPPEL

999

1

1

VERSTORING

39

sloot; zeer fijn zand, sterk siltig, donkerbruin ietwat lichtgeelbruin gevlekt, enkel baksteenbrokje, klein beetje schelpgruis, licht roestig, met drain (keramiek). Vulling 2: zeer fijn zand, matig siltig, bruin, ietwat grijs gevlekt, met roestvlekken, met kleine schelpresten mogelijke paalkuil, zeer fijn zand, zwak siltig, licht bruin, enkele spikkel schelpgruis mogelijke paalkuil, zeer fijn zand, zwak siltig, licht bruin, enkele spikkel houtskool mogelijke paalkuil, zeer fijn zand, zwak siltig, licht bruin, enkele spikkel houtskool bioturbatiespoor, ondiep, zeer fijn zand matig siltig, donkerbruin, schelpgruis, baksteenspikkels verstoring door dieper ploegen, zeer fijn zand, matig siltig, bruin grijsgeel gevlekt licht roestig, schelpgruis restant paalkuil of restant bouwvoor, zeer fijn zand, matig siltig, bruin, donkerbruin gevlekt, met aardewerk, baksteenspikkels, enkele houtskoolspikkels mogelijke paalkuil, zeer fijn zand, zwak siltig, lichtbruin, met houtskoolspikkels kuil, zeer fijn zand, zwak siltig, bruin/donkerbruin/lichtgrijs gevlekt, veel bioturbatie, met schelpgruis kuil, zeer fijn zand, zwak siltig, donkerbruin, met houtskoolspikkels, met schelpgruis sloot, zeer fijn zand, zwak siltig, bruin, licht roestig, met houtskoolspikkels met licht geelgrijze (recentere) ploegsporen natuurlijke verstoring, zeer fijn zand, zwak siltig, lichtbruin/bruin gevlekt, bovenin iets

verploegd kuil, zeer fijn zand, zwak siltig, bruin, bovenin lichtbruin gevlekt, baksteenbrokjes kuil, zeer fijn zand, zwak siltig, bruin, met roestvlekjes, met fragmenten aardewerk sloot, zeer fijn zand, zwak siltig, bruingrijs, veel baksteenbrokken, enkel mortelbrokje, aardewerkfragmenten, mosselschelpen sterk gemêleerd bruin/ grijs/ geelbruin, recente verstoring, drain, zeer fijn zand

40

Bijlage 5 Vondstenlist Vondstenlijst algemeen Vondst nr. 1

Put nr. 1

Spoor nr. 1002

Vlak Coupe/Profiel Code Datum

2

1

1002

1

3

1

1002

1

4

1

1003

1

5 6 7 8

1 1 1 3

999 1 1 3001

1 1 1 1

9

3

3002

1

10

3

3001

1

11

3

3002

1

12 13

3 3

7 3001

1 1

14

3

3001

1

15

3

3001

1

16

3

3001

1

17

2

2001

1

18

2

2001

1

19

2

2001

1

20

2

2001

1

21

2

2001

1

22

2

2001

1

23 24

2 2

15 15

1 1

25 26 27 28 29 30

2 2 2 2 3 3

14 15 15 15 4 7

1 1 1 1 1 1

1

Opmerkingen

KER 20-6-2023 aanleg vlak, 0-5 meter, Laag 1002 (2e bouwvoor) MPB 20-6-2023 aanleg vlak, 0-5 meter, Laag 1002 metaaldetectie KER 20-6-2023 aanleg vlak, 5-10 meter, Laag 1002 (2e bouwvoor) KER 20-6-2023 aanleg vlak, 5-10 meter, Laag 1003 (Afzettingen van Duinkerke) KER 20-6-2023 aanleg vlak, 5-10 meter, uit drain KER 20-6-2023 afwerken spoor, Vulling 1 KER 20-6-2023 afwerken spoor, Vulling 2 KER 20-6-2023 aanleg vlak, 0-5 meter, Laag 3001 (bouwvoor) KER 20-6-2023 aanleg vlak, 0-5 meter, Laag 3002 (Afzettingen van Duinkerke) KER 20-6-2023 aanleg vlak, 5-10 meter, Laag 3001 (bouwvoor) KER 20-6-2023 aanleg vlak, 5-10 meter, Laag 3002 (Afzettingen van Duinkerke) KER 21-6-2023 aanleg vla, uit spoor KER 21-6-2023 aanleg vlak, 10-15 meter, Laag 3001 (bouwvoor) MFE 21-6-2023 aanleg vlak, 10-15 meter, Laag 3001 (bouwvoor) detectie KER 21-6-2023 aanleg vlak, 15-20 meter, Laag 3001 (bouwvoor) KER 21-6-2023 aanleg vlak, 20-25 meter, Laag 3001 (bouwvoor) KER 21-6-2023 aanleg vlak, 0-5 meter, Laag 2001 (bouwvoor) MXX 21-6-2023 aanleg vlak, 0-5 meter, Laag 2001, metaaldetectie KER 21-6-2023 aanleg vlak, 5-10 meter, Laag 2001 (bouwvoor) KER 21-6-2023 aanleg vlak, 10-15 meter, Laag 2001 (bouwvoor) KER 21-6-2023 aanleg vlak, 15-20 meter, Laag 2001 (bouwvoor) KER 21-6-2023 aanleg vlak, 20-25 meter, Laag 2001 (bouwvoor) KER 21-6-2023 aanleg vlak, 20-25 meter, uit spoor MXX 21-6-2023 aanleg vlak,

20-25 meter, uit spoor, metaaldetectie KER 21-6-2023 couperen, uit spoor KER 21-6-2023 couperen, uit spoor ODB 21-6-2023 couperen, uit spoor MXX 21-6-2023 couperen, uit spoor KER 21-6-2023 couperen, uit spoor KER 21-6-2023 couperen, uit spoor

41

Vondst nr. 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42

Put nr. 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3

Spoor nr. 9 10 11 2 4 7 9 9 10 10 13 11

Vlak Coupe/Profiel Code Datum

Opmerkingen

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1

couperen, uit spoor couperen, uit spoor couperen, uit spoor couperen, uit spoor afwerken, uit spoor afwerken, uit spoor couperen, uit spoor afwerken, uit spoor afwerken, uit spoor afwerken, uit spoor afwerken, uit spoor afwerken, uit spoor

KER 21-6-2023 KER 21-6-2023 KER 21-6-2023 KER 22-6-2023 ODB 22-6-2023 KER 22-6-2023 KER 22-6-2023 ODB 22-6-2023 KER 22-6-2023 ODB 22-6-2023 KER 22-6-2023 KER 22-6-2023

42

Bijlage 6 Tekeningenlijst Tekening nr. Datum Put nr. Vlak Spoor nr. Profiel/Coupe Tekenaar Omschrijving 1 20-7-2023 1-3 1 FK/SB Profielen en coupes

43

44

Bijlage 7 Fotolijst Foto nr. Datum 1

Put Vlak Spoor nr. nr. 20-6-2023 1 1 1

2 3

20-6-2023 20-6-2023

1 2

2

4

20-6-2023

2

1

5

21-6-2023

2

6 7 8 9 10 11

21-6-2023 21-6-2023 21-6-2023 21-6-2023 21-6-2023 21-6-2023

6 6 4 4 4 4

12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25

21-6-2023 21-6-2023 21-6-2023 21-6-2023 22-6-2023 22-6-2023 22-6-2023 22-6-2023 22-6-2023 22-6-2023 22-6-2023 22-6-2023 22-6-2023 22-6-2023

4 3 3 3 3 3 5

3

Fotolijst Profiel/Coupe Fotorichting Fotograaf Omschrijving Oost/ West

FK

Noord Oost

FK FK

2-6

Oost

FK

1

2-13

Zuidoost

FK

1 1 1 1 1

3 4 7 8

1 x x x x

Zuid Zuid Zuid West West Divers

FK FK FK FK FK SB

1 1 1

14 9,10 15 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13661682/1