3.4 bijlage Aerius memo stikstof
Tekst van het document
- MEMO Memo
DATUM KENMERK VAN
6-12- 2023 20220886.003 S. Lie M. Tajqurishi B. de Groot
PROJECT OPDRACHTGEVER ONDERWERP
Onderzoeken locatie Goudswaard HW Wonen Berekeningen stikstofdepositie
MEMO STIKSTOFBEREKENINGEN ONDERZOEKEN LOCATIE GOUDSWAARD
1. INLEIDING Ten zuiden van de Molendijk te Goudswaard is de initiatiefnemer voornemens om 20 tijdelijke woningen te realiseren. De beoogde ontwikkeling dient getoetst te worden aan de eisen uit de Wet natuurbescherming, waarbij de mogelijke gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 een rol spelen. Figuur 1 laat de ligging van het projectgebied ten opzichte van het Natura 2000-netwerk zien. Niet alle Natura 2000-gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het meest nabijgelegen gebied met stikstofgevoelige habitats betreft het Natura 2000-gebied Krammer-Volkerak. De minimale afstand van dit Natura 2000-gebied tot het projectgebied bedraagt 10,6 kilometer. De andere Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats liggen op (nog) grotere afstand.
Figuur 1 Ligging projectgebied (rood) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (Aerius-calculator)
Met het rekenmodel Aerius (versie 2023.0.1) zijn berekeningen uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen, daarbij zijn de realisatie- en gebruiksfase (na oplevering van de beoogde ontwikkeling) beschouwd. In deze memo wordt achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De invoer- en uitvoergegevens vanuit Aerius zijn opgenomen in een aparte bijlage.
2. TOETSINGSKADER Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming: ● verankert de Europese gebiedsbescherming van Natura 2000, bestaande uit Speciale Beschermingszones (SBZ's) op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, in de Nederlandse wetgeving; ● vormt de wettelijke basis voor de aanwijzingsbesluiten met instandhoudingsdoelstellingen; ● legt de rol van bevoegd gezag voor verlening van vergunningen meestal bij de provincies. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: ● De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. ● Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast.
● Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een passende beoordeling noodzakelijk.
3. UITGANGSPUNTEN REALISATIEFASE De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 20 tijdelijke woningen. Worst-case is de aanname gedaan dat de werkzaamheden in 2023 zullen plaatsvinden. Naarmate de bouwwerkzaamheden verder in de toekomst liggen, worden de emissies ten gevolge van transportbewegingen lager, omdat het rekenmodel uitgaat van toepassing van schonere technieken in de toekomst. Momenteel is er nog geen specifieke informatie bekend met betrekking tot de realisatiewerkzaamheden. Gedurende de realisatiefase is er sprake van inzet van materieel (zoals graafmachines en kranen) en transporten. In de onderstaande tabel zijn de afzonderlijke emissiebronnen voor de realisatiefase uitgewerkt die gebaseerd zijn op de informatie vanuit vergelijkbare projecten. Het brandstofverbruik (l/uur) op is gebaseerd op de Excel-tabel behorende bij het TNO-rapport ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste worst-case schatting van NOx en NH3 uitstoot van
2/5
mobiele werktuigen’, gepubliceerd op 13 december 2021. In de AUB-methodiek werkt TNO met een vast kental van 35% voor het motorbelastingspercentage. De machines die ingezet worden voor de sloop en aanleg maken gebruik van AdBlue. AdBlue zorgt ervoor dat schadelijke NOx in de uitlaatgassen wordt omgezet in onschadelijke stikstof en waterdamp, met als gevolg een duidelijk afname van stikstofoxiden (NOx) ter verbetering van de luchtkwaliteit. Dit is maximaal 6% (of 3% voor stage 3b) van het brandstofverbruik (laatste kolom van onderstaande tabel). De uitkomsten op jaarbasis zijn ingevoerd in AERIUS Calculator. Bij het berekenen van de stikstofemissies voor de realisatiefase is onderscheid gemaakt in drie fases: bouwrijp maken (tabel 1), bouwfase (tabel 2) en woonrijp maken (tabel 3). De verkeersbewegingen zijn ingevoerd als lijnbron. De inzet van het overige materieel is ingevoerd als vlakbron aangezien dit materieel op het hele terrein werkzaam zal zijn. Ten behoeve van het manoeuvreren en laden en lossen van vrachtwagens is een extra lijnbron ingetekend met 100% stagnatie. Tabel 1 Materieel inzet bouwrijp maken
Materieel
Stage Klasse
Rupskraan 20 ton Mobiele kraan Vrachtwagen
Stage IV, 75-560 kW, 20142018 Stage IV, 75-560 kW, 20142018 Stage IV, 75-560 kW, 20142018 Stage IV, <56 kW, 20142018
Klein materieel Totaal Aanvoer materialen Woon-werkverkeer Vrachtwagens
Totaal uren
Vermogen (kW) 200
Literverbruik/uur
100
10,18
20
80
8,25
40
20
2,50
20 40
Totaal liter verbruik
19,81
396,2 407,2
23,77 24,43 9,9
165
-
100
120
AdBlue
1.068
58,1
160 lichte bewegingen 120 zware bewegingen
Tabel 2 Materieel inzet bouwfase
Materieel
Stage Klasse
Aanloopfase
Stage IV, 75-560 kW, 2014-2018 Stage IV, 75-560 kW, 2014-2018 Stage IV, 75-560 kW, 2014-2018 Stage IIIb, 75-560 kW, 2006-2010
Grond/funderingsfase Afbouwfase Plaatsen units
Totaal Aanvoer materialen Woon-werkverkeer Vrachtwagens
3/5
Totaal uren
Vermogen
Literverbruik/uur
120
12,10
120
12,10
60
120
12,10
25
160
15,96
20 40
145
Totaal liter verbruik
242 484 726 399 1.851 1.800 lichte bewegingen 750 zware bewegingen
AdBlue
14,52 29,04 43,56 11,97 99,09
Tabel 3 Materieel inzet woonrijp
Materieel
Stage Klasse
Mobiele kraan
Stage IV, 75-560 kW, 2014-2018 Stage IV, 75-560 kW, 2014-2018 Stage IV, 75-560 kW, 2014-2018 Stage IV, <56 kW, 20142018
Wiellader Vrachtwagen Klein materieel
Totaal Aanvoer materialen Woon-werkverkeer Vrachtwagens
Totaal uren
Vermogen
Literverbruik/uur
200
19,81
100
10,18
12
80
8,25
40
20
2,50
60 40
Totaal liter verbruik
AdBlue
71,31
1189
24,43
407
5,9
99
6
100
152
1.795
107,68
220 lichte bewegingen 150 zware bewegingen
GEBRUIKSFASE Voor de gebruiksfase is het rekenjaar 2023 gehanteerd. Omdat dit hetzelfde jaar is als de realisatiefase, zijn beide fases in één berekening uitgevoerd. De ontwikkeling krijgt geen gasaansluiting, zodoende is in de beoogde situatie geen sprake van directe emissies vanuit het plan. De (potentiële) gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 worden in de gebruiksfase bepaald door de emissies die samenhangen met de verkeersgeneratie. Bij het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van CROW publicatie 381. Op basis van de parkeernormen van gemeente Hoeksche Waard is de stedelijkheidsgraad vastgesteld als ‘weinig stedelijk’. De beoogde ontwikkeling is gelegen in het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’. Tenslotte wordt conform de gemeentelijke parkeernormen per kencijfer uitgegaan van het gemiddelde van de bandbreedte. De verkeersgeneratie is in tabel 4 weergegeven en bedraagt 42 mvt/etmaal. Tabel 4 Verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling
Functie
Functie CROW-381
Studio’s kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten) Tweekamerwoningen kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten) Driekamerwoningen kamerverhuur, zelfstandig (niet studenten) Totaal
Aantal
Kengetal
4 6 10
5,6 per woning 5,6 per woning 5,6 per woning
Verkeersgeneratie mvt/etmaal weekdag 22,4 33,6 56 112
Verkeersafwikkeling Voor de rijroutes en rijrichtingen is het heersende verkeersbeeld van belang. Het wegverkeer gaat op in het heersende verkeersbeeld als het conform de Instructieregels voor Aerius, zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Op basis van de navigatietool van Google Maps is een inschatting gemaakt van hoe het verkeer vanaf het projectgebied wordt ontsloten. Het verkeer arriveert en verlaat het projectgebied via de Rietakker, Polderboom, Nicolaas van
4/5
Puttenstraat waarna vervolgens het verkeer via de Molendijk afwikkelt. Vanaf de Molendijk zijn de verkeersbewegingen berekend tot het dorp Piershil (t/m het kruispunt van Steegjesdijk, Sluisjesdijk en de Buitenom). Gezien de verwachte verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling gaat het wegverkeer hier op in het heersende verkeersbeeld.
4. RESULTATEN EN CONCLUSIE Uit de berekeningen met AERIUS Calculator (2023.0.1) voor de realisatie- en gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekening zijn significant negatieve effecten op Natura 2000gebieden in de realisatie- en gebruiksfase uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming.
5/5