CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

241220 Q&A RO Spreidingswet 3.2 D

Oordeelsvormende vergadering 14 januari 2025, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Tijdelijk uitbreiden van de opvanglocatie -AZC- op het perceel Kilweg 41 in s-Gravendeel6.536 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Q&A Spreidingswet

Ons kenmerk

Versie 3.2 - 20-12-2024

Deze Q&A zal regelmatig aangevuld worden; wijzigingen en aanvullingen worden geel gearceerd Inhoud A. De Spreidingswet - algemene informatie B. Proces - Capaciteitsraming en verdeling - Provinciale Regietafels en het Provinciale Plan - Uitruil en onderlinge verdeling - Eindverslag (+handreiking) C. Opvang - Vormen, wanneer telt wat mee - Beschikbaarheid - Amv D. Bonusregeling (SPUK) E. Verdeelbesluiten F. Exploitatie door derden G. Rollen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden H. Monitoring en (Interbestuurlijk) toezicht I.

Linkjes naar belangrijke publicaties

Heeft u een vraag die niet in de Q&A voorkomt? Stuur deze dan naar: spreidingswet@minjenv.nl

Pagina 1 van 19

A. De Spreidingswet – algemene informatie Gemeenten hebben met de ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’ (Spreidingswet) een wettelijke taak in de opvang van asielzoekers. Het doel van de wet is te komen tot voldoende opvangplekken en een evenwichtiger verdeling van asielzoekers over provincies en gemeenten. De wet is op 1 februari 2024 in werking getreden. Waarom is deze wet nodig? Het lukt niet om voldoende opvangplaatsen te realiseren voor asielzoekers die daar recht op hebben. Door deze wet is het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) niet meer afhankelijk van de medewerking van gemeenten om voldoende opvangplekken mogelijk te maken: Gemeenten krijgen daarom een wettelijke taak bij de opvang van asielzoekers. Met de Spreidingswet zorgen we voor voldoende opvangplekken voor asielzoekers in Nederland en een evenwichtiger verdeling over provincies en gemeenten. Draagt deze wet bij aan meer humane opvang? De systematiek in deze wet draagt bij aan voldoende duurzame en flexibele opvangcapaciteit. Door het aanhouden van locaties die voor vijf jaar of langer beschikbaar zijn (‘vaste voorraad’) kunnen schommelingen in instroom en bezetting in de toekomst beter worden opgevangen. Zo ontstaat er opvangcapaciteit die voldoende flexibel is om mee te kunnen bewegen met de behoefte.

De inzet van noodopvang en crisisnoodopvang wordt daarmee zoveel mogelijk voorkomen. Hoe zorgt het kabinet dat de wet uitvoerbaar is? Het kabinet zet in op een goede uitvoerbaarheid van deze wet, allereerst door een goede informatievoorziening richting medeoverheden en ketenpartners en het beschikbaar stellen van middelen ten behoeve van de nieuwe wettelijke taken. Daarnaast is er intensief contact met de medeoverheden en de partners in de migratieketen over de (eerste) ervaringen met de wet. We brengen mogelijke knelpunten in beeld en zoeken samen naar passende oplossingen die de uitvoerbaarheid ten goede komen. Wanneer wordt de Spreidingswet ingetrokken? In het Hoofdlijnenakkoord van het nieuwe Kabinet is afgesproken om de Spreidingswet in te trekken. Dit voornemen moet eerst uitgewerkt worden in een wetsvoorstel, waarna zowel de Tweede als de Eerste Kamer moeten instemmen met het voorstel tot intrekking van de wet. Hoe dit er definitief uit komt te zien en op welke termijn dit gaat plaatsvinden, is op dit moment nog niet duidelijk. Tot het moment van intrekking is de wet van kracht.

B. Proces Het kabinet raamt hoeveel opvangplekken er de komende 2 jaar nodig zijn. Dan wordt er een indicatieve verdeling gemaakt over de gemeenten op basis van inwoneraantal en SES-WOA score (sociaaleconomische score van een gemeente). Door de scores van de gemeenten in de provincie op te tellen ontstaat de provinciale opvangopgave. Elke provincie weet dan hoeveel opvangplekken ze moeten leveren. Gemeenten bespreken aan de provinciale regietafels (PRT’s) hoe zij gezamenlijk die opgave gaan invullen. Zij beslissen hier onderling welke gemeenten opvang gaan leveren en met hoeveel plekken. De PRT’s worden gecoördineerd door de commissarissen van de Koning (cdK’s) in hun rol als Rijksorgaan. De cdK brengt hier voor 1 november van het jaar verslag van uit aan de minister van Asiel en Migratie. Wanneer gemeenten tot een sluitende verdeling komen, legt de minister dit vast in een verdeelbesluit. Alleen als het gemeenten niet lukt om gezamenlijk de hele provinciale opgave in te vullen, kan de minister zelf gemeenten aanwijzen en daarmee verplichten om asielzoekers op te gaan vangen. Na 2 jaar start de cyclus weer opnieuw met het ramen van de hoeveelheid opvangplekken.

Capaciteitsraming en verdeling Hoe ziet de capaciteitsraming en verdeling per provincie eruit? Het overzicht met de raming, de provinciale opgave en de indicatieve verdeling is op 31 januari 2024 op de site van de rijksoverheid gepubliceerd en in de Staatscourant bekend gemaakt. Zie ook: officielebekendmakingen.nl Capaciteitsraming 2024 Telt een verlenging in de Spreidingswet ook als een ‘nieuwe plek’? De wet maakt geen onderscheid tussen oude en nieuwe plekken. Plaatsen tellen wel verschillend mee voor het realiseren van de opgave en voor het in aanmerking komen voor de bonusregeling. Bepalend voor de provinciale opgave is of een plek binnen 6 maanden na het verdeelbesluit beschikbaar is en dat ook minstens tot 1 februari 2026 blijft. Gemeente x biedt nieuwe noodopvang tot zomer 2025. Hoe telt dat mee in de opgave Spreidingswet? Voor de opgave van de Spreidingswet moeten de plekken van 1 juli 2025 tot 1 februari 2026 beschikbaar zijn om mee te tellen voor de opgave. Noodopvang

kan meetellen als het gaat om overbrugging naar reguliere opvang als die later dan 1 juli 2025 kan worden gerealiseerd. Hoe verhoudt de capaciteitsraming die gehanteerd wordt voor de Spreidingswet zich tot de Meerjarige Productie Prognose (MPP)? De capaciteitsraming voor de Spreidingswet (96.000 plekken) geldt tijdens de cyclus van twee jaar die voor deze wet gehanteerd wordt. In de halfjaarlijkse MPP brengt het kabinet in beeld met welke scenario’s van asielinstroom rekening gehouden moet worden. Dit gaat dus om toekomstige trends voor de asielinstroom. Gemeenten kunnen hier wel al rekening mee houden in hun meerjarenplanning. Alleen bij grote calamiteiten (zoals rampen) kan de tweejaarlijkse raming tussentijds worden bijgesteld. Gemeenten hebben met de komst van de Spreidingswet een wettelijke taak bij de opvang van asielzoekers, maar het interbestuurlijk toezicht kan alleen worden ingezet voor het aantal dat in de capaciteitsraming is opgenomen. Waarom is er een indicatieve verdeling naar gemeenten gemaakt en wat zegt een indicatieve verdeling? De landelijke asielopvangopgave is over alle gemeenten van Nederland verdeeld op basis van inwonersaantal en SES-WOA score (sociaaleconomische score van een gemeente). Dit is een indicatie van de gemeentelijke opgave.

De indicatieve verdeling is belangrijk voor het vaststellen van de hoogte van een eventuele bonus bij het realiseren van opvangplekken. Gemeenten die zijn opgenomen in het verdeelbesluit met te realiseren opvang hebben een wettelijke verplichting. Gemeenten die niet zijn opgenomen/geen onderdeel zijn van het verdeelbesluit hebben geen wettelijke verplichting. Voor deze gemeenten heeft de indicatieve verdeling geen verdere functie. Er kunnen grote verschillen zijn in de opgave tussen ogenschijnlijk vergelijkbare gemeenten. Hoe kan dat? De opgave wordt mede vastgesteld op basis van een combinatie van gegevens over welvaart, opleiding en arbeidsmarktdeelname van betreffende gemeente. De gegevens zijn te vinden op Statusscore per wijk en buurt o.b.v. welvaart, opleidingsniveau en arbeid | CBS De Provinciale Regietafels en het Provinciale Plan Waar starten de eerste overleggen voor het verdeelbesluit: lokaal of in de PRT? Dat is vrij om te bepalen. Waaraan moeten het provinciaal verslag en het onderliggende provinciaal plan voldoen? Er is een handreiking met suggesties voor het verslag van de cdK’s en het onderliggende provinciaal plan. Deze is te vinden op Wegwijzer in de asielketen | VNG.

Wat is het verschil tussen een provinciaal plan en een provinciaal verslag? In elke provincie worden aan de provinciale regie tafel (PRT) afspraken gemaakt over alle verschillende opgaven voor asiel en migratie die opvang en huisvesting gerelateerd zijn. Het provinciaal plan geeft integraal inzicht in al de verschillende opgaven en de wijze waarop dit binnen de provincie wordt uitgewerkt. Het provinciaal plan is een bestuurlijke afspraak (gemaakt aan de LRT) en verschijnt jaarlijks. De Spreidingswet schrijft een provinciaal verslag voor. Het provinciaal verslag is het document dat een keer in de twee jaar voor 1 november door de commissaris van de Koning aan de minister van Asiel en Migratie wordt gezonden. In het verslag is opgenomen hoe en door welke gemeenten de opvangopgave in de provincie wordt ingevuld. Staat in de handreiking ook informatie over de Regionale Regie Tafel (RRT) en hoe er binnen de RRT wordt samengewerkt? Nee, dit is aan de RRT. De RRT is een stap om tot een provinciaal plan te komen. Moet het provinciaal plan ook al locaties te bevatten, of alleen een verdeling van asielplekken op het niveau van gemeenten? In het plan moet aannemelijk worden gemaakt hoeveel plekken elke gemeente gaat realiseren, inclusief de ingangsdatum en de duur.

Wordt het provinciaal verslag vertrouwelijk met de minister gedeeld, of wordt dit openbaar? De provinciale verslagen van de cdK’s zijn openbaar, maar worden niet actief door het ministerie van Asiel en Migratie gepubliceerd. Het provinciale verslag wordt wel meegezonden als bijlage bij het verdeelbesluit van de betreffende provincie. De verdeelbesluiten en bijlagen worden gepubliceerd in de Staatscourant. Financiering Levert het Rijk ook een bijdrage aan de kosten die gemaakt worden voor de zoektocht naar nieuwe plekken? Ja. Dit zal met een decentrale uitkering aan gemeenten gebeuren. Dit geld wordt per provinciale opvangopgave met behulp van een verdeelsleutel met een vast en een variabel bedrag verdeeld over de gemeenten Daarnaast komt er ook een decentrale uitkering van het Rijk voor provincies. Deze uitkering is onder andere bedoeld ter ondersteuning van de PRT. Als provincies ervoor hebben gekozen om een hulpstructuur op regionaal niveau te koppelen aan de PRT dan zijn de middelen ook voor deze ondersteuning bedoeld. Beide decentrale uitkeringen zijn niet geoormerkt. Het staat de gemeenten en de cdK’s vrij om een eigen verdeling van de middelen te maken. Rond september/oktober zal er definitief uitsluitsel komen over de decentrale uitkeringen aan gemeenten en provincies.

Uitruil, onderlinge verdeling Gemeenten kunnen gezamenlijk besluiten de verschillende opgaven, of delen daarvan, met elkaar uit te ruilen. Gemeente A verzorgt dan bijvoorbeeld de opvang van statushouders voor gemeente B, terwijl gemeente B de opvang van asielzoekers voor beide gemeenten realiseert. Het is aan de PRT om hier afspraken over te maken; er zijn kaders en richtlijnen vanuit het ministerie van Asiel en Migratie. De VNG heeft hiervoor een handreiking ontwikkeld. Deze is te vinden op het VNG Forum. Grote steden, zoals Amsterdam en Rotterdam hebben veel opvang van andere doelgroepen (daklozen, EU-migranten). Vallen die ook binnen de scope van uitruil? Het is aan de PRT’s om hier afspraken over te maken. Komt er nadere informatie over uitruilmogelijkheden? Bijv. Zou uitruil van taakstellingen plaats moeten vinden aan de RRT of ook aan de PRT? Nee, dit is aan de PRT om te beslissen. Worden onderlinge afspraken (uitruil) meegenomen bij het verdeelbesluit als een provincie niet aan de opgave voldoet? Als de provinciale opgave niet wordt gehaald, wordt voor het verdeelbesluit gekeken naar het verslag. Onderlinge afspraken in het kader van uitruil die in het verslag worden opgenomen, worden betrokken en meegenomen bij het nemen van het verdeelbesluit. Het advies aan gemeenten met uitruilafspraken, is om deze afspraken in het verslag op te nemen.

Het blijft echter mogelijk dat de verdeling ook voor deze gemeenten door de minister wordt aangepast.

C. Opvang Welke soorten opvang tellen mee? De Spreidingswet maakt geen onderscheid naar het soort opvang, anders dan het verschil tussen ‘regulier’ en ‘bijzonder’, zoals amv-plekken. Voor de wet is bepalend hoe lang de opvang beschikbaar is en of het COA daadwerkelijk mensen kan plaatsen op deze plekken. Om in aanmerking te komen voor de bonusregeling gelden specifieke voorwaarden. Hoelang moeten plekken beschikbaar zijn om mee te tellen? De plek moet uiterlijk 6 maanden na het verdeelbesluit beschikbaar zijn, dat is uiterlijk vanaf 30 juni 2025, en beschikbaar blijven tot in ieder geval 1 februari 2026. Na deze cyclus volgt een nieuwe cyclus die start met een capaciteitsraming vanaf 1 februari 2026. Hoe lang een plek beschikbaar is, heeft daarnaast gevolgen voor een aanspraak op een bonus.

Op welke wijze worden bestaande plekken op de opgave in mindering gebracht? Op dit moment is er al een bestaande duurzame opvangvoorraad: locaties van meer dan 100 plekken die er nu zijn of die voor 1 juli 2025 beschikbaar komen en langer dan 5 jaar beschikbaar zijn. Deze opvangplaatsen tellen mee bij de invulling van de eigen provinciale opgave. Tellen nieuw te ontwikkelen locaties alleen mee als ze 6 maanden na het verdeelbesluit beschikbaar zijn? Ja. De mate waarin de nieuw te ontwikkelen locaties concreet zijn, kan worden meegewogen in het verdeelbesluit van de minister. Wat wordt verstaan onder duurzame opvangplaatsen? Duurzame opvangplaatsen zijn opvangplaatsen die 5 jaar of langer beschikbaar worden gesteld. Duurzame opvangplaatsen komen voor een bonusregeling in aanmerking als er meer plaatsen worden aangeboden dan wat de gemeente zou moeten doen op basis van inwonersaantal en de sociaaleconomische score Wie bepaalt er of een locatie geschikt is? Het COA bepaalt of een locatie geschikt is. Bij het COA zijn programma’s van eisen beschikbaar en kunnen afspraken worden gemaakt om een locatie of accommodatie te schouwen. Als een gemeente kiest om een locatie onder eigen verantwoordelijkheid te exploiteren, moet er een overeenkomst worden gesloten met het COA.

Hoe wordt een aanmeldvoorziening gedefinieerd? Een aanmeldvoorziening is een voorziening waar asielzoekers opgevangen worden ten behoeve van activiteiten/werkzaamheden in het kader van het aanmeldproces (artikel 1.1. van het besluit). In deze cyclus van de Spreidingswet maken aanmeldvoorzieningen geen onderdeel uit van de opgave van de Spreidingswet. Hoe wordt besloten over de spreiding van de aanmeldvoorzieningen en andere 'bijzondere locaties'? In de capaciteitsraming en de provinciale opgaves zijn geen aanmeldvoorzieningen opgenomen. Dit geldt ook voor de overige vormen van bijzondere locaties. Het is wel de inzet vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid om tot een goede spreiding van aanmeldlocaties en bijzondere locaties te komen. Hierover worden gesprekken gevoerd met gemeenten die hiervoor openstaan. Een uitzondering hierop vormen de plaatsen voor alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv) die in een asielprocedure zitten. Deze plekken zijn wel per gemeente opgenomen in de indicatieve verdeling (zie ook het kopje ‘amv’ in deze Q&A). Is het onteigenen van (particuliere) panden een optie met het inzetten van de Spreidingswet? Nee, dit is geen optie. De wet biedt geen mogelijkheden tot onteigening.

Aan welke eisen moeten locaties waar opvangplekken gerealiseerd worden, voldoen? De opvangplek voor een asielzoeker moet minimaal voldoen aan de Europese Opvangrichtlijn die binnen de hele EU geldt. Aanvullend wordt een en ander praktisch/operationeel uitgewerkt in een kwaliteitskader waaraan opvangvoorzieningen in ieder geval moeten voldoen. Het COA heeft programma’s van eisen voor noodopvang en reguliere opvang. Deze programma’s hebben een hogere kwaliteitseis dan wordt voorgeschreven in de Europese Opvangrichtlijn. Alleen opvang die in zeer korte tijd tot stand komt en kortstondig in gebruik zal zijn (CNO/TGO) wijkt van deze programma’s van eisen af. Hiervoor zijn bij het COA handreikingen en toolkits beschikbaar. Tellen derdelanders uit Oekraïne met een asielaanvraag die opgevangen worden door gemeenten mee voor de opgave van de Spreidingswet? De Spreidingswet gaat over het beschikbaar stellen van opvangplekken voor asielzoekers. Derdelanders met een asielaanvraag zijn asielzoekers. Gemeenten kunnen plekken waar zij derdelanders met een lopende asielaanvraag opvangen, meetellen in de opgave voor de Spreidingswet. De plekken moeten dan wel voldoen aan de vereisten die in de Spreidingswet gesteld zijn: beschikbaar van 1 juli 2025 tot minimaal 1 februari 2026.

Tellen statushouders mee voor de opgave? Als statushouders nog geen plek hebben in een gemeente of doorstroomlocatie, en dus nog op een asielopvangplek zitten, dan telt deze plek mee voor de opgave. Gemeente X wil 2 locaties verwerven voor asielopvang: locatie 1 voor 24 maanden Tijdelijke Gemeentelijke Opvang (TGO) en locatie 2 voor gemeentelijke asielopvang in de vorm van een woonwijk, waarbij een deel van de woningen toegevoegd wordt aan de reguliere woning voorraad. Kan de gemeente voor de aanschaf van beide locaties gebruik maken van een voorschot op het normbedrag voor TGO? Financiering van Tijdelijke Gemeentelijke Opvang vindt achteraf plaats op basis van gemaakte kosten voor gerealiseerde opvang. Gemeenten kunnen kosten voor TGO declareren bij het COA. Gemeenten zullen dit dus in principe zelf moeten voorfinancieren. Er komt nog nadere informatie van het COA waarin de wijze van declareren verder wordt uitgelegd. De financiering voor TGO is bedoeld voor kortstondige opvang. Het realiseren van een AZC in de vorm van een woonwijk heeft naar alle waarschijnlijkheid het karakter van reguliere opvang. De TGO-vergoeding is hiervoor niet bedoeld. Telt een doorstroomlocatie mee voor de opgave? In een doorstroomlocatie worden statushouders gehuisvest die in afwachting zijn van een woning in een gemeente.

Een doorstroomlocatie telt daarom niet mee voor de opgave van de Spreidingswet. Worden er in een doorstroomlocatie ook plekken beschikbaar gesteld voor asielopvang dan tellen deze plekken mee als ze beschikbaar zijn van 1 juli 2025 tot minimaal 1 februari 2026.

Komt er een overzicht van de gemeentelijke bevoegdheden voor verschillende soorten opvang (zoals handreiking TGO)? Er wordt gewerkt aan een specifieke handreiking voor de tijdelijke spoedopvang. Deze is naar verwachting spoedig gereed. Ook wordt er gewerkt aan een bredere handreiking voor opvang die door gemeenten wordt geëxploiteerd, o.a. op basis van de Spreidingswet. Deze is naar verwachting deze zomer gereed. Zijn of komen er maatregelen (ruimtelijk instrumentarium) waardoor een gemeente meer kan doen om plekken te verkrijgen (zoals onteigenen) De Spreidingswet bevat geen nieuw ruimtelijk instrumentarium. Gemeenten zijn aangewezen op de bestaande ruimtelijke instrumenten die zij tot hun beschikking hebben. Wel zullen tijdens de eerste cyclus van de wet de ervaringen van gemeenten op dit gebied worden verzameld, zodat de belangrijkste knelpunten goed in beeld komen en er door het Rijk kan worden meegedacht over oplossingen. Komt er instrumentarium/ruimte vanuit het rijk om gemeenten meer slagkracht te geven bij conflicterende belangen en regels? De Spreidingswet bevat geen nieuw ruimtelijk instrumentarium. Gemeenten zijn aangewezen op de bestaande middelen die zij tot hun beschikking hebben.

Wel zullen tijdens de eerste cyclus van de wet de ervaringen van gemeenten op dit gebied worden verzameld, zodat de belangrijkste knelpunten goed in beeld komen en er door het Rijk kan worden meegedacht over oplossingen. Beschikbaarheid van de locatie Wanneer moet de provinciale opgave gerealiseerd zijn? Gemeenten zijn op basis van de Spreidingswet gehouden de plaatsen die opgenomen zijn in het verdeelbesluit uiterlijk een half jaar na vaststelling ter beschikking te stellen, zodat er daadwerkelijk asielzoekers kunnen worden opgevangen. Deze plekken moeten dus uiterlijk op 1 juli 2025 gerealiseerd zijn. Eerder mag uiteraard ook. Wat wordt in de Spreidingswet verstaan onder realisatie en sleutelklaar? Het COA moet over de locatie kunnen beschikken (artikel 7 van de wet) en er dan ook daadwerkelijk direct mensen in kunnen plaatsen om mee te tellen voor de opgave. Een gemeente is bezig met de ontwikkeling van een AZC, maar dit AZC is niet op tijd gereed om mee te tellen voor de Spreidingswet. In hoeverre is de gemeente in de tussentijd ook gehouden aan de opgave voor de Spreidingswet? Voor de Spreidingswet is de gemeente ook in de overbruggingsperiode - tussen 1 juli 2025 en het moment waarop het AZC opent - gehouden om de gevraagde

plekken te realiseren. Dit kunnen ook tijdelijke opvangplekken zijn, eventueel in andere gemeenten. Dit in afstemming aan de PRT. Wat gebeurt er als er om redenen die de gemeente niet in de hand heeft (uit de omgeving komen bezwaren, het COA kan niet op tijd aan zijn verplichtingen voldoen) een opvangvoorziening op het laatst tóch niet gerealiseerd kan worden voor 30 juni 2025? In principe blijft de opgave voor die gemeente dan staan. Deze omstandigheden kunnen worden ingebracht aan de PRT zodat gezamenlijk kan worden gekeken wat er gedaan kan worden ter overbrugging, zoals tijdelijke opvang of een uitruil tussen gemeenten. Inbrengen aan de PRT betekent echter niet dat de gemeente van haar verplichting tot realisatie wordt ontslagen. Wat moeten gemeenten doen als een locatie niet op tijd ter beschikking gesteld kan worden? Gemeenten hebben een meldplicht aan de toezichthouder als de terbeschikkingstelling van een locatie of accommodatie of de vergunningverlening naar verwachting niet tijdig kan worden gerealiseerd. De gemeente is bij het uitvoeren van de wettelijke taak vaak afhankelijk van anderen, zoals bijvoorbeeld het COA. Ook kunnen juridische procedures, bijvoorbeeld van omwonenden in het kader van de lokale vergunningverlening leiden tot vertraging in het realiseren van de taak.

Hoewel de taak juridisch bindend is, is het in dergelijke gevallen lastig om een college of raad aan te spreken op het niet naar behoren verrichten van een taak aangezien de gemeente deze processen niet in de hand heeft. Het is met het oog op deze situaties dat via monitoring door de PRT, de meldplicht van gemeenten aan de interbestuurlijk toezichthouder (de minister), en overleg tussen COA en de toezichthouder, tijdig kan worden bijgestuurd. Amv (alleenstaande minderjarige vreemdelingen) Waarom zijn in de capaciteitsraming amv niet apart benoemd bij de provinciale opgaven, maar wel indicatief per gemeente? Dit is geen vereiste vanuit het besluit. Het ligt voor de hand dat aan de PRT ook over de ‘som van het aantal amv-plekken’ en daarmee de verdeling van deze plekken wordt gesproken.

Is de opvang van amv ook een afdwingbare opdracht in het kader van de Spreidingswet? In de verdeelbesluiten worden de benodigde opvangplaatsen per provincie, verdeeld over de in het besluit aangewezen gemeenten. Dit gaat zowel om de benodigde reguliere opvangplaatsen als de bijzondere opvangplaatsen, zoals opvangplaatsen voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv). Als er te weinig amv-plekken worden aangeboden, dan zijn deze wel afdwingbaar.

Daarbij zal eerst worden gekeken naar gemeenten die nog niet voldoende plekken aanbieden. In de Beleidsregel verdeelbesluit met toelichting.pdf staat meer informatie over de factoren worden meegewogen bij het nemen van het verdeelbesluit. Gaat het bij de opvang van amv in het verdeelbesluit om opvangplaatsen voor amv zonder verblijfsvergunning of tellen plekken voor amv met verblijfsvergunning (statushouders) hier ook mee? Het aantal amv dat opgenomen is in de indicatieve verdeling zoals in de Staatscourant is gepubliceerd, ziet op amv die nog in procedure zijn (asielzoekers). Deze groep wordt ook wel amv-COA genoemd. Het gaat dus niet om amv-plekken voor amv met een status, ook wel amv-NIDOS genoemd. Telt een amv-plek dubbel? Nee voor de opgave tellen dit soort plekken niet dubbel. Er is wel een speciale bonusregeling voor het realiseren van bijzondere opvangplaatsen, zoals voor amv. Deze bonusregeling kan wel gecombineerd worden met een van de andere bonusregelingen bij de Spreidingswet. Tellen amv zonder vergunning die in de procedure zitten en bij een opvanggezin zijn geplaatst mee voor de opgave? Amv (zonder vergunning) die jonger zijn dan 15 jaar worden over het algemeen opgevangen in pleeggezinnen onder toezicht van het Nidos. Deze groep valt buiten de opgave van de Spreidingswet. De opgave van de Spreidingswet telt wel voor amv die opgevangen worden door het COA.

Deze opvang behoort tot de bijzondere opvangplaatsen waarvoor een speciale bonusregeling is.

D. Bonusregeling (SPUK) Om gemeenten te stimuleren vrijwillig plekken aan te bieden, zijn er verschillende bonusregelingen. Deze bonussen zijn vrij te besteden, dus ook voor een ander doel dan de opvang van asielzoekers. De hoogte van de bonus varieert en is afhankelijk van het soort plek dat aangeboden wordt en het aantal aangeboden plekken. Op de bonusregeling kan aanspraak gemaakt worden in drie gevallen: 1. Als er meer duurzame opvangplaatsen worden aangeboden dan wat een gemeente zou moeten doen op basis van inwonersaantal en sociaaleconomische score. Bij meer dan 100 opvangplaatsen boven de opgave is dat 2.000 euro per opvangplaats, bij minder dan 100 opvangplaatsen is dat 1.000 euro. 2. Als er bijzondere opvangplaatsen gerealiseerd worden, bijvoorbeeld voor amv. Hiervoor geldt een bonus van 2.000 euro per opvangplaats. Er is geen minimum grens voor het aantal plekken. 3. Als 75% van de provinciale opgave is behaald. Hiervoor geldt een bonus van 1.500 euro per opvangplaats die hierboven komt, te verdelen tussen provincie (15%) en gemeenten (85%). NB: regeling 1 en 3 kunnen niet gecombineerd worden. Regeling 1 en 2 kunnen wel gecombineerd worden. Een gemeente moet kiezen voor welke bonus zij in aanmerking wil komen. Uitgebreide informatie hierover staat in de Ministeriele regeling SPUK.

Op welke wijze en wanneer moeten gemeenten een keuze maken voor welke bonus zij in aanmerking willen komen? De bonusregeling bestaat uit drie verschillende regelingen die elk een eigen termijn hebben en moment van uitbetaling (SPUK). Gemeenten bepalen zelf voor welke regeling zij in aanmerking willen komen. Wanneer kunnen gemeenten de diverse SPUK-aanvragen indienen? In het voorjaar van 2025 zal een aanvraagformulier beschikbaar komen voor SPUK 1. Gemeenten kunnen deze invullen. Wanneer na toetsing blijkt dat een betreffende gemeente aan de voorwaarden van de bonus voldoet, zal de bonus vanaf juni 2025 worden uitgekeerd. SPUK 2 en SPUK 3 worden ambtshalve verstrekt. Dit wordt nader uitgewerkt. Verstrekking zal in juni 2026 plaatsvinden. Per wanneer wordt de bonus uitgekeerd? Dit verschilt per regeling: 1: In het voorjaar van 2025 komt een aanvraagformulier beschikbaar. De bonus wordt vanaf juni 2025 uitgekeerd. 2: Na ommekomst van de wetscyclus van 2 jaar. 3: Na ommekomst van de wetscyclus van 2 jaar.

Moet er in de provincie overeenstemming zijn over de bonusregeling of kunnen gemeenten in de provincie andere keuzes maken? Gemeenten bepalen zelf voor welke regeling zij in aanmerking willen komen. De provincie heeft hier geen keuze in te maken. Waarom krijgen provincies 15% en gemeenten 85% bij bonusregeling 3? Met deze verdeling wordt rekening gehouden met de bijdrage die gemeenten en de provincie leveren. Gemeenten hebben een wettelijke taak en moeten de opvang daadwerkelijk realiseren. Zij ontvangen daarom het grootste deel van deze uitkering. Tellen bestaande locaties in een nieuwe cyclus opnieuw mee voor de bonusregelingen? Ja. Als de locaties daarvoor in aanmerking komen, en dus ook op dát moment voldoen aan de voorwaarden voor toekenning van een bonus, tellen ze in een nieuwe cyclus van de Spreidingswet opnieuw mee. Bijvoorbeeld: voor duurzame opvangplaatsen die boven de gemeentelijke opgave liggen, kan ook in de volgende cyclus van de wet opnieuw aanspraak gemaakt worden op de bonus. Gemeente A opent een regulier AZC met meer plekken dan hun opgave voor de Spreidingswet. De gemeente heeft ook een uitruil-deal gemaakt met gemeente B en vangt voor hen asielzoekers op in ruil voor statushouders.

Krijgt gemeente A ook een bonus over de plekken die zij realiseert voor gemeente B ? Gemeente A kan voor alle plekken die zij realiseert boven op haar indicatieve opgave in aanmerking komen voor een bonus. Dit is inclusief de plekken die gemeente B had moeten realiseren, maar die nu door gemeente A wordt gerealiseerd. De bonus voor bijzondere opvangplaatsen wordt uitgekeerd door het rijk aan de gemeente. Hoe verloopt de aanvraag voor deze bonusregeling? Deze bonus zal ambtshalve verstrekt worden aan het einde van de cyclus, in juni 2026. De voorwaarden hiervoor worden nader uitgewerkt. Hier volgt in december 2024 nadere communicatie over richting gemeenten. Is de bonusregeling structureel (dus voor een aantal jaren) of incidenteel? De bonusregeling is gekoppeld aan de tweejarige cyclus van de wet. Zolang de wet van kracht is, en er aan de voorwaarden voldaan wordt, kan de bonus dus bij elke cyclus opnieuw worden aangevraagd. Wat gebeurt er als de Spreidingswet ingetrokken wordt? Kan een gemeente ervan uitgaan dat de bonussen ook dan uitgekeerd worden? In het Hoofdlijnenakkoord van het nieuwe Kabinet is afgesproken om de Spreidingswet in te trekken. Dit voornemen moet eerst uitgewerkt worden in een wetsvoorstel, waarna zowel de Tweede als de Eerste Kamer moeten

instemmen met het voorstel tot intrekking van de wet. Hoe dit er definitief uit komt te zien en op welke termijn dit gaat plaatsvinden, is op dit moment nog niet duidelijk. Tot het moment van intrekking is de wet van kracht. Hoelang moeten opvangplekken beschikbaar zijn om aanspraak te maken op de verschillende SPUK’s? Voor SPUK 1 (de SPUK voor duurzame opvangplekken) moeten de plekken vanaf 30 juni 2025 voor minimaal vijf jaar beschikbaar zijn. Voor SPUK 2 (de SPUK voor bijzonder opvangplekken, zoals amv) en SPUK 3 (de SPUK voor de 75% provinciale opgave) moeten de plekken de gehele wetcyclus beschikbaar zijn, de eerste cyclus is dit tot 1 februari 2026. Tellen amv-plekken ook mee als reguliere plekken voor SPUK 1? Ja. Bijvoorbeeld: De gemeente heeft op basis van de indicatieve verdeling 100 reguliere plekken, waarvan 20 amv nodig. De gemeente realiseert echter 120 duurzame amv-plekken en geen reguliere plekken. De gemeente kan SPUK 1 aanvragen voor iedere duurzame opvangplek boven de indicatieve verdeling. Dit zijn er 20. De gemeente kan SPUK 2 aanvragen voor iedere amv-plek. Dit zijn er 120.

E. Verdeelbesluiten Gemeenten bespreken aan de provinciale regietafels (PRT’s) hoe zij gezamenlijk de provinciale opgave gaan invullen. Zij bepalen hier onderling welke gemeenten asielopvang gaan leveren en met hoeveel plekken. Hierbij zijn de provinciale opvangopgave en de indicatieve verdeling per gemeente zoals opgenomen in de capaciteitsraming het uitgangspunt. De commissarissen van de Koning hebben hierover op 31 oktober 2024 verslag uitgebracht aan de minister van Asiel en Migratie. De minister van Asiel en Migratie heeft op basis van de provinciale verslagen per provincie vastgesteld hoe de provinciale opvangopgave wordt ingevuld. Als de provincie tot een volledige en uitvoerbare verdeling is gekomen, heeft de minister deze verdeling overgenomen. Als het gemeenten niet lukt om gezamenlijk de hele provinciale opgave in te vullen, heeft de minister zelf deze verdeling gemaakt. Deze verdeelbesluiten zijn op 20 december 2024 genomen. Hiermee krijgen gemeenten een wettelijke taak om de in het verdeelbesluit opgenomen aantallen opvangplekken mogelijk te maken. Deze plekken moeten vanaf 1 juli 2025 beschikbaar zijn. Hoe heeft de minister verdeelbesluiten gemaakt voor provincies die niet aan hun opgave voldoen? Als op basis van het provinciaal verslag blijkt dat een provincie niet aan haar opgave voldoet, neemt de minister van Asiel en Migratie zelf een verdeelbesluit.

Ook in dat geval is de verdeling in het verslag het uitgangspunt. Daarnaast kijkt zij naar een aantal zaken: - Een zo evenwichtig mogelijke verdeling over het grondgebied van Nederland, waarbij zij zoveel mogelijk rekening houdt met de SES-WOA-score op gemeenteniveau; - De duur en omvang van eerder geboden asielopvang en de aanwezigheid van bijzondere opvangmodaliteiten binnen de gemeenten; - De haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het verdeelbesluit. Moeten gemeenten de opvangplekken uit het verdeelbesluit realiseren? Gemeenten hebben tot 1 juli 2025 de tijd om de opvangplekken uit het verdeelbesluit mogelijk te maken. Als gemeenten vanaf 1 juli 2025 niet voldoen aan die wettelijke taak kan er, zolang de Spreidingswet van kracht is, vanaf dat moment interbestuurlijk toezicht worden ingezet. Wijst de minister in het verdeelbesluit concrete locaties aan? Nee, in het verdeelbesluit staan per gemeente het aantal opvangplekken die uiterlijk per 1 juli 2025 beschikbaar moeten worden gesteld. Er worden geen concrete locaties genoemd. Kunnen gemeenten na het verdeelbesluit alsnog besluiten om de plekken uit te ruilen? Gemeenten kunnen om te voldoen aan de restopgave aan de PRT uitruilafspraken maken, waarbij het net zoals eerder mogelijk is om plekken ten behoeve van de uitstroom van statushouders in te brengen.

Gemeenten blijven wettelijk gehouden aan de plekken die aan hen zijn toegewezen in het verdeelbesluit. Een dergelijke uitruil zal wel worden meegewogen bij de inzet van het interbestuurlijk toezicht. Is er een apart verdeelbesluit voor de amv-opgave? In het verdeelbesluit worden zowel de reguliere asielopvangplekken als de amvplekken meegenomen. Als uit een provinciaal verslag blijkt dat een provincie voldoet aan de reguliere opgave, maar niet aan de amv-opgave, dan worden deze in het verdeelbesluit aangewezen. Wat wordt verstaan onder haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het verdeelbesluit? Er wordt in het verdeelbesluit rekening gehouden met de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de verdeling van de opvangplekken voor de uitvoeringsorganisaties in de migratieketen (zoals COA, IND en DTenV) en de gevolgen hiervan voor het asiel-, vertrek- en opvangproces. Hierbij worden ook de omstandigheden meegewogen die blijken uit het verslag en kunnen bijdragen aan kansrijke realiseerbaarheid van een opvangvoorziening in een gemeente. Ook wordt rekening gehouden met de realiseerbaarheid van verplichtingen die door de wet- en regelgeving aan asielopvang worden gesteld.

Om de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van een verdeelbesluit te beoordelen wordt gebruikgemaakt van al bekende informatie en informatie van andere partijen zoals bijvoorbeeld het COA, de IND en de DT&V. Kan er bezwaar of beroep worden aangetekend tegen het verdeelbesluit? Gemeenten en eventuele andere belanghebbenden kunnen in bezwaar en beroep tegen het verdeelbesluit. Dit gaat volgens de gebruikelijke bezwaar- en beroepsprocedure. Wat betekent het voornemen tot intrekken van de Spreidinsgwet voor de verdeelbesluiten, de inzet van het interbestuurlijk toezicht en de bonusregelingen? In het Hoofdlijnenakkoord van het nieuwe Kabinet is afgesproken om de Spreidingswet in te trekken. Dit voornemen moet eerst uitgewerkt worden in een wetsvoorstel, waarna zowel de Tweede als de Eerste Kamer moeten instemmen met het voorstel tot intrekking van de wet. Hoe dit er definitief uit komt te zien en op welke termijn dit gaat plaatsvinden, is op dit moment nog niet duidelijk. Tot het moment van intrekking is de wet van kracht. Met het oog op de genomen verdeelbesluiten en de wens om gemeenten in staat te stellen gezamenlijk tot invulling en realisatie te komen zijn er afspraken gemaakt met de voorzitters van de PRT’s: •

•

•

Gemeenten kunnen om te voldoen aan de restopgave aan de PRT uitruilafspraken maken, waarbij het net zoals eerder mogelijk is om plekken ten behoeve van de uitstroom van statushouders in te brengen. Gevolg van het verdelen van de restopgave is dat veel gemeenten relatief kleine opgaves (regulier en amv) krijgen toegewezen. Om de haalbaarheid en uitvoerbaarheid te bevorderen, de continuïteit van ketenprocessen te borgen en daarbij oog te houden voor het kostenaspect, is aan de PRT’s ook gevraagd om afspraken te maken over het samenvoegen van opgaven. Dit geldt voor de restopgave, maar ook voor de door gemeenten zelf aangedragen plekken. Uit de provinciale verslagen volgt dat een aantal provincies meer plekken realiseert dan hun provinciale opgave. Daartegenover staat een aantal provincies met een niet-sluitend verslag. Gevolg hiervan is dat het realiseren van de som van de in het verdeelbesluit vastgelegde provinciale opgaves leidt tot meer plekken dan de gevraagde 96.000. Om ervoor te zorgen dat het totale aantal te realiseren plekken het aantal van 96.000 niet overstijgt is afgesproken: dat provincies met een overschot op de eigen provinciale opgave in gesprek kunnen gaan met provincies die een restopgave hebben en hiervoor afspraken maken die zien op het uitruilen van de opgave tussen gemeenten.

Over dit proces, voorwaarden en mogelijke financiële gevolgen zullen begin 2025 nadere afspraken worden gemaakt met de voorzitters van de PRT’s.

Welke ondersteuning wordt er door het ministerie van Asiel en Migratie geboden aan gemeenten en provincies? •

•

•

•

Om gemeenten te ondersteunen komen er in het eerste kwartaal van 2025 extra instrumenten beschikbaar die helpen bij het vergroten van de uitstroom van statushouders uit de opvang. Deze ontwikkeling kan worden betrokken bij de gesprekken aan de PRT's. Bij het interbestuurlijk toezicht op het realiseren van de opgave mogelijk vanaf 1 juli 2025 - worden alle relevante feiten en omstandigheden betrokken om te bepalen of gemeenten zich in voldoende mate hebben ingespannen. Wat betreft de specifieke uitkeringen en de implicaties bij eventuele uitruilafspraken gaat het ministerie in gesprek met gemeenten om te bezien hoe dit bij uitruilafspraken op een juiste manier en in lijn met de geldende regelgeving kan worden vormgeven. Tot slot zal het ministerie in januari 2025 een handreiking ter beschikking stellen die PRT’s helpt bij het komen tot uitruil- en samenvoegafspraken.

F. Exploitatie door derden Wat is de rol van het COA als een gemeente een locatie zelf exploiteert? Voordat een gemeente onder eigen verantwoordelijkheid een locatie gaat exploiteren, moet er een overeenkomst afgesloten worden met het COA. Hierin worden de rollen en verantwoordelijkheden uitgewerkt en worden afspraken vastgelegd over de financiering. Ook worden in de overeenkomst afspraken vastgelegd die erop toezien dat andere partijen in de migratieketen (zoals de IND en DT&V) hun taken kunnen uitvoeren . Het COA blijft in alle gevallen verantwoordelijk om te bepalen wie er op een locatie wordt geplaatst. Het COA kan geen afspraken meer maken over een doelgroepbeperking voor een locatie. In sommige gevallen wordt een locatie door het Rode Kruis geëxploiteerd: valt dit ook onder deze regeling? Dat kan. Als een gemeente zelf tot exploitatie overgaat, zou het Rode Kruis een partij kunnen zijn die dit uitvoert. Komt er een beleidskader voor exploitatie en beheer door gemeenten, en wanneer is dit gereed? Op 25 juni is de handreiking ‘Kwaliteit gemeentelijke opvang’ naar de Tweede Kamer gestuurd. Door het ministerie van Asiel en Migratie wordt nog gewerkt aan een nadere uitwerking ten behoeve van de gemeentelijke exploitatie.

G. Rollen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden De minister van Asiel en Migratie oefent toezicht uit op de naleving van de taak door de gemeenten. Aan de provinciale regietafels (PRT’s) wordt de voortgang gemonitord ten aanzien van de provinciale asielopvang. De cdK’s delen daarover de laatste stand van zaken aan de landelijke regietafel (LRT). Wat is de bevoegdheid van het college en de positie van de raad in relatie tot de Spreidingswet? De Spreidingswet creëert een wettelijke taak voor gemeenten (in medebewind) die zowel raad als college bindt. In de fase tot 1 november zijn het vaak (vertegenwoordigers) van het college die als deelnemer aan de provinciale regietafel (PRT) met andere gemeenten invulling zullen geven aan de provinciale opgave zoals opgenomen in de raming. Bestaande rollen en bevoegdheden zijn daarbij van kracht. Het ligt dan ook in de rede dat het college de raad actief informeert over de inzet, voortgang en resultaat van de besprekingen in de PRT. Wie besluit binnen de gemeente formeel over de (invulling van) de Spreidingswet? Het college draagt zorg voor terbeschikkingstelling van de opvangvoorzieningen aan het COA die nodig zijn voor de opvang van asielzoekers binnen de gemeente. De Spreidingswet biedt ook de mogelijkheid voor gemeenten tot het zelf exploiteren van een opvangvoorziening.

Het college draagt zorg voor het verlenen van de noodzakelijke gemeentelijke (omgevings)vergunningen. Voor eventuele wijzigingen van vergunningen of het omgevingsplan speelt de gemeenteraad een rol.

H. Monitoring en (Interbestuurlijk) Toezicht Het wordt het interbestuurlijk toezicht vormgegeven? Het interbestuurlijk toezicht is een bestaand instrument dat tussen overheden wordt ingezet. Zo houdt de provincie toezicht op gemeenten als het gaat om de gemeentelijke begroting en de uitvoering van de huisvestingsopgave van statushouders. Uitgangspunt van het interbestuurlijk toezicht is vertrouwen; het vertrouwen dat een bestuurslaag zijn taken goed uitoefent. Bij het uitvoeren van het interbestuurlijk toezicht op gemeenten door de minister sluiten we aan bij de bestaande praktijk en de afspraken die hierover zijn gemaakt tussen het Rijk, provincies en gemeenten. Wat zijn de gevolgen als geplande opvang niet op tijd wordt gerealiseerd en de oorzaak daarvan niet bij gemeenten ligt? Deze vraag is niet generiek te beantwoorden. Hierover zal in het beleidskader dat voor de zomer verschijnt meer duidelijkheid worden gegeven.

Wanneer wordt de wet geëvalueerd? Twee jaar na inwerkingtreding van de wet worden de effecten van de wet getoetst. Vervolgens vindt binnen 4 jaar na inwerkingtreding van de wet een evaluatie plaats van de wet. Op basis van die evaluatie kan de wet worden aangepast. Daarbij zijn de Tweede en Eerste Kamer weer aan zet.

I. Linkjes naar belangrijke publicaties Document

Link

Toelichting

De wet

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb2024-12.html

Wettelijk kader

Het besluit

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb2024-13.html

Uitwerking bepalingen van de wet

Capaciteitsraming, provinciale opgave en indicatieve verdeling

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt2024-3320.html

Opgave voor de komende tijd

Ministeriele regeling SPUK

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt2024-3349.html

Regels over de bonussen

Ministeriele regeling kwaliteit en exploitatie

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt2024-3299.html

Regels over opvang door derden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15053076/1