CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

220202 Nota Reserves en voorzieningen gemeente Hoeksche Waard 2022

Beeldvormende bijeenkomst 22 februari 2022, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Nota Reserves en voorzieningen gemeente Hoeksche Waard 20223.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota reserves en voorzieningen 2022

Inhoudsopgave 1 Inleiding ............................................................................................................................................. 2 Aanleiding.......................................................................................................................................... 2 Doelstelling ....................................................................................................................................... 2 Leeswijzer .......................................................................................................................................... 2 Inwerkingtreding en citeertitel ...................................................................................................... 2 2 Algemene uitgangspunten .............................................................................................................. 3 2.1 Wettelijk kader reserves en voorzieningen ............................................................................ 3 2.2 Onderscheid reserves en voorzieningen ................................................................................ 3 3 Reserves .............................................................................................................................................

4 3.1 Algemene reserve ...................................................................................................................... 4 3.2 Bestemmingsreserves ............................................................................................................... 4 3.3 Systeemreserves ........................................................................................................................ 5 3.4 Stille reserves.............................................................................................................................. 5 3.5 Beleidslijnen reserves ................................................................................................................ 5 3.6 Bevoegdheden reserves ........................................................................................................... 6 4 Voorzieningen.................................................................................................................................... 7 4.1 Wettelijk kader ........................................................................................................................... 7 4.2 Soorten voorzieningen ..............................................................................................................

8 4.3 Beleidslijnen voorzieningen ..................................................................................................... 8 4.4 Bevoegdheden voorzieningen ................................................................................................. 9 5 Gemeentelijk beleidskader .............................................................................................................. 9 6. Uitgangspunten budgetten bij nog niet (volledig) uitgevoerde werkzaamheden ............... 10 7. Resultaatbestemming bij de jaarrekening .................................................................................. 11

1

1 Inleiding Aanleiding Begin 2019 is de harmonisatie doorgevoerd in de reserves en voorzieningen en vertaald in een Nota reserves en voorzieningen opgesteld voor de Hoeksche Waard. Hierbij zijn de reserves en voorzieningen vanuit de voormalige gemeenten teruggebracht tot een overzichtelijk geheel. In deze nota vindt een verdere optimalisatie en verfijning plaats van het beleid op basis van de praktijk van de afgelopen drie jaar. In deze nota wordt, naast het juridische kader en overeenkomstig artikel 212 van de Gemeentewet, de vorming en besteding van de reserves en voorzieningen behandeld.

Doelstelling De doelstelling van deze notitie is het creëren van een helder beleidskader met duidelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden in de manier waarop met de reserves en voorzieningen wordt omgegaan. In deze nota zijn richtlijnen opgenomen voor o.a. de vorming en aanwending van reserves en voorzieningen Dit kader is samengesteld op basis van de actuele wet- en regelgeving. Daar waar het BBV ruimte biedt aan eigen invulling door de gemeente, wordt in deze nota een uitspraak gedaan over de wijze waarop onze gemeente hiermee omgaat. De nota is een kader, waarvan indien nodig kan worden afgeweken. In dergelijke gevallen wordt de raad om instemming gevraagd.

Leeswijzer In de nota worden in hoofdstuk 2 eerst de algemene uitgangspunten weergegeven. Daarnaast wordt het onderscheid aangegeven tussen een reserve en een voorziening. De beleidsuitgangspunten voor instellen en onttrekken aan reserves worden weergegeven in hoofdstuk 3 en de beleidsuitgangspunten voor instellen en onttrekken aan voorzieningen staan vermeld in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 staat het gemeentelijk beleidskader toegelicht. In hoofdstuk 6 worden de uitgangspunten budgetten bij nog niet (volledig) uitgevoerde werkzaamheden vermeld en in hoofdstuk 7 wordt de resultaatbestemming bij de jaarrekening besproken.

Inwerkingtreding en citeertitel 1. De notitie kan worden geciteerd als “Nota reserves en voorzieningen gemeente Hoeksche Waard 2022”. 2. De notitie zal met terugwerkende kracht worden gehanteerd vanaf 1 januari 2022 en treedt in plaats van “Nota reserves en voorzieningen gemeente Hoeksche Waard 2019”

2

2 Algemene uitgangspunten In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wettelijke kaders op het gebied van de reserves en voorzieningen. Bij de begroting stelt de raad de kaders vast voor zowel het beleid als de financiën. Een goed inzicht in de financiële positie is, gelet op de continuïteit van de gemeente, essentieel. Wij hanteren de volgende uitgangspunten: • heldere kaders in het kader van besluitvorming en uitvoering; • het bevorderen van het inzicht en transparantie in de vermogenspositie van de gemeente; • het bevorderen van voldoende weerstandsvermogen om financiële risico’s op te kunnen vangen.

2.1 Wettelijk kader reserves en voorzieningen In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) staan de kaders met betrekking tot reserves en voorzieningen. Het betreft de bepalingen die zijn vastgelegd in artikel 42 t/m 45 van het BBV. De inhoud per artikel is als volgt: • Artikel 42 schrijft voor dat het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat (na stortingen in/onttrekkingen uit reserves) volgend uit de jaarrekening. Het gerealiseerde resultaat volgende uit het overzicht van baten en lasten moet daarbij afzonderlijk worden opgenomen. • Artikel 43 geeft aan dat in de balans onderscheid wordt gemaakt naar de algemene reserve en bestemmingsreserves. Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. • Artikel 44 heeft betrekking op voorzieningen en de situaties waarin deze moeten worden gevormd. • Artikel 45 schrijft voor dat rentetoevoeging aan voorzieningen niet is toegestaan.

2.2 Onderscheid reserves en voorzieningen Het belangrijkste onderscheid tussen reserves en voorzieningen is dat reserves tot het eigen vermogen en voorzieningen tot het vreemd vermogen worden gerekend. Reserves zijn bedrijfseconomisch gezien vrij te besteden. De raad geeft aan een deel van het eigen vermogen een bepaalde bestemming, maar kan indien nodig deze bestemming ook weer wijzigen. Er kan door de gemeente dus zelfstandig over de aanwending van reserves worden beslist. Voorzieningen worden beschouwd als verplichtingen om uitgaven te doen in een volgende periode, terwijl de verplichting haar oorsprong vindt in een daaraan voorafgaande periode. In verband met het verplichtend karakter dat hieraan gekoppeld is, komen voorzieningen overeen met vreemd vermogen. Het onderscheid tussen reserves en voorzieningen wordt in onderstaande tabel weergegeven. Omschrijving Onderdeel van Wijziging bestemming Aanwending vrij Opbouw (dotatie) Onttrekking (aanwending) Verantwoordelijkheid instellen / opheffen 1

Reserve

Voorziening

Eigen vermogen Mogelijk Ja1 Onderdeel van saldo van mutaties in reserves (resultaatbestemming) Onderdeel van saldo van mutaties in reserves (resultaatbestemming) Bevoegdheid Raad

Vreemd vermogen Niet mogelijk Alleen voor betreffend doel Onderdeel saldo van baten en lasten (resultaatbepaling) Ten laste van de voorziening2 Bevoegdheid College3

Bij dekkingsreserves dient dan wel de vervangende dekking te worden aangegeven.

2

Uitzondering hierop zijn de van derden verkregen middelen die specifiek besteed worden (bijvoorbeeld tariefsegalisatie rioolbeheer). 3 Bevoegdheid Raad voor de niet verplichte voorzieningen (egalisatievoorzieningen art. 44, lid 1c en 1d, BBV).

3

De mutaties van de reserves worden afzonderlijk van de baten en de lasten weergegeven in de programma’s in de P&C documenten. De uitgaven die samenhangen met een reserve worden wel op hetzelfde programma gepresenteerd. De vorming van voorzieningen verloopt via de programma’s ten laste van het betreffende taakveld in de exploitatiebegroting. Dat wil zeggen dat de kosten van vorming van voorzieningen mee tellen in het saldo van baten en lasten (resultaat vóór bestemming). Bij de voorzieningen komen de aanwendingen rechtstreeks ten laste van de voorziening en vormen daardoor geen last meer in de exploitatie. Zoals in voetnoot 2 is aangegeven zijn de van derden verkregen middelen die specifiek besteed worden een uitzondering hierop. Te denken valt aan de tariefsegalisatie rioolbeheer.

3 Reserves Artikel 43 van het BBV onderscheidt twee soorten reserves; de algemene reserve en de bestemmingsreserves.

3.1 Algemene reserve De algemene reserve bestaat voor een deel uit vrij besteedbare eigen vermogen en een deel uit bufferfunctie voor het opvangen van incidentele tegenvallers en het opvangen van risico’s waarvoor geen (toereikende) bestemmingsreserves zijn ingesteld.

3.2 Bestemmingsreserves Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. De gemeente beschikt over diverse bestemmingsreserves: • Bestemmingsreserves die vrij beschikbaar zijn, de raad kan namelijk tussentijds een ander doel geven aan een bestemmingsreserve; • Bestemmingsreserves die feitelijk niet vrij beschikbaar zijn, bijvoorbeeld voor het afdekken van afschrijvingslasten. Een bestemmingsreserve is te besteden aan het doel waarvoor deze is ingesteld. De bestemming kan door de raad worden gewijzigd. De bestemmingsreserves zijn onder te verdelen in: Dekkingsreserves Dekkingsreserves zijn bestemmingsreserves voor de dekking van afschrijvingslasten van investeringen. Volgens het BBV moet voor de activering van investeringen de brutomethode worden gehanteerd. De bruto-methode houdt in dat aanwendingen van reserves niet afgetrokken mogen worden van het investeringsbedrag voor de berekening van de afschrijvingslasten. De afschrijvingslasten worden berekend over de bruto-investering en de reserve wordt gedurende de afschrijvingstermijn aangewend om de afschrijvingslasten (geheel dan wel gedeeltelijk) af te dekken. Egalisatiereserves Dit zijn reserves die gevormd zijn om (ongewenste) fluctuaties in exploitatieresultaten of tarieven op te vangen.

Dit betekent dat de lasten en baten over de jaren heen regelmatig ten laste of ten gunste van de exploitatiebegroting worden gebracht om pieken en dalen te egaliseren. Voorwaarde is wel dat er een actueel meerjarenperspectief aan ten grondslag ligt. 4

Overige bestemmingsreserves Dit betreft reserves om te zijner tijd de realisering van een bepaalde activiteit mogelijk te maken. Daarnaast vallen hieronder de overige (vrije) bestemmingsreserves waaraan deels nog geen concrete besteding is gekoppeld in de vorm van ‘harde’ verplichtingen of risico’s. De raad geeft aan deze reserves een bepaalde bestemming, maar kan deze nog vrij besteden zolang er niet via een begrotingswijziging is besloten tot aanwending.

3.3 Systeemreserves Volgens de algemene uitganspunten in het BBV volgen mutaties op reserves de begroting. De werkelijke onttrekking aan de reserve is volgens het BBV in principe gelijk aan de geraamde onttrekking aan de reserve. In de werkelijkheid kunnen de kosten die uit de reserve worden gedekt lager of hoger uitvallen dat de geraamde kosten. Bij een systeemreserve wordt in werkelijkheid niet het geraamde bedrag aan de reserve onttrokken, maar hetzelfde bedrag dat in werkelijkheid ook is uitgeven in dat boekjaar. De omvang van de werkelijke onttrekking wordt hiermee als het ware gekoppeld aan de werkelijke kosten voor zover dit past binnen het totaal van de meerjarige raming (uit de begroting). De raad kan van de bestemmingsreserves specifieke reserves aanwijzen als systeemreserves. In het bijlagenboek zijn alle reserves opgenomen, waarbij is aangegeven of deze een systeemreserve betreffen.

3.4 Stille reserves Stille reserves zijn de meerwaarden van activa die tegen een lagere waarde op de balans worden gewaardeerd dan de opbrengstwaarde (economische waarde) en direct verkoopbaar zijn zonder dat het bedrijfsproces hierdoor negatief wordt beïnvloed. Deze stille reserves worden niet meegeteld voor de bepaling van het weerstandsvermogen van de gemeente. Bij verkoop van deze bezittingen ontstaan dus winsten die eenmalig vrij inzetbaar zijn.

3.5 Beleidslijnen reserves Reserves zijn onderdeel van het eigen vermogen van de gemeente. In de bestemmingsreserves liggen middelen vast voor de betreffende bestemming en daarmee niet voor andere doeleinden. Veelvuldig gebruik van reserves leidt daarnaast tot minder inzicht in werkelijk exploitatieresultaat. Om te voorkomen dat vermogen onnodig vastzit in reserves is het van belang terughoudend om te gaan met het instellen van bestemmingsreserves. Hierdoor krijgt de raad de mogelijkheid om haar middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten. Alleen als er gegronde redenen zijn wordt een reserve ingesteld. Kern van het beleid in deze nota ten aanzien van reservevorming is het opleggen van beperkingen, juist omdat de beleidsvrijheid zo groot is en dit kan leiden tot een uitgebreid arsenaal aan reserves. Beperking van het aantal reserves gebeurt op twee fronten: • preventief door beperkingen op te leggen aan de instelling van de reserve en de instellingsduur; • repressief door verplichte vrijval als de reserve boven een bepaald maximum komt en periodieke evaluatie. Bestemmingsreserves moeten zoveel mogelijk beperkt blijven tot concrete bestemmingen die binnen afzienbare tijd zijn te realiseren en een van tevoren afgesproken omvang hebben. 5

Daarbij rijst de vraag wat een afdoende niveau is waarop de algemene reserve moet worden gehandhaafd en hoe moet worden omgegaan met het eventuele verschil. Vanuit het risicomanagement wordt periodiek via de Planning- en Controlcyclus een risicoinventarisatie gemaakt. Het daarbij berekende benodigde weerstandsvermogen is een goede maatstaf om de minimale hoogte van algemene reserve op te bepalen. De maatstaf is namelijk uitgebreid onderbouwd, is gebaseerd op de activiteiten van de gemeente en de lokale omstandigheden waarin de gemeente haar werk doet en wordt periodiek herzien. Daarom is vanuit de algemene reserve een bedrag afgezonderd als algemene reserve weerstandsvermogen. Dit bedrag wordt gevormd op basis van de hiervoor beschreven methodiek. Beleidslijn 1: Er wordt terughoudend omgegaan met het instellen van (nieuwe) bestemmingsreserves. Beleidslijn 2: Voor het instellen van reserves geldt een ondergrens van € 250.000.

Beleidslijn 3: In het voorstel voor het instellen van een reserve is het volgende opgenomen: • het motief (doelstelling) voor de instelling van de reserve; • of de reserve een systeemreserve betreft; • of er een specifiek mandaat (beschikkingsbevoegdheid) van toepassing is voor mutaties in de reserve; • de omvang en de wijze van storten (structureel of incidenteel) waarmee de reserve wordt gevormd; • de bestedingsraming voor de komende jaren van de reserve, inclusief onderbouwing daarvan; • de einddatum (voor zover van toepassing). Beleidslijn 4: De reserves worden jaarlijks bij de begroting kritisch beoordeeld op toereikendheid, nut en noodzaak. Indien er geen concrete onderbouwing voor de besteding dan vloeien deze middelen terug in de algemene reserve. Reserves mogen volgens het BBV in basis niet negatief zijn. Negatieve reserves passen namelijk niet bij de aard en de beoogde betekenis van een reserve; namelijk een spaarpot. Bovendien wordt conform BBV geen rente toegerekend aan reserves.

3.6 Bevoegdheden reserves Bevoegdheden (algemeen) De gemeenteraad is het orgaan dat beslist over de instelling, opheffing, samenvoeging, wijziging van de doelstelling van de reserve, toevoegingen en onttrekkingen van reserves, tenzij het mandaat (voor specifieke reserves) door de raad aan het college is verstrekt. In bijlage 1 wordt per reserve aangegeven hoe de bevoegdheden zijn geregeld. a. Vorming De gemeenteraad stelt reserves in. De raad verbindt ook doelstellingen aan de reserves. In bijlage 1 behorend bij deze nota is de doelstelling per reserve weergegeven. 6

b. Toevoegingen (stortingen) Stortingen in reserves mogen alleen worden gedaan als ze hierover in een eerder stadium besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden. In de jaarrekening worden toevoegingen aan elk van de bestemmingsreserves verwerkt het bedrag dat via begrotingswijzigingen door de raad is goedgekeurd (met uitzondering van systeemreserves: zie paragraaf 3.3). c. Onttrekkingen Bij het vaststellen van de begroting is door de gemeenteraad aangegeven voor welke bedragen en onder welke voorwaarden de reserves in het lopende jaar mogen worden aangesproken. Hiermee delegeert de gemeenteraad het college van burgemeester en wethouders tot het doen van uitgaven tot het maximum van de begrote onttrekkingen (met uitzondering van systeemreserves: zie paragraaf 3.3). Uitgaven ten laste van systeemreserves die uitgaan boven de begrote onttrekkingen worden verwerkt in de jaarstukken en alsnog achteraf verantwoord. In de begroting en jaarstukken wordt de geactualiseerde stand van de reserves en voorzieningen opgenomen. d. Opheffen De gemeenteraad is het enige orgaan dat bevoegd is (restant) reserves op te heffen.

4 Voorzieningen 4.1 Wettelijk kader Een voorziening is een onderdeel van het vreemd vermogen, dat is gereserveerd voor toekomstige lasten, tekorten, risico’s of verplichtingen die voortvloeien uit de voorbije periode. De voorzieningen worden gevormd voor voorzienbare verplichtingen tegenover derden waarvan het bestaan en omvang nog onzeker zijn maar wel redelijkerwijs kunnen worden ingeschat. Een voorziening wordt als het ware gezien als een saldo van toekomstige lasten (een schuld) en is daarom een onderdeel van het vreemd vermogen. De besteding van de hier benoemde gelden ligt min of meer vast, omdat de toekomstige lasten onvermijdelijk zijn en de risico’s reëel zijn ingeschat. Er bestaan verschillende soorten voorzieningen. Zo zijn er voorzieningen waarbij sprake is van een verplichting (geen keuze). Daarnaast bestaan er ook voorzieningen met een egalisatiefunctie waarbij kosten worden gespreid in de tijd (wel keuze). De verplichting tot het vormen van voorzieningen is beschreven in het BBV. Voorzieningen worden volgens artikel 44 van het BBV gevormd wegens: Lid 1: a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten (bijvoorbeeld pensioenvoorziening wethouders); b.

op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten (bijvoorbeeld grondexploitaties); c. kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand

7

begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren (bijvoorbeeld voorziening onderhoud gebouwen); d. de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen (met economisch nut) waarvoor een heffing wordt geheven (bijvoorbeeld spaarcomponent voorziening riolering); Lid 2: Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek moeten worden besteed, met uitzondering van de voorschotbedragen (bijvoorbeeld voorziening riolering met een niet specifiek onderbouwd tarief).

4.2 Soorten voorzieningen We onderscheiden 2 categorieën voorzieningen: 1) Middelen van derden 2) Overige voorzieningen, onderverdeeld in een: o Voorziening voor toekomstige verplichtingen en risico’s o Egalisatievoorziening o Verliesvoorziening De bevoegdheid tot instellen van een voorziening hangt af van het karakter van een voorziening. Daar waar het gaat om het afdekken van verliezen en risico’s is vorming van een voorziening verplicht. Dit vraagt geen raadsbesluit. Bij de jaarrekening wordt jaarlijks verantwoording afgelegd over de ontwikkeling en omvang van de voorzieningen. Voorzieningen dienen zo goed mogelijk te worden geraamd c.q. te worden ingeschat, zodat ze dekkend zijn voor de achterliggende verplichtingen of risico's waarvoor ze zijn gevormd. Rentetoerekening aan voorzieningen is om die reden ook niet toegestaan. Alleen indien de voorziening tegen contante waarde is berekend, is dit wel toegestaan.

4.3 Beleidslijnen voorzieningen Beleidslijn 5: Bij de vorming van een voorziening wordt het volgende vermeld: • het doel waarvoor de voorziening wordt gevormd; • een financiële onderbouwing van de voorziening; • de omvang en wijze van stortingen en bestedingen (structureel of incidenteel), inclusief onderbouwing daarvan, bijvoorbeeld op basis van een meerjarenplanning; • de verwachte looptijd. Aan de kosten van egalisatievoorzieningen liggen meerjarenonderhouds- en beheerplannen ten grondslag, die door de raad zijn vastgesteld. Deze voorzieningen moeten het niveau hebben om de toekomstige uitgaven te kunnen opvangen. Ter onderbouwing van de bestedingen moeten er actuele beheerplannen of andere deugdelijke calculaties aanwezig zijn. De voorzieningen worden jaarlijks geactualiseerd, zodat de toereikendheid ervan gegarandeerd blijft. Beleidslijn 6: De voorzieningen worden jaarlijks kritisch beoordeeld. Indien een voorziening een omvang bereikt die in afwijkt van de achterliggende verplichtingen of risico's wordt de voorziening daarop bijgesteld.

8

Beleidslijn 7: Aan de kosten van egalisatievoorzieningen liggen actuele meerjarenonderhouds- en beheerplannen ten grondslag. De voorzieningen worden jaarlijks geactualiseerd.

Beleidslijn 8: Voorzieningen ter egalisatie van kosten mogen uitsluiten gevormd worden met een raadsbesluit, omdat aan dergelijke voorzieningen inhoudelijke keuzes ten grondslag liggen. Indien een voorziening een omvang bereikt die afwijkt van het noodzakelijke niveau op basis van vastgesteld beleid komt het verschil ten gunste dan wel ten laste van het betreffende programma in de exploitatie.(een deel van ) de voorzieningen vrij. Deze vrijval komt ten gunste van het product c.q. programma van waaruit de voorziening oorspronkelijk is gevoed. Het bedrag dat is vrijgevallen uit de voorziening maakt vervolgens deel uit van het rekeningresultaat. Conform het BBV is het uitgangspunt ten aanzien de van de hoogte van de voorzieningen dat ze niet negatief mogen zijn.

4.4 Bevoegdheden voorzieningen Hieronder is een tabel opgenomen met een toelichting op de wijze van vorming, toevoeging, besteding en opheffing van de verschillende soorten voorzieningen. Soort voorziening

Vorming

Toevoeging

Besteding

Opheffing

Ter dekking verplichtingen/verliezen (art 44 lid 1a)

Verplicht conform BBV. College en raad informeren (via P&Ccyclus)

Gebaseerd op noodzakelijke omvang voorziening

Indien reden voorziening vervalt

Ter dekking van risico’s (art 44 lid 1b)

Verplicht conform BBV. College en raad informeren (via P&Ccyclus) Besluitvorming raad

Gebaseerd op noodzakelijke omvang voorziening

Bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen waarvoor een heffing wordt geheven (art 44 lid 1c)

Besluitvorming raad

Gebaseerd op door raad vastgestelde kaders*

Direct ten laste van voorziening / uitgaven passend binnen verplichting/verlies Direct ten laste van voorziening / uitgaven passend binnen risico Direct ten laste van voorziening / uitgaven passend binnen plan Direct ten laste van voorziening / uitgaven passend binnen plan

Van derden verkregen middelen met specifiek bestedingsdoel (art 44 lid 2)

Verplicht conform BBV. College en raad informeren (via P&Ccyclus)

Gebaseerd op door raad vastgestelde kaders*

Via exploitatie / uitgaven passend bij bestedingsdoel

Indien reden voorziening vervalt

Egalisatievoorziening (art 44 lid 1c)

Gebaseerd op door raad vastgestelde kaders*

Indien reden voorziening vervalt Indien reden voorziening vervalt; raad beslist Indien reden voorziening vervalt; raad beslist

*Kaders vastgelegd in bijvoorbeeld een beheerplan

5 Gemeentelijk beleidskader Gewenste omvang van de Algemene reserve In de Begroting 2021 zijn enkele financiële kengetallen opgenomen om een indicatie te geven van de financiële positie van de gemeente. Eén van deze kengetallen is de 9

solvabiliteitsratio. Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin een gemeente voldoende eigen vermogen (reserves) heeft om aan haar financiële verplichtingen te kunnen (blijven) voldoen. Het kengetal wordt bepaald door de verhouding tussen het eigen vermogen (totaal van de algemene reserve en de bestemmingsreserves) en de totale balansomvang te berekenen. De uitkomst hiervan geeft aan in welke mate de bezittingen op de balans zijn betaald met eigen vermogen (en derhalve niet met schulden zijn gefinancierd). Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Onderstaande tabel geeft de normen weer die de provincie heeft opgenomen in het Gemeenschappelijk Toezichtskader (GTK) en hanteert voor de financiële beoordeling van gemeenten. Hieruit blijkt dat een solvabiliteitsratio van meer dan 50% als ‘voldoende’ wordt beoordeeld.

De solvabiliteit geeft de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen weer. Beleidslijn 9: Uitgangspunt is een solvabiliteitsratio die minimaal ‘neutraal’ is. Het streven is naar ‘voldoende’ (norm provincie).

6. Uitgangspunten budgetten bij nog niet (volledig) uitgevoerde werkzaamheden Jaarlijks worden in de begroting budgetten toegekend voor geplande activiteiten in het betreffende begrotingsjaar. Door een diversiteit aan redenen kan het zijn dat het budget niet of slechts gedeeltelijk is besteed. Als het gaat om éénmalige activiteiten (projecten, programmagelden) is het mogelijk onder bepaalde voorwaarden de restantmiddelen in het volgend jaar opnieuw beschikbaar te laten stellen. Dit is mogelijk indien sprake is van een vertraging van een eenmalige activiteit of project waarvoor incidenteel budget beschikbaar gesteld was. In de toelichting van het voorstel tot overheveling dient expliciet ingegaan te worden op de éénmaligheid, de activiteit, de gevolgen voor de capaciteit en de reden van vertraging. Onder incidenteel budget wordt verstaan een budget waar een onvoorwaardelijke einddatum aan verbonden is. Als het budget structureel karakter heeft is ‘doorschuiven’ niet toegestaan. De niet bestede middelen uit het huidige jaar worden gestort in de algemene reserve en in het volgende jaar onttrokken aan de algemene reserve. Dit vraagt altijd een raadsbesluit. Door dit bij de slotrapportage te formaliseren zijn de middelen direct aan de start van het volgende jaar beschikbaar.

Beleidslijn 10: Het overhevelen van restantmiddelen in het huidige jaar naar het volgende jaar wordt bij de slotrapportage aan de raad voorgelegd met inachtneming van de hierboven genoemde voorwaarden.

10

7. Resultaatbestemming bij de jaarrekening Het gerealiseerde resultaat na bestemming, ook wel het vrij beschikbare resultaat genoemd, volgend uit de jaarrekening wordt in de eindbalans afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen. In principe wordt het gerealiseerde resultaat na bestemming aan de algemene reserve toegevoegd, omdat bij de slotrapportage tussentijdse budgetoverhevelingen al besloten zijn. De gemeenteraad besluit over de bestemming van het resultaat van vorig boekjaar. Beleidslijn 11: Hoofdregel is dat de raad het gerealiseerde jaarrekeningresultaat na bestemming aan de algemene reserve toevoegt. Tussentijdse budgetoverhevelingen zijn gedaan bij de slotrapportage. Bij hoge uitzondering kan aan de raad resultaatbestemming worden voorgesteld als voldaan is aan de volgende voorwaarden: • Er is sprake van incidentele middelen, welke bij de slotrapportage niet bekend waren. Bijvoorbeeld middelen via de decembercirculaire gemeentefonds welke niet meer in het huidige jaar uitgegeven kunnen worden. • Er is sprake van (een restant op) een budget in het huidige jaar, waarvoor de opdracht is verstrekt, maar de werkzaamheden niet meer konden worden uitgevoerd in het huidige jaar en waarvoor volgend jaar onvoldoende middelen beschikbaar zijn. Opmerking: pas medio volgend jaar is bekend of het voorstel ook daadwerkelijk door de raad is besloten.

Beleidslijn 12: In uitzonderingsgevallen kan bij de jaarrekening aan de raad resultaatbestemming worden voorgesteld mits voldaan is aan bovenstaande criteria.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11195686/1