CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

2101a Rapportage Externe veiligheid Kruidhof Puttershoek

Besluitvormende raad 15 februari 2022, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Kruidhof te Puttershoek4.179 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapportage externe veiligheid Kruidhof te Puttershoek

Adromi B.V. Reeweg 146 3343 AP Hendrik-Ido-Ambacht T 078 – 684 55 55 F 078 – 684 55 59 algemeen@adromi.nl www.adromi.nl K.v.K. 230.825.46 te Rotterdam BTW: 8050.63.286.B.01 IBAN:NL75RABO0385477481

Projectnummer: Versie: Datum: Auteur: Geaccordeerd:

M202132 2101a 28-6-2021 Mevr. T. Timmer Dhr. J. Wildschut

Rapportage externe veiligheid

Inhoudsopgave 1.

Algemene gegevens ......................................................................................................................... 3 1.1.

Administratieve gegevens ........................................................................................................ 3

1.2.

Aanleiding opstellen QRA......................................................................................................... 3

1.3.

Gevolgde methodiek ................................................................................................................ 4

1.4.

Peildatum QRA ......................................................................................................................... 4

1.5.

Plaatsgebonden risico .............................................................................................................. 4

1.6.

Groepsrisico ............................................................................................................................. 5

2.

Algemene beschrijving buisleiding ................................................................................................... 6

3.

Beschrijving omgeving ..................................................................................................................... 7

4.

3.1.

Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties .............................................................................. 7

3.2.

Populatie .................................................................................................................................. 7

3.3.

Andere risicofactoren .............................................................................................................. 9

3.4.

Gebruikt weerstation ............................................................................................................... 9

Resultaten ...................................................................................................................................... 10 4.1.

Invloedsgebied ....................................................................................................................... 10

4.2.

Plaatsgebonden risico ............................................................................................................ 10

4.3.

Groepsrisico screening........................................................................................................... 11

4.4.

FN-curves ............................................................................................................................... 13

5.

Beoordeling en conclusie ............................................................................................................... 15

6.

Vaarroute ....................................................................................................................................... 16 6.1.

Plaatsgebonden risico ............................................................................................................ 17

6.2.

Groepsrisico ........................................................................................................................... 17

6.3.

Conclusie................................................................................................................................ 18

7.

Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................... 19

8.

Handreiking tot verantwoording van het groepsrisico .................................................................. 20 8.1.

Mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van een ramp ..................... 20

8.2.

Mogelijkheden van personen om zichzelf in veiligheid te brengen ....................................... 20

8.3.

Conclusie................................................................................................................................ 20

Adromi B.V.

M202132

Pagina 2 van 21

Rapportage externe veiligheid

1.

Algemene gegevens

1.1. Administratieve gegevens In deze paragraaf zijn de administratieve gegevens met betrekking tot voorliggende kwantitatieve risicoanalyse (QRA) opgenomen. Deze kwantitatieve risicoanalyse heeft betrekking op één hogedruk aardgastransportleiding gelegen nabij de locatie van het beoogde woningbouwplan ‘Kruidhof’ in Puttershoek. Tabel 1: Gegevens exploitant aardgasbuisleiding

Gegevens exploitant Exploitant: Adres:

De Nederlandse Gasunie N.V. Concourslaan 17, 9727 KC Groningen

Tabel 2: Gegevens opsteller QRA

Gegevens opsteller QRA Bedrijf: Adromi B.V. Adres: Reeweg 146, 3343 AP Hendrik-Ido-Ambacht Telefoonnummer: 078- 6845555 Tabel 3: Gegevens opdrachtgever

Gegevens opdrachtgever Bedrijf: KBS Investment B.V. Adres: Spoorstraat 16a, 4431 NK ‘s-Gravenpolder

1.2. Aanleiding opstellen QRA Via de planologische ontwikkeling ‘Kruidhof’ wordt woningbouw mogelijk gemaakt in de bebouwde kom van Puttershoek. Het plangebied betreft de gronden aan de Arent van Lierstraat 24, 26, 26a, 27a en Eendrachtsweg 51 en 51a. Op de percelen is op dit moment bedrijfsbebouwing met bedrijfswoning (bouwbedrijf), agrarische bedrijfsbebouwing met bedrijfswoning en een winkel (tuincentrum) met bedrijfswoning aanwezig. Nabij het plangebied ligt een hogedruk aardgastransportleiding. Woningen worden aangemerkt als relevant kwetsbaar object op grond van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) . Een woning is immers een kwetsbaar object in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), waar in het Bevb naar wordt verwezen op dit punt. Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen het invloedsgebied van een hogedruk aardgastransportleiding, waardoor een risicoberekening uitgevoerd moet worden (conform het Bevb). Figuur 1 laat de ligging van het plangebied zien ten opzichte van de aardgasleiding. De aardgasleiding is aangegeven met een rode doorbroken lijn, het plangebied is indicatief blauw omlijnd.

Adromi B.V.

M202132

Pagina 3 van 21

Rapportage externe veiligheid

Figuur 1: Ligging plangebied ten opzichte van de buisleiding (Bron: Risicokaart.nl - bewerkt)

1.3. Gevolgde methodiek Bij het uitvoeren van deze QRA is de rekenmethodiek gevolgd conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb (Versie 3.1, 1 april 2020). De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met behulp van CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. 1.4. Peildatum QRA De berekeningen zijn uitgevoerd op 8 juni 2021. Het hiervoor opgevraagde leidingenbestand is geleverd door de Nederlandse Gasunie op 25 mei 2021. 1.5. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is een maat voor het overlijdensrisico op een bepaalde plaats. Bij het plaatsgebonden risico gaat het om de kans per jaar dat een gemiddelde persoon op een bepaalde geografische plaats in de omgeving van een transportroute of industriële risicobron overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, ervan uitgaande dat die persoon onbeschermd en permanent op die plaats aanwezig is.

Adromi B.V.

M202132

Pagina 4 van 21

Rapportage externe veiligheid

Anders gezegd, het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het plaatsgebonden risico kan worden weergegeven door een lijn op een kaart die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt (zogeheten risicocontour). Dergelijke contouren zijn van belang bij de beoordeling of een risicovolle activiteit of een risicovolle bestemming op een bepaalde plaats kan worden toegelaten, dan wel dat een (te realiseren) kwetsbaar object op een bepaalde plaats aan aanvaardbare risico’s wordt blootgesteld. Voor het plaatsgebonden risico is door de rijksoverheid voor nieuwe situaties een grenswaarde vastgesteld van 10-6 per jaar. 1.6. Groepsrisico Het groepsrisico drukt de kans uit per jaar dat een groep mensen van minimale omvang overlijdt als direct gevolg van één ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Het groepsrisico is te beschouwen als een maat voor de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een incident. Dit risico laat zich niet in de vorm van een risicocontour op een kaart weergeven, maar kan wel worden vertaald in een dichtheid van personen per hectare. Hoe meer personen per hectare in het schadegebied van een hier bedoeld ongeval aanwezig zijn, hoe groter het aantal (potentiële) slachtoffers is. Het groepsrisico wordt in tegenstelling tot het plaatsgebonden risico als oriënterende waarde gehanteerd.

Adromi B.V.

M202132

Pagina 5 van 21

Rapportage externe veiligheid

2.

Algemene beschrijving buisleiding

Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op de in tabel 4 genoemde buisleiding. In de omgeving van het plangebied zijn meerder buisleidingen gesitueerd, het plangebied ligt alleen binnen het invloedsgebied van de in tabel 4 genoemde buisleiding. De andere buisleidingen zijn zodoende buiten beschouwing gelaten. Tabel 4: Gegevens buisleiding

Eigenaar

Leidingnaam

N.V. Nederlandse Gasunie

7363_leiding-W-507-01-deel-1

Diameter [mm] 323.80

Druk [bar] 40.00

Er zijn in de risicoberekening geen eventuele mitigerende maatregelen meegenomen voor bovenstaande buisleiding. In de onderstaande figuur is de ligging van de leiding weergegeven.

Figuur 2: Ligging hogedruk aardgastransportleiding in de omgeving van het plangebied (donkerblauw weergegeven)

Adromi B.V.

M202132

Pagina 6 van 21

Rapportage externe veiligheid

3.

Beschrijving omgeving

In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens ten behoeve van het berekenen van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico nader gespecificeerd. 3.1. Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties Het plangebied is in de huidige situatie volgens het bestemmingsplan ‘Puttershoek’ (vastgesteld: 1104-2013), bestemd als Bedrijf, Agrarisch en Detailhandel. Op de percelen is op dit moment bedrijfsbebouwing met bedrijfswoning (bouwbedrijf), agrarische bedrijfsbebouwing met bedrijfswoning en een winkel (tuincentrum) met bedrijfswoning aanwezig. In de beoogde situatie zullen de percelen bestemd worden als Wonen.

Figuur 3: Uitsnede bestemmingsplan. Indicatief is met blauwe omlijning het plangebied weergegeven. Huidige bestemmingen binnen plangebied: bedrijf (paars), agrarisch (gebroken wit) en detailhandel (roze) (bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerkt).

3.2. Populatie De bevolkingsgegevens die bij de berekeningen zijn gebruikt, zijn afkomstig van de BAG populatieservice. In onderstaande tabel zijn de ingevoerde populatiebestanden weergegeven. Het betreft de populatie die aanwezig is binnen het invloedsgebied van de buisleiding. Huidige situatie Tabel 5: Populatiebestanden

Populatielabel

Type

Aantal

Percentage Personen

bijeen_sport_cel_zkh-dag100-nacht80.txt

Werken

1606

100/ 80/ 7/ 1/ 100/ 100

Adromi B.V.

M202132

Pagina 7 van 21

Rapportage externe veiligheid

industrie-dag100-nacht30.txt

Werken

61

100 / 30 / 7 / 1 / 100 / 100

wonend_vakantiehuis-dag50-nacht100.txt

Wonen

2423

50 / 100 / 7 / 1 / 100 / 100

kantoor_kliniek_onderwijs_winkel-dag100nacht0.txt

Werken

1032

100 / 0 / 7 / 1 / 100 / 100

Beoogde situatie Binnen het plangebied is reeds sprake van 3 woningen in de vorm van een boerderij, een reguliere woning en bungalow. Deze zullen worden gehandhaafd. De volgende nieuwe woningen zijn beoogd binnen het plangebied: - 10 rijwoningen - 12 beneden-/bovenwoningen (totaal 24 woningen) - 3 twee-onder-één-kap-woningen (totaal 6 woningen) - 22 appartementen - 8 rug-aan-rug-woningen Dit geeft een totaal van 70 nieuwe woningen. In totaal is sprake van maximaal 73 woningen binnen het plangebied (bestaand + nieuw). Als invoer voor het plangebied is uitgegaan van 176 personen (175,2). Hierbij is uitgegaan van 2,4 personen per woning. Voor de aanwezigheid van mensen in een woning wordt standaard uitgegaan van 50% gedurende de dag en 100% gedurende de nacht. Deze kentallen zijn ontleend aan tabel 1 (woonfunctie gezin) van de Handleiding Populatieservice (Versie 1.0, juli 2018). De ingevoerde gegevens van de beoogde ontwikkeling zijn als polygoon toegevoegd aan de berekening, waarbij het polygoon de bestaande populatie vervangt. De ingevoerde populatie is in de volgende figuur weergegeven.

Adromi B.V.

M202132

Pagina 8 van 21

Rapportage externe veiligheid

Figuur 4: Bevolking meegenomen in de risicoberekening Tabel 6: Legenda bevolking meengenomen in de risicoberekening

Populatietype

Polygoonpunten

Populatiepolygoon

Wonen Werken

3.3. Andere risicofactoren Het plangebied bevindt zich ook binnen het invloedsgebied van een vaarroute over de Oude Maas die deel uitmaakt van het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. In hoofdstuk 6 wordt hier verder op ingegaan. 3.4. Gebruikt weerstation Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Rotterdam. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter.

Adromi B.V.

M202132

Pagina 9 van 21

Rapportage externe veiligheid

4.

Resultaten

4.1. Invloedsgebied Zoals aangegeven in paragraaf 1.2 ligt het plangebied gedeeltelijk binnen het invloedsgebied van de buisleiding. In onderstaande figuur is het invloedsgebied van de buisleiding weergegeven. Het deel van het plangebied dat binnen het invloedsgebied ligt, ligt volledig binnen de 1% letaliteitsgrens van de buisleiding.

Figuur 5: Invloedsgebied van 7363_leiding-W-507-05-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie. Lichtrood: 100% letaliteit, donkerrood: 1% letaliteit.

4.2. Plaatsgebonden risico Voor de buisleiding is eveneens het plaatsgebonden risico bepaald. In de volgende figuur is het plaatsgebonden risico weergegeven rond de leiding met de identificatie 7363_leiding-W-507-05-deel1. Het plangebied bevindt zich niet binnen de 10-6 contour.

Adromi B.V.

M202132

Pagina 10 van 21

Rapportage externe veiligheid

Figuur 6: Plaatsgebonden risico voor 7363_leiding-W-507-05-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie. Blauwe lijn: 10-7-contour, paarse lijn: 10-8-contour.

4.3. Groepsrisico screening Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor een leiding wordt per stationing (afstand vanaf het begin van de leiding) de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op een leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve is de overschrijdingsfactor bepaald. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FN-curve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. Voor het groepsrisico is de beoogde situatie vergeleken met de huidige situatie. 4.3.1. Huidige situatie De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 240 slachtoffers en een frequentie van 5,59 x 10-8.

De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0,322 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 3460.00 en stationing 4460.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 8.

Adromi B.V.

M202132

Pagina 11 van 21

Rapportage externe veiligheid

Figuur 7: Groepsrisico screening huidige situatie voor 7363_leiding-W-507-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

Figuur 8: Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FN-curve voor 7363_leiding-W-507-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de huidige situatie (groen gearceerd).

4.3.2. Nieuwe situatie De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 240 slachtoffers en een frequentie van 5,59 x 10-8. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0,322 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 3460.00 en stationing 4460.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 10.

Figuur 9: Groepsrisico screening beoogde situatie voor 7363_leiding-W-507-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

Adromi B.V.

M202132

Pagina 12 van 21

Rapportage externe veiligheid

Figuur 10: Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FN-curve voor 7363_leiding-W-507-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de beoogde situatie (groen gearceerd)

4.4. FN-curves Voor de eerder genoemde buisleiding is het groepsrisico berekend. Een samenvatting van de resultaten is gegeven in de voorgaande paragraaf. In deze paragraaf wordt voor de betreffende buisleiding de daadwerkelijke FN-curve gegeven van de (in termen van groepsrisico) “slechtste” kilometer van het betreffende tracé. Huidige situatie

Figuur 11: FN curve voor 7363_leiding-W-507-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 3460.00 en stationing 4460.00

Adromi B.V.

M202132

Pagina 13 van 21

Rapportage externe veiligheid

Nieuwe situatie

Figuur 12: FN curve voor 7363_leiding-W-507-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 3460.00 en stationing 4460.00

Adromi B.V.

M202132

Pagina 14 van 21

Rapportage externe veiligheid

5.

Beoordeling en conclusie

Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen het invloedsgebied van de onderzochte hogedruk aardgastransportleiding. Gezien deze ligging is onderhavig onderzoek uitgevoerd. Uit de resultaten van de risicoberekening blijkt dat het plaatsgebonden risico niet groter is dan 10-6 per jaar. Daarnaast ligt het deel van het plangebied dat binnen het invloedsgebied ligt, volledig binnen de 1% letaliteitszone van de buisleiding met identificatie 7363_leiding-W-507-01-deel-1. Met betrekking tot het groepsrisico heeft de beoogde ontwikkeling geen toename van het groepsrisico tot gevolg. Het groepsrisico is en blijft 0,322 maal de oriëntatiewaarde. Vanwege het feit dat het bestemmingsplan/plangebied betrekking heeft op een gebied waarbinnen de letaliteit van personen binnen het invloedsgebied minder dan 100% is, is alleen een beperkte verantwoording van het groepsrisico benodigd.

Adromi B.V.

M202132

Pagina 15 van 21

Rapportage externe veiligheid

6.

Vaarroute

De vaarroute waarvan het plangebied binnen de 200 meter contour is gelegen betreft de route ‘Corridor Rotterdam – Moerdijk, segment Oude Maas (tot Dordtsche Kil). Het type route is een zeevaartroute. De vaarroute is ingedeeld in bevaarbaarheidsklasse CEMT VI. In onderstaande figuur is indicatief de locatie van het plangebied en de vaarroute op de Oude Maas weergegeven.

Figuur 13: Ligging plangebied (indicatief blauw omkaderd) ten opzichte van vaarroute ‘Corridor Rotterdam – Moerdijk, segment Oude Maas (tot Dordtsche Kil) (weergegeven als rode lijn) (bron: risicokaart.nl, bewerkt).

Uit de regeling basisnet volgen de in tabel 7 weergegeven aantallen binnenvaart- en zeeschepen per jaar die de route bevaren en gevaarlijke stoffen vervoeren. Tabel 7: Overzicht aantal schepen per categorie gevaarlijke stoffen op vaarroute ‘Corridor Rotterdam – Moerdijk, segment Oude Maas (tot Dordtsche Kil) (bron: bijlage 3 Regeling Basisnet).

Stofcategorie LF1 LF2 LT1 LT2 GF2 GF3 GT3 Totaal: Percentage van totaal

Adromi B.V.

Aantal binnenvaartschepen 9.882 13.958 146 0 0 2.135 196 26.317 98%

Aantal Zeeschepen 323 115 7 0 84 77 0 606 2%

M202132

Totaal aantal schepen 10.205 14.073 153 0 84 2.212 196 26.923 100%

Pagina 16 van 21

Rapportage externe veiligheid

6.1. Plaatsgebonden risico Uit de regeling basisnet volgt dat de 10-6-contour voor de vaarroute 0 meter bedraagt. Hiermee ligt het plangebied niet binnen het plaatsgebonden risicocontour. 6.2. Groepsrisico Voor het berekenen van het groepsrisico wordt gebruik gemaakt van de rekensoftware RBMII. Om te bepalen of een berekening van het groepsrisico benodigd is, kunnen eerst de vuistregels worden gevolgd uit bijlage 1 van de Handleiding Risicoberekeningen Bevt (HART). Deze vuistregels zijn bedoeld voor binnenvaartroutes en niet voor zeevaartroutes. De risico’s van het transport van gevaarlijke stoffen in zeeschepen kunnen op dit moment nog niet met RBM II berekend worden. Zolang de hiervoor benodigde modellen nog niet in RBM II zijn opgenomen, moet er voor de vaarwegen waar het aandeel zeeschepen groter is dan 10% van het totale aantal schepen, een kwalitatieve inschatting van de risico’s worden opgesteld om inzichtelijk te maken dat de risico’s niet onacceptabel hoog zijn. Daarbij moet worden ingegaan op verschillende aspecten die gezamenlijk een zo goed mogelijk beeld geven van de risico’s en eventuele veranderingen die invloed hebben op de grootte van de risico’s. Definitie binnenvaartroute De definitie van binnenvaartroute betreft volgens de Handleiding Risicoberekeningen Bevt vaarwegen met minder dan 10 % zeevaart.

Tevens wordt in de handleiding aangegeven dat de binnenvaartroutes en zeevaartroutes zijn opgesomd in bijlage 3 van de Regeling basisnet. Volgens de Regeling basisnet is de vaarroute waaraan het plangebied is gelegen een zeevaartroute. Als echter gekeken wordt naar het criterium dat een binnenvaartroute uit minder dan 10% zeevaart bestaat, dan voldoet de vaarroute daaraan. Er is namelijk sprake van 98% binnenvaart en 2% zeevaart (zie tabel 7). Gelet hierop en om gebruik te kunnen maken van de vuistregels wordt de vaarroute als binnenvaartroute gezien. Vuistregel toetsing oriëntatiewaarde De vuistregel luidt: langs een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 6 wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden. Vanuit deze vuistregel volgt dat vanwege het plangebied geen sprake is van een overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico. Vuistregel toetsing 10% van de oriëntatiewaarde Langs een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 6 wordt 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico alleen mogelijk overschreden wanneer binnen 200 meter van de oever aanwezigheidsdichtheden voorkomen groter dan 500/ha en LT2+GT3>1000 per jaar. Figuur 14 geeft de aanwezigheidsdichtheden binnen 200 meter van de oever ter hoogte van het plangebied weer.

Het aantal personen dat op enig moment aanwezig is binnen het plangebied is gedurende de nachtperiode het grootst (1346 vs 1156 gedurende de dag). Vanwege het plangebied zullen hier maximaal 176 personen bij komen, die overdag voor 50% aanwezig zijn en ’s nachts voor 100% aanwezig zijn. Binnen het plangebied zal ’s nachts dus ook het grootste aantal personen Adromi B.V.

M202132

Pagina 17 van 21

Rapportage externe veiligheid

aanwezig zijn. Dit geeft een totale maximale personendichtheid van (1346 + 176) 1522 personen. Het betreft een gebied van 30,75 hectare. Dit komt neer op een aanwezigheidsdichtheid van 49,5 oftewel afgerond 50 personen per hectare. De aanwezigheidsdichtheid is hiermee kleiner dan 500 personen per hectare.

Figuur 14: Overzicht aanwezigheidsdichtheid in de omgeving van het plangebied (blauw-omlijnde gebied) (Bron: BAG populatieservice, onderdeel EV-objecten).

Het aantal schepen (binnen + zeevaart gezamenlijk) dat LT2 stoffen vervoert bedraagt 0 per jaar. Het aantal schepen (binnen + zeevaart gezamenlijk) dat GT3 stoffen vervoert bedraagt 196 per jaar. Het aantal schepen dat LT2 en GT3 stoffen vervoert is hiermee kleiner dan 1000 per jaar. De 10% van de oriëntatiewaarde zal niet worden overschreden. Opmerking Deze vuistregels gelden voor de gemiddelde vaarwegsituatie. In een nautisch complexe situatie (kruisend verkeer, stroom, bocht, e.d.) is een vuistregel mogelijk niet geschikt. Het voor het plangebied relevante deel van de vaarweg betreft een brede vaarweg en ter hoogte van het plangebied loopt evenmin een bocht. Er wordt daarom vanuit gegaan dat het een gemiddelde vaarwegsituatie betreft waarvoor de vuistregels kunnen worden gehanteerd. 6.3. Conclusie Ondanks de hogere personendichtheid in de beoogde situatie, zullen de oriëntatiewaarde noch de 10% van de oriëntatiewaarde worden overschreden. Als gevolg hiervan kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico, waarbij enkel ingegaan wordt op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op de vaarweg en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op de vaarweg een ramp voordoet. Adromi B.V.

M202132

Pagina 18 van 21

Rapportage externe veiligheid

7.

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijke beleid is vastgesteld in de ‘Beleidsvisie Externe Veiligheid Gemeenten Hoeksche Waard’ (d.d. 10 augustus 2016). In het beleid wordt aangegeven dat in nieuwe situaties het groepsrisico in het invloedsgebied zo laag mogelijk gehouden dient te worden. Deze dient minimaal onder de oriëntatiewaarde te blijven. Het streven is echter dat het groepsrisico kleiner is dan 10% van de oriëntatiewaarde. Daarnaast is de gemeente ingedeeld is 3 gebiedstypes, risicoluw, risico-intensief en een gemengd gebied (overgangsgebied tussen risicoluw en risico-intensief). Risicoluw gebied is een gebied met een hoge bevolkingsdichtheid dat voornamelijk woongebieden en dorpscentra betreft. In risico-intensieve gebieden ligt het accent op bedrijvigheid. Het plangebied ligt in een risicoluw gebied. In een risicoluw gebied zijn in de nabijheid van risicobronnen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toegestaan, mits het planontwerp wordt geoptimaliseerd (mogelijkheden voor beheersbaarheid van calamiteiten, zelfredzaamheid van de burgers). Met betrekking tot het plaatsgebonden risico is het in een risicoluw gebied niet toegestaan dat kwetsbare objecten in nieuwe situaties binnen de PR 10-6-contour zijn gelegen en dat in bestaande situaties de risico’s voor beperkt kwetsbare objecten liggend binnen de PR 10-6-contour zoveel als mogelijk worden beperkt.

Met betrekking tot het groepsrisico wordt een overschrijding van 10% van de oriëntatiewaarde niet geaccepteerd en per definitie wordt een toename van het groepsrisico niet geaccepteerd. De externe veiligheidsrisico’s in de omgeving van het plangebied zijn geïnventariseerd. Hieruit blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen een PR 10-6-contour. Daarnaast is het effect op het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleiding en de vaarroute Oude Maas (tot Dordtsche Kil) onderzocht. Als gevolg van het plan neemt het groepsrisico van de hogedruk aardgastransportleiding niet toe, en wordt evenmin de oriëntatiewaarde overschreden. Er is wel sprake van een overschrijding van 10% van de oriëntatiewaarde, gezien deze 0,322 maal de oriëntatiewaarde bedraagt. Dit is echter het gevolg van de al bestaande bebouwing, en niet het gevolg van de beoogde ontwikkeling. Als gevolg van het plan wordt voor de vaarroute de 10% van de oriëntatiewaarde niet overschreden.

Adromi B.V.

M202132

Pagina 19 van 21

Rapportage externe veiligheid

8.

Handreiking tot verantwoording van het groepsrisico

In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de mogelijkheden om de effecten van een calamiteit te minimaliseren. 8.1. Mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van een ramp Bij een lek in de gasleiding kunnen er verstikkende gassen vrijkomen. Mocht er een lek ontstaan, dan dienen ramen en deuren van de woningen gesloten te kunnen worden en ventilatie uitgeschakeld te kunnen worden. Verder dienen de woningen afdoende luchtdicht en tochtdicht te worden uitgevoerd. Dit geldt ook vanwege calamiteiten die op de vaarweg voor kunnen komen. Bij uitstroming van toxische vloeistoffen en toxische gassen (LT2 resp. GT3) is er een risico op een toxische wolk, waarbij de ramp beperkt kan worden door een woning goed af te kunnen sluiten. In het geval van een fakkelbrand is het schuilen in het gebouw in beginsel de beste manier om de calamiteit te overleven. Bij secundaire branden kan worden gevlucht van de bron af. Een woning kun je over het algemeen via twee deuren verlaten, waardoor dit wordt gewaarborgd. De woningen zelf kunnen als afscherming dienen van de calamiteit. De beheersbaarheid van een fakkelbrand richt zich op de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten en in hoeverre zij hun taken goed uit kunnen voeren.

Dit is voornamelijk afhankelijk van de voldoende aanwezigheid van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen, en tevens wordt de brandweerzorgnorm hier onder geschaard. Het plangebied is via diverse wegen te bereiken. Bluswater is voorhanden in het waterleidingnet en mogelijk kan de Oude Maas voorzien in secundair bluswater. Qua afstand kan de brandweer in vijf minuten ter plaatse zijn. Bij het ontstaan van een toxische wolk kan bijvoorbeeld lokaal een NL-ALERT worden ingezet om mensen te waarschuwen en de benodigde maatregelen te nemen om zichzelf in veiligheid te brengen. 8.2. Mogelijkheden van personen om zichzelf in veiligheid te brengen De woningen die worden gebouwd zullen, naar wordt aangenomen, worden bewoond door mensen die in principe zelfredzaam zijn. Indien een calamiteit zich voordoet kunnen bewoners elkaar waarschuwen (bijvoorbeeld via de Whatsapp buurtpreventie), minder zelfredzame personen kunnen alsdan worden geholpen door hun buren. Daarnaast is voorlichting hier van belang. Bij de koop van de woning kan de toekomstige bewoner worden geïnformeerd over de bestemmingen in hun directe omgeving en de mogelijke risico’s als gevolg hiervan. De gemeente is verantwoordelijk voor de risicocommunicatie en om burgers te informeren over de maatregelen die hij treft om risico’s te beperken. 8.3.

Conclusie Gelet op het voorgaande zullen de toekomstige bewoners in zeer beperkte mate worden blootgesteld aan externe veiligheidsrisico’s. Deze risico’s zullen tevens nog worden verminderd door het treffen van bouwtechnische maatregelen: − Mogelijkheid tot sluiten van ramen en deuren en afsluiten van de ventilatie. − Afdoende luchtdichtheid/tochtdichtheid. Adromi B.V.

M202132

Pagina 20 van 21

Rapportage externe veiligheid

Tevens zullen de risico’s worden verminderd door het treffen van organisatorische maatregelen: − Onderling waarschuwen van bewoners. − Informeren van bewoners door gemeente met betrekking tot risico’s in de omgeving. − NL-ALERT. Deze maatregelen dragen bij aan het verminderen van de gevolgen van een eventuele calamiteit. Op basis van de genoemde maatregelen kan de realisatie van het plangebied als planologisch verantwoord worden beoordeeld.

Adromi B.V.

M202132

Pagina 21 van 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11028639/1