CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

21 Klimaatstresstest Stougjeswijk d.d.06122024 - Bijlage 3 (Bijlage 21 AOK)

Besluitvormende raad 8 juli 2025, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Concept anterieure overeenkomst Stougjeswijk9.923 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Klimaatstresstest Stougjeswijk

Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Datum Documentreferentie

Handelsregister 30129769 Klimaatstresstest Stougjeswijk 51023592 BPD Bouwfonds Gebiedsontwikkeling Lieke Stark 03-12-2024 Klimaatstresstest Stougjeswijk

2/31

Inhoudsopgave

1

Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ......................................................................................................... 4 1.2 Relevante documenten ..................................................................................... 4 1.3 Leeswijzer ......................................................................................................... 5

2

Gebiedsanalyse en beleid ............................................................................................. 6 2.1 Bodemsysteem ................................................................................................. 6 2.1.1 Bodemprofiel ..................................................................................... 6 2.1.2 Hoogteligging .................................................................................... 7 2.2 Watersysteem ................................................................................................... 7 2.2.1 Grondwater ....................................................................................... 9 2.3 Beleid ................................................................................................................ 9 2.3.1 Nationale klimaatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving ........................................................................................ 10 2.3.2 Waterschapsverordening WSHD .................................................... 10 2.3.3 Gemeentelijke ambitie .................................................................... 10

3

Kwalitatieve klimaatstresstest ..................................................................................... 11 3.1 Samenvatting kwalitatieve klimaatstresstest .................................................. 12

4

Kwantitatieve klimaatstresstest ................................................................................... 14 4.1 Toetsing hitte zonder groen ............................................................................ 14 4.1.1 Hittestress ....................................................................................... 14 4.1.2 3-30-300 regel ................................................................................ 15 4.2 Toetsing hitte toevoeging groen ...................................................................... 18 4.2.1 Resultaten groen scenario’s ........................................................... 19 4.2.2 Opgaven ......................................................................................... 24 4.3 Toetsing wateroverlast .................................................................................... 24 4.3.1 Oppervlakteanalyse ........................................................................ 24 4.3.2 Watercompensatie WSHD .............................................................. 25 4.3.3 Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving ................. 26 4.3.4 Samenvatting .................................................................................. 28

5

Conclusie ..................................................................................................................... 29

Bijlage 1. Kwalitatieve klimaatstresstest ................................................................................ 30 Bijlage 2. Themakaart Groen ................................................................................................. 31

3/31

1

Inleiding

1.1 Aanleiding OBO Stougjeswijk is voornemens om 2.485 woningen te ontwikkelen ten oosten van Oud-Beijerland. In Figuur 1 is de ligging van het plangebied weergegeven. Het plangebied is gelegen ten oosten van de Stougjesdijk in de gemeente Hoeksche Waard. Met het veranderende klimaat en de daarbij komende klimaatopgaven rondom de thema’s water, hitte en droogte dient het huidige plan getoetst te worden om eventuele klimaatrisico’s mee te nemen in het definitieve ontwerp.

Figuur 1. Ligging plangebied

1.2 Relevante documenten Om inzicht te krijgen in het huidige gebied en de te verwachten toekomstige klimaatopgaven is inzicht in de opbouw van de bodem, optredende grondwaterstanden en oppervlaktewater(peilen), hoogteligging noodzakelijk. De geïnventariseerde gegevens zijn afkomstig van de volgende bronnen: [1]. Dinoloket (TNO Geologische Dienst Nederland, 2024)

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 4/31

[2]. Doorlatendheidsonderzoek Stougjesdijk Oost in Oud-Beijerland (Ortageo West B.V., 2022) https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.1963.BPStougjeswykOB L23-ON01/b_NL.IMRO.1963.BPStougjeswykOBL23-ON01_tb5.pdf [3]. Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4, Rijkswaterstaat, 2021) [4]. Verkennend bodemonderzoek (Ortageo West B.V., 2022) https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.1963.BPStougjeswykOB L23-ON01/b_NL.IMRO.1963.BPStougjeswykOBL23-ON01_tb4.pdf [4]. Oud-Beijerland Stougjeswijk, Beeldregieplan & inrichtingsregieplan (2023) [5]. Buitengebied Oud-Beijerland (gemeente Oud-Beijerland, 2013) [6]. Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving (Ministeries van BZK, IenW en LNV, 2022) [7]. Hoeksche Waard klimaatbestendig, uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie (Gemeente Hoeksche Waard, 2021) https://www.gemeentehw.nl/directregelen/ondernemen/klimaatadaptatie/32234/ [6]. Konijnendijk, C. C. (2022). Evidence-based guidelines for greener, healthier, more resilient neighbourhoods: Introducing the 3–30–300 rule. Journal Of Forestry Research, 34(3), 821–830. https://doi.org/10.1007/s11676-022-01523z

1.3 Leeswijzer Dit document is opgedeeld in drie hoofdstukken. Hoofdstuk 2 geeft een gebiedsanalyse van het plangebied en het omliggende gebied, waarbij tevens het huidige beleid en de vastgestelde ambities worden toegelicht. Hoofdstuk 3 geeft de kwalitatieve klimaatstresstest waar het plan Stougjeswijk wordt getoetst aan de maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Hoofdstuk 4 geeft een verdiepende kwantitatieve klimaatstresstest waar de thema’s hitte en water verder worden getoetst en de resultaten worden vergeleken met de eisen en ambities uit beleidsstukken. Hoofdstuk 5 geeft een conclusie en aanbevelingen. In de bijlage kan de uitgewerkte kwalitatieve klimaatstresstest worden gevonden.

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 5/31

2

Gebiedsanalyse en beleid

2.1 Bodemsysteem 2.1.1

Bodemprofiel

De bodemopbouw van de onderzochte locatie kenmerkt zich door een bovengrond van klei, met daaronder een zeer heterogene laagopbouw die bestaat uit afwisselend fijn zand, klei, veen of zand (zie figuur 2) [1]. De bovengrond, bestaande uit zwak zandige klei, is slecht doorlatend, terwijl de onderliggende fijne zandlaag matig doorlatend is. Verder zijn er onder de grondwaterstand matig tot slecht doorlatende lagen van veen, klei en fijn zand aanwezig, met plaatselijk beter doorlatend fijn zand. Vanwege de heterogeniteit en de verdichtingsgevoelige aard is de bodem niet geschikt als basis voor infiltratie. Gezien de matig tot slecht doorlatende bodem en de hoge (schijn)grondwaterstanden is het gebied beperkt geschikt voor het infiltreren van hemelwater. Voor de ontwikkeling van het gebied wordt daarom aanbevolen om hemelwater op te vangen in oppervlaktewater (zoals sloten) en andere bergingsvoorzieningen, zoals wadi’s, vertraagd af te laten voeren naar het oppervlaktewater [2].

Figuur 2. Bodemprofiel plangebied (Dinoloket)

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 6/31

2.1.2

Hoogteligging

Hoogtes van het terrein zijn op basis van de AHN4 [2] geïnterpreteerd, zie figuur 3. De huidige hoogteligging kent in het westen van het plangebied een hoogteligging van circa 0,0 m NAP. Verder naar het oosten van het plangebied komt het gebied lager te liggen, circa -0,9 m NAP. Een hoger gelegen oppervlak in het plangebied is de voormalige tramdijk. Deze tramdijk blijft in het plan vrij van bebouwing en vormt daardoor een centrale groene ruimte in het plangebied [3]. De tramdijk ligt op een wisselende hoogte van +0,3 mNAP tot +1,4 m NAP. De hoogte van de tramdijk blijft in de toekomst gehandhaafd.

Figuur 3. Hoogteligging plangebied

2.2 Watersysteem Het plangebied Stougjeswijk ligt in het verzorgingsgebied van Waterschap Hollandse Delta. Het plangebied maakt onderdeel uit van de polder Westmaas Nieuwland en valt binnen één peilgebied, zie figuur 4. Dit is een seizoensgebonden peilbeheer met een rekenpeil in de winter van -1,7 m NAP en een rekenpeil in de zomer van -1,6 m NAP. De westelijke grens van het plangebied wordt gekenmerkt door de Stougjesdijk waar het vaste peil op -0,4 m NAP ligt. Het gebied ten westen van de Stougjesdijk ligt op -1,6 m NAP (winterpeil) en -1,4 m NAP (zomerpeil). De huidige sloten in het plangebied voeren af naar het oosten, richting de kreek die net buiten de plangrenzen ligt, naast de N217. Deze kreek komt in het zuidoosten weer het plangebied binnen en heeft een afwateringsrichting naar het westen. De ontwatering van het gebied wordt verzorgd door een gemaal (16515GM), dat zich halverwege de westelijke grens van het plangebied

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 7/31

bevindt. Het gemaal pompt het water uit het bovenstroomse peilgebied (Polder Oud-Beijerland, Moerkerken, Cromstrijen) naar een hoger niveau. Zie ook figuur 6 voor de aanwezige kunstwerken in het plangebied (waaronder het gemaal).

Figuur 4. Peilgebieden rondom plangebied (Open data WSHD).

Figuur 5. Grenzen van de peilgebieden in de omgeving van het plangebied (Open data WSHD).

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 8/31

Figuur 6. Aanwezige kunstwerken in en rondom het plangebied.

2.2.1

Grondwater

Op de locatie ligt de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) tussen de 0,6 meter en ongeveer 0,9 meter onder het maaiveld, terwijl de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) zich op een diepte van circa 1,0 tot 1,5 meter onder het maaiveld bevindt [4]. De grondwaterstand varieert door het verloop van het maaiveld, zoals zichtbaar in de Hoogteliggingskaart in Figuur 3. Zie voor een verdere toelichting van de grondwaterstanden in relatie tot het plan de kwalitatieve klimaatstresstest op het thema droogte in de Bijlage. Door deze variatie in het maaiveld kan er in de Hoeksche Waard, in het specifiek het buitengebied van Oud-Beijerland, sprake zijn van een zoute tot brakke kwel onder invloed van het Hollandsch Diep en de Haringvliet [5].

2.3 Beleid Op verschillende bestuurlijke niveaus zijn beleidsmaatregelen en afspraken gemaakt rondom het thema klimaat. Hieronder volgt per niveau een kort overzicht van de relevante afspraken en richtlijnen die van belang zijn voor de uitvoerbaarheid van het plan Stougjeswijk. In de kwalitatieve (hoofdstuk 3) en kwantitatieve (hoofdstuk 4) klimaatstresstest wordt getoetst of het plan aan deze afspraken en richtlijnen voldoet.

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 9/31

2.3.1

Nationale klimaatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving

De nationale maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving is opgesteld in opdracht van de ministeries van BZK, IenW en LNV. Deze maatlat is ontwikkeld uit urgentie voor de voortdurende klimaatverandering, de achteruitgang van de biodiversiteit in bebouwde gebieden, de woningbouwopgave en de verstedelijking van het landschap. Het doel is om in elk project te zorgen voor een groene en klimaatadaptieve omgeving. Daartoe worden duidelijke richtlijnen en ambities geformuleerd voor de thema's wateroverlast, droogte, hitte, biodiversiteit, bodemdaling en overstromingsrisico's [6]. Naast de Nationale klimaatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving hebben publieke en private partijen binnen de provincie Zuid-Holland, Metropool Regio Amsterdam, de provincie Utrecht en de provincie Gelderland de Leidraad Klimaatadaptief Bouwen 2.0 opgesteld. Deze beschrijft de afspraken, doelen en prestatie(eisen) om klimaatadaptief te bouwen en in te richten. De afspraken en doelen die hierin zijn vastgesteld wijken niet af van de richtlijnen uit de Nationale klimaatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Om deze reden wordt er voor deze klimaattoetsing uitsluitend getoetst aan de Nationale klimaatlat.

2.3.2

Waterschapsverordening WSHD

In de Waterschapsverordening Hollandse Delta zijn de wettelijke eisen omtrent de omgang met (hemel)water vastgelegd. Onderstaand zijn de relevante eisen uiteengezet. Afdeling 2.6 artikel 2.42 lid 1 en 2 stellen dat versnelde afvoer als gevolg van een toename van verharding van meer dan 500 m² een effect heeft op het watersysteem en daarom gecompenseerd moet worden. In een herziening van beleidsregel 11 (zie Waterschapsblad 2024, 1232 d.d. 26-01-2024) wordt vermeld dat de watercompensatie toeneemt tot 14% van de toename in verhard oppervlak. Er geldt een jaar lang een overgangsregeling waar de oude 10% geldt. Conform het bestemmingsplan Stougjeswijk d.d. 122023 geldt voor dit plan dat de aangebrachte verharding gecompenseerd dient te worden met 10% van de toename van verharding. In deze rapportage wordt zowel de compensatie van 10% als de nieuwe compensatie van 14% (per januari 2025) doorgerekend.

2.3.3

Gemeentelijke ambitie

De gemeente Hoeksche Waard heeft, in samenwerking met de provincie ZuidHolland en het waterschap Hollandse Delta, een uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie 2021-2026 opgesteld. In dit programma zijn een aantal speerpunten opgenomen, hoewel dit geen harde eisen betreft. Het streven is om het aantal panden dat gevoelig is voor wateroverlast bij extreme neerslag (100 mm in 2 uur) te verminderen. Dit kan worden bereikt door water vast te houden op locaties waar het geen schade aanricht en door het aanleggen van waterbuffers [7].

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 10/31

3

Kwalitatieve klimaatstresstest

Om te beoordelen of het plan Stougjeswijk klimaatadaptief is, wordt het getoetst aan de maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving, zie 2.3.1. Deze maatlat biedt richtlijnen voor thema’s als wateroverlast, droogte, hitte, biodiversiteit, bodemdaling en overstromingsrisico's. Hoewel de maatlat geen specifieke maatregelen voor Stougjeswijk bevat, wordt op basis van beschikbare onderzoeken en gegevens getoetst of het Voorlopig Ontwerp (Juli 2024) aan de richtlijnen voldoet, zie Figuur 8 en 9.

Figuur 7. Ruimtelijk Raamwerk Stougjeswijk, Gebiedsvisie (2023)

Figuur 8. Voorlopig Ontwerp (2024)

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 11/31

Tabel 1 geeft een overzicht van de toetsing, waarbij groen, geel en rood aangeven of het plan volledig, gedeeltelijk of niet voldoet. Grijs en zwart duiden op onderdelen die nog niet voldoende zijn uitgewerkt om te toetsen. Toetsing

Toelichting

Plan voldoet aan norm/richtlijn/voorkeursvolgorde. Plan voldoet bijna norm/richtlijn/voorkeursvolgorde. Verdere opties uitwerken/afwegen. Plan voldoet niet norm/richtlijn/voorkeursvolgorde. Verdere uitwerking noodzakelijk. Het plan is nog niet dermate uitgewerkt dat dit kan worden getoetst aan deze richtlijn/norm. Er wordt wel verwacht dat hieraan kan worden voldaan. Het plan is nog niet dermate uitgewerkt dat dit kan worden getoetst aan deze richtlijn/norm. Er wordt verwacht dat dit een knelpunt oplevert. Tabel 1. Toetsingsoverzicht kwantitatieve klimaatstresstest.

3.1 Samenvatting kwalitatieve klimaatstresstest Tabel 2 geeft een overzicht van de getoetste eisen uit de maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Zie de bijlage voor de uitgewerkte kwalitatieve klimaatstresstest.

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 12/31

Thema

Richtlijn

Toetsing

Waardevolle habitat en basiskwaliteit natuur behouden en realiseren

Biodiversiteit

Groene oplossingen gebaseerd op natuurlijke processen en structuren hebben de voorkeur boven technische oplossingen: groen, tenzij. Percentage groen op buurtniveau behouden en realiseren Grondwaterstanden en zoetwater-beschikbaarheid zijn sturend bij keuze functie, systeem en inrichting

Droogte

Vergroten infiltratie en minimaliseren verharding Hergebruik van water, zuinig gebruik van drinkwater en verbeteren waterkwaliteit is onderdeel van het ontwerp Draagkracht bodem is mede sturend bij keuze functie, systeem en inrichting

Bodemdaling Gebiedsspecifieke keuze ontwerppeil, restzettingseis, maatregelenset en materiaal Geen directe opwarming van verblijfsplekken in de private of openbare buitenruimte door gebouwen (installaties) Schaduw op verblijfsplekken, loop- en fietsroutes en drinkwaterstroken Hittestress

Afstand tot groene koele verblijfsplekken Warmte werende oppervlakten Vitale en kwetsbare functies en groenvoorzieningen zijn bestand tegen hitte

Gevolgbeperking Overstromingsrisico’s van overstromingskans, waterdiepte en evacuatietijd en bijhorende impact afwegen, overstroming met specifieke aandacht voor vitale en kwetsbare functies Geen waterschade tot en met een bui die 1 x per 100 jaar voorkomt, vitale en kwetsbare functies blijven beschikbaar Geen waterschade bij 0,2 meter waterdiepte op straat Wateroverlast

Neerslag op privaat terrein verwerken op privaat terrein of daarvoor bestemde extra voorzieningen in het plangebied of de watersysteemgrenzen Ontwikkeling voorkomt afwenteling In het gebied is natuurlijke en bovengrondse afwatering zoveel mogelijk aanwezig

Tabel 2. Samenvatting Klimaatstresstest Stougjeswijk a.d.h.v. de maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 13/31

4

Kwantitatieve klimaatstresstest

4.1 Toetsing hitte zonder groen Het plangebied is getoetst op hittestress en de 3-30-300 regel. Voor deze toetsing is het programma Tygron gebruikt, waarvoor het voorlopig schetsontwerp (DWG-bestand) is opgewerkt naar een werkbaar bestand voor Tygron.

4.1.1

Hittestress

Met behulp van Tygron is een model opgesteld om hittestress te simuleren op een zeer warme zomerdag (19 juli 2022), waarbij de buitentemperatuur 35 °C bedroeg. Het is de norm om hittestress met deze dag te toetsen. In Figuur 10 is het niveau van hittestress zichtbaar voor uitvoering van het plan. In Figuur 11 is te zien dat de gevoelstemperatuur binnen het plangebied tijdens de hoogste zonnestand, om 14:00 uur, gemiddeld rond de 41 °C ligt. Enkele woonblokken in het zuiden en het centrale deel van het plangebied worden als warmer beschouwd, met gevoelstemperaturen tot ongeveer 47 °C. Deze woonblokken zijn zodanig gesitueerd dat ze de natuurlijke windventilatie belemmeren, wat leidt tot hogere gevoelstemperaturen. In alle gevallen geeft deze situatie gevoelstemperaturen die leiden tot hittestress ( >41 °C).

Figuur 9. Hittestress op 19-07-2024 om 14.00

Figuur 10. Hittestress op 19-07-2024 om 14.00

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 14/31

4.1.2

3-30-300 regel

Naast het toetsen van hittestress wordt er steeds meer nadruk gelegd op het creëren van een gezonde leefomgeving. Literatuur laat zien dat de 3-30-300 regel een aantoonbaar positief effect heeft op de gezondheid van inwoners. Zo wordt voldoende schaduw (een bladerdekbedekking van minimaal 30%) in verband gebracht met lagere temperaturen, een vermindering van sterfte door stedelijke hitte-eilanden, betere slaap en verminderde stress [5]. Vanuit OBO Stougjeswijk de vraag om het ontwerp Stougjeswijk te toetsen aan de 3-30-300 regel. De vuistregels voor de 3-30-300 regel zijn als volgt, zie Figuur 12: •

3 bomen: Elke stadsbewoner zou vanuit zijn of haar woning minstens drie bomen moeten kunnen zien. Dit bevordert het welzijn en de connectie met de natuur.

•

30% boomdekking: Elke buurt zou moeten streven naar ten minste 30% boomdekking. Dit percentage van boomdekking helpt bij het verminderen van het stedelijke hitte-eilandeffect, verbetert de luchtkwaliteit en draagt bij aan de biodiversiteit.

•

300 meter: Niemand zou verder dan 300 meter van het dichtstbijzijnde openbare groen of park moeten wonen. Dit zorgt ervoor dat alle stadsbewoners gemakkelijk toegang hebben tot natuurlijke ruimtes, wat kan bijdragen aan fysieke activiteit en mentale gezondheid.

Figuur 11. 3-30-300 regel.

Voor de toetsing van de 3-30-300 regel is een projectberekening uitgevoerd. Dat wil zeggen dat alleen de oppervlakten en structuren binnen de plangrenzen van het voorlopig stedenbouwkundig ontwerp zijn meegenomen voor de berekening.

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 15/31

4.1.2.1

3-regel

Aan de hand van de zichtafstand en bomen teller kaart is de 3 regel voor Stougjeswijk getoetst, zie Figuur 13. Voor elke gevel is een analyse uitgevoerd of er binnen een zichtlijn bomen aanwezig zijn. Door middel van een rode arcering is weergegeven welke gevels niet voldoen en de groene arcering geeft aan welke gevels wel voldoen, zie Figuur 14. Duidelijk wordt dat alle gevels in het plangebied (nog) niet voldoen aan deze regel.

Figuur 12. 3-regel Stougjeswijk, ingezoomd op rode arcering uit figuur 13.

Figuur 13. 3-regel Stougjeswijk. Rood geeft aan dat de gevel niet voldoet aan de regel en een groene arcering geeft aan dat de gevel voldoet aan de 3-regel.

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 16/31

4.1.2.2

30-regel

Voor deze regel is aan de hand van de boomkroonbedekking (volgroeide boomkroon) berekend hoeveel procent boomkroonbedekking aanwezig is binnen het plangebied. In Figuur 15 is zichtbaar dat het gehele plangebied niet voldoet aan de regel 30% boomkroonbedekking op buurtniveau. In aanvulling op de 30% schaduw op buurtniveau, is de richtlijn vanuit de maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving dat er 40% schaduw op belangrijke loopen fietsroutes, drinkwatersloten en verblijfsplekken aanwezig is. Het huidige stedenbouwkundig plan voldoet ook nog niet aan deze eis.

Figuur 14. 30-regel Stougjeswijk.

4.1.2.3

300-regel

De 300-regel toetst of er binnen een straal van 300 meter een aaneengesloten groenoppervlak (koele verblijfsplek) van minimaal 200 m2 aanwezig is.

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 17/31

Aangezien er relatief grote aaneengesloten groen oppervlakte beoogd zijn voldoen alle woningen aan deze eis, zie Figuur 16.

Figuur 15. 300-regel Stougjeswijk.

4.2 Toetsing hitte toevoeging groen Het huidige plan, zoals hierboven beschreven, voldoet niet aan de 3-30-300 regel omdat er nog geen groenvoorzieningen in het voorlopig ontwerp zijn opgenomen. Om de hittebestendigheid van het plan voor Stougjeswijk te toetsen, worden in Tygron drie verschillende scenario’s doorgerekend. Deze scenario’s richten zich op het toevoegen van bomen van de tweede grootteorde. Er is geen rekening gehouden met de toevoeging van lager groen, zoals hagen en heesters. Daarnaast is er bij het plaatsen van de bomen in het plangebied geen aandacht besteed aan de beschikbare ondergrondse ruimte in relatie tot kabels en leidingen. Dit moet in een later stadium worden meegenomen bij de verdere uitwerking en het intekenen van het groen. De groenscenario’s zijn als volgt, zie bijlage voor de themakaart groen:

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 18/31

Scenario 1: Toevoeging van bomen op privaat terrein. Hierbij is aangenomen dat op kavels (inclusief bebouwing) groter dan 200 m² een boom van de tweede grootte-orde wordt geplaatst. Dit resulteert in de toevoeging van 205 bomen. Scenario 2: Toevoeging van bomen in straten (openbare ruimte). Bij dit scenario is rekening gehouden met een realistische plaatsing van bomen, waarbij er voldoende ruimte (10 meter) tussen de bomen wordt gelaten en ze minimaal 2 meter van de erfgrens staan, conform de HOR-eis. Bomen zijn enkel geplaatst in groene zones, wat resulteert in de toevoeging van 806 bomen. Scenario 3: Toevoeging van bomen in openbare groene zones. Hiervoor zijn groepjes van drie bomen geplaatst en evenwichtig verdeeld over het openbaar groen oppervlak. Daarnaast is er, conform de HOR-eis, 3,5 meter tussen deze bomen beoogd aangezien dit noodzakelijk is voor het beheer en onderhoud. Dit leidt tot de plaatsing van 937 bomen. Scenario 4: Een combinatie van de bovenstaande scenario’s.

4.2.1

Resultaten groen scenario’s

In Tygron zijn de verschillende scenario's zowel afzonderlijk als gecombineerd geanalyseerd. In de volgende secties worden voor de 3-30-300 regel en hittestress de uitkomsten van Tygron kwantificeerbaar gemaakt in overzichtstabellen. De figuren van de 3-30-300 regel zijn te vinden in de bijlage. Op deze manier wordt duidelijk zichtbaar welk scenario de meeste positieve invloed heeft op het reduceren van hitte in het plangebied.

4.2.1.1

3-regel

Uit de toetsing van de 3-regel blijkt dat het toevoegen van bomen op straatniveau de meest positieve invloed heeft (58% van de gevels voldoet), gevolgd door openbaar groen (42%), en tot slot de tuinen (17%). Uit de bijgevoegde figuren op de volgende pagina blijkt dat het grootste deel van de gevels die zijn georiënteerd naar de parkeerkoffers niet aan de 3-regel voldoet. Dit komt doordat er in het voorlopig ontwerp binnen deze parkeerkoffers geen ruimte is voor het planten van bomen. Tabel 3. Overzichtstabel uitkomsten 3-regel per scenario.

Scenario

Voldoet wel in m2

%

Voldoet niet in m2

%

Plan zonder groen

0

0%

51.559

0%

Scenario 1: tuinen

9.014

17%

42.545

83%

Scenario 2: straten

29.737

58%

21.822

42%

Scenario 3: openbaar groen

21.465

42%

30.094

58%

Combinatie scenario

46.293

90%

5.266

10%

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 19/31

Scenario 1: tuinen

Scenario 2: Straten

Scenario 3: openbaar groen

Combinatie scenario

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 20/31

4.2.1.2

30-regel

Uit de toetsing van de 30-regel blijkt dat het toevoegen van bomen in zowel het openbaar groen als in de straten leidt tot een gemiddelde bladerbedekking van 14%, zie tabel 4. De 30-regel houdt echter geen rekening met de toevoeging van bomen op privaat terrein. Daarom geeft scenario 1, waarbij alleen tuinen worden meegenomen, een boomkroonbedekking van 0% in de resultaten. Het gecombineerde scenario, waarin zowel bomen in het openbaar groen, straten als privaat terrein zijn opgenomen, is het meest effectief. Dit scenario resulteert in een gemiddelde bladerbedekking van 28%. Tabel 4. Overzichtstabel uitkomsten 30-regel per scenario.

Scenario

Bladerbedekking %

Plan zonder groen

0%

Scenario 1: tuinen

0%

Scenario 2: straten

14%

Scenario 3: openbaar groen

14%

Combinatie scenario

28%

Zie de onderstaande figuren voor de boomkroonbedekking. Scenario 1 is niet opgenomen, omdat dit scenario een resultaat van 0% laat zien.

Scenario 2: Straten

4.2.1.3

Scenario 3: openbaar groen

Combinatie scenario

300-regel

Het plangebied voldoet met de toevoeging van de verschillende scenario’s nog steeds aan de 300-regel, zoals beschreven in sectie 4.1.2.3.

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 21/31

4.2.1.4

Hittestress

Het toevoegen van bomen in het plangebied resulteert in een lagere gemiddelde gevoelstemperatuur op het warmste moment van de dag. Het gecombineerde scenario heeft het grootste effect, met een temperatuurverlaging van ongeveer 2 °C. Het ontstaan van koele plekken is goed zichtbaar in de figuren op de volgende pagina. Naast de algemene temperatuurreductie in het plangebied, leidt de toevoeging van bomen tot aanzienlijke ruimtelijke verschillen. Zo is de omgeving rondom de bomen circa 10 °C koeler dan op locaties waar geen groen is toegevoegd. Deze specifieke koelere plekken zijn van grote waarde voor het ontwerp, aangezien ze als aangename verblijfplaatsen kunnen dienen, waar inwoners op hete momenten verkoeling kunnen zoeken. Uit de figuren op de volgende pagina blijkt echter dat er enkele locaties in het plangebied zijn die in alle scenario’s als hittegevoelige oppervlakken beschouwd kunnen worden. Dit betreft voornamelijk de parkeerkoffers, waar in het schetsontwerp weinig tot geen ruimte is voor de inpassing van bomen. Tabel 5. Overzichtstabel uitkomsten gemiddelde temperatuur hittestress per scenario.

Gemiddelde temperatuur om 14.00 uur

Verkoeling t.o.v. plan zonder groen

Plan zonder groen

43,6 °C

N/A

Scenario 1: tuinen

43,2 °C

-0,4 °C

Scenario 2: straten

42,8 °C

-0,8 °C

Scenario 3: openbaar

42,7 °C

-0,9 °C

Combinatie

41,7 °C

-1,9°C

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 22/31

Scenario 1: tuinen

Scenario 2: Straten

Scenario 3: openbaar groen

Combinatie scenario

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 23/31

4.2.2

Opgaven

De opgaven van het huidige ontwerp Stougjeswijk op het thema hitte ligt voornamelijk in het strategisch plaatsen van bomen om te voldoen aan de 3regel. Als er met deze inpassing rekening wordt gehouden, kan iedere gevel in het plangebied voldoen aan deze regel en zicht hebben op minimaal 3 bomen. Daarnaast voldoet het huidige ontwerp nog niet aan de vereiste 30% bladerbedekking binnen het plangebied. Deze doelstelling kan worden bereikt door een combinatie van scenario 2 en 3 toe te passen en extra bomen te planten in het openbaar groen. Hiervoor is nog voldoende ruimte beschikbaar. De 30% regel laat duidelijk ruimtelijke verschillen zien, zo wordt bijvoorbeeld bij de groene stroken tussen we woongebieden deze richtlijn behaald waardoor er voldoende koele plekken ontstaan. De opgaven om deze 30% op buurtniveau te bereiken ligt voornamelijk bij de parkeerkoffers. Naast deze uitdagingen zijn er enkele locatie-specifieke aandachtspunten en algemene richtlijnen die moeten worden overwogen bij de verdere uitwerking van het groenplan voor Stougjeswijk: •

•

De parkeerkoffers in het plangebied worden beschouwd als hittegevoelige plekken. Bij de verdere uitwerking van het ontwerp moet worden onderzocht of het mogelijk is om een aantal parkeerplaatsen in deze koffers op te heffen en te vervangen door groenvlakken. In deze groenvlakken kunnen bomen van de tweede grootteorde worden geplant, wat zal bijdragen aan het creëren van koelere plekken binnen deze verharde oppervlakken. Hierbij moet echter rekening worden gehouden met de parkeerbalans in het gebied. Het is essentieel om bomen zodanig te plaatsen dat er geen belemmering van de windstroom ontstaat door de boomstructuren. Daarom moeten bomen niet worden geplaatst in openingen tussen bouwstructuren, zodat natuurlijke ventilatie door de wind mogelijk blijft. Bovendien is het van belang dat er op straatniveau geen aaneengesloten bladerdek ontstaat, zodat de overdag opgeslagen warmte 's nachts kan ontsnappen.

4.3 Toetsing wateroverlast 4.3.1

Oppervlakteanalyse

Voor de berekening van de huidige arealen (kolom 2, tabel 3) is een uittreksel gemaakt van de BGT (september 2024). Voor het oppervlak open water is hiervoor het areaal aangehouden met de aanduiding “WATER SLOOT”. Dit betreft het oppervlak van water op waterlijn. De oevers zijn niet hierin meegenomen. Voor de berekening van de arealen in het plan (kolom 3, tabel 3) is het Voorlopig Ontwerp geanalyseerd. Ten tijde van de aanvraag watervergunning dient een definitieve analyse te worden gemaakt op basis van het definitief ontwerp. Zie Tabel 6 voor de huidige en toekomstige oppervlakte verdeling van het projectgebied en het verschil.

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 24/31

Tabel 6. Oppervlakteverdeling van Stougjeswijk in huidige en nieuwe situatie.

Type oppervlak Verhard Onverhard (excl. water) Water Totaal

Oppervlak huidig (ha) 9,5 64,5 2,8 77

Oppervlak plan (ha) 41,5 28,5 6,6 77

Verschil (ha) 32 -36 3,8 0

In de berekening is het oppervlak aan tuinen (exclusief dakoppervlak en schuurtjes) voor 50% meegenomen als verhard.

4.3.2

Watercompensatie WSHD

De waterhuishouding in het plangebied verandert in de toekomstige situatie. Het verhard oppervlak binnen het plangebied neemt toe (straten, daken) en dient gecompenseerd te worden in de vorm van open water. Ook zal er demping van oppervlaktewater plaatsvinden. In het huidige schetsontwerp is er tevens een toename van nieuw oppervlaktewater gerealiseerd. Om een goed functionerend watersysteem te garanderen en te behouden heeft WSHD een compensatieplicht ingesteld voor de toename van het verhard oppervlak. Conform het bestemmingsplan Stougjeswijk (d.d. 12-2023) en het beleid van Waterschap Hollandse Delta geldt dat bij een toename van meer dan 500 m² verhard oppervlak 10% van deze toename moet worden gecompenseerd. Tabel 7. Berekening van netto wateropgave voor watercompensatie 10% na verhardingstoename.

Toename verharding (ha) 32

Water compensatie (%) 10%

Minimaal benodigde watercompensatie (ha) 6,0

Oppervlak huidig water (ha) 2,8

Oppervlak water: bestaand + nieuw (ha) 6,6

Wateropgave Geen, -0,6 ha (overschot)

Uit tabel 7 blijkt dat de watercompensatie voldoet aan de eisen van de 10%compensatieregeling. Er wordt 0,6 hectare aan open water extra gerealiseerd bovenop de vereiste hoeveelheid volgens deze regeling. Hiermee voldoet het stedenbouwkundig plan aan de compensatievereisten zoals vastgelegd in het bestemmingsplan. Per januari 2025 geldt er echter een compensatieplicht van 14% voor een toename in verharding van meer dan 500 m2, conform het beleid van Waterschap Hollandse Delta. Om te waarborgen dat het gebied voldoet aan de toekomstige eisen, is het huidige stedenbouwkundige plan ook doorgerekend op de 14%-compensatieregeling die per januari 2025 van kracht wordt. In Tabel 8 is de analyse van de minimale wateropgave weergegeven. Deze is opgebouwd uit de toename verharding in het plangebied en het huidige oppervlak aan water.

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 25/31

Tabel 8. Berekening van netto wateropgave voor watercompensatie 14% na verhardingstoename.

Toename verharding (ha) 32

Water compensatie (%) 14%

Minimaal benodigde watercompensatie (ha) 7,3

Oppervlak huidig water (ha) 2,8

Oppervlak water: bestaand + nieuw (ha) 6,6

Wateropgave (ha) 0,7

Uit tabel 8 is af te leiden dat de hoeveelheid watercompensatie in het Schetsontwerp nog niet voldoet. Er dient tenminste nog 0,7 ha extra gecompenseerd te worden. Er zijn verschillende mogelijkheden om deze opgave in te vullen, welke in de volgende sectie worden toegelicht.

4.3.2.1

Resterende wateropgave

De resterende wateropgave kan op de volgende manieren worden opgelost: 1. Voldoen aan minimale wateropgave: Een extra 0,7 ha aan open water graven. Watercompensatie is bedoeld om het oppervlaktewatersysteem robuuster te maken zodat de toegenomen belasting op het oppervlaktewater niet tot hinder of overlast leidt. Dit kan ook worden bewerkstelligd door waterberging aan te leggen. We gaan uit van een bergende waterlaag van 30 cm. Dit wordt later afgestemd met het waterschap. De verwachting is dat deze bergende waterlaag minder is dan 30 cm. 2. Invullen met waterberging: A. Groenstructuren combineren met wadi’s: voor de aanleg van wadi’s is de aanname gemaakt dat deze structuren een waterbergend vermogen hebben van 0,3 meter. Er dient dan 0,7 ha aan wadi’s binnen het plangebied gerealiseerd te worden. B. Waterbergende fundering: voor deze vorm van verharding is een aanname gemaakt dat deze verharding 40 cm dik is met een porositeit van 30% wat neerkomt op een waterbergende schijf van 0,12 meter. Als onder alle wegen en parkeervakken een dergelijke waterbergende fundering wordt gelegd is er een berging mogelijk van 13.200 m3. Gezien de bodemeigenschappen van het plangebied (slechte infiltratiecapaciteit door de aanwezigheid van klei en veen) hebben civieltechnische oplossingen in het openbaar gebied de voorkeur boven oplossingen op privéterrein.

Dit is van belang om een duurzame en langdurig effectieve waterafvoer in het plangebied te waarborgen.

4.3.3

Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving

Naast de watercompensatie opgave is het streven om het gebied zo klimaatadaptief mogelijk in te richten. Hiervoor wordt er voor het thema wateroverlast getoetst aan de maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. De richtlijn is dat er bij toekomstige, extreme neerslaggebeurtenissen (1 keer per 100 jaar 70 mm/uur) geen waterschade mag ontstaan. Om de adaptiviteit van het plan te waarborgen beschrijft deze richtlijn ook dat bij neerslaggebeurtenissen (1 keer per 250 jaar 90 mm/uur) Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 26/31

geen schade optreed en vitale en kwetsbare functies door functioneren. Dit kan worden opgelost door het water te bergen en gedeeltelijk water op straat toe te staan. Dit dient in een latere ontwerpfase geoptimaliseerd te worden, als er 90 mm berging wordt gerealiseerd wordt hier hoe dan ook aan voldaan. Dit komt neer op circa 37.350 m3. We evalueren hieronder drie mogelijke oplossingsrichtingen; wateropgave bergen in oppervlaktewatersysteem, in laag liggend groen en door middel van waterbergende fundering.

4.3.3.1

Piekwaterberging in watergangen

In deze situatie is de waterberging de stijging in het waterpeil. Voor deze analyse gebruiken we alleen het wateroppervlak van de gegraven watergangen (dus niet van de gehele polder). De tijdelijke waterpeilstijgingen zijn vastgesteld op basis van de maaiveldhoogtes in het gehele peilvak. De maximale toelaatbare stijging in peil is bepaald door 10% van de laagst gelegen delen van het peilvak (-0,9 m NAP). Met een waterpeil van -1,7 m NAP resulteert dit in een piekwaterberging van 0,8 meter. In tabel 9 is een korte beschouwing opgenomen van de peilstijgingen (0,5 m, 0,8 m). Voor het eerste scenario is de beschikbare bergingscapaciteit in de watergangen onvoldoende om te voldoen aan de richtlijn van 90 mm/uur uit de maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Voor de maximale toelaatbare stijging is er wel voldoende bergingscapaciteit. Om precies te voldoen aan de eis is een tijdelijke peilstijging van 0,6 m benodigd. Minimale Oppervlak verhard wateropgave Tijdelijke Waterbergend + oppervlak water Totaal waterberging (ha) peilstijging (m) vermogen (m3) (ha) in (mm) 48,5 73 0,5 36.500 75 48,5 73 0,6 43483 90 48,5 73 0,8 58.500 121 Tabel 9. Potentiële toevoeging piekwaterberging in de watergangen.

4.3.3.2

Piekwaterberging in groen

De piekwaterberging in groen kan worden opgelost in wadi’s en in laag liggend groen: 1. Wadi’s: Als de totale piekwaterberging van 37.350 m3 (bij een bui van 90 mm/uur) geborgen moet worden in wadi’s (bergingscapaciteit van 30 cm) dan is er 12,45 ha aan wadi benodigd. 2. Laag liggend groen: Het totale groene oppervlak, exclusief de tramdijk (deze behoudt namelijk zijn hogere ligging), bedraagt 21,4 ha. Dit groen oppervlak moet minimaal 18 cm lager liggen dan het wegpeil om een bui van 90 mm/uur te kunnen bergen (37.350 m3/214.00m2).

4.3.3.3

Piekwaterberging in wegfundering

Voor deze vorm van verharding is een aanname gemaakt dat deze verharding 40 cm dik is met een porositeit van 30% wat neerkomt op een waterbergende schijf van 0,12 meter. Er is aangenomen dat de waterbergende fundering onder de wegen en de parkeervlakken wordt toegepast (circa 11 ha) van de circa 42 ha verhard oppervlak. Dit geeft een berging van circa 33 mm ((11 ha * 0,12)/42 ha * 1000). Als op zichzelf staande maatregel voldoet dit niet aan de eis uit het

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 27/31

klimaat convenant van Zuid-Holland (geen schade bij een bui van 90 mm/uur). Dit geeft nog een restopgave van 57 mm.

4.3.4

Samenvatting

In Tabel 10 is een kort overzicht opgenomen van de gestelde eisen/ambities en of het voorlopig ontwerp van Stougjeswijk hieraan voldoet of niet en hoe er dan wel aan voldaan kan worden. Tabel 10. Samenvattingstabel van de eisen in relatie tot het voorlopig ontwerp Stougjeswijk

Eigenaar eis

Vereiste/ambitie

WSHD

10% compensatie regel

Maatlat

Oplossing/maatregel

Voldoet

14% compensatie regel

Er dient nog minimaal 0.7 ha extra gecompenseerd te worden. Dit kan in de vorm van het graven van extra water, aanleggen van wadi’s/laag gelegen groen of waterbergende fundering.

Voldoet niet, dient te worden gecompenseerd.

Geen schade bij een bui van 90 mm/uur

1. Peilstijging

1. Voldoet indien er een tijdelijke peilstijging van 0,6 meter.

2. Wadi’s

2. Voldoet indien er circa 12 ha aan wadi aangelegd te worden.

3. Laaggelegen groen

Maatlat

Voldoet niet/voldoet indien:

Tenminste 40% schaduw in het plangebied op de hoogste zonnestand voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer zich verplaatst

3. Voldoet indien het areaal groen 0,18 cm lager aangelegd wordt dan het straatpeil.

4. Waterbergende fundering

4. Voldoet niet: er kan een bui van 33 mm/uur geborgen worden in de waterbergende fundering.

In het voorlopig ontwerp d.d. 10-072024 zijn nog geen bomen opgenomen waardoor er nog niet voldaan wordt aan deze eis.

Voldoet niet

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 28/31

5

Conclusie

Dit rapport presenteert de kwalitatieve en kwantitatieve toetsing van het stedenbouwkundige voorlopig ontwerp van Stougjeswijk, uitgevoerd aan de hand van het geldende beleid en de richtlijnen uit de maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. De kwantitatieve toetsing van hitte toont aan dat het huidige voorlopige stedenbouwkundige ontwerp (zonder toevoeging van groen) niet voldoet aan de normen voor hittebestendigheid. Door strategisch bomen te plaatsen in straten en openbaar groen, kan de hittestress aanzienlijk worden verminderd. Met de toevoeging van bomen van de tweede grootteorde voldoet het grootste deel van de gevels aan de 3-regel. Daarnaast kan het combinatie-scenario, waarin bomen worden toegevoegd aan zowel straten als openbaar groen, zorgen voor een bladerkroonbedekking van 28%. Hiermee komt het plan dicht in de buurt van de richtlijn van 30% op buurtniveau. Het ontwerp bevat bovendien voldoende groene openbare plekken, waar clusters van bomen moeten worden toegevoegd om deze gebieden te laten functioneren als verkoelende verblijfsplekken, waarmee het plan aan de 300-regel voldoet. Een belangrijke uitdaging is de vergroening van de parkeerkoffers, die momenteel hittegevoelige locaties vormen. Door strategisch bomen te plaatsen in deze gebieden, kan de boomkroonbedekking van 30% op buurtniveau beter worden behaald.

Met deze aanpassingen kan het ontwerp van Stougjeswijk voldoen aan de normen voor hittebestendigheid en bijdragen aan een hogere leefkwaliteit. De kwantitatieve toetsing voor wateroverlast laat zien dat het plan voldoet aan de huidige compensatieplicht van 10% bij toename van verharding, met een overschot van 0,6 hectare open water. Echter, om te voldoen aan de aangescherpte eis van 14% compensatie, die vanaf 2025 van kracht is, moet nog 0,7 hectare extra waterberging worden gerealiseerd. De aanvullende wateropgave kan worden gerealiseerd door het graven van extra open water, aanleg van wadi’s en laaggelegen groen en in de vorm van waterbergende fundering.

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 29/31

Bijlage 1. Kwalitatieve klimaatstresstest

Sweco | Klimaatstresstest Stougjeswijk Projectnummer 51023592 Datum 27-08-2024 Documentreferentie

Versie 30/31

Klimaatstresstest Stougjeswijk December 2024 sweco.nl

Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving • Klimaatstresstest uitgevoerd aan de hand van de thema’s maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. • Maatlat is opgesteld in opdracht van ministeries L en W en BZK • Maatlat behandelt kwalitatieve doelen en kwantitatieve prestatie-eisen cq richtlijnen aangaande: • Biodiversiteit

• Droogte • Bodemdaling • Hitte • Gevolgbeperking overstroming

• Wateroverlast

2

Klimaatstresstest TOETSING • De klimaatstresstest is uitgevoerd middels te toetsen of per thema getoetst aan de normen en richtlijnen (indien aanwezig). • De klimaatstresstest is beschrijvend uitgevoerd

• Voor de stresstest is tevens gebruik gemaakt van de uitgevoerde onderzoeken ten behoeve van de planvorming Stougjeswijk

Richtlijn / norm

3

Toetsing

Toelichting

X

Plan voldoet aan norm/richtlijn/voorkeursvolgorde.

X

Plan voldoet bijna norm/richtlijn/voorkeursvolgorde. Verdere opties uitwerken/afwegen.

X

Plan voldoet niet norm/richtlijn/voorkeursvolgorde. Verdere uitwerking noodzakelijk.

X

Het plan is nog niet dermate uitgewerkt dat dit kan worden getoetst aan deze richtlijn/norm. Er wordt wel verwacht dat hieraan kan worden voldaan.

X

Het plan is nog niet dermate uitgewerkt dat dit kan worden getoetst aan deze richtlijn/norm. Er wordt verwacht dat dit een knelpunt oplevert.

Uitgevoerde onderzoeken Hieronder een weergave van de uitgevoerde onderzoeken die zijn geraadpleegd voor het uitvoeren van de klimaatstresstest: • Oud beijerland Stougjeswijk Beeldregieplan & inrichtingsregieplan (23-11-2023) • Quickscan natuurwaardeonderzoek Stougesdijk e.o. Oud-Beijerland (Natuurbank Overijssel, 14-11-2023) • Oud-Beijerland Stougjesdijk Oost Gebiedsvisie (Atelier Dutch, 02-05-2023) • Verkennend bodemonderzoek Stougjesdijk (Ortageo Zuidwest, 04-11-2022) • Archeologisch bureau- en veldonderzoek Stougjesdijk (Laagland Archeologie BV, 04-2023) • Doorlatendheidsonderzoek (Ortageo Zuidwest, 25-05-2022)

4

Agenda

5

1

Samenvatting

5

2

Biodiversiteit

8

3

Droogte

13

4

Bodemdaling

18

5

Hitte

22

6

Gevolgbeperking overstroming

29

7

Wateroverlast

31

1 Samenvatting

6

Toetsing

Samenvatting Klimaatstrestest Stougjeswijk (1/2)

Toelichting Plan voldoet aan norm/richtlijn/voorkeursvolgorde. Plan voldoet bijna norm/richtlijn/voorkeursvolgorde. Verdere opties uitwerken/afwegen. Plan voldoet niet norm/richtlijn/voorkeursvolgorde. Verdere uitwerking noodzakelijk. Het plan is nog niet dermate uitgewerkt dat dit kan worden getoetst aan deze richtlijn/norm. Er wordt wel verwacht dat hieraan kan worden voldaan.

Het plan is nog niet dermate uitgewerkt dat dit kan worden getoetst aan deze richtlijn/norm. Er wordt verwacht dat dit een knelpunt oplevert.

Thema

Richtlijn Waardevolle habitat en basiskwaliteit natuur behouden en realiseren

Biodiversiteit

Groene oplossingen gebaseerd op natuurlijke processen en structuren hebben de voorkeur boven technische oplossingen: groen, tenzij. Percentage groen op buurtniveau behouden en realiseren Grondwaterstanden en zoetwater-beschikbaarheid zijn sturend bij keuze functie, systeem en inrichting

Droogte

Vergroten infiltratie en minimaliseren verharding Hergebruik van water, zuinig gebruik van drinkwater en verbeteren waterkwaliteit is onderdeel van het ontwerp Draagkracht bodem is mede sturend bij keuze functie, systeem en inrichting

Bodemdaling

7

Gebiedsspecifieke keuze ontwerppeil, restzettingseis, maatregelenset en materiaal

Toetsing

Samenvatting Klimaatstresstest Stougjeswijk (1/2)

Toetsing

Toelichting Plan voldoet aan norm/richtlijn/voorkeursvolgorde.

Plan voldoet bijna norm/richtlijn/voorkeursvolgorde. Verdere opties uitwerken/afwegen. Plan voldoet niet norm/richtlijn/voorkeursvolgorde. Verdere uitwerking noodzakelijk. Het plan is nog niet dermate uitgewerkt dat dit kan worden getoetst aan deze richtlijn/norm. Er wordt wel verwacht dat hieraan kan worden voldaan. Het plan is nog niet dermate uitgewerkt dat dit kan worden getoetst aan deze richtlijn/norm. Er wordt verwacht dat dit een knelpunt oplevert.

Thema

Richtlijn Geen directe opwarming van verblijfsplekken in de private of openbare buitenruimte door gebouwen (installaties) Schaduw op verblijfsplekken, loop- en fietsroutes en drinkwaterstroken

Hittestress

Afstand tot groene koele verblijfsplekken

Warmte werende oppervlakten Vitale en kwetsbare functies en groenvoorzieningen zijn bestand tegen hitte Gevolgbeperking overstroming

Overstromingsrisico’s van overstromingskans, waterdiepte en evacuatietijd en bijhorende impact afwegen, met specifieke aandacht voor vitale en kwetsbare functies

Geen waterschade tot en met een bui die 1 x per 100 jaar voorkomt, vitale en kwetsbare functies blijven beschikbaar Geen waterschade bij 0,2 meter waterdiepte op straat Wateroverlast

Neerslag op privaat terrein verwerken op privaat terrein of daarvoor bestemde extra voorzieningen in het plangebied of de watersysteemgrenzen Ontwikkeling voorkomt afwenteling

8

In het gebied is natuurlijke en bovengrondse afwatering zoveel mogelijk aanwezig

Toetsing

2 Biodiversiteit

9

Maatlat biodiversiteit DOEL

• Groenblauwe structuren en de gebiedseigen biodiversiteit worden versterkt op alle schaalniveaus RICHTLIJNEN

Richtlijn 1) Waardevolle habitat en basiskwaliteit natuur behouden en realiseren

Score

Toelichting Het plangebied behoort voor een klein deel tot Natuurnetwerk Nederland (de bestaande hoofdwatergang), maar niet tot Natura 2000-gebied, zie kaartafbeelding op de volgende pagina. Volgens het Beeldregieplan (2023) mag zonder een compensatieplan de waarden of oppervlakte van het NNN niet aangetast worden. Het huidige plan behoudt deze watergang en vergroot het areaal aan water hier waardoor er dus geen compensatieplan benodigd is. Er worden flauwe natuurlijke oevers aangelegd voor nieuwe gradiënten en biotopen (beeldregieplan & inrichtingsplan, 2023). Uit de quickscan natuurwaardenonderzoek (2023) blijkt dat het plangebied geen geschikte groeiplaats is voor beschermde plantensoorten, maar wel een functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Vogels, amfibieën en grondgebonden zoogdieren gebruiken het gebied voor nestelen, rust- en voortplantingsplaatsen. Vleermuizen foerageren er, maar hebben geen vaste verblijfplaats. Vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Hoewel het plangebied minder geschikt wordt als foerageergebied, vormt dit geen overtreding van de Wet natuurbescherming. Voor de plannen is een ontheffing nodig voor het verstoren van nestplaatsen.

10

Het plan voldoet aan de richtlijn omdat het rekening houdt met de aanwezige soorten en creëert een hoogwaardig habitat door het huidige landschappelijke raamwerk zoveel mogelijk te behouden.

Ligging van NNN gebied t.o.v. het plangebied

11

Maatlat biodiversiteit DOEL • Groenblauwe structuren en de gebiedseigen biodiversiteit worden versterkt op alle schaalniveaus RICHTLIJNEN

Richtlijn 2) Groene oplossingen gebaseerd op natuurlijke processen en structuren hebben de voorkeur boven technische oplossingen: groen, tenzij.

Score

Toelichting De elementen van de polder, de dijk en de kreek vormen de centrale thema’s voor de inrichting van het plangebied, zoals vastgesteld in het huidige landschappelijke raamwerk. De poldersloten vormen de basis voor de vormgeving van de nieuwe wijk. Deze lijnen worden met de omgeving verbonden door middel van groenstructuren zoals natuurlijke oevers, wadi’s en groenstroken (de exacte locaties van de wadi’s dienen nog te worden bepaald). Hoewel de landschappelijke elementen aanvankelijk de woonwijken lijken te scheiden, worden zij beschouwd als een middel om de openbare ruimte te verbinden. De inrichting van het plan leent zich enorm om groene oplossingen te benutten. Advies: Het plangebied kent een aflopend maaiveld naar het oosten toe, zoals weergegeven op de hoogtekaart op de volgende dia. Dit natuurlijke hoogteverschil kan worden benut om groene elementen lager te situeren, waardoor hemelwater vertraagd kan worden afgevoerd en kan infiltreren in de lager gelegen gebieden.

12

Het plan voldoet aan de richtlijnen door groene oplossingen en structuren, zoals poldersloten, oevers, kreken en wadi’s, te behouden of toe te voegen en deze te verkiezen boven technische oplossingen. Optioneel kan nog worden onderzocht hoe groene structuren kunnen worden gecombineerd met het natuurlijke verloop van het maaiveld in het plangebied.

Hoogteligging Stougjeswijk

13

Maatlat biodiversiteit DOEL

• Groenblauwe structuren en de gebiedseigen biodiversiteit worden versterkt op alle schaalniveaus RICHTLIJNEN

Richtlijn 3) Percentage groen op buurtniveau behouden en realiseren

Score

Toelichting Van de circa 77 ha in het plangebied is circa 45 ha verhard (bebouwing, wegen, parkeerplaatsen, tuin), circa 26 ha onverhard (groen, tuin) en circa 6,5 ha aan water. Zie de volgende pagina voor de verdeling van verhard en onverhard in het plangebied ten opzichte van de huidige situatie. Hierin zijn de volwassen boomkroonoppervlak nog niet meegenomen. Nader te onderzoeken/optioneel verwerken in plan: Er is nog geen groennorm vastgesteld op buurt/wijk niveau waardoor deze eis niet formeel te toetsen valt. De ambitie is om het oppervlak groen zo groot mogelijk te houden voor een prettige leefomgeving waardoor de verwachting is dat er wel aan deze eis kan worden voldaan.

14

Verhard en groen (ter indicatie)

15

Type oppervlak

Oppervlak huidig (ha)

Oppervlak plan (ha)

Oppervlak verhard

9,5

12%

41,5

54%

Oppervlak onverhard (excl. Water)

64,5

84%

28,5

37%

Oppervlak water

2,8

4%

6,6

9%

Totaal oppervlak

77

100%

77

100%

Overduin Rioleringsplan, 21-07-2023

3 Droogte

16

Maatlat droogte DOEL

• Droogte leidt niet tot structurele schade aan bebouwing, wegen, groen, water en vitale of kwetsbare functies NORMEN

Norm 1) Grondwaterstanden en zoetwater-beschikbaarheid zijn sturend bij keuze functie, systeem en inrichting

Score

Toelichting De gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) in het plangebied ligt tussen -1,0 en -2,0 m NAP, zie de afbeelding op de volgende pagina. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) varieert tussen -0,6 en -1,5 m NAP. Het plangebied valt binnen één peilgebied, met seizoensgebonden peilbeheer. Het rekenpeil van het oppervlaktewater is in de winter vastgesteld op -1,7 m NAP en in de zomer op -1,6 m NAP. Gemiddeld genomen bedraagt de ontwateringsdiepte voor het plangebied 0,7 meter, met een maaiveldhoogte van -0,2 m NAP en een GHG van -0,9 m NAP. Dit betekent dat grondwaterneutraal bouwen mogelijk is. Het is echter belangrijk te benadrukken dat het plangebied een wisselend maaiveld heeft. De lager gelegen delen kennen een kleinere ontwateringsdiepte, waardoor ophoging noodzakelijk is. Hierdoor zullen ook de lager gelegen delen in het plangebied voldoen aan de minimale ontwateringsdiepte. Idealiter zouden natte functies in de oostelijke, lager gelegen delen van het plangebied worden gepland, terwijl de woningen meer aan de hoger gelegen westkant van het plangebied worden gesitueerd. Het huidige ontwerp dat wordt getoetst, is echter niet volledig afgestemd op water-bodem-sturend, waardoor het (nog) niet volledig aan deze eis voldoet en er met een verdere uitwerking wel aan voldaan kan worden.

17

Gemiddeld Laagste en Hoogste Grondwaterstand

18

Maatlat droogte DOEL

• Droogte leidt niet tot structurele schade aan bebouwing, wegen, groen, water en vitale of kwetsbare functies RICHTLIJNEN

Richtlijnen 2) Vergroten infiltratie en minimaliseren verharding

Score

Toelichting De bodemopbouw van het plangebied kenmerkt zicht door een bovengrond van klei met daaronder wisselend veen en fijn zand. Gezien de matig tot slecht doorlatende bodem en de hoge (schijn)grondwaterstanden is het gebied zeer beperkt geschikt voor het bergen en infiltreren van hemelwater. Ondanks de slecht infiltreerbare bodem wordt zo min mogelijk verharding toegepast waardoor er veel groene oppervlakken binnen het plangebied liggen. Daarmee wordt voldaan aan deze eis.

19

Maatlat droogte DOEL

• Droogte leidt niet tot structurele schade aan bebouwing, wegen, groen, water en vitale of kwetsbare functies RICHTLIJNEN

Richtlijnen 3) Hergebruik van water, zuinig gebruik van drinkwater en verbeteren waterkwaliteit is onderdeel van het ontwerp

Score

Toelichting Hergebruik van water: het hergebruik van water voor eigen gebruik voor bijvoorbeeld de wc, douche of drinkwater is in het huidige plan nog niet meegenomen.

Zuinig gebruik van drinkwater: Er is nog niet gekeken naar het zuinig gebruik van drinkwater aangezien de opstallen van Stougjeswijk nog niet volledig zijn uitgewerkt. Verbeteren waterkwaliteit: In het plangebied worden diverse wadi's en oevers aangelegd, die bijdragen aan de filtering van water tijdens infiltratie. Echter, aangezien specifieke maatregelen voor het verbeteren van de waterkwaliteit nog niet zijn opgenomen in de plannen, dient het uiteindelijke effect van het project op de waterkwaliteit nader te worden uitgewerkt. Het plan is nog niet in een stadium waar deze eis getoetst kan worden en voldoet dus nog niet aan de richtlijn.

20

4 Bodemdaling

21

Maatlat bodemdaling DOEL

• Bodemdaling van gebouwd gebied en de gevolgen ervan blijven nu en in de toekomst beheersbaar en betaalbaar NORMEN

Norm 1) Draagkracht bodem is mede sturend bij keuze functie, systeem en inrichting

22

Score

Toelichting De bodem van het plangebied bestaat uit een bovenlaag van klei op een ondergrond van veen. Er dient te worden opgehoogd waardoor er primaire zettingen kunnen ontstaan door de slappe klei en veenlaag in het plangebied. Echter is de bodemopbouw redelijk grillig (Verkennend Bodemonderzoek, 2022) waardoor bodemdaling eigenlijk niet speelt in dit plan. Er worden daarom geen grote risico’s verwacht rondom het thema bodemdaling.

Signaalkaart Bodemdaling 2016 - 2018

atlasleefomgeving.nl 23

Maatlat bodemdaling DOEL

• Bodemdaling van gebouwd gebied en de gevolgen ervan blijven nu en in de toekomst beheersbaar en betaalbaar NORMEN

Norm 2) Gebiedsspecifieke keuze ontwerppeil, restzettingseis, maatregelenset en materiaal

24

Score

Toelichting In het plan Stougjeswijk is er geen sprake van een gebiedsspecifieke keuze. Bij het bouwrijp maken van de locatie moet de grond worden opgehoogd, waarbij voldaan dient te worden aan de eisen voor restzetting. Tijdens de ophoging kunnen primaire zettingen optreden. Door extra maatregelen te treffen, zoals extra ophooghoogte of verticale drainage, worden deze primaire zettingen gecontroleerd, zodat wordt voldaan aan de restzettingseisen (bijvoorbeeld 0,1 m in 30 jaar voor toekomstige wegen). Dit wordt uitgewerkt in het geotechnisch advies.

5 Hitte

25

Maatlat hitte DOEL

• Tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving RICHTLIJNEN

Richtlijn 1) Geen directe opwarming van verblijfsplekken in de private of openbare buitenruimte door gebouwen (installaties)

26

Score

Toelichting De opstallen van Stougjeswijk zijn nog niet uitgewerkt. Het plan kan daarom niet getoetst worden aan deze richtlijn. De richtlijn geldt dus als uitgangspunt voor de verdere uitwerking van de gebouwen. In de uitwerking kan rekening worden gehouden met bijvoorbeeld de lichtinval en schaduwwerking op gebouwen; de isolatiewaarden; ventilatie; warmtepompen; e.d.

Maatlat hitte DOEL

• Tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving RICHTLIJNEN

Richtlijn 2) Schaduw op verblijfsplekken, loop- en fietsroutes en drinkwaterstroken

27

Score

Toelichting Volgens het Beeldregieplan & Inrichtingsplan (2023) is de ambitie om per nieuwe woning één nieuwe boom aan te leggen. Op basis van dit gegeven is de verwachting dat >35% van de openbare ruimte onder een bladerdek valt. Het Voorlopig Ontwerp dat aan Tygron is getoetst geeft weer dat het plan niet voldoet aan deze eis. De toevoeging van de verschillende groen scenario’s geeft ook geen bladerdek van >35%. Deze komt namelijk uit om 28%. In de verdere uitwerking van de groenplannen voor Stougjeswijk dienen er dus nog bomen toegevoegd te worden. Verder kan er nog gekeken worden of er bomen van 1e orde grootte toegevoegd kunnen worden, bijvoorbeeld in het openbaar gebied. Deze hebben namelijk een hogere bladerbedekking dan bomen van de 2e orde grootte. Het ontwerp Stougjeswijk voldoet dus nog niet aan deze richtlijn en vereist verdere uitwerking. Zie de uitkomsten uit Tygron in het rapport.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15637837/1