21-2239 Puttershoek - rapport VONO DEF
Tekst van het document
Verkennend en nader (asbest)onderzoek Schouteneinde / Zijdewinde Puttershoek 21-2239-R01JV
COLOFON
Opdrachtgever
Schouteneinde Puttershoek B.V. Groeneweg 6 3297 LA Puttershoek
Locatie
Schouteneinde 52 - 54 en Zijdewinde 12 te Puttershoek
Type onderzoek
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Nader bodemonderzoek NTA 5755 Verkennend asbestonderzoek NEN 5707
Rapportnummer
21-2239-R01JV versie 1
Datum rapport
17 januari 2022
Opsteller
Dhr. J. Voorhorst Projectleider Bodem
Kwaliteitscontrole
Mevr. M. Penders Projectleider Bodem
Inventerra Nijverheidsweg 34 3341 LJ Hendrik-Ido-Ambacht (078) 682 24 55 info@inventerra.nl Verkennend en nader (asbest)onderzoek Schouteneinde / Zijdewinde te Puttershoek 21-2239-R01JV
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING .......................................................................................................................... 1
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK NEN 5725 .............................................................. 2 2.1 2.2 2.3
3.
UITVOERING EN RESULTATEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK NEN 5740 ...................... 7 3.1 3.2 3.3
4.
Conceptueel model en onderzoekopzet ............................................................................ 11 Uitvoering en resultaten veldwerk ................................................................................... 13 Uitvoering en resultaten chemisch-analytisch onderzoek .................................................... 13
UITVOERING EN RESULTATEN VERKENNEND ASBESTONDERZOEK NEN 5707 ................... 16 5.1 5.2 5.3
6.
Onderzoeksopzet ............................................................................................................ 7 Uitvoering en resultaten veldwerk ..................................................................................... 7 Uitvoering en resultaten chemisch-analytisch onderzoek ...................................................... 8
UITVOERING EN RESULTATEN NADER BODEMONDERZOEK NTA 5755 ............................... 11 4.1 4.2 4.3
5.
Algemeen ....................................................................................................................... 2 Verzamelde informatie vooronderzoek ............................................................................... 2 Hypothese verkennend (asbest)bodemonderzoek ................................................................ 5
Onderzoeksstrategie ...................................................................................................... 16 Uitvoering en resultaten veldwerk ................................................................................... 16 Uitvoering en resultaten analytisch onderzoek .................................................................. 17
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................................... 18
BIJLAGEN 1.
2. 3. 4. 5. 6.
Weergave onderzoekslocatie 1.1 Kadastrale gegevens en omgevingskaart 1.2 Situatietekeningen 1.3 Foto’s Boorprofielen Analysecertificaten Toetsingskader Resultaten vooronderzoek Kwaliteitsaspecten van het onderzoek
Verkennend en nader (asbest)onderzoek Schouteneinde / Zijdewinde te Puttershoek 21-2239-R01JV
1. INLEIDING
In opdracht van Schouteneinde Puttershoek B.V. heeft Inventerra in juli - augustus 2021 een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 en een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5707 verricht op de locatie aan het Schouteneinde 52 - 54 / Zijdewinde 12 te Puttershoek. In november 2021 is op het terrein van Zijdewinde 12 vervolgens een nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 uitgevoerd en binnen het gehele plangebied een PFAS-onderzoek. De aanleiding voor het verkennend (asbest)bodemonderzoek is de voorgenomen aanvraag van een Omgevingsvergunning in verband met de geplande (her)ontwikkeling op de locatie. Het doel is het vaststellen van de huidige bodemkwaliteit en of deze bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de geplande herontwikkeling. Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd om een aangetoonde verontreiniging met minerale olie in de grond op het terrein van Zijdewinde 12 verder in te kaderen. Kwaliteit Inventerra is door Normec Certification gecertificeerd voor de BRL SIKB 2000, protocol 2001, 2002 en 2018 (certificaatnummer EC-SIK-20241) en de BRL SIKB 6000, protocol 6001 en 6002 (certificaatnummer ECSIK-60009) en is tevens door TÜV Nederland gecertificeerd voor de algemene kwaliteitsnorm NEN-EN-ISO 9001.
De genoemde beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 is onderdeel van een certificatiesysteem voor het gehele proces van veldwerk bij milieuhygiënisch onderzoek, inclusief alle secundaire processen, dat begint bij de acceptatie van het veldwerk en dat eindigt bij de overdracht van veldgegevens en monsters, inclusief de daarbij horende veldwerkrapportage, aan de opdrachtgever. Op dit bodemonderzoek zijn de volgende protocollen, behorende bij de BRL SIKB 2000, van toepassing: 2001 – Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van
☒ ☒ ☒
grondmonsters en waterpassen. 2002 – Het nemen van watermonsters. 2018 – Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem.
De beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 is niet van toepassing op: • de processen vóór het veldwerk, zoals vraagstelling, gegevens verzamelen en onderzoeksvoorstel; • de processen ná het veldwerk, zoals laboratoriumanalyses, interpretatie van analyse- en veldwerkresultaten en advies; • veldwerk anders dan middels de technieken boringen, steken en graven van sleuven, inclusief alle veldwerk dat volgt op deze technieken zoals plaatsen van peilbuizen of bemonsteren van peilbuizen; • de monsterneming in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Inventerra verklaart hierbij geen organisatorische, financiële of juridische binding te hebben met de opdrachtgever en/of de onderhavige onderzoekslocatie en verklaart daarmee te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in Kwalibo (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer).
Verkennend en nader (asbest)onderzoek Schouteneinde / Zijdewinde te Puttershoek 21-2239-R01JV
pag. 1 van 21
2. MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK NEN 5725
2.1
Algemeen
Om inzicht te krijgen over de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek. De aanleiding voor het navolgend beschreven vooronderzoek is het opstellen van een hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van het uit te voeren bodemonderzoek (aanleiding A uit de NEN 5725:2017). Ten behoeve hiervan dient in ieder geval informatie te worden verzameld over: • Bodemopbouw en geohydrologie, inclusief informatie over de verwachte aan- of afwezigheid van antropogene lagen in de bodem; • Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit op basis van de bodemkwaliteitskaart, reeds uitgevoerde bodemonderzoeken en of mogelijk sprake kan zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging; • Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situaties, asbest, activiteiten en/of ongewone voorvallen, op basis van het voormalige en huidige gebruik.
Voor het verzamelen van de benodigde informatie kunnen meerdere informatiebronnen worden geraadpleegd, zoals: • Informatie/interview(s) eigenaar en/of opdrachtgever • Archieven gemeente, milieudienst en/of provincie • Online bronnen zoals Bodemloket.nl en Topotijdreis.nl • Bodemkwaliteitskaarten • Topografische kaarten • Geohydrologische kaarten Verder dient een terreinverkenning te worden uitgevoerd. Deze kan eventueel meteen voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk worden uitgevoerd. Vermeld dient te worden dat de verantwoordelijkheid voor de resultaten van onderhavig onderzoek wordt beperkt tot de aan deze resultaten ten grondslag liggende en op het moment van onderzoek ter beschikking staande gegevens, alsmede de bij de terreininspectie(s) ter plaatse van de onderzoekslocatie geconstateerde situatie. 2.2
Verzamelde informatie vooronderzoek
In 2020 is door ons bureau een verkennend (asbest)onderzoek inclusief volledig vooronderzoek conform de NEN 5725 uitgevoerd. In de navolgende tabel is de tijdens het vooronderzoek verzamelde relevante informatie weergegeven. Het betreft voor een groot deel van de in 2020 verzamelde informatie, die waar nodig aangevuld is met informatie van de periode 2020 – heden en met informatie over de destijds niet onderzochte terreindelen. Tabel 1 Overzicht verzamelde informatie vooronderzoek
Gegevens onderzoekslocatie Adres
Schouteneinde 52 - 54 en Zijdewinde 12 te Puttershoek
Kadaster
Gemeente Puttershoek, sectie C, perceelnrs. 1012, 1177, 2273, 2419 ged. en 2568
XY-coördinaten
X: 99.012
Begrenzing onderzoekslocatie
De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt ca. 1.900 m².
Huidig gebruik
Woning, bedrijfspand, tuin, garageboxen en parkeerplaatsen
Y: 424.242
Toekomstig gebruik
Gepland is de nieuwbouw van diverse woningen.
Omgeving
Openbare weg, dijklichaam met achterliggende (jacht)haven en woningen.
Verkennend en nader (asbest)onderzoek Schouteneinde / Zijdewinde te Puttershoek 21-2239-R01JV
pag. 2 van 21
Vervolg tabel 1
Overzicht verzamelde informatie vooronderzoek
Overige informatie vooronderzoek Beschikbare informatie bij opdrachtgever en in archief Inventerra
•
Rapport ‘Aanvullend milieukundig bodemonderzoek Zijdewinde 12’, Gebr. Reehorst, kenmerk 05.695, d.d. 22 dec. 2005. Het aanvullend bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de uitkomsten van het door Gebr. Reehorst uitgevoerde verkennend bodemonderzoek op hetzelfde terrein (rapport met kenmerk 05.677 van 29 nov. 2005). Tijdens dat verkennend onderzoek is onder het toenmalige bedrijfsgebouw een sterke verontreiniging met minerale olie aangetoond in de grond en in de puinhoudende grond op het buitenterrein is een lichte tot matige verontreiniging met zware metalen aangetoond. Plaatselijk (boring 11) werd asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen. Uit het aanvullend onderzoek bleek de (puinhoudende) grond en de aanwezige puinlagen op meerdere plaatsen sterk verontreinigd met minerale olie, zware metalen en/of asbest. Geconcludeerd werd dat de sterke verontreiniging met minerale olie onder het voormalige bedrijfsgebouw (rondom boring 02) een volume van ca. 150 m³ heeft, waardoor sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De omvang van de verontreiniging met zware metalen en/of minerale olie op het buitenterrein (>toenmalige streefwaarden) werd ingeschat op ca. 500 m³, waarvan >25 m³ sterk verontreinigd. Er heeft destijds echter geen inkaderend onderzoek plaatsgevonden.
Volgens dat rapport en de bijgevoegde historische informatie zou onder het pand vermoedelijk sprake zijn van een (afgezande) benzinetank (informatie is ook opgenomen in bijlage 5 van dit voorliggende rapport). Bij de boringen 14 en 20 van het aanvullend onderzoek is visueel (boring 14) of analytisch (boring 20) asbest aangetoond; het asbestgehalte bij boring 20 bedroeg 270 mg/kgds. Gezien de aanwezigheid van (deels niet-hechtgebonden) asbest werd geadviseerd om geen grondverzet op het terrein te verrichten, zonder het treffen van de noodzakelijke arbeids- en milieuhygiënische maatregelen (in overleg met en na instemming van het bevoegd gezag).
Terreinverkenning
•
Deskundigenrapport, Verhoeven Milieutechniek, kenmerk S08.509/DR-01/WS, d.d. 19 aug. 2008. Het deskundigenrapport bevat enkel een beknopte beschrijving van het uit 2005 uitgevoerde verkennend en aanvullend bodemonderzoek door Gebr. Reehorst.
•
In 2020 is door ons bureau op het terrein van Schouteneinde 54 een verkennend (asbest)onderzoek uitgevoerd (rapport met kenmerk 20-2135-R01JV, d.d. 10 augustus 2020). Daaruit bleek dat zowel de zintuiglijk verdachte (licht tot matig puinhoudend) als de zintuiglijk onverdachte, zandige bovengrond licht verontreinigd is met enkele zware metalen, PAK en PCB. De zwak puinhoudende kleiige ondergrond (0,5 – 1,5 m-mv) op het westelijke deel rondom het pand is matig verontreinigd met lood en licht verontreinigd met enkele zware metalen en PAK. Op het oostelijk deel is de ondergrond licht verontreinigd met lood, enkele andere zware metalen en PAK. Het grondwater is licht verontreinigd met kobalt en matig verontreinigd met barium. In de puinhoudende bovengrond (zand) en de puinhoudende ondergrond (klei) is geen asbest aangetoond. De bodem onder het gebouw is destijds onderzocht en bleek licht verontreinigd.
•
Op het terrein aan de Zijdewinde zijn garageboxen gesitueerd. Het terrein ervoor is verhard met klinkers. Het terrein achter en rondom de garageboxen is onverhard en begroeid met gras. Op de locatie Schouteneinde 52 is een woning met tuin gesitueerd. Op de locatie Schouteneinde 54 is een (voormalig) bedrijfspand aanwezig, met rondom een terreinverharding van tegels, klinkers en grind. De (half-verdiepte) kelders onder het pand zijn voorzien van betonvloeren.
•
Tijdens de terreininspectie zijn geen brandplaatsen, terreinophogingen of verzakkingen, aanwezigheid van puin op de bodem en de aanwezigheid van asbestverdachte bouw- en/of verhardingsmaterialen waargenomen. Ook de invasieve exoot de ‘Japanse Duizendknoop’ is niet aangetroffen op de locatie.
Verkennend en nader (asbest)onderzoek Schouteneinde / Zijdewinde te Puttershoek 21-2239-R01JV
pag. 3 van 21
Vervolg tabel 1
Overzicht verzamelde informatie vooronderzoek
Overige informatie vooronderzoek - vervolg Kaartmateriaal
• •
•
• Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid
BAG-viewer: De woning van nr. 52 zou uit 1876 dateren. Het pand van nr. 54 dateert uit 1964. De garageboxen dateren uit 2015. Topotijdreis: Langs het Schouteneinde is al sinds tenminste 1850 bebouwing aanwezig, ook op onderhavige onderzoekslocatie. In de jaren ’40 en ’50 van de vorige eeuw was meer richting het achterterrein ook bebouwing aanwezig. Voor zover te herleiden zijn er geen kassen, boomgaarden of sloten aanwezig geweest. Explosieven: Volgens de bommenkaart van Beobom zijn in de omgeving van de onderzoekslocatie geen mijnenvelden, ruimingen of luchtaanvallen geweest. De locatie is vooralsnog onverdacht voor de aanwezigheid van niet-gesprongen conventionele explosieven. Grondwaterbeschermingsgebied: De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied (Provinciale Milieuverordening Zuid-Holland).
Bij de Omgevingsdienst is een Omgevingsrapportage opgevraagd (opgenomen in bijlage 5). Aan de hand van de daarin vermelde rapporten zijn nog enkele stukken opgevraagd. Uit de ontvangen (en in 2020 deels al geraadpleegde) informatie blijkt het volgende: • Bij de Omgevingsdienst is geen informatie beschikbaar over de aanwezigheid van (voormalige) ondergrondse tanks op onderhavige onderzoekslocatie. •
Op het zuidelijk aangrenzende terrein van nr. 56 zijn in 1998 door Grondslag een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd (projectnrs. 2277671 en 2284651, de rapporten zijn integraal opgenomen in bijlage 5). Daaruit bleek dat op een direct aan de locatie grenzend terreindeel in de ondergrond slib is aangetroffen, wat door Grondslag toegeschreven werd aan ‘een mogelijke demping’. Ook werden tot maximaal 2,0 m-mv bijmengingen puin, slakken, hout, sintels en kolengruis en plaatselijk een oliegeur waargenomen. Uit de onderzoeken bleek dat de bodemlagen met deze bijmengingen sterk verontreinigd waren met zware metalen en PAK en verder licht verontreinigd met minerale olie. Het grondwater in de boring met een oliegeur, was ten hoogste licht verontreinigd met zware metalen en vluchtige aromaten.
•
Ter plaatse van het aan de oostzijde aanwezige dijktalud is de locatie ‘Simonsdijkje dijkverzwaring dijkvak 2’ geregistreerd. Uit onderzoek in 2013 door ATKB (rapport met kenmerk 20130225) is gebleken dat in het betreffende dijkvak aan de zuidkant van het Lorregat sprake is van een sterke verontreiniging met PAK als gevolg van een bijmenging met kolengruis.
•
In mei 2016 is een BUS-melding ‘Tijdelijk uitplaatsen’ ingediend vanwege het omleggen van een gasleiding op het terrein aan de Zijdewinde 12. Aan de BUSmelding is het rapport ‘Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek nabij Zijdewinde en achter Schouteneinde 50 te Puttershoek’ toegevoegd (Antea Group, projectnr. 11191-268639, kenmerk 268639-AS-MKB-01, d.d. 4 april 2016) toegevoegd. Tijdens het betreffende onderzoek zijn evenwijdig aan de leiding drie inspectiesleuven gegraven. Bij inspectiesleuf SL02 werden asbestverdacht plaatmateriaal en een verontreiniging met olie waargenomen. In verband hiermee zijn extra boringen geplaatst ter afperking van de verontreiniging met olie. Uit het onderzoek bleek dat rondom sleuf SL02 ca. 50 m³ grond sterk verontreinigd was met minerale olie, waardoor sprake was van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het grondwater ter plaatse bleek niet verontreinigd met minerale olie en vluchtige aromaten. In de laag met asbestverdacht plaatmateriaal in SL02 (0,3 – 0,8 m-mv, >50% bodemvreemd materiaal) bleek het asbestgehalte ruim boven de interventiewaarde te liggen. In het rapport wordt geadviseerd een plan van aanpak op te stellen vanwege de aangetoonde verontreiniging met asbest.
In de Omgevingsrapportage van de OZHZ staat dat de hiervoor beschreven BUSmelding incorrect is ingediend en dat er geen afperking heeft plaatsgevonden van de asbestverontreiniging. Uit de Omgevingsrapportage is niet te herleiden of de BUS-sanering tijdelijk uitplaatsen daadwerkelijk is uitgevoerd en wanneer.
Verkennend en nader (asbest)onderzoek Schouteneinde / Zijdewinde te Puttershoek 21-2239-R01JV
pag. 4 van 21
Vervolg tabel 1
Overzicht verzamelde informatie vooronderzoek
Overige informatie vooronderzoek - vervolg Bodemloket.nl
Geen aanvullende informatie
Bodemkwaliteitskaart
De locatie is gelegen in een zone met bodemfunctieklasse Wonen. Voor de bovengrond (0 – 0,5 m-mv) valt de ontgravingskwaliteit in klasse Industrie-heterogeen. Voor de ondergrond (0,5 – 2,0 m-mv) valt de ontgravingskwaliteit in klasse Wonen-heterogeen. De toevoeging ‘heterogeen’ duidt volgens de Bodembeheernota van de Omgevingsdienst op ‘matig tot veel variatie in de bodemkwaliteit in de betreffende zone’; de heterogeniteit is dan zodanig hoog dat de gemiddelde gehalten géén goede maatstaf zijn voor de kwaliteit van de ontvangende bodem cq. de vrijkomende grond. Dit betekent ook dat sprake kan zijn van overschrijdingen van de maximale waarden binnen de betreffende zone.
Geohydrologie (DinoLoket en Grondwaterkaarten TNO)
Holocene deklaag, bestaande uit zandige, kleiige en/of venige afzettingen: tot ca. 15 m-mv Watervoerend pakket, bestaande uit de zandige afzettingen van de Formatie van Kreftenheye: dikte circa 8 meter Scheidende laag, bestaande uit de kleiige afzettingen van de Formatie van Waalre: dikte ca. 8 meter Watervoerend pakket, bestaande uit de zandige afzettingen van de Formatie van Peize en de Formatie van Waalre: dikte ca. 8 meter Stromingsrichting van het freatisch grondwater: beïnvloed door lokale factoren, zoals de nabijgelegen watergangen Stromingsrichting grondwater in eerste watervoerend pakket: zuidwestelijk Op basis van stijghoogteverschillen tussen het grondwater in het freatische en het eerste watervoerende pakket is sprake van inzijging/infiltratie
In bijlage 1 zijn de foto’s, gemaakt tijdens de terreininspectie, en de situatietekening(en) bijgevoegd. In bijlage 5 zijn relevante gegevens van het vooronderzoek opgenomen. 2.3
Hypothese verkennend (asbest)bodemonderzoek
Ten behoeve van het opstellen van de onderzoekshypothese(s) dienen de volgende onderzoeksvragen te worden beantwoord: Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie? De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de situatietekening in bijlage 1. Is sprake van bodemvreemde lagen en waar bevinden deze zich? Op grond van de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken worden op het terrein van de garageboxen een oude beton- en asfaltverharding en puinlagen verwacht. Is de bodem asbestverdacht? Vanwege de waarnemingen tijdens de eerdere onderzoeken (puinlagen, puinhoudende grond en plaatselijk asbestverdacht plaatmateriaal) is het terrein bij de garageboxen verdacht voor asbest. Het terrein rondom de woning van nr. 52 en de bodem onder het pand van nr. 54 zijn vooralsnog onverdacht voor asbest. Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij te onderscheiden? In de bodemkwaliteitskaart en het bijbehorende bodembeheerplan zijn voor de bodem twee bodemlagen te herleiden, namelijk 0 – 0,5 m-mv en 0,5 – 2,0 m-mv. Voor beide bodemlagen is de verwachting dat ze verontreinigd zijn, waarbij in de bovengrond door de (sterke) heterogeniteit ook uitschieters tot boven de interventiewaarde kunnen voorkomen (voor diverse zware metalen is de maximale waarde voor klasse Industrie namelijk gelijk aan de interventiewaarde).
Verkennend en nader (asbest)onderzoek Schouteneinde / Zijdewinde te Puttershoek 21-2239-R01JV
pag. 5 van 21
Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? In de regio Zuid-Holland Zuid is de bodem verdacht op aanwezigheid van voornamelijk perfluoroctaanzuur (PFOA) en perfluoroctaansulfonzuur (PFOS). PFOA en PFOS maken onderdeel uit van de stoffenfamilie polyen perfluoralkylstoffen (PFAS). De onderzoekslocatie is gelegen in zone 0, waar alle bekende concentraties ruim onder de humane risicogrenzen liggen. Voor deze zone geldt in het kader van een aanvraag Omgevingsvergunning geen onderzoeksplicht naar PFAS (met name PFOA en PFOS). Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Op het perceel van nr. 52 is nog geen bodemonderzoek uitgevoerd, zodat daar nog een bodemonderzoek noodzakelijk is. Op het terrein van Schouteneinde 54 is de bodemkwaliteit rondom het pand voldoende bekend, door het in 2020 uitgevoerde bodemonderzoek. De bodemkwaliteit onder het pand van nr. 54 is echter nog onvoldoende bekend. Voor het terrein met de garageboxen geldt dat een groot deel van de bekende onderzoeksresultaten verouderd zijn. Ook op dat terrein is de uitvoering van een bodem- en asbestonderzoek noodzakelijk.
Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Op grond van de bodemkwaliteitskaart wordt rekening gehouden met overwegend lichte verontreinigingen met voornamelijk zware metalen en PAK. Bekend is dat de grond op het terrein van nr. 54 licht tot matig verontreinigd is met lood. Op het terrein met de garageboxen wordt rekening gehouden met verontreinigingen met in ieder geval minerale olie en asbest. Uit een projectie van de tekening uit 2005 op de huidige terreinsituatie blijkt dat een deel van de destijds aangetoonde verontreinigingen vermoedelijk onder de huidige garageboxen aanwezig zijn (geweest). Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? Op de onderzoekslocatie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend, behalve een mogelijke ondergrondse en afgezande dieseltank op het terrein met de garageboxen. De ligging van die tank is echter niet bekend. Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek? Voor wat betreft de algemene bodemkwaliteit wordt er vanuit gegaan dat sprake is van een diffuse bodembelasting en is de onderzoeksstrategie voor een ‘diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming’ (VED-HE-NL, NEN 5740). Omdat het perceel van nr.
54 reeds conform de norm is onderzocht, wordt voor het vaststellen van de bodemkwaliteit onder het op dat perceel aanwezige pand een maatwerkstrategie gehanteerd. Voor het asbestonderzoek wordt de strategie voor een ‘verdachte en diffuus belaste locatie’ aangehouden (conform de NEN 5707).
Verkennend en nader (asbest)onderzoek Schouteneinde / Zijdewinde te Puttershoek 21-2239-R01JV
pag. 6 van 21
3. UITVOERING EN RESULTATEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK NEN 5740
3.1
Onderzoeksopzet
Op basis van de in het vorige hoofdstuk geformuleerde hypothese en onderzoeksstrategieën is de minimaal benodigde onderzoeksinspanning bepaald. In onderstaande tabel is aangegeven welke werkzaamheden en analyses volgens de NEN 5740 worden verricht. Tabel 2 Veldwerkzaamheden en analyses Locatie
Strategie
Veldwerk
Analyses
boringen
peilbuizen
bg/vd
og/vd
gw
Schouteneinde 52, opp. 422 m²
VED-HE-NL
3x 0,5 m-vd 1x 2,0 m-mv
1x
2x NENG
1x NENG
1x NENW
Gebouw Schouteinde 54
Maatwerk
2x 0,5 m-mv 2x 2,0 m-mv
-
1x NENG
1x NENG
-
Zijdewinde 12, opp. 1.425 m²
VED-HE-NL
7x 2,0 m-mv 1x 2,0 m-mv
1x
3x NENG
1x NENG 4x MO
1x NENW
og: ondergrond
gw: grondwater
Verklaring tabel: m-mv: meter-maaiveld
vd: verdachte laag
bg: bovengrond
NENG : standaard pakket grond (droge stofgehalte, organisch stof- en lutumgehalte, 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), polychloorbifenylen (PCB), minerale olie) MO : minerale olie, organische stofgehalte NENW : standaard pakket grondwater (9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl, 11 stuks), minerale olie)
Aangezien het niet mogelijk was om in de woning van nr. 52 en de garageboxen boringen te plaatsen, kan geen uitspraak worden gedaan over de bodemkwaliteit onder die panden. We gaan er vanuit dat de bodemkwaliteit onder die panden niet (noemenswaardig) zal afwijken van de bodemkwaliteit rondom. 3.2
Uitvoering en resultaten veldwerk
De veldwerkzaamheden zijn gefaseerd uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen 2001 en 2002. De veldwerkzaamheden van fase 1 (het reguliere verkennend (asbest)bodemonderzoek) is uitgevoerd door de veldmedewerker van Inventerra, dhr. P. van Achterberg, die in dit kader geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving. De veldwerkzaamheden conform protocol 2001 van fase 2 (actualisatie van de in 2005 en 2016 aangetoonde (sterke) verontreinigingen met minerale olie en asbest) zijn uitbesteed aan Soil Select B.V. te Den Haag. De uitvoerend veldmedewerker van Soil Select B.V., dhr. M. Inge, is in dit kader geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving onder certificaatnr. K85363/05. Op 31 juli, 5 augustus en 31 augustus 2021 zijn de boringen 201 t/m 220 en boring 206a geplaatst, in diepte variërend van 1,0 – 4,0 m-mv. De boringen 203 en 206 zijn afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. De boringen 219 en 220 zijn geplaatst ter actualisatie van de in 2005 aangetoonde sterke verontreiniging met minerale olie; de posities zijn gebaseerd op een tekening uit 2005, die zo goed als mogelijk onder de huidige situatie is gelegd.
Boring 206a is aanvullend geplaatst omdat de zintuiglijk met olie verontreinigde bodemlagen van boring 206 per abuis niet op minerale olie waren geanalyseerd en de conserveringstermijn voor minerale olie reeds verstreken was toen dit werd geconstateerd. De situering van de boringen en de peilbuizen en enkele overzichtsfoto’s zijn weergegeven in bijlage 1.2 en 1.3. Het omhoog gebrachte bodemmateriaal is ter plaatse zintuiglijk beoordeeld, de vrijgekomen grond is geclassificeerd en bodemvreemde elementen en waarneembare afwijkingen (zoals kleur, geur, bijmengingen, verontreinigingen) zijn beschreven in boorprofielen, welke in bijlage 2 zijn bijgevoegd. Bij iedere boring zijn monsters genomen van de te onderscheiden bodemlagen. Verkennend en nader (asbest)onderzoek Schouteneinde / Zijdewinde te Puttershoek 21-2239-R01JV
pag. 7 van 21
De bodem op het terrein van Schouteneinde 52 (boringen 201 t/m 205) bestaat tot de maximale boordiepte uit klei. De bodem onder het pand van Schouteneinde 54 (boringen 215 t/m 218) bestaat uit (ophoog)zand op klei op veen. De bodem op het terrein met de garageboxen (Zijdewinde) is zeer divers van opbouw en bestaat uit zand- en kleilagen die in dikte en diepte van voorkomen (volgorde) sterk variëren en die vaak bodemvreemd materiaal bevatten. In bijlage 2 is een tabel opgenomen waarin de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden tijdens het plaatsen van de boringen samengevat zijn weergegeven. Het aangetroffen puin van bakstenen in de bodem op het perceel van Schouteneinde 52 (boringen 202 t/m 205) en onder het pand van Schouteneinde 54 (boring 215) is conform bijlage A.4 van de NEN 5725 onverdacht voor asbest. Het grondwater bevond zich tijdens het veldwerk op een diepte tussen 1,0 en 2,5 m-mv. Het grondwater uit de geplaatste peilbuizen 203 en 206 is op 5 augustus 2021 zorgvuldig afgepompt en bemonsterd. De resultaten van de veldmetingen en eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 3 Resultaten veldmetingen en waarnemingen tijdens monstername grondwater Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH
EGV (µS/cm)
Troebelheid (NTU)*
Bijzonderheden
203
2,00 - 3,00
1,40
7,5
1187
18
-
206
3,00 - 4,00
2,60
7,1
1331
19
-
Peilbuis
Verklaring tabel: pH: zuurgraad EGV: elektrisch geleidend vermogen *: Bij een NTU >10 dient het grondwater als troebel te worden beschouwd
Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen van de proceseisen opgetreden. 3.3
Uitvoering en resultaten chemisch-analytisch onderzoek
In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters en de uitgevoerde analyses. De analyseresultaten zijn getoetst aan het vigerende bodembeleid en zijn eveneens weergegeven in de tabel. Daarbij zijn alleen de parameters vermeld die verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrond- c.q. streefwaarde(n). Vanwege de sterk wisselende bodemopbouw en -samenstelling op het terrein met de garageboxen, zijn in overleg met de opdrachtgever twee extra mengmonsters geanalyseerd. De analysecertificaten zijn bijgevoegd in bijlage 3. In bijlage 4 is het wettelijk toetsingskader beschreven en is de uitgebreide toetsing van de analyseresultaten bijgevoegd. Tabel 4 Overschrijdingstabel grond- en grondwatermonsters Gron d
Borin g met traject (m-mv )
An alyse
Toelich tin g
> AW
> T
> I
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Nikkel (0,06) MM1
201 (0,00 - 0,50) 204 (0,00 - 0,50)
NENG
Bovengrond Schouteneinde 52,
Zink (0,19)
grindhoudende klei
Lood (0,14) PAK (0,12)
202 (0,20 - 0,50) MM2
203 (0,00 - 0,50) 203 (0,50 - 1,00)
Zink (0,08) NENG
Bovengrond Schouteneinde 52,
Kwik (-)
klei met puin van bakstenen
Lood (0,07)
205 (0,20 - 0,50)
PAK (0,11) Kobalt (-)
201 (0,50 - 1,00) 202 (0,50 - 1,00) MM3
203 (1,00 - 1,50)
Ondergrond Schouten einde 5 2, NENG
204 (0,50 - 1,00)
klei zonder bodemvreemd materia al
205 (0,50 - 1,00)
Nikkel (0,1) Zink (0,04) Kwik (-) Lood (0,34) PAK (0,06) PCB (-)
206 (0,00 - 0,50) MM4
208 (0,00 - 0,50) 212 (0,00 - 0,50)
Bovengrond terr ein gar ageboxen, NENG
klei met matige bijmenging van ondefinieerba ar puin
213 (0,00 - 0,50)
Minerale olie (0,08) Zink (0,12) Kwik (-) Lood (0,21) PAK (0,26)
208 (1,00 - 1,50) MM5
209 (0,50 - 1,00) 212 (0,50 - 1,00) 213 (0,50 - 1,00)
Ondergrond terrein ga rageboxen, NENG
zand met zw akke bijmenging van ondefinieerba ar puin
Minerale olie (0,02) Zink (0,07) Lood (-) PAK (0,18)
Verkennend en nader (asbest)onderzoek Schouteneinde / Zijdewinde te Puttershoek 21-2239-R01JV
pag. 8 van 21
Vervolg tabel 4 Gron d
Overschrijdingstabel grond- en grondwatermonsters Borin g (traject in m-mv )
An alyse
212 (1,00 - 1,50)
> AW
> T
> I
Kwik (-)
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Ondergrond geplande
208 (1,50 - 2,00) MM6
Toelich tin g
NENG
213 (1,00 - 1,50)
herontwikkeling op terrein garageboxen, klei zonder bodemvreemd materiaal
PCB (0,04) 215 (0,10 - 0,50) MM7
216 (0,20 - 0,50) 217 (0,25 - 0,50)
Kobalt (0,0 3) NENG
Zandlaag onder betonvloer pand
Koper (0,04)
Schouteneinde 54, onverd acht
Zink (0,33)
218 (0,15 - 0,50)
Cadmium (0,03) Kwik (-)
215 (0,50 - 1,00) MM8
216 (0,50 - 1,00) 217 (0,50 - 1,00)
NENG
218 (0,50 - 1,00)
Ondergrond onder pand
Zink (0,02)
Schoute neinde 54, klei,
Kwik (-)
onverdach t
Lood (0,01) PCB (-) Minerale olie (0,38)
206 (0,50 - 1,00) MM9
206 (1,00 - 1,30)
NENG
208 (0,50 - 1,00)
Ondergrond terrein ga rageboxen,
Zink (0,18)
klei met matige bijmenging van
Cadmium (0,02)
ondefinieerba ar puin
Kwik (-) Lood (0,06) PAK (0,05) PCB (0,01)
Zandla ag onder oude
207 (0,50 - 1,00) MM10
210 (0,50 - 1,00)
NENG
214 (0,50 - 1,00)
terreinv erh arding, matige bijmenging van ondefinieerba ar puin
Minerale olie (0,32) Kobalt (0,0 1) Koper (0,46) Zink (0,14) Kwik (-) Lood (0,01) Kobalt (0,0 1)
MM11
211 (0,50 - 1,00)
NENG
Ondergrond onder oude
Zink (0,32)
terreinv erh arding, klei zonder
Cadmium (0,02)
bodemvreemd materiaal
Kwik (-) Lood (-)
Zintuiglijk sterk met olie 206 a-4
206a (1,30 - 1,50)
MO
verontreinigde ondergrond,
-
actu alisatie vero ntreiniging 2016
Minerale olie (1)
-
Zintuiglijk matig met olie 206 a-6
206a (2,00 - 2,50)
MO
verontreinigde ondergrond,
Minerale olie (0,23)
-
-
-
-
verticale inkadering Zintuiglijk sterk met olie 219-5
219 (1,10 - 1,60)
MO
verontreinigde ondergrond, actu alisatie vero ntreiniging 2005 Funderingsla ag va n gebroken
220-1
220 (0,45 - 0,50)
MO
baksten en, a ctu alisa tie
-
verontreiniging 2 00 5 Gron dwater 203-1-1 206-1-1
Filterstellin g (m-mv ) 2,00 - 3,00 3,00 - 4,00
An alyse NEN W NEN W
Minerale olie (0,65)
Minerale olie (2,56)
-
Toelich tin g
> S
> T
> I
Perceel Schou ten einde 52
Zink (0,05)
Barium (0,59)
-
-
Barium (0,52)
-
Terrein g arageboxe n, zintuiglijk verontreiniging met olie
Verklaring tabel: NENG : standaard pakket grond (9 zware metalen, PAK, PCB en minerale olie), organische stof en lutum NENW : standaard pakket grondwater (9 zware metalen, vluchtige aromatische en gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie) > AW : overschrijding achtergrondwaarde(n) > S : overschrijding streefwaarde(n) > T : overschrijding voormalige tussenwaarde(n) >I : overschrijding interventiewaarde(n) : geen overschrijding (getal) : verontreinigingsfactor t.o.v. de interventiewaarde (interventiewaarde is factor 1) (-) : verontreinigingsfactor is kleiner dan 0,01
Verkennend en nader (asbest)onderzoek Schouteneinde / Zijdewinde te Puttershoek 21-2239-R01JV
pag. 9 van 21
Indicatief onderzoek oude asfaltverharding Omdat op het terrein met de garageboxen onder de huidige klinkerverharding plaatselijk nog de vroegere terreinverharding aanwezig is (bestaande uit beton en asfalt), is het aangetroffen asfalt bij boring 210 bemonsterd voor analyse op PAK. De geanalyseerde asfaltkern bevat een PAK-gehalte van 52 mg/kgds. Hoewel geen volledig asfaltonderzoek conform de CROW 210 heeft plaatsgevonden, is op basis hiervan de verwachting dat het aanwezige asfalt niet teerhoudend zal zijn (teerhoudend asfalt heeft een PAK-gehalte >75 mg/kgds en kan niet worden hergebruikt).
Verkennend en nader (asbest)onderzoek Schouteneinde / Zijdewinde te Puttershoek 21-2239-R01JV
pag. 10 van 21
4. UITVOERING EN RESULTATEN NADER BODEMONDERZOEK NTA 5755
4.1
Conceptueel model en onderzoekopzet
Het nader onderzoek naar de ernst en de omvang van de verontreiniging met minerale olie in de grond (en mogelijk ook het grondwater) wordt uitgevoerd conform de NTA 5755, Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, kenmerk ICS 13.080.05, juli 2010. Aanleiding, doel en bepalen informatiebehoefte (stap 1) Aanleiding De opdrachtgever wil naar aanleiding van de resultaten van het verkennend onderzoek weten of en zo ja, welke saneringsinspanningen waar noodzakelijk zijn om de locatie geschikt te maken voor de geplande wijziging van de bestemming en de ontwikkeling voor woningbouw. Het nader onderzoek moet bruikbaar zijn om een globaal inzicht te krijgen in de eventuele saneringsmogelijkheden en -kosten, rekening houdende met het toekomstige terreingebruik. Doel In het kader van de ontwikkeling moet, eventueel middels een beschikking ernst en spoed, worden vastgesteld of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging conform de Wet Bodembescherming. Informatiebehoefte De informatiebehoefte is opgebouwd uit de aard van de informatie die met het nader onderzoek moet worden verzameld en het benodigd detailniveau van deze informatie.
De aard van te verzamelen informatie is de volgende: • informatie om ernst en omvang van de verontreinigingen vast te kunnen stellen; • informatie om te komen tot een kosteneffectieve sanering om het terrein met het oog op de geplande herontwikkeling geschikt te maken voor het toekomstige gebruik. Onderzoeksstrategie (stap 2) Bij het uitvoeren van een nader onderzoek conform de NTA 5755 wordt gebruik gemaakt van een zogenaamd ‘conceptueel model’; een conceptueel model is een beschrijving of visuele weergave van de bekende onderzoeksgegevens. Tabel 5
Conceptueel model
Conceptueel model
Oorzaak van de verontreiniging
Omvang van de verontreinigingen
Aard van de verontreinigingen
Ernst van de verontreinigingen
Spoed van sanering
Op basis van de tijdens het vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek verzamelde gegevens wordt er vanuit gegaan dat sprake is van tenminste 2 afzonderlijke “vlekken”, namelijk een vlek met een ‘lichte’ olie nabij de garageboxen en een vlek met een ‘zware’ olie op het westelijke terreindeel. Op dit moment zijn er onvoldoende gegevens beschikbaar voor het vaststellen van de omvang van de verschillende olieverontreinigingen op het terrein. De aangetoonde verontreiniging met minerale olie is in het grondwater aangetoond, echter niet in een concentratie groter dan de tussenwaarde (peilbuis 206). Om die reden wordt vooralsnog uitgegaan van een immobiele verontreiniging. Er zijn op dit moment onvoldoende gegevens beschikbaar om vast te stellen of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging conform de Wet bodembescherming. Indien sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging dient middels een risicobeoordeling bepaald te worden of de sanering spoedeisend is. Vanwege de geplande herinrichting van het terrein is het de planning om de sanering op korte termijn uitvoeren.
Verkennend en nader (asbest)onderzoek Schouteneinde / Zijdewinde te Puttershoek 21-2239-R01JV
pag. 11 van 21
Formuleren onderzoeksvragen Op basis van de nu bekende informatie worden vooralsnog de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: • Wat is de omvang van de sterke verontreiniging met minerale olie in de grond bij boring 206? • Is het grondwater ter plaatse van boring 219 verontreinigd met minerale olie en in welke mate? Wat is de omvang van de sterke verontreiniging met minerale olie in de grond en eventueel ook in het grondwater bij boring 219? • Wat is de omvang van de matige verontreiniging met minerale olie in de puinlaag bij boring 220? • Is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met minerale olie op de locatie? • Is sprake van actuele risico’s ten aanzien van mens, ecologie en/of verspreiding? • Wat zijn reële terugsaneerwaarden en saneringsmogelijkheden voor de geplande herinrichting, in het geval sprake blijkt te zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging? Selectie toepasbare technieken De NTA 5755 schrijft geen specifieke onderzoekstechnieken voor. De locatie en de aard van de verontreinigingen lenen zich goed voor handmatige boringen en analyse van grondmonsters op koper en lood. Voor de afperking van de verontreiniging met minerale olie wordt een systematisch boorpatroon gehanteerd.
Onderzoeksinspanning Omdat minerale olie een vrij beperkte conserveringstermijn kent (het oliegehalte dient binnen 7 kalenderdagen na monstername bepaald te worden, anders wordt het analysecertificaat voorzien van een disclaimer dat door het overschrijden van de conserveringstermijn de resultaten beïnvloed kunnen zijn), wordt het onderzoek naar minerale olie in 1 fase uitgevoerd. Tijdens deze 1e fase worden rondom de verontreinigde boringen 206, 219 en 220 een ‘binnenring’ en een ‘buitenring’ van boringen geplaatst. Op basis van zintuiglijke waarnemingen (al dan niet waarnemen van een oliewaterreactie) wordt bepaald of een geplande boring tot de ‘binnenring’ gaat behoren of tot de ‘buitenring’. Is de reeds geplaatste boring zintuiglijk verontreinigd, dan wordt de nog te plaatsen boring in de buitenring geplaatst als verdere horizontale afperking. Is de reeds geplaatste boring zintuiglijk niet verontreinigd, dan wordt de nog te plaatsen boring verder naar binnen geplaatst voor een verdere inkadering van de (zintuiglijke) olieverontreiniging. Ingeschat wordt dat voor de afperking van de matige tot sterke verontreiniging met minerale olie 24 boringen tot 1,5 à 2,0 m-mv geplaatst moeten worden, waarbij per boring vooralsnog 1 bodemlaag wordt geanalyseerd op minerale olie.
Hiervan zal 1 boring naast boring 219 worden afgewerkt met een peilbuis, om vast te stellen of het grondwater ter plaatse verontreinigd is met minerale olie en eventueel ook met vluchtige aromaten. In onderstaande tabel is samengevat weergegeven welke werkzaamheden er voor fase 1 van het nader bodemonderzoek worden uitgevoerd. Tabel 6
Overzicht uit te voeren veldwerkzaamheden en analyses
Locatie
Veldwerk (boringen)
Analyses (maximaal) Grond
Grondwater
Rondom boring 206
7x 1,5 à 2,0 m-mv
7x minerale olie
-
Rondom boring 219
11x 1,5 à 2,0 m-mv 1x peilbuis
12x minerale olie
1x OVAK
Rondom boring 220
5x 1,5 m-mv
5x minerale olie
-
Verklaring tabel: m-mv : meter-maaiveld OVAK : minerale olie, vluchtige aromaten (vanwege meer benzine-achtige oliesoort in de grond)
Verkennend en nader (asbest)onderzoek Schouteneinde / Zijdewinde te Puttershoek 21-2239-R01JV
pag. 12 van 21
4.2
Uitvoering en resultaten veldwerk
De veldwerkzaamheden voor het nader onderzoek zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen 2001 en 2002. De uitvoerend veldmedewerker van Inventerra, dhr. P. van Achterberg, is in dit kader geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving. Op 1 t/m 3 november 2021 zijn de boringen 301 t/m 332 geplaatst met een diepte tussen 1,5 en 2,0 mmv. De boringen 301 t/m 308 zijn geplaatst op het terrein van Schouteneinde 52 – 54 ten behoeve van het PFAS-onderzoek daar. De overige boringen zijn geplaatst op het terrein van Zijdewinde 12 ten behoeve van het nader bodemonderzoek en het PFAS-onderzoek op dat terreindeel. Boring 309 is afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek nabij de garageboxen. De situering van de boringen en de peilbuis is weergegeven in bijlage 1.2. Het omhoog gebrachte bodemmateriaal is ter plaatse zintuiglijk beoordeeld, de vrijgekomen grond is geclassificeerd en bodemvreemde elementen en waarneembare afwijkingen (zoals kleur, geur, bijmengingen, verontreinigingen) zijn beschreven in boorprofielen, welke in bijlage 2 zijn bijgevoegd. Bij iedere boring zijn monsters genomen van de te onderscheiden bodemlagen. De bodem op het terrein van Schouteneinde 52 en 54 bestaat tot de maximale boordiepte vrijwel geheel uit klei met in de toplaag een bijmenging met puinig materiaal, met uitzondering van boring 308.
De bodem op het terrein met de garageboxen (Zijdewinde) is overwegend zandig van opbouw met direct achter het terrein van Schouteneinde 48 – 52 een meer kleiige bodemopbouw. Bij vrijwel alle boringen op het terrein van Zijdewinde 12 zijn bijmengingen met puinig materiaal en/of zijn oliewaterreacties waargenomen. In bijlage 2 is een tabel opgenomen waarin de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden tijdens het plaatsen van de boringen samengevat zijn weergegeven. Het grondwater bevond zich tijdens het veldwerk op een diepte tussen 0,90 en tenminste 2,0 m-mv. Het grondwater uit de geplaatste peilbuis 309 is op 9 november 2021 zorgvuldig afgepompt en bemonsterd. De resultaten van de veldmetingen en eventuele bijzonderheden zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 7
Resultaten veldmetingen en waarnemingen tijdens monstername grondwater
Peilbuis 309
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH
EGV (µS/cm)
Troebelheid (NTU)*
Bijzonderheden
1,50 - 2,50
0,95
7,2
1129
12
-
Verklaring tabel: pH: zuurgraad EGV: elektrisch geleidend vermogen *: Bij een NTU >10 dient het grondwater als troebel te worden beschouwd
Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen van de proceseisen opgetreden. 4.3
Uitvoering en resultaten chemisch-analytisch onderzoek
In navolgende tabel is een overzicht opgenomen van de geanalyseerde grond- en grondwatermonsters en de uitgevoerde analyses. De analyseresultaten zijn getoetst aan het vigerende bodembeleid en zijn eveneens weergegeven in de tabel. Daarbij zijn alleen de parameters vermeld die verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrond- c.q. streefwaarde(n). De analysecertificaten zijn bijgevoegd in bijlage 3. In bijlage 4 is het wettelijk toetsingskader beschreven en is de uitgebreide toetsing van de analyseresultaten bijgevoegd.
Verkennend en nader (asbest)onderzoek Schouteneinde / Zijdewinde te Puttershoek 21-2239-R01JV
pag. 13 van 21
Tabel 8
Overschrijdingstabel grond- en grondwatermonsters
Gron d
Borin g met traject (m-mv )
An alyse
Toelich tin g
> AW
> T
> I
310-3
310 (1,00 - 1,50)
MO
Hor. afperking 219
-
-
-
313-3
313 (0,50 - 1,00)
MO
Hor. afperking 219
Minerale olie (0,34)
-
-
313-4
313 (1,00 - 1,50)
MO
Vert. afperking 313-3
Minerale olie (0,07)
-
-
315-4
315 (1,00 - 1,50)
MO
Hor. afperking 219
Minerale olie (-)
-
-
316-4
316 (1,00 - 1,50)
MO
Hor. afperking 219
-
-
-
317-4
317 (1,00 - 1,50)
MO
Hor. afperking 219
-
-
-
318-3
318 (0,50 - 1,00)
MO
Hor. afperking 320
-
-
-
318-4
318 (1,00 - 1,50)
MO
Hor. afperking 219
-
-
-
318-6
318 (2,00 - 2,50)
MO
Vert. afperking 21 9
-
-
-
319-3
319 (0,50 - 1,00)
MO
Hor. afperking 320
-
-
-
320-3
320 (0,50 - 1,00)
MO
Hor. afperking 219
-
-
Minerale olie (1,73)
320-4
320 (1,00 - 1,50)
MO
Vert. afperking 320-3
Minerale olie (0,11)
-
-
321-3
321 (1,00 - 1,50)
MO
Vert. afperking 22 0
-
-
-
322-2
322 (0,50 - 1,00)
MO
Hor. afperking 220
-
-
-
323-2
323 (0,70 - 1,00)
MO
Hor. afperking 220
-
-
-
324-2
324 (0,60 - 1,00)
MO
Hor. afperking 220
Minerale olie (-)
-
-
325-2
325 (0,50 - 1,00)
MO
Hor. afperking 220
-
-
-
326-4
326 (1,30 - 1,50)
MO
Hor. afperking 206
Minerale olie (0,35)
-
-
327-4
327 (1,30 - 1,50)
MO
Hor. afperking 206
Minerale olie (0,19)
-
-
328-4
328 (1,30 - 1,50)
MO
Hor. afperking 206
Minerale olie (0,21)
-
-
329-4
329 (1,30 - 1,50)
MO
Hor. afperking 206
-
-
-
330-3
330 (1,00 - 1,50)
MO
Hor. afperking 206
Minerale olie (0,09)
-
-
331-2
331 (0,60 - 1,00)
MO
Hor. afperking 320
-
-
-
332-3
332 (1,00 - 1,50)
MO
Hor. afperking 206
Minerale olie (0,15)
-
-
Kleiige bovengrond
PFOS-som : 1,5 µg/kg
Schoute neinde 52/54
Overige parameters: <rapportagegre ns of detec tielimiet
302 (0,10 - 0,50) MM-PF1
303 (0,15 - 0,50) 305 (0,00 - 0,50)
PFAS
307 (0,00 - 0,50) 305 (0,50 - 1,00) MM-PF2
306 (0,50 - 1,00) 306 (1,00 - 1,50)
PFAS
Kleiige ondergrond Schoute neinde 52/54
Alle parameters: <r apportagegren s o f detectielimiet
307 (0,50 - 1,00) 309 (1,00 - 1,50) MM-PF3
316 (1,00 - 1,50) 320 (0,50 - 1,00)
Zintuiglijk/analytisc h PFAS
met olie verontr einigde
Alle parameters: <r apportagegren s o f detectielimiet
grond garageboxen
321 (0,70 - 1,00) 308 (0,00 - 0,50) MM-PF4
310 (0,00 - 0,50) 313 (0,10 - 0,25)
PFAS
Zandige bovengrond Zijdewinde
Alle parameters: <r apportagegren s o f detectielimiet
325 (0,10 - 0,25) MM-PF5 Gron dwater 309-1-1
327 +328 + 332 (0,00 - 0,50) Filterstellin g (m-mv ) 1,50 - 2,50
PFAS An alyse OVAK
Kleiige bovengrond Zijdewinde Toelich tin g Terrein g arageboxe n, grond verontreinigd
Alle parameters: <r apportagegren s o f detectielimiet > S
> T
> I
Xylenen (-)
Minerale olie (0,91)
-
Verklaring tabel: MO : minerale olie en organische stof PFAS : pakket 28 componenten conform Tijdelijk Handelingskader OVAK : minerale olie en vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen) > AW : overschrijding achtergrondwaarde(n) >S : overschrijding streefwaarde(n) >T : overschrijding voormalige tussenwaarde(n) >I : overschrijding interventiewaarde(n) : geen overschrijding (getal) : verontreinigingsfactor t.o.v. de interventiewaarde (interventiewaarde is factor 1) (-) : verontreinigingsfactor is kleiner dan 0,01
Verkennend en nader (asbest)onderzoek Schouteneinde / Zijdewinde te Puttershoek 21-2239-R01JV
pag. 14 van 21
Op basis van het totaal aan analyseresultaten van zowel het verkennend, het aanvullend en het nader bodemonderzoek blijkt dat op het terrein aan de Zijdewinde op vier plaatsen sprake is van een relatief kleine spot met minerale olie verontreinigde grond (gehalten >tussen- of interventiewaarde), namelijk: 1. Spot met sterk verontreinigde grond bij peilbuis 206. Deze spot heeft een oppervlakte van ca. 12 m² en betreft volgens het chromatogram een vrij zware olie, vermoedelijk afgewerkte olie. Uitgaande van een laagdikte van 0,7 meter (waarvan ca. 20 cm bevestigd middels een analyse en nog 50 cm geschat op basis van de visuele waarnemingen) zal de omvang van de sterke olieverontreiniging in de grond ter plaatse ca. 8,5 m³ bedragen. Het grondwater ter plaatse is niet verontreinigd met minerale olie en vluchtige aromaten. 2.
Spot met sterk verontreinigde grond bij peilbuis 309 voor garagebox 12E. Deze spot heeft een oppervlakte van ca. 16 m² en betreft volgens het chromatogram een vrij lichte olie, vermoedelijk mengsmering (benzine/diesel-mengsel). Uitgaande van een laagdikte van vermoedelijk 1 meter (waarvan 50 cm bevestigd middels een analyse en nog eens 50 cm geschat op basis van de visuele waarnemingen) zal de omvang van de sterke olieverontreiniging in de grond ter plaatse ca. 16 m³ bedragen. Het grondwater ter plaatse (peilbuis 309) is matig verontreinigd met minerale olie en licht verontreinigd met xylenen. De aangetoonde olie betreft een vrij lichte olie (benzine/diesel-mengsel).
3.
Spot met sterk verontreinigde grond bij boring 320. Deze spot heeft een oppervlakte van ca. 12 m² en betreft volgens het chromatogram een vrij zware olie, vermoedelijk afgewerkte olie. Uitgaande van een laagdikte van 0,5 meter (bevestigd middels een analyse) zal de omvang van de sterke olieverontreiniging in de grond ter plaatse ca. 6 m³ bedragen.
4.
Spot met matig verontreinigde grond en puin voor de garageboxen 12J/12K (boringen 220/321). Deze spot heeft een oppervlakte van ca. 10 m² en betreft volgens het chromatogram een redelijk zware olie, vermoedelijk afgewerkte olie. Uitgaande van een laagdikte van 0,7 meter (waarvan ca. 15 à 20 cm bevestigd middels een analyse en nog eens 50 cm geschat op basis van de visuele waarnemingen) zal de omvang van de matige olieverontreiniging in de grond ter plaatse ca. 7 m³ bedragen.
De verontreinigingssituatie in de grond op zowel het terrein aan het Schouteneinde als aan de Zijdewinde is weergegeven op de situatietekeningen in bijlage 1.2d en 1.2e. Op de tekening in bijlage 1.2d is ook de in 2020 aangetoonde verontreinigingssituatie in de grond op het terrein van Schouteinde 54 weergegeven.
Verkennend en nader (asbest)onderzoek Schouteneinde / Zijdewinde te Puttershoek 21-2239-R01JV
pag. 15 van 21
5. UITVOERING EN RESULTATEN VERKENNEND ASBESTONDERZOEK NEN 5707
5.1
Onderzoeksstrategie
Door de integrale bijmenging met puinig materiaal in de bodem op het terrein met de garageboxen (Zijdewinde) en de in het verleden aangetoonde verontreiniging met asbest (visueel dan wel analytisch) is het betreffende terrein verdacht voor een verontreiniging met asbest en is een verkennend asbestonderzoek nodig om vast te stellen of deze verdenking terecht is. Uitgangspunt voor het verkennend asbestonderzoek is dat er sprake is van bodem (<50% bodemvreemd materiaal), waarvoor de NEN 5707 van toepassing is (Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, strategie voor een verdachte locatie, diffuus belast, heterogeen verdeeld). In onderstaande tabel is aangegeven welke werkzaamheden er, na de maaiveldinspectie, worden uitgevoerd: Tabel 9
Veldwerkzaamheden en analyses
Locatie, opp.
Opp. 1.425 m2 Verklaring tabel: m-mv: meter-maaiveld
Strategie
Diffuus heterogeen
Veldwerk
Analyses
inspectiegaten 30x30 cm
waarvan doorgeboord
vd
7x max. 0,5 m-mv
1x max. 2,0 m-mv
2x asbest (<20 mm)
vd: verdachte laag
De opgegraven en opgeboorde grond wordt gezeefd en/of uitgeharkt en visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (AVM). Vooralsnog wordt er vanuit gegaan dat geen asbestverdachte materialen in de bodem worden aangetroffen (grove fractie >20 mm). Indien hier wel sprake van is, dienen die eveneens te worden geanalyseerd. 5.2
Uitvoering en resultaten veldwerk
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen 2001 en 2018. De uitvoerend veldmedewerker van Inventerra, dhr. P. van Achterberg, is in dit kader geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving. Na de uitvoering van het verkennend asbestonderzoek zijn, ter controle van enkele waarnemingen en resultaten in 2005, nog twee extra inspectiegaten gegraven. Die werkzaamheden zijn uitbesteed aan Soil Select B.V. te Den Haag. De uitvoerend veldmedewerker van Soil Select B.V., dhr. M. Inge, is in dit kader geregistreerd bij Rijkswaterstaat Leefomgeving onder certificaatnr. K85363/05. Voor het verkennend asbestonderzoek zijn op 5 augustus 2021 de inspectiegaten G01 t/m G07 gegraven. De inspectiegaten G01 t/m G03 en G05 hebben een oppervlakte van 0,3 m x 0,3 m en een diepte van 0,5 m-mv. De inspectiegaten G04, G06 en G07 hebben door een met zand en klinkers afgedekte oude verharding (asfalt, beton en slakken) een diameter van 12 cm als gevolg van betonboringen. Alle genoemde inspectiegaten zijn doorgeboord met een Edelmanboring met een diameter van 12 cm. Ter verificatie van enkele waarnemingen en resultaten uit 2005 zijn op 31 augustus 2021 aanvullend de inspectiegaten G08 en G09 gegraven.
Inspectiegat G08 is gegraven nabij boring B20 waar in 2005 een asbestgehalte van 270 mg/kgds is aangetoond in de laag ‘breekpuin’ onder de toenmalige terreinverharding. Inspectiegat G09 is gegraven nabij de boringen B11 en B14, waar in 2005 visueel asbesthoudend plaatmateriaal in de bodem was waargenomen, maar waar toen geen asbestonderzoek is uitgevoerd. De inspectiegaten G08 en G09 zijn handmatig gegraven tot 0,7 à 1,0 m-mv. De situering van de inspectiegaten is weergegeven op de tekening in bijlage 1.2. Van de gegraven inspectiegaten zijn profielbeschrijvingen gemaakt, welke in bijlage 2 zijn bijgevoegd.
Verkennend en nader (asbest)onderzoek Schouteneinde / Zijdewinde te Puttershoek 21-2239-R01JV
pag. 16 van 21
Met uitzondering van het bodemvreemde materiaal (voornamelijk ondefinieerbaar puin) is in de opgegraven en opgeboorde grond geen asbestverdacht (plaat)materiaal waargenomen; onder asbestverdacht (plaat)materiaal wordt materiaal verstaan dat op basis van voorkennis en/of een visuele beoordeling een hoeveelheid asbest zou kunnen bevatten. 5.3
Uitvoering en resultaten analytisch onderzoek
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de diepte waarop het bodemvreemde materiaal is aangetroffen en gezien het doel van het onderzoek zijn van de opgegraven grond in totaal 5 mengmonsters samengesteld ter analyse op asbest (monsters AMM01 t/m AMM04 en G09-1). Van de puinlaag onder de oude verharding bij inspectiegat G08 is eveneens een mengmonster samengesteld (monster G08-4). De mengmonsters AMM01, AMM04, G08-4 en G09-1 zijn geanalyseerd op asbest. Ten aanzien van monster AMM04 wordt opgemerkt dat dat monster is samengesteld uit grond die, vanwege de diepte, bemonsterd is middels een Edelmanboor (diameter 12 cm). Ten aanzien van monster G08-4 wordt opgemerkt dat dit een monster van een erg dunne puinlaag is. Voor de monsters AMM04 en G08-4 geldt daarom dat hierdoor minder materiaal is geïnspecteerd en tevens dat minder grond voor analyse aangeboden is aan het laboratorium dan de norm voorschrijft. Dit is een situatie waarin de norm voorziet. Als in het betreffende mengmonster asbest worden aangetoond, dan heeft dat gehalte een indicatief karakter en mag het gehalte niet worden getoetst aan de interventiewaarde of de waarde voor nader onderzoek. Wordt geen asbest aangetoond, dan is de bodem onverdacht voor asbest en is nader onderzoek niet noodzakelijk. De samenstelling van de mengmonsters en de resultaten van de analyses zijn in de navolgende tabel weergegeven.
De analysecertificaten zijn bijgevoegd in bijlage 3. Tabel 10 Overzicht grond- en puinmonsters en analyseresultaten Monster
Toelichting
Resultaat
AMM01
Puinhoudende klei G01 t/m G03 (0 – 0,5 m-mv)
Geen asbest aangetoond
AMM02*
Puinhoudend zand G01 t/m G03 (0,5 – 1,0 m-mv)
Niet geanalyseerd
AMM03*
Puinhoudend zand G01 t/m G03 (1,0 – 1,5 m-mv)
Niet geanalyseerd
AMM04*
Puinhoudend zand onder oude verharding G04, G06 en G07 (0,5 – 1,0 m-mv)
Geen asbest aangetoond
G08-4**
Laag gebroken bakstenen G09 (0,45 – 0,5 m-mv), nabij boring B20 uit 2005
Geen asbest aangetoond
G09-1
Puinhoudend zand G09 (0,2 – 1,2 m-mv), t.h.v. boringen B11 en B14 uit 2005
100 mg/kgds (chrysotiel en crocidoliet, hechtgebonden)
Verklaring tabel: * : betreft een mengmonster dat samengesteld is uit grond die opgeboord is met een 12 cm Edelmanboor ** : betreft een mengmonster van een zeer dunne puinlaag
Omdat in de grove fractie (>20 mm) geen asbest is aangetoond, is een verdere berekening van het asbestgehalte in de grond niet van toepassing.
Verkennend en nader (asbest)onderzoek Schouteneinde / Zijdewinde te Puttershoek 21-2239-R01JV
pag. 17 van 21
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van Schouteneinde Puttershoek B.V. heeft Inventerra in juli - augustus 2021 een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 en een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5707 verricht op de locatie aan het Schouteneinde 52 - 54 / Zijdewinde 12 te Puttershoek. In november 2021 is op het terrein van Zijdewinde 12 vervolgens een nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 uitgevoerd en binnen het gehele plangebied een PFAS-onderzoek. De aanleiding voor het verkennend (asbest)bodemonderzoek is de voorgenomen aanvraag van een Omgevingsvergunning in verband met de geplande (her)ontwikkeling op de locatie. Het doel is het vaststellen van de huidige bodemkwaliteit en of deze bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de geplande herontwikkeling. Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd om een aangetoonde verontreiniging met minerale olie in de grond op het terrein van Zijdewinde 12 verder in te kaderen. Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek is een hypothese opgesteld met betrekking tot een mogelijke verontreinigingssituatie in de bodem, namelijk verdacht voor een verontreiniging met zware metalen, PAK, minerale olie en asbest.
Op basis van het uitgevoerde verkennend, aanvullend en nader (asbest)onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: Schouteneinde 52 De zintuiglijk onverdachte kleiige bovengrond (0 – 0,5 m-mv, MM1) en de kleiige toplaag met puin van bakstenen (0 – 1,0 m-mv, MM2) ter plaatse zijn licht verontreinigd met diverse zware metalen en PAK. Ook bevat de kleiige bovengrond een verhoogd PFOS-gehalte, echter overschrijdt dat gehalte de maximale waarde voor klasse Wonen niet. De zintuiglijk onverdachte, kleiige ondergrond ter plaatse (0,5 – 1,5 mmv, MM3) is eveneens licht verontreinigd met diverse zware metalen en PAK en bevat geen verhoogde PFAS-gehalten. Het grondwater ter plaatse is matig verontreinigd met barium en licht verontreinigd met zink; de aangetoonde concentraties worden beschouwd als natuurlijk verhoogde achtergrondconcentraties. Schouteneinde 54 De zintuiglijk onverdachte laag (ophoog)zand onder de betonvloer van het pand (0,1 – 0,5 m-mv, MM7) is licht verontreinigd met diverse zware metalen en PCB. De zintuiglijk onverdachte kleiige ondergrond onder het pand (0,5 – 1,0 m-mv, MM8) is licht verontreinigd met enkele zware metalen. Deze uitkomsten komen overeen met de in 2020 aangetoonde mate van verontreiniging onder het pand (boring 105).
De kleiige bovengrond op dit terrein bevat een verhoogd PFOS-gehalte, echter overschrijdt dat gehalte de maximale waarde voor klasse Wonen niet. De kleiige ondergrond op dit terrein bevat geen verhoogde PFASgehalten. Zijdewinde 12, terrein met garageboxen De kleiige bovengrond met daarin een matige bijmenging met ondefinieerbaar puin (0 – 0,5 m-mv, MM4) is licht verontreinigd met diverse zware metalen, PAK, PCB en minerale olie. De zandlaag direct onder de oude terreinverharding, met daarin een matige bijmenging met ondefinieerbaar puin (0,5 – 1,0 m-mv, MM10), is licht verontreinigd met diverse zware metalen, PCB en minerale olie. In beide genoemde bodemlagen is visueel en analytisch geen asbest aangetoond (monsters AMM01 en AMM04). De zandige ondergrond met daarin een zwakke bijmenging met ondefinieerbaar puin (0,5 – 1,5 mmv, MM5) is licht verontreinigd met enkele zware metalen, PAK en minerale olie. De kleiige ondergrond met daarin een matige bijmenging met ondefinieerbaar puin (0,5 – 1,3 m-mv, MM9) is licht verontreinigd met enkele zware metalen, PAK, PCB en minerale olie. De zintuiglijk onverdachte, kleiige ondergrond op het terrein (0,5 – 2,0 m-mv, MM6 en MM11) is licht verontreinigd met diverse zware metalen.