202720 Transitievisie Warmte-spreads-lowres
Tekst van het document
Verdeeld over de verschillende dorpen in de Hoeksche Waard zijn namelijk veel wijken te vinden met woningen die gebouwd zijn na 1995. Deze categorie woningen is interessant, omdat zij door scherpe bouwnormen sinds 1995 al (zeer) goed geïsoleerd zijn. Door kleine aanpassingen kan de woning geschikt worden gemaakt voor lage temperatuurverwarming met een (hybride) warmtepomp. Een wijkgerichte
Figuur 4: Overzicht van dominante woningtypen in de Hoeksche Waard
24
TRANSITIEVISIE WARMTE
TRANSITIEVISIE WARMTE
campagne, waarbij wordt aangesloten bij de vervangingsmomenten van CV-ketels, is hier een logische aanpak. Hierbij kan het gaan om het stimuleren van de overstap naar een individuele oplossing per woning, maar ook om kleinschalige collectieven, zoals een collectief bodemwarmtesysteem voor een straat of een wijkwarmtepomp.
SPOOR 2: WARMTEKANSEN Het tweede spoor waarop we ons de komende jaren richten is het uitwerken van gebiedsgerichte en collectieve kansen. Hiermee komen we in de buurt van de Uitvoeringsplannen zoals geschetst in het Klimaatakkoord. Echter, we bevinden ons met deze kansen nog in de verkennende fase. We verwachten niet, gezien de doorlooptijd die nodig is bij het uitwerken en realiseren van collectieve systemen, dat in deze warmtekans gebieden alle woningen of gebouwen al collectief vóór 2030 van het aardgas af zijn. De collectieve warmtekansen zijn op verschillende manier aan het licht gekomen. Enerzijds op basis van de uitkomsten van het onderzoeksbeeld zoals beschreven in bijlage C, met name gericht op de energievraag van gebouwen en gebieden. Anderzijds zijn de warmtekansen gedetecteerd op basis van het onderzoek Syntraal1, waarbij gekeken is naar de potentie van warmtelevering door middel van aquathermie op basis van het oppervlakte- of afvalwater. De Hoeksche Waard is geologisch gezien een kansrijke locatie voor het winnen van warmte uit diepere aardlagen, ook wel geothermie genoemd. Deze warmte komt uit de hete kern van de aarde. Hoe dieper je boort naar warmte, hoe hoger de temperaturen zijn die je uit de aarde kan onttrekken.
Diepe geothermie (met een diepte van tussen de 2 en 4 kilometer) is in potentie een zeer duurzame bron omdat het gebouwen via een warmtenet direct kan verwarmen zonder de tussenkomst van een warmtepomp. Ten tijde van het opstellen van de
Transitievisie Warmte is ook de haalbaarheid van een geothermische bron onderzocht. Deze onderzoeksresultaten zijn nu nog niet bekend. Op basis van de analyses gebouwde omgeving (zie bijlage C) is de realisatie van een hoge temperatuur warmtenet nu nog niet de voorkeursroute vanwege de hoge(re) maatschappelijke kosten en de benodigde omvang. We houden de ontwikkelingen en de mogelijkheden wel in de gaten, zodat we bij de herijking van de visie de laatste inzichten mee kunnen nemen.
Gebiedsgerichte kans: collectieve warmte 's-Gravendeel Zuid We gaan de haalbaarheid van een collectieve kans voor een kleinschalig warmtenet bij 7 hoogbouwcomplexen van HW Wonen verder onderzoeken. Dit betekent dus niet dat we nu al een keuze maken qua overstap, wel dat we een verkenning gaan uitvoeren. Het zuiden van ’s-Gravendeel wordt gekenmerkt door een concentratie van hoogbouwwoningen. De 7 galerijen portiek-flats uit de bouwperiode 1950-1975 bestaan uit ongeveer 250 woningen, waarvan ongeveer 90% in het bezit is van HW Wonen. De hoge concentratie aan warmtevraag, gevisualiseerd als ‘warmte-eiland’ in bijlage A, maakt dit gebied kansrijk voor het starten van een collectieve warmteoplossing. Aangrenzende utiliteitsgebouwen (zoals een kinderopvang, zorgcentrum en basisschool, samen goed voor een aanvullende 50 woningequivalenten) zouden kunnen aanhaken op de ontwikkeling van een collectieve warmteoplossing. Deze collectieve warmteoplossing zal nadrukkelijk een lokaal karakter hebben, door de beperkte uitbreidingsmogelijkheid rondom het warmte-eiland. De Dordtsche Kil, die ongeveer 400 meter is verwijderd van het warmte-eiland, kan als warmtebron dienen voor het te ontwikkelen warmtenet.
1 Schatzoeken aquathermie: Op zoek naar kansen voor de Hoeksche Waard
25
Hoe gaan we van start?
Aandachtspunten zijn de omvang van het project en de afstand tot de potentiële warmtebron. De relatief kleine omvang van 250 á 300 woningequivalenten vraagt om een goede afweging van de haalbaarheid, zowel technisch als financieel gezien. Ook heeft de afstand tussen de warmtebron en het warmte-eiland impact op de mogelijke businesscase.
starten van een collectieve warmteoplossing. Deze collectieve warmteoplossing zal nadrukkelijk een lokaal karakter hebben, door de beperkte uitbreidingsmogelijkheid rondom de gebouwen. Er zijn verschillende wateren, maar Het Spui, ongeveer 400 meter ten noordwesten van deze wijk gelegen, heeft de grootste technische potentie.
Collectieve warmte Zoomwijck Oud-Beijerland
Aandachtspunten zijn de omvang van het project en de afstand tot de potentiële warmtebron. De relatief kleine omvang van 220 á 420 woningequivalenten vraagt om goede afweging van de haalbaarheid, zowel technisch als financieel gezien. Ook heeft de afstand tussen de warmtebron en het warmte-eiland impact op de mogelijke businesscase.
We gaan de haalbaarheid van een kleinschalig warmtenet ten behoeve van een aantal woningcomplexen en 2 middelbare scholen verder onderzoeken. Dit betekent dus niet dat we nu al een keuze maken qua overstap, wel dat we een verkenning gaan uitvoeren. In het westen van Oud-Beijerland, in de wijk Zoomwijck, liggen meerdere kleinere eengezinswoningen in bezit van HW Wonen geconcentreerd in een ‘lijn’. De gebouwen uit de bouwperiode 1975-1990 bestaan uit samen ongeveer 220 woningen. Samen met 2 aangrenzende middelbare scholen (ongeveer 200 woningequivalenten) is er een concentratie aan warmtevraag, wat dit gebied kansrijk maakt voor het
26
Collectieve kansen voor aquathermie Daarnaast gebruiken we het overzicht van de kansrijke locaties voor aquathermie. Met alle thermische energie uit oppervlaktewater- en afvalwater (TEO en TEA) kan in potentie een heel groot deel van de gebouwde omgeving in gemeente Hoeksche Waard verwarmd worden. Om deze bronnen te kunnen benutten moet er
een collectieve infrastructuur (in de vorm van een warmtenet) ontwikkeld worden. De aanvoertemperatuur van een dergelijk net kan variëren, afhankelijk van de lokale wensen en context. Woningen zullen in ieder geval tot het minimumniveau, en in sommige gevallen tot het basisniveau geïsoleerd moeten zijn. Het voordeel is dat het op een kleinere schaal kan worden toegepast dan bij andere potentiële bronnen voor warmtenetten, zoals bij restwarmte en geothermie vaak het geval zal zijn. De grote vraag is alleen of de relatieve kleine kernen in Hoeksche Waard groot genoeg zijn voor een positieve business-case.
Figuur 5: Warmtetransitiekaart voor de Hoeksche Waard
Bij het handelingsperspectief per wijk of dorp is gekeken naar oplossingsrichtingen op een collectief schaalniveau. Het vastgoed in wijken en dorpen is echter niet homogeen en het kan dus zijn dat in delen van een wijk of dorp de overstap naar een individuele aardgasvrije oplossing al
TRANSITIEKAART
GRENZEN LIGGEN NIET VAST
De analyse van de laagst maatschappelijke kosten en de strategie voor de 2 sporen die daaruit zijn voortgekomen heeft geleidt tot een transitiekaart voor de Hoeksche Waard. Voor de meeste wijken en dorpen zal de komende jaren met name worden ingezet op isoleren en andere vormen van gasbesparing. Bij herijking van deze Transitievisie Warmte zullen we de warmteopties opnieuw beoordelen met de kennis die we dan hebben.
We kiezen in de warmtetransitie voor een gebiedsgerichte aanpak, dus wijken, combinaties van wijken of dorpen staan centraal. Dit betekent natuurlijk niet dat de aanpak ophoudt bij de grens van een wijk of dorp, of dat een inwonersinitiatief altijd maar in 1 straat of wijk mag plaatsvinden. De wijkgrenzen mogen daarom ook niet beperkend zijn. Ze kunnen wel helpen om richting te geven en gebruikt worden om de communicatie op te starten.
TRANSITIEVISIE WARMTE
TRANSITIEVISIE WARMTE
mogelijk is. We willen dit zoveel mogelijk stimuleren. In bijlage A is per dorpskern en wijk het handelingsperspectief op gebouwniveau beschikbaar. Daarmee kan iedere inwoner, ondernemer en maatschappelijke organisatie van de Hoeksche Waard de komende jaren aan de slag.
DE ROUTE NAAR AARDGASVRIJ IS NIET IN BETON GEGOTEN De gebiedsgerichte kansen (sterretjes) die in deze kaart zijn aangegeven voor aquathermie, geven een richting voor de komende jaren. We gaan in deze gebieden in gesprek met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties en verkennen de technische haalbaarheid. We vinden het belangrijk om inwoners- en ondernemersinitiatieven binnen de gemeente te stimuleren. Het kan dus ook zo zijn dat er in gebieden die nu nog niet zijn aangegeven met een sterretje, toch samen stappen worden gezet richting aardgasvrij. Deze lokale inwonersinitiatieven vinden wij belangrijk en willen wij graag stimuleren en faciliteren.
27
Wat zijn onze vervolgstappen?
Hoofdstuk 6
Wat zijn onze vervolgstappen? De transitiekaart en de 2 sporen, die in het vorige hoofdstuk zijn toegelicht, geven per wijk of dorp inzicht in de route die wordt doorlopen naar aardgasvrij. In dit hoofdstuk maken we een doorkijk richting de uitvoering: Hoe gaan we als gemeente aan de slag met de 2 sporen, welke instrumenten zetten we als gemeente in, en hoe kunnen gebouweigenaren, inwoners en andere partijen hierbinnen initiatief nemen?
O
p tal van deze onderwerpen zijn we al volop bezig; we hebben veel acties en ambities vastgelegd in het uitvoeringsprogramma ‘Hoeksche Waard richting energieneutraal’.
De 2 sporen vragen om verschillende type aanpakken. In deze paragraaf beschrijven we hiermee op hoofdlijnen hoe we aan de slag gaan en wat dat betekent voor inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen.
WAT IS DE STATUS VAN DE TRANSITIEVISIE WARMTE De Transitievisie Warmte heeft geen juridische status. Middels vaststelling van Transitievisie Warmte besluit de gemeenteraad vooral over het voorgestelde proces voor de komende jaren. De kaart met alternatieven voor aardgas per buurt en het tijdspad is daarbij richtinggevend. De Transitievisie Warmte dient dus als het kompas bij het verder ontwikkelen van onze plannen op wijk- en dorpsniveau.
28
ORGANISATIE EN SAMENWERKING De warmtetransitie vraagt om nieuwe vormen van samenwerken met gebouweigenaren, met inwoners en met het bedrijfsleven. Samenwerken in de warmtetransitie betekent meer dan enkel het naast elkaar uitvoeren van de projecten van de individuele stakeholders. Enerzijds dient er gebiedsgerichte coördinatie te zijn op de (samenhang tussen) de specifieke projecten zoals uitwerking van de focuswijken Poortwijk en de Grienden en het uitwerken van de collectieve warmtekansen zoals in ’s-Gravendeel of Oud-Beijerland. Anderzijds is de gemeentebrede, doelgroepgerichte aanpak nodig als het gaat om isolatie en energiebesparing. De warmtetransitie is bovendien geen op zichzelf staande opgave. Het is belangrijk dat ambities en plannen worden afgestemd met de ambities en plannen op andere thema’s. Het gaat dan om thema’s als klimaatadaptatie en verbetering van de inrichting van de openbare ruimte. De gemeente is regisseur van de warmtetransitie en werkt als vervolg op deze Transitievisie Warmte samen met de belangrijkste partners in de Hoeksche Waard het komende jaar aan een structurele aanpak oftewel uitvoeringsagenda. Het doel is om een organisatiestructuur in te richten die aansluit bij al bestaande structuren vanuit het programmaplan Duurzaamheid van de gemeente.
TRANSITIEVISIE WARMTE
UITWERKING SPOOR 1 GEMEENTEBREED KANSEN PER WONINGTYPE In dit spoor gaan we voortvarend aan de slag met isolatie en andere vormen van energiebesparing ter voorbereiding op een gebouwde omgeving die transitiegereed is. Zoals aangegeven sluiten we hierbij aan bij de verschillende woningtypen in de Hoeksche Waard. De woningen zijn dan misschien vergelijkbaar, maar dat betekent nog niet dat iedere woningeigenaar een vergelijkbaar handelingsperspectief heeft. Dat verschilt per woningtype, de staat van de woning en per transitiepad. Bovendien zijn er momenteel weinig sturingsmogelijkheden voor de gemeente. Het nemen van deze individuele maatregelen is dus op basis van vrijwilligheid. Dat iedere eigenaar individueel maatregelen treft, betekent niet dat er geen collectief aanbod georganiseerd kan worden, waar meerdere eigenaren tegelijk gebruik van kunnen maken. We werken na vaststelling van de Transitievisie Warmte de gemeentebrede aanpak inhoudelijk verder uit. We werken daarin per woningtype uit op het gebied van communicatie. We zetten in op praktische voorlichting en kijken naar de mogelijkheden om onze inwoners te faciliteren. Vervolgens bepalen we als gemeente de prioritering in doelgroepen en aanpakken om toe te passen. Om het gebruik van de natuurlijke momenten zoveel mogelijk te stimuleren houden we in ons uitvoeringsprogramma ook rekening met de volgende aspecten:
We zorgen voor goede voorlichting. Inwoners zijn sterk gemotiveerd om te isoleren. Zowel voor het comfort dat het oplevert, de financiële besparingen als de klimaatwinst. Maar men wil beter inzicht krijgen in welke maatregelen ze kunnen nemen en wat daarvoor natuurlijke momenten zijn. Inwoners
TRANSITIEVISIE WARMTE
willen objectieve adviezen, het liefst georganiseerd vanuit de gemeente. In deze adviezen moet duidelijk worden waarom specifiek deze maatregelen nodig zijn en wat de voordelen ervan zijn, zoals meer comfort en lagere woonlasten. We gaan faciliteren waar we kunnen. We zorgen dat gebouweigenaren weten bij welke middelen ze terecht kunnen om de maatregelen te nemen, zoals rekentools, woningscans, (digitale) loketten, subsidies, leningen en voorbeeldwoningen. We informeren woningeigenaren over de diverse regelingen waar ze gebruik van kunnen maken. Dit doen wij via het Regionaal Energieloket. We willen aan de slag gaan met het werven en opleiden van energiecoaches ten behoeve van de ondersteuning van de 2 hierboven beschreven punten.
Voor de uitvoering van bovengenoemde punten werken we intensief samen met het Regionaal Energieloket die de inwoners en ondernemers in de Hoeksche Waard onafhankelijk adviseert bij de verduurzaming van de woning.
UITWERKING SPOOR 2 WARMTEKANSEN Het onderzoek van Syntraal naar de kansen voor de inzet van thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) biedt een mooi inzicht in de locaties waar zich de toegang tot een bron bevindt en de potentie van die bron, de aanbodkant. Het onderzoek van Syntraal gaat vooral in op het theoretisch potentieel. Om kansrijke locaties te verkennen is een vertaalslag nodig van de theoretische naar realistische potentie. De realistische potentie is de beschikbare energie die sociaal en maatschappelijk geaccepteerd wordt. In de Transitievisie Warmte hebben
we ons gericht op de warmtevraag vanuit de gebouwde omgeving, de vraagkant. In het vervolgproces zal de gemeente verder onderzoek gaan doen naar locaties waar vraag en aanbod elkaar kunnen vinden. Belangrijke kanttekening hierbij is dat we vanuit de Transitievisie Warmte kijken naar de meest kansrijke infrastructuur op wijk en dorpsniveau. Het is echter goed mogelijk om op lokaal niveau kleine collectieve toepassingen te realiseren met behulp van aquathermie.
DE AANPAK VOOR BEDRIJVENTERREINEN Bedrijven zijn benoemd als aparte hoofddoelgroep binnen de energiebesparingsopgave. Omdat deze doelgroep zowel qua verwarmingsbehoefte als qua regelgeving afwijkt van woningen, is het belangrijk dat voor deze groep specifieke aanpakken worden ontwikkeld. Deze kunnen zowel gericht zijn op individuele (besparings)maatregelen als het ontwikkelen van kleinschalige collectieve systemen (bronnetten). Bij het uitwerken van deze aanpakken zijn Stichting Energieke Regio en de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) een belangrijke partner.
DE AANPAK IN NIEUWBOUWGEBIEDEN De komende jaren worden honderden nieuwe woningen en bedrijfsgebouwen in de Hoeksche Waard gerealiseerd. Vanaf 1 januari 2021 geldt de BENG-norm, waarbij BENG staat voor Bijna EnergieNeutrale Gebouwen. De gemeente heeft een hogere ambitie in de Regionale Woonvisie opgenomen en continueert deze, waarbij energieneutraal of mogelijke energiepositieve nieuwbouw gerealiseerd wordt. Dit is op basis van huidige wet- en regelgeving niet juridisch afdwingbaar, wel kan de gemeente in gesprek gaan met projectontwikkelaars om voorwaarden te bepalen waaronder dit wel haalbaar zou zijn. Hierbij zal van belang zijn dat het niet moet leiden tot vertraging van het realiseren van nieuwe woningen gelet op de huidige behoefte aan nieuwe woningen in de Hoeksche Waard.
29
Doorkijkje naar wijk- en dorpuitvoeringsplannen Er bestaat nog geen geijkt proces voor een wijk- of dorpsuitvoeringsplan. Op meerdere plekken in het land Wat zijn onze vervolgstappen? worden momenteel pilots uitgevoerd in het kader van het nationaal programma Proeftuinen Aardgasvrije Wijken. De lessen uit deze pilots worden beschikbaar gesteld aan alle gemeentes. Wel zijn er bepaalde stappen en bepaalde onderdelen van de wijkgerichte aanpak die al wel duidelijk zijn. Die zijn gevisualiseerd in DOORKIJKJE NAAR WIJK- EN figuur 7. DORPUITVOERINGSPLANNEN
Er bestaat nog geen geijkt proces voor een wijk- of dorpuitvoeringsplan. Op meerdere plekken in het land worden momenteel pilots uitgevoerd in het kader van het nationaal programma Proeftuinen Aardgasvrije Wijken. De lessen uit
deze pilots worden beschikbaar gesteld aan alle gemeentes. Wel zijn er bepaalde stappen en bepaalde onderdelen van de wijkgerichte aanpak die al duidelijk zijn. Die zijn gevisualiseerd in figuur 6.
Figuur 6: Stappenplan wijkaanpak (Bron: Bureau Over Morgen)
Stap is daarbij het vastleggen van Stap 2: is het opstellen van een maakt met en met Stap1:1: is daarbij het vastleggen van procesmatige keuzes voor het werken aangebouweigenaren de wijk- of dorpsaanpak. Deze procesmatige keuzes voor het werken wijkuitvoeringsplan (WUP) of dorpuitde uitvoering aan de slag kan gaan. kunnen per wijk verschillen. Deze afspraken leggen we bij voorkeur vast in een gezamenlijke voeringsplan (DUP). Hierin maken we aan de wijk- of dorpsaanpak. Deze intentieovereenkomst. Hierbij staanbijvoorbeeld de volgende vragen centraal: Stap 4: Uitvoering. Als alle afspraken de definitieve technische kunnen per wijk of dorp verschillen. op papier staan, kunnen we daadwerkeuzes (op wijk- en gebouwniveau) Deze afspraken leggen we bij voor• Welke partijen gaan in het betreffende gebied aan de slag? kelijk aan de slag. Voor warmteneten werken we de businesscase verder keur vast in een gezamenlijke intentie• Hoeof communiceren we metuit. onze inwoners participeren bijnet dewordt ten betekent dit dat het Als blijkt dat we en voorhoe een kunnen wijk of inwoners overeenkomst startnotitie. Hierbij aangelegd en de woningen en andere dorp aanvullende middelen nodig staan de volgende vragen centraal: vervolgstappen? gebouwen worden aangesloten.
Voor hebben, zijn er momenteel verschil Welke partijen gaan in het betref• Welke vervolgonderzoeken zijn nodig en wat is de reikwijdte van deze onderzoeken? Denk lende programma’s en subsidiemogeall-electric kan dit betekenen dat de fende gebied aan de slag? bijvoorbeeld aan technisch en financieel haalbaarheidsonderzoek voor aquathermie. lijkheden, waaronder de Proeftuinen hele wijk in korte tijd van het aardgas Hoe communiceren we met onze • Welke koppelkansen zijn erAardgasvrije om met deWijken. aanpak bij stap aanwordt te sluiten? In deze af gaat, maar het is ook mogelijk dat inwoners en hoe kunnen inwoners een concreet aanbod bedacht voor we op een gefaseerde aanpak uitkoparticiperen bij de vervolgstapStap 2: is het opstellen van een wijkitvoeringsplan (WUP) of dorpuitvoeringsplan (DUP). Hierin maken we men, waarbij inwoners en woning- en gebouweigenaren. pen? bijvoorbeeld de definitievezijn technische keuzes (op wijk- en gebouwniveau) en werken weopdenatuurlijke businesscase gebouweneigenaren Welke vervolgonderzoeken verder Als isblijkt dat we voor wijk3:aanvullende middelen nodig hebben, zijn er momenteel Aanbod en ontwerp. We doen momenten, waarop het hen zelf verschillende het nodiguit. en wat de reikwijdte van eenStap een concreet voorstel aan inwoners en beste uitkomt, overstappen.
deze onderzoeken? Denk bijvoorprogramma’s en subsidiemogelijkheden, waaronder de Proeftuinen Aardgasvrije Wijken. In deze stap wordt om van het aardgas aan technisch en bedacht financieel voorgebouweigenaren eenbeeld concreet aanbod gebouweigenaren. Stap 5: Monitoring en nazorg. We af te gaan. Dit houdt in dat we duidelijk haalbaarheidsonderzoek voor staan nog maar aan het begin van de zijn over de kosten, maar ook over de aquathermie. warmtetransitie. Dat betekent dat niet taken en verantwoordelijkheden die Welke koppelkansen zijn er om alles meteen vlekkeloos zal verlopen. iedereen heeft voor de aardgasvrijtranmet de aanpak bij aan te sluiten? 26 sitie in een bepaalde wijk of dorp. Aan Daarom is het belangrijk dat we ook het einde van deze stap zijn de afspranadat de wijk van het aardgas af is Op deze manier maken we concrete ken definitief vastgelegd. Dat betekent goed in de gaten houden hoe het gaat. afspraken en creëren we commitment voor warmtenetten dat er ook een Zo kunnen we indien nodig bijsturen en van de betrokken partijen. exploitant bekend is die deze afspraken leren we voor de volgende wijken.
We maken concrete afspraken
30
TRANSITIEVISIE WARMTE
TRANSITIEVISIE WARMTE
31
Bijlage A
Bijlage A
Startkansen individuele gebouweigenaren Het handelingsperspectief voor de verschillende woningen en gebouwen in de Hoeksche Waard voor de verschillende dorpskernen in de gemeente. Klaaswaal
Heinenoord
32
TRANSITIEVISIE WARMTE
Maasdam
TRANSITIEVISIE WARMTE
33
Bijlage A
34
Mijnsheerenland
Zuid-Beijerland
Westmaas
Cillaarshoek
TRANSITIEVISIE WARMTE
TRANSITIEVISIE WARMTE
35
Bijlage A
Goudswaard
Voor ieder gebouw een specifieke oplossing
Puttershoek
36
TRANSITIEVISIE WARMTE
TRANSITIEVISIE WARMTE
37
Bijlage A
Numansdorp
's-Gravendeel
Strijen
38
TRANSITIEVISIE WARMTE
TRANSITIEVISIE WARMTE
39
Bijlage A
40
Oud-Beijerland
Strijensas
Piershil
Nieuw-Beijerland
TRANSITIEVISIE WARMTE
TRANSITIEVISIE WARMTE
41
Bijlage B
Bijlage B
Uitkomsten participatie In maart 2021 zijn inwoners, ondernemers en leden van (maatschappelijke) organisaties uitgenodigd om mee te denken over hoe we in de Hoeksche Waard werken aan de energietransitie en het behalen van onze duurzaamheidsambities. 320 betrokkenen vulden de vragenlijst over de energietransitie in. Dit is een samenvatting van de resultaten.
Resultaten vragenlijst Energietransitie in de Hoeksche Waard maart 2021
In de Hoeksche Waard werken we aan de energietransitie: de overgang van het gebruik van fossiele brandstoffen, zoals aardolie en aardgas, naar volledige duurzame energiebronnen, zoals wind en zon. In 2040 willen we energieneutraal zijn: we wekken dan net zoveel energie in de Hoeksche Waard duurzaam op, als we gebruiken. En in 2050 willen we aardgasvrij zijn.
42
TRANSITIEVISIE WARMTE
TRANSITIEVISIE WARMTE
43
Bijlage B
Uitvoeringsprogramma
Vragenlijst Energietransitie
In maart 2021 zijn inwoners, ondernemers en leden van (maatschappelijke) organisaties uitgenodigd om mee te denken over hoe we in de Hoeksche Waard werken aan de energietransitie en het behalen van onze duurzaamheidsambities. 320 betrokkenen vulden de vragenlijst over de energietransitie in. Dit is een samenvatting van de resultaten.
In het uitvoeringsprogramma ‘Hoeksche Waard richting energieneutraal’ richten we ons op 4 onderwerpen (pijlers): • duurzaam energie opwekken (met de zon en/of wind); • verduurzamen van onze woningen en gebouwen; • ondernemers en (maatschappelijke) bedrijven ondersteunen bij verduurzamen; • verduurzamen van vervoer. Aan de deelnemers van de vragenlijst is gevraagd welke van deze onderwerpen zij het meest belangrijk vinden.
Algemeen
Belangrijkste onderwerpen
100%
Verduurzamen van onze woningen en gebouwen
Leeftijd deelnemers
86%
Duurzaam energie opwekken (met de zon of wind)
80%
18 jaar jongste deelnemer 88 jaar oudste deelnemer
58%
Verduurzamen van vervoer Ondernemers en (maatschappelijke) bedrijven ondersteunen bij verduurzamen
54 jaar gemiddelde leeftijd deelnemers
16% 7% 32
0
Er was een goede spreiding naar leeftijd en postcode.
13% 7%
9%
6% 7%
0
1
2
3
4
4 onderwerpen (pijlers) uitvoeringsprogramma Belangrijkste acties per onderwerp Voor ieder onderwerp zijn acties bepaald, die we gaan oppakken om toe te werken naar een energieneutrale Hoeksche Waard in 2040. Aan de deelnemers is ook gevraagd welke van deze acties zij het meest belangrijk vinden. En welke acties nog missen. Hieronder staan de resultaten op deze vragen en is een aantal reacties uitgelicht. Het geeft een beeld van hoe betrokkenen naar de verschillende onderwerpen en acties kijken en waar bij hen energie zit.
18 20 21 25 27 50 21 41 22 29 5 6 7 O Le W A W H De Dee Dee To In wo on uur nde de aar nde ta l e n d ln ne lne d rs r i al n m em m aa ers nge ers nem ma mak … ig er ers ers nt er er ats en s al gr i s c s d de ha e ar de el e e oep pp en el de sg ne el ne n ijk m aa rgie esp eo er re nv s rg kw ul /wa an l r i et n m isa ge t ep hou tie n ro de je ct r
Duurzame energie opwekken; de meest belangrijke acties: Zonne-energie opwekken op gemeentelijke daken en schooldaken
Ik vind duurzaamheid belangrijk
Onderzoek naar vernieuwende vormen van energieopwek en -opslag Aanbieden van informatie en groepsaankopen voor bijvoorbeeld isoleren en zonnepanelen plaatsen Minimaal 50% lokaal eigenaarschap: inwoners profiteren mee van nieuwe energieprojecten
Heel onbelangrijk 3%
Onbelangrijk 3%
Neutraal 17%
Belangrijk 38%
Heel belangrijk 39%
Uitbreiden energie-infrastructuur en -capaciteit in samenwerking met Stedin Advies voor het duurzaam verwarmen van mijn woning of gebouw zonder aardgas
Ik weet wat de warmtetransitie is
Mogelijkheden bieden voor de opwek van zonne-energie op land en/of water Kleine boerderijmolens voor de opwek van windenergie
3% Is nieuw voor mij 2%
Een beetje 17%
Jazeker 81%
0
2
4
6
8
Onderwerp: Duurzaam energie opwekken
44
TRANSITIEVISIE WARMTE
TRANSITIEVISIE WARMTE
45
Bijlage B
Verduurzamen van woningen en gebouwen; de meest belangrijke acties:
Een aantal reacties van deelnemers: “Wat ik merk is dat de nadruk enorm gelegd wordt op zonne- en windenergie. We zijn een agrarische gemeente omringd door water. Ik verwacht vanuit deze achtergrond meer opties om energie op te wekken. Daarnaast moet de focus blijven liggen op het verkleinen van de energievraag. Daarnaast is de Hoeksche Waard uitermate geschikt voor snelfietsroutes en openbaar vervoer via water. Voor duurzame alternatieven voor transport mag meer aandacht komen. Als laatste vind ik dat de gemeente meer moet investeren in het verkleinen van de eigen energieopgave. Denk aan het verminderen van verlichting in de omgeving, op sportcomplexen. “Organiseer een team van adviseurs, inkopers en Hebben we die grote lichtmasten nodig? Denk aan toezichthouders vanuit de gemeentelijke lokale opslag van energie, et cetera.” organisatie, die zich hiermee bezig gaat houden en een vast loket waar alle inwoners of ondernemers terecht kunnen met al hun vragen en hierin worden bijgestaan. Dit zouden nieuwe functies moeten zijn binnen gemeente Hoeksche Waard.”
Energieneutrale of energiepositieve nieuwbouw van woningen en gebouwen Aanbieden van informatie en groepsaankopen voor duurzaamheidsmaatregelen, zoals isoleren en zonnepanelen plaatsen Leningen met gunstige voorwaarden voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties om te kunnen verduurzamen Aardgasvrij maken van de wijken en dorpen 0
1
2
3
4
Onderwerp: Verduurzamen van woningen en gebouwen “Onderzoek hoe de CO2-doelstellingen gehaald kunnen worden zonder alle woningen van het aardgas af te halen.”
Een aantal reacties van deelnemers:
“Het aardgasnet intact laten om in de toekomst gebruik van waterstofgas mogelijk te maken. Voor nieuwe bedrijfspanden verplicht stellen dat de dakconstructie geschikt is voor zonne-energie.” “Ik heb een eigen woning. Hoe ga ik ooit de verplichte verduurzaming van mijn woning bekostigen? Ik heb 2 studerende kinderen, een modaal inkomen, ik kan net alles betalen. Het geld groeit mij niet op de rug en een geldboom moet nog worden uitgevonden.”
“Geen windmolens vlakbij dicht bewoond gebied. Houd rekening met de gezondheid van uw burgers en bescherm ze! Ik ben voor de energietransitie, maar geld/winst ten koste van gezondheid kan en mag niet!”
Verduurzamen van verkeer; de meest belangrijke acties: Onderzoek naar waterstof voor zwaar vervoer, zoals gebruikt bij agrariërs Verduurzamen en verbeteren van het openbaar vervoer Meer thuiswerken, fietsen en deelauto’s aanmoedigen Meer laadpunten voor elektrische auto’s Verduurzamen van alle voertuigen van de gemeente 0
1
2
3
4
5
Onderwerp: Verduurzamen van vervoer
Een aantal reacties van deelnemers: “Inzetten op waterstof voor thuisgebruik en personenauto’s. Ook goed voor energieopslag in plaats van accu’s.” “Fietsen is wel genoemd, maar is naar mijn mening onderbelicht. Investeringen in goede fietspaden, betere regeling bij verkeerslichten voor fietsers en (duurzame) verlichting zouden een goede stimulans zijn. Maakt de Hoeksche Waard denk ik ook een mooiere bestemming voor toeristen.”
46
TRANSITIEVISIE WARMTE
TRANSITIEVISIE WARMTE
47
Bijlage B
Ondernemers en (maatschappelijke) bedrijven ondersteunen en stimuleren bij verduurzamen; de meest belangrijke acties: Ondernemers samenbrengen en informeren over verduurzamen met kennis-/inspiratiesessies Informeren en adviseren over energie besparen Informeren en adviseren over het duurzaam opwekken van energie Informeren en adviseren over een duurzame bedrijfsvoering Informeren en adviseren over het duurzaam verwarmen zonder aardgas
0
1
2
Communicatie en participatie Hoe wil ik op de hoogte gehouden worden (maximaal 3 antwoorden mogelijk)
60% 50% 40%
Informeren en adviseren over een duurzaam wagenpark
30%
Strenger toezien op energiebesparing
20%
6
10%
3
4
5
Onderwerp: Ondernemers en (maatschappelijke) bedrijven ondersteunen en stimuleren bij verduurzamen
0%
Een aantal reacties van deelnemers:
“Een bezoekerscentrum voor woningeigenaren en ondernemers, zoals ICDuBo en de Woonwijzerwinkel. Waarom doet gemeente Hoeksche Waard nog steeds niet mee, het is om de hoek. Stop met argumenten zoals onderzoek naar. Alles is al in kaart gebracht vele oplossingen worden al toegepast. We hebben geen tijd voor onderzoekjes en pilotprojecten.”
“Ondernemers zou ik juist uit willen dagen om zelf met projecten te komen. Daar samenwerking te faciliteren is belangrijke rol van de gemeente. Daarom heb ik de vraag hierover niet in willen vullen, maar het moet wel... Ondernemers gaan zelf op zoek naar mogelijkheden als zij nut, noodzaak en verdienmodel zien. Gemeente moet hierin voorbeeld geven: dus gebouwen met zonnepanelen, kiezen voor duurzaam bouwen, et cetera.”
Di
gi
He
ta
le
W D So S An G Br V eb ie b em cia (o orp de di ia b t K he pec gi ui sit l m nli -/w f in ijee ee r om id iale s ev ... tale ten d nk nt ed ne) ijk ni pa in d we an eu in rec ia bi ge e br om ebr e s b fo la ws je ric de Ho sit en h ieve ste ede rm m br e g e ko te nb n (o ks ov em at e o ie n ch er f m ie f u lin ee s s bo eW d te e nt uu ) rd n e aa rz en rd aa m -
Een aantal reacties van deelnemers:
“Het blijft moeilijk de individuele burger te bereiken bij echt belangrijke informatie of ontwikkelingen. Dus toch zoveel mogelijk en, en, en. Bij belangrijke ontwikkelingen ook een brief in de brievenbus.”
“Met een digitale nieuwsbrief kunt u gericht info naar bepaalde groepen sturen.”
“Helemaal niet.”
48
TRANSITIEVISIE WARMTE
TRANSITIEVISIE WARMTE
49
Bijlage C
Een aantal reacties van deelnemers: Hoe wil ik betrokken worden (meerdere antwoorden mogelijk)
45% 40% 35%
“Ik woon inmiddels in een aardgasvrije duurzame woning.”
30% 25%
“Energietransitie kan alleen gestimuleerd worden vanuit de gemeente, afdwingen werkt averechts.”
20% 15% 10% 5% 0%
“Ik wil niet meedoen, ik vind het onzin.”
Ik Z A Ik Ik Ik An Ik all ho vo o sn do ls e va wi in wi re wi de in wi ld la l i r n e n lw e g o t rs r e a f i e p e e rm lm en m at an ee aa n nie sp ee ... of en i b e n r g l o i i d r n a ns s jn g co fv e tb e w e pl m e ï k sa nf e p ijk nc m do eli o an og s e i or lag re de or tro n en re rp jk, vo eli re ur wa a m k en d et of oo or jk n w ee ke er oo ar an pl ov o wi k a n m me r gi r b an d te m ee er rd jk l is ijn ed e/ ij o n i sv de en ge o wo wa vo do en er oo lijk nlin rm orb en en rd rp ke no r e n er an g te ee of b sa e c m n, ge gi de m l o i t wi ij h d j es e n et r en mm en jk e ra en e t tm a a n pl ns e u r a te ei an n nit iti nt ak g n e de y: e ho en n sla sam us ias g e n m do eor lo pe nd
Bijlage C
Onderzoeksbeeld: modelanalyse en kengetallen Het onderzoeksbeeld geeft weer welke warmteoptie in welke buurt de laagste maatschappelijke kosten heeft. Aan het onderzoeksbeeld liggen verschillende modelstudies ten grondslag. Deze modelanalyses zijn in dit hoofdstuk besproken. Eerst is de methodologie achter het onderzoeksbeeld beschreven. Vervolgens is de methodologie van het Warmtetransitiemodel in detail uitgewerkt. Tot slot zijn alle gehanteerde kengetallen en uitgangspunten aan dit hoofdstuk toegevoegd.
Aandacht voor de energietransitie In maart 2021 is er een brede campagne geweest over de energietransitie: gezamenlijk zijn de vragenlijst, de Swipocratie voor jongeren en de dorpsbijeenkomsten over het aardgasvrij maken van de Hoeksche Waard uitgebreid bekend gemaakt. Er zijn verschillende berichten geplaatst op de gemeentelijke sociale media, website, in mailings en het gemeentenieuws in Het Kompas. Een voorbeeld hiervan is een aantal (video)portretten van inwoners en ondernemers over waarom zij werk maken van duurzame energie. Een ander voorbeeld is de duurzaamheidsspecial over de energietransitie, die in Het Kompas stond. Zo is er ook een stukje bewustwording ontstaan over de energietransitie en ieders rol hierin.
Het onderzoeksbeeld is tot stand gekomen op basis van een vergelijking van 3 modelstudies: 1. Warmtetransitiemodel (WTM) van Adviesbureau Over Morgen 2. Openingsbod 1.0 van Stedin (3 scenario’s) 3. Startanalyse 2020 van Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)
Tot slot De resultaten zijn gebruikt om het uitvoeringsprogramma ‘Hoeksche Waard richting energieneutraal’ op activiteiten aan te vullen, aan te scherpen en om te toetsen of de inhoud aansluit bij de behoeften vanuit de samenleving. Ook worden waar mogelijk opbrengsten meegenomen bij de verdere uitwerking van de verschillende projecten binnen het uitvoeringsprogramma.
50
1.1 METHODOLOGIE ONDERZOEKSBEELD
TRANSITIEVISIE WARMTE
TRANSITIEVISIE WARMTE
Deze modelstudies zijn zowel vergeleken op methodologie als op resultaten per CBS-buurt. We maken in de hoofdtekst gebruik van de termen wijk op dorp, maar de modelstudies werken aan de hand van CBS-buurtniveau. We gebruiken hier dus de term buurt.
Eerst is geverifieerd of de modelstudies inderdaad vergelijkbaar zijn, en waar de verschillen zitten in rekenwijze of uitgangspunten, en daarna is per buurt gekeken in hoeverre de modelstudies dezelfde resultaten per CBS-buurt produceren en wat de reden is van eventuele verschillende uitkomsten per buurt.
51
Bijlage C
Onderstaande tabel geeft een samenvatting weer van de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen de 3 gehanteerde modelstudies. Kenmerk
WTM (2020)
Openingsbod 1.0
Startanalyse 2020
Algemene omschrijving
Ruimtelijk rekenmodel dat kosten berekent per BAG-pand en deze kosten vervolgens aggregeert naar buurten.
Vergelijkende analyse van 3 onderliggende modellen: Vesta MAIS, Cegoia en ETM, met ieder hun eigen karakteristieken. Openingsbod is uitgerekend in 3 scenario’s die verschillen in de beschikbaarheid van gas en warmte.
Maakt gebruik van het Vesta MAIS-model, dat kosten berekent per BAG-pand en deze kosten vervolgens aggregeert naar buurten.
‘Maatschappelijke kosten’, alle kosten die in de energieketen van bron tot eindgebruiker worden gemaakt, netto contant gemaakt over een bepaalde terugverdientijd.
‘Maatschappelijke kosten’, alle kosten die in de energieketen van bron tot eindgebruiker worden gemaakt, netto contant gemaakt over een bepaalde terugverdientijd.
‘Maatschappelijke kosten’, alle kosten die in de energieketen van bron tot eindgebruiker worden gemaakt, netto contant gemaakt over een bepaalde terugverdientijd (wordt ‘nationale kosten’ genoemd in de Startanalyse)
Doorgerekende bouwkundi- Twee niveaus: ge niveaus • Minimumniveau max. 80 kWh/m2 • Basisniveau max. 65 kWh/ m2
Modellen bepalen per scenario een optimaal isolatieniveau per buurt.
Twee niveaus: • Schillabel D • Schillabel B
Warmteopties
• Gasnet • All-electric • Warmtenet (70 °C)
• Groengas • Waterstofgas • All-electric • Warmtenet met MT/ HT-bron • Warmtenet met LT-bron
Kostendefinitie
Warmtebronnen
Duurzaam gas
• Gasnet • All-electric • Warmtenet (70 °C) • Warmtenet (40 °C) • Lokale bronnetten Modelmatig onbeperkt verondersteld.
Verondersteld beperkt en als input aan de modellen meegegeven op basis van openbare data.
Verondersteld beperkt en als input aan het model meegegeven op basis van openbare data.
Beschikbare hoeveelheid gas is geen inputvariabele. De warmteoptie gasnet wordt toegekend op basis van buurtkenmerken zoals ouderdom.
Verondersteld beperkt en als input aan het model meegegeven op basis van openbare data. Gasnet als warmteoptie wordt toegewezen op basis van maatschappelijke kosten.
Verondersteld beperkt en als input aan het model meegegeven op basis van openbare data. Gasnet als warmteoptie wordt toegewezen op basis van maatschappelijke kosten.
Uit de vergelijking van de modellen blijken de volgende, belangrijke overeenkomsten en verschillen: 1. Alle 3 de modestudies optimaliseren op maatschappelijke kosten. Daarmee zijn ze in beginsel vergelijkbaar omdat ze een uitspraak doen over hetzelfde, namelijk welke warmteoptie de laagste kosten heeft. 2. De modellen hanteren alle 3 een verschillende typologie van warmteopties. Om de resultaten vergelijkbaar te maken zijn deze typologieën in het onderzoeksbeeld samengevoegd tot 1 typologie: • Gasnet • All-electric • Warmtenet 3. Het WTM verschilt van zowel Openingsbod 1.0 als Startanalyse 2020 als het gaat om de aannames over warmtebronnen en duurzaam gas. De laatste 2 gaan uit van aannames en open data over warmte en gas om deze vervolgens te ‘verdelen’ over buurten op basis van de laagste kosten. Het WTM veronderstelt dat warmte onbeperkt is. Separaat (dus buiten het model) is getoetst of er ook daadwerkelijk voldoende warmte is. Voor duurzaam gas neemt het WTM aan dat deze beperkt is, maar kent daar geen waarde aan toe. In plaats daarvan wordt het gasnet toegekend aan buurten die op basis van praktijkervaring het meest kostbaar en complex zijn om gasvrij te maken, zoals oude binnensteden en dijklinten.
1.2 METHODOLOGISCHE VERDIEPING WARMTETRANSITIEMODEL Deze paragraaf geeft een methodologische verdieping van het WTM van Over Morgen. Voor een methodologische verdieping van het Openingsbod 1.02 en de Startanalyse 20203 wordt verwezen naar externe documentatie in de voetnoot. 1.2.1 Modelontwerp Warmtetransitiemodel Het WTM is een ruimtelijk model dat geschreven is in Python 3. Het model maakt voornamelijk gebruik van de ArcPy library en maakt daarnaast gebruik van enkele PostGIS-libraries. De basis voor het modelontwerp is een database van gebouwen. Deze database is gebaseerd op de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) van het Kadaster. Deze gebouwendatabase is verrijkt met gegevens uit verschillende bronnen. Ook is informatie toegevoegd op basis van kentallen. De gebouwendatabase bevat zodoende van ieder gebouw in Nederland informatie over onder andere: • Bouwjaar en gebouwtype • Buurtkenmerken, zoals bebouwingsdichtheid • Gemodelleerd energieverbruik en energieprestatie, gevalideerd met werkelijke verbruiksgegevens • Investeringsbandbreedtes voor verschillende bouwkundige en energetische maatregelen • Bandbreedtes voor kosten en besparingen 1.2.2 Brondata Warmtetransitiemodel Het WTM maakt vrijwel geheel gebruik van open data uit betrouwbare bronnen, zie tabel 2.
Bronhouder
Bron
Dataset
CBS
Wijk- en Buurtkaart
Buurtgeometrie
Energielevering aan woningen en bedrijven naar postcode
Energieverbruiken per postcode-6
Regionale netbeheerders
Kleinverbruiksdata
Energieverbruiken per postcode-6
Kadaster
Basisregistratie Adressen en Gebouwen
• Pandgeometrie • Oppervlaktes • Gebouwfuncties • Bouwjaar
Basisregistratie Topografie (TOP10NL)
Terreingeometrie (voor berekening bebouwingsdichtheid)
Over Morgen
Energetische kengetallen en kostenkentallen op basis van eigen kennis en ervaring.
Tabel 1. Overeenkomsten en verschillen modellen
Tabel 2: overzicht van gebruikte brondata in het Warmtetransitiemodel
52
TRANSITIEVISIE WARMTE
TRANSITIEVISIE WARMTE
2 Openingsbod Warmtetransitie: https://www.stedin.net/zakelijk/branches/overheden/het-openingsbod 3 Startanalyse PBL: https://www.pbl.nl/publicaties/startanalyse-aardgasvrije-buurten-2020
53
Bijlage C
De gebouwendatabase is verrijkt met kengetallen over investeringskosten en operationele kosten en opbrengsten en een realistische besparingspotentie. Met deze kengetallen worden de warmteopties per buurt berekend. Het
WTM maakt de warmteoptie met de laagst maatschappelijke kosten per buurt inzichtelijk. Kentallen worden bij woningbouw toegekend op basis van een woningtype en bouwjaarcombinatie. Dit wordt een sleuteltype genoemd.
Bouwjaarklassen
Gebouwtype
<1920
Rijwoning
1920-1950
Twee-onder-een-kapwoning
1950-1975
Vrijstaande woning
1975-1990
Meergezinswoning
1990-2005
Utiliteitsbouw
≥2005 Tabel 3: Combinaties van bouwjaarklassen en woningtypen vormen sleuteltypen in het Warmtetransitiemodel
Bij utiliteitbouw worden de sleuteltypes bepaald op basis van energielabel en functie. Als er geen energielabel aanwezig is, dan wordt het sleuteltype bepaald op basis van
het bijhorende bouwjaar. Daarnaast maakt het model nog onderscheid tussen voor- en naoorlogs vastgoed.
Bouwjaarklassen
Energielabel
Functie
< 1945
G
Kantoren
1946-1973
G
Winkels
1974-1981
F
Gezondheidszorg
1982-1992
E
Onderwijs
1993-1999
D
Logies
2000-2003
C
Sport
2004-2005
B
Bijeenkomst
> 2005
A
Tabel 4: Sleuteltypen voor utiliteitsbouw worden bepaald door combinaties van afgemelde energielabels en gebruiksfuncties. Indien labels niet bekend zijn, worden bouwjaarklassen gebruikt om een label te berekenen.
1.2.3 Bouwkundige niveaus in het Warmtetransitiemodel Het WTM rekent met 4 bouwkundige niveaus. Voor een technische verdieping bij deze niveaus verwijzen we naar bijlage C. • Bestaande situatie (meer dan 80 kWh/m2 ruimteverwarming) • Minimumniveau (max. 80 kWh/m2 ruimteverwarming) • Basisniveau (max. 65 kWh/m2 ruimteverwarming) • Hoog niveau (max. 50 kWh/m2 ruimteverwarming)
54
Het model neemt op basis van het sleuteltype aan op welk niveau ieder gebouw momenteel zit. Indien een gebouw nog niet op het minimum- of basisniveau zit, rekent het model door wat de kosten zijn om het minimum- en het basisniveau te bereiken en tot welke energiebesparingen dat leidt. Het model doet dit voor ieder gebouw en aggregeert deze getallen vervolgens naar buurten.
TRANSITIEVISIE WARMTE
1.2.4 Warmteopties in het Warmtetransitiemodel Het model kent een typologie van 5 warmteopties: • All electric: verwarmen en koken met gebruik van elektriciteit. In de woning wordt gebruikgemaakt van een warmtepomp. • Gasnet in combinatie met hybride oplossingen: een gasinfrastructuur gevoed met duurzaam gas in combinatie met een gasketel en een elektrische warmtepomp. • Warmtenet (70 °C): collectieve warmtevoorziening in de vorm van een middentemperatuur warmtenet, waarbij warm water met een temperatuur van maximaal 70 °C aangevoerd wordt tot bij het gebouw of de woning. • Warmtenet (40 °C): collectieve warmtevoorziening in de vorm van een lage temperatuur warmtenet, waarbij warm water met een temperatuur van ongeveer 40 °C aangevoerd wordt tot het gebouw of de woning. • Lokale bronnetten: lokale kleinschalige (collectieve) warmtevoorziening in de vorm van een zeer lage temperatuur bronnet. In het gebouw is een warmtepomp nodig voor verwarming. Het aangevoerde water kan ook gebruikt worden voor koeling. Deze warmteopties zijn in meer detail beschreven in bijlage D. De warmteopties worden toegekend aan buurten op basis van een aantal rekenregels. Het model doorloopt hiervoor 5 stappen: 1. Eerst worden op basis van bouwjaarklasse en dichtheid de bestaande wijken of buurten geselecteerd waar het gasnet zal blijven liggen.
Het model rekent niet met het aanbod van duurzaam gas, maar kijkt alleen naar de vraagkant: in welke wijken zou
TRANSITIEVISIE WARMTE
het gasnet blijven liggen als er een beperkt aanbod is van duurzaam gas. In de praktijk zijn het historische stads- en dorpskernen en lintbebouwing die uitkomen op het gasnet. 2. Vervolgens wordt op basis van gebouwfunctie de bestaande wijken of buurten geselecteerd waar een bronnet de meest logische keuze is. Dit zijn dus wijken en buurten met relatief veel utiliteitsbouw. 3. In alle overige buurten kijkt het model vervolgens naar de dichtheid. Alleen als de dichtheid groter is dan 30 WEQ per hectare dan is een warmtenet een realistische oplossing. Wijken of buurten met een lagere dichtheid krijgen automatisch de warmteoptie all-electric. 4. De buurten die dan nog overblijven krijgen op basis van een vergelijking van de maatschappelijke kosten de optie warmtenet of all-electric. 1.2.5 Berekening van de maatschappelijke kosten Alleen in de buurten die overblijven in stap 4 wordt een maatschappelijke kostenberekening gemaakt om te komen tot de optimale warmteoptie. Deze berekening gaat als volgt. Op basis van de kengetallen per sleuteltype berekent het model per woning wat de investeringen, onderhoudskosten en de energierekening zijn van de warmteopties warmtenet en all-electric, over een periode van 30 jaar. Op basis hiervan wordt met een netto contante waardeberekening de onrendabele top berekend van de warmteopties.
Die onrendabele top wordt geaggregeerd naar buurt en gemiddeld naar een gemiddelde onrendabele top per woning per buurt.
terugverdiend gedurende de exploitatie. De exploitatiekosten zijn over het algemeen lager, als gevolg van een lagere energierekening. Vrijwel altijd zullen duurzame warmteopties nog leiden tot een onrendabele top op buurtniveau. Als de financieringsperiode wordt verkort naar bijvoorbeeld 15 jaar dan zal de onrendabele top dus verder stijgen. Alle investeringskosten en de onrendabele top worden uitgedrukt in een gemiddelde bandbreedte met een onder- en bovengrens en zijn inclusief BTW. Uitgangspunt is dat de investeringen worden gecombineerd met natuurlijke momenten. De gepresenteerde kosten zijn een gemiddelde van een bandbreedte met een onder- en bovengrens. De bandbreedtes zijn zodanig breed dat zij rekening houden met de volgende aspecten: • De te nemen maatregelen zullen op woningniveau sterk variëren; • Technische variaties binnen warmteopties, afhankelijk van warmtebron, opslag, opwekker en infrastructuur; • Bestaande prijsverschillen op de markt door schaal en aanbestedingsvormen; • Marktontwikkelingen zoals schaarste en inzetbaarheid van personeel, materiaal, etc.; • Afwijking van de kengetallen als gevolg van sterk afwijkende woningen. De omvang van de bandbreedte verschilt per maatregeltype, warmteoptie en sleuteltype, afhankelijk van de karakteristieken van die specifieke combinatie.
De omvang van de onrendabele top verschilt doorgaans sterk per buurt. De onrendabele top is het deel van de investering dat niet kan worden
55
Bijlage C
1.3 RESULTAAT ONDERZOEKSBEELD
1.4.1 Investeringskosten
Het resultaat van het onderzoeksbeeld is weergegeven in figuur 1. Uit deze kaart blijkt de mate van overeenstemming tussen de modelstudies in het onderzoeksbeeld. Buurten waar geen consensus is tussen de modelstudies zijn ook aangegeven als zodanig. In Oud-Beijerland zien we twee wijken op een warmtenet uitkomen. Er komen
verder geen collectieve kansen uit dit onderzoeksbeeld. Veel wijken en dorpen komen in dit beeld uit op all-electric of behoud van het gasnet. Ook zien we een aantal gebieden waarbij er geen consensus tussen de modellen is. De uitkomsten lopen hier behoorlijk uiteen en er is hier geen uitspraak te doen over een kansrijke eindoplossing.
Figuur 1: Vergelijkende analyse onderzoeksbeeld
Validatie van het onderzoeksbeeld 1.3.1 Validatie van het onderzoeksbeeld Zoals uit het onderzoeksbeeld blijkt, zijn modelstudies niet feilloos en het onderzoeksbeeld is dat dus ook niet. Zoals uit is hethet onderzoeksbeeld blijkt, zijn modelstudies volledig aardgasvrijgevalideerd. gemaakt zal Dat worden hebben we Daarom onderzoeksbeeld per gemeente met de lokale werkgroepen wil zeggen: perons niet feilloos en het onderzoeksbeeld is dat dus ook niet. in het vervolg met name gericht op de tussenstappen buurt is bekeken of de uitkomst van het onderzoeksbeeld logisch, begrijpelijk en herkenbaar is. Uit deze Daarom is het dat onderzoeksbeeld per gemeente met de lo-in veel richting aardgasvrij. Deze tussenstappen in de vrijwel analyse blijkt het schaalniveau van CBS-buurten gevallen ontoereikend is. Met name zijn voor vele kale werkgroepen gevalideerd. Dat wil zeggen: per buurt alle wijken en dorpen hetzelfde, een paar uitzonderingen dorpskernen die uit dit overzicht op all-electric uitkomen is het onwaarschijnlijk dat dat in de praktijk ook zal is bekeken of de uitkomst het termijn onderzoeksbeeld lodaargelaten. zijn benoemd in de lukken. Aangezien het opvan korte niet realistisch is dat een wijk ofDeze dorpuitzonderingen volledig aardgasvrij gemaakt zal gisch, begrijpelijk en herkenbaar is. Uit deze analyse blijkt hoofdtekst.
worden hebben we ons in het vervolg met name gericht op de tussenstappen richting aardgasvrij. Deze dat het schaalniveau van CBS-buurten in veel tussenstappen zijn in vrijwel alle wijken engevallen dorpen hetzelfde, met een paar uitzonderingen daargelaten. Deze 1.4 KENGETALLENOVERZICHT ontoereikend is. Met name voor de vele dorpskernen die uitzonderingen zijn benoemd in de hoofdtekst. uit dit overzicht op all-electric uitkomen is het onwaarKengetallenoverzicht schijnlijk dat dat in de praktijk ook zal lukken. Aangezien het op korte termijn niet realistisch is dat een wijk of dorp
Deze paragraaf geeft een overzicht van alle energetische en financiële kengetallen en parameters.
Minimumniveau4
Basisniveau
Min
Max
Min
Max
Meergezinswoning ≥ 2005
€ 1.000
€ 2.000
€ 1.000
€ 2.000
Rijwoning ≥ 2005
€ 1.000
€ 2.000
€ 1.000
€ 2.000
Twee-onder-een-kap ≥ 2005
€ 1.000
€ 2.000
€ 1.000
€ 2.000
Vrijstaande woning ≥ 2005
€ 1.000
€ 2.000
€ 1.000
€ 2.000
Meergezinswoning ≥ 1990 - 2005
€ 2.500
€ 3.500
€ 1.000
€ 7.000
Rijwoning ≥ 1990 - 2005
€ 3.000
€ 4.000
€ 1.000
€ 7.000
Twee-onder-een-kap ≥ 1990 - 2005
€ 4.000
€ 5.000
€ 1.000
€ 9.500
Vrijstaande woning ≥ 1990 - 2005
€ 4.500
€ 5.500
€ 1.000
€ 11.500
Meergezinswoning ≥ 1975 - 1990
€ 3.500
€ 13.500
€ 7.500
€ 14.500
Rijwoning ≥ 1975 - 1990
€ 4.000
€ 20.500
€ 12.500
€ 28.000
Twee-onder-een-kap ≥ 1975 - 1990
€ 5.000
€ 25.000
€ 18.000
€ 35.000
Vrijstaande woning ≥ 1975 - 1990
€ 6.000
€ 32.500
€ 22.500
€ 47.500
Meergezinswoning ≥ 1950 - 1975
€ 7.500
€ 14.500
€ 10.500
€ 17.500
Rijwoning ≥ 1950 - 1975
€ 9.000
€ 22.500
€ 16.500
€ 28.500
Twee-onder-een-kap ≥ 1950 - 1975
€ 13.000
€ 27.500
€ 22.500
€ 33.500
Vrijstaande woning ≥ 1950 - 1975
€ 19.000
€ 39.500
€ 30.500
€ 48.000
Meergezinswoning ≥ 1920 - 1950
€ 8.000
€ 26.000
€ 11.500
€ 31.500
Rijwoning ≥ 1920 - 1950
€ 10.000
€ 37.500
€ 19.500
€ 46.000
Twee-onder-een-kap ≥ 1920 - 1950
€ 15.000
€ 43.000
€ 22.500
€ 55.000
Vrijstaande woning ≥ 1920 - 1950
€ 17.000
€ 57.500
€ 27.500
€ 74.500
Meergezinswoning < 1920
€ 11.000
€ 26.000
€ 20.500
€ 31.500
Rijwoning < 1920
€ 14.500
€ 37.500
€ 27.500
€ 46.000
Twee-onder-een-kap < 1920
€ 16.500
€ 43.000
€ 32.500
€ 55.000
Vrijstaande woning < 1920
€ 18.000
€ 56.000
€ 38.500
€ 72.500
Tabel 5: Investeringskosten per woning voor isoleren, ventileren en elektrisch koken
Deze paragraaf geeft een overzicht van alle energetische en financiële kengetallen en parameters. Investeringskosten
Meergezinswoning ≥ 2005 Rijwoning ≥ 2005 Twee-onder-een-kap ≥ 2005 Vrijstaande woning ≥ 2005 56
Minimumniveau4 Min Max € 1.000 € 1.000 € 1.000 € 1.000
Basisniveau Min Max € 2.000 € 1.000 € 2.000 € 1.000 € 2.000 € 1.000 € 2.000 € 1.000
€ 2.000 € 2.000 € 2.000 € 2.000
TRANSITIEVISIE WARMTE
TRANSITIEVISIE WARMTE
4 Inclusief de kosten voor het deels vervangen van radiatoren, indien nodig, om met maximaal 70 °C comfortabel te kunnen verwarmen.
57
Bijlage C
Warmtenet
All-electric5
Warmtenet
Min
Max
Min
Max
Meergezinswoning ≥ 2005
€ 5.500
€ 10.500
€ 17.000
€ 24.000
Rijwoning ≥ 2005
€ 13.000
€ 18.000
€ 18.000
Twee-onder-een-kap ≥ 2005
€ 18.000
€ 23.000
Vrijstaande woning ≥ 2005
€ 18.000
Meergezinswoning ≥ 1990 - 2005
All-electric
Min
Max
Min
Max
Meergezinswoning ≥ 2005
€ 6.500
€ 12.500
€ 18.000
€ 26.000
€ 25.000
Rijwoning ≥ 2005
€ 14.000
€ 20.000
€ 19.000
€ 27.000
€ 24.000
€ 31.000
Twee-onder-een-kap ≥ 2005
€ 19.000
€ 25.000
€ 25.000
€ 33.000
€ 23.000
€ 25.000
€ 32.000
Vrijstaande woning ≥ 2005
€ 19.000
€ 25.000
€ 26.000
€ 34.000
€ 5.500
€ 10.500
€ 17.000
€ 24.000
Meergezinswoning ≥ 1990 - 2005
€ 8.000
€ 14.000
€ 18.000
€ 31.000
Rijwoning ≥ 1990 - 2005
€ 13.000
€ 18.000
€ 18.000
€ 25.000
Rijwoning ≥ 1990 - 2005
€ 16.000
€ 22.000
€ 19.000
€ 32.000
Twee-onder-een-kap ≥ 1990 - 2005
€ 18.000
€ 23.000
€ 24.000
€ 31.000
Twee-onder-een-kap ≥ 1990 - 2005
€ 22.000
€ 28.000
€ 25.000
€ 40.500
Vrijstaande woning ≥ 1990 - 2005
€ 18.000
€ 23.000
€ 25.000
€ 32.000
Vrijstaande woning ≥ 1990 - 2005
€ 22.500
€ 28.500
€ 26.000
€ 43.500
Meergezinswoning ≥ 1975 - 1990
€ 5.500
€ 10.500
€ 17.000
€ 24.000
Meergezinswoning ≥ 1975 - 1990
€ 9.000
€ 24.000
€ 24.500
€ 38.500
Rijwoning ≥ 1975 - 1990
€ 13.000
€ 18.000
€ 18.000
€ 25.000
Rijwoning ≥ 1975 - 1990
€ 17.000
€ 38.500
€ 30.500
€ 53.000
Twee-onder-een-kap ≥ 1975 - 1990
€ 18.000
€ 23.000
€ 24.000
€ 31.000
Twee-onder-een-kap ≥ 1975 - 1990
€ 23.000
€ 48.000
€ 42.000
€ 66.000
Vrijstaande woning ≥ 1975 - 1990
€ 18.000
€ 23.000
€ 25.000
€ 32.000
Vrijstaande woning ≥ 1975 - 1990
€ 24.000
€ 55.500
€ 47.500
€ 79.500
Meergezinswoning ≥ 1950 - 1975
€ 5.500
€ 10.500
€ 17.000
€ 24.000
Meergezinswoning ≥ 1950 - 1975
€ 13.000
€ 25.000
€ 27.500
€ 41.500
Rijwoning ≥ 1950 - 1975
€ 13.000
€ 18.000
€ 18.000
€ 25.000
Rijwoning ≥ 1950 - 1975
€ 22.000
€ 40.500
€ 34.500
€ 53.500
Twee-onder-een-kap ≥ 1950 - 1975
€ 18.000
€ 23.000
€ 24.000
€ 31.000
Twee-onder-een-kap ≥ 1950 - 1975
€ 31.000
€ 50.500
€ 46.500
€ 64.500
Vrijstaande woning ≥ 1950 - 1975
€ 18.000
€ 23.000
€ 25.000
€ 32.000
Vrijstaande woning ≥ 1950 - 1975
€ 37.000
€ 62.500
€ 55.500
€ 80.000
Meergezinswoning ≥ 1920 - 1950
€ 7.500
€ 12.500
€ 17.000
€ 24.000
Meergezinswoning ≥ 1920 - 1950
€ 15.500
€ 38.500
€ 28.500
€ 55.500
Rijwoning ≥ 1920 - 1950
€ 15.000
€ 20.000
€ 18.000
€ 25.000
Rijwoning ≥ 1920 - 1950
€ 25.000
€ 57.500
€ 37.500
€ 71.000
Twee-onder-een-kap ≥ 1920 - 1950
€ 20.000
€ 25.000
€ 24.000
€ 31.000
Twee-onder-een-kap ≥ 1920 - 1950
€ 35.000
€ 68.000
€ 46.500
€ 86.000
Vrijstaande woning ≥ 1920 - 1950
€ 20.000
€ 25.000
€ 25.000
€ 32.000
Vrijstaande woning ≥ 1920 - 1950
€ 37.000
€ 82.500
€ 52.500
€ 106.500
Meergezinswoningen < 1920
€ 7.500
€ 12.500
€ 17.000
€ 24.000
Meergezinswoning < 1920
€ 18.500
€ 38.500
€ 37.500
€ 55.500
Rijwoning < 1920
€ 15.000
€ 20.000
€ 18.000
€ 25.000
Rijwoning < 1920
€ 29.500
€ 57.500
€ 45.500
€ 71.000
Twee-onder-een-kap < 1920
€ 20.000
€ 25.000
€ 24.000
€ 31.000
Twee-onder-een-kap < 1920
€ 36.500
€ 68.000
€ 56.500
€ 86.000
Vrijstaande woning < 1920
€ 20.000
€ 25.000
€ 25.000
€ 32.000
Vrijstaande woning < 1920
€ 38.000
€ 81.000
€ 63.500
€ 104.500
Tabel 6: Investeringskosten aardgasvrij per woning inclusief afsluitkosten gas en verhogen capaciteit van elektriciteitsnet.
58
5 Inclusief het vervangen van de radiatoren door laagtemperatuur radiatoren.
Tabel 7: Totale investeringskosten per warmteoptie
TRANSITIEVISIE WARMTE
TRANSITIEVISIE WARMTE
59
Bijlage C
1.4.2 Onrendabele top Warmtenet
All-electric
Grootheid
Eenheid
BTW
Waarde Bron / Toelichting
Min
Max
Min
Max
Tarieven
Meergezinswoning ≥ 2005
€ 8.000
€ 14.000
€ 14.500
€ 22.500
Variabel tarief warmte
Euro / GJ
Incl.
25,23
Rijwoning ≥ 2005
€ 15.000
€ 21.000
€ 13.500
€ 21.500
Gemiddelde 5 grootste leveranciers, geïndexeerd volgens CPI
Twee-onder-een-kap ≥ 2005
€ 20.000
€ 26.000
€ 16.000
€ 24.000
Vastrecht warmte
Euro / jr.
Incl.
363,13
Vrijstaande woning ≥ 2005
€ 19.500
€ 25.500
€ 12.000
€ 20.000
Gemiddelde 5 grootste leveranciers, geïndexeerd volgens CPI
Meetkosten warmte
Euro / jr.
Incl.
26,63
Gemiddelde 5 grootste leveranciers, geïndexeerd volgens CPI
Meergezinswoning ≥ 1990 - 2005
€ 9.000
€ 15.000
€ 13.500
€ 26.000
Huur afleverset warmte
Euro / jr.
Incl.
121,20
Rijwoning ≥ 1990 - 2005
€ 17.000
€ 23.000
€ 11.500
€ 24.500
Gemiddelde 5 grootste leveranciers, geïndexeerd volgens CPI
Twee-onder-een-kap ≥ 1990 - 2005
€ 22.500
€ 28.500
€ 13.500
€ 27.000
Kale aardgasprijs
Euro / Nm3
Excl.
0,2485
Vrijstaande woning ≥ 1990 - 2005
€ 23.000
€ 29.000
€ 10.500
€ 25.500
ACM 2020, geïndexeerd conform KEV 2019 (ongeveer 2,1% per jaar)
Energiebelasting aardgas
Euro / Nm3
Excl.
0,3331
Belastingdienst, geïndexeerd conform Klimaatakkoord, daarna volgens CPI
ODE aardgas
Euro / Nm3
Excl.
0,0775
Belastingdienst, geïndexeerd volgens CPI
Totale gasprijs
Euro / Nm3
Incl.
0,7975
Vastrecht gasaansluiting
Euro / jr.
Incl.
185,95
Gemiddelde van 3 grootste regionale netbeheerders
Vastrecht energieleverancier aardgas
Euro / jr.
Incl.
62,82
ACM 2020
Tarief kale elektriciteit
Euro / kWh
Excl.
0,0633
Gemiddelde van 3 grootste leveranciers d.d. 1/1/2020, geïndexeerd conform KEV 2019 (ongeveer 2,1% per jaar)
Energiebelasting elektriciteit
Euro / kWh
Excl.
0,0977
Belastingdienst, geïndexeerd conform Klimaatakkoord, daarna volgens CPI
ODE elektriciteit
Euro / kWh
Excl.
0,0273
Belastingdienst, geïndexeerd volgens CPI
Totale elektriciteitsprijs
Euro / Nm3
Incl.
0,2278
Vastrecht elektriciteitsaansluiting
Euro / jr.
Incl.
212,79
Gemiddelde van 3 grootste regionale netbeheerders
Vastrecht energieleverancier elektriciteit
Euro / jr.
Incl.
42,00
Gemiddelde van 3 grootste energieleveranciers
Meergezinswoning ≥ 1975 - 1990
€ 10.000
€ 22.500
€ 18.500
€ 32.000
Rijwoning ≥ 1975 - 1990
€ 18.000
€ 35.000
€ 18.500
€ 40.500
Twee-onder-een-kap ≥ 1975 - 1990
€ 23.500
€ 41.500
€ 22.000
€ 45.000
Vrijstaande woning ≥ 1975 - 1990
€ 24.000
€ 55.500
€ 25.500
€ 54.500
Meergezinswoning ≥ 1950 - 1975
€ 10.500
€ 18.500
€ 16.000
€ 30.000
Rijwoning ≥ 1950 - 1975
€ 16.000
€ 31.500
€ 17.000
€ 36.000
Twee-onder-een-kap ≥ 1950 - 1975
€ 25.000
€ 38.000
€ 23.500
€ 41.500
Vrijstaande woning ≥ 1950 - 1975
€ 28.500
€ 47.500
€ 26.000
€ 50.500
Meergezinswoning ≥ 1920 - 1950
€ 12.500
€ 33.500
€ 16.500
€ 42.500
Rijwoning ≥ 1920 - 1950
€ 17.000
€ 47.000
€ 17.000
€ 49.500
Twee-onder-een-kap ≥ 1920 - 1950
€ 23.500
€ 53.500
€ 20.000
€ 57.500
Vrijstaande woning ≥ 1920 - 1950
€ 30.500
€ 71.500
€ 23.500
€ 76.000
Meergezinswoning < 1920
€ 15.000
€ 33.000
€ 25.500
€ 42.500
Rijwoning < 1920
€ 23.500
€ 48.000
€ 25.500
€ 49.000
Twee-onder-een-kap < 1920
€ 27.000
€ 55.000
€ 31.000
€ 58.000
Vrijstaande woning < 1920
€ 30.000
€ 70.000
€ 36.000
€ 74.000
Tabel 9 deel1: Technische en financiële parameters
Tabel 8: Onrendabele top warmtetransitie per woningtype (isoleren, ventileren, elektrisch koken en aardgasvrij)
60
TRANSITIEVISIE WARMTE
TRANSITIEVISIE WARMTE
61
Bijlage D
Bijlage D
Technische uitgangpunten warmteopties COP warmtepomp ruimteverwarming
kWh / kWh
n.v.t. 4,0
Gemiddelde van lucht/ water en water/water warmtepomp
COP warmtepomp WTW bereiding
kWh / kWh
n.v.t. 2,0
Gemiddelde van lucht/ water en water/water warmtepomp
Jaarlijkse onderhoudskosten warmtepomp
Euro
Incl.
200
Geïndexeerd volgens CPI
Herinvesteringskosten warmtepomp
Euro
Incl.
5.000
Geïndexeerd volgens CPI
Levensduur warmtepomp
Jaren
n.v.t. 15
Jaarlijkse onderhoudskosten gasketel
Euro
Incl.
100
Gemiddelde kosten van consument en woningcorporatie, geïndexeerd volgens CPI
Herinvesteringskosten gasketel
Euro
Incl.
1.600
Gemiddelde kosten van consument en woningcorporatie, geïndexeerd volgens CPI
Levensduur gasketel
Jaren
n.v.t. 18
Rendement Hr-ketel*
%
n.v.t. 87,01
ACM 2020
Calorische bovenwaarde aardgas
MJ/Nm3
n.v.t. 35,17
Op basis van calorische bovenwaarde aardgas
Consumentenprijsindex
%
n.v.t. 2,0
Disconteringsfactor vastgoedeigenaar
%
n.v.t. 3,0
Verdisconteringsperiode
Jaren
n.v.t. 30
WACC warmtebedrijf
%
n.v.t. 8,5
Volloopsnelheid warmtenet
Jaren
n.v.t
5
Eigenaren sluiten binnen 5 jaar aan.
Aansluitdichtheid warmtenet
%
n.v.t
80
Meer dan 80% van de vastgoedeigenaren/ panden sluit aan.
Financiële uitganspunten netto contante waarde
Deze bijlage behandelt de technische achtergrond bij warmtevraagbeperking, warmteopties en duurzaamheid van warmteopties.
1.1 BEPERKEN VAN DE WARMTEVRAAG
Tabel 9 deel 2: Technische en financiële parameters