2024-11-25 Reactie op het Concept Mobiliteitsplan Hoeksche Waard 2040
Tekst van het document
Reactie op het Concept Mobiliteitsplan Hoeksche Waard 2040 Naar een duurzame, geïntegreerde en toekomstbestendige mobiliteit
Datum: 25 November 2024 Opgesteld door: Hessel Visser
Contactgegevens Ir. ing. H. M. Visser Smidsweg 7A 3295 BT ‘s-Gravendeel E-mail: info@hesselvisser.nl Telefoon: 06 55 10 87 15 Visie "Een regio waarin mobiliteit bijdraagt aan leefbaarheid, duurzaamheid en economische groei, met aandacht voor mens, natuur en innovatie passend in een (inter)nationale context."
1
Inhoudsopgave 1. Inleiding o
1.1 Achtergrond
o
1.2 Doel en reikwijdte van het rapport
o
1.3 Methodologie
2. Analyse van huidige mobiliteit o
2.1 Overzicht modaliteiten
o
2.2 Vergelijking STOMP-model en 11 mobiliteitsvormen
o
2.3 Regionale en lokale uitdagingen
3. Hiaten en tekortkomingen in het huidige plan o
3.1 Beperkingen van het STOMP-model
o
3.2 Onvoldoende aandacht voor multimodaliteit
o
3.3 Missende economische en logistieke aspecten
o
3.4 Sociale en duurzaamheidsuitdagingen
4. Uitbreiding en verbetering van het STOMP-model o
4.1 Integratie van goederen- en personenvervoer
o
4.2 Contextspecifieke prioriteiten voor de Hoeksche Waard
o
4.3 Versterken van synchromodaliteit
5. Aanbevelingen voor infrastructuur en beleid o
5.1 Transferia en multimodale knooppunten
o
5.2 Hoogwaardige fietssnelwegen
o
5.3 Integratie van landbouwvoertuigen en vrachtvervoer
o
5.4 Verbetering van veerdiensten en waterverbindingen
6. Uitvoering en monitoring o
6.1 Projectprioritering en planning
o
6.2 Meetbare doelen en KPI’s
o
6.3 Stakeholderbetrokkenheid en draagvlak
7. Conclusie en toekomstperspectief Bijlagen
2
1 Inleiding 1.1 Achtergrond De Hoeksche Waard staat voor belangrijke uitdagingen en kansen op het gebied van mobiliteit. Als een gebied met een sterke agrarische achtergrond, groeiende bevolking en toenemende logistieke stromen, moet de regio haar mobiliteit op een toekomstbestendige manier organiseren. Het huidige concept-mobiliteitsplan biedt een aanzet, maar laat hiaten zien op het gebied van regionale samenwerking, multimodaliteit, synchromodaliteit, economische integratie en veiligheid. 1.2 Doel en reikwijdte van het rapport Dit rapport heeft als doel om een constructieve basis te bieden voor een herziening van het conceptmobiliteitsplan van de Hoeksche Waard. Hierbij ligt de nadruk op: •
Het analyseren van de huidige mobiliteitsstructuur en het STOMP-model.
•
Het identificeren van tekortkomingen en hiaten in het huidige plan.
•
Het formuleren van concrete aanbevelingen voor een uitgebreid, werkbaar en toekomstbestendig mobiliteitsbeleid.
1.3 Methodologie Het rapport combineert een uitgebreide analyse van het huidige mobiliteitsplan met aanvullende inzichten op basis van regionale en nationale mobiliteitsvisies, zoals de Mobiliteitsnota 2050. Daarnaast worden praktijkvoorbeelden uit andere regio’s, zoals synchromodaliteit in logistiek en hoogwaardige fietssnelwegen, gebruikt als inspiratie. De bevindingen zijn gestructureerd volgens een systematische aanpak, waarbij prioriteiten en uitvoerbare maatregelen centraal staan. Op basis van alle voorgaande informatie is een constructieve reactie geschreven naar de beleidsmakers en de Gemeenteraad om dit concept mobiliteitsplan te gaan aanpassen. Allereerst vraag ik u een heldere indeling te laten maken waarbij de onderwerpen bij voorkeur volgens de DMAIC-aanpak worden uitgewerkt. Hier is een heldere indeling voor een constructieve reactie op het mobiliteitsplan, gebaseerd op de DMAIC-aanpak (Define, Measure, Analyze, Improve, Control). Deze aanpak zorgt voor een gestructureerde en doelgerichte benadering, waarbij u kritisch kunt zijn én constructief blijft.
3
Hoofdstuk 2: Analyse van huidige mobiliteit
2.1 Overzicht modaliteiten De mobiliteit in de Hoeksche Waard wordt gekenmerkt door een diversiteit aan vervoersmodaliteiten, die zowel personen- als goederenvervoer omvatten. In dit rapport onderscheiden we elf modaliteiten die relevant zijn voor het gebied: 1. Voetgangers o
Essentieel voor korte afstanden, met name binnen dorpen en buurtschappen. Vaak beperkt door smalle trottoirs en ontbrekende voetgangersoversteken.
2. Fiets o
Traditioneel populair, maar de infrastructuur is niet altijd veilig of comfortabel, vooral op dijkwegen met gemengd verkeer.
3. E-bikes/scooters o
Steeds belangrijker voor middellange afstanden. Vereist aparte voorzieningen vanwege hogere snelheden en andere gebruikspatronen dan reguliere fietsen.
4. Deelmobiliteit o
Beperkt aanwezig in de Hoeksche Waard. Kan een rol spelen bij het verminderen van de afhankelijkheid van privé-auto’s, maar vraagt om beter toegankelijke hubs en apps.
5. Openbaar vervoer (OV) o
Gereduceerd tot buslijnen die voornamelijk gericht zijn op Rotterdam en Dordrecht. Binnen de regio ontbreekt vaak een fijnmazig OV-netwerk.
6. Mobiliteitsdiensten o
Denk aan flexibele diensten zoals WMO-vervoer, Automaatje en andere lokale initiatieven. Belangrijk voor kwetsbare doelgroepen.
7. Auto o
Dominant vervoermiddel, vooral vanwege de verspreide bebouwing en beperkte alternatieven. De druk op hoofdwegen zoals de A29 en N217 is groot.
8. Landbouwvoertuigen o
Cruciaal voor de agrarische sector in de Hoeksche Waard, maar veroorzaakt soms conflicten op smalle dijken en wegen met gemengd verkeer.
9. Vrachtvervoer o
Belangrijk voor de bevoorrading van bedrijven en de logistieke keten. Vaak afhankelijk van een beperkt aantal wegen, wat leidt tot congestie en slijtage.
10. Pakketbezorging
4
•
Met de groei van e-commerce neemt het verkeer van bestelwagens sterk toe, met gevolgen voor verkeersdrukte en leefbaarheid.
11. Veerdiensten •
Essentieel voor de bereikbaarheid van omliggende gebieden, zoals Spijkenisse en Zwijndrecht. Echter, beperkte vaartijden vormen een knelpunt.
2.2 Vergelijking STOMP-model en 11 mobiliteitsvormen Het STOMP-model (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobiliteitsdiensten, Privé-auto) biedt een hiërarchische aanpak, maar is slechts beperkt toepasbaar in de Hoeksche Waard. Bij vergelijking met de elf mobiliteitsvormen ontstaan de volgende inzichten: 1. Missende modaliteiten in STOMP o
Het model houdt geen rekening met landbouwvoertuigen, vrachtvervoer, pakketbezorging en veerdiensten. Dit zijn echter onmisbare modaliteiten in de Hoeksche Waard.
2. Overschatting van stappen en trappen o
Hoewel voetgangers en fietsen belangrijk zijn, speelt de auto door de rurale opzet een dominantere rol dan het STOMP-model suggereert.
3. Eenzijdige focus op personenvervoer o
Het STOMP-model richt zich op personenmobiliteit en houdt onvoldoende rekening met de logistieke behoeften van de regio, zoals goederenvervoer.
4. Gebrek aan multimodaliteit o
Het STOMP-model negeert kansen voor synchromodale oplossingen, waarbij verschillende modaliteiten worden gecombineerd, zoals OV en fiets, of auto en veerdienst.
Conclusie: Het STOMP-model is een bruikbare basis, maar moet worden uitgebreid en aangepast om recht te doen aan de unieke kenmerken van de Hoeksche Waard.
2.3 Regionale en lokale uitdagingen De mobiliteit in de Hoeksche Waard wordt beïnvloed door een combinatie van interne en externe factoren. De belangrijkste uitdagingen zijn: 1. Regionale knelpunten •
Congestie op de A29 en N217: Deze hoofdaders zijn cruciaal voor de bereikbaarheid van de Hoeksche Waard, maar kampen met toenemende drukte en beperkte capaciteit.
•
Afhankelijkheid van veerdiensten en tunnels: Vertragingen of storingen in de Heinenoordtunnel en Kiltunnel hebben grote gevolgen voor de doorstroming.
5
2. Lokale problematiek •
Verkeersveiligheid op dijkwegen: Smalle wegen met gemengd verkeer leiden tot conflicten tussen fietsers, landbouwvoertuigen en auto's.
•
Beperkte OV-dekking: Vooral kleinere dorpen zijn slecht bereikbaar met openbaar vervoer.
3. Toename van goederenvervoer •
Vrachtverkeer en pakketbezorging: De groei van e-commerce en logistiek zorgt voor extra druk op bestaande wegen, met name in dorpskernen en bij bedrijventerreinen.
4. Gebrek aan multimodale verbindingen •
Ontbreken van transferia: Er zijn geen goed uitgeruste hubs waar verschillende modaliteiten effectief kunnen worden gecombineerd.
•
Weinig aandacht voor fietssnelwegen: Er is onvoldoende hoogwaardige fietsinfrastructuur om fietsen als serieus alternatief te positioneren.
5. Klimaatdoelen en duurzaamheid •
Afhankelijkheid van fossiele brandstoffen: Het huidige mobiliteitssysteem is grotendeels afhankelijk van auto’s en vrachtwagens, wat niet past bij de ambitie om CO2-uitstoot te verminderen.
6. Sociale inclusie •
Beperkte mobiliteit voor kwetsbare groepen: Ouderen en mensen zonder auto hebben moeite om basisvoorzieningen te bereiken, vooral in dunbevolkte gebieden.
Conclusie van hoofdstuk 2: De huidige mobiliteit in de Hoeksche Waard heeft te maken met diverse uitdagingen die niet volledig worden gedekt door het huidige concept-mobiliteitsplan. Het STOMP-model biedt een beginpunt, maar mist belangrijke elementen zoals logistiek, multimodaliteit en synchromodaliteit. Daarnaast is de afhankelijkheid van een beperkt aantal wegen en verbindingen een structureel probleem dat vraagt om gerichte investeringen en een bredere visie.
6
Hoofdstuk 3: Hiaten en tekortkomingen in het huidige plan
3.1 Beperkingen van het STOMP-model Het huidige concept-mobiliteitsplan van de Hoeksche Waard maakt gebruik van het STOMP-model, dat prioriteit geeft aan stappen (voetgangers), trappen (fietsen), openbaar vervoer, mobiliteitsdiensten en privéauto’s. Hoewel dit model bruikbaar is als basis, kent het significante beperkingen: 1. Te beperkte scope o
Het model richt zich voornamelijk op personenmobiliteit en negeert daarmee belangrijke modaliteiten zoals vrachtvervoer, landbouwvoertuigen en pakketbezorging, die essentieel zijn voor de economische structuur van de Hoeksche Waard.
2. Onvoldoende aansluiting op regionale dynamiek o
De Hoeksche Waard is sterk afhankelijk van verbindingen met Rotterdam, Dordrecht en andere omliggende gebieden. Het STOMP-model biedt onvoldoende strategieën om multimodale verbindingen met deze regio’s te versterken.
3. Gebrek aan flexibiliteit voor specifieke behoeften o
Landbouwvoertuigen en veerdiensten vallen buiten de focus van het STOMP-model, terwijl deze modaliteiten een cruciale rol spelen in de lokale context.
4. Geen aandacht voor synchromodaliteit o
Het combineren en afstemmen van verschillende modaliteiten, zoals OV, fiets en auto, ontbreekt volledig in de benadering.
3.2 Onvoldoende aandacht voor multimodaliteit De Hoeksche Waard heeft een grote behoefte aan multimodale en synchromodale oplossingen om de bereikbaarheid en duurzaamheid te verbeteren. Het huidige mobiliteitsplan doet dit onvoldoende: 1. Ontbreken van transferia o
Transferia zouden het mogelijk maken om auto’s te combineren met OV of fietsen. De locatie van het busstation bij de Heinenoordtunnel is een goed voorbeeld, maar dit is onvoldoende ontwikkeld tot een volwaardig multimodaal knooppunt, zodat synchromodale oplossingen gecreëerd kunnen worden .
2. Beperkte integratie van fietsen en OV o
Hoogwaardige fietssnelwegen naar OV-knooppunten ontbreken. Ook is er onvoldoende focus op fietsparkeerplaatsen en aansluiting op veerdiensten.
7
3. Slechte verbindingen voor kwetsbare doelgroepen o
Ouderen en mensen zonder toegang tot een auto hebben moeite om belangrijke voorzieningen te bereiken. Flexibele mobiliteitsdiensten zijn onvoldoende geïntegreerd in het plan.
4. Geen visie op synchromodaliteit o
Het plan laat kansen liggen om goederentransport en personenvervoer op elkaar af te stemmen. Dit kan door het ontwikkelen van logistieke hubs, gecombineerd met personenvervoer, zoals in een "hub-and-spoke"-model.
3.3 Missende economische en logistieke aspecten De Hoeksche Waard speelt een cruciale rol in regionale logistieke ketens en economische activiteiten. Het mobiliteitsplan laat belangrijke kansen liggen om deze dimensies te versterken: 1. Verbinding met economische hotspots o
Het plan houdt onvoldoende rekening met regionale en nationale trends, zoals de plannen voor de A4-Zuid, de 3e Maasvlakte en de groei van de logistieke sector. De aansluiting op logistieke corridors wordt niet behandeld.
2. Onderschatting van vrachtverkeer en pakketbezorging o
Met de groei van e-commerce neemt het verkeer van pakketbezorgers sterk toe. Het mobiliteitsplan heeft geen strategie om dit verkeer te stroomlijnen of de impact op dorpskernen te minimaliseren.
3. Gebrek aan hubs voor goederenvervoer o
Er is geen aandacht voor het ontwikkelen van logistieke hubs die vrachtverkeer uit dorpskernen kunnen halen en regionale samenwerking kunnen versterken.
4. Belemmeringen voor landbouwvoertuigen o
Het plan negeert de specifieke behoeften van landbouwvoertuigen, die vaak conflicteren met andere weggebruikers op smalle dijken.
3.4 Sociale en duurzaamheidsuitdagingen Het mobiliteitsplan mist een concrete aanpak voor sociale inclusie en duurzaamheid, wat essentieel is voor de toekomstbestendigheid van het beleid: 1. Sociale inclusie o
De beperkte bereikbaarheid van kleine dorpen en buurtschappen maakt het moeilijk voor kwetsbare groepen om deel te nemen aan de samenleving. Het plan biedt geen oplossingen voor mobiliteitsarmoede. 8
2. Duurzaamheid o
Hoewel duurzaamheid wordt genoemd als een ambitie, bevat het plan weinig concrete maatregelen om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen of de uitstoot van CO2 door verkeer significant te verlagen.
3. Gebrek aan gedragsverandering o
Het stimuleren van duurzame mobiliteit, zoals fietsen en OV, vraagt om gerichte campagnes en beleidsmaatregelen. Deze ontbreken in het plan.
Conclusie van hoofdstuk 3 Het concept-mobiliteitsplan van de Hoeksche Waard bevat duidelijke hiaten op het gebied van multimodaliteit, economische koppelingen, sociale inclusie en duurzaamheid. Het STOMP-model, hoewel nuttig als uitgangspunt, moet worden uitgebreid met een bredere visie die synchromodaliteit en regionale samenwerking centraal stelt. Zonder deze aanpassingen blijft het plan onvoldoende afgestemd op de specifieke behoeften en uitdagingen van de Hoeksche Waard. De volgende hoofdstukken zullen ingaan op mogelijke verbeteringen en oplossingen.
9
Hoofdstuk 4: Uitbreiding en verbetering van het STOMP-model
4.1 Integratie van goederen- en personenvervoer Het STOMP-model (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobiliteitsdiensten, Privéauto) legt de nadruk op personenvervoer, maar mist een visie op goederenvervoer en de interactie tussen beide. Het combineren van deze vervoersstromen kan leiden tot efficiëntere en duurzamere mobiliteit. •
•
Huidige situatie: o
Goederenvervoer wordt grotendeels apart benaderd, wat leidt tot inefficiënt gebruik van infrastructuur en congestie.
o
Personenvervoer en goederenlogistiek delen dezelfde wegen, maar zijn onvoldoende op elkaar afgestemd.
Aanbevelingen: o
Hub-and-spoke-model toepassen: Combineer logistieke hubs met multimodale transferia om vrachtvervoer, pakketbezorging en personenvervoer beter te integreren.
o
Duurzame bezorging: Stimuleer elektrische voertuigen en deelmobiliteit voor laatstemijloplossingen.
o
Autonome voertuigen: Onderzoek de inzet van autonome voertuigen voor zowel personen- als goederenvervoer op speciale banen.
4.2 Contextspecifieke prioriteiten voor de Hoeksche Waard De Hoeksche Waard heeft unieke kenmerken, zoals smalle dijken, een agrarisch landschap en beperkte OV-dekking. Een aanpassing van het STOMP-model aan de lokale situatie is noodzakelijk. •
•
•
Voetgangers en fietsers: o
Prioriteer de aanleg van veilige fietssnelwegen tussen kernen en naar regionale hubs zoals Rotterdam Zuidplein en Dordrecht.
o
Creëer verkeersluwe zones in dorpskernen om voetgangers meer ruimte te geven.
Openbaar vervoer: o
Versterk het OV-netwerk door sneldiensten in te voeren naar Rotterdam en Dordrecht via speciale busbanen.
o
Introduceer flexibele mobiliteitsdiensten zoals buurtbussen en elektrische deelvoertuigen in dunbevolkte gebieden.
Privéauto’s: o
Beperk autogebruik in dorpskernen door betere alternatieven aan te bieden.
o
Zorg voor betere doorstroming op knooppunten zoals de A29-N217.
10
•
Veerdiensten: o
Verbind veerdiensten beter met andere modaliteiten door integratie in multimodale knooppunten.
4.3 Versterken van synchromodaliteit Synchromodaliteit biedt flexibiliteit door realtime te schakelen tussen modaliteiten, afhankelijk van capaciteit, kosten en duurzaamheid. Dit concept kan het STOMP-model naar een hoger niveau tillen. •
•
•
Integratie van modaliteiten: o
Ontwikkel een centraal mobiliteitsplatform waarin gebruikers realtime synchromodale opties kunnen plannen en boeken.
o
Stimuleer samenwerking tussen vervoerders om gegevens over capaciteit en routes te delen.
Technologische innovatie: o
Implementeer slimme verkeerssystemen die verkeer dynamisch sturen en prioriteit geven aan duurzame modaliteiten.
o
Gebruik AI en data-analyse om knelpunten te voorspellen en routes te optimaliseren.
Duurzaamheid en inclusie: o
Maak synchromodaliteit toegankelijk voor alle inwoners, inclusief kwetsbare groepen zoals ouderen en scholieren.
o
Integreer synchromodaliteit in de logistieke ketens van de agrarische en industriële sectoren in de Hoeksche Waard.
Conclusie van hoofdstuk 4 Het STOMP-model biedt een solide basis voor duurzaam mobiliteitsbeleid, maar moet worden uitgebreid om goederenvervoer en synchromodaliteit te integreren. Door de unieke context van de Hoeksche Waard in ogenschouw te nemen en te investeren in technologie en samenwerking, kan een toekomstbestendig mobiliteitssysteem worden gerealiseerd dat efficiëntie, duurzaamheid en inclusiviteit combineert.
11
Hoofdstuk 5: Aanbevelingen voor infrastructuur en beleid
5.1 Transferia en multimodale knooppunten Transferia zijn cruciaal voor een efficiënte overstap tussen modaliteiten en kunnen dienen als hubs voor zowel personen- als goederenvervoer. •
Aanbevelingen: o
Locaties: Creëer transferia op strategische locaties zoals de kruising A29-N217, OudBeijerland, en Numansdorp. Deze locaties bieden een logische koppeling tussen autoverkeer, openbaar vervoer, fietssnelwegen en deelmobiliteit.
o
Faciliteiten: Zorg voor voldoende parkeerplaatsen, laadpalen, fietsparkeerplaatsen, en ruimtes voor deelmobiliteit (zoals elektrische fietsen en deelauto’s).
o
Integratie: Gebruik transferia als logistieke hubs, met een koppeling aan pakketbezorgdiensten en kleine vrachtvervoeropties.
o
Synchromodaliteit: Ontwikkel een digitaal platform dat realtime inzicht biedt in multimodale reismogelijkheden en reserveringen voor vervoer en parkeren.
5.2 Hoogwaardige fietssnelwegen Fietssnelwegen kunnen duurzame mobiliteit bevorderen en zijn van groot belang voor regionale en lokale verplaatsingen. •
Aanbevelingen: o
o
o
Routeprioriteiten: ▪
Oud-Beijerland ↔ Rotterdam Zuidplein.
▪
Oud-Beijerland ↔ Dordrecht.
▪
Strijen ↔ Klaaswaal ↔ Oud-Beijerland.
▪
Puttershoek ↔ Heinenoord ↔ Blaaksedijk.
Kwaliteitseisen: ▪
Brede en vrij liggende fietspaden, met minimale kruisingen met autoverkeer.
▪
Duidelijke bewegwijzering en goede verlichting.
▪
Oplaadpunten voor elektrische fietsen langs de routes.
Integratie: ▪
Koppel fietssnelwegen aan transferia en multimodale knooppunten.
▪
Zorg voor aansluiting op recreatieve fietsroutes en lokale fietspaden.
12
5.3 Integratie van landbouwvoertuigen en vrachtvervoer De Hoeksche Waard heeft een sterke agrarische en logistieke sector, waardoor een betere integratie van landbouw- en vrachtvervoer in het mobiliteitssysteem essentieel is. •
Aanbevelingen: o
o
o
Landbouwverkeer: ▪
Stel aparte landbouwcorridors in, waar landbouwvoertuigen geen hinder veroorzaken voor gemengd verkeer.
▪
Optimaliseer bestaande routes op basis van gebruiksdata en behoeften van de sector.
Vrachtvervoer: ▪
Leid vrachtverkeer via hoofdwegen en vermijd sluipverkeer door dorpen en dijken met slimme navigatie-oplossingen.
▪
Faciliteer hubs waar vrachtwagens kunnen overstappen op kleinere, emissievrije voertuigen voor de laatste kilometers.
Infrastructuur: ▪
Versterk de capaciteit van hoofdwegen zoals de A29 en N217 voor zwaar verkeer.
▪
Introduceer slimme handhaving om snelheden en routes van landbouw- en vrachtvervoer te reguleren.
5.4 Verbetering van veerdiensten en waterverbindingen De veerdiensten in de Hoeksche Waard spelen een belangrijke rol in de regionale mobiliteit en bieden kansen voor betere verbindingen en integratie met andere modaliteiten. •
Aanbevelingen: o
o
o
Frequentie en capaciteit: ▪
Verhoog de frequentie van veerdiensten tijdens spitsuren om reistijden te verkorten.
▪
Breid de capaciteit van veerdiensten uit voor fietsen en elektrische voertuigen.
Duurzaamheid: ▪
Introduceer emissievrije veerdiensten, zoals elektrische of waterstofschepen.
▪
Combineer passagiers- en goederenvervoer op veerdiensten om efficiëntie te vergroten.
Integratie:
13
o
▪
Sluit veerdiensten beter aan op openbaar vervoer, met wachtruimtes en overstapmogelijkheden bij aanlegplaatsen.
▪
Introduceer ticketintegratie met OV en andere modaliteiten via een digitaal platform.
Nieuwe verbindingen: ▪
Onderzoek nieuwe waterverbindingen naar Dordrecht, Rotterdam en Goeree-Overflakkee.
Conclusie van hoofdstuk 5 De infrastructuur in de Hoeksche Waard kan aanzienlijk worden verbeterd door transferia, fietssnelwegen, landbouwcorridors en geoptimaliseerde veerdiensten in te voeren. Deze aanbevelingen bieden niet alleen oplossingen voor de huidige knelpunten, maar dragen ook bij aan een toekomstbestendig, duurzaam en geïntegreerd mobiliteitssysteem.
14
Hoofdstuk 6: Uitvoering en monitoring
6.1 Projectprioritering en planning Voor de succesvolle implementatie van het mobiliteitsplan is een gefaseerde aanpak essentieel. Prioriteiten moeten worden gesteld op basis van urgentie, haalbaarheid en impact. •
Fasen van uitvoering: o
o
o
•
Fase 1 (0-5 jaar): ▪
Realisatie van strategische transferia bij de A29-N217 en Oud-Beijerland.
▪
Verbetering van fietsinfrastructuur, met focus op hoofdroutes tussen de kernen.
▪
Invoeren van pilotprojecten voor deelmobiliteit en flexibele OV-diensten.
Fase 2 (5-10 jaar): ▪
Integratie van landbouwcorridors en vrachtverkeerhubs.
▪
Verbetering van veerdiensten en realisatie van emissievrije veerboten.
▪
Aanleg van hoogwaardige fietssnelwegen naar Dordrecht en Rotterdam.
Fase 3 (10+ jaar): ▪
Aanpassing van de A29-N217-knoop met synchromodale faciliteiten.
▪
Realisatie van een volledig geïntegreerd synchromodaal platform.
▪
Evaluatie en verdere optimalisatie van de infrastructuur.
Planningscriteria: o
Impact op verkeersveiligheid: Projecten die gevaarlijke knelpunten oplossen, krijgen prioriteit.
o
Bijdrage aan duurzaamheid: Voorstellen die CO₂-uitstoot significant verlagen, worden versneld uitgevoerd.
o
Regionale samenwerking: Projecten met brede ondersteuning van omliggende gemeenten en provincies hebben voorrang.
15
6.2 Meetbare doelen en KPI’s Om de voortgang van het mobiliteitsplan te bewaken, is het cruciaal om meetbare doelen te stellen en regelmatig te monitoren. •
Voorstel voor KPI’s: o
o
o
o
•
Duurzaamheid: ▪
Vermindering van CO₂-uitstoot door vervoer met 25% in 2030 ten opzichte van 2020.
▪
Aandeel van emissievrije voertuigen verhogen tot 50% in 2035.
Verkeersveiligheid: ▪
Aantal verkeersongevallen reduceren met 50% in 2030.
▪
Verbetering van de infrastructuur in minimaal 80% van de schoolomgevingen.
Bereikbaarheid: ▪
Verhoging van OV-gebruik met 20% in 2030.
▪
Realisatie van drie hoogwaardige fietssnelwegen vóór 2030.
Efficiëntie: ▪
Reductie van doorlooptijden voor vrachtverkeer met 15% door verbeterde logistieke hubs.
▪
Integratie van minimaal vijf modaliteiten in het synchromodale platform.
Monitoringstrategie: o
Gebruik van data-analyse en slimme sensoren op strategische locaties.
o
Publiceren van jaarlijkse voortgangsrapporten met realisatiepercentages en updates.
6.3 Stakeholderbetrokkenheid en draagvlak Het succes van het mobiliteitsplan hangt af van samenwerking en participatie van verschillende belanghebbenden, zowel lokaal als regionaal. •
Betrokken stakeholders: o
o
Lokale gemeenschap: ▪
Organiseer dorpsbijeenkomsten en participatieavonden om bewoners te betrekken bij besluitvorming.
▪
Implementeer een feedbacksysteem waarin inwoners knelpunten kunnen melden.
Ondernemers en logistieke sector:
16
o
o
▪
Werk samen met landbouwers en transportbedrijven voor het ontwerp van landbouwcorridors en vrachtvervoerhubs.
▪
Stimuleer bedrijven om over te schakelen naar elektrische of waterstofvoertuigen.
Regionale en landelijke overheid: ▪
Zoek actieve samenwerking met omliggende gemeenten, de provincie ZuidHolland en het Rijk om synergie te creëren.
▪
Gebruik subsidies en fondsen van het Rijk en de EU voor duurzame mobiliteitsprojecten.
Onderwijs- en onderzoeksinstellingen: ▪
•
Betrek hogescholen en universiteiten bij het testen van innovatieve oplossingen, zoals autonome voertuigen of AI-gestuurde verkeerssystemen.
Communicatiestrategie: o
Ontwikkel een digitaal platform voor transparante communicatie over de voortgang van projecten.
o
Creëer bewustwordingscampagnes om gedragsverandering te stimuleren, zoals fietsen of carpoolen.
Conclusie van hoofdstuk 6 De uitvoering van het mobiliteitsplan vereist een systematische aanpak met duidelijke prioriteiten, meetbare doelen en betrokkenheid van alle stakeholders. Door concrete fasering, KPI’s en monitoringmechanismen te introduceren, kan de Hoeksche Waard een toekomstbestendig en duurzaam mobiliteitssysteem realiseren.
17
Hoofdstuk 7: Conclusie en toekomstperspectief
7.1 Conclusie Het mobiliteitsplan voor de Hoeksche Waard biedt een kader voor het ontwikkelen van een duurzaam, veilig en toekomstbestendig mobiliteitssysteem. In de analyse zijn zowel de lokale als regionale uitdagingen zorgvuldig in kaart gebracht, waarbij duidelijk is dat de huidige infrastructuur op meerdere vlakken tekortschiet. Door de integratie van een bredere visie, die verder gaat dan het STOMP-model, en de koppeling aan landelijke ontwikkelingen, wordt een solide basis gelegd voor verbetering. De belangrijkste inzichten en aanbevelingen: •
Brede mobiliteitsvisie: De integratie van goederenvervoer, landbouwverkeer en personenmobiliteit is essentieel om de economische en sociale leefbaarheid van de Hoeksche Waard te waarborgen.
•
Focus op duurzaamheid: Hoogwaardige fietssnelwegen, emissievrije veerdiensten en synchromodale knooppunten zijn speerpunten in de verduurzaming van het mobiliteitssysteem.
•
Regionale samenwerking: De Hoeksche Waard kan niet geïsoleerd opereren; samenwerking met omliggende regio’s en het Rijk is cruciaal voor de realisatie van grootschalige infrastructuurprojecten, zoals de A4-Zuid en verbeteringen aan de A29.
•
Maatwerk en inclusiviteit: Het plan biedt oplossingen voor zowel grootschalige uitdagingen als de specifieke behoeften van dorpen, buurtschappen en diverse gebruikersgroepen.
7.2 Toekomstperspectief Het mobiliteitsplan richt zich niet alleen op het aanpakken van bestaande problemen, maar legt ook de basis voor een flexibele en veerkrachtige mobiliteitsstructuur die kan inspelen op toekomstige ontwikkelingen. •
•
Innovatie en technologie: o
De integratie van autonome voertuigen, slimme verkeerssystemen en AI-gestuurde logistiek kan bijdragen aan een efficiënter mobiliteitssysteem.
o
Synchromodaliteit, ondersteund door digitale platforms, zal een centrale rol spelen in het optimaliseren van vervoersstromen.
Duurzame transitie: o
De overstap naar zero-emissie voertuigen, gecombineerd met gedragsverandering en actieve mobiliteit (fietsen, wandelen), zorgt voor een significante vermindering van de milieu-impact.
o
De koppeling van mobiliteit aan klimaatadaptatie, zoals vergroening van infrastructuur en slimme watermanagementsystemen, draagt bij aan een toekomstbestendige regio. 18
•
•
Verbinding met landelijke en internationale trends: o
Projecten zoals de 5-minutenspoorverbindingen tussen hotspots en de mogelijke komst van een derde Maasvlakte benadrukken de noodzaak voor de Hoeksche Waard om actief in te spelen op nationale en internationale logistieke dynamiek.
o
Door een sterke positie in te nemen in de regionale infrastructuur, kan de Hoeksche Waard een cruciale schakel worden in zowel de Randstad als het logistieke netwerk van Noordwest-Europa.
Visie op leefbaarheid: o
Het creëren van aantrekkelijke, verkeersveilige dorpen en buurtschappen blijft een kernpunt. Mobiliteit moet bijdragen aan de kwaliteit van leven, zonder de unieke landschappelijke waarden van de regio aan te tasten.
o
Door verbeteringen aan mobiliteit te koppelen aan wonen, werken, recreëren en evacueren, wordt een integraal plan gerealiseerd dat een breed maatschappelijk draagvlak heeft.
7.3 Oproep tot actie De toekomst van mobiliteit in de Hoeksche Waard vraagt om moedige keuzes en een actieve aanpak. Het is nu aan de beleidsmakers, stakeholders en inwoners om samen te werken aan de uitvoering van dit plan. De prioriteit moet liggen bij: 1. Het veiligstellen van de benodigde financiële en juridische middelen. 2. Het versterken van samenwerkingen op regionaal, nationaal en Europees niveau. 3. Het monitoren en waar nodig bijsturen van de uitvoering om flexibel in te spelen op nieuwe uitdagingen en kansen.
Slotwoord Dit mobiliteitsplan is niet het eindpunt, maar een begin van een langetermijnvisie waarin de Hoeksche Waard een voorbeeldregio kan worden op het gebied van duurzame en geïntegreerde mobiliteit. Samenwerking, innovatie en daadkracht zullen de sleutels zijn tot het succes van deze ambitie.
19
Bijlage 1 Uitwerking van het verbeterproces aan de hand van het DMAIC-model Define, Measure, Analyse, Improve en Control 1. Define: Het probleem definiëren Doelstelling: •
Duidelijk maken wat de visie van het mobiliteitsplan zou moeten omvatten: een integrale aanpak die rekening houdt met lokale, regionale en nationale belangen, en aansluit bij de toekomstbestendige behoeften van alle gebruikers.
Probleemstelling: •
Het huidige plan richt zich voornamelijk op lokale verkeersvraagstukken binnen de Hoeksche Waard, maar negeert grotendeels: o
De impact van regionale en landelijke ontwikkelingen, zoals de A4-Zuid, Blankenburgtunnel en mogelijk derde Maasvlakte.
o
Het belang van multimodaliteit en synchromodaliteit in vervoer.
o
Een samenhangende visie op alle aspecten van mobiliteit, zoals wonen, werken, transporteren, recreëren en evacueren.
o
Toekomstige trends, zoals verduurzaming, technologische innovatie (autonome voertuigen), en veranderende werkpatronen.
Opdracht aan de beleidsmakers: •
Het plan herzien met een breder perspectief dat alle relevante aspecten en modaliteiten omvat.
2. Measure: Wat is de huidige situatie? Kwetsbaarheden in het huidige plan: •
Regionale aansluiting: Het plan beschouwt de hoofdverkeersroutes (A29, N217) te geïsoleerd en biedt onvoldoende oplossingen voor bottlenecks zoals de Heinenoordtunnel en aansluiting op Dordrecht en Rotterdam.
•
Lokale problemen: Er zijn praktische knelpunten benoemd, maar de oplossingen blijven beperkt tot traditionele benaderingen, zoals snelheidsverlagingen en herinrichting.
•
Modaliteiten: De nadruk ligt sterk op auto’s en fietsen, terwijl andere modaliteiten (zoals OV, vrachtvervoer, en veerdiensten) onderbelicht blijven.
Gemiste kansen: •
Hubs en multimodaliteit: Het plan biedt geen concrete voorstellen voor transferia of hubs die verschillende modaliteiten efficiënt kunnen verbinden.
•
Fietssnelwegen: Er is geen ambitie uitgesproken om een fietssnelwegennetwerk te ontwikkelen dat aansluit op regionale knooppunten.
20
•
Evacuatie: De rol van mobiliteit bij noodsituaties is volledig genegeerd.
•
Synchromodaliteit: Geen visie op logistiek en het combineren van personen- en goederenvervoer.
Positieve punten: •
Verkeersveiligheid: Het plan zet in op 30 km/u zones en betere voorzieningen voor kwetsbare weggebruikers.
•
Duurzaamheid: Het stimuleert fietsen en openbaar vervoer, hoewel dit meer uitgewerkt kan worden.
3. Analyze: Wat zijn de oorzaken van de huidige situatie? Hoofdredenen: 1. Gebrek aan regionale afstemming: Het plan lijkt weinig rekening te houden met beleidsontwikkelingen in omliggende gebieden, zoals de plannen voor de A4-Zuid en Blankenburgtunnel. 2. Ontbrekende visie op synchromodaliteit: Er wordt niet gekeken naar slimme logistieke oplossingen die de regio economisch sterker maken. 3. Beperkte integratie van activiteiten: Aspecten zoals leren, recreëren en evacueren worden onvoldoende gekoppeld aan mobiliteitsvraagstukken. Gevolgen: •
Verminderde bereikbaarheid: Zonder integrale oplossingen blijven bottlenecks zoals de A29 en N217 bestaan, met negatieve gevolgen voor de regio en de landelijke doorstroming.
•
Leefbaarheid onder druk: Het risico op sluipverkeer door dorpen neemt toe, zeker als grote infrastructurele plannen zoals de A4-Zuid doorgaan zonder extra aanpassingen.
•
Economische nadelen: Gebrekkige logistieke infrastructuur beperkt de aantrekkelijkheid van de Hoeksche Waard voor bedrijven en investeerders.
4. Improve: Voorstellen voor verbetering Strategische verbeteringen: 1. Regionale samenwerking versterken: o
Werk samen met omliggende gemeenten, de provincie, en Rijkswaterstaat om een visie te ontwikkelen waarin regionale verbindingen, zoals de A4-Zuid en derde Maasvlakte, worden geïntegreerd.
o
Ontwikkel een masterplan voor de A29 en N217 dat rekening houdt met toekomstige verkeersstromen.
2. Introduceer hubs en synchromodale oplossingen: o
Realiseer transferia bij belangrijke knooppunten zoals de A29/N217 en Numansdorp. 21
o
Koppel personenvervoer (fietsen, OV) en goederenstromen (logistieke hubs) aan deze transferia.
3. Fiets- en OV-infrastructuur versterken: o
Ontwikkel fietssnelwegen tussen de Hoeksche Waard en Rotterdam/Dordrecht.
o
Introduceer hoogfrequente busdiensten met dedicated busbanen tussen regionale knooppunten.
4. Duurzaamheid en innovatie stimuleren: o
Faciliteer elektrische voertuigen door extra laadpalen te plaatsen.
o
Onderzoek autonome shuttles of lange elektrische bussen voor regionale verbindingen.
5. Evacuatieplannen integreren: o
Betrek evacuatiescenario’s expliciet in het mobiliteitsplan, inclusief de rol van veerdiensten en multimodale hubs.
Concrete projecten: •
Verbeter de aansluiting van de N217 op de A29 door een ongelijkvloerse kruising te realiseren.
•
Ontwikkel recreatieve hubs gekoppeld aan fietssnelwegen en OV, bijvoorbeeld bij natuurgebieden.
5. Control: Hoe borg je deze verbeteringen? Monitoring en evaluatie: •
Ontwikkel een dashboard met kernindicatoren zoals verkeersdoorstroming, CO2-uitstoot, en gebruik van OV en fietsinfrastructuur.
•
Evalueer periodiek de impact van nieuwe infrastructuur op regionale en lokale mobiliteit.
Stakeholderbetrokkenheid: •
Stel een regionaal overlegplatform in, waarin gemeenten, provincie, en relevante partijen zoals het Havenbedrijf en Rijkswaterstaat vertegenwoordigd zijn.
•
Organiseer publieke consultaties en werk met lokale bewoners aan oplossingen voor verkeersdrukte en leefbaarheid.
Langetermijnplanning: •
Stel een integrale mobiliteitsvisie op tot 2050 die aansluit bij landelijke en Europese mobiliteitsdoelen.
22
Eindboodschap Door het mobiliteitsplan uit te breiden met een bredere visie en innovatieve oplossingen, kan de Hoeksche Waard zich ontwikkelen tot een regio die zowel lokaal leefbaar als regionaal verbonden is. Dit vraagt om een herziening die verder kijkt dan de dijken en aansluit bij de toekomstbestendige mobiliteitseisen van de 21e eeuw. Ik hoop dat dit raamwerk u helpt bij het schrijven van een overtuigende en constructieve reactie aan de beleidsmakers.
23
Bijlage 2: Beschrijf het conceptrapport van de gemeente als een SWOT-analyse. Hier is een SWOT-analyse van het concept-mobiliteitsrapport van de gemeente Hoeksche Waard, gebaseerd op uw eerdere opmerkingen en de matrix:
Strengths (Sterktes): 1. Focus op verkeersveiligheid: Het plan erkent het belang van veilige infrastructuur, met name door lagere snelheden (zoals 30 km/u zones) en betere voorzieningen voor kwetsbare verkeersdeelnemers zoals voetgangers en fietsers. 2. Aandacht voor duurzaamheid: Er is een expliciete focus op duurzame mobiliteit, met nadruk op fietsen en het bevorderen van openbaar vervoer. 3. Lokaal georiënteerd: Het rapport biedt concrete oplossingen voor lokale verkeersknelpunten, zoals verkeersdrukte in dorpskernen en sluipverkeer over dijkwegen. 4. Betrokkenheid van bewoners: Het rapport noemt de inspraak en participatie van inwoners, wat zorgt voor lokale legitimiteit en draagvlak. 5. Milieuvriendelijke keuzes: Het plan benadrukt het belang van CO2-reductie en hernieuwbare energie, met initiatieven zoals laadpalen voor elektrische voertuigen.
Weaknesses (Zwaktes): 1. Gebrek aan regionale en nationale integratie: o
Het plan heeft weinig oog voor de impact van regionale infrastructuurprojecten, zoals de A4-Zuid, Blankenburgtunnel, en derde Maasvlakte.
o
Er is een gemis aan afstemming met landelijke beleidskaders en regionale behoeften.
2. Beperkte multimodaliteit: o
Er is te weinig aandacht voor transferia en synchromodale hubs die modaliteiten kunnen verbinden.
o
De rol van logistieke netwerken en vrachtverkeer wordt nauwelijks geïntegreerd in de visie.
3. Geen focus op toekomstige trends: o
Innovatieve technologieën, zoals autonome voertuigen of digitale verkeerssystemen, worden niet genoemd.
o
Het rapport speelt niet voldoende in op demografische en economische veranderingen, zoals de groei van e-commerce en thuiswerken.
4. Evacuatiebeleid onderbelicht: Het plan gaat nauwelijks in op de mobiliteitsuitdagingen tijdens calamiteiten of evacuatiescenario’s. 5. Onvoldoende aandacht voor recreatief verkeer: Fietssnelwegen en verbindingen naar recreatieve gebieden worden niet voldoende uitgewerkt. 24
Opportunities (Kansen): 1. Integratie van regionale infrastructuur: o
Door samen te werken met omliggende gemeenten en Rijkswaterstaat kunnen projecten zoals de A4-Zuid en verbeteringen aan de A29 en N217 beter worden benut.
2. Fietssnelwegen en hubs: o
Het ontwikkelen van hoogwaardige fietsinfrastructuur (zoals fietssnelwegen) kan duurzaam vervoer stimuleren.
o
Transferia kunnen de Hoeksche Waard verbinden met Rotterdam, Dordrecht en andere regionale knooppunten.
3. Innovatie en duurzaamheid: o
Door in te zetten op autonome bussen en elektrische voertuigen kan de regio koploper worden in duurzame mobiliteit.
o
Synchromodaliteit (combinatie van goederen- en personenvervoer) biedt kansen om de logistieke efficiëntie te verbeteren.
4. Versterken van openbaar vervoer: o
Hoogfrequente busnetwerken (zoals in Eindhoven) of flexibele OV-oplossingen kunnen de regio aantrekkelijker maken voor forenzen en bewoners.
5. Regionale toerismeboost: o
Betere recreatieve verbindingen kunnen de regio aantrekkelijker maken voor toeristen, met positieve economische effecten.
Threats (Bedreigingen): 1. Bottlenecks in infrastructuur: o
Zonder uitbreiding of verbetering van de A29 en N217 blijft de bereikbaarheid van de regio onder druk staan, met risico’s op congestie en economische schade.
2. Gebrek aan financiering: o
Het realiseren van grote projecten, zoals fietssnelwegen of transferia, vereist aanzienlijke investeringen die mogelijk niet beschikbaar zijn.
3. Demografische uitdagingen: o
Vergrijzing en veranderende woonpatronen kunnen leiden tot hogere mobiliteitsbehoeften, vooral voor ouderen en minder mobiele inwoners.
4. Klimaatverandering:
25
o
Stijgende zeespiegels en hevigere weersomstandigheden kunnen extra druk leggen op dijken en infrastructuur, met mobiliteitsrisico’s als gevolg.
5. Concurrentie met andere regio’s: o
Zonder sterke mobiliteitsoplossingen kan de Hoeksche Waard minder aantrekkelijk worden voor bedrijven en bewoners in vergelijking met omliggende gebieden zoals Rotterdam of Dordrecht.
Conclusie en Aanbeveling: De SWOT-analyse benadrukt dat het mobiliteitsplan sterke punten heeft in termen van duurzaamheid en verkeersveiligheid, maar dat het onvoldoende inspeelt op regionale verbindingen, technologische trends en economische kansen. Door zich te richten op regionale integratie, synchromodaliteit en innovatieve oplossingen, kan het plan worden versterkt om zowel lokale als nationale mobiliteitsdoelen te realiseren.
26
Bijlage 3: Rapportverbetering Wat zou er in het conceptrapport veranderd moeten worden om het als een werkbaar beleidsdocument voor de gemeente en de gemeenteraad geschikt te maken? Om het conceptrapport te transformeren tot een werkbaar beleidsdocument dat geschikt is voor de gemeente en gemeenteraad, moeten de volgende verbeteringen en aanpassingen worden doorgevoerd:
1. Strategische focus uitbreiden Integrale visie op regionale en nationale context: •
Incorporeren van regionale plannen: Integreer de impact van grote regionale en nationale projecten zoals de A4-Zuid, Blankenburgtunnel en derde Maasvlakte. Voeg een specifieke sectie toe waarin deze ontwikkelingen worden besproken, inclusief hun effecten op de Hoeksche Waard.
•
Afstemming op landelijke mobiliteitsdoelen: Koppel het beleid aan landelijke kaders, zoals de Mobiliteitsnota 2050 en het streven naar synchromodaliteit en klimaatneutraliteit.
•
Hoofdverkeersroutes: Stel een strategisch plan op voor verbeteringen aan de A29 en N217, met aandacht voor zowel doorstroming als verkeersveiligheid.
2. Verbeterde multimodaliteit Focus op synchromodaliteit: •
Introduceer het concept van transferia (bijvoorbeeld bij de A29/N217-kruising en Numansdorp) om modaliteiten zoals OV, fiets, en vrachtvervoer beter te koppelen.
•
Integreer personenvervoer met goederenstromen op hubs, gericht op efficiënt ruimtegebruik en duurzaamheid.
Uitwerken van fietssnelwegen: •
Ontwikkel een visie op fietssnelwegen die de Hoeksche Waard verbinden met Rotterdam, Dordrecht en andere regionale knooppunten.
•
Combineer fietssnelwegen met recreatieve routes en multimodale hubs.
Aandacht voor toekomstgericht OV: •
Stel een plan op voor een hoogfrequent en flexibel OV-netwerk, bijvoorbeeld met lange elektrische bussen op dedicated busbanen.
•
Introduceer flexibele OV-oplossingen, zoals vraaggestuurd vervoer in minder dichtbevolkte gebieden.
27
3. Activiteiten breder belichten Integreren van alle mobiliteitsaspecten: Voeg een expliciete analyse toe waarin wonen, werken, transporteren, winkelen, leren, recreëren en evacueren gekoppeld worden aan de mobiliteitsbehoeften en de beschikbare modaliteiten. Gebruik hiervoor een matrix (zoals eerder opgesteld) om beleidsmaatregelen beter te onderbouwen. Evacuatieplannen opnemen: •
Voeg een sectie toe over evacuatieplanning, met scenario’s voor natuurrampen en andere crisissituaties.
•
Zorg dat multimodale hubs en veerdiensten een rol krijgen in evacuatiescenario’s.
4. Duurzaamheid en innovatie versterken Concretere duurzaamheidsmaatregelen: •
Stel een tijdlijn op voor CO2-reductie in de regio, gekoppeld aan concrete projecten zoals meer laadpalen, fietsinfrastructuur en elektrische OV-mogelijkheden.
•
Overweeg pilotprojecten voor autonome voertuigen en slimme verkeerssystemen.
Innovatie in logistiek: •
Integreer slimme logistieke oplossingen, zoals hubs en "last-mile"-concepten voor zowel vracht- als pakketvervoer.
•
Betrek de logistieke sector bij de ontwikkeling van synchromodale strategieën.
5. Praktische haalbaarheid en financiering Realistische planning en prioritering: •
Maak een duidelijke fasering in de uitvoering van het plan: wat wordt op korte, middellange en lange termijn aangepakt?
•
Focus eerst op de meest urgente problemen, zoals bottlenecks bij de A29, N217 en sluipverkeer door dorpen.
Kostenraming en financiering: •
Voeg een financiële paragraaf toe met schattingen voor investeringen in infrastructuur, OV en duurzaamheid.
•
Onderzoek financieringsopties, zoals samenwerking met de provincie, Rijksoverheid en Europese subsidies.
28
6. Monitoring en evaluatie Meetbare doelstellingen: •
Formuleer KPI’s (Key Performance Indicators) voor verkeer, duurzaamheid en bereikbaarheid, zoals: o
CO2-reductie per jaar
o
Aantal fietskilometers versus autokilometers
o
Vermindering van file-uren op de A29 en N217
o
Toename van OV-gebruik
o
Betere doorstroming bij knelpunten
Regelmatige evaluatie: •
Plan periodieke rapportages (bijvoorbeeld elke 2-3 jaar) om de voortgang te meten en bij te sturen waar nodig.
•
Organiseer evaluatiesessies met belanghebbenden, zoals inwoners, bedrijven en logistieke partners.
7. Betrokkenheid van stakeholders Gemeenteraad: •
Voeg een duidelijke samenvatting toe waarin de belangrijkste keuzes, kansen en risico’s worden toegelicht.
•
Zorg voor een overzichtelijke opbouw met visuele elementen zoals kaarten, tabellen en grafieken.
Bewoners en bedrijven: •
Organiseer inspraakrondes met duidelijke toelichting van de plannen en ruimte voor suggesties.
•
Betrek ondernemers uit de logistieke sector bij de uitwerking van logistieke hubs en vrachtvervoeroplossingen.
Regionale samenwerking: •
Stel een regionaal overlegplatform in met omliggende gemeenten, de provincie, en Rijkswaterstaat.
•
Zorg dat het plan past binnen bredere regionale mobiliteitsvisies.
8. Concreet maken van verbeterpunten Toevoegingen aan het rapport: 1. Een sectie over de impact van regionale en landelijke ontwikkelingen. 29
2. Scenario’s voor infrastructuurontwikkeling (bijvoorbeeld verbeteringen aan de A29 en N217, fietssnelwegen, en hubs). 3. Uitwerking van synchromodale en multimodale strategieën. 4. Integratie van evacuatieplannen. 5. Financiële paragraaf en realistische fasering. Revisie bestaande secties: •
Herformuleer de doelen met aandacht voor zowel lokale als regionale belangen.
•
Voeg meer toekomstgericht denken toe, zoals autonoom vervoer en slimme verkeerssystemen.
Samenvattend: Het rapport kan een krachtig beleidsdocument worden als het breder kijkt dan alleen lokale uitdagingen, en regionale en nationale context integreert. Door een focus op multimodaliteit, duurzaamheid, innovatie en samenwerking, kan de Hoeksche Waard een modelregio worden voor toekomstbestendige mobiliteit. Het vernieuwde rapport moet helder, concreet en uitvoerbaar zijn, met meetbare doelen en een duidelijke planning. Welke acties dienen er door de beleidsmedewerkers van de gemeente uitgevoerd moeten worden om dit succesvol te realiseren? Om het aangepaste mobiliteitsplan succesvol te realiseren, dienen de beleidsmedewerkers van de gemeente Hoeksche Waard een reeks acties te ondernemen. Deze acties moeten gericht zijn op de voorbereiding, uitvoering, monitoring en betrokkenheid van stakeholders. Hier volgt een overzicht van de belangrijkste stappen:
1. Analyse en herziening van het huidige plan (Define) Acties: •
Uitvoeren van een GAP-analyse: Vergelijk het huidige mobiliteitsplan met de vereisten en aanbevelingen om tekortkomingen te identificeren, zoals de afstemming op regionale en nationale plannen (A4-Zuid, Blankenburgtunnel, e.a.).
•
Regionale en nationale beleidsdocumenten integreren: Zorg dat relevante plannen (bijv. Mobiliteitsnota 2050, Regionale Mobiliteitsstrategie) een directe rol spelen in de revisie van het rapport.
•
Werkbare KPI’s formuleren: Stel meetbare doelstellingen vast, zoals CO2-reductie, verbeterde doorstroming of verhoging van het OV-gebruik.
30
2. Samenwerking met stakeholders organiseren (Measure) Acties: •
Regionaal overlegplatform opzetten: Betrek Rijkswaterstaat, de provincie Zuid-Holland, omliggende gemeenten, vervoersmaatschappijen en logistieke bedrijven in een structureel overlegplatform.
•
Inspraak bewoners en bedrijven: Organiseer bewonersavonden en sectorgerichte sessies om draagvlak te vergroten en input te verzamelen.
•
Betrekken van experts: Nodig externe deskundigen uit, bijvoorbeeld op het gebied van synchromodaliteit en duurzame infrastructuur, om te adviseren over verbeteringen.
3. Ontwikkelen van nieuwe mobiliteitsvisie en strategie (Analyze) Acties: •
Integrale strategie formuleren: Werk een bredere visie uit die de aspecten wonen, werken, transporteren, winkelen, leren, recreëren en evacueren omvat.
•
Toekomstscenario's opstellen: Simuleer de impact van geplande regionale projecten (zoals A4-Zuid en derde Maasvlakte) op mobiliteit en infrastructuur.
•
Synchromodaliteit uitwerken: Ontwikkel plannen voor transferia en multimodale knooppunten in combinatie met slimme logistieke netwerken.
4. Concreet maken van maatregelen en projecten (Improve) Acties: •
Projectplannen ontwikkelen: Stel prioriteiten vast en werk concrete plannen uit, zoals: o
Transferia bij kruisingen van A29/N217 en Numansdorp.
o
Hoogwaardige fietssnelwegen richting Rotterdam en Dordrecht.
o
Geoptimaliseerde infrastructuur voor OV en busbanen.
•
Financiële raming: Stel een overzicht op van benodigde investeringen per project, inclusief mogelijke financieringsbronnen (provincie, Rijk, Europese subsidies, publiek-private samenwerking).
•
Pilots en proefprojecten: Start kleinschalige pilots, zoals autonoom busvervoer of innovatieve fietsnetwerken, om haalbaarheid en effectiviteit te testen.
5. Implementeren van plannen (Control) Acties: •
Uitvoeringsprogramma opstellen: Maak een duidelijk schema met tijdslijnen, verantwoordelijkheden en afhankelijkheden tussen projecten. 31
•
Infrastructuurprojecten opstarten: Werk aan het verbeteren van de A29, N217 en de aansluiting van dorpswegen op het hoofdwegennet.
•
Toepassen van slimme mobiliteitstechnologieën: Implementeer digitale verkeersmanagementsystemen en apps om OV, deelmobiliteit en verkeer beter te coördineren.
6. Monitoring en bijsturing organiseren (Control) Acties: •
Periodieke evaluaties: Meet de voortgang van KPI’s en stuur bij waar nodig (bijv. verkeerstellingen, CO2-metingen, OV-gebruik).
•
Stakeholderrapportages: Communiceer regelmatig met inwoners en regionale partners over resultaten en aanpassingen.
•
Langetermijnplanning aanpassen: Houd rekening met veranderingen in mobiliteitsvraagstukken en technologie door het plan elke 3-5 jaar te herzien.
7. Draagvlak en communicatie verbeteren Acties: •
Heldere communicatie naar inwoners: Maak gebruik van toegankelijke communicatiekanalen zoals gemeentelijke websites, sociale media en lokale bijeenkomsten om plannen en voortgang te delen.
•
Successen promoten: Deel succesverhalen over afgeronde projecten en behaalde doelen om vertrouwen en betrokkenheid te vergroten.
•
Educatieprogramma’s: Start bewustwordingscampagnes en educatieve projecten rond duurzame mobiliteit en verkeersveiligheid.
Tijdslijn voor acties: Korte termijn (0-12 maanden): •
GAP-analyse uitvoeren.
•
Regionaal overlegplatform opzetten.
•
Inspraakrondes met bewoners en bedrijven.
•
Conceptuele plannen en financiering uitwerken.
Middellange termijn (1-3 jaar): •
Beginnen met prioritaire projecten (bijv. fietssnelwegen, transferia).
•
Pilots en proefprojecten starten.
•
Monitoring en rapportage opzetten. 32
Lange termijn (3+ jaar): •
Alle projecten implementeren volgens de planning.
•
Regelmatige herzieningen van het mobiliteitsplan uitvoeren.
•
Permanente integratie van nieuwe technologieën en innovaties.
Door deze stappen te volgen, kunnen beleidsmedewerkers een integraal mobiliteitsbeleid ontwikkelen dat lokaal draagvlak heeft, regionaal relevant is en past binnen nationale kaders. Het uiteindelijke resultaat is een mobiliteitsvisie die effectief inspeelt op de huidige en toekomstige behoeften van de Hoeksche Waard.
33
Bijlage 4 Matrix Modaliteiten versus Activiteiten in relatie tot het STOMP-model # Modaliteiten vs activiteiten Wonen 1 Voetgangers 3 2 Fiets 3 3 E-bikes/scooters 3 4 Deelmobiliteit 2 5 Openbaar vervoer (OV) 2 6 Mobiliteitsdiensten 3 7 Auto 2 8 Landbouwvoertuigen 1 9 Vrachtvervoer 1 10 Pakketbezorging 1 11 Veerdiensten 1 Hoog= 3 Middel= 2 Laag= 1
Werken 1 3 3 3 3 3 3 1 3 2 2
TransporterenWinkelen 1 3 2 3 2 2 2 3 1 2 3 2 3 2 3 1 3 1 3 3 2 1
Leren 2 3 3 3 3 1 2 1 1 1 1
Recreëren 3 3 3 2 2 2 2 1 1 1 2
Evacueren 2 2 2 2 3 3 3 2 3 1 3
28 23 21
Waarom is deze matrix zinnig? Sterke punten •
Compleet overzicht: U hebt alle relevante modaliteiten en activiteiten benoemd, wat een holistisch beeld geeft van de relatie tussen mobiliteit en dagelijkse activiteiten.
•
Waarderingssysteem: De indeling in hoog (3), middel (2) en laag (1) maakt het eenvoudig om prioriteiten en verschillen tussen modaliteiten inzichtelijk te maken.
•
Praktische toepasbaarheid: Deze matrix biedt een goede basis voor beleidsmakers om te zien waar sterke en zwakke punten liggen in de koppeling tussen mobiliteiten en activiteiten.
Zwakke punten 1. Balans in waarderingen: o
Sommige modaliteiten, zoals "fiets" en "e-bikes/scooters," scoren hoog in bijna alle categorieën. Dit is logisch gezien hun flexibiliteit, maar het roept de vraag op of er
34
voldoende onderscheid wordt gemaakt tussen gebruiksscenario’s (bijvoorbeeld stedelijk versus landelijk). o
Modaliteiten zoals vrachtvervoer en landbouwvoertuigen scoren laag op aspecten zoals winkelen en recreëren. Hoewel dit intuïtief logisch is, is het mogelijk dat hun indirecte impact, zoals leveringen aan winkels en recreatiegebieden, ondergewaardeerd wordt.
2. Relatieve prioriteit: o
Evacueren is een onderbelicht aspect in veel beleidsplannen, en uw matrix erkent dit. Toch wordt bijvoorbeeld de rol van auto's en vrachtvervoer in evacuatiesituaties slechts als 'middel' gewaardeerd, terwijl dit in realiteit vaak cruciaal is.
3. Contextafhankelijkheid: o
De matrix houdt geen rekening met geografische verschillen binnen de Hoeksche Waard (stedelijke kernen vs. buitengebieden). Modaliteiten zoals OV of fietsinfrastructuur kunnen lokaal variëren in relevantie.
2. Analyse van modaliteiten per activiteit Wonen: •
Fiets en voetgangers scoren terecht hoog, gezien hun rol in korte-afstandsmobiliteit.
•
OV en deelmobiliteit: Hoewel deze vaak minder direct gekoppeld zijn aan wonen, is het toch verrassend dat ze relatief lager scoren (2). Vooral in stedelijke kernen bieden ze vaak een alternatief voor auto’s.
Werken: •
De hoge score van auto’s en OV is terecht.
•
E-bikes en scooters: Deze scoren ook hoog, wat de huidige trend van fietsmobiliteit in forenzenverkeer weerspiegelt.
•
Vrachtvervoer: Dit modaliteit kan indirect een grotere rol spelen bij werken (logistiek naar bedrijventerreinen).
Transporteren: •
Logistieke modaliteiten zoals vrachtvervoer en landbouwvoertuigen scoren hier terecht hoog.
•
Pakketbezorging scoort goed, wat de groeiende rol van e-commerce weerspiegelt.
Winkelen: •
Voetgangers, fietsers en deelmobiliteit: Deze scoren logisch hoog vanwege de nabijheid van winkelcentra. Toch kan de rol van OV en auto's (voor grotere aankopen of winkelgebieden buiten de kernen) een betere waardering verdienen.
Leren: •
Fiets en e-bikes: Terecht hoog door hun rol in school- en universiteitsverkeer. 35
•
OV: Hoewel terecht hoog gewaardeerd, kan de koppeling tussen regionaal vervoer en scholen (bijvoorbeeld door snelle OV-verbindingen) nog sterker worden benadrukt.
Recreëren: •
Veerdiensten: De relatief hoge score is terecht vanwege de unieke rol in het verbinden van toeristische en recreatieve gebieden.
•
Fietsers en voetgangers: Deze modaliteiten scoren terecht hoog, gezien hun milieuvriendelijkheid en aantrekkingskracht voor recreatie.
Evacueren: •
Veerdiensten en auto's: Het is terecht dat deze relatief hoog scoren, gezien hun rol in noodsituaties.
•
OV en vrachtvervoer: Mogelijk onderschat in deze matrix, omdat ze essentieel kunnen zijn bij grootschalige evacuaties.
3. Aanbevelingen 1. Betere differentiatie tussen stedelijke en landelijke context: o
Modaliteiten zoals OV en fietsen zijn bijvoorbeeld in stedelijke kernen relevanter dan in buitengebieden. Een geografische opsplitsing kan helpen.
2. Indirecte impact erkennen: o
Modaliteiten zoals vrachtvervoer en landbouwvoertuigen hebben indirecte invloed op aspecten zoals winkelen en recreëren. Het kan nuttig zijn om een aparte kolom toe te voegen voor 'indirecte impact.'
3. Focus op multimodaliteit: o
Denk aan hoe modaliteiten elkaar kunnen versterken (bijvoorbeeld: fietssnelwegen naar OV-hubs of deelmobiliteit rond veerdiensten).
4. Evacuatiestrategieën uitbreiden: o
De matrix erkent evacueren als belangrijk, maar beleidsmatig moet er meer aandacht komen voor hoe verschillende modaliteiten hier optimaal kunnen bijdragen.
Conclusie Deze matrix biedt een uitstekend overzicht, maar kan verder verfijnd worden door de volgende aspecten te adresseren: • Het erkennen van indirecte bijdragen van modaliteiten. • Differentiatie tussen stedelijke en landelijke gebieden. • Een sterkere focus op multimodaliteit en synchromodaliteit. Dit zou een betere basis bieden voor een breed gedragen mobiliteitsbeleid, zeker in een diverse regio zoals de Hoeksche Waard. 36
Bijlage 5: Vergelijking STOMP-model en de 11 mobiliteitsvormen Het STOMP-model biedt een duidelijke hiërarchie in mobiliteit, gebaseerd op prioriteit: eerst stappen (voetgangers), dan trappen (fietsen), gevolgd door openbaar vervoer, mobiliteitsdiensten, en als laatste de privéauto. Wanneer dit model wordt vergeleken met de 11 mobiliteitsvormen uit het rapport, zijn er enkele opvallende verschillen en conclusies te trekken:
Conclusies: 1. Het STOMP-model mist belangrijke mobiliteitsvormen Het STOMP-model houdt geen expliciete rekening met mobiliteitsvormen zoals: •
Landbouwvoertuigen (8): Een cruciale factor in een agrarische regio zoals de Hoeksche Waard.
•
Vrachtvervoer (9): Essentieel voor economische activiteiten en bevoorrading.
•
Pakketbezorging (10): Steeds belangrijker in de huidige e-commerce gedreven samenleving.
•
Veerdiensten (11): Van groot belang in een regio met veel waterwegen zoals de Hoeksche Waard.
Deze categorieën zijn onmisbaar in een volledig mobiliteitsplan en verdienen een plaats naast de modaliteiten die het STOMP-model benoemt.
2. E-bikes en scooters (3) worden niet expliciet genoemd in STOMP Hoewel e-bikes en scooters vaak onder fietsen of deelmobiliteit vallen, verdienen ze een aparte categorie vanwege hun groeiende populariteit en hun specifieke infrastructuurbehoeften.
3. De rangorde van STOMP sluit niet volledig aan bij regionale prioriteiten Het STOMP-model werkt in theorie goed voor stedelijke gebieden waar voetgangers en fietsers prioriteit hebben. In de Hoeksche Waard, waar auto- en landbouwverkeer dominant zijn en veerdiensten cruciaal, is een meer gedifferentieerde aanpak nodig: •
De privé-auto speelt een grotere rol vanwege de beperkte OV-voorzieningen.
•
Landbouwvoertuigen zijn van groot belang voor lokale economie en moeten worden geïntegreerd in de mobiliteitsvisie.
4. Het STOMP-model onderschat multimodaliteit In het STOMP-model wordt vooral gefocust op een hiërarchische benadering van modaliteiten. Echter, in een gebied zoals de Hoeksche Waard is het combineren van modaliteiten (synchromodaliteit) veel belangrijker. Bijvoorbeeld: •
Fiets-OV-combinaties.
37
•
Auto-deelmobiliteit-OV als alternatieve reismogelijkheden.
•
Veerdiensten als schakels in multimodale reisroutes.
5. Prioritering van vrachtvervoer en pakketbezorging ontbreekt Het STOMP-model heeft weinig aandacht voor economische aspecten zoals vrachtvervoer en logistieke stromen. Dit is een belangrijk gemis in een regio die sterk afhankelijk is van transport en bevoorrading via weg en water.
Aanbevelingen: 1. Uitbreiding van STOMP-model: Integreer landbouwvoertuigen, vrachtvervoer, pakketbezorging en veerdiensten als volwaardige modaliteiten in de mobiliteitsvisie. Bijvoorbeeld: o
Voeg "Vervoer van goederen" als aparte pijler toe.
o
Maak onderscheid tussen personenvervoer en goederenvervoer.
2. Contextspecifieke prioritering: Pas de rangorde van modaliteiten aan op basis van regionale kenmerken en behoeften. In de Hoeksche Waard zou dit kunnen betekenen dat auto’s, landbouwvoertuigen en veerdiensten een hogere prioriteit krijgen dan in stedelijke gebieden. 3. Synchromodaliteit bevorderen: Zorg voor betere verbindingen tussen modaliteiten. Combineer de voordelen van fiets, OV, deelmobiliteit en veerdiensten in een flexibele infrastructuur. 4. Specifieke aandacht voor goederenstromen: Ontwikkel aparte strategieën voor vrachtvervoer en pakketbezorging, inclusief hubs, routes en tijdsvensters om congestie te voorkomen. 5. Betere integratie van elektrische mobiliteit: Behandel e-bikes en elektrische scooters als aparte categorie vanwege hun infrastructuurvereisten en bijdrage aan duurzaamheid. 6. Focus op regionale knelpunten: Het mobiliteitsplan moet specifiek ingaan op de uitdagingen van landbouwverkeer, veerdiensten en de beperkte OV-mogelijkheden in de Hoeksche Waard.
Door deze punten op te nemen in de mobiliteitsvisie, wordt deze beter afgestemd op de behoeften en kenmerken van de Hoeksche Waard. Het STOMP-model kan nog steeds als basis dienen, maar moet worden uitgebreid en aangepast aan de lokale context.
38