20230927 Ontwerp bestemmingsplan Schenkeldijk ong. Strijen januari 2023
Tekst van het document
1.20 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.21 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, internetwinkels en bankfilialen, zulks met uitzondering van horecabedrijven en seksinrichtingen; 1.22 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 4
1.23 hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als het belangrijkste gebouw valt aan te merken; 1.24 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten het in of bij de woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Besluit omgevingsrecht geldt en waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past. 1.25 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. 1.26 peil a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.27 Voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.28 voorgevelrooilijn a.
langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: 1. de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; b. langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: 1. bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15 meter uit de as van de weg; 2. bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10 meter uit de as van de weg. 1.29 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
5
Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van de regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst zijn. 2.2 bouwhoogte van een antenne-installatie a. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. 2.3 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 breedte, lengte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.5 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot/de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 dakkapel en goothoogte Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen buiten beschouwing gelaten. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de goot van de dakkapel.
Deze bepaling geldt niet voor dakkapellen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak. 2.7 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.9 vloeroppervlakte de gebruiksvloeroppervlakte volgens NEN 2580.
6
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
Artikel 3 Tuin 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, waaronder ook water wordt verstaan, bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen en voor de ontsluiting naar de openbare weg. 3.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen grenzend aan openbaar gebied bedraagt ten hoogste 1 m; c. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
7
Artikel 4 Wonen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen al dan niet in combinatie met aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; met daaraan ondergeschikt: b. bed & breakfast met een maximum van 2 kamers en 5 bedden; met de daarbij behorende: i. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; j. voorzieningen zoals erven, paden, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen en water. 4.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen woningen met aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen en gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. het hoofdgebouw mag alleen in het bouwvlak worden gebouwd; c. verder geldt het volgende:
woningen exclusief aan-, uit- en bijgebouwen aan-, uit- en bijgebouwen en overkappingen (exclusief ondergrondse bouwlagen) zonder specifieke bouwaanduiding bouwwerken, geen gebouwen zijnde (met uitzondering van erf- of terreinafscheidingen)
max. aantal per bouwvlak
max. max. max. min. afstand inhoud/ goot- bouwoppervlakte hoogte hoogte
één
875 m³
3.5 m
9.5
tot zijdelingse perceelsgrens: 5m
90 m²
3.5 m
9.5
tot zijdelingse perceelsgrens: 1m
2m
Erf- of terreinafscheidingen: -voor de voorgevel
1m
-buiten het bouwvlak
1m
-overige plaatsen
2m
8
4.3 Voorwaardelijke verplichting De situering van de woning en de inrichting van het erf moet in overeenstemming zijn met het Schetsplan d.d. 3 juni 2022 van Ars Virens, en het Kavelpaspoort d.d. 15 september 2022 van Ars Virens, die als bijlage bij deze regels zijn gevoegd; 4.4 Specifieke gebruiksregels a. het vloeroppervlak ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten bedraagt ten hoogste 30% van het vloeroppervlak van de betrokken woning met een maximum van 80 m² met inachtneming van het volgende: 1. er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving; 2. ten behoeve van de gewijzigde functie geen extra parkeergelegenheden noodzakelijk zijn; 3. het gebruik heeft geen nadelige invloed op de normale afwikkeling van het verkeer; 4. er mag geen horeca of detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteiten; 5. degene die de activiteiten verricht dient tevens de gebruiker van de eigenlijke woning te zijn; b. inwoning ten behoeve van mantelzorg is toegestaan; c. prostitutiebedrijven zijn niet toegestaan. d. paardenbakken buiten het bouwvlak zijn niet toegestaan.
4.5 Afwijking van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 4.1 ten behoeve van het creëren een zelfstandige woonvorm in een bijgebouw of een niet via het hoofdgebouw toegankelijke aanbouw ten behoeve van mantelzorg, met inachtneming van het volgende: a. er dient aantoonbaar sprake te zijn van een zorgbehoefte, welke van tijdelijke aard is; b. per perceel blijft er sprake van 1 huishouding; c. indien de noodzaak van mantelzorg vervalt, dient het gebruik van het bijgebouw of de niet via het hoofdgebouw toegankelijke aanbouw als afhankelijke woonruimte te worden beëindigd; d. nieuwbouw ten behoeve van mantelzorg is toegestaan, mits het oppervlak aan bijgebouwen binnen de bebouwingsregeling blijft zoals opgenomen in lid 26.2; e. het bijgebouw of de niet via het hoofdgebouw toegankelijke aanbouw in gebruik voor mantelzorg mag geen extra of nieuwe zelfstandige woning vormen; f. het gebruik van een bijgebouw of de niet via het hoofdgebouw toegankelijke aanbouw mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de omgeving; g. het bijgebouw of de niet via het hoofdgebouw toegankelijke aanbouw dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn.
9
Artikel 5 Waarde - Archeologie 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde – Archeologie' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) - tevens bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 5.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 5.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de bouwvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; c.
het bepaalde in dit lid onder b1 en b2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 5.3 Omgevingsvergunning aanleg werken 5.3.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte of hoogte dan 30 cm, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e.
het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
10
5.3.2 Uitzondering op het aanlegverbod Het verbod van 5.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 5.2 in acht is genomen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 100 m²; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
11
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 7 Algemene bouwregels 7.1 Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten a. Voor een bouwwerk, dat krachtens een bouwvergunning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat: i. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; ii. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. b. Ingeval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. c. Op een bouwwerk zoals bedoeld in sub a, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing. 7.2 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingsgrenzen, aanduidingen en bestemmingsregels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt; b.
tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt. 7.3 Ondergronds bouwen In verband met de ligging nabij een waterkering is ondergronds bouwen niet toegestaan. 7.4 Voldoende parkeergelegenheid Met betrekking tot het parkeren dient voldaan te worden aan de parkeernormen zoals opgenomen in de ‘Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de parkeernormen’ d.d. 6 juli 2021, dan wel een nadien vastgestelde beleidsregel.
12
Artikel 8 Specifieke gebruiksregels a. Bed&breakfast in en bij woningen is toegestaan onder de volgende voorwaarden: • bed&breakfast is een nevenfunctie bij het wonen, een agrarisch bedrijf of daarmee gelijk te stellen functie; • de hoofdfunctie wonen blijft gehandhaafd; • bed&breakfast is voor wat betreft activiteit, omvang en schaalgrootte niet te vergelijken met een pension of hotel; • het betreft een logiesaccommodatie voor maximaal 10 personen en bestaande uit maximaal 7 kamers; • de voorziening wordt in de bestaande bebouwing gerealiseerd; • de accommodatie mag niet functioneren als zelfstandige wooneenheid. b. Het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige of afhankelijke woonruimte is niet toegestaan.
Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Burgemeester en wethouders kunnen – tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds kan worden afgeweken – bij omgevingsvergunning afwijken van de planregels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. Omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
13
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 10 Overgangsrecht 10.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a.
te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 11 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Vrijstaande woning Schenkeldijk ong. Strijen’ .
14
V 276 61a
50
V 332
V 1100
V 299
V 985
Plangebied
11
Vrijstaande woning Schenkeldijk ong. Strijen 242 m2
Enkelbestemmingen
V 986
bv
T
Tuin
W
Wonen
52
22
W
3,5 9,5 V 1004
Bouwvlakken bv
bouwvlak
V 1101
Maatvoeringen
V 347
maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)
3,5 9,5 V 334
Verklaringen T V 1010
V 1011
topografische en kadastrale gegevens (BGT, BRK versie per mei 2022)
56 63
PLK
GEMEENTE HOEKSCHE WAARD BESTEMMINGSPLAN Vrijstaande woning Schenkeldijk ong. Strijen V 1009
Ontwerp
november 2022
0609.337-B-01
blad
1 van 1
schaal 1 : 500
NL.IMRO.1963.BPSTRSchdijkong22-ON01 V 1007
tek.
versie ON01 gew.
8-11-2022
get.
24 juni 2022
pmw.
J.P. Jansen
JK
V 1010
t. 0180 - 61 31 44 V 335
Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend milieukundig bodemonderzoek
Kenmerk Datum
: :
A2735-06/SWI/rap1 5 juli 2022
Opdrachtgever
: : :
Dhr. xx
Goedkeuring
Functie
Datum
Mevrouw xx (Adviseur milieu)
Opsteller, auteur
05-07-2022
Mevrouw xx (Projectleider)
2e lezerschap en vrijgave
05-07-2022
Handtekening
BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2002
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING ........................................................................................................................................... 4
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 6 2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................. 6
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED .......................................................................................... 7
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ........................................................ 8
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST .................................................................................................... 8
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ..................................................................................... 9
2.6
BEÏNVLOEDING .............................................................................................................................. 9
2.7
BODEMVERONTREINIGING ........................................................................................................ 10
2.8
TERREINVERKENNING ............................................................................................................... 11
2.9
BEOORDELING ............................................................................................................................ 11
2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING.................................................................................... 12 3.
4.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................................. 13 3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE ......................................................................................................... 13
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK................................................................................................ 13
3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ............................................................................ 15
3.4
TOETSINGSKADER ...................................................................................................................... 16
3.5
INTERPRETATIE .......................................................................................................................... 17
3.6
TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................. 18
3.7
CONCLUSIES ............................................................................................................................... 18
3.8
AANBEVELINGEN ........................................................................................................................ 19
BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 20
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen Kenmerk rapportage: A2735-06/SWI/rap1
Pagina 2 van 20
BIJLAGEN
1. 1.1 1.2
Kaarten en tekeningen Topografische kaart Situatietekening
2. 2.1 2.2
Vooronderzoek Rapportage omgevingsdienst Rapportage Bodemloket
3. 3.1 3.2
Veldonderzoek Formulieren veldonderzoek Boorstaten en legenda
4. 4.1 4.2
Laboratoriumonderzoek Certificaten grond Certificaat grondwater
5. 5.1 5.2
Toetsingstabellen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen Kenmerk rapportage: A2735-06/SWI/rap1
Pagina 3 van 20
1.
INLEIDING
In opdracht van de heer xx is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen (afbeelding 1).
Afbeelding 1: Onderzoeksgebied (bron: OpenTopo)
Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met het opstellen van een bestemmingsplanwijziging. In dit kader wordt inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem gewenst. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verklaring onafhankelijkheid IDDS verklaart hierbij onafhankelijk te zijn van de opdrachtgever en geen belang te hebben bij de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek conform de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de onderzoeknorm NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen Kenmerk rapportage: A2735-06/SWI/rap1
Pagina 4 van 20
Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodembedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodemonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de onderzoeknorm NEN 5740;2009+A1;2016 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken.
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoekaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoekresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen Kenmerk rapportage: A2735-06/SWI/rap1
Pagina 5 van 20
2.
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725;2017 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen Kenmerk rapportage: A2735-06/SWI/rap1
Pagina 6 van 20
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
TABEL 2.2.1: Afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking
Bronnen
Situering
Globale ligging: zie overzichtskaart 1.1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie: zie situatietekening 1.2 in bijlage 1.
Adres
Schenkeldijk (nabij nr. 63)
Plaats
Strijen
Gemeente
Hoeksche Waard
Provincie
Zuid-Holland
RDcoördinaten
Omschrijving
Globaal middelpunt onderzoekslocatie
X
97.939
Y
416.755
Hoogte maaiveld
Z
Circa 0,4 m -NAP
Kadastraal
Gemeente
Strijen
Gemeentecode
SEN00
Sectie
V
Nummer
1101
Totaal
3.527 m2
Bebouwd
Niet bebouwd
Verharding
Onverhard
Alle richtingen
Rondom de locatie is sprake van woningen en agrarische percelen. Aan de oostzijde wordt de onderzoekslocatie begrensd door een watergang.
Oppervlaktes (m²)
Belendingen
#1 / #2 / #3
Afbeelding 2: Onderzoekslocatie en belendingen (bron: IDDS Projectenkaart) Afbakening VO
25 meter buiten kadastrale grenzen
-
Conclusie Afbakening voldoende #1: Perceelloep.nl #2: IDDS Projectenkaart #3: AHN.nl Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen Kenmerk rapportage: A2735-06/SWI/rap1
Pagina 7 van 20
2.3
POTENTIËLE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.3.1: Potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking
Bronnen
Voormalig gebruik
Uit oud kaartmateriaal is bekend dat de locatie tot op heden onbebouwd is geweest en een agrarisch gebruik heeft gekend.
Potentiële bronnen
Er is geen sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging.
Huidig gebruik
In de huidige situatie is het braakliggend terrein.
Potentiële bronnen
In de huidige situatie zijn geen potentiële bronnen van bodemverontreiniging bekend.
Toekomstig gebruik
Er zal een bestemmingsplanwijziging plaatsvinden en een woning gebouwd worden.
#1 / #2
-
Conclusie Er is geen sprake van specifieke verdachte locaties en specifieke verdachte parameters. #1: Topotijdreis #2: Bodemloket / Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2)
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
TABEL 2.4.1: Bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest
Bronnen Er is geen informatie beschikbaar omtrent een eventuele verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem.
#1
Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Bodemkwaliteit
Bodemfunctieklasse
Wonen
Bodemkwaliteitszone
-
Ontgravingskaart boven- en ondergrond
Bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv) : Wonen Heterogeen Ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv) : Wonen Heterogeen
#2
Conclusie Informatie omtrent het voorkomen van asbest in de bodem is onbekend. Vooralsnog wordt de locatie als niet asbestverdacht beschouwd. Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Op basis van de beschikbare gegevens is de verwachte bodemfunctieklasse ‘Wonen’. #1: Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2.1) #2: Grondverzetviewer Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (online)
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen Kenmerk rapportage: A2735-06/SWI/rap1
Pagina 8 van 20
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
TABEL 2.5.1: Bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking
Bronnen
Bodemopbouw (lokaal)
0,0 - 2,0 m-mv
Klei
Grondwater (lokaal)
Grondwaterstand freatisch
Circa 0,5 m-mv
#1 / #2 / #3
Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend. Verwacht wordt dat het grondwater vanaf de locatie richting het water de naastgelegen watergang zal stromen en derhalve oostelijk gericht is. De stromingsrichting zal lokaal worden beïnvloed door objecten in de ondergrond. Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc.). Geohydrologie
0,0 - 25,0 m-mv
Deklaag
25,0 - 40,0 m-mv
1e watervoerend pakket
40,0 - 80,0 m-mv
1e afsluitende laag
Polderpeil
Ca. 2,0 m-NAP
Stijghoogte 1e WVP
Ca. 0 m-NAP
Stromingsrichting 1e WVP
Zuidwestelijk Kwel
Bodemvreemde lagen
Op de locatie is geen sprake van bodemvreemde lagen.
Conclusie Ter plaatse van de onderzoekslocatie is geen sprake van bodemvreemde lagen. #1: DINOloket.nl #2: Archief IDDS #3: WKOtool.nl
2.6
BEÏNVLOEDING
TABEL 2.6.1: Beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding
Bronnen Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht.
#1
Conclusie Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater. #1: Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2.1)
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen Kenmerk rapportage: A2735-06/SWI/rap1
Pagina 9 van 20
2.7
BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.7.1: Bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking
Bronnen
Onderzoek ter plaatse van de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Er is geen informatie beschikbaar/bekend. Voor zover bekend is er ter plaatse van de onderzoekslocatie tot op heden geen milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd.
#1 / #2
Onderzoek nabij de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Nabij de onderzoekslocatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. De beschikbare onderzoeken zijn aangegeven in het Omgevingsrapportage van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, zie bijlage 2.1. Hieruit blijkt het volgende:
#1 / #2
Nieuwe Haven 14-54/Schenk.d. (v.d Sijde/Strijen. h) Er zijn diverse onderzoeken en een sanering uitgevoerd in de jaren ’80. De grond en het grondwater bleken sterk verontreinigd te zijn. De sanering is geslaagd waarbij de verontreinigde grond volledig verwijderd aangevuld met grond met achtergrondwaarde. Er bleek toch nog een restverontreiniging aanwezig te zijn. Vanaf 2005 tot en met 2021 is nazorg geleverd hiervoor. Daar de verontreiniging zich meer dan 30 meter van de huidige onderzoekslocatie vandaan bevindt wordt niet verwacht dat deze de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie negatief heeft beïnvloed. Randweg 0 In 2008 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Grontmij (kenmerk: 99082247-SV) ter plaatse van de gehele Randweg. Hier is in het verleden een sloot gedempt. Ter plaatse van de demping bleek de grond sterk verontreinigd te zijn met PAK en licht verontreinigd met koper, kwik, nikkel, zink en minerale olie. Geconcludeerd werd dat een nader onderzoek uitgevoerd moet worden. Er is niet bekend of dergelijk nader onderzoek daadwerkelijk is uitgevoerd. Gezien het om een immobiele verontreiniging gaat die samenhing met de demping wordt niet verwacht dat deze verontreiniging de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie negatief heeft beïnvloed.
Conclusie Onbekend is in hoeverre op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging is te verwachten. Op basis van de beschikbare informatie worden geen noemenswaardige verontreinigingen in de bodem verwacht. #1: Bodemloket / Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid; Omgevingsrapportage (opgenomen in bijlage 2.1) #2: Archief IDDS
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen Kenmerk rapportage: A2735-06/SWI/rap1
Pagina 10 van 20
2.8
TERREINVERKENNING
De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 8 juni 2022 uitgevoerd. Op basis van de terreinverkenning blijkt geen sprake te zijn van aanvullende bijzonderheden en hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de reeds verkregen gegevens. De navolgende afbeeldingen geven een beeld van de onderzoekslocatie en de directe omgeving.
Afbeelding 3: Onderzoekslocatie
2.9
Afbeelding 4: Onderzoekslocatie
BEOORDELING
Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.9.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.9.1: Beoordeling Onderzoeksvraag Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Beantwoording Omschrijving
Reden afwijking
Afwijking
Geen
-
Gevolgen betrouwbaarheid
-
-
Beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen
-
-
Conclusie De milieuhygiënische bodemkwaliteit is niet afdoende bekend. Er is geen (actuele) informatie beschikbaar omtrent de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen Kenmerk rapportage: A2735-06/SWI/rap1
Pagina 11 van 20
2.10
CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij eventueel bodemonderzoek dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.10.1: Conclusie en hypothese Hypothese Algemeen Locatie
Gehele terrein
Conclusie
Er is geen informatie beschikbaar omtrent de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit van de locatie. Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek worden in de bodem geen noemenswaardige verontreinigingen verwacht.
Hypothese
Onverdacht
Opmerking
Op voorhand wordt er niet van uitgegaan dat in de grond sprake is van puinbijmengingen. Ingeval echter wel sprake blijkt te zijn van een puinbijmenging dient de locatie, ongeacht de gradatie aan bijmengingen, formeel als verdacht op asbest te worden aangemerkt.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen Kenmerk rapportage: A2735-06/SWI/rap1
Pagina 12 van 20
3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE
De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. De onderzoeksstrategie is aangegeven in tabel 3.1.1. TABEL 3.1.1: Onderzoeksstrategie Locatie Onderzoeksstrategie Gehele terrein
3.2
NEN 5740;2009+A1;2016; Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL).
UITVOERING VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.2 die in bijlage 1 is opgenomen. TABEL 3.2.1: Samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 8 juni 2022 - monstername grond 15 juni 2022 - bemonstering grondwater Uitvoerende partij
IDDS Milieu
BRL SIKB / protocol
BRL SIKB 2000 Protocol 2001, 2002
Onderzoekaspect
Meetpunten
Gehele terrein
Type
Diepte [m-mv]
Aantal
Boring
0,5
10
Peilbuis
2,0 2,5
2 1
Codering
Bijzonderheden
01 t/m 03, 05, 06, 08, 10 t/m 13 04, 09 07
-
Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven. Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: -
De grond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 2,5 m-mv uit klei. In de ondergrond komen plaatselijk lagen veen voor.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen Kenmerk rapportage: A2735-06/SWI/rap1
Pagina 13 van 20
Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -
In de grond is zeer plaatselijk sprake van een bijmengingen met bodemvreemde materialen Het betreffen een spoortje baksteen op 0,3 m -mv ter plaatse van boring 01 en een spoortje kolengruis op 0,4 m -mv ter plaatse van boring 11.
Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het maaiveld van de onderzoekslocatie, evenals het opgeboorde bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm). Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: -
Op het maaiveld en in de opgeboorde grond is visueel geen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen; Opgemerkt wordt dat baksteen en kolengruis conform bijlage A van de NEN 5707 niet verdacht zijn op asbest.
Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In de navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen. TABEL 3.2.2: Metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis
07
Filterstelling
Grondwaterstand
pH
EC
Troebelheid
Monstername
[m-mv]
[m-mv]
[–]
[S/cm]
[NTU]
d.d.
1,50 – 2,50
0,80
6,7
2689
4,52
15-06-2022
Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden Geen bijzonderheden
Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: -
Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging; De gemeten waarden voor de zuurgraad, het elektrisch geleidingsvermogen en de troebelheid duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen Kenmerk rapportage: A2735-06/SWI/rap1
Pagina 14 van 20
3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimte dekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4.1 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. Samenstelling analysepakketten In het standaardpakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).
In mengmonster MM03 werd de tussenwaarde voor nikkel overschreden. Derhalve is het mengmonster uitgesplitst en zijn de monsters separaat geanalyseerd op nikkel. Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald. In het standaardpakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen Kenmerk rapportage: A2735-06/SWI/rap1
Pagina 15 van 20
3.4
TOETSINGSKADER
De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 4 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (HandhavingUitvoeringsMethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk.
In tabel 3.4.1 zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <AW / <S niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater), dan wel de rapportagegrens; >AW / >S licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; >T matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; >I sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen Kenmerk rapportage: A2735-06/SWI/rap1
Pagina 16 van 20
TABEL 3.4.1: Overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercodes, deelmonsters en bodemlagen (bodemlagen in cm-mv)
Matrix en eventuele bijzonderheden
Analyse
Toetsingsresultaten
Wbb (index) > AW / > S (licht verhoogd)
>T (matig verhoogd)
>I (sterk verhoogd)
Bovengrond MM01 01(0-50) 11(0-50)
Klei, spoortje baksteen en spoortje kolengruis
#1
Kobalt (0,02) Nikkel (0,3) Zink (0,07) Cadmium (0,01) Kwik (-) Lood (0,03) PAK (0,05)
-
-
MM02 02(0-50) 04(0-50) 05(0-50) 07(0-40) 09(0-40) 10(0-50) 13(0-50)
Klei
#1
-
-
-
Klei, zwak roesthoudend
#1
Kobalt (0,06) PAK (0,01)
Nikkel (0,64)
-
04.2 04(50-100)
Klei, resten roest
#2
-
-
-
07.2 07(40-90)
Klei, resten roest
#2
-
-
-
09.2 09(40-70)
Klei, zwak roesthoudend
#2
Nikkel (0,02)
-
-
#3
Barium (0,28)
-
-
Ondergrond MM03 04(50-100) 07(40-90) 09(40-70) Uitsplitsing MM03
Grondwater Peilbuis 07 (150-250) Grondwater Blanco : Niet geanalyseerd / onderzocht / getoetst #1 : Standaardpakket grond #2 : Standaardpakket grond #3 : Standaardpakket grondwater > AW : > Achtergrondwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD – AW) / (I – AW)
3.5
INTERPRETATIE
Bovengrond De bovengrond bestaat uit klei. In de grond is zeer plaatselijk sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Het betreffen een spoortje baksteen en een spoortje kolengruis. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten blijkt de bovengrond over het algemeen niet verontreinigd te zijn met de onderzochte parameters. Uitzondering hierop is de grond met het spoortje baksteen en kolengruis. Deze grond is licht verontreinigd met diverse zware metalen en PAK. Ondergrond De ondergrond bestaat tot de geboorde dieptes van maximaal 2,5 m-mv overwegend uit klei. Plaatselijk komen lagen veen voor. In de ondergrond is geen sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen. Wel is de grond plaatselijk zwak roesthoudend. Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op basis van de analyse- en toetsingsresultaten van het mengmonster blijkt de ondergrond licht verontreinigd te zijn met kobalt en PAK en matig met nikkel. Na uitsplitsing blijkt de grond met betrekking tot nikkel hooguit licht verontreinigd te zijn. De resultaten na uitsplitsing worden als meest representatief beschouwd. Grondwater Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging.
De gemeten waarden voor de zuurgraad en het elektrisch geleidingsvermogen duiden niet op een eventuele verontreiniging van het grondwater. Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen Kenmerk rapportage: A2735-06/SWI/rap1
Pagina 17 van 20
In het grondwater overschrijdt de concentratie barium de desbetreffende streefwaarde. Waarschijnlijk betreft dit een van nature voorkomend verhoogd gehalte. De concentraties van de overige onderzochte parameters zijn alle lager dan de betreffende streefwaarden. Middels onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater afdoende mate vastgelegd. De grond en het grondwater zijn hooguit licht verontreinigd. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek. 3.6
TOETSING HYPOTHESE
De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. TABEL 3.6.1: Hypothese en onderzoeksstrategie Algemeen Hypothese
Onverdacht
Toetsing
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese: Verworpen (formeel) Reden: in de grond en het grondwater komen lichte verontreinigingen voor.
Representativiteit
3.7
Onzes inziens heeft de toegepaste onderzoeksstrategie geen invloed gehad op de representativiteit van het onderzoek.
CONCLUSIES
In opdracht van de heer xx is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek en een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend als Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen. Aanleiding en doelstelling Het onderzoek is uitgevoerd in verband met het opstellen van een bestemmingsplanwijziging. In dit kader wordt inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem gewenst. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie. Wet bodembescherming Gelet op de onderzoeksresultaten, te weten de aangetoonde overschrijdingen van de achtergrondwaarden van diverse zware metalen en PAK in de grond en de aangetoonde overschrijding van de streefwaarde van barium in het grondwater dient de hypothese onverdacht voor de onderzoekslocatie formeel te worden verworpen. Echter, de gemeten waarden zijn dermate gering dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van deze stoffen in de bodem op het perceel ingevolge de Wet bodembescherming, niet noodzakelijk is. Beperkingen inzake de bestemmingswijziging en het voorgenomen gebruik worden op basis van de onderzoeksresultaten uit milieuhygiënisch oogpunt niet voorzien.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen Kenmerk rapportage: A2735-06/SWI/rap1
Pagina 18 van 20
3.8
AANBEVELINGEN
Wij adviseren u om onderhavige rapportage voor te leggen aan het bevoegd gezag, zijnde Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, ter formalisering van de onderzoeksresultaten en conclusies. Indien op de onderzoekslocatie ten gevolge van graafwerkzaamheden grond vrijkomt en buiten de locatie wordt hergebruikt, vindt hergebruik veelal plaats binnen het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In dat geval dient de chemische kwaliteit van de grond te worden getoetst aan de kwaliteitsnormen die door het Besluit bodemkwaliteit aan de betreffende toepassing worden verbonden. Het bodemonderzoek is steekproefsgewijs uitgevoerd. Hierdoor is het niet uit te sluiten dat plaatselijk sprake kan zijn van een afwijkende bodemopbouw. Indien op de locatie graafwerkzaamheden worden uitgevoerd wordt derhalve aanbevolen om alert te blijven op plaatselijke afwijkingen in de bodem die kunnen wijzen op een eventuele bodemverontreiniging.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen Kenmerk rapportage: A2735-06/SWI/rap1
Pagina 19 van 20
4.
BETROUWBAARHEID
Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Echter, een bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters en chemische analyses. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Hierbij dient tevens te worden gewezen op het feit dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) zou plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek door, bijvoorbeeld het bouwrijp maken van de locatie, het aanvoeren van grond van elders, toevoeging van bodemvreemde materialen of het naar de onderzoekslocatie verspreiden van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden.
In veel gevallen hanteren de beoordelende instanties termijnen (doorgaans maximaal 3 jaar voor een bedrijfslocatie en maximaal 5 jaar voor een woonlocatie) waarbinnen de onderzoeksresultaten representatief worden geacht te zijn. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen. Zo zullen de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen en/of verspreiding van één specifieke verontreinigende stof geen uitsluitsel bieden omtrent de aanwezigheid aan verhoogde concentraties van overige, niet onderzochte verontreinigende stoffen.
Milieuhygiënisch vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Locatie: Schenkeldijk (nabij nr. 63) te Strijen Kenmerk rapportage: A2735-06/SWI/rap1
Pagina 20 van 20
BIJLAGE 1 1.1 TOPOGRAFISCHE KAART 1.2 SITUATIETEKENING
1.1 Topografische kaart
Schaal 1:10.000
Legenda Onderzoekslocatie
Legenda Onderzoekslocatie Boorpunten Boring tot 0,5 m -mv Boring tot 2,0 m -mv Boring met peilbuis
Opdrachtgever Dhr. xx Projectnummer A2735-06 Locatie Schenkeldijk (nabij nr 63), Strijen Getekend: Formaat: Schaal: Schaal situatie: Datum:
Omschrijving SWI A3 Verkennend bodemonderzoek Bijlagenummer 5-7-2022 1.2
BIJLAGE 2 2.1 RAPPORTAGE OMGEVINGSDIENST 2.2 RAPPORTAGE BODEMLOKET
Omgevingsrapportage Schenkeldijk, Strijen (groot) Omgevingsrapportage
Pagina 1 van 12
-
17-05-2022
Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Nieuwe Haven 14-54/Schenk.d.(v.d Sijde/Strijen. h) Randweg 0 HBB: Schelpweg 48-50A STRIJEN Kaarten Disclaimer Toelichting
Pagina 2 van 12
-
17-05-2022
Inleiding Voor u ligt een rapportage van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (hierna OZHZ) met de beschikbare informatie over de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater van het door u opgevraagde perceel. Daarnaast zijn gegevens over bedrijven met een milieuvergunning opgenomen in dit rapport. Dit rapport is een samenvatting van gegevens afkomstig uit het bodem- en bedrijfsinformatiesysteem van OZHZ. Het informatiesysteem bevat gegevens met betrekking tot uitgevoerde bodemonderzoeken, aanwezige, gesaneerde en buiten gebruik gestelde ondergrondse brandstoftanks, historische bodembedreigende activiteiten en actuele bodembedreigende activiteiten. Met nadruk wordt gesteld dat dit rapport een geautomatiseerde samenvatting is van de in de informatiesystemen van OZHZ aanwezige gegevens. Wilt u meer weten over de rapporten en inrichtingen die in deze rapportage staan? Raadpleeg de desbetreffende dossiers. Rapporten kunt u kosteloos opvragen via de website van OZHZ. Als OZHZ gaan we uitsluitend uit van de informatie die bij ons bekend is en in onze bodeminformatiesystemen staat. Dit rapport bestaat uit vier delen: 1. Deze pagina bevat een tekening van het geselecteerde gebied. 2.
Informatie over het geselecteerde gebied, per locatie gegroepeerd (de in het bodeminformatiesysteem van OZHZ aangetroffen informatie over locaties die zich binnen het geselecteerde gebied bevinden). 3. Disclaimer. 4. Toelichting op de rapportage. Hier vindt u de uitleg van de gegevens die in dit rapport zijn vermeld.