20211104 Ontwerpbestemmingsplan N217-Polderweg (Waterleiding)
Tekst van het document
• Er is ook PFAS in het grondwater gedetecteerd buiten het plangebied van de waterleiding, maar de waarde komt niet boven de risicogrens van het RIVM. • Er is een asbestverdacht plaatje aangetroffen buiten het plangebied van de te verplaatsen waterleiding. • Daarnaast zijn er antropogene bijmengingen gedetecteerd op plekken waar geen werkzaamheden worden uitgevoerd. • Ter hoogte van de overige boringen (waarop de werkzaamheden betrekking hebben) zijn geen antropogene puinbijmengingen of asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen en daarom kan de bodem als onverdacht op asbest worden beschouwd. • De baggerspecie van de waterbodem buiten het plangebied is licht verontreinigd. Het slib is daar verspreidbaar op het aangrenzend perceel. De baggerspecie is toepasbaar in de landbodem of in oppervlaktewater. Binnen het plangebied van de te verplaatsen waterleiding zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Om vast te stellen of er in de watergangen rondom de Polderweg PFAS aanwezig is, is hiernaar op 17 september 2021 nader onderzoek uitgevoerd. De rapportage “Aanvullend verkennend milieukundig waterbodemonderzoek ter plaatse van de N217 te Hoeksche Waard” is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. De baggerspecie van de watergang ter hoogte van de nieuwe locatie van de waterleiding is toepasbaar in de klasse Landbouw/natuur op basis van PFAS.
Conclusies De bodemkwaliteit volstaat voor de toekomstige functie van de gronden. Er zijn, uit milieu hygiënisch oogpunt bezien, geen belemmeringen aanwezig voor de voorgenomen verlegging van de waterleiding en bijkomende herinrichting van het gebied, en ook niet voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.
4.7.3
Akoestische aspecten
Kader Geluid beïnvloedt de kwaliteit van de leef- en woonomgeving. De regelgeving met betrekking tot geluid in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en ingrepen is vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Daarin is
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
30
Projectgerelateerd
bepaald dat bij de voorbereiding van een nieuw ruimtelijk plan akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd indien sprake is van: • nieuwbouw van geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, binnen de geluidszone van een (spoor)weg of een industriegebied; • fysieke wijziging (reconstructie) van een gezoneerde weg met bestaande woningen binnen de geluidszone van die weg; • mogelijke akoestische gevolgen elders als gevolg van de betreffende ontwikkelingen of ingrepen.
Onderzoek Met het bestemmingsplan worden geen geluidgevoelige bestemmingen gerealiseerd. De voorgenomen activiteiten leiden ook niet een toename aan verkeer en daarmee tot geluidhinder op omliggende geluidgevoelige bestemmingen. Conclusies Het aspect geluid staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
4.7.4
Luchtkwaliteit
Kader De belangrijkste regels voor luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 (titel 5.2) van de Wet milieubeheer (Wm). Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in besluiten en ministeriële regelingen. De kern van titel 5.2. Wm bestaat uit luchtkwaliteitsnormen, gebaseerd op Europese richtlijnen. De Wm kent grenswaarden en plandrempels voor stoffen die de luchtkwaliteit kunnen verslechteren en waaraan ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst. De belangrijkste stoffen zijn stikstofdioxide (NO 2), fijn stof (PM10 en PM2,5) en Benzeen (C6H6). Daarnaast kent titel 5.2. een aantal basisverplichtingen, waaronder het beoordelen van luchtkwaliteit, rapportage en maatregelen. De maatregelen zijn in Nederland met name in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) vastgelegd.
Op basis van de Wm dient het bevoegd gezag bij het vaststellen van een bestemmingsplan rekening te houden met de effecten van een ruimtelijke ontwikkeling op de luchtkwaliteit of aannemelijk te maken dat: • het initiatief niet leidt tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden; • de luchtkwaliteit per saldo verbetert als gevolg van het initiatief, of blijft ten minste gelijk; • het initiatief niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van een stof, waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen; • de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld (nationaal) programma. Onderzoek De verlegging van de dubbelbestemming ‘Leiding – Water’ betreft geen ontwikkeling die is opgenomen in het NSL en wordt ook niet genoemd in het Besluit NIBM. Een NIBM-initiatief betreft een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is. Dan is geen toetsing aan de grenswaarde luchtkwaliteit nodig. Het is zeer aannemelijk dat de verlegging van de dubbelbestemming ‘Leiding – Water’ alsook de verlegging van de waterleiding geen negatieve effecten heeft op de luchtkwaliteit, de luchtkwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft of de activiteit slechts ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging.
Er is in ieder geval geen sprake van dat realisatie van het bestemmingsplan leidt tot overschrijding van de geldende grenswaarden; er wordt geen stikstofdioxide en fijn stof uitgestoten. Tot slot zijn in en nabij het plangebied geen gevoelige bestemmingen gelegen of voorzien die aanleiding geven tot nadere onderzoeken en het berekenen van de luchtkwaliteit als gevolg van de verlegging van de dubbelbestemming en de leiding. 21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
31
Projectgerelateerd
Conclusies Het aspect luchtkwaliteit staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
4.7.5
Externe veiligheid
Kader De normen en richtlijnen voor externe veiligheid zijn onder andere vastgelegd in: • het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); • de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (Rnvgs); • het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Er zijn twee risiconormen bepaald: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een risicovolle activiteit. De normhoogte voor PR bedraagt 10-6/jaar voor gevoelige bebouwing. Het GR is de kans per jaar dat een groep personen van een bepaalde grootte kan overlijden ten gevolge van een calamiteit. Hiervoor is een zogeheten oriënterende waarde vastgesteld. Van deze waarde kan onder voorwaarden worden afgeweken. Onderzoek Met het bestemmingsplan worden geen (beperkt) kwetsbare functies of objecten mogelijk gemaakt. Daarnaast betreft de voorgenomen ontwikkeling geen risicobron uit oogpunt van externe veiligheid. Conclusies Het aspect externe veiligheid staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
4.7.6
Bedrijven en milieuzonering
Kader De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat overheden bij het vaststellen van bestemmingsplannen moeten aantonen dat sprake is van 'een goede ruimtelijke ordening' (Wro artikel 3.1 lid 1). Onderdeel hiervan is het zorgen voor een goede milieuzonering: de overheid dient erop toe te zien dat er voldoende afstand in acht wordt genomen tussen enerzijds functies die hinder of gevaar veroorzaken (bijvoorbeeld bedrijven), en anderzijds functies die daar last van hebben (bijvoorbeeld woningen). Dit dient twee doelen: • het voorkomen of beperken van hinder voor de woningen, en • het aan bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam kunnen uitoefenen. Milieuzonering wordt toegepast bij besluiten over nieuwe situaties, zoals de bouw van woningen nabij bedrijven. Milieuzonering is niet bedoeld om bestaande situaties te beoordelen: de hinder voor bestaande woningen door bestaande bedrijven wordt beperkt via de milieuregelgeving, zoals de Wet milieubeheer (Wm), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet geluidhinder (Wgh). Er is geen wetgeving over milieuzonering, anders dan de plicht om te zorgen voor een goede ruimtelijke ordening. In de praktijk wordt meestal gebruik gemaakt van de handreiking “Bedrijven en Milieuzonering” van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) (editie 2009).
Deze handreiking beveelt per standaard bedrijfstype een afstand aan tot woningen of andere 'kwetsbare' functies. De afstand hangt onder meer af van de aard van de omgeving: een rustige woonwijk verdient een hoger beschermingsniveau dan een gebied waar al enige hinder is van bedrijven of infrastructuur.
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
32
Projectgerelateerd
Onderzoek Met het bestemmingsplan wordt geen ontwikkeling mogelijk gemaakt die voorziet in de realisatie van hindergevoelige functies binnen de zone van hinderlijke functies. En de verlegging van de dubbelbestemming betreft geen hinderlijke activiteit of functie die hindergevoelige functies in de nabijheid kan schaden. Conclusies Het aspect bedrijven en milieuzonering staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
33
Projectgerelateerd
5
Uitvoerbaarheid
5.1
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Daarnaast geldt dat, indien sprake is van ontwikkelingen waarbij een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro mogelijk wordt gemaakt en waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze kosten moeten worden verhaald op de initiatiefnemer. De gronden, waarop de verlegging van de dubbelbestemming ‘Leiding – Water’ is voorzien, zijn in eigendom van de provincie Zuid-Holland. Het realiseren van een nieuwe watergang, als gevolg van de verlegging van de leiding, vindt plaats op grond van de gemeente. De gemeente is ook verantwoordelijk voor het voeren van de bestemmingsplanprocedure. De kosten voor de verlegging van de waterleiding en daarmee de verlegging van de dubbelbestemming, en de herinrichting van de aangrenzende gronden, maken deel uit van de projectkosten voor alle maatregelen die op de N217 in het kader van de renovatie van de Heinenoordtunnel moeten worden uitgevoerd (zie ook de aanleiding voor dit bestemmingsplan in hoofdstuk 1).
De financiële bijdragen van alle partijen die hierin formeel samenwerken, zijnde Rijkswaterstaat, Provincie Zuid-Holland (verantwoordelijk voor de uitvoering), de gemeente Hoeksche Waard en het Waterschap Hollandse Delta, zijn vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst Renovatie Heinenoordtunnel (ondertekend op 17 juni 2020) en het bijbehorende addendum. Daarnaast maken we in separate Uitvoeringsovereenkomsten afspraken over verantwoordelijkheden voor de uitvoering, waaronder ook het doorlopen van de bestemmingsplanprocedure. Hiermee is het kostenverhaal verzekerd en wordt planrealisatie financieel uitvoerbaar geacht.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Gezien de aard en omvang van dit bestemmingsplan, wordt geen inspraak op het bestemmingsplan gehouden. Het wettelijk vooroverleg met betrokken overheden en andere adviserende partijen wordt tegelijkertijd met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan gehouden. De eventuele opmerkingen van deze instanties worden verwerkt in een nota van beantwoording dat samen met het vast te stellen bestemmingsplan aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Direct omwonenden zijn middels een bewonersbrief geïnformeerd over de wijziging van het voorliggende bestemmingsplan. In het kader van de uitvoering van de maatregelen aan de N217, wordt een omgevingscommunicatieplan opgezet en uitgevoerd, waarbij de samenwerkende overheidspartijen en de nog te contracteren aannemer gezamenlijk optrekken. Het is één van de eerste verplichtingen van de aannemer na gunning van het contract eind december 2021, om de omgevingscommunicatie op te pakken. Dit is ook zo vastgelegd in de contracteisen.
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
34
Projectgerelateerd
6
Juridische plantoelichting
In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de opgestelde regels en de verbeelding. De regels en de verbeelding zijn de juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan. Deze plantoelichting is niet juridisch bindend.
6.1
Planmethodiek
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een (beperkte) ontwikkeling en heeft als doel voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Dit bestemmingsplan vervangt het vigerende bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Binnenmaas’, voor zover het betreft het plangebied. Bij de opzet van dit bestemmingplan is gekozen voor een gedetailleerde bestemmingsregeling zodat de rechtszekerheid voor de leidingbeheerder en omwonenden het best wordt gegarandeerd. De inhoud van de dubbelbestemming ‘Leiding – Water’ alsook die van de andere in het plan voorkomende (dubbel)bestemmingen, is één-op-één overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan zodat het wijzigingsplan en het moederplan goed op elkaar aansluiten. Naast dat hierdoor de regeling uniform blijft, biedt dit ook een grote mate van rechtszekerheid voor eventuele belanghebbenden; er vinden op inhoud feitelijk geen wijzigingen plaats ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan.
6.2
Regels
De regels bestaan uit vier hoofdstukken: • Inleidende regels (hoofdstuk 1) • Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) • Algemene regels (hoofdstuk 3) • Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) De regels zijn opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende bestemmingen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. In het bestemmingsplan zijn de volgende bestemmingen opgenomen: ‘Agrarisch’ Gronden aangewezen voor ‘Agrarisch’ zijn bestemd voor het uitoefenen van grondgebonden agrarisch bedrijf bestaande legale paardenbakken en bestaande kleinschalige kampeerterreinen. Daarnaast wordt de openheid van het landschap met deze bestemming beschermd.
Binnen deze bestemming is extensieve dagrecreatie en het hobbymatig houden van dieren toegestaan en mogen water en voorzieningen voor de waterhuishouding worden gerealiseerd. ‘Verkeer’
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
35
Projectgerelateerd
De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen, straten, wandel- en fietspaden, parkeer-, groen- en speelvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding. Ook de wegbermen en naastgelegen waterlopen (geen A-watergangen zijnde) zijn hierin opgenomen. Binnen deze bestemmingen mogen alleen verwijsborden, lichtmasten en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gerealiseerd. Overige bebouwing is niet toegestaan. ‘Leiding – Gas’ De voor ‘Leiding – Gas’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere bestemmingen die daar voorkomen, mede bestemd voor ondergrondse gasleidingen en het beheer en onderhoud van deze leidingen. Bovendien zijn de gronden bestemd voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de gasleidingen. Alleen met een afwijkingsbevoegdheid kan op deze gronden worden gebouwd ten behoeve van andere, onderliggende bestemmingen. Hiervoor dient vooraf advies te zijn verkregen van de leidingbeheerder. Ter bescherming van de gasleiding is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen. ‘Leiding – Water’ De voor ‘Leiding – Water’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere bestemmingen die daar voorkomen, mede bestemd voor ondergrondse drinkwaterleidingen en het beheer en onderhoud van de leidingen. Bovendien zijn de gronden bestemd voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leidingen.
Alleen met een afwijkingsbevoegdheid kan op deze gronden worden gebouwd ten behoeve van andere bestemmingen. Hiervoor dient vooraf advies te zijn verkregen van de leidingbeheerder. Ter bescherming van de waterleiding is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen. ‘Waarde – Archeologie AMK’ (Archeologische Monumenten Kaart) De voor ‘Waarde – Archeologie AMK’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere bestemmingen die op deze gronden voorkomen, mede bestemd voor de bescherming van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden die hier voorkomen. Aangezien bekend is dat er waarden in de grond aanwezig zijn geldt er altijd een onderzoeksplicht. De gronden met deze dubbelbestemming worden beschermd door middel van een verplichting tot het overleggen van een archeologisch onderzoek bij omgevingsvergunningen voor het bouwen en voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden. Door middel van deze regeling wordt voorkomen dat bekende waarden door bepaalde activiteiten verloren gaan. Ter bescherming van de bekende archeologische waarden is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen. De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie AMK’ kan via een wijzigingsbevoegdheid aan gronden worden toegevoegd of van gronden worden verwijderd, nadat uit archeologisch onderzoek is gebleken dat daar aanleiding voor is.
‘Waarde – Archeologische verwachting hoog 1’ Daar waar de archeologische waarde van de ondergrond niet bekend is, is een verwachtingswaarde opgenomen. In zones met een hoge verwachting (pleistocene rivierduinen en meandergordels) moet onderzoek worden uitgevoerd bij projecten waarvan de bodemverstoring een oppervlak van meer dan 100 m2 beslaat. Daarnaast geldt voor ingrepen een dieptemaat van 50 centimeter beneden maaiveld als grens voor het wel of niet uitvoeren van onderzoek. Ter bescherming van de waarden die naar verwachting voorkomen in de gronden met deze bestemmingen, is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen. De archeologische dubbelbestemming kan via een wijzigingsbevoegdheid aan gronden worden toegevoegd of van gronden worden verwijderd, nadat uit archeologisch onderzoek is gebleken dat daar aanleiding voor is. ‘Waterstaat – Waterkering’ De gronden binnen de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’, is bestemd voor de waterkering en de bescherming, het onderhoud en de verbetering van de waterkering. Het betreffen gronden (de dijken)
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
36
Projectgerelateerd
die zorgen voor de veiligheid ten aanzien van het voorkomen van overstromingen. De bescherming van deze gronden is noodzakelijk en geschiedt door middel van het opnemen van deze dubbelbestemming. In principe mag er binnen deze dubbelbestemming alleen gebouwd worden ten behoeve van de dubbelbestemming. Met een afwijking is het mogelijk om ook ten behoeve van onderliggende bestemmingen te bouwen als advies is verkregen van het waterschap. Hoofdstuk 3 Algemene regels In deze paragraaf worden, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, aanvullende regels gesteld. Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels zijn een aantal regelingen opgenomen met betrekking tot bestaande afmetingen, bestaande afstanden en bestaande percentages. Bestaande maten die rechtmatig in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen, zijn als maximaal toegestaan.
Algemene regels met betrekking tot ondergronds bouwen In dit artikel is een algemene regeling met betrekking tot ondergrond bouwen opgenomen die de maximale verticale diepte regelt. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is een algemeen verbod op strijdig gebruik opgenomen, en wordt een aantal voorbeelden genoemd wat in ieder geval als strijdig gebruik wordt beschouwd. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen. In het artikel is een aantal algemene afwijkingen opgenomen, dat middels een omgevingsvergunning kan worden verleend. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan bij een omgevingsvergunning mogelijk te maken. Het gaat bijvoorbeeld om een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte of het mogelijk maken van de bouw van schakelkastjes (nutsgebouwtjes) in het openbare gebied. Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels is een regeling met betrekking tot archeologie opgenomen waarmee het mogelijk is om aan gronden een archeologische dubbelbestemming toe te kennen. Daarnaast zijn nog wijzigingsregels met voorwaarden opgenomen ten behoeve van zendmasten en het verleggen van rioolleidingen.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
37
Projectgerelateerd
6.3
Geometrische plaatsbepaling
Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BGT-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden (en in dit geval ook wateren) een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar.
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
38
Projectgerelateerd
7
Procedure
7.1
Voorbereidingsfase
Vooraankondiging Op grond van artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient voorafgaand aan een procedure van een bestemmingsplan waarin een ruimtelijke ontwikkeling wordt gefaciliteerd, een vooraankondiging te worden gepubliceerd waarin de gemeente aangeeft een bestemmingsplan voor te bereiden. Overleg Conform artikel 3.1.1. van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In dit geval wordt het ontwerpbestemmingsplan toegezonden aan diverse instanties en worden eventuele reacties verwerkt in het vast te stellen bestemmingsplan (zie ook hierna).
7.2
Ontwerpfase
Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze termijn wordt eenieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Van de eventueel te ontvangen zienswijzen wordt te zijner tijd in een nota van beantwoording verslag gedaan dat als bijlage bij het vast te stellen bestemmingsplan wordt gevoegd.
7.3
Vaststellingsfase
Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Niet belanghebbenden moeten hiervoor eerst een zienswijze indienen. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot planrealisatie kan worden overgegaan mits daarvoor de benodigde vergunningen en toestemmingen voor zijn verleend.
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
39
Projectgerelateerd
Bijlagen Bijlage 1: Ecologische quickscan Bijlage 2: Soortgericht onderzoek beschermde soorten Polderweg Bijlage 3: Archeologisch bureauonderzoek Bijlage 4: Archeologisch booronderzoek Polderweg Bijlage 5: NGCE Polderweg N217 Bijlage 6: Verkennend (water)bodemonderzoek Bijlage 7: Aanvullend verkennend waterbodemonderzoek Bijlage 8: Advies Gasunie
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
40
Projectgerelateerd
Regels
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
41
Projectgerelateerd
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
43
Artikel 1 Begrippen
43
Artikel 2 Wijze van meten
45
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
47
Artikel 3 Agrarisch
Error! Bookmark not defined.
Artikel 4 Verkeer
47
Artikel 5 Leiding – Water
47
Artikel 6 Leiding – Gas
Error! Bookmark not defined.
Artikel 7 Waarde – Archeologie AMK
51
Artikel 8 Waarde – Archeologische verwachting hoog 1
52
Artikel 9 Waterstaat – Waterkering
53
Hoofdstuk 3 Algemene regels
54
Artikel 10 Anti-dubbeltelbepaling
54
Artikel 11 Algemene bouwregels
54
Artikel 12 Algemene regels met betrekking tot ondergronds bouwen
54
Artikel 13 Algemene gebruiksregels
54
Artikel 14 Algemene afwijkingsregels
55
Artikel 15 Algemene wijzigingsregels
56
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
58
Artikel 16 Overgangsrecht
58
Artikel 17 Slotregel
58
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
42
Projectgerelateerd
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan 'N217-Polderweg (Waterleiding)' van de gemeente Hoeksche Waard; 1.2 bestemmingsplan de geometrische bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1963.BPN217PDWPTH21-ON01 met bijbehorende regels en bijlagen; 1.3 verbeelding de analoge en digitale voorstelling van de in het bestemmingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie; 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aanduidingsvlak een vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens; 1.7 afwijken van de bouwregels en/of van de gebruiksregels een afwijking als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c van de Wet ruimtelijke ordening; 1.8 archeologisch onderzoek diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse archeologie; 1.9 archeologische verwachting de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten; 1.10 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende
archeologische relicten; 1.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
1.13 bestaand a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan: • bestaat, of; • wordt gebouwd, of;
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
43
Projectgerelateerd
•
nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is ingediend; mits het bouwwerk in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald; 1.14 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.15 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.16 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.17 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.18 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.19 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.20 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.21 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.22 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen
toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.23 gebruiken gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.24 grondwaterpeil bovenste niveau van het water dat zich in de bodem bevindt; 1.25 maatvoeringsgrens de grens van een maatvoeringsvlak; 1.26 maatvoeringsvlak een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor bepaalde bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt;
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
44
Projectgerelateerd
1.27 nadere eis een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder d van de Wet ruimtelijke ordening; 1.28 normaal onderhoud, gebruik en beheer een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt; 1.29 omgevingsvergunning een vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.30 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 1.31 omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk een vergunning als bedoeld in artikel 3.3. onder b van de Wet ruimtelijke ordening;
1.37 (straat)peil a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst of ten hoogste 5 m uit de weggrens is gelegen: de hoogte van de kruin van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in alle andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte maaiveld maar niet hoger dan de kruin van de weg het meest nabij het bouwwerk gelegen; c. indien in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabij gelegen punt waar het water, in het peilbesluit vastgestelde peil, grenst aan het vaste land; 1.38 uitvoeren uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven;
1.40 wijziging een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder a van de Wet ruimtelijke ordening;
Artikel 2 Wijze van meten 2.1 Algemeen Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.2 de afstand tot een grens tussen de grens een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
45
Projectgerelateerd
2.4 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.5 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.6 de hoogte van een windturbine vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine; 2.7 de horizontale diepte van een gebouw de diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd; 2.8 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.9 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.10 de oppervlakte van een overkapping tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping. 2.11 verticale diepte van een ondergronds bouwwerk van het peil tot aan de bovenzijde van de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk.
2.12 ondergeschikte bouwdelen Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 2.13 meten Bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn en op de schaal waarin het plan is vastgesteld.
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
46
Projectgerelateerd
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Verkeer 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en straten, wandel- en fietspaden; b. parkeer-, groen- en speelvoorzieningen; c. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; een en ander met bijhorende bouwwerken en voorzieningen. 3.2 Bouwregels Uitsluitend de volgende bouwwerken zijn toegestaan: a. verwijsborden met een bouwhoogte van maximaal 10 m; b. lichtmasten met een bouwhoogte van maximaal 18 m; c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bouwhoogte van maximaal 2 m.
Artikel 4 Leiding – Gas 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding – Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. een ondergrondse gasleiding ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding - gas 2'; b. het beheer en onderhoud van de leiding; c. de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag alleen ten behoeve van deze bestemming nieuw worden gebouwd. 4.2.2 Gebouwen Uitsluitend gebouwen ten behoeve van het leidingbeheer mogen worden gebouwd met per gebouw een oppervlakte van maximaal 40 m2. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid. 4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan. 4.3 Afwijken van de bouwregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen, mits advies is verkregen van de leidingbeheerder, de veiligheid met betrekking tot de gasleiding niet wordt geschaad en geen kwetsbare objecten worden toegelaten. 4.4 Specifieke gebruiksregels 21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
47
Projectgerelateerd
Bij toepassing van afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden op basis van de andere voorkomende bestemmingen gelden de volgende voorwaarden: a. er is schriftelijk advies ingewonnen bij de leidingbeheerder; b. er is een verantwoording opgenomen ten aanzien van externe veiligheid voor wat betreft het groepsrisico; c. er treedt geen strijdigheid op met het Besluit externe veiligheid buisleidingen. 4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1 Omgevingsvergunningplichtige werken Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 4.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; d. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen; e. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals drainage, lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; f. het permanent opslaan van goederen.
4.5.2 Toetsingscriterium Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.5.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheid dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. 4.5.3 Advies leidingbeheerder Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.5.1 wordt niet eerder verleend dan nadat advies is verkregen van de leidingbeheerder.
4.5.4 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.5.1 is nodig voor: werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die het normale onderhoud en beheer betreffen; werken, geen bouwwerken zijde, of werkzaamheden die in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende omgevingsvergunning.
Artikel 5 Leiding – Water 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding – Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. het beheer en onderhoud van de leiding; b. de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding; 21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
48
Projectgerelateerd
met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag alleen ten behoeve van deze bestemming nieuw worden gebouwd. 5.2.2 Gebouwen Uitsluitend gebouwen ten behoeve van het leidingbeheer mogen worden gebouwd, met per gebouw een oppervlakte van maximaal 40 m2. 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijn de bedraagt maximaal 3 m. 5.3 Afwijken van de bouwregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen, mits advies is verkregen van de leidingbeheerder. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Omgevingsvergunningplichtige werken Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 5.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; d.
het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden en het rooien en/of kappen van bos of andere houtgewassen. 5.4.2 Toetsingscriterium Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheid dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. 5.4.3 Advies leidingbeheerder Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 wordt niet eerder verleend dan nadat positief advies is verkregen van de leidingbeheerder. 5.4.4 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die het normale onderhoud en beheer betreffen;
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
49
Projectgerelateerd
b. werken, geen bouwwerken zijde, of werkzaamheden die in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende omgevingsvergunning.
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
50
Projectgerelateerd
Artikel 6 Waarde – Archeologie AMK 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde – Archeologie AMK' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden. 6.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemmingen mogen geen nieuwe gebouwen worden gebouwd en de oppervlakte van bestaande gebouwen niet worden vergroot. 6.3 Afwijken van de bouwregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de archeologische waarden van het gebied. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Omgevingsvergunningplichtige werken Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 6.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen en het aanbrengen van drainage; d.
het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen van gronden en het rooien van bos of andere houtgewassen waarbij de stobben worden verwijderd; f. het scheuren van grasland. 6.4.2 Toetsingscriterium Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 mag alleen en moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. 6.4.3 Uitzonderingen Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende omgevingsvergunning; c. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden waarvoor een vergunning ingevolge de Monumentenwet 1988 nodig is.
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
51
Projectgerelateerd
6.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor het verwijderen van de bestemming 'Waarde – Archeologie AMK', indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat dit mogelijk is.
Artikel 7 Waarde – Archeologische verwachting hoog 1 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde – Archeologische verwachting hoog 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 7.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag alleen worden gebouwd ten behoeve van aanvullend of definitief archeologisch onderzoek. 7.3 Afwijken van de bouwregels 7.3.1 Afwijking Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.2 ten behoeve van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen, mits is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 7.3.2 Uitzonderingen Afwijking als bedoeld in artikel 7.3.1 is niet vereist, indien: a. op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; b. het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; c. het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 100 m2.
7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Omgevingsvergunningplichtige werken Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 7.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het bodemverlagen of afgraven van gronden; c. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,5 m vanaf maaiveld; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; e. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport- energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies. 7.4.2 Toetsingscriterium Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.1 wordt slechts verleend, indien door de werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
52
Projectgerelateerd
7.4.3 Uitzonderingen Het in artikel 7.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing, indien: a. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b. er sprake is van bodemingrepen kleiner dan 100 m2 en niet dieper dan 0,5 m vanaf het maaiveld; c. op basis van bureauonderzoek, inventariserend of aanvullend archeologisch vooronderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; d. de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning; e. de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden op aanvullend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht. 7.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor het verwijderen van de bestemming Waarde Archeologische verwachting hoog 1, indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat dit mogelijk is.
Artikel 8 Waterstaat – Waterkering 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waterstaat – Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming, het onderhoud en de verbetering van de waterkering, met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde zoals duikers, keerwanden en merktekens. 8.2 Bouwregels 8.2.1 Algemeen In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag alleen ten behoeve van deze bestemming worden gebouwd. 8.2.2 Gebouwen Gebouwen mogen niet worden gebouwd. 8.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 3 m. 8.3 Afwijken van de bouwregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 8.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere bestemmingen, mits positief advies is verkregen van de beheerder van de waterkering.
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
53
Projectgerelateerd
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelbepaling Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 10 Algemene bouwregels 10.1 Bestaande afmetingen In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud in afwijking daarvan als maximaal toegestaan. 10.2 Bestaande afstanden In die gevallen dat de bestaande afstand van een bouwwerk tot enige op de verbeelding of in de regels aangegeven lijn dan wel tot een ander bouwwerk, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand is gekomen minder bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven, geldt die afstand in afwijking daarvan als minimaal toegestaan. 10.3 Bestaande percentages In die gevallen dat een bestaand bebouwingspercentage, dat in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand is gekomen, meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven, geldt dat bebouwingspercentage in afwijking daarvan als maximaal toegestaan.
Artikel 11 Algemene regels met betrekking tot ondergronds bouwen Ondergrondse ruimten zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van bovengrondse bebouwing, tenzij in de bouwregels van de betreffende bestemming anders is bepaald. Op het bouwen van ondergrondse bouwwerken zijn de aanduidingen op de verbeelding en de bouwregels van het plan op overeenkomstige wijze van toepassing, met dien verstande dat: a. de verticale diepte van ondergrondse bouwwerken niet meer bedraagt dan 3 m beneden peil; b. de verticale diepte van een ondergronds bouwwerk dat in gebruik is als rioolgemaal niet meer bedraagt dan 6 m beneden peil.
Artikel 12 Algemene gebruiksregels 12.1 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in ieder geval verstaan: a. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c. een gebruik van gronden voor opslag van mest in mestzakken of in andere opslagmiddelen, niet zijnde een bouwwerk, anders dan als opslag voor normaal gebruik binnen het agrarisch bouwvlak
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
54
Projectgerelateerd
d. een gebruik van gronden en bouwwerken voor (detail)handel, anders dan de regels van de bestemmingen toestaan; e. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie; f. een gebruik van gronden en bouwwerken voor verblijfsrecreatie, anders dan de regels van de bestemmingen toestaan; g. het gebruik van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van reclame-uitingen, anders dan voor de eigen bedrijfsvoering of de verkoop van eigen producten; h. een gebruik van recreatiewoningen en stacaravans ten behoeve van permanente bewoning.
Artikel 13 Algemene afwijkingsregels 13.1 Algemeen Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen; b. de regels en worden toegestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 2,5 m, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing. 13.2 Voorwaarden Afwijking als bedoeld in artikel 13.1 is slechts toegestaan, mits: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad. 13.3 Windturbines Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de regels voor de bouw van een windturbine, met in achtneming van de volgende voorwaarden: a. deze bevoegdheid is uitsluitend van toepassing binnen bestemmingen waar op basis van de bouwregels in hoofdstuk 2 gebouwen zijn toegelaten; b. in afwijking van sub a is deze bevoegdheid niet van toepassing: 1.
op gronden met de bestemming Wonen - Linten en bebouwingconcentraties, ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van wonen - linten'; 2. op gronden met de aanduiding 'openheid'; 3. binnen Natura2000-gebieden en de ecologische hoofdstructuur; c. per adres is maximaal één windturbine toegestaan; d. de ashoogte van een windturbine bedraagt maximaal 15 m; e. de windturbine is functioneel gebonden aan het gebouw of de bestemming waarop het wordt geplaatst; f. windturbines mogen niet worden gebouwd op of nabij monumenten; g. de afstand tot leidingen die vallen onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen bedraagt minimaal 25 m; h. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad, waaronder in ieder geval de veiligheid wordt begrepen.
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
55
Projectgerelateerd
Artikel 14 Algemene wijzigingsregels 14.1 Archeologie Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor het toevoegen van de bestemming 'Waarde – Archeologie AMK' en 'Waarde – Archeologische verwachting hoog 1', indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat dit wenselijk is; 14.2 Zendmast Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen ten behoeve van het veranderen van een bestemming in een bestemming Bedrijf - zend-/ontvangstinstallatie' in verband met de plaatsing van een zendmast voor mobiele telecommunicatie, met in achtneming van de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte van het nieuw aan te wijzen bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan 50 m2 dan wel zoveel meer als noodzakelijk is voor de plaatsing van een zendmast met bijbehorende apparatuur en installaties; b. de plaatsing van de zendmast op de betreffende locatie dient noodzakelijk te zijn in verband met de beoogde landelijke dekking van het netwerk voor mobiele telecommunicatie; c. de hoogte van de zendmast mag niet meer gaan bedragen dan 40 m dan wel zoveel minder als noodzakelijk is voor de beoogde landelijke dekking voor mobiele telecommunicatie; d. de plaatsing van een zendmast is niet toegestaan bij monumenten of karakteristieke bebouwing; e. de afstand tot leidingen die vallen onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen bedraagt minimaal 45 m.
14.3 Verleggen gasleiding Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen ten behoeve van het verleggen van een gasleiding, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de betrokken dubbelbestemming alsmede de bijbehorende hartlijn wordt verplaatst; b. de regels van de bestemming 4 zijn van toepassing op de nieuwe leiding; c. een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd in verband met externe veiligheid; d. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad, waaronder in ieder geval de veiligheid wordt begrepen.
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
56
Projectgerelateerd
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
57
Projectgerelateerd
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 15 Overgangsrecht 15.1 Overgangsrecht bouwwerken 15.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 15.1.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 15.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 15.1.1 met maximaal 10%. 15.1.3 Uitzondering Artikel 15.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.2 Overgangsrecht gebruik 15.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
15.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 15.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 15.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 15.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 15.2.4 Uitzondering Artikel 15.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 16 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'N217-Polderweg (Waterleiding).
21 oktober 2021
BESTEMMINGSPLAN N217-POLDERWEG (WATERLEIDING)
BH4073IBRP210819
58