Zienswijze concept-samenwerkingsafspraken MRA - Raadsvoorstel
Tekst van het document
VOORSTEL zaaknummer:
1051320
afdelingsnaam:
IA
steller:
Viva Wessels
telefoonnummer
035 6292121
onderwerp:
Zienswijze MRA concept-samenwerkingsafspraken
Voorstel 1
Bijgaande zienswijze op de MRA concept-samenwerkingsafspraken vast te stellen en kenbaar te maken bij de MRA. Titel
Toelichting
BEELDVORMING
Zienswijze Voorstel transitiecommissie MRA (20210309)
In 2018 is afgesproken om de MRA samenwerking te evalueren. Een Transitiecommissie heeft de beschikbare bouwstenen van die evaluatie verwerkt in een voorstel voor zowel doelen en profilering van de MRA als voor de governance. De MRA heeft op basis van het voorstel van de transitiecommissie, de inbreng van raden en Staten en een aantal sessies met bestuurders en raadsleden de concept samenwerkingsafspraken opgesteld.
Commissie 8 april 2021
OORDEELSVOR MING Commissie 8 april 2021
Commissie 11 mei 2021
Commissie 11 mei 2021
Commissie 22/29 sept. 2021
Commissie 22/29 sept. 2021
Zienswijze Conceptsamenwerkingsafspra ken MRA Definitieve samenwerkingsafspra ken MRA
BESLUITVOR MING Raad 12 mei 2021
Raad 6 oktober 2021
Na de consultatieronde worden de definitieve samenwerkingsafspraken dit najaar ter vaststelling aan raden en Staten voorgelegd.
Samenvatting De MRA heeft op basis van het voorstel van de transitiecommissie, de inbreng van raden en Staten concept-samenwerkingsafspraken opgesteld. Deze liggen nu ter consultatie voor aan de raden en Staten, zo ook aan de Hilversumse raad. Op basis van de inbreng van alle raden en staten worden de definitieve samenwerkingsafspraken opgesteld. Deze worden in het najaar ter besluitvorming voorgelegd aan de deelnemende raden en Staten. In de nieuwe samenwerkingsafspraken krijgen gemeenten een meer directe invloed in de MRA via de Algemene Vergadering en de Raadtafel. Tegelijkertijd blijven onderdelen deelregionaal georganiseerd; zoals de vertegenwoordiging in het bestuur en in de platforms. Dat sluit aan bij de zienswijze van de raad op de voorstellen van de transitiecommissie, zoals vastgesteld in de raad van 12 mei 2021. Naar aanleiding van uw discussie in resp. uw commissies van april en mei en uw raad van 12 mei jl, ligt nu een gemeentelijke zienswijze aan u voor waarbij u direct uw zienswijze kenbaar maakt aan de MRA.
Om de inbreng vanuit onze regio (als deelregio van de MRA) meer kracht bij te zetten, hebben we daarbij wel geprobeerd de inhoud van de zienswijze zoveel mogelijk eensluidend te laten zijn met die van onze regio-gemeenten. De voorliggende zienswijze is getoetst aan de eerder door zowel Hilversum als de regio Gooi en Vechtstreek ingebrachte aandachtspunten bij het voorstel van de Transitiecommissie. De 8-weken reactietermijn (convenantsafspraak) kon, vanwege de oplevering van de conceptsamenwerkingsafspraken door de MRA net voor het zomerreces op 12 juli jl. en onze bestuurlijke besluitvormingstermijnen, niet gehaald worden. De MRA is hiervan op de hoogte en in de voorgestelde zienswijze wordt hier ook aandacht voor gevraagd. Wil uw zienswijze nog worden meegenomen in het proces richting opstellen van de definitieve samenwerkingsafspraken, dan is agendering en besluitvorming in de raadsvergadering van 6 oktober 2021 van belang.
Inleiding In de regiegroep van de MRA van 10 oktober 2018 is afgesproken de MRA samenwerking te evalueren op basis van de afspraken uit het convenant dat in 2017 is gesloten. In december 2020 heeft de MRA Regiegroep besloten vanuit haar eigen gelederen een transitiecommissie in te stellen die de beschikbare bouwstenen heeft verwerkt in een voorstel voor zowel de doelen en profilering van de MRA als voor de governance. In maart 2021 heeft de transitiecommissie haar advies opgeleverd waarin een voorstel wordt gedaan voor zowel de doelen en profilering van de MRA als voor de governance. In de raadsvergadering van 12 mei 2021 heeft u uw wensen en opvattingen ingebracht op dat voorstel. De MRA heeft op basis van het voorstel van de transitiecommissie, de inbreng van raden en Staten en een aantal sessies met bestuurders en raadsleden de concept samenwerkingsafspraken opgesteld. Zoals gevraagd door meerdere participanten worden deze eerst ter consultatie aan de raden en Staten voorgelegd. Na verwerking van de inbreng worden de definitieve samenwerkingsafspraken aan de raden en Staten voorgelegd ter besluitvorming. U wordt nu gevraagd om uw zienswijze te geven op de voorliggende concept samenwerkingsafspraken.
Probleemstelling/doel De Metropoolregio Amsterdam (MRA) is een samenwerkingsverband van 32 gemeenten, 2 provincies en de Vervoerregio Amsterdam. Aan de samenwerking ligt een convenant ten grondslag. Gooi en Vechtstreek is een van de zeven deelregio’s in de MRA. De MRA is een bestuurlijk netwerk. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de raden en staten van de deelnemers. Op dit moment worden de centrale besluiten in de MRA genomen door de MRA Regie groep. De Regiegroep gaat over de voortgang van de MRA-samenwerking en stelt de begroting, de werkplannen en het jaarverslag vast. De dagelijkse coördinatie van de MRA-samenwerking ligt bij de Agendacommissie, die uit zes bestuurders bestaat (onze regio maakt hier geen deel van uit). Er zijn voorts bestuurlijke platforms (Economie, Ruimte en Mobiliteit) die de inhoudelijke uitvoering en voortgang van de MRA agenda sturen. De voorgestelde nieuwe vorm van samenwerken in de MRA voorziet in een Algemene Vergadering, een Bestuur, een Raadtafel en de platforms, die hun huidige rol behouden. Aan de Algemene Vergadering nemen alle leden van de MRA deel met een vertegenwoordiger. De Algemene Vergadering komt minstens 4 X per jaar bij elkaar, neemt besluiten over de kaders en controleert het Bestuur. Het Bestuur zal vervolgens bestaan uit 10 leden: een vertegenwoordiger uit elke deelregio en provincie.
De burgemeester van Amsterdam is de voorzitter. In de MRA Raadstafel heeft ieder lid van de MRA een vertegenwoordiger uit Raad of Staat. De Raadstafel adviseert - gevraagd en ongevraagd – de Algemene Vergadering en het Bestuur.
Wijze van inbreng gemeenten In de nieuwe samenwerkingsafspraken krijgen gemeenten een meer directe invloed in de MRA via de Algemene Vergadering en de Raadtafel. Tegelijkertijd blijven onderdelen deelregionaal georganiseerd; zoals de vertegenwoordiging in het bestuur en in de platforms. Wanneer de definitieve samenwerkingsafspraken zijn vastgesteld, is het goed om ook de werkafspraken binnen de regio Gooi en Vechtstreek te actualiseren. Uitgangspunt hierbij is de kracht van het samen optrekken als deelregio te behouden met voldoende ruimte voor lokale inbreng en het uitoefenen van de autonome bevoegdheid van de raad. Ook is het dan goed om werkafspraken te gaan maken over de afstemming tussen de portefeuillehouder die zitting heeft in de Algemene Vergadering, de afvaardiging van de raadsleden die deelnemen aan de Raadtafel en de gemeenteraad. Belangrijkste aandachtspunten in zienswijze De belangrijkste aandachtspunten die in de concept zienswijze zijn verwerkt zijn: -
Uitwerking van de overkoepelende doelstellingen volgt in de MRA agenda en werkplannen. Wij geven hierbij nogmaals aan dat het streven naar sociaal evenwicht moet worden ingevuld vanuit de ruimtelijk economische opgaven en niet leiden tot het oppakken van taken vanuit het sociaal domein binnen de MRA. (B2)
-
De samenwerkingsafspraken bieden meer mogelijkheden voor betrokkenheid van kleine gemeenten. Bijvoorbeeld door de directe vertegenwoordiging in de Algemene Vergadering en Raadtafel. Wij verzoeken om bij het invullen van de informatievoorziening zoals beschreven in de samenwerkingsafspraken ook te kijken naar compacte informatievoorziening en bij kleine gemeenten op te halen of dit voldoende wordt gefaciliteerd. (algemeen)
-
De wisselwerking tussen platform en portefeuillehoudersoverleg wordt niet verder uitgewerkt in de samenwerkingsafspraken. Het is de verantwoordelijkheid van het platform om hierover onderling goede afspraken te maken. Het is goed om na het overgangsjaar of bij de volgende vierjaarlijkse evaluatie te kijken of nadere uitwerking gewenst is. Ook moet goed afgewogen worden wanneer het instellen van een vast portefeuillehoudersoverleg het juiste instrument is of wanneer beter een andere invulling kan worden gekozen. Bijvoorbeeld door als platform een themasessie over een bepaald onderwerp te organiseren voor alle portefeuillehouders van participanten. De afspraken bieden hiervoor ruimte. (C4)
-
In de beschrijving onder C2 staat dat de vergadering van de AV niet over inhoudelijke onderwerpen gaat. Tegelijkertijd staat in de samenvatting dat de AV kaderstellend en controlerend is. Het vaststellen van kaders en het beoordelen of – gegeven de door de raden en staten vastgestelde kaders – de MRA effectief haar doelen realiseert, is wel degelijk een inhoudelijk rol. We verzoeken dit in de definitieve samenwerkingsafspraken nog iets meer aan te scherpen. (C2 en samenvatting)
-
Het is belangrijk dat de raden en Staten goed geïnformeerd zijn over de wijze waarop de MRA gemeenten en provincie vertegenwoordigt in overleg met het rijk, zoals in het BO MIRT en BOL, zoals ook staat beschreven onder C1. Een goede terugkoppeling van belangrijke overleggen richting raden is daarom gewenst. Dit kan ook via de deelregio zodat op de lokale informatiebehoefte kan worden ingespeeld.
-
We kunnen ons vinden in de invulling van de externe rol van de MRA. Waar een ‘coalition of the willing’ wordt gevormd moet wel bewust afgewogen worden of het onderwerp nog steeds passend is op de MRA schaal. (2.6)
-
De invulling van de Raadtafel met één lid en een plaatsvervangend lid is niet in overeenstemming met onze eerdere inbreng. De raadtafel kan aan kracht winnen als daar per gemeente wordt gewerkt
volgens het 4-ogen principe. Dit leidt in de afstemming tot een grote groep maar kan wel het draagvlak vergroten. Door het twee-ogen principe zonder politieke lading kunnen raadsleden met meer rugdekking opereren. Verzocht wordt om nogmaals naar deze afweging te kijken en een onderbouwing te geven bij de definitieve keuze in de samenwerkingsafspraken. (C1) -
De inzet voor de MRA directie en de flexibele schil wordt op basis van een verdeelsleutel op deelregio-niveau verdeeld. In de concept samenwerkingsafspraken is de verdeelsleutel voor de basisbijdrage naar inwoneraantal. Voor de personele inzet is de verdeelsleutel nog niet nader gedefinieerd. Verzocht wordt om een uitwerking te maken van een verdelingssystematiek die niet alleen rekening houdt met inwonersaantal maar ook met ieders ambitieniveau en wat eenieder binnen de doelstellingen te halen en te brengen heeft. Daarbij wordt verzocht om ervoor te waken dat een (structuur)wijziging niet leidt tot een kostenstijging. (B3 en C5)
-
In de samenwerkingsafspraken worden de processen duidelijk beschreven. Om hierop als gemeente te kunnen acteren en ook deelregionale afstemming mogelijk te maken is het belangrijk te werken met een jaaragenda waarin overlegdata en verzenddata duidelijk staan vermeld. Een goede lange termijnagenda maakt het zelfs makkelijker om een korte termijn tussen verzending en overleg te hanteren omdat hiermee vooraf rekening kan worden gehouden in de bestuurlijke agenda’s.
-
Voor de consultatie van raden en Staten is de termijn van acht weken uit het huidige convenant gehandhaafd. Deze termijn is krap omdat ook deelregionale afstemming gewenst is en de aanlevering van stukken niet altijd past in de jaarplanning van de gemeenteraden. Ook hierbij helpt een jaaragenda. Meegegeven wordt om deze termijn naar 9 of 10 weken te wijzigen. Belangrijk is dat tenminste bij de termijn van 8 weken het zomerreces en het kerstreces niet wordt meegerekend. (B1 en 2.7)
Argumenten De MRA heeft meerwaarde voor de gemeenten in de Gooi en Vechtstreek Voor Gooi en Vechtstreek is de noordelijke metropool een logische schaal van samenwerking op ruimtelijk-economische opgaven. De noordelijke metropool bestaat bestuurlijk uit de MRA en de MRU (metropoolregio Utrecht). Onderlinge relaties in dit gebied zijn sterk. Het vormt een zogenaamd ‘daily urban system’. Onze inwoners, werknemers en bedrijven bewegen zich op deze schaal en ontwikkelingen in het gebied om ons heen beïnvloeden het eigen leefgebied. De MRA en de EBU verbinden als netwerkorganisaties mondiale en lokale opgaven. De MRA is een belangrijke gesprekspartner voor het Rijk, voor de invulling van de gebiedsprogramma’s als vertaling van de Nationale omgevingsvisie. De belangen van het gebied en de verschillende deelregio’s worden via de Verstedelijkingsstrategie bij het Rijk ingebracht in het MIRT-overleg en het Bestuurlijk overleg Leefomgeving (BOL). Op deze manier kunnen deelregio’s via de MRA richting mede richting geven aan besluiten van het Rijk. Het zorgen voor een goede betrokkenheid van belanghebbende gemeenten is zowel een kans als aandachtspunt.
De waarde van de samenwerking zit op verschillende aspecten: - kennisuitwisseling en het op de hoogte zijn van wat er speelt op ruimtelijke en economische gebied in andere gemeenten; - het gezamenlijk uitvoeren van onderzoek en verkenningen; - belangenbehartiging richting Rijk en Europa. Binnen de MRA zitten verschillende invloedrijke medeoverheden. Door gezamenlijk op te trekken en krachten te bundelen geven we een sterk(er) signaal richting Rijk en Europa.
De samenwerkingsafspraken dragen bij aan meer transparantie en focus op inhoudelijke voortgang
De MRA is en blijft een bestuurlijk netwerk. Met de samenwerking in de MRA worden geen bevoegdheden overgedragen. Met de nieuwe samenwerkingsafspraken wil de MRA de transparantie verbeteren en de focus leggen op inhoudelijke voortgang, zodat alle betrokken meer zicht hebben op de inhoudelijke meerwaarde van de samenwerking. Dit streven is vertaald in de volgende wijzigingen ten opzichte van het huidige convenant: - Om de raden en Staten beter bij de inhoudelijke voortgang te betrekken komt er elk voorjaar een voortgangsnota en elk najaar een termijnagenda. - In het bestuur, de platforms en portefeuillehoudersoverleggen zijn alle deelregio’s en beide provincies vertegenwoordigd. - Alle participanten zijn rechtstreeks vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering. - De raadtafel wordt geformaliseerd en krijgt een duidelijke adviserende rol.
Kanttekeningen Afspraken kunnen de samenwerking faciliteren en verbeteren maar nooit alle krachtenvelden ondervangen die hierin een rol spelen. Samenwerken betekent ook compromissen sluiten, vertrouwen op andere spelers in de samenwerking en elkaar kunnen en durven aanspreken. Soms is het rechtstreeks belang van een gemeente of deelregio volledig duidelijk maar soms is dit indirecter. De basis is een gezamenlijk bewustzijn van de meerwaarde van samenwerking op de MRA-schaal voor onze inwoners. Het behoud van democratische legitimiteit en voortdurende communicatie over doelen en behaalde resultaten is hierbij belangrijk. De samenwerkingsafspraken dragen hieraan bij door meer transparantie en het zichtbaar maken van inhoudelijke resultaten.
Financiën, middelen & capaciteit Bij het afsluiten van het convenant in 2016 is een bijdrage per inwoner vastgesteld van €1,50. Bij de vaststelling van de begroting 2021 is de bijdrage verhoogd naar €1,53. Bij de uitwerking van de samenwerkingsafspraken is het streven het budget en dus de kosten voor gemeenten gelijk te houden. Het nieuwe convenant kan echter ook betekenen dat de gemeentelijke begroting de komende jaren verhoogd zal moeten worden op de post MRA als gevolg van het eigen Hilversumse besluit om aanvullend op de vastgestelde MRA-opgaven met andere gemeenten additionele regionale programma’s en/of projecten te initiëren binnen MRA verband.
Uitvoering De inbreng van alle raden en staten wordt betrokken bij de definitieve samenwerkingsafspraken. De samenwerkingsafspraken worden in het najaar ter besluitvorming aan de raden en staten voorgelegd, waarbij de in het convenant afgesproken reactietermijn van 8 weken geldt. De deadline voor de zienswijze is gesteld op september, waarbij de MRA heeft verzocht de zienswijze zo vroeg mogelijk in september in te dienen, ivm de wens om eind van dit kalenderjaar nieuwe samenwerkingsafspraken te hebben vastgesteld. In de praktijk betekent dit behandeling in de eerste raadsvergadering na het zomerreces. In Hilversum was dat in het proces van bestuurlijke besluitvorming i.c.m. het zomerreces niet mogelijk en is de eerstvolgende mogelijkheid de raad van 6 oktober 2021. De MRA is hierover geïnformeerd.
Burgemeester en wethouders van Hilversum,
de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
W. Groot, ls.
P.I. Broertjes
Bijlage(n) 1. 2. 3. 4.
Oplegger MRA bij concept-samenwerkingsafspraken Concept Samenwerkingsafspraken MRA Zienswijze deelregio G&V op Voorstel MRA-transitiecommissie (mei 2021) Zienswijze Hilversum op voorstel MRA-transitiecommissie (maart 2021)