Werf35_Toelichting_Bijlage 13 Bodemonderzoek
Tekst van het document
Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
Projectnummer 01.11.919
Autorisatie Redactie: W.G. Aalders
paraaf
Status Definitief
Eindredactie/kwaliteitscontrole: H.C.G. Liesveld
paraaf
Datum 03-05-2011
Datum 03-05-2011
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
Colofon Opdrachtgever Contactpersoon Project Projectnummer
: Gemeente Hilversum : De heer F.R.M. Janssens : Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum : 01.11.919
Datum Redactie Eindredactie Versie
: 03-05-2011 : W.G. Aalders : H.C.G. Liesveld :2
Infrasoil bv Postadres: Postbus 409, 3900 AK Veenendaal Telefoon: 0318-611810, fax: 0318-612147 Internet: www.infrasoil.nl © Infrasoil bv, 2011 De rechten van intellectueel eigendom verblijven te allen tijde bij Infrasoil bv.
2
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
Inhoudsopgave
blz.
1. Inleiding
5
2. Vooronderzoek
6
2.1. Algemene informatie
6
2.2. Historie
6
2.3. Bodemopbouw
8
2.4. Bodemonderzoeken op en nabij de locatie.
8
2.4.1. Bodemonderzoek op de locatie 2.4.2. Bodemonderzoek in de nabijheid van de locatie
8 9
3. Onderzoeksopzet
12
4. Uitvoering
14
4.1. Algemeen
14
4.2. Veldwerk
14
4.3. Zintuiglijke waarnemingen
15
4.4. Laboratoriumonderzoek
16
4.5. Beoordelingskader
18
4.6. Analyseresultaten
19
4.7. Interpretatie onderzoeksresultaten
25
5. Conclusies en aanbevelingen
28
5.1. Conclusies
28
5.2. Aanbevelingen
29
6. Aansprakelijkheid
30
3
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
Bijlagen: 1. 2.
3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Regionale ligging Tekeningen locatie: a. Situatietekening met boorlocaties b. Tekening aanduiding gebouwen en locaties foto´s Boorprofielen en sleufbeschrijving Originele analysecertificaten Toetsingskader Wbb Uitdraai bodemgegevens Hilversum Luchtfoto 1944 Tekening bodemonderzoek 1998 (bijlage bij Milieuvergunning 2002) Locatiefoto’s
4
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
1. Inleiding In opdracht van de gemeente Hilversum heeft Infrasoil BV, Ingenieursbureau voor Infrastructuur & Milieu, een verkennend en actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de percelen aan de Mussenstraat 19-23 en de Raafstraat ongenummerd te Hilversum. Op het perceel Mussenstraat is een voormalige gemeentewerf van de gemeentereiniging aanwezig. Aan de noordzijde grenzend aan de gemeentewerf aan de Raafstraat is een terrein aanwezig dat deels als paardenwei en deels voor opslag en parkeren wordt gebruikt. De aanleiding voor het uitvoeren van het bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van het terrein. Doel van het uit te voeren bodemonderzoek is vast te stellen of er al dan niet sprake is van bodemverontreiniging en of dit belemmeringen oplevert ten aanzien van deze herontwikkeling. Infrasoil BV heeft zorg gedragen voor de opzet en uitvoering van het bodemonderzoek. Infrasoil is geen eigenaar van de percelen op de onderzoekslocatie en is onafhankelijk van de opdrachtgever. Het veldwerk is uitgevoerd door Marvin BV uit Nieuwegein en is BRL SIKB 2000 gecertificeerd. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Analytico Milieu BV, een door de RvA geaccrediteerd milieulaboratorium. Interpretatie van de resultaten is verricht aan de hand van de richtlijnen uit de Wet Bodembescherming en bijbehorende circulaires.
In deze rapportage wordt ingegaan op de beschikbare gegevens (hoofdstuk 2), waarna in hoofdstuk 3 een hypothese wordt gesteld. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de uitvoering en de resultaten van het onderzoek besproken. Het rapport wordt afgesloten (hoofdstuk 5) met de aan het onderzoek te verbinden conclusies en een hoofdstuk 6 ter zake de aansprakelijkheid. Er is gestreefd naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Echter de grond- en grondwatermonsters zijn steekproefsgewijs genomen. Hierdoor kunnen lokale afwijkingen in de bodem niet worden uitgesloten. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Na uitvoering van het onderzoek kunnen de kwaliteit van grond en grondwater onder andere beïnvloed worden door het bouwrijp maken van een terrein, de aanvoer van grond van elders zonder kwaliteitsgegevens of de verspreiding van een verontreiniging vanaf een naburig terrein(deel) via het grondwater. Mede hierdoor hebben de onderzoeksresultaten een beperkte geldigheidsduur.
5
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
2. Vooronderzoek Het doel van dit vooronderzoek is het verzamelen van informatie voor het verkrijgen van een adequate invulling van het veld- en laboratoriumonderzoek. Het vooronderzoek draagt bij aan de verklaring van de resultaten van het bodemonderzoek.
2.1.
Algemene informatie
De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de overzichtskaart (bijlage 1). De onderzoekslocatie is gelegen noordelijk van de spoorlijn Hilversum – Baarn aan de Mussenstraat 19-23 en de Raafstraat. Aan noord en westzijde zijn woningen aanwezig. Aan de oostzijde zijn kantoren en bedrijfsruimtes gesitueerd. De zuidzijde grenst aan de genoemde spoorlijn. Hieronder zijn de locatiegegevens weergegeven: Adres Plaats Kadastrale aanduiding RD coördinaten NAP hoogte Huidige functie Functie toekomst Oppervlakte terrein Oppervlakte bebouwing Verharding inpandig Verharding uitpandig Eigenaar
2.2.
: Mussenstraat 19-23 + Raafstraat ongenummerd (‘t Landje) : Hilversum : gemeente Hilversum, sectie C, nr. 6746 : X= 142.000 ; Y = 470.000 : 4 m + NAP : gemeentewerf / braakliggend : niet bekend : 16.555 m2 : 3.952 m 2 (loodsen, werkplaats, woning) : beton : asfalt, klinkers, deels onverhard : gemeente Hilversum
Historie
Voor het achterhalen van historische gegevens is het bodemdossier van de Mussenstraat 19-23 dat bij de gemeente aanwezig is bestudeerd, en is het Streekarchief Gooi en Vechtstreek bezocht om bouwvergunningen, milieuvergunningen en andere relevante stukken in te zien. Tevens is via de website van gemeente Hilversum bodeminformatie opgevraagd over de locatie en de directe omgeving (zie ook bijlage 6). Uit deze gegevens is het onderstaande overzicht afgeleid.
Onderzoekslocatie Rond 1919 is de locatie, die toen nog buiten de bebouwing van Hilversum lag net noordelijk van de spoorlijn naar Amersfoort (in 1874 geopend) en de akkers aan de oostzijde van het dorp (Ooster Engh), in gebruik genomen als bedrijfsterrein door de NV Koninklijke Pharmaceutische Handelsvereeniging. Dit bedrijf heeft in 1919 een Hinderwetvergunning aangevraagd voor haar activiteiten (Streekarchief). In het bijbehorende archiefstuk is alleen een vermelding opgenomen dat de activiteiten in 1929 gestaakt zijn. Welke activiteiten het betrof is niet bekend. In 1927 is de Handelsvereeniging, die uit verschillende bedrijven uit onder andere Amsterdam bestond, gefuseerd met Brocades-Stheeman uit Meppel. Hieruit ontstond de NV Koninklijke Pharmaceutische Fabrieken v/h Brocades-Stheeman en Pharmacia, later Gist Brocades. Vermoedelijk is het bedrijf als gevolg van de fusie gesloten, want in 1929 wordt er een “Advies tot aankoop van de fabrieksgebouwen van de 6
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
voormalige Pharmaceutische fabriek aan de Oosterengweg” gegeven aan B&W van Hilversum (dossier PW 2230, Streekarchief Gooi en Vechtstreek). Hetzelfde jaar wordt er door de gemeente overgegaan tot aankoop van het terrein. Uit het dossier blijkt dat de huidige gebouwen dan al grotendeels aanwezig zijn. Hoewel de oprichtingsvergunning voor de gemeentewerf niet is aangetroffen, is uit de diverse stukken op te maken dat het gebouw in de noordwesthoek van het terrein (gebouw 3), zie bijlage 2b) in gebruik is voor stalling van paardenhuisvuilwagens en huisvuilauto’s. In gebouw 2 ten oosten daarvan zijn een smederij, opslag, werkplaatsen en kantoren aanwezig. Tussen deze gebouwen zijn dan verbrandingsovens en een schoorsteen gesitueerd. De overige gebouwen zijn in gebruik als garage, montagewerkplaats, kantoor en bedrijfswoning. Tevens wordt een gebouw dat wat verder naar het zuidoosten is gesitueerd verhuurd (buiten terrein gemeentewerf). In 1930 wordt ook al een benzineopslag gerealiseerd in de vorm van een ondergrondse 4000 liter tank met pomp. Deze is tot aan de verwijdering in 2002 aanwezig geweest. Diverse malen in de periode 1940-1960 zijn vergunningen ingediend voor de bouw van nieuwe loodsen, maar door onder andere geldgebrek en andere prioriteiten komt dit pas rond 1960 in uitvoering.
Wel wordt in 1947 de schoorsteen van de voormalige farmaceutische fabriek gesloopt, en worden wat inpandige verbouwingen gedaan. In de jaren rond 1960 worden aan de oostzijde van de bestaande montagehal een loods met smederij en een schilderswerkplaats gebouwd. Aan de noordzijde van gebouw 4 wordt een schaft- en waslokaal aangebouwd. Rond 1965 wordt de loods met strooizout uitgebreid (buiten onderzoekslocatie). In de jaren zeventig worden nog wat inpandige verbouwingen van het dienstgebouw en de dienstwoning uitgevoerd. In 1980 wordt een revisie vergunning in het kader van de Hinderwet aangevraagd. Hierin staat dat op het terrein aanwezig zijn: Een herstelinrichting voor motorvoertuigen ten behoeve van de afdeling Reiniging Opslag en levering van motorbrandstoffen Opslag van wegenzout Opslag van chemicaliën ten behoeve van de rattenbestrijding Op de werf was een 10-tal tanks aanwezig, waarvan een deel ondergronds. Uit de stukken is niet af te leiden wanneer deze zijn geplaatst dan wel buiten gebruik zijn gesteld. In 2002 zijn al de tanks onder milieukundige begeleiding verwijderd (zie ook § 2.4). Rond 1999 waren er plannen voor een grondige herinrichting van de gemeentewerf, maar die zijn niet doorgegaan. Een deel van de gebouwen wordt nog gebruikt door de Electro Mechanische Groep van de gemeente Hilversum en een deel staat leeg.
De oude dienstwoningen op nummer 21 en 23 (8) zijn al een aantal jaren gekraakt. In bijlage 9 is een aantal foto’s van de gemeentewerf opgenomen. In bijlage 2b zijn de locaties van waaruit deze foto’s zijn genomen weergegeven. In de directe omgeving van de locatie zijn met name op Mussenstraat 49, 53 en 55 potentieel bodembedreigende activiteiten uitgevoerd. Het betreft het metaalbewerkings- en galvanisch bedrijf Teepe-Brandsma, dat momenteel als Brandsma Metaalveredeling op Mussenstraat 55 is gevestigd. Dit bedrijf is sinds 1950 actief. In 1990 is op nummer 49 het bedrijf Meco-Etchform gestart, dat momenteel op Mussenstraat 51 is gevestigd. Bij de activiteiten van deze bedrijven, die bestaan uit oppervlaktebehandelingen als etsen, verchromen, vernikkelen, anodiseren e.d. zijn met name metalen en deels oplosmiddelen in de bodem terechtgekomen (zie § 2.4). Aan de noordzijde van de locatie is sinds 1960 een 50kV station aanwezig. Op de Arendstraat 3 is vanaf 1952 de farmaceutische fabriek Roter aanwezig geweest. Vanwege de groei die het bedrijf doormaakt worden eerst een benzine pomp met ondergrondse tank (1957) en later ook nog een garage met smeerbrug en een benzine pomp met ondergrondse tank aangebracht. 7
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
Tevens zijn bij het ketelhuis twee ondergrondse stookolietanks gelegen. In 1969 wordt ook de Arendstraat 5 bij het bedrijf betrokken. In 1992 is de productie gestaakt. Sinds enkele jaren en na een grondige verbouwing is het een bedrijfsverzamelgebouw, waarin onder andere BNN is gevestigd. Arendstraat 14 is ook door de firma Roter in gebruik geweest. In 1968 is een vergunning verleend voor een onderhoudsplaats voor eigen voertuigen en opslag van gereed product. Tevens is een ondergrondse HBO-tank aanwezig. Uit de gegevens die in bijlage 6 zijn opgenomen en die afkomstig zijn van de gemeentelijke website blijkt niet of de tanks van de firma Roter zijn verwijderd.
2.3.
Bodemopbouw
De bodem van Hilversum bestaat uit matig fijne tot grove zanden. Deze zanden maken deel uit van het watervoerend pakket dat haar basis heeft op een diepte van 160 m-NAP (formatie van Maassluis). Het eerste watervoerend pakket bestaat uit pakketten behorend tot de formaties van Urk, Sterksel en Enschede, die naast de genoemde zanden ook grondbestanddelen bevatten. Tot een diepte van 50 m-mv is gestuwd materiaal aanwezig. Hierin kunnen plaatselijk scheefgestelde fijnzandige, lemige en slibhoudende lagen voorkomen. Het maaiveld ligt op circa 6 m+NAP. De gemiddelde stijghoogte van het grondwater ter plaatse wordt geschat op 1 m+NAP. De grondwaterstroming in Hilversum is hoofdzakelijk noordwestelijk gericht.
2.4.
Bodemonderzoeken op en nabij de locatie.
Op en nabij de locatie is een aantal onderzoeken uitgevoerd. Hieronder worden de meest relevante besproken. Voor het overige wordt verwezen naar bijlage 6, waarin een uitdraai van de bodemgegevens is opgenomen (verkregen via de website van Hilversum).
2.4.1.
Bodemonderzoek op de locatie
Verkennend onderzoek Mussenstraat 21, IGN, rapportnummer MH96.1818, 15 juli 1997. Nader onderzoek Mussenstraat 21, IGN, rapportnummer A-8167/110, 28 december 1998. Beide onderzoeken zijn niet terug te vinden in het archief van de gemeente. Uit de gegevens van de website van Hilversum blijkt dat bij het onderzoek plaatselijk sporen puin, kolengruis, slakken en een oliefilm zijn waargenomen. In het algemeen zijn licht verhoogde gehaltes aan zware metalen aanwezig, waarbij lokaal de toetsingswaarden voor arseen en lood en de interventiewaarden voor koper, nikkel, zink en minerale olie worden overschreden. Gesteld wordt dat geen sprake is van een ernstige verontreiniging, behalve bij de smederij (minerale olie en zware metalen). Geadviseerd wordt deze grond te reinigen of her te gebruiken indien toegestaan. Sanerende maatregelen worden niet nodig geacht. Gezien bestemming en gebruik zijn geen risico’s aanwezig. Nulsituatie-onderzoek zoutopslag gemeentewerf Mussenstraat 21 te Hilversum, Lexcontrol, rapportnummer K1950, 3 juni 2002. Nader onderzoek zoutloods Mussenstraat 21 te Hilversum, Lexcontrol, rapportnummer K2237, 7 mei 2003. Nader onderzoek zoutloods Mussenstraat 21 te Hilversum, Lexcontrol, rapportnummer K2237-2, 6 september 2004. Saneringsonderzoek en -plan zoutloods Mussenstraat 21 te Hilversum, Lexcontrol, rapportnummer K2590, Lexcontrol, 6 september 2004. 8
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
Evaluatie grondsanering zoutloods Mussenstraat 21 te Hilversum, UDM, rapportnummer 05.05.107, 22 september 2005. Evaluatie grondwatersanering zoutloods Mussenstraat 21 te Hilversum, UDM, rapportnummer 06.05.0005, 14 april 2006. In het nulsituatie en het nader onderzoek ter plaatse van de zoutloods is een cyanideverontreiniging in grond en grondwater geconstateerd. Naar aanleiding hiervan is in 2005 de verontreinigde grond afgegraven en afgevoerd (ruim 400 ton). In de putwanden en –bodem liggen alle gehaltes beneden de streefwaarde, waarmee is voldaan aan de saneringsdoelstelling. Vervolgens is gestart met de grondwatersanering. Deze is in januari 2006 beëindigd. In totaal is 4.610 m 3 grondwater onttrokken in 123 dagen. De gehaltes in het grondwater liggen beneden de streefwaarde. Hiermee is aan de saneringsdoelstelling voldaan. Op 22 augustus 2006 heeft de provincie Noord-Holland goedkeurend beschikt op de evaluatie van de sanering (locatiecode NH/0402/00187). Werkplan sanering ondergrondse tanks gemeentewerf Mussenstraat te Hilversum, Lexcontrol, rapportnummer K2080_1, 2 oktober 2002. Evaluatie sanering ondergrondse tanks gemeentewerf Mussenstraat te Hilversum, Lexcontrol, rapportnummer K2080_2, 2 januari 2003. Op de locatie zijn in totaal 10 ondergrondse en 2 bovengrondse tanks aanwezig geweest (zie bijlage 8 voor voormalige ligging).
Op basis van onder andere het onderzoek van IGN uit 1997 en 1998 is een werkplan opgesteld voor de verwijdering van de 10 ondergrondse tanks. Vervolgens is voorafgaand aan de verwijdering van tanks en leidingen op alle locaties onderzoek conform BOOT uitgevoerd. Alle tanks en bijbehorende leidingen zijn vrij gegraven, gereinigd en afgevoerd. Tevens is in totaal 150 ton verontreinigd zand afgevoerd. Na controle van putwanden en bodems blijkt alle verontreiniging tot beneden streefwaarde verwijderd te zijn. Alleen bij het voormalige pompeiland is nog restverontreiniging achtergebleven. Aanbevolen is de omvang vast te stellen en een saneringsplan op te stellen. Nader grondwateronderzoek Mussenstraat 19-23 te Hilversum, Milieutechniek ZVS Eemnes BV, projectnummer BO6861, oktober 2006. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van een PAK-verontreiniging in het grondwater van peilbuis 14, naast de noordgevel van de werkplaats op het noordoostelijke terreindeel. In deze werkplaats is een tweetal smeerkuilen aanwezig. Uit het onderzoek blijkt dat oostelijk en zuidoostelijk van peilbuis 14 nog licht verhoogde gehaltes aan enkele individuele PAK aanwezig zijn. Vertikaal en in noordelijke en westelijke richting zijn geen overschrijdingen gemeten. Het betreft geen geval van ernstige verontreiniging. Maatregelen worden niet noodzakelijk geacht.
2.4.2.
Bodemonderzoek in de nabijheid van de locatie
Locatie: Mussenstraat 19-23, betreft deel van oorspronkelijke gemeentewerf dat in een eerdere fase is overgedragen Verkennend bodemonderzoek aan de Mussenstraat te Hilversum (fase 1), Milieutechniek ZVS Eemnes BV, projectnummer BO10036, 10 maart 2010.
9
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de geplande overdracht van het perceel. Uit het onderzoek blijkt dat sprake is van licht verhoogde gehaltes aan enkele zware metalen en lokaal PCB. Nabij de smeerkuilen in de werkplaats (zie ook hierboven) zijn geen vluchtige aromatische en/of gechloreerde koolwaterstoffen of minerale olie in grond of grondwater aanwezig. Ook is geen PAK in het grondwater aangetoond. De conclusie dat de verontreiniging met PAK ter plaatse van peilbuis 14 van beperkte omvang is blijft gehandhaafd. Geconcludeerd wordt dat er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de overdracht van het perceel.
Locatie: Arendstraat 1 t/m 53, op 40 m oostelijk van de onderzoekslocatie. Indicatief onderzoek Arendstraat 1 t/m 53, BKH Adviesbureau, rapportnummer BA399001/3881H, 14 mei 1990. Verkennend onderzoek Arendstraat 1 t/m 53, BKH Adviesbureau, rapportnummer BA300002/6501L, 12 juni 1994. Nader onderzoek Arendstraat 1 t/m 53, BKH Adviesbureau, rapportnummer M1084002/4149P, 9 juli 1998. Verkennend onderzoek Arendstraat 51/53, Enviroplan, projectnummer P-6441, 2 september 1996. Historisch onderzoek Arendstraat 1 t/m 53, Gemeente Hilversum, 31 december 1997. Monitoringsrapportage Arendstraat 1 t/m 53, Grondslag BV, rapportnummer 9768, 19 oktober 2007. Uit de diverse onderzoeken die in de periode 1990 – 1997 zijn uitgevoerd blijkt dat in de grond bijmengingen aanwezig zijn met baksteen, kool, hout, puin en slakken. In de bovengrond zijn sterk verhoogde gehaltes aan koper, cadmium, kwik, lood en zink aanwezig. In de ondergrond zijn de gehaltes aan cadmium, lood en PAK sterk verhoogd. In totaal is sprake van 1700 m 2 sterk met zware metalen verontreinigd oppervlak. Circa 35 m 2 bevat sterk verhoogde PAK-gehaltes. In het grondwater zijn sterk verhoogde gehaltes aan chroom, nikkel, koper, cadmium, lood, kwik en cyanide aanwezig. In totaal is het ondiepe grondwater over een oppervlakte van 750 m 2 verontreinigd. Afperking in de diepte heeft niet plaatsgevonden.
Geconcludeerd is dat sprake is van een geval van ernstige verontreiniging in grond en grondwater. Er zijn geen humane, ecologische en/of verspreidingsrisico’s aanwezig. Uit het monitoringsonderzoek uit 2007 blijkt sprake te zijn van een sterke verontreiniging met nikkel, een matige verontreiniging met koper en zink en een lichte verontreiniging met cadmium en chroom. Voor de locatie is als vervolgactie Wbb een aanvullend nader onderzoek gepland (zie ook bijlage 6).
Locatie: Arendstraat 2-16, gelegen direct grenzend aan de oostzijde van het noordelijk deel van de onderzoekslocatie (’t Landje). Verkennend onderzoek Arendstraat 2-16, Oranjewoud, rapportnummer 14022 – 28076, 11 oktober 2000. Verkennend onderzoek Arendstraat 2-16, MTE, rapportnummer 0043037/fb, 27 oktober 2000 Historisch onderzoek Arendstraat 2-16, De Straat adviseurs, rapportnummer B02G0074, 12 februari 2003
10
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
Uit het eerste verkennend onderzoek is gebleken dat in de bovengrond sprake is van een lokaal sterk verhoogd gehalte aan zink. Overige gehaltes zijn maximaal licht verhoogd. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehaltes aan chroom, cadmium en xylenen aangetoond. Het tweede onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen tanksanering. In de ondergrond is lokaal een gehalte aan minerale olie boven de toetsingswaarde aangetroffen. Geconcludeerd is dat geen vervolg nodig is. Uit het historisch onderzoek uit 2003 blijkt dat er sprake is van diverse verdachte locaties, maar dat deze voldoende zijn onderzocht.
Locatie: Mussenstraat 49, gelegen op circa 60 m afstand aan de oostzijde van de onderzoekslocatie Verkennend onderzoek Mussenstraat 49, WK milieuadviezen, rapportnummer 04-91/r04/gpe, 28 februari 1992 Nader onderzoek Mussenstraat 49, WK Milieuadviezen, rapportnummer 93.036, 2 september 1993 Drinkwater en luchtonderzoek Mussenstraat 49, WK Milieuadviezen, rapport 040-93/r01/gpe, 1 november 1993 Nader onderzoek Mussenstraat 49, WK Milieuadviezen, rapport 0401993/r02/gpe, datum onbekend In het grondwater zijn matig tot zeer sterk verhoogde gehaltes aan cadmium, chroom, koper, nikkel, zink en vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen aangetoond. In het nader onderzoek is in de onmiddellijke nabijheid van een put verontreiniging met koper en chroom in de grond aangetroffen. Verondersteld wordt dat het om een zeer lokale verontreiniging gaat. Bij het onderzoek naar drinkwaterleidingen en de lucht zijn geen concentraties aan stoffen geconstateerd die een risico zijn voor de werknemers. Het nader onderzoek heeft overschrijdingen van de B-waarde voor chroom en nikkel aangetoond, en lokaal boven de C-waarde voor nikkel. Bij de verzamelput voor bedrijfsafvalwater is een sterke verontreiniging met aromatische koolwaterstoffen aanwezig.
Locatie: Mussenstraat 55, gelegen op circa 100 m afstand aan de oostzijde van de onderzoekslocatie Oriënterend onderzoek Mussenstraat 55, Iwaco, rapportnummer 1024120, 29 mei 199.1 Verkennend onderzoek Mussenstraat 55, WK Milieuadviezen, rapportnummer 004-91/RO3/GPe, 30 juli 1992. Monitoring Mussenstraat 55, Tauw, rapportnummer 3957063, 15 augustus 2001. Nader onderzoek Mussenstraat 55, Tauw, rapportnummer R001-3965074JNM, 26 oktober 2001. Monitoringsrapportage Mussenstraat 55, Tauw, rapportnummer Loo1-4510649TUW-irb-V02-NL, 11 juni 2007. Plaatselijk is puin aanwezig. In ondergrond en grondwater zijn lichte verontreinigingen aangetoond. In het onderzoek uit 1992 worden cadmium, koper en nikkel boven de B-waarde aangetoond, en is het grondwater matig verontreinigd met cyanide en sterk met nikkel, cadmium, chroom, koper, zink en VOCl. Tevens zijn in de grond aantoonbare gehaltes aan tin en zilver aanwezig. De verontreinigingen worden veroorzaakt door storten van afval en infiltratie van afvalwater. Uit de monitoring uit 2001 blijkt dat sterk verhoogde gehaltes aan cadmium, chroom, koper, nikkel en zink aanwezig zijn. De gehaltes aan vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen zijn licht verhoogd.
11
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
In het nader onderzoek zijn in de bovengrond sterk verhoogde gehaltes aan koper, lood en zink aangetoond. In het grondwater zijn voornamelijk licht verhoogde gehaltes aan metalen en oplosmiddelen aanwezig. Alleen het gehalte aan trichlooretheen is matig verhoogd. In 2007 zijn in het grondwater sterk verhoogde gehaltes aan cadmium, koper, nikkel, zink en chroom geconstateerd. De vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen zijn licht verhoogd.
3. Onderzoeksopzet Voor het bodemonderzoek volgens de NEN 5740 is uitgegaan van de strategie en de onderzoeksopzet voor een onverdachte locatie overeenkomstig paragraaf 5.1 uit de NEN 5740. Vanwege drie deellocaties waar in eerder onderzoek verontreiniging is aangetroffen, zijn extra boringen en analyses op het standaardpakket opgenomen. Tevens zullen de te plaatsen peilbuizen dienen voor controle op eventueel instromende verontreiniging vanuit de bekende verontreinigingen oostelijk van de locatie. Vanwege de aanwezigheid van asbesthoudende materialen in eerder geïnventariseerde gebouwen op de gemeentewerf en de aanwezigheid van puinbijmenging in de bodem is sprake van een verdenking van asbest. Hierom wordt tevens een verkennend onderzoek naar asbest uitgevoerd conform de NEN 5707. Voor het terrein wordt de hypothese voor een diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van monsterneming (in de actuele contactzone) gehanteerd. Volgens de NEN 5707 dienen dan, uitgaande van een oppervlakte van 1,64 ha, op 24 plekken het maaiveld te worden geïnspecteerd, 24 gaten van 0,3 bij 0,3 m en 0,5 m diep te worden gegraven, en op 5 plekken boringen tot maximaal 2 m-mv (tot aan de ongeroerde grond) te worden verricht.
Omdat op een groot deel van de locatie verharding aanwezig is, wordt ervoor gekozen om daar waar geen verharding aanwezig is het maaiveld te inspecteren. Vanwege de aanwezigheid van bebouwing op circa 35 % van de oppervlakte, wordt het aantal te graven gaten aangepast naar 17. Hoewel analyses op asbest in de grond bij verkennend onderzoek niet worden voorgeschreven, is het voor de conclusie dat er geen asbest op de locatie aanwezig is wel noodzakelijk om een aantal analyses uit te voeren. Vooralsnog wordt uitgegaan van vier analyses op asbest. Op basis van de gekozen strategieën en de oppervlakte is de volgende onderzoeksinspanning gedefinieerd: Tabel 1: Onderzoeksopzet Mussenstraat 16.555 m2
Boringen 0,5 m-mv
2,0 m-mv
Peilbuizen 3 m-mv
Analyse grond
grondwater
Verkennend onderzoek NEN 5740
19
6
3
7 x Standaard pakket bodem (incl. os/lu)
3 x Standaard pakket grondwater
Smederij
3
1 x Standaardpakket bodem (incl os/lu)
Peilbuis 141
1
1 x Standaardpakket bodem (incl os/lu)
Pompeiland
1
1 x Standaardpakket bodem (incl os/lu)
12
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
Verkennend onderzoek NEN 5707
17 gaten van 0,3 x 0,3
4 x asbest in grond (NEN 5707)
Standaardpakket grond: Metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), minerale olie, PCB, organische stof en lutum Standaardpakket grondwater: Metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN, styreen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen, minerale olie
Ten aanzien van de uitvoering gelden verder nog de volgende uitgangspunten: In overleg met de opdrachtgever worden vooralsnog geen inpandige boringen uitgevoerd. Het grondwater bevindt zich binnen 5 m-mv.
Toelichting verdachte deellocaties Smederij: Hoewel het rapport van het verkennend en het nader onderzoek Mussenstraat 21 van IGN (respectievelijk 1997 en 1998) niet meer beschikbaar is, is in het streefarchief als bijlage bij de revisie vergunning in het kader van de Wet Milieubeheer van 2002 een kaart aanwezig met daarop de boringen van het onderzoek van 1998. Hieruit is af te leiden dat ter plaatse van de smederij een groot aantal boringen inpandig is gezet. Uit bijlage 6 is af te leiden dat daar een ernstige verontreiniging met metalen en minerale olie aanwezig is. Omdat uit de terreininspectie is gebleken dat een betonverharding aanwezig is, worden buiten de smederij drie boringen gezet. Peilbuis PB141: Uit de hierboven genoemde tekening blijkt dat ter plaatse van peilbuis PB141 een verontreiniging met minerale olie aanwezig is. Omdat niet duidelijk is of deze verontreiniging ook is weggehaald bij de tanksanering uit 2002 wordt hier een extra boring geplaatst. Voormalig pompeiland: Uit het evaluatierapport betreffende de sanering van de ondergrondse tanks op de gemeentewerf die in 2002 heeft plaatsgevonden blijkt dat ter plaatse van het voormalige pompeiland dat op de centrale toegangsweg was gelegen lokaal nog een sterke restverontreiniging is achtergebleven in grond en grondwater.
Ter plaatse van deze spot, waar met name in het traject van 1 – 2 m-mv verontreiniging is aangetroffen, wordt een peilbuis geplaatst. Deze wordt tevens voor het onderzoek ter bepaling van de kwaliteit van het grondwater op het onverdachte terreindeel gebruikt. Op een tiental meters zuidelijk van deze peilbuis wordt een extra boring geplaatst.
Omdat de lokale verontreiniging met PAK in het grondwater ter plaatse van peilbuis 14 net naast de noordgevel van de werkplaats op het noordwestelijke terreindeel van de oorspronkelijke gemeentewerf in 2010 is onderzocht in het kader van de overdracht van fase 1 van de gemeentewerf, wordt deze verontreiniging nu niet opnieuw onderzocht.
13
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
4. Uitvoering 4.1.
Algemeen
Het veldwerk en de grond- en grondwaterbemonstering is uitgevoerd door Marvin BV conform de Beoordelingsrichtlijn Veldwerk bij Milieuhygiënisch onderzoek, de BRL SIKB 2000. De analyses zijn uitgevoerd door Analytico, een door de RvA geaccrediteerd laboratorium en conform de richtlijnen van de in juli 2007 in werking getreden AS3000 regeling, die onderdeel uitmaakt van de per 1 oktober 2006 in werking getreden KWALIBO-regeling.
4.2.
Veldwerk
Het veldwerk is uitgevoerd op 23 en 24 februari en 2 maart (watermonstername) door de heer J. Streef van Marvin BV en bestond uit de volgende werkzaamheden: het plaatsen van 19 handboringen tot circa 0,50 m-mv ten behoeve van de bemonstering van de bovengrond; het plaatsen van 11 handboringen tot circa 2,00 m-mv ten behoeve van de bemonstering van de ondergrond; het plaatsen van drie peilbuizen tot maximaal 6,5 m-mv, voorpompen en na een week standtijd bemonsteren; het graven van 17 asbestgaten van 0,3 x 0,3 en 0,5 m diep; het beschrijven van de boorprofielen; Naar aanleiding van het aantreffen van matig en sterk verhoogde gehaltes aan PAK en zink in een aantal mengmonsters zijn de deelmonsters separaat geanalyseerd op de relevante parameters. Op basis hiervan heeft op 19 april 2011 een tweede fase veldwerk plaatsgevonden om de omvang van de aangetroffen verontreinigingen vast te stellen. Vanwege de wens van de opdrachtgever om meer waarnemingen en daarmee een hogere informatiedichtheid ten aanzien van het zuidwestelijke terreindeel met de puinverhardingslaag te krijgen, zijn hier aanvullende boringen geplaatst en analyses uitgevoerd. In onderstaande tabel zijn de aanvullende inspanningen weergegeven.
Tabel 2: Onderzoeksopzet aanvullend onderzoek Mussenstraat Boringen 0,5 m-mv 2,0 m-mv Uitsplitsing PAK MM01, MM03, MM04, MM05 Uitsplitsing zink MM05 + ondergrond Boring 18: PAK interventiewaarde
>
Boring 28: Zink interventiewaarde
>
Aanvulling terreindeel
zuidwestelijk
Analyse grond
-
-
13 x PAK
-
-
4 x Zink
-
5
6 x PAK
-
3
3 x zink
-
5
6 x standaardpakket grond (3 x boven- en 3 x ondergrond)
Standaardpakket grond: Metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK), minerale olie, PCB, organische stof en lutum 14
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
Voor de positionering van de boringen, peilbuizen en asbestgaten wordt verwezen naar de situatietekening met boorpunten, bijlage 2a. De boringen zijn verricht met behulp van een Edelmanboor. De grondwaterstand bevond zich tijdens de uitvoering op een diepte van 4,5 à 5 m-mv. Van het opgeboorde bodemmateriaal is per halve meter en/of verontreinigde bodemlaag een monster genomen. Verder is het opgeboorde materiaal zintuiglijk beoordeeld op samenstelling, het voorkomen van verontreinigingen alsmede de kleur en geur. De zintuiglijke waarnemingen van het veldwerk, uitgewerkt in boorstaten, zijn opgenomen in bijlage 3.
4.3.
Zintuiglijke waarnemingen
Asbest Het maaiveld is ten behoeve van het asbestonderzoek op de plekken waar geen verharding of begroeiing aanwezig is visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen, afval- en puinrestanten. Het doel van deze inspectie is het lokaliseren van mogelijke verontreinigingsgebieden en/of -kernen. Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Door de sterke begroeiing van delen van de locatie is op die delen de inspectie efficiëntie laag. De profielbeschrijving van de gegraven gaten is opgenomen in bijlage 3. In deze bijlage zijn tevens de waarnemingen en de hoeveelheden puin en andere bijmengingen per gegraven proefgat weergegeven. Proefgaten AS06 t/m AS11 zijn geplaatst in de halfverhardingslaag op het zuidwestelijke terreindeel en bevatten hoge percentages bijmenging (20 tot maximaal 40%). De overige gaten bevatten 5 tot 15% bijmenging. Behalve puin is ook grind en kool aanwezig. Grondboringen Onderstaande tabel geeft een overzicht van de afwijkende zintuiglijke waarnemingen. Tabel 3: Zintuiglijke waarnemingen Boring
Dieptetraject (in m-mv)
2
0.5-1.0
Einddiepte (m-mv) 2,0
Waarneming Zwak kool- en sintelhoudend
8 9 10 11 12 13 17 23 27 28 29 30 34
0.1-0,5 0.0-0.4 0.0-0.4 0,0-0.4 0.0-0,5 0.0-0.3 1.5 0.1-0.5 0.1-0.5 0.0-0.4 0.0-0.5 0.0-0.5 0.0-0.5
6,5 0,9 0,9 0,9 2,0 0,8 1,5 6,5 2,0 0,9 0.5 2,0 2.0
Zwak puin- en koolhoudend Sterk puinhoudend, zwak koolhoudend Uiterst puinhoudend, zwak koolhoudend Sterk puinhoudend Uiterst puinhoudend Uiterst puinhoudend, zwak koolhoudend Gestaakt Sterk puinhoudend Zwak koolhoudend Sterk puinhoudend, zwak koolhoudend Zwak koolhoudend Sterk puinhoudend Zwak puinhoudend
2,0 2,0 2,0 2,0
Sterk puinhoudend Zwak puinhoudend Sterk puinhoudend Sterk puinhoudend
Aanvullend onderzoek 40 41 42
0.0-0.4 0.4-0.6 0.0-0.5 0,0-0.2
15
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
Boring 43 44 49 51
4.4.
Dieptetraject (in m-mv) 0.0-0,5 0.0-0.3 0.5-1.0 0.0-0.5
Einddiepte (m-mv) 2,0 2,0 2,0 2,0
Waarneming Sterk puinhoudend Sterk puinhoudend Matig puinhoudend Sterk puinhoudend
Laboratoriumonderzoek
Op basis van de veldgegevens heeft de monsterselectie voor de grondmonsters plaatsgevonden ten behoeve van de chemische analyses. In de onderstaande tabellen is de samenstelling van de grond(meng)monsters met bijbehorende analysepakketten weergegeven. Tabel 4: Samenstelling grondmengmonsters en analyses Monster
Boring
Dieptetraject (in cm-mv)
Zintuiglijke waarneming
Analysepakket
23-1
23
10 - 50
sterk puinhoudend
Standaardpakket bodem
MM01
4
0 - 50
5
0 - 50
6
0 - 50
7
0 - 50
9
0 - 40
sterk puinhoudend, zwak koolhoudend
10
0 - 40
uiterst puinhoudend, zwak koolhoudend
11
0 - 40
sterk puinhoudend
12
0 - 50
uiterst puinhoudend
13
0 - 30
uiterst puinhoudend, zwak koolhoudend
3
0 - 50
14
0 - 50
MM02
MM03
MM04
MM05 MM06
MM07
MM08
MM09
MM10
MMAS1
Standaardpakket bodem
Standaardpakket bodem
Standaardpakket bodem
15
0 - 50
16
0 - 50
18
10 - 50
19
10 - 50
20
10 - 50
28
0 - 40
sterk puinhoudend, zwak koolhoudend
30
0 - 50
sterk puinhoudend
31
0 - 50
32
0 - 50
33
0 - 50
17
10 - 50
21
5 - 50
22
5 - 50
24
5 - 50
26
10 - 50
23
50 - 100
30
50 - 100
34
50 - 100
1
100 - 150
2
100 - 150
7
100 - 150
9
40 - 90
10
40 - 90
11
40 - 90
12
50 - 100
13
30 - 80
MMAS01
0 - 50
Standaardpakket bodem
Standaardpakket bodem Standaardpakket bodem
Standaardpakket bodem
Standaardpakket bodem
Standaardpakket bodem
Standaardpakket bodem
sterk puinhoudend
16
Asbest in grond (NEN 5707)
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
Monster
Boring
Dieptetraject (in cm-mv)
Zintuiglijke waarneming
Analysepakket
MMAS2
MMAS02
0 - 50
uiterst puinhoudend, zwak koolhoudend
Asbest in grond (NEN 5707)
MMAS3
MMAS03
0 - 50
sterk puinhoudend, zwak koolhoudend
Asbest in grond (NEN 5707)
MMAS4 MMAS04 0 - 50 sterk puinhoudend, zwak koolhoudend Standaard pakket bodem: Metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink Minerale olie (GC) PAK (10 VROM) Polychloorbifenylen (PCB) Organische stof en lutum
Asbest in grond (NEN 5707)
Tabel 5: Aanvullende analyses uitsplitsing en aanvullend onderzoek Mengmonster
Deelmonster
Boring
Dieptetraject (in cm-mv)
Zintuiglijke waarneming
Analysepakket
04
4
0 - 50
PAK (10 VROM)
05
5
0 - 50
PAK (10 VROM)
06
6
0 - 50
PAK (10 VROM)
07
7
0 - 50
PAK (10 VROM)
03
3
0 - 50
PAK (10 VROM)
14
14
0 - 50
PAK (10 VROM)
15
15
0 - 50
PAK (10 VROM)
16
16
0 - 50
PAK (10 VROM)
18
18
10 - 50
PAK (10 VROM)
19
19
10 - 50
PAK (10 VROM)
20
20
10 - 50
Uitsplitsing MM01
MM03
MM04
MM05
PAK (10 VROM)
28
28
0 - 40
sterk puinhoudend, zwak koolhoudend
PAK (10 VROM) en zink
30
30
0 - 50
sterk puinhoudend
PAK (10 VROM) en zink
40-1
40
0 -40
Sterk puinhoudend
Standaardpakket bodem
40-3
40
60-100
43-1
43
0-50
43-2
43
50-100
44-1
44
0-30
44-3
44
50-100
Standaardpakket bodem
46-1
46
10-50
PAK (10 VROM)
46-2
46
50-100
PAK (10 VROM)
47-1
47
10-50
PAK (10 VROM)
47-2
47
50-100
PAK (10 VROM)
48-1
48
10-50
PAK (10 VROM)
48-2
48
50-100
PAK (10 VROM)
50-1
50
0-50
51-1
51
0-50
Aanvullend onderzoek Standaardpakket bodem Sterk puinhoudend
Standaardpakket bodem Standaardpakket bodem
Sterk puinhoudend
Standaardpakket bodem
Zink Sterk puinhoudend
52-1
Zink
Zink 52 0-50 PAK (VROM): Naftaleen, fenanthreen, anthraceen, fluorantheen, benzo(a)anhtraceen, chryseen, benzo(k)fluorantheen benzo(a)pyreen, benzo(ghi)peryleen, indeno(123-cd)pyreen Standaard pakket bodem: Metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink Minerale olie (GC) PAK (10 VROM) Polychloorbifenylen (PCB) Organische stof en lutum
17
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
Tabel 6: Samenstelling grondwatermonsters en analyses
Monster Peilbuis Diepte (in m-mv) 01-2-1 01 5.0-6.0 08-2-1 08 5.5-6.5 23-2-1 23 5.5-6.5 Standaard pakket grondwater: Metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink Minerale olie (GC) Aromaten (BTEXN) en styreen VOCl (11), vinylchloride, bromoform, chloorpropanen, dichlooretheen
4.5.
Analysepakket Standaard pakket grondwater Standaard pakket grondwater Standaard pakket grondwater
Beoordelingskader
Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de monsters is gebruik gemaakt van de toetswaarden zoals deze zijn opgenomen in de Circulaire bodemsanering van april 2009, alsmede van de Achtergrondwaarden zoals geformuleerd in het Besluit Bodemkwaliteit. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van de gehalten aan stoffen zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Bij gehaltes beneden de achtergrondwaarden spreekt men van niet verontreinigde grond. Bij gehaltes boven de achtergrondwaarden (en beneden de tussenwaarden) spreekt men van een lichte verontreiniging. De streefwaarden voor grondwater geven het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. Dit komt overeen met het niveau waarbij de functionele eigenschappen, die de bodem voor mens, dier of plant heeft, zijn veiliggesteld. Bij gehaltes beneden de streefwaarden spreekt men van niet verontreinigd grondwater. Bij gehaltes boven de streefwaarden (en beneden de tussenwaarden) spreekt men van een lichte verontreiniging. De tussenwaarden (toetsing grond) zijn de halve som van de achtergrond- en interventiewaarden. Voor grondwater geldt dat de tussenwaarde de halve som van de streefwaarde en de interventiewaarde is.
Bij concentraties aan verontreinigende stoffen boven de tussenwaarde geldt dat een nader onderzoek naar de ernst en omvang van de verontreiniging noodzakelijk is. Men spreekt dan van een matige verontreiniging. De interventiewaarden geven het concentratieniveau aan waarboven sprake is van een sterke mate van bodemverontreiniging. Hierbij is sprake van een zodanige bodemverontreiniging, dat de functionele eigenschappen van de bodem ernstig dreigen te worden verminderd. Bij concentraties boven de interventiewaarde spreekt men van een sterke verontreiniging. De toetsingswaarden voor grond zijn berekend aan de hand van het lutumgehalte en humusgehalte van de diverse grond(meng)monsters (bodemtypecorrectie, zie ook bijlage 5). Voor de berekening van deze waarden voor verontreinigingen in bodems met gemeten organische stofgehalten van meer dan 30% respectievelijk minder dan 2% worden gehalten van respectievelijk 30% en 2% aangehouden. Voor de toetsing van de separaat geanalyseerde deelmonsters en de monsters van het aanvullend onderzoek zijn de gehalten aan organisch stof en lutum van de (dichtst bij gelegen) mengmonsters aangehouden.
18
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
Barium Opgemerkt wordt dat de normstelling ten aanzien van de toetsing van barium in grond is aangepast. Deze aanpassing houdt in dat, in afwachting van een nieuw toetsingskader, voor barium in grond geen toetsing meer wordt uitgevoerd, tenzij in situaties waar met zekerheid kan worden vastgesteld dat sprake is van een antropogene bodemverontreiniging. Dat is op de huidige locatie niet het geval. Omdat barium nog wel in het standaardpakket grond wordt geanalyseerd, is deze stof wel opgenomen in de tabellen. Asbest Ten aanzien van het asbest zijn de resultaten getoetst aan de interventiewaarde voor asbest in de Circulaire Bodemsanering 2009. De interventiewaarde voor asbest is 100 mg/kg ds (de serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie).
4.6.
Analyseresultaten
De originele analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage 4. In bijlage 5 is het toetsingskader volgens de Wet bodembescherming opgenomen. In onderstaande tabellen zijn de analyseresultaten voor de grondmonsters getoetst aan de berekende achtergrond-, tussen- en interventiewaarden voor bijbehorend lutum- en humusgehalte. Hierbij wordt van de volgende aanduiding gebruik gemaakt: Toelichting bij de tabellen: < ---* ** *** <AW
= kleiner dan de detectielimiet = Geen toetsnorm aanwezig = groter dan AW en kleiner of gelijk aan de tussenwaarde (T) = groter dan T en kleiner of gelijk aan de interventiewaarde (I) = groter dan I = kleiner of gelijk aan achtergrondwaarde / detectielimiet kleiner dan of gelijk aan AW
D<=I
= detectielimiet kleiner of gelijk aan I, er is geen AW
<T = detectielimiet groter dan AW en kleiner dan of gelijk aan T Zintuiglijke waarnemingen: PU= puin, BA= baksteen, GR= grind, GS= glas, HO= hout, RO= roest, Si= sintels, SL= slakken, VE= veen, WO= wortels Gradatie: 1=zwak, 2=matig, 3=sterk, 4=uiterst, 5=volledig, 6=sporen, 7=resten, 8=brokken, 9=laagjes
Tabel 7: Aangetroffen gehaltes (mg/kg d.s.) aan asbest in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Monstercode
Terreindeel
asbestgehalte grove fractie (mg/kg ds)
Asbestgehalte fijne fractie (mg/kg ds
Totaalgehalte asbest (mg/kg ds)
gemeten
gewogen
gemeten
gewogen
gewogen
Toetsing
MMAS01
Zuidoost
---
---
<1
<1
<1
-
MMAS02
Zuidwest
---
---
<1
<1
<1
-
MMAS03
Centraal
---
---
<1
<1
<1
-
MMAS04
‘t Landje
---
---
<2
<2
<2
-
---
geen asbestmaterialen aangetroffen
19
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
Tabel 8: Aangetroffen gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Monsternummer
23-1
MM01
MM02
MM03
Boring Bodemtype Zintuiglijk Van (cm-mv) Tot (cm-mv) Humus (% op ds) Lutum (% op ds) Deellocatie
23 ZS1H1 PU3 10 50 0.8 3.4 Centrale deel
04,05,06,07 ZS1H1
09,10,11,12,13 ZS1H1 PU3KO1 0 50 2.2 3 Halfverharding zuidwestelijk deel GW
03,14,15,16 ZS1H1
Barium [Ba] Cadmium [Cd] Kobalt [Co] Koper [Cu] Kwik [Hg] Lood [Pb] Molybdeen [Mo] Nikkel [Ni] Zink [Zn]
34 < 0,17 11 14 0,21 48 < 1,5 7,6 51
---<AW * <AW * * <AW <AW <AW
56 0,61 < 4,3 20 0,31 55 < 1,5 5,3 130
---* <AW <AW * * <AW <AW *
180 0,29 13 26 0,15 72 < 1,5 16 110
---<AW * * * * <AW * *
100 0,64 < 4,3 16 0,23 99 < 1,5 6,2 44
---* <AW <AW * * <AW <AW <AW
Pak-totaal (10 van VROM) (0.7 facto
0,97
<AW
54
***
6,2
*
25
**
PCB (7) (som, 0.7 factor)
0,0049
<T
0,0063
*
0,012
*
0,0055
<AW
Minerale olie C10-C40
48
*
< 38
<AW
92
*
120
*
0 50 2.6 3.7 bedrijfswoning
0 50 4.6 2.3 Stroken buiten hek
Tabel 9: Aangetroffen gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Monsternummer
MM04
MM05
MM06
MM07
Boring Bodemtype Zintuiglijk Van (cm-mv) Tot (cm-mv) Humus (% op ds) Lutum (% op ds) Deellocatie
18,19,20 ZS1H1 GR2 10 50 1 2.1 smederij
28,30 ZS1H1 PU3GR1KO1 0 50 2.7 2.5 ‘t Landje
31,32,33 ZS1H1 GR1 0 50 2.5 1.9 ‘t Landje
17,21,22,24,26 ZS1H1
Barium [Ba] Cadmium [Cd] Kobalt [Co] Koper [Cu] Kwik [Hg] Lood [Pb] Molybdeen [Mo] Nikkel [Ni] Zink [Zn]
34 0,26 < 4,3 15 0,18 57 < 1,5 7,4 67
---<AW <AW <AW * * <AW <AW *
89 0,77 < 4,3 35 0,49 150 < 1,5 11 270
---* <AW * * * <AW <AW **
57 0,57 < 4,3 36 0,19 89 < 1,5 5,2 110
---* <T * * * <AW <AW *
22 < 0,17 < 4,3 12 0,24 40 < 1,5 6,4 57
---<AW <AW <AW * * <AW <AW <AW
Pak-totaal (10 van VROM)
80
***
33
**
3,0
*
1,6
*
PCB (7) (som, 0.7 factor)
0,0067
*
0,0076
*
0,0049
<AW
0,0052
*
Minerale olie C10-C40
400
*
59
*
< 38
<AW
< 38
<AW
20
5 50 0.7 2.3 Centrale deel
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
Tabel 10: Aangetroffen gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Monsternummer
MM08
MM09
MM10
Boring Bodemtype Zintuiglijk Van (cm-mv) Tot (cm-mv) Humus (% op ds) Lutum (% op ds) Deellocatie
23,30,34 ZS1H1
01,02,07 ZS1H1
50 100 2.1 3.5 Centrale deel/ ‘t Landje
100 150 0.5 2.5 pompeiland/pb141
09,10,11,12,13 ZS1H2 GR1 30 100 1.8 2.8 Halfverharding zuidwestelijk deel GW
Barium [Ba] Cadmium [Cd] Kobalt [Co] Koper [Cu] Kwik [Hg] Lood [Pb] Molybdeen [Mo] Nikkel [Ni] Zink [Zn]
17 0,25 < 4,3 17 0,12 26 < 1,5 4,4 60
---<AW <AW <AW * <AW <AW <AW <AW
< 15 < 0,17 12 < 5,0 < 0,05 < 13 < 1,5 7,7 < 17
---<AW * <AW <AW <AW <AW <AW <AW
26 < 0,17 < 4,3 11 0,067 24 < 1,5 6,7 45
---<AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW
Pak-totaal (10 van VROM)
1,3
<AW
0,35
<AW
0,83
<AW
PCB (7) (som, 0.7 factor)
0,0049
<T
0,0049
<T
0,0049
<T
Minerale olie C10 - C40
< 38
<AW
< 38
<AW
< 38
<AW
Uitsplitsing en aanvullende analyses PAK Tabel 11: Aangetroffen gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Mengmonster
MM01
MM01
MM01
MM01
MM03
Deelmonster
04-1
05-1
06-1
07-1
03-1
Boring Bodemtype Zintuiglijk Van (cm-mv) Tot (cm-mv)
04 ZS1H1
05 ZS1H1
06 ZS1H1
07 ZS1H2
03 ZS1H1
10 50
0 50
0 50
5 50
5 50
Pak-totaal (10 van VROM)
3,8
Mengmonster
MM03
MM03
MM03
MM05
MM05
Deelmonster
14-1
15-1
16-1
28-1
30-1
Boring
14
15
16
30
Bodemtype
ZS1H2
ZS1H2
ZS1H2
28 ZS1H1 PU3GR1KO1 0 40 7,2 *
21
*
4,8
*
6,7
Zintuiglijk
*
GR1
Van (cm-mv)
0
0
0
Tot (cm-mv)
50
50
50
Pak-totaal (10 van VROM)
3,2
*
1,3
<AW
7,7
21
*
0,57
<AW
2,1
*
ZS1H1 PU3 0 50 **
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
Mengmonster
MM04
MM04
MM04
-
-
Deelmonster
18-1
19-1
20-1
46-1
46-2
Boring Bodemtype Zintuiglijk Van (cm-mv) Tot (cm-mv)
18 ZS1H1 GR2 10 50
19 ZS1H1 GR1 10 50
20 ZS1H1
46 ZS1H1
46 ZS1H1
10 50
10 50
50 100
Pak-totaal (10 van VROM)
130 ***
3,2 *
0,41 <AW
0,39 <AW
0,91 <AW
Mengmonster
-
-
-
-
Deelmonster
47-1
47-2
48-1
48-2
Boring Bodemtype Zintuiglijk Van (cm-mv) Tot (cm-mv)
47 ZS1H1G1
47 ZS1H1G1
48 ZS1H1G1
48 ZS1H1G1
10 50
50 100
10 50
50 100
Pak-totaal (10 van VROM)
0,35 <AW
0,35 <AW
0,35 <AW
0,35 <AW
Uitsplitsing en aanvullende analyses zink Tabel 12: Aangetroffen gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Mengmonster
MM05
-
MM05
-
-
Deelmonster
28-1
28-2
30-1
30-2
50-1
Boring Bodemtype Zintuiglijk Van (cm-mv) Tot (cm-mv)
28 ZS1H1 PU3GR1KO1 0 40
28 ZS1H1
30 ZS1H1
50 ZS1H2
40 90
30 ZS1H1 PU3 0 50
50 100
0 50
330 ***
< 17 <AW
150 *
34
Zink [Zn] Mengmonster
-
-
Deelmonster
51-1
52-1
Boring Bodemtype Zintuiglijk Van (cm-mv) Tot (cm-mv)
51 ZS1H2 PU3 0 50
52 ZS1H2
Zink [Zn]
180 *
370 ***
0 50
22
<AW
1400 ***
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
Aanvullende analyses zuidwestelijk terreindeel GW (halfverharding) Tabel 13: Aangetroffen gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Monsternummer
40-1
40-3
43-1
43-2
Boring Bodemtype Zintuiglijk Van (cm-mv) Tot (cm-mv) Humus (% op ds) Lutum (% op ds)
40 ZS1H1 PU3 0 40 1.5 0
40 ZS1H2
43 ZS1H1 PU3 0 50 1.5 0
43 ZS1H1G1
Barium [Ba] Cadmium [Cd] Kobalt [Co] Koper [Cu] Kwik [Hg] Lood [Pb] Molybdeen [Mo] Nikkel [Ni] Zink [Zn]
170 0,25 7,1 22 0,053 75 < 1,5 15 100
--<AW * * <AW * <AW * *
< 15 < 0,17 < 4,3 6,5 < 0,05 14 < 1,5 < 3,0 19
<AW <T <AW <AW <AW <AW <AW <AW
62 < 0,17 4,6 13 0,068 41 < 1,5 7,2 99
--<AW * <AW <AW * <AW <AW *
< 15 < 0,17 < 4,3 < 5,0 < 0,05 < 13 < 1,5 3,3 < 17
<AW <T <AW <AW <AW <AW <AW <AW
Pak-totaal (10 van VROM) (0.7 facto
5,0
*
0,35
<AW
7,8
*
0,35
<AW
PCB (7) (som, 0.7 factor)
0,009
*
0,0049
<T
0,008
*
0,0049
<T
Minerale olie C10 - C40
81
*
< 38
<AW
56
*
< 38
<AW
60 100 1.9 1.5
50 100 0.9 1
Tabel 14: Aangetroffen gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Monsternummer
44-1
44-3
Boring Bodemtype Zintuiglijk Van (cm-mv) Tot (cm-mv) Humus (% op ds) Lutum (% op ds)
44 ZS1H1 PU3 0 30 1.3 0
44 ZS1H1
Barium [Ba] Cadmium [Cd] Kobalt [Co] Koper [Cu] Kwik [Hg] Lood [Pb] Molybdeen [Mo] Nikkel [Ni] Zink [Zn]
150 0,21 4,4 14 0,063 71 < 1,5 14 140
--<AW * <AW <AW * <AW * *
< 15 < 0,17 < 4,3 < 5,0 < 0,05 < 13 < 1,5 4,5 < 17
<AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW <AW
Pak-totaal (10 van VROM) (0.7 facto
7,3
*
0,35
<AW
PCB (7) (som, 0.7 factor)
0,0084
*
0,0049
<T
Minerale olie C10 - C40
120
*
< 38
<AW
50 100 0.5 2.1
23
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
Tabel 15: Aangetroffen gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Monsternummer
01-1-2
08-1-2
23-1-2
Datum pH Ec (µS/cm) Filternummer Van (cm-mv) Tot (cm-mv)
2-3-2011 7,63 487 1 500 600
2-3-2011 7,47 1342 1 550 650
2-3-2011 7,59 1650 1 550 650
Barium [Ba] Cadmium [Cd] Kobalt [Co] Koper [Cu] Kwik [Hg] Lood [Pb] Molybdeen [Mo] Nikkel [Ni] Zink [Zn]
94 < 0,8 < 5,0 < 15 < 0,05 < 15 < 3,6 < 15 < 60
* <T <S <S <S <S <S <S <S
150 < 0,8 < 5,0 < 15 < 0,05 < 15 < 3,6 < 15 < 60
* <T <S <S <S <S <S <S <S
230 < 0,8 < 5,0 < 15 < 0,05 < 15 < 3,6 < 15 < 60
* <T <S <S <S <S <S <S <S
Benzeen Ethylbenzeen Naftaleen (BTEXN) Styreen (Vinylbenzeen) Tolueen Xylenen (som, 0.7 factor) meta-/para-Xyleen (som) ortho-Xyleen
< 0,2 < 0,3 < 0,05 < 0,3 < 0,3 0,21 < 0,2 < 0,1
<S <S <T <S <S <T -------
< 0,2 < 0,3 < 0,05 < 0,3 < 0,3 0,21 < 0,2 < 0,1
<S <S <T <S <S <T -------
< 0,2 < 0,3 < 0,05 < 0,3 < 0,3 0,21 < 0,2 < 0,1
<S <S <T <S <S <T -------
1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan 1,1-Dichloorethaan 1,1-Dichlooretheen 1,1-Dichloorpropaan 1,2-Dichloorethaan 1,2-Dichloorpropaan 1,3-Dichloorpropaan 1.2-Dichloorethenen (som, 0.7 facto CKW (som) Dichloormethaan Dichloorpropanen (0,7 som, 1,1+1,2+1,3) Tetrachlooretheen (Per) Tetrachloormethaan (Tetra) Tribroommethaan (bromoform) Trichlooretheen (Tri) Trichloormethaan (Chloroform) Vinylchloride cis-1,2-Dichlooretheen trans-1,2-Dichlooretheen
< 0,1 < 0,1 < 0,6 < 0,1 < 0,25 < 0,6 < 0,25 < 0,25 0,14 < 3,2 < 0,2 0,52
<T <T <S <T ---<S ------<T ---<T <S
< 0,1 < 0,1 < 0,6 < 0,1 < 0,25 < 0,6 < 0,25 < 0,25 0,14 < 3,2 < 0,2 0,52
<T <T <S <T ---<S ------<T ---<T <S
< 0,1 < 0,1 < 0,6 < 0,1 < 0,25 < 0,6 < 0,25 < 0,25 0,14 < 3,2 < 0,2 0,52
<T <T <S <T ---<S ------<T ---<T <S
< 0,1 < 0,1 < 2,0 < 0,6 < 0,6 < 0,1 < 0,1 < 0,1
<T <T D<=I <S <S <T -------
< 0,1 < 0,1 < 2,0 < 0,6 < 0,6 < 0,1 < 0,1 < 0,1
<T <T D<=I <S <S <T -------
< 0,1 < 0,1 < 2,0 < 0,6 < 0,6 < 0,1 < 0,1 < 0,1
<T <T D<=I <S <S <T -------
Minerale olie C10 - C40
< 100
<T
< 100
<T
< 100
<T
24
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
4.7.
Interpretatie onderzoeksresultaten
Zintuiglijke waarnemingen Visueel is er in het opgeboorde materiaal op een aantal plekken puin en kool aangetroffen. De halfverharding op het zuidwestelijke terreindeel bestaan voor 30 tot 40 % uit puin en is circa 0,4 m dik. Ter plaatse van het noordelijke terreindeel (’t Landje) is eveneens een halfverhard deel aanwezig (boringen 28 en 30). Asbest Op de terreindelen waar geen verharding of begroeiing aanwezig is, is een inspectie uitgevoerd. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Ook in de gegraven gaten, waar wel in variërende mate puin aanwezig is, is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Uit de analyses die zijn gedaan op de mengmonsters van de diverse terreindelen blijkt dat ook in de fijne fractie geen asbest aanwezig is. Halfverharding zuidwestelijk deel In het mengmonster van de halfverhardingslaag op dit terreindeel (MM02; boringen 9,10,11,12 en 13), waar een sterke puin- en een zwakke koolbijmenging aanwezig is, zijn maximaal licht verhoogde gehaltes aan enkele metalen, PCB, PAK en minerale olie aanwezig. In het zintuiglijke schone mengmonster van de ondergrond (MM10; boringen 9,10,11,12 en13) op dit terreindeel liggen alle gehaltes beneden de achtergrondwaarde. De aanvullend geanalyseerde monsters van de puinlaag en de zintuiglijk schone laag eronder van boringen 40, 43 en 44 geven hetzelfde beeld.
De licht verhoogde gehaltes in de halfverhardingslaag hangen samen met de puin- en koolbijmenging. Smederij In het mengmonster van de toplaag onder de klinkerverharding net buiten de voormalige smederij (MM04, boringen 18, 19 en 20) is een sterk verhoogd PAK-gehalte aangetroffen. De gehaltes aan kwik, lood, zink, PCB en minerale olie zijn licht verhoogd. Omdat de gehaltes aan metalen in MM04 niet bijzonder hoog zijn, maar het PAK-gehalte wel ruim boven de interventiewaarde ligt, is een mogelijke verklaring van deze gehaltes de aanwezigheid van de voormalige verbrandingsovens en de schoorsteen. Deze zijn weliswaar na de oorlog verwijderd, maar waarschijnlijk zijn nog verbrandingsresten in de bodem aanwezig. De sterke verontreiniging met metalen in de smederij is dus beperkt tot het inpandige gedeelte en ligt onder de aanwezige betonvloer. Na separate analyse van de deelmonsters van mengmonster MM04 blijkt dat alleen ter plaatse van boring 18 een overschrijding van de interventiewaarde aanwezig is. Beide overige monsters van de toplaag zijn licht verontreinigd met PAK. Om de omvang van de verontreiniging te bepalen zijn ter kartering boringen 45 t/m 49 uitgevoerd. Van boringen 46, 47 en 48, die op circa 5 m rond boring 18 zijn uitgevoerd, zijn de toplaag en de laag daaronder geanalyseerd op PAK. In geen van de monsters is een overschrijding van de streefwaarde aangetoond.
De sterke PAK-verontreiniging is alleen in boring 18 aangetoond en is dus beperkt van omvang. De inschatting is dat maximaal 10 m 3 sterk verontreinigde grond aanwezig is. Peilbuis PB 141 In boring 7 nabij de nog aanwezige peilbuis zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van minerale olie. In het mengmonster MM01, waar de toplaag van boring 7 deel van uitmaakt, ligt het gehalte aan minerale olie beneden detectielimiet. Ook het mengmonster van de ondergrond op een diepte van 1-1,5 m-mv (MM09, boringen 1, 2 en 7) bevat geen minerale olie. 25
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
Voormalig pompeiland Ter plaatse van het voormalige pompeiland zijn peilbuis 1 en boring 2 geplaatst. In beide zijn zintuiglijk geen brandstofproducten waargenomen. Het mengmonster van de laag van 1-1,5 m-mv (MM09, boring 1, 2 en 7)) bevat geen minerale olie, terwijl deze laag in het evaluatie onderzoek na de tanksanering (2003) een sterk verhoogd gehalte aan minerale olie bevatte. Ook in het grondwater van peilbuis 1 zijn geen parameters aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van brandstofproducten. Overige terreindelen Noordelijk terreindeel Raafstraat (’t Landje) In het puinhoudende mengmonster MM05 (mengmonster van boring 28 en 30) op ’t Landje is het gehalte aan zink matig verhoogd. In dit mengmonster is ook een matig verhoogd PAK-gehalte aanwezig. Verder zijn in het mengmonster licht verhoogde gehaltes aan zware metalen, PCB en minerale olie aangetoond. De deelmonsters van MM05 zijn aanvullend geanalyseerd op zink en PAK om te achterhalen welke deelmonsters de verhoogde waarden veroorzaken. Hieruit blijkt dat in het monster van boring 30 een matige PAK en een lichte zink verontreiniging aanwezig is. Ter plaatse van boring 28 is sprake van een licht verhoogd PAK-gehalte en een sterk verhoogd gehalte aan zink. De verhoogde gehaltes aan zink en PAK hangen waarschijnlijk samen met de aanwezige puin- en koolbijmenging.
Het mengmonster van de toplaag van ’t Landje waar geen bijmenging aanwezig is (MM06, boring 31, 32 en 33) bevat maximaal licht verhoogde gehaltes aan metalen en PAK. In het mengmonster van de ondergrond (MM08; 23, 30 en 34) zijn behalve een licht verhoogd gehalte aan kwik geen verontreinigingen aanwezig. Ten aanzien van de matige PAK verontreiniging in de toplaag ter plaatse van boring 30 wordt gesteld dat dit een lokale matige verontreiniging betreft. Dit gezien het feit dat in de overige (meng)monsters van toplaag en ondergrond maximaal licht verhoogde gehaltes aan PAK aanwezig zijn. Om een beter beeld te krijgen van het sterk verhoogd zinkgehalte in boring 28 zijn boringen 50, 51 en 52 op een afstand van 5 tot 7 m rond deze boring geplaatst. Uit de analyse van de toplaag blijkt dat in boringen 50 en 52 een sterk verhoogd zinkgehalte aanwezig is. De toplaag bij boring 52 bevat een licht verhoogd gehalte aan zink. Zowel boring 28 als boringen 50 en 52 liggen in de uiterste noordoosthoek van dit terreindeel vlak bij de perceelsgrens. Mede omdat er geen bijmengingen in de sterk verontreinigde monsters van boringen 50 en 52 aanwezig zijn is er geen oorzaak van deze verontreiniging voorhanden. Het is dus niet uitgesloten dat op de aan de noordzijde grenzende percelen eveneens sterk verhoogde gehaltes aan zink aanwezig zijn.
Op basis van de gemeten gehaltes is op de locatie sprake van een strook met sterke zinkverontreiniging in de toplaag langs de noordelijke terreingrens.
Gemeentewerf In het algemeen zijn de gehaltes aan een aantal metalen (cadmium, kobalt, kwik, lood en zink) en PCB in de toplaag licht verhoogd. Dit geldt ook voor monster 23-1, waar een sterke puinbijmenging aanwezig is. In dit monster is ook het gehalte aan minerale olie licht verhoogd (net boven de detectielimiet). In het mengmonster van het terreindeel rond de gekraakte bedrijfswoning (MM01; boringen 4, 5, 6, 7) is behalve de lichte verhoging van de gehaltes aan zware metalen en PCB ook een sterk verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. Omdat dergelijke gehaltes gezien het (voormalig) gebruik van dit deel 26
01.11.919 – Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Mussenstraat 19-23 / Raafstraat te Hilversum
van de locatie en de afwezigheid van bijmengingen niet verwacht worden, zijn de deelmonsters van mengmonster MM01 (boringen 4, 5, 6 en 7) aanvullend geanalyseerd op PAK. De analyseresultaten van de deelmonsters laten maximaal licht verhoogde gehaltes zien. Na controle van de gemeten waarden door het laboratorium en het bekijken van de monsters is gesteld dat geen sprake is van onregelmatigheden in de analyses. De in tweede instantie gemeten licht verhoogde gehaltes in relatie tot de visuele beoordeling liggen het meest voor de hand. Wellicht was bij de analyse van het mengmonster sprake van een zeer lokale inhomogeniteit. Ten aanzien van mengmonster MM03, samengesteld van de toplaag van boringen 3, 14, 15 en 16 die zijn gelegen buiten de omheining van de gemeentewerf, is ook een dergelijke constatering te maken. Ook hier is in eerste instantie een matig verhoogd gehalte aan PAK gemeten op een terreindeel waar relatief weinig bedrijfsmatige activiteiten hebben plaatsgevonden. De deelmonsters laten allemaal een maximaal licht verhoogd gehalte zien. Ook hier worden, mede gezien het ontbreken van bijmenging in de monsters, de licht verhoogde gehaltes representatief geacht. In de mengmonsters van de ondergrond zijn behalve een licht verhoogd gehalte aan kobalt (MM09; boringen 1,2 en 7) en kwik (MM08; 23, 30 en 34) geen verontreinigingen aanwezig.
In het grondwater van de drie peilbuizen op de gemeentewerf zijn behalve licht verhoogde gehaltes aan barium geen verhogingen ten opzichte van de streefwaarden gemeten. Verhoogde gehaltes aan barium komen veelvuldig voor en behoren naar verwachting tot verhoogde natuurlijke achtergrondwaarden. De in het grondwater aanwezige verontreinigingen op de naburige terreinen aan de oostzijde (Mussenstraat 49-55, Arendstraat 1 t/m 53) zijn niet verspreid tot op de locatie.