CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Werf35_Regels_Bijlage 4 Beeldkwaliteitsplan

GEMEENTERAAD 15 mei 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Bestemmingsplan Werf 35 (1214488)6.555 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEELDKWALITEITSPLAN 25 februari 2022

INHOUDSOPGAVE

1.

Inleiding p 4

2.

Terugblik stedenbouwkundige visie

3.

p6

Uitgangspunten uit de stedenbouwkundige visie

p8

Uitgangspunten stedenbouwkundige visie daklandschap

p 10

Beeldkwaliteitsplan p 18 Het centrale plein p 20 De entree's p 24

- hoofdentree spoorzijde

- entree Mussenstraat

- entree Arendstraat De opkamers p 34 De buitenschil p 38 Hoogte-accenten

p 46

Objectcriteria p 50

2

3

1. INLEIDING Doel van het Beeldkwaliteitsplan (BKP)

voor de beeldkwaliteit. Dit zijn de spelregels voor

Het beeldkwaliteitsplan vervangt - voor de

(BKP)

de verschillende ontwerpers en zijn de richtlijnen

locatie Werf35 - de uitgangspunten en criteria

voor de ontwikkeling van Werf35 Hilversum.

voor de gebouwen en publieke ruimte t.b.v. de

als beschreven in hoofdstuk 4 Gebied 7A.. De

Het is een nadere beelduitwerking van de

toetsing door welstand.

algemene welstandscriteria, de objectcriteria (zie

Stedenbouwkundige visie voor de Werf. Deze

Het BKP heeft als doel om een eigentijdse,

hoofdstuk 5) en de overige bepalingen blijven

visie is op 10 mei 2021 vastgesteld door het

eigenzinnige taal voor de Werf te ontwikkelen

gelden vanuit de welstandsnota.

college van B&W. Dit gebeurde na vooroverleg

waarbij

en positief advies van zowel de Adviescommissie

structuren en principes van de bestaande Werf.

Voor

u

ligt

het

beeldkwaliteitsplan

de

nieuwbouw

voortborduurt

op

Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) en de Commissie

bestaande

gebouwen

en

het

achter

terrein zijn op 2 maart 2021 aangewezen als Relatie BKP Werf35 en Welstandsnota

gemeentelijk monument, inclusief vaststelling

raadscommissie heeft het college geadviseerd in

Het welstandsbeleid ligt op dit moment vast in de

van de redengevende omschrijving (gemeentelijk

te stemmen met de stedenbouwkundige visie. Het

‘Herziene Welstandsnota 2014’. Na vaststelling

monument Mussenstraat 9-21, “Fabriekscomplex

BKP zal na vaststelling door de gemeenteraad

door de gemeenteraad is het beeldkwaliteitsplan

‘WERF 35’: vier gebouwen met aanbouwen,

fungeren als welstandskader.

- specifiek voor de locatie Werf35 - een aanvulling

restanten fabrieksmuur en terrein”, GMH 1395)

op het welstandsbeleid.

met bijbehorende bouwhistorische analyse en

Welstand

en

Monumenten

(CWM).

De

De in het BKP geformuleerde richtlijnen vormen

4

De

bijlagen.

voor de ontwikkelaar, de gemeente, architecten

De locatie Werf35 is onderdeel van één van de

en andere ontwerpers een kader voor de verdere

‘traditionele bedrijventerreinen’ (Gebied 7A in

Voor de monumentale gebouwen gelden de

uitwerking. De richtlijnen garanderen dat de

hoofdstuk 4 van de Welstandsnota Hilversum

bepalingen met betrekking tot erfgoed als

samenhang, ambitie en uitgangspunten van de

2014). De criteria voor deze gebieden zijn

beschreven in hoofdstuk 6 van de welstandsnota.

Stedenbouwkundige visie gewaarborgd blijven.

toegespitst

op

bruikbaar

voor

de

Hoofdstuk 2 beschrijft de hoofduitgangspunten uit

Werf35.

Het

beeldkwaliteitsplan

de stedenbouwkundige visie. Hoofdstuk 3 van dit

beschrijft de gewenste beeldkwaliteit voor de

document beschrijft de spelregels en richtlijnen

gebiedsontwikkeling.

bedrijventerreinen

en

niet

Voor het beschermde achter terrein gelden de

gebiedsontwikkeling

op

spelregels ten aanzien van de buitenruimte als

Werf35

omschreven in het beeldkwaliteitsplan.

5 Plankaart voorbeeld uitwerking

2. TERUGBLIK STEDENBOUWKUNDIGE VISIE

Dit

hoofdstuk

blikt

terug

op

de

Een stoer, uitnodigend en duurzaam stuk stad,

stedenbouwkundige visie van Werf35 en

Erfgoed als inspiratiebron

waar de sfeer, identiteit en schaal (korrel) van

beschrijft de belangrijkste uitgangspunten

Erfgoed maakt integraal onderdeel uit van de

de industriële omgeving doorklinken in het

uit de visie.

ruimtelijke ontwikkeling van Werf 35. Daarbij

gebied zowel in stedenbouwkundige opzet, in

gaat het niet alleen om de fysieke structuren,

architectuur als in openbare ruimte. De inrichting

Werf 35 transformeert naar een gemengde

maar

en

van de openbare ruimte straalt de sfeer uit van

creatieve

Deze

betekenissen van gebouwen en het gebied. De

een historisch stoer verleden. De bestaande

transformatie is al in gang gezet door de

oude fabrieksgebouwen voorzien het plangebied

industriële gebouwen en elementen dienen als

bestaande gebouwen een nieuwe functie te

in bredere zin van een historische context,

inspiratie voor de nieuwbouw. De nieuwbouw

geven. Het braakliggende terrein zal worden

inspiratie en richting.

zal een bijpassend 'industrieel karakter' krijgen

woon-werkomgeving.

ook

de

immateriële

verhalen

ingezet om de verdere groei van de Werf te faciliteren.

6

zonder historiserend te zijn. De ambitie voor Werf 35 is om de locatie te ontwikkelen tot een multifunctionele plek, waar

Beeldbepalende elementen

De opgave is om de nieuwe gebouwen en

creatieve bedrijvigheid gecombineerd wordt met

Het industriële beeld van de Werf is opgebouwd

buitenruimte in samenhang met de bestaande

wonen en horeca, met behoud van haar industriële

uit een aantal beeldbepalende elementen. Zo

gebouwen

zal

identiteit en uitstraling. Uitgangspunt is een

wordt de buitenruimte vormgegeven als een

uitgroeien tot de eigenzinnige plek waar kan

erfgoed-inclusief ontwerp, industriële gebouwen

‘werkvloer’ uit veelal bestaande materialen, is de

worden gewoond en gewerkt. Daarnaast biedt

en de openbare ruimte als inspiratiebronnen en

architectuur stoer en utilitair en hun hoofdvorm

de plek ruimte voor allerlei initiatieven

en is

smaakmakers van het gebied. Een inspirerende

gebaseerd op de karakteristieke industriële

deze openbaar toegankelijk voor omwonenden

omgeving met een uniek karakter nodigt uit tot

gebouwen op de Werf en worden gevels waar

en inwoners van Hilversum.

bedrijvigheid en nieuwe initiatieven.

relevant voor de interactie tussen binnen en

te

ontwerpen.

Het

gebied

buiten opengewerkt door glaspartijen of grote

binnen naar buiten werd gereden. De Werfvloer

openslaande deuren.

is ontworpen als lappendeken van oud en nieuw materiaal, waarin het bijzondere verleden van

+ 18 m

De Werf is collectief

het gebied zichtbaar zal blijven. De huidige

Het collectieve karakter van de Werf is een

Werf is vooral een verharde plek, voortkomend

belangrijk onderdeel van de ruimtelijke visie.

uit het industriële verleden. Door bomen los

Het plan behoudt dit karakter door in principe de

en in groepen te planten en op te nemen in de De buitenruimte bestaat uit een mozaiek van plekken die flexibel gebruikt en

volledige openbare ruimte collectief en openbaar

zoveel mogelijk bestaande als materialen (stelconplaten, gebakkenwordt letterlijk gemaa De buitenruimte is vormgegeven een ‘werkvloer’. De ‘werkvloer’ Werfvloer wordt de informele, robuuste sfeer samengevan klinkers, beton), die indien mogelijk op de plek blijven liggen. Deze worden

+ 12 m

toegankelijk te houden en door (nieuwe) voorzieningen

collectief

en

6. ROBUUSTE BUITENRUIMTE

8. ROBUUSTE BUITENRUIMTE toegeëigend kunnen worden. Het is vormgegeven als een ‘werkvloer’ en is

versterkt.

multifunctioneel

(stelconplaten, gebakken klinkers, beton), De dienieuwe indien mogelijk op terrein de plek blijven liggen. Dez aangevuld met nieuwe vergelijkbare materialen. laag van het materialen. De nieuwe laagnieuwe van hetmeubels, terrein wordt getoond door middel van wordt getoond door middel van verlichting, groenelementen en nieuwe meubels grafiek in kleur. een herkenbare kleur. felle

De buitenruimte bestaat uit een mozaiek van plekken die elkaar overlappen en flexibel gebruikt kunnen worden.

te maken. Het plan stuurt op een openbare

Mozaïek

ruimte die uitnodigt om van alles te organiseren,

De buitenruimte bestaat uit een mozaïek van

waarbij bewoners en bezoekers elkaar op een

plekken die flexibel gebruikt en toegeëigend

ontspannen manier kunnen ontmoeten. Overal

kunnen worden waardoor verschillend gebruik

op de Werf loopt de openbare ruimte als één

wordt stimuleerd. Het gebruik vormt de ruimte.

vloer door tot aan de gevel, de Werfvloer. Op de

Het is vormgegeven als een ‘werfvloer’ en bestaat

Werf ligt de aandacht op activiteiten, ontmoeten

uit zoveel mogelijk bestaande materialen, die

en verblijven. Buiten is het verlengde van binnen.

indien mogelijk op de plek blijven liggen. Deze

Gedeelde ruimte past bij de geschiedenis van de

worden aangevuld met nieuwe vergelijkbare

Werf, waar bij het werken het hele terrein werd

materialen. De nieuwe laag, een nieuwe kwaliteit De gebouwen worden in samenhang met de openbare

gebruikt: grote schuifdeuren, materieel dat van

voor de Werf.

ruimte ontworpen waarbij de verbinding centraal staat.

40

7

UITGANGSPUNTEN UIT DE STEDENBOUWKUNDIGE VISIE Uit de stedenbouwkundige visie kunnen enkele algemene uitgangspunten worden onderscheiden voor de gebouwen en buitenruimte van de Werf. Door deze uitgangspunten ontstaat een samenhang in het gebied. Algemene uitgangspunten voor de nieuwe gebouwen:

1. Samengestelde blokken

2. Ritmiek daklandschap

3. Interactie binnen/ buiten

Gebouwen zijn uit één stuk geslagen, echter

Elk gebouw krijgt een expressieve dakvorm

Gevelopeningen op de Werf zelf zorgen voor

met een eigen herkenbare signatuur. Elk

(kap) als beëindiging. De dakvorm zorgt voor

een naadloze verbinding tussen binnen en

gebouw heeft één duidelijk hoofdmateriaal.

een heldere continue ritmiek. De kwaliteit

buiten, zodat activiteiten zichtbaar zijn en

van de kap wordt in het gebouw verzilverd.

ook in de buitenruimte kunnen plaatsvinden.

(zie pag 10)

8

Algemene uitgangspunten voor de nieuwe en bestaande buitenruimte:

1. Behoud en hergebruik van materiaal

2.Stimuleren gebruik buitenruimte

3. Vergroenen

Voortbouwen op het bestaande palet waarbij

Nieuw leven voor en op de Werf. De buiten-

Natuurinclusiviteit, schaduw en waterinfil-

zoveel mogelijk wordt hergebruikt. Door

ruimte faciliteert allerlei activiteiten die op de

tratie zijn belangrijjke thema's voor de Werf,

nieuw en bestaand te combineren ontstaan

Werf kunnen plaatsvinden.

dus waar het kan: verharding eruit, groen

er zichtbare 'littekens'.

erin!

9

DAKLANDSCHAP +

Bestaande palet als basis

Functionaliteit en verduurzaming

Vorm is leidend

Het daklandschap is kenmerkend voor en brengt

Evenals bij de oude fabrieksloodsen is het

De expressieve dakvormentaal heeft een hoge

structuur in de Werf. De repeterende shed- en

programma bepalend voor de vorm van het dak.

waardering. De vorm dient altijd eenvoudig

zadeldaken vormen de basisstructuur van de

Voor

is

afleesbaar te zijn. Nieuwe functionaliteiten, maar

Werf. Boven deze lagere volumes springen

verduurzaming van de bestaande omgeving

ook installaties ten behoeve van de huidige

enkele hoogteaccenten uit met een afwijkende

noodzakelijk, zowel in sociale als ecologische

klimaateisen,

dakvorm. Om de nieuwe gebouwen op het

zin. Dat betekent dat er aan daken nieuwe

te worden, zodat deze niet afleiden van de

bestaande aan te sluiten wordt gekozen om de

functionaliteiten

hoofdvorm.

ritmiek van kappen te gebruiken als beëindiging

energie-opslag, waterretentie, biodiversiteit of

van de gebouwen. Het huidige palet aan vormen

juist toegankelijkheid. Deze oplossingen dienen

bestaat uit sheddak, zadeldak, plat dak en

integraal te worden ontworpen.

schaaldak.

10

+

+

+

een

prettig

worden

woon-werkmilieu

toegewezen,

zoals

dienen

integraal

ontworpen

Hoe werkt het? De Werf wordt nu al gekenmerkt door zijn diversiteit aan dakvormen, veelal voortkomend vanuit de (industriele) functie in het verleden. Deze diversiteit aan dakvormen wordt doorgezet in de nieuwe gebouwen. In deze paragraaf worden de mogelijke toepassing, het palet en de bijbehorende spelregels uitgelegd. Een pand krijgt een expressieve dakvorm als dak beëindiging. Het direct aangrenzende pand krijgt een andere dakvorm om zich te onderscheiden van het pand waar het tegenaan staat. De vorm van het dak heeft iets te maken met wat er binnen het gebouw gebeurt: de kwaliteit van het bijzondere dak vertaalt zich naar een ruimtelijke kwaliteit of toetreding van daglicht of een combinatie hiervan.

Verbeelding daklandschap uit stedenbouwkundige visie

11

PV-panelen op zuidzijde Glas op noordzijde

DAKLANDSCHAP PALET Sheddaken

b1

b2

De belangrijkste reden om deze dakvorm toe

h

h

te passen is het verkrijgen van gelijkmatig licht

b

in de hal. Daarvoor moeten de nokken Oostb = minimaal 8 meter h = minimaal 1/8xb h = maximaal 1/6xb b = minimaal 2xh b2 = minimaal 2xb2

Westgericht zijn. De schilden op het Noorden worden voorzien van een glaspartij. Aan de

b

de Stookplaats

Zuidkant juist niet om schaduwen en lichtplekken door de inval van direct zonlicht te voorkomen.

Eventuele lichtkoepels en/of PV-panelen zijn geïntegreerd in het dak en leiden niet af van de hoofdvorm

Het dichte deel leent zich ideaal voor de opwekking van zonne-energie.

PV-panelen op zuidzijde Glas op noordzijde

Zadeldaken h

Dit eenvoudige daktype bestaat uti twee tegen elkaar geplaatste hellende vlakken. De daken

b

kunnen asymmetrisch worden uitgevoerd.

h = maximaal 2/5xb h = minimaal 1/5xb b1 = maximaal 1/10xb

Bij zadeldaken kunnen zonnepanelen worden

b

toegepast, mits geintegreerd in het dakvlak.

b = minimaal 8 meter h = minimaal 1/8xb h = maximaal 1/6xb

b1

12

h

PV-panelen aan de zuidzijde zijn geïntegreerd in het dak opgenomen. Eventuele lichtkoepels/stroken zijn geïntegreerd in het dak opgenomen.Eventuele lichtkoepels en/of PV-panelen zijn geïntegreerd in het dak en leiden niet af van de hoofdvorm

PV-panelen op zuidzijde Glas op noordzijde

Gebogen dakvorm

b

b = maximaal 1 keer de beukmaat b

Het tongewelf is een eenvoudig gewelftype. Het

b = maximaal 1 keer de beukmaat

kan als accent, maar ook als repeterend element

h

worden toegepast. b

Mogelijkheid voor groendak en/of beloopbaar (collectief) dak. Mogelijkheid voor groendak en/of beloopbaar (collectief) dak.

b = minimaal 8 meter h = minimaal 1/8xb h = maximaal 1/6xb

Eventuele lichtkoepels en/of PV-panelen zijn geïntegreerd in het dak en leiden niet af van de hoofdvorm

Vlinderdak (toevoeging) Een vlinderdak is

h

een dakvorm waarbij de

h

dakvlakken elkaar in het midden snijden, en

h

daarmee ontstaat een v-vorm. Deze opvallende

b

vorm kan als accent dienen. Deze dakvorm komt

b

nog niet voor in het huidige dakenpalet, maar

h = maximaal 2/5xb h = minimaal 1/5xb

sluit goed aan bij de bestaande expressieve

= minimaal2/5xb 1/5xb h =hmaximaal = maximaal 1/10xb h =b1 minimaal 1/5xb

b

h = maximaal 2/5xb

vormentaal en kan als 'special' worden ingezet.

b1

Deze dakvorm kan op zichzelf worden ingezet bij bijzondere elementen zoals een toren of PV-panelen aankan de zuidzijde Deze dakvorm op zichzelf bijvoorbeeld een plantenkas zijn geïntegreerd in het dak worden ingezet bij bijzondere op het dak. opgenomen. Eventuele elementen zoals een toren of lichtkoepels/stroken zijn bijvoorbeeld een plantenkas geïntegreerd in het dak op het dak. opgenomen.

13

14

15

UITGANGSPUNTEN UIT DE STEDENBOUWKUNDIGE VISIE In de stedenbouwkundig visie van de Werf zijn verschillende zones benoemd die alle eigen specifieke kenmerken hebben t.a.v. de gebouwen en buitenruimte, namelijk: 2c 1. Het centrale plein

1

Het centrale plein vormt het gezamenlijke hart van de Werf.

4a

2. Entrees De verschillende entrees aan de Mussen-

2a

straat en de Arendstraat komen uit op het centrale plein. 3. De opkamers De opkamers liggen verhoogd t.o.v het maaiveld en vormen groene en intieme collectieve

2b

ruimtes. 4. De buitenschil De buitenschil sluit in materialisering en

*

uitstraling aan op zowel de industriële waarden van de Werf als de directe omgeving. Plankaart voorbeeld uitwerking

16

3 4b

3

1. Centrale plein - referentie: Westergasfabriek - Amsterdam

2. Hoofdentree - referentie: Dobbelman terrein - Nijmegen

3. Entreepleintje Mussenstraat - referentie: Hembrugterrein - Amsterdam

4. Entreepleintje Arendstraat - bestaande situatie

5. Werf tuin - referentie: Hembrugterrein - Amsterdam

6. Opkamers - referentie: Monacopad - Haarlem

17

3. BEELDKWALITEITSPLAN

Het Beeld Kwaliteits Plan (BKP) Dit

hoofdstuk

omvat

worden van het gebouwontwerp. Bij voorkeur zijn

spelregels

voor

de

Deze spelregels vormen het toetsingskader voor

installaties binnen de gebouwmassa ingepast.

uitwerking van de gebouwen en buitenruimte in

de welstand bij de nadere planuitwerking van de

Gebiedsgebonden installaties zoals bijvoorbeeld

de verschillende zones van de Werf.

verschillende gebouwen en aanpassingen aan

trafo's, middenspanningsruimtes of gaskasten

de bijbehorende buitenruimte.

mogen niet in de buitenruimte terechtkomen

Het gebied bestaat zoals weergegeven uit een

en moeten binnen de gebouwmassa's ingepast

aantal zones. Deze zones hebben allemaal

Het noordelijk deel van het gebied bestaat

hun eigen specifieke functie in het geheel. Ze

uit een aantal bestaande gebouwen met

kenmerken zich in het gebruik van volledig

cultuurhistorische

openbaar (centraal plein inclusief toegangen)

monumenten zijn vastgestelde redengevende

voor de volgende zones toegelicht:

naar meer collectief (de opkamers) en privé (in

beschrijvingen van toepassing. De richtlijnen in

- het centrale plein

de gebouwen). Om dit verschil duidelijk te maken

dit BKP zijn niet van toepassing op de bestaande

- de hoofdentree en informele entrees

zijn er verschillen te herkennen in deze zones.

gebouwen, maar op de nieuw te ontwikkelen

- de opkamers

Naast de verschillen is er een sterke behoefte

gebouwen en daarnaast op de gehele publieke

- de randen

aan samenhang zodat de Werf zich manifesteert

buitenruimte van de Werf.

- de hoogte-accenten

waarde.

Voor

deze

als een herkenbaar geheel.

18

in

materialisatie,

Op de volgende pagina's worden de spelregels

- objectcriteria Naast specifieke richtlijnen per deelgebied zullen

Samenhang

worden.

detaillering

technische installaties in het gebied bijzondere

en architectonische verschijning is daarom

aandacht vragen. Voor alle technische installaties

wenselijk. De uitgangspunten zijn in dit BKP

op gebouwen geldt de richtlijn dat deze mee-

vastgelegd in de vorm van spelregels.

ontworpen moeten zijn waardoor ze onderdeel

impressie uit stedenbouwkundige visie

19

HET CENTRALE PLEIN

Hart van de Werf Het centrale plein vormt het hart van de Werf. De huidige situatie kent weinig stuctuur

1

vanuit de buitenruimte. Deze is vooral (van oudsher) gericht op ontsluiting en expeditie. De Werf richt zich op verblijven en ontmoeten en geeft ruimte voor spontaan en creatief gebruik van de buitenruimte. Een plek voor evenementen en dynamiek. De Werftuin is onderdeel van het centrale plein en biedt ruimte voor sport, verblijven en tuinieren. De inrichting vormt een mozaïek van bestaand en nieuw dat een diversiteit aan plekken vormt, open en besloten, grijs en groen, hard en zacht, zonnig en schaduwrijk.

Plankaart voorbeeld uitwerking

20

Architectonische uitgangspunten

Robuuste, industriële raamopeningen.

uitstraling

Flexibel meubilair in de buitenruimte.

van

panden

en

Ritmiek van dakkappen en gevelopeningen tot aan het maaiveld.

Nieuwe panden hebben elk hun eigen detaillering, kleur en materiaalgebruik.

Zoveel mogelijk bestaande bestrating handhaven. Bij wijzigingen zijn deze zichtbaar.

Vergroenen van de Werf waar mogelijjk.

21

SPELREGELS CENTRALE PLEIN ARCHITECTUUR

hoofdmaterialisatie als het gebouw waar ze

hebben per pand een grote mate van

onderdeel van zijn.

herhaling.

Karakter: •

Dynamische

• centrale

ontmoetingsplek

gericht op bestaande fabriekspanden

Plastiek: •

Enige tot redelijke mate van plastiek

boven het aanliggende maaiveld. •

Gevels zijn bij voorkeur natuurinclusief

aanwezig bijvoorbeeld met relief in

ontworpen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan

Materiaal:

gevelmaterialen, gevelsprongen tussen

nestkasten of vleermuisopeningen.

•

Nieuwe panden hebben elk een eigen

panden (tot 10cm), penanten (tot 30

detaillering, kleur en materiaalgebruik (dak

cm buiten de gevel), diepe negges,

Ritme en schaal:

en gevel).

gevelornamenten, dakgoten en lijsten.

•

•

•

'Verschillende panden zijn in basis in

•

Nieuwe gebouwen hebben in de basis

Alleen franse balkons toepassen of balkons

een vergelijkbare maat en schaal als de

kleurstelling en in materiaalgebruik aan

maken die maximaal 50 cm buiten de gevel

bestaande gebouwen.

elkaar verwant.

uitsteken.

Voor de markeringen (zie hoofdstuk

•

•

•

Geen galerijen in de gevel toepassen.

Volumes zijn individueel afleesbaar en werken tegelijkertijd samen als herkenbaar

stedenbouwkundige markeringen) is enige

22

De opkamers liggen maximaal 1,5 meter

ensemble.

verbijzondering wenselijk door bijvoorbeeld

Gevel en gevelopeningen:

een afwijkende dakvorm, bijzonder

•

Erflijn = rooilijn, harde grens.

Verbijzonderingen:

metselwerkverband of gevelornamenten.

•

Panden staan op de rooilijn.

•

Industriële materialen als baksteen (in

•

Grote openingen tot aan het maaiveld

aardtinten), beton, staal en glas.

(zoals garagedeuren) verbinden binnen- en

•

Robuuste industriële details.

buitenactiviteiten naadloos met elkaar.

•

Hoogte-accenten hebben een zelfde

•

Gevelindelingen verschillen per pand en

Hoogteaccenten hebben een grotere vrijheid in materiaalgebruik, plastiek.

BUITENRUIMTE

Verlichting: •

Materiaal: •

Zoveel mogelijk behoud en hergebruik van

Verlichting door middel van gevelarmaturen, geen masten op het plein.

•

bestaande materialen: gebakken klinkers,

Mogelijk specifieke gebouwen en/of bomen aanlichten.

betonstraatsteen, asfalt, stelcon platen. •

•

De richtingen in en keuze van materialen

Groen:

voor het maaiveld zijn ingezet om

•

Algemeen: bomen in de volle grond.

verblijfsplekken aan te duiden.

•

Verzachten van de uitstraling van

Nieuwe materialen uit hetzelfde palet

de verharding door toevoeging van

behalve asfalt: dus geen nieuw asfalt.

plantvakken.

•

Aanhelingen en reparaties blijven zichtbaar.

•

De aansluiting van de buitenruimte op de gebouwen wordt uitgevoerd in een 'tapijt'

•

•

Streven naar diversiteit in beplanting t.b.v. ecologie en belevingswaarde.

•

Beplanting in verplaatsbare bakken

van gebakken klinkers.

daar waar flexibiliteit gewenst is in de

Stelconplaten als nieuwe laag om ruimtes

buitenruimte t.a.v. het gebruik.

binnen het plein te maken. Voegen tussen

•

Hou ruimte voor initiatieven van gebruikers

de platen open voor groen en/of kleinschalig

van de Werf, zoals het inpassen van een

materiaal.

moestuin, of initiatieven die ter bevordering van de biodiversiteit.

23

DE ENTREES

2d

Verbinding met de omgeving De oorspronkelijke fabriek had een hoofd- en

2c

een zij-ingang. Voor de Werf blijven deze behouden en komen er nog een zij-ingang en mogelijk een paar informele entrees bij. De hoofdentree is aan de spoorzijde. Vanuit de wijk zijn er aan de oost- en de westzijde zijentrees die allemaal uitkomen op het centrale

2a

plein. Daarbij zijn er nog twee mogelijke infor-

2d

mele entrees waarvan met de tijd duidelijk zal worden welk gebruik deze kunnen krijgen. De verschillende entreegebieden staan direct

2b

in verbinding met het centrale plein. 2a westelijke entree Mussenstraat 2b hoofdentree spoorzijde 2c oostelijke entree Arendstraat 2d mogelijke zij- en 'achterdeurtjes'

24

Plankaart voorbeeld uitwerking

Uitnodigende entree met ruimte voor activiteiten. Robuuste industriële materialen zoals bijvoorbeeld stelconplaten.

Gevelopeningen tot aan het maaiveld. Activiteiten kunnen zich van binnen naar buiten doorzetten. Zowel wonen als werken.

Gebouwen en inrichting ondersteunen zichtlijnen.

25

HOOFDENTREE SPOORZIJDE De entree vanaf de Mussenstraat biedt een royale toegang tot de Werf. Deze entreeruimte die in zichzelf een plein is, wordt groen ingericht maar vooral ook open. Hierdoor ontstaat een flexibele ruimte die kan worden gebruikt vanuit aangrenzende ruimtes. Ook kan het kleine evenementen faciliteren. Beide opkamers komen door middel van brede trappen uit op deze entreeruimte. Deze plekken, waar verschillende zones samenkomen, zorgen ervoor dat bewoners elkaar spontaan ontmoeten.

26

27

SPELREGELS HOOFDENTREE (tot

ARCHITECTUUR

10cm

uitstekend),

diepe

negges,

nestkasten of vleermuisopeningen.

gevelornamenten, dakgoten en lijsten. •

Karakter:

Balkons mogen maximaal 100 cm buiten de

Ritme en schaal: •

•

(Formele) hoofdentree

gevel uitsteken en hebben een industriële

•

Ruim en uitnodigend

detaillering en materialisering.

een vergelijkbare maat en schaal als de

•

Ruimte voor activiteiten en dynamiek

Geen galerijen toegestaan.

bestaande gebouwen.

•

•

Hoogte-accenten

of

stedenbouwkundige

Materiaalgebruik en plastiek:

Gevel en gevelopeningen:

markeringen in apart hoofdstukje en onder

•

Nieuwe panden hebben elk een eigen

•

Erflijn = rooilijn en vormt een harde grens.

verbijzonderingen

detaillering, kleur en materiaalgebruik (dak

•

Panden staan op de rooilijn.

en gevel).

•

Grote openingen tot aan het maaiveld (zoals

Verbijzonderingen:

Verschillende panden zijn in kleurstelling en

garagedeuren) verbinden binnen- en buiten-

•

in materiaalgebruik aan elkaar verwant.

activiteiten naadloos met elkaar.

een hoogteaccent aan beide zijden van de

Opgangen naar opkamers vallen buiten de

straat (poortgebouw);

• •

Industriële materialen als baksteen (in

•

scope van spelregels hoofdentree.

aardtinten), beton, staal en glas. •

•

Robuuste industriële details.

Plastiek: •

Hoofdentree markeren.

aan In

het

spoorzijde

duidelijk

straatje

beperkt

plastiek toepassen, bijvoorbeeld reliëf in gevelmaterialen, gevelsprongen en penanten

28

Nieuwe gebouwen hebben in de basis

•

Overgangen in-uit Werf kunnen worden

Gevelindelingen verschillen per pand en

gedemarkeerd met hangende elementen

hebben per pand een grote mate van

over

herhaling.

industriële spanten)

De opkamers liggen maximaal 1,5 meter boven het aanliggende maaiveld.

•

•

De hoofdentree wordt geaccentueerd met

Gevels zijn bij voorkeur natuurinclusief ontworpen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan

entrees

(bv.

lichtgevende

letters,

BUITENRUIMTE

Verlichting: •

Materiaal: •

•

en/of hangende armaturen, geen masten.

Zoveel mogelijk behoud en hergebruik van bestaande materialen: gebakken klinkers,

Groen:

betonstraatsteen, asfalt, stelconplaten.

•

Algemeen: bomen in volle grond toepassen.

De richting en lijnen in de bestrating onder-

•

Plantvak met bomen en ecologische be-

steunen de looproute naar het centrale plein. •

Verlichting door middel van gevelarmaturen

Nieuwe materialen uit hetzelfde palet be-

planting wanneer mogelijk toepassen. •

Behoud van zoveel mogelijk kwalitatief bestaand groen, voor zover aanwezig

halve asfalt. •

Aanhelingen en reparaties blijven zichtbaar.

•

Stelconplaten als nieuwe laag. Voegen tussen de platen open voor groen en/of kleinschalig materiaal.

29

ENTREE ARENDSTRAAT INFORMELE ENTREE De toegang vanaf de Arendstraat is de bestaande toegang. Deze zone op de Werf heeft al veel van de spelregels in zich. Zo zijn de oorspronkelijke materialen gedeeltelijk behouden en is de plek vergroend met beplanting en bomen. Het basketbalveldje, de grote schommel en de picknickbanken maken het tot een passende verblijfs- en ontmoetingsplek voor mensen op de Werf en daarbuiten.

30

ENTREE MUSSENSTRAAT INFORMELE ENTREE De entree vanaf de Mussenstraat aan de westzijde heeft een informeel karakter. Dit kleine pleintje van bestaande gebakken klinkers heeft de functie van een toegang tot de Werf maar ook een verblijfsfunctie als terras. Een informele plek met een eigen sfeer, verhard maar ook groen. De entree komt samen met het centrale plein en heeft contact met de opkamer via royale trappen die op zichzelf als verblijfs- en ontmoetingsplek kan dienen.

31

SPELREGELS INFORMELE ENTREES MUSSENSTRAAT/ ARENDSTRAAT ARCHITECTUUR •

Karakter: •

Uitnodigend en informeel.

uitstekend), diepe negges, gevelornamenten,

Ritme en schaal:

dakgoten en lijsten .

•

Alleen franse balkons toepassen of balkons

een vergelijkbare maat en schaal als de

maken die maximaal 50 cm buiten de gevel

bestaande gebouwen.

uitsteken. •

Materiaal gebruik: •

Beperkt

• galerijen

met

een

industriële

Hoogte-accenten

of

stedenbouwkundige

markeringen in apart hoofdstukje en onder

detaillering en materialisering toegestaan

Nieuwe panden hebben elk een eigen

Nieuwe gebouwen hebben in de basis

verbijzonderingen hier onder

detaillering, kleur en materiaalgebruik (dak • •

en gevel).

Gevel en gevelopeningen:

Verbijzonderingen:

Verschillende panden zijn in kleurstelling en

•

Erflijn = rooilijn en vormt een harde grens.

•

in materiaalgebruik aan elkaar verwant.

•

Panden staan op de rooilijn.

Industriële materialen als baksteen (in

•

Grote openingen aan het maaiveld (zoals

aardtinten), beton, staal en glas.

garagedeuren) verbinden binnen- en buiten

•

Robuuste industriële details.

activiteiten naadloos met elkaar.

•

Panden zijn bij voorkeur natuurinclusief

•

ontworpen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan nestkasten of vleermuisopeningen.

•

•

Zeer

beperkte

bijvoorbeeld

reliëf

plastiek in

toepassen,

gevelmaterialen,

geen gevelsprongen, penanten (tot 10 cm

32

•

maken. •

Verbijzonderderingen

in

de

vorm

van

industriële hekwerken/ poorten. •

Overgangen in-uit de Werf kunnen worden

Opgangen naar opkamers vallen buiten de

gedemarkeerd met hangende elementen

scope van spelregels hoofdentree.

over

Gevelindelingen verschillen per pand en

industriele spanten)

hebben per pand een grote mate van Plastiek:

Verbijzonderen om entree herkenbaar te

•

entrees

(bv.

lichtgevende

letters,

De opgangen naar alle opkamers voorzien van

herhaling.

herkenbare kenmerkende elementen (bijv.

De opkamers liggen maximaal 1,5 meter

materiaal/ kleur traptreden, karakteristieke

boven het aanliggende maaiveld.

leuningen en/of bestrating.

BUITENRUIMTE Materiaal: •

Zoveel mogelijk behoud en hergebruik van bestaande materialen: gebakken klinkers, betonstraatsteen, asfalt, stelconplaten.

•

Nieuwe materialen uit hetzelfde palet, behalve asfalt.

•

Aanhelingen en reparaties blijven zichtbaar.

•

Gebouwen krijgen een tapijt van gebakken klinkers.

Verlichting: •

Verlichting door middel van gevelarmaturen, geen masten.

Groen: •

Algemeen: bomen in de volle grond.

•

Bomen in verharding met boomroosters. Behoud van zoveel mogelijk kwalitatief bestaand groen, voor zover aanwezig.

33

DE OPKAMERS

Collectieve ruimte De opkamers liggen verhoogd t.o.v het maaiveld en vormen groene en intieme collectieve ruimtes. De opkamers sluiten met ruime trappen aan op de verschillende pleinruimtes. De opkamers van de nieuwbouw vormen een geheel nieuw type ruimte op de Werf. Brede trappen bieden toegang tot een opgetilde, omsloten buitenruimte met een eigen karakter. Als kleine hofjes zijn de opkamers een gezamenlijk dakterras voor direct omwonen3

den maar uiteraard ook toegankelijk voor ander "bewoners" van de Werf. Met een groene inrichting zijn het geborgen plekken op de

3

Werf die wel in open verbinding staan met de omgeving, maar door hun hoogteverschil een minder openbaar karakter hebben. Plankaart voorbeeld uitwerking

34

Uitnodigend voor bewoners om ruimte bij de woning "toe te eigenen".

Zachte binnenruimtes, het industriële karakter van de Werf wordt verzacht met groen en hout.

Overgangen tussen het publieke deel en het collectieve deel zijn ervaarbaar in materialisering.

Zachte binnenruimtes, het industriële karakter van de Werf wordt verzacht met groen en hout.

Intiem, informeel karakter bij de opkamers.

Ruimte voor invulling van bewoners.

35

SPELREGELS OPKAMERS ARCHITECTUUR

een vergelijkbare maat en schaal als de Plastiek:

Karakter: •

•

Ontdekking en verrassing.

De wijze en mate van plastiek is vergelijkbaar

Materiaal gebruik:

Galerij

en

of

buitenruime

toegestaan,

geintegreerd in de hoofdmassa.

Panden hebben in de basis een consistent

•

verbijzonderingen hier onder. •

Binnentuinen op dek als eenheid ontworpen.

Beperkte plastiek mogelijk.

Gevel en gevelopeningen:

•

Openingen naar opkamers verbijzonderen.

worden toegepast. Gevels aan de opkamers

•

•

De entree verbijzonderen door industriële

Hoofdontsluiting middels dek (1,5 meter boven maaiveld).

hekwerken/ poorten.

•

Levendige begane grond, geen blinde gevels.

•

Grote openingen

tot aan het maaiveld

van

karakter van de Werf wordt verzacht met

verbinden

en

elementen (bijv. materiaal/ kleur traptreden,

groen en hout.

naadloos met elkaar.

Zachte

Graduele

binnenruimtes.

overgang

Het

industriële

tussen

binnen-

•

buitenactiviteiten

collectief

De opgangen naar alle opkamers voorzien dezelfde

herkenbare

kenmerkende

karakteristieke leuningen en/ of bestrating. •

Bijzondere verlichting kan worden toegepast

en privaat wordt ondersteund door de

Ritme en schaal:

om sfeer/ uitstraling van de opkamers te

materialisering.

•

versterken.

Volumes zijn individueel afleesbaar en

Panden zijn bij voorkeur natuurinclusief

werken tegelijkertijd samen als herkenbaar

ontworpen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan

ensemble (motorblok-principe).

nestkasten of vleermuisopeningen.

36

stedenbouwkundige

kan een ander gevelmateriaal en/ of kleur

zijn.

•

of

Verbijzonderingen:

zullen daarbij voor een groot deel begroeid

•

Hoogte-accenten

markeringen in apart hoofdstukje en onder

materiaalgebruik rondom. Aan de opkamers

•

•

met de voorgevel. •

•

bestaande gebouwen.

•

Nieuwe gebouwen hebben in de basis

Aanvulling materialisering:

BUITENRUIMTE

Het gevelmateriaal loopt rondom door. Wanneer snedes gemaakt worden conform onderstaande

Materiaal:

schema's kan een ander contrasterend materiaal

•

worden toegepast ter plaatse van de opkamers.

Houten dekdelen en/of tegels op tegeldragers toepassen.

•

Materiaalgebruik inzetten om verschil tussen verkeers- en verblijfsplek te maken.

Verlichting: •

Verlichting door middel van gevelarmaturen en/of hangende armaturen, geen masten.

Groen: •

Algemeen: bomen in bakken.

•

Plantvak met bomen, heesters en ecologische beplanting.

•

Voorzieningen opnemen zodat bewoners groen kunnen toevoegen.

Schema's hoofdprincipe materialisering van de gebouwen

•

Groen als gevelbekleding toepassen bijvoorbeeld in de vorm van klimplanten.

37

DE BUITENSCHIL MUSSENSTRAAT WEST Aanzicht van buiten De buitenzijde van het plangebied grenst aan de Mussenstraat (zowel West- als spoorzijjde). Het onlangs vernieuwde straatprofiel van de Mussenstraat (West) kenmerkt zich door een breed trottoir links en dwarsparkeren rechts in de straat. Daarmee wordt nu al een ‘achterzijde’

4a

gesuggereert voor de nieuwbouw aan de Mussenstraat. 4a Mussenstraat West.

Plankaart voorbeeld uitwerking

Mussenstraat West

38

Mussenstraat

Werf 35

Mussenstraat Bestaande doorsnede Mussenstraat West

Werf 35

privaat privaat collectief

publiek

collectief

publiek

Bestaande doorsnede Mussenstraat West

39

SPELREGELS DE BUITENSCHIL MUSSENSTRAAT WEST ARCHITECTUUR Mussenstraat West

•

Karakter: Gesloten en nieuwsgierig makend.

•

Wonen en werken in industriële panden.

•

Materiaalgebruik: Nieuwe

panden

hebben

een

Gevels in baksteen (in aardtinten) eventueel

•

Geen galerijen in de gevel toegestaan

Wanneer mogelijk worden gevelopeningen geclusterd. Gevels zijn bij voorkeur natuurinclusief ontworpen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan

•

nestkasten of vleermuisopeningen.

Het gevelbeeld wekt nieuwsgierigheid op naar de nieuwe functie.

• •

Er worden voldoende openingen gerealiseerd

Ritme en schaal:

voor een diepe daglichttoetreding.

•

Doorbraken

in

de

rand

zijn

collectief

met ornamenten in beton.

(bijvoorbeeld naar de parkeergarage, naar

Robuuste industriële details.

de opkamer of naar de entree). •

Gevelindelingen

kunnen

verschillen

per

Plastiek:

pand, maar over het totaal is er een grote

•

Panden staan op de rooilijn.

mate van herhaling.

•

Zeer beperkt plastiek toepassen, geen

Panden sluiten in maat en schaal aan op de (maat en schaal van de) bestaande fabriekspanden in de straat.

Verbijzondering: - Openingen naar opkamers verbijzonderen.

Openingen ten behoeven van installaties

BUITENRUIMTE

gevelsprongen, beperkt penanten (tot 10 cm

worden zo veel mogelijjk geïntegreerd in het

Geen buitenruimte (erflijn = rooilijn). Het nieuwe

uitstekend), diepe negges, gevelornamenten,

volume.

volume dient aan te sluiten op het straatprofiel.

De gevelopeningen raken het maaiveld

Collectieve buitenruimte in de opkamers.

dakgoten en lijsten.

40

Stookplaats geldt als minimumhoogte.

Gevel en gevelopeningen:

en gevel).

•

balkons toegestaan die buiten de gevel

•

eigen

detaillering, kleur- en materiaalgebruik (dak •

niet. De hoogte van de borstwering van de

uitsteken.

•

•

Alleen franse balkons toepassen, geen

•

•

privaat

Spelregels gevelbeeld De Stookplaats dient als inspiratie voor het nieuwe volume aan de Mussenstraat. De korrel en ritmiek van de bestaande fabrieken worden gehanteerd, zodat de straat als een geheel gaat voelen. De ritmiek van de daken van de Stookplaats wordt overgenomen. De dakvorm wordt bepaald adhv spelregels dakvormen (zie Daklandschap). De gekozen vorm wordt over de volledige lengte herhaald. Ramen komen niet tot aan het maaiveld.

Ritmiek in de gevels en in de materialisering.

Spelregels gevelopeningen De gevelopeningen raken het maaiveld niet. Gevelopeningen zitten in het gevelvlak, in- en uitlaten van installaties worden zoveel mogelijk in de gevel opgelost.

De Stookplaats

Mogelijke uitkomst gevelbeeld en spelregels

41

DE BUITENSCHIL MUSSENSTRAAT SPOORZIJDE Aanzicht van buiten De buitenzijde van het plangebied grenst aan de Mussenstraat (zowel West- als spoorzijde). Langs het spoor is er sprake van een breed profiel. Panden langs de Mussenstraat (spoorzijde) zijn groter in schaal. Externe veiligheid speelt ook een belangrijke rol aan deze kant van het plangebied.

4b

Plankaart voorbeeld uitwerking

42

43

SPELREGELS DE BUITENSCHIL MUSSENSTRAAT SPOORZIJDE ARCHITECTUUR Mussenstraat spoorzijde

Plastiek: •

de opkamer of naar de entree)

Panden kunnen verspringen van de rooilijn

Gevelindelingen

kunnen

verschillen

per

Karakter:

(tot maximaal 50 cm tussen de panden

pand, maar over het totaal is er een grote

•

Gesloten en uitnodigend.

onderling.

mate van herhaling.

•

Wonen en werken in grote industriële panden.

•

Materiaalgebruik: •

•

Nieuwe panden hebben elk een eigen

•

•

•

Openingen ten behoeven van installaties

hebben per pand een grote mate van

worden zo veel mogelijk geïntegreerd in het

herhaling.

volume.

De openingen ten behoeve van de ingangen

•

De gevelopeningen raken het maaiveld

van de garages sluiten aan bij de belijning

niet. De hoogte van de borstwering van de

en gevel).

van de andere gevelopeningen.

Stookplaats geldt als minimumhoogte.

Verschillende panden zijn in kleurstelling en

•

De opkamers liggen maximaal 1,5 meter

•

boven het aanliggende maaiveld.

Wanneer mogelijk worden gevelopeningen geclusterd.

Voor de markeringen bij de hoofdentree (zie

•

Geen galerijen in de gevel toegestaan.

hoofdstuk stedenbouwkundige markeringen)

•

Balkons mogen maximaal 100 cm buiten de

Ritme en schaal:

is enige verbijzondering wenselijk door

gevel uitsteken en hebben een industriële

•

bijvoorbeeld

detaillering en materialisering.

bijzonder •

Gevelindelingen verschillen per pand en

detaillering, kleur en materiaalgebruik (dak

in materiaalgebruik van elkaar verschillend.

een

afwijkende

metselwerkverband

dakvorm, of

de gebouwen die langs het spoor te vinden

gevelornamenten.

Gevel en gevelopeningen:

Industriële materialen als baksteen (in

•

•

Robuuste industriële details.

•

Entrees van de garage worden meeontworpen.

Gebouwen hebben een wat grotere korrel (tussen de 20-50 meter breed) passend bij

door

aardtinten), beton, staal en glas. • •

zijn.

Het gevelbeeld wekt nieuwsgierigheid op naar de nieuwe functie.

BUITENRUIMTE

Er worden voldoende openingen gerealiseerd

Geen buitenruimte (erflijn = rooilijn). Het nieuwe

voor een diepe daglichttoetreding.

volume dient aan te sluiten op het straatprofiel.

Doorbraken

in

de

rand

zijn

collectief

(bijvoorbeeld naar de parkeergarage, naar 44

•

Collectieve buitenruimte in de opkamers.

Diepe negge bij de raamopening.

Volume in een hoofdmateriaal ontworpen, verfijning in detaillering of metselwerkverband.

Plastiek door expressieve raamopening naar buiten te plaatsen.

Gebouw is uit één materiaal opgetrokken.

Clustering van ramen tot grote industrieel achtige openingen in de gevelvlakken.

Schoorsteen en/of technische ruimte mee-ontworpen in de hoofdmassa.

45

HOOGTEACCENTEN Doel van de accenten Hoogteaccenten markeren belangrijke punten in het stedelijk weefsel van de Werf. Aan het centrale plein wordt een hoogteaccent voorzien als ankerpunt van deze centrale buitenruimte. Bij de hoofdentree van de Werf fungeert het hoogteaccent als herkenning van de entree. De accenten hebben een sterke samenhang met het volume waar ze onderdeel van uitmaken, maar zijn vrijer in materiaalgebruik en plastiek zodat er ook een mate van eigenheid ontstaat. Het dient een verbijzondering van het volume te zijn.

zoekgebied hoogteaccent hoofdentree Voor exacte positie en afmeting van hoogteaccenten zie bestemmingsplankaart.

46

Plankaart voorbeeld uitwerking

47

SPELREGELS HOOGTEACCENTEN ARCHITECTUUR hoogte accenten

onderdeel van uitmaakt.

Karakter: •

Gevel en gevelopeningen:

Markering

van

een

belangrijk

•

stedenbouwkundig punt/ verbijzondering van

Er is veel vrijheid in gevelcompositie, zowel open als gesloten.

het volume. •

Het hoogte accent manifesteerd zich alzijdig.

Ritme en schaal: •

Materiaalgebruik:

aan bij het volume waar het onderdeel van

•

uitmaakt.

Het hoogteaccent heeft de materialisering van het volume waar het onderdeel vanuit

•

maakt. •

Voor de markeringen bij de hoofdentree (zie hoofdstuk stedenbouwkundige markeringen)

BUITENRUIMTE

is enige verbijzondering wenselijk door

•

bijzonder

een

afwijkende

metselwerkverband

herbergen, bijvoorbeeld in de vorm van een

of

dakterras en of balkon.

door

Het hoogteaccent verbijzondert door textuur, kleur en of specifieke vormgeving.

Plastiek: •

Het

hoogteaccent

mag

in

Hoogteaccenten kunnen een buitenruimte

dakvorm,

gevelornamenten. •

Gevel openingen mogen afwijken van het gebouw waar het onderdeel van uitmaakt.

bijvoorbeeld

plastiek

contrasteren met het gebouw waar het 48

Het hoogteaccent sluit in ritme en schaal

Hoogteaccent (18m) ligt in de 2e lijn

Hoogteaccent is onderdeel van het volume waar het van uitmaakt.

Hoogteaccent mag verbijzonderen door vormgeving en of materialisering.

Gelaagdheid door positie en contrast is toegestaan.

Het hoogteaccent kan zich in plastiek onderscheiden.

Hoogteaccent ontstaat door verjonging van het volume.

49

OBJECTCRITERIA Algemene objectcriteria Werf35

De volgende objecten mogen NIET toegepast

Gevelwijzigingen (4); aanvullend op criteria

Voor het gebied Werf 35 gelden de algemene

worden op de locatie Werf 35 omdat zij niet passen

in hoofdstuk 5 van de welstandsnota dienen

objectcriteria van de welstandsnota. Enkele

bij het gewenste gebruik, stedenbouwkundige

gevelwijzigingen te passen in het architectonische

objecten mogen echter niet toegepast worden in

opzet en/of identiteit van het gebied:

beeld van het gebouw waar ze onderdeel

het gebied en zijn daarom niet van toepassing.

van zijn. Ze hebben hetzelfde industriële Aanbouwen (1) zijn niet toegestaan; vanwege

karakter, materialisering en detaillering. Voor

In het beeldkwaliteitsplan zijn daarnaast enkele

het karakter van de gebouwen en het collectieve

gevelwijzigingen gelden dezelfde spelregels als

aanvullende gebied specifieke objectcriteria

gebruik van de publieke ruimte zijn aanbouwen

het gebouw waar ze onderdeel van zijn zoals

opgenomen, die specifiek voor de locatie Werf35

onwenselijk. De semi openbare ruimtes van de

omschreven in het betreffende hoofdstuk in dit

gelden.

opkamers zijn in omvang beperkt en niet geschikt

BKP.

om aanbouwen in te passen. Erfafscheidingen (5); aanvullend op criteria Bijgebouwen

(2)

zijn

niet

toegestaan;

in hoofdstuk 5 van de welstandsnota zijn

de buitenruimte is openbaar of collectief.

erfafscheidingen

alleen

Bijgebouwen zijn daarom niet toegestaan.

opkamers.

zijn

Er

toegestaan

alleen

in

de

erfafscheidingen

toegestaan haaks op de gevel met een maximum Dakkapellen (3) zijn niet toegestaan; in het

lengte van 1,5m en een tot een maximum hoogte

karakteristieke daklandschap als omschreven in

van 2,0m. Erfafscheidingen zijn bij voorkeur

dit BKP passen geen dakkapellen.

verplaatsbaar.

Voor de volgende objecten zijn (op basis van de algemene objectcriteria als omschreven in de

Installaties (6); aanvullend op criteria in hoofdstuk

welstandsnota) vervangende gebied specifieke

5 van de welstandsnota geld dat alle technische

objectcriteria geformuleerd passend bij de

installaties op gebouwen geldt dat deze mee-

beoogde beeldkwaliteit voor Werf 35:

ontworpen moeten zijn waardoor ze onderdeel worden van het gebouwontwerp. Bij voorkeur zijn

50

installaties binnen de gebouwmassa ingepast.

als het gebouw waar ze onderdeel van zijn zoals

bij de gemeente bij het Omgevingsteam een

Gebiedsgebonden installaties zoals bijvoorbeeld

omschreven in het betreffende hoofdstuk in dit

advies gevraagd moeten worden. Pas met een

trafo's, middenspanningsruimtes of gaskasten

BKP.

positief advies van het omgevingsteam kan een

mogen niet in de buitenruimte terechtkomen

initiatief voorgelegd worden aan de welstand

en moeten binnen de gebouwmassa's ingepast

Reclame (9); aanvullend op criteria in hoofdstuk

en kan het in aanmerking komen voor een

worden.

mee-ontworpen,

5 van de welstandsnota is reclame alleen

omgevingsvergunning.

liggen bij voorkeur in het dakvlak of staan vanaf

toegestaan in de gevels van de begane grond

maaiveld-niveau uit het zicht.

van de gebouwen. Reclame is alleen toegestaan

PV

panelen

zijn

passend bij het industriële karakter steken Dakramen en panelen (7); aanvullend op

maximaal 70 cm uit de gevel en zijn maximaal

criteria in hoofdstuk 5 van de welstandsnota

100cm hoog. Reclame in de gevel bestaat uit

dienen dakramen en panelen te passen in het

letters in of op puien (eventueel in de vorm van

architectonische beeld van het gebouw en het

doosletters met verlichting). Er is geen reclame

dak waar ze onderdeel van zijn. Ze hebben

toegestaan in de vorm van lichtbakken.

hetzelfde industriële karakter, materialisering en detaillering. Voor dakramen en panelen gelden

Luifels (10); Luifels zijn alleen toegestaan ter

dezelfde spelregels als het gebouw waar ze

hoogte van Gevelopeningen en steken maximaal

onderdeel van zijn zoals omschreven in het

1m uit de gevel. Luifels zijn mee-ontworpen met

betreffende hoofdstuk in dit BKP.

de gevel en passen bij het industriële karakter van de Werf.

Dakopbouwen (8); aanvullend op criteria in hoofdstuk 5 van de welstandsnota dienen

Toekomstige wijzigingen en vergunningsvrij

dakopbouwen te passen bij het architectonisch

bouwen

beeld van het gebouw waar ze onderdeel van zijn.

Voor toekomstige aanpassingen en wijzigingen

Voor dakopbouwen gelden dezelfde spelregels

die niet passen in het bestemmingsplan zal 51

Dit document is tot stand gekomen in samenwerking met:

opdrachtgever Medianest b.v.

gedelegeerd ontwikkelaar COUP group

architect Vakwerk Architecten

stedenbouwkundige Karres & Brands

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=39815c55-a6be-4635-8501-f2aea2c09130