Voorstel wijziging Reglement van Orde Commissie van Welstand en Monumenten - Raadsvoorstel
Tekst van het document
VOORSTEL zaaknummer:
751450
afdelingsnaam:
BenO-Ruimtelijke Kwaliteit
steller:
Richard Schoffeleers/Bas van Steen
telefoonnummer
035 629 2242
onderwerp:
Vaststellen Reglement van Orde CWM 2021
Voorstel 1.
Het Reglement van Orde Commissie Welstand en Monumenten 2021 vast te stellen en te bepalen deze in werking te laten treden de dag na de dag van publicatie, onder gelijktijdige intrekking van Reglement van Orde Commissie Welstand en Monumenten (2009).
Samenvatting Voorgesteld wordt om het RvO van CWM op vier onderdelen te wijzigen.
Inleiding In het Reglement van Orde van de Commissie (RvO) van de (CWM) is de werkwijze van de CWM geregeld. De CWM heeft verzocht om het RvO op onderdelen aan te passen. Het nu voorliggende voorstel geeft aan dit verzoek gehoor. Het voorstel dient door de raad te worden vastgesteld. Het RvO maakt als bijlage 9 deel uit van de Bouwverordening
Probleemstelling/doel De CWM heeft verzocht om het RvO op onderdelen aan te passen. Het gaat om de volgende onderwerpen: 1. Afschaffen inspreken door derde belanghebbenden. 2. De termijn voor het indienen van het jaarverslag aan de raad verschuiven van 1 april naar 1 september. 3. Dat een aanvraag om omgevingsvergunning maximaal drie maal behandeld wordt. 4. De termijn dat een burgerlid deel kan uit maken van de CWM gelijk te trekken met termijn die geldt voor de andere leden.
Argumenten Inzake 1: Op grond van artikel 17 lid 4 van het RvO kunnen belanghebbenden inspreken. Het gaat hier niet om de aanvrager of diens vertegenwoordiger. Dat deze zijn plan kan toelichten is geregeld in artikel 19. Artikel 17 heeft betrekking op de zogeheten ‘derde-belanghebbenden’ bijvoorbeeld de buren, belangorganisaties of een belanghebbende ondernemer. Het artikel luidt nu: Belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen voor het begin van de vergadering spreektijd aanvragen bij de voorzitter. De voorzitter stelt, afhankelijk van de agenda, de maximale spreektijd van eenieder vast. Spreektijd kan slechts worden gebruikt voor het geven van een visie op de welstandsaspecten van het plan. Een belangenafweging of beoordeling, anders dan op basis van de vastgestelde welstandscriteria vindt niet plaats tijdens de welstandsbeoordeling.
De CWM vraagt om dit artikel te schrappen, omdat; a. De CWM een onafhankelijk adviesorgaan is voor B&W over het onderwerp ‘welstand’. Zij kan geen advies uitbrengen over datgene wat door de bovengenoemde inspreker wordt ingebracht. b. Wat tijdens het inspreken naar voren wordt gebracht is meestal tegen het plan gericht. Dit hoort naar zijn aard thuis in een zienswijze of bezwaarschrift. Daartoe zijn geëigende organen -zoals de raad (bij zienswijzen) of de bezwaarschriftencommissie- bij de gemeente voor handen. Daarnaast is nog het volgende aan de orde. Bij een negatief advies van CWM denkt een aanvrager vaak dat CWM naar de inspreker heeft geluisterd, terwijl dat niet het geval is. CWM komt op basis van de welstandscriteria geheel onafhankelijk alleen wel tot hetzelfde oordeel als de inspreker. Dat blijkt moeilijk uit te leggen aan de aanvrager. Voorgesteld wordt om artikel 17 lid 4 te schrappen en lid 5 te vernummeren tot lid 4. Inzake 2: Artikel 13 lid 5 luidt nu: Het verslagjaar loopt van januari tot en met december Het jaarverslag wordt jaarlijks uiterlijk in april aangeboden aan de gemeenteraad. De CWM vraagt om ‘april’ te wijzigen in ‘september, omdat: De planning voor het agenderen van stukken voor raadsbehandeling is scherp.
Agendering in april betekent uiterlijk medio december behandeling in portefeuillehoudersoverleg en agendering door B&W voor de raadbehandeling uiterlijk in januari. Het opstellen van een goed jaarverslag kan niet plaatsvinden voor het betreffende jaar ten einde is. Daarnaast kost het opstellen ervan nu eenmaal tijd. Daardoor is april simpelweg niet haalbaar. Voorgesteld wordt om artikel 13 lid 5 te wijzigen in: Het verslagjaar loopt van januari tot en met december Het jaarverslag wordt jaarlijks uiterlijk in september aangeboden aan de gemeenteraad. Inzake 3: Artikel 14 luidt nu: De commissie dan wel een namens haar gemandateerd lid neemt bij de advisering de in de Wabo genoemde termijnen in acht zodat binnen de daarin genoemde termijnen de besluitvorming kan plaatsvinden. De CWM vraagt om in het reglement op te nemen dat een aanvraag om omgevingsvergunning maximaal drie maal wordt behandeld, omdat: a. In de huidige praktijk door aanvragers een plan keer op keer opnieuw te behandeling wordt aangeboden. Dat brengt advisering binnen de geldende Wabo-termijnen in gevaar. De CWM heeft nu geen mogelijkheid om te besluiten geen advies uit te brengen over een plan. b. Een herhaalde behandeling vergroot de workload zonder dat dit meerwaarde heeft. c. Een herhaalde behandeling verhoogt de kosten zonder dat daar extra legeskosten tegenover staan.
Voorgesteld wordt om in te voegen een artikel 14a dat komt te luiden: 1. Inzake een aanvraag omgevingsvergunning kan maximaal drie keer om behandeling in en advies van CWM worden gevraagd. 2. Indien een nieuwe aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend, maar deze inhoudelijk gelijk is aan een eerdere aanvraag, dan neemt de CWM deze aanvraag eveneens niet opnieuw in behandeling. 3. Indien sprake is van de situatie in het eerste of tweede lid wordt de betreffende aanvraag aangemerkt als “niet voldaan aan redelijk eisen van welstand”. Ter onderbouwing geldt het eerder door de CWM uitgebrachte advies.
Inzake 4: In artikel 11, lid 1, is nu geregeld dat het burgerlid slechts één termijn van drie jaar mag vervullen. Voor de andere leden (die, zoals in art 4 lid 3 omschreven is, leden zijn met een achtergrond en ervaring die is toegespitst op de hoofdtaak bouwplanbeoordeling) van de commissie geldt dat deze twee termijnen mogen vervullen. Het artikel luidt: Benoemingen gelden voor een periode van drie jaar met – behoudens voor het burgerlid - een mogelijkheid tot herbenoeming voor een periode van nog eens drie jaar. Omwille van de continuïteit van de advisering worden de leden van de commissie in beginsel benoemd en herbenoemd in een alternerend systeem. De CWM vraagt dat ook het burgerlid twee termijnen mag vervullen, omdat: a. Een commissielid tijd nodig heeft om zich in te werken en dan is een periode van maximaal drie jaar wel erg kort. b. Er geen goede redenen zijn om een burgerlid voor dit onderdeel op een andere wijze te behandelen dan de andere commissieleden. Voorgesteld wordt om artikel 11, lid 1, te wijzigen in: Benoemingen gelden voor een periode van drie jaar met een mogelijkheid tot herbenoeming voor een periode van nog eens drie jaar. Omwille van de continuïteit van de advisering worden de leden van de commissie in beginsel benoemd en herbenoemd in een alternerend systeem.
Financiën, middelen & capaciteit De wijzigingen 1, 2 en 4 hebben geen gevolgen voor het bestaande budget en bezetting. De wijziging 3 kan van invloed zijn op de hoogte van de te innen leges. Deze kunnen lager gaan uitvallen, omdat een aanvraag sneller wordt ingetrokken.
Uitvoering Titel
Toelichting
BEELDVORMING
OORDEELSVORMING
BESLUITVORMING
Voorstel Wijzigen Reglement van Orde
Dit betreft het voorliggende voorstel met daarin 4 aanpassingen voorgesteld in het Reglement van Orde van de Commissie voor Welstand en Monumenten. Tezamen in het besluitvormingsproces gebracht met een technische wijziging van de “welstandsnota” (raadsvoorstel) en het vaststellen van het “Protocol Ambtelijke Welstandstoets” (collegevoorstel).
Raadscommissie april 2021
Raadscommissie april 2021
Raad april 2021
Het gewijzigde RvO treedt in werking nadat het gepubliceerd is. Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris, de burgemeester,
D. Emmer
P.I. Broertjes
Bijlage(n) 1. 2. 3.
Raadsbesluit Reglement van Orde Commissie welstand en monumenten 2021 Overzicht wijzigingen.