Voorjaarsnota 2022
Tekst van het document
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ............................................................................................................................... 2 1 Inleiding...................................................................................................................................... 3 2 Financiële voorjaarsnota ............................................................................................................. 4 2.1 Vertrekpunt voorjaarsnota ..............................................................................................................4 2.2 Financieel Meerjarenperspectief 2022 – 2026................................................................................4 2.3 Toelichting maartbrief en vooruitblik effect meicirculaire 2022 ................................................. 13 3 Uitgangspunten voor begroting 2023 ......................................................................................... 18 4 Van voorjaarsnota naar begroting ............................................................................................. 19 5 Overzicht van taakvelden per programma.................................................................................. 24
2
1 Inleiding Voor u ligt de voorjaarsnota 2022 van de gemeente Hilversum. De voorjaarsnota volgt uit de financiële verordening 2022. Daarin is opgenomen dat de raad jaarlijks de voorjaarsnota vaststelt voor het betreffende begrotingsjaar en de vier jaren daarna en waarin de beleidskaders en de toedeling van de financiële middelen worden benoemd. Normaal gesproken is de voorjaarsnota het document waarin de integrale afweging plaatsvindt en de beleidsmatige keuzes voor het komende begrotingsjaar worden voorgelegd, inclusief een meerjarige doorkijk. Ten tijde van het opstellen van deze voorjaarsnota waren de coalitieonderhandelingen echter nog niet afgerond. Daarom bevat deze voorjaarsnota – anders dan gebruikelijk - geen voorstellen voor beleidskeuzes maar alleen voorstellen voor onvermijdelijke financiële ontwikkelingen en knelpunten. Hiermee geeft de voorjaarsnota een actueel beeld van de financiële kaders voor de integrale afweging. De integrale afweging vindt vervolgens (op hoofdlijnen) plaats in het coalitieakkoord. De coronacrisis, maar ook de oorlog in Oekraïne hebben voor ons gevolgen. De prijzen stijgen flink, de inflatie neemt mogelijk nog verder toe. In aanloop naar de programmabegroting worden deze effecten in kaart gebracht.
In opmaat naar de programmabegroting zal ook het MPG (Meerjarenperspectief Gebiedsontwikkelingen) worden geactualiseerd alsmede het investeringsplan. De daaruit voortkomende effecten zullen verwerkt worden in de programmabegroting. De financiële effecten uit deze voorjaarsnota en vanuit het coalitieakkoord vormen samen het uitgangspunt voor het opstellen van de programmabegroting 2023-2026. Nieuwe inzichten zullen ongetwijfeld de komende maanden ertoe leiden dat het in deze voorjaarsnota geschetste perspectief moet worden bijgesteld in de programmabegroting.
3
2 Financiële voorjaarsnota Deze voorjaarsnota biedt inzicht in het financieel perspectief van de gemeente, uitgaande van de kennis van dit moment. Het vormt een uitgangspunt voor het opstellen van de programmabegroting 2023-2026.
2.1 Vertrekpunt voorjaarsnota Het vertrekpunt van deze voorjaarsnota is de vastgestelde programmabegroting 2022. Deze stand ziet er als volgt uit, waarbij -/- positief en + negatief: Oorspronkelijke begroting 2022 - 2026
2022 -1.214.786
2023 -752.516
2024 -521.499
2025 -127.932
2026 -185.064
2024
2025
2026
2.2 Financieel Meerjarenperspectief 2022 – 2026 Deze voorjaarsnota laat het volgende financiële beeld zien: Omschrijving
2022
Oorspronkelijke begroting
2023
-1.214.786
-752.516
-521.499
-127.932
-185.064
Stedelijke ontwikkeling
212.472
4.253.540
3.270.425
2.769.635
1.407.522
Duurzaam- & Leefbaarheid
170.445
952.888
1.006.451
1.001.045
1.001.045
Sociaal domein
956.000
1.505.000
1.878.000
1.089.000
1.189.000
Bedrijfsvoering & organisatie
3.026.996
2.560.996
2.369.996
2.249.996
2.249.996
Financiering & Inkomsten
-4.844.000
-4.743.000
-4.899.000
-5.401.000
-5.755.000
Maartbrief gemeentefonds
0
-6.247.000
-11.599.000
-14.643.000
-9.874.000
-1.692.873
-2.470.092
-8.494.627
-13.062.256
-9.966.501
Totaal kadernota
Hieronder volgt per onderdeel een toelichting op de financiële ontwikkelingen.
Stedelijke ontwikkeling Omschrijving
2023
2024
2025
2026
0
1.265.000
1.733.000
889.000
-725.000
Projecten en grondexploitaties
-581.223
789.018
-350.097
-114.887
127.000
Vastgoed
193.022
208.022
208.022
208.022
208.022
Verkeer en parkeren
111.000
207.000
-43.000
-43.000
-43.000
Bouwleges
2022
Openbare ruimte
489.673
1.784.500
1.722.500
1.830.500
1.840.500
Totaal
212.472
4.253.540
3.270.425
2.769.635
1.407.522
Bouwleges De invoering van de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) per 1 januari 2023 zal voor de komende jaren de traditionele taak van het gemeentelijk bouwtoezicht behoorlijk veranderen. De bouwtoets en toezicht beperkt zich tot een ruimtelijke toets, de toets aan omgevingsveiligheid en het toezicht daarbij 4
en een soort van systeemtoezicht. In deze voorjaarsnota gaan we vooralsnog uit van een nadeel van € 500.000 gevolgen WKB en Omgevingswet. Niet samenhangend met de Omgevingswet of Wkb speelt in relatie tot de bouwleges nog een ander effect. In Hilversum worden jaarlijks grootschalige bouwprojecten gerealiseerd. Deze bouwprojecten kennen veelal een lange aanlooptijd, voordat een vergunningaanvraag wordt gedaan. De ervaring leert dat projecten soms te ambitieus qua planning worden ingeschat en doorschuiven naar latere jaren en ook soms worden geannuleerd. Daarom wordt voorgesteld om voortaan uit te gaan van een vijfjaarsgemiddelde. Voordelen hiervan zijn dat het effect op de begroting minder fluctueert en daarnaast wordt de kostendekkendheid van de leges minder beïnvloed door jaarlijkse omzetschommelingen. Dit betekent dat we jaarlijks rekening houden met een legesvolume voor grote projecten van € 1.225.000. Deze wijziging heeft voor de jaren 2023 tot en met 2025 een negatief effect op de begroting. Projecten en grondexploitaties Hilversum is een stad waar grote ontwikkelingen gestart zijn. In de begroting 2021 is reeds budget ter beschikking gesteld voor de stedelijke ontwikkelingen. Dit budget wordt hier ingezet ter dekking van de specifieke kosten voor de twee projecten, Circusterrein en Bruisend Hart.
Voor het Circusterrein wordt rekening gehouden met voorbereidingskosten voor de komende drie jaren (2022: € 75.000, 2023: € 100.000 en 2024: € 300.000). Voor Bruisend Hart wordt een bij de begroting 2022 beschikbaar gesteld bedrag voor voorbereidingskosten deels doorgeschoven naar 2023 (€ 250.000). Conform de actualisatie grondexploitaties 2022 worden de inkomsten aangepast. Dit heeft over de jaren van 2022 en verder wisselende effecten. In deze mutatie is rekening gehouden met de effecten op de te betalen vennootschapsbelasting, welke nog niet in de actualisatie grondexploitaties 2022 was meegenomen (2022: € -700.223, 2023: € 668.018, 2024: € 475.097 en 2025: € -213.887). Vastgoed De kosten voor het beheer en onderhoud van het gemeentelijk vastgoed is onderhevig aan de stijging van prijzen van materiaal en arbeidsloon. Om de begroting in lijn met deze kosten te brengen wordt de voorziening voor de Meerjarige onderhoudsplanning 2020-2034 structureel met €42.000 verhoogd. Daarnaast zijn ook de beheer budgetten van vastgoed niet toereikend, deze worden aangepast naar de werkelijke lasten (€ 90.000) De verzekeringspremies voor ons vastgoed zijn gestegen en de begroting moet daarop worden aangepast. Daarnaast is het eigen risico bij inboedel- en opstalschades aangepast. Dit heeft gevolgen voor de hoogte van de te vergoeden schades.
Het totaal heeft een effect van € 77.000 structureel. Verkeer en parkeren Met de ontwikkelingen in de stad is er ook blijvende aandacht voor mobiliteit. Er wordt in 2023 een kentekenonderzoek uitgevoerd om de verkeersbewegingen over de buitenring in beeld te brengen en te verwerken in het Hilversumse verkeersprognosemodel, de kosten hiervoor bedragen € 125.000. In 2022 wordt het voorlopig ontwerp voor de “Gijsbrecht van Morgen” gemaakt, de kosten hiervoor bedragen € 70.000.
5
Om het parkeerbeleid te optimaliseren wordt incidenteel voor het jaar 2023 € 125.000 opgenomen. Hiervoor wordt tijdelijk een parkeermanager aangetrokken. De afgelopen periode is de Goudriaangarage schoongemaakt en opgeknapt. Ook wordt er een nieuw inrijsysteem en camerabewaking geïnstalleerd. Daarna worden de tarieven aangepast en dit geeft een structureel voordeel op de inkomsten van € 43.000. Openbare ruimte De ontwikkelingen in de stad vragen ook om extra inzet voor het beheer van de openbare ruimte. De reguliere formatie echter is voornamelijk gebaseerd op de werkzaamheden voor reguliere vervanging van riolering, wegen, openbare verlichting, bomen, groenvoorzieningen, etc.. Een groot deel van de capaciteit wordt nu echter besteed aan de grote projecten. Om de bestaande achterstanden in onderhoud en vervangingen in de openbare ruimte niet op te laten lopen is uitbreiding van de capaciteit nodig. Het betreft hier kosten voor projecten die niet nog in de voorbereidingsfase zijn en daarom niet geactiveerd kunnen worden (2022: € 193.000, 2023: € 475.000, 2024 ev.: € 565.000). Naast de inzet van eigen formatie worden er veel werkzaamheden uitbesteed aan contractpartijen.
Deze uitbestedingen hebben een contractueel vastgelegde indexering, deze indexen stijgen sterk van 6,9% voor verharding, 10,7% voor staal en 6,3% voor rioolonderhoud wat neerkomt op een extra benodigd budget van € 340.000. De invulling van de taken voor beheer van installaties in de openbare ruimte wordt enerzijds bepaald door vastgesteld gemeentelijk beleid, maar ook is vigerende en met zekere regelmaat wijzigende wet- en regelgeving bepalend voor de invulling van de taken. Deze zijn in de afgelopen jaren aanzienlijk veranderd. Deze ontwikkelingen hebben tot gevolg dat de beheer- en onderhoudstaken van de installaties met de huidige beschikbare capaciteit niet toereikend is. De uitbreiding van de formatie betreft totaal 3,5 fte en de extra kosten zijn € 225.000. Bij de kadernota 2020 is vastgesteld het niveau van de achterstand op het onderhoud van wegen te verhogen naar 17%. Op dit moment lopen de achterstanden verder op, willen we dit een halt toeroepen dan moet het budget voor het onderhoud wegen structureel verhoogd worden met € 450.000. Naast deze kosten moeten diverse kleine budgetten aangepast worden onder andere voor de materialen voor vervanging van installaties, bomen en beplanting en het onderhoud aan begraafplaatsen en het crematorium.
Duurzaam- en leefbaarheid Omschrijving
2022
2023
2024
2025
2026
Cultuur
108.442
145.000
145.000
145.000
145.000
Economie
60.000
0
0
0
0
Milieu & energietransitie
123.000
238.000
238.000
238.000
238.000
Handhaving
262.000
335.000
335.000
335.000
335.000
Veiligheid
-382.997
234.888
288.451
283.045
283.045
Totaal
170.445
952.888
1.006.451
1.001.045
1.001.045
6
Cultuur Stichting Poppodium Vorstin heeft, naar aanleiding van een uitgevoerde herijking, de gemeente aangegeven dat de voorziening van het huurdersdeel van het meerjarig onderhoud niet toereikend is. De herijking van het onderhoudsplan wordt nog steeds, overeenkomstig de uitgangspunten, beoordeeld als sober en doeltreffend. Het structureel ophogen van de jaarlijkse subsidie aan Stichting Poppodium Vorstin met €120.000 draagt bij aan het op niveau brengen en houden van het onderhoud. Projecten van beeldende kunst (straatpoëzie, completeren van de burgemeestersportretten en het verplaatsen van beeldende kunst) werden tot nu toe gedekt uit de reserve beeldende kunst. Echter is er structureel budget benodigd en daarin voorziet de reserve niet. Er wordt voorgesteld de reserve beeldende kunst op te heffen, het saldo vrij te laten vallen in 2022 en vanaf 2023 een structureel budget van € 25.000 in de begroting op te nemen. Economie In het Economisch Perspectief 2040 en in de Agenda Economie & Media 2022-2023 is opgenomen dat voor verschillende gebieden gebiedsagenda’s opgesteld zullen gaan worden. De gebiedsagenda Centrum is al opgenomen in de Corona Herstelagenda. Ondernemersvereniging ZuidWest en het gebruikerscollectief Media Park hebben de gemeente benaderd met het verzoek in 2022 een gebiedsagenda op te stellen, hiervoor is een budget nodig van €60.000.
Milieu & energietransitie De gemeente heeft de regierol in de energietransitie. In de huidige context van zeer hoge energielasten, de toenemende energiearmoede, de invoering van de Klimaatwet en de uitvoering van het nationaal Klimaatakkoord is de aanpak van klimaatverandering van groot belang. Naast bovenstaande vraagt ook het lokaal eigenaarschap van particulieren, energie coöperaties en andere initiatieven aandacht. Om een terugval in de reguliere budgetten te voorkomen is extra budget (€ 115.000) noodzakelijk. De milieuthema’s luchtkwaliteit & geluid zijn onderhevig aan verscherpte regelgeving zoals het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Het nieuwe toegezegde beleid, zoals het voorstel Schone Luchtakkoord, is hierdoor helaas wederom vertraagd. De noodzaak van extra capaciteit op het gebied van luchtkwaliteit en geluid is inmiddels structureel en wordt hierbij opgenomen ( € 93.000). De kosten voor dierenwelzijn nemen toe. De uitvoerende organisaties voor de opvang en de verzorging van gedomesticeerde en wilde dieren bieden we een financiële ondersteuning die de kostprijs dekt, hiervoor is € 30.000 aanvullende benodigd. Handhaving Het college van burgemeester en wethouders heeft op 7 december 2021 het vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) beleid 2021-2026 en het uitvoeringsprogramma 2021/2022 vastgesteld.
In het VTHbeleid wordt de richting voor de komende periode (2021- 2026) bepaald. Deze zijn vertaald naar de missie, de visie en de doelstellingen en vervolgens uiteengezet in verschillende acties. Een van deze acties is het aanpassen van de beschikbare formatie voor de uitvoering van taken. Hierbij gaat het om extra formatie voor een regisseur, bouwinspecteur en een juridisch adviseur handhaving. De kosten hiervoor betreffen € 262.000 structureel.
7
De gemeente heeft de toezichthoudende taak op de seksbranche overgenomen van de politie. Het doel van het toezicht is om illegaal sekswerk en misstanden in de seksbranche tegen te gaan in zowel de vergunde als in de onvergunde branche. Tijdens de controles op de onvergunde branche worden regelmatig overtredingen geconstateerd waarop de gemeente juridisch kan handhaven. Hiervoor is extra inzet nodig, de kosten hiervoor bedragen structureel € 93.000. Veiligheid Met de kadernota en programmabegroting van de veiligheidsregio is de gemeente geïnformeerd over het financiële en beleidskader voor de (ontwerp) programmabegroting 2023 van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. Voor 2023 wordt in beginsel een verhoging van de bijdrage van de deelnemende gemeenten verwacht. Dat zou een hogere bijdrage betekenen voor gemeente Hilversum van € 185.000 in 2023 oplopend naar structureel € 235.000. Daarentegen blijkt dat 2021 is afgesloten met een positief resultaat. Voor Hilversum betekent dit een terugbetaling van ruim € 380.000 in 2022. Naar aanleiding van de motie M21-90 is de notitie “Uit de brand; langer zelfstandig brandveilig wonen” op 23 maart 2021 door het college vastgesteld. Voor de uitvoering van dit plan is extra budget benodigd van € 50.000.
Sociaal domein Omschrijving
2022
2023
2024
2025
2026
Onderwijs(huisvesting)
210.000
270.000
660.000
-140.000
-40.000
Verbonden partijen
97.000
559.000
559.000
559.000
559.000
Zorg
519.000
546.000
529.000
540.000
540.000
Werk en inkomen
130.000
130.000
130.000
130.000
130.000
Totaal
956.000
1.505.000
1.878.000
1.089.000
1.189.000
Onderwijs(huisvesting) Besluitvorming van B&W heeft geleid tot een aantal wijzigingen in de huisvestingscenario’s. Scenariowijzigingen en wijzigingen in de planning (o.a. Paulusschool) hebben een effect op de jaarlijkse lasten. Ook de keuze voor nieuwbouw voor Montessorischool Centrum leidt tot de noodzaak de boekwaarde van het oude gebouw af te schrijven. Om de huisvestingbehoefte van het Alberdingk Thijm College (AT College) in te vullen wordt de latere oplevering van het gebouw gecompenseerd met het huren van een onderwijsruimte bij Laaperveld 13. De uitbreiding van het AT College is, indien er geen kink in de kabel komt, eind 2023 klaar. Hierdoor zijn er in 2023 nog kosten voor huur van € 240.000. Door de gestegen bouwkosten moeten de kredieten worden geïndexeerd. Tevens is tijdens de actualisatie duidelijk geworden dat de bouw van de Paulusschool is verschoven van 2022 naar 2023 en van de Wijde Blik van 2023 naar 2024. Daarnaast komt de tijdelijke huisvesting van de Wilge te vervallen. Ook wordt de bouw van een aantal scholen vervroegd. Deze aanpassingen worden in deze voorjaarsnota financieel verwerkt. De voorbereidingen voor de herijking van het IHP worden opgestart, de kosten hiervan bedragen € 30.000 in 2022 en € 60.000 in 2023. Basisscholen ontvangen van de gemeente een klokurenvergoeding om het onderhoud van gymzalen te bekostigen.
Uit het IHP blijkt dat de budgetten bewegingsonderwijs versnipperd zijn en dat het van belang is meer inzicht te krijgen in de bekostiging van gymzalen om zo te komen tot een eenduidig beeld. Voor onderzoek hiernaar is een bedrag nodig van € 40.000. 8
Om verduurzaming van monumentale onderwijsgebouwen aan te jagen willen we na een eerdere verduurzaamheidsscan (DUMO-scan) bij 11 van de 21 gebouwen ook de 10 resterende Hilversumse monumentale onderwijsgebouwen een scan aanbieden. De totale kosten hiervan zijn € 40.000 in 2022. Verbonden partijen In de kaderbrief van de Regio Gooi en Vechtstreek is aangegeven dat de Regio voor 2023 uit gaat van een stijging van de lonen van 2,0% en een stijging van de materiele kosten van 1,5%. Dit leidt naar verwachting tot een hogere gemeentelijke bijdrage van € 365.000. Hiervan zal € 215.000 (zijnde de hogere kosten voor de GAD) worden meegenomen in de uitwerking van de woonlastennota. Voor de kostenontwikkeling van het doelgroepenvervoer (WMO-taxi en leerlingenvervoer) hanteert de Regio een landelijke index voor vervoer. Deze bedraagt voor 2022 3,5%. Voor 2023 gaan we uit van dezelfde 3,5% en bedraagt het structureel cumulatieve nadeel € 194.000. Zorg Het rijk heeft middels de decembercirculaire 2021 (zie ook RIB 2022-9) extra middelen vrijgegeven voor een verhoging van de tarieven zorgleveranciers Jeugd en WMO. Deze middelen worden nu met dit doel toegevoegd aan de budgetten WMO en Jeugd (€ 380.000 structureel). Op 24 december 2021 is het Raadsonderzoek Wmo en Welzijn aangeboden aan de gemeenteraad. Op 2 februari heeft de raad ingestemd met de aanbevelingen uit het onderzoek.
Een aantal van de aanbevelingen heeft gevolgen voor de wijze waarop we ambtelijk invulling geven aan het dossier Wmo/Welzijn. Om de aanbevelingen uit te werken en in te vullen, is extra inzet vanuit de ambtelijke organisatie nodig, de kosten hiervoor bedragen structureel € 147.000. Werk & inkomen Door de uittreding van gemeente Weesp uit Gooi en Vechtstreek en de toename van het aantal klanten in de bijstand is de bijdrage voor de sociale recherche van gemeente Hilversum verhoogd. Het budget wordt verhoogd met € 50.000. In lijn met het Beleidsplan integrale schuldhulpverlening is gemeente Hilversum in 2021 toegelaten tot de Branchevereniging voor schuldhulpverlening, sociaal bankieren en bewindvoering (NVVK). Hiermee biedt gemeente Hilversum gekwalificeerde schuldhulp en is periodieke kwaliteitsborging verzekerd. Uiteraard dient hierbij blijvend voldaan te worden aan de gestelde kwaliteitseisen, om dit te blijven monitoren en te borgen is extra capaciteit nodig (€ 80.000).
Bedrijfsvoering & Organisatie Omschrijving
2022
2023
2024
2025
2026
Bedrijfsvoering
1.317.000
707.000
455.000
335.000
335.000
77.996
77.996
77.996
77.996
77.996
Bestuur Organisatie
1.632.000
1.776.000
1.837.000
1.837.000
1.837.000
Totaal
3.026.996
2.560.996
2.369.996
2.249.996
2.249.996
Bedrijfsvoering Het college heeft op 23 november 2021 de uitgangspunten en budgettering bij de uitvoering van het programma datagedreven sturing als versneller van de stedelijke opgave (Omgevingswet, 9
energietransitie en Sociaal Domein) vastgesteld en wil dat de opgedane ervaring behouden blijft voor de organisatie. College heeft de raad voorgesteld structureel middelen ter beschikking te stellen van € 400.000 vanaf 2023. Afgelopen 9 februari 2022 heeft de commissie hier positief op geadviseerd, waarbij de kanttekening is gemaakt dat het budget als beperkt wordt gezien vanwege de schaarste op de arbeidsmarkt en benodigde financiële middelen voor communicatie bij de uitvoering. Naast het structurele beschikbare exploitatiebudget van €400.000 vanaf 2023 is er in de bestaande investeringsplanningen 2021–2024 jaarlijks €100.000 opgenomen voor datagedreven sturing. Dit betreffen SaaS toepassingen, zoals Open Hilversum, en komen daarmee ten laste van de begroting. Eerder begrote kapitaallasten komen daarmee echter wel vrij te vallen en hebben daarmee op termijn een neutraal effect. Met raadsinformatiebrief 2021-78 Financiële impact activering SaaS bent u geïnformeerd over het effect van de verwerking van reeds bestaande SaaS toepassingen op de begroting. Dit effect is structureel en loopt op naar € 300.000. Met de groei van de organisatie zijn er aanpassingen nodig om de ICT op niveau te houden. Ook de verdergaande digitalisering en het voldoen aan wettelijke vereisten zorgen voor stijgende structurele kosten bij leveranciers (bijv.
meer gebruikers) voor licenties en beheer en onderhoud van software. Bijvoorbeeld op het gebied van Wet digitale toegankelijkheid, Omgevingswet en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). De kosten hiervan bedragen structureel € 300.000. Daarnaast zijn er voor 2022 incidenteel extra budgetaanvragen voor de vervanging van suites Sociaal Domein en de vervanging van de website en intranet (€ 340.000). Bestuur De indexatie vanuit het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en het laten vervallen van de jaarlijkse korting op de fractievergoedingen hebben een structureel effect op de lasten. Daarnaast moeten de budgetten voor de lidmaatschappen van onder andere de VNG en G40 goed in de begroting worden verwerkt. Het totaal van de bestuurlijke kosten is € 78.000 nadelig. Organisatie Het principe akkoord Cao Gemeenten 2021-2022 is op 3 november 2021 gesloten. Hierover bent u met raadsinformatiebrief 2022/10 geïnformeerd. Het effect van de nieuwe CAO op de begroting is nadeliger ( € 1.000.000) dan vooraf in een stelpost opgenomen. De arbeidsmarkt trekt aan, het aantal vacatures neemt toe en de inzet die moet worden gepleegd om een vacature te vervullen neemt ook toe. Er zal vaker gebruik gemaakt moeten gaan worden van externe bureaus om schaarse vacatures te vervullen.
Ook de interne werkzaamheden nemen toe, er moet nog actiever gezocht worden, dat kost capaciteit. Hiervoor is in totaal € 210.000 budget nodig. De organisatie groeit en daarmee is er ook meer vraag naar ondersteunende taken. Op diverse onderdelen, zoals publiekszaken, financiën, communicatie, bestuursondersteuning en -advisering is daardoor extra capaciteit nodig. Deels betreffen dit incidentele kosten € 465.000 om op korte termijn taken op te pakken, daarnaast zijn de oplopende lasten vanaf 2023 € 350.000.
10
Financiering & Inkomsten Omschrijving
2022
Gemeentefonds Woonlasten Inkomende subsidies Stelposten Totaal
2023
2024
2025
2026
-5.424.000
-4.443.000
-4.599.000
-5.101.000
-5.455.000
0
-100.000
-100.000
-100.000
-100.000
580.000
700.000
700.000
700.000
700.000
0
-900.000
-900.000
-900.000
-900.000
-4.844.000
-3.843.000
-3.999.000
-4.501.000
-4.855.000
Gemeentefonds De algemene uitkering van het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron voor gemeenten. Via de circulaires worden de gemeenten op de hoogte gehouden van de ontwikkeling van deze uitkering. De gevolgen van de september- en de decembercirculaire van 2021 zijn verwerkt. Op basis van een aanname van de groei van de stad met 300 woningen per jaar, met de daarbij behorende groei van het aantal inwoners is de verwachting dat de algemene uitkering vanaf 2022 t/m 2026 zal toenemen oplopend tot € 5,5 miljoen. Woonlasten De opbrengsten vanuit de Woonlasten (Afval, Riool en OZB) worden elk jaar geactualiseerd op basis van areaalontwikkeling en nieuwe woningaantallen per 1 januari van het jaar. Ook hierbij wordt uitgegaan van een groei van het aantal woningen van 300 per jaar. Het effect hiervan is € 100.000 voordelig. Inkomende subsidies Met de raadsinformatiebrief (RIB 2022/36) is de raad geïnformeerd over de achtergrond van het administratief niet realiseren van de taakstelling inkomende subsidies. In de Kadernota 2020 was voor inkomende subsidies een stelpost opgenomen. Voor een bedrag van €580.000 voor 2022 en vanaf 2023 en verder €700.000. Om dit te realiseren was er een structureel budget van €140.000 beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn ingezet ter dekking van onder andere een subsidie coördinator.
De inzet van de subsidie coördinator en de inzet van vele andere medewerkers heeft ertoe geleid dat er in 2021 een substantieel bedrag van € 9,6 mln. aan subsidiegelden is ontvangen. Hierbij is de Woning Bouw Impuls (WBI) ten behoeve van het Stationsgebied met € 6,5 mln. de grootste subsidie. Daarnaast zijn er nog diverse subsidies toegekend bijvoorbeeld ten behoeve van de investeringen in het fysiek domein. De uitvoering van de toegekende subsidies zijn extra financieel ten opzichte van de begroting en/of hebben betrekking op een meerjarige investering en kunnen dus niet in mindering gebracht worden op begrote budgetten. Om deze reden niet ten gunste van de structurele stelpost worden gebracht. Stelposten In de meerjarenraming van de begroting zijn structureel stelposten beschikbaar voor autonome en nominale ontwikkelingen. In deze voorjaarsnota valt de stelpost autonome ontwikkelingen vrij (€ 1.500.000). De huidige ontwikkelingen op de inflatie hebben een groot effect op de prijsontwikkelingen, bijvoorbeeld in het sociaal domein. Dit heeft effect op onze begroting en op dit moment is de verwachting dat de stelpost nominale ontwikkelingen niet toereikend is. Daarom stellen we voor deze te verhogen met € 600.000, waarmee deze € 2.600.000 wordt. Bij de begroting 2023 zal de vrijval van deze stelpost verwerkt worden.
Daarnaast is er al wel een aanname gedaan voor de indexatie van subsidies, 11
hiervoor is een bedrag gereserveerd van € 300.000 welke gedekt wordt uit de stelpost nominale ontwikkelingen.
Mutaties reserves Omschrijving
2022
2023
2024
2025
2026
Reserve Beeldende kunst
-32.558
4.000
0
0
0
Reserve Stedelijke ontwikkeling
449.000
820.000
0
0
0
Reserve Mobiliteitsfonds
0
-50.000
0
-50.000
-50.000
Reserve Creatieve sector
-11.921
0
0
0
0
Reserve TOZO
-550.000
-350.000
-300.000
-300.000
-150.000
Algemene reserve
162.000
-638.000
0
0
0
Reserve Covid-19
-792.873
0
0
0
0
Reserve Corona herstelagenda
-1.588.670
0
0
0
0
Totaal
-2.365.022
-214.000
-300.000
-350.000
-200.000
Reserve Beeldende kunst De projecten van beeldende kunst werden tot nu toe gedekt uit de reserve beeldende kunst. Er is echter structureel budget nodig. Daarom wordt voorgesteld om van de reserve beeldende kunst het saldo vrij te laten vallen, toekomstige onttrekkingen terug te draaien en de reserve op te heffen. Er wordt voorgesteld een structureel budget in de begroting op te nemen. Reserve Stedelijke ontwikkeling Eind 2020 zijn objecten aangewezen die niet tot het strategisch bezit van de gemeente behoren en verkocht kunnen worden. Naar verwachting worden er in 2022 vier panden alsmede twee stukken grond uit deze tranche verkocht worden voor een netto opbrengst van € 449.000. Voor 2023 is de inschatting gemaakt van een netto verkoopopbrengst van € 820.000. Deze opbrengsten zullen worden toegevoegd aan de reserve stedelijke ontwikkeling. Reserve Mobiliteitsfonds Op dit moment wordt er iedere drie jaar een parkeertelling uitgevoerd. Om van (toekomstige) grote projecten zoals Stationsgebied en Arenapark en planontwikkelingen zoals HOV en centrumgebied te kunnen toetsen en onderbouwen is het nodig ieder jaar een telling uit te voeren. Het benodigde budget hiervoor is €50.000. Deze kosten kunnen worden gedekt door een ontrekking uit de reserve mobiliteitsfonds. Reserve Creatieve sector In 2013 heeft de raad de reserve creatieve sector ingesteld.
In de vergadering van 15 september 2021 heeft de raad besloten het restant van deze reserve van €160.000 in te zetten voor de haalbaarheidsstudie Mediaplein en de vervolgstappen. De werkelijke lasten tot en met 2021 zijn €148.000. De resterende onttrekking in 2022 bedraagt € 11.921. Reserve TOZO De TOZO is per 1 oktober 2021 gestopt maar er zijn nog een drietal verschillende onderdelen waar de komende jaren uitgaven op gedaan zullen worden: Debiteurenbeheer Tozo bedrijfskapitaal, Uitvoering 12
beleid Misbruik & Oneigenlijk gebruik en Terugvorderen verstrekte Tozo uitkeringen levensonderhoud. Voor de komende jaren worden deze uitgaven gedekt vanuit de reserve TOZO. Algemene reserve In 2022 wordt een toevoeging gedaan aan de algemene reserve, dit betreft inkomsten in de septembercirculaire. Hiermee wordt de onttrekking van voor de reserve corona herstelagenda terugbetaald. De onttrekking van € 638.000 uit de Algemene reserve in 2023 is ter dekking van extra personeel voor minimabeleid en voor de doelgroepen TONK en TOZO. De voor deze doelgroepen ontvangen coronacompensatie van het Rijk is gestort in de reserve Covid-19. Omdat 2022 waarschijnlijk het laatste jaar is dat de reserve Covid-19 bestaat, is het voorstel deze middelen uit de Algemene reserve te onttrekken. Het uitgangspunt daarbij is dat de overgebleven middelen in de reserve Covid-19 naar de Algemene reserve terugvloeien. Reserve Covid-19 Er wordt in 2022 een € 480.000 aan de reserve Covid-19 toegevoegd. Dit betreffen in de september-en decembercirculaire ontvangen gelden. Daarnaast worden er voor diverse Covid-19 gerelateerde activiteiten bedragen onttrokken. Dit betreft onder andere ontrekking in relatie tot de reeds verzonden RIB 2021-101 Reserve Covid-19 Gemeentelijke organisatie (€ 248.000) en de collegebrief inzake reguliere taken vs. extra taken covid-19 (€ 210.000).
Daarnaast worden de in de decembercirculaire ontvangen gelden voor de extra kosten gemeenteraadsverkiezingen 2022 onttrokken (€ 126.000). Ter dekking van extra tijdelijk personeel voor minimabeleid en voor de doelgroepen TONK en TOZO (€ 638.000). Ten slotte ondervinden tot nu bekend negen Hilversumse culturele instellingen nog negatieve gevolgen van de coronamaatregelen. Men stelt voor aan deze instellingen noodsteun te verlenen, deze bedraagt €50.873. Reserve Corona herstelagenda Op 6 oktober 2021 heeft de gemeenteraad ingestemd met uitvoering van de coronaherstel agenda. In 2021 is slechts een gering bedrag voor de uitvoering uitgegeven. In 2022 zal het nog niet bestede budget worden onttrokken voor de lopende uitvoeringsmaatregelen.
2.3 Toelichting maartbrief en vooruitblik effect meicirculaire 2022 Circulaires gemeentefonds De Rijksoverheid informeert de gemeenten over de omvang en de verdeling van die uitkering van het gemeentefonds doorgaans via circulaires in mei, september en december. De meicirculaire wordt gebaseerd op de Voorjaarsnota van het rijk, de septembercirculaire op de Miljoenennota. Op het moment van verschijnen van deze voorjaarsnota heeft kabinet de meicirculaire 2022 nog niet uitgebracht. Maartbrief Op 15 december jl. presenteerden VVD, D66, CPA en ChristenUnie het regeerakkoord 'Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst'. Op 10 januari jl. heeft het kabinet de Startnota aan de Tweede Kamer aangeboden met daarin de financiële vertaling van de afspraken uit dat akkoord. Met het oog op de coalitieonderhandelingen en begrotingsvoorbereidingen hebben gemeenten aangedrongen bij het 13
Rijk om zicht te krijgen op de financiële gevolgen van de gemaakte afspraken. Met het uitbrengen van een speciale maartbrief schetst het kabinet een eerste beeld van de gevolgen voor individuele gemeenten door de financiële implicatie te geven van de reeksen accres en opschalingskorting op basis van de stand van het regeerakkoord. Daarnaast wordt in deze brief een indicatie gegeven van het bedrag dat individuele gemeenten zullen ontvangen vanuit de € 679 miljoen die het kabinet beschikbaar heeft gesteld om in het kalenderjaar 2022 een eenmalige energietoeslag toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. Ook wordt in de maartbrief ingegaan op het besluit van de fondsbeheerders om de nieuwe herijking van het gemeentefonds per 1 januari 2023 in te voeren. Bij de besluitvorming door het Rijk over de voorjaarsnota van het kabinet zal een actualisatie van het accres plaatsvinden en zal meer inzicht worden gegeven in andere posten uit het regeerakkoord die voor gemeenten relevant zijn. Over de gevolgen zullen we formeel worden geïnformeerd via de meicirculaire 2022. Het is goed om te vermelden dat de maartbrief niet de status heeft van een circulaire. Bij de voorjaarsnota van het Rijk zal, zoals gebruikelijk, een actualisatie van het accres plaatsvinden. Vervolgens worden we hierover formeel geïnformeerd via de meicirculaire 2022.
Onderstaand is de doorrekening met de effecten op de begroting voor de gemeente Hilversum opgenomen. Goed om op te merken is dat het effect is doorgerekend aan de hand van het nieuwe verdeelmodel voor de algemene uitkering. Dit vanwege de voorgenomen invoering van dit model per 1 januari 2023. De effecten op de algemene uitkering zoals af te leiden uit de maartbrief 2022 zijn als volgt: Bedrag per inwoner
2022
2023
2024
2025
2026
1
Energietoeslag
2
Accres
-47
-87
-99
-47
3
Onderuitputting Accres
9,4
13,05
14,85
14,85
4
Opschalingskorting
-23
-30
-38
-38
5
Herijking gemeentefonds Financieel effect
-7,5 2023
-22,5 2024
-37,5 2025
-37,5 2026
-4.311.000
-7.980.000
-9.080.000
-4.311.000
1 Energietoeslag
-43
2022 -3.944.000
2 Accres
-
3 Onderuitputting Accres
-
862.000
1.197.000
1.362.000
1.362.000
4 Opschalingskorting
-
-2.110.000
-2.752.000
-3.485.000
-3.485.000
5 Herijking gemeentefonds
-
-688.000
-2.064.000
-3.440.000
-3.440.000
Totaal effect inkomsten
-3.944.000
-6.247.000
-11.599.000
-14.643.000
-9.874.000
Extra uitgaven 1 Energietoeslag
3.944.000
6 Verhoging lasten door inflatie Corresponderende uitgaven Totaal effect op begrotingssaldo
-
-
-
-
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
3.944.000
-
-
-
-
-
-6.247.000
-11.599.000
-14.643.000
-9.874.000
(Effecten algemene uitkering zoals af te leiden uit de maartbrief 2022, bedragen afgerond naar € 1.000.minteken heeft een positief effect op de begroting)) 14
Genoemde bedragen komen boven op de geraamde bedragen van de Algemene Uitkering zoals verwerkt bij de decembercirculaire 2021. De verschillende onderdelen worden onderstaand toegelicht. 1) Energietoeslag Op 15 maart jl. is het wetsvoorstel eenmalige energietoeslag lage inkomens (voorstel van wet houdende wijziging van de Participatiewet in verband met het eenmalig categoriaal verstrekken van een energietoeslag aan huishoudens met een laag inkomen) ingediend bij de Tweede Kamer. Met het wetsvoorstel krijgen gemeenten de bevoegdheid om dit jaar via categoriale bijzondere bijstand een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. Voor de uitvoering en uitgifte van de eenmalige aanvullende tegemoetkoming - voor huishoudens met een laag inkomen heeft het kabinet een eenmalig budget van € 679 miljoen beschikbaar gesteld. Deze middelen worden via de algemene uitkering van het gemeentefonds aan gemeenten verstrekt. De middelen worden verwerkt in de meicirculaire 2022. Het is gemeenten toegestaan vooruitlopend op de inwerkingtreding van het wetsvoorstel al tot uitbetaling van de eenmalige energietoeslagen over te gaan. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten en gemeenten hebben hierom ook verzocht. Wij als gemeente zijn reeds gestart met de uitbetaling van deze energietoeslag.
2) Accres De jaarlijkse indexatie van het gemeentefonds, en Btw-compensatiefonds heet het accres. De in het regeerakkoord opgenomen accresreeks voor het gemeentefonds komt bovenop het accres uit de Miljoenennota 2022. Na verwerking van een nieuw CPB-macrobeeld wordt het accres tot en met 2025 herrekend op basis van de nieuwe standen. Hierover wordt u geïnformeerd in de meicirculaire 2022. Het accres voor 2022 tot en met 2025 dat is opgenomen in het regeerakkoord is zoals in de Startnota genoemd conform de gebruikelijke systematiek berekend, met enkele uitzonderingen. Er is in het regeerakkoord gekozen om de uitvoeringskosten van medeoverheden voor investeringspakketten (klimaat, ontsluiten nieuwbouwwoningen en stikstof) specifiek te verstrekken. In samenhang hiermee is besloten om de middelen voor het Stikstoffonds, het Klimaatfonds, het budget voor ontsluiting van nieuwe woningen in het Mobiliteitsfonds en het Nationaal Groeifonds uit te zonderen van de berekening van het accres. Van het vervolgens berekende accres is een gedeelte specifiek gereserveerd voor de woningbouwimpuls (10 x € 100 miljoen) en volkshuisvesting (4 X € 150 miljoen). Deze middelen zijn niet aan het gemeentefonds toegevoegd, maar worden via een specifieke uitkering uitgekeerd. In de Startnota daalt het accres voor de jaarschijf 2026 sterk.
Voor 2026 is het accres niet berekend, maar voor gemeenten vastgezet op een plus van € 840 miljoen ten opzichte van de stand bij Miljoenennota 2022 zoals verwerkt in de ramingen van de decembercirculaire 2021. Als motivatie geldt het feit dat het kabinet kijkt naar een andere bekostigingssystematiek voor gemeenten en een verruiming van het lokale belastinggebied. Vervolgens zijn de accressen handmatig neerwaarts bijgesteld. Voor de gemeentebegroting betekent dit dat de ruimte in 2026 sterk daalt en de jaren ervoor een groot deel van de financiële ruimte als incidenteel aangemerkt moet worden. Dat lijkt 15
niet logisch. De structureel beschikbare financiële ruimte zal ongetwijfeld hoger liggen dan de accrescijfers voor 2026 nu laten zien. Voorzichtigheidshalve zijn de bedragen uit de maartbrief wel gevolgd. Mogelijk dat de nog te verschijnen meicirculaire meer duidelijkheid geeft. 3) Onderuitputting Accres Het Centraal Planbureau waarschuwt het kabinet voor onderuitputting. Bovendien is de arbeidsmarkt momenteel erg krap. Vraag is dan ook of er voldoende arbeidskrachten zijn om alle plannen uit te kunnen voeren. Daarnaast staan veel rijksuitgaven nog op de zogeheten ‘aanvullende post’ in afwachting om toebedeeld te worden aan een ministerie om uit te kunnen geven. Die bedragen tellen op voorhand wel mee in de accressen, maar als ze niet toebedeeld en uitgegeven worden, heeft ook dat een dempend effect op het gemeentefondsaccres. Tot slot is het kabinet nu al geconfronteerd met een structurele tegenvaller van ongeveer € 4 tot 5 miljard als gevolg van een uitspraak van de Hoge Raad inzake de berekening van de rendementen ten behoeve van de vermogensrendementsheffing in box 3 van de inkomstenbelasting. Dat geld zou elders bezuinigd kunnen worden en daarmee het accres nadelig beïnvloeden. Voorzichtigheidshalve is daarom een correctiepost voor onderuitputting opgenomen. Voor 2023 een percentage van 20%, en voor de jaren 2024 en 2025 15%. Voor 2026 is het bedrag van 2025 aangehouden.
4) Schrappen oploop opschalingskorting De opschalingskorting is tot en met 2025 bevroren. Dat wil zeggen dat de eerder geraamde oploop in de kortingen op het gemeentefonds, niet doorgaan. In de jaarschijf 2026 staat de opschalingskorting echter wel weer opgenomen, voor het volledige en vanaf dat moment ook structurele bedrag. Er is echter geen onderbouwing gegeven voor het feit dat de opschalingskorting in 2026 weer in volle omvang terugkomt. Om deze reden is er rekening mee gehouden dat de opschalingskorting ook voor 2026 wordt geschrapt. 5) Ingroeipad herijking gemeentefonds Bij de invoering van het nieuwe model worden de adviezen van de ROB (Raad voor het Openbaar Bestuur) en de VNG opgevolgd met uitzondering van het advies van de ROB om het onderzoek naar de maatstaven centrumfunctie, eenpersoonshuishoudens en het onderzoek naar de overige eigen middelen te hebben afgerond voorafgaand aan invoering van het model. Deze onderzoeken worden dit jaar opgestart en naar verwachting zijn de uitkomsten daarvan volgend voorjaar bekend. In samenspraak met de VNG, gemeenten en de ROB zal dan worden bekeken wat de implicaties van de uitkomsten van deze onderzoeken zijn voor het model. Daarmee wordt het advies van de VNG om volledig aan de randvoorwaarden van de ROB te hebben voldaan alvorens tot invoering over te gaan niet opgevolgd.
Aangezien de geadviseerde onderzoeken nog niet zijn afgerond voorafgaand aan invoering van het model, is besloten het ingroeipad het eerste jaar niet op maximaal € 15 per inwoner te zetten, maar op maximaal € 7,50 per inwoner. Gegeven de ontvangen adviezen van de ROB en de VNG en de reacties van gemeenten hebben de fondsbeheerders verder besloten het ingroeipad - het pad waarmee gemeenten naar de nieuwe verdeling ingroeien - te beperken tot 3 jaar. Dit wil zeggen dat de invoering van het nieuwe model tijdig geëvalueerd zal worden en dat aan de hand van deze evaluatie besloten zal worden over het traject 2026 en verder.
16
Uit de voorlopige berekening van de effecten van de herijking is voor Hilversum een voordeel becijferd van ongeveer € 3,4 miljoen op basis van de gegevens uit het jaar 2019. Voor het jaar 2023 is rekening gehouden met een voordeel van € 7,50 per inwoner, in 2024 met een bedrag van € 22,50 per inwoner en vanaf 2025 met een bedrag van € 37,50 per inwoner waarmee de herijking volledig is verwerkt. Tegenover de extra inkomsten staan ook extra uitgaven; 1) Energietoeslag Tegenover de extra inkomsten van de energietoeslag staan de extra uitgaven van de energietoeslag aan de lage inkomens. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de uitgaven gelijk zijn aan de inkomsten en budgettair neutraal zijn voor de begroting 2022. 6) Verhoging Lasten door inflatie; Loon- en prijsontwikkelingen 2023 Met name de prijsontwikkeling 2022 is hoger dan waar de meeste gemeenten op gerekend hadden. De verwachting is dat die lijn van hogere prijzen (gevolgd door hogere lonen) zich doorzet in 2023. Dat blijkt ook uit de ramingen van het Centraal Economisch Plan (CEP) dat inmiddels verschenen is. Een en ander betekent dat een deel van de extra middelen zal moeten worden om de stijgende prijzen op te vangen en niet volledig vrij beschikbaar is voor “nieuwe plannen”. Welk deel van de extra middelen benodigd is om aan de extra lasten als gevolg van inflatie op te vangen is nu niet bekend en op p.m. gezet.
Een gevolg van de stijgende prijzen kan zijn dat de accressen stijgen als de rijksuitgaven als gevolg van inflatie zullen gaan oplopen. Omdat er in aanloop naar de Voorjaarsnota van het kabinet nog veel onzekerheden zijn is de gegeven voordelige reeks slechts een eerste indicatie van de financiële gevolgen. Nogmaals wordt opgemerkt dat een deel ingezet dient te worden voor de stijging van onze lasten als gevolg van inflatie.
17
3 Uitgangspunten voor begroting 2023 Op basis van het financieel beleid, coalitieakkoord en bespreking tussenstand in het college, stellen we de volgende uitgangspunten en ‘spelregels’ voor: Uitgangspunten Loonindexatie De huidige cao loopt tot 1 januari 2023. Er is nog geen indicatie te geven over de wijzigingen in de cao per 2023. Ter dekking van de te verwachten verhoging is de stelpost nominale ontwikkeling beschikbaar. Bij het opstellen van de begroting 2023 zal er meer bekend zijn over de uitkomst van de huidige cao onderhandelingen en dan zal deze stelpost mogelijk worden bijgesteld. Prijsindexatie Het Centraal Planbureau berekent doorlopend de nationale Consumentenprijsindex (cpi). Met deze indexering wordt een inschatting gemaakt van de verwachte prijsstijging van producten en diensten. De cpi voor 2023 is geraamd op 1,6% (maart 2022). We stellen voor om de budgetten voor 2022 niet automatisch te verhogen met de cpi. Daar waar knelpunten ontstaan wordt een indexatie op dit specifieke budget voorgesteld. Subsidie-indexatie Bij deze voorjaarsnota wordt voorgesteld een bedrag van € 300.000 beschikbaar te stellen voor de indexatie van subsidiebudgetten. Dit staat gelijk aan 2% indexatie op ongeveer € 15 miljoen aan subsidiebudgetten. Tarieven en belastingen Het uitgangspunt is dat kostendekkende tarieven dit ook voor 100% zijn.
Gemeentelijke belastingen zijn vanuit het beginsel ‘de gebruiker betaalt’ geleidelijk kostendekkend gemaakt; stijging totaal aan woonlasten met maximaal het inflatiepercentage en areaaluitbreiding. Hierbij geldt wel de voorwaarde dat door het Rijk vastgestelde maximumtarieven niet overschreden mogen worden. Een uitzondering hierop zijn de parkeertarieven; deze worden niet verhoogd. Structureel en reëel begroten De begroting en meerjarenraming zijn structureel en reëel in evenwicht. Structurele lasten moeten gedekt worden door structurele baten, waarbij er onder de streep geen sprake mag zijn van een tekort. Incidentele intensiveringen worden gedekt uit incidentele middelen. Indien er geen incidentele dekking is, dan moet er dekking gevonden worden in een onttrekking uit een bestemmingsreserve of de algemene reserve. De ramingen zijn zo realistisch mogelijk. Zoals gebruikelijk is de gemeente sterk afhankelijk van externe factoren, zoals de uitkomsten van financiële verdeelmodellen, besluitvorming vanuit de rijksoverheid, en de ontwikkeling van de economie. Dat betekent op onderdelen – met name in het sociaal domein met veel autonome ontwikkelingen – een best mogelijke schatting.
18
4 Van voorjaarsnota naar begroting Hoe nu verder? Het financieel beeld van deze voorjaarsnota als uitgangspunt voor de begroting ziet er als volgt uit: Omschrijving
2022
Oorspronkelijke begroting
2023
2024
2025
2026
-1.214.786
-752.516
-521.499
-127.932
-185.064
Stedelijke ontwikkeling
212.472
4.253.540
3.270.425
2.769.635
1.407.522
Duurzaam- & Leefbaarheid
170.445
952.888
1.006.451
1.001.045
1.001.045
Sociaal domein
956.000
1.505.000
1.878.000
1.089.000
1.189.000
Bedrijfsvoering & organisatie
3.026.996
2.560.996
2.369.996
2.249.996
2.249.996
Financiering & Inkomsten
-4.844.000
-4.743.000
-4.899.000
-5.401.000
-5.755.000
Maartbrief gemeentefonds
0
-6.247.000
-11.599.000
-14.643.000
-9.874.000
-1.692.873
-2.470.092
-8.494.627
-13.062.256
-9.966.501
Totaal kadernota
Het college realiseert zich dat het gepresenteerde beeld een comfortabele uitgangspositie biedt. Echter in dit beeld zijn de ambities van de nieuwe coalitie nog niet verwerkt. De financiële effecten uit deze voorjaarsnota en vanuit het coalitieakkoord vormen samen het uitgangspunt voor het opstellen van de programmabegroting 2023-2026. Ook zal er voorafgaand aan de besluitvorming over de programmabegroting 2023 meer inzicht komen in de financiële effecten van de meerjarenperspectief gebiedsontwikkelingen en daarmee gemoeid gaande grondexploitaties, voorbereidingskredieten en investeringskredieten. Pas met dat inzicht kan het effect op de financiële positie van de gemeente Hilversum worden geconcretiseerd. Onzekerheden en risico’s Ook wil het college uw raad nog een aantal onzekerheden en risico’s meegeven die bij het opmaken van de programmabegroting zullen meewegen.
Oorlog in Oekraïne De oorlog in Oekraïne heeft invloed op de financiën van de gemeente. De oorlog zorgt voor veel vluchtelingen. Een deel van de vluchtelingen vangen we in Hilversum op. Voor de opvang richten we nieuwe tijdelijke gebouwen in. Het Rijk heeft aangegeven deze kosten reëel te compenseren. De regelingen voor deze vergoeding werkt het Rijk op dit moment uit. De komende periode krijgen wij meer duidelijkheid. Vooruitlopend daarop heeft de raad een bestemmingsreserve Oekraïne ingesteld. De kans op een economische recessie wordt hoger ingeschat waardoor de huidige kabinetsplannen misschien worden bijgesteld. Uiteindelijk heeft dit ook effect op de financiële situatie voor Hilversum. Op dit moment zijn de effecten daarvan niet te becijferen. In de meicirculaire van 2022 zullen de financiële mutaties als gevolg van het regeerakkoord formeel worden bekend gemaakt en zal een (deel) van de onduidelijkheid weggenomen worden. 19
Een inschatting van de risico’s wordt opgenomen in de eindejaarsrapportage, evenals het effect van de kosten op de begroting 2023 en verder.
Maatregelen Corona Nog altijd zijn de gevolgen van de uitbraak van het coronavirus merkbaar in de stad. De ontwikkelingen zijn grillig. Dat vraagt van ons flexibiliteit, maar ook om koersvastheid: na het opvangen van directe effecten van de crisis werken we aan perspectief en herstel, onder andere middels de herstelagenda. We informeren uw raad apart over de uitvoering van de herstelagenda. We richten ons op interventies met toekomstperspectief voor de groepen die het hardst worden getroffen door de crisis, op investeringen in de oplossingen voor morgen die bijdragen aan de weg uit de crisis en op het overeind houden en herstel van cruciale voorzieningen. Het college heeft de raad voorgesteld bij het aanbieden van de jaarrekening 2021 om de voor coronagevolgen ingestelde bestemmingsreserve Corona nog een jaar langer te handhaven.
Onzekerheid inkomsten accres na 2025 vanuit Rijk Het gemeentefonds groeit mee met de omvang van de rijksuitgaven. Stijgen de uitgaven op de rijksbegroting, dan stijgt het gemeentefonds evenredig mee. Dalen de uitgaven, dan daalt ook het gemeentefonds evenredig. Het accres is door het Rijk tot en met 2025 grotendeels berekend op basis van deze afspraken. Dit wil zeggen dat een stijging van de rijksuitgaven ook leidt tot een hogere algemene uitkering aan gemeenten en provincies. Het Rijk maakt daarop één uitzondering: het budget voor de ontsluiting van nieuwe woningen in het Mobiliteitsfonds en het Nationaal Groeifonds telt niet meer voor de berekening van het accres. Hogere uitgaven voor deze onderdelen leiden dus niet tot een hogere algemene uitkering. Voor 2026 en verder is het accres niet berekend, maar vastgezet op een plus van € 1 miljard (waarvan € 840 miljoen voor het gemeentefonds) ten opzichte van de stand bij de miljoenennota 2022. In de meicirculaire vindt een herrekening plaats op basis van actuele cijfers. Deze herrekening vindt plaats over de jaren tot en met 2025. Dit zou betekenen dat het accres over 2026 en verder niet wordt geactualiseerd. Het kabinet wil de komende periode bekijken of het wenselijk is om het accres stabieler te maken. Meer informatie hierover volgt na de nog te verschijnen meicirculaire.
Onzekerheid door stijgende kosten en leveringsonzekerheid Gedurende 2021 zagen we de bouwkosten al stijgen. Al tijdens de coronacrisis en vervolgens sinds de oorlog in Oekraïne zien we niet alleen de bouwkosten stijgen, maar ook de prijzen van bijvoorbeeld brandstof en energie. Het Centraal Planbureau (CPB) geeft in haar nieuwe vooruitzichten in het Centraal Economisch Plan ook aan dat de prijzen snel stijgen, dempt de economische groei en is er sprake van een toenemende inflatie. Naast de prijsstijgingen is de onzekerheid rond levering van grondstoffen en (deel)producten groot. Voor de bouwmaterialen zien wij dit nu al bij de beschikbaarheid van hout, maar ook voor staal wordt schaarste verwacht. Ook leidt de krapte op de arbeidsmarkt voor vaktechnisch personeel tot hogere
20
kosten en minder beschikbaarheid aan arbeid om projecten binnen de beoogde planperiode af te ronden. Deze trend van kostenstijging werkt niet alleen door in de bouwkosten voor maatschappelijk vastgoed, maar ook voor de kosten van het onderhoud daarvan, investeringen en beheer van de openbare ruimte, ophalen van afval, investeringen in (ondergronds) infrastructuur en kosten van vervoer (leerlingen en Wmo). Dit geldt ook voor de kostenontwikkeling bij de maatschappelijke instellingen en verbonden partijen. Daarnaast ontvangen wij signalen dat bij aanbestedingen risico's van prijsstijgingen volledig bij de afnemers wordt neergelegd en de contractprijzen zullen stijgen. Het is nog onzeker hoe de prijsstijgingen zich daadwerkelijk manifesteren. Vanwege de onzekerheden hoe de prijsstijgingen zich gaan manifesteren, hebben wij nog geen structurele effecten kunnen doorrekenen. Impact op de begroting Standaard indexeren wij de begroting op basis van verschillende indices. De loonstijging gaat via de CAO, mits deze bekend is. Voor de indexatie van de loonkosten wordt minimaal uitgegaan van de in het Centraal Economisch Plan 2022 (CEP 2022) opgenomen ramingen. Daarnaast wordt een bedrag beschikbaar gesteld voor de indexatie van subsidiebudgetten. Gedurende het jaar stellen wij de begroting niet bij voor prijsontwikkelingen.
De reguliere werkwijze is dat in het lopende begrotingsjaar het budget (uitvoerings- of investeringsbudget) taakstellend is. De huidige snelle stijging van de kosten stelt ons voor een dilemma in hoe de huidige begrotingssystematiek zich verhoudt tot onze ambities. Kunnen de verwachte kostenstijgingen worden opgevangen binnen de budgetten en wat zijn daar de consequenties van? Dit vraagstuk geldt niet alleen voor het huidige begrotingsjaar, maar ook voor de jaren 2023 en verder. Een deel van de dekking van deze prijsstijgingen wordt naar verwachting gevonden in het accres van het gemeentefonds. De omvang daarvan wordt bekend gemaakt in de Meicirculaire, deze komt in juni beschikbaar. Daarna kunnen wij ook meer inzicht geven in het totale financiële effect van de stijgende kosten op onze (meerjaren)begroting door gelijktijdig de extra inkomsten van het Rijk de recente CPBraming (maart 2022) financieel te vertalen in het meerjarenbeeld welke zal worden verwerkt in de programmabegroting. In deze voorjaarsnota hebben we indexering volgens de reguliere methodiek toegepast. Voor het huidige jaar hebben we als onderdeel van de knelpunten een aantal budgetten extra verhoogd zoals civieltechnisch onderhoud openbare ruimte en zorgkosten. Ook is de stelpost nominale ontwikkelingen verhoogd ter dekking van bijvoorbeeld verder stijgende zorgkosten. Dit op basis van een eerste inschatting.
Actualisatie investeringen en Meerjarenperspectief Gebiedsontwikkelingen In de financiële verordening 2022 is opgenomen dat in de voorjaarsnota bij de uiteenzetting van de financiële positie inzicht wordt gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. 21
Ondanks de intentie van het college om het inzicht in de investeringen en grondexploitaties te kunnen verschaffen bij deze voorjaarsnota is dat niet gelukt. De actualisatie van het Meerjarenperspectief Gebiedsontwikkelingen (MPG) en de investeringen zijn nog niet gereed. Het MPG zal na de zomer, voorafgaand aan de programmabegroting aan de raad worden aangeboden. In de programmabegroting 2023 zal het college de actualisatie van de investeringen opnemen. In de programmabegroting 2023 zal het college dan ook opvolging geven aan de motie M21/186. Daarin is het college verzocht: Vanaf de voorjaarsnota 2022 en de begroting 2023 in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing, de projectrisico’s op lopende bouwprojecten op te nemen, ter bepaling van het weerstandsvermogen van de gemeente en de daarbij benodigde weerstandscapaciteit; Overigens maakt de paragraaf weerstandsvermogen geen onderdeel uit van de voorjaarsnota maar is een door het BBV verplichte paragraaf in de programmarekening en de programmabegroting. Daarin geeft het college inzicht in de bepaling van het weerstandsvermogen en daarbij benodigde weerstandscapaciteit. Rente langlopende leningen Op dit moment zien we dat de rentetarieven voor de langlopende leningen stijgen en lijken de te hanteren meerjarige rentetarieven, zoals opgenomen in de begroting 2022 onder druk te staan.
De tarieven die we bij de begroting 2023 en verder hanteren, zullen mogelijk naar boven moeten worden bijgesteld ten opzichte van de gehanteerde rentetarieven in de begroting 2022. De sterk gestegen rente, gecombineerd met de sterk opgelopen inflatie en internationale politieke en economische situatie en daarmee samenhangende onzekerheden, geven aanleiding om in aanloop naar de nieuwe begroting 2023, de impact van de hoogte van de rente en de doorwerking daarvan op de meerjarige ontwikkeling van de rentelasten te verkennen. Deze verkenning kan de basis zijn voor het bepalen van een ‘prudente’ renteraming voor de begroting 2023 - 2026. Dit, gegeven de inherente onzekerheden in de ramingen van met name de investeringen (inclusief het Meerjarenperspectief Gebiedsontwikkelingen) en de daar uit volgende financieringsbehoefte en de integrale impact op de financiële positie van de gemeente. De daling van de rentetarieven (en zelfs het negatief worden daarvan) heeft ertoe geleid dat het idee ontstond dat sprake is van een ‘nieuwe economische werkelijkheid’ met structureel lage toekomstige rentetarieven. De recente sterke stijging van de rente, mede ingegeven door de sterk oplopende inflatie en grote onzekerheden over de internationale economische en politieke ontwikkelingen, geeft aanleiding om dit te veroverwegen.
De rentelasten die voortkomen uit de behoefte aan nieuwe leningen vanwege de investeringen zijn het product (= ‘p’ x ‘q’) van rente als de prijs van de financiering (‘p’) en de omvang van de benodigde financiering (‘q ‘). De hoogte en ontwikkeling van de rente (‘p’) is als exogene en niet beïnvloedbare factor niet voorspelbaar. De recente sterk opgelopen rente toont dat andermaal aan. In combinatie met inherente onzekerheden in de grote investeringsopgaven van de gemeente en de daaruit voortkomende behoefte aan nieuwe leningen (‘q ‘), die in beginsel meer beïnvloedbaar en voorspelbaar zijn, lijkt het verstandig 22
om in de nieuwe begroting met rentepercentages te rekenen die rekening houden met een hoger en oplopend renteniveau. Dat kan er toe leiden dat de mogelijke impact van de rente als potentieel verstorende factor afneemt en dat de focus gelegd kan worden op onzekerheden in de omvang en fasering van de investeringen. Uiteraard dient te ontwikkeling van de rente gevolgd te worden en zo nodig te worden geactualiseerd. De financieringsbehoefte wordt mede beïnvloed door de algemene uitkering (meicirculaire), de actualisatie van het MPG (Meerjarenperspectief Gebiedsontwikkelingen) en de ambities in het coalitieakkoord. In opmaat richting de begroting ontstaat daarover meer duidelijkheid. Mogelijke gevolgen daarvan zullen we de raad voorleggen middels de programmabegroting 2023.
Tot slot De ontwikkelingen rondom de lange termijn gevolgen van coronapandemie, de oorlog in Oekraïne en de effecten op de economische situatie noodzaken dat we ons als college blijven richten op het ondersteunen van onze inwoners, de lokale economie en (culturele) voorzieningen. Maar daarnaast ook koers te houden op de ontwikkelingen voor de lange termijn en daarmee gepaard gaande investeringen in de stad. In deze voorjaarsnota zijn meerdere onzekerheden geschetst rondom het financieel meerjarenperspectief. Het college streeft ernaar om in het najaar bij de behandeling van de programmabegroting meer concreetheid te kunnen aanbieden.
23
5 Overzicht van taakvelden per programma Bedragen x € 1.000
Begroting 2022 Omschrijving 0.10 Mutaties reserves 0.63 Parkeerbelasting
Lasten
Baten
Begroting 2023 Saldo
2.289
-1.586
Lasten
703
Baten
2024 Saldo
2.140
-722
Saldo
1.418
2025 Saldo
1.308
2026 Saldo
1.258
1.258
0
-4.585
-4.585
0
-4.585
-4.585
-4.585
-4.585
-4.585
2.1
Verkeer en vervoer
18.074
-3.534
14.541
17.344
-1.958
15.387
15.169
14.857
14.819
2.2
Parkeren
4.150
-1.415
2.734
4.290
-1.438
2.852
2.700
2.593
2.601
2.4
Economische havens en waterwegen
396
-66
330
449
-66
382
453
483
462
5.1
Sportbeleid en activering
1.051
-6
1.045
1.046
-6
1.040
1.043
1.042
1.041
5.2
Sportaccommodaties
2.860
-943
1.918
2.794
-942
1.851
1.899
1.873
1.849
5.3
Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
4.638
-473
4.165
3.979
-472
3.507
3.500
3.493
3.488
5.4
Musea
1.051
-335
715
1.049
-335
714
713
713
712
5.5
Cultureel erfgoed
760
-45
715
714
-2
712
709
707
705
5.6
Media
1.713
-1
1.712
1.713
-1
1.712
1.711
1.711
1.711
5.7
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
6.690
-377
6.312
6.813
-379
6.434
6.327
6.348
6.304
7.2
Riolering
6.273
-8.478
-2.205
6.439
-8.610
-2.171
-2.191
-2.156
-2.262
7.3
Afval
10.242
-12.380
-2.138
10.354
-12.870
-2.516
-3.053
-3.205
-3.103
7.4
Milieubeheer
4.064
-893
3.171
2.933
-6
2.928