Visie openbare ruimte - digitaal HD - Aangepast na Amendementen - Definitieve versie
Tekst van het document
Met de huidige ontwikkelingen zal het elektriciteitsnet twee tot vier keer meer belast worden. Voor de verzwaring zijn op maaiveld middenspanningsruimtes nodig. Deze vragen veel ruimte. Dit stuit in de smalle profielen mogelijk op knelpunten voor leefbaarheid en veiligheid, omdat de middenspanningsruimtes in deze straten, met vaak geen tot kleine voortuinen, te dicht op de gevel en te dicht op de rijbaan komen.
.
Inpassing warmtenet kan boven- en ondergronds knellen:
We zullen voor onze warmtebehoefte in de toekomst in gebieden in de stad met voldoende warmtevraagmogelijk een warmtenet of bronnet willen inpassen. Dat is in gebieden met een hoge bebouwingsdichtheid en daarmee vaak beperkte ruimte in de openbare ruimte. Daar kan plaatsing van een warmtenet in de ondergrond knellen met de ligging van het riool, de waterleidingen en bomen als we uitgaan van de gewenste onderlinge afstanden. Op maaiveldniveau moeten voor een warmtenet warmteverdeelstations en bufferruimtes worden ingepast. Hier geldt voor de inpassing hetzelfde als voor middenspanningsruimtes.
. 42 Visie openbare ruimte
Een vingeroefening in straatprofielen Met de straatprofielen hebben we vanuit verschillende invalshoeken vingeroefeningen gedaan om te doorgronden welke mogelijkheden en beperkingen er zijn om een toekomstbestendige openbare ruimte te realiseren. We hebben dit gedaan door in beeld te brengen welke ruimtevragende elementen in een straat nodig en gewenst zijn om de opgaven in de omgevingsvisie te realiseren. Daarbij is gekeken naar de ruimtevraag op het maaiveld en de ruimtevraag in de ondergrond om inzichtelijk te maken wat mogelijk is en welke knelpunten kunnen ontstaan. Bij deze analyse hebben we het samenspel tussen de openbare ruimte en de private ruimte betrokken. Daarbij gaat het om het type bebouwing in de woonstraten en de afstand tussen erfgrens en grens bebouwing in de private ruimte. Beide kunnen een groot verschil maken in de behoeften en mogelijkheden in een straat. In een straat met 40 meter lengte kan de woningdichtheid afnemen van 24 appartementen in een portiekflat van 4 verdiepingen naar 2 villa’s. Daarmee veranderen ook de benodigde functies, voorzieningen en het gebruik van de openbare ruimte. De afstand tussen erfgrens en de gevel betekent dat er minder of meer functies en voorzieningen op eigen terrein mogelijk zijn, waardoor de druk op de openbare ruimte verschilt.
Daarmee hebben het type bebouwing en de afstand tussen erfgrens en de gevel invloed op wat we prioriteit willen en kunnen geven in de openbare ruimte. Daarnaast geeft het ook aan of er veel, weinig of geen ruimte is voor de bewoners om op eigen terrein bij te dragen aan de opgaven. Voor de ambities en opgaven in het toekomstbeeld voor de duurzame openbare ruimte zijn we op zoek gegaan naar wat de minimale maatvoering is voor objecten en elementen op het maaiveld en in de ondergrond. Daarbij spelen allerhande regels, normen, voorwaarden, richtlijnen, handvatten en wensen mee die uiteindelijk tot een bepaalde maatvoering leiden. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de minimale maatvoering van objecten, voorzieningen en wegonderdelen. Ook is daarbij een overzicht opgenomen van de afstanden tussen kabels en leidingen.
Ruimte voor monumentale boom aan de Minister Hartsenlaan
Visie openbare ruimte
43
<
<
< inhoud
Illustratie Lijsterweg
Huidige situatie
44 Visie openbare ruimte
Voorbeelduitwerking
Visie openbare ruimte
45
<
<
< inhoud
.
Ruimte maken voor waterberging op maaiveld gaat ten koste van integrale toegankelijkheid:
Met de verandering in het klimaat moeten we vaker water op straat bergen, omdat het riool in de lagergelegen delen van de stad de piekbuien niet goed kan verwerken. De ruimte die nodig is voor waterberging in de straten maken we bij voorkeur door de rijbaan lager te leggen dan het trottoir. Het benodigde hoogteverschil tussen trottoir en andere wegdelen maakt dat de straat minder makkelijk oversteekbaar wordt voor mindervaliden.
.
Tegengaan van hittestress en vergroten van biodiversiteit loopt vast in de ondergrond:
Voor deze beide doelen is inpassing van bomen in de straat zeer effectief. In de smalle(re) wegprofielen conflicteert de ruimte die nodig is voor bomen en groen met de ruimte die nodig is voor parkeren (en/of inritten naar de particuliere kavels), omdat dit veelal in dezelfde strook moet plaatsvinden. Ondergronds is het knelpunt dat een kabel- en leidingvrije ruimte rondom de boom moeilijk is te realiseren. Het verbeteren van biodiversiteit en het tegengaan van hittestress staat daarmee in smalle straten onder druk.
.
Meer ruimte voor verblijven, spelen en ontmoeten in de directe woonomgeving loopt vast in smalle straat:
In de smallere profielen zijn er maar zeer beperkte mogelijkheden voor verblijven, spelen en ontmoeten. Het autoluw maken van straten biedt kansen bij om hiervoor ruimte vrij te maken.
. 46 Visie openbare ruimte
.
Vrijval ruimte voor de auto sluit niet altijd aan bij ruimtebehoefte:
De parkeerdruk en parkeerbehoefte in de stad zijn wisselend per gebied. Dit is afhankelijk van het aantal auto’s per woning, de ruimte die bewoners op eigen terrein hebben voor het parkeren van auto’s en de bebouwingsdichtheid. Vanuit het mobiliteitsbeleid en het parkeerbeleid willen we toewerken naar het verlagen van de parkeerdruk en ook minder parkeerruimte. Het streven is dat de vrijval van ruimte gelijk op kan gaan met de ruimtevraag vanuit andere opgaven. In de praktijk zullen we bij het (her)inrichten van de openbare ruimte meemaken dat de verschillende opgaven in tijd, locatie en hoeveelheid niet op elkaar aansluiten. Ook hiervoor geldt dat in de smallere profielen dit dilemma groter is dan in de bredere profielen.
.
Ontwikkeling in de tijd veroorzaakt extra druk op de ruimte in de openbare ruimte:
Het is de bedoeling dat er in de loop van de tijd veranderingen zullen optreden in wat er aan functies en voorzieningen in de openbare ruimte nodig is. Zo zal het gasnet in 2040 zo goed als verdwenen moeten zijn en zullen nieuwe energienetten hun plek hebben ingenomen. Evenzogoed vermindert het aantal parkeerplekken voor de privéauto en zullen er plekken voor deelvervoer worden gerealiseerd. Dit zal echter niet altijd in een keer kunnen worden gerealiseerd. Daarmee ontstaat er voor kortere of langere tijd extra druk op de openbare ruimte.
Stenen spel Ooievaarplein
Visie openbare ruimte
47
<
<
< inhoud
3.3 Waar in Hilversum liggen de ruimtelijke uitdagingen?
• •
Met de ambities/opgaven zoals deze in de omgevingsvisie zijn opgenomen als uitgangspunt is in kaart gebracht waar het in Hilversum een kleinere of grotere uitdaging is om deze ruimtevragende ambities/opgaven in te passen in de beschikbare openbare ruimte. Daarin wordt duidelijk in welke gebieden de impact van de opgaven op de beschikbare ruimte meer of minder prangend wordt.
People
Planet
Profit
Meedoen in Hilversum
Duurzaam Hilversum
Actief Hilversum
Verbeteren toegankelijkheid Ruimte maken voor bewegen, spelen en ontmoeten
• •
Verbeteren biodiversiteit Klimaatadaptieve maatregelen
• • •
Wat duidelijk wordt is dat het realiseren van de ambities en opgaven vanuit beschikbare ruimte in de villaparken, het compacte villagebied met uitzondering van het gebied Boomberg en de wijken uit de jaren ‘60 en ‘70 niet snel zal knellen. De planmatige uitbreidingswijken uit de periode tot 1960 geven een gemêleerd beeld waarin het knelt op een of twee opgaven. Het centrum, de vroege uitbreidingsgebieden (tot circa 1920) en de krappe wijken in Hilversum Oost vormen juist het gebied waarin we met de beschikbare openbare ruimte mede ook in relatie tot bestaande waarden op twee of drie van de opgaven keuzes zullen moeten maken in wat we prioriteit geven.
Inpassing energievoorzieningen Verminderen parkeerplekken Verandering mobiliteit
Inpassing toekomstbeeld 2040 is ruimtelijk: goed mogelijk voor één opgave een uitdaging voor twee opgaven een uitdaging vanuit drie opgaven een uitdaging Letter geeft aan voor welk(e) thema('s) het knelt in een gebied: A: Actief Hilversum D: Duurzaam Hilversum M: Meedoen in Hilversum
Inpassing van de ambitie / opgave is ruimtelijk goed mogelijk en keuzes tussen opgaven/ambities zijn waarschijnlijk niet nodig.
48 Visie openbare ruimte
Inpassing van de ambitie / opgave stelt ons ruimtelijk voor een uitdaging waarin we keuzes moeten maken.
Inpassing van de ambitie / opgave stuit ruimtelijk op grote beperkingen en vergt stevige keuzes in wat we prioriteit geven.
Visie openbare ruimte
49
<
<
< inhoud
3.4 Basisprincipes Om bij de toekomstige ontwerpopgaven niet steeds opnieuw het wiel te moeten uitvinden wat betreft de prioriteiten in de opgaven en de keuzes die we voorstaan, hanteren we vier basisprincipes: 1.
We respecteren de bestaande kwaliteiten en kenmerken van de openbare ruimte en versterken deze waar mogelijk en kiezen ervoor om gebiedsgericht prioriteiten te stellen in de opgaven. Dat betekent concreet dat we bijvoorbeeld bestaande boomstructuren niet aantasten om daarmee ruimte te maken in de ondergrond. En ook dat we oorspronkelijke structuur van driften en brinken niet aantasten. Daarnaast staan bewegen, ontmoeten en spelen, inclusiviteit en ombuiging naar toepassing van circulaire materialen centraal. De openbare ruimte in Hilversum is bedoeld en geschikt voor iedereen. Vanwege de in een bestaande stad nu eenmaal beperkte ruimte zullen we vaak keuzes moeten maken tussen verschillende belangen, doelen, functies, wensen en behoeften. Voor het stellen van de prioriteiten hanteren we onderstaande volgorde: Respecteren bestaande kwaliteit en kenmerken Inpassen van stedelijke opgaven Aanpakken van gebiedsgerichte speerpunten Kansen benutten
Per buurt/plek maken we daarmee duidelijke keuzes in plaats van alles een beetje te bedienen. Dit heeft als consequentie dat wat op de ene plek in de stad wel kan op een andere plek in de stad niet kan. Van de 12 thema’s waarvoor in hoofdstuk 2 de beleidsdoelen zijn opgenomen, zijn de thema’s energie, circulaire materialen en bodem stedelijke opgaven in de zin dat we hier overal in de stad aan moeten werken. Het gaat dan om het aardgasvrij maken van de stad, het CO2-neutraal maken van inrichting en beheer openbare ruimte, het realiseren van een circulaire openbare ruimte en het zorgen voor een goede bodemgezondheid. De andere opgaven zijn meer gebiedsgebonden in hun uitwerking en belang. Daarom kijken we per gebied wat er nodig en mogelijk is om onze ambities voor de stad te verwezenlijken. 2. We hanteren bij ontwerpopgaven de regel: “Als het niet kan zoals het moet, dan moet het zoals het kan”. Met de toepassing van deze regel gaan we steeds op zoek naar een ontwerpoplossing die zo optimaal mogelijk bijdraagt aan het realiseren van onze doelen. Ook als dit meerkosten met zich meebrengt. De toepassing van deze regel is uiteraard gebonden aan spelregels. We houden ons aan wettelijke voorschriften en normen en tornen niet aan veiligheid.
In het handboek openbare ruimte wordt uitgewerkt hoe met deze grondregel om te gaan en welke voorwaarden we daar als gemeente aan stellen aan onszelf en aan anderen.
90 jaar oude Acacia’s worden gespaard bij rioolvervanging
We zoeken samen met de grondeigenaren van woningen, bedrijven en overige private terreinen ruimte voor nieuwe voorzieningen. De openbare ruimte is maar een klein gedeelte van het totale oppervlak van de gemeente waarin we niet alles kunnen oplossen en realiseren. Daarom willen we vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid in de openbare ruimte en op particulier terrein de ruimte vinden om bijvoorbeeld: de biodiversiteit te vergroten; het overtollig water bij extreme neerslag te bergen; samen maatregelen te nemen voor duurzame energie of om meer beweegruimte te realiseren.
.
Skatelandschap in Arenapark bij hoofdkantoor Nike
Sterrelaan In de Sterrelaan in de wijk Boomberg zijn de riolering en de weg toe aan vervanging. De straat is smal en bovenop het gemengde rioolstelsel staan 90 jaar oude bomen. De Acacia’s vormen als het ware het dak boven de straat. Acacia’s zijn voor het beheer niet de ideale straatbomen door de wortelopdruk die ze kunnen veroorzaken. Het gemengde riool is op veel plekken stuk en niet toekomstbestendig. De enige optie is om een nieuw gescheiden riool aan te leggen in de rijweg. Omdat de weg maar 4 meter breed is en de kronen van de bomen de werkzaamheden voor de rioolvervanging enorm zullen hinderen is het voornemen van de gemeente om alle bomen te verwijderen. Daarmee creëren we de ideale beheersituatie, en maken we de straat weer toekomstbestendig. Bij de presentatie van het plan aan de buurt wordt dat de bewoners van de Sterrelaan hun bomen willen behouden. De bomen bepalen de karakteristiek van de straat. Samen met de aannemer die straks ook het werk gaat uitvoeren werken we verschillende scenario’s uit om bomen te behouden en het riool te kunnen vervangen. Het lukt helaas niet om alle bomen te behouden. Maar in samenspraak met de bewoners komen we tot een plan waarin we de helft van de bomen kappen en meer bomen terugplanten. Het resultaat is dat we naar tevredenheid van de inwoners bij de uitvoering de bomenlaan kunnen behouden.
Om dit te realiseren zullen we extra kosten moeten maken voor verleggingen van kabels en leidingen.
50 Visie openbare ruimte
3.
4. Bij elke opgave waarbij we in de stad openbare ruimte (her)inrichten staat samenwerken centraal. Dat wil zeggen dat we altijd vanuit de ruimtelijke en sociale beleidsdoelen voor de stad in beeld brengen:
. .
wat er in een projectgebied nodig is en bij een opgave kan worden meegenomen; welke voorwaarden in een projectgebied moeten worden geschapen voor het (op een later moment) realiseren van beleidsdoelen in aangrenzende gebieden. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om ruimtereserveringen.
Visie openbare ruimte
51
<
<
< inhoud Voor de gebiedsgerichte uitwerking van de ambities voor de openbare ruimte hebben we de gebieden ingedeeld op basis van de ruimtelijke opbouw/verschijning. Binnen een gebied is de ruimtelijke opbouw van de verschillende buurten en straten niet overal gelijk. Daarom zal ook per plek of straat de situatie ter plaatse bepalend zijn voor wat kan of wat niet kan. Voor elk gebied is compact de stedenbouwkundige karakteristiek en de karakteristiek van de openbare ruimte beschreven. Daarnaast zijn de te behouden/versterken waarden benoemd en de speerpunten die voor de betreffende gebieden prioriteit hebben. We onderscheiden in Hilversum de volgende gebieden:
HOOFDSTUK
4
GEBIEDSGERICHTE UITWERKING
52 Visie openbare ruimte
Centrum
Compacte villagebieden
Vroege uitbreidingswijken
Villaparken
Planmatige uitbreidingswijken tot 1960
Werkgebieden – kantoren
Planmatige uitbreidingswijken na 1960
Werkgebieden - bedrijven
Visie openbare ruimte
53
<
<
< inhoud
4.1 Centrum
Karakteristiek en speerpunten Centrum
Stedenbouwkundig
Organisch stratenpatroon op basis van landschap en cultuurhistorie. Aaneengesloten bouwblokken met duidelijke voor- en achterkanten. Kleinschalige gevarieerde architectuur.
Openbare ruimte
Straten, stegen, voetgangersgebied, pleinen en brinken op knooppunten van driften. Hoge gebruiksdruk. Verharding van gevel tot gevel, geen voortuinen. Representatieve inrichtingsmiddelen. Groen/bomen op brinken, pleinen (en langs hoofdwegen).
Streefbeeld
Visitekaartje voor de stad, waar het verblijfsklimaat voor het winkelend publiek en overige bezoekers van de stad optimaal is. Parkeren inpandig concentreren en aan de randen. Vanwege representativiteit een hoge kwaliteit van de openbare ruimte.
Te behouden / versterken waarden
De afwisseling van compacte openbare ruimte, groene plekken en winkelstraten met een geborgen karakter, afwisseling pleintjes en straten. Levendigheid versterken (verblijfskwaliteit) o.a. door behouden autovrij verblijfsgebied. Goede bereikbaarheid voor auto en fiets.
Speerpunten
Klimaatadaptatie en water: Maatregelen om wateroverlast bij piekbuien tegen te gaan. Sociale Relevantie: Versterken verblijfskwaliteit in aansluiting bij de maatschappelijke functies van het centrum: horeca, maatschappelijke voorzieningen, winkelfunctie. Daarbij focus op openbare ruimte is en blijft van iedereen. Gezonde en veilige leefomgeving: Ruimte voor groen (bomen voor schaduwplekken/hittestress) en ontmoeten, bewegen en spelen versterken. Mobiliteit: Verbeteren veilige voetgangers- en fietsbereikbaarheid en behouden OV-functie.
Kansen
. 54 Visie openbare ruimte
Mobiliteit: Stadsdistributie.
Heringericht Keiplein, dichtslibbende Groest en onduidelijke inrichting Stationsstraat.
Visie openbare ruimte
55
<
<
< inhoud
4.2 Vroege uitbreidingswijken
Karakteristiek en speerpunten Vroege uitbreidingswijken
Stedenbouwkundig
Het stratenpatroon is gebaseerd op de oorspronkelijke verkaveling van het landelijk gebied. Aaneengesloten bouwblokken en een hoge bebouwingsdichtheid. Fijnkorrelige architectuur met beperkte uitstraling. Kleinschalige arbeiderswoningen, afgewisseld met bedrijfjes/ bedrijventerreinen.
Openbare ruimte
Zeer smalle straten. Stenig straatbeeld, waarin (geparkeerde) auto’s overheersen. Plekken en pleintjes ontbreken vrijwel geheel. Vaak verouderde inrichting en veelal geen voortuinen.
Streefbeeld
Levendige stadswijken, met woon- en kleinschalige werk(winkel)functies, met goede leefbaarheid, meer ruimte voor verblijf en oplossing voor hoge parkeerdruk in de smalle straten.
Te behouden / versterken waarden
Boomstructuur in basis behouden (beide zijden, grote bomen). Dorpse maat en sfeer voor architectuur en openbare ruimte. Ruimte voor groene voortuinen, geborgenheid behouden. Sociale cohesie vergroten door straten meer in te richten als shared space t.b.v. ontmoeting, verblijf en spelen/bewegen. Driften en brinken, ook als schakel binnenstad – buitengebied Auto is te gast.
Speerpunten
Water: maatregelen om wateroverlast bij piekbuien tegen te gaan. Mobiliteit: Meer ruimte voor langzaam verkeer , verbeteren veiligheid trottoirs (stoepbreedte) en ruimte maken voor deelmobiliteit. Sociale relevantie: Verbeteren van de verblijfskwaliteit door Brinken (Pleintjes) voor ontmoeting inrichten en schoolpleinen multifunctioneel gebruik mogelijk maken. Water: Meer ruimte voor opvang overtollig water (infiltratie / klimaatadaptatie).
Kansen
. 56 Visie openbare ruimte
Biodiversiteit / gezonde leefomgeving: Vergroenen van de straten. Gezonde leefomgeving: Meer ruimte voor spelen.
Smal profiel Lijsterweg, auto bepaalt het beeld in de Reigerstraat en monumentale laanbeplanting in de Marconistraat. Visie openbare ruimte
57
<
<
< inhoud
4.3 Planmatige uitbreidingswijken tot 1960
Karakteristiek en speerpunten planmatige uitbreidingswijken tot 1960 Stedenbouwkundig
Plaatselijk monumentale totaalcomposities gebaseerd op symmetrieassen, groene assen, hoekverdraaiingen of de landschappelijke ondergrond. Aaneengesloten bouwblokken, hoge bebouwingsdichtheden. Latere realisatie halfopen bouwblokken en strokenbouw en deels vrijstaande woningen of 2 onder 1 kapwoningen. Verspringende rooilijnen. Eenheid in architectuur (straatwanden in één keer gemaakt), hoekoplossingen.
Openbare ruimte
Straten en bijzondere plekken bij markante gebouwen met functies (zoals scholen). Voortuinen dragen zorg voor groen beeld. Architectonische erfgrenzen langs voortuinen. Eenvoudige straatprofielen van rijbaan met twee verhoogde trottoirs, of met rabatstroken. Langsparkeren op de rijbaan of op rabatstroken. Plantsoenen, groene assen, waterpartijen als onderdeel van de stedenbouwkundige structuur. Laanbomen langs de wegen van de wijken. Hoge parkeerdruk, soms ook in bermen.
Streefbeeld
Prettige woonwijken, met heldere structuur, fraaie zichtlijnen en markante plekken, met voldoende verblijfsvoorzieningen en groen.
Te behouden / versterken waarden
Goed doordachte voorzieningen- en groenstructuur in de wijk, zoals de groene assen en bomenlanen. Waardevolle laanbeplanting met veel verschillende boomsoorten. Ruim opgezette openbare ruimte.
Speerpunten
Water en biodiversiteit: Monumentale groene ruimte multifunctioneler inzetten voor verblijf, spelen, waterberging en biodiversiteit met behoud van monumentaal karakter en zichtlijnen naar het buitengebied. Verminderen van het oppervlak verharding ten gunste van groen en waterberging. Ruimtelijke kwaliteit: Aanbrengen van meer samenhang in de verhardingskeuze. Mobiliteit: Ruimte maken voor deelmobiliteit om mobiliteitstransitie op gang te brengen.
. 58 Visie openbare ruimte
Vergroeningsopgave Lorentzweg en Van de Sande Bakhuyzenstraat en monumentaal plantsoen Van ‘t Hoffplein, biodiverse groenberm Bonnikestraat. Visie openbare ruimte
59
<
<
< inhoud
4.4 Planmatige uitbreidingswijken na 1960
Karakteristiek en speerpunten planmatige uitbreidingswijken na 1960 Stedenbouwkundig
Stedenbouwkundig totaalconcept, onafhankelijk van onderliggend landschap. Eigen voorzieningenpakket aanwezig. Hiërarchisch ruimtelijke opbouw in de vorm van de reeks: wijk, buurt, blok, woning. Compositie van strokenbouw, geschakeerd rond een ringweg. Scheiding van functies. Buurtjes naar binnen gekeerd en variabel van opzet: heldere structuur: strokenbouw gekoppeld aan hoven; strokenbouw langs continue slingerende wegen. Laagbouw of combinatie laag- en (middel)hoogbouw. Karakteristieke aanwezigheid van openbaar groen en tuinen. Soms geen duidelijk onderscheid voor- en achterkanten woningen.
Openbare ruimte
Hiërarchisch wegenpatroon: ringweg en hoven. Hiërarchisch groensysteem als bindend element tussen de buurten en als overgang naar het omringende landschap. Pleintjes in de hoven bij verspringen van de rooilijnen. Hoven: in de Hilversumse Meent ingericht als woonerf, Kerkelanden ingericht met rijweg en verhoogde trottoirs. Veel openbaar groen qua structuur niet helder, niet goed te beheren, probleem met sociale veiligheid.
Streefbeeld
Prettige, ruime, rustige, veilige woonwijken, met herkenbare tijdgeest met heldere groenstructuur, waarvan de kwaliteit ook op lange termijn is gewaarborgd.
Te behouden / versterken waarden
De oorspronkelijke hoofdopzet met duidelijk gescheiden structuur. Goede en veilige routes. Veel mogelijkheden voor sport en spel. Water en groen.
Speerpunten
Biodiversiteit: De royale openbare ruimte en de ligging grenzend aan het buitengebied maken het relatief gemakkelijk om de natuur de wijk in te halen. Inheemse boom- en plantensoorten zijn uitgangspunt. Mobiliteit: Verbeteren van de fietsverbindingen naar het centrum en treinstations en stimuleren deelvervoer. Voor iedereen - inclusief: Verbeteren sociale veiligheid.
Kansen
. 60 Visie openbare ruimte
Voor iedereen - inclusief: Verbeteren toegankelijkheid.
Smalle straten (Meikevermeent en Vlindermeent) met veel as verspringingen in de Hilversumse Meent. Visie openbare ruimte
61
<
<
< inhoud
4.5 Compacte villagebieden
Karakteristiek en speerpunten Compacte villagebieden Stedenbouwkundig
Planmatige opzet. Orthogonaal wegenstelsel of gebogen straten. Deels gebaseerd op reliëf (loodrecht op of parallel aan hoogtelijnen). Veelal vrijstaande woningen of 2 onder 1 kapwoningen op ruime kavels. Lage bebouwingsdichtheid. Verspringende rooilijnen, diversiteit in (villa) architectuur.
Openbare ruimte
Sfeervolle openbare ruimte met kwalitatief hoogwaardige uitstraling. Markante verbredingen van de rijbaan bij Y-splitsingen, soms voorzien van plantsoen in het midden. Straten en enkele bijzondere groenplekken (Dudokpark, Peerlkamplaan, Rozarium). Trottoir en rijbaan op gelijk peil. Informeel langsparkeren, deels op weg deels op rabatstroken van gebakken materiaal. Veelal bijzondere patronen. Grote voortuinen en achtertuinen dragen zorg voor groen beeld. Openbare ruimte is schaars aanwezig. Private erven steeds meer als parkeerruimte ingericht. Laanbomen veelal 2e grootte langs vrijwel alle wegen. Parkeerdruk op enkele plekken rond bedrijven. Ad hoc afsluitingen met schrikhekken lelijk. Bochtige wegenstructuur leidt tot oriëntatieproblemen.
Streefbeeld
Behoud van kwaliteit van sfeervolle, hoogwaardige woongebieden, door versterken/ behouden kwaliteit openbare ruimte, waaronder het groene karakter van de private erven.
Te behouden / versterken waarden
Kronkelige stratenpatroon (driften). Groene karakter door groene tuinen en statige villa’s. Monumentale hekken rondom tuinen.
Speerpunten
Sociale relevantie en mobiliteit: Versterken/herstellen shared space-gedachte, verminderen straatparkeren / verbeteren langzaam verkeer toegankelijkheid. Ruimtegebruik: Voor onder meer parkeren en energietransitie kijken we naar de inzet van private grond, omdat er weinig openbare ruimte is, zodat meer verblijfsruimte in de openbare ruimte ontstaat.
Kansen
. 62 Visie openbare ruimte
Biodiversiteit: Extra kansen creëren voor biodiversiteit, private ruimte inzetten.
Historische inrichting Burg. Lambooylaan, hergebruik bestratingsmaterialen in de Borneolaan en Plantsoen aan de Oude Enghweg. Visie openbare ruimte
63
<
<
< inhoud
4.6 Villaparken
Karakteristiek en speerpunten Villaparken Stedenbouwkundig
Planmatige opzet met gebogen stratenpatroon en enkele formele eenheden (Kraanvogelplein e.o., Parklaan, Beethovenlaan). Stratenpatroon deels gebaseerd op reliëf of historische wegen. Vrijstaande woningen op zeer ruime kavels. Daardoor zeer lage bebouwingsdichtheid. Verspringende rooilijnen, diversiteit in architectuur.
Openbare ruimte
Openbare ruimte bestaat uit lanen en enkele bijzondere groenplekken. Markante verbredingen van de rijbaan bij Y-splitsingen, soms voorzien van plantsoen in het midden. Brede grasbermen met monumentale bomen langs wegen. Eenvoudige profielen en materiaaltoepassingen. Parkeren vooral op eigen terrein. De grote tuinen geven groen beeld. beeldbepalend (bossfeer) is opgaand groen langs zij- en achtergrenzen van de percelen. Openbare plekken schaars aanwezig. Hoge parkeerdruk rond scholen en bedrijven. Verkeersveiligheid onder druk, omdat brede profielen leiden tot hard rijden. Bochtige wegenstructuur leidt tot oriëntatieproblemen.
Streefbeeld
Behoud van kwaliteit van bosachtige, hoogwaardige woongebieden, door versterken/ behouden kwaliteit openbare ruimte, waaronder het zeer groene karakter van de openbare ruimte en private erven. Relatief eenvoudige inrichting openbare ruimte.
Te behouden / versterken waarden
Zware laanbeplanting. Zeer ruimte wegprofielen met groene bermen. Hoge natuurwaarden. Gebogen wegenstructuur. Enkele markante, statige plantsoenen. Weinig auto’s op straat.
Speerpunten
Water en Biodiversiteit: Verminderen van de verharding in de openbare ruimte (vergroenen, infiltratie). Biodiversiteit: Extra kansen creëren voor biodiversiteit: private ruimte inzetten en bloeiende bermen aanleggen. Gezonde en veilige leefomgeving: Ruimte bieden voor spelen /ontmoeten in de openbare ruimte op bij de locatie passende wijze.
Kansen
. 64 Visie openbare ruimte
Sociale relevantie: Verbeteren verbindingen met omliggende wijken (recreatief gebruik door bewoners van andere buurten).
Monumentale laanbeplanting Mozartlaan. Visie openbare ruimte
65
<
<
< inhoud
4.7 Werkgebieden
Karakteristiek en speerpunten Werkgebieden Stedenbouwkundig
Bedrijventerreinen: Economisch bepaalde maximale uitgifte bedrijventerreinen. Rooilijn op grens openbaar - privé. Grote bouwvolumes (hallen). Kantoorgebieden: Planmatige opzet. Hoogbouw langs (slingerende en deels slecht herkenbare) hoofdroute. Bebouwing omgeven door geprivatiseerd groen. Geprivatiseerde parkeerterreinen en ondergrondse parkeerplaatsen.
Openbare ruimte
Bedrijventerreinen: Minimale straatprofielen. Grote parkeerdruk en veel vrachtverkeer. Inrichting weinig representatief: materiaalkeuze en krappe profielindeling gericht op functie. Beperkte aanwezigheid van groen. Brede uitritten (vaak over volle breedte perceel). Kantoorgebieden: Straatprofielen variabel per gebied. Binnen gebieden samenhangend ingericht. Veel ruimte voor parkeren maar desondanks grote parkeerdruk. Representatieve sfeer. Veel groen en grote bomen Mediapark niet openbaar. Openbare ruimte wordt steeds kleiner door verdichting met nieuwe gebouwen.
Streefbeeld
Bedrijventerreinen: Robuuste en veilige terreinen, met een op de bedrijfsterreinen toegesneden inrichting, waarbij rekening is gehouden met transport en bezoekersverkeer, parkeren en herkenbaarheid. Kantoorgebieden: Representatief kantorenpark met veel groen, goede materiaalkeuze en consequente toepassing. Goed verblijfsklimaat voor pauzerende werknemers. Parkeren inpandig en/of ondergronds.
Speerpunten
Mobiliteit: Verbeteren verkeersveiligheid voor fietser. Verbeteren bereikbaarheid voor fietsers mede om de parkeerdruk te verlagen en verminderen parkeerdruk in kantoorgebieden. Gezonde leefomgeving: Verblijfs- en gebruikskwaliteit voor gebruikers en bezoekers vergroten, ook voor pauzeren. Biodiversiteit: Vergroenen va n de openbare ruimte en ruimte bieden aan infiltratie en verminderen van de verharding in de openbare ruimte.
Kansen
Mobiliteit: Kansen voor deelmobiliteit vergroten. Gezonde leefomgeving: Verbeteren verblijfskwaliteit van deze gebieden door de openbare ruimte in te richten op verblijven, ontmoeten, bewegen en spelen.
. 66 Visie openbare ruimte
Bedrijfsstraten Loswal en Arendstraat.
Visie openbare ruimte
67
<
<
< inhoud
HOOFDSTUK
5
VAN NU NAAR STRAKS
68 Visie openbare ruimte
Hilversum heeft 732 straten. In deze straten willen we in de komende twee à drie decennia het toekomstbeeld realiseren zoals uiteengezet in de Omgevingsvisie. Voor sommige straten vraagt dit om weinig inspanning en is het makkelijk inpasbaar. Voor andere straten vergt het juist een grote inspanning of is het moeilijk inpasbaar. Voor de leefbaarheid en toegankelijkheid van Hilversum willen we het toekomstbeeld realiseren met zo min mogelijk overlast voor de inwoners, ondernemingen en bezoekers van Hilversum. Dat betekent dat we het liefst maar één keer in een straat aan het werk zijn als we er zaken willen aanpassen. In de manier waarop we naar het werk in de openbare ruimte kijken, betekent het dat we in komende decennia bij elke straat waar we om wat voor reden dan ook aan de slag moeten met de openbare ruimte steeds over de volle breedte moeten kijken welke opgaven er in die straat nog meer zijn. Voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door het verbeteren van de biodiversiteit, het nemen van klimaatmaatregelen en het aardgasvrij maken van Hilversum en alle andere opgaven die we hebben in de openbare ruimte kunnen we geen kansen om deze te realiseren ongewild voorbij laten gaan. Integraal werken aan inrichting en beheer van de openbare ruimte is daarvoor onontbeerlijk. Dat begint bij het programmeren en plannen van investeringen en activiteiten in de openbare ruimte.
Het eindigt bij een goede uitvoering van de werkzaamheden. En ook als we dit allemaal goed voor elkaar hebben zullen de opgaven en ambities ons in de komende jaren voor grote uitdagingen stellen die we niet altijd kunnen oplossen.
Visie openbare ruimte
69
<
<
< inhoud Naast vervangingsinvesteringen doen we ook groot onderhoud aan straten en wegen. Hierbij wordt de openbare ruimte in principe niet aangepast. Toch is ook dit een moment waarop minder ingrijpende opgaven kunnen worden meegenomen om onze ambities te realiseren.
5.1 Vier leidende opgaven om samen te werken aan herinrichting Hilversumse straten Om te komen tot een aanpak waarin samenwerken centraal zien we vier leidende opgaven die ons moeten helpen bij het programmeren, plannen en uitvoeren van projecten en activiteiten in de openbare ruimte:
Toekomstbestendig vervangen openbare ruimte We werken jaarlijks in een aantal straten aan de vervanging van de riolering, verharding en overige onderdelen in de openbare ruimte, zoals groen, meubilair, verlichting en civieltechnische kunstwerken. De riolering is leidend voor de programmering en planning van de vervangingsinvesteringen. De reden hiervoor is dat bij vervanging van de riolering een straat over de breedte vaak grotendeels moet worden opengebroken. Om het rioolstelsel in stand te houden moet er jaarlijks 6,5 kilometer riool worden vervangen (bron: Watermanagementplan 2021 – 2026). De vervangingsopgave van het riool is een natuurlijk moment om voor een straat te beoordelen wat er verder nodig is om het toekomstbeeld te realiseren en dit ook te betrekken in de aanpak. Het gaat dan onder meer om biodiversiteit, klimaatadaptatie, toegankelijkheid, ruimte voor spelen, bewegen en ontmoeten, verandering van mobiliteit en toepassing circulaire materialen. Daarbij moet worden geïnventariseerd welke mogelijkheden er zijn voor het koppelen van budgetten uit andere beleidsvelden voor deze opgaven die gelijk met de vervangingsopgave worden meegenomen.
70 Visie openbare ruimte
Tot voor kort was de opgave van de rioolvervanging leidend voor de programmering en planning van alle andere investeringen aan de openbare ruimte. Met de opgave van het aardgasvrij maken van Nederland, de opgave om brosse gasleidingen te vervangen en snelle veranderingen in de energiebehoefte zien we dat deze opgaven van de nutsbedrijven niet alleen meer volgend zijn, maar juist ook richtinggevend worden in de programmering en planning.
Hilversum aardgasvrij en aanpak brosse leidingen Om Hilversum voor 2050 aardgasvrij te maken moeten in alle straten nog maatregelen worden genomen. Dat betekent dat er de komende 27 jaar in gemiddeld 27 straten per jaar moet worden gewerkt aan deze transitie. Voor de ambitie om in 2040 deze transitie gereed te hebben betekent dat gemiddeld 43 straten per jaar moeten worden aangepakt. Bij deze transitie wordt het elektranet verzwaard en worden vervangende warmteoplossingen (collectieve warmtenetten, warmte-koude-opslag e.d.) gerealiseerd. De straat zal open moeten om het elektranet te verzwaren, vervangende warmteoplossingen aan te leggen en gasleidingen te verwijderen. De verzwaring van het elektranet wordt uitgevoerd en bekostigd door Liander. Voor andere warmteoplossingen zijn we afhankelijk van initiatieven vanuit inwoners en ondernemers. Een ander belangrijk principe bij de programmering is dat Liander de opgave heeft om voor 2032 de brosse gasleidingen te vervangen. De vervanging van brosse gasleidingen moet plaatsvinden vooruitlopend op de uitvoering van eventuele andere werkzaamheden in verband met explosiegevaar bij grondroerende werkzaamheden.
Gebiedsontwikkeling Met de prognoses en de positie van Hilversum in de regio is de ambitie beperkte groei, middels transformatie van gebieden en inbreiding van woningen. Dit betekent dat de gebiedsontwikkeling mogelijkheden biedt om ook openbare ruimte opnieuw in te richten. De (her)ontwikkeling van gebieden is het natuurlijk moment de inrichting van de openbare ruimte conform het toekomstbeeld uit de Omgevingsvisie te realiseren ten laste van de grondexploitatie van de ontwik-
kelingslocatie. Aangezien de gebiedsontwikkeling vooral herontwikkeling en inbreiding betreft is de gebiedsontwikkeling veelal eveneens volgend op de programmering en planning van de rioolvervanging.
Sociaal-economische ontwikkeling Een vierde opgave waarop het programmeren en plannen van ingrepen in de openbare ruimte kan meeliften is de aanpak van sociaal-economische knelpunten waarmee we inspelen op de veranderende samenstelling en groei van de bevolking en de scheve verdeling in welvaart aanpakken. Investeringen in een openbare ruimte die aantrekkelijk is voor ontmoeting en verbinding kunnen bijdragen aan de sociaal-economische ontwikkeling van buurten en wijken. Een schone, hele en veilige openbare ruimte is hiervoor de ondergrens. Het is dan ook goed om bij het bepalen van de aanpak voor een wijk te beoordelen hoe aanpassingen in de openbare ruimte kunnen bijdragen aan de gewenste sociaal-economische ontwikkeling.
Samenvatting analyse sociaal-econmische ontwikkeling In Hilversum maakt ruim 1 van de 5 huishoudens (9.000) gebruik van een voorziening vanuit de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of de Jeugdwet (enkelvoudige ondersteuning). In Hilversum hebben daarnaast bijna 900 huishoudens een combinatie van voorzieningen uit deze drie wetten (bron: Peiljaar 2021 voor Hilversumse cijfers over voorzieningengebruik). Iedere wijk en buurt heeft een eigen samenstelling en identiteit, en eigen behoeften en knelpunten.
.
Jacob Catsstraat voor en na herinrichting openbare ruimte
Een aantal wijken en buurten staat er in meerdere opzichten goed voor. Tegelijk zie we in sommige wijken steeds meer inwoners die er op meerdere leefgebieden minder goed voor staan. Bij deze Hilversummers komt vaak veel samen: een onzeker en laag inkomen en een slechtere gezondheid. De veiligheid en de verbinding tussen inwoners staan in deze wijken eerder onder druk. De woningen in die wijken zijn van mindere kwaliteit. Dat is vooral zo in wijken en buurten met veel sociale huurwoningen. Juist daar zullen de komende jaren statushouders gaan wonen en inwoners die bij het zelfstandig wonen begeleiding nodig hebben.
Visie openbare ruimte
71
<
<
< inhoud
5.2 Stedelijk programmeren met gebiedsgerichte aanpak Vanuit het streven om de ambities en opgaven met zo min mogelijk overlast voor de leefbaarheid en toegankelijkheid van Hilversum te realiseren streven we waar mogelijk naar een integrale aanpak in de openbare ruimte. Dit moet in de programmering en planning tot uitdrukking komen. In het schema is weergegeven welke werkwijze we willen volgen bij de programmering en planning van de activiteiten. De uitwerking van een integrale aanpak van de openbare ruimte vraagt om een combinatie van stedelijk programmeren en plannen en een gebiedsgerichte aanpak. In de Omgevingsvisie is opgenomen dat we gaan werken met gebiedsagenda’s voor de uitvoering. Het is evident dat de openbare ruimte en de opgaven die we daarin hebben deel uitmaken van de gebiedsagenda’s. Tegelijkertijd moeten we de aanpak van de openbare ruimte vanuit een stedelijk perspectief blijven beschouwen, omdat de openbare ruimte en daarin ondergebrachte nutsvoorzieningen systemen en netwerken kennen die boven het niveau van de gebieden uitstijgen. Om tot een uitvoerbaar meerjarig investeringsprogramma voor de openbare ruimte te komen, zullen we door verschillende lenzen naar de programmering en planning van de opgaven moeten kijken. Naast de inhoudelijke opgaven zijn dat het geld dat kan worden ingezet voor het realiseren van de opgaven en de uitvoerbaarheid van het werk.
72 Visie openbare ruimte
OPGAVE
GELD
UITVOERBAARHEID
Visie openbare ruimte
73
<
<
< inhoud Geld
Uitvoerbaarheid
Niet voor alle opgaven beschikken wij over de middelen. Soms beschikken andere partijen over de middelen, zoals bijvoorbeeld voor de verzwaring van het elektranet. Daarnaast zijn er opgaven waarvoor nog geen middelen beschikbaar zijn gemaakt. Dat is een gegeven waarmee we moeten werken. Temeer, omdat de financiële draagkracht van onze gemeente grenzen heeft.
Naast beschikbaarheid van budgetten speelt ook mee of de ingrepen in de openbare ruimte door de stad en door de organisatie kunnen worden gedragen. Beiden stellen grenzen aan wat uitvoerbaar is in een periode. Voor de draagkracht van de stad gaat het erom dat de leefbaarheid en bereikbaarheid van de stad niet onnodig mag lijden onder werkzaamheden in de openbare ruimte. Dit vraagt om een zorgvuldige bewaking van de uitvoeringslogistiek.
Voor de vervangingsopgave (eerste leidende principe) hebben we als gemeente jaarlijks een budget in de begroting. Voor gebiedsontwikkelingen is financiering via een grondexploitatie mogelijk. Voor andere opgaven zijn we afhankelijk van de inzet en middelen van derden. Goede afspraken met de betrokken partijen over hun inzet van middelen zijn nodig voor een solide programmering en planning. Wat al gebeurt is dat de gemeente en de nutsbedrijven afstemming hebben over de programmering en planning van de investeringen in de openbare ruimte en de investeringen aan kabels en leidingen. Daarbij zijn we steeds op zoek naar de mogelijkheden om werk met werk te maken. Wat we ons daarbij moeten realiseren is dat het verbinden van meerdere opgaven in een project in de meeste gevallen leidt tot een hogere investeringssom voor de betrokken partijen. Die meerkosten in de investeringssom kunnen het gevolg zijn van:
. . .
Sub optimalisatie in het moment waarop wij investeren, om mee te gaan in de investering van een andere partij; Toenemende complexiteit in voorbereiding en uitvoering, omdat meerdere partijen en belangen betrokken zijn; Noodzaak om in het werk voorzieningen te treffen voor de vervolgwerkzaamheden van een andere partij.
De gemeentelijke organisatie en de uitvoeringsorganisaties in de markt moeten ook voldoende capaciteit hebben om het werk te kunnen uitvoeren. Een belangrijke notie is dat we ons moeten realiseren dat het Rijk, twaalf provincies, 21 waterschappen en 341 gemeenten gelijktijdig met ons werken aan dezelfde soort opgaven in het ruimtelijk domein. Samen vissen we in dezelfde vijvers voor personeel, uitvoerende partijen en materialen om het werk te kunnen doen. Om een goed beroep te kunnen doen op de markt is het nodig om inzicht te hebben in wat we jaarlijks kunnen omzetten aan investeringen in de openbare ruimte. Bij de uitvoerbaarheid gaat het ook over de doorlooptijden van projecten. Voor projecten in de openbare ruimte hebben we een bouwproces van initiatief tot overdracht. Wanneer een initiatief voor een project is opgenomen in het investeringsprogramma moet het nog worden gestart. Van start initiatief tot de overdracht van een project in beheer heeft een project een doorlooptijd van minimaal 3 jaar. Dit betekent dat om jaarlijks 6,5 kilometer rioolvervanging uit te kunnen voeren we jaarlijks ook 13 kilometer rioolvervanging in voorbereiding hebben. En om in 27 straten het elektranet te verzwaren moeten er jaarlijks 54 straten in voorbereiding zijn. Dit is een omvangrijke opgave die veel vraagt van de organisatie, de uitvoeringsorganisaties in de markt en de samenleving
De doorlooptijd van projecten neemt toe als de complexiteit van een project toeneemt door meerdere opgaven, belangen en betrokken partijen. Om de voortgang van werkzaamheden te borgen betekent het dat we meer werken in voorbereiding moeten nemen. De uitvoeringspraktijk nu is dat de realisatie veelal achterblijft bij de voornemens.
Meerjarig investeringsprogramma Samenvattend betekent het dat we in een jaarlijks te actualiseren meerjarig investeringsprogramma voor de openbare ruimte:Voor de korte termijn (1 – 4 jaar), middellange termijn (5 – 10 jaar) en lange termijn (> 10 jaar) zicht geven op de planning en middelen voor projecten en de programmering van opgaven in de stad: 1. Steeds schakelen tussen wat er gebiedsgericht nodig is en stedelijk mogelijk is; 2. Budgetten voor investeringen waar dat mogelijk en nodig is bundelen in integrale projecten; 3.
Afspraken hebben met betrokken partners over de programmering en planning voor investeringen in de stad en de bijdragen die we met elkaar doen aan gezamenlijke investeringen;
4.
Wendbaarheid en flexibiliteit organiseren zodat de organisatie kan inspelen op ontwikkelingen, kansen en knelpunten die zich onherroepelijk gaan voordoen bij de realisatie van onze ambities in de openbare ruimte.
Per project zullen eventuele meerkosten op het geëigende moment in de besluitvorming over de financiering van een project moeten worden betrokken. Kosten kunnen dan ook een overweging zijn om het niet te doen.
74 Visie openbare ruimte
Visie openbare ruimte
75
<
<
< inhoud
5.3 Integrale uitvoering is ingewikkeld Bij de samenwerking moeten we rekening houden met de uitvoeringslogistiek van werken in de openbare ruimte. Want als de plannen gemaakt zijn en de schop de grond in gaat, willen we dat dit bij voorkeur zo efficiënt mogelijk en in één keer goed doen om de overlast voor inwoners zo beperkt mogelijk te houden. Dat geldt voor inwoners in de straat waar de werkzaamheden plaatsvinden, maar uiteraard ook breder voor de inwoners in de buurten, wijken en de hele stad die zich door de stad verplaatsen. Voor een woonstraat is de invloedsfeer veelal alleen de straat zelf en de omliggende buurt. Voor de ring is de invloedsfeer al snel een deel van de stad.
Een gemeentelijk opslagdepot helpt om overlast te verminderen
Uitvoeringslogistiek bepaalt doorlooptijd van uitvoering
Een aandachtspunt in de uitvoering is de opslag van materialen. Als gemeente beschikken we niet over een opslagdepot. Daarom worden materialen nu vaak langdurig in plantsoenen nabij de werken opgeslagen. Naast de schade die dit aanbrengt aan de plantsoenen, veroorzaakt dit langdurige overlast voor de omwonenden.
Om richting te kunnen geven aan welke hinder we acceptabel vinden is het goed om een notie te hebben van de uitvoeringslogistiek van een werk.
Een gemeentelijk opslagdepot draagt ook hier enorm bij aan een efficiëntere manier van werken bij het inrichten en beheren van de openbare ruimte, waarbij we de leefbaarheid in de stad minder verstoren.
Waar in de programmering en planning integraal projecten kunnen worden gesmeed is het integraal werken in de voorbereiding en uitvoering van een project een stuk weerbarstiger. In de voorbereiding en uitvoering krijgen we te maken met een bepaalde volgorde waar we niet van kunnen afwijken. Voorwaarden voor de uitvoering en werkwijzen van de verschillende betrokken partijen sluiten niet altijd op elkaar aan.
Zo beperkt mogelijke overlast betekent sowieso dat we met elkaar hinder moeten accepteren. Afhankelijk van de aard, omvang en complexiteit van een werk heeft die hinder een langere doorlooptijd en een grotere invloedsfeer.
76 Visie openbare ruimte
Visie openbare ruimte
77
<
<
< inhoud Uitvoeringslogistiek
Na voorbereiding ziet de uitvoeringsvolgorde er daarmee als volgt uit:
Aan de hand van een projectvoorbeeld schetsen we de aanpak, de volgorde der dingen en de aandachtspunten. In het project combineren we een rioolvervanging met de herinrichting van een straat en een netverzwaring door aanleg van een middenspanningsnet met een middenspanningsruimte. In de straat is sprake van een brosse gasleiding een de bodemkwaliteitsklasse is industrie, hetgeen niet aansluit bij de woonfunctie van het gebied. De gemeente, Liander en Vitens werken samen in een bouwteam en zorgen voor een gezamenlijk plan. In de uitvoering kunnen we minder goed gezamenlijk verder, omdat de uitgangspunten voor uitvoering verschillen. Als gemeente werken we in tracé’s van 80 meter aan de rioolvervanging en herinrichting van de openbare ruimte. Liander moet een kabel in een keer uitleggen over de volle lengte van een straat.
. . .
ACTIVITEIT
TOELICHTING
1. Sanering brosse leidingen
Sanering brosse leidingen gebeurt altijd vooruitlopend op andere grondroerende activiteiten in verband met explosiegevaar.
2. Sanering grond
Sanering van grond vindt plaats voor uitvoering werk om onveilige werksituaties te voorkomen.
3. Uitvoeren vervanging riolering in trajecten van 80 tot 160 meter met aanleg mantelbuizen voor uitvoering van de netverzwaring
Bij de uitvoering van werken in woonstraten moeten we voldoen aan de bereikbaarheidseisen van brandweer en ambulance. Deze is gesteld op 80 meter van aanrijplek op de weg naar de ingang van het verst gelegen woonperceel. Als benadering van twee zijden mogelijk is, kan de tracélengte worden opgerekt tot 160 meter.
Bij de uitvoering houden we rekening met:
Bereikbaarheid van alle percelen en parkeren van auto’s. Daarbij heeft vrijwel elke straat in Hilversum wel een of meerdere bedrijven of instellingen die altijd bereikbaar moeten zijn Eis Brandweer / Ambulance is maximale open te breken weggedeelte is 80 meter weg naar een perceel, waarbij 1 zijde altijd begaanbaar moet zijn. Coördinatie van ARBO-plan in verband met meerdere uitvoerende partijen.
Om na herinrichting van de openbare ruimte te voorkomen dat de weg nog een keer moet worden opengebroken voor de netverzwaring worden mantelbuizen aangebracht. 4. Herinrichting openbare ruimte openbare ruimte.
Na de rioolvervanging wordt de openbare ruimte heringericht. Daarbij wordt rekening gehouden met de werkzaamheden voor de netverzwaring.
5. Uitvoering netverzwaring over de volle lengte van een straat en plaatsing middenspanningsruimtes.
Sociale relevantie: Verbeteren verbindingen met omliggende wijken (recreatief gebruik door bewoners van andere buurten).
6 Afronding herinrichting openbare ruimte.
Na het leggen van de elektrakabels en de plaatsing van middenspanningsruimten wordt de herinrichting afgerond.
Vanuit de optelsom van de omvang van de opgaven, de beperkingen in middelen en uitvoerbaarheid, de doorlooptijden van projecten, de volgordelijkheid van de uitvoering van werken is het goed om ambitieus te zijn in wat we willen realiseren in de stad en tegelijk realistisch te blijven over wat we kunnen uitvoeren. Door dat in balans te houden kunnen we bouwen aan een toekomstbestendige openbare ruimte voor Hilversum.
78 Visie openbare ruimte
Visie openbare ruimte
79
<
<
< inhoud
.
.
Samen het nieuwe Jac. P. Thijsseplein ontwerpen en gebruiken
5.4 Aanpak beweeg-, speel- en ontmoetingsplekken De vervanging van speelplekken maakt deel uit van de beheeraanpak. Om speelplekken om te vormen naar gecombineerde beweeg-, speel en ontmoetingsplekken gaan we de vervangingsmomenten benutten om bestaande plekken om te vormen.
80 Visie openbare ruimte
In gesprek met kinderen in de Kindergemeenteraad op 20 september 2023 en tijdens een werksessie op het A. Roland Holstcollege op 27 september 2023 en 4 oktober 2023 is in beeld gebracht wat kinderen belangrijk vinden voor de ideale beweeg-, speel- en ontmoetingsplek. Een verslag met de gemaakte collages is beschikbaar in bijlage 2 Participatie. Vanuit deze werksessies hebben we een aantal speelregels opgemaakt voor het inrichten en beheren van beweeg-, speel- en ontmoetingsplekken. Tien speelregels voor beweeg-, speel- en ontmoetingsplekken:
Twee collages A. Roland Holstcollege voor de ideale beweeg-, speel- en ontmoetingsplek
3.
Zijn niet alleen plekken in de stad, maar ook routes door de stad;
4.
Zijn veilig te bereiken;
5. Zijn schoon, heel en veilig; 6.
Zijn verbonden met buurthuizen voor gecoördineerd sport- en spelaanbod en veiligheid;
7. Bieden ruimte voor ontspanning en buurtevenementen; 8. Delen de ruimte met natuur en water;
1. Zijn van de buurt, doordat de gebruikers zijn betrokken bij inrichting en het beheer;
9. Bevatten naast natuurlijke spelaanleidingen ook formele speeltoestellen;
2. Zijn toegankelijk en bereikbaar voor iedereen van 0 tot 99;
10. Hebben drinkwatervoorziening en ruimte voor het aanbieden van versnaperingen.
Visie openbare ruimte
81
<
<
< inhoud
BIJLAGE 1
(wens) Afstanden tussen kabels en leidingen, afstanden tot de gevel en kabelvrije zone bij bomen
Maatvoering en afstanden in de openbare ruimte
82 Visie openbare ruimte
Visie openbare ruimte
83
<
<
< inhoud
BIJLAGE 2 Verslag participatie In het proces van de Omgevingsvisie heeft uitvoering participatie plaatsgevonden. In het proces van de Visie openbare ruimte hebben we daar gebruik van gemaakt en daarop doorgepakt. Daarbij hebben we met de (concept) Visie openbare ruimte hebben we een aantal specifieke doelgroepen betrokken. Dit betrof bijvoorbeeld onze jeugd (daar bouwen we voor) in de vorm van de Kindergemeenteraad en een praktische sessie op het A. Roland Holst college. Ook hebben we een collegiale toets gedaan door in gesprek te gaan met de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten, het Platform Chronisch Zieken en Gehandicapten en verschillende nutsbedrijven. Zie ook de bijlage waarin een korte notitie is opgenomen over deze sessies.
84 Visie openbare ruimte
Kindergemeenteraad Op 20 september hebben we met de Kindergemeenteraad gesproken over de ideale speel-, beweeg-, ontmoetingsplek. Allereerst is het goed om te vermelden dat het indrukwekkend is om te zien hoe snel de kinderen in staat zijn om te benomen wat zij belangrijk vinden.
. . . . . . . .
Meer ruimte voor groen, sporten in het groen, gezonde zuurstof door groen; Houd bij de openbare ruimte en speelplekken in het bijzonder rekening met het gebruik en toegankelijkheid voor gehandicapten.
Gevraagd naar de wens voor natuurlijk spelen of meer spelen in plantsoenen en groenstroken met speelaanleidingen, zoals boomstammen, reageerden de kinderen als volgt:
. . . . .
Veldjes zijn prima, maar ook behoefte aan speelplaatsen; Boomstammen alleen zijn vrij saai, combineer bv met waterspeelplek; Probeer ook hier een multisportveld te creëren. Probleem is hoe deze speelplekken vrij te houden van hondenpoep; Trampoline in het groen zou geweldig zijn.
Zorg voor meervoudig gebruik, geschikt voor meerdere sporten:
A. Roland Holstcollege
Liever een groene ondergrond dan veel verharding, ook ivm het risico op verwondingen bij vallen;
27 september en 3 oktober hebben we in samenwerking met de stichting Omgevingseducatie en het Dudokcentrum een werksessie gedaan met leerlingen uit VWO 2 van het A. Roland Holstcollege. In deze werksessie hebben de leerlingen in groepjes moodboards gemaakt voor de ideale speel-, beweeg-, ontmoetingsplek. Dit heeft zeven mooie posters opgeleverd die verkleind zijn ingevoegd.
Speelplekken moeten geschikt zijn voor meerdere leeftijden kinderen; Enkele suggesties speelinstrumenten: hamsterrad, meerdere schommels tegelijk, grotere doeltjes (ipv kleine); Maak ballenvangers niet te laag; Sport en spel proberen te combineren, of beide aanbieden;
Visie openbare ruimte
85
<
<
< inhoud
86 Visie openbare ruimte
Visie openbare ruimte
87
<
<
< inhoud Collegiale Toets We hebben verschillende (nuts)partijen uitgenodigd voor een toelichtend gesprek over de visie openbare ruimte. Uiteindelijk hebben we een bijeenkomst gehad met Liander, Vitens en de Regio Gooi en Vechtstreek. Men was enthousiast over de gebiedsgerichte aanpak waarbij duidelijk prioriteiten gesteld worden. Er kwam naar voren dat met name het integraal werken met verschillende partijen steeds belangrijker wordt. Hiervoor kunnen we meer informatie met elkaar gaan delen, al dan niet via een platform/signaalkaart waarop we meekoppelkansen laten zien. Met Liander vindt deze uitwisseling plaats in het kader van het verzwaren van het elektriciteitsnet en de plaatsing van zogenoemde middenspanningsruimten. Liander heeft hierbij haar opgave goed in beeld. Voor de verdere aanpak kan de Gemeente Hilversum bijvoorbeeld werken met een beslisboom die kan worden opgenomen in het handboek. Eventueel kan in die beslisboom een variatie worden gemaakt afhankelijk van de prioritering van de gebiedsgerichte aanpak die per locatie kan verschillen. Bij het principe “als het niet kan zoals het moet, moet het zoals het kan” hebben we gesproken over de minimale afstanden die tussen kabels en leidingen moet worden aangehouden. Omdat de ruimte soms zal knellen, moeten we hier creatief mee omgaan. Aan veiligheid wordt echter nooit afgedaan.
In het kader van de ondergronds benodigde ruimte hebben we gesproken over afvalcontainers en zwerfafval. De nadere uitwerking van het onderdeel afval zal verder worden opgepakt in het handboek. Partijen ontvangen graag de uiteindelijke visie
88 Visie openbare ruimte
Platform Chronisch Zieken & Gehandicapten
Commissie Ruimtelijke Kwaliteit & Monumenten
We hebben gesproken over met name de paragraaf inclusiviteit en toegankelijkheid. Het is goed om de bestaande kwaliteiten op dit vlak zeker te behouden en in nieuwe situaties te verbeteren. Overigens hoeft niet alles toegankelijk te zijn, het is een utopie om dat te willen realiseren. We moeten ons realiseren dat het gaat om een goede mix. Soms/vaak is daarbij maatwerk (bv naar aanleiding van participatie) het beste. We moeten ons bewust zijn dat mensen met een beperking (financieel) kwetsbaar zijn en vooral bezig zijn met overleven. Het is belangrijk dat op het netvlies te houden.
Met de commissie ontstond een geanimeerd gesprek tussen vakspecialisten, een informeel adviesgesprek. Naast deze beknopte weergave van het gesprek hebben we een uitvoerig advies ontvangen. Het gesprek hebben we gevoerd na een uiteenzetting van het proces hoe we de visie zijn gaan opbouwen. Vervolgens hebben we een voorbeeldcasus besproken, waarbij na herinrichting diverse knelpunten helder in beeld kwamen. De wens voor een dubbele bomenrij en tegelijkertijd de wens voor een lage temperatuur warmtenet, de wens voor een extra traforuimte etc.
Tot slot hebben we gesproken over communicatie voor- of nadat de visie is vastgesteld als voorbereiding voor inwoners. Echter dit is een complexe opgave. Natuurlijk volgt deze visie op de Ontwerp omgevingsvisie en bovendien is het niet altijd relevant wanneer straten voorlopig niet aan vervanging toe zijn.
Gesproken is over een nadere onderbouwing van alle informatie in de visie (met name het kaartmateriaal), het duidelijker en scherper positioneren van de opgaven en visie daarvan (onderbouwing draagt uiteindelijk bij aan het uitleggen van de urgentie). Er is veel onderbouwend materiaal beschikbaar, wanneer we dit allemaal opnemen, komt het de leesbaarheid niet ten goede en wordt de visie (te) omvangrijk. Ook is gesproken over hoe te acteren op basis van de kaarten met knelpunten en in hoeverre opgaven vrijblijvend opgepakt worden. Met andere woorden, de positionering van de visie en eventueel handboek en de hierin is van vitaal belang voor het succes ervan. Er wordt veel verwezen naar de Omgevingsvisie, maar daar wordt nog aan gewerkt. Het is belangrijk om beide stukken optimaal naar elkaar te laten verwijzen en laten samenvallen. Tot slot heeft de commissie geadviseerd om uitspraken te doen over een eindbeeld van de totale openbare ruimte (ga versnippering tegen) in de stad.
Visie openbare ruimte
89
<
<
< inhoud
COLOFON Titel Visie openbare ruimte, Beweging in de openbare ruimte Status Vastgesteld door de gemeenteraad op 31 januari 2024 Procesbegeleiding en advies Burger’s Organisatie- & Beheeradvies i.s.m. Cronenberg Advies B.V. Begeleiding en verslaglegging jeugdparticipatie Stichting Omgevingseducatie, Maya Heinsbroek Dudok Architectuur Centrum, Luuc Jonker Tekst en beeldmateriaal (kaarten, foto’s, overige illustraties) Burger’s Organisatie- & Beheeradvies i.s.m. Cronenberg Advies B.V. en Gemeente Hilversum Vormgeving PMS Ontwerp Hilversum
90 Visie openbare ruimte
Visie openbare ruimte
91