Verslag werkgroep horecaverordening 8 april 2021
Tekst van het document
Beknopt verslag werkgroep horecaverordening 8 april 2021 Plaats: Notulist: Tijd:
Teams David Volmer 15:00 tot 16:30 uur
1. Opening en mededelingen Er zijn geen mededelingen 2. Opgaven en horecaverordening versie 0.3 - opmerkingen van 15 januari 2021 (zie beantwoording in document met opgaven) De opmerkingen van 15 januari 2021 zijn verwerkt. Naar aanleiding van het doorlopen van de antwoorden daarop worden de volgende punten besproken en afgesproken: - In artikel 11 wordt ‘volledig’ vervangen door ‘ontvankelijk’. - Artikel 11 wordt verder verzwaard. Vanuit ondermijning is het wenselijk om nieuwe ondernemers zo snel mogelijk in beeld te hebben. Daarom wordt opgenomen om een nieuwe vergunningsaanvraag te laten doen vóór de overdacht. Ook een verkopende partij is daar bij gebaat. - Theoretisch bestaat er een verplichting tot een aanhangsel voor de exploitatievergunning. Vanuit de praktijk wordt dit vaak al achterwege gelaten wanneer een horecabedrijf ook beschikt over een Drank- en Horecavergunning. Hier staan immers doorgaans dezelfde personen op. Dit betekent ook minder werk en legeskosten voor ondernemers. Dit wordt daarom in de verordening opgenomen. - Er wordt gesproken over de sluitingstijden. Er zijn enkele signalen bekend dat afhaalzaken buiten het horecaconcentratiegebied overlast veroorzaken door de ruime openingstijden die in het horecakader zijn opgenomen. Verder is het beeld dat de sluitingstijden goed worden nageleefd.
Er wordt geen aanleiding gezien om de sluitingstijden aan te passen. 2. Extra weigeringsgrond De extra weigeringsgrond dient gezien te worden als een instrument voor excessen. De motivatie per besluit is erg belangrijk. Deze uitleg laten we in de toelichting terugkomen. In Utrecht blijkt dat er nooit langer dan een jaar voor een dergelijke weigering wordt gekozen. Ook heeft de rechtbank zich onlangs uitgesproken over dit artikel in de Utrechtse horecaverordening. Die uitspraak wordt bekeken. De termijn van vijf jaar sluit aan bij de Drank- en Horecawet (artikel 27, tweede lid).
4. Waterpijpen en shishalounges Zowel landelijk als lokaal wordt dit als een probleem ervaren. Risico’s zijn: brandveiligheid (in Hilversum is ook een brand geweest in een shishalounge), gezondheid (te veel koolmonoxide) en ondermijning. De Tabaks- en Rookwarenwet is van toepassing. De oorspronkelijke opzet in de horecaverordening om shishalounges te reguleren is onvoldoende gemotiveerd. Zo blijken de huidige shishalounges buiten het horecaconcentratiegebied te zitten en niet bekend is waarom dat alleen toegestaan zou worden binnen het horecaconcentratiegebied. Het beleid voor regulering van shishalounges vraagt nog nader onderzoek. Ook voorbeelden uit Rotterdam en Gouda worden geraadpleegd. KHN vraagt hoe het dan zit met verdampers? Daar is geen direct antwoord op. KHN laat weten geen exploitanten van shishalounges in de achterban te hebben en heeft over dit onderwerp geen mening. 8. Hotels De conclusie wordt gedeeld. Het hotelkader is geen aanleiding om de horecaverordening aan te passen. Gesproken wordt nog over de mogelijkheid om de exploitatievergunningsplicht voor hotels die de horeca-activiteit enkel richten op de gasten te laten vervallen. Dit lijkt verantwoord gelet op de openbare orde en woon- en leefklimaat. Voor toekomstige hotels, zoals beoogd in het hotelkader, ligt dit niet voor de hand.
Daarnaast blijken er 2 hotels te zijn die alleen kamers met minibar verhuren. Gesteld wordt dat deze al buiten de definitie vallen en niet vergunningsplichtig zijn. 3. Rondvraag a. David deelt mee dat na het overleg van 26 april de stukken worden gedeeld met de horeca ten behoeve van het groot horecaoverleg. 4. Afsluiting