Verslag raadsvergadering d.d. 3 maart 2021
Tekst van het document
De heer KRUIJSWIJK JANSEN roept de raad op om gebruik te maken van het geleerde in het proces. Door veel met elkaar in gesprek te gaan komt men vooruit. De heer GÖBBELS ziet in de begroting kaderstellende documenten als de mediavisie die in 2019 al verlopen is. Dat heeft het college nooit gehinderd bij beleid. De heer VOORINK (wethouder) meent dat men altijd nieuw beleid kan maken, maar stelt dat voor het maken van prestatieafspraken een nieuwe woonvisie nodig is. Ook is er de wettelijke plicht een warmtetransitievisie op te leveren. Met de indieners van motie M 21-27 is hij het eens dat erfgoed van groot belang is en ook aandacht krijgt in het plan van aanpak en gesprekken. De heer HELLER (wethouder) wijst op drie beschermde stadsgezichten en 250 rijksmonumenten in Hilversum. Daarnaast heeft de gemeente zelf 850 gemeentelijke monumenten aangewezen. Kwaliteiten en waardes zijn beschreven. Er is welstandsbeleid en in de bestemmingsplannen zijn de ruimtelijke kwaliteit en de cultuurhistorische waarden beschreven en beschermd. Het landelijke beleid ten aanzien van cultureel erfgoed is voor de gemeente Hilversum de basis. Daarbij draait het om behoud van cultureel erfgoed en de positionering van cultureel erfgoed in de leefomgeving van mensen en de verbindende kracht die cultureel erfgoed kan hebben.
In het voorliggende herziene plan van aanpak wordt cultureel erfgoed op meerdere plekken expliciet benoemd. Cultureel erfgoed is uitgangspunt voor de Omgevingsvisie 2040 en toekomstige HI20210303
19
ontwikkelingen. Op de omgevingsfoto wordt de grote waarde van cultureel erfgoed samenvattend beschreven en de raad gaat die aan het eind van fase 1 van de voorliggende planning ook vaststellen. In de participatie voor de omgevingsvisie is het mogelijk lacunes in het beleid te ervaren en die op te pakken. Het voornemen is om in 2022 voor cultureel erfgoed een programma op te stellen zoals bedoeld in de Omgevingswet, vergelijkbaar met het programma Groen. In die zin ziet het college weinig tot geen meerwaarde in het onder stoom en kokend water produceren van een visie op cultureel erfgoed. Daarom ontraadt hij motie M 21-27. Het naar de raad doorzetten van een dergelijke visie klinkt ook iets anders dan de afspraken die recent met elkaar zijn gemaakt op aangeven van de werkgroep vergaderen met betrekking tot het tot stand komen van visies en kaderstellende stukken. Mevrouw KALK begrijpt de laatste opmerking van wethouder Heller niet en ook niet waarom die motie M 21-27 stellig ontraadt. De kern van het bezwaar van de wethouder tegen die motie begrijpt zij niet. De heer GÖBBELS hoort de wethouder het belang van cultureel erfgoed en de visie onderstrepen, maar een andere conclusie trekken. De foto van Hilversum maakt ook een opname van de mobiliteit, maar toch maakt de gemeente ook een mobiliteitsvisie. De heer HELLER (wethouder) reageert dat er daartoe actuele aanleiding is.
De raad heeft namelijk behoefte om beleid bij te stellen. Het college ziet echter geen toegevoegde waarde om onder tijdsdruk een aparte visie voor cultureel erfgoed voor te leggen. Ook is er geen dwingende reden om beleid daarvoor te actualiseren. Afgesproken is voor visiestukken en kaderstellende stukken voor de raad een uitgebreid proces te doorlopen met een startdocument en participatie. Mevrouw KALK vraagt of de wethouder motie M 21-27 wel ondersteunt als zij daaruit de woorden ‘zo snel mogelijk’ haalt. Wethouder en indieners zijn het namelijk eens. De heer GÖBBELS informeert waarom de raad in februari 2020 een beeldvormende sessie over cultureel erfgoed heeft gehad. De heer HELLER (wethouder) noemt motie M 21-27 overbodig omdat een visie niets toevoegt. Alle ingrediënten zijn voorhanden en er zijn geen lacunes of omissies. Ook zijn er geen dwingende redenen voor actualisatie of bijstelling van beleid. De beeldvormende sessie over cultureel erfgoed ging onder andere over het voornemen om een beleidsagenda op te stellen voor cultureel erfgoed, waarvan onder meer vanwege bezuinigingen is afgezien. Amendement A 21-23 van Hilversums Belang over dekking uitvoeringskosten omgevingsvisie wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 32 tegen 2 stemmen aangenomen, met de stemmen van het lid De Jong van D66 en het lid Koç van Hart voor Hilversum tegen.
Beide tegenstemmers geven aan abusievelijk verkeerd te hebben gestemd (de leden De Jong-Schrijvers van Hart voor Hilversum en Kalk van de PvdA hebben niet gestemd). Amendement A 21-28 van Democraten Hilversum en Hilversums Belang over de planning in het plan van aanpak omgevingsvisie wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 5 tegen 31 stemmen verworpen, met de stemmen van het lid Koç van Hart voor Hilversum, de SP, Hilversums Belang en Democraten Hilversum voor. Motie M 21-25 van Democraten Hilversum en Hilversums Belang, ‘Geen mosterd na de maaltijd’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 4 tegen 31 stemmen verworpen, met de stemmen van de SP, Hilversums Belang en Democraten Hilversum voor (het lid Pelsma van de ChristenUnie heeft niet gestemd). Motie M 21-27 van Democraten Hilversum, de PvdA, Hilversums Belang, de SP en Leefbaar Hilversum over alle omgevingswaarden in beeld brengen wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 8 tegen 23 stemmen verworpen, met de HI20210303
20
stemmen van het CDA, de SP, Hilversums Belang en Democraten Hilversum voor (de leden Boumadkar Boukhriss, de Jong-Schrijvers en Koç van Hart voor Hilversum en de leden Van Drooge en Kalk van de PvdA hebben niet gestemd). Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 10
VRAGEN AAN HET COLLEGE Er zijn geen vragen.
11
MOTIE M 21-17 VAN DE VVD, HART VOOR HILVERSUM, D66 EN HILVERSUMS BELANG OVER HERNIEUWD PERSPECTIEF VOOR DE HORECA “De raad van Hilversum, in vergadering bijeen op woensdag 27 januari 2021; overwegende dat: we helaas nog vol in de lockdown zitten en er op termijn meer duidelijkheid komt over het perspectief voor de hard getroffen horeca sector; ondernemers in afwachting zijn om met al hun creativiteit weer te kunnen opstarten; het van belang is dat we de economie straks weer met een extra boost kunnen opstarten; de gemeente ook een belangrijke rol heeft om dit proces te begeleiden en te optimaliseren met meer ruimte voor terrassen in de openbare ruimte; ondernemers in de horeca extra willen investeren in de terraskwaliteit maar voor hen er meer zekerheid nodig is om de extra investeringen ook te kunnen terugverdienen; verzoekt het college: om vanuit de taskforce een plan te maken om de herstart van de economie te optimaliseren waarbij nadrukkelijk wordt meegenomen de noodzaak om voor de horeca de terrasuitbreiding voor de komende drie jaar veilig te stellen.
Bij deze terrasuitbreiding dient ook het precariobeleid betrokken te worden, in die zin dat voor de uitbreiding van de terrassen niet de gebruikelijke tarieven uit de Precarioverordening in rekening worden gebracht; en gaat over tot de orde van de dag.” (Motie M 21-17 van de VVD, Hart voor Hilversum, D66 en Hilversums Belang) (Motie M 21-19) “De gemeenteraad van Hilversum in vergadering bijeen op 3 maart 2021, overwegende dat: we helaas nog volop in lockdown/beperkende coronamaatregelen zitten en er op termijn duidelijkheid komt over het perspectief voor de hard getroffen samenleving; bewoners in afwachting zijn om met al hun creativiteit hun activiteiten weer te kunnen opstarten; het van belang is dat we de samenleving straks weer met een extra boost op alle fronten op kunnen starten; de gemeente ook een belangrijke rol heeft om dit proces te begeleiden en te optimaliseren met ruimte voor de activiteiten die het sociale leven in de breedheid weer herstellen; verder overwegende dat: de crisis bewoners in verschillende mate heeft getroffen; kwetsbare inwoners deze gevolgen aan den lijve ervaren; de onderwijsachterstanden onder kinderen en jongeren zijn gegroeid; er op heel veel fronten al maatregelen worden getroffen om bepaalde (doel)groepen te ondersteunen; het aan een integrale en afgewogen aanpak ontbreekt om: - maatregelen met elkaar te kunnen verbinden;
HI20210303
21
- sociaal maatschappelijke en economische versterkingsmaatregelen in samenhang in te zetten; - om zodoende vliegwiel effecten te kunnen bereiken die de gehele samenleving ten goede komen; verzoekt het college om met een taskforce een integraal social impact programma te ontwikkelen, met daarin aandacht voor/inzet van: de aansluiting bij het landelijke programma Maatwerk Multiprobleemhuishoudens met de inzet van het landelijk escalatie team en de uitrol van het landelijk maatwerkregister en de inzet van de overbruggingsprocedure; de versnelling in de Brede Schuldenaanpak (preventie en toeleiding, versnelling van de dienstverlening, versterken signalerings- en verwijsfunctie zorgverleners en sneller signaleren betaalachterstanden); de huisvesting van kwetsbare groepen, zoals dak- en thuislozen, arbeidsmigranten, jongeren die jeugdhulp verlaten en mensen met verward gedrag: met meer woonplekken op korte termijn, meer ruimte voor lokaal maatwerk en basis op orde bij jongeren die jeugdhulp verlaten; het opschalen van de zogenoemde ‘doorbraakmethode’: De in het sociaal domein werkzame professionals worden de komende tijd extra ondersteund om jaarlijks 250 huishoudens met ingewikkelde problemen te helpen; proactief aansluiting te zoeken bij het Nationaal Plan gelijke onderwijskansen en wegwerken achterstanden van de G4 met maatregelen op het gebied van gelijke toegang van
de peutervoorzieningen voor alle kinderen van 0-4 jaar, extra leertijd voor kinderen en jongeren die dat het hardst nodig hebben, het uitstellen van het selectiemoment voor de middelbare school en de bestrijding van het lerarentekort; het intensiveren van de maatregelen om (langdurige en jeugd-)werkloosheid te voorkomen: Van werk(loosheid) naar werk en omscholing binnen de arbeidsmarktregio’s om kwetsbare met werkloosheid bedreigde jongeren en jongeren die werkloos worden of zijn aan het werk helpen, door in te zetten op doorleren of begeleiding naar werk, zo nodig in combinatie met leren; extra inzet op jeugd en veiligheid; ouderenwerkers (maatschappelijk-, sociaal) in te zetten om huisbezoeken bij eenzame ouderen af te leggen en te kijken hoe er om hun heen een sociaal netwerk opgezet kan worden; het verenigingsleven te ondersteunen bij de hervatting van verenigingsactiviteiten; met ondernemers die gebruik hebben moeten maken van de NOW-regeling te kijken of en waarbij zij hulp nodig hebben om hun onderneming te kunnen laten overleven; met horecaondernemers die tijdelijk hun terras mochten uitbreiden te kijken in hoeverre deze uitbreiding – waar zij de toegankelijkheid voor minder validen en verkeersveiligheid voor iedereen niet hinderen - noodzakelijk zijn om hun onderneming te laten overleven; met horecaondernemers zonder terrasmogelijkheid te kijken welke
ondersteuning zij nodig hebben om hun onderneming te kunnen laten overleven; waarbij voor de ondersteuning van ondernemers nadrukkelijk geldt dat zij over voldoende verdienmogelijkheden beschikken zodat zij, als de beperkende maatregelen worden opgeheven, binnen afzienbare tijd weer levensvatbaar zijn; een strategie om leegstand in het kernwinkelgebied van de binnenstad te verminderen; de opbrengst van het op 10 februari 2021 toegezegde brede debat als input te gebruiken, om zodoende het sociaal economische leven te optimaliseren en helderheid te verkrijgen waar welke investeringen voor het komende jaar in dit kader nodig zijn en dit mee te nemen als richtlijn voor de opstelling van de kadernota 2022; en gaat over tot de orde van de dag.” (Motie M 21-19 van de PvdA en de SP) De heer VOGEL licht motie M 21-17 toe. Voor horecaondernemers is het belangrijk een stukje zekerheid te hebben hoeveel tijd hen gegund is om hun investeringen terug te verdienen via openstelling van terrassen. De motie kost de facto geen geld en levert misschien wat minder precariorechten op. Blij is hij dat uit de collegebrief van 2 maart jl. blijkt dat actie op vele terreinen ondernomen wordt. HI20210303
22
Mevrouw KALK licht motie M 21-19 toe. Corona treft allen en discrimineert niet, maar de gevolgen zijn voor iedereen anders. Vele gevolgen zijn nog niet in voldoende mate bekend, wat de PvdA vorig jaar al aanleiding gaf om het college te verzoeken Covid-analyses te maken die kunnen helpen bij het maken van keuzen en om maatregelen te voorkomen die vooral goed zijn voor de eigen achterban. De PvdA heeft steeds voor een integrale aanpak op het thema gezondheid, de economische gevolgen en de sociaal-maatschappelijke gevolgen gepleit. Punten in de motie zijn opgesteld door vijftien burgemeesters van allerlei politieke kleur, waarmee de samenleving weer een vliegende start te geven is. Dit kan door maatregelen in samenhang te brengen en te beoordelen op hun onderlinge versterking. Er kan aansluiting plaatsvinden op veel goede dingen die nu al gebeuren. Veel benoemde maatregelen zijn niet nieuw, maar zij zoekt naar samenhang, integraliteit en onderlinge versterking, wat steun betekent voor alle inwoners en ondernemers die dat nodig hebben en niet alleen voor een kleine groep. Horeca met en zonder terras, kinderen met leerachterstanden, jongeren, eenzame ouderen, zzp’ers, de evenementenbranche en mensen die hun baan verloren hebben verdienen steun. De afweging behoort het gemeentebestuur te maken op basis van kennis over de gevolgen voor iedereen.
Op deze manier geeft men iedereen de beste kans op een vliegende start om samen uit de crisis te komen. De oproep van minister Koolmees aan gemeenten is om ruimhartig met Tozo 4 om te gaan en de TONK in de meest ruime zin van het woord toe te passen. Wat in de collegebrief van 2 maart jl. staat is heel goed, maar een snelle vergelijking met andere steden lijkt een ander beeld te geven van wat echt ruimhartig is. Hilversum gaat uit van 35% inkomensverlies en in Arnhem is dat 25%. Daarover wil zij spreken en daarom pleit zij voor motie M 21-19 in plaats van motie M 21-17. Mevrouw VERWEIJ waardeert de motie van de PvdA en ziet de VVD zich uitspreken voor steun aan de horeca. Beide fracties vraagt zij echter de moties aan te houden totdat een debat is gevoerd. De urgentie van het debat is heel erg gevoeld. Van de burgemeester en wethouder Walters wil zij de toezegging gestand zien om het debat op vrij korte termijn te voeren, gezien de vele winkels die op het punt staan failliet te gaan. De heer VEENENDAAL wil graag een breed, samenhangend en ambitieus pakket aan gemeentelijke steunmaatregelen voor alle Hilversummers die het zwaar hebben in deze coronatijden. De alleen op de horeca gerichte motie van de VVD vindt hij daarom niet zo’n goed idee. Meer sympathie heeft hij voor de motie van de PvdA en de SP, al wordt daar ook wel weer heel erg veel bijgehaald.
Veel punten uit beide moties zijn geadresseerd in de raadsinformatiebrief van 2 maart jl. over coronasteun. Met dat pakket aan maatregelen is GroenLinks heel erg blij. Samen met de maatregelen die nog in voorbereiding zijn denkt hij dat de gemeente in fase 1, over het lenigen van de acute nood, wel zo’n beetje doet wat binnen de financiële grenzen haalbaar is. Hij rekent erop daarover op heel korte termijn in commissieverband te kunnen praten om te kijken of het pakket nog aanscherping of bijstelling behoeft. Beide moties vindt hij nu overbodig geworden. Mevrouw VREUGDENHIL-DE BLÉCOURT is het eens met het aanhouden van beide moties. Daarin zijn al oplossingen aangedragen zonder dat een goed debat is gevoerd. Samen met het collegebesluit van 2 maart stelt zij voor beide moties aan te houden en het onderwerp eerst in een commissievergadering te bespreken. De heer VOGEL erkent dat veel zaken in motie M 21-19 een integrale afweging behoeven. Motie M 21-17 doet geen financieel beslag op de gemeentebegroting, maar biedt ondernemers wel perspectief voor de komende jaren. Hij is het eens met het op korte termijn aangaan van een debat en pleit niet alleen voor zijn eigen achterban, maar wel voor snel handelen. Mevrouw KALK heeft niet gezegd dat de heer Vogel pleit voor zijn eigen achterban, maar dat de PvdA in juni 2020 een motie heeft ingediend om dat te voorkomen. HI20210303
23
De raadsinformatiebrief doorkruist de aanpak die de PvdA voorstelt, omdat die heel veel maatregelen benoemt die ook heel veel geld kosten. Het debat wil zij graag daarover voeren in een commissievergadering en zij hoopt op de toezegging van de wethouder dat dat kan gebeuren. Indien die toezegging wordt gedaan en als de VVD daartoe ook bereid is wil zij haar motie best aanhouden totdat het debat in een commissievergadering is gevoerd. Zij wil voorkomen besluiten te nemen die misschien goed zijn voor de een, maar een negatief effect hebben voor de ander. De heer STREUTKER kan zich vinden in het van het voorstel van mevrouw Verweij om beide moties aan te houden. De oproepen in beide moties vindt hij terecht. Er zijn heel veel vragen, zodat met elkaar het gesprek is aan te gaan. De heer VOGEL begrijpt die redenering volledig en wil ook de reactie van de wethouder horen ten behoeve van het geven van een inkleuring. Wel is op korte termijn een integrale afweging te maken. De heer JAARSMA gaat ook graag het gesprek aan. De moties neemt hij graag integraal mee, maar hij heeft wel behoefte aan commissiebehandeling voor het nemen van een besluit. De heer SLINGERLAND voegt toe dat een debat niet alleen over korte termijnmaatregelen zou moeten gaan, maar ook over de lange termijn, evenals de post-coronaperiode.
Van motie M 21-17 is hij ook medeondertekenaar en hij roept de VVD op zich niet te laten weerhouden om die motie aan te houden. Mevrouw KALK heeft in haar motie concrete voorstellen genoemd, wat niet wil zeggen dat die een op een overgenomen moeten worden. In het debat moet het wel in vrijheid en openheid gaan over de mogelijkheid om andere keuzes te kunnen maken. Een debat wil zij op zo kort mogelijke termijn laten voeren en dat moet niet al te lang op zich laten wachten. De heer KUIPERS (wethouder) wil ondernemers en mensen met problemen door corona perspectief laten krijgen, waardoor het goed is daarover op korte termijn in gesprek te laten gaan. De raadsinformatiebrief van 2 maart jl. bevat ook een lijn voor de korte termijn, ook omdat ondernemers het water aan de lippen staat. Het college heeft ook oog voor andere partijen dan ondernemers. Doordat de crisis lang duurt put die partijen uit. Hij stelt voor de moties boven de markt te houden. Het college wil een coronaherstelplan fase II maken voor de langere termijn. De gemeente kan niet heel lang op basis van ontheffingen terrasverruimingen toestaan, maar het lange termijnperspectief is wel belangrijk voor de verdiencapaciteit. In de loop van de zomer komt het college met een plan naar de raad waarin al dit soort zaken worden meegenomen.
De gelden die de gemeente van het Rijk denkt te ontvangen voor de TONK zijn zwaar onvoldoende. De gemeente moet uitgaan van beschikbare budgetten en die meewegen. Een gesprek wil hij daarom zo snel mogelijk voeren, wat niet per se hoeft op basis van een voorliggend plan. Een beeldvormende sessie is ook mogelijk. Tweede termijn De heer VOGEL wil de moties meenemen bij de brieven die bij het agendapunt ‘ingekomen stukken’ richting de commissie zijn gedirigeerd. Mogelijk kan een extra vergadering voor een bespreking worden gepland. Hij verklaart zich bereid om motie M 21-17 aan te houden. Mevrouw KALK stelt voor er een gecombineerde commissievergadering van te maken, gezien het brede onderwerp, met de mogelijkheid van twee woordvoerders per fractie. De VOORZITTER deelt mee dat een extra commissievergadering kan plaatsvinden op 11 maart a.s.
HI20210303
24
14
MOTIE M 21-26 ‘DUIDELIJKHEID VOORAF VOORKOMT VRAGEN ACHTERAF’ De raad, in vergadering bijeen op 3 maart 2021; overwegende dat: het college intentie-ontwikkelplannen anterieure overeenkomsten afsluit met initiatiefnemers voor ontwikkeling van verschillende locaties; deze overeenkomsten in de regel geheim zijn; deze overeenkomsten ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor de gemeente; de raad regelmatig berichten bereiken van bezorgde bewoners die zich bij deze initiatieven niet of onvoldoende gehoord voelen; een 'Herzien bestuurlijk plan van aanpak Omgevingsvisie' gereed is dat voorziet in participatie; uitvoering gegeven dient te worden aan het amendement Rolverdeling raad en college, ontwikkelstrategie (A19-155); het risico op planschade als gevolg van het niet kunnen nakomen van gewekte verwachtingen in overeenkomsten moet worden vermeden; de raad de kaders voor de gewenste ruimtelijk-functionele ontwikkeling na het participatietraject integraal zal vaststellen in de Omgevingsvisie voor de hele gemeente; bij het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten publiekrechtelijke normen en regels een rol spelen, waaronder de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, het gelijkheidsbeginsel en de openbaarheid van bestuur; constaterende dat: intentieovereenkomsten uitspraken en afspraken bevatten over bebouwingsdichtheid, -hoogte en functiemenging waarover de
raad zich nog moet uitspreken, dan wel zich in vigerend beleid afwijkend heeft uitgesproken; het college gelet op artikel 169 (m.n. lid 2 en 4) Gemeentewet de raad alle inlichtingen dient te geven die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft als de raad daar om vraagt of als de overeenkomst ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente en het college pas een besluit neemt nadat het de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen te uiten, verzoekt het college om: conform het bepaalde in de Gemeentewet de raad met betrekking tot gebiedsontwikkeling in de gelegenheid te stellen tot het uiten van wensen en bedenkingen voorafgaand aan het nemen van een collegebesluit over het aangaan van een overeenkomst met een initiatiefnemer; alle bestaande en toekomstige overeenkomsten m.b.t. gebiedsontwikkeling openbaar te maken; en gaat over tot de orde van de dag.” (Motie M 21-26 van Democraten Hilversum en Hilversums Belang)
De heer GÖBBELS licht de motie toe. De motie geeft de raad beter grip en de burger de openheid waarop die recht heeft. Het voorkomt veel vragen, die nu steeds achteraf gesteld worden en die leiden tot spoorzoeken. De Gemeentewet geeft de raad met betrekking tot overeenkomsten een positie, die nu onbenut blijft. De raad wordt in staat gesteld wensen en bedenkingen te uiten voorafgaand aan het nemen van een collegebesluit over het aangaan van een overeenkomst met een initiatiefnemer. Voorts maakt hij een opmerking over de openbaarmaking van een overeenkomst met betrekking tot gebiedsontwikkeling. De overheid zal bij het aangaan van privaatrechtelijke verbintenissen bij een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur moeten meewerken aan publiceren, met uitzondering van vertrouwelijke financiële informatie.
HI20210303
25
De heer VOORINK (wethouder) merkt op dat het sluiten van intentieovereenkomsten een collegebevoegdheid is. Dat soort overeenkomsten zou naar zijn mening in beginsel openbaar moeten zijn. Inwoners moeten namelijk niet geconfronteerd worden met geheime afspraken, tenzij er daarvoor zwaarwegende redenen zijn. Hij is het niet ermee eens dat voor het aangaan van een intentieovereenkomst commissiebehandeling moet plaatsvinden. Wel doet hij graag een toezegging dat het college intentieovereenkomsten openbaar zal maken, tenzij dat vanwege financiële zaken niet kan. De heer GÖBBELS meent dat door het college afspraken binnen bestaand beleid maken prima is. Hij constateert iets anders, wil niet achteraf spoorzoeken en wil daarom aan de voorkant zaken regelen. Daarom is binnen bestaande kaders te werken of iets anders af te spreken. De heer VOORINK (wethouder) legt uit dat het college in een intentieovereenkomst afspreekt onder bepaalde voorwaarden, waaronder een vergoeding voor te maken ambtelijke kosten, wil meewerken aan het verder uitwerken van een plan, altijd onder voorbehoud van goedkeuring van de gemeenteraad. Als de raad daarbij aan de voorkant aanwezig wil zijn maakt dat het lastig werkbaar. Meestal willen initiatiefnemers iets dat strijdig is met kaders. Het probleem van het door het college sluiten van intentieovereenkomsten ziet hij niet.
De heer GÖBBELS meent dat de VNG dat probleem wel ziet, omdat die attendeert op planschade vanwege het ontbreken van vrijblijvendheid. Om dat voor te zijn is het goed dat de gemeenteraad weet wat er speelt. Over een afwijking gaat de gemeenteraad, zodat geen verwachtingen gewekt worden die misschien niet achteraf uitkomen. De heer VOORINK (wethouder) leest dat anders en wijst er stelselmatig op dat intentieovereenkomstig onder voorbehoud van goedkeuring van de raad zijn. Het college heeft wel een inspanningsverplichting om verder medewerking te verlenen. Als de raad dat niet doet volgt niet automatisch planschade. Motie M 21-26 van Democraten Hilversum en Hilversums Belang wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 6 tegen 30 stemmen verworpen, met de stemmen van de SP, de PvdA, Democraten Hilversum en Hilversums Belang voor. De VOORZITTER sluit de vergadering om 23.15 uur.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 31 maart 2021, de griffier, de voorzitter,
P.M.H. van Ruitenbeek
HI20210303
P.I. Broertjes
26