CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raadscommissie d.d. 22 juni 2022 (vergadering 3)

GEMEENTERAAD 13 juli 2022, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststellen verslagen raadscommissievergaderingen d.d. 15, 22 en 29 juni 20226.443 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERSLAG

Vergadering Raadscommissie 3 22 juni 2022

1

Index verslag vergadering raadscommissie 3 woensdag 22 juni 2022 Algemeen 1.

Opening en vaststellen agenda

3

2.

Mededelingen van de voorzitter

3

3.

Beeldvorming Afronden fase 2 participatie omgevingsvisie

3

4.

Oordeelsvorming Afronden fase 2 participatie omgevingsvisie

6

2

RAADSCOMMISSIE 3 WOENSDAG 22 JUNI 2022 Locatie: Dudokkamer raadhuis Voorzitter: mw. V. Wesselink Griffier: M. Bouw

Aanwezigen bij aanvang: fracties: Hart voor Hilversum: mw. C. Jansson; D66: R.H. van Grieken’VVD: H.H. Fennema en mw. H.M.G.J. van de Linde; GroenLinks: J.A. van Waarden; CDA: T. de Jong; Democraten Hilversum: R. Docter; PvdA: mw. J. Kalk; SP: P.C.M. Vonk; ChristenUnie: B. Nanninga; BVNL: mw. F. Durlacher. College: mw. K.J. Walters, wethouder. 1. Vaststellen agenda De voorzitter opent de commissievergadering en heet iedereen welkom. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Mededelingen van de voorzitter De voorzitter: zit voor de eerste maal een commissievergadering voor; wijst ook op de nieuwe commissiegriffier. 3. Beeldvorming Afronden fase 2 participatie omgevingsvisie Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: mw. C. Jansson; D66: R.H. van Grieken;VVD: en mw. H.M.G.J. van de Linde; GroenLinks: J.A. van Waarden; CDA: T. de Jong; Democraten Hilversum: R. Docter; PvdA: mw. J. Kalk; SP: P.C.M. Vonk; ChristenUnie: B. Nanninga; BVNL: mw. F. Durlacher. College: mw. K.J. Walters, wethouder. Ambtelijke ondersteuning: M. van Riet Paap De voorzitter: memoreert dat insprekers in de commissievergadering van 15 juni aan bod zijn gekomen.

De VVD: vraagt om bevestiging dat het vorige college geen bestuurlijk toets heeft uitgevoerd; wethouder Walters bevestigt dat; het gaat om de vertaling van het college van hetgeen zij vanuit de participatie heeft gehoord en dat heeft zij handzaam vormgegeven in een stuk van enkele bladzijden, waarop de raad een besluit neemt; de PvdA vraagt wat de VVD bedoelt met een ‘bestuurlijke toets’; de VVD gaat het daarbij om haalbaarheid en betaalbaarheid, omdat niet alles kan; vindt een voorstel lastig als zij geen zaken op haalbaarheid kan wegen. Het CDA: stelt vast dat na eventuele amendering een concept-omgevingsvisie voor inspraak aan inwoners wordt voorgelegd, die pas daarna naar de raadscommissie en de raad gaat; wethouder Walters antwoordt dat er geen tussentijdse raadpleging van commissie en raad komt; concept-omgevingsvisie komt hierna meteen ter inzage voor een inspraakronde en gaat daarna naar de commissie en de raad; Democraten Hilversum vindt gezien het belang van het stuk een beeldvormende sessie halverwege het maken van de concept-omgevingsvisie nodig, zodat de raad op de hoogte kan blijven van de gang van zaken; wethouder Walters ziet halverwege

3

-

-

-

-

geen moment voor een beeldvormende sessie; als het concept er ligt kan zij zich wel een beeldvormende sessie voorstellen; het CDA vraagt of het concept ook geamendeerd kan worden, zodat ook amenderingen ter inspraak mee kunnen komen; wethouder Walters komt daarop nog terug; de PvdA wil zeker weten dat participatie wordt gestart op basis van de juiste vertaling van de politiek richtingen en ondersteunt het verzoek om die vertaling eerst voor te leggen aan de raad; de raadsleden kunnen daarmee in de vorm van een amendement iets doen; Democraten Hilversum betuigt haar instemming met de PvdA; D66 begrijpt dat het college nog niet alles wat is binnengekomen heeft gewogen en een eigen oordeel daarover heeft; gevraagd wordt of dat eerst aan de orde komt bij de concept-omgevingsvisie; wethouder Walters antwoordt dat het gaat om een voorstel uit de participatie; hetgeen uit de stad is opgehaald wil het college ook serieus nemen; D66 ging er van uit dat het college ook heeft nagedacht welke richting wordt opgegaan, maar stelt vast dat sprake is van een samenvatting van wat is besproken; wethouder Walters verduidelijkt dat het gaat om een denkrichting die de bewoners meegeven; de VVD vraagt of het college aan de slag moet met wat de gemeenteraad naar voren brengt; wethouder Walters beaamt dat; Democraten Hilversum concludeert dat het voorliggende stuk een politiek stuk is, ondanks dat

het slechts denkrichtingen zijn; de PvdA vraagt hoe wordt omgegaan met de oproep om te kiezen tussen tuinstad en verdichting; wethouder Walters antwoordt dat de vast te stellen denkrichting de tekst is waarboven ‘denkrichting’ staat; dat is de visie die komt vanuit de inwoners; er is gezegd een keuze te maken, maar ook dat mensen zich kunnen vinden in de voorliggende tekst; nu is het aan de raad, die met zichzelf in gesprek moet gaan over de vraag of de denkrichting een goede voor Hilversum is.

BVNL: vraagt of de omgevingsvisie zal worden gebaseerd op wat de inwoner wil of ook realistisch wordt gekeken naar wat nodig is in Hilversum; wethouder Walters stelt dat dat precies is waarvoor de raad er is; wil de raad met een amendement nog iets aan de denkrichting toevoegen; het CDA vraagt of het college adviezen van de commissie meeneemt of alleen de wijzigingen in de vorm van amendementen; wethouder Walters neemt alleen de gezamenlijke amendementen van de commissie mee. De SP: vraagt de formulering van punt 2 van het raadsbesluit toe te lichten ‘voor een Hilversums afwegingskader door het college’; gevraagd wordt of de raad daarover dan niets meer te zeggen heeft; wethouder Walters antwoordt dat het afwegingskader ook naar de commissie en de raad komt en ook bij de omgevingsvisie betrokken wordt; wil in dat citaat het woord ‘door’ vervangen door ‘voor’; nu is de formulering dat het college het afwegingskader maakt, wat zij niet de bedoeling vindt; de VVD denkt dat men die passage moet lezen als ‘en voor het opstellen van een Hilversums afwegingskader door het college’; het slaat dus terug op hoe het vorige deel van de zin is geformuleerd; de SP wil weten of de raad daarop nog inspraak heeft; wethouder Walters reageert dat de ontwerp-omgevingsvisie en het Hilversumse afwegingskader tegelijkertijd nog naar de commissie en de raad komen; de PvdA vraagt of het verstandiger

is om het afwegingskader eerst vast te stellen en daarna de ontwerp-omgevingsvisie; wethouder Walters vindt het handiger ze tegelijkertijd te zien zijn om te beoordelen of men de goede richting op gaat. de VVD begrijpt dat het gaat om het afwegingskader om de omgevingsvisie in de praktijk toe te passen; wethouder Walters stelt zich voor elk jaar te bekijken of de ingeslagen richting nog goed is, waarvoor het afwegingskader als

4

-

monitoringinstrument wordt gebruikt; de VVD concludeert dat het afwegingskader niet nodig is voor het opstellen van de omgevingsvisie; wethouder Walters bevestigt dat; de denkrichting is het startpunt voor de omgevingsvisie; de PvdA vraagt of het afwegingskader als een evaluatiekader gezien moet worden; een afwegingskader vindt de fractie iets op basis waarvan je keuzes maakt; bij jaarlijks monitoren zijn er echter al keuzes gemaakt; wethouder Walters verduidelijkt dat het afwegingskader een evaluatiekader is, waarbij je afweegt op de verschillende elementen, zoals klimaat en wonen, op het ene element gaat de gemeente minder hard dan op het andere; de totaalafweging moet zijn de goede kant op te gaan; het is dus eigenlijk integraal evalueren; de heer Van Riet Paap vult aan dat indien men maatschappelijke initiatieven wil afwegen een afwegingskader daartoe bruikbaar kan zijn.

Democraten Hilversum: meent dat juist de omgevingsvisie het afwegingskader moet zijn; vindt de denkrichting gematigde groei haaks staan op het coalitieakkoord, dat stelt dat de voorgenomen grote gebiedsontwikkelingen forse invloed op Hilversum zullen hebben; dat is niet te rijmen met dat uit de participatie blijkt dat er in de Hilversumse samenleving helemaal geen draagvlak is voor forse groei; de fractie vraagt of het college het coalitieakkoord zal aanpassen of het zwaarwegende advies van de inwoners naast zich zal neerleggen; wethouder Walters heeft altijd gezegd dat de omgevingsvisie leidend is, omdat dat de koers is die de inwoners willen; in het coalitieakkoord staat ook ‘realistische groei qua woningen’ en geen ‘forse groei’; het kan prima zijn dat er op grond van de omgevingsvisie aanpassingen nodig zijn; het coalitieakkoord omvat vier jaar en de omgevingsvisie vier termijnen; het CDA is benieuwd hoe reële groei uit het coalitieakkoord zich verhoudt tot gematigde groei; wethouder Walters weegt vanavond niet het een versus het ander; in de concept-omgevingsvisie komt daarover meer te staan; vraagt of het college bereid is om terughoudendheid te betrachten met de omgevingsvisie, teneinde opvolgende colleges de mogelijkheid te bieden om hun eigen invulling daaraan te geven; ook wil zij weten wat het eindbeeld over twintig jaar zou moeten zijn; wethouder Walters stelt dat

die vragen nu niet aan de orde zijn; voor ligt een denkrichting van de inwoners en het is juist aan de raad om daarover een beschouwing te geven; Hart voor Hilversum proeft hier en daar al oplossingsrichtingen voor thema’s, zoals snelheid in de energietransitie, en vraagt of dat ook uit de participatie is opgehaald; wethouder Walters heeft echt weergegeven wat zij heeft opgehaald, zoals binnen één generatie fossielvrij worden qua energiegebruik; de VVD vraagt of in gesprekken met inwoners is stilgestaan bij wat het betekent om in één generatie fossielvrij te worden en wat dat kost; wethouder Walters heeft dat niet financieel doorgerekend en heeft ook niet gezegd dat dat heel veel gaat kosten; ook het terugdringen van de auto is zo vaak gezegd dat het college dat heeft opgeschreven; Hart voor Hilversum meent dat het college al een keuze maakt door aan te geven om delen van het buitengebied rust geven om te herstellen; de fractie weet zeker dat er veel meer andere maatregelen zijn genoemd; wethouder Walters beroept zich op wat is opgehaald door het expertteam en het schrijfteam; de raad kan echter zaken amenderen; het CDA vraagt meer aan het college dan aan te geven of er reële of gematigde groei nodig is; wethouder Walters heeft die teksten van de inwoners opgehaald en kan niet aangeven of ‘reëel’ en ‘gematigd’ precies hetzelfde is als het college bedoelt; niemand is voor harde

groei en niemand is voor een standstill; iedereen zegt dat het moet passen in de wijk; de PvdA meent dat men aan weerskanten van een tafel wel dezelfde interpretatie moet hebben; de raad wordt eigenlijk gevraagd of de weergave van de interpretatie juist is; de insprekers hebben gezegd dat dat zo is; of dat de volledige basis voor de uitwerking van de omgevingsvisie moet zijn is een andere vraag, die zij in het besluit niet kwijt kan; wethouder Walters stelt dat de raad bijvoorbeeld ook kan amenderen als die ‘gematigde groei’ een te vaag begrip vindt; de raad kan ook de denkrichting amenderen;

5

-

de VVD constateert dat het gestelde onder bijlagen 1a tot en met 1g de opbrengst van de participatie is; de raad kan de denkrichting al dan niet gewijzigd vaststellen; de VVD vraagt wat wordt bedoeld met ‘delen van het buitengebied periodiek rust te geven om te laten herstellen’ en of dat is dat delen van de natuur voor bezoekers worden afgesloten; wethouder Walters leest dat ook zo; Democraten Hilversum begrijpt dat de denkrichting niet meer is dan een samenvatting van de opbrengst van de participatie, wat dus geen vast te stellen politiek stuk is; wethouder Walters repliceert dat de raad die denkrichting wel moet vaststellen.

De PvdA: heeft behoefte te klankborden met de fracties of zij hetzelfde verstaan ten aanzien van wat hen wordt gevraagd; daarop schorst de voorzitter de vergadering; Schorsing (20.36 – 20.50 uur). De VVD: geeft complimenten voor de participatie-inzet, die een verzameling is van ambities en wensen; voor politieke duiding daarvan mist er nog informatie; daartoe is een tussenstap nodig, waarover de fracties nog zoekende zijn om die vorm te geven; deelt mee dat de fracties niet denken de voorliggende denkrichting te amenderen en door de raad te laten vaststellen. Het CDA: vindt het ook lastig om een participatieverslag te amenderen, zeker gezien de ontbrekende informatie; als de fracties adviezen en oordelen meegeven denkt zij dat het college voldoende heeft om dat terug in de commissie en de raad te brengen alvorens dat ter inspraak aan te bieden.

Wethouder Walters: ziet een tekst voorliggen waarvan het college zegt dat het een startpunt is om een omgevingsvisie te maken; de commissie weet het nog niet en vraagt wat het proces is om de commissie het wel te kunnen laten weten; de VVD heeft bijvoorbeeld over de doelstelling in één generatie fossielvrij te worden een expertadvies nodig of dat überhaupt haalbaar en betaalbaar is; het doel is een kader mee te geven op basis waarvan het college een omgevingsvisie kan schrijven; het CDA informeert naar het verschil tussen de denkrichting als startpunt en de denkrichting als basis; wethouder Walters ziet daartussen geen verschil en heeft een heldere tekst zoals die voorligt als basis nodig om een omgevingsvisie op te stellen; het CDA vraagt of de wethouder voldoende beeld heeft bij het voorstel van de commissie en of zij voldoende antwoord op haar vragen heeft gekregen; wethouder Walters heeft nog niet al haar vragen beantwoord gekregen, maar wacht even af.

De ChristenUnie: informeert hoe de sustainable development goals zijn meegenomen als input van de omgevingsvisie; wethouder Walters antwoordt dat die nu niet zijn meegenomen; er is vanuit inwoners, organisaties en bedrijven niet gezegd de sustainable development goals te willen implementeren; die zouden een plek bij het afwegingskader kunnen krijgen; zag bij het dashboard en monitoring de brede monitoring terugkomen en vraagt of die onderdeel wordt van de beleidscyclus van de gemeente; wethouder Walters is voornemens elk jaar een sessie te hebben over de omgevingsvisie waarin wordt teruggekoppeld hoe goed het gaat; daarbij wordt het afwegingskader in de beleidsstukken meegenomen; de PvdA snapt de samenhang in de data niet om te kunnen zien of de denkrichting goed wordt ingevuld; wethouder Walters antwoordt dat in bijlage 4 is weergegeven wat er nu aan dashboards is en het is niet zeker dat die in het afwegingskader komen.

6

D66: -

-

informeert naar het proces hierna; wethouder Walters antwoordt dat de raad de denkrichting vaststelt, waarna het college de ontwerp-omgevingsvisie maakt, die in De Vorstin aan eenieder wordt toegelicht; die gaat daarna de inspraak in, met zienswijzen als gevolg; daarover buigt zich de politiek en vervolgens gaat het om de definitieve omgevingsvisie; begrijpt dat de genoemde inspraak dan de formele inspraak is; wethouder Walters bevestigt dat.

De VVD: krijgt de indruk dat stikstofnormen en landelijke kwesties geen invloed op Hilversum zouden hebben vanwege de tekst dat ‘Hilversum de kwaliteit van water en bodem op orde brengt, zodat ruimtelijke ontwikkelingen niet stil komen te liggen’; wethouder Walters ziet niet staan dat de gemeente niet wordt beïnvloed door landelijke zaken; als de gemeente dingen moet doen, dan moet zij daaraan gehoor geven; de ChristenUnie vraagt in hoeverre landelijke en regionale kaders al in de denkrichtingen zijn meegenomen; de heer Van Riet Paap heeft alleen de opbrengsten vanuit de participatierondes meegegeven, maar bijvoorbeeld niet de landelijke stikstofplannen.

Het CDA: vraagt wat het college bij de energietransitie naar fossielvrij onder één generatie verstaat, hoe strikt fossielvrij daarin wordt genomen en welke weging het daarbij heeft; wethouder Walters gaat dat bij de uitwerking in de omgevingsvisie zien en heeft nog geen idee wat zij met één generatie en fossielvrij bedoelt; het stuk is zelfbindend en is ook weer aan te passen; de denkrichting leidt uiteindelijk tot een omgevingsplan, wat het juridische kader is; de VVD wijst erop dat de politiek wel verwachtingen wekt en overboord gooien van iets niet heel betrouwbaar is; zij vraagt of omgevingsplannen de bevoegdheid van het college zijn; de heer Van Riet Paap meent dat die dezelfde status hebben als bestemmingsplannen en aan de raad zijn; Democraten Hilversum stelt dat het aan de raad is om dat te bepalen; wethouder Walters meent dat het eerste omgevingsplan door de raad wordt vastgesteld; vraagt of over driekwart jaar amenderen van de omgevingsvisie recht doet aan de participatietraject, dat vandaag wordt besproken; wethouder Walters stelt dat het gaat om een visie, zodat men niet zeker hoeft te weten wat men wil; wijzigingen zijn mogelijk; vraagt de wethouder de volgende tekst te duiden: ‘we denken in mogelijkheden, maar schromen als overheid niet om de regie te pakken’; wethouder Walters duidt die tekst niet, omdat het de tekst van de raad is; de PvdA meent dat men het wel

eens moet zijn over waarover het gaat; de VVD wil teksten technisch helder krijgen. De PvdA: vraagt of met ‘initiatieven de ruimte geven’ alle initiatieven worden bedoeld; wethouder Walters vindt die een omgangsvorm over het bereiken van een doel; de PvdA vraagt hoe met deze omgangsvorm wordt voorkomen dat de raad in de positie van scheidsrechter terecht komt; wethouder Walters wijst erop dat het gaat om de letterlijke tekst uit de participatie: als men naar een doel wil, dan zou men procedures makkelijker moeten maken, zodat organisaties makkelijker stappen in die richting kunnen zetten; de PvdA vindt de genoemde omgangsvorm ongericht, zodat men participatieprocessen ongericht vorm blijft geven; wethouder Walters herhaalt dat inwoners en organisaties hebben meegegeven dat men het voor hen makkelijker moet maken om mee te werken; het gaat in dezen niet om participatie, maar om meedoen; die oproep is weergegeven. BVNL: is in de war gebracht en dacht een omgevingsvisie te bespreken en krijgt het gevoel nu te bakkeleien over wat andere mensen hebben bedacht; wethouder Walters heeft participatie samengevat en nu vindt een politiek gesprek plaats over de vraag of die samenvatting akkoord

7

is als basis om een omgevingsvisie op te stellen; als zij met een andere gewijzigde tekst aan de slag moet, dan moet de raad dat aangeven. De SP: vraagt of rekening wordt gehouden dat de Omgevingswet er niet komt; wethouder Walters maakt een omgevingsvisie 2040; de Omgevingswet zegt dat de omgevingsvisie tien jaar geldt; het lijkt haar handig om een omgevingsvisie te maken, die ook kan gelden als structuurvisie. Democraten Hilversum: ziet potentieel tegenstrijdige dingen in de denkrichting staan en vraagt hoe het college de raad adviseert daarmee om te gaan; wethouder Walters heeft daarover geen advies; tegenstrijdigheden kunnen worden geamendeerd als de raad dat wil.

De ChristenUnie: informeert hoe de vertaling van verslagen naar denkrichting heeft plaatsgevonden; wethouder Walters legt uit dat een expertteam en schrijfteam dat hebben gedaan; het college heeft 17 punten vastgesteld en aan de raad aangeboden; vraagt of die 17 punten zijn teruggelegd aan de participanten en of het gaat om een interpretatie van deskundigen van de gemeente; wethouder Walters antwoordt dat de gemeente heeft bekeken wat is opgehaald; insprekers hebben vorige week gezegd zich in de denkrichting te kunnen vinden; het CDA vraagt waarom het college geen antwoordt geeft op concrete vragen; wethouder Walters wijst op de opdracht de best mogelijke samenvatting van de participatie te geven, waarmee het college aan de slag kan gaan. D66: -

wil niet ingewikkeld doen en een oordeel geven over de denkrichting.

De VVD: vraagt of op alle bestaande bedrijfslocaties gezocht zal worden naar ruimte om te wonen (punt 12); wethouder Walters kan daarover geen oordeel geven; zij ziet mengen als visie, maar niet dat dat overal per se moet gebeuren; het gaat om het algemene beeld; het CDA is benieuwd of geen nieuwe grootschalige infrastructuur voor de auto aanleggen en beperkingen opleggen aan auto- en vrachtverkeer beide visie betreffen of respectievelijk een concrete maatregel en een abstracte denkrichting zijn; wethouder Walters vernam uit de participatie dat men wil dat de rol van de auto wat teruggedrongen wordt; geen nieuwe grootschalige infrastructuur voor de auto aanleggen is daarop aanvullend, zoals een ring rond Hilversum; de denkrichting is beperkingen opleggen aan de auto; het CDA constateert een kaderstellende maatregel als de raad hiermee instemt; de VVD vraagt of onder grootschalige infrastructuur ook laadinfrastructuur wordt verstaan; wethouder Walters meent dat de raad hier de tekst zelf moet interpreteren; infrastructuur betreft meestal wegen en geen laadinfrastructuur; het CDA is benieuwd hoe de wethouder dergelijke zaken interpreteert in het vervolgproces bij het maken van de omgevingsvisie; wethouder Walters gaat dat niet bij elk zinnetje doen; de VVD probeert helder te krijgen hoe scherp zij moet amenderen; wethouder Walters gaat met teksten aan de slag en gaat niet zeggen

hoe zij die interpreteert; als men dingen wil borgen moet men die amenderen. vraagt of amendering nodig is als de raad (sociale) veiligheid aandacht wil geven; wethouder Walters vindt dat aan de raad. D66: -

doet een procesvoorstel over de verdere behandeling van het voorstel.

Schorsing (21.34 – 21.53 uur).

8

De VVD: laat weten dat een aantal fracties niet had begrepen vanavond politieke uitspraken te moeten doen en die het college kaderstellend mee te geven; zij zijn nog niet rijp voor besluitvorming; stelt dat een aantal punten nog verder uitzoekwerk behoeft en heeft dus behoefte aan een tussenstap: in het raadsbesluit verankeren het proces als zodanig aan te passen; wethouder Walters vindt een tussenstap goed mogelijk, zodat het stuk ook beter te amenderen is en dat het dan de inspraak ingaat; dat kost wel drie maanden extra, wat niet onoverkomelijk is; kondigt een amendement van de vermelde tussenstap aan. 4. Oordeelvorming Afronden fase 2 participatie Omgevingsvisie Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: mw. C. Jansson; D66: R.H. van Grieken; VVD: mw. H.M.G.J. van de Linde; GroenLinks: J.A. van Waarden; CDA: T. de Jong; Democraten Hilversum: R. Docter; PvdA: mw. J. Kalk; SP: P.C.M. Vonk; ChristenUnie: B. Nanninga; BVNL: mw. F. Durlacher. College: mw. K.J. Walters, wethouder. Ambtelijke ondersteuning: M. van Riet Paap.

Democraten Hilversum: heeft een verrassend eenduidig antwoord gekregen op de vraag wel toekomstbeeld leidend moet zijn: een goede balans tussen natuur- en cultuurwaarden en een kwaliteit van leven die bij een middelgrote gemeente met dorpse kenmerken hoort; stelt vast dat de inwoners de weg hebben gewezen; vindt het advies zwaarwegend ten behoeve van de besluitvorming door de gemeenteraad; het advies is nog geen beleid en wordt dat pas als de raad daarop de denkrichting voor de omgevingsvisie baseert; wil de denkrichting als richting aan het college meegeven en die niet vaststellen; lijkt een overzicht essentieel waar de participatie en denkrichting wringen met de sectornota’s, zoals woonvisie, mobiliteitsvisie en economische perspectief; lijkt het ‘illusielandschap beschermen’ en ‘bij OV-knooppunten hoogbouw best voorstelbaar’ niet verenigbaar; vindt een analyse van identiteit koesteren ontbreken, maar wel van wezenlijk belang; oppert de gedachte eventuele nieuwbouw te spreiden en per wijk nauwkeurig kijken naar wat er nodig en mogelijk is.

De ChristenUnie: heeft waardering voor wat is opgeleverd: uitgebreide verslagen van wat is opgehaald bij bewoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen; vraagt of religieuze instellingen in het proces zijn vergeten en raadt aan een volgende keer ook bij moskeeën en kerken langs te gaan; vindt de bakens erg lastig, maar schuivende panelen (dorp en stad, wonen en werken, niet te veel groeien); de vraag is of die bakens wel houvast bieden; houvast kan wel door de brede monitor en de sustainable development goals; vindt de bakens van iedereen kan meedoen en een gezonde leefomgeving prioriteit moeten hebben. D66: -

is tevreden over de mooie participatie, waaruit een redelijk gedeeld ideaalbeeld is gekomen over wat Hilversum wil; de meeste mensen zijn ook tevreden over het proces; is bezorgd, omdat er nu keuzes gemaakt moeten worden; het gemeentebestuur moet dat doen; ziet als grootste tegenstrijdigheid dat de stad veel voorzieningen wil, maar ook het dorpse karakter wil bewaren; de fractie denkt dat daarin wel een keuze is te maken; concludeert dat men moet groeien als men een levendige stad wil; de mate van groei die in de participatie naar voren komt is dan niet goed genoeg; bij 20% groei tot 2050 is er een

9

-

levendige stad die bruist en voorzieningen heeft; men kan het ook klein houden en kiezen voor het tuindorp; denkt dat het de belangrijkste taak van de raad is om daarin een keuze te maken; gelooft in de toekomst en wil de stad blijven met ambitie, wat een stevige groei betekent; kan zich niet veroorloven om door te gaan als tuindorp en voor verdere groei.

De VVD: constateert dat boven verwachting is geparticipeerd en dankt alle deelnemers en de gemeentelijke organisatie daarvoor; erkent dat niet alles kan en keuzen maken nodig is; mist de input om de haalbaarheid en betaalbaarheid te kunnen onderbouwen; is groot voorstandster van de groene kwaliteit van Hilversum en wil aan de slag gaan met innovatief stedelijk groen; maakt zich zorgen over de vermelding in het stuk om het buitengebied op slot te zetten en wil daarover in een volgende versie de bedoeling daarvan terugzien; is benieuwd hoe het niet afnemende autobezit ontmoedigd kan worden en heeft daarover meer informatie nodig; vindt wijkgericht werken een heel goed idee; wil het initiatief nemen om na te denken over een ombudsman voor Hilversum om bewoners die in de problemen komen hun verhaal te laten doen, waarbij de raad niet de scheidsrechtersrol op zich neemt.

Het CDA: dankt de inwoners en de organisatie voor hun inzet; weet niet of binnen één generatie fossielvrij worden een goed idee is, omdat de impact daarvan onbekend is; is niet voor met dwang maatregelen opleggen; geeft mee dat sociale veiligheid voor de fractie een belangrijk element is; wil behoud van het illusielandschap als kernkwaliteit meenemen; waakt voor wensdenken wat betreft autogebruik en vindt de ruimte voor de auto als sluitstuk wat ongenuanceerd; relateert een gezonde leefomgeving aan waardig ouder worden; het gaat om veilig, leefbaar en in relatie tot een woonzorgvisie. GroenLinks: noemt het fantastisch wat is opgehaald en complimenteert allen die daaraan hebben gewerkt; is behoorlijk positief over de input en ziet een eenduidige denkrichting liggen; wil in een omgevingsvisie zoveel mogelijk duidelijkheid, scherpte, ambitie en keuzes laten opschrijven; wenst een prikkelende en inspirerende visie in duidelijk en helder Hilversums; vindt de teksten overigens bijzonder goed leesbaar; kan zich vinden in het met stip op 1 zetten van groen, zoals versterken van biodiversiteit, klimaatadaptatie, ruimte voor de energietransitie en zonnelepanelen; noemt het in 2040 aardgasvrij maken van Hilversum één generatie; acht hoger bouwen en verdichting waar passend mogelijk; is ruim baan voor de fietser en voetganger uit het hart gegrepen, waarbij de auto uit de binnenstad is

verdwenen; wijst erop dat de visie in de toekomst nog aan te passen is; wil lef, ambitie en urgentie laten tonen; sluit zich aan bij het betoog van de Britse filosoof Krznaric om zich goede voorouders te tonen; men neemt besluiten voor de lange termijn en in het algemeen belang; dat voornemen ziet GroenLinks heel graag terug in de omgevingsvisie. Hart voor Hilversum:

10

-

-

-

concludeert uit het participatieproces dat Hilversummers betrokken zijn bij de stad: groen, vitaal, kleinschalig, maar wel met goede voorzieningen; tekent aan dat de visie voor de toekomst wordt gemaakt met de inwoners van nu; uitwerking in wijken en buurten volgt later; details die burgers belangrijk vinden moeten dan zeker terugkomen; er is maatwerk nodig, waarbij soms een stapje terug moet kunnen worden gedaan; zet met de omgevingsvisie een stip op de horizon; is in verwarring door de denkrichtingen en vindt uitzoeken van onderdelen ook belangrijk; koppelt graag de vijf vraagstukken genoemd op bladzijde 3 uit de denkrichtingen; het gaat om een integrale benadering, waardoor invalshoeken elkaar versterken: 1. een groene inrichting van de openbare ruimte met oog voor andere mobiliteitsvormen; 2. sterke wijken waar je kunt wonen en werken; 3. gemeenschappen die verbonden zijn; verwacht van de gemeente regie op het collectieve belang; mist op onderdelen haalbaarheid en betaalbaarheid, zoals rust in natuurgebieden en bij het in één generatie fossielvrij worden; heeft van het proces geleerd dat zij goed moet luisteren, het proces net zo belangrijk is als de opbrengst, dat er oog houden nodig is voor representativiteit en inwoners lef en durf van college en raad verwachten.

De PvdA: is ook in verwarring door de behandeling van vanavond; vindt het antwoord op de vraag wat men met de fysieke ruimte wil een afgeleide van wat men met de samenleving wil; vindt dat het goede uit de participatie is opgehaald; de uitwerking gaat over de toekomst’; is van mening dat de raad de politieke verantwoordelijkheid heeft om te bepalen of het beeld van 2040 past op het beeld dat die wil hebben voor de kinderen en niet op het beeld, dat men wil vandaag; dat is lastig te bepalen en lastig met amendementen op te lossen; daarvoor gaat zij echter wel haar best doen. BVNL: vindt een mooie denkrichting voorliggen waarmee de raad iets moet doen; is van mening dat de raad moet kijken wat realistisch is en of ambities (financieel) haalbaar zijn en passen bij het beeld van 2040; is van opvatting dat er ruimte is om daarover nog verder te bakkeleien.

De SP: complimenteert eenieder die heeft meegewerkt aan de participatie, ook de commissie- en raadsleden; is ontzettend blij met de uitkomst van de participatie en herkent daarin veel dingen; kan de globale denkrichting grotendeels onderschrijven; veel dingen die daarin staan komen rechtstreeks uit het SP-verkiezingsprogramma; stelt dat de raad straks over de keuzes gaat; vraagt zich af wat ‘passend’ en ‘een zekere mate van groei’ zijn; valt de duidelijke keuze voor de voetganger en fietser op, met de auto als sluitstuk; zal de denkrichting niet kapot amenderen; wil moeilijke besluiten door de raad laten nemen; maakt zich zorgen over de Omgevingswet; is voorstander ervan om per wijk te kijken wat belangrijk is. Debat D66: heeft het gevoel over een visie op de toekomst het meest te verschillen met Democraten Hilversum en vraagt o die fractie erkent of matige groei een effect heeft op levendigheid in de stad; Democraten Hilversum antwoordt dat een middelgrote gemeente als Hilversum groot

11

genoeg is om een behoorlijk en levendig voorzieningenniveau te kunnen houden; de vergrijzing maakt daarbij niet zoveel uit; een heldere keuze over de stip op de horizon in 2040 is wel nodig, waarbij men zich moet baseren op juiste gegevens en niet op ideeën; de PvdA vraagt hoe de gemeente ervoor kan zorgen dat kinderen en kleinkinderen bij hun (groot)ouders in de buurt kunnen blijven wonen; Democraten Hilversum vindt dat de hamvraag en wil kiezen voor de zwaksten die steun het hardst nodig hebben, namelijk starters op de woningmarkt en degenen die nu geen woning in de buurt van hun werk kunnen vinden; de PvdA meent dat de gemeente wel een bijdrage kan leveren aan het oplossen van de woningcrisis, waarbij de keuze is klein blijven of groeien om echt wat te kunnen betekenen; Democraten Hilversum wil de woningvoorraad in Hilversum zo goed mogelijk afstemmen op de samenstelling van de bevolking en de ontwikkeling daarbinnen; dat heeft ook grenzen; wel wordt erkend dat balans gevonden moet worden; dat betekent niet op voorhand al een bijdrage te kunnen incalculeren voor woningzoekenden; de VVD vernam van deskundigen dat men binnen het bestaande stedelijke weefsel ruimte kan vinden, zonder dat men extreem in de hoogte in moet bouwen; uitgangspunt in de woonvisie is per wijk te kijken wat er kan en wat verstandig is; gevraagd wordt of D66 en Democraten Hilversum vinden dat hoogbouw

op bepaalde plekken wel of niet kan; D66 wil in de omgevingsvisie de keuze maken of de stad sneller dan gemiddeld groeit; als dat zo is zijn er allerlei uitdagingen; als men niet wil bouwen trekken jongeren naar steden en wordt Hilversum een vergrijsde samenleving; bij ambitie zul je dus wel moeten bouwen; de VVD gaat het om het creëren van schuifruimte en hoe men dat kwalitatief doet; daarvoor hoef je niet uit te spreken welk aantal woningen je wilt bouwen; je moet vooral de goede woningen bouwen; D66 en Democraten Hilversum zijn het daarmee volledig eens; Democraten Hilversum wil plekken die zich lenen voor verdichten zorgvuldig bekijken.

Het CDA: vindt wonen heel belangrijk in de omgevingsvisie; heel veel mensen willen in Hilversum wonen; de vraag is wanneer een maximum is bereikt zonder het karakter van de stad te verliezen en zodat er keuzes te maken zijn in aantal en doelgroep; de PvdA wil bouwen wat nodig is op de plekken waar het kan, zoals op gronden van het vliegveld; op sommige plekken kan meer hoogbouw plaatsvinden; de fractie gaat het erom een samenleving te creëren die de samenleving had besteld; er is een enorm tekort aan woningen voor starters, ouderen en statushouders; daaraan wil de fractie in Hilversum een bijdrage leveren, waarbij een gesprek hoort over beperken of aanpassen aan 2040; vanzelfsprekend is dat Hilversum ‘open’ is; de karakteristiek van Hilversum is te behouden door wat creatiever naar oplossingen of naar andere typen woonvorm te kijken; wil weten wanneer de balans scheef wordt; de PvdA kan dat alleen met een aantal woningen niet bepalen; D66 wil bijdragen aan het oplossen van de woningnood in Nederland; Hilversummers willen een levendige stad met een voorzieningenniveau; daarvoor moet je meer bouwen dan wat nu de ambitie is.

De SP: vraagt hoe GroenLinks aankijkt tegen binnen één generatie fossielvrij worden; GroenLinks verschilt daarover van mening met haar coalitiegenoten; de ChristenUnie gaat bij één generatie uit van twintig tot dertig jaar en wijst erop dat de doelstelling om binnen 2 graden opwarming te blijven niet gehaald zal worden; vanuit de huidige kinderen gezien zou men moeten kijken of zij een haalbaar en betaalbaar leven hebben en of nog sprake is van rentmeesterschap; het CDA bevestigt dat rentmeesterschap een van haar vier kernwaarden omvat, met verder haalbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheid; als je mensen de energietransitie door de strot duwt kunnen zij andere keuzes maken; de vraag is of met de huidige markt en middelen men in 2040 fossielvrij kan zijn;

12

-

-

-

-

de PvdA ziet in de notitie staan dat het collectieve belang leidend moet zijn en het collectief belang is dat fossiele brandstoffen gebruiken in één generatie wordt afgebouwd; het CDA stelt dat het collectieve belang meeromvattend is dan alleen het klimaat; D66 wijst erop dat de beantwoorden vraag is of men hierop volop wil inzetten; het CDA attendeert erop dat het landelijke ijkpunt om fossielvrij te zijn 2050 is; het is ook makkelijk om alleen maar aan de kinderen te denken, men zou ook moeten nadenken aan generaties die daarna komen; de VVD voegt toe dat keuzes maken uitleggen waarom bepaalde zaken niet kunnen en kan zich nog niet volop achter de ambitie stellen om binnen één generatie fossielvrij te zijn; D66 stelt dat de pijnlijke waarheid van een visie is om ja tegen iets zeggen, waarbij je niet weet wat je in de toekomst tegenkomt, een risico neemt en aangeeft wat je niet kunt doen; GroenLinks wijst erop dat Hilversums in 2040 aardgasvrij al staand beleid is; opgehaald is uit de participatie dat de samenleving daarvoor ook gaat; de SP concludeert dat CDA en VVD iets minder hard lopen dan GroenLinks; de VVD wil zo snel mogelijk fossielvrij zijn, mits dat haalbaar en betaalbaar is; BVNL geeft aan anders in de klimaatdiscussie te zitten; de VVD wijst erop dat fossielvrij niet hetzelfde is als ‘van het gas af’; GroenLinks beaamt dat fossielvrij nog ambitieuzer is en is

enthousiast dat die ambitie vanuit de samenleving is opgehaald; de ChristenUnie stelt dat het aanhouden van de doelen van Nederland en Europa een heleboel discussie wegneemt; het gaat dan om streven naar klimaatneutraal in 2040; D66 stelt dat men ook kan zeggen in 2040 fossielvrij en klimaatneutraal te zijn; het CDA betreurt het dat de SP ambities neerzet waarvoor men niet zou hoeven te betalen.

GroenLinks: vindt het een eyeopener dat de participatie-input is dat Hilversum zowel dorp als stad is en vraagt wat de ChristenUnie daarvan vindt; de ChristenUnie vindt het een fragiel evenwicht is en voldoen aan opgaven betekent daarnaar op een andere manier te moeten kijken; de vraag is of een dorp te handhaven is en denkt naar een nieuwe stedenbouwkundige visie toe te moeten; D66 stelt dat Hilversum een stad is met 92.000 inwoners en roept op een keuze te maken; de PvdA bevreemdt het om in een gemeente met 92.000 inwoners te spreken over een dorp; de VVD meent dat bewoners zich voelen als in een dorp te wonen en dat zij die waarden en kwaliteiten willen vasthouden, mogelijk zelfs te versterken; de PvdA zou in dat geval pleiten voor het autovrij maken van brinken; de VVD meent dat het dan over veel meer zaken gaat dan over brinken; het CDA vraagt op basis waarvan de PvdA veronderstelt dat een dorp autoluw is; de PvdA refereert aan de verkeersintensiteit van Hilversum die niet meer dorps van karakter is; D66 wil het gesprek voeren over de vraag of men met matige groei nog een levendige stad heeft.

Tweede termijn insprekers (van commissievergadering 15 juni 2022): De heer Wiercx (huurdersbelangenvereniging De Alliantie): waardeert de wijze van discussiëren over de grote opdrachten waarvoor Hilversum staat; heeft begrepen dat de commissie zoekt naar een identiteit, dorp of stad, waarbij ook woningbouw en ruimte voor mensen horen; herhaalt dat ruim 14.000 mensen een woning zoeken, welk aantal over vijf of tien jaar nog hoger zal zijn; verwacht vanuit de regering een taakstelling voor te bouwen woningen en wil daarover dan ook laten nadenken; roept op ook na te denken over nadere woonvormen.

13

De heer Olde: betreurt het dat de raad destijds de sustainable development goals als model heeft afgewezen; houdt de raad voor ogen dat een omgevingsvisie niet alleen over stenen en financiën gaat, maar ook om het vastleggen van zachte waarden; vindt het van belang niet sturende vragen te stellen; roept de raad op bij het aanhalen van onderzoeken na te gaan of daarin sturende vragen staan; adviseert wat het proces heeft opgeleverd vast te leggen; constateerde dat er op wijkavonden meer verbinding in de wijken ontstond; raadt aan van de inspraak een iteratief proces te maken in plaats van een eenmalig gesprek. Mevrouw Koster (HOP 2040): werd na vanavond wat negatiever; wijst op bijlage 2b, een peiling van de enquête net sturende vragen, waarop men een ander antwoord terugkrijgt; attendeert erop dat de samenleving en niet alleen de inwoners de participatie heeft gedaan; roept op niet te sectoraal te kijken, omdat de omgevingsvisie een integraal plan is, waarbij je in samenhang naar de opgaven kijkt; adviseert een brede blik te houden en de participatie daarbij te betrekken; de politiek weegt daarna af en maakt keuzes, die worden teruggekoppeld naar de participanten; de wethouder heeft toegezegd in gesprek met de samenleving te blijven en samen invulling aan de omgevingsvisie te geven, op welk gesprek HOP 2040 zich zeer verheugt.

Advisering aan de raad De VVD wil nadenken over een goed amendement, zodat het stuk wel rijp voor de raad moet zijn. De PvdA vindt het lastig te bepalen of het stuk al dan niet rijp voor de raad is. Voor de VVD hangt rijpheid voor de raad afhangt van het besluit en wil de ontwerp-omgevingsvisie nog terug hebben naar de raad, voordat die de inspraak ingaat. Alle fracties maken een voorbehoud. De voorzitter sluit de vergadering om 23.17 uur. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 6 juli 2022. De griffier, ·······

De voorzitter,

P.M.H. van Ruitenbeek.

G.M. van den Top.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=a1cdedf8-bdf0-4889-9986-cf96cec60de9