CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raadscommissie d.d. 12 januari 2022 (vergadering 2)

Raadscommissie 12 januari 2022, gemeente Hilversum9.130 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERSLAG

Vergadering Raadscommissie (vergadering 2) 12 januari 2022 online

1

Index verslag vergadering Raadscommissie 12 januari 2022 (vergadering 2) Agenda raadscommissie (vergadering 2) 1.

Opening en vaststellen agenda

3

2.

Mededelingen voorzitter

3

3.

3

6.

Mededelingen en toezeggingen van Burgemeester Broertjes (in aanwezigheid van burgemeester Mol) en wethouder Voorink (inclusief de mededelingen inzake 4egionale aangelegenheden) Beeldvorming Commissievoorstel Hilversums Belang n.a.v. rapport van onderzoeksbureau NTA Oordeelsvorming Commissievoorstel Hilversums Belang n.a.v. rapport van onderzoeksbureau NTA Beeldvorming Vaststelling bestemmingsplan 'Utrechtseweg perceel naast 63 en 65'

7.

Oordeelsvorming Vaststelling bestemmingsplan 'Utrechtseweg perceel naast 63 en 65'

13

8.

Beeldvorming Verstedelijkingsconcept versie 3 MRA

14

9.

Oordeelsvorming Verstedelijkingsconcept versie 3 MRA

16

10.

Beeldvorming instellen adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten Hilversum Oordeelsvorming instellen adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten Hilversum

20

4. 5.

11.

6 8 10

20

2

RAADSCOMMISSIE 12 JANUARI 2022 Aanwezig bij aanvang: Voorzitter: mw. B. Verweij. Griffier: P.M.H. van Ruitenbeek. Hart voor Hilversum: H. Koç; D66: mw. A.A.S. den Daas; VVD: M.F. Vogel en mw. E. Zeeuw van der Laan; GroenLinks: mw. M.H.A. Remmers; CDA: G.J. Postma en A. Yorulmaz; ChristenUnie: mw. A.F. Vreugdenhil-de Blécourt; PvdA: mw. J. Kalk; SP: P.H.J.R. van Rooden; Leefbaar Hilversum: mw. J. van Oostveen; Hilversums Belang: H.P. Blok; Democraten Hilversum: R. Docter. College: P.I. Broertjes, burgemeester. werkgroep governance regio Gooi en Vechtstreek: N. Mol, voorzitter. 1. Opening en vaststellen agenda (0.0) De agenda van de vergadering wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Mededelingen voorzitter (0.1) Er zijn geen mededelingen. 3.

Mededelingen en toezeggingen van Burgemeester Broertjes (in aanwezigheid van burgemeester Mol) en wethouder Voorink (inclusief de mededelingen inzake regionale aangelegenheden) (0.1) De voorzitter: deelt mee dat in de regio de afgelopen periode een werkgroep governance (werkgroep-Mol) zich heeft bezig gehouden met de governance van de regio; deze werkgroep heeft een advies gegeven aan het regiobestuur: kies voor een actieve en zichtbare regie van gemeenten en bestuurders in de regio; merkt op dat het algemeen bestuur van de regio in een brief heeft aangegeven de voorstellen van de werkgroep-Mol te omarmen; vertelt verder dat regiovoorzitter Broertjes en werkgroepvoorzitter Mol voornemens zijn een ronde langs de gemeenteraden te maken van december 2021 t/m februari 2022; zij zijn nu te gast in Hilversum; vraagt de commissie/raad vanavond te reflecteren op het advies van de werkgroep en de reactie van het bestuur; beide heren kunnen opmerkingen en tips worden meegegeven.

Inleiding voorzitter Mol van de werkgroep governance De heer Mol: blikt terug dat anderhalf jaar terug door regiovoorzitter Broertjes een werkgroep van raadsleden onder zijn voorzitterschap is gevraagd te adviseren over de wijze van besluitvormen in de regio; aanleiding daarvan was chagrijn bij gemeenteraden in het gebied over totstandkoming van regionale besluitvorming; laat weten dat is geadviseerd gemeenteraden eerder bij besluitvorming te betrekken en op tijd met elkaar het gesprek aan te gaan; dat advies is omarmd; geeft aan dat de werkgroep is gevraagd een vervolgadvies te geven, welk verzoek is opgepakt; het ging daarbij om een zichtbaar algemeen bestuur van de regio en het daardoor de regie nemen, evenals te investeren in rolduidelijkheid en rolzuiverheid van portefeuillehoudersoverleggen en raden. Regiovoorzitter Broertjes: vult aan dat het opschalingsmodel niet heeft gewerkt; duidelijk voor bewoners moet zijn dat een bepaald besluit is genomen; dat model moet beter in de vingers komen en daartoe behoeven structureren aanpassing;

3

-

is heel blij met het tweede advies van de commissie-Mol over het nog beter in de vingers krijgen van de verschillende posities van besturen; het algemeen bestuur moet ook verantwoording kunnen afleggen aan een raad en het publiek; heeft een betere regionale samenwerkingsagenda afgesproken.

De ChristenUnie: heeft zich niet op het onderwerp als bespreekpunt voorbereid en heeft nu geen vragen voor de heer Mol; de voorzitter laat weten dat er nog een nader moment komt om verder te praten. GroenLinks: meent dat met de aanbevelingen van de commissie gezien de reactie van het algemeen bestuur daarop het chagrijn en de vrijblijvendheid niet geheel zullen verdwijnen, wat zij jammer vindt; stelt dat gemeenten zelf iets zullen moeten doen om dat chagrijn kwijt te raken en de raden zelf de regio sterker moeten maken; mist een gezamenlijke griffie en gezamenlijke kalender; roept op tot experimenten, zoals voor de Tomingroep en het inbesteden van het leerlingenvervoer; adviseert te stoppen met het vrijblijvende regiopodium en raadt aan te gaan werken met werkgroepen met een mandaat; de SP vraagt welk mandaat GroenLinks bedoelt; GroenLinks kan zich voorstellen twee mensen uit elke raad te benoemen die de koersbepaling van de Tomingroep voor de eigen gemeenteraad gaan voorbereiden; De Wsw is koersvaster te houden bij het geven van een mandaat voor vier jaar; daarmee wil zij experimenteren; meent dat de stroperigheid niet helpt om het chagrijn te verminderen.

De heer Mol: komt niet met een verdieping van het eerste advies; beseft dat gemeenten zelf eigenaar van de regio zijn en zelf problemen moeten oplossen; adviseert na de gemeenteraadsverkiezingen met een regionale samenwerkingsagenda op hoofdlijnen te komen, wat het makkelijker maakt om gemeenteraden op één lijn te krijgen; raadt aan voor een algemeen bestuur te kiezen voor leden met een eigen portefeuille; bepleitte in zijn eerste advies een gezamenlijke kalender en eenheid in stukken, waarbij griffies en de ondersteuning van het algemeen bestuur met elkaar optrekken; men kan echter niet alles oplossen met procedureafspraken; gaat het om het pakken van eigenaarschap en verantwoordelijkheid door gemeenten; zes gemeenten moeten de problemen samen kunnen oplossen.

De VVD: is blij met de brief en de omgang van het algemeen bestuur daarmee; is niet zo pessimistisch als GroenLinks, maar ziet wel een enorme bestuurlijke drukte; vindt een startnotitie helpen om de awareness bij alle raden te krijgen over wat er op de agenda staat en de omgang daarmee; wil de regio zich laten beperken tot een aantal hoofdzaken; ondersteuning van de griffie kan daarbij helpen; vindt focus aanbrengen een goede eerste stap; wil ook tijdig evalueren op wat wel en niet werkt en raden laten meenemen in wat er in de regio speelt; de PvdA wijst erop dat de werkgroep stopt, zodat men opnieuw moet bepalen hoe raden grip houden op de regio. De heer Mol: vindt het belangrijk dat wethouders een eigen portefeuille krijgen in het algemeen bestuur en zelf de discussie zoeken met gemeenteraden in het gebied; meent dat raden vertrouwen moeten hebben dat wethouders de agenda gaan trekken voor de gehele regio; dat kan leiden tot een daadkrachtiger bestuur;

4

-

D66: -

-

zoekt het niet in meer stukken, procedures en commissies, maar wel in het vertrouwen geven aan de regio om op inhoud meters te kunnen maken en op tijd verantwoording aan gemeenteraden te kunnen afleggen. is de behandeling van het beleidsplan voor bescherming en opvang door de raad heel goed bevallen; die bevatte een startnotitie en een duidelijke lijn; een dergelijk besluitvormingstraject duurt dan wat langer en zij vraagt of daarmee nog rekening wordt gehouden; de heer Mol wil niet met elk onderwerp langs de raden laten gaan, maar misschien wel met grote onderwerpen, zoals het doelgroepenvervoer, bijvoorbeeld twee keer per jaar; is benieuwd wanneer de werkgroep governance met de nieuw gekozen gemeenteraden in gesprek kan gaan; de heer Mol stelt dat nieuwe gemeenteraden een slanke regionale samenwerkingsagenda zouden moeten maken.

De voorzitter: wijst erop dat de regio ook op de heidag van de nieuwe gemeenteraad aan de orde komt; de nieuwe raad kan dan een nieuwe gedachte en koers kiezen. De SP: vraagt hoe het dagelijks bestuur van de regio meer de regie moet pakken en hoe dat geborgd kan worden; de heer Mol reageert dat veel mensen in de veronderstelling zijn dat het algemeen bestuur integraal verantwoordelijk is voor het trekken van de regionale agenda; dat gremium heeft echter meer een procedurele rol; hij vraagt of de raad het goed vindt om het algemeen bestuur te vragen om de regionale agenda inhoudelijk zichtbaar te trekken en de koers te bepalen; burgemeester Broertjes herinnert eraan dat het algemeen bestuur eerst alleen maar burgemeesters en benoemde personen bevatte, dat alleen maar ging over de bedrijfshuishouding van de regio; nu zitten daarin vooral wethouders die gaan over een politieke agenda; de transparantie van de regio moet sterker worden, wat kan door het eigenaarschap te leggen bij portefeuillehouders en die te laten optreden in diverse gemeenteraden; mensen ter verantwoording roepen over een dossier geeft ook meer comfort; met dat proces is te experimenteren; de regio moet ook van de inwoners zijn, zodat het proces transparanter en politieker moet worden; duidelijk moet worden dat keuzes op het hoogste niveau gemaakt worden.

De ChristenUnie: is van mening dat een discussie over adviezen van de werkgroep te voeren is en informeert hoe het proces nu verder gaat; de PvdA was deel van de werkgroep en merkt op dat daarover is gesproken; zij wil nu eerst aan het werk gaan en dan pas naar de volgende te zetten stappen kijken; burgemeester Broertjes kondigt nog een eindverslag/eindrapport van de rondgang langs de raden aan, met daarin besluitmomenten en noemt de nieuwe gemeenteraad een goed nieuw startmoment; D66 vraagt of de gemeenteraad iets moet vaststellen en wil de gemeenteraad daarop na het eindverslag een antwoord laten geven. De heer Mol: stelt dat de gemeenteraden niets verliezen, ook niet als het algemeen bestuur meer positie en meer regie is gegeven; de regio kan problemen oplossen die gemeenten niet zelf kunnen oplossen; laat weten dat de bestuurlijke verantwoordelijkheid is geborgd; stelt vast dat gemeenteraden zich afvragen van wie een voorstel af komt, een belangrijk struikelblok is dat gemeenteraden aangeven met de gang van zaken niet gelukkig te zijn; daarom is voorgesteld na de gemeenteraadsverkiezingen en na een eindverslag van de rondgang langs de raden hiermee verder te gaan; in het eindverslag staan opties waarover raden besluiten kunnen nemen.

5

4.

Beeldvorming Commissievoorstel Hilversums Belang n.a.v. rapport van onderzoeksbureau NTA (0.57) Woordvoerders: Hart voor Hilversum: H. Koç; D66:A. Zaabat; VVD: mw. E. Zeeuw van der Laan; GroenLinks: P. Veenendaal; CDA: A. Yorulmaz;ChristenUnie: mw. A.F. Vreugdenhil-de Blécourt; SP: P.H.J.R. van Rooden; PvdA: mw. J. Kalk; Leefbaar Hilversum: mw. J. van Oostveen; Hilversums Belang: H. Blok; Democraten Hilversum: R. Docter. College: P.I. Broertjes, burgemeester. Inspreker De heer El Boulhtoufi (inspreker namens vier Hilversumse moskeeën): voelt zich geroepen en genoodzaakt om namens de islamitische gemeenschap als lijdend voorwerp zijn kant van het verhaal te laten horen; stelt dat de publicatie over het NTA-onderzoek tot grote ongerustheid heeft geleid bij de vele duizenden islamitische Hilversummers, die inmiddels bijna 10% van de gehele bevolking van Hilversum uitmaken; moskeebesturen en –bezoekers zijn geschokt; merkt op dat de schrik/enorme schok vooral is veroorzaakt door: 1. de wijze van onderzoek: NTA is naar zijn mening niet transparant te werk gegaan; 2.

de moskeebesturen zijn als legitieme vertegenwoordigers van de islamitische Hilversummers niet geïnformeerd over het onderzoek, wat een zeer vervelende nasmaak achterlaat, gezien de open, transparante en constructieve relatie tussen de Hilversumse moskeeën en de gemeente; als dat wel zou zijn gebeurd hadden vragen van de achterban beantwoord kunnen worden en had onrust voorkomen kunnen worden; 3. het onderzoek betreft de gehele Hilversumse islamitische gemeenschap; de selectie heeft dus puur op basis van geloof plaatsgevonden; geeft aan dat door bovenstaande redenen het wantrouwen de overhand heeft gekregen; memoreert dat vertegenwoordigers van Hilversumse moskeeën deze week een heel goed en waardevol gesprek met de burgemeester hebben gevoerd; er zijn echter nog veel onbeantwoorde vragen en hij hoopt daarop snel antwoord te laten geven; de intentie is daarom om binnenkort een tweede gesprek te voeren; wil heel graag de essentie naar voren brengen dat vertegenwoordigers van de islamitische gemeenschap voortaan bij dit soort onderzoeken betrokken moet worden en tenminste vertrouwelijk moeten worden geïnformeerd.

GroenLinks: vraagt wat de heer El Boulhtoufi bedoelt met een gebrek aan transparantie en of die daarmee een undercover-operatie bedoelt; de heer El Boulhtoufi bedoelt daarmee inderdaad een undercover-operatie; het NTA-onderzoek is niet met medeweten van de islamitische gemeenschap uitgevoerd en NTA heeft het ook niet aangegeven dat het een onderzoek betreft; pas na publicatie in NRC waren de moskeeën op de hoogte dat vijf jaar geleden een onderzoek had plaatsgevonden. Hart voor Hilversum: is benieuwd wanneer de moslimgemeenschap en de moskeeën tevreden zijn en wat het doel van vervolggesprekken is; de heer El Boulhtoufi wil het vertrouwen en de goede relatie uit het verleden herstellen; daarvoor willen de moskeeën nog wel een aantal vragen beantwoord zien. Leefbaar Hilversum: informeert naar de reactie van mensen uit de islamitische gemeenschap naar aanleiding van de publicatie in NRC en wat zij nodig hebben om het vertrouwen weer terug te krijgen; de heer El Boulhtoufi hoorde vanuit de islamitische gemeenschap vragen over wat precies is onderzocht, waarom de gemeenschap is onderzocht, door wie dat is gedaan, wanneer dat is gebeurd en met wie is gesproken; jongeren hadden het gevoel dat de overheid de islamitische

6

gemeenschap achter de rug om in het verdomhoekje plaatst en de gemeente niet te vertrouwen is. Het CDA: hoopt dat het vertrouwen zo snel mogelijk wordt hersteld en weet dat het bondgenotenoverleg altijd in vertrouwen en harmonie heeft plaatsgevonden; zij vraagt of daarin op enig moment bij het NTA is stilgestaan; de heer El Boulhtoufi heeft persoonlijk niet bij het bondgenotenoverleg gezeten; moskeebesturen hebben aangegeven dat in welk overleg dan ook nooit over het NTA-onderzoek is gesproken; een eerste kennisgeving daarvan is pas gebeurd na de NRC-publicatie. De SP: memoreert dat regioburgemeesters meerdere malen hebben bezworen dat NTA geen undercoverwerk heeft uitgevoerd en wil daarover een reactie van de heer El Boulhtoufi hebben; de heer El Boulhtoufi maakt dat wel degelijk verschil uit voor het vertrouwen; dat betekent dat je je gesprekspartner vertrouwt en gelooft; de NTA heeft haar onderzoek en de onderzoeksmethode niet kenbaar gemaakt bij moskeeën, wat hij kwalijk vindt. D66: -

vraagt waarom de heer El Boulhtoufi denkt dat NTA onderzoek onder moskeebezoekers heeft gedaan, maar niet onder de moskeebesturen; de heer El Boulhtoufi wil op die vraag ook graag een antwoord hebben: naar wie is exact onderzoek gedaan: personen, organisaties of verbanden?

Hart voor Hilversum: vraagt wat de moskeeën graag anders hadden willen zien; de heer El Boulhtoufi antwoordt dat de moskeebesturen heel graag in het bondgenotenoverleg geïnformeerd hadden willen worden over een marktonderzoek; dan zou ook de achterban geïnformeerd hebben kunnen worden; het niet gekend zijn in het onderzoek creëerde wantrouwen. Het CDA: vraagt hoe de moskeeën de jarenlange samenwerking met de gemeente hebben ervaren; de heer El Boulhtoufi ervaarde die samenwerking heel erg open, transparant, prettig en constructief, waarbij problemen samen worden aangepakt. De voorzitter: merkt op dat het commissievoorstel is om de brief van burgemeester Broertjes van 21 oktober 2021 te bespreken, met inbegrip van nadere informatie over feiten en het procesverloop; vraagt de commissie een standpunt in te nemen over de wijze waarop de gemeente is opgetreden als medeopdrachtgever van onderzoeksbureau NTA; laat weten dat is gevraagd de burgemeester te adviseren over hoe voortaan om te gaan met kwesties als deze; hierbij kan worden gedacht aan het de raad in beslotenheid informeren als er daartoe aanleiding is; constateert dat er in de beeldvormende fase geen vragen vanuit de fracties zijn en vraagt de burgemeester een reactie te geven op het tot nu toe gehoord.

Burgemeester Broertjes: is blij over het twee dagen geleden met de moskeeën gevoerde gesprek, teneinde het vertrouwen weer te kunnen herstellen na de vertrouwenscrisis naar aanleiding van het NRCartikel een paar maanden geleden; heeft aangeboden NTA aan de vier individuele moskeeën te laten vertellen over de uitvoering van het onderzoek, zodat daarover helderheid komt en vragen beantwoord kunnen worden; licht toe dat het klankbordonderzoek door NTA niet te veel in de openbaarheid kon komen, omdat die openbaarheid de uitkomst en conclusies zou kunnen verstoren;

7

-

wijst op het landelijke onderzoek en gebleken is dat de uitkomst conform de al aanwezige kennis was over de moslimgemeenschap, zodat er niet direct de urgentie was om de raad daarover te informeren; zou het een volgende keer anders doen wat betreft de benadering van de moslimgemeenschap; gaat nog een vervolggesprek met de moskeeën voeren.

5.

Oordeelsvorming commissievoorstel Hilversums Belang n.a.v. rapport van onderzoeksbureau NTA (1.23) Woordvoerders: Hart voor Hilversum: H. Koç; D66:A. Zaabat; VVD: mw. E. Zeeuw van der Laan; GroenLinks: P. Veenendaal; CDA: A. Yorulmaz; ChristenUnie: mw. A.F. Vreugdenhil-de Blécourt; PvdA: mw. J. Kalk SP: P.H.J.R. van Rooden; Leefbaar Hilversum: --; Hilversums Belang: H. Blok; Democraten Hilversum: --. College: P.I. Broertjes, burgemeester. De voorzitter: deelt mee dat naar aanleiding van de krantenartikelen een besloten vergadering met leden van de commissie Veiligheid heeft plaatsgevonden om duidelijkheid te verkrijgen over wat er is gebeurd. Hilversums Belang: vraagt of de burgemeester de raad had moeten betrekken bij de opdrachtverlening, gezien de maatschappelijk riskante situatie en of dat in de toekomst moet gebeuren; vraagt om de toezegging dat de burgemeester de raad in voorkomende en vergelijkbare situaties waarbij Hilversummers gevaar lopen tijdig zal informeren; stelt voor zo spoedig mogelijk met de nieuwe burgemeester aan tafel te gaan om tot een concrete invulling van een veiligheidsprotocol te komen over hoe te handelen als de veiligheid in Hilversum in gevaar komt.

Burgemeester Broertjes: erkent dat de informatievoorziening aan de moslimgemeenschap anders zou kunnen en moeten, gehoord ook de inspreker; wijst erop dat de burgemeester exclusief is bevoegd om zich te bemoeien met de openbare orde en veiligheid en daarbij geen actieve informatieplicht naar de raad heeft; achteraf kan wel aan de raad verantwoording daarover worden afgelegd; het onderzoek gaf geen aanleiding om daarop actie te ondernemen, gezien de conformiteit wat betreft het al bestaande beeld; een volgende keer kan het anders zijn; Hilversums Belang gaat het erom dat de burgemeester de bevoegdheid heeft om in te grijpen in bepaalde situaties, maar daarover moet ook melding aan de raad/commissie Bestuur/Veiligheid worden gedaan, eventueel in beslotenheid; burgemeester Broertjes verklaart zich bereid om het proces over veiligheidskwesties opnieuw en op een transparante manier in te richten en zal die behoefte met zijn opvolger bespreken (T22/01); hij vindt echter dat hij niet in gebreke is gebleven, omdat volgens de Gemeentewet hij exclusief bevoegd is over openbare orde en veiligheid en er geen aanleiding was om de raad in te lichten; dat kan bij een volgende zaak weer anders zijn.

De SP: wijst op het gevoelige onderwerp, waarbij het handig is onderling begrip te kweken voor de situatie; als de burgemeester de moskeeën en de raad had ingelicht was het gesprek anders gelopen; het gaat echter wel om een unieke situatie; wil het presidium met de volgende burgemeester laten spreken over de afhandeling van dergelijke situaties in de toekomst; bevestigt dat het gaat om de bevoegdheid en portefeuille van de burgemeester, maar er kan wel een klankbord zijn. De VVD:

8

-

vraagt wat Hilversums Belang met haar voorstel wil bereiken en stelt vast dat de burgemeester in de afgelopen jaren uitstekend heeft gewaakt over de openbare orde en veiligheid, ook in het specifieke dossier; de samenwerking tussen de moskeeën en de gemeente was namelijk ook uitstekend; Hilversums Belang is geschrokken van het NRC-artikel en vindt het niet niks wat er staat in de burgemeestersbrief: de rechtsstaat was in gevaar door staatsgevaarlijke situaties; het gaat haar erom dat de burgemeester de raad/commissie Veiligheid niet heeft geïnformeerd, eventueel in vertrouwelijkheid; de SP ontkent dat staatsgevaarlijke situaties uit het NTArapport bleken, maar in het rapport stond dat het delen van bepaalde informatie gevoelig is en effecten kan hebben; de VVD is van mening dat de burgemeester niet verplicht is om de raad in deze kwestie te informeren.

Het CDA: vindt de veiligheid van inwoners voorop staan, waarvoor de burgemeester volgens artikel 172 van de Gemeentewet verantwoordelijk is; is blij met de toezegging van de burgemeester om met een protocol voor de nieuwe burgemeester te komen hoe in de toekomst in dergelijke situaties kan worden gehandeld; roept de burgemeester op om te heroverwegen de raad in dergelijke situaties te informeren; schrok van het NRC-artikel, welke schrik de correspondentie daarna een beetje heeft gerelativeerd. De ChristenUnie: heeft geen enkele reden gehad om te twijfelen aan de juiste handelwijze van de burgemeester, die volkomen terecht binnen zijn bevoegdheid heeft gehandeld; kan zich de gevoeligheid bij moskeeën voorstellen, gezien de radicalisering en de gevaren daarvan; roept de moskeeën op om zich af te vragen of het gevoel van wantrouwen wel terecht is; heeft geen reden om de toekomstige burgemeester op te zadelen met een protocol, omdat een burgemeester hoort te weten hoe hij handelt binnen zijn bevoegdheid, waarin zij vertrouwen heeft. D66: -

vindt het nu van belang dat de burgemeester het vertrouwen binnen de moslimgemeenschap en de moskeeën herstelt; zegt dank voor de gedane toezegging; staat achter de handelwijze van de burgemeester; of die de raad al dan niet informeert is ter inschatting van hemzelf.

De PvdA: wordt ongelooflijk verdrietig van het nu gevoerde gesprek, omdat er een uitstekende burgemeester is op het veilgheidsdossier; herinnert aan de tijdgeest van 2017 waarin huilende vaders te zien waren over de naar Syrië afgereisde kinderen begrijpt dat de onderzoeksopdracht niet met de raad is gedeeld; stelt dat zaken zijn gegaan zoals zij horen; meent dat er weer vertrouwen moet komen vanuit de moslimgemeenschap richting de gemeente; gaat voor een samenleving waarin iedereen zich thuisvoelt; excuses zijn niet op zijn plaats, maar misschien wel over het plaatsvinden van het gesprek; het CDA ziet daartoe ook geen aanleiding. GroenLinks: is van oordeel dat de burgemeester adequaat en integer heeft gehandeld in het proces, zoals altijd;

9

-

vindt het ontzettend jammer dat door de berichtgeving de verstandhouding van de gemeente met de moslimgemeenschap onder druk is komen te staan, een relatie waarin de burgemeester met succes zoveel heeft geïnvesteerd; zij hoopt dat de relatie opnieuw wordt zoals die was.

Hart voor Hilversum: heeft bewondering voor de burgemeester; vraagt de burgemeester de tijd te nemen voor de nazorg teneinde het vertrouwen van de moslimgemeenschap weer terug te krijgen; vraagt de burgemeester in de nazorgfase met de regioburgemeester samen en op een uniforme wijze op te trekken en een gelijkluidend signaal af te geven. Tweede termijn inspreker De heer El Boulhtoufi: heeft de burgemeester en diens inzet hoog zitten en heeft alle lof daarvoor; had een goede relatie met de burgemeester en de gemeente en vindt het daarom onbegrijpelijk niet te zijn geïnformeerd over het onderzoek, dan pas vijf jaar na plaatsvinden daarvan; hoopt de relatie met de gemeente en de burgemeester in de breedste zin van het woord te kunnen herstellen. 6. Beeldvorming Vaststelling bestemmingsplan 'Utrechtseweg perceel naast 63 en 65' (2.04) Woordvoerders: Hart voor Hilversum: M.E. Eerenberg; D66: mw. M.I. van Vliet; VVD: mw. H.M.G.J. van de Linde; GroenLinks: P. Veenendaal; CDA: A. Yorulmaz; ChristenUnie: mw. A.F. Vreugdenhil-de Blécourt; SP:P.H.J.R. van Rooden; de PvdA: mw. J. Kalk; Leefbaar Hilversum: mw. J. van Oostveen; Hilversums Belang: H.P. Blok; Democraten Hilversum: R. Docter. College: F.G.J. Voorink, wethouder.

Insprekers De heer Van Rooijen: is directeur-eigenaar van de vennootschap, die vanaf 2006 eigenaar is van landhuis ‘Het Zuidereinde’ aan de Utrechtseweg 63-65’; merkt op dat in het verleden de mogelijkheid bestond om naast het landhuis een woning te bouwen; in het vigerende bestemmingsplan heeft de gemeente onbedoeld de bouwmogelijkheden op het perceel ingeperkt, dan wel verkleind, wat hij constateerde in 2015 en probeerde te herstellen; vervolgt dat de gemeente bereid was om het ontnomen bouwrecht weer terug te geven, waaraan de volgende voorwaarden/concessies verbonden waren: 1. sloop van het in 2001 gebouwde niet monumentale bijgebouw, waardoor het landhuis gerestaureerd en in oude luister hersteld kon worden, waardoor het monumentale karakter meer geaccentueerd zou worden; 2. de footprint van het gesloopte gebouw van 102 m² als nieuwe woonbestemming terugplaatsen in het bestaande bouwplan, waarbij de nok- en goothoogte naar beneden zijn aangepast; 3.

de nieuw te bouwen woning dient aan alle huidige duurzaamheidseisen te voldoen; heeft bij het proces maatschap MRO als adviseur ingeschakeld om ervoor te zorgen dat het langdurige traject zorgvuldig en correct zou verlopen; heeft volledig meegewerkt aan gevolgde procedures en onderzoeken op de wijze zoals door de gemeente voorgeschreven; merkt op dat het eindresultaat nu is dat er een prachtig gerestaureerd landhuis is op een perceel van 2.340 m², waarmee een stuk erfgoed weer is teruggegeven aan de gemeente Hilversum; ook is een perceel van 1.400 m² beschikbaar, waarop een nieuwe woning kan worden geplaatst. De SP:

10

-

vernam dat mevrouw Oostendorp niet is geïnformeerd, terwijl dat wel de bedoeling is en vraagt welke poging is gedaan om met haar of met andere mensen in gesprek te gaan over de aanpassingen; de heer Van Rooijen heeft met de hele buurt in een straal van 100 meter rond het perceel contact opgenomen en het plan neergelegd, zo ook mevrouw Oostendorp; zij heeft allerlei vragen gesteld en hij heeft voorgesteld met haar persoonlijk in gesprek te gaan, waaraan zij geen behoefte had; negen maanden later probeerde hij na te gaan wat haar bezwaren zijn, maar hij heeft nooit een reactie gekregen.

Mevrouw Oostendorp: is eigenaresse van het pand Utrechtseweg 69 en is direct betrokkene; wijst op de bijzondere plek waar drie kwalitatieve monumenten op een rij staan: 1. het gemeentelijk monument Het Zuidereinde op Utrechtseweg 63-65; 2. rijksmonument Utrechtseweg 69; 3. rijksmonument Utrechtseweg 71; stelt vast dat tussen het gemeentelijke en rijksmonument recent een relatief smal perceel is afgesplitst; daarop een passend en kwalitatief huis plaatsen is geen sinecure; dat staat op gespannen voet met het behoud en versterken van de ruimtelijke kwaliteit; de bestaande monumenten verdienen daarbij extra bescherming tegen aantasting door nieuwe ontwikkelingen; afwegingen in het proces vragen extra aandacht en onderbouwing; is ervan overtuigd dat de kwalitatieve aspecten in de gemaakte afwegingen voor deze wijziging van het bestemmingsplan juist ondergeschikt zijn geworden: niet het algemeen belang van het behoud van de ruimtelijke kwaliteit wordt gediend, maar het gewin van de eigenaar van een buurperceel; dat maakt zij op uit: dat de voorgeschreven maximale hoogte hoger is dan het naastgelegen rijksmonument; door de rooilijn gelijk te stellen met de naastgelegen monumenten worden deze gediskwalificeerd; het recent gebouwde huis naast rijksmonument van nummer 71 is circa vijf meter achter de rooilijn teruggelegd; het vigerende bestemmingsplan bood geen mogelijkheid hier een

woning te bouwen; ontving het raadsvoorstel met bijlagen pas op 3 december jl. met een advies uit 2017; haar betrokkenheid begon pas in 2018; de gemeente dacht toen al gedetailleerd mee; de gemeente noch de eigenaar heeft haar op welke wijze dan ook betrokken; lijkt ook hier de wet te gelden dat de aanhouder wint; de wethouder is na lang aandringen van de eigenaar overstag gegaan en zette daarmee een trein aan het rijden; zij heeft een aantal keren aan de noodrem getrokken, maar de trein denderde door op weg naar het eindstation; vraagt zich af welk en wiens belang wordt gediend, waarbij de kwaliteit en het algemeen belang ondersneeuwen.

Het CDA: hoorde dat de heer Van Rooijen de buurt in een straal van 100 meter heeft geïnformeerd, waarop mevrouw Oostendorp afwijzend heeft gereageerd; na negen maanden is weer geprobeerd een contact tot stand te brengen waarop niet is gereageerd; gevraagd wordt of dat klopt; mevrouw Oostendorp bevestigt op 18 mei 2020 een brief van bureau MRO te hebben ontvangen om mee te praten over een omgevingsvergunning voor omzetting van een kantoor naar wonen; na gesprek met MRO heeft zij ook een gesprek gehad met twee ambtenaren om duidelijkheid te krijgen over de omgevingsvergunning, die haar vertelden dat de brief behoort bij een 200 pagina’s tellend rapport, een ontwerpbestemmingsplan, waarover zij niets wist; daarop heeft zij een boze brief naar MRO gestuurd waarin zij aankondigde zich alleen nog maar alleen aan formele procedures te houden; daarop kreeg zij een uitnodiging om met de heer Van Rooijen te spreken over het te bouwen huis; zij wilde echter eerst haar vragen beantwoord zien; daarna heeft zij nooit meer iets van hem gehoord, tot vlak voor het collegebesluit, welk tijdstip haar niet uitkwam; in al die jaren heeft zij slechts twee keer een uitnodiging gehad. Leefbaar Hilversum:

11

-

-

vraagt of mevrouw Oostendorp vindt of er überhaupt op het betreffende perceel iets gebouwd kan worden; mevrouw Oostendorp vindt vooral dat een bouwsel maatwerk moet zijn en wel aan eisen moet voldoen; het liefst heeft zij geen bebouwing, maar het gaat om drie monumenten en het inpassen van een nieuw huis daartussen; daarmee wordt het algemene belang van de ruimtelijke kwaliteit in haar ogen een beetje verkwanseld; het proces vindt zij verre van een schoonheidsprijs verdienen; zij wil rekening laten houden met de bijzondere beeldkwaliteit; zij is niet mordicus tegen bebouwing, maar wel is zij tegen dat op deze manier doen; informeert of het gaat om een postzegelbelang in plaats van een integrale visie; mevrouw Oostendorp bevestigt dat en stelt dat Hilversum veel waarde hecht aan het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit, waarbij monumenten en stadsgezichten extra bescherming verdienen tegen aantasting door nieuwe ontwikkelingen, wat haars inziens maatwerk betekent.

Beeldvorming commissie De voorzitter leest het voorstel aan de raad voor: 1. de nota van zienswijzen en wijzigingen bestemmingsplan ‘Utrechtseweg, perceel naast 63 – 65’’ vast te stellen; 2. geen exploitatieplan vast te stellen ten behoeve van het bestemmingsplan ‘Utrechtseweg, perceel naast 63 – 65’; 3. het bestemmingsplan ‘Utrechtseweg, perceel naast 63 – 65’ overeenkomstig de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in GML-bestanden NL.IMRO.15bp04prcnst63en65-va01, met bijbehorende bestanden en volledige papieren verbeelding, gewijzigd vast te stellen overeenkomstig de ‘Nota van zienswijzen en wijzigingen bestemmingsplan ‘Utrechtseweg, perceel naast 63 – 65’’ als bedoeld onder punt 1. Democraten Hilversum: vraagt of het onafhankelijke advies over het wel een acceptabele ontwikkeling zijn van inbreiding van historische percelen voor de besluitvormende raadsvergadering kan worden toegevoegd of de wethouder kan aangeven waarom dat onafhankelijke advies er niet is; wethouder Voorink reageert dat er geen advies van de Commissie voor de Welstand en Monumenten en de ARK is; ambtelijk is onder andere van de afdeling Monumenten integraal geadviseerd.

Het CDA: vraagt een toelichting op de zin in het raadsvoorstel dat op grond van kaders de cultuurhistorische waarden van de omgeving niet onevenredig worden aangetast wat betreft de bouwhoogten, omdat het op grond van het verhaal van mevrouw Oostendorp wel erop lijkt dat cultuurhistorische waarden worden aangetast; wethouder Voorink merkt op dat het een gebied is met gebouwen van hoge kwaliteit; zonder meer daartussen iets proppen is geen goed idee; men heeft echter ook te maken met de bestaande situatie en bestaande bouwmogelijkheden die het college en raad ook moeten afwegen; het grootste probleem is het maximale bebouwingspercentage van het kavel; bottleneck daarbij is de ondergrondse parkeerkelder en in hoeverre het reëel is om die een struikelblok te laten zijn; het college is in dezen niet over één nacht ijs gegaan en wil zuinig op het gebied zijn. D66: -

vraagt de wethouder iets te zeggen over het door de heer Van Rooijen en mevrouw Oostendorp aangegeven proces en wat daarvan te leren is in relatie tot de Omgevingswet; wethouder Voorink heeft aangedrongen op overleg tussen partijen, wat in dit geval niet naar tevredenheid van beide partijen is gegaan; hij is blij met het nieuwe instrumentarium waarbij eisen te stellen zijn, zoals het overleggen van een gespreksverslag, dat nu niet af te dwingen is.

Leefbaar Hilversum: vraagt zich af of het gebouw op perceel 69 door Dudok is gebouwd; dit wordt bevestigd;

12

-

vindt het in de lengte splitsen van het perceel kant noch wal raken; wethouder Voorink reageert dat ambtenaren die mening niet delen; suggereert een zodanige perceelwijziging te doen, zodat er aan de achterkant wordt gebouwd, wat aan de voorkant niet detoneert; wethouder Voorink kan niet aangeven of ergens anders op het kavel te bouwen is; men heeft ook met bomen te maken; volgens hem is nu sprake van de beste plek om een gebouw toe te voegen.

De ChristenUnie: vraagt welke kans mevrouw Oostendorp heeft om een procedure bij de Raad van State te winnen; wethouder Voorink zou het voorstel niet aan de commissie voorleggen als hij die kans groot zou achten; hij probeert stukken voor te leggen die Raad van State-proof zijn. 7.

Oordeelsvorming Vaststelling bestemmingsplan 'Utrechtseweg perceel naast 63 en 65' (2.39) Woordvoerders: Hart voor Hilversum: M.F. Eerenberg; D66: mw. M.I. van Vliet; VVD: mw. H.M.G.J. van de Linde; GroenLinks: P. Veenendaal; CDA:A. Yorulmaz; ChristenUnie: mw. A.F. Vreugdenhil-de Blécourt; PvdA: mw. J. Kalk; SP: P. H.J.R. van Rooden; Leefbaar Hilversum: mw. J. van Oostveen; Hilversums Belang: H.P. Blok; Democraten Hilversum: R. Docter. College: F.G.J. Voorink, wethouder. Democraten Hilversum: vindt het voorstel zonder onafhankelijke deskundige advisering niet rijp voor besluitvorming. Leefbaar Hilversum: wil het door Dudok gebouwde huis koesteren en suggereert een andere oplossing dan in het voorstel te bedenken, o.a. door out of the box te denken.

Tweede termijn insprekers De heer Van Rooijen: zijn bouwrechten ontnomen en heeft een zorgvuldig en langdurig traject gevolgd; wijst op het perceel van 1.400 m² waarop heel goed een prachtige woning te bouwen is; attendeert erop dat het huis van Dudok op perceel met nummer 71 staat en niet op perceel met nummer 69; wijst op een dubbele bestemming op het gebied van cultuurhistorie en villagebied, wat betekent dat elke bebouwing in het gebied moet passen; verwacht niet anders dan een positief advies; heeft op verschillende momenten geprobeerd met mevrouw Oostendorp in contact en in gesprek te komen, waarvan zij gedurende negen maanden geen gebruik heeft gemaakt, wat hij onbegrijpelijk vindt; met andere bewoners is het wel gelukt te overleggen. Mevrouw Oostendorp: bevestigt dat Dudok op nummer 71 heeft gewoond en het huis op nummer 69 van Dudok’s hand is; dat huis heeft samen met het huis op nummer 71 een ensemblewaarde; laat zich niet verleiden tot een welles-nietesdiscussie met de heer Van Rooijen; heeft niet kunnen reageren op het integrale cultuurhistorische advies; meent dat de bestemmingsplanwijziging niet aanvaard kan worden, omdat die onvoldoende recht doet aan het algemeen belang en de ruimtelijke kwaliteit; raadt aan te wachten op het nieuwe instrumentarium om daarmee een gedegen en goed plan neer te leggen voor een eventueel nieuw te bouwen huis.

Advisering aan de raad Democraten Hilversum en Leefbaar Hilversum vinden het voorstel niet rijp voor de raad. Het CDA, de ChristenUnie en Hilversums Belang maken een voorbehoud met debat.

13

De SP maakt een voorbehoud zonder debat. Hart voor Hilversum, de PvdA en GroenLinks vinden het voorstel rijp voor de raad zonder debat. D66 en de VVD adviseren positief zonder debat. 8. Beeldvorming Verstedelijkingsconcept versie 3 MRA Woordvoerders: Hart voor Hilversum: J.A.C. Slingerland; D66:mw. M.I. van Vliet; VVD: mw. H.M.G.J. van de Linde; ChristenUnie: mw. A.F. Vreugdenhil-de Blécourt; PvdA: mw. J. Kalk; SP: P.C.M. Vonk; Leefbaar Hilversum: mw. J. van Oostveen; Hilversums Belang: H.P. Blok; Democraten Hilversum: R. Docter. College: F.G.J. Voorink, wethouder. Ambtelijke ondersteuning: hr. Bakker. De voorzitter leest het voorstel aan de raad voor: 1. het verstedelijkingsconcept van de MRA (bijlage 2) te onderschrijven; 2. na het vaststellen van het verstedelijkingsconcept (wat kan na onderschrijven door alle raden en staten van de MRA partijen) door het Rijk in afstemming met de MRA het verstedelijkingsconcept te hanteren als input voor op lokaal en regionaal niveau op te stellen beleid, waar passend in de eigen Omgevingsvisie, dan wel door middel van andere instrumenten; 3.

in te stemmen met het uitsturen van bijgevoegde brief namens alle gemeenten in de Gooi en Vechtstreek (bijlage 3) door de Regio G&V, waarin de MRA wordt opgeroepen in de gesprekken met het Rijk (verder) in te zetten op het verkrijgen van rijkstoezeggingen op meer betrokkenheid bij de opgaven mobiliteit, Hilversum Mediacampus en landschap. Democraten Hilversum: vraagt de wethouder de vragen van de inspreekbijdrage van HOP 2040 te beantwoorden; de voorzitter wijst erop dat er geen inspreker is en de vragen daarvan dus niet worden beantwoord. De PvdA: vraagt een toelichting op het tweede beslispunt; wethouder Voorink licht toe dat de raad besluit zelfstandig een omgevingsvisie vast te stellen en daarbij in het achterhoofd het verstedelijkingsconcept te houden; echt belangrijke beslissingen neemt de raad in de omgevingsvisie; vraagt wat wordt verstaan onder ‘andere instrumenten’; wethouder Voorink legt uit dat als gemeenten binnen de MRA al een omgevingsvisie hebben vastgesteld zij het verstedelijkingsconcept van de MRA daarbij niet kunnen betrekken en dan moeten zij middels programma’s of andere instrumenten van de Omgevingswet daarvoor een plek zoeken; Hilversum moet echter nog een omgevingsvisie vaststellen; vraagt of de Hilversumse situatie het uitgangspunt moet zijn en het besluit daarop toegepast moet zijn; wethouder Voorink wijst erop dat over het besluit regionale

afstemming heeft plaatsgevonden, maar is het in beginsel met de PvdA eens. De SP: zag in het stuk 11.500 woningen staan en vraagt of er in de regio al afspraken over de verdeling daarvan zijn gemaakt; wethouder Voorink wijst op de regionale woonvisie waaruit dat aantal voortkomt; kortheidshalve verwijst hij daarnaar; ongeveer een derde komt voor rekening van de gemeente Hilversum. De ChristenUnie:

14

-

informeert naar de waarde van de brief over de A1 mediacampus; wethouder Voorink heeft daarvoor vooral aandacht gevraagd; richting A1 en het Rijk wordt onderstreept dat de regio die campus belangrijk vindt.

Democraten Hilversum: vraagt wanneer de plannen voor doorontwikkeling van Media Park tot mediacampus in de openbaarheid komen en naar de raad komen; wethouder Voorink heeft geen plannen voor een grootscheepse doorontwikkeling aldaar; wel spreekt het college met de eigenaar van het Media Park over een toekomstvisie; wethouder Wolthers is wel bezig met de Gooicorridor, waarbij ook Station Media Park hoort; zodra er wel plannen zijn hoort de raad die; wil weten wie de auteur van het kaartbeeld is in de drie krachtige knopen; wethouder Voorink bevestigt dat er drie krachtige OV-knooppunten in Hilversum zijn; bij het Centrum en het Arenapark zijn er volop ontwikkelingen; hij kan niet voorzien welke ontwikkelingen er zullen zijn bij het Media park; vraagt op korte termijn meer informatie over de mediacampus; wethouder Voorink antwoordt dat die mediacampus onderdeel is van het door de raad vastgestelde economisch perspectief. De PvdA: vraagt of de lobby voor extra middelen bij het Rijk voor onderhoud van het landschap als een boemerang terugkomt nu Amsterdam en de provincie zich hebben teruggetrokken uit het GNR; wethouder Voorink denkt dat niet, omdat het gaat om het afhechten van een zakelijk iets; beide wilden van een eeuwigdurende verplichting af, maar de waarde van het landschap in de Gooi en Vechtstreek staat bij de MRA niet ter discussie. D66: -

-

vraagt waarom voor drie onderwerpen in de brief extra aandacht is gevraagd, omdat zij zich nog andere onderwerpen kan voorstelen, zoals goede betaalbare woningen en de energietransitie; wethouder Voorink antwoordt dat het punten zijn waarvan in regionaal verband wordt gezegd dat ze nog onvoldoende naar voren komen, zoals de A1 (vanuit Laren en Blaricum) en landschap, Media Park en economie (vanuit Hilversum); het betreft een ultieme reparatiepoging; wil weten waarom voor niet meer onderwerpen aandacht is gevraagd; wethouder Voorink heeft alle raden gevraagd waarvoor nog aandacht nodig is en is van mening dat de bulk goed is verwerkt; bij het opvoeren van nog meer onderwerpen vreest hij een proces zonder eind; Hilversums Belang wijst erop dat de gemeente de MRA gebruikt als tussenpersoon naar het Rijk toe en wil rijkssubsidie voor woningbouw als vierde onderwerp laten toevoegen; wethouder Voorink wijst op het bod van 11.500 woningen in de plannen en wil geen grotere ambities formuleren.

De ChristenUnie: vraagt aandacht voor praktijkgeschoolde werkgelegenheid en vraagt of die in andere regio’s minder speelt; wethouder Voorink denkt dat het tekort aan praktisch geschoolde mensen in de Gooi en Vechtstreek groter is dan elders; de regio kent nauwelijks fabrieken en maak- en doeindustrie in vergelijking tot Almere, Zaanstad en Amsterdam. Leefbaar Hilversum: ziet bij 11.500 woningen niet de regio genoemd, maar alleen het stadshart van Hilversum en vraagt daarover duidelijkheid; wethouder Voorink raadt Leefbaar Hilversum aan de regionale woonvisie te lezen. Democraten Hilversum: vraagt de wethouder iets te zeggen over de tegenstelling/spagaat tussen wat de MRA van Hilversum verwacht en de daaraan tegengestelde wensen van de Hilversumse bevolking; wethouder Voorink vindt dat een aanname en stelt dat de verstedelijkingsstrategie gaat over de groei van de MRA in het polycentrische model en de mate waarin Hilversum daarin kan

15

bijdragen; daarover neemt de gemeente Hilversum volgend jaar een besluit; hij ervaart de genoemde spagaat dus niet zo. De VVD: vraagt waarom de N201 voor Hilversum niet is genoemd en bij de zuidflank van de MRA wel; de heer Bakker antwoordt dat Hilversum dat niet heeft geagendeerd en daarvoor bij de zienswijzenronde geen specifieke aandacht is gevraagd. De PvdA: heeft het idee dat de strategie door de 75 bladzijden van de nota van beantwoording veel vragen oproept en vraagt of het stuk wel rijp is voor besluitvorming; wethouder Voorink stelt dat er altijd vragen zijn en het stuk wordt opgesteld om de regio te versterken; een beetje tempo is ook niet gek; begrijpt de wens van tempo maken, maar meent dat onenigheid over de kern van de strategie de partners zal opbreken bij de uitvoering; wethouder Voorink haalt niet uit het stuk dat het polycentrische model ter discussie staat; wel zijn er accenten op deelgebieden. Leefbaar Hilversum: meent dat bij de vermeldingen ‘het Rijk en de regio spreken af’ moet staan ‘het Rijk en de MRA spreken af’; wethouder Voorink stelt dat in alle gevallen de MRA wordt bedoeld. De PvdA: vraagt hoe de groei te realiseren is in het bestaande energienetwerk, o.a. voor datacenters; wethouder Voorink meent dat die discussie niet in de Gooi en Vechtstreek speelt.

Leefbaar Hilversum: vraagt of voornamelijk gebouwd moet worden voor de lagere en middeninkomens; wethouder Voorink noemt dat de voornaamste uitdaging; Hilversum probeert 33% sociale woningen en 50% middeldure woningen te laten bouwen; doelstellingen lopen dus niet uit elkaar en die worden ook behaald; vraagt zich af hoe de onderwerpen media, zorg/gezondheid en vrijetijdseconomie in de brief terecht zijn gekomen; wethouder Voorink antwoordt dat is gevraagd wat gemeenten belangrijk vinden. De VVD: zag dat de Gooi- en Vechtstreek wel naar de N201 is gevraagd, waarop de MRA aangaf dat die in het programma ‘Samen werken aan bereikbaarheid’ wordt meegenomen; in de brief vraagt de Gooi en Vechtstreek aandacht voor de A1 en A27 en zij vraagt of de aandacht voor de N201 is overwogen; wethouder Voorink heeft dat niet overwogen, maar kan zich wel voorstellen dat alsnog te doen en de brief op dat punt te proberen aan te passen.

Hart voor Hilversum: informeert naar de vervolgfasering als vanuit de hoofdlijnen meer gedetailleerd de diepte wordt ingegaan en hoe de raad daarin verder wordt meegenomen; wethouder Voorink gaat een nieuwe fase in als het concept door alle gemeenten wordt onderschreven; het Rijk gaat dan oplossingen bedenken en in het voorjaar volgt een uitvoeringsprogramma; als daarvoor budget nodig is komt er een voorstel naar de raad; de bulk van de zaken kunnen een plekje krijgen in de omgevingsvisie, waarbij de raad sowieso aan zet is. 9. Oordeelsvorming Verstedelijkingsconcept versie 3 MRA (3.28) Woordvoerders: Hart voor Hilversum: J.A.C. Slingerland; D66:mw. M.I. van Vliet; VVD: mw. H.M.G.J. van de Linde; GroenLinks: S.J. Hexspoor; CDA: D.E.O. Streutker; ChristenUnie: mw. A.F. Vreugdenhil-de Blécourt; PvdA: mw. J. Kalk; SP:P.C.M. Vonk; Leefbaar Hilversum: mw. J. van Oostveen; Hilversums Belang: H.P. Blok; Democraten Hilversum: R. Docter.

16

College: F.G.J. Voorink, wethouder. Hart voor Hilversum: stemt in met versie 3 van het verstedelijkingsconcept, omdat de zienswijze van de raad en de regio door de MRA is behandeld, naar tevredenheid is afgedaan en is verwerkt; wordt het duidelijk dat de komende decennia steeds sprake zal zijn van een complex proces, waarbij rekening te houden is met diverse belangen, partijen en politieke windrichtingen, dat alles onder voortschrijdende inzichten, technologische ontwikkelingen en financiële uitdagingen; merkt op dat colleges raden en inwoners steeds op de hoogte zullen moeten blijven houden, omdat het zicht anders troebel wordt en de raad zijn grip verliest; leest dat ingeval van financiële inzet het college de raad tijdig in positie zal brengen, door die gevraagde inzet apart ter beoordeling en besluitvorming aan de raad voor te leggen; zodoende wordt motie M 21-114 toch ingevuld; vraagt zich af of dat voornemen ook geldt voor mogelijk nieuwe onderwerpen in een verdiepingsfase van de fasering; gevraagd wordt om dat voornemen te bevestigen als het gaat om andere dan de onderwerpen die in argument 1.5 staan; ziet de suggestie om de titel verstelijkingsstrategie te veranderen in ruimtelijk-economische strategie nog niet in de conceptbrief staan en vraagt of dat nog wordt gedaan of eerst nog overleg met de MRA hierover wordt gepleegd.

Het CDA: verbaast de wijze van behandeling van het onderwerp, waarbij alleen wordt vastgesteld of dingen eerder zijn ingebracht; stelt vast dat correcties keurig zijn verwerkt; vindt een mooi stuk voorliggen als uitgangspunt voor verdergaande stukken, zoals de omgevingsvisie; ziet geen gekke dingen staan in het document, zodat dat vastgesteld kan worden; stemt in met alle voorstellen en kan zich vinden in de suggestie om de naam ervan te wijzigen, maar wil daarvan geen halszaak maken; vindt het geen goed idee om de N201 op te nemen in de regiovisie, omdat het gaat om grote infrastructuur. De SP: bevestigt dat fouten uit het document zijn gehaald, maar ziet dat nog steeds niet zitten; wil de gemeente eerst zelf de omgevingsvisie laten vaststellen en dan pas gaan samenwerken binnen de MRA; wil vooral leefbaarheid, voorrang voor fietsers en het OV en mist voorzieningen in wijken in het stuk, een gemiste kans; stelt dat de MRA een bestuurlijk orgaan is waarop de raad en bewoners weinig invloed hebben, wat heel erg kwalijk en vervelend is; de raad zou baas moeten blijven in het eigen tuindorp.

Democraten Hilversum: stelt dat de MRA het college in de kou laat staan, omdat als reactie op de Hilversumse zienswijze is gesteld dat de wens en het proces van de verstedelijkingsstrategie af te stemmen op de eigen omgevingsvisie begrijpelijk is, maar het regionale proces niet kan wachten op lokale beleidsprocessen; signaleert dat de samenwerking binnen de MRA een hoog gehalte aan eenrichtingpolitiek kent; is het niet eens met een besluit dat betekent dat de Hilversumse omgevingsvisie zich zou moeten voegen naar het verstedelijkingsconcept van de MRA; door dat te onderschrijven raakt Hilversum een stuk autonomie, verantwoordelijkheid en zeggenschap over haar eigen toekomst kwijt.

17

GroenLinks: stelt dat veel uitdagingen gemeenteoverschijdend zijn, zoals klimaatadaptatie, het groenblauwe netwerk en een woonbalans; daarom is goede afstemming en financiering nodig, waartoe de MRA veel mooie kansen biedt; vindt het concept een mooie stip op de horizon, dat op hoofdlijnen kaders geeft over bovenregionale samenwerking; ziet ruimte om vanuit eigen kracht invulling aan de uitvoering te geven, waaronder in de omgevingsvisie en zelfs met de mogelijkheid tot een financieel steuntje in de rug; is blij dat de eerdere bedenkingen zijn overgenomen, waardoor het concept passender is voor Hilversum; zou het mooi vinden als de titel van het stuk wordt aangepast; meent dat een goede samenwerking en een goede afstemming in de MRA ervoor zorgt dat Hilversum duurzame keuzen kan maken, die bijdragen aan een fijne leefomgeving voor alle Hilversummers.

De VVD: staat positief tegenover de verstedelijkingsstrategie; heeft niet de bedoeling dat de omgevingsvisie zich daarnaar ondergeschikt moet voegen; wil geen omgevingsvisie die geen rekening houdt met de context waarin Hilversum zich begeeft: de regio Gooi en Vechtstreek en de MRA; een regio waarin wordt samengewerkt om problemen op te lossen en projecten ter hand te nemen; kan zich uitstekend vinden in het concept, dat alle ruimte biedt om de eigen Hilversumse weg te vinden, samen te werken waar dat slim is en gebruik te maken van elkaars kracht en expertise, maar niet iets opgelegd te krijgen wat niet bij je past; vindt bereikbaarheid en mobiliteit een essentiële topic, waarin provinciale wegen ook belangrijk zijn, die in de brief genoemd kunnen worden; is trots dat de mediacampus Hilversum een mooie plek heeft gekregen in de brief van de regio Gooi en Vechtstreek. De ChristenUnie: vindt de MRA goed voor de inwoners van Hilversum; wil daarmee proactief samenwerken om zoveel mogelijk dingen te bereiken; is blij met zaken die in het stuk terecht zijn gekomen; staat positief tegenover het plan op dit moment en wil zich op een proactieve en positieve wijze in de MRA begeven; wil de N201 nog niet noemen, omdat die een aparte discussie vergt.

De PvdA: sluit zich aan bij de laatste opmerking van de ChristenUnie over de N201; is volstrekt overtuigd van het gegeven dat samenwerken in de regio goed is en kansen biedt; is kritisch op het baseren van de strategie op economisch groei als enig leidend principe; de PvdA wil dat leidende principe ook vertalen naar effecten op leefbaarheid; leefbaarheid is namelijk net zo belangrijk als economische groei; is het eens met D66 dat de drie onderwerpen in de brief relevant zijn, maar niet de enige; daaraan had zij graag leefbaarheid toegevoegd. D66: -

is positief over versie 3; is gesterkt door gedeelde thema’s op het gebied van economie, landschap, economie en wonen; bewaakt dat Hilversum in het stuk herkend blijft worden; vindt de brief met die onderwerpen meer dan welkom en wil daaraan ook de energietransitie toevoegen; wil in de brief ook meer aandacht geven aan de noodzaak voor meer middelen voor woningbouw, met name duurzame kwaliteit van woningen en binnenstedelijke woningbouw.

18

Hilversums Belang: zijn de woorden van Democraten Hilversum uit het hart gegrepen; denkt dat de MRA wel belang heeft bij het verkrijgen van rijksgelden; wijst erop dat terugkoppeling naar de raden nog moet worden ingevuld en vraagt of de wethouder dat nog zal doen. Leefbaar Hilversum: stelt dat de verkeerde volgorde der dingen wordt gehanteerd en vindt dat er een document moet komen met dingen waaraan word gedacht in plaats van dat het Rijk en MRA besluiten tot het uitwerken in concrete en integrale gebiedsplannen van de versnelde woningbouwontwikkeling 2021-2030 in de stadsharten van o.a. Hilversum; baart de sociale woningbouw ook zorgen voor de mensen die het meest om woningen verlegen zitten; mist een integrale visie en vindt alle regionale plannen voor raadsleden niet meer te bevatten; gaat niet akkoord met deel 3 van het verstedelingsconcept MRA.

Debat Het CDA: erkent dat de N201 aandacht behoeft, maar heeft moeite om die in de regiobrief op te nemen, omdat daar binnen de MRA nog een discussie over plaatsvindt; er zijn mensen die de N201 als oplossing zien voor de derde ring rond Amsterdam, waarvan de fractie geen voorstander is, evenals van een doorgaande weg vanaf Aalsmeer door de Gooi en Vechtstreek langs de plassen door Hilversum; is wel voor ontsluiting van de dorpskernen in de Gooi en Vechtstreek, wat de leefbaarheid ten goede komt; wil geen aandacht vestigen op de N201 als doorgaande weg; de VVD staat er hetzelfde in als het CDA en gaat het om de ontsluiting van de kernen en de economische kracht van de Gooi en Vechtstreek; zij hecht eraan niet alleen naar de A1 en A27 te kijken, maar te stellen dat de bereikbaarheid van de Gooi en Vechtstreek genuanceerder is; het CDA heeft geen moeite met de herhaling van de zienswijze hierover die eerder in de zienswijze is verwoord.

Democraten Hilversum: vindt samenwerking in MRA-verband en in de Gooi en Vechtstreek uitstekend, maar baart de invloed van Hilversum zorgen, evenals de beeldvorming naar de bevolking toe; zij krijgen het idee dat voor delen van die toekomst van bovenaf al een besluit is genomen; samenwerking kan, maar met respect voor de eigen economie en het eigen vermogen om aan de toekomst te werken; de ChristenUnie is het daarmee niet eens; voortdurend het beeld in stand houden dat de gemeente geen invloed meer heeft op wat er in Hilversum gebeurt betekent dat bewoners zich daarover zorgen maken; de gemeente kan beelden nuanceren en anders maken; Democraten Hilversum vindt de beeldvorming als onderdeel van samenwerking met de MRA volledig fout zitten. Het CDA: stelt de PvdA gerust en is ook van mening dat de leefbaarheid een van de belangrijkst zaken is; men mag geen kans voorbij laten gaan om het belang van leefbaarheid naar voren te brengen; de fractie heeft moeite met de tegenstelling dat MRA en leefbaarheid niet met elkaar te verenigen zijn; verschillende niveaus moeten bijdragen aan de leefbaarheid; de PvdA is van mening dat de MRA meer aandacht moet besteden aan leefbaarheid; bij economische groei moet men altijd kijken naar de effecten op de leefbaarheid; het CDA is het daarmee niet oneens.

De SP: is heel erg voor samenwerken om Hilversum mooi te maken, met sociale dingen voor mensen; meer verkeer is echter niet goed; de ChristenUnie frustreert het dat er niet alleen maar

19

grondgebonden woningen mogelijk zijn, waardoor er concessies te doen zijn; waarom het gaat is zoveel mogelijk huizen te bouwen en het verkeer goed te hebben; binnen de MRA zijn echter ook grenzen te stellen; men kan niet vasthouden aan niet te realiseren idealen, wat de gemeente moet uitstralen naar haar inwoners. Het CDA: is het met D66 eens dat er ook aandacht moet komen voor energietransitie en wil daartoe meewerken aan een amendement. Leefbaar Hilversum: meent dat het wijzigen van de naam ‘verstedelijkingsconcept’ belangrijk is, omdat die heel veel zegt en veel teweeg brengt; het CDA vindt de voorpagina in tekst en beeld aangeven wat er belangrijk is: in de regio Amsterdam zijn er plekken nodig om te wonen, o.a. in het Stationsgebied van Hilversum. Wethouder Voorink: komt terug naar de raad als er zaken zijn die de bevoegdheden van de raad betreffen; het college heeft een motie daarover ook van harte onderschreven. Advisering aan de raad Hilversums Belang vindt het voorstel niet rijp voor de raad, omdat het niet volledig is. Zij doet het voorstel van orde om daarover te stemmen; de voorzitter vindt dat sprake is van een mening en brengt een ordevoorstel daarom niet in stemming. Democraten Hilversum, de SP en Leefbaar Hilversum adviseren negatief. Het CDA, de ChristenUnie, GroenLinks, Hart voor Hilversum en de PvdA maken een voorbehoud met debat.

D66 kondigt een amendement aan. De VVD kijkt met belangstelling uit naar de amendementen en maakt een voorbehoud. 10.

Beeldvorming instellen adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten Hilversum

Besloten wordt het agendapunt door te schuiven naar commissievergadering 3 van 19 januari 2022. 11.

Oordeelsvorming instellen adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten Hilversum

Besloten wordt het agendapunt door te schuiven naar commissievergadering 3 van 19 januari 2022. De voorzitter sluit de vergadering om 22.18 uur. Aldus vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraadsvergadering van 2 februari 2022. De griffier, De voorzitter,

P.M.H. van Ruitenbeek.

P.I. Broertjes.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=c44bc53f-edc5-46e8-906b-2876925d1b07