CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag commissie Zorg, Welzijn en Samenleving d.d. 28 juni 2023

COMMISSIE Zorg, Welzijn en Samenleving 28 juni 2023, gemeente Hilversum7.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERSLAG

Vergadering Raadscommissie Zorg, Welzijn en Samenleving Dudokkamer 28 juni 2023

1

Index verslag vergadering raadscommissie Zorg, Welzijn en Samenleving Woensdag 28 juni 2023 Algemeen 1.

Opening en vaststellen agenda

3

2.

Mededelingen van de voorzitter

3

3.

3

4.

Mededelingen en toezeggingen van wethouders Heller, Van Hunnik en Van Voorden (inclusief vragen naar aanleiding van de prioriteitenagenda de mededelingen inzake regionale aangelegenheden) Beeldvorming Startnotities jeugd en Wmo-samenleving 2024-2028

5.

Oordeelsvorming Startnotities jeugd en Wmo-samenleving 2024-2028

10

6.

Beeldvorming commissievoorstel Startnotitie beleidsplan Armoede en Schulden 20242027 Oordeelsvorming commissievoorstel Startnotitie beleidsplan Armoede en Schulden 2024-2027

13

7.

4

15

2

RAADSCOMMISSIE ZORG, WELZIJN EN SAMENLEVING WOENSDAG 28 JUNI 2023 Locatie: Dudokkamer. Voorzitter: C.M. Groeneveld Griffier: M. Bouw. Aanwezigen bij aanvang: fracties: Hart voor Hilversum: mw. M. de Jong-Schrijvers; D66: J.J.A.N. Deen; VVD: G.J. Ekelmans; GroenLinks: S.J. Hexspoor en mw. M.H.A. remmers; CDA: G.J. Postma; Democraten Hilversum: mw. A. van de Beek; PvdA: F. Lawerman; SP: mw. B. Verweij; ChristenUnie: mw. G. Potters-Blijdorp; BVNL: mw. A.E. Leeuwin. College: B. Heller, mw. K. van Hunnik en N.G.T. van Voorden, wethouders. . 1. Vaststellen agenda De voorzitter opent de commissievergadering om 20.30 uur en heet iedereen welkom. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Mededelingen van de voorzitter Er zijn geen mededelingen. 3.

Mededelingen en toezeggingen van wethouders Heller, Van Hunnik en Van Voorden (inclusief vragen naar aanleiding van de prioriteitenagenda de mededelingen inzake regionale aangelegenheden) Inspreker De heer De Winter: spreekt in over zwemveiligheid in Nederlandse zwembaden; zet uiteen dat die zwemveiligheid inhoudt dat alle inwoners over vaardigheden beschikken om zich veilig in en rond het water te kunnen bewegen; is het duidelijk dat er in Hilversum nog een weg te gaan is om die zwemveiligheid te bereiken; stelt dat elk kind na het zevende levensjaar minimaal over het zwemdiploma A of B zou moeten kunnen beschikken, wat nu niet zo is; merkt op dat de corona- en energiecrisis een immense impact hadden op zwemlessen in de gemeente; ziet de leeftijd waarop kinderen leren zwemmen oplopen tot 10 jaar of ouder, wat hij onacceptabel en onveilig vindt; constateert dat met de komst van nieuwkomers, zoals vluchtelingen, de druk op de zwemveiligheid alleen maar toeneemt; stelt vast dat er momenteel honderd tot tweehonderd kinderen zonder zwemdiploma in de gemeente zijn, die ook geen financiële mogelijkheden hebben om dit te halen; vindt actie nodig in de vorm van een vangnet en begeleiding en controle; elk kind zou de kans moeten krijgen om te leren zwemmen, ongeacht de financiële situatie. D66: -

informeert naar het grootste probleem; de heer De Winter noemt de locatie en de slechts drie aanbieders van zwemlessen; de grootste, De Lieberg, heeft een lange wachtlijst, het tweede bad heeft de mogelijkheden verkleind door een personeelskort; de derde aanbieder is zijn eigen zwembad; door alle stijgende kosten met wel 20% tot 30% kunnen mensen zwemlessen niet meer betalen.

Democraten Hilversum:

3

-

vraagt hoe lang de wachtlijsten zijn; de heer De Winter antwoordt dat die gemiddeld negen maanden tot anderhalf jaar bedragen; kinderen zonder financiële middelen kunnen soms wel tot twee jaar moeten wachten; Hilversumbreed is er te weinig zwemlesaanbod om alle kinderen op te vangen.

Wethouder Van Hunnik: zijn de door de heer De Winter genoemde gevallen niet bekend; Sportfondsen voorziet op dit moment in zwemlessen; wel waren er in de eerste periode aanloopproblemen, die nu wel op orde zijn; er is nog wel een kleine wachtlijst, maar haar is bevestigd dat wordt voorzien in doelgroepenzwemlessen; wijst op de opdracht van de gemeente aan Sportfondsen om zwemlessen te geven; attendeert op voorzieningen als het zwemvangnet voor kinderen in de groepen 6,7 en 8 van de basisschool om diploma A te halen; kinderen uit groep 3 kunnen via het minimabeleid zwemlessen volgen; er kan ook een beroep worden gedaan op Stichting Leergeld. Tweede termijn inspreker De heer De Winter: heeft samengewerkt met de Voedselbank en het Jeugdfonds Sport en Cultuur; dit jaar zijn 60 kinderen ingestroomd; het Jeugdfonds kreeg van de gemeente een negatieve reactie; het landelijke bestuur van het Jeugdfonds wil samenwerken met Stichting Kinderhulp en de Voedselbank en verwacht dat alsnog 100 tot 200 kinderen gaan zwemmen bij zijn zwembad; wethouder Van Hunnik wil graag kennis nemen van zaken die niet oké zijn; de heer De Winter kondigt een brief van het landelijk bestuur van het Jeugdfonds Sport en Cultuur aan. 4. Beeldvorming Startnotities Jeugd en Wmo-Samenleving 2024-2028 Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: mw. M. de Jong-Schrijvers; D66: mw. V. Wesselink; VVD: G.J.

Ekelmans; GroenLinks: S.J. Hexspoor en mw. M.H.A. Remmers; CDA: G.J. Postma; Democraten Hilversum: mw. A. van de Beek; PvdA: F. Lawerman; SP: mw. B. Verweij; ChristenUnie: mw. M. Hildering-Spoelstra; BVNL: --. College: N.G.T. van Voorden, wethouder. Ambtelijke ondersteuning: mw. A. van Rijssenbeek, senior beleidsregisseur jeugd/sociaal domein. De voorzitter: merkt op dat de startnotities en beleidskaders toezien op de uitwerking van een deel van de opgaven en doelen uit de visie sociaal domein ‘Wij zijn Hilversum’; met de startnotities stelt het college de raad in staat om richting te geven aan het toekomstige beleid voor Wmo, welzijn en jeugd. Beeldvormende vragen startnotitie Jeugd GroenLinks: vraagt wat de gemeente bij keuze 3 meer doet in verhouding tot keuze 2; wethouder Van Voorden antwoordt dat keuze 3 extra bevat; het verschil zit er met name in dat de gemeente zelf jeugdhulp wil aanbieden, waarmee in scenario 2 klein wordt begonnen, maar in scenario 3 gebeurt dat meer; vraagt een voorbeeld te geven van scenario 2 en 3; wethouder Van Voorden antwoordt in scenario met twee jeugdhulpmedewerkers en in scenario drie met vijf jeugdhulpmedewerkers te beginnen.

Het CDA: wil weten wat de wethouder onder normaliseren verstaat en hoe hij dat in het kader van voorliggende keuzen wil toepassen; wethouder Van Voorden antwoordt dat ‘normaliseren’ op pagina 6 in de visie is opgeschreven; de gemeente wil problematiseren tegengaan en wil demedicaliseren, een vangnet bieden en ondersteuning geven aan wie dat nodig hebben;

4

-

D66: -

informeert of die extra in te zetten jongerenmedewerkers onderdeel van dat proces zijn; wethouder Van Voorden verzekert dat; jeugdprofessionals kunnen deels jeugdhulp verlenen, zoals POH Jeugd. is benieuwd of de shift van ziekte en zorg naar gedrag en gezondheid ook betekent dat geïndiceerde zorg wordt vervangen door de pedagogische basis en jongerenwerk; wethouder Van Voorden kan dat zo niet stellen; de vraag is of de enorme toename aan geïndiceerde jeugdhulp goed is; hij denkt een beweging te krijgen naar meer normaliseren; een versterkte pedagogische basis moet voor minder indiceren zorgen; het verminderen van indiceren an sich is echter geen doel op zich; de PvdA ziet de trend van meer medicaliseren, die teruggaat naar meer normaliseren en vraagt of dat ingaan tegen de maatschappelijke trend is en of dat mensen zich kunnen herkennen in de geboden oplossing; wethouder Van Voorden wil zeker dat mensen zich herkennen in de geboden oplossing; een collectief programma op school zorgt ook voor openheid en herkenning; de PvdA is bang voor het afhaken van jongeren, omdat zij meer de medicalisering terugzien; wethouder Van Voorden ziet juist een tegenovergestelde ontwikkeling en het weggaan vanuit de medische hoek; men ziet meer de wens voor zelfregie vanuit de doelgroep zelf; belangrijker wordt dat ervaringsdeskundigen meedenken over een oplossing, waarvoor hij ook open wil staan.

De ChristenUnie: is benieuwd of door vooral de aanpak op de pedagogische basis problemen worden opgelost of er ook focus is op andere zaken; wethouder Van Voorden zal alle problemen niet met de beleidsnota oplossen, omdat het gaat om een maatschappelijk vraagstuk; ook zullen bij huisartsen, op scholen, thuis en in buurten gesprekken nodig zijn, waartoe de nota een aanzet geeft; informeert naar de planning van samenwerking met in- en externe partners, hoe die zal vorm krijgen en hoe de participatie eruit zal zien; wethouder Van Voorden voert bij Wmo en jeugd continu gesprek met partners; het integraal zorgakkoord en de Hervormingsagenda Jeugd zorgen ervoor dat men elkaar opzoekt; er vinden allerlei gesprekken plaats en de planning is niet zo strak; wel is er een gesprek voorzien met jongeren, ouders en de aanbieders. De VVD: wil weten of naast de gemeente Huizen ook wordt gekeken naar andere gemeenten, bijvoorbeeld via de GemeenteDelers van de VNG; wethouder Van Voorden weet niet of via de GemeenteDelers wordt gekeken, maar is zelf in Deventer geweest en vindt die aanpak heel interessant; de gemeente Huizen verleent zelf jeugdhulp en dat werkt goed; ook heeft hij de gemeente Utrecht bezocht.

Democraten Hilversum: vraagt zich af wat zij zich moet voorstellen bij een proactieve houding van professionals, door de Adviesraad Sociaal Domein benoemd; wethouder Van Voorden verwijst daarvoor naar de Adviesraad Sociaal Domein; sowieso vindt hij proactief zijn, luisteren, opzoeken en open staan nodig, evenals alert blijven. Het CDA: vraagt waarom er een tussenstap is van twee jaar op scenario 2; wethouder Van Voorden stelt dat er zoveel speelt, waardoor het beter is gefaseerd door te gaan; scenario 2 vindt hij goed beheersbaar om nu mee aan de slag te gaan. De SP: vraagt hoe de wethouder denkt met twee extra jeugdhulpmedewerkers de wachtlijst op te lossen; wethouder Van Voorden vindt dat niet zo simpel; er is een aantal scenario’s, enerzijds

5

-

-

regionaal naar de wachtlijst te kijken; er komt een onderzoek naar in- en uitstroom; de twee jeugdprofessionals maken het aantrekkelijk naar hen te verwijzen; met een pedagogische basis ontstaat ook weer ruimte voor de wat zwaardere trajecten, zodoende probeert men aan meer knoppen te draaien om de wachtlijst weg te werken; wil weten of de wethouder zich verantwoordelijk voelt voor de jeugdigen op de wachtlijst; wethouder Van Voorden doet dat zeker; de PvdA vraagt of al met scholen en huisartsen wordt samengewerkt om wachtlijsten tegen te gaan; wethouder Van Voorden brengt de laatste anderhalf jaar daarin echt versnelling aan; de gesprekken en inzichten veranderen; er ontstaat steeds meer bewustwording om het samen te doen; het onderwijs wordt met jeugdcoaches op scholen steeds meer gefaciliteerd op jeugdhulp, evenals met onderwijszorgarrangementen; de PvdA informeert naar meer verbeterpunten om wachttijden te verkorten; wethouder Van Voorden geeft daaraan aandacht, maar wil nu echt aan de slag met het regionaal aanpakken van wachtlijsten; herinnert aan een drie jaar terug aangenomen motie over het aanstellen van een wachtlijstcoördinator en informeert naar de stand van zaken daarvan; wethouder Van Voorden heeft het idee om samen een investering te doen in structureel onderzoek naar de wachtlijstproblematiek, wat iets anders is dan een wachtlijstcoördinator; overigens zet de

gemeente voor zware casuïstiek overbruggingszorg in.

Het CDA: vindt de sleutel tot een oplossing jongeren met problemen snel in beeld krijgen en vraagt welke instrumenten er zijn om eerder met hen in contact te komen; wethouder Van Voorden moet daartoe op zoek naar vindplaatsen, wat vooral school is; jeugdcoaches zijn nu op drie scholen actief; ook gaan jongeren- en kinderwerk naar de doelgroep op zoek; de meerwaarde daarvan is te zien en die wil hij langdurig vasthouden; vraagt hoe men voorkomt te lang in het voorveld bezig te zijn en te laat naar het Sociaal Plein door te verwijzen voor het zetten van volgende stappen; wethouder Van Voorden ziet bij begeleiding in de wijk ook dat men samen oploopt; een goede selectie is van belang; professionals kunnen verwijzen naar de gemeente; de SP is benieuwd of de wethouder de SKJ-geregistreerde jeugdwerkers beter gekwalificeerd vindt dan de jeugdzorgprofessional of de huisarts; wethouder Van Voorden vindt dat niet echt. Democraten Hilversum: informeert naar de omgang met privacy van jeugdigen en ouders bij een collectief aanbod; wethouder Van Voorden heeft daarvoor aandacht; binnen jeugdhulp is privacy een bottleneck; hij zou willen daarmee wat minder krampachtig om te gaan, wel met respect voor ieders problematiek; een collectief aanbod is wel vrijwillig; bij Zoom- en Teamsbijeenkomsten kan men wel de anonimiteit bewaren.

GroenLinks: memoreert een werkgroep over evaluatie van beleid, die heeft aanbevolen de raad eerder te betrekken en met kpi’s te komen, zodat is te zien dat er over vier jaar een blijere jeugd zal zijn die met minder zorg toe kan; wethouder Van Voorden gaat aan de slag met het doel- en inspanningennetwerk (pagina 15) en gaat concreet maken wat hij gaat doen; raadsonderzoek zegt een logische samenhang aan te brengen tussen doelen en activiteiten; hij komt met een plan, dat zeker aandacht krijgt en een goede en concrete uitwerking krijgt in de beleidsnotitie. Democraten Hilversum: vraagt of een integrale aanpak beter is dan variant 3; wethouder Van Voorden denkt dat een gefaseerde aanpak nu beter op zijn plaats is dan gelijk voor scenario 3 te gaan; er wordt overigens wel integraal gewerkt.

6

De ChristenUnie: informeert welke aandacht er naar kansengelijkheid uitgaat; wethouder Van Voorden wil dat doel laten terugkomen in de beleidsnota’s met drie daaraan gekoppelde doelen: kinderen groeien gezond en veilig op, Hilversummers ontwikkelen zich en krijgen onderwijs- en arbeidskansen die bij hen passen en Hilversumse gezinnen krijgen ondersteuning waar nodig. De SP: is benieuwd of de door het college gebruikte definitie over jeugdhulp anders is dan de landelijke definitie; wethouder Van Voorden ziet daartussen geen licht en heeft geprobeerd zaken laagdrempelig op te schrijven. Het CDA: voorziet een oplossing voor kinderen die niet meer vanzelfsprekend naar een 24-uurs verblijfsinstelling gaan, wat extra druk op de zorg legt; gevraagd wordt hoe dat wordt gezien in relatie tot de keuze voor model B; wethouder Van Voorden ziet model B aanvullend op de regionaal lopende programma’s waarvoor regionale middelen beschikbaar zijn; de SP vraagt of de wethouder heeft kennis genomen van de halvering van de jeugdzorg in 2015, toen 25% tot 40% van de middelen zijn weggehaald, die de gemeente later weer heeft moeten optuigen; wethouder Van Voorden beantwoordt die vraag bevestigend.

De PvdA: - komt in de startnotitie geen ervaringskennis of -deskundigheid tegen en vraagt of die een mooie toevoeging kan zijn, wat de betrouwbaarheid ten goede kan komen; wethouder Van Voorden heeft drie waarden toegevoegd en er wordt ook gewerkt met ervaringsdeskundigen, ouders en kinderen; als die termen opgenomen moeten worden kan dat eventueel met een amendement; het is echter al staand beleid; De SP: vraagt of de wethouder bereid is om te overwegen dat een aanwijzing van een professional altijd leidend moet zijn; wethouder Van Voorden wacht vanuit het Rijk op de definitie van reikwijdte; tot die tijd heeft de gemeente weinig ruimte om daarover een zelfstandige afweging te maken; licht toe dat professionals of een rechtbank een aanwijzing over benodigde zorg mogen geven en vraagt of de gemeente iets zal doen als de professionals dat zegt; wethouder Van Voorden meent dat dat nu ook al gebeurt; informeert hoe het opvolgen van een aanwijzing zich verhoudt tot demedicaliseren en normaliseren; wethouder Van Voorden merkt op dat dat elkaar kan bijten; de huidige situatie kan echter niet langer voortduren; het toegaan naar lichte jeugdhulp waardoor men ruimte creëert bij professionals voor zwaardere trajecten is een kant die iedereen op wil; professionals kunnen echter blijven doorverwijzen; Democraten Hilversum vraagt of ‘aanwijzing’ hetzelfde is als ‘doorverwijzen’; de SP weet

dat contracten of preferred aanbieders tornen aan verwijzingen en indicaties, wat een zorgelijke ontwikkeling is; als een professional zegt dat iemand iets nodig heeft vraagt zij in de visie op te nemen dat een aanwijzing of verwijzing wordt opgevolgd; wethouder Van Voorden vindt het niet zwart-wit; in sommige gevallen past een aanbod van een professional niet in het beeld van de gemeente, waarna een gesprek nodig is; altijd de raad van een professional volgen betekent de geldkraan open zetten en is niet altijd in het belang van het kind; de SP vraagt of de wethouder namens het college of de regio spreekt; wethouder Van Voorden zegt als wethouder niet per se altijd te vinden het advies van een professional op te moeten volgen; de SP concludeert dat afwijken van een advies een professional past binnen de verantwoordelijkheden van een medewerker van de gemeente of de regio; wethouder

7

Van Voorden stelt dat in dat geval overleg plaatsvindt en de gemeente zich heeft te houden aan de regelgeving. De SP: vraagt of de wethouder denkt met de geschreven stukken over gemeenschapszin, buurtgerichtheid, gedrag en gezondheid problemen zullen worden opgelost en de gemeente maximale verantwoordelijkheid neemt voor kinderen; wethouder Van Voorden denkt met het voorstel een hele grote stap te zetten in de gewenste ontwikkeling van zorg, ziekte en gedrag; men zal het niet helemaal oplossen, maar wel een grote stap zetten. Vragen over Startnotitie Wmo en Samenleving 2024-2028 De SP: vraagt of de wethouder denkt met het voorliggende beleid problemen in de huidige wachtlijsten te zullen oplossen; wethouder Van Voorden denkt met het voorstel een hele grote rol van betekenis te zullen spelen in de gewenste ontwikkeling als het gaat om de verschuiving van Wmo naar begeleiding in de wijk; de wachtlijsten bij de sociale dienst gaan de goede kant op, maar ook is er een krapte bij huishoudelijke hulp; er is aan heel veel knoppen te draaien om wachtlijsten op te lossen; vraagt de wethouder het net gepubliceerde document dat relevant is voor de voorliggende stukken haar zo snel mogelijk toe te sturen; wethouder Van Voorden kan dat doen, maar dat is ook te vinden op de webpagina met de stukken voor de regiovergadering; het gaat om het komen tot een beleidsopdracht om breed naar de

inzet van huishoudelijke hulp te kijken; is benieuwd of de wethouder zich verantwoordelijk voelt voor wachtlijsten en mensen die deze zorg nu niet krijgen; wethouder Van Voorden is bevlogen op dit domein en doet zijn uiterste best daaraan een steentje bij te dragen. Democraten Hilversum: vraagt of de aanzuigende werking door hulp bieden vanuit de wijk al wordt gemerkt; wethouder Van Voorden ziet doe nu nog niet; is benieuwd of het risico van een aanzuigende werking dan relevant is; wethouder Van Voorden gaat het om een financieel risico; hoe toegankelijker en laagdrempeliger de zorg wordt aangeboden, hoe groter de kans is dat er meer mensen komen; dat kan financiële consequenties hebben, waarover hij niet te veel een oordeel wil hebben.

Het CDA: vraagt zich af of het beschikken over gezonde en fitte mantelzorgers een probleem zal worden en € 50.000,- voor model A dan wel genoeg is; wethouder Van Voorden denkt dat de maatschappelijke vraagstukken alleen maar toenemen, evenals het aantal ouderen, terwijl het aantal mantelzorgers afneemt; in de kadernota is € 200.000,- additioneel gereserveerd voor een actieprogramma mantelzorgbeleid voor het verlichten en versterken van mantelzorgers, wat met partners moet gebeuren; de ChristenUnie informeert naar preventieve acties in het kader van vrijwilligers; wethouder Van Voorden geeft daarop hetzelfde antwoord als op de vraag over mantelzorgers; ook hier komt er een actieprogramma eind dit jaar/begin 2024 waarvoor middelen zijn gereserveerd; is bang voor kannibaliseren van vrijwilligers en mantelzorgers van andere organisaties; wethouder Van Voorden is dat niet; er worden gesprekken gevoerd met bijvoorbeeld Hilverzorg; de SP weet dat Hilverzorg zich vanwege strategische redenen of geldtekort uit zorgnetwerken heeft teruggetrokken; wethouder Van Voorden weet dat Hilverzorg daarin weer is teruggekomen. Hart voor Hilversum: ziet in tabel 3 van het raadsvoorstel bij sterke buurten staan dat de Hilversummer ondersteuning krijgt om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen en vraagt of er genoeg

8

ondersteuning daartoe is en of dat nog steeds goed te realiseren is en hoe dat zal worden opgelost als dat niet goed gaat; wethouder Van Voorden heeft de inzet om zo dicht mogelijk bij inwoners te zijn; de overheid kan het niet alleen en ook buren moeten naar elkaar omzien; daarnaast is mantelzorg nodig; inzet is er, maar hij geeft geen garanties: Democraten Hilversum: vraagt hoe GGZ-patiënten zich moeten voelen als zij lezen dat ‘de GGZ-zorg zo meteen ook neerkomt op het bordje van de gemeente’; wethouder Van Voorden zegt toe die passage te zullen aanpassen. De VVD: informeert of in de omslag van zorg en ziekte naar gedrag en gezondheid ook rekening is gehouden met de vergrijzende groep en of het effect van die omslag ook het beoogde effect zal hebben; wethouder Van Voorden denkt van wel en geeft daarbij het voorbeeld van reablement; in het verleden werd gelijk gekozen voor een zware indicatie, maar men kan ook kiezen voor het even oplopen met iemand, waarbij men ziet dat iemand tot meer in staat is dan men in eerste instantie zou denken; Democraten Hilversum wil weten of er ook voldoende aandacht is voor inwoners die permanent ziek zijn; wethouder Van Voorden beantwoordt die vraag bevestigend en gaat het daarbij om mensen die een leven lang zorg nodig hebben; GroenLinks mist in beide notities een grote link met volksgezondheid en de GGD; wethouder Van Voorden heeft

gezondheid belegd bij de regio; in de kadernota zijn extra middelen opgenomen om eigen gezondheidsbeleid beter op de kaart te zetten; dat komt in een losse notitie naar de raad toe en het onderwerp zal integraal behandeld worden; GroenLinks informeert of er ook kpi’s komen met betrekking tot gezonder gedrag; wethouder Van Voorden kondigt die aan in 2024; hij kondigt ook aan een beleidskader gezondheidsbeleid te gaan schrijven; GroenLinks vraagt of dat geen onderdeel is van wat het college naar de raad toe brengt; wethouder Van Voorden kondigt een aparte nota over volksgezondheid aan; GroenLinks wil winst behalen bij gezond gedrag en preventie en verbaast het dat die geen prominente plek krijgen in beide nota’s; wethouder Van Voorden zegt dat de Wet publieke gezondheid een ander domein is; de gemeente heeft daarvoor geen capaciteit in huis, maar gaat dat wel lokaal organiseren; het is wel een ander vraagstuk dan hetgeen nu voorligt; de SP vraagt of de wethouder bereid is om indicaties voor onbepaalde tijd af te geven; wethouder Van Voorden denkt in sommige gevallen op een goede manier langere indicaties te kunnen afgeven; tegelijkertijd is het gevaar daarvan dat men mensen dan niet meer ziet; voor dat argument is hij wel gevoelig. D66: -

wil weten hoe de trend van individualisering is te keren en hoe de gemeente daar verantwoordelijk moet zijn; wethouder Van Voorden loopt vast, deels door individualisering en te weinig aan het collectief te bouwen; de gemeente kan faciliteren; de overheid moet betrouwbaar zijn en dat uitstralen; bij verenigingen, huisartsen en fysiotherapeuten moet hetzelfde verhaal klinken.

Democraten Hilversum: vraagt waarop de aanname is gebaseerd dat de vervanging van het abonnementstarief door een inkomensafhankelijke bijdrage tot een demping van de toestroom naar de Wmo zal leiden; wethouder Van Voorden legt uit dat het oude model deels verandert en mensen nu aan de inrichting zijn gewend en misschien wel bereid zijn om daarvoor te betalen. Het CDA:

9

-

vraagt of de norm van 80% afhandelen binnen de gestelde termijn makkelijk wordt gehaald als zal worden gewerkt met wijkteams; wethouder Van Voorden heeft die ambitie, maar ziet een hoog verloop en complexe casussen zorgen soms voor opstropingen.

De PvdA: vraagt in hoeverre organisaties in keuzen zijn betrokken; wethouder Van Voorden heeft onderzoek gedaan via cliëntervaringsonderzoeken, heeft in het voortraject veel opgehaald en heeft ook feedback opgehaald via zijn partners; ook gebruikers van Wmo-voorzieningen zijn betrokken. 5. Oordeelsvorming Startnotities Jeugd en Wmo-samenleving 2024-2028 Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: mw. M. de Jong-Schrijvers; D66: mw. V. Wesselink; VVD: G.J. Ekelmans; GroenLinks: S.J. Hexspoor; CDA: G.J. Postma; Democraten Hilversum: mw. A. van de Beek; PvdA: F. Lawerman; SP: mw. B. Verweij; ChristenUnie: mw. M. Hildering-Spelstra; BVNL: --. College: N.G.T. van Voorden, wethouder De SP: gelooft nooit dat hetgeen op papier staat zal leiden tot oplossingen voor mensen die dat nodig hebben; ziet veel mensen tussen wal en schip vallen en beschikt wat dat betreft over veel voorbeelden; stelt dat de raad zich er weinig aan gelegen voelt om wachtlijsten te verminderen en dat de enige oplossing was onderzoek te doen; kan niet met de notities leven; gaat niet mee met het argument dat het aanstellen van de benodigde mensen veel geld kost, omdat jeugdzorg en de Wmo de verantwoordelijkheid van de gemeente zijn.

GroenLinks: ziet complexe problemen bij zorg en welzijn, evenals oplopende personeelstekorten; stelt dat een complex probleem geen simpele oplossing kent; gelooft in de kracht van samenwerking met organisaties, vrijwilligers en naasten, maar wel op gelijke voet, waarbij de krachten worden gebundeld; pleit niet voor het opleggen van zorg aan mensen; wil het signaal laten afgeven dat mensen zich kwetsbaar moeten durven opstellen, hulp durven vragen en hulp accepteren; op die manier worden mensen betrokken en kan men op een gelijkwaardige manier samenwerken; vindt het van belang dat alle partijen hetzelfde verhaal vertellen en hoopte dat de leidende sociaal domein overstijgende principes hier zouden terugkomen; gelooft in de inzet van preventie en een gezonde levensstijl om de toekomstige uitdaging te kunnen aangaan, die zorgt voor meer mensen die voor zichzelf kunnen zorgen en als vrijwilliger in te zetten zijn; wil de lasten, zoals administratie en regeldruk, bij de zorg laten afnemen; raadt het gebruik van concrete kpi’s en concrete doelen aan, maar is niet voor een financiële taakstelling, omdat mensen de zorg moeten krijgen die ze nodig hebben.

De VVD: is tevreden over de startnotities, waarin veel van de visie terugkomt en waarin heldere keuzes worden voorgelegd; snapt de gedachtegang van het college; hoopt dat het college bij beide beleidskaders verder bouwt op het vertrouwen, zodat mensen snel op de gemeente durven af te stappen; vindt bij kansengelijkheid een gezonde levensstijl van belang, waarbij sport en bewegen horen, die zij in de beleidskaders wil terugzien, evenals cultuureducatie; benadrukt goede startkwalificaties, waarvan stages een onderdeel zijn;

10

D66: -

is positief over de startnotities en ziet uit naar de uitwerking daarvan in de beleidskaders; is het eens met de keuzes van het college. staat achter de regierol van de gemeente met de wijkteams, zodat zorg dichtbij is, waardoor de keuze voor optie A logisch is, maar wel is het de vraag of die keuze realistisch is en is waar te maken zal zijn; hoopt dat wijkteams goed gevonden worden door mensen die ze nodig hebben en ziet dat graag terug in het beleidskader; vraagt zich af of de Wmo-notitie gezien de vergrijzing niet te veel een wensbeeld is; doen de woorden als demedicalisering en normalisering het lijken alsof er nu veel jeugdzorg wordt verstrekt die niet nodig is; stelt dat het tijd kost voordat men vruchten plukt van preventie en de basis; wijst op het landelijke probleem en vraagt zich af of Hilversum daarvoor het wiel zal uitvinden; kan niet verwachten dat jongeren- en kinderwerkers de problemen van specialistische hulpverleners zullen oplossen; denkt dat het beter is om eerst scenario 3 toe te passen, waarna men als het goed gaat altijd kan terugschakelen; noemt het belangrijk te vertrouwen op de mening van professionals.

Hart voor Hilversum: vindt de notities er goed uitzien, maar mist de ouderaandacht voor verschillende gezinsculturen; leest weinig over steun aan ouders, maar wel over steun aan professionals; de gemeente kan de welzijnsorganisaties hierop wijzen; noemt de inzet goed, waarbij het gaat om vrijheid houden en er vroeg bij zijn, wat veel ellende, maatschappelijke en financiële kosten scheelt; sluit zich aan bij de voorkeurskeuze 1 en 2, dichtbij inwoners, laagdrempeligheid, centraal staan van inwoners en sneller worden geholpen, evenals sterke wijken en buurten; adviseert positief en rijp voor de raad; wil snel aan de slag gaan voor inwoners; stelt dat de werkelijkheid anders is dan wat op papier staat; hoopt dat de notities realistisch en uitvoerbaar zijn en hoopt dat ze waar te maken zijn.

Democraten Hilversum: heeft het uitgangspunt dat zorg zo zwaar als nodig en zo licht als mogelijk moet zijn; weet dat de jeugd het door corona zwaar heeft gehad; meent dat oplopende wachtlijsten geen positief effect hebben op herstel; jeugdhulptrajecten lang duren en de zorg verzwaren; twijfelt tussen de keuzes 2 en 3 vanwege de onder druk staande mentale gezondheid; ziet sport als een goed preventief uitgangspunt; lichte zorg kan collectief aangepakt worden middels preventie en sport; vraagt of er een benadering is van een overschatte zelfredzaamheid van inwoners en een overschatte samenredzaamheid van buurten en wijken; ziet het in zorgland piepen en kraken, zo ook bij de Wmo; vraagt aandacht voor mensen die niet goed de inkomensafhankelijke bijdragen kunnen betalen; gaat graag de discussie met de andere raadsleden aan over de te maken keuze. Het CDA: stelt dat men bij jeugdzorg en de Wmo niet op dezelfde voet kan doorgaan, omdat anders wachtlijsten zullen blijven stijgen, steeds meer personeel nodig zal zijn en de financiën uit de hand lopen; vindt het goed dat de koers is ingezet om het anders te doen, waarbij een goede effectmeting hoort, zodat het goed is om doelen hard te formuleren;

11

-

wil tijdig ingrijpen als dat nodig is; wil bewust sturen en monitoren.

De ChristenUnie: is blij met de voorliggende startnotities, de gekozen richting en het kiezen van meetbare doelen; vindt dat zorg nooit mag worden geweigerd; roept op ook voor te sorteren op niet-medische vragen; vindt bij jeugd een gezonde levensstijl belangrijk, evenals aandacht voor het beschermen van vrijwilligers en mantelzorgers; hoopt externe partners niet te overvragen, maar die heel goed mee te nemen in het verhaal; vraagt wat meer aandacht voor kansengelijkheid en de rol van kinderrechten; gelooft bij de Wmo in buurtgericht werken en collectief omzien naar elkaar; ziet uit naar de nota over vrijwilligerswerk; waarschuwt voor de risico’s van decentraal werken. De PvdA: is het eens met de SP over wachttijden en maakt zich daarover zorgen; is het met GroenLinks eens wat betreft de administratielasten; zou het leuk vinden als Hilversum op jeugdzorg en de Wmo het wiel zou uitvinden, maar verklaart zich ook bereid om goede praktijken van andere gemeenten te stelen; erkent dat doelen goed geformuleerd moeten worden, waarbij wordt gezien waar knelpunten te verbeteren zijn; wil niet te veel doorslaan naar gedrag en gezondheid; vindt het belangrijk met ervaringsdeskundigen en ervaringskennis gaan werken, om te kijken wat mensen nodig hebben.

Debat De SP: vraagt steun voor haar amendement dat mensen die zorg nodig hebben en die een aanwijzing hebben gehad die ook krijgen; Democraten Hilversum heeft het idee dat een doorverwijzing altijd in werking gezet wordt; de SP vindt niet dat de raad akkoord moet zijn met 70% van de indicaties op tijd afgeven; de ambitie moet omhoog naar 95%; Democraten Hilversum heeft de ambitie om geïndiceerde zog het liefst binnen een zo kort mogelijke tijd uit te voeren; zij weet dat zwaardere zorg altijd per direct gestart wordt; Hart voor Hilversum hoort vaak dat zaken niet zo snel verlopen en dat veel mensen zoekende zijn en de weg niet vinden; het CDA wijst op het voorstel dat luidt om een andere werkwijze toe te passen, die deels tegemoetkomt aan het probleem; daarom daagt zij de SP uit mee te kijken welk effect het nieuwe beleid gaat sorteren en of daarmee de problematiek deels zal worden opgelost; dat is een positiever benadering dan het oude beleid; D66 vraagt of het CDA 100% vertrouwen heeft dat alle wachtlijsten zullen worden opgelost met het nieuwe beleid; het CDA vindt dat een utopie, maar de oplossing van de SP zal het probleem ook niet oplossen, omdat daarbij veel geld en mensen nodig zijn, die er niet zijn; de SP herinnert eraan dat het CDA zei goed zicht te willen hebben op hard geformuleerde doelen; zij is voor buurtgericht werken en aan de vraag voldoen; zij wil echter de

doelen hoger stellen en daarvoor geld beschikbaar stellen; GroenLinks voelt de urgentie en uitdagingen, maar wil niet mensen laten doen wat ze eigenlijk niet moeten doen; zij wil professionals meer vertrouwen door de administratiedruk te verminderen; de SP ziet veel risico’s bij begeleiding in de wijk en indicatieloos werken, omdat professionals met een beperkt aantal fte heel veel mensen moeten helpen; haar uitgangspunt is mensen helpen die dat nodig hebben

12

-

(vraaggericht werken); begeleiding in de wijkteams kan volgens haar 1 fte krijgen van elke organisatie; ook wil zij levenslang indiceren afspreken; GroenLinks vindt de uitgangspunten helder, maar ziet vragen toenemen en de bevolkingsgroei niet; Democraten Hilversum vindt het mooie van de notitie dat wordt gekeken naar preventie en wil daarin meer investeren, waardoor een beter rendement te halen is; zij vraagt hoe de SP daartegenaan kijkt; de SP stelt dat mensen die zorg nodig hebben dat moeten krijgen, ook omdat er geld beschikbaar is; elke buurt moet gefaciliteerd worden.

Wethouder Van Voorden: komt terug op indicatiestelling; hecht ook belang aan ervaringsdeskundigen in de zorg; wil de wachtlijsten aanpakken, maar dat is geen eenvoudig probleem; de norm van 79% voor de eigen organisatie is niet voldoende, maar is voor nu goed, ook omdat het vorig jaar 41% was; ziet grote wachtlijsten bij jeugdzorgaanbieders en wil kijken wat daartegen te doen is; wil daartoe de grote hausse in de lichte jeugdhulp naar de pedagogische basis te brengen, waartoe er geld bij komt; investeert in grote maatschappelijke vraagstukken; vindt het goed om in de regio fundamenteel onderzoek. De SP: wil niet naar de regio om onderzoek doen, maar aan de gemeente zelf overlaten. GroenLinks: is benieuwd welke keuze de fracties maken en dat bij de advisering mee te nemen; de SP kan zich daarin niet vinden. Advisering aan de raad De PvdA, de ChristenUnie maken een voorbehoud. D66 doet dat ook en maakt keuze 3. Het CDA vindt het voorstel rijp voor de raad zonder debat en maakt keuze 2. De VVD adviseert positief zonder debat en maakt keuze 2. GroenLinks adviseert positief met debat en neigt naar keuze 3 Democraten Hilversum maakt een voorbehoud met debat en maakt keuze 2 en vervolgens 3 en voor Wmo op optie A. Wel staat zij positief tegenover de notities. Hart voor Hilversum adviseert positief zonder debat en maakt keuze 2.

De SP verklaart het voorstel rijp voor de raad met debat. Zij kiest voor scenario 3. 6.

Beeldvorming Commissievoorstel startnotitie Beleidsplan Armoede en Schulden 20242027 Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: mw. M. de Jong-Schrijvers; D66: mw. V. Wesselink; VVD: G.J. Ekelmans; GroenLinks: mw. M.H.A. Remmers; CDA: G.J. Postma; Democraten Hilversum: mw. A. van de Beek; PvdA: F. Lawerman; SP: mw. B. Verweij; ChristenUnie: mw. G. Potters-Blijdorp; BVNL --. College: B. Heller, wethouder Ambtelijke ondersteuning: mw. S. Noordijk en mw. L. Maas. De voorzitter:

13

-

licht toe dat de startnotitie over armoede en schulden en de daaropvolgende beleidskaders toezien op de uitwerking van een deel van de opgaven en doelen uit de visie sociaal domein ‘Wij zijn Hilversum’ merkt op dat met deze startnotities het college de commissie Zorg, Welzijn en Samenleving vraagt om het te adviseren over de uitgangspunten van het toekomstige beleid voor armoede en schulden; wijst erop dat de commissie adviseert aan het college en het document niet naar de raad gaat.

De ChristenUnie: lijkt bij het derde uitgangspunt vertrouwen op bladzijde 7 een tegenstrijdigheid te zien: de basis is vertrouwen, maar de gemeente accepteert dat het geld voor andere doeleinden wordt gebruikt; wethouder Heller ziet twee spanningsvelden, waarvan de eerste is hoe men naar een cliënt kijkt; niet elke cliënt moet men als een mogelijke fraudeur zien; tegelijkertijd moet men ook niet naïef zijn; ten tweede speelt er bij de besteding van middelen vanuit minimaregelingen meer ruimhartige omgang daarmee; de tegenpool is intensief controleren; zowel rechtmatigheid en uitvoerbaarheid/efficiency spelen mee; de basishouding is vertrouwen en het bieden van gevraagde zorg; snapt die uitleg inhoudelijk, maar weet dan niet of de door haar genoemde zin wel klopt; wethouder Heller stelt dat de zin uitdrukkelijk voor het minimabeleid is bedoeld. Democraten Hilversum: informeert naar het bereik van de nieuwe doelgroep, zoals statushouders; wethouder Heller wil het bereik vergroten door meer naar doelgroepen te kijken, waarvan statushouders er een is; intermediairs wil hij inzetten om die te bereiken.

Het CDA: vraagt om uitleg hoe het college tot de constatering komt dat Hilversum een goede gemeente is; wethouder Heller baseert dat op het feit dat de inkomensnorm voor alle regelingen 130% van het minimumloon bedraagt; informeert naar regelingen die de gemeente nu niet aanbiedt; wethouder Heller antwoordt dat de gemeente de standaardminimaregelingen aanbiedt; de SP vraagt of er ook gemeenten zijn die iets regelen voor gezinnen met huisdieren; wethouder Heller verklaart zich bereid daarnaar te kijken; de SP informeert naar de mogelijkheid bij scheidingen reiskosten voor kinderen voor reizen naar de ouders te vergoeden teneinde de omgang met hen te bevorderen; wethouder Heller komt het voor dat er daarvoor bijzondere bijstand zou moeten zijn; de SP wil dat punt dan opnemen en stelt dat er dan ook een ouderschapsplan moet zijn.

De ChristenUnie: vraagt hoe de wethouder denkt grip denkt te krijgen op overlap van organisaties, professionals en vrijwilligers in het werkveld, gezien de daaruit volgende overlap van werkzaamheden; wethouder Heller deelt de conclusie van overlap van werkzaamheden niet; mevrouw Noordijk merkt op dat de zin daarover in het stuk wil zeggen dat Schuldhulpmaatje en Humanitas bij de problematiek van armoede en schulden betrokken zijn; vernam bij de expertmeeting dat sommige instellingen niet eens wisten wat de ander deed, wat van haar mag veranderen; wethouder Heller erkent dat heel veel spelers actief zijn en een sociale kaart blijft een aandachtspunt; het aspect speelt een rol bij het uitbreiden van bereik. De VVD: vraagt of het speerpunt dat het een voorwaarde is dat inwoners op tijd zijn met het beroep doen op gemeentelijke ondersteuning (pagina 7) mensen met een urgente schuldenproblematiek uitsluit; wethouder Heller heeft niet die bedoeling en bedoelt met die passage dat de gemeente over een ruim pakket beschikt, dat alleen werkt als mensen tijdig ondersteuningsmaatregelen aanvragen.

14

De SP: vraagt of de wethouder bereid is om een stresstest aan het maatregelenpakket toe te voegen, waaruit blijkt of mensen brieven kunnen lezen, stressbestendig zijn en opdrachten kunnen uitvoeren; mevrouw Noordijk gebruikt geen meetinstrument, maar medewerkers gebruiken wel stresssensitieve methoden in hun dienstverlening en gesprekstechnieken; er wordt echter geen test afgenomen; wethouder Heller neemt de gedane suggestie mee richting uitvoeren. Het CDA: informeert naar de vindplaatsen en het aanbod en of het eenvoudig genoeg is om een aanvraag van A tot Z te kunnen doorlopen; wethouder Heller kent daarover geen cijfers, maar weet dat voor sommige mensen bijna elke aanvraagprocedure te ingewikkeld is; hij heeft geen beeld dat de gemeente onnodige dingen vraagt; ondersteunende organisaties moeten wel geëquipeerd zijn om mensen te ondersteunen en te helpen. Hart voor Hilversum: wil weten met welke manieren de gemeente schulden probeert te voorkomen; mevrouw Noordijk wijst op de verplichting vanuit de wet om bij vroegsignalering meteen aan de slag te gaan (b.v.

huurachterstand); daarnaast werken budgetcoaches preventief voor mensen die nog geen schuldhulpverlening hebben; de SP weet dat de manier waarop jongeren omgaan met verantwoordelijkheden wezenlijk anders is dan hoe volwassenen dat doen en vraagt of daarbij een andere methodiek nodig is qua vroegsignalering; wethouder Heller bevestigt dat jongeren dingen anders doen dan ouderen; de PvdA vraagt hoe budgetcoaches het eerste contact met mensen opnemen; mevrouw Maas licht toe dat het gebeurt dat naar budgetcoaches wordt doorverwezen vanuit de lopende aanvraag voor schuldhulpverlening; ook vanuit vroegsignalering wordt geadviseerd met een budgetcoach te spreken; ook bellen budgetcoaches bij mensen aan; de PvdA vraagt hoe effectief het is als budgetcoaches aanbellen bij mensen; mevrouw Maas stelt dat die cijfers niet heel hoog zijn, maar het is de hoop en verwachting dat mensen weten dat er hulp beschikbaar is vanuit de gemeente; de PvdA vraagt welke maatregel nog aan een budgetcoaches toegevoegd kan worden; wethouder Heller legt in de startnotitie het doel vast; als de commissie dit een goede koers vindt gaat het college een vervolgstap zetten, die in het najaar aan de commissie wordt voorgelegd; de concrete hoe-vraag komt terug in het kaderstuk in de volgende fase.

Democraten Hilversum: vraagt of een kind eerst vier jaar in armoede moet leven voordat er een oplossing komt; wethouder Heller vindt de definitie van Sociaal Cultureel Planbureau niet leidend voor de gemeente. Hart voor Hilversum: vraagt of er nazorg beschikbaar is voor mensen die uit een schuldentraject komen; mevrouw Maas deelt mee dat die nog in de kinderschoenen staat. De SP: vraagt de wethouder om onderzoek te doen hoe anderstaligen en andere culturen omgaan met schulden; wethouder Heller vraagt zich af of dat een taak van de centrale overheid zou moeten zijn; weet dat anderstaligen vaak afzien van een schuldentraject en men daarmee iets zou moeten doen; wethouder Heller herkent culturele verschillen waarmee de gemeente moet omgaan. De ChristenUnie:

15

-

suggereert het project moneybase ook op het voortgezet onderwijs in te voeren, omdat ook studenten niet weten om te gaan met financiën; wethouder Heller vindt dat zeker een optie, ook omdat er na het 18e jaar relatief veel schulden ontstaan; daarvoor is aandacht.

Het CDA: wijst op het draagvlakonderzoek Sun dat concludeert dat het rapport voldoende aanknopingspunten biedt om samen een stap voorwaarts te zetten en vraagt of de wethouder dat wil doen; wethouder Heller komt daarop terug waarbij de commissie invulling kan geven aan instrumenten; over dat onderzoek is hij enigszins sceptisch gezien getallen en bedragen. Hart voor Hilversum: vraagt op welke manieren de gemeente de zichtbaarheid en vindbaarheid van ondersteuningsmogelijkheden wil verbeteren als het gaat om taalachterstand en laaggeletterdheid; wethouder Heller vindt het lastig om bij een startnotitie op die vraag antwoord te geven; sowieso bereikt de gemeente alle inburgeraars en mensen die onder de Participatiewet vallen; ervaart heel vaak dat mensen helemaal niets van regels weten en heel veel schaamte hebben; zij proberen zaken alleen op te lossen, waardoor problemen erger worden.

De SP: vraagt of het college een applicatie bij werkloosheid wil gebruiken en of de gemeente nog twee belastingadviseurs wil aannemen; wethouder Heller gaat die applicatie gebruiken of doet dat al en komt daar binnenkort op terug; een belastingadviseur neemt de gemeente niet aan; is benieuwd of het klopt dat budgetbeheer maar een jaar duurt; mevrouw Maas antwoordt dat budgetbeheer aansluit bij schuldhulpverlening; gedurende schuldhulpverlening kan men in budgetbeheer blijven, dus drie jaar; los van schuldhulpverlening zou men budgetbeheer ook los kunnen inzetten; weet dat sommigen ook de wens hebben budgetbeheer ook langer in te zetten; wethouder Heller gaat daarnaar kijken; informeert naar de bereidheid om organisaties die de gemeente inkoopt actief aan te schrijven om hun medewerkers informatie over gemeentelijke regelingen te sturen; wethouder Heller neemt dat punt mee als algemeen aandachtspunt; de Tomingroep heeft voor de eigen medewerkers een eigen sociale dienst en informeert hen over dergelijke zaken. 7.

Oordeelsvorming Commissievoorstel startnotitie Beleidsplan Armoede en Schulden 2024-2027 Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: mw. M. de Jong-Schrijvers; D66: mw. V. Wesselink; VVD: G.J. Ekelmans; GroenLinks: S.J. Hexspoor en mw. M.H.A. Remmers; CDA: G.J. Postma; Democraten Hilversum: mw. A. van de Beek; PvdA: F. Lawerman; SP: mw. B. Verweij; ChristenUnie: mw. G. Potters-Blijdorp; BVNL --. College: B. Heller, wethouder. GroenLinks: ziet in de notitie een goede weergave van wat tijdens vier avonden al is gesproken; stelt dat de uitkeringen te laag zijn; vindt laagdrempeligheid, eenvoud en vertrouwen uitstekende uitgangspunten; betreurt het dat de gemeente niet in staat is een pas te maken; vindt de beschikbaarheid van regelingen voor mensen met een inkomen tot 130% van het minimuminkomen heel goed; wil de nota voor zes jaar laten gelden, maar wil ook ruimte voor aanpassingen gedurende deze looptijd; noemt het een goed idee om verschillende doelgroepen verschillend te benaderen en raadt aan daarbij intermediairs en ervaringsdeskundigen te betrekken;

16

-

is heel positief over (sub)private partijen die de gemeente ondersteunen; wil een overlap in dienstverlening laten bestaan en zorgen dat organisaties goed gevonden worden; vraagt bij schulden speciale aandacht voor jongeren; zou het plezieren in december beleid vast te stellen met daarin de kpi dat de voedselbank over zes jaar overbodig is.

De VVD: denkt dat een goede startnotitie voorligt met een goed overzicht van de informatieavonden; geeft het college mee aandacht te hebben voor de verschillende typen armen, zoals werkende armen; wil zaken zo min mogelijk ingewikkeld maken; vraagt beleid te richten op mensen die dat echt nodig hebben en dat daar middelen terecht komen; wil sommige punten als urgent beschouwen, zoals mensen die nu in geldnood zitten en met urgente schulden. D66: -

vindt de reflectie op de infoavonden vanuit de startnotitie heel goed.

Hart voor Hilversum: hoopt dat het beleid sneller uitgevoerd gaat worden en dat simpeler wordt; wil mensen in trajecten goed laten begeleiden, gezien de aanwezige stress en schaamte; hoopt zich meer te richten op problemen die niet zichtbaar zijn; geeft mee iedereen zo goed mogelijk en zo snel mogelijk te helpen. Democraten Hilversum: wil goede stappen zetten bij het voorkomen van problemen en het bereiken van mensen; vraagt aandacht voor het snel helpen van mensen; vraagt specifieke aandacht voor het schaamtegevoel, dat leidt tot meer geldzorgen en meer problemen; dat kan ook leiden tot eenzaamheid en sociale terugtrekking; vraagt ook aandacht voor psychosociale gevoelens van kinderen en volwassenen; moedigt een integrale aanpak zeker aan. Het CDA: denkt niet dat iedereen wordt geboren met gelijke kansen; stelt dat oplossingen op het gebied van jeugd, gezin en Wmo heel bepalend kunnen zijn voor de eigen daadkracht en draagkracht van inwoners; op ondersteuningsvragen inzetten is de meest bestendige oplossing voor het armoedebeleid; wil de gemeente ook veel ogen en oren houden voor problemen; vindt eenvoud heel belangrijk, evenals mensen helpen; heeft genoten van de vier infobijeenkomsten.

De ChristenUnie: geeft mee problemen bij jeugd te voorkomen door die allemaal voor te lichten; vraagt meer aandacht voor vertrouwen en schaamte; zou het mooi vinden als alle inwoners een beroep durven doen op regelingen, wat men bereikt door schaamte weg te nemen en vertrouwen te winnen. De PvdA: heeft de informatiesessies als zeer prettig ervaren en vond die zeer informatief; wil mensen ook snel laten helpen; raadt aan naar de effectiviteit te kijken van instellingen waarmee de gemeente kan samenwerken; vindt ervaringsdeskundigen een pluspunt.

17

Debat GroenLinks ziet een tegenstelling in het betoog van de VVD voor eenvoud en snelheid, terwijl middelen wel moeten terechtkomen die het echt nodig hebben; de VVD denkt dat er een bredere blik moet zijn op de doelgroep, omdat mensen nu buiten de boot vallen en over het hoofd worden gezien; tegelijkertijd kwam de energietoeslag ook terecht bij mensen die deze niet nodig hebben; zegt dat misstanden voorkomen niet echt helpt om mensen binnen te laten komen; de VVD denkt dat dat wel helpt, omdat de gemeente helpt die hulp echt nodig hebben; wil juist de toon van uitnodiging en gastvrijheid vasthouden; de VVD staat daar helemaal achter; de SP twijfelt eraan of de gemeente mensen die hulp nodig hebben wel echt bereiken en vraagt of de VVD bereid is de norm van 130% los te laten en in plaats daarvan baanverlies als norm te hebben; de VVD vindt dat een interessante gedachte en belangrijk dat voor mensen die in onvoorziene omstandigheden terechtkomen snel wordt gehandeld; daarover wil zij zo snel mogelijk met de SP overleggen. De ChristenUnie: miste bij de expertmeeting dat partijen van elkaar weten wat ze doen; GroenLinks kan zich vinden in een netwerk waarbij partijen van elkaar weten wat ze doen.

Wethouder Heller: heeft voor schaamte geen ultieme oplossing; kan op zichzelf schaamte niet wegnemen, maar wel zorgen dat dat geen barrière is om hulp te vragen of te accepteren; heeft geen taak om bewindvoerders van een goedkeuring/toets/certificering te voorzien; wel heeft de gemeente een convenant met partijen gesloten, met daarbij afspraken over doorlooptijden en de eis dat ze lid moeten zijn van een branchevereniging; vanuit het convenant spreekt de gemeente regelmatig over regelingen voor de doelgroep met bewindvoerders. De voorzitter sluit de vergadering om 23.31 uur. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 19 juli 2023. De griffier, ·······

De voorzitter,

Mw. J.A. van Meerveld

G.M. van den Top.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=edc86b24-0fe5-4ecb-8084-d0ac0967f9b2