Verslag commissie Zorg, Welzijn en Samenleving d.d. 23 november 2023
Tekst van het document
VERSLAG
Vergadering Raadscommissie Zorg, Welzijn en Samenleving Dudokkamer 23 november 2023
1
Index verslag vergadering raadscommissie Zorg, Welzijn en Samenleving Donderdag 23 november 2023 Algemeen 1.
Opening en vaststellen agenda
3
2.
Mededelingen van de voorzitter
3
3.
3
4a.
Mededelingen en toezeggingen van wethouder Van Voorden (inclusief vragen naar aanleiding van de prioriteitenagenda de mededelingen inzake regionale aangelegenheden) Beeldvorming Beleidskader Jeugd 2024-2030
5a.
Oordeelsvorming Beleidskader Jeugd 2024-2030
9
4b.
Beeldvorming Beleidskader Wmo 2024-2030
13
5b.
Oordeelsvorming Beleidskader Wmo 2024-2030
17
6.
Beeldvorming Doelen inspanningen netwerk sociaal domein
20
7.
Oordeelsvorming Doelen inspanningen netwerk social domein
20
3
2
RAADSCOMMISSIE ZORG, WELZIJN EN SAMENLEVING DONDERDAG 23 NOVEMBER 2023 Locatie: Dudokkamer. Voorzitter: C.M. Groeneveld Griffier: M.E. Stoops Aanwezigen bij aanvang: fracties: Hart voor Hilversum: mw. M. Boukhriss; D66: mw. V. Wesselink; VVD: mw. E.M. Zeeuw van der Laan; GroenLinks: S.J. Hexspoor; CDA: G.J. Postma; Democraten Hilversum: mw. A. van de Beek; PvdA: mw. J. Kalk; SP: mw. B. Verweij; ChristenUnie: mw. M. Hildering-Spoelstra BVNL: --. College: N.G.T. van Voorden, wethouder. . 1. Vaststellen agenda De voorzitter opent de commissievergadering om 20.00 uur en heet iedereen welkom. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. Mededelingen van de voorzitter De voorzitter: 3.
Mededelingen en toezeggingen van wethouder Van Voorden (inclusief vragen naar aanleiding van de prioriteitenagenda en de mededelingen inzake regionale aangelegenheden) De voorzitter: deelt mee dat geen toezeggingenlijst van het college is ontvangen. GroenLinks: ziet het Actieplan vrijwilligers, de Uitvoeringsagenda mantelzorg, het Actieplan eenzaamheid en het tekort BUIG graag als raadsbesluit terugkomen op de prioriteitenagenda; wethouder Van Voorden reageert dat indien dat de wens van de commissie is dat die naar het presidium moet worden doorgeleid. 4a. Beeldvorming Beleidskader Jeugd 2024-2030 Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: mw. M. Boukhriss; D66: mw. V. Wesselink; VVD: mw. E.M. Zeeuw van der Laan; GroenLinks: S.J. Hexspoor; CDA: G.J. Postma; Democraten Hilversum: mw. A. van de Beek; PvdA: mw. J. Kalk; SP: mw. B. Verweij; ChristenUnie: mw. M. Hildering-Spoelstra BVNL: --. College: N.G.T. van Voorden, wethouder.
De voorzitter: licht toe dat de beleidskaders Jeugd en Wmo-Samenleving 2024–2030 de uitwerking vormen van een deel van de opgaven en doelen uit de Visie Sociaal Domein "Wij zijn Hilversum"; merkt op dat de gemeenteraad met deze beleidskaders de mogelijkheid heeft om het beleid voor Jeugd en Wmo-Samenleving tot 2030 vast te stellen; licht toe dat de Agendacommissie heeft voorgesteld de onderwerpen Jeugd en Wmo apart te behandelen; gestart wordt nu met het Beleidskader Jeugd. Democraten Hilversum: vraagt in hoeverre de landelijke ontwikkelingen, zoals de Hervormingsagenda, het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) in het Beleidskader Jeugd zijn verwerkt; wethouder Van Voorden heeft geprobeerd de agenda zo te schrijven dat
3
alle ontwikkelingen daarin kunnen landen; mochten de kaders anders zijn dan komt het college naar de raad terug. GroenLinks: vraagt of het vaststellen van het Beleidskader Jeugd nog invloed heeft op de Hervormingsagenda Jeugd, die volgend jaar zal worden vastgesteld; wethouder Van Voorden antwoordt dat de Hervormingsagenda Jeugd regionaal wordt getrokken; als daarin wijzigingen staan die niet in het Beleidskader Jeugd passen, wat hij niet verwacht, dan komt hij bij de raad terug. De SP: informeert hoe het college omgaat met de verwachte stevige loonsverhogingen en hoeveel extra geld er nodig zal zijn; wethouder Van Voorden wijst erop dat Jeugd een open einderegeling is; geprobeerd wordt grip te houden op het proces; cao-loonsverhogingen gaat de gemeente gewoon betalen. D66: -
is benieuwd of over andere financieringsmogelijkheden is nagedacht, zoals lump sumfinanciering, die in Amsterdam wordt toegepast; wethouder Van Voorden heeft daarover bij Jeugd niet zozeer nagedacht; er wordt wel gekeken naar wat er gebeurt, hoe wachtlijsten ontstaan en hoe de in-, door- en uitstroom zich tot elkaar verhouden; er is een regionaal programma en als daaruit komt dat lump sum-financiering interessant is, dan denkt hij dat in te brengen; het inkoop- en contractbeheer is sinds 2021 belegd bij de regio en nu wordt gekeken hoe het loopt; de PvdA vraagt hoe de regio denkt over lump sum-financiering; wethouder Van Voorden herhaalt dat dat momenteel geen gespreksonderwerp is in de regio; de SP is benieuwd hoe de wethouder zou omgaan met een keuze van de raad voor een andere financieringsvorm; wethouder Van Voorden neemt die behoefte dan mee terug naar de regio, maar de gemeente heeft zich nu wel gecommitteerd aan de contractvorm via de regio; inkoop en contractbeheer zijn daarbij belegd, waar na anderhalf jaar niet de stekker uit kan worden getrokken; wel wordt bezien hoe wachtlijsten ontstaan en wat daaraan kan worden gedaan; hij is daarom blij met het programma instroom, doorstroom en uitstroom waarin dat probleem tegen het licht wordt gehouden; de SP informeert tot wanneer het inkoopcontract met de regio loopt; wethouder Van Voorden antwoordt dat dat contract loopt
tot 2028; de PvdA ziet dat tien regels aan de inkoopvoorwaarden worden toegevoegd, zodat men volgens haar eerder van het contract af kan; wethouder Van Voorden gebruikt de tien voorwaarden van de NJi (Nederlands Jeugdinstituut) vooral bij subsidieregelingen op lokaal beleid en lokale inkoop; die zijn niet in de regio belegd; de PvdA ziet dat niet zo in de stukken staan; wethouder Van Voorden stelt dat dat wel de intentie is van de tien beschermende factoren; bedoeld is dat lokale inkoop anders is dan de regionale inkoop; de SP begrijpt dat de raad het Agenda Jeugd Hilversum vaststelt, de gemeente alles bij de regio inkoopt en dus twee beleidsstukken los van elkaar staan, waarbij de gemeente er tot 2028 niets meer te zeggen heeft; wethouder Van Voorden licht toe dat de regio de inkoop en het contractbeheer doet; bij een verwijzing is er een groep aanbieders, die de regio inkoopt en beheert; als er geen aanbod is op een bepaald vlak vraagt de gemeente de regio om dat aanbod alsnog te contracteren; de SP wil weten waarom ervoor is gekozen om inkoop en contractbeheer bij de regio te beleggen; wethouder Van Voorden antwoordt dat de raad dat heeft besloten; de SP stelt dat bij een nieuw aanbod de raad kan besluiten dat zelf te contracteren; wethouder Van Voorden bevestigt dat; de PvdA is benieuwd wie extra jeugdhulpverlening in de Agenda Jeugd zet; wethouder Van Voorden deelt mee
dat de gemeente dat zelf doet; de PvdA begrijpt dan niet waarom de gemeente dat zelf doet als is afgesproken dat de regio de inkoop doet; wethouder Van Voorden legt uit dat de gemeente op veel
4
-
-
-
-
-
terreinen niet de wettelijke verwijzer is, maar de huisarts; die verwijst naar het gecontracteerde aanbod; jeugd- en gezinsbescherming en kan zelfs verwijzen naar een niet gecontracteerd aanbod; om meer grip te krijgen op het proces is besloten deels zelf jeugdhulp te gaan verlenen in plaats van dat bij het gecontracteerde aanbod neer te leggen; de PvdA begrijpt dat naast ingekochte jeugdzorg bij de regio de gemeente nu in eigen beheer een extra uitvoeringspoot opzet; wethouder Van Voorden bevestigt dat; de PvdA informeert naar de visie daarachter; wethouder Van Voorden legt uit dat hij meer grip wil krijgen op het aantal verwijzers en op de in-, door- en uitstroom; bij zelf behandelen ontstaan niet zo snel wachtlijsten en kan men dichter tegen een gezin aankruipen om nog meer begeleiding te regelen; de PvdA meent dat er voor grip ook praktijkondersteuners bij de huisarts aanwezig zijn en vraagt hoe die zich tot het vraagstuk verhouden; wethouder Van Voorden verwijst daarvoor naar het document; nu maakt 75% van de huisartsen gebruik van praktijkondersteuners jeugd, waardoor er meer grip ontstaat; het streven is dat uit te breiden naar 100%; de praktijkondersteuner kan zelf begeleiden, maar kan ook verwijzen naar het gecontracteerde aanbod; die praktijkondersteuner kan straks ook verwijzen naar de gemeente die gecertificeerde jeugdhulpverleners in dienst heeft om het proces te
verkorten; de PvdA vraagt hoe dat zich verhoudt tot de wens meer toe te werken naar meer vertrouwen in de professional die zelf bepaalt wat goed is voor het gezin en het kind; wethouder Van Voorden meent dat de voorgestelde werkwijze goed is voor lichte hulpvragen en dat men dan sneller geholpen wordt; er is vertrouwen in de professional en als die zegt op te moeten schalen, dan moet dat kunnen; als de gemeente zelf hulp biet is er meer zicht op het pedagogische netwerk eromheen; hij denkt hiermee de jeugd juist te versterken; Democraten Hilversum begrijpt dat de gemeente eigen jeugdhulpverleners toevoegt aan het reeds gecontracteerde aanbod, wat in regiogemeenten al gebeurt; zij vraagt of in die andere gemeenten al te zien is dat de jeugd beter floreert en betere cijfers laat zien; wethouder Van Voorden ziet daar in het algemeen kortere trajecten; de ervaringen in die regiogemeenten zijn goed; Democraten Hilversum is benieuwd of die regiogemeenten de vacatures vervuld krijgen; wethouder Van Voorden heeft geen indicatie dat er daar vacatures zijn; de PvdA vraagt waarom Hilversum bij goede ervaringen in regiogemeenten niet meteen goed doorpakt; wethouder Van Voorden wil eerst klein beginnen en bij succes opschalen.
De ChristenUnie: vraagt of wijken en buurten voldoende voorzieningen hebben, zodat kinderen thuis kunnen opgroeien; wethouder Van Voorden denkt dat Hilversum over heel veel voorzieningen beschikt, maar dat die wat minder vindbaar zijn; daarop is versterking nodig en het aanbod moet meer kenbaar worden; er is ook veel online aanbod dat versterkt kan worden, zoals zelfhulpgroepen; hoort vaak dat het binnen Hilversum moeilijk is om zorg te krijgen en wordt uitgeweken naar buurgemeenten en vraagt of de wethouder die trend herkent; wethouder Van Voorden ziet dat de jeugdzorg verstopt zit en wil een beweging maken van ziekte en zorg naar gezond en gedrag, waarmee wordt geprobeerd de druk uit het systeem te halen; dat betekent versterken in de pedagogische basis; doordat de gemeente zelf jeugdhulpverleners en gezinsondersteuning gaat inzetten, probeert zij de druk van het zware aanbod af te halen; tegelijkertijd lopen er in de regio met de Hervormingsagenda allerlei acties; het onderzoek naar in-, door- en uitstroom is belangrijk om daarop meer grip en zicht te krijgen; elke Nederlandse gemeente heeft eigenlijk last van een verstopte jeugdzorg. de VVD vraagt wat het college gaat doen om meer informele zorg te krijgen, zoals steunouders en ‘Samen Oplopen’; wethouder Van Voorden is zelf een groot fan van de leun- en steunaanpak, Samen Oplopen en elkaar versterken, een ambitie uit het
5
-
coalitieakkoord; tegelijkertijd gaat het college het vrijwilligerswerk versterken; er is dus aandacht voor informele netwerken, waarvoor meer middelen worden vrijgemaakt; de VVD vraagt hoe het college daarvoor aandacht gaat vragen en dat gaat versterken; wethouder Van Voorden kan dat doen met een campagne en het vragen van een partij om steunouders te organiseren; Samen Oplopen is een project; het college laat zich over dat belangrijke thema adviseren.
De SP: vraagt zich af of er voldoende personeel voor hulp in de buurt is en hoe dat is berekend; een motie uit 2019 vroeg om een onderzoek naar knelpunten in de jeugdhulp en -zorg; een plan van aanpak en een inventarisatie zijn nooit gekomen; hoe kan men dan zeggen dat er personeel voldoende is; wethouder Van Voorden heeft veel contact met aanbieders en heeft ook ambities, die soms vertaald worden in fte en budget om kinder- en jongerenwerk te versterken; er worden nu drie jongerencoaches op scholen ingezet; snapt die uitleg, maar wil graag beschikken over de berekeningen; wethouder Van Voorden deelt die niet met de commissie, omdat het uitvoering betreft; belangrijk is wel om doelen en de richting van het beleid vast te stellen; is benieuwd hoe is bepaald of de inzet voldoende is; wethouder Van Voorden beschikt over budgetten en een begroting en heeft gezien dat het op deze manier goed werkt; de PvdA vindt de vraag cruciaal hoe men ertoe komt om te kunnen beoordelen of die keuzes juist zijn; wethouder Van Voorden gaat het om de te stellen doelen na een evaluatie van het oude beleid; op basis daarvan is voortgeborduurd op sommige goed gevonden thema’s; daarop is de inzet bepaald; de PvdA ziet elke mate van concreetheid in het gegeven antwoord ontbreken, waardoor het haar onmogelijk wordt om mee te denken en of te bepalen of de doelen juist zijn; wethouder Van Voorden reageert
dat het college vindt dat de juiste keuzes zijn gemaakt op basis van een evaluatie en gesprekken met partners in de stad, kinderen, de Kindergemeenteraad en organisaties. De VVD: informeert naar de aanpak van inwoners die stress hebben door sociale uitsluiting en een slecht mentaal welbevinden door langdurig geldgebrek; wethouder Van Voorden verwijst daarvoor naar het over enkele weken te bespreken armoedebeleid; ook is een breed gesprek nodig en daarnaast worden gezinscoaches ingezet; het aanbod van cursussen voor ouders wordt versterkt, waarbij hij zich kan voorstellen financiën daarbij mee te nemen.
Het CDA: vraagt of succesvol gemeentelijk beleid substitutie kan betekenen van de middelen die zij nu aan de regio geeft; wethouder Van Voorden vindt dat interessant en beantwoordt die vraag bevestigend; de PvdA wijst erop dat substitutie tot nu toe alleen maar voor tekorten op gemeentelijke jaarrekeningen heeft gezorgd; wethouder Van Voorden wil bij succesvol beleid afschalen en dat is ook aan de raad; als men geld overhoudt op inkoop zitten er minder kinderen in de jeugdhulp en is er sprake van succes; vraagt of er ruimte is om bij aanbieders volgens contracten af te schalen; wethouder Van Voorden herinnert zich dat er sprake is van een open house-constructie zonder volumeafname, maar weet dat niet zeker; de SP herinnert aan de recente overschrijding van € 2 miljoen op Jeugd en wil weten hoe het college opnieuw dergelijke verrassingen wil voorkomen; wethouder Van Voorden heeft dat in zijn brief verteld; het probleem is dat de gemeente tekorten pas heel laat ziet, vanwege deels niet gecontracteerd aanbod, waarbij de gemeente niet de wettelijke verwijzer is; in het eerste kwartaal van 2024 komt het college terug met beheersmaatregelen voor het krijgen van meer grip; het gecontracteerde aanbod is wel veel beter in beeld dan in het verleden; men zal het systeem echter nooit helemaal waterdicht krijgen, omdat de gemeente niet voor alles verwijzer is.
6
De PvdA: mist in het document de benodigde zorg in de prenatale fase en de getrokken grens bij 18 jaar en vraagt waarom die twee knippen zo zijn gemaakt; wethouder Van Voorden licht toe dat de prenatale fase deel is van de ‘Kansrijke start’, welk beleidsstuk binnenkort naar de raad komt; bij een leeftijd van 17,5 jaar gaat men al in gesprek met de Wmo en is ook verlengde jeugdzorg in te zetten tot een leeftijd van 23 jaar; mist ook passend onderwijs in het stuk; wethouder Van Voorden zou het liefst het hele sociale domein onder één paraplu brengen en verwijst in dit verband naar de Lokale Educatieve Agenda; de afstemming in de ambtelijke organisatie is goed, zodat het integrale werken steeds beter wordt; het beleid kent een eigen programma en is selectief georganiseerd; de PvdA vraagt of de wethouder daarmee blij is; wethouder Van Voorden denkt dat zaken in goede handen zijn; men is er zich van bewust het samen te doen; de visie is samen gepresenteerd, zodat er wat dat betreft al een knip met het verleden is; onderwijs en zorg komen steeds meer naar elkaar toe en hij kan zich voorstellen in de volgende periode andere keuzen te maken; de SP wil weten wat er is gebeurd met de aangenomen motie over doorlopende jeugdzorg tot 23 jaar; wethouder Van Voorden kent die motie niet en moet zich daarin inlezen, maar trekt zijn handen daarvan niet af; indien nodig is er de Wmo.
GroenLinks: informeert naar het doel van triage en of dat betekent dat mensen de juiste zorg krijgen; wethouder Van Voorden gaat het om kwaliteit en ziet dat de jeugdhulp vol loopt; het stuk is bedoeld om minder kinderen de jeugdhulp in te krijgen, omdat dat beter is voor het kind waar het kan; triage is bedoeld om vooral de goede inschatting aan de voorkant te maken; Democraten Hilversum is benieuwd wanneer de analyse naar wachttijden en in- en doorstroom zal plaatsvinden; wethouder Van Voorden heeft daarover van de week een brief gestuurd; het eerste resultaat komt in het tweede kwartaal van 2024 binnen; Hilversum gaat zelf onderzoek doen naar complexe scheidingen; andere gemeenten hebben andere aandachtsgebieden; de SP stelt vast dat beleid is gemaakt terwijl er nog geen analyse is over in-, uit- en doorstroom en vraagt hoe de wethouder weet dat het beleid kloppend is; wethouder Van Voorden vindt die vraag niet moeilijk te beantwoorden; het gaat vooral over gecontracteerd aanbod; als dat aanpassing behoeft komt hij naar de commissie terug; het beleid is bedoeld om de beweging van ziekte naar gezondheid te maken en het versterken van de pedagogische basis; bij vollopende dagbesteding is het belangrijk te weten wat de communicerende vaten zijn; dat is geen beleidsvraagstuk, maar een organisatie-, inkoop- of contractvraagstuk; de SP herinnert aan de aangenomen motie M 18-52
die vroeg om een inventarisatie van de wachtlijsten bij de jeugd GGZ, een knelpunteninventarisatie en een plan van aanpak ter advisering aan de raad voor te leggen; nu ligt er een beleidsstuk zonder analyse voor waarvan wordt gezegd dat het klopt; gevraagd wordt dit soort moties wel in beleidsstukken terecht te laten komen, zodat er wordt gedaan wat de raad heeft opgedragen; wethouder Van Voorden gaat er van uit dat die motie is uitgevoerd en als dat niet zo is moet hij daarnaar kijken; hij wijst op het procesverloop bestaande uit visie, startnotitie en uitwerking; bij een vraag om verdere uitwerking zal hij die meenemen naar de regio om de motie verder uit te werken; hij zal nagaan wat er van die toezegging is terechtgekomen. Hart voor Hilversum: vraagt hoe de wethouder de jeugdhulpplicht, vermeld op pagina 13, wil aanpakken; wethouder Van Voorden antwoordt dat de gemeente verplicht is om jeugdhulp te verlenen; dat gebeurt door het bieden van een goed gecontracteerd aanbod en voorzieningen; wil weten wat er gebeurt als een gezin niet open staat voor hulp; wethouder Van Voorden vindt dat casuïstiek; de gemeente moet wel optreden als de veiligheid van kinderen in het
7
geding is; de gemeente werkt met professionals met veel verantwoordelijkheid die problematiek serieus nemen. De SP: herinnert aan twee recent aangenomen moties over Wmo-indicaties en vraagt of het college bereid is om ook langdurige indicaties voor jeugdhulp af te geven; een tweede motie ging over een bouwdepot en gevraagd wordt of het college bereid is om die in het beleid te voegen; wethouder Van Voorden is geen voorstander van langdurige indicaties bij jeugdhulp, omdat hij kinderen zo min mogelijk in de jeugdhulp wil hebben; de motie over bouwdepot gaat over onderzoek en als dat is gebeurd komt hij naar de raad terug; de PvdA kan zich voorstellen dat er situaties zijn waarin langdurige indicaties een gegeven zijn en vraagt hoe die afweging wordt gemaakt; wethouder Van Voorden hanteert nu geen langdurige indicaties; in veel gevallen is een indicatie een moment om het gesprek met elkaar aan te gaan; de SP weet dat een herindicatie een uitgebreid proces vraagt van dingen doen, aanleveren van bewijzen en vraagt naar de bereidheid om een verkorte indicatie te doen, waarbij mensen niet opnieuw alle informatie moeten aanleveren; wethouder Van Voorden gaat eenvoud als een van de waarden toepassen, maar het moet wel kwalitatief goed gebeuren; hij zegt toe eenvoud mee te nemen bij herindicaties; waardes worden dan verder uitgewerkt. D66: -
herinnert aan het enkele jaren terug vastgestelde ‘Op koers’-document en vraagt wat in het voorgestelde beleid het verschil gaat maken; wethouder Van Voorden memoreert dat de aanleiding van dat document kostenbesparing was en dat is de aanleiding nu niet; nu gaat het om versterken; het koersdocument bevatte ook goede elementen, de onderwijsjeugdarrangementen worden doorgezet; die brengt een hulpverlener op school, wat voor een besparing en een kwalitatieve impuls heeft gezorgd; de PvdA weet dat in het ‘Op koers’-document nog een bezuiniging van € 1 miljoen openstaat; wethouder Van Voorden benadrukt dat het voorliggende document geen bezuiniging is; deels is de bezuiniging van € 1 miljoen al uitgevoerd en sommige taken zijn vervallen.
De ChristenUnie: informeert naar de rol van kerken, moskeeën en religieuze instellingen; wethouder Van Voorden heeft allerlei organisaties benoemd en gelooft dat goede zingeving ontzettend kan bijdragen aan het verhogen van mentale gezondheid; daarop zet hij enorm in, bijvoorbeeld met vrijwilligerswerk en het onderdeel zijn van een groep, zoals een kerk of moskee; dat kan die organisatie zelf organiseren; het college wil netwerken in wijken en buurten versterken, waarvan religieuze organisaties onderdeel zijn; wil weten of er zicht is op activiteiten van religieuze instellingen die ook gericht zijn op onderling welzijn en samenwerken en de kracht die daarvan uitgaat; wethouder Van Voorden heeft dat zicht wel, maar dat is geen onderdeel van het beleid; informele netwerken kunnen wellicht terugkomen op de sociale kaart, maar is geen middel dat wordt ingezet. De VVD: vraagt welke maatregelen het college voorstaat tegen kindermishandeling; wethouder Van Voorden heeft dat regionaal ondergebracht bij Veilig Thuis; dat punt kan wel in de nota worden benoemd. De PvdA: wil verheldering welk deel van de extra € 550.000,- rechtstreeks naar het contact met het kind gaat; wethouder Van Voorden noemt in dat verband extra jeugdwerk, versterken van het preventief aanbod, algemene voorzieningen en de pedagogische basis, maar minder versterken
8
-
van de samenwerking met professionals; een groot deel gaat direct of indirect naar kinderwerk; vraagt of het college daarover afspraken met organisaties maakt; wethouder Van Voorden doet dat zeker; vraagt vervolgens om die afspraken nader te duiden; wethouder Van Voorden gaat het om het voortzetten van kinder- en jongerenwerk en het uitbreiden van extra jeugdwerk; dit gebeurt op subsidiebasis of op inkoopbasis; dat is situatieafhankelijk; informeert welk deel van het geld naar overhead gaat; wethouder Van Voorden ziet versterken van samenwerking met professionals als overhead; als men dat goed doet kan men veel meer bereiken; hij is wel kritisch op overheadkosten.
De SP: wijst erop dat bij heel veel zelf doen sprake kan zijn van keteninfantibiliteit: bij het begin een verkeerde aanname doen die die tot het einde meegaat; wellicht is het daarom een optie om een ombudsfunctie in te bouwen; wethouder Van Voorden denkt dat bij jeugd sprake is van versterken van de pedagogische basis en het oppakken van lichte jeugdhulp; voor jeugd is de ombudsfunctie minder relevant; wel vindt een verschuiving plaats naar gesprekken met het ziekenhuis en de ouderen- en de geestelijke gezondheidszorg, waarbij men naar de organisatie kan kijken; hij neemt de vraag mee naar het overleg met e-partners; lokaal en regionaal vindt hij een ombudsfunctie niet verstandig, omdat er al klachtenregelingen zijn; wel is de ombudsfunctie interessant in de brede beweging en neemt hij die mee naar het gesprek met partners; vindt het meenemen van de ombudsfunctie goed en vraagt wanneer zij terughoort of er iets mee is gedaan; wethouder Van Voorden heeft wel even de tijd nodig om te kijken of die opvatting wordt gedeeld en of er financiering voor is; hij is wel voorstander van breed draagvlak; hij vraagt om zes maanden tijd, waarna hij de commissie informeert over de uitkomst; heeft geen gedachte over het op afstand zetten van een functie; wethouder Van Voorden begrijpt dat elke organisatie eigen klachtenprocedures en toezichtorganen heeft; hier gaat het om een kwestie waarbij
mensen tussen systemen terecht komen; hij ziet zelf mogelijkheden voor een ombudsfunctie, maar wil het vraagstuk meenemen naar partners. De PvdA: wil uitgelegd hebben hoe lokale jeugdhulp zich mengt met sociale wijkteams/buurtteams; wethouder Van Voorden wijst erop dat buurtteams 18+ betreffen; als er een brede vraag komt over kinderen weet het buurtteam waartoe zich dat moet wenden. 5a. Oordeelsvorming Beleidskader Jeugd 2024-2030 Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: mw. M. Boukhriss; D66: mw. V. Wesselink; VVD: mw. E.M. Zeeuw van der Laan; GroenLinks: S.J. Hexspoor; CDA: G.J. Postma; Democraten Hilversum: mw. A. van de Beek; PvdA: mw. J. Kalk; SP: mw. B. Verweij; ChristenUnie: mw. M. Hildering-Spoelstra BVNL: --. College: N.G.T. van Voorden, wethouder.
Democraten Hilversum: vindt kaders versnipperd over komen; het IZA, het GALA en de Landelijke hervormingsagenda zijn onzekere invloeden voor het Beleidskader Jeugd; memoreert dat het Coalitieakkoord 2022-2026 is gestart met meer te investeren in preventie; voor de jeugd; in 2024 is er nog niet veel verbeterd en de mentale gezondheid staat er slechter voor dan toen; de kosten lijken ook onbeheersbaar en doorgaan op deze manier werkt niet; beseft dat kinderen en jongeren niet alleen recht hebben op goede jeugdhulp, maar ook op een samenleving die ervoor zorgt dat jeugdhulp minder vaak nodig is; daarom is er de plicht voor een goede uitvoeringsagenda en te zorgen dat jeugdhulp minder nodig is door in te spelen op meer beschermende factoren.
9
D66: -
meent dat jongeren een aanpak verdienen die ze helpt en die niet zegt dat dingen bij het leven horen; is van mening dat medicalisering een gevolg is van de huidige samenleving; medicalisering vindt plaats vanwege armoede, sociale media en prestatiedruk; ziet de grootste jeugdzorgvraag bij zware indicaties; noemt de sociale basis supergoed, maar weet niet of die de problemen oplost; de sociale basis is een goed plan voor als extra erbij, maar niet als een middel om het aantal indicaties te drukken; wil de jeugdzorg blijven inrichten, waarbij professionals besluiten of kinderen al dan niet zorg of medicatie nodig hebben; vindt het interessant om te laten zoeken naar andere financieringsmogelijkheden; zou graag een actieplan mentale gezondheid voor de jeugd willen hebben, waarover zij een motie aankondigt.
De ChristenUnie: is blij dat de fracties stap voor stap kunnen meekijken; vindt het fijn dat het thema vertrouwen is gekozen bij het beleidskader; zou graag zien dat stabiele ontmoetingsplaatsen van religieuze instellingen een plaats in het verhaal of de sociale kaart krijgen, omdat er daar activiteiten zijn die bijdragen aan het welbevinden van mensen en zingeving; wil laten meten of er voldoende voorzieningen voor de jeugd in Hilversum zijn als de zorg thuis niet meer mogelijk is; hoopt dat de toegankelijkheid van de zorg beter wordt en gezinnen hulp weten te vinden door de inzet van jeugdhulpmedewerkers. De VVD: vindt het belangrijkst dat de ouders verantwoordelijk zijn voor het veilig opgroeien van kinderen; sommige kinderen hebben ondersteuning nodig; vraagt aandacht voor de informele zorg, betrokkenheid van het netwerk, zodat uithuisplaatsingen te voorkomen zijn; projecten zijn onbekend en daarop wil zij inzetten, zodat meer mensen gebruik kunnen maken van hun netwerk als ze een steuntje in de rug nodig hebben; mist signalering van huiselijk geweld, waarmee problemen te voorkomen zijn; wil voorlichting op school over criminaliteit en ondermijning laten opnemen.
Het CDA: is van mening dat de wethouder met de beleidsagenda een goede stap vooruitzet in de uitvoering van de Jeugdwet, juist door de keten te versterken; is ervan overtuigd dat de extra inzet van eigen hulpverleners, gezinsondersteuners en praktijkondersteuners van huisartsen leidt tot snellere interventies, betere vroeghulp en daarmee op termijn het voorkomen van geïndiceerde zorg; benadrukt dat een systeemwijziging tijd vergt om te implementeren en tot wasdom te laten komen; wil ook aan verwachtingenmanagement laten doen en wijst op jaarlijkse kostenoverschrijdingen; de voorgestelde beweging heeft tot doel die te vermijden; realiseert zich dat het vermijden van kostenoverschrijdingen niet in een jaar geregeld is; vindt de agenda zeer nodig om de benodigde bewegingen stevig beet te pakken en wenst de wethouder en zijn ambtenaren succes met de implementatie daarvan. De PvdA: was kritisch over het stuk, omdat zij het beste voor kinderen wil; voelt de motivatie van de wethouder om het goede te doen, maar er zijn nodeloos ingewikkelde stukken voorgelegd; beleid, kaders en uitvoering blijven door elkaar lopen; vraagt zich af hoe andere gemeenten jeugdhulp vormgeven en uitvoeren;
10
-
noemt de brij van beschrijvingen moeilijk om te bepalen of het voorliggende stuk goed of slecht is.
GroenLinks: vindt het samenwerken bij en versterken van de pedagogische basis heel belangrijk, wat zij terugziet in het document; vraagt of de aansluiting bij de buurtteams nog sterker kan, in het kader van ontschotten; beter kunnen sterke buurtteams georganiseerd worden, waarbij het de vraag is of het aantal partijen waarmee men samenwerkt wat hoog is; is blij met de praktijkondersteuners GGZ Jeugd en de wens daarvoor is een volledige dekking; noemt preventie ook belangrijk, waarbij het belangrijk is het schot tussen onderwijs en zorg te doorbreken; wellicht kunnen er daartoe doorbraakbudgetten komen; wenst in het kader van kansengelijkheid de veilige bijdrage van scholen af te schaffen; noemt de toegang erg belangrijk en roept op niet te veel op de stoel van de verwijzer of huisarts te gaan zitten en niet een extra blokkade op te roepen; de huisarts zou moeten bepalen wat de zorg zou moeten zijn; wat betreft de toegang ligt er nog een uitdaging op eenvoud. Hart voor Hilversum: is bezorgd over tekorten in de jeugdzorg en wil dat de jeugd alle benodigde hulp krijgt, evenals dat de wethouder zich hard daarvoor inzet.
De SP: vindt het moeilijk om zonder analyse te beslissen over veranderingen; noemt het beleidskader niet onderbouwd, een optimistisch wensstuk zonder echt financiële onderbouwing; ziet geen investering in de transitie en transformatie, die geld kosten; stelt voor om € 3 miljoen extra voor jeugdhulp op te nemen in de begroting, omdat de bedragen op pagina 33 volstrekt ontoereikend lijken, gezien de nodige voorzieningen; constateert dat de gemeente jeugdhulp zelf doet, de regio jeugdzorg doet en vanaf 2027 ook verder bezuinigd zal worden; dat maakt haar niet zo gerust; is blij dat de wethouder de motie over doorlopende jeugdzorg tot 23 jaar nog gaat bekijken en wil kijken naar het vereenvoudigen van herindicaties voor jongeren met een chronische ziekte; is ook blij met het bekijken van een onafhankelijke ombudsfunctie; weet dat schoolbesturen ernstige zorgen hebben vanwege het wegvallen van de NPO-gelden; daarom vraagt de fractie een onderbouwing van € 250.000,- voor extra jeugdwerk; kan het stuk nog niet beoordelen en gaat nog op zoek naar wat moet; steunt D66 en de ChristenUnie in hun betoog.
Wethouder Van Voorden: gaat niet op de stoel van professionals zitten, maar wil juist het aanbod versterken, waardoor de huisarts ondersteuning krijgt bij diens verwijzing; wil jongeren de beste hulp bieden; de huisarts heeft wellicht behoefte aan iemand met kennis, de praktijkondersteuner jeugd; dat is de intentie van het stuk; neemt de zorg weg dat het college mensen zorg wil ontnemen; het college wil juist mensen hulp bieden op de juiste plek; doet enorm veel om de mentale gezondheid aan te pakken; bij eenzaamheid is er ook aandacht voor jongeren; alle middelen die tijdens corona met incidenteel geld zijn gedekt worden ook nu weer ingezet; laat op bladzijde 21 zien wat er allemaal gebeurt om de mentale gezondheid aan te pakken; is nog niets vanuit het IZA en de landelijke Hervormingsagenda bekend en wil gezien de urgentie nu al aan de slag gaan; als het kader verandert komt hij bij de commissie terug om zaken in te passen; vindt niets doen nu geen optie. Debat
11
Democraten Hilversum: mist de samenhang met andere beleidsnota’s; wethouder Van Voorden is extra alert op al lopende programma’s, zoals over het lhbti-beleid en de Hilversumse Educatieve Agenda. De SP: hoort de wethouder zeggen dat goede doelstellingen zijn bepaald, maar wel randvoorwaarden nog uitwerking behoeven; zij daagt de wethouder uit om die met de commissie te bespreken; wethouder Van Voorden noemt het DIN (Doelen-Inspanningen-Netwerk) een nieuw instrument dat hij nog met de commissie zal bespreken; het proces is dat het college een beleidsplan vaststelt, in de begroting prestatie-indicatoren staan en een terugrapportage volgt bij de jaarrekening; het college biedt de raad een DIN aan waarin het gaat over kwaliteit en de effect van maatregelen; dat is nieuw; uiteindelijk komt hij met een aantal gewenste prestatieindicatoren; ziet op bladzijde 32 in 2024 randvoorwaarden uit te werken waarbinnen activiteiten worden uitgevoerd; het college wil dus iets gaan toetsen; om te begrijpen dat het college doelen bereikt wil zij weten welke randvoorwaarden worden gebruikt in de voorliggende beleidsagenda; wethouder Van Voorden wil meer grip, voorspelbaarheid en beheersbaarheid; ziet staan dat randvoorwaarden aan activiteiten worden verbonden; zij wil weten wat er gebeurt, om welke reden en op basis van welke analyse; zij vraagt naar de raad terug te komen om te praten over deze
activiteiten; wethouder Van Voorden stelt doelen vast die uitgewerkt worden naar praktische uitvoering; dat gesprek voert hij met de uitvoering en niet met de raad; verwijst naar bladzijde 32 waar staat dat er randvoorwaarden komen voor deze activiteiten en vraagt haar collega’s daarover in een commissievergadering met elkaar het gesprek te hebben en te weten wat die randvoorwaarden zijn; Democraten Hilversum concludeert dat de kosten door de huidige manier van werken uit de hand lopen en de jeugd daarmee niet is geholpen; zij was daarom juist benieuwd naar de tien speerpunten van het NJi, die zij niet terugziet; D66 vindt randvoorwaarden een breed begrip waarover zij tevoren niet heeft nagedacht; de ChristenUnie wil eerst het onderwerp DIN bespreken, dat richting geeft en de raad verder brengt; de VVD wil dit aspect op een ander moment bespreken; het CDA kan zich voorstellen dat de SP op dit punt een amendement indient; de PvdA steunt de opvatting van de SP en irriteert het dat op kritische vragen de reactie komt dat die gaan over uitvoering waarover de raad niet gaat; het is echter aan volksvertegenwoordigers om vragen te stellen; GroenLinks verklaart zich bereid om daarover te praten en onderschrijft grotendeels de genoemde activiteiten; het gaat erom welke randvoorwaarden helpen om het beleid verder te kaderen; Hart voor Hilversum neemt de vraag van de SP over
randvoorwaarden mee naar haar fractie en is bereid tot een gesprek; wethouder Van Voorden lijkt het geen goed idee om het met de commissie over randvoorwaarden te hebben, omdat hij denkt dat er een verkeerd beeld is; het college gaat in gesprek met aanbieders en partners over vormgeving teneinde doelen te bereiken; in het eerste kwartaal van 2024 komt hij met een brief over beheersbaarheid en voorspelbaarheid; het tekort van € 2 miljoen heeft hiermee niets te maken en gaat over ongecontracteerde zorg; een groot deel van de verwijzingen gebeurt niet door de gemeente; daarop wil hij meer grip, waartoe de praktijkondersteuner jeugd bedoeld is; die registreert waarnaar kinderen worden verwezen; een gesprek over beheersing van processen wil hij met de commissie aangaan nadat hij een brief heeft gestuurd over voorspelbaarheid en beheersbaarheid; het kwalitatieve gesprek wil hij voeren bij behandeling van het DIN; wil in de brief van de wethouder laten opnemen welke activiteiten en randvoorwaarden hij stelt; wethouder Van Voorden reageert dat randvoorwaarden financieel zijn en terugkomen in de brief, evenals in welke buurt jeugdhulp wordt ingezet en wat wordt verwacht van een aanbieder; een gesprek over randvoorwaarden gaat over uitvoering; het gaat om grip op de
12
-
doelen, inspanningen en activiteiten te krijgen; daarvoor is enerzijds het DIN bestemd en anderzijds een financieel sturingsinstrument; daarop komt hij in het eerste kwartaal van 2024 terug; de PvdA vindt het antwoord van de wethouder heel ingewikkeld en wil weten wat de effectiviteit van preventie is, waarvoor zij gegevens nodig heeft; als de commissie daarover wil praten, dan kan dat volgens haar; volgens haar is het bijna onacceptabel hoe wordt omgegaan met een volledig terechte vraag van de SP; wethouder Van Voorden wil de commissie niet tekort doen; om te weten wat het effect van investeren in preventie is, is het DIN bedoeld, het doelen- en inspanningennetwerk meet kwaliteit en dat gaat over het effect van preventie; zijn angst is elkaar uitvoerig bezig te gaan houden met uitvoering; over financiële beheersbaarheid en voorspelbaarheid komt hij naar de commissie terug; met het kwaliteitskader DIN komt hij ook naar de commissie terug, juist om de raad in positie te brengen; is volksvertegenwoordiger die ziet en hoort welk tekort er is; zij ziet een behoefte, waarop gezegd wordt dat het uitvoering is; meer mensen zien tekorten; zij wil het college op aanpassing en uitbreiding van beleid controleren; wethouder Van Voorden behoudt de inzet vanuit de NPO-gelden; incidentele middelen worden dus structureel en er wordt extra jeugdwerk toegevoegd; bij meer gewenste inzet is het
vrij dat punt te amenderen.
Advisering voor de raad GroenLinks maakt een voorbehoud met debat. De ChristenUnie, D66, Democraten Hilversum en Hart voor Hilversum maken een voorbehoud. De PvdA adviseert niet rijp voor de raad. De SP adviseert niet rijp voor de raad en maakt een voorbehoud. Het CDA, de VVD adviseren met debat. 4b. Beeldvorming Beleidskader Wmo 2024-2030 Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: mw. M. Boukhriss; D66: mw. V. Wesselink; VVD: mw. E.M. Zeeuw van der Laan; GroenLinks: S.J. Hexspoor; CDA: G.J. Postma; Democraten Hilversum: mw. A. van de Beek; PvdA: mw. J. Kalk; SP: mw. B. Verweij; ChristenUnie: mw. M. Hildering-Spoelstra BVNL: --. College: N.G.T. van Voorden, wethouder. D66: -
wijst erop dat meer bewegen het risico op vallen laat toenemen; wethouder Van Voorden beaamt dat, maar bewegen zorgt ook voor vitaliteit.
Democraten Hilversum: vraagt waarom de sociale recherche uitsluitend toezicht houdt op de Participatiewet en niet op pgb-dossiers; wethouder Van Voorden gaat dat toezicht versterken en heeft voor pgb’s juist nieuwe regels gecommuniceerd om de kwaliteit te verbeteren; de tweede toezichthouder is ook gestart. De SP: vraagt wat er op het gebied van buurtgericht werken is geregeld voor daklozen; wethouder Van Voorden wijst op het beleidsplan Bescherming en opvang, waarin het onder andere gaat om daklozenopvang; daklozen kunnen terecht bij voorzieningen en in buurthuizen; constateert in het beleidsplan Bescherming en Opvang dat het hebben van een zinvolle daginvulling helpt en vraagt de wethouder zijn gedachten daarover te laten gaan; wethouder Van Voorden verklaart zich daartoe bereid en ziet dat daklozen ook activiteiten wordt geboden;
13
-
neemt aan dat ‘Pak aan’ voor de wethouder heel waardevol is; wethouder Van Voorden bevestigt dat.
Hart voor Hilversum: vraagt of motie M 23-149 over indicaties voor onbepaalde tijd in het beleidskader is opgenomen; wethouder Van Voorden heeft het stuk al geschreven voordat de motie werd ingediend; pagina 14 vermeldt te onderzoeken of langjarig is te indiceren; dat wordt dus meegenomen. GroenLinks: vraagt wat ‘brede zin’ betekent in de volgende zin op pagina 11: ‘…dat het noodzakelijk is om het stelsel van maatwerkondersteuning in brede zin onder de loep te nemen en te hervormen tot een toekomstig bestendig systeem’; wethouder Van Voorden maakt in brede zin waar het kan de beweging van individuele naar algemene voorzieningen; wil vervolgens weten wat zij zich moet voorstellen bij ‘de maatwerkondersteuning onder de loep wordt genomen om te hervormen’; wethouder Van Voorden legt uit dat bij buurtteams en dagbesteding in algemene zin mensen nu een individuele indicatie krijgen voor dagbesteding licht; de raad heeft opdracht gegeven om dat om te zetten naar een algemene voorziening dagbesteding, waarover hij denkt dat dat goed is; hij wil bekijken wat pas en hoe men meer mensen passend bij de vraag kan helpen; de SP hoorde bij de begrotingsbehandeling de wethouder zeggen dat het hervormen van dagbesteding licht geen bezuiniging is en vraagt of al het nu uitgegeven geld aan de indicatie dagbesteding overgaat naar de algemene voorzieningen; wethouder Van Voorden heeft in het
document ‘Op koers’ geen andere taakstelling gevonden; er is een heel kleine besparing/bezuiniging van naar hij meent € 100.000,- om de dagbesteding licht om te vormen naar dagbesteding algemene voorzieningen; de SP weet dat mensen die dagbesteding licht krijgen toetsing krijgen voor het hebben 52 weken per jaar begeleiding en vraagt of zij erop kan rekenen dat er voor deze mensen ook 52 weken per jaar een voorziening is; het gat waarin zij vallen is naar haar mening enorm bij vakanties; wethouder Van Voorden noemt het een uitermate mooi proces, dat al liep voordat hij wethouder werd; het afgelopen jaar zijn drie versnellingskamers met alle aanbieders van dagbesteding gehouden; het aanbod moet passend zijn bij de vraag; 52 weken kan ook 51 weken zijn; er komt straks een heel mooie voorziening uit; de VVD ziet op bladzijde 26 dat 65-plussers te weinig aan vrijwilligerswerk doen en vraagt of er mogelijkheden zijn om die doelgroep meer betaald werk in de zorg te laten doen, ook gezien het grote tekort; wethouder Van Voorden wijst op allerlei programma’s om mensen richting de zorg te krijgen; de gemeentelijke taak is met name om zingeving te bieden, vrijwilligerswerk aan te moedigen en om eenzaamheid tegen te gaan; de primaire taak van de gemeente is niet om vanuit welzijn of Wmo banen te creëren; als een bedrijf daarop een programma wil starten kan dat; Hart voor Hilversum
informeert of er al cijfers bekend zijn over het aantal geïndiceerde Wmo’ers in 2022; wethouder Van Voorden ziet dat de toename afvlakt en vermoedt ook geen grote stijging in 2023. De PvdA: wil weten hoe het stuk zich verhoudt tot de nog te voeren brede maatschappelijke discussie over hulp bij het huishouden; wethouder Van Voorden reageert dat hulp bij het huishouden regionaal is belegd en heeft een brede heroverweging aangekondigd die terugkomt naar de raad; er komt na het portefeuillehoudersoverleg een brief naar de raad met de aanpak van de heroriëntatie op de huishoudelijke hulp; constateert dat de wethouder een procesantwoord gaf en vraagt hoe het voorliggende stuk zich verhoudt tot hulp in de huishouding; de vraag is hoe de uitkomst van de brede maatschappelijke discussie in het voorliggende document wordt opgenomen; wethouder Van
14
Voorden wijst erop dat voor hulp in het huishouden een indicatie nodig is; wijziging van de kaders heeft effect op dat beleid, maar dat kan hij op voorhand niet zeggen; de SP vraagt wat het betekent voor het lopende contract als de gemeente Hilversum hulp in het huishouden in eigen hand wil nemen; wethouder Van Voorden heeft op die technische vraag nu geen antwoord, maar weet wel dat daarover met gemeenteraden en aanbieders dat gesprek zal worden gevoerd, welk gesprek tot iets leidt; de gemeente moet nu gebruik maken van het in 2021 aangegane contract; Democraten Hilversum vraagt of de gemeente niet gaat afwijken van het door het Rijk vastgestelde abonnementstarief; wethouder Van Voorden laat weten dat het college vooralsnog het standpunt inneemt dat de gemeente zich houdt aan de landelijke regelgeving; in 2026 of 2028 komt er wel een wijziging aan van een vorm van een inkomensafhankelijke bijdrage. Het CDA: vraagt of de toekomstige wijze van werken zal leiden tot het opvangen van meer zorgmijders; wethouder Van Voorden memoreert dat zorgmijders ontstonden bij het van kracht zijn van een inkomensafhankelijke bijdrage; met het abonnementstarief is het aantal zorgmijders drastisch gedaald; de buurtteams maken zorg nu ook heel laagdrempelig; vraagt hoe de gemeente de drempel voor zorgmijders lager kan maken; volgens wethouder Van Voorden kan dat met voorlichting en de buurteams.
De ChristenUnie: informeert naar de komst van een digitaal exemplaar van de sociale kaart; wethouder Van Voorden is daarmee al bezig en gaat die inkopen. Hart voor Hilversum: heeft nog geen antwoord gehad op artikel 41-vragen over mantelzorgondersteuning en vraagt wat de wethouder bedoelt met de toegang tot die ondersteuning, omdat die onduidelijk en niet toegankelijk genoeg is; wethouder Van Voorden bespreekt die artikel 41-vragen met het college op dinsdag 28 november a.s.; de gemeente bereikt 51% van de mantelzorgers nog niet en wil de vindbaarheid daarvan verbeteren; recent is de website MantelzorgGV gelanceerd, waardoor informatie duidelijker zichtbaar wordt; de PvdA vraagt of het helpt als de toegang tot mantelzorgwaardering toegankelijker wordt en als dat niet via een organisatie hoeft te gebeuren; wethouder Van Voorden vindt dat een goede suggestie.
GroenLinks: is benieuwd of de wethouder gedachten heeft over het bekostigingsmodel van de Wmo; de zorgondersteuning verandert en de vraag is of er sprake is van het juiste financieringsmodel; wethouder Van Voorden beschikt nu over eigen contractvormen en de komende jaren kan men denken aan andere manieren, zoals lump sum-financiering; het voordeel daarvan is wat meer flexibiliteit; de komende jaren kan men dat onderzoeken; de PvdA kan zich voorstellen nog een stap verder te gaan en de lump sum neer te leggen bij een wijkteam; wethouder Van Voorden wil bij wijkteams met een businesscase gaan werken; D66 vraagt of het ingewikkeld wordt om regionale contracten weer deels naar gemeenten toe te schuiven; wethouder Van Voorden bevestigt dat er zaken veranderen en bij de regio is er ook een open house-constructie met op veel terreinen geen afnameverplichting, wat flexibel maakt; de PvdA suggereert dat open house ook tot te veel aanbieders leidt die ook een continuïteitsvraag hebben; het CDA vindt de rol en de aanpak van het buurtteam heel cruciaal en is benieuwd naar de uitkomst van het scenario van de businesscase; zij vermoedt dat buurtteams zichzelf prima aansturen en vraagt waaraan de wethouder denkt bij aansturing van de buurtteams; wethouder Van Voorden constateert na vier jaar dat buurtteams goed
15
-
-
-
-
-
werken; het college is nog zoekende en houdt opties open; hij ziet dat als uitvoering, maar is bereid om daarover een kennis- of inspiratiesessie te houden; het gaat om het doel van mensen helpen; de SP wil weten op welke behoeften het aantal buurtteams is gebaseerd, om te kunnen beoordelen of er voldoende geld is om de buurtteams te volgen; daarom nodigt zij het college uit om de behoeften duidelijker te maken; wethouder Van Voorden ziet dat buurtteams steeds beter aanslaan en staat in nauw overleg met de organisaties die de buurtteams runnen (Versa, MEE en Sherpa); bij een behoefte aan meer aanbieders wil hij die ruimte houden; de SP gaat het erom of er genoeg mensen zijn om hulp te kunnen bieden; wethouder Van Voorden beweegt mee met de buurtteams en heeft het afgelopen jaar een additionele subsidie verleend om buurtteams uit te breiden; ook is een coördinator aangesteld; de SP vraagt of zij kan zien op basis waarvan het college zegt meer geld voor buurtteams beschikbaar te stellen; wethouder Van Voorden antwoordt dat de raad via het dashboard wordt geïnformeerd; tegelijkertijd heeft het college kwartaalgesprekken met partijen en houdt het een vinger aan de pols; de SP wil ook over info beschikken om te kunnen schakelen op buurtteams; wethouder Van Voorden wil nadenken over inrichting van het dashboard; het gaat om operationele sturingsinformatie die elke maand verandert en
hij gelooft niet dat het nodig is om dat detailniveau met de raad te delen; welk aantal mensen wordt geholpen staat in het dashboard; de PvdA meende dat het dashboard zou worden afgeschaft; wethouder Van Voorden doet dat pas als er iets anders is; het DIN geldt voor de kwaliteit en ook komt er een financieel sturingsinstrument; daarna wordt het dashboard geschrapt; daarover komt het college nog met de commissie te spreken.
De VVD: vraagt of sport bij het stimuleren van een actieve leefstijl bij ouderen hoort, waarbij men de leeftijdsgrens van 67 jaar hanteert; wethouder Van Voorden kondigt de nota over sport en bewegen aan, waar het genoemde aspect thuishoort; het college stuurt mensen vanaf 65 jaar een uitnodiging voor fitheidstesten en langer thuiswonen-markten; met ‘sport’ vermelden bij een actieve leefstijl van ouderen heeft hij geen moeite. De SP: vraagt of in Hilversum een zorgbuurthuis mogelijk is; wethouder Van Voorden kent dat niet en roept de fractie op om daarover een motie of amendement in te dienen. Hart voor Hilversum: informeert welke criteria de gemeente inzet om middelen voor vrijwilligers, mantelzorgers en ontmoeting midden in de wijk te garanderen; wethouder Van Voorden stelt beleid voor zes jaar vast; het demissionaire kabinet heeft IZA en GALA geïntroduceerd en daar middelen tot 2026 bij geleverd; het is een relatief klein bedrag; in een presentatie voor de G40 zal hij op 24 november a.s. onder andere pleiten voor domeinoverstijgende financiering, omdat er meer rijksmiddelen nodig zijn om de opgaven het hoofd te kunnen bieden; hij hoopt dat het nieuwe kabinet iets daaraan gaat doen.
De PvdA: meent dat de beste remedie tegen eenzaamheid is ouderen voorzien van een nieuwe partner; wethouder Van Voorden suggereert daarover een amendement te maken; bevreemdt het bestemmen van extra € 10.000,- voor het opbouwwerk; wethouder Van Voorden heeft voor het opbouwwerk € 2 miljoen beschikbaar en het genoemde bedrag heeft te maken met indexatie. De SP:
16
-
-
-
herinnert aan de aangenomen motie over de Right to Challenge en vraagt wat daarmee is gebeurd; wethouder Van Voorden weet dat niet en kan zich voorstellen dat de motie in het programma over wijken en buurten een plek vindt in plaats van in de Wmo-agenda; zorgzame gemeenschappen ziet men steeds vaker voorbij komen en tegen het toepassen van de Right to Challenge daarop heeft hij geen principiële bezwaren; wil info over een pilot ingezet in een bepaalde wijk naar de raad laten toesturen; wethouder Van Voorden begrijpt dat het gaat over een project in Hilversum-Zuidwest met een externe financier, die extra opbouwwerk in een wijk zet en daarvan de effecten wil weten; hij wil de raad daarover informeren, maar dat project landt niet in de Wmo-agenda, omdat het geen gemeentelijk project is; vraagt of voorzieningen voor mensen bereikbaar blijven en of een onafhankelijke derde partij in te zetten is voor een ombudsfunctie; wethouder Van Voorden neemt die functie mee en wil daarmee voor de zomer terugkomen.
5b. Oordeelsvorming Beleidskader Wmo 2024-2030 Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: mw. M. Boukhriss; D66: mw. V. Wesselink; VVD: mw. E.M. Zeeuw van der Laan; GroenLinks: S.J. Hexspoor; CDA: G.J. Postma; Democraten Hilversum: mw. A. van de Beek; PvdA: mw. J. Kalk; SP: mw. B. Verweij; ChristenUnie: mw. M. Hildering-Spelstra BVNL: --. College: N.G.T. van Voorden, wethouder. De SP: is van mening te weinig onderbouwende informatie te hebben om het stuk op zijn merites te kunnen beoordelen; staat achter een flink aantal doelstellingen; maakt zich grote zorgen over rechten die mensen op indicatie verliezen, de overgang en het bieden van continuïteit van zorg; wil nog over haar oordeel nadenken; doet een voorstel van orde om de oordeelsvorming in een volgende commissievergadering te agenderen; wethouder Van Voorden verbaast dat voorstel vanwege planningsproblemen; de SP licht toe nog een week langer te willen nadenken over haar oordeel. Het voorstel van orde van de SP om de oordeelsvorming uit te stellen naar een andere commissievergadering wordt hoofdelijk in stemming gebracht en verworpen, met alleen de stem van de SP voor. Hart voor Hilversum: vindt het voorstel rijp voor de raad met debat.
GroenLinks: is blij met de extra aandacht en ondersteuning voor vrijwilligers en mantelzorgers; wijst op komende personeelstekorten en vraagt zich af hoe daarmee om te gaan; wellicht is daarvan een speerpunt te maken, evenals om de administratiedruk bij personeel zo laag mogelijk te maken; wil laten onderzoeken of het huidige financieringsmodel nog passend is, in een tijd waarin men steeds meer moet samenwerken; snapt de oproep van de Adviesraad Sociaal Domein om indicatieloze dagbesteding bekend te maken en mist het aspect om de samenleving daarin mee te nemen; vindt dat de Wmo inspeelt op kansengelijkheid, via dichtbije voorzieningen in de wijk; wil oog hebben voor chronisch zieken en stelt dat die ook in het beleidskader thuishoren. De PvdA: kan moeilijk overzicht krijgen over het gehele werkveld, terwijl zij eenvoud heel graag terugziet in documenten; vraagt zich af hoe alles met elkaar samenhangt;
17
-
herkent de behoefte van de SP; vindt het voorliggende document toegankelijker dan het Beleidskader Jeugd; stelt dat men eenzaamheid niet bestrijdt door op 17 december een kerstmaaltijd aan te bieden, maar wel door samen een kerstmaaltijd op 1e en 2e kerstdag te hebben.
Het CDA: vindt de centrale vraag hoe indicatieloos werken in te richten is, waarbij het ook gaat over algemene voorzieningen van dagbestedingen, buurthuizen en het versterken van de buurtteams; gaat het ook om een brug slaan tussen de informele en formele zorg, een heel moeilijke opgave; bij informele zorg doet men namelijk een beroep op vrijwilligers en mantelzorgers; wil een goed gesprek voeren over het actieplan vrijwilligers en mantelzorgers; constateert een heel zwaar neergelegde rol bij het buurtteam en gevraagd wordt of dat ook de middelen en benodigde steun krijgt, wat een monitor van de gemeente vergt; nagedacht moet worden over essentiële indicatoren daarbij om te kunnen vaststellen of doelen ook bereikt worden. De VVD: merkt dat heel veel mensen ondersteuning nodig hebben en in de Wmo heel veel langs elkaar heen gewerkt wordt; er zou veel meer samenwerking en afstemming moeten zijn; ziet een heel onduidelijke sociale kaart; stelt dat mensen ook na hun pensioengerechtigde leeftijd een bijdrage moeten kunnen blijven leveren, mogelijk via betaald werk; wil sporten en bewegen in het document laten opnemen, evenals cultuur; vraagt aandacht voor eenzaamheidsbestrijding via dating; ziet een uitdaging bij alleenwonende mensen in gezinswoningen.
De ChristenUnie: is blij over het beleidskader te mogen meedenken; verheugt het gebruik van het woord ‘vertrouwen’ en te kunnen kijken naar oprechtheid van inwoners; vindt het beleidskader een mooi vervolg op de startnotitie; merkt dat het wel een uitdaging blijft om vrijwilligers en mantelzorgers te blijven hebben; in beeld moet zijn wie vrijwilligers en mantelzorgers zijn en om hen te waarderen; vraagt ook aandacht voor eenzaamheid; noemt de wijziging van ziekte en zorg naar gezond gedrag belangrijk; vindt toegankelijkheid van zorg en de goede vindbaarheid daarvan een belangrijk punt; wil meer inzicht in het zorglandschap; zou het mooi vinden als een woonvoorziening in de woonvisie een goede plek krijgt. D66: -
deelt de zorg over de personeelstekorten; vindt het handig de Wmo te linken met andere beleidsvelden; noemt het belangrijk bij zorg inclusie te borgen, zoals lhbti en het tegengaan van discriminatie; vraagt aandacht voor duurzaamheid in de zorg.
Democraten Hilversum: wijst erop dat 22% van de inwoners psychische klachten ervaart, het aantal personen met angst- en depressieve stoornissen toeneemt en er sprake is van een snel veranderende samenleving met zorguitdagingen; om die uitdagingen te beteugelen ligt nu een conceptagenda voor; pleit ervoor vooral in buurten en wijken te investeren en te gaan werken aan een sociale basis, het instrument voor de samenleving; personeelstekorten zal men niet oplossen; inwoners moeten naar elkaar omkijken.
18
Debat De PvdA: gaat het bij eenzaamheidsbestrijding om ontmoeten en viel het op dat er een enorm actieve ouderenvereniging Senver is, die in de nota niet voorkomt, wat zij betreurt; wethouder Van Voorden reageert dat geen anbi’s in de nota staan; het stuk is doorspekt met de vermelding maatschappelijke initiatieven belangrijk te vinden, waaronder kerken, Senver en het maatjesproject; vraagt waarom de ChristenUnie bij het beleidskader kerken niet heeft ingebracht en of die minder belangrijk worden gevonden voor ouderen; de ChristenUnie vindt kerken in de Wmoagenda nog veel beter tot hun recht komen; de PvdA zal een amendement daarover niet steunen; als men praat over een inclusieve samenleving, dan zou zij op zoek gaan naar andere vormen dan kerken. GroenLinks: vindt het belangrijk professionals vast te houden; Democraten Hilversum is het daarmee eens en vindt de overgang van zorg naar welzijn eigenlijk een verschraling van de zorg; wil professionals zoveel mogelijk ruimte geven en kijken naar een ander verantwoordings/financieringsmodel; Democraten Hilversum bevestigt dat; de SP vindt het ook interessant om na te denken over een ander financieringsmodel.
De SP: meent dat zorgverleners zijn weggejaagd en zijn opgezadeld met ellende; de gemeente gaat over huishoudelijke zorg, welzijn, dagbesteding, dakloze mensen; nu zijn er keuzen nodig voor een periode van zes jaar; wellicht is een koersdocument nodig, omdat het over zes jaar te laat is om de problemen van nu op te lossen; GroenLinks wil beginnen met een onderzoek, gezien de grote keuze die meer behelst; het traject verlangt zorgvuldigheid; nu is echter al nadenken nodig; de SP meent dat de zorgwereld in brand staat; er is urgentie voor de inwoners; daarom wil zij keuzen maken voor 2029; wethouder Van Voorden deelt dezelfde zorg en is dagbesteding als algemene voorziening aan het inrichten om meer mensen te kunnen helpen met dezelfde hoeveelheid personeel; ook buurtteams worden ingericht; hij wil een lump sumfinanciering onderzoeken, maar zijn drijfveer is doelen te halen; hij biedt aan een inspiratie- of kennissessie te houden, waarna contracten opengebroken zouden kunnen worden; D66 wil dan een wat diepere uitleg over hoe alles precies werkt; wethouder Van Voorden lijkt dat een goed idee; constateert dat met dezelfde mensen meer werk zal worden gedaan, waarover zij zich grote zorgen maakt; medewerkers zijn wel te vinden als ze fatsoenlijk worden gewaardeerd en als alles goed is georganiseerd; op basis van jarenlange ervaring in de zorg meent zij dat het niet mogelijk is met
minder mensen hetzelfde werk te doen; Democraten Hilversum werkt ook al jaren in de zorg en heeft gezien dat separeercellen zijn verdwenen; dagbesteding was er vroeger niet; de PvdA ziet ook goede ontwikkelingen in de zorg; zij deelt de zorg van de SP over het veel zaken naar algemene voorzieningen toe te schuiven vanuit een kostenperspectief; er is een omslagpunt, waarbij er een te grote toestroom is voor te weinig medewerkers. wil op het voorstel van de wethouder ingaan, maar wil bij een inspiratiesessie ook aanbieders en zorg- en welzijnsprofessionals aanwezig laten zijn, evenals activiteitenbegeleiders; wethouder Van Voorden lijkt dat geen goed idee en bezuinigt niet op zorg; in plaats daarvan wordt de juiste zorg geleverd; door kortdurend met mensen op te lopen en af te schalen kan men met minder mensen toe; hij biedt een technische sessie over wat er is en hoe het is geregeld aan; de PvdA meent dat onder het mom van substitutie de afgelopen jaren voortdurend bezuinigingen zijn ingeboekt door dingen te verplaatsen naar algemene voorzieningen; zij is voor die beweging, maar er zijn dus wel degelijk bezuinigingen ingeboekt;