Verslag commissie Zorg, Welzijn en Samenleving d.d. 11 september 2024
Tekst van het document
VERSLAG
Vergadering Raadscommissie Zorg, Welzijn en Samenleving Raadzaal 11 september 2024
1
Index verslag vergadering raadscommissie Zorg, Welzijn en Samenleving Woensdag 11 september 2024 Algemeen 1.
Opening en vaststellen agenda
3
2.
3
3.
Mededelingen, toezeggingenlijst en prioriteitenagenda - Mededelingen voorzitter - Mededelingen college - Vragen n.a.v. de toezeggingenlijst en de prioriteitenagenda Vragen aan het college, portefeuilles Zorg, Welzijn en Samenleving
4.
Regionale Samenwerking: Werkvoorzieningsschap Tomingroep
3
5.
Beeldvorming Midterm review Tomingroep
3
6.
Oordeelsvorming Midterm review Tomingroep
6
7.
Beeldvorming Commissievoorstel ‘Van bijstand naar werk’
10
8.
Oordeelsvorming Commissievoorstel ‘Van bijstand naar werk’
12
3
2
RAADSCOMMISSIE ZORG, WELZIJN EN SAMENLEVING WOENSDAG 11 SEPTEMBER 2024 Locatie: Raadzaal Voorzitter: S.J. Hexspoor Griffier: mw. H. Hofland Aanwezigen bij aanvang: fracties: Hart voor Hilversum: mw. M. Boukhriss en C.M. Groeneveld; D66: mw. V. Wesselink; VVD: G.J. Ekelmans, M. de Haas en mw. E.M. Zeeuw van der Laan; GroenLinks: mw. M.H.A. Remmers; CDA: mw. L. Brussaard en mw. J.F. van Exel-van Dijk; Democraten Hilversum: mw. A. van de Beek; PvdA: C. Bakker, M. Bakker en mw. M. Dankbaar; SP: J.W.A. Meddens; ChristenUnie: mw. M. Hildering Spoelstra; BVNL: mw. A.E. Leeuwin. College: B. Heller, wethouder. 1. Opening en vaststellen agenda De voorzitter: opent de commissievergadering om 20.00 uur en heet iedereen van harte welkom bij de eerste commissievergadering na het zomerreces; stelt de nieuwe commissiegriffier mevrouw Hofland voor. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2.
Mededelingen, toezeggingenlijst en prioriteitenagenda - Mededelingen voorzitter - Mededelingen college - Vragen n.a.v. de toezeggingenlijst en de prioriteitenagenda De voorzitter: deelt mee dat voor de toekomst het vragenuur als aparte commissievergadering is vervallen en in elke commissievergadering zal vervangen worden door het agendapunt ‘vragen aan het college’. 3. Vragen aan het college over portefeuilles Zorg, Welzijn en Samenleving Er zijn geen vragen. 4. Samenwerking: Werkvoorzieningsschap Tomingroep (GR) Er zijn geen vragen en/of mededelingen. 5. Beeldvorming Midterm review Tomingroep Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: C.M. Groeneveld; D66: mw. V. Wesselink; VVD: mw. E.M. Zeeuw van der Laan; GroenLinks: mw. M.H.A. Remmers; CDA mw. J.F. van Exel-van Dijk; Democraten Hilversum: mw. A. van de Beek; PvdA: mw. M. Dankbaar; SP: J.W.A. Meddens; ChristenUnie: mw. M. Hildering Spoelstra; BVNL: mw. A.E. Leeuwin. College: B. Heller, wethouder.
De voorzitter: leidt in dat het algemeen bestuur van de Tomingroep op 17 mei 2021 het koersbesluit nam om het Werkvoorzieningsschap Tomin door te ontwikkelen van werkbedrijf naar werkleerbedrijf; vervolgt dat daarna een bedrijfsplan is opgesteld, waarin opgenomen om halverwege de looptijd 2022-2025 een midterm review uit te voeren; merkt op dat die midterm review inmiddels is uitgevoerd en nu voorligt; vermeldt dat vandaag ter info aan de raads- en commissieleden nog een raadsinformatiebrief op iBabs is verschenen.
3
Hart voor Hilversum: doet het voorstel van orde om de bv-constructie en het werkvoorzieningsschap buiten de discussie te houden, zodat het in deze commissievergadering zuiver over de midterm review en het voorliggende commissievoorstel zal gaan. Aldus wordt besloten. GroenLinks: vraagt de wethouder om de commissie mee te nemen in wat er bestuurlijk is gebeurd rondom de besluitvorming over de midterm review en hoe is gereageerd op zijn afwijkende standpunt; informeert waarom het de wethouder niet is gelukt meer bestuurders van andere gemeenten tot zijn standpunt te verleiden; wil weten of het algemeen bestuur bij de opdrachtverlening aan Berenschot aanwezig is geweest en of die opdracht daardoor ook is geaccordeerd; wethouder Heller antwoordt dat de opdrachtverlening aan Berenschot in een vergadering van het algemeen bestuur aan de orde is geweest; in de stukken is te zien hoe de zienswijze van de Hilversumse gemeenteraad is vertaald in die opdrachtverlening; dat proces heeft tot de nodige discussie geleid; op zijn aangeven is er discussie geweest over de urgentie om de toekomst van Tomin te bespreken; alle andere algemeen bestuursleden hebben ingestemd met wat op tafel lag; hijzelf heeft daaraan instemming onthouden, met uitzondering van de aanbevelingen, teneinde uiting te geven aan de onvrede; het eigen vermogen van Tomin kan in 2030 op zijn gesoupeerd, zodat er niet heel
veel tijd meer over is om actie te ondernemen; hijzelf heeft met deze uitleg zijn instemming aan de midterm review onthouden. Hart voor Hilversum: informeert hoe het algemeen bestuur de Tomingroep financieel en bedrijfsmatig beoordeelt en wat de raad kan doen om de wethouder daarbij te helpen; wethouder Heller kan zich formeel daarover alleen in algemene standpunten uitlaten; iedereen in het algemeen bestuur snapt dat de Tomin-organisatie en de werknemers voor een lastige opdracht staan in een moeilijke markt; er is een mismatch tussen welke mensen nodig zijn en welke mensen de gemeenten leveren; hij benadrukt het respect vanuit hem en het algemeen bestuur voor de mensen die bij Tomin werken; de resultaten zijn financieel gezien niet zoals gehoopt; bedrijfseconomisch wordt achtergebleven bij de businesscase en de benchmark; deze zaken zijn geadresseerd en behoeven volgens het college met een hoge urgentie opgepakt te worden; de raad kan dat ook blijven benadrukken, in het verlengde van de eerder geformuleerde zienswijze; vraagt hoe het algemeen bestuur in beeld krijgt of de Tomingroep doet wat ze moet doen en hoe het functioneren van de organisatie gaat, gezien de tegenvallende resultaten; wethouder Heller antwoordt dat kpi’s zijn gedefinieerd en die zijn ambtelijk en binnen het algemeen bestuur gewisseld; die kpi’s primair liggen in het verlengde van de opdracht, i.c.
aanmeldingen, doorstromingen en de performance in financiële zin; bedrijfseconomische aansturing komt binnen het algemeen bestuur minder aan bod; dat is een van de taken van de raad van toezicht van de Tomingroep. De VVD: wil weten of de wethouder nog achter de ingestelde transitie staat en of die bijstelling behoeft; wethouder Heller is pas sinds 2,5 jaar direct als portefeuillehouder werk en inkomen bij de Tomingroep betrokken; in het verleden was hij ook werkzaam op een soortgelijk werkterrein; er is hier een standaardoplossing gekozen, zoals in heel Nederland is gebeurd; na het dicht zetten van de instroom vanuit de SW is de gedachte om plekken op te vullen met mensen uit de bijstand, dit teneinde de dienstverlening aan SW’ers in stand te kunnen houden; nergens in Nederland lukt het om de transitie zonder extra geld te doen; daarover is nadenken in het licht van de businesscase nodig; de facto is sprake van een krimpscenario van 10/15%; ontwikkelen van personen is namelijk iets anders dan iemand een veilige werkomgeving geven;
4
-
informeert of de wethouder ontwikkelen ziet als taak voor gemeenten of de regio; wethouder Heller geeft al uitvoering aan die taak; het idee is om te komen tot een blauwdruk van een sociaal ontwikkelbedrijf; de vraag is welke re-integratievoorziening voor het cliëntenbestand nodig is; die visie wil het college de komende jaren met de raad vaststellen; GroenLinks is benieuwd of de schaalgrootte waarop de oude WSW is georganiseerd wel de goede is; wethouder Heller vindt die vraag moeilijk te beantwoorden; in de besluitvorming enkele jaren geleden is gezegd niet in een krimpscenario terecht te komen, in verband met een benodigde minimale schaalgrootte; bij een gesprek in de regio over de toekomst van Tomin moet het dus gaan over de samenstellingen vanuit de gemeenten, zoals Almere versus de Gooise gemeenten.
BVNL: informeert naar het werkelijke probleem van de omzetderving en de slechtere cijfers; wethouder Heller noemt in dezen verouderende cliënten en cliënten die met een moeilijk profiel instromen, wat leidt tot een lagere productiviteit, evenals andere oorzaken; hij had gehoopt op die vragen meer antwoord te hebben teruggevonden; de lagere score dan de benchmark roept wel om antwoorden en om eventuele vervolgvragen. Democraten Hilversum valt in het commissievoorstel de zin op pagina 4 onder kopje ‘C’ op dat het operationele resultaat tot op zekere hoogte beïnvloedbaar is door de directie van de Tomingroep; zij vraagt hoe zij die zin moet interpreteren; wethouder Heller tracht een exposé te geven van een aantal van belang zijnde zaken voor het resultaat van de Tomingroep; A en B gaan om rijksvergoedingen en hebben geen beïnvloedingsruimte van de Tomin; een bepaalde component van bedrijfseconomische prestaties kan Tomin niet beïnvloeden, maar andere componenten met als resultaat achterblijven bij de verwachtingen wel; hij had daarin graag meer inzicht gehad.
De PvdA: attendeert op de eigen rol van de gemeente en de Tomingroep bij het begeleiden van mensen naar werk en begrijpt dat de door Berenschot gesignaleerde kloof al best lang bestaat; de aanbevelingen van Berenschot zijn gericht op het door de twee partijen ontwikkelen en komen tot een visie op begeleiding van cliënten en het geven van een verbeterde invulling daaraan; zij vraagt of die aanpak nieuw is of al eerder is geprobeerd; wethouder Heller antwoordt dat de aanpak is voorgesteld, omdat partijen elkaar niet lijken te vinden als het om vraag en aanbod van cliënten gaat; Hilversum levert kwantitatief voldoende aan, maar het aantal daadwerkelijk geplaatste cliënten en de geleverde productiviteit is lager dan benodigd; hij had gehoopt dat het rapport wat meer antwoorden op de vraag over de mismatch tussen vraag en aanbod van cliënten zou geven; gezamenlijk de verwijzing van cliënten oppakken zou moeten leiden tot een oplossing.
De SP: wijst erop dat er een visie van de Tomingroep is die niet werkt en vraagt of het de wens van de wethouder is dat die eigenlijk een andere visie voor zich ziet dan de omvorming naar een participatiewetbedrijf; wethouder Heller vindt de stelling dat de visie niet werkt te kort door de bocht; wel wil hij met elkaar een visie op de verwachting van een sociaal ontwikkelbedrijf opstellen; de vraag is wat er nodig is om mensen vanuit de Participatiewet te integreren; het kan helpen om het gesprek met de Tomingroep over substitutie van SW’ers zo goed mogelijk te voeren. De ChristenUnie: vraagt of onder de samenwerkingsketen ook ondernemers vallen, die een plek bieden waar mensen kunnen werken; wethouder Heller kijkt primair naar de doorverwijzing van cliënten vanuit de gemeente naar de Tomingroep; het eindpunt van de keten zou de werkgever moeten zijn; dat gesprek loopt via het werkgeversservicepunt om uiteindelijk re-integrerende cliënten geplaatst te krijgen.
5
De SP: informeert of bij de visie de mogelijkheid openstaat om naar een goede SW te kijken of dat er alleen wordt gekeken naar het verbeteren van het tot nu toe niet werkende bestaande plan; wethouder Heller stelt voorop dat de gemeente een wettelijke en zorgplicht heeft voor de Participatiewet en SW’ers; de optie van een klassieker of kaler SW-bedrijf sluit hij niet op voorhand uit. De PvdA: is benieuwd wat maakt dat meer intensieve samenwerking tussen de gemeentelijke afdeling Werk en Inkomen en de Tomingroep goed zou kunnen werken; wethouder Heller heeft geen enkele reden om aan te nemen dat die samenwerking niets zou opleveren en wijst erop dat het ook een van de aanbevelingen is; de opdracht is nog niet zo oud en hij wil vooral doorgaan met wat men nu doet, wat in het belang is van de cliënten van de Tomingroep; daarnaast moet men volgens het college nadenken over de langere termijn; de gedane aanbevelingen vallen wat hem betreft onder het hier en nu.
Hart voor Hilversum: weet dat in 2023 nul banen in het leerwerktraject terecht zijn gekomen, zodat zij vraagt hoe men kan zeggen dat alles goed verloopt; wethouder Heller had 23 of 24 leerwerktrajecten moeten bereiken, maar hij wil nadrukkelijk recht doen aan het vele goede werk dat bij de Tomingroep gebeurt, welk werk echter niet gebeurt tegen de gehoopte lage kosten; er lijkt ook iets te mankeren aan de dienstverlening aan participatiewetcliënten; als algemeen bestuurslid van de Tomingroep blijft hij erop wijzen dat er ook veel goede dingen gebeuren, zodat men niet het kind met het badwater moet weggooien; wel moet men sneller nadenken over de toekomst, die sneller komt dan gehoopt. 6. Oordeelsvorming Midterm review Tomingroep Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: C.M. Groeneveld; D66: mw. V. Wesselink; VVD: mw. E.M. Zeeuw van der Laan; GroenLinks: mw. M.H.A. Remmers; CDA mw. J.F. van Exel-van Dijk; Democraten Hilversum: mw. A. van de Beek; PvdA: mw. M. Dankbaar; SP: J.W.A. Meddens; ChristenUnie: mw. M. Hildering Spoelstra; BVNL: mw. A.E. Leeuwin. College: B. Heller, wethouder.
De voorzitter stelt advisering aan het college aan de orde over: het gelijktijdig met de voortzetting van een goede bestuurlijke relatie vasthouden aan het standpunt binnen het algemeen bestuur van de Tomin om het gesprek over de middellange termijn van Tomin te willen voeren; het komende jaar het gesprek met de raad aan te gaan over hoe Hilversum de toekomst van het sociaal ontwikkelbedrijf voor zich ziet, resulterend in een raadsbesluit over deze toekomstvisie. Democraten Hilversum: spreekt haar waardering uit voor alle medewerkers van de Tomingroep over de uitvoering, die deelnemers begeleiden, zoals in het beschutte deel als bij re-integratietrajecten; ziet Tomin als een sociaal ontwikkelbedrijf met een belangrijke maatschappelijke functie voor Hilversum en de regio; het moet een plek zijn waar iedereen op eigen niveau en naar eigen vermogen kan werken en de kans krijgt om te re-integreren op de arbeidsmarkt; constateert helaas dat Tomin ondanks een nieuw bedrijfsplan de afgelopen jaren doelen niet heeft weten te realiseren; uit berichtgeving blijkt bovendien geen duidelijke inzet op een visie en toekomstperspectief; vraagt hoe andere partijen en de wethouder naar deze kwestie kijken en welke mogelijkheden de wethouder ziet om de bedrijfsvoering weer gezond te maken; heeft gezien de zorgwekkende financiële situatie bij de Tomingroep reden tot het zetten van vraagtekens en
zorgen over de toekomstbestendigheid van de organisatie;
6
-
staat achter het besluit van het college om een nieuwe toekomstvisie te ontwikkelen; wil actief meedenken over en bijdragen aan een visie op een sociaal ontwikkelbedrijf en over de manier waarop de Participatiewet uitgevoerd moet worden; wil een visie die recht doet aan de doelgroep en hun behoeften aan ondersteuning op weg naar een leuke baan of werk.
De VVD: waardeert het bedrijf an sich, dat mensen die zich willen ontwikkelen begeleidt en hen wil leren werken; vraagt zich af of gezien de landelijke ontwikkelingen dit nog het juiste instrument is; zet vraagtekens bij de grote afstand tussen de Tomingroep en gemeenten; klantmanagers zijn nog niet aangehaakt op de nieuwe visie, inhoudende dat Tomin overgaat naar een ontwikkelbedrijf; wellicht behoeft die visie bijstelling, moet de doelgroep verbreden en moet met partners een samenwerking worden aangegaan; vindt een bedrijf nodig dat leert werken, stageplaatsen en beschermd werken biedt en een veel bredere doelgroep heeft; wil dat een onafhankelijke partij kijkt naar de bedrijfsorganisatie van Tomin; het kan efficiënter en zij wil laten kijken naar de structuur, welke zaken zij mist in het rapport.
Hart voor Hilversum: benadrukt dat een organisatie als Tomin onmisbaar is, die zich inzet voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt; had gehoopt op een positievere uitkomst van de midterm review en had op zijn minst verwacht dat die zou voldoen aan het aangenomen amendement daarover; ziet dat het bedrijf meer dan twee jaar bezig is met transitie en in 2023 nul banen in het leerwerktraject heeft gerealiseerd, wat wel de opdracht was; vraagt om ingrijpen, maar leest die urgentie niet in de midterm review; ziet dat de werksoorten groen, retail en schoonmaak beter presteren dan detachering, die ver achterblijft, terwijl groenvoorziening in een afbouwfase zit; is het duidelijk dat snelle actie is vereist; wil zo snel mogelijk een onderzoek naar het functioneren binnen de organisatie: de directie, het management, de overhead en de werkelijke financiële gezondheid van Tomin, waarna eventueel nagedacht kan worden over een nieuwe visie.
GroenLinks: worstelt sinds 2014 met de politieke opdracht die vanuit het Rijk als bezuiniging naar de gemeenten is gekomen; grootste slachtoffers zijn voormalige WSW’ers, die nu geen enkel aanbod krijgen; lijkt het dat de organisatie in principe de goede dingen doet, maar harde krimp is voorzien; gaan de medewerkers en de organisatie aan het hart; vindt het Berenschot-rapport heel bedrijfsmatig ingestoken, maar stelt dat zinvol werk voor de doelgroep, die veel begeleiding en structuur nodig heeft, ook geld mag kosten; voelt bestuurlijk ongemak en is bang dat een puur Hilversums onderzoek in een Hilversumse la zal belanden; suggereert om voor de start van het Hilversumse onderzoek een expertmeeting met gemeentewoordvoerders en Tomin te houden en te kijken naar goede voorbeelden in het land. De PvdA: waardeert de Tominmedewerkers, maar helaas functioneert de organisatie niet goed, omdat er jaarlijks verlies wordt geleden en er sprake is van krimp van SW-medewerkers; met slaagt er niet goed in om de participatiewetmedewerkers goed te begeleiden naar werk; kan zich vinden in alle aanbevelingen van het onderzoek, zowel voor de korte als lange termijn; wil verbeterde en meer intensieve samenwerking tussen gemeenten en de Tomingroep en wil de gemeente niet zelfstandig een visie laten ontwikkelen, die wordt opgedrongen aan Tomin;
7
D66: -
wil het zoeken naar wat nodig is voor goede begeleiding van participatiecliënten voortzetten naar een lange termijnvisie; Hilversum moet daarin niet te veel solo opereren en hopelijk krijgt zij andere gemeenten mee; wil tempo maken gezien de financiële tekorten; wenst een neutrale partij te betrekken bij het doorlichten van de bedrijfsvoering. is het ermee eens dat de midterm review en de aanbevelingen van Berenschot erg tegenvallen, omdat die bedrijfsmatig zijn aangevlogen; het opstellen van SMART doelstellingen en sturen op kpi’s zijn voor de fractie open deuren; kan zich vinden in het commissievoorstel; ziet de onduidelijkheid in het Berenschot-rapport niet opgehelderd; voelt verantwoordelijkheid en drang om dichter op de Tomingroep te gaan zitten, maar worstelt met de vraag wat de gemeenteraad kan doen, gezien de wethouder in het algemeen bestuur zit; stelt het blijven bestaan van de Tomingroep voorop; lijkt meer actie richting Tomin op zijn plek, maar heeft daarvoor geen lumineus idee of een suggestie; blijft dus een advies aan het college schuldig.
De ChristenUnie: stelt voorop dat het goed is dat er een plek voor kwetsbare mensen is en heeft vertrouwen dat mensen hun werk met goede bedoelingen doen; had gewild dat er meer toekomst in de midterm review zat; benadrukt de aanbevelingen in het rapport erg serieus te nemen, meer samen te werken en een gezamenlijk doel te stellen met de andere gemeenten; wellicht moet er meer worden gedaan dan alleen voldoen aan verplichtingen; beveelt aan te onderzoeken hoe in een keten kan worden samengewerkt, waarbij werkgevers met betere diensten een sluitstuk zijn; daarover wil de fractie meedenken; erkent de noodzaak dat de organisatie blijft bestaan; wil de andere gemeenten laten stimuleren om te voldoen aan hun verplichtingen; wil een gezamenlijke visie laten ontwikkelen, gericht op een goede ketensamenwerking.
Het CDA: bedroeft het te lezen dat Tomin teleurstellend presteert; de tekorten lopen op, de spaarpot wordt leger en de toekomst is ongewis; is het eens met het college dat de acht aanbevelingen op zichzelf prima zijn en die stellen dat er de afgelopen periode niet genoeg is gedaan; vindt de lange termijn essentieel; zij kan zich van alles voorstellen bij onrust bij de medewerkers, juist omdat zij het zelf niet redden op de arbeidsmarkt; wil cliënten voor de lange termijn zekerheid geven over hun baan; wenst meer toezicht, sturing en betrokkenheid zien voor de lange termijn en het gesprek hierover aangaan; wil voor de korte termijn meer toezicht op de voortgang. De SP: waardeert alle mensen die bij Tomin werken; constateert dat de transformatie naar een werkleerbedrijf nog niet werkt; stelt dat onder de Participatiewet meer kan worden gedaan voor beschut werk, ook als dat vaste plaatsen zijn; dat kan in een nieuwe visie een plek krijgen; oppert de gedachte dat andere partijen misschien beter zijn voor leerwerktrajecten, welke afweging volgens de fractie is te maken; vindt misschien onderzoek naar bedrijfsvoering nodig; wijst er echter op dat er al veel geld is uitgegeven aan externe onderzoeken, welk geld ook aan loonkostensubsidies voor beschutte werkplekken had kunnen worden uitgegeven;
8
-
wil liever geld uitgeven aan beschutte werkplekken dan aan onderzoek.
BVNL: spreekt eveneens waardering voor de Tomingroep uit; constateert dat het de Tomingroep momenteel niet lukt wat het moet doen en de transitie naar ontwikkelbedrijf niet slaagt, zodat het anders moet; adviseert te kijken naar het gehele functioneren van de Tomingroep en om de samenwerking op te zoeken; kijkt graag samen naar een nieuwe visie. Debat Hart voor Hilversum: is het ermee eens dat beter geld aan beschutte werkplekken kan worden uitgegeven, maar stelt dat mismanagement moet worden aangepakt; de SP wil indien nodig daarnaar onderzoek doen, maar wordt ongelukkig van het blijven hangen in het evaluatiecircus en dat er geen geld vrijkomt voor beschutte werkplekken; is het wat dat betreft met de SP eens, maar wil ook onderzoeken, waaruit kan komen dat Tomin wel goed functioneert, maar ook van allerlei randzaken sprake is; de SP wil allebei doen en analyseert dat allen van de Tomin hebben gevraagd een leerwerkbedrijf te worden, waar die organisatie geen expertise in had; beter had men Tomin kunnen laten doen waar zij goed in is en het andere deel anders beleggen.
GroenLinks: leest in het rapport dat de directie van Tomin de goede dingen doet en dat onderzoek zal worden gedaan; zij neemt daarom afstand van de kwalificatie van Hart voor Hilversum over mismanagement; Hart voor Hilversum stelt dat mogelijk geen mismanagement aan de orde hoeft te zijn, maar het kan wel; zij wil daarom alle aspecten laten onderzoeken; het zou mooi zijn als uit onderzoek naar voren komt dat er met het management van Tomin niets aan de hand is, maar wel andere randzaken aan de orde zijn; ziet een organisatie in onrust en vindt het dan niet handig te stellen dat er sprake is van mismanagement. De VVD: vraagt of de visie bijstelling behoeft en de taak met andere partijen ingevuld moet worden; de SP is het daarmee eens, maar dan moet men ook bereid zijn om met andere middelen meer beschutte werkplekken voor de langere termijn te creëren, zodat Tomin kan doen waarin ze goed is; stelt dat er ook een taak voor het bedrijfsleven kan zijn om beschutte werkplekken aan te bieden; Tomin heeft last van een imagoprobleem; de SP meent dat er ook mensen zijn die heel gelukkig zijn bij de Tomingroep.
Democraten Hilversum: vraagt hoe zij het onafhankelijke onderzoek voorgestaan door de VVD moet interpreteren; de VVD wil weten of Tomin nog is toegerust voor haar taken; het is eigenlijk een bedrijfsmatig onderzoek; met onafhankelijk bedoelt zij dat het algemeen bestuur een opdracht geeft aan de organisatie. De ChristenUnie: is benieuwd hoe het bedrijfsleven beschutte werkplekken kan creëren. GroenLinks: wil bezien of samen met Tomin een andere visie kan worden ontwikkeld en heeft een expertmeeting gesuggereerd om te kijken bij goed lopende SW-bedrijven; zij vraagt hoe haar collega’s daartegenover staan; de VVD vindt dat een goed voorstel en miste daarover informatie in het rapport;
9
-
Democraten Hilversum, het CDA en D66 staan daartegenover ook positief; de SP lijkt dat ook een goed idee en gaat het liefst op zoek bij bedrijven; de ChristenUnie wil vooral leren van wat goed gaat op andere plekken; de PvdA wil daarbij ook mensen van de Tomin betrekken; Hart voor Hilversum is het eens met de VVD, maar is bevreesd voor de benodigde tijd, waardoor de gemeente te laat kan komen.
De SP: meent dat voor een grotere groep beschutte werkplekken nodig zijn en vraagt van welk aantal men daarbij moet uitgaan; de ChristenUnie vermoedt dat het om een klein deel van het aantal trajecten zal gaan, omdat de meeste mensen wel arbeidsmogelijkheden hebben; een precies aantal kan zij niet noemen; er zijn heel wat aanpassingen in het bedrijfsleven nodig qua begeleiding om deze mensen te kunnen plaatsen; de VVD gaat het om veel mensen, omdat men te maken heeft met veel verschillende doelgroepen; denkt dat een aparte voorziening voor een doelgroep nodig blijft. het CDA vraagt voor welk aantal mensen in Hilversum een beschutte werkplek nodig is; de SP denkt dat het om een aantal honderd mensen gaat; Democraten Hilversum maakt zich zorgen over de groep die onder de Participatiewet valt en stelt dat beschut werk altijd nodig zal zijn. Wethouder Heller: wijst erop dat er voor 1 januari 2026 een nieuwe visie moet zijn; vindt het goed daarvoor door Hilversum een wat scherper beeld te laten formuleren en wil daartoe en compacter ontwerp bedenken, waarbij ook de afwegingen van de SP aan de orde komen; gaat het daarbij om een bredere diversiteit aan voorzieningen, van sollicitatietrainingen, de klassieke SW tot arbeidsmatige dagbesteding; het kan ook gaan om banenafspraken met loonkostensubsidies.
De PvdA: begrijpt dat het visietraject alleen vanuit de gemeente Hilversum gebeurt en niet in samenwerking met de Tomingroep; wethouder Heller wil beide doen, zelf de mind opmaken en ook in gesprek gaan met de Tomingroep; begrijpt dat de gemeente zelf een visie moet ontwikkelen en daarna in gesprek moet met de Tomin, wat extra tijd kost; wethouder Heller is daarvoor niet bang omdat geen sprake is van volgtijdelijkheid; eerst moet voor een toekomstbeeld een traject opgestart worden, waarbij ook de raad van toezicht betrokken wordt. 7. Beeldvorming Commissievoorstel ‘Van bijstand naar werk’ Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: mw. M. Boukhriss; D66: mw. V. Wesselink; VVD: mw. E.M. Zeeuw van der Laan; GroenLinks: mw. M.H.A. Remmers; CDA mw. L. Brussaard; Democraten Hilversum: mw. A. van de Beek; PvdA: M. Bakker; SP: J.W.A. Meddens; ChristenUnie: mw. M. Hildering Spoelstra; BVNL: mw. A.E. Leeuwin. College: B. Heller, wethouder.
Mevrouw Zeeuw van der Laan (initiatiefneemster commissievoorstel): licht het voorstel toe; spreekt veel mensen in haar praktijk die een bijstandsuitkering krijgen; zij vragen zich af of ze nog meedoen en hebben geen gesprek met een klantmanager; vindt het belangrijk dat mensen niet aan de kant blijven staan en kunnen meedoen, opdat ze het beste uit zichzelf halen via werk, dagbesteding, een studie of anderszins; noemt werk belangrijk in verband met zingeving en inkomen;
10
-
wil mensen activeren door persoonlijke aandacht en een steuntje geven; wenst van gedachten te wisselen over hoe meer mensen geholpen kunnen worden om aan het werk te gaan, zoals Wajong’ers, studenten en jongeren; wil weten wat de gemeentelijke taak is bij het vinden van werk; vraagt hoeveel van de 2.018 bijstandsgerechtigden nog spreken met de gemeente; blijkt uit onderzoeken dat persoonlijke aandacht van de gemeente een heilzame werking heeft; wil van de wethouder de toezegging hebben dat eenieder die langer dan een jaar een bijstandsuitkering heeft opnieuw een intakegesprek krijgt.
Hart voor Hilversum: vraagt of de vangnetuitkering BUIG inmiddels is toegekend; wethouder Heller zegt daarvan nog geen bevestiging te hebben ontvangen. GroenLinks: informeert of de gemeente momenteel instrumenten niet benut; mevrouw Zeeuw van der Laan heeft gekeken hoe andere gemeenten het doen; Zaanstad nodigt uitkeringsgerechtigden eenmaal per jaar uit om te praten over meerdere onderwerpen, waarbij doorgevraagd wordt wat er nodig is om mee te kunnen doen en om zichzelf te ontwikkelen; Rotterdam experimenteert met het werk geven van bijstandsgerechtigden; het komt neer op het geven van maatwerk; wethouder Heller wil aan de poort met iedereen spreken middels een rechtmatigheidsintake en een intake op het gebied van re-integratie; met alle cliënten wordt op basis van de beleidsagenda Werk en Inkomen minimaal eenmaal per jaar gesproken (T24-96), met aandacht voor een ondersteuningsbehoefte; Democraten Hilversum wil weten hoe de omgang met chronisch zieken en verstandelijk beperkten geschiedt; mevrouw Zeeuw van der Laan ziet contact als persoonlijke aandacht; mensen die niet meer bemiddelbaar zijn kunnen wel aandacht behoeven; wethouder Heller noemt in dezen maatwerk van belang.
Het CDA: wil weten of aandacht moet worden gekoppeld aan een bijstandsuitkering; mevrouw Zeeuw van der Laan wil bij een beperking altijd kijken naar mogelijkheden; wethouder Heller doet dat al en kijkt bij mensen wat zij wel kunnen; sommigen kunnen niet binnen afzienbare tijd op de arbeidsmarkt aan het werk, waardoor het meer gaat om dagbesteding en sociale activering. De ChristenUnie: begrijpt dat de term ‘werk’ betaald werk, vrijwilligerswerk en beschut werk omvat; mevrouw Zeeuw van der Laan vat de term ‘werk’ samen als meedoen, waarbij zij vooral naar jongeren kijkt, die steeds meer een bijstandsuitkering aanvragen; ook daar ziet zij een rol van de gemeente en het bedrijfsleven; stelt vast dat het nu niet gaat zoals gewenst; mevrouw Zeeuw van der Laan wil meer mensen activeren, omdat zij niet weten hoe ze een baan moeten vinden; GroenLinks vraagt wat mevrouw Zeeuw van der Laan precies mist voor bijstandsgerechtigden en wat zij aanvullend voor hen zou willen; mevrouw Zeeuw van der Laan zou het liefst zelf door de kaartenbak met 2.018 bijstandsgerechtigden heen gaan en kijken wat ze voor hen kan doen; de PvdA wil weten of de gemeente weg moet blijven van een one size fits all-aanpak en informeert naar belemmerende factoren die telkens terugkomen; mevrouw Zeeuw van der Laan doelt ook op maatwerk en aandacht, waarbij talenten van mensen worden gezocht; wethouder Heller is het
ermee eens dat er voor iedereen een ondersteuningsaanbod is en dat wordt ook geboden; bij cliënten is sprake van mentale belemmeringen om in een baan te functioneren; het is moeilijk om hen te integreren en daartoe moeten eerst andere trajecten worden afgerond. Democraten Hilversum:
11
-
vraagt of no show-mensen meer bij de hand worden genomen met persoonlijke aandacht; wethouder Heller heeft die vraag ook gesteld, nadat hij dat in de midterm review heeft gelezen; hij wil weten of no shows en het door cliënten zelfstandig afbreken van het traject ook in Hilversum bestaan; daarop komt hij graag bij de commissie terug (T24-97); uitgangspunt zou moeten zijn dat no show niet het einde van het traject is en daarop zou de klantmanager opvolging moeten geven.
De SP: informeert naar de bereidheid van de VVD om meer middelen voor het beleid vrij te maken; mevrouw Zeeuw van der Laan weet dat uitstroom uit de bijstand meer geld oplevert; als beleid uitstroom bevordert kan de wethouder een win-winsituatie aantonen; vraagt of de VVD deelname aan het nationaal programma voorstaat, zoals in Rotterdam, Utrecht, Amsterdam en Zaanstad; mevrouw Zeeuw van der Laan zou graag documenten over methoden in het land die effect sorteren ontvangen. Hart voor Hilversum: informeert naar de financiële consequenties van het implementeren van de voorgestelde methode, zoals in Zaanstad en Rotterdam; wethouder Heller heeft daarop geen antwoord, vanwege een aantal door elkaar lopende zaken, zoals doelstellingen; alle aspecten krijgen aandacht binnen de bestaande middelen; in geval van meer doen hangen daaraan prijskaartjes; de SP informeert naar de bereidheid van de wethouder om extra middelen te vragen aan de raad; wethouder Heller verwacht volgende week een begroting vast te stellen, waarin geen significante extra bedragen zijn opgenomen; als de raad daartoe een opdracht geeft voert het college die graag uit; de ChristenUnie vraagt of eerst meetgegevens afgewacht moeten worden alvorens te denken aan relevantere oplossingen; mevrouw Zeeuw van der Laan wil een opdracht geven als de raad het daarover eens is; mogelijk kan de wethouder toezeggen om programma’s
in kaart te brengen; wethouder Heller herhaalt de toezegging om elke cliënt een keer per jaar te spreken (T24-96); als hij meer zaken in beeld moet brengen wil hij weten wat die moeten zijn. 8. Oordeelsvorming Commissievoorstel ‘Van bijstand naar werk’ Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: mw. M. Boukhriss; D66: mw. V. Wesselink; VVD: mw. E.M. Zeeuw van der Laan; GroenLinks: mw. M.H.A. Remmers; CDA mw. L. Brussaard; Democraten Hilversum: mw. A. van de Beek; PvdA: M. Bakker; SP: J.W.A. Meddens; ChristenUnie: mw. M. Hildering Spoelstra; BVNL: mw. A.E. Leeuwin. College: B. Heller, wethouder. GroenLinks: is blij met het commissievoorstel, dat gelegenheid biedt om het over de groep te hebben; wil de evaluatie afwachten; weet landelijk niet wat werkt, maar erkent dat aandacht mensen laat groeien; ziet dat elk experiment werkt; gaat gezien de aanstaande herindeling niet mee in plannen die extra geld kosten. De PvdA: is het eens met de VVD dat aandacht een positief uitgangspunt is, wat gezien de uitspraken van de wethouder al gebeurt; wil weten wat de toegevoegde waarde van het commissievoorstel is. D66: -
vraagt of Hilversum een probleem heeft dat er te weinig mensen uit de bijstand stromen; geconstateerd wordt dat de gemeentelijke cijfers niet echt afwijken van de landelijke cijfers; wil afwachten wat het plan ‘Ombuigen’ doet;
12
-
ziet nu geen redenen om meer middelen voor het onderwerp in te zetten; wil wel iets doen aan schulden van mensen in de bijstand.
De ChristenUnie: is het knelpunt of de kans niet helemaal duidelijk; wil de meting van de onlangs vastgestelde prestatie-indicatoren afwachten voor tot actie over te gaan; is voor meer aandacht, zoals jaarlijks met bijstandsgerechtigden spreken; wil denken in mogelijkheden en creatief omgaan met de regels binnen de wet; wenst van vertrouwen en een positief bijstandsbeleid uit te gaan, waarbij mensen als individu worden gezien; vraagt aandacht voor de rol van ondernemers en werkgevers; gaat uit van vertrouwen en een positief bijstandsbeleid; hoopt dat het naast betaald ook om vrijwilligerswerk gaat; gaat het niet alleen om een financiële component maar ook om bijdragen aan de samenleving. Het CDA: is niet tegen meer mensen aan werk helpen; heeft de indruk dat het voorstel stelt dat er nu niets wordt gedaan, terwijl jaarlijks gesprekken worden gevoerd met bijstandsgerechtigden; ziet uit onderzoek dat succes afhankelijk is van de samenstelling en achtergrond van inwoners; vindt het goed resultaten van Ombuigen af te wachten en wil nu geen extra middelen vrijmaken. De SP: vindt het voorstel een mooie kans om een impuls te geven aan gemeentelijk beleid; ziet een terugverdienkans als met extra geld mensen uit de bijstand kunnen vloeien; pleit voor een extra financiële inspanning om veel meer te kunnen bereiken.
Democraten Hilversum: dankt de VVD voor het initiatief en ziet in dat persoonlijke aandacht werkt; zegt dank voor de toezegging jaarlijks met bijstandsgerechtigden te spreken; denkt in de visie op participatie te kunnen kijken wat Hilversum nodig heeft. BVNL: gaat mee met GroenLinks en stelt ook dat de gemeente alles genoemd in het voorstel al doet; stemt niet in met het voorstel, omdat het leidt tot een extra kostenpost. Hart voor Hilversum: staat voor een inclusieve samenleving waarin iedereen een kans krijgt om mee te doen; stelt vast dat te veel mensen blijven vastzitten in een bijstandsuitkering en gelooft dat mensen met de juiste ondersteuning aan het werk kunnen; persoonlijke ondersteuning is daarbij essentieel; wil niet alleen naar werk zoeken, maar ook kijken naar andere problemen; wenst jongeren in de bijstand niet verloren te laten gaan; zij hebben baat bij begeleiding en een netwerk; investeren in hen is investeren in de toekomst van het dorp, wat goed is voor de samenleving; de gemeente heeft de verantwoordelijkheid om die kans te bieden. Debat Democraten Hilversum: vraagt of Hart voor Hilversum zicht heeft op het toenemende aantal jongeren in de bijstand; Hart voor Hilversum constateert dat heel veel jongeren zonder werk zitten en op straat verblijven. GroenLinks:
13
-
-
informeert welk instrument er volgens de SP in Hilversum mist; de SP gaat het erom wat er nog meer gedaan kan worden; het is goed om aan de voorkant uit te spreken daarin te willen investeren; mevrouw Zeeuw van der Laan vindt jongeren in de bijstand een groot probleem; zij krijgen geen WW omdat ze soms bij een baan geen vaststellingsovereenkomst hebben getekend; deze jongeren komen onnodig aan de kant te staan en komen zonder werk en zonder woning op straat te staan, waardoor ze in de criminaliteit terecht kunnen komen; lijkt het verstandig eerst de effecten van het ombuigprogramma af te wachten; de SP weet niet zo goed waarom die effecten afgewacht moeten worden en wil laten uitspreken extra middelen te willen vrijmaken, zonder aan te geven hoeveel.
De ChristenUnie: wil weten wat het aan te pakken meest urgente probleem is, waar de kansen liggen, voor aan middelen en workshops te denken; mevrouw Zeeuw van der Laan vindt de grootste kans dat iedereen kan meedoen aan de samenleving; haar doelstelling is kwetsbare mensen zonder inkomen te helpen en te kijken wat er beter kan; vraagt of het ook gaat om mensen die geen bijstand hebben aangevraagd; mevrouw Zeeuw van der Laan gaat het om iedereen die een probleem heeft met bestaanszekerheid; de gemeente heeft echter zicht op mensen die een bijstandsuitkering hebben; ook jongeren in de WW wil zij helpen, omdat zij niet weten dat zij bij een baan een vaststellingsovereenkomst moeten tekenen. Mevrouw Zeeuw van der Laan: dankt de commissieleden voor hun input, neemt die mee en gaat in overleg met de wethouder na wat nog aan het probleem te doen is. De voorzitter sluit de vergadering om 22.34 uur. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van De griffier, ·······
Mw. A.J. van Meerveld
2024. De voorzitter,
G.M. van den Top.
14