CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag commissie Ruimtelijke Ordening en Projecten d.d. 17 januari 2024

COMMISSIE Ruimtelijke Ordening en Projecten 17 januari 2024, gemeente Hilversum8.965 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERSLAG

Vergadering Raadscommissie Ruimtelijke Ordening en Projecten Raadzaal 17 januari 2024

1

Index verslag vergadering raadscommissie Ruimtelijke Ordening en Projecten Woensdag 17 januari 2024 Algemeen 1.

Opening en vaststellen agenda

3

2.

3

4.

Mededelingen, toezeggingenlijst en prioriteitenagenda - Mededelingen voorzitter - Mededelingen college - Vragen n.a.v. de toezeggingenlijst en de prioriteitenagenda Samenwerkingsverbanden en verbonden partijen: - GEM Crailo b.v. (vennootschap) - Uitvaartstichting Hilversum (Stichting) Beeldvorming Bestemmingsplan Orionlaan 62-70a

5.

Oordeelsvorming Bestemmingsplan Orionlaan 62-70a

7

6.

Beeldvorming Afronden Omgevingsvisie Hilversum 2040

9

7.

Oordeelsvorming Afronden Omgevingsvisie Hilversum 2040

13

8.

Beeldvorming Visie Openbare Ruimte

16

9.

Oordeelsvorming Visie Openbare Ruimte

18

3.

3 3

2

RAADSCOMMISSIE RUIMTELIJKE ORDENING EN PROJECTEN WOENSDAG 17 JANUARI 2024 Locatie: Raadzaal Voorzitter: mw. B. Verweij Griffier: mw. W.G.J. Drenth Aanwezigen bij aanvang: fracties: Hart voor Hilversum: C. Groeneveld en mw. C. Jansson; D66: R.H. van Grieken en mw. B. van Hattum; VVD: T. Hekkelman en mw. H.M.G.J. van de Linde ; GroenLinks: J.A. van Waarden; CDA: T. de Jong; Democraten Hilversum: R.J.H. Docter en J.E.M.G. Göbbels; PvdA: J.P. Lahaise; SP: P.C.M. Vonk; ChristenUnie: B. Nanninga; BVNL: mw. F. Durlacher. College: A.R.C. Scheepers en mw. K.J. Walters, wethouders. 1. Opening en vaststellen agenda De voorzitter: opent de commissievergadering om 20.30 uur en heet iedereen welkom,. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2.

Mededelingen, toezeggingenlijst en prioriteitenagenda Mededelingen voorzitter Mededelingen college Vragen n.a.v. de toezeggingenlijst en de prioriteitenagenda Er zijn geen mededelingen en/of opmerkingen. 3.

Samenwerkingsverbanden en verbonden partijen: GEM Crailo b.v. (vennootschap) Uitvaartstichting Hilversum (Stichting) Wethouder Scheepers: deelt mee dat het goed gaat met het project GEM Crailo; geeft aan dat de overeenkomst met BPD voor de realisatie van het Kazernekwartier is ondertekend; BPD gaat in de loop van dit jaar met de eerste fase aan de slag; brengt naar voren dat de overeenkomsten met de eerste twee cpo’s Bosburen en Klein Crailo eveneens zijn ondertekend. Wethouder Walters: gaat op naar de jaarrekening van de GEM Crailo, met de actualisatie van de grondexploitatie. Wethouder Scheepers: deelt mee dat de Uitvaartstichting op financieel gebied een uitstekend 2023 achter de rug heeft; merkt op dat de wethouder Openbare Ruimte en Begraafplaatsen het voorzitterschap van de raad van toezicht van de Uitvaartstichting gaat neerleggen vanwege onverenigbaarheid met de governancecode; verwacht dat het college nog deze maand een nieuwe voorzitter van de raad van toezicht zal aanstellen. 4. Beeldvorming Bestemmingsplan Orionlaan 62-70a Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: C. Groeneveld; D66: mw. B. van Hattum; VVD: T. Hekkelman; GroenLinks: J.A. van Waarden; CDA: T. de Jong; Democraten Hilversum: J.E.M.G. Göbbels; PvdA: mw. J. Kalk; SP: P.C.M. Vonk; ChristenUnie: B. Nanninga; BVNL: mw. F. Durlacher. College: mw. K.J. Walters, wethouder.

3

Ambtelijke ondersteuning: E. van Schaijk, stedenbouwkundige. De voorzitter: deelt mee dat de commissie het collegevoorstel bespreekt om aan een kleinschalige ontwikkeling mee te werken, waartoe het bestemmingsplan wijziging behoeft; vervolgt dat zienswijzen zijn ingediend en het college een voorstel doet voor het geven van een reactie daarop. Insprekers De heer Thijs: woont aan de Orionlaan 76, grenzend aan het te ontwikkelen perceel; is an sich niet tegen het plan, maar de uitwerking van het bestemmingsplan voldoet volgens hem niet aan wat passend is op het perceel; vraagt plannen aan te passen door maximale nokhoogten te verlagen, omdat die door het oplopende terrein hoger uitpakken; met dat verzoek van bewoners is nog weinig gedaan; waarmee geen recht wordt gedaan aan eerder geformuleerde uitgangspunten en uitspraken; vindt dat nieuwe gebouwen niet met inachtneming van de omgeving (Orionlaan en bosrand) passend mogelijk zijn gemaakt, met name door het vertekende beeld rondom de nokhoogten; betoogt dat er geen goede overgang is naar het natuurreservaat en de nieuwe panden zich niet juist tot de eerstelijns bebouwing aan de Orionlaan bevinden, omdat de nokhoogten van de nieuwe woningen op nagenoeg hetzelfde niveau als de bestaande woningen komen; ziet dat in het voorstel is gerefereerd aan lagere gebouwen, maar in de reactie op de zienswijzen is te lezen dat maaiveldhoogte

niet goed lijkt te verifiëren en het afgraven van het plangebied onwenselijk is; concludeert dat lagere maximale nokhoogten gewenst zijn; uitgangspunt bij de peilbepaling daarvoor zou zijn woning aan de Orionlaan moeten zijn en niet het gemiddelde maaiveld; vraagt de maximale nokhoogten te verlagen met het verschil in hoogte tussen het te ontwikkelen perceel en de woningen aan de Orionlaan, waarmee de gemeente recht doet aan eerder geformuleerde uitgangspunten en uitspraken; ziet het volume van de nieuwe panden toenemen met 200% ten opzichte van de bestaande panden, wat niet zorgt voor een geleidelijke overgang naar de gronden van het GNR, op welk punt de gemeente niet is ingegaan; ziet het bebouwde oppervlak met bijna 40% toenemen, terwijl het uitgangspunt van de gemeente anders was, namelijk geen toename van het bouwoppervlak; stelt dat bestuurlijke en ambtelijke consistentie het uitgangpunt zou moeten zijn; meent dat de uitbreiding van twee naar drie bouwvlekken ook zorgt voor een minder passende overgang naar het natuurgebied en de gewenste kleinschalige ontwikkeling; stelt dat passages uit de stukken niet overeenkomen met de werkelijkheid voor het onderdeel participatie; ziet communicatie tussen gemeente en omwonenden niet in de stukken terug; verslagen zijn van de ontwikkelaar en komen niet overeen met de zienswijze van omwonenden; ziet reacties van buurtbewoners die

geen belang hebben bij de plannen, terwijl reacties van direct omwonenden kleiner zijn gemaakt; hoopt dat wethouder en raad nog een keer naar maximale nokhoogten en volumes kunnen kijken, omdat die in de praktijk anders uitpakken dan op papier. De heer De Bie: woont aan de Orionlaan 70; is flink geschrokken van de plannen van de aannemer, omdat de tweekapper zich pal achter zijn woning bevindt, maar hij heeft zich inmiddels al neergelegd tegen hoogte, grootte en volume daarvan; binnen de bestaande formaten denkt hij dat nog wat mogelijk is om de bouw voor hem draaglijk te maken; het gaat dan om de positie van het pand; wil het te bouwen pand iets laten kantelen en iets naar achteren verschuiven, zoals vermeld in punt 4a; dat zou volgens het college onwenselijk zijn, omdat er dan een straatje zou ontstaan naast het natuurgebied, welk antwoord hij niet begrijpt;

4

-

wil opnieuw laten overwegen het nieuwe pand een stukje te laten kantelen; wenst de nieuwe panden de nummers 62a, 62b, 62c en 62d laten krijgen.

De heer Broers: sluit zich aan bij de andere insprekers; constateert dat gebouwen qua nokhoogten nagenoeg even hoog uitkomen, gezien het oplopende maaiveld; gaat het om een overgang van een bebouwd gebied naar een natuurgebied, welke redelijk zou moeten zijn; stelt dat hoogte en volume van de nieuwe gebouwen veel hoger zijn. Vragen van fracties aan de insprekers GroenLinks: ziet wel degelijk dat de nieuwe woningen lager zijn en begrijpt dat er sprake is van een verschil van 90 centimeter; de heer Thijs wijst op het hoogteverschil in het terrein dat oploopt richting het bos, wat zorgt voor een hogere nokhoogte, waardoor de redelijke overgang in het gedrang komt; de heer Broers wijst op het hoogteverschil van 1,75 meter, waarvan hij een meting aan de griffier overhandigt. De SP: vraagt welke verwachtingen over participatie aan de voorkant zijn gewekt en zijn beloofd; de heer De Bie constateert dat iets met opmerkingen van omwonenden is gedaan, maar nog meer met opmerkingen van mensen die verder van de nieuwbouw af wonen; de participatie kan volgens hem ietsje beter. Hart voor Hilversum: vraagt of plannen naar aanleiding van de participatie zijn veranderd; de heer De Bie zag ten opzichte van het eerste plan veranderingen doorgevoerd, maar op een gegeven moment is de participatie opgehouden. D66: -

wil weten welke activiteiten eerder op het perceel plaatsvonden en welke reuring er daar was; de heer De Bie antwoordt dat op het perceel voorheen een mediabedrijf en een ander bedrijf gevestigd waren, het was altijd een rustige buurt.

Beeldvormende vragen commissie Democraten Hilversum: vraagt of het plan voldoet aan de randvoorwaarde dat de maximale bouwoppervlakte ten opzichte van het huidige oppervlak niet mag toenemen (vermeld in het eindadvies vooronderzoek 2020); de heer Van Schaijk merkt op dat het plan vier keer langs de commissies Ruimtelijke Kwaliteit en Welstand en Monumenten is geweest en naar aanleiding daarvan aanpassingen zijn gedaan, onder andere goot- en nokhoogten zijn verlaagd; het grondoppervlak is toegenomen, maar het bouwvolume is verkleind ten opzichte van het bestemmingsplan; het bouwvolume is ten opzichte van de bestaande situatie wel toegenomen; wethouder Walters wijst erop dat het bestemmingsplan een nokhoogte van 10 meter toestaat en dat is nu 8 meter; het eerste plan kwam uit op twee lagen en een kap en is verlaagd tot één laag en een kap; ook de goothoogte is verlaagd; de commissie Welstand en Monumenten heeft aangegeven dat het doorzicht naar de natuur beter moet zijn; er is aan alle kanten over de inpassing van de woningen meegedacht; ziet het advies van de commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten (CRKM) niet bij de stukken zitten; wethouder Walters antwoordt dat het plan wel langs de commissie Welstand en Monumenten is gegaan; vraagt het advies van de CRKM na te sturen; de heer Van Schaijk stelt dat het advies van de Commissie Welzijn en Monumenten dateert en dat bij de

stukken zit.

5

Het CDA: vraagt of er beleid aan ten grondslag ligt om werkgebied om te bouwen tot woningen; wethouder Walters herinnert eraan dat het plan al langer loopt en het huidige beleid veel strenger is. D66: -

ziet geen doorstroming in het plan en informeert naar andere argumenten dan dure grond waarom wordt niet wordt vastgehouden aan doorstroming; wethouder Walters antwoordt dat het project al heel lang loopt en het college destijds, nog voor de vaststelling van de woonvisie, heeft ingestemd met de opzet van vier woningen; het college wil nu een betrouwbare partner zijn en geen andere richting inslaan.

Hart voor Hilversum: vraagt of nooit meer dakkapellen geplaatst kunnen worden; wethouder Walters antwoordt dat geen dakkapellen mogelijk zijn waarvoor een vergunning nodig is; vergunningvrije dakkapellen en dakramen zijn echter wel mogelijk. De ChristenUnie: wil een reactie op de onduidelijkheid over de nokhoogte en de relatie met het maaiveld en de mogelijkheid om de nieuwe woning een klein beetje te kantelen; wethouder Walters heeft het gebouw afgestemd met de commissie Welstand en Monumenten; het proces is nu te ver doorlopen om nog met de woning te schuiven; de heer Van Schaijk vult aan dat goot- en nokhoogte in het bestemmingsplan zijn opgenomen; er wordt gerekend vanaf het omliggend maaiveldniveau; van de goot- en nokhoogte zijn 2 meter ten opzichte van het bestemmingsplan gehaald; goot- en nokhoogte sluiten aan op ontwikkelingen in de stad, waaronder het villagebied met glooiend terrein, waaruit bevredigende plannen zijn voortgekomen. BVNL: vraagt welk effect het initiatief heeft op de waarde van woningen in de buurt; wethouder Walters stelt dat vier woningen daarop niet veel effect hebben; het worden ruime woningen terwijl er vroeger oude kantoren stonden, wat eerder gunstig is voor de woningwaarden.

GroenLinks: begrijpt dat de mogelijkheid van 10% overschrijding van de hoogte is uitgesloten; wethouder Walters bekijkt dat per geval en heeft vanwege zorgen over de nokhoogte de mogelijkheid van 10% overschrijding geschrapt. Democraten Hilversum: wil weten of het pijnpunt van een inspreker over de huisnummering zal worden weggewerkt; wethouder Walters antwoordt dat dat punt niet bij het bestemmingsplan hoort; het pijnpunt kan eventueel wel weggenomen worden; het is echter nu niet aan de orde en zij zal daarover een stuk tekst via de griffie bij de stukken laten voegen. Hart voor Hilversum: begrijpt niet waarom het antwoord op een vraag over het straatje is meegenomen, omdat het antwoord gaat over een oud plan, wat voor verwarring zorgt; wethouder Walters legt uit dat het oorspronkelijk een straatje was; op advies van de commissie Welzijn en Monumenten is nagedacht over de uitkijk richting natuur, waarop de richting van de woningen is bepaald; het college houdt vast aan het oordeel van de commissie Welzijn en Monumenten. Democraten Hilversum: heeft gevraagd om het hele verslag van de Commissie Welstand en Monumenten bij de stukken te voegen; de heer Van Schaijk antwoordt dat een citaat uit dat verslag bij de

6

-

zienswijze zit; wethouder Walters bekijkt of het verslag van de commissie Welstand en Monumenten aan de stukken toe te voegen is; vraagt waar in het bestemmingsplan wordt voorgesorteerd op het aan banden leggen van houtstook; wethouder Walters antwoordt dat daarop niet wordt voorgesorteerd.

5. Oordeelsvorming Bestemminsplan Orionlaan 62-70a (45.00) Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: C. Groeneveld; D66: mw. B. van Hattum; VVD: T. Hekkelman; GroenLinks: J.A. van Waarden; CDA: T. de Jong; Democraten Hilversum: J.E.M.G. Göbbels; PvdA: mw. J. Kalk; SP: P.C.M. Vonk; ChristenUnie: B. Nanninga; BVNL: mw. F. Durlacher. College: mw. K.J. Walters, wethouders. De ChristenUnie: voelt dat met de nokhoogten de nodige maatregelen in het bestemmingsplan zijn genomen tegen de komst van te hoge woningen; denkt dat de plannen goed aansluiten bij de bestaande woningen, hoewel er geen aansluiting is met 33% lage huur en 50% middenhuur; had graag een knarrenhof of sociale huurwoningen gezien; oordeelt toch positief over het plan; hoopt niet dat het toevoegen van haarden de nieuwe manier zal worden om nieuwe woningen gasloos te maken; er is echter geen beleid conform het Schone Lucht Akkoord. De PvdA: sluit zich aan bij de ChristenUnie. GroenLinks: ziet een goede ruimtelijke onderbouwing; vindt het terecht dat is gesproken over de hoogte, die een behoorlijke impact heeft op het zicht; vindt het verstandig om de 10% afwijkingsmogelijkheid te schrappen.

De SP: snapt de bezwaren van omwonenden wel; ziet dat participatie niet goed is verlopen en vindt daarover verwachtingen wekken aan de voorkant belangrijk; hoopt op een trendbreuk rond leegstaande kantoorruimte dat kan worden omgezet in woonruimte; gaat er van uit dat er elders sociale woningen gecompenseerd worden; vindt het project een moeilijk geval. Hart voor Hilversum: kan zich redelijk vinden in de voorliggende plannen; heeft moeite met het contrast tussen de ervaringen van de belanghebbenden en de ontwikkelaar; omwonenden van de Orionlaan vinden zich nauwelijks gehoord; de fractie vraagt zich af hoe het proces beter vorm te geven is, zodat goede uitkomsten worden gestimuleerd; suggereert op info- of participatieavonden te beginnen met het definiëren van participatie, zodat deelnemers de participatiespelregels van de ontwikkelaar kennen; ook kan men zorgen voor vrijwilligers die participatieverslagen opstellen; heeft van omwonenden vernomen dat zij ondanks het moeilijke verloop in de aanloop naar de bestemmingswijziging verder willen; zij kiezen echter voor het staken van de strijd, niet omdat ze de plannen goed vinden, maar omdat ze af willen van het ongemak, de onrust en het lawaai; denkt graag mee over oplossingen voor deze structurele uitdagingen.

7

BVNL: hoorde dat het college zei dat de locatie vraagt om maatwerk en appartementen op de dure grond niet wenselijk zijn; wel zou er een mogelijkheid zijn voor doorstroming; denkt dat inderdaad maatwerk is verricht, gezien de meerdere keren veranderde plannen; adviseert positief, gezien de waardevermeerdering voor de wijk. Democraten Hilversum: constateert dat het college niet tegen de planontwikkelaar zegt niet mee te werken om een eerdere fout te herstellen; de eerstelijns bebouwing aan de Orionlaan is namelijk de natuurlijke beëindigingsgrens en is bovendien een beschermd stadsgezicht; er zou dus geen door de nokhoogte opdringerige tweede lijn moeten komen; vindt de beoogde ontwikkeling voor de locatie groot, gezien de toename van het bouwoppervlak met 35%, wat in strijd is met de gemeentelijke randvoorwaarden voor vergunning verlenen; zet bouwen op deze plek af tegen de gemeentelijke zorgen over ruimte zoeken, bijvoorbeeld voor trafokasten of oplaadpunten voor batterijen, waarvoor de achterafruimte mogelijk geschikt zou kunnen zijn; vindt het kortzichtig elke snipper ruimte maximaal met woningen te verdichten; stelt vast dat onnodig grote bomen zullen worden gekapt; verneemt opnieuw over gemankeerde participatie; zal het bestemmingsplan niet steunen, maar denkt na over amendementen met aanpassingen. D66: -

is op 16 januari jl. op de locatie gaan kijken en snapt de bewoners, evenals dat participatie een ding is, dat beter moet en kan, wat zij als een leermoment beschouwt; constateerde dat het perceel omhoog loopt; is in het algemeen voor het voorliggende bestemmingsplan; vindt het plan een gemiste kans voor de doorstroming, omdat de locatie zich zou lenen voor een knarrenhofje.

De VVD: betreurt het dat de omwonenden ontevreden zijn en had het fijn gevonden als de ontwikkelaar een reactie op het plan had gegeven; ziet een gebrek aan verwachtingsmanagement; er is iets anders opgeleverd dan verwacht; sluit zich aan bij hetgeen is gezegd; kan de afwegingen volgen en vindt de ruimtelijke onderbouwing goed. Debat De PvdA: vraagt of Hart voor Hilversum openstaat voor voorstellen die participatie verbeteren; Hart voor Hilversum verklaart zich bereid om daarover mee te denken en memoreert bij het project Larenseweg 30 met een amendement te zijn gekomen om recht te doen aan inwoners, welk amendement echter niet is aangenomen; stelt dat echte verbetering van participatie betekent de participatieleidraad aan te passen en te gaan werken met een participatieverordening; Hart voor Hilversum wil daarover meedenken en daarover met de PvdA in gesprek gaan; de VVD deelt het beeld niet tegen voorstellen voor verbetering van participatie te hebben gestemd en ziet vooral het probleem dat er een verkeerde verwachting was bij partijen vanuit de ontwikkelaar; de versterking van de participant is een andere discussie; meent dat de VVD in het verleden de verbetering van de positie van de participant heeft afgewezen en nodigt die daarom uit om participatie in de kern structureel te verbeteren; de VVD gaat daarover graag het gesprek met de PvdA aan. De SP:

8

-

vraagt of Democraten Hilversum komt met een amendement om houtstook uit het project te halen; Democraten Hilversum beantwoordt die vraag bevestigend en vraagt of dat amendement de steun zal krijgen van GroenLinks; GroenLinks overweegt die steun zeker; wethouder Walters wijst erop dat de ontwikkelaar heeft gekozen voor gesloten houtkachels; Democraten Hilversum attendeert erop dat op de website van het Rijk vermeld staat wat de gemeente wel tegen houtstook kan doen.

Democraten Hilversum: vraagt een toelichting op de ontwikkeling achter de eerstelijns bebouwing; GroenLinks refereert aan Dudok om de voorgevel van de woningen naar de natuur toe te draaien. GroenLinks: vraagt of Democraten Hilversum een amendement gaat indienen over bouwoppervlak en nokhoogten; Democraten Hilversum sluit zo’n amendement niet uit. Tweede termijn insprekers De heer Thijs: - vindt nokhoogten in verband met een geleidelijke overgang een aandachtspunt, omdat die in de praktijk anders uitpakken. De heer De Bie: sluit zich daarbij aan. De heer Broers: wijst erop dat het een meter verschuiven van de woning al lang geleden is voorgesteld, na lang uitstel over een beslissing daarover blijkt dat nu niet meer mogelijk. Advisering aan de raad De voorzitter geeft aan dat het college vraagt om advies uit te brengen over: het geen exploitatieplan vaststellen voor Orionlaan 62-70a; de nota van beantwoording zienswijzen bestemmingsplan Orionlaan 62-70a vast te stellen en de zienswijzen deels gegrond en deels ongegrond te verklaren; het bestemmingsplan Orionlaan 62-70a met bijbehorende stukken gewijzigd vast te stellen. De VVD, het CDA en D66 adviseren zonder debat. Democraten Hilversum adviseert met debat en maakt een voorbehoud. De SP maakt een voorbehoud zonder debat. Hart voor Hilversum, BVNL, de PvdA, de ChristenUnie en GroenLinks adviseren positief zonder debat. 6.

Beeldvorming Afronden Omgevingsvisie Hilversum 2040 Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: mw. C. Jansson; D66: R.H. van Grieken; VVD: mw. H.M.G.J. van de Linde; GroenLinks: J.A. van Waarden; CDA: T. de Jong; Democraten Hilversum: R.J.H. Docter; PvdA: mw. J. Kalk; SP: P.C.M. Vonk; ChristenUnie: B. Nanninga; BVNL: mw. F. Durlacher. College: mw. K.J. Walters, wethouders. Ambtelijke ondersteuning: E. Bakker. De voorzitter: licht toe dat de raad het college heeft gevraagd om een voorstel te doen, waarmee gediscussieerd wordt over de schrijfopdracht aan het college voor de definitieve omgevingsvisie; dat voorstel bespreekt de commissie nu;

9

wijst op de schriftelijke inbreng van HOP 2040, die in iBabs te vinden is. Inspreker De heer Drukker (HOP 2040: 40 bewonersorganisaties in Hilversum): is vanaf het begin van de participatie betrokken en staat voor een goed proces; concludeert dat het participatieproces een heldere opbrengst heeft opgeleverd, waarover alle fracties hebben uitgesproken daarachter te staan; wil nu de participatieopbrengst borgen; verwijst naar de inhoudelijke reactie van HOP 2040 op het voorstel; ziet na vier jaar graag een snelle afronding van het traject Omgevingsvisie 2040, wat echter op basis van het voorliggende voorstel naar zijn mening niet kan plaatsvinden; constateert dat nog altijd vereiste toetsbare criteria ontbreken om richting te geven aan de gewenste identiteit van Hilversum 2040, die in het voordeel zijn van raad, commissies, wethouders, ambtenaren en externe partijen; vervolgt dat criteria ook vereist zijn voor de noodzakelijke integriteit; het opstellen daarvan doorschuiven naar gebiedsagenda’s betekent geen integrale afweging; memoreert dat de raad in motie M 23-136 expliciet om die toetsbare criteria heeft gevraagd en ook de samenleving heeft daarom op 9 maart 2023 en middels vele zienswijzen verzocht; meent dat met criteria besluitvorming efficiënter wordt, voorstellen van burgers en ontwikkelaars kunnen daardoor vooraf op haalbaarheid worden getoetst; bij afwijking van

gestelde kaders staat de raad in positie en die kan dan besluiten of afwijking gerechtvaardigd is; verwacht dat de raad recht doet aan de uitkomst van het participatieproces, in dit kader zijn positie inneemt en zeker stelt, voor zichzelf en andere betrokkenen; verzoekt de raad dringend het voorliggende voorstel niet te accepteren en het college te houden aan de opdracht uit motie M 23-136; als dat niet gebeurt noemt hij het vierjarige participatieproces mislukt en vindt hij veel gemeenschapsgeld verspild; het vertrouwen in de politiek zal dan geheel verdwijnen. Democraten Hilversum: begrijpt dat HOP 2040 van mening is dat de participatie-uitkomst als zwaarwegend advies niet wordt opgevolgd; de heer Drukker herhaalt dat het voorstel geen harde criteria bevat, waarmee het participatieproces de facto niet tot zijn recht komt en eigenlijk aan de kant is gezet.

GroenLinks: vraagt HOP 2040 voorbeelden te noemen van missende toetsingskaders; de heer Drukker stelt dat vermelde cijfers veel te vrijblijvend zijn en veel duidelijker moeten zijn; ze moeten als toetsingscriteria worden benoemd; vindt een vermelde bouwhoogte tot 25 meter heel hard en vraagt wat daaraan nog te verbeteren is; de heer Drukker vindt dat punt niet verkeerd, maar elders komt het stuk niet voldoende tot zijn recht; houdt zich aanbevolen als HOP 2040 komt met voorbeelden van gekwantificeerde toetsingskaders; de heer Drukker zegt die gekwantificeerde toetsingskaders toe; de voorzitter voegt toe dat het ingezonden stuk van HOP 2040 bij de stukken is gevoegd. Beeldvormende vragen commissie Democraten Hilversum: citeert uit de stukken: ‘We beschrijven vooral de werkwijze in deze omgevingsvisie, maar vullen die niet inhoudelijk in. We zullen voorstellen na de omgevingsvisie een startnotitie gebiedsagenda’s aan de gemeenteraad aan te bieden, waarin we de aanpak en inhoudelijke uitgangspunten verder uitwerken’; de fractie vraagt waarom het college de inhoudelijke kaders uitstelt tot na de omgevingsvisie; wethouder Walters gaat in de omgevingsvisie wel aan de slag met het methodische kader en de omgang met gebiedsagenda’s, maar gaat niet voor elk gebied al een gebiedsagenda maken en die in de omgevingsvisie stoppen; over kaders in

10

-

gebieden is ook helemaal nog niet geparticipeerd; het is logischer om de methodiek op te schrijven en na het vaststellen van de omgevingsvisie bij gebiedsagenda’s in gesprek te gaan met inwoners en omwonenden over kaders; de SP heeft in een motie om duidelijke normen en doelen gevraagd en ziet die niet terug; wethouder Walters verwijst naar het commissievoorstel, waarin op bladzijde 7 staat dat er in de raad discussie is over wat er aan normen en kaders moet komen; het voorstel is om met thema’s en spinnenwebdiagrammen te gaan werken; over het vorige document kreeg het college de reactie eigenlijk te ver te gaan en te veel vast te leggen in de omgevingsvisie; de motie heeft gevraagd om een stapje terug te doen; het college wil daarom met outcome-indicatoren en cirkeldiagrammen met thema’s gaan werken; vraagt hoe de omgevingsvisie een integrale visie op de toekomst kan zijn, als het college de inhoud pas bij gebiedsagenda’s gaat vastleggen; wethouder Walters antwoordt dat in de omgevingsvisie ook richtingen staan die van belang zijn; een gedetailleerd kader komt aan de orde bij de gebiedskaders, die de raad ook vaststelt.

De PvdA: - wijst erop dat gebiedskaders elkaar kunnen raken en wil weten hoe de afstemming tussen gebiedskaders op orde komt; wethouder Walters legt uit dat bij een gebiedskader naar het gebied zelf wordt gekeken en daarnaast naar de integraal vastgestelde programma’s, zoals over mobiliteit en groen, wordt gekeken; - heeft daarover zorg, omdat bijvoorbeeld vergroening voor een paar delen van de stad goed is geregeld, maar voor andere delen van de stad niet; daarom zou men daarvoor een concrete norm willen hebben; de fractie vraagt daarom hoe men zorgt voor een eerlijke verdeling van ambities over de stad; de heer Bakker schrijft in de omgevingsvisie op wat men gaat doen en waaraan ongeveer wordt gedacht; de commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten heeft aangegeven cultuurhistorische onderzoeken te doen voordat men aan gebiedsagenda’s begint; men moet daarbij heel goed naar grote opgaven kijken, zoals wonen en mobiliteit; daarvoor zijn nog onderzoeken nodig; er komt een startnotitie over alle gebiedsagenda’s met daarin uitgewerkte methoden en raakvlakken tussen gebieden en de stad; het voorstel gaat om een zorgvuldige ontwikkeling; Democraten Hilversum wijst erop dat de commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten juist heeft gevraagd om de cultuurhistorische onderlegger onder de omgevingsvisie te leggen in plaats van onder de gebiedsagenda’s; de fractie vraagt of dat

klopt en waarom het college dat niet doet; de heer Bakker reageert dat de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten adviseert om voor de gebiedsagenda een cultuurhistorische onderlegger te maken; dat is veel werk en vergt veel doorwerken van kennis; daarover is geadviseerd als start voor de gebiedsagenda’s te doen (bijlage B of C). De ChristenUnie: is benieuwd naar het proces van het uitwerken van het toetsingskader; wethouder Walters verwijst daarvoor naar bladzijde 7; het gaat daarbij om het in beeld brengen van thema’s met cirkeldiagrammen; die wil het college als spinnenwebben gebruiken; informeert naar het tijdpad en de te zetten stappen; wethouder Walters gaat bij het opstellen van een gebiedsagenda op thema’s in, waarbij aangegeven wordt welke richting wordt opgegaan; de VVD vraagt of dat betekent dat er een was/is-vergelijking wordt gemaakt op de thema’s in het spinnenweb; wethouder Walters stelt zich dat inderdaad voor; Democraten Hilversum informeert naar ondergrenzen bij criteria in spinnenwebdiagrammen en of men kan nagaan of men voldoet aan de gestelde doelen; de heer Bakker vindt de door Arcadis opgestelde verwijzing naar plannen in dezen bruikbaar; daarin is op een kwalitatieve manier de huidige situatie geschetst en wat er gebeurt als er niets wordt gedaan en wat het effect zal zijn als de maatregelen uit de omgevingsvisie worden doorgevoerd; in het

raadsvoorstel van juli jl. is gezegd dat die methode voor Hilversum goed bruikbaar is, omdat juist alle gebieden verschillen;

11

-

-

-

de PvdA beschikt nog niet over een definiëring van een basisvoorzieningenniveau en informeert hoe daarmee wordt omgegaan; wethouder Walters heeft gezegd naar maatschappelijke voorzieningen nog nader onderzoek te willen doen, omdat daarvan nog te weinig beeld is over hoe die per gebied zouden moeten worden; de PvdA ziet echter in bijlage 2 dat aanvullend onderzoek naar maatschappelijke voorzieningen wordt losgelaten; wethouder Walters zal met gebiedsagenda’s aan de slag gaan en steeds verbeteren op thema’s; op maatschappelijke voorzieningen is nog een stap te zetten; bij onderzoek naar maatschappelijke voorzieningen kijkt zij ook naar de objectieve stand van zaken en naar wat er nodig is; de VVD begrijpt dat het collegevoorstel is om een tekst over maatschappelijke voorzieningen wel op te nemen (tekst bijlage 2, pagina 4).

GroenLinks: begreep dat het advies uit de plan-MER was meer naar detail te zoeken, terwijl nu een compacter stuk wordt voorgestaan; de fractie vraagt of er contact met Arcadis is geweest over het ontwikkelen van omgevingsvisies; de heer Bakker heeft op dit punt geen contact met Arcadis gezocht. Hart voor Hilversum: vernam dat de methode in de omgevingsvisie komt te staan, maar leest ook dat er later een startnotitie gebiedsagenda’s wordt toegevoegd en informeert naar het verschil daartussen; de heer Bakker antwoordt dat in de omgevingsvisie komt te staan gebiedsagenda’s te maken waarvoor een bepaald proces en bepaalde informatie worden gebruikt, zodat voor inwoners en ondernemers duidelijk is wat de volgende stap is; in de startnotitie gebiedsagenda’s is idealiter een document over de cultuurhistorische analyse af, waardoor een gebiedsagenda kan worden gemaakt; men krijgt daardoor een uitwerking van het in de omgevingsvisie genoemde idee; vraagt of per gebied er een startnotitie zal zijn in plaats van één startnotitie; wethouder Walters bevestigt dat in de omgevingsvisie de methodiek wordt uitgewerkt; vervolgens komt er in een startnotitie gebiedsvisies een cultuurhistorisch beeld per gebied te staan; voor die gebieden komt er vervolgens een startnotitie per gebied.

Democraten Hilversum: leest in het advies van de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten dat die een goede ruimtelijke en cultuurhistorische onderlegger mist op basis waarvan keuzes kunnen worden onderbouwd en gebiedsgericht richting kan worden gegeven aan de veranderbaarheid van de stad; de heer Bakker bevestigt dat; het zal zes, zeven maanden duren om een cultuurhistorische analyse goed vorm te geven; dat is een argument om dat in de startnotitie gebiedsagenda’s te doen; die onderlegger kan ook in de omgevingsvisie, maar die stelt men dan effectief zes, zeven maanden uit; met de commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten is daarover informeel gesproken en die is blij met de voortgang. BVNL: vraagt welk plan de raad terugkrijgt als het plan van de HOP 2040 wordt overgenomen; wethouder Walters antwoordt dat dan het voorliggende plan niet wordt gekozen en zij heeft dan een ander voorstel van de raad nodig; dan wacht zij af wat de raad wil, maar dan zet men drie stappen terug; Democraten Hilversum vraagt waarom niet is gekozen om de omgevingsvisie kaderstellend en toetsbaar te maken, hetgeen ook in de aangenomen motie staat; wethouder Walters antwoordt dat er in de raad verschillende oordelen zijn over het woord ‘toetsbaar’; zij denkt met het spinnenwebmodel het beste te kunnen uitbeelden om aan ieders wens tegemoet te komen. Democraten Hilversum:

12

-

-

vraagt of het college integraal of op onderdelen niet het advies van de commissie MER volgt, dat aangeeft zaken meer in detail uit te werken; wethouder Walters gaat niet de weg van uitgebreide detaillering op; vraagt om een overzicht met welke adviezen het college van de commissie MER al dan niet overneemt; wethouder Walters verwijst daarvoor naar de vorige zienswijzennota; informeert waarom het college qua bouwhoogten niet het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten volgt over maximaal vijf tot zes bouwlagen en in plaats daarvan deels de structuurvisie en deels eigen inzicht volgt; wethouder Walters heeft beide in de tekst staan: de tekst van de structuurvisie en een tekst van vier/vijf bouwlagen en twee/drie lagen in andere gebieden waarin een grote bouwhoogte minder passend is; wil weten of de groennorm wordt uitgedrukt in vierkante meters per woning of per inwoner; wethouder Walters neemt streefpercentages groen per wijk op in de gebiedsvisie, zoals die ook staat in het Programma Groen.

BVNL: leest in de stukken steeds ‘stad’, terwijl Hilversum een dorp is; wethouder Walters merkt op dat Hilversum zowel een stad als een dorp is. 7. Oordeelsvorming Afronden Omgevingsvisie Hilversum 2040 Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: mw. C. Jansson; D66: R.H. van Grieken; VVD: mw. H.M.G.J. van de Linde; GroenLinks: J.A. van Waarden; CDA: T. de Jong; Democraten Hilversum: R.J.H. Docter; PvdA: mw. J. Kalk; SP: P.C.M. Vonk; ChristenUnie: B. Nanninga; BVNL: mw. F. Durlacher. College: mw. K.J. Walters, wethouders. D66: -

stelt vast dat de raad de omgevingsvisie serieus heeft genomen en dat die al uitgevoerd wordt, gezien de veelheid van verwijzingen daarnaar in de Mobiliteitsvisie en de Visie Openbare Ruimte; is daarom voorstander van een compact stuk van de omgevingsvisie; hoe meer kaders men vaststelt, hoe ingewikkelder het is om daadwerkelijk beleid te maken; is het eens met de inhoudsopgave en gaat akkoord met de bouwhoogten; is voorstander van outcome- en impactfactoren; vindt het onzin om wetgeving op te noemen; is voor een beperkt toetsingskader en zo min mogelijk criteria; is er een groot voorstander van om zienswijzen terug te brengen naar de essentie; heeft niet per se behoefte aan een beeldvormende sessie, maar gaat daarmee wel akkoord als anderen daaraan wel behoefte hebben. wil het stuk snel vaststellen en doorgaan met beleidsstukken.

De VVD: is blij met het voorliggende stuk; is tevreden over de te maken tussenstap, die de omgevingsvisie meer helder en krachtig maakt; onderschrijft de inhoudsopgave; is het eens met de voorzichtige benadering van hoogten en het voorstel om steeds te kijken naar wat passend is bij het betreffende gebied; steunt het voorstel over de outcome- en impactindicatoren; is blij met het toetsingskader, met name de punten woningen, demografie en voorzieningen; vraagt of het de bedoeling is om hergebruik van materialen onder mobiliteit te scharen en vindt dat meer iets voor circulariteit; is het eens met het voorstel om wijzigingen tot de kern terug te brengen en steeds af te wegen of het het waard is om die in de omgevingsvisie te benoemen; is van mening dat de ABC- mobiliteitsmilieus aanvullend zijn op het STOMP-principe en vindt het schrappen daarvan onverstandig;

13

-

is voor een beeldvormende sessie als de raad zich over zaken een beeld moet vormen.

Democraten Hilversum: stelt vast dat het college is teruggekeerd bij af, waardoor een omgevingsvisie zonder keuzes, kaders en visie zal ontstaan; vraagt waarom wordt gestreefd naar een buitensporige groei met 14%; de kernvraag in de omgevingsvisie zou moeten zijn aan hoeveel nieuwe inwoners de gemeente ruimte kan bieden zonder de balans met andere ruimtevragende functies te verstoren; stelt dat de wens om het dorpskarakter te behouden niet voortkomt uit vals sentiment of een Anton Pieck-syndroom, maar een reactie is op het streven naar verstedelijking en de daarmee gepaard gaande industriële bouwplannen, die het voor Hilversum kenmerkende kleinschalige woonmilieu steeds meer onder druk zetten; stelt dat het niet nodig vinden van het beperken de bouwhoogte het gezonde verstand tarten en is van oordeel dat dat strijdig is met hoe het GNR als hoeder van het illusielandschap daarover denkt; vindt het zaak om bij toekomstige bevolkingsgroei een goede balans te bewaken en te bewaren tussen wonen, werken, recreatievoorzieningen en bereikbaarheid; als een van die functies zich te ver ontwikkelt kunnen andere functies in de knel komen; vraagt zich af wat het laadvermogen is, waarop de omgevingsvisie een antwoord moet geven; wil tuinstad Hilversum in balans laten blijven, duidelijk laten aangeven welke grenzen er aan groei zijn en Hilversum leefbaar houden.

De ChristenUnie: heeft in de motie bedoeld dat leidende principes en doelen in de omgevingsvisie in bepaalde mate toetsbaar moeten zijn en richting moeten geven aan toekomstige ontwikkelingen; die moeten concreet zijn, maar niet zover in detail dat alles wordt vastgelegd, met voldoende ruimte voor flexibiliteit; het is een visie en nog geen uitgewerkt plan; sluit zich aan bij de voorliggende voorstellen; wil bouwhoogten wel concreet in de omgevingsvisie laten opnemen en niet laten verwijzen naar de structuurvisie; wil het toetsingskader en cirkeldiagram verder laten uitwerken, omdat ambitieniveaus nog niet helder zijn; verwacht de omgevingsvisie over een paar jaar te actualiseren met goede ambitieniveaus; heeft geen behoefte aan een beeldvormende sessie, tenzij…. De PvdA: ziet het stuk voldoen aan waarom de raad gevraagd heeft; geeft Democraten Hilversum gelijk wat betreft de gemaakte opmerking van grenzen aan de groei, een punt dat de raad moet bespreken; hetgeen daarover is opgenomen in de omgevingsvisie betreft een politieke keuze; kan zich vinden in de inhoudsopgave; wil geen details vastleggen, de structuurvisie geeft handvatten; is blij met het onderscheid tussen normen en rechtsregels en het benoemen van rechtsregels; vindt het idee van outcome- en impactindicatoren heel goed, mits er veel is om daarop te kunnen sturen; het programma Meedoen behoeft nog een inhaalslag.

De SP: is ontzettend verrast over het enthousiasme van een aantal fracties, omdat is gevraagd om een compacte en kernachtige omgevingsvisie, met duidelijke normen en doelen; vraagt zich af wat ‘passend’ is, waarover de visie duidelijke kaders zou moeten bevatten, bijvoorbeeld over groene wijken en geluidsnormen; is gerustgesteld dat elk gebiedskader langs de raad komt; is wel voor het houden van een beeldvormende sessie. GroenLinks:

14

-

vindt de omgevingsvisie richtinggevend, waaruit de resultaten van participatie moeten blijken; stelt dat deelplannen de ‘proof of the pudding’ zijn, waarin participatie terug te zien moet zijn; gaat akkoord met de inhoudsopgave; wil bij bouwhoogten en groen benadrukken wat er uit de participatie komt; kan zich vinden in de voorgestelde zaken, zoals de cirkeldiagram en het terugbrengen van de tekst; heeft geen behoefte aan een beeldvormende sessie, mits die nodig is; wil de omgevingsvisie laten schrijven en aan de slag laten gaan met de deeluitwerkingen; ziet uit naar de monitor en de jaarlijkse stadsgesprekken.

Hart voor Hilversum: is voorstander van een omgevingsvisie op hoofdlijnen, een instrument dat moet gaan leven en niet in een bureaula thuishoort; het is een integrale langetermijnvisie over de fysieke leefomgeving; neemt participatie heel serieus en de opbrengst daarvan moet zichtbaar blijken in de omgevingsvisie; die is een paraplu, een koepel, de integraliteit op het geheel; een passende puzzel waar het verhaal van Hilversum uit spreekt; stelt dat losse beleidsvisies bundelen geen integrale visie geeft; vindt het een uitstekend voorstel om bouwhoogten te bepalen aan de hand van bijvoorbeeld stedenbouwkundige en architecturale verkenningen, evenals op cultuurhistorie en landschap; bouwhoogten moeten ook bepaald worden op basis van participatieopbrengsten bij gebiedsagenda’s; ziet in de cirkeldiagram thema’s als taartpunten terug en vindt dat een werkbaar model, maar ziet graag verdere uitwerking, zodat er een iets concreter beeld ontstaat; wil omgangsvormen en de niet te verzette bakens uit de participatieopbrengst in de loop der jaren niet naar de achtergrond laten verdwijnen en laten borgen voor besluitvorming door toekomstige raden en colleges; kan zich vinden in het voorstel over de omgang met wijzigingen, mits de kaders glashelder zijn; begrippen als ‘meer’ en ‘voldoende’ wil zij meer gedefinieerd zien; wil ook een startnotitie over participatie als addendum in de

omgevingsvisie opnemen; vindt een beeldvormende sessie niet per se nodig en adviseert het college te gaan schrijven en met een laatste versie te komen die recht doet aan de participatieopbrengst en die glashelder leidend is voor alle onderliggende beleidsvisies. BVNL: noemt het een hoofdpijndossier en is blij dat wordt geparticipeerd; wordt niet blij van de stukken van de HOP 2040; is het over het algemeen niet eens met zaken als duurzaam, groen en mobiliteit; stelt dat de inhoudsopgave duidelijker mag, met meer linkjes, zodat makkelijker te zoeken is; geeft mee bij het schrijven van de omgevingsvisie participatie mee te nemen en die compact en duidelijk te houden. Het CDA: noemt als kaders dorp, niet op de hei te bouwen en het illusielandschap behouden; vindt leefbaarheid een belangrijk punt; is content met de paragraaf over bouwhoogten en vindt het illusielandschap leidend; vindt een beeldvormende sessie recht doen aan het onderwerp; wil laten schrijven, zodat men richting een definitieve omgevingsvisie gaat. Tweede termijn inspreker De heer Drukker: is in hoge mate verbaasd en hoort iedereen vager worden, ook over de opmerking dat toetsbare criteria niet per se nodig zijn; nu worden alle mogelijkheden open gehouden; zal zich beraden op te nemen stappen bij geen toetsbare criteria om recht te doen aan de participatieopbrengst.

15

Debat D66: hoort geen concrete toetsbare normen die terug te leiden zijn naar partijen en wil die wel vernemen; Democraten Hilversum noemt in dat kader het bouwen van 6.000 woningen; het CDA noemt als toetsbaar criterium het illusielandschap; de SP heeft een groennorm genoemd en het nog niet roder kleuren van rode wijken; bij luchtkwaliteit heeft de SP ook de WHOnorm genoemd; de PvdA wil juist wel 6.000 woningen bouwen en wil een groennorm voor versteende wijken kunnen toetsen; de VVD stelt dat 6.000 woningen geen kader zijn, maar een planvoorraad; in de stukken staat het doel van meer groen in wijken en buurten, het in gesprek gaan over de juiste niveaus op voorzieningen; zij vindt dat vertrouwenwekkend; ziet een groennorm in de visie openbare ruimte al beschreven en vindt 6.000 woningen heel discutabel; alles wat men concreet maakt wordt politiek; de SP wil heldere normen om te voorkomen dat bijvoorbeeld het STOMP-principe toch niet wordt gevolgd; Democraten Hilversum verwacht van de omgevingsvisie een kader waaruit blijkt wat het aantal woningen betekent voor de hoeveelheid groen, mobiliteit en de inrichting van de openbare ruimte; het CDA meent dat elke gebiedsagenda een balans zal zijn tussen kaders en vindt het juist goed dat men generiek toetsbare kaders aangeeft, waarmee volgens haar wel te werken valt.

De ChristenUnie: is het eens met een nulmeting en ambities helder te krijgen en vraagt of die eerst moeten gebeuren voor het vaststellen van de omgevingsvisie; Hart voor Hilversum vindt het voorstel al voldoende om aan het schrijven te gaan; de nulmeting kan er ook komen voor het schrijven van de gebiedsagenda’s; wethouder Walters stelt dat de nulmeting de plan MER is; die nulmeting met beschouwing van experts is er dus al; denkt dat men van de eerste uitwerkingen van gebiedsplannen moet leren en verwacht een procesbeschrijving van ambitieniveaus en het toetsingskader, die in een verbeterde omgevingsvisie kunnen worden opgenomen. Democraten Hilversum: - reageert op de eerste gestelde vraag door te adviseren de reactie van HOP 2040 serieus te nemen en verzoekt nog een slag te maken in het aanscherpen van de opzet van de omgevingsvisie tot een meer heldere en kaderstellende integrale toekomstvisie, die vervolgens in programma’s en gebiedsagenda’s kan worden uitgewerkt; dus de startnotitie gebiedsagenda’s integreren in de omgevingsvisie. 8. Beeldvorming Visie Openbare Ruimte Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: mw. C. Jansson; D66: J.T.M. van Nistelrooij; VVD: mw. H.M.G.J. van de Linde; GroenLinks: J.A. van Waarden; CDA: D.E.O. Streutker; Democraten Hilversum: J.E.M.G. Göbbels; PvdA: J.P. Lahaise; SP: P.C.M. Vonk; ChristenUnie: B. Nanninga; BVNL: mw. F. Durlacher.

College: A.R.C. Scheepers, wethouder. De voorzitter: leidt in dat trends, ontwikkelingen, nieuw beleid en recente uitbreidingen van Hilversum aanleiding zijn om de huidige visie Hilversum Buiten te actualiseren; deelt mee dat in de nieuwe visie onder meer aandacht is besteed aan de opgave duurzaam Hilversum, meedoen in Hilversum en actief Hilversum. Het CDA: informeert naar de plaats van het document ten opzichte van de omgevingsvisie; wethouder Scheepers antwoordt dat uitgangspunten van de concept-omgevingsvisie de leidende

16

principes zijn en steunt in hoge mate op de daar uitgevoerde participatie; de Visie Openbare Ruimte hangt onder die leidende principes van de omgevingsvisie. De SP: vraagt waarom de gemeente niet zelf initiatieven kan nemen voor warmteoplossingen; wethouder Scheepers verwijst naar de opgestelde warmtetransitievisie die de Visie Openbare Ruimte volgt. Democraten Hilversum: wil uitleg over consistentie van beleid, gezien de volgordelijkheid van behandeling van stukken: beheerplannen in juni 2023, daarna de Visie Openbare Ruimte in januari 2024 in plaats van eerst de omgevingsvisie te behandelen; wethouder Scheepers vindt het beleid consistent; de handboeken zijn een urgente kwestie, de participatie rondom de omgevingsvisie was al klaar en leidende principes waren duidelijk, zodat het college daarmee goed aan de slag kan gaan; vraagt waarom het college dan ook die werkwijze niet toepast bij nieuwe bestemmingsplannen; wethouder Scheepers zegt dat die vanavond niet aan de orde zijn.

De VVD: vindt het zonde dat het thema ruimtelijke kwaliteit en bijbehorende doelen onvermeld blijven en vraagt of die aan het proces toe te voegen zijn; wethouder Scheepers stelt dat het stuk doordesemd is van ruimtelijke kwaliteit, zoals groen, de brinken en de tuinstad; stelt voor het raadsvoorstel op dat punt van ruimtelijke kwaliteit te updaten en aan te scherpen; wethouder Scheepers zegt op dat punt een aangepast raadsvoorstel toe; Democraten Hilversum vraagt in hoeverre woonvormen met een menselijke maat op de ontwikkelplannen van het Arenapark terug te zien zijn; wethouder Scheepers meent dat daar een fantastisch woonmilieu komt met een buitengewone menselijke maat.

De PvdA: ziet op pagina 39 inzet van private grond bij parkeren en energietransitie en informeert naar de invulling daarvan; wethouder Scheepers licht toe privégrond voor parkeren te willen gebruiken, zodat meer openbare ruimte voor fietsnietjes in te zetten is; vraagt of dat ook kan betekenen als gemeente te investeren; wethouder Scheepers denkt dat dat kan, maar denkt niet heel veel te gaan investeren in nieuwe parkeergelegenheid; D66 informeert naar mogelijkheden voor multifunctioneel gebruik van schoolterreinen; wethouder Scheepers gaat meer in gesprek met scholen over openbaar gebruik van schoolpleinen; als dat betekent dat de gemeente meer aan beheer daarvan moet doen, dan moet hij daarover in gesprek gaan; Democraten Hilversum vraagt waarom in plaats van op parkeren niet meer wordt ingezet op binnenruimtes; wethouder Scheepers wil ook bekijken of particuliere tuinen voor openbaar gebruik in te zetten zijn; de VVD vraagt hoe de wethouder kijkt naar de trend van stijgend autobezit; wethouder Scheepers sluit aan op de concept omgevingsvisie, mobiliteitsbeleid en parkeerbeleid; te zien is echter dat het autobezit toeneemt; daarmee wordt op een goede manier omgegaan; omdat veel mensen een auto uit noodzaak hebben.

Democraten Hilversum: vraagt waar en wanneer meervoudig gebruik is voorgelegd aan de samenleving; wethouder Scheepers denkt dat er een vraag vanuit de samenleving is om multifunctioneel gebruik toe te staan en ziet daarmee niet echt spanning. De PvdA: wil weten wat leidend is in de visie en mist een duidelijke prioritering als het gaat om vergroening en spelen; minder welvarende buurten hebben een grotere investeringsbehoefte en gevraagd wordt waarom daarvoor niet wordt gekozen; wethouder Scheepers zegt dat de

17

kwaliteit van straten, brinken en driften bovenaan staat; daarin wil het college extra investeringen doen; juist in de wijken met een sociaal-economische achterstand is het belangrijk een kwalitatief goede ruimte te hebben; in Oost moet meer geïnvesteerd worden en dat gebeurt ook; Democraten Hilversum ziet verschil tussen het behoud van bestaande brinken en het plan voor de Kerkbrink; wethouder Scheepers ziet daartussen geen verschil; de PvdA vraagt of een meter brede stoep op de Schapenkamp recht doet aan het STOMP-principe; wethouder Scheepers wijst op de komst aldaar van een 3,5 meter breed fietspad en ook een breed voetpad; GroenLinks wil weten op welke manier bewoners bij herinrichting van straten worden betrokken; wethouder Scheepers laat weten dat bewoners op straatniveau daarbij worden betrokken; de expertise van de buurt is nodig en die zorgt voor draagvlak; de ChristenUnie vraagt of de anti-parkeerpaaltjes onderdeel van het nieuwe beleid zijn; wethouder Scheepers kondigt handboeken aan waarin deze zaken een plek krijgen. Het CDA: vraagt of het nodig is om bijlage 2 in het stuk te laten staan; wethouder Scheepers wijst erop dat dat het participatieverslag bevat met tekeningen van jongeren. D66: -

wil toelichting op centralisatie van speelbuurten en goede buurtspeelplekken; wethouder Scheepers beschikt over 187 speelplekken in Hilversum en wil kijken of het mogelijk is om die meer te centraliseren en zodoende meer kwaliteit toe te voegen; vraagt hoe zich dat verhoudt tot sportvoorzieningen; wethouder Scheepers wil dat er naast spelen ook ruimte is voor bewegen en sporten; aan die ruimte is behoefte; die ruimte is er wat meer bij grotere plekken.

De VVD: vraagt of ook hier met gebiedsagenda’s en nulmetingen wordt gewerkt, zoals bij de omgevingsvisie; wethouder Scheepers kijkt naar gebiedsagenda’s, waarbij de integrale ruimte ook wordt meegenomen. Democraten Hilversum: vraagt of 160 ha openbare ruimte inclusief de semi-openbare ruimte is; wethouder Scheepers antwoordt dat dat exclusief de semi-openbare ruimte is. 9. Oordeelsvorming Visie Openbare Ruimte Woordvoerders: fracties: Hart voor Hilversum: mw. C. Jansson; D66: J.T.M. van Nistelrooij; VVD: mw. H.M.G.J. van de Linde; GroenLinks: J.A. van Waarden; CDA: D.E.O. Streutker; Democraten Hilversum: J.E.M.G. Göbbels; PvdA: J.P. Lahaise; SP: P.C.M. Vonk; ChristenUnie: B. Nanninga; BVNL: mw. F. Durlacher. College: A.R.C. Scheepers, wethouder.

De ChristenUnie: vindt een goed leesbaar stuk voorliggen, dat een goede basis is voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte; is tevreden over de hoofdlijnen en de inzet op circulaire economie; sluit graag aan op de MKI en CO2-beprijzing is blij met de aandacht voor inclusiviteit, maar mist de vormgeving daarvan, zoals met het platform jaarlijks een wandelroute doorlopen; mist de jongeren in het stuk en de mogelijkheid om te hangen; wil inzetten op minder parkeerruimte en betreurt het dat bij parkeerbeleid niet is ingezet op minder plekken en vergunningen; wenst een proef te doen om de ondergrond efficiënter in te richten en wil daartoe een pilot doen.

18

De PvdA: ziet de visie uiteenvallen in noodzakelijk werk en keuzes, zoals STOMP en karakterbehoud; is blij met de ruimte voor meer bewegen en te werken aan een veilige en heldere openbare ruimte; geeft complimenten voor de visie; wil inzetten op meer groen in rode wijken en vraagt of er bereidheid is om in sommige wijken meer te investeren; steunt de groene en veilige ambities, maar constateert ook een stoep van nog geen meter breed op de Schapenkamp; is benieuwd naar een handboek en pleit voor een exemplaar met een beter uitgekiende keuze. D66: -

sluit zich aan bij de gemaakte complimenten; benadrukt keuzes te moeten maken, waarbij de meeste winst is te behalen bij het opheffen van parkeerplekken; participatie is daarbij van belang; ziet de opmerkingen van jongeren nog niet helemaal terug; wil zorgen voor meervoudig gebruik, geschikt voor meerdere sporten en wil dat concreter terugzien; denkt aan aanscherpingen, zoals een maximale afstand om bij sport- en speelplekken te komen; stelt dat elke lantaarnpaal ook een laadpaal kan zijn.

GroenLinks: vindt een goed stuk voorliggen; stelt dat te maken keuzes lastig zijn; ziet de ruimte graag groener; stelt dat ruimte moet uitnodigen tot spelen en wandelen; ziet uit naar het handboek openbare ruimte en een STOMP Hilversum. De SP: is blij met het toevoegen van meer sport en spel in het Stationsgebied; is voor behoud van bijlage 2 in het stuk; is ongerust over knelpunten, waar soms drie tot vier dingen tegelijk moeten gebeuren; is voor de visie en is benieuwd naar de uitwerking. Hart voor Hilversum: vindt het integrale verhaal aansluiten bij de concept-omgevingsvisie; ziet de maatschappelijke behoefte om anders met de openbare ruimte om te gaan en die meer te gebruiken als verblijfs- en ontmoetingsruimte en vindt dat een mooie slag in de visie, die haar aanspreekt; noemt het belangrijk dat spelen en bewegen een plek krijgen en meer aandacht voor mensen met en beperking; vraagt wanneer bij meervoudig gebruik nog van kwaliteit sprake is; wil investeren op plekken waar die investeringen het hardst nodig zijn; wil kindergemeenteraad in plaats van kinderraad laten melden; is zeer positief over het stuk. BVNL: wil een goed besluit nemen en is het daarom niet helemaal eens met de visie.

Democraten Hilversum: vindt de visie stoelen op planoptimisme: men rekent zich rijk met ruimte die alleen vrij komt bij minder auto’s en door ruimte toe te voegen die privé eigendom is; stelt dat de visie invoelbaar maakt dat niet alles combineerbaar is; wijst op de praktijk dat binnenruimten worden volgebouwd; leest de visie als het verslag van de stad die toenemend klem komt te zitten door externe factoren en eigen beleid, met name de doorschietende verdichting;

19

-

stelt dat sprake is van een onbeheersbare mix van mensen die willen wonen, werken en verplaatsen; de balans raakt steeds verder zoek; is bezorgd over het inconsistent en ad hoc-beleid; zet in op het meer in balans brengen van de ruimtelijke ontwikkelingen die in Hilversum wel mogelijk zijn.

Het CDA: wil proberen uit de beperkte ruimte een optimaal scenario te halen; ziet uit naar de uitwerking in het handboek; vindt de integrale uitvoering ingewikkeld die nog aandacht behoeft; vraagt aandacht voor de communicatie naar de burgers toe bij combinatie van uitvoering; hecht belang aan bijlage 2, maar lijkt het technisch gezien niet verstandig om een momentopname in een visiestuk op te nemen dat twintig jaar blijft bestaan. De VVD: geeft complimenten voor de leesbaarheid van het stuk en het enthousiasme dat daaruit spreekt; kan zich vinden in een focus op bewegen en spelen; maakt zich zorgen over het maken van realistisch beleid; niet alles laat zich maken zoals men met ingrepen probeert te doen; men moet geen keuzes maken die het onbegrip vergroten; vindt bij keuzes maken in ruimte de aanhechting met de omgevingsvisie van belang; kijkt uit naar het handboek.

Debat De ChristenUnie: vraagt of de SP geen concreetheid mist in de hoofdstukken 3, 4 en 5; de SP wilde daarom de omgevingsvisie concreter hebben; de fractie wil concrete dingen over inclusiviteit en die liever in de omgevingsvisie zien; D66 vindt de voorliggende visie een uitwerking van de omgevingsvisie; D66 roept op goed naar beleidsdoelen te kijken op pagina 23; de PvdA mist ook concrete zaken, zoals afscheid nemen van het rabatparkeren; het CDA lijkt rabatparkeren niet nodig gezien de breedte voor parkeren van 1,80 meter. De VVD: vraagt of D66 het uitgangspunt deelt dat men eerst de situatie van een gebied moet vaststellen; D66 erkent dat men eerst op straatniveau met de buurt ambities moet bepalen. Wethouder Scheepers: stelt dat concreetheid op het gebied van inclusiviteit in handboeken landen; voert al gesprekken met buurten over waar voorzieningen, zoals een bankje, komt te staan. Advisering aan de raad De VVD, het CDA, Hart voor Hilversum, de SP, GroenLinks en D66 adviseren positief zonder debat. Democraten Hilversum, BVNL en de PvdA maken een voorbehoud. De ChristenUnie adviseert positief met een voorbehoud. De voorzitter sluit de vergadering om 00.15 uur. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 31 januari 2024, de griffier, de voorzitter, A.J. van Meerveld CMC

dr.ir. G.M. van den Top.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=f67a0cdc-3eaa-45a9-b233-9b339718296c