CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Vastgesteld en getekend verslag raadsvergadering d.d. 6 juli 2022

GEMEENTERAAD 6 juli 2022, gemeente Hilversum15.281 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

-

-

-

-

Mevrouw DURLACHER dient mede namens de PvdA de volgende motie in: Motie M 22-5 1 ‘Drempelverlaging tegemoetkoming energiebesparende producten’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 6juli 2022, behandelend agendapunt 8, de Voorjaarsnota 2022; constaterende dat: het verduurzamen van woonhuizen niet voor iedere inwoner financieel haalbaar is; -

H120220706

17

de tegoedbon van € 70,- voor energiebesparende producten een pleister op de zere wond is, aangezien in andere gemeenten de tegemoetkoming hoger is en/of huurders automatisch van hun woningbouwcorporatie een tegemoetkoming ontvangen; het toekennen van de tegoedbon voorraadafhankelijk is; overwegende dat: de aanvraagprocedure voor sommige inwoners een omsiachtig proces is, terwijl de voorwaarden al bekend zijn; niet iedere inwoner beschikt over de digitale middelen om de tegoedbon aan te vragen; niet iedere rechthebbende inwoner op de hoogte is waar de tegoedbon aan te vragen is; inwoners met een laag inkomen gebaat zijn bij deze tegemoetkoming; spreekt uit dat: het verduurzamen van een huis geen luxeprobleem mag zijn; het op de website (www.hilversumbespaart.nl) lijkt alsof voor het aanvragen van de tegoedbon slechts een aantal gegevens ingevuld hoeft te worden, maar de aanvrager hierna diverse administratie moet inleveren en/of zelfs een afspraak dient te maken; het voor sommige inwoners hierdoor een te hoge drempel is om dc aanvraag überhaupt te starten; deze inwoners hiermee een dief van hun eigen portemonnee zijn; verzoekt het college: om een vereenvoudiging van de aanvraagprocedure van de tegoedbon voor energiebesparende producten, zodat iedere rechthebbende voorzien kan worden in de tegemoetkoming; om daarbij tevens rekening te houden met hen die laaggeletterd zijn, hen

die in (onzichtbare) psychische problematiek leven en hen die anderszins niet (zelfstandig) in staat zijn om de tegoedbon aan te vragen; en gaat over tot de orde van de dag. (Motie M 22-5 1 van BVNL en de PvdA) -

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

De heer GÖBBELS is van mening dat de echte discussie nog moet komen over de bouwplannen en het MPG. Dat maakt dat dit een goed moment is om even uit te zoomen. Het Financieele Dagblad vermeldde recent dat de Algemene Rekenkamer oordeelt dat een goede analyse van de woningmarkt ontbreekt en dat het getal van het woningtekort voor een belangrijk deel stoelt op aannames waarvoor de feitelijke gegevens ontbreken. Het tekort fluctucert tussen 461.000 en 29.000 woningen. In die reeks past ook de recente publicatie van De Atlas. De Rabobank stelt dat we ‘feitelijk geen benul hebben van de omvang van het woningtekort, terwijl het belang van het doorgronden wel evident is, omdat het gaat om grote investeringen’. Die vraag over de omvang hangt ook in Hilversum boven de markt. Toen de inschrijvingsproblematiek voor woningzoekenden naar online ging, tussen 2010 en 2014, merkte de toenmalige directeur van Dudok Wonen op dat dit een onbetrouwbaar getal opleverde om te gebruiken voor het echte aantal woningzoekenden. Die directeur gaf aan dat er een belangrijk verschil is tussen de actief woningzoekenden en mensen die gewoon staan ingeschreven als woningzoekende. Daaraan moest hij denken bij recent gestelde vragen aan het college. Naast de verwijzing naar De Atlas duikt het getal van 14.000 woningzoekenden op.

Dit is volgens hem niet het getal van de actief woningzoekenden in Hilversum, want dat zijn er volgens Woningnet circa 5.000. En van die 5.000 is niet bekend welk aantal daarvan in Hilversum woont. Ook is niet bekend waar de 2.000 mensen zijn gebleven die zich weer lieten uitschrijven als woningzoekenden. Hoe slim of dom is het om zonder onderbouwing voor die 2.000 mensen te gaan bouwen? Misschien is dus de opbrengst uit de omgevingsvisie om meerdere redenen verstandig. Een goede onderbouwing van het woningtekort ontbreekt, wat een risico is wat betreft de investeringen, zeker als de projecten stapelen. Hilversum kan wel evenals Amsterdam voor haar eigen inwoners bouwen. Dan bouwt zij concreet voor jongeren, het zorg-, politie- en onderwijspersoneel en de ouderen. Dan bouwt men automatisch met mate. Dat is in lijn met de uitkomst van de omgevingsvisiediscussie. Gevraagd is een goede balans tussen de voor Hilversum zo karakteristieke natuur, de cultuurhistorische erfenis van Dudok en een kwaliteit van leven die bij een middelgrote gemeente met dorpse kwaliteiten hoort. Democraten Hilversum omarmt die kwaliteit. De heer DEEN vraagt wat de heer Göbbels verstaat onder de cultuurhistorische erfenis van Dudok. De heer GOBBELS nodigt de heer Deen uit om daarover onder het genot van een kop koffie verder te praten.

De heer DEEN neemt dat aanbod graag aan, maar wil daarover nu al iets meer duidelijkheid hebben. H120220706

18

De heer GÖBBELS heeft die term overgenomen uit de opbrengst van de participatie in het kader van de omgevingsvisie. Op de website van Democraten Hilversum is te lezen over de tuinstad, met ook een analyse van het cultuurhistorische belang, waardoor men ook bij Dudok terecht komt. De heer DEEN vraagt of Dudok, als die nu zou leven, misschien andere keuzen zou hebben gemaakt dan vroeger. De heer GOBBELS vindt dat een vrij onzinnige vraag. Mevrouw VAN DROOGE weet dat een onderdeel van de erfenis van Dudok is dat die erom bekend stond het belangrijk te vinden dat er betaalbare huisvesting was, ook voor arbeiders. Voor bepaalde gebouwen was die bereid tot Den Haag te gaan teneinde voor mooie panden te zorgen en niet alleen maar voor wat de dichtst bijzijnde mensen belangrijk vinden. De heer GOBBELS reageert dat Dudok uitging van een beëindigingsplan voor Hilversum. Die had een ruimtelijke visie die gelet op de natuurlijke omstandigheden passend was bij de schaal van Hilversum. Eigenlijk is dat nog steeds in lijn met de opbrengst van de omgevingsvisie. Mensen vragen namelijk om het behoud van de groene gordel en met mate bij te bouwen. Men zou ook moeten kijken waaraan Hilversummers behoefte hebben, zodat men komt tot een redelijke invulling van de stad.

Mevrouw VAN DROOGE vraagt of de heer Göbbels het met haar eens is dat Dudok dat allemaal wilde en er toch in slaagde om voldoende betaalbare woningen te realiseren voor mensen die deze nodig hadden. De heer GOBBELS kan die tijd niet zo vergelijken met de huidige tijd. Het was toen een tijd van grote armoede en grote gezinnen en toch totaal andere verhoudingen dan nu. Die tijd kan hij daarom niet een op een projecteren naar deze tijd. Democraten Hilversum omarmt kwaliteit en komt bij het kwantificeren uit op circa 200 woningen per jaar tot 2040 bouwen. Ook andere gemeenten in de regio gunt hij hun faire aandeel in de woningbouw, bijvoorbeeld Huizen. In de Planmonitor Noord-Holland staan er tot en met 2030 744 woningen gepland. Met de HOV erbij mogen er dat best wat meer zijn, omdat een van de argumenten voor de aanleg daarvan was dat door het verbeteren van de bereikbaarheid van Hilversum men ook niet meer per se allemaal in Hilversum hoefde te wonen. Mevrouw KALK verzoekt de voorzitter de vergadering voor tien minuten te schorsen. De VOORZITTER schorst de vergadering om 2 1.50 uur. Schorsing. De VOORZITTER heropent de vergadering om 22.01 uur.

De heer SCHEEPERS (wethouder) richt als eerste een algemene opmerking tot mevrouw Kalk, die een boeiende dialoog voerde met de heer Fennema van de VVD-fractie over het betrekken van de oppositie bij het maken van de begroting, dan wel het dichttimmeren van akkoorden. Een open bestuurscultuur betekent volgens hem dat men richting de begroting met zijn allen moet optrekken. Het betekent ook met elkaar een eerlijk en open gesprek voeren over waar de gemeente capaciteit en geld voor gaat inzetten. Daarvoor zijn keuzen nodig en daarom moet het college een gesprek voeren als het bepaalde dingen wel en niet wil doen. Dat betekent voor het college een uitgestoken hand aanreiken om het gesprek open aan te gaan, maar ook de consequenties ervan eerlijk met elkaar te bepreken. Die uitgestoken hand is en blijft er. In reactie op de ChristenUnie merkt hij op dat de gemeente best een grotere buffer kan aanhouden. De meicirculaire laat ook zien dat er meer financiële ruimte lijkt te zijn. Het gesprek gaat vanavond echter ook over de macro-economische situatie en de grote onzekerheid. Die buffer zal misschien nodig zijn om de effecten van de inflatie op te vangen. De gemeentelijke vermogenspositie is nodig om te kunnen blijven investeren in de toekomst van Hilversum.

Als er meer ruimte zou zijn voor een buffer vergt dat van allen de discipline om niet alle ruimte in te vullen, maar om nog een beetje door te sparen. De omvang van de buffer neemt het college dus mee richting de begrotingsbehandeling. Over inflatie heeft het college de raad aanvullende teksten toegestuurd. De inflatie is onzeker en heeft een grote impact op het lopende jaar, de komende begroting en de financiën van partners waarmee de gemeente samenwerkt. Aan de omgang daarmee wordt expliciet aandacht besteed in de begroting. Als het nodig is om de raad daarover eerder te informeren, vanwege voorziene grote financiële impact, dan zal het college dat doen. Hij is het met de heer Göbbels eens dat het woningtekort op allerlei mogelijke manieren te definiëren is. Op Funda is echter een buitengewoon beperkt aanbod te zien terwijl er een enorme vraag naar woningen is. H120220706

19

Dat heeft een schrikbarend effect op de prijzen van woningen. Er is dus een tekort en het college zal laten bouwen om dat tekort zoveel mogelijk te tackelen. Tot slot gaat hij in op motie M 22-55 van de SP en de PvdA over wonen en zorg als knelpunten. Het college is een prioriteitenagenda aan het opstellen. Dat is een meer strategische agenda, waarin de ambities uit het coaliticakkoord richting de toekomst worden vertaald. De angst en de frustratie uit de motie kan hij zich voorstellen, omdat men door een prioriteitenagenda op het gebied van wonen en zorg achter het net kan vissen. Die angst wil het college tackelen. Voor het opstellen van de begroting komt het college daarom met een update van de planning van de verschillende onderwerpen die relateren aan de uitvoering van de woonvisie, waaronder dc woonzorgvisie. Ook zal het college alvast anticiperen op de effecten op de begroting. De aandachtspunten behorend bij de woonvisie zal het college financieel vertalen in de begroting en de meerjarenraming, zodat die urgentie daadwerkelijk uit te voeren is. De heer HELLER (wethouder) sluit zich aan bij wethouder Scheepers ten aanzien van de ambities en het popelen van ongeduld om met zaken aan de slag te gaan. Tegelijkertijd waarschuwt hij om alles tegelijk te willen doen. Daarom is prioriteren en keuzen maken nodig.

In reactie op motie M 22-53 van de ChristenUnie, GroenLinks, D66, dc SP en dc PvdA, ‘Tandje erbij voor de fiets’, is hij blij dat ook de ChristenUnie constateert dat het coalitieakkoord stevige ambities bevat inzake fietsverkeer, fietsvciligheid en fietsmaatregelcn. Vanuit de mobiliteitsvisie loopt er een lijn, die gaat over fietsen en langzaam verkeer. Daarnaast zijn er ambities in het coalitieakkoord. Het college wil dan ook waken voor het stapelen van nieuwe ambities, met het risico dat medewerkers alleen maar bezig zijn met het formuleren van ambities, zonder dat er tijd en gelegenheid is om wat eerder is vastgesteld ook uit te gaan voeren. Het maken van een integraal geheel van de ambities uit de mobiliteitsvisie en het coalitieakkoord is al een behoorlijke puzzel en dat gebeurt in de komende periode. Een eerste uitwerking daarvan volgt bij de begroting en hij vraagt om die af te wachten. Dan volgt ook een totaaloverzicht van wat er gaat gebeuren, evenals een concretisering en vertaling vanuit die ambities. Zijn verzoek is om dan een discussie te voeren over mogelijk gewenste extra dingen of veranderingen en niet op voorhand daar al weer nieuwe ambities bovenop te plaatsen. De heer NANNINGA wil het college graag helpen met keuzes en prioritering door aan te geven welke keuzemogelijkheden er zijn.

Hij informeert of er mogelijkheden in de mobiliteitsvisie zijn om bijvoorbeeld maatregelen die de doorstroming van de auto verbeteren meer op langere termijn te zetten. De heer HELLER (wethouder) heeft in het kader van de mobiliteitsvisie een aantal deelonderzoeken afgesproken. Deelonderzoek 6 gaat specifiek over fietsers. Er loopt dus al een traject met betrekking tot aanscherping van beleid en concrete maatregelen formuleren. De ambities uit het coalitieakkoord moeten de komende maanden ook concreet worden, in een planning worden gezet en van een financiering worden voorzien. Dat is een behoorlijke klus en hij vraagt dat proces af te wachten. Als er overzicht is, zijn aanscherpingen en bespreking mogelijk. De heer NANNINGA vraagt zich af of echt sprake is van een koerswijziging. Als er straks hetzelfde plan komt als het uitvoeringsprogramma mobiliteitsvisie, dan vervliegt bij hem de hoop die hij leest in het coalitieakkoord. Hij vraagt de wethouder hem iets te bieden voor de fietser. De heer HELLER (wethouder) kan op dit moment nog niet meer bieden dan in het coalitieakkoord is afgesproken. De komende maanden worden zaken concreet handen en voeten gegeven. De beoordeling is vervolgens aan de raad. De heer DEEN vraagt de wethouder voorbeelden te geven van ambities uit het coalitieakkoord die niet stroken met de mobiliteitsvisie en die extra of anders zouden zijn.

De heer HELLER (wethouder) gaat het niet om tegenstrijdigheden, maar om een lijn waarin het college in samenhang en integraal zaken wenst te doen. Daarbij zijn nieuwe ambities gezet en die worden vertaald in een concreet programma, met geld en een planning. Dat gebeurt in de komende maanden en dat ligt in november ter beoordeling aan de raad ter tafel. Vervolgens gaat hij in op amendement A22-48 van Hart voor Hilversum, GroenLinks, de SP, BVNL, D66, Democraten Hilversum en de PvdA over energietoeslag. Geconstateerd is dat er financiële ruimte daarvoor is vanuit het Rijk en die is ook bedoeld voor de doelgroep tot een inkomen tot 130% van het sociaal minimum. Het college staat daarom positief tegenover dat amendement. Mevrouw Kalk hield een uitgebreid en hartstochtelijk pleidooi voor amendement A 22-49 van de PvdA, BVNL en de SP over vereenvoudiging van minimaregelingen, wat het college snapt gezien de voorgeschiedenis. In het coalitieakkoord is afgesproken dat van jojo-en tussen de normen 120% en 130% niet meer het geval moet zijn, omdat dat niet werkt voor de doelgroep en dat het bereik van regelingen in de weg zit. Die regelingen waarvoor nu 130% geldt wil het college ook op dat percentage houden. Dat H120220706

20

betekent een financiële opgave voor de komende jaren. De indieners vragen nog een stap extra te zetten en ook voor de huidige regelingen structureel 130% te laten gelden. Een eerste inschatting is dat dat ruim 100.000,- zal kosten, wat vooralsnog niet in de financiële ruimte past waaraan het college denkt. Daarom verzoekt hij de indieners de begroting af te wachten om de genomen maatregelen meerjarig verwerkt te zien en om mee te kijken welke ruimte er is en hoc die in te zetten is voor minimamaatregelen. Mevrouw KALK wijst erop dat de dekking van € 100.000,- gevonden kan worden door het niet afschaffen van de hondenbelasting, die structureel € 500.000,- per jaar oplevert. De heer HELLER (wethouder) vindt die discussie aan de raad, omdat het college slechts een opdracht uitvoert. Mevrouw KALK vraagt dc wethouder expliciet een advies uit te brengen over het voorstel dat zij zojuist heeft gefonmileerd. De heer HELLER (wethouder) adviseert dan op dit moment negatief over amendement A 22-49. Ook adviseert hij aanvullend om de begroting dit najaar af te wachten en dan te constateren welke ruimte er is voor de minima en hoe die in te vullen is. Mevrouw KALK vraagt of de wethouder bereid is om die zoektocht naar de benodigde € 100.000,- aan te gaan.

Zij is benieuwd of de wethouder wel positief adviseert als de indieners een onderzoek voorstaan naar hoe de minimaregelingen structureel toegankelijk zijn voor mensen met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum en hoe daarvoor dekking te vinden is en dat men dat nu als kader vaststelt voor de begroting. Dc heer HELLER (wethouder) zegt toe in beeld te zullen brengen wat dat kost. De politieke keuze is dan aan raad. Mevrouw KALK komt op dit punt in haar tweede termijn terug. De heer HELLER (wethouder) gaat vervolgens in op amendement A22-56 van D66, de PvdA en de ChristenUnic over een doordacht parkeertarief. De afspraak is gemaakt dat er een nieuw parkeerbeleid komt. Fracties hebben aangegeven daaraan prioriteit te willen geven en dat is ook de intentie van het college. In dat kader wordt ook naar tarieven gekeken. Wat het amendement vraagt kan het college praktisch gezien niet leveren, gezien de benodigde doorlooptijden. Wel zegt hij een aangepast parkeerbeleid toe, waarin ook parkeertarievcn een rol zullen spelen. De heer DEEN begrijpt dat, omdat de begroting ambtelijk al grotendeels rond is, maar vraagt of het een onvermijdelijke keuze is om de parkecrtaricven op hetzelfde niveau te houden. Zijn voorstel is ook om met een onderbouwing te kijken wat een juist niveau van de parkeertarieven zou zijn.

Nu staat in de uitgangspunten van de begroting dat die tarieven hetzelfde blijven, terwijl bijna alle andere kosten wel stijgen, zodat de auto daarmee voorrang krijgt, wat hij wonderlijk vindt. Het niet aanpassen van parkeertarieven is volgens hem een politieke keuze. De heer HELLER (wethouder) is het daarmee volmondig eens en dat is dus niet op voorhand een gegeven. Bij nieuw parkeerbeleid gaat het ook over de parkeertarieven en daarover maakt de raad politieke keuzen. Vervolgens gaat hij in op motie M 22-51 van BVNL en de PvdA over drempelverlaging in de tegemoetkoming voor energiebesparende producten. Hij licht toe dat het college deze rijksregeling RREW/RREW-plus (Regeling Reductie Energiegebruik Woningen) al vanaf 2000 uitvoert. In de huidige tranche richt het college zich op 5.000 huishoudens in een specifiek aantal wijken. Daarbij richt het college zich voornamelijk op wijken en huurders met energiearmoede. Een groot aantal mensen is persoonlijk en per brief benaderd. Mensen kunnen zonder problemen een voucher aanvragen en het enige dat daarvoor nodig is, is het verstrekken van NAW-gegevens. Mevrouw DURLACHER heeft echt iets anders van mensen gehoord en heeft de motie vanuit haar achterban ingediend. Er zijn mensen die in de knel lopen met die aanvraag. De heer HELLER (wethouder) vindt dat heel vervelend.

Mensen kunnen op de website kiezen tussen alleen een bon of een aanvullend persoonlijk advies van een energiecoöperatie. Als men met die bon vervolgens gebruik maakt van cashback-regelingen moet er een bonnetje worden overgelegd, wat met rechtmatigheid en verantwoording te maken heeft. Mevrouw DURLACHER stelt dat mensen zonder geen laptop, computer of tablet geen voucher kunnen aanvragen. De beer HELLER (wethouder) vermeldt dat er in dat geval ondersteuningsmogeljkheden zijn, bijvoorbeeld vanuit energiecoöperaties. De gevraagde aanpak vindt plaats in het kader van energiearmoede, waarbij moeilijke doelgroepen specifiek worden benaderd. Binnen de genoemde regeling is een verdergaande aanpak of vereenvoudiging niet mogelijk, omdat het een Rijksregeling is en er binnen die regeling geen budget meer is.

H120220706

21

Mevrouw DURLACHER zou toch graag een vereenvoudiging willen zien, mede omdat op de website is vermeld dat er nog maar een beperkte voorraad aan vouchers beschikbaar is. Sommige mensen raken daarvan in paniek. De heer HELLER (wethouder) heeft bij aanvang gezegd van de 5.000 te faciliteren huishoudens voor 4.000 huurders en 1.000 woningeigenaren te kiezen. De vouchers voor de 1.000 woningeigenaren zijn op. Voor huurders is er nog een beperkt aantal vouchers beschikbaar. Hij vraagt of mevrouw Durlacher wil dat expliciet op de website zal worden vermeld. Mevrouw DURLACHER stelt nogmaals dat sommige mensen in paniek raken als ze te laat zijn voor een bon waarmee ze een schamele € 70,- kunnen verkrijgen. Mevrouw REDMEIJER wil weten of de gemeente met die regeling de mensen heeft bereikt die zij wilde bereiken en welk aantal mensen van de regeling gebruik heeft gemaakt. Het stoort Hart voor Hilversum dat mensen die niet digitaal zijn onderlegd bij dit soort regelingen buiten de boot vallen. Zij kunnen worden bereikt via wijkcentra, woningcorporaties en energiecoaches. Zij zou graag willen dat zij geholpen worden. De heer HELLER (wethouder) vermeldt dat energiecoöperaties heel erg druk zijn geweest om alle huishoudens persoonlijk per brief te benaderen.

Er is een nieuwe vrijwilligersfunctie van energieconciërge in het leven geroepen, die in de huurcomplexen van de woningcorporaties actief is geweest en mensen ook collectief informatie heeft gegeven. Er is dus maximaal geprobeerd om mensen via niet digitale weg en persoonlijk te benaderen. Binnen deze regeling zitten daaraan grenzen. Bij de aanpak van energiearmoede is er meer ruimte om de heel moeilijke doelgroep nogmaals te bereiken. Op het bereid van dc regeling komt hij na het zomerreces terug. Dan kan het gesprek over het onderwerp verder worden gevoerd. Mevrouw DURLACHER meent dat woningcorporaties erachter kunnen komen welke mensen nog geen voucher hebben gehad en hen dan de hand kunnen reiken om die voucher toch te krijgen. Dc heer HELLER (wethouder) zou dat heel graag willen, maar privacy- en andere regels zitten in de weg om mensen vanuit die optiek te benaderen. De gemeente moet dat dus via eigen contacten en netwerken doen.

De heer VAN VOORDEN (wethouder) komt terug op motie M 18-52 van enkele jaren geleden. Die motie is grotendeels uitgevoerd, maar nog steeds actueel. Het college wil onderzoeken hoe het komt dat jongeren instromen in dejeugdzorg en dat de uitstroom zo stagneert. In 2020 maakte een op de tien jongeren gebruik van jeugdhulp en nu gaan er verhoudingen van een op de 7,5 rond. Een integrale en brede aanpak met onderwijs en sport is nodig. Eerst wil hij met de raad spreken over de kadernota sociaal domein en vervolgens wil hij met de agenda’s Wrno en jeugd aan de slag gaan. Hij wil bij het opstellen van de visie jongeren betrekken. De heer NANNENGA informeert naar de bereidheid van de wethouder om naar de kansen van een jongerenraad te kijken. De heer VAN VOORDEN (wethouder) was ooit initiatiefnemer van de kindergemeenteraad. Om echt jeugdigen bij beleid inzake de agenda jeugd te betrekken wil hij liever gericht zoeken naar jongeren in bepaalde buurten. De heer NANNINGA had het idee om een vaste klankbordgroep van jongeren te hebben, die op vaste momenten meckijkt bij beleidsdocumenten die betrekking hebben op jeugd. De heer VAN VOORDEN (wethouder) is daarvan op voorhand geen voorstander, maar het is aan de raad om daarover een besluit te nemen. Mevrouw VAN DE LINDE raadt aan in dezen te kijken naar de geleerde lessen in het kader van de omgevingsvisie en de participatie daarop.

Daarbij moest de gemeente moeite doen om jongeren te betrekken, omdat ze bij de gewone participatieactiviteiten niet van nature aansloten. De heer VAN VOORDEN (wethouder) nodigt dc heer Nanninga uit om bij een kop koffie over dit onderwerp verder te spreken. De VOORZITTER gaat in op de vragen van de ChristenUnie over het beleid rondom sekswerk. Dat beleid komt in het najaar op de agenda in het kader van hoofdstuk 3 van de APV. Dan komt ook langs wat de regio en andere partners daaraan doen. Tweede termijn Mevrouw KALK stelt het antwoord van het college op amendement A 22-49 van de PvdA, BVNL en de SP over het vereenvoudigen van minimaregelingen teleur, omdat de indieners op zoek zijn naar een manier om voor een identificeerbare en beperkte groep datgene te doen om hun leven een klein beetje aangenamer H120220706

22

te maken, wat ook nodig is om op termijn kosten te voorkomen. Het gaat om een structureel bedrag van waarschijnlijk € 100.000,-, wat zij kenschetst als peanuts ten aanzien van de totale begroting. Zij wil het amendement niet in stemming laten brengen, omdat het dan waarschijnlijk zou worden verworpen. Dat risico is haar te groot, omdat haar er alles aan gelegen is om het gebrek in de begroting te repareren. Zij vraagt de wethouder in plaats daarvan de toezegging te doen op zoek te gaan naar € 100.000,-, teneinde te zorgen dat mensen met een minimuminkomen van maximaal 130% van het sociaal minimum geholpen worden. De heer DEEN constateerde dat de wethouder aangaf dat het een politieke keuze is om de parkeertariev en te bevriezen. Hij wacht met smart op het parkeerbeleid en hoopt dat dat in concept het college al bereikt richting het opstellen van de begroting. Een keuze nu al als uitgangspunt opnemen in een beleidsarme voorjaarsnota vindt hij eigenlijk niet terecht. Daarom heeft hij amendement A 22-56 aangepast in die zin dat hij alleen het bevriezen van de parkeertarieven als uitgangspunt voor de begroting wil weghalen. De heer VONK houdt motie M 22-5 5 graag aan. Motie M 18-52 is inderdaad nog niet volledig uitgevoerd. De herziening van de Verordening Wmo is voor november/december geagendeerd en hij informeert of de Wmo-visie daarvoor zal worden behandeld.

De raad heeft de lokale inclusie agenda aangenomen en hij herhaalt zijn vraag wanneer het college daarmee aan de slag gaat. De SP zou die agenda graag in een commissievergadering bespreken. Motie M 22-51 van BVNL en de PvdA over drempelverlaging voor tegemoetkoming van energiebesparende producten ondersteunt de SP en die maatregelen zouden opgenomen kunnen worden in de regeling voor duurzame gebruiksgoederen, waarbij het bedrag gelijk kan worden verhoogd. Ook steunt de SP amendement A 22-49 inzake het vereenvoudigen van de minimaregelingen. Parkeerbeleid vindt hij een heel moeilijk punt. Veel mensen hebben het nu financieel moeilijk en de SP is er momenteel niet zo voor om hen straffen met hogere parkeergelden. De heer SCHEEPERS (wethouder) gaat in op de opmerking van de SP over wonen en de woonzorgvis ie. Een uitvoerig inhoudelijk gesprek over oplossingen wordt voor de begrotingsbehandeling qua timing ingewikkeld, maar het college zal op voorhand een update van de plaiming naar de raad sturen van alle topics in de woonvisie, die al in april jl. is toegezonden. Voor alle punten zal het college ruimte in de begroting creëren. Als het lukt om over prioritering van het onderwerp ruimte in de agenda te maken zal het college dat doen. Hij verzoekt de indieners van motie M 22-55 die aan te houden. De heer VONK vindt het een belangrijk onderwerp en houdt die motie aan.

De heer DEEN vindt het goed die motie aan te houden. De heer SCHEEPERS (wethouder) moet het antwoord schuldig blijven op de vraag over de lokale inclusie agenda, maar weet dat wethouder Walters en het hele college het onderwerp heel belangrijk vinden. Als een concrete uitwerking van de agenda bekend is zal het college de planning toesturen. Wethouder Walters zal daarover graag met de raad het gesprek aangaan. De heer VAN VOORDEN (wethouder) wil eerst de kadernota sociaal domein bespreken en daarna de planning. Hij wil zo snel mogelijk aan de slag gaan met een Wmo-nota waardoor de Wmo-verord ening vastgesteld kan worden. Die bespreking volgt na de zomer. Mevrouw KALK herhaalt haar aanbod om de norm voor minimaregelingen terug te brengen naar 130% van het sociaal minimum en stelt het erg teleur dat de wethouder daarop niet eens reageert. Zij wil de wethouder mogelijkheden inzichteljk laten maken en die aan de raad laten voorleggen. In dat geval kan zij amendement A 22-49 intrekken. De heer HELLER (wethouder) is bekend met de inzet van mevrouw Kalk, maar vindt het een discussie die aan de raad is. Het college acteert op basis van kaders die tussen een aantal partijen zijn afgesproken. Mevrouw KALK heeft verschillende andere wethouders wel toezeggingen horen doen. Zij zijn wel bereid om naar zaken te kijken.

De heer HELLER (wethouder) stelt dat men niet aan het college kan vragen om de overeengekomen kaders ter discussie te stellen. Mevrouw KALK stelt vast dat de wethouder wel positief adviseerde op amendement A 22-48 van Hart voor Hilversum, GroenLinks, de SP, BVNL, D66, Democraten Hilversum en de PvdA over energietoesla g voor mensen met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum. Het gaat om de politieke wil, die volgens haar bij wethouder Heller ontbreekt. H120220706

23

Mevrouw REDMEIJER wijst erop dat er voor energietoeslag dekking was in de meicirculaire. In het coalitieakkoord hebben vier partijen een afspraak over energietoeslag gemaakt. Nu ligt een voorjaarsnota voor waarin die coalitieafspraak nog niet in zit. Als de PvdA bij de begrotingsbehandeling met een goed voorstel komt over de norm van 130% voor minimaregelingen denkt zij daarover graag mee. Wat betreft de energietoeslag had zij een plan met dekking. Mevrouw KALK heeft voor amendement A 22-49 een dekking aangegeven in de vorm van het niet afschaffen van de hondenbelasting. Coalitiepartijen hebben bij de behandeling van het coalitieakkoord aangegeven de norm van 130% te willen hebben. Daarom kan als basis worden afgesproken om die norm ook te hanteren. Mevrouw REDMEIJER wil in dat geval ook nu geregeld hebben van de hondenbelasting af te komen. De heer VONK zou graag een minima effectrapportage willen zien, omdat heel veel mensen in Hilversum in nood zijn. Hen wil de SP graag helpen door te kijken waar de knelpunten zitten. De heer HELLER (wethouder) laat weten dat een minima effect rapportage is toegezegd voor 2022, welke toezegging hij kan herhalen.

Mevrouw DURLACHER suggereert dat fracties met een vertegenwoordiging in de Tweede en Eerste Kamer kunnen pleiten voor het verhogen van het minimumloon, zodat het benodigde bedrag lager dan 100.000,- zal zijn en er geld zal zijn om de norm van 130% toe te passen. De heer DEEN vraagt of het coalitieakkoord al was doorgerekend. Als dat is gebeurd zijn zaken als energietoeslag en de norm van 130% al meegenomen in de voorjaarsnota en het coalitieakkoord. De heer SCHEEPERS (wethouder) heeft ruwweg gekeken of alles wat de coalitie wil gaan doen kan worden betaald. Een coalitieakkoord op hoofdlijnen laat zich echter niet tot € 100.000,- terugbrengen. Nu zijn er een kadernota en een coalitieakkoord waarmee men richting de begrotingsbehandeling kan gaan. Het college heeft de beraadslagingen en prioriteiten goed gehoord en neemt die mee. Bij de begrotingsbehandeling is een integrale afweging te maken en kan worden bezien waar er ruimte is. Mevrouw KALK verneemt dat het college zal kijken naar de mogelijkheid om de norm van 130% terug te brengen bij de minimaregelingen, zoals in het coalitieakkoord is afgesproken. Als het college die toezegging wil doen, dan overweegt zij amendement A 22-49 niet in stemming te brengen. De heer SCHEEPERS (wethouder) proeft dat die ambitie breed wordt gedeeld, maar er zijn meerdere ambities, waarover een integrale afweging moet plaatsvinden.

Gezegd is dat het college het gesprek over de begroting graag met de hele raad aangaat. Er wordt ook gekeken naar de begrotingsruimte in 2023. Bij financiële ruimte wil hij zaken zo snel mogelijk realiseren. De heer VONK is er voorstander van amendement A 22-49 aan te houden en dat amendement mee te nemen in de minima effect rapportage. De VOORZITTER constateert dat het college daarmee instemt en amendement A 22-49 van de PvdA, BVNL en de SP over vereenvoudiging minimaregelingen niet meer in stemming wordt gebracht. De heer FENNEMA legt een stemverklaring af over amendement A 22-48 van Hart voor Hilversum, GroenLinks, de SP, BVNL, D66, Democraten Hilversum en de PvdA over energietoeslag voor mensen met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum. Het ophogen van de norm van 120% naar 130% is wat hem betreft wat ongenuanceerd. Liever had hij meer maatwerk gezien, zodat ook werkende armen worden bereikt. Het gaat daarentegen om geoormcrkt geld, zodat hij instemt met het amendement. De heren DE JONG en LOMANS sluiten zich aan bij de stemverklaring van de heer Fennema. Amendement A 22-48 van Hart voor Hilversum, GroenLinks, de SP, BVNL, D66, Democraten Hilversum en de PvdA over energietoeslag wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en unaniem aangenomen.

De VOORZITTER deelt mee dat amendement A 22-56 van D66, de PvdA en de ChristenUnie over een doordacht parkeertarief is aangepast. De zin ‘een uitzondering hierop zijn...’ wordt uit de voorjaarsnota verwijderd.

H120220706

24

De heer FENNEMA legt een stemverklaring over amendement A 22-56 af. Hij is het ermee eens dat parkeertarieven een vorm van beleidsmiddel zijn. Gezien de huidige situatie lijkt het de VVD echter geen goed idee om over lastenverzwaringen te praten, zodat hij tegen het amendement stemt. Mevrouw DURLACHER vindt het gezien de inflatie, prijsontwikkelingen en crises niet reëel om de burger met nog meer kosten op te zadelen. Een dagje naar het centrum moet ook met de auto plezierig blijven. Zolang de fietspaden nog niet zijn meebewogen naar de moderne tijd is het naar haar mening niet wenselijk om de automobilist te straffen met hoge parkeertarieven en hen zo te dwingen om de fiets te gebruiken, terwijl de verkeersveiligheid nog te wensen overlaat. Mevrouw REDMEIJER sluit zich aan bij de voorgaande sprekers en gaat niet met amendement A 22-56 mee. Het gewijzigde amendement A22-56 van D66, de PvdA en de ChristenUnie, ‘Een doordacht parkeertarief, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht, waarbij de stemmen met 17 stemmen voor en 17 stemmen tegen staken, met de stemmen van D66, GroenLinks, Democraten Hilversum, de ChristenUnie en de PvdA voor. De voorjaarsnota kan pas worden vastgesteld nadat stemming over dit amendement in de volgende raadsvergadering heeft plaatsgevonden.

Motie M 22-51 van BVNL en de PvdA, ‘Drempelverlaging tegemoetkoming energiebesparende producten wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 11 tegen 22 stemmen verworpen, met de stemmen van BVNL, de SP, de ChristenUnie, de PvdA en de leden Van den Brink, Van Grieken Wesselink, Deen en Van Hattem van D66 voor (het lid Zaabat van D66 heeft niet gestemd). Motie M 22-53 van de ChristenUnie, GroenLinks, D66, de SP en de PvdA, ‘Een tandje erbij voor de fiets’, wordt via de sternapplicatie in stemming gebracht en met 20 tegen 14 stemmen aangenomen, met de stemmen van de ChristenUnie, GroenLinks, D66, Democraten Hilversum, BVNL, de SP en de PvdA voor. De VOORZITTER sluit de vergadering om 23.11 uur. Ald v stgesteld in de vergadering van de gemeenteraad van 21 september 2022, de g ffi r, de voorzitter,

H120220706

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=c5cdb7a9-49a0-4d76-967a-23120b2afdd1