CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Vastgesteld en getekend verslag raadsvergadering d.d. 27 januari 2021

GEMEENTERAAD 27 januari 2021, gemeente Hilversum20.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In deze motie is het college verzocht om onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor een voorlichtingscampagne over feiten, fabels, risico’s en nadelen van houtstook en mogelijke handelingsperspectieven te inventariseren die gericht zijn op het tegengaan van de overlast en gezondheidsrisico’s van houtstook bij de energietransitie; • goede en eenduidige informatievoorziening voor bewoners en gebouweigenaren van essentieel belang is; • de gemeenteraad op 4 november 2019 een collegebrief heeft ontvangen over de stand van zaken moties luchtkwaliteitsplan en houtstook. In deze brief verwijst het college naar het ‘Schone Lucht Akkoord’ (SLA)’ tussen Rijk en gemeenten wat in het eerste kwartaal 2020 aan de raad zou worden voorgelegd, maar wat de gemeenteraad tot op heden niet heeft mogen ontvangen; • in het SLA twaalf zeer doeltreffende maatregelen (hoofdstuk 4.) worden voorgesteld om luchtvervuiling uit houtstook tegen te gaan, besluit: • beslispunt 1 van het raadsbesluit te wijzigen, zodat deze als volgt komt te luiden: 1. De uitgangspunten, zoals geformuleerd onder probleemstelling/doel, vast te stellen als kader voor (de uitwerking van) de Transitievisie Warmte, waarbij uitgangspunt 3 als volgt gewijzigd wordt vastgesteld: 3. Alle alternatieve warmtebronnen zijn denkbaar, zolang deze uiteindelijk khimaatneutraal zijn en bijdragen aan een verbetering van de luchtkwaliteit.

Alternatieve wanntebroimen moeten passen bij de lange termijn doelen. Te denken valt H120210127

19

bijvoorbeeld aan geothermie en aquathermie, afhankelijk van de beschikbaarheid, maar er zijn nog veel andere alternatieven. Bij de kaderstelling van de Regionale Energie Strategie heeft de raad besloten dat grootschalige biomassaverbranding centrales zijn uitgesloten. Om een verbetering van de luchtkwaliteit te realiseren wordt in de transitievisie warmte aangesloten bij het Schone Lucht Akkoord en de daarin genoemde maatregelen ten aanzien van houtrook (hoofdstuk 4). (Amendement A 21-06 van de ChristenUnie en Hilversums Belang) 1 https ://www.rj ksoverheid.nl/docurnentenlconvenantenl2020/0 1 / 13/bijlage- 1 -schone-luchtakkoord De heer FENNEMA heeft in de commissievergadering een lans voor geothermie gebroken en vindt dat een realistisch en behoorlijk ambitieus plan voorligt. Het hoeft wat hem betreft niet ambitieuzer en eerst zal men zaken moeten waarmaken. Over negentien jaar van het gas af zijn is een enorm groene ambitie die de inwoner zal moeten betalen. De heer VAN VOORDEN is blij met de nota en kan zich daarin vinden, maar vraagt de waterstofontwikkeling in de gaten te houden. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur heeft deze week een rapport uitgebracht waarin waterstof als ontbrekende schakel in de transitie wordt genoemd. Hij vraagt de wethouder daarvan kennis te nemen en diens visie daarop te geven.

Bij behandeling van de nota over het verduurzamen van het raadhuis pleitte het CDA om fors meer te investeren in isoleren, waarvan men nooit spijt krijgt en dat zorgt voor meer draagvlak, betrokkenheid en CO2-reductie. De financiële vertaling van die ambitie mist hij, zoals harde doelstellingen, betrokkenheid van corporaties en financiële injecties. Hij roept het college op geld voor isolatie vrij te maken in de kadernota. Grote investeerders azen op lokale projecten. Geld verdwijnt naar het buitenland voor grote en kleine zonnevelden. Wat hem betreft is voorwaardelijk aan nieuwe grote projecten dat lokale corporaties de kans krijgen om mee te participeren. Daarom dient hij de volgende motie in: Motie M 21-11 ‘Lokaal eigenaarschap’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 27januari 2021, behandelend agendapunt 8 ‘Uitgangspunten Transitievisie Warmte’; constaterende dat: • in het klimaatakkoord de ambitie is uitgesproken dat 50% van de duurzame energieopwekking op land lokaal eigendom is; • in de handreiking Regionale Energie Strategie van de overheid, IPO, VNG en UvW voorstellen worden gedaan om deze 50% voor elkaar te krijgen; • er middels o.a. de Regionale Energie Strategie een belangrijke taak richting de gemeente komt t.a.v.

de energietransitie; • buitenlandse bedrijven op grote schaal Nederlandse zonneparken opkopen waardoor subsidies en winsten naar het buitenland verdwijnen; overwegende dat: • lokaal eigenaarschap bijdraagt aan draagvlak voor duurzame energieprojecten; • door middel van lokaal eigenaarschap inwoners zelf invloed kunnen uitoefenen op wat er in hun eigen omgeving gebeurt; • Hilversum al een aantal duurzaamheidsinitiatieven kent; • door middel van lokaal eigenaarschap inwoners en lokale bedrijven meeprofiteren van de financiële voordelen van duurzame energieopwekking; verzoekt het college: • te streven naar minstens 50% lokaal eigenaarschap bij nieuwe projecten voor duurzame energieopwekking en voor collectieve warmtebronnen en zoveel mogelijk aansluiting probeert te vinden bij Hilversumse duurzaamheidsinitiatieven; HT20210127

20

en gaat over tot de orde van de dag.” (Motie M 21-11 van het CDA, GroenLinks en Hilversums Belang) Tijdens de RES 1.0 heeft hij gezien hoe heldere participatie niet moet. Uitgangspunten zijn niet besproken, afwegingen waren ondoorgrondelijk en daarom ondersteunt hij A 21-4 hierover. Hij vraagt zich af of de gemeentelijke website voldoende bevat om de inwoner te motiveren en enthousiast te krijgen om zijn huis te verduurzamen. Hij roept de wethouder op om zelf aan de slag te gaan. Tot slot vraagt hij hoe de SP biomassa uitsluiten voor de bestaande biomassacentrale op het Arenapark ziet. Zorgen dat maatregelen niet leiden tot een huur boven de huurtoeslaggrens zou wellicht ook landelijk beleid moeten zijn. De heer VAN ROODEN heeft het streven om de biomassacentrale op het Arenapark weg te krijgen, maar kan daaraan nu meteen op basis van de Transitievisie Warmte niet iets doen Hij verwacht echter wel dat de gemeente die zal gaan afbouwen en zo snel mogelijk weg wil krijgen. De heer VAN VOORDEN wijst erop dat het gaat om privaat eigendom en vraagt of de SP daarin wil treden. De heer VAN ROODEN wil de gemeente daarin regels laten stellen en dwingend optreden. Of dat mogelijk is, is een andere zaak. Mevrouw KALK erkent dat het niet boven de huurtoeslaggrens komen van huren als gevolg van duurzaamheidsmaatregelen landelijk beleid zou moeten zijn.

Daarvoor zijn er al mogelijkheden, maar dat ontslaat de raad niet om dat te doen wat goed is voor de Hilversumse inwoners. Lokaal zijn er volgens haar ook veel mogelijkheden. Zij vraagt of de heer Fennema oprecht van mening is dat geen enkel overheidsgeld naar verduurzaming mag gaan. De heer FENNEMA antwoordt dat de gemeente projecten niet kan betalen. Hij deelt wel de ambitie en is pro groen, maar is realistischer over het niet kunnen betalen daarvan. Mevrouw KOOLOOS meent dat groen roepen niet betekent dat je ook groen bent. Groen moet je gewoon doen, anders ben je een oen. Zij kan niet anders dan met de Transitievisie Warmte meegaan. Daarover is al jaren gepraat en nu komt er eindelijk een nota. Zij vraagt zich af hoe consistent warmtebronnen zijn en hoe die in oudere wijken te borgen zijn. Bij oudere woningen wil zij geen gasleidingen weghalen, omdat nieuwe warmtebronnen niet zouden kunnen werken. Ook kunnen leidingen voor een nieuwe warmtebron gebruikt worden. Leefbaar Hilversum is niet zo gelukkig met biomassacentrales, gezien de luchtvervuiling. Niemand mag van haar gedwongen worden om van het aardgas af te gaan. De voorkeur geeft zij aan informatieverstrekking, waar het in Hilversum al vaak misgaat, zodat het belangrijk is erop toe te zien dat dat goed gaat. Duidelijk is af te spreken hoe de inwoner te stimuleren is en of al dan niet subsidie beschikbaar is.

Zij opteert voor een isolatiesubsidie, waarvoor voldoende geld beschikbaar is. Een warmtebron zou ook per buurt bekeken moeten worden, ook gezien de financiële haalbaarheid. De heer PELSMA is benieuwd hoe de heer Fennema aankijkt tegen het feit dat isoleren ook besparen betekent en waarom hij zo tegen iets meer ambitie is. De heer FENNEMA heeft gezegd dat hetgeen de wethouder neerlegt ambitieus genoeg is. Isolatie betekent wel besparing, maar de businesscase is niet te financieren, zodat de huizen van mensen onder water komen te staan. Ook vindt hij dat de gemeente niet niks moet doen, maar de uitgangspunten bieden voor hem voldoende kaders om het plan te gaan schrijven. De heer HELLER (wethouder) meent dat de ambitie gezien het Klimaatakkoord niet ter discussie staat. Er is urgentie en noodzaak. Discussie is er nog wel hoe de samenleving de transitie tot 2050 gaan doormaken. Bij transitie is er altijd sprake van onzekerheden en affiankelijkheden. Op dit moment zijn er fundamentele en buitensporige onzekerheden en afbankeljkheden. Dat is niet de mening van het college, maar een feit en is door de G40 ook naar voren gebracht bij het kabinet. Op dit moment intensiveert de G40 de lobby richting het kabinet, wat ook te maken heeft met de verkiezingen. Het lobbydocument H120210127

21

vermeldt: ‘Om de gemeentelijke regierol te kunnen uitvoeren zijn aanvullende middelen noodzakelijk en een juridisch, technisch en organisatorisch instrumentarium waarin alleen het Rijk kan voorzien.’ Daarbij gaat het o.a. over de uitvoeringslasten en het opstellen van buurtuitvoeringsplannen. In het Klimaatakkoord is dat punt tussen haakjes gezet en gezegd is daarnaar onderzoek te doen. Dat onderzoek is een week terug bekend geworden en voor Nederland gaat het om uitvoeringslasten van € 600 miljoen per jaar. Het Rijk is ook gevraagd om de onrendabele top van de eerste anderhalf miljoen woningen te financieren, die tot 2030 van het gas zouden moeten afgaan. Er is heel veel besparing mogelijk, maar zelf daarmee is sprake van een gemiddelde onrendabele top van enkele tienduizenden euro’s per woning. Dan komt het realisme bij beslispunt 2 om de hoek kijken. Het college keert zich niet tegen het instrumentarium van een warmtetransitievisie: een plarming van wijken met wie wanneer van het aardgas afgaat; een middel daartoe is met bewoners wijkuitvoeringsplannen vaststellen; die zijn niet vrijblijvend en daaraan zijn jaartallen en afkoppeling verbonden. Er is nu onvoldoende duidelijkheid, zodat het college nog niet met wijkuitvoeringsplannen aan de slag gaat. Niemand wordt de komende jaren gedwongen van het gas af te gaan.

Mevrouw KALK begrijpt niet waarom het college met onduidelijkheid en onzekerheid zaken in een uitvoeringsplan opneemt. De heer HELLER (wethouder) wijst erop dat alle gemeenten gehouden zijn een buurtkalender een warmtetransitievisie vast te stellen. Nu gaat het om uitgangspunten en eind dit jaar komt de visie. Wat het college betreft komt die gewoon, maar het heeft wel te maken met de context, waarmee alle gemeenten van doen hebben. De zorgen over de woonlasten begrijpt hij en die heeft hij met de woningcorporaties besproken. Zij compenseren besparingen aan energielasten niet volledig met huurverhogingen. Twee van de drie corporaties hanteren zelfs helemaal geen huurverhoging, omdat het aan hen is om investeringen te doen. De derde corporatie verhoogt de huren tot maximaal 70% van de besparing in de energielasten. Op individueel niveau is er bij huurders dus geen probleem. Als men qua puntenwaarderingsstelsel door grenzen heen gaat behoudt men de huurtoeslag. Voor de totale sociale huursector zijn er andere instrumenten om daarop grip te houden, los van het feit dat corporaties zelf ook huurbeleid hebben en ook zijn er prestatieafspraken met woningcorporaties. Het college deelt de zorgen, maar het probleem bestaat in Hilversum dus niet. Er zijn ook instrumenten om belangen te borgen.

Over labels kan het college geen uitspraak doen, omdat die afhangen van de situatie per woning. In alle gevallen gaat het om een kostengerelateerde afweging. Hoeverje met isoleren gaat hangt van de kosten en opbrengsten af. Als een woning minder te isoleren is omdat dat niet rendabel is kun je te maken krijgen met een grotere warmtevraag, die je vervolgens weer met alternatieve warmtebronnen en een netwerk moet oplossen. Mevrouw REDMEIJER vraagt of het in theorie mogelijk is dat uiteindelijk 90% van de woningen een D-label krijgt en 10% een B-label. De heer HELLER (wethouder) acht dat theoretisch mogelijk, maar niet realistisch. Er is gelukkig een veel groter percentage labels hoger dan G. Er zullen woningen zijn die niet boven een bepaald label kunnen komen en dat heeft dan consequenties voor de resterende warmtevraag. Oplossingen zijn mogelijk vanuit een warmtenetwerk of anderszins. Daar hangt dan ook weer een businesscase aan. In nauw overleg met bewoners gaat hij dat punt aanvliegen. Op basis van kwaliteit is de aanvraag aardgasvrje wijk Meent toegewezen. Er is geld beschikbaar om de onrendabele top aan te pakken en het programma heeft ook een voorbeeld- en een leerfunctie. Gemeenten kijken collectief naar het Rijk voor financiering van onrendabele toppen. Qua waterstof vindt hij het lastig uitspraken te doen over techniek.

Waterstof heeft een essentiële rol in de cnergictransitie. Er is nog wat discussie waar en hoe die rol ligt en of er economische sectoren zijn waar waterstof dringend nodig is, omdat er minder goede alternatieven zijn. Hij denkt dat het niet nodig is om in het kader van voorliggend stuk daarover te beslissen. De heer VAN VOORDEN vraagt dat ook niet, maar wel om kennis van rapporten te nemen, waaronder het rapport dat een prominente rol aan waterstof toedicht. In dat kader wij St hij op de motie ‘Behoud de gasleiding’. H120210127

22

De heer HELLER (wethouder) neemt daar kennis van en is het er mee eens dat waterstof een essentiële rol speelt in de energictransitie. Het college staat positief tegenover amendement A 21-2 van de SP, de VVD, Democraten Hilversum, Hilversums Belang en Hart voor Hilversum over geen biomassaverbranding in de Transitievisic Warmte, evenals tegenover amendement A 21-4 van GroenLinks, Hart voor Hilversum, D66, de VVD, Hilversums Belang, dc SP en Leefbaar Hilversum over informatie en ondersteuning beschikbaar voor iedereen. Wel denkt hij dat de raad een keuze moet maken tussen amendement A 21-2 en motie M 216, die niet allebei kunnen. Namens het college zegt hij toe binnenkort met een voorlichtingscampagne over houtstook te komen, evenals met een voorstel hoe de gemeente wil omgaan met het Schone luchtakkoord. De uitwerking daarvan wil het college meenemen bij de Transitievisie Warmte. Die toezegging kan er wellicht voor zorgen dat een meerderheid zich kan verenigen met amendement A 21-2 Over amendement A 21-7 van de PvdA, de ChristenUnie en Hilversum over buurtuitvoeringsplaimen adviseert hij negatief, evenals over motie 21-8 van de PvdA over het inzetten van woonlasten als waarborg voor de Transitievisie Warmte. Op motie M 21-11 van het CDA, GroenLinks en Hilversums Belang over lokaal eigenaarschap adviseert hij positief.

Tweede termijn De heer PELSMA dankt de wethouder voor het positief staan tegenover amendement A 21-6 waarin is aangegeven voor schone Lucht te zijn. Dat amendement is uitgebreider dan biomassacentrales en gaat ook over individueel niveau, waarbij ook naar wet- en regelgeving wordt gekeken. Volgens hem kan dan amendement A 21-2 van de SP, dc VVD, Democraten Hilversum, Hilversums Belang en Hart voor Hilversum over biomassaverbranding vervallen Ambitie om mensen van het aardgas af te koppelen betekent geen dwang, maar mensen meenemen, enthousiasrneren en kijken op welke manier de gemeente in wijken en buurten inventarisaties kan doen. Het gaat ook om als gemeente je nek uit te steken. Hij is er trots op dat het goed gaat in de Meent, maar veel wijken hebben juist een zetje nodig. Hij vraagt de wethouder na te denken over het enthousiasmeren van wijken en buurten om daadwerkelijk een energietransitie op gang te brengen. Er is sprake van een onrendabele top in investeringen, maar twee van de drie in Hilversum actieve woningcorporaties vragen echter geen huurverhoging, waarmee dus heel ver te komen is. Mevrouw WESSELINK twijfelt door het betoog van de wethouder een beetje over amendement A 21-7 van de PvdA, de ChristenUnie en Hilversums Belang over buurtuitvoeringsplannen.

Die zouden volgens de planning in het startdocument in 2022 wel aan de orde zijn en zij vraagt of dat jaar een harde grens is, of die naar de raad gaat en of daaraan perspectief verbonden is. De heer FENNEMA beantwoordt de vraag van de heer Van Voorden over hoe hij denkt over de biomassacentrale op het Arenapark. Die centrale is privaat eigendom, waarbij hij in samenspraak met BeGreen, de huidige afnemers en de overige vastgoedeigenaren inzet op vervanging, conform een vorig jaar raadsbreed ingediende motie, die alleen door het CDA niet is ondertekend. Mevrouw KALK vindt in dezen ambities nodig, waarbij de overheid voorop moet lopen, de enige manier voldoende draagvlak voor vcrduurzaming te krijgen. Het transitieplan moet er komen, maar daarin moet men alleen die dingen zeggen die men gaat doen. Vandaar dat zij amendement A 21-7 over het schrappen van het tweede beslispunt heeft ingediend. Het college maakt ambities op dit onderwerp affiankelijk van alle onzekerheden, die er altijd zullen zijn, zoals de benodigde 600 miljoen voor alle gemeenten. Dat is echter geen excuus om dingen niet in de ambities op te nemen. Wat betreft het verhaal van de wethouder naar aanleiding van motie M 21-8 over woonlasten heeft zij iets anders gehoord, zodat zij het op dat punt nog niet met hem eens is.

Als de wethouder gelijk heeft is de motie echter overbodig, zodat zij de wethouder vraagt de informatie op schrift te zetten, zodat zij kan bekijken in hoeverre een woonlastenfonds nog nodig is. Als de wethouder die handreiking doet houdt zij die motie aan. H120210127

23

Mevrouw REDMEIJER vraagt of de wethouder de zorgen over huurverhoging boven de huurtoeslaggrens deelt, maar de motie niet het juiste instrument is omdat er al een landelijke regeling voor betrokkenen is. Wellicht is het goed om bij de volgende afspraak met woningcorporaties de beschenning voor inwoners te handhaven. De heer VAN ROODEN heeft de indruk dat amendementen A 21-2 en A 21-6 te combineren zijn, maar als hij moet kiezen, kiest hij voor amendement A 2 1-2, omdat verbranding van biomassa niet alleen met luchtkwaliteit te maken heeft. Hij vraagt wat hij precies met amendement A 21-7 van de PvdA, de ChristenUnie en Hilversums Belang over buurtuitvoenngsplannen aan moet. Het woord ‘vooralsnog’ in het tweede punt daarin baart hem zorgen, omdat men daan-nee alles wel heel erg op slot kan zetten. Hij vraagt daarom hoe hij dat woord moet interpreteren, omdat de gemeente uiteindelijk wel met de plannen aan de slag moet gaan. De heer VAN VOORDEN meent zich te herinneren dat het CDA vorig jaar tegen de motie over vervanging van de biomassacentrale heeft gestemd omdat het vindt dat het erg terughoudend moet zijn met ingrijpen in particulier bezit. Met extra investeren bedoelt hij het beschikbare geld te richten op de doelen, waarbij wat hem betreft isoleren het hoofddoel is. Daarop moeten jaarplannen afgestemd zijn, zodat er focus is.

De heer HELLER (wethouder) benadrukt dat de gemeente enthousiasmeert, stimuleert en helpt. Dat gebeurt op tal van manieren: het energiedienstenbedrijf, energiecorporaties en het duurzaam bouwloket. Van essentieel belang is zich te realiseren dat de buurtuitvoeringsplannen in die context geen vrijblijvende instrumenten zijn. Ze zijn een manier om met de buurt afspraken te maken over een harde afkoppeldatum. Het college verzet zich daar niet ten principale tegen. Vanwege het niet vrijblijvend zijn ervan is het niet verantwoord om met mensen in gesprek te gaan over het van het gas afkoppelen. Over dwang en geld is er geen duidelijkheid. De inzet van de PvdA snapt hij, maar hij zou dan denken dat die ook een financieel voorstel zou doen. Als de gemeente echt met buurtuitvoeringsplannen aan de slag gaat, dan gaat het al gauw over 10 fte of meer. Dat is de onderlegger van de landelijke € 600 miljoen. Het betreft alleen uitvoering en geen maatregelen. De woonlasten op papier zetten zegt hij graag toe. Individuele huurders zijn via landelijke regelgeving beschermd en behouden hun huurtoeslag. Wat betreft de onderverdeling in huursegmenten gaat het college met de woningcorporaties nieuwe afspraken maken. Er is daar een instrument om de beleidsmatige wensen van de gemeente te borgen en te realiseren.

Als de raad de uitgangspuntennotitie vaststelt gaat het college vanaf maart een intensief communicatie- en inspraaktraject met de bevolking en stakeholders in. Zij worden dan ook gevraagd te reflecteren op de uitgangspunten en de ingenomen positie, zo ook welke hulp en ondersteuning van de gemeente is te verwachten. De planning voor de start van de buurtuitvoeringsplannen is 2022, maar dat hangt af van landelijke ontwikkeling en of wensen van de VNG en de G40 over uitvoeringsbudget, wetgeving etc. worden gehonoreerd. Garanderen kan hij dat echter niet, maar hoe dan ook gebeurt er niets zonder instemming van de raad. Mevrouw KALK houdt motie M 21-8 aan. De heer PELSMA heeft grote moeite met het uitsluiten van het privégebruik, omdat er dan wel kleinschalige pelletverbranding mogelijk is. Er is ook wet- en regelgeving met betrekking tot de schone lucht. Vandaar dat hij amendement A 21-6 heeft gemaakt. Hij kan echter best instemmen met het daaruit halen van privégebruik.

H120210l27

24

Zonder stemming wordt amendement A 21-2 van de SP, de SP, Democraten Hilversum, Hilversums Belang en Hart voor Hilversum over geen biomassaverbranding in de Transitievisie Warmte unaniem aangenomen. De heer VAN ROODEN meent dat de amendementen A 21-6 en A 21-6 samen te voegen zijn. De heer FENNEMA stelt dat amendement A 21-6 van de ChristenUnie en Hilversums Belang verder gaat, maar ook biomassa uitsluit. Dat is dus verstrekkender dan amendement A 21-2 De heer VAN VOORDEN is het daarmee eens. De heer HELLER (wethouder) wijst erop dat het samenvoegen van amendementen tot één tekstvoorstel moet leiden. De VOORZITTER meent dat beide amendementen te combineren zijn. Amendement A 21-6 van de ChristenUnie en Hilversums Belang wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 22 tegen 14 stemmen aangenomen, met de stemmen van het lid Redmeijer van Hart voor Hilversum, dc leden Jaarsma, Verheij, Van Vliet en Wesselink van D66, de VVD en het CDA tegen. Zonder stemming wordt amendement A 21-4 van GroenLinks, Hart voor Hilversum, D66, de VVD, Hilversums, Belang, de SP en Leefbaar Hilversum over informatie en ondersteuning beschikbaar voor iedereen unaniem aangenomen.

Amendement A 21-7 van de PvdA, de ChristenUnie en Hilversums Belang over buurtuitvoeringsplannen Transitievisie Warmte wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 6 tegen 29 stemmen verworpen, met dc stemmen van het lid Jaarsma van D66, de PvdA, het lid Vreugdenhil-de Blécourt van de ChristenUnie Democraten Hilversum en Hilversums Belang voor (mevrouw Boumadkar Boukhriss is bij de stemming afwezig). Motie M 21-11 van het CDA, GroenLinks en Hilversums Belang over lokaal eigenaarschap wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 30 tegen 6 stemmen aangenomen, met de stemmen van de VVD en het lid Redmeijer van Hart voor Hilversum tegen. Zonder stemming het gewijzigde voorstel van burgemeester en wethouders unaniem aangenomen. 9

RAPPORTAGE EN VOORSTELLEN RAADS WERKGROEP VERGADEREN

De VOORZITTER deelt mee dat de raadswcrkgroep vergaderen een eindrapportage heeft opgeleverd, met daarin tien concrete voorstellen opgenomen. In dit raadsvoorstel wordt dc raad gevraagd in te stemmen met deze voorstellen. Na het aannemen van deze voorstellen zal conform deze voorstellen worden gewerkt. Voor zover het bestaande reglement van orde gewijzigd dient te worden zal hierin zo spoedig mogelijk worden voorzien via een daartoe strekkend voorstel. Na behandeling door de commissie op 6 januari ji. heeft de raadswerkgroep de voorstellen nog op een aantal punten gewijzigd of verduidelijkt. Hij heeft grote dankbaarheid voor de mensen die aan de werkgroep hebben deelgenomen en anderen die aan de voorstellen hebben gewerkt. Er ligt een kloek resultaat voor en zijn oproep is er zo snel mogelijk mee aan de slag te gaan. Mevrouw KOOLOOS toont dankbaarheid en respect aan allen die aan de voorstellen hebben gewerkt. Zij ziet een heel mooi resultaat voorliggen, waarover wat haar betreft geen debat meer nodig is. De heer DE JONG sluit zich aan bij de complimenten aan de werkgroep, maar stemt het niet meteen gerust dat die werkgroep schrijft veel te hebben vergaderd om tot een eindrapport te komen. Veel H120210127

25

vergaderen hoeft niet altijd veel resultaat te betekenen. Hij is er erg voor om met discipline, doelgericht, zonder dubbelingen, met veel onderling debat en discussie en hopelijk ook dialoog te komen tot een verbetering van de kwaliteit van de samenwerking, bestuur en toezicht. Het gaat ook om daadkracht en doen. Amendementen wil hij niet steunen, omdat de Agendacommissie en het college de grote lijnen hebben omarmd. De technische toelichting vindt hij waardevol, evenals de beantwoorde vragen. Daarom wil hij in de geest van de voorstellen beginnen. Mevrouw REMMERS omarmt alle voorstellen die de vergaderingen voor de kijker en de raad zelf aantrekkelijker maken en die de besluitvorming verbeteren. Daarom heeft zij geen behoefte om te amenderen. Het stuk is ook aangepast na het voeren van een goede discussie in de commissievergadering. Zij vindt het goed te werken met zoveel mogelijk vaste voorzitters. Het blijft een gezamenlijke verantwoordelijkheid, zodat zij de voorzitters niet al te zwaar wil belasten. Aan de slag gaan is niet eenvoudig, omdat het om een cultuurwijziging gaat, waarop men elkaar moet aanspreken. De heer VAN VOORDEN dankt de werkgroep voor het vele verzette werk. Het debat moet de ruimte krijgen, welk aspect is aangepast. De tijdslimiet geldt daardoor alleen voor de pitch. De ruimte voor insprekers is ook aangepast, ook een belangrijke wijziging.

Hij kan nu instemmen met het stuk. Wel vraagt hij de werkgroep en de griffie om na te denken over de implementatie. Een andere manier van debat voeren vergt aanpassing en daarvoor moet men oog hebben. Mevrouw VREUGDENHIL-DE BLÉCOURT staat van harte achter het aangepaste voorstel. De voorstellen beogen besluitvorrningsprocessen efficiënter en effectiever te laten verlopen, waarbij alle partijen en inwoners veel beter tot hun recht komen. De voorstellen van de PvdA begrijpt zij niet zo goed en die halen de ruggengraat uit het voorstel, waardoor men al snel weer vervalt in oud gedrag. De voorstellen staan niet garant voor een andere vergadercultuur, maar zij hoopt dat wel. een goede structuur is wel een voorwaarde, maar geen garantie. Mensen laten een structuur effectief zijn. De heer GÖBBELS ziet de burger niet als een stoorzender en heeft moeite met de punten 5 en 7, die hij wil laten schrappen. Bovendien is er in het huidige artikel 22 van het reglement van orde voldoende speelruimte om aanscherpingen of veranderingen door te voeren. Ook in punt 2 ziet hij niet zoveel, omdat hij mensen niet als robots ziet. Opinievorming wordt vanzelfsprekend in de manier waarop men met elkaar communiceert.

De heer SLINGERLAND geeft complimenten aan de voorzitter en de leden van de raadswerkgroep en ziet met genoegen dat de raadswerkgroep de opmerkingen in de commissievergadering ter harte heeft genomen en voorstellen heeft aangepast. De huidige en toekomstige raden en colleges en inwoners kunnen daarom daarmee aan de slag. De raad en raadscommissies kunnen nu op de voorgestelde weg voortgaan en de vergaderingen beter laten verlopen. De heer BLOK zegt dank aan de raadswerkgroep die veel inzet heeft getoond en een gedegen rapport heeft afgeleverd. Het eindrapport is goed aangepast aan de wens van de commissie, wat helaas nog niet helemaal heeft geleid tot voldoende aanpassingen in het raadsvoorstel zelf. De bij lagen bevatten goede ontwikkelingen, die hij nog niet voldoende terugvindt in de tien voorstelpunten. Met name wat betreft voorstel 2 is het voor het soms nodige democratisch politieke debat niet altijd mogelijk standpunten van fracties kort en bondig te houden. Hij is mordicus tegen het beperken van de inspraakmogelijkheden in de punten 5 en 7. Punt 5 wil hij laten schrappen, terwijl hij de aanpassing van punt 7 onvoldoende vindt. Er is nu een nieuwe structuur, maar de cultuurverandering gaat niet zo makkelijk en gaat nog wel een tijdje duren.

H120210l27

26

De heer VOGEL is zeer blij met het werk van de werkgroep. Er is veel inzet gepleegd om efficiënt en doelmatig te kunnen vergaderen. Hij is ook blij met de aanpassingen, waarna aan de slag kan worden gegaan. Mevrouw VAN DROOGE erkent de noodzaak om betere afspraken over vergaderen te maken, maar een aantal zaken die in het voorstel staan probeerde men al toe te passen, zoals het scheiden van beeld- en oordeelsvorming en het beperken van de spreektijd in eerste en tweede termijn. Stukken lopen een enorm traject af en daarvan krijgen raadsleden weinig te zien. De Agendacommissie gaf aan dat de informatievoorziening vaak onvoldoende is door het afleveren van niet duidelijke stukken. Die zaken leiden tot lange en vermoeiende commissievergaderingen. Ook nu is er nog geen antwoord op dat probleem, maar de raad laat zich al wel beperken in de vergaderorde. Zij denkt dat het daarvoor nog te vroeg is. Het beperken van het inspreekrecht is ook als een voorstel gedaan om beter en efficiënter te vergaderen. Dat gebeurt niet door het probleem aan de bron aan te pakken, maar door beperkingen aan de andere kant op te leggen aan raadsleden en inwoners. De inspreekmogelijkheid van burgers zou volgens haar op alle gebieden verbeterd moeten worden, niet alleen op niet geagendeerde onderwerpen.

De kern heeft men volgens haar nog steeds niet te pakken en daarom worden zaken te vroeg en in de verkeerde volgorde aangepakt. Daarom dient zij twee amendementen in. Amendement A 21-9 ‘Beeldvorming en informatievoorziening’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 27januari 2021, behandelend agendapunt 9 ‘Rapportage en voorstellen raadswerkgroep vergaderen’; constaterende dat: • de voorstellen 1 en 2 betrekking hebben op het invoeren van het zogenaamde ‘BOB-model’; • de raadswerkgroep het uitgangspunt hanteert dat beeldvorming en oordeelsvorming van elkaar gescheiden moeten worden voor een betere beraadslaging; • de raadswerkgroep er in het voorstel tevens vanuit gaat dat de eerste bijdrage van de oordeelsvorming slechts uit ‘korte en bondigc standpunten’ hoeft te bestaan, mits er een gedegen beeldvorming heeft plaatsgevonden; overwegende dat: • de raad ondanks de beste intenties nog steeds regelmatig niet voldoende in staat wordt gesteld om tot een gedegen beeldvorming te komen; • het daarom op dit moment praktisch niet haalbaar zal blijken om beeldvorming en oordeelsvorming van elkaar te scheiden, aangezien het aan beeldvorming al vaak ontbreekt; • dat een zeer korte eerste bijdrage in de oordeelsvorming niet mogelijk is als er nog teveel zaken onduidelijk zijn, of als er behoefte is aan een ideologische uiteenzetting van argumenten; • er desalniettemin

duidelijk behoefte is aan goede afspraken ten behoeve van de informatievoorziening en beeldvorming; besluit: • voorstel 1 van het raadsbesluit te wijzigen, zodat deze als volgt komt te luiden: o Samen met het college worden heldere afspraken gemaakt op welke manier de beeldvorming en informatievoorziening naar de raad transparanter, toegankelijker en duidelijker wordt, inclusief het gebruik en de opzet van de Beeldvormende Sessies en het opstellen van heldere stukken ter ondersteuning van raadsvoorstellen; • voorstel 2 van het raadsbesluit te schrappen; • de voorstellen 3 tot en met 10 overeenkomstig de nieuwe volgorde te nummeren; (Amendement A 21-9 van de PvdA en Hilversums Belang) Amendement A 21-10 ‘Inspraak versterken’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 27januari 2021, behandelend agendapunt 9 ‘Rapportage en voorstellen raadswerkgroep vergaderen’, constaterende dat: H120210127

27

inspraak van burgers een essentieel democratisch recht is; er twee voorstellen in het raadsvoorstel staan die betrekking hebben op het inspreekrecht van burgers; • de ervaring leert dat inspreken in de commissie over het algemeen pas plaats vindt als andere vormen van meepraten of overleggen spaak lopen; • de raadswerkgroep constateert dat participatie, meespraak en overleg met burgers in de aanloop naar een college- of raadsvoorstel veelal niet naar wens verloopt en hier wat te verbeteren valt; • derhalve de behoefte aan inspraak, geagendeerd of niet geagendeerd, onafhankelijk van de status van het overleg met de gemeente of het college, onverminderd groot blijft; • de (onbedoelde) gevolgen van het beperken van de inspraak voor beide voorstellen onvoldoende onderzocht zijn, spreekt als mening uit dat: • de raad zich te allen tijde hard moet maken voor het inspraakrecht van burgers; besluit: • voorstel 5 van het raadsbesluit te schrappen; • voorstel 7 van het raadsbesluit te wijzigen, zodat deze als volgt komt te luiden: o We verbeteren de kwaliteit van de inspreekmogclijkheden van burgers; • de voorstellen 6 tot en met 10 overeenkomstig de nieuwe volgorde te nummeren. (Amendement A 2 1-10 van de PvdA, de SP, Democraten Hilversum en Hilversums Belang) • •

De heer DE JONG vraagt wat mevrouw Van Drooge als kern van het probleem en als oplossing ziet. Mevrouw VAN DROOGE ziet de beeldvorming en informatievoorziening als kem van het probleem. Het gaat ook om participatie van inwoners. Raadsleden komen infonnatie tekort en worden niet goed meegenomen in het proces bij het opstellen van voorstellen. Er zijn wel pogingen, maar er is toch een kloof tussen wat raadsleden echt willen weten en waarover het college of andere raadsleden met initiatiefvoorstellen komen. Dat probleem is helder, maar zij meent dat men te snel is met het beperken van de commissie. Men zou aan het begin van het traject elkaar mee moeten nemen, bijvoorbeeld met een startnotitie. Dat is echter nog steeds niet de kern. De raad worstelt constant met de benodigde informatievoorziening om goede besluiten te nemen en daarvoor biedt dit stuk volgens haar geen oplossing. Mevrouw REMMERS heeft het college gewezen op de kwaliteit van de stukken, waarop de burgemeester een toezegging heeft gedaan. Ook kan de raad zelf zien wat hij gaat doen. Men zou niet meer vragen naar nog meer details, maar zich beperken tot de hoofdlijnen. De VOORZITTER wijst erop dat de gemeentesecretaris ook verantwoordelijk is voor de stukken van de ambtenarij. De heer DE JONG raadt aan met het voorliggende voorstel te beginnen, omdat dat over de raad zelf gaat.

Informatievoorziening behoeft nog aandacht en participatie staat op elke agenda en moet ook beter. Hij hoopt dat de PvdA het voorstel omarmt en in de geest van de raadsbrede werkgroep aan de slag gaan. Mevrouw VAN DROOGE heeft een paar kleine aanpassingen voorgesteld, waarin de raad kan meegaan. De heer VOORINK (wethouder) dankt de werkgroep evenals de wethouder die in het proces hebben meegedacht. Het is goed na te denken over de vergaderstructuur, maar corona helpt daar absoluut niet bij. Het gaan om met elkaar omgaan en elkaar aanspreken. Mevrouw VERWEIJ daagt het college ook uit om de eigen procedures te doorgronden en te onderzoeken en verbetervoorstellen te doen, zoals de raad dat heeft gedaan. Het college zou ook verbetervoorstellen moeten maken. H120210127

28

Raadsvergaderingen vallen of staan met respect voor elkaar en op dat punt valt nog wel het een en ander te verbeteren. De volledigheid, tij digheid en dc kwaliteit van stukken zijn essentieel en daarop vraagt zij een plan van aanpak van het college. De burger vindt zij geen stoorzender en daarom vraagt zij ruim baan voor inspraak. Beeldvorming en oordeelsvorming kunnen wat haar betreft over meerdere vergaderingen worden gesplitst. Zij stemt tegen het voorstel, tenzij de artikelen 5 en 7 daaruit gaan. Mevrouw DEN DAAS zegt dank aan de raad en raadswerkgroepleden voor de verzette bergen werk. De rondgang van de burgemeester en de griffier en de heidag van bijna twee jaar terug maakten duidelijk dat de raad niet tevreden was over zijn eigen manier van vergaderen. Het kan beter, zowel in kwaliteit als effectiviteit, waarbij de inwoners beter betrokken moeten worden. Een raadswerkgroep is aan de slag gegaan en heeft het college en de Agendacommissie om advies gevraagd. Tien voorstellen zijn met de raadscommissie besproken. Belangrijk is dat wat de raad zich voorneemt hij ook uitvoert. Wat betreft de amendementen haalt men met het aanpassen van het eerste voorstel en het schrappen van het tweede voorstel de bodem uit het stuk. Het eerste voorstel gaat over de beeldvormende en oordeelsvormende fase bij de commissiebehandeling.

Praktisch zou het niet haalbaar zijn om beeldvorming en oordeelsvorming te scheiden, omdat het nu al vaak aan beeldvorming ontbreekt. De eerste bijdrage in de oordeelsvormende fase zou niet kort kunnen zijn bij onduidelijke zaken of bij het moeten geven van ideologische uiteenzettingen, evenals als er behoefte is aan informatie en beeldvorming. Als reactie daarop geeft zij aan dat beide voorstellen de kern vormen. De knip tussen beeldvorming en oordeelsvorming is bedoeld te voorkomen zonder goede beeldvorming verder te vergaderen. Het college vindt beeldvorming ook zeer waardevol. Als de raad behoefte heeft aan meer is te experimenteren met andere vormen, zoals werkbczoeken of een expertsessie. Dat het voorstel is om in de oordeelsvormendc fase de eerste bijdrage kort en bondig te houden is bedoeld om voor kijkers/luisteraars, andere fracties en het college helder te krijgen wat het belangrijkste bespreek- of debatpunt is in het voorliggende voorstel. Dat zou het onderlinge begrip en bij de toeschouwers moeten vergroten en het debat verlevendigen. Ingewikkelde invoering kan wat haar betreft geen reden zijn om het toch niet te doen. Alle begin is namelijk moeilijk en allen moeten elkaar daarbij helpen.

Voorstel 5 helemaal schrappen lijkt haar onverstandig, omdat de raad waakt over het algemeen belang en er niet is om uitvoeringsbesluiten van het college of andere twistpunten op te lossen. Insprekers die daarover hun woordje willen doen moeten naar het juiste loket. Zij kunnen bij de gemeente terecht en er is ook een ombudsman. Voorstel 7 is op meerdere punten aangepast en geeft juist de ruimte aan insprekers om over een niet geagendeerd onderwerp in te spreken, en wel zo dat de inspreker en de commissie zich kunnen voorbereiden. Dat is een verbetering die volgens haar aan beide partijen recht doet. Mevrouw VERWEIJ heeft een volksvertegenwoordigendc rol en meent dat mensen zich tot de gemeenteraad moeten kunnen wenden. Mevrouw DEN DAAS reageert dat voorstel 5 bevat dat inspreekmogelijkheden over lopende vergunningaanvragen en lopende bezwaar- en beroepsprocedures in het reglement van orde worden beperkt en lijkt het niet handig om als raad daarin te treden. Mevrouw VERWEIJ stelt dat inwoners dan ook het recht moeten houden om zich te wenden tot de gemeenteraad. Bij zaken onder de rechter liggen die buiten de gemeente. Zolang zaken bij de gemeente liggen, vindt zij dat inwoners ook bij de gemeenteraad terecht moeten kunnen.

Amendement A 21-9 van de PvdA en Hilversums Belang over beeldvorming en informatieverstrekking wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 8 tegen 28 stemmen verworpen met de stemmen van de PvdA, de SP, het lid Pclsma van de ChristenUnie, Leefbaar Hilversum, Democraten Hilversum en Hilversums Belang voor. ,

Amendement A 2 1-10 van de PvdA, de SP, Democraten Hilversum en Hilversums Belang over inspraak versterken wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 7 tegen H120210127

29

28 stemmen verworpen, met de stemmen van de PvdA, de SP, Democraten Hilversums, Leefbaar Hilversum en Hilversums Belang voor (de heer Jaarsma is bij de stemming afwezig). Mevrouw VAN DROOGE legt een stemverklaring over het voorstel af en doet het pijn de werkgroep niet de erkenning en het plezier voor het gedane werk te kunnen geven. Gezien de stemming en de discussie kan zij nu echter niet voor stemmen. Zonder stemming wordt het voorstel van de raadswerkgroep met 31 tegen 5 stemmen aangenomen, onder aantekening dat de fracties van de PvdA, de SP en Democraten Hilversums geacht worden te hebben tegengestemd. 10

VRAGEN AAN HET COLLEGE Er zijn geen vragen.

11

MOTIE M 21-1 VAN DE SP, HART VOOR HILVERSUM, DE PVDA EN HILVERSUMS BELANG OVER GIFTENBELEID VOOR UITKERINGSGERECHTIGDEN “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 27januari 2021, behandelende de motie vreemd aan de orde van de dag; constaterende dat: • de regels in de bijstand streng zijn; • het tot achter de komma controleren, terugvorderen en beboeten diep ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer van een individu; • er ruimte is voor maatwerk en gemeenten beleidsvrijheid hebben om giftenbeleid af te spreken; • er in de gemeente Hilversum geen giftenbeleid is voor uitkeringsgerechtigden; • er in andere gemeenten goede voorbeelden zijn van een giftenbeleid zoals bijvoorbeeld in de gemeente Amsterdam (https://www.amsterdam.nl/werk-inkomenlbij standsuitkering!giften tote 1200!); draagt het college op: • zo snel als mogelijk, maar zeker voor de behandeling van de kadernota in juni 2021, een giftenbeleid voor uitkeringsgerechtigden aan de gemeenteraad voor te leggen; • uitkeringsgerechtigden die een gift tot maximaal € 1.200,- per jaar ontvangen menswaardig en ruimhartig tegemoet te treden totdat het giftenbeleid is vastgesteld; en gaat over tot de orde van de dag. (Motie M 21-1 van de SP, Hart voor Hilversum, de PvdA en Hilversums Belang)

Mevrouw VERWEIJ licht de motie toe. De vermeende misstanden zoals in Wijdemeren kunnen volgens haar niet waar zijn. De controles zijn heftig en de inbreuk op de privacy is groot. Het is echter mogelijk om giftenbeleid vast te stellen, zoals de gemeente Amsterdam heeft gedaan. Zij stelt voor dat de gemeente Hilversum dat ook doet met een norm van € 1.200,-, maar ook bedragen van € 1.800,- of€ 600,per jaar zijn mogelijk. Bij aanname kan de motie worden meegegeven aan de staatssecretaris, die bij wethouder Wolthers op bezoek komt. De heer WESTERNENG vindt de motie sympathiek, maar informeert naar de uitvoerbaarheid ervan. De VVD is voor transparanter en duidelijker beleid om misverstanden zoals in Wijdemeren te voorkomen. De wethouder in Wij demeren is volgens de Gooi en Eemlander niet per se voorstander van het giftenbeleid, omdat het de boel kan scheeftrekken.

H120210127

30

Mevrouw WOLTHERS (wethouder) heeft het giftenbeleid vastgelegd in de werkinstructies. De gemeente hanteert een vrijlating bij sommige giften, mits die gemeld worden. In Hilversum kan maximaal € 1.380,- perjaar vrijgelaten worden. Dat is zes keer het vrijlatingsbedrag bij inkomsten. De motie wil zij overnemen ten behoeve van het aanbrengen van meer transparantie in de beleidsregels. Zaken zullen in het tweede kwartaal door het college worden behandeld. Vastlegging van de vrijstelling zal in de uitvoering geen problemen opleveren. Mevrouw REMMERS dient de motie graag mede in en meent dat € 1.800,- als vrijstelling ook mogelijk is. De heer VAN VOORDEN stemt van harte met de motie in, maar vraagt de wethouder wel naar de redelijkheid te kijken, in de zin dat werken wel moet lonen. De VOORZITTER deelt mee dat in de motie € 1.200,- wordt gewijzigd in E 1.380,De gewijzigde motie M 21-1 van de SP, Hart voor Hilversum, de PvdA, Hilversums Belang en GroenLinks wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 34 tegen 0 stemmen unaniem aangenomen (de leden Den Daas en Van Drooge zijn bij de stemming afwezig). 12

MOTIE M 2 1-05 VAN HART VOOR HILVERSUM, DE VVD, LEEFBAAR HILVERSUM, DEMOCRATEN HILVERSUM EN HILVERSUMS BELANG OVER EXPERTMEETING FLEX WONEN (VADO) “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 27januari 2021, behandelende de motie vreemd aan de orde van de dag; overwegende dat: • de raad van Hilversum bezig is met het ontwikkelen van een Hilversumse Woonvisie; • het onderwerp/instrument flexwonen nog niet in dat kader besproken is; • de raad van Hilversum graag beeldvormend meer informatie over dit onderwerp zou krijgen, teneinde te kunnen beoordelen of ‘flexwonen’ betrokken zou moeten worden bij de Hilversumse Woonvisie; voorts overwegende dat: • de raad via de griffie budget heeft om zelf in beeldvormende bijeenkomsten te kunnen voorzien; spreekt als haar wens uit dat: • de griffie in opdracht van deze raad samen met enkele raadsleden een ‘Expertmeeting Flexwonen’ organiseert die vanuit dat griffiebudget wordt betaald, en gaat over tot de orde van de dag. (Motie M 21-1 van Hart voor Hilversum, de VVD, Leefbaar Hilversum en Democraten Hilversum)

Mevrouw REDMEIJER licht de motie toe en wil graag raadsbrede beeldvorming, die de raad zelf organiseert, wat via het griffiebudget kan. Belangrijk is dat alle raadsleden met dezelfde info starten over het onderwerp flexwonen. De heer VAN ROODEN informeert naar de kosten. Mevrouw VAN DE LINDE heeft nog niet echt een budget vastgesteld en daartoe wordt gewacht op de volgende vergadering van het presidium. De heer HELLER (wethouder) neemt het initiatief mee naar het proces van de woonvisie. HI20210127

31

Zonder stemming wordt motie M 21-1 van Hart voor Hilversum, de VVD, Leefbaar Hilversum en Democraten Hilversum unaniem aangenomen. 13

MOTIE M 2 1-16 VAN HET CDA, HILVERSUMS BELANG, DEMOCRATEN HILVERSUM, DE PVDA, DE SP EN LEEFBAAR HILVERSUM OVER RAADSONDERZOEK WMO/WELZIJN, SCHONE LEI VOOR EEN NIEUWE RAAD “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 27januari 2021, behandelende de motie vreemd aan de orde van de dag; constaterende dat: • het KPMG rapport ‘Inzicht- en handelingsperspectieven sociaal domein’ duidelijk maakt dat de grip op de kostenontwikkeling in het sociaal domein verbeterd kan worden; • de gemeenteraad sinds de start van de decentralisatie de benodigde grip probeert te verkrijgen; overwegende dat: • de raad in de afgelopen jaren met diverse wethouders in gesprek is geweest over de vraag op welke manier er bij gestuurd zou moeten worden; • het vanwege de complexiteit van het brede beleidsterrein zeer uitdagend is om als raad invulling te geven aan de kaderstellende en controlerende rol; • er reeds meerdere uitgevoerde onderzoeken beschikbaar zijn, waarbij echter beperkt is gereflecteerd op de rol van de raad bij dit onderwerp; spreekt uit dat: • de raad behoefte heeft aan een evaluatie, conclusies en aanbevelingen rond de vraag: hoe is de decentralisatie in Hilversum verlopen en wat zijn na zes jaar de geleerde lessen voor de komende periode, met daarbij aandacht voor de samenwerking, de informatievoorziening en de financiële verantwoording in de gehele keten: raad, college en

organisatie (Regio G&V en Hilversum) met aandacht voor de verschillende taken en verantwoordelijkheden; • om de onderzoeksvraag te beperken, dit onderzoek uit te voeren naar de decentralisatie (nieuwe taken) op het gebied van Wmo en welzijn (dus niet: jeugd en Participatiewet); • een dergelijk onderzoek, uit te voeren door een extern bureau, moet leiden tot een fundament voor verdere ontwikkeling voor nieuw beleid voor raadsleden, college en Organisatie, welk raadsonderzoek dient te worden uitgevoerd onder de volgende voorwaarden/condities: het presidium doet aan de raad een voorstel voor het instellen van een 1. “begeleidingsgroep raadsonderzoek Wmo/Welzijn”; 2. de begeleidingsgroep wordt ondersteund door de griffier of een door hem aan te wijzen persoon of personen; de begeleidingsgroep formuleert een onderzoeksopdracht, passend bij de wens van 3. deze motie; 4. de begeleidingsgroep legt de onderzoeksopdracht voor aan de commissie ter advies, voorzien van een kostenindicatie; 5. de begeleidingscommissie vraagt bij minimaal twee bureaus een offerte aan, selecteert en verleent opdracht en begeleidt het onderzoek; 6. de begeleidingsgroep zendt na de oplevering van de rapportage, deze zo spoedig mogelijk aan de raad, bij voorkeur voor 1 november 2021; de kosten voor het onderzoek worden gedekt uit de algemene middelen, 7.

en gaat over tot de orde van de dag.” (Motie M 21-6 van het CDA, Hilversums Belang, Democraten Hilversum, de PvdA, de SP en Leefbaar Hilversum)

De heer VAN VOORDEN licht de motie toe. Ambities versus realiteit, te weinig grip op processen, financiële onduidelijkheid, extra middelen voor het Sociaal Plein en onrust onder inwoners waren thema’s die de afgelopen jaren herhaaldelijk passeerden bij het sociaal domein en de decentralisaties. Het KPMG-rapport bracht daarin geen rust. Meerdere fracties stelden al vragen, maar het H120210127

32

lukte niet om grip op het sociaal domein te krijgen. Te vaak wordt de raad verrast door actuele ontwikkelingen en vaak stelt hij zich de vraag of hij die had kunnen weten of de situatie had kunnen voorkomen. Dc vraag is of de raad durft te kijken naar zijn controlerende en kaderstellende rol in relatie tot het college, de Organisatie en de regio. Zo’n onderzoek is nog nooit eerder gehouden. Normaal gaat een onderzoek over uitvoering en blijft de rol van de raad onderbelicht. Daarom dient hij met andere fracties de motie in, om te onderzoeken wat er te leren is van het verleden, om terug te kijken naar de decentralisaties. Daarmee is voor de toekomst betere invulling te geven. Beslissingen gaan over vaak kwetsbare mensen. Wil men die serieus nemen, dan moet men niet afwachten, maar aan de slag gaan. Mevrouw REMMERS is het ermee eens dat discussies in raads- en commissievergaderingen vaak onvoldoende opleveren. Naar het eigen gedrag kijken zou kuimen helpen om een stap verder te komen. Verder benadrukt zij dat er binnen het Sociaal Plein een heleboel wel goed gaat. Een onderzoek naar de tevredenheid van de gebruikers van jeugdvoorzieningen gaf aan dat die als fijn, passend en adequaat zijn ervaren. Vanaf 1 januari 2015 heeft dc gemeente nieuwe taken gekregen. Adviesorganen hebben gewaarschuwd tegen de discussie die alle gemeenten voeren.

Zij hebben onvoldoende budget gekregen, zodat de problemen bekend hadden kunnen zijn. Zes jaar lang zijn er al discussies. Eerst ging het over de zachte landing, daama zou de transitie volgen. Daarna is een groot aantal commissieleden afgehaakt, omdat zij door de bomen het bos niet meer zagen. Het sociaal domein wordt op één hoop gegooid, terwijl het drie te onderscheiden wetten zijn: de Jeugdwet, de Wmo en Participatiewet, welke laatste wet echt andere uitgangspunten heeft. Praten over het sociaal domein helpt volgens haar niet in het scheppen van duidelijkheid. Daarom is zij blij met de begrenzing in de motie om alleen naar de Wmo te kijken. Dat is een redelijk beperkt onderzoeksgebied. Desondanks heeft zij zorgen over de motie. Na het KPMG-rapport wordt het college gevraagd de raad van nog meer informatie te voorzien, terwijl de regio al heel veel informatie geeft. Ook het college doet met het dashboard zeer zijn best, maar de raad worstelt waarover hij eigenlijk gaat. Het zou de raad helpen als die het over minder details heeft. Zij vraagt zich af of de raad in staat is om drie of vier leden uit de raad of de commissie af te vaardigen die het eens worden over een onderzoeksvraag en daarna offertes bespreken. Zij wil twee mensen het mandaat en vertrouwen geven.

Mocht de motie leiden tot een onderzoek waarvan lades al vol liggen, dan zadelt de raad de nieuwe raad en het nieuwe college met een probleem op waarmee men al zes jaar worstelt. Beperking tot een onderzoek waarin de raad navelstaart naar het eigen gedrag, dan weet het CDA haar aan zijn zijde. Als het een onderzoek wordt dat in een lade verdwijnt, dan blijft het bij worstelen met deze dossiers en discussies. De heer JAARSMA laat weten dat de gemeente vol verwachting en energie in 2014 en 2015 begon aan de nieuwe taken in het sociaal domein. Raad, wethouders, ambtenaren, uitvoeringspartners en de regio hebben die opgepakt en ondertussen is er heel veel gerealiseerd. Gezorgd is voor een zachte landing en de gemeente dient Hilversum snel en met passende zorg. Het beeld van de stand van het sociaal domein wordt helaas niet gevormd door de lange lijst van zaken die goed en steeds beter gaan, maar door tekorten. Dat behoeft aandacht, maar moet niet afleiden van het vormgeven van de decentralisatie in het sociaal domein, de transformatie. Verbeteringen komen stap voor stap met de mensen die het moeten doen en elkaar versterken door ieder de ruimte te geven om de eigen rol zo goed mogelijk in te vullen. Met enig leedwezen heeft D66 de discussie in de commissievergadering over het KPMG-rapport gevolgd, waarin elkander weinig ruimte werd gegeven.

De verklaring daarvoor is onmacht om de kaderstelling zo te doen dat in de uitvoering grip wordt verkregen en zaken goed te volgen zijn. Dat leidt voor D66 niet tot de conclusie dat voor dc verbetering van de kaderstelling een extern bureau nodig is dat door een begeleidingscommissie van de raad aangestuurd moet worden. In dezen is het college beleidsvoorbereider die de raad in een kaderstellende positie moet brengen. Juist het college als schakel tussen raad en uitvoering en de door allen te zetten verbeterstappen. Hij vraagt of het college die rol steeds beter kan spelen. H120210127

33

De heer WESTERNENG vond de vergaderingen van de commissie Zorg en Samenleving in de afgelopen jaren soms een worsteling, met steeds meer gedetailleerde vragen en antwoorden. Het gaat om een detailniveau waarop de raad zich eigenlijk niet zo moeten bevinden. Dat komt door het zoeken naar grip. Conclusies en aanbevelingen van rapporten van dc Rekenkamer en externe bureaus gaan zelden over de raad. De raad moet beter de regie pakken en beter sturen, maar daarop is volgens hem te weinig op gereflecteerd. Dc raad zou moeten reflecteren over de eigen gespeelde rol bij de decentralisatie de afgelopen zes jaar om te kijken of de kaderstellende en controlerende rol goed is uitgevoerd of beter had gekund. Zijn er duidelijke kaders gegeven die haalbaar en behapbaar waren voor dc organisatie? Zijn de kaders daar geland? Wat is ermee gedaan en waren dc gestelde kpi’s passend bij het kader om de controlerende rol uit te voeren? Hij vindt het van belang dat er niet weer nieuw onderzoek bijkomt dat andere onderzoeken overdoet. Bij het bepalen van dc onderzoeksvraag wil hij de bestaande onderzoeken als uitgangspunten nemen en daarenboven nieuwe vragen toevoegen die vooral op de rol van de raad reflecteren. De focus van het onderzoek zou moeten zijn hoe de raad beter kan kaderstellen en kan controleren.

Dan kunnen toekomstige commissies zich beter toeleggen op rollen die haar passen: kaderstellen en controleren en wegblijven bij details. Mevrouw REDMEIJER vindt het altijd goed om te kijken naar het eigen functioneren. Sommige dingen had de raad kunnen weten en andere dingen niet. Regelmatig heeft zij zich als oud-woordvoerder over het sociaal domein afgevraagd of zij bij de ondernemingsraad van het Sociaal Plein is beland. Zij heeft evenals de VVD geen behoefte aan al gedane onderzoeken. Als laatste overweging toevoegen dat gedane onderzoeken niet de scope hebben omvat van de rol van de raad, hoe die zelf functioneert en het dictum heel erg breed maken doet bij haar de angst oproepen in oud gedrag te vervallen en dingen te doen die niet noodzakelijk zijn. Zoals de motie nu is verwoord kan zij die niet steunen, terwijl zij het wel eens kan zijn met te kijken hoe de raad het doet. Mevrouw VERWEIJ deelt mce dat de gemeente de belangrijke taak heeft om zorg te dragen voor haar inwoners. De commissie heeft zich afgevraagd wie de gemeente helpt, welk aantal mensen dat is, hoeveel dat kost, waar het geld heen gaat en of dat rechtvaardig is. Zij is dus voor een onderzoek. Mevrouw VREUGDENHIL-DE BLÉCOURT vraagt zich ook af hoe betere kaders te stellen zijn en hoe het komt dat kaders niet worden uitgevoerd. Een smalle scope is volgens haar heel goed.

Zij betwijfelt de uitspraak van mevrouw Verweij dat onderzoeksvragen klip en klaar zijn, omdat er verschil van mening kan zijn over welke onderzoeksvragen te stellen zijn. Daarom wil zij bij het aannemen van de motie de voorwaarde stellen dat als onderzoeksvragen voorliggen alsnog besluitvorming zal plaatsvinden over het al dan niet doen van het onderzoek. Dat omdat er toch wel verschillende beelden zijn over wat men precies wil onderzoeken. Mevrouw WALTERS (wethouder) vindt het ook belangrijk om het over een onderzoek te hebben en daarom geeft zij als wethouder Wmo een reactie. Dat doet haar collega Wolthers als portefeuillehouder Sociaal Plein en Personeel ook. Zijzelf geeft een advies naar aanleiding van de motie. Zij wil beginnen met de huidige stand van zaken bij dc Wmo. De heer VAN VOORDEN vindt dat niet de voorliggende vraag. Mevrouw WALTERS (wethouder) vindt dat wel van belang, omdat de gemeente wel een heleboel heeft bereikt. Er ligt heel veel aan beleid, dat zij wil toelichten. De aanbevelingen van het rekenkamerrapport zijn uitgevoerd. De afhandeltijden in het rekenkamerrapport waren het grote zorgpunt en de rest was redelijk oké. In 2018 zijn 4.000 aanvragen afgehandeld, waarvan 33% op tijd. In 2019 zijn 4.300 afgehandeld, waarvan 44% op tijd. In 2020 waren er 4.550 aanvragen, waarvan 81% op tijd is afgehandeld.

Op cliënttevredenheid (goede kwaliteit van ondersteuning) scoort de gemeente 92%. 93% zegt het eens te zijn met de stelling dat de ontvangen ondersteuning past bij de hulpvraag. De uitslagen van het H120210127

34

cliënttevredenheidsonderzoek over 2020 komt in het eerste kwartaal van 2021 binnen. Dat is dc huidige stand van zaken. D66 vroeg hoe de raad kan worden geholpen in de kaderstellende rol te komen. De Kadernota sociaal domein loopt van 2017 tot 2022, is geldig en vermeldt negen kernwaarden. Op 16 oktober 2019 is de agenda Wmo-Welzijn vastgesteld die loopt van 2019 tot 2021. Daarin staat alles wat zij aan het doen is: versterken van de sociale basis, ondersteuning in de wijk en goed de Wmo uitvoeren. Zij houdt de raad via collegebrieven regelmatig op de hoogte. Door tekorten moesten raad en college samen besluiten over aanpassingen. De uitgangspunten voor de inkoop van het sociaal domein is gedurende een hele avond besproken. De gemeente had last van tekorten en overschrjdingen kwamen laat binnen, maar daarover heeft zij uitgebreide toelichting en verantwoording geleverd, Op 22 oktober 2020 was er een uitgebreide brief over waar de overschrijding vandaan kwam. Op productniveau is aangegeven welke producten al dan niet groeien. Er is een raadsdashboard gemaakt, waarvoor samen met de raad kpi’s zijn gemaakt. Die wordt verder uitgebreid. In het laatste raadsdashboard zat extra Wmo-informatie, waarover de raad positief was. Het KPMG-rapport gaat meer over de bedrijfsvoering. Er is dus al heel veel gebeurd en de Wmo draait.

Aanpassingen en bezuinigingen wil zij samen met de raad doorlopen. Voor volgend jaar is er een gezamenlijke taakstelling van € 900.000,- die zij samen met de raad gaat invullen. Mevrouw WOLTHERS (wethouder) voegt toe dat er een hoop in het sociaal domein te doen is, wat elke vergadering tot roerige discussies leidt en vraagt om nog meer onderzoeken en meer informatie. Dat doet iets. Bij de bespreking van het KPMG-rapport zijn er woorden gevallen die impact hebben op de ambtelijke Organisatie, die onder druk staat. In de jaren 2015 tot 2017 was er sprake van een van de grootste veranderingen in het sociaal domein. Kaders zijn in 2019 opnieuw vastgesteld en besproken is hoe daarop te meten is met dashboards. Resultaten worden elke keer beter. Alles wat aan rapportages is verschenen wordt meegenomen in de bedrijfsvoeringsagenda. De capaciteit van het Sociaal Plein is volgens het BMC-rapport aan de lage kant. Ondertussen is er een coronacrisis gaande. Er waren 8.000 Tozo-aanvragen. De motie vraagt om een evaluatie van de samenwerking, informatievoorziening en financiële verantwoording in de hele keten met aandacht voor verschillende taken en verantwoordelijkheden. Dat is te veel gevraagd en de organisatie kan dat er volgens haar niet meer bij hebben. Daarom ontraadt zij de motie met klem. De heer VAN VOORDEN heeft waardering voor het werk en het gezegde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=c25c190d-7b84-402f-bca6-1d67d0607f31