CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Vastgesteld en getekend verslag raadsvergadering d.d. 21 april 2021

GEMEENTERAAD 21 april 2021, gemeente Hilversum17.048 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Mevrouw KOOLOOS wil de geboden kans van de verdubbelaar niet laten liggen. Wel wil zij dat het geïnvesteerde geld binnen de regio blijft en niet aan internationale bedrijven wordt uitgekeerd. H120210421

18

De heer SLII’TGERLAND herinnert aan een presentatie over en door de ROM enkele weken terug, waarbij hem een strak businessplan bleek. Van die eerste inleg van € 22 miljoen, waaraan Hilversum € 1 miljoen heeft bijgedragen, is al ruim € 1 miljoen aan Hilversumse ondernemers uitgekeerd. Het fonds werkt dus wel. De ROM heeft voor 16,5% aan steun aan de regio uitgekeerd, substantieel meer dan de inleg van de regio/Hilversum. Alles overziend lijkt het erg gewettigd en overtuigend bewezen dat het goed is om een volgende storting te doen. De ROM wordt als verbonden partij in de jaarrekening en begroting opgenomen, zodat de risico’s daarbij ook zullen worden aangegeven, welke risico’s overigens niet zo groot zijn. De heer KUIPERS (wethouder) reageert dat rente-effecten altijd op de begroting drukken. Uiteindelijk gaat het om geld dat in het kader van coronahulp in de ROM wordt gestoken. Daardoor wordt eerder de totale fondsomvang bereikt. Het geld is daardoor beschikbaar als het nodig is. Hij kan niet garanderen dat er geld bij internationale bedrijven terecht komt. De bedoeling is dat het geld landt in de regio. Het kan dus niet in andere regio’s landen. Bedrijven hebben daar volgens de financieringsvoorwaarden recht op.

Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten, onder aantekening dat de SP en Democraten Hilversum geacht worden te hebben tegengestemd (34 stemmen voor en 3 stemmen tegen). De VOORZITTER schorst de vergadering. Schorsing (21.05

—

21.15 uur).

De VOORZITTER heropent de vergadering. 14

UITTREDINGSOVEREENKOMST AMSTERDAM GNR EN GOOISE NATUURAGENDA

De VOORZITTER licht het voorstel toe. De colleges van de gemeenten Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen en Laren, alle participanten van het GNR, hebben overeenstemming bereikt met GNR participant Amsterdam over de uittreding van de gemeente Amsterdam uit het GNR. Het college van burgemeester en wethouders van Hilversum legt dit voorgenomen besluit voor wensen en bedenkingen voor aan de raad. Het college stelt de raad voor om geen wensen en bedenken in te brengen over het voorgenomen besluit. In het commissiedebat op 7 april jl. kwam met name de vraag naar voren of toch een brief naar de gemeente Amsterdam te sturen is waarin wordt aangegeven dat de gemeente Hilversum de uittreding betreurt. Wethouder Scheepers ontraadde dat. Alle aanwezige woordvoerders achtten het voorstel wel rijp voor behandeling door de raad. De fracties van de PvdA, de SP en Democraten Hilversum maakten een voorbehoud. De overige aanwezige fracties adviseerden de raad positief. De heer GÖBBELS noemt de uittreding van de gemeente Amsterdam pijnlijk voor het GNR en is van mening dat het goed is om dat als gemeenteraad uit te spreken en kenbaar te maken. Daarom dient hij amendement A 21-5 1 in. Amendement A 21-51 ‘Amsterdam uit GNR’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 21 april 2022, gelezen agendapunt 14.

Uittredingsovereenkomst Amsterdam GNR en Gooise Natuuragenda (751382); overweegt dat: de uittreding uit het GNR de nadrukkelijke wens is van de gemeente Amsterdam maar voor het GNR een gevoelige structurele verandering oplevert;

—

H120210421

19

het bezoek aan en gebruik van de Gooise Natuur ook vanuit Amsterdam toeneemt, constateert dat: de partijen die deelnemen aan het GNR overeenstemming hebben bereikt over de uittreding van de gemeente Amsterdam; besluit: het beslispunt luidende: 1. Geen wensen en bedenkingen in te brengen ten aanzien van de Uittredingsoverkomst Amsterdam en de Gooise Natuuragenda. wijzigen in: te 1. De volgende bedenkingen in te brengen ten aanzien van de Uittredingsoverkomst Amsterdam en de Gooise Natuuragenda: ‘De gemeente Amsterdam treedt per 1 januari 2021 uit het Goois Natuur Reservaat (GNR) waar het sinds de oprichting in 1932 deel van uitmaakte. De Hilversumse gemeenteraad betreurt dit. Te meer omdat de gemeente Amsterdam als centrumgemeente binnen de Metropool Regio Amsterdam (MRA) in de uittredingsovereenkomst de bijdrage erkent van de Gooise natuur aan de leef- en woonkwaliteit in de MRA. Recreatieve natuur, die recent door Covid-19 is hervonden, ook door de Amsterdammers. En natuur waarvan de verdere ontsluiting vanuit stations en andere OV-knooppunten in MRA-verband staat geagendeerd. Zo ontstaat de paradoxale situatie dat deze uittreding tot stand komt onder omstandigheden van toenemende vraag mede vanuit de MRA.

Dit, met als ongewenst gevolg dat beheerders van de Gooise natuur toekomstig niet zonder meer over voldoende middelen voor investeringen voor beheer, bijvoorbeeld voor recreatieve voorzieningen, kunnen beschikken.” (Amendement A 21-51 van Democraten Hilversum, de PvdA, de SP en Hilversums Belang) —

Mevrouw KALK vindt het jammer dat de gemeente Amsterdam uit het GNR treedt, wat voelt als een soort echtscheiding. Er is een alimentatie voor zestien jaar geregeld, maar de vraag is of dat recht doet aan de duur van de verbintenis die er met Amsterdam is geweest. Ook betreurt zij de scheiding, omdat gemeenten elkaar blijven tegenkomen in de MRA en omdat zij de Amsterdammers de natuur gunt. Zij vindt dat Hilversum die teleurstelling moet uitspreken, juist omdat je de toekomstige ex-partner blijft tegenkomen en omdat je de toekomstige omgang gelijkwaardig wilt houden. Uitspreken is altijd beter, ook voor de toekomstige relatie. Vandaar dat de PvdA amendement A 21-51 mede indient. Mevrouw KOOLOOS betreurt het uit het GNR treden van de gemeente Amsterdam ook. Heel veel Amsterdammers zijn in Hilversum komen wonen, juist vanwege de natuur. Zij sluit zich verder aan bij de bijdrage van de PvdA. De heer KOOL betreurt het uittreden eveneens, maar de fase van teleurstelling uitspreken is nu geweest, waarna de scheiding te regelen is. Een eventuele uitspraak zou zich tot de gemeenteraad van Amsterdam moeten richten, de opdrachtgever voor uittreding. Die gemeenteraad heeft echter al besloten. Een verklaring levert dus niets op. Beter kan men zich tot het GNR richten en om die Organisatie sterk te maken richting de toekomst.

De heer SCHEEPERS (wethouder) is het ermee eens dat de uittreding van de gemeente Amsterdam uit het GNR pijnlijk en triest is, welk signaal hij de afgelopen tien jaar vaak en veelvuldig voor het voetlicht heeft gebracht. De gemeente Hilversum deelt de prachtige Gooise natuur met mensen uit Amsterdam, maar ook met mensen uit Utrecht, Friesland of Limburg. In die zin verandert er niets, iedereen is welkom in de Gooise natuur. Volgens hem is een mooi onderhandelingsresultaat bereikt, waarin het maximale eruit is gehaald. Nog een brief sturen naar Amsterdam noemt hij mosterd na de maaltijd en een verkeerd signaal afgeven richting het college van Amsterdam, met wie de onderhandelingen zijn gevoerd. Van alles dat ertoe kan H120210421

20

leiden dat het resultaat in gevaar wordt gebracht is hij geen voorstander. Daarom ontraadt hij het amendement met kracht. Tweede termijn Mevrouw KOOLOOS informeert naar de bewonersbijdrage aan het GNR en of die hetzelfde blijft. De heer SCHEEPERS (wethouder) antwoordt dat het GNR op lange termijn moet kijken hoe het wegvallen van de bijdrage van de gemeente Amsterdam en de provincie Noord-Holland op te vangen is. Welke consequenties dat heeft kan hij nu nog niet overzien. Een gesprek hierover aangaan met het GNR lijkt hem prematuur. De bijdrage van de gemeente Amsterdam bedroeg op het laatst meer dan € 300.000,per jaar. Mevrouw WESSELINK is het eens met de tekst van het amendement, maar denkt niet dat dat iets oplevert of dat de gemeente daarmee iets bereikt. Daarom stemt zij tegen amendement A 21-51. Amendement A 21-51 van Democraten Hilversum, de PvdA, de SP en Hilversums Belang wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 7 tegen 30 stemmen verworpen met de stemmen van de PvdA, de SP, Leefbaar Hilversum, Hilversums Belang en Democraten Hilversum voor. Mevrouw VERWEIJ spreekt zich tegen het collegevoorstel uit, omdat het amendement is verworpen. Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten, onder aantekening dat de SP geacht wordt te hebben tegengestemd (35 stemmen voor en 2 stemmen tegen). 15

ACTUALISATIE GRONDEXPLOITATIES 2021

De VOORZITTER licht toe dat alle aanwezige woordvoerders in de commissievergadering van 7 apriljl. het voorstel rijp achtten voor behandeling door de gemeenteraad. De CDA-woordvoerder adviseerde positief en de overige woordvoerders maakten een voorbehoud. Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 16

UPDATE OMGEVINGSFOTO

De VOORZITTER deelt mee dat de geactualiseerde samenvatting van de Omgevingsfoto gemeente Hilversum een analyse biedt van de belangrijkste thema’s voor de leefomgeving en per thema in kaart brengt hoe Hilversum ervoor staat en wat de belangrijkste trends en ontwikkelingen zijn. Deze analyse vormt de start voor het gesprek met de stad over opgaven, ambities en denkrichtingen en de vraag: wat voor gemeente wil Hilversum zijn in 2040? In de commissievergadering was er discussie over de vraag of de omgevingsfoto moet worden vastgesteld of voor kennisgeving moet worden aangenomen. Er is een amendement aangekondigd. De heer VAN ROODEN mist wat zaken in de omgevingsfoto en het verbaasde hem dat de trendgegevens maar lopen tot 2017, wat jammer is. Een omgevingsfoto betreft feiten en de vraag is of die vast te stellen zijn. Hij concludeert een omgevingsfoto niet te kunnen vaststellen, maar voor kennisgeving aan te nemen met de mogelijkheid van aanvulling als men met de foto de participatie ingaat. Een omgevingsfoto is dus wel degelijk waardevol om te gebruiken in de participatie over de omgevingsvisie. Hij dient daarover een amendement in.

H120210421

21

Daarnaast vraagt hij de wethouder nog eens goed naar de door de SP gestelde technische vragen te kijken, waarin waardevolle dingen staan om aan de omgevingsfoto toe te voegen. Er zijn goede trendgegevens te vinden, zodat een goed beeld te krijgen is van ontwikkelingen van woningen en de verhouding tussen typen woningen. Amendement A 2 1-35 ‘Basis voor fase 2’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 21 april 2021, behandelend de Update Omgevingsfoto; overwegende dat: • het raadsbesluit voorstelt de omgevingsfoto ‘vast te stellen’; • de raad beleid vaststelt, maar geen feiten; • de omgevingsfoto een momentopname is van feiten en geen beleid bevat; • ‘vaststellen’ tevens de indruk wekt dat het een eindproduct betreft; • de omgevingsfoto echter een momentopname van ‘levende situatie’ is en er afgesproken is dat het ook een ‘levend document’ gaat zijn, doordat de gegevens erin, mettertijd, kunnen wijzigen of worden aangevuld; • in het plan van aanpak wel is beschreven dat de Omgevingsfoto een gemeenschappelijk inhoudelijk vertrekpunt geeft dat als basis kan dienen voor het gesprek om te komen tot de omgevingsvisie; besluit: punt 1 in het raadsbesluit te wijzigen in: 1.

Kennis te nemen van de geactualiseerde samenvatting van de Omgevingsfoto Hilversum 2021 (bijlage 1) en deze te gebruiken als gezamenlijke basis voor de participatie in fase 2.” (Amendement A 2 1-35 van de SP, de VVD, Democraten Hilversum, de PvdA en Hilversums Belang) Mevrouw KALK merkt op dat de omgevingsfoto in de discussie over het Sleutelproj eet een eigen rol is gaan spelen. In de collegestukken is ernaar verwezen alsof het een vastgesteld beleidsstuk was, alleen had dc gemeenteraad er nooit over gesproken. Dat haalt de raad nu in. De omgevingsfoto geeft veel informatie over tal van onderwerpen, soms actueel en soms verouderd, zoals het hoofdstuk over wonen. Dat hoofdstuk lijkt de woningnood in Hilversum te ontkennen, terwijl die ongekend groot is. De urgentie om de woningnood aan te pakken lijkt te ontbreken. Daarom behoeft dat hoofdstuk naar haar mening actualisatie. Het stuk schetst het DNA van Hilversum en dat lijkt het DNA van de jaren ‘50: keurige, witte, hardwerkende mensen. Gelukkig heeft Hilversum meer kleur gekregen, maar met het groen gaat het niet goed. Hilversum is geen echte tuinstad. Het Centrum en Oost zijn compacte en versteende wijken, waar groen juist toegevoegd zou moeten worden. Er is ook noodzaak om Hilversum te verbinden en meer met het spoor te doen.

Dat zou wat haar betreft meer aandacht moeten krijgen, net zoals het bestrijden van de tweedeling in Hilversum. Het hoofdstuk over zorg, welzijn en gezondheid noemt zij te mager. Hoe pakt de gemeente de gevolgen van de sociaal-economische verschillen aan voor de gezondheid van de Hilversummer. Voorkomen dat arme mensen zes jaar eerder dood gaan is niet geadresseerd, maar behoort volgens haar onderwerp van gesprek te zijn, ook voor de omgevingsvisie. Die tweedeling is er vaak: groene, ruime wijken versus dichtgebouwde en overvolle wijken. Ontwikkelingen gaan heel erg snel en daarom is het vaststellen van een omgevingsfoto geen goede zaak, maar neemt de raad er beter kennis van. De omgevingsfoto is wel een mooi werkdocument en met de nodige actualisaties een prima basis voor participatie in het kader van de omgevingsvisie. De heer EERENBERG maakt het vaststellen of voor kennisgeving aannemen van de omgevingsfoto niet zoveel uit. Het belangrjkst is af te spreken wat je ermee doet en wat de waarde is van het document. De omgevingsfoto is een van de bouwstenen voor het integrale participatietraject voor de omgevingsvisie. Uiteindelijk komt daaruit hoe Hilversummers vinden dat Hilversum er over twintig jaar uit moet zien. Daartoe is de omgevingsfoto te gebruiken. De foto is een momentopname, een indruk, een H120210421

22

levend document dat regelmatig updates nodig heeft. Wat hem betreft is de omgevingsfoto dus vast te stellen, maar wel indachtig de door hem gemaakte opmerkingen. Mevrouw KALK wijst erop dat de omgevingsfoto nog spreekt over het verkopen van sociale huurwoningen, maar zij kan zich niet voorstellen dat Hart voor Hilversum dat nog steeds wil. Zij vraagt hoe de heer Ecrenberg daarnaar kijkt. De heer EERENBERG reageert dat dat onderdeel dan te updaten is. Mevrouw KALK meent dat vaststellen dan geen zin heeft en men er beter kennis van kan nemen. De heer VAN ROODEN vult aan dat als dc raad iets vaststelt men beleid vaststelt. Bij de omgevingsfoto gaat het om feiten, wat niet rijmt met beleid vaststellen. De heer EERENBERG kan zich dat voorstellen en vindt de omgevingsfoto een bouwsteen, een informatiebron en een momentopname voor een veel integraler project. Mevrouw VAN VLIET complimenteert de wethouder met het stuk dat een mooi tijdsbeeld geeft van een stad in ontwikkeling, waarmee met respect voor het verleden stappen vooruit worden gezet in het proces naar de omgevingsvisie toe. De omgevingsfoto geeft op zich een goed beeld, maar die is nooit volledig en soms ook niet actueel. Soms kan men inzoomen waar nodig en als de resolutie te laag blijkt is altijd verder te kijken. De foto is dus nooit klaar.

Wel verrijkt en actualiseert men daarmee kennis door gesprekken met inwoners, de instellingen en ondernemers. Zo maakt men dc keuzes voor het Hilversum voor 2040. Met het amendement A 21-35 stemt zij in. De heer GÖBBELS beperkt zijn bijdrage tot het in te dienen amendement A 2 1-52. Een slotzin, die in het besluit is weggevallen, luidt: “In het kader van de omgevingsvisie wordt geen specifieke betekenis aan het Koersdocument ontleend.” Daarover dient hij het volgende amendement in: Amendement A 2 1-52 ‘Actualisatie Omgevingsfoto’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 21 april 2022, gelezen agendapunt 16 ‘Update omgevingsfoto (748494)’; overwegende dat: • het Koersdocument een inspiratiestuk is van de gemeentebesturen in de regio Gooi en Vechtstreek; • bij amendement A20-1 11 door de gemeenteraad van Hilversum op 9 december 2020 is overwogen hoe de uitgezette koers grotendeels gebaseerd is op bovenregionale strategieën en niet is gebaseerd op regionaal of lokaal vastgesteld beleid; • het na december 2020 herziene document niet meer politiek is besproken door de gemeenteraad van Hilversum; • het Koersdocument wordt aangehecht aan de actualisatie Omgevingsfoto; • het voorgestelde besluit t.a.v.

het Koersdocument, zoals opgenomen in het dossiervoorblad van onderhavig onderwerp, afwijkt van het conceptraadsbesluit dat nu voorligt; • dat het ongewenst is om bij het besluit over de geactualiseerde omgevingsfoto impliciet uitspraken te doen over het regionale koersdocument; • dat daarin door het voorgestelde besluit van het dossiervoorblad wel in werd voorzien, maar door het voorliggende conceptraadsbesluit niet, hetgeen onwenselijk is, besluit: de redactie van het voorgestelde raadsbesluit van het dossiervoorblad te handhaven en het thans voorgestelde besluit dus m.b.t. beslispunt 2 als volgt te wijzigen: 2. Kennis te nemen van het aangepaste koersdocument van de regio Gooi en Vechtstreek (bijlage 4). te wijzigen in 2. Kennis te nemen van het aangepaste koersdocument van de regio Gooi en Vechtstreek (bijlage 4), en hier, in het kader van de Omgevingsvisie, geen specifieke betekenis aan te ontlenen.” (Amendement A 21-52 van Democraten Hilversum, de SP, Hilversums Belang en Leefbaar Hilversum) H120210421

23

De heer VOORINK (wethouder) heeft niet zoveel moeite met amendement A 21-52. De nieuwe raad moet over de omgevingsvisie besluiten en wat die daarbij betrekt is aan die raad. Ook vindt hij amendement A 2 1-35 om de omgevingsfoto niet vast te stellen, maar om daarvan kennis te nemen, prima. De bedoeling was om een onderlegger te hebben voor een gesprek met de samenleving. Mevrouw VAN VLIET legt een stemverklaring af over amendement A 2 1-52. Daar stemt zij tegen, omdat zij de doorgevoerde wijziging geen verbetering vindt. Het besluit om ergens geen specifieke betekenis aan te ontlenen is een bijzondere formulering. Persoonlijk hecht zij altijd betekenis aan wat zij leest. Amendement A 2 1-35 van de SP, de VVD, Democraten Hilversum, de PvdA en Hilversums Belang, ‘Basis voor fase 2’ wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 37 tegen 0 stemmen unaniem aangenomen. Amendement A 2 1-52 van Democraten Hilversum, de SP, Hilversums Belang en Leefbaar Hilversum wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 16 tegen 21 stemmen verworpen, met de stemmen van de leden Koç en Redmeijer van Hart voor Hilversum, D66, de VVD, GroenLinks en de ChristenUnie tegen. Zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

Mevrouw KOOLOOS doet het voorstel van orde de vergadering voor behandeling van het belangrijke voorstel over de mobiliteitsvisie te schorsen tot 22 april om 20.00 uur. De VOORZITTER suggereert dan nog wel een ander agendapunt te behandelen, waarvoor er een meerderheid lijkt te zijn. Mevrouw VAN DROOGE overweegt de behandeling van de mobiliteitsvisie voor de vergadering van 22 april a.s. te bewaren. De heer DE JONG stelt voor de mobiliteitsvisie vanavond wel te behandelen, zodat de raad dan in ieder geval iets wezenlijks zal hebben gedaan. De VOORZITTER en de dames KALK en REDMEIJER vinden die opmerking niet gepast. Mevrouw KOOLOOS stelt voor de mobiliteitsvisie als belangrijk onderwerp op 22 april te behandelen. Het voorstel van orde om eerst de overige agendapunten dan de mobiliteitsvisie te behandelen wordt fractiegewijs in stemming gebracht en met 20 tegen 16 stemmen aangenomen, met de stemmen van het lid Redmeijer van Hart voor Hilversum, de leden Den Daas, Groesz, Wesselink, Jaarsma en Van Vliet van D66, de VVD en het CDA tegen. 17

VASTSTELLiNG MOBILITEITS VISIE HILVERSUM 2040 Het agendapunt wordt verschoven naar de raadsvergadering van 22 april 2021.

H120210421

24

18

WIJZGIGING REGLEMENT VAN ORDE COMMISSIE VOOR WELSTAND EN MONUMENTEN

De VOORZITTER licht toe dat voorgesteld wordt om het reglement van orde van Commissie voor Welstand en Monumenten (CWM) op vier onderdelen te wijzigen. In het reglement van orde van de CWM is de werkwijze van die commissie geregeld. De CWM heeft verzocht om het reglement van orde op onderdelen aan te passen. Het nu voorliggende voorstel geeft aan dit verzoek gehoor. Het voorstel dient door de raad te worden vastgesteld. Het reglement van orde maakt als bijlage 9 deel uit van de Bouwverordening. Er zijn amendementen aangekondigd. Mevrouw VAN VLIET vindt het een goede zaak dat het reglement van orde wordt aangepast en begrijpt goed dat de CWM daaraan behoefte heeft. Om de duidelijkheid te vergrotend dient zij wel amendement A 2 1-37 over artikel 14 in, dat de indiener duidelijkheid verschaft over behandeltermijnen en het aantal keren kunnen indienen van een aanvraag. Amendement A 2 1-37 ‘Artikel 14 reglement van orde kan anders’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 21 april 2021, behandelend agendapunt 18 betreffende Vaststellen reglement van orde CWM 2021 d.d. 23 maart met kenmerk 751450;

overwegende dat: • het actualiseren van het reglement van orde belang is om de werkwijze van de CMW goed vast te leggen; • het reglement van orde een kwalitatief goede én, in het belang van de aanvragers, snelle advisering moet regelen; • de termijnen in artikel 14.1 scherper kunnen worden geformuleerd; • artikel 14 lid 2 bepaalt dat inzake een aanvraag van een omgevingsvergunning maximaal drie keer om behandeling in en advies van de Commissie Welstand en Monumenten wordt gevraagd; • met artikel 14 lid 4 wordt bedoeld dat, indien er bij de derde behandeling geen positief oordeel of negatief oordeel met opmerkingen kan worden gegeven, de aanvraag wordt aangemerkt als “niet voldaan aan ‘redelijk eisen van welstand’(sic), voorts overwegende dat: • het voorstelbaar is dat meer dan drie keer aanbieden niet altijd veroorzaakt wordt door het handelen van de indiener.

Er kan sprake zijn van tussentijdse aanpassingen die gevraagd worden door andere partijen; • de wethouder tijdens de commissiebehandeling heeft aangegeven hier flexibel mee om te gaan; • lid 2 daarom als een ‘kan-bepaling’ geformuleerd zou moeten worden; • lid 3 moet benadrukken dat inhoudelijk gelijke indiening juist niet in behandeling wordt genomen; • lid 4 in feite overbodig is; besluit: het reglement van orde op de Commissie voor Welstand en Monumenten vast te stellen, met dien verstande dat daarin de volgende wijzigingen worden opgenomen: het huidige artikel 14, dat als volgt luidt: ‘Artikel 14. Termijn van advisering bij aanvraag omgevingsvergunning. 1. De commissie dan wel een namens haar gemandateerd lid neemt bij de advisering de in de Wabo genoemde termijnen in acht zodat binnen de daarin genoemde termijnen de besluitvorming kan plaatsvinden. 2. Inzake een aanvraag omgevingsvergunning kan maximaal drie keer om behandeling in en advies van CWM worden gevraagd.

H120210421

25

Indien een nieuwe aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend, dan neemt de CWM deze aanvraag in behandeling tenzij de nieuwe aanvraag inhoudelijk gelijk is aan een eerdere aanvraag. 4. Indien sprake is van de situatie in het eerste of tweede lid wordt de betreffende aanvraag aangemerkt als “niet voldaan aan redelijk eisen van welstand”. Ter onderbouwing geldt het eerder door de CWM uitgebrachte advies.’ wordt aldus gewijzigd: ‘Artikel 14. Termijn van advisering bij aanvraag omgevingsvergunning.’ De commissie dan wel een namens haar gemandateerd lid neemt bij de advisering in ieder 1. geval de in de Wabo genoemde termijnen in acht zodat binnen dc daarin genoemde termijnen de besluitvorming kan plaatsvinden. a. De commissie adviseert binnen vier weken na het ontvangen van een aanvraag voor advies, bijzondere omstandigheden daargelaten. b. De commissie stelt het verslag uiterlijk 14 dagen na bespreking van haar advies vast, bijzondere omstandigheden nagelaten. Een aanvraag omgcvingsvergunning kan maximaal drie keer om behandeling in- en advies 2. van CWM worden ingebracht, tenzij er door anderen dan de aanvrager tussentijdse aanpassingen worden gevraagd, die een extra behandeling in dc CMW noodzakelijk maken. Indien een nieuwe advicsvraag wordt ingediend die inhoudelijk gelijk is aan een eerdere 3.

adviesvraag, dan hoeft de CWM deze adviesvraag niet in behandeling te nemen en volstaat verwijzing naar het eerdere advies.” (Amendement A 2 1-37 van D66, de PvdA, Hilversums Belang en GrocnLinks) 3.

De beer GÖBBELS vraagt of D66 het amendement heeft besproken met dc CWM. Mevrouw VAN VLIET heeft het voorstel eigenstandig opgezet, maar heeft daar wel over overlegd met de ambtelijke Organisatie en daarop ook commentaar gekregen. Zij gaat er vanuit dat vanuit de Organisatie ook overleg met de CWM is gevoerd. Dat heeft zij zelf echter niet gedaan. De heer BLOK dient amendement A2 1-43 in om de inspraak voor derde belanghebbenden te behouden. Inspreken is namelijk een groot goed waarop allen zuinig moeten zijn. Amendement A 2 1-43 ‘Behoudt inspraak CWM’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 21 april 2021, behandelend het agendapunt 18 ‘Vaststellen reglement van orde CWM 2021’; overwegende dat: • wordt voorgesteld om in het reglement van orde van de CWM het inspreken door derde belanghebbenden af te schaffen; • belanghebbenden volgens het reglement van orde uitsluitend hun visie kunnen geven op de welstandsaspecten van een bouwplan; • insprekers belang hebben bij het geven van hun visie op die aspecten, en zoals de wethouder in dc commissie aangaf ook waardevolle punten aandragen; • belangenafweging en beoordeling door dc CWM dient te gebeuren op basis van die aspecten en dat de reeds bestaande bepalingen van het reglement van orde dat al voldoende borgen; constaterende dat: • burgerparticipatie in het algemeen en inspreken in het bijzonder, een groot goed

is dat hoog op de politieke agenda van Hilversum staat; • inspreken, ook in de CWM, ook daarom principieel mogelijk moet kunnen blijven; • het CWM reeds op basis van het reglement van orde insprekers die afwijken van het reglement van orde daarop kan wijzen; • daar geen wijziging van het reglement van orde voor nodig is; besluit: H120210421

26

het reglement van orde op de Commissie voor Welstand en Monumenten vast te stellen, met dien verstande dat daarin de volgende wijziging wordt opgenomen: wijziging artikel 17: • aan artikel 17 wordt een nieuw lid 5 toegevoegd luidende: ‘Belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen voor het begin van de vergadering spreektijd aanvragen bij de voorzitter. De voorzitter stelt, afhankelijk van de agenda, de maximale spreektijd van eenieder vast. Spreektijd kan slechts worden gebruikt voor het geven van een visie op de welstandsaspecten van het plan. Een belangenafweging of beoordeling, anders dan op basis van de vastgestelde welstandscriteria vindt niet plaats tijdens de welstandsbeoordeling.” (Amendement A 2 1-43 van Hilversums Belang, de SP, het CDA en Democraten Hilversum) De heer YORULMAZ steunt beide amendementen en vraagt de wethouder om jaarverslagen van de CWM voor het reces aan de raad te presenteren. De heer PELSMA begrijpt niet waarom de wijziging voorgesteld in amendement A 2 1-37 niet getoetst is bij de CWM. Insprekers brengen weinig verandering in plannen teweeg en hij vraagt de indieners van amendement A 21-43 waarom zij dan toch aan het inspreken willen vasthouden. Mevrouw VAN VLIET heeft haar amendement niet met de CWM getoetst, omdat het om een collegevoorstel gaat.

Zij gaat er vanuit dat het college zorgt dat er goede afstemming is geweest over de via de ambtelijke Organisatie besproken wijzigingen. De heer BLOK antwoordt dat derde belanghebbenden nu kunnen inspreken binnen beperkingen van het reglement van orde. Zij mogen dat doen op basis van welstandscriteria. Als dat inspreekrecht wordt weggenomen hebben derde belanghebbenden helemaal niets. De heer GÖBBELS vraagt of de wethouder over het voorstel in amendement A 2 1-37 contact met de CWM heeft gehad. Dc heer VOORINK (wethouder) begrijpt dat zijn ambtenaren kortstondig daarover contact hebben gehad met de voorzitter van de CWM, die idealiter een termijn van zes weken wil aanhouden in plaats van de voorgestelde vier weken. Landelijk is echter vier weken gangbaar. Jaarverslagen kan hij wel voor de zomer aanleveren, maar september is een beter moment, omdat het in juni en juli heel druk is. Over amendement A 21-37 is hij positief. Amendement A 21-43 over het inspreekrecht begrijpt hij. Het is voor hem en de voorzitter van de CWM geen halszaak, maar men moet ook geen valse verwachtingen wekken. In die zin ontraadt hij dat amendement. Mevrouw VAN VLIET weet dat in het kader van de nieuwe Omgevingswet nieuwe in te stellen adviescommissies geacht worden kennis te nemen van de maatschappelijke keimis bij plannen die worden ingediend.

De heer BLOK is het niet met de wethouder eens, omdat het reglement van orde duidelijk is: men mag inspreken maar wel onder de beperking van de welstandscriteria. De heer VOORINK (wethouder) zegt niet dat inspreken niet kan. Het reglement van orde ziet op wat er gebeurt tot het in werking treden van de Omgevingswet. De vraag is of men in de toekomst nog een CWM wil hebben. Amendement A 2 1-37 van D66, de PvdA, Hilversums Belang en GroenLinks over artikel 14 kan anders wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 36 stemmen voor en 1 stem tegen aangenomen, met de stem van Democraten Hilversum tegen. H120210421

27

Amendement A 2 1-43 van Hilversums Belang, de SP, het CDA en Democraten Hilversum over behoudt inspraak CWM wordt via dc stemapplicatie in stemming gebracht en met 35 tegen 2 stemmen aangenomen, met de stemmen van de ChristcnUnic tegen. Zonder stemming wordt het geamendeerde voorstel van burgemeester en wethouders unaniem aangenomen. 19

EVALUATIE FINANCIELE VERORDENING 2018 EN VASTSTELLING FINANCIËLE VERORDENING 2022

De VOORZITTER licht het voorstel toe. De Financiële Verordening 2018 is naar aanleiding van de in 2017 vele doorgevoerde wijzigingen en de daaraan gerelateerde toezegging van de toenmalig wethouder Financiën in de Audit- en Rekeningcommissie in zijn totaliteit geëvalueerd. Uit de evaluatie is gebleken dat de Financiële Verordening 2018 ruimte biedt voor verbeteringen in het kader van deze principes. De veertien voorliggende wijzigingsvoorstellen die voortvloeien uit de evaluatie zijn bedoeld om het financiële sturings- en verantwoordingstraject richting de raad te versterken. Voorgesteld wordt de Financiële verordening vast te stellen. De heer Jaarsma heeft een aantal amendementen aangekondigd. De heer JAARSMA heeft binnen zijn fractie geconcludeerd dat het altijd spannend is om over geld te praten, maar dat de financiële regels wellicht wat minder boeiend zijn. De Audit- en rekeningcommissie heeft de afgelopen maanden wel een geïnspireerd gesprek gevoerd over de vele facetten van de gemeentelijke financiële huishouding. Soms was dat een lastig gesprek, omdat het moeilijk is om in tekst goed uit te drukken wat er wordt bedoeld. Daardoor zijn er her en der wat onduidelijkheden geslopen in de toelichting, de evaluatie en de verordening. Hij dient vier amendementen in die redactionele verbeteringen!verduideljkingcn zijn met hier en daar een financieel kantje.

Het gaat bijvoorbeeld om het niveau waarop het college moet rapporteren dat er afwijkingen zijn. Primair is de regel te rapporteren over een politiek belangrijk feit, maar er zijn ook norn-len gesteld, bijvoorbeeld vanaf 250.000,- op programmaniveau. Voorgesteld is om dat te salderen, wat met een amendement wordt verhinderd. In amendement A 2 1-49 worden regels aangescherpt teneinde geen begrotingsvoorstellen meer te doen in strijd met de Financiële verordening. De lijn moet zijn eerst de regels aanpassen en pas dan financiële voorstellen daarop baseren. Wethouder Walters heeft een licht bezwaar tegen het eerste lid van artikel 2 in amendement A 2149 en daarvan wil hij maken: “Elk exploitatie- en investeringsbudget moet worden onderbouwd met een voorstel.

Amendement A 2 1-47 ‘Helder mandaat (artikel 5 Financiële verordening)’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 21 april 2021, behandelend agendapunt 19 ‘Evaluatie financiële verordening 2018 en vaststelling Financiële verordening 2022’; overwegende dat: • een logisch gevolg van autorisatie van de begroting op programmaniveau is, dat het college ruimte krijgt om binnen programma’s budgetten te verschuiven; • artikel 5 van de concept financiële verordening deze ruimte ook expliciet aan het college geeft, en dat dit past in de vertrouwensrelatie tussen raad en college; • het college zo beter in staat is in te spelen op ontwikkelingen bij de uitvoering en op nieuwe kansen, en de begroting hierop kan aanpassen; voorts overwegende dat: • voor een heldere regeling van verantwoordelijkheden van college en raad het gewenst is, om de in artikel 5 genoemde ‘voorwaarden’ ondubbelzinnig aan lid 3 te koppelen; • de lasten en baten van taakvelden, aan producten van die taakvelden gekoppeld moeten worden om de bepaling doeltreffend te maken; besluit: H120210421

28

de Financiële verordening 2022 vast te stellen, met dien verstande dat daarin de volgende wijziging wordt opgenomen: wijziging artikel 5, lid 3 van de Financiële Verordening 2022: het voorgestelde artikel 5, lid 3 van de Financiële Verordening 2022, dat als volgt luidt: 3. Het college is bevoegd de begroting te muteren voor wat betreft bestaand beleid: a. financiële verschuivingen tussen programmaonderdelen, maar binnen raadsprograrnma’s; b budgettaire verschuivingen tussen bedrj fsvoerings- en programmabudgetten; c. budgetverhoging/verlaging op een doel als gevolg van inkomsten van derden. wordt aldus gewijzigd: 3. Het college is bevoegd de begroting te muteren voor wat betreft bestaand beleid en nieuwe kansen door: a. financiële verschuivingen tussen programmaonderdelen, maar binnen raadsprogramma’s; b. budgettaire verschuivingen tussen bedrjfsvoerings- en programmabudgetten; c. budgetverhoging/verlaging op een doel als gevolg van inkomsten van derden; d. onder de voorwaarden dat de lasten en de baten van de taakvelden niet zodanig worden gewijzigd dat de realisatie van producten binnen die taakvelden onder druk komt; e.

onder de voorwaarde dat de budgetwijzigingen achteraf ter kennisname of besluitvorming aan de raad worden aangeboden via de voorjaarsnota en de eindejaarsrapportage.” (Amendement A 2 1-47 van D66, de VVD, Hart voor Hilversum en Hilversums Belang) Amendement A 2 1-48 ‘Meer inzicht (art. 6 Financiële Verordening)’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 21 april 2021, behandelend agendapunt 19 ‘Evaluatie financiële verordening 2018 en vaststelling financiële verordening 2022’; overwegende dat: • met de voorgestelde wijziging van artikel 6 van de financiële verordening 2022, afwijkingen van de programmabegroting eerst worden gesaldeerd, voordat wordt bepaald of de rapportagegrens voor het toelichten van afwijkingen wordt bereikt; • hiermee zeer omvangrijke afwijkingen zonder toelichting kunnen blijven, als de ‘plussen en minnen’ binnen een programma elkaar in balans houden; • de raad de begroting autoriseert op zowel baten als lasten; • ook de tussentijdse informatievoorziening conform.

artikel 7 van deze conceptverordening uit gaat van ‘lasten of baten’; • begroting en rekening identiek moeten zijn ingedeeld; • het voor de hand ligt om de verantwoording over de uitvoering van de begroting bij de autorisatie te laten aansluiten; voorts overwegende dat: • een gezien de grote variëteit in investeringskredieten (hoogte bedragen, dynamiek in besteding) een drempelbedrag van € 250.000,- minder relevant lijkt; besluit: de Financiële Verordening 2022 vast te stellen, met dien verstande dat daarin de volgende wijziging wordt opgenomen: wijziging artikel 6, lid 1 van de Financiële Verordening 2022: • het voorgestelde artikel 6, lid 1 van dc Financiële verordening 2022, dat als volgt luidt: In de eindejaarsrapportage informeert het college de raad over het begrotingsjaar over 1. financiële afwijkingen groter dan € 0,25 miljoen per programma in de exploitatie, en per investeringskrediet. wordt aldus gewijzigd: 1. In de eindejaarsrapportage informeert het college de raad over het begrotingsjaar over financiële afwijkingen groter dan €0,25 miljoen in lasten of baten per programma, en over belangrijke afwijkingen in de besteding van investeringskredieten.” (Amendement A 2 1-48 van D66, de VVD, Hart voor Hilversum en Hilversums Belang) H120210421

29

Amendement A 2 1-49 ‘Waarde van de verordening (nieuw artikel 2 Financiële Verordening)’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 21 april 2021, behandelend agendapunt 19 ‘Evaluatie financiële verordening 2018 en vaststelling financiële verordening 2022’; overwegende dat: • de definitie van de beukennotenwet weinig doel treft als die wet verder niet in de bepalingen van de Financiële verordening terugkomt; • het met de beukennotenwet uitgedrukte principe wel van waarde is en een plek in de financiële verordening mag krijgen; voorts overwegende dat: • een financiële verordening beoogt om bestendig en goed geborgd financieel beleid te voeren; • splitsing van de discussie en besluiten over financiële regels en de financiële voorstellen zelf, kan voorkomen dat de regels aangepast worden aan de actuele financiële behoeften; • grote wijzigingen in financiële regels een op zichzelf staande afweging en doordenking van de financiële consequenties nodig hebben; • voorkomen moet worden dat een begroting wordt vastgesteld in afwijking van de Financiële verordening; besluit: de Financiële verordening 2022 vast te stellen, met dien verstande dat daarin de volgende wijziging wordt opgenomen: een nieuw artikel 2 toe te voegen aan de Financiële Verordening 2022, onder vernummering van de volgende artikelen, luidend: Artikel 2.

Onderbouwing en borging Elk exploitatie- en investeringsbudget is onderbouwd met een voorstel en/of beleid. 1. Hiermee moet de doelgerichtheid en goede verantwoording van bestede middelen bevorderd worden. Begrotingsvoorstellen en financiële handelingen voldoen aan de regels van deze financiële 2. verordening. a. Mochten er zich omstandigheden voordoen die aanleiding zijn om af te willen wijken van de financiële verordening, dan wordt eerst een voorstel aan de raad gedaan om af te wijken van deze verordening dan wel, om deze verordening aan te passen. Pas als besloten is over de financiële regels, worden de hierop gebaseerde (begrotings)voorstellen in procedure gebracht.” (Amendement A 2 1-50 van D66, VVD, Hart voor Hilversum en Hilversums Belang) Amendement A 21-50 ‘Redactie (Financiële verordening)’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 21 april 2021, behandelend agendapunt 19 ‘Evaluatie Financiële verordening 2018 en vaststelling Financiële verordening 2022’; overwegende dat: • consequent en helder gebruik van terminologie en woorden, zeker in verordeningen, bijdraagt aan de doelen die met teksten beoogd worden; • in artikel 1 het woord exploitatiebegroting wordt gedefinieerd, dat in de tekst verder niet voor komt; • in artikel 2 lid 1 er meer begrotingsproducten voorstelbaar zijn in de planning- en controlcyclus dan de hier opgesomde; • in artikel 4

lid 1 gedoeld wordt op de taakvelden uit de BBV, en ‘taakvelden’ daarom door een bepaald lidwoord voorafgegaan moet worden; • in artikel 5 sprake is van ‘raadsprogramma’s, en dat dit begrip nergens anders in deze conceptverordening voor komt, besluit: de Financiële Verordening 2022 vast te stellen, met dien verstande dat daarin de volgende wijzigingen worden opgenomen: H120210421

30

• artikel 1 van de Financiële verordening 2022: in de tekst ‘Exploitatiebegroting’ te vervangen door ‘Begroting’; • artikel 2 lid 1 van de Financiële verordening 2022: in de tekst na ‘bevat’ toe te voegen: ‘ten minste’; • artikel 4 lid 1 van dc Financiële verordening 2022: in de tekst voor het woord ‘taakvelden’ het lidwoord ‘de’ toe te voegen; • artikel 5 van de Financiële verordening 2022: in de tekst de woorden ‘raadsprogramma’ respectievelijk ‘raadsprogramma’s’ te vervangen door ‘programma’ respectievelijk ‘programma’s.” (Amendement A 2 1-50 van D66, de VVD, Hart voor Hilversum en Hilversums Belang) Mevrouw REMMERS is bij besprekingen in vergaderingen van de Audit- en rekeningcommissie over de Financiële verordening geweest en kent de heer Jaarsma als iemand die de punten op de ‘i’ wil zetten, wat hem siert. Zij betreurt het echter de vier amendementen hedenmiddag pas om 17.00 uur te hebben gekregen. In amendement A 2 1-48 ‘Meer inzicht’ is voorgesteld ook afwijkingen over investeringskredieten te laten rapporteren door het college. Het gaat om belangrijke afwijkingen en zij stelt voor de wethouder een voorstel te laten doen over wat zij vindt dat een belangrijke afwijking van een investeringskrediet is. Een helder mandaat, waarover amendement A 2 1-47 gaat, is ook belangrijk.

In punt 3 wordt voorgesteld toe te voegen dat het college bevoegd is om de begroting te muteren wat betreft bestaand beleid en nieuwe kansen. Het nieuwe kansenbeleid bestaat echter niet meer, inclusief het budget daarvoor. Als in dat amendement ‘en nieuwe kansen’ wordt verwijderd kan zij daarin meegaan. Het college heeft wat haar betreft altijd de kans om nieuw beleid te ontwikkelen of kansen te zien, maar dan moet het vooraf naar de raad komen. Dat is volgens haar een bestaande afspraak. De heer VAN ROODEN kan zich in het algemeen in de amendementen vinden en vraagt wat de heer Jaarsma verstaat onder ‘significante afwijkingen’. De heer SLINGERLAND dankt de leden van de Audit- en rekeningcommissie en de ambtelijke ondersteuning voor de energie gestoken in de Financiële verordening, wat gepassioneerd is gebeurd. De vier amendementen zetten voor hem de puntjes op de ‘i’. Een volgende gemeenteraad zal met de nieuwe verordening zeker zijn voordeel kunnen doen. Mevrouw WALTERS (wethouder) is blij met de voorliggende verordening en noemt het goed dat de heer Jaarsma nog kritisch daar doorheen is gelopen. Ook zij betreurt het op een laat tijdstip inbrengen van de amendementen. Amendement A 21-47 over een helder mandaat lijkt haar prima. De amendementen geven ruimte om meer nieuwe kansen op te pakken.

Mevrouw REMMERS wil vooraf met voorstellen voor nieuwe kansen naar de gemeenteraad laten komen. Het amendement geeft het college de mogelijkheid om dat achteraf te doen. Mevrouw WALTERS (wethouder) laat dat ter beoordeling aan de raad. Amendement A 2 1-48 geeft aan dat de lasten met niet meer dan € 250.000,- te laten stijgen en daarmee wenst de raad meer inzicht. Zij denkt dat dat wel kan. Naar belangrijke afwijkingen in de besteding van investeringskredieten kijken lijkt haar goed. In amendement A 2 1-49 wordt een nieuw artikel toegevoegd (artikel 2, onderbouwing en borging). In lid 1 staat dat elk exploitatie- en investeringsbudget is onderbouwd met een voorstel enlof beleid. De heer VAN ROODEN vraagt met betrekking tot amendement A 21-48 wat precies een significante afwijking is, Mevrouw WALTERS (wethouder) houdt daarvoor per investeringskrediet een grens van € 250.000,- aan. Het amendement zegt dat dat voor het ene investeringskrediet wel van belang is, maar dat hoeft voor een groot krediet niet relevant zijn. Daarom wil de indiener daarvan ‘belangrijke afwijkingen’ maken. Wat belangrijke afwijkingen zijn is ter beoordeling van het college. H120210421

31

De heer JAARSMA heeft bij het opstellen van het amendement ook gekeken naar wat andere gemeenten hierover hebben geregeld. Soms noemen zij geen bedragen. Sommige kredieten smeert men over acht jaar uit en andere over een maand. Een bedrag van €250.000,- zegt in relatie tot kredieten niet zo veel. Daarom wil hij erop vertrouwen dat het college aan het woord ‘belangrijk’ een serieuze invulling geeft. Het gaat om de politieke gevoeligheid. Gaat er iets niet goed, dan wordt de raad geacht een rapportage van het college te krijgen. Mevrouw WALTERS (wethouder) vervolgt met te reageren op amendement A 2 1-49 over de waarde van de verordening. Daar wordt een nieuw artikel toegevoegd ‘Onderbouwing en borging’ dat begint met de zin dat elk exploitatie- en investeringsbudget is onderbouwd met een voorstel en/of beleid. Dat is zo los geformuleerd dat men kan zeggen dat iemand op elk moment van elk budget moet kunnen vinden welk voorstel of welk beleid daaraan ten grondslag heeft gelegen. Dat is moeizaam. Daarom doet zij een nieuw tekstvoorstel: “Gedurende de hele P&C-cyclus wordt het uitgangspunt gehanteerd dat elk budget onderbouwd is met een voorstel enlofnieuw beleid.” Artikel 2 lid 2 gaat erover dat de Financiële verordening apart moet worden aangepast van een raadsbesluit. Het college gaat zich aan de Financiële verordening houden en dat amendement vindt zij daarom ietwat overbodig.

Amendement A 2 1-50 bevat redactionele punten die zij een verbetering vindt, zodat zij daarover positief is. Mevrouw REMMERS vraag of de heer Jaarsma het nieuwe kansenbeleid uit bestaande budgetten wil halen, wat volgens haar niet de essentie is van nieuw beleid. Dan moet men tevoren zeggen wat men niet meer gaat doen of dat er extra geld nodig is. Nieuwe kansen behoren dus vooraf aan de raad te worden voorgelegd, waarbij ook nieuw budget hoort. De heer JAARSMA stelt dat nieuwe kansen zich heel goed kunnen voordoen binnen bestaand beleid, doelen of intenties, zonder dat daarvoor budget is toegekend. In de motivatie van het benadrukken van de bevoegdheid van het college om binnen programma’s budgetten te compenseren worden ook nieuwe kansen genoemd als een reden om te kijken of binnen bestaande budgetten te hergroeperen is. Het gaat dus niet alleen maar om bestaand beleid, maar ook om nieuwe kansen. Bij grote zaken is echter eerst de raad aan zet voordat het college kan handelen. Mevrouw REMMERS constateert dat de heer Jaarsma hier onduidelijkheid schept, omdat hij zegt dat nieuwe kansen ook in bestaand beleid kunnen voorkomen. Amendement A 21-47 steunt zij daarom niet. De VOORZITTER stelt vast dat van de vier amendementen er in elk geval een aanpassing behoeft, namelijk amendement A 2 1-49. De VOORZITTER schorst de vergadering op 21 april 2021 om 23.41 uur. in de openbare

2juni 2021 de voorzitter,

Ch.

H1202 10421

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=3af0e173-4ac0-4131-8dde-3c455df47478