Vastgesteld en getekend verslag raadsvergadering d.d. 15 september 2021
Tekst van het document
Vragen zijn wat men met elkaar wil, hoe de regie wordt gevoerd als het mis gaat, waar kwaliteitseisen in het proces worden vastgelegd, welke de verplichtingen en vormvereisten zijn en wat privaat- en publiekrechtelijk mogelijk is. Er zijn dus veel vragen te beantwoorden. De vraag is ook wat de visie van de raad daarop is. Een gezamenlijke visie is er nog niet en zij vindt het nodig die te maken, evenals de juiste keuzen te maken voor de inzet van al deze instrumenten. Zij dient motie M 21-145, ‘Kaders voor participatie-instrumentarium’, in ten behoeve van het beste resultaat, goed verwachtingsmanagement en duidelijkheid, die de burger en initiatiefnemer vragen. HI20210915
34
Motie M 2 1-145 ‘Kaders voor participatie-instrumentarium’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 15 september 2021, behandelend agendapunt 17 ‘Evaluatie leidraad betrek de omgeving’; overwegende dat: • bij verschillende projecten het participatieproces als ‘niet toereikend’ wordt ervaren door betrokken partijen, om uiteenlopende redenen; • dit leidt tot frustraties bij belanghebbenden, bij gemeente en zeker ook bij de initiatiefnemers; • dit verschillende oorzaken heeft, gelegen in afspraken vooraf, vaardigheden, gebruikte tools, gevoeligheid van het project of de locatie, ontoereikend verwachtingenmanagement; • het niet eenvoudig is om de rolverdeling goed te verwoorden en voor de gemeente om regie te pakken als het proces niet goed gaat; voorts overwegende dat: • er met de komst van de Omgevingswet een evidente aanleiding ligt om hier nader over te spreken met elkaar; • er vele instrumenten te verkennen zijn die het proces ten dienste kunnen zijn zoals een verordening, leidraad, anterieure afspraken, professionele bewonersbegeleiding; • een goede keuze en toepassing van al deze instrumenten vraagt om een gedegen analyse op de toepasbaarheid daarvan in onderlinge samenhang, geredeneerd vanuit een visie; • de raad geen gedeelde visie heeft; verzoekt het college: • het participatie-instrumentarium voor de bijeenkomst van de raadswerkgroep Omgevingswet van
7 oktober aanstaande te agenderen, voor te bereiden en bij de raadswerkgroep input op te halen; • om naar aanleiding van de bespreking in de raadswerkgroep een visie op het participatieinstrumentarium op te stellen en deze visie aan de gemeenteraad voor te leggen; en gaat over tot dc orde van de dag.” (Motie M 2 1-145 van D66 en de VVD) Mevrouw KALK vindt een van de belangrijkste elementen uit de Omgevingswet het samenspel tussen initiatiefnemers, overheid, omwonenden en belanghebbenden. Participatie dreigt in Hilversum een beladen begrip te worden en misschien is het dat al wel. Dat was telkens te zien rondom de omgevingsvisic, het sleutelproject, de Heuvellaan, de Gebiedsagenda 1221 en ook is dat te horen van inwoners. De overheid is er voor de burgers. Inwoners horen niet afhankelijk te zijn van de goodwill van de individuele ontwikkelaar, wat met deze aanpak van participatie in het kader van de Omgevingswet wel het geval is. Het college wil participatie overlaten aan dc initiatiefnemer, geen eisen stellen en participatie niet verplicht stellen. Ook het hoe laat het college over aan de markt. Men verschuilt zich achter de bedoeling van de wet en stelt dat het niet gewenst zou zijn om voorwaarden te stellen, wat volgens haar niet klopt. De raad kan aangeven in welke gevallen participatie wel verplicht is.
Met een verordening zijn eisen aan de kwaliteit van participatie te stellen. Er is onderscheid te maken. Het college zegt dat de leidraad bedoeld is om mensen te helpen het goede te doen, maar zij vraagt hoe dat dan moet. De leidraad is alleen gericht op initiatiefnemers, maar die mogen zelf bepalen wat ze ermee doen en wat ze er niet mee gaan doen. Bewoners hebben daar naar haar mening niets aan. De leidraad geeft ook onvoldoende aan wat dan wel de rol van de overheid is. De gemeente zou meer moeten doen dan alleen maar advies geven aan de ontwikkelaar bij maatschappelijke projecten. Die opvatting leidt er alleen maar toe dat de gemeenteraad steeds vaker in de rol van scheidsrechter zal komen te zitten tussen bewoners en initiatiefnemers, wat zij ongewenst vindt. D66 is met haar van mening dat de huidige aanpak leidt tot frustraties bij alle betrokkenen. Het klinkt sympathiek om een visie op te stellen over het participatie-instrumentarium, maar dat is mosterd na de maaltijd als de raad de leidraad vanavond vaststelt. Daarvan neemt motie M 2 1-145 geen afstand. De PvdA wil bewoners in positie brengen in participatie. Daarom heeft zij amendement. A2l-136 opgesteld. H1202109l5
Amendement A 21-136 ‘Leidraad’ “De gemeenteraad van Hilversum in vergadering bijeen op 15 september 2021, behandelende het agendapunt 17 ‘Evaluatie leidraad betrek de omgeving’; overwegende dat: • de Omgevingswet de mogelijkheid biedt om vooraf te bepalen voor welke type projecten participatie wel of niet verplicht is; • de gemeente Hilversum geen participatieverordening heeft; • er over participatie met regelmaat ontevreden geluiden zijn die vooral voortkomen uit onduidelijkheden aan de voorkant van participatietrajecten. Het gaat dan met name over het niveau van participatie (informeren, meebeslissen, mee creëren, enz.); • de voorgelegde leidraad niet de rollen en verantwoordelijkheden van alle partijen belicht; constaterende dat: • de wetgever ruimte biedt om met lokale afspraken de participatie duidelijk en voor eenieder helder te regelen; o dit kan met de afspraken die verschillend kuimen zijn per type en verstrekkendheid van de projecten; • de positie van inwoners en belanghebbenden aan de voorkant duidelijk en geborgd moet zijn; • voorkomen moet worden dat inwoners overgeleverd zijn aan de goodwill van een individuele initiatiefnemer; • de rollen van het college, de gemeenteraad, inwoners en initiatiefnemers nog onvoldoende uitgekristalliseerd zijn, waardoor de raad uiteindelijk in de positie van de scheidsrechter wordt gezet; • het college zichzelf niet kan adviseren;
besluit: beslispunt 1,2 en 3 van het raadsbesluit, luidende: 1. De leidraad ‘betrek de buurt 2021’ vast te stellen. 2. Niet op voorhand specifieke gevalLen aan te wijzen waarbij participatie verplicht is, omdat in alle gevallen van initiatiefnemers wordt verwacht dat zij hun verantwoordelijkheid nemen om de buurt te betrekken. Het college te adviseren om bij ontwikkelingen met een breed maatschappelijk belang te 3. kiezen voor een gemeenschappelijk participatietraject met de initiatiefnemer waarin de gemeente een adviserende rol vervult in het participatieproces en de verantwoordelijkheid bij de initiatiefnemer blijft. als volgt te wijzigen en besluit 4 en 5 toe te voegen: 1. Kennis te nemen van de leidraad ‘betrek de buurt 2021’. 2. Een lijst met specifieke gevallen waarin participatie verplicht is voor te leggen ter vaststelling aan de raad. Een participatieverordening op te stellen en hiervoor gebruik te maken van de 3. modelverordening van de VNG en de daarin opgenomen keuzemogelijkheden ter advisering aan de commissie voor te leggen. 4. Op basis van deze lijst en adviezen een nieuwe leidraad ‘betrek de buurt 2021’ op te stellen met daarin de spelregels voor bewoners, ontwikkelaard en overheid, inclusief de verschillende rollen en taken van partijen. Deze nieuwe leidraad ter vaststelling aan de raad voor te leggen.” 5.
(Amendement A 2 1-136 van de PvdA, de SP en Hilversums Belang) De heer GÖBBELS merkt op dat heldere regels omtrent participatie broodnodig zijn. De VNG heeft een prima voorzet gedaan voor een heldere participatieverordening, waarvan de gemeente Hilversum gebruik zou kunnen maken. Voor die zaken die niet binnen de door de raad vastgestelde kaders vallen heeft de wetgever bedacht dat gemeenteraden hiervoor participatie verplicht kunnen stellen in de nieuwe Omgevingswet. Het H120210915
36
college wil dat de raad hiervan afziet, dan kan het college zelf zonder de raad over afwijkingen besluiten. Dat lijkt hem maatschappelijk onverstandig en politiek ongewenst, zodat hij amendement A 2 1-148 indient. Amendement A 21-148 ‘Participatieverordening’ “De gemeenteraad van Hilversum, in vergadering bijeen op 15 september 2021, behandelende het agendapunt 17 ‘Evaluatje leidraad betrek de omgeving’; overwegende dat: • het raadsvoorstel reeds nu, vooruitlopend op de te nemen raadsbesluiten bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet, verzoekt de raad af te zien van het bepalen van gevallen waarbij participatie verplicht is; • het gewenst is om bij wijziging of afwijking van de in het omgevingsplan gestelde kaders de resultaten van een goede participatie te hebben om een verantwoord besluit te kunnen nemen; • de wetgever in de nieuwe Omgevingswet nadrukkelijk aan dc gemeenteraden de mogelijkheid biedt om gevallen aan te wijzen waarin participatie verplicht is.
Dit kan alleen bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (artikel 16.55, lid 7); voorts overwegende dat: • deelname van het college als adviseur aan een participatietraject kan leiden tot een rolconflict, waarbij de schijn van partijdigheid gewekt kan worden; • de onafhankelijke positie van het college als besluitvormend gezag te allen tijde voor alle partijen duidelijk moet zijn; besluit: beslispunt 1,2 en 3 van het raadsbesluit, luidende: De leidraad ‘betrek de buurt 2021’ vast te stellen. 1. 2. Niet op voorhand specifieke gevallen aan te wijzen waarbij participatie verplicht is, omdat in alle gevallen van initiatiefnemers wordt verwacht dat zij hun verantwoordelijkheid nemen om de buurt te betrekken. Het college te adviseren om bij ontwikkelingen met een breed maatschappelijk belang te 3. kiezen voor een gemeenschappelijk participatietraject met de initiatiefnemer waarin de gemeente een adviserende rol vervult in het participatieproces en de verantwoordelijkheid bij de initiatiefnemer blijft. te schrappen en te vervangen door: Het college op te dragen om via de agendacommissie van 31januari 2022 een 1.
participatieverordening aan de gemeenteraad voor te leggen, waarin duidelijke regels gegeven worden over welke trap van participatie bij welk initiatief moet worden toegepast.” (Amendement A 2 1-148 van Democraten Hilversum) De heer STREUTKER maakt zich ook wel zorgen over de theorie versus de praktijk. Een leidraad kan participatie goed regelen, maar in de praktijk ziet hij het fout gaan, zoals bij de Heuvellaan, de Stolpe en Anna’s Hoeve, Op participatiegebied is er daarom nog een lange weg te gaan. De burger zou op een betrouwbare overheid moeten kunnen rekenen. De leidraad is een goede stap vooruit, maar of die genoeg is zal de tijd leren. De heer EERENBERG merkt op dat de leidraad een levend document is. Die ziet hij als een tussenstap naar een verdere formalisering van het participatietraject. Bij de huidige participatieprojecten gaat het soms goed, maar ook heel vaak fout. Dat heeft te maken met verwachtingen, het kcnnisniveau en kundigheid. Hart voor Hilversum worstelt met allerlei zaken die via de Omgevingswet op de gemeente af komen. Die hebben te maken met right to challenge en allerlei ontwikkelingen in de participatiemarkt. De leidraad is dus een tussenstap en een stukje optimalisering. Hij is blij met motie M 2 1-145 van D66 en de VVD. De leidraad is voor hem nog geen eindstation. H120210915
37
Mevrouw VAN DE LINDE bevestigt dat het gaat om een leertraject, zowel voor het college, de Organisatie als initiatiefnemers. Ook de raad moet leren hoe die zijn positie bepaalt in wat de Omgevingswet vraagt. In de commissievergadering deed zij de suggestie om dat via de raadswerkgroep Omgevingswet meer met elkaar op te pakken. Zij is blij dat D66 dat heeft opgepakt en motie M 2 1-145 heeft ingediend, waarbij zij zich van harte uitsluit. De leidraad is inderdaad een levend document, waarmee volgende stappen worden gezet en waarmee wordt ontdekt welke kaders worden gesteld. Belangrijk is daarbij feedback te vragen van mensen die al participatietrajecten hebben doorlopen, zoals initiatiefnemers en inwoners. Wat nodig is kan de raadswerkgroep Omgevingswet bespreken. De leidraad vindt zij dus een mooi instrument. De heer BLOK merkt op dat ideologie uit de stelling spreekt dat in alle gevallen de initiatiefnemers de buurt zullen gaan betrekken. Dat vindt hij niet in alle gevallen realistisch. De gemeente heeft ook geen rol als adviseur. Hij steunt amendement A 2 1-136 van de PvdA, de SP en Hilversums Belang, dat vraagt om een participatieverordening. Dc heer VAN WAARDEN is ook blij met de nieuwe leidraad, die hij als een stap vooruit beschouwt in een proces waarin met vallen en opstaan nog veel te leren is. Dat geldt voor alle partijen.
Hij omarmt motie M 2 1-145 van D66 en de VVD, ‘Kadcrs voor participatie-instrumenten’. Over amendement A 21-136 van de PvdA, de SP en Hilversums Belang vraagt hij of het gaat om een omzetting van een inspraakverordening naar een participatieverordening bij het vaststellen van gemeentelijk beleid. De heer VAN ROODEN noemt de voorliggende leidraad drie keer niks. Het is een beetje triest dat met een partij binnen het college die participatie hoog in het vaandel zou moeten hebben men tot het voorliggende resultaat komt. De gemeente zou meer grip op de participatie moeten hebben. Nu kiepert men die over de muur naar de exploitant die er geen raad mcc weet. Er is dus een participatieverordening nodig, op basis waarvan richting aan participatie te geven is volgens de regels van de Omgevingswet. Daarom roept hij op amendement A 2 1-136 te steunen. In motie M 2 1-145 van D66 en de VVD, ‘Kaders voor een participatie-instrumentarium’, ziet hij niet zoveel. Regels en kaderstelling moeten wat hem betreft worden besproken door een commissievergadering en niet door een koffieleutclubje. De heer VOORINK (wethouder) heeft grote moeite met hoe de heer van Rooden de raadwerkgroep Omgevingswet karakteriseert. Die karakterisering doet ook geen recht aan het werk wat raadsleden daarin doen. In een raadsinformatiebrief staat wat een participatieverordening behelst.
Die gaat louter om initiatieven waar de gemeente de initiatiefnemer is. Participatie kan men in sommige gevallen verplicht stellen. Het college zegt uit te gaan van het goede in de mens en hen te helpen. Op termijn kan men zeggen regels vooraf te stellen. Dc vorm waarin dat gebeurt is niet aan de gemeente. Het voorstel van D66 en de VVD in motie M 2 1-145 omarmt hij om de raadswerkgroep daarbij te laten zijn. De twee amendementen adviseert hij niet aan te nemen. Tweede termijn Mevrouw KALK vraagt hoe bewoners met de voorliggende leidraad worden geholpen en waarop het college baseert dat op basis van het te nemen besluit kan worden gesproken van een levend document, als dat niet in het besluit is genoemd. Verder vraagt zij waarom niet in de openbaarheid kan worden gediscussieerd over het toepassen van de Omgevingswet en participatie. Mevrouw VAN VLIET heeft de bedoeling na de verkenning in de raadswerkgroep het advies dat daaruit komt zeker in de openbaarheid door de commissie te laten bespreken. Mevrouw KALK wil dat van meet af aan in de openbaarheid kunnen doen. H1202109l5
38
Mevrouw VAN VLIET legt uit dat de raadswerkgroep verkent wat er allemaal te doen is in het kader van het proces om tot de invoering van de Omgevingswet te komen. Daarbij ervaringen van omwonenden of initiatiefnemers betrekken is een goede suggestie. Het is niet haar intentie om zaken achter gesloten deuren te bespreken. Mevrouw VAN DE LINDE proeft bij mevrouw Kalk het gevoel dat de raadswerkgroep een werkgroep achter gesloten deuren is, maar dat is niet zo. Het is een voorbereidend gesprek, zodat in de commissievergadering op een praktische manier tot besluitvorming te komen is. Het betreft een gesprek dat veel meer tijd vraagt en niet in een commissiestructuur past. Zij zou het prima vinden de bijeenkomst van de raadswerkgrocp openbaar te laten zijn en te laten streamen. Mevrouw KALK lijkt dat prima. De VOORZITTER gaat er dan vanuit dat de raadwerkgroep openbaarheid van die bijeenkomst dan ook zelf organiseert. Amendement A 21-148 van Democraten Hilversum, ‘Participatieverordening’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 6 tegen 29 stemmen verworpen, met de stemmen van dc PvdA, de SP, Hilversums Belang en Democraten Hilversum voor.
Amendement A 21-136 van de PvdA, de SP en Hilversums Belang, ‘Leidraad’, wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 6 tegen 29 stemmen verworpen, met de stemmen van de PvdA, de SP, Hilversums Belang en Democraten Hilversum voor. Motie M 2 1-145 van D66 en de VVD, ‘Kaders voor participatie-instrumentarium’ wordt via de stemapplicatic in stemming gebracht en met 31 tegen 4 stemmen aangenomen, met de stemmen van de SP, Democraten Hilversum en het lid Kalk van de PvdA tegen. Het voorstel van burgemeester en wethouders wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 30 tegen 5 stemmen aangenomen, met de stemmen van de PvdA, de SP en Democraten Hilversum tegen. De VOORZITTER schorst de vergadering voor overleg over het al dan niet voortzetten van de vergadering, vanwege het late tijdstip. Schorsing (23.57
—
00.00 uur).
De VOORZITTER heropent de vergadering en merkt op dat overleg heeft uitgewezen dat het het meest aantrekkelijk is om de vergadering op 16 september a.s. om 20.00 uur voort te zetten. Als dat niet kan worden de resterende voorstellen verschoven naar de raadsvergadering van 6 oktober 2021. Zij constateert dat op 16 september veel raadsleden afwezig zijn, zodat het het beste is de resterende voorstellen te behandelen in de raadsvergadering van 6 oktober 2021. Aldus wordt besloten. 17
VASTSTELLEN SCHETSONTWERP TRANSFORMTIE HEUVELLAAN 50 Behandeling van het voorstel schuift door naar de raadsvergadering van 6 oktober 2021.
18
VRAGEN AAN HET COLLEGE Niet behandeld.
H120210915
39
19
MOTIE VREEMD AAN DE ORDE VAN DE DAG M 21-139 VAN DE PVDA EN HILVERSUMS BELANG ‘BEWONERSRAAD’ De motie schuift door naar de raadsvergadering van 6 oktober 2021. De VOORZITTER sluit de vergadering om 00.04 onder dankzegging aan de aanwezigen voor de
gedisciplineerde wijze van vergaderen.
Daas
H120210915
40