Vastgesteld en getekend verslag raadsvergadering d.d. 14 juni 2023
Tekst van het document
HI20230614
19
De heer WESTERNENG citeert oud VVD-raadslid Vogel die zei ‘de regio, dat zijn wij’. Gemeenten voelen de behoefte om meer in positie te komen, waarvoor de Commissie-Mol is opgericht. Het lijkt erop alsof de conclusies daarvan met de startnotitie en zienswijzen een beetje op afstand worden gehouden. Dat men alleen met een zienswijze invloed kan uitoefenen op een startnotie maakt hem een beetje zienswijzemoe. Het zou mooi zijn om een aantal aangeboden instrumenten te implementeren. De regiobegroting gaat over € 90 miljoen per jaar, waarvan Hilversum € 33 miljoen voor haar rekening neemt. Dat bedrag staat op afstand en wordt op een andere manier aangestuurd. De raad zou zich gezien zijn kaderstellende rol moeten beperken tot amendement A 23-78 over het ongenoegen over het proces. Over amendement A 23-72 over de gemeenschappelijke adviescommissie heeft hij nog wat vragen. In de wettekst staat dat het algemeen bestuur met een voorstel moet komen over de werkwijze, de taken en verantwoordelijkheden van een adviescommissie. Hij zou het goed vinden na het ontvangen van zo’n voorstel dat de raad daarover in debat gaat en vervolgens besluit. Hij kan namelijk nu niet overzien of een adviescommissie zonder de voorwaarden te kennen per se goed is voor de gemeente Hilversum ten opzichte van de andere gemeenten in de regio.
Wellicht moet men eerst een voorstel van het algemeen bestuur vragen en daarna beslissen of een gemeenschappelijke adviescommissie een goed instrument is. Wat betreft amendement A 23-79, ‘€ 1 miljoen of € 10 miljoen’, lijkt het hem goed om geen vast bedrag te bepalen, maar een percentage van de begroting, waarvoor toestemming aan de raad gevraagd moet worden, waarbij hij ook vraagt hoe vaak de raad wordt geconsulteerd. Motie M 21-190 vindt de VVD niet afgedaan en daarom is hij blij met motie M 23-76. Mevrouw KALK lijkt het prima raden te consulteren over een bedrag tot een bepaald percentage van de begroting. De wat terughoudende reactie van de VVD op de gemeenschappelijke adviescommissie bevreemdt haar enigszins. Bij de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit krijgt de raad een voorstel over de werkwijze voorgelegd, dat geamendeerd kan worden. Het gaat om het principe of de raden een vooruitgeschoven post willen hebben die het algemeen bestuur erop attendeert als dat moet acteren richting de raden, zodat zij meer in positie zijn. Zij vraagt de heer Westerneng daarom die terughoudendheid richting de adviescommissie uit te leggen. De heer WESTERNENG heeft moeite met het op voorhand instemmen met een instrument, waarvan niet bekend is of dat Hilversum goed aan tafel zet. Met het principe van ‘one man, one vote’ is Hilversum misschien niet beter af.
Daarom wil hij een voorstel bestellen en dan besluiten of het instrument in te zetten is. Mevrouw KALK reageert dat het instrument er is op verzoek van gemeenteraadsleden. In de praktijk gaat men toetsen of dat werkt. De voorwaarde om als Hilversum een zwaardere stem te hebben kan men meenemen in de ontwikkeling en de opdracht. Wachten op een uitgewerkt voorstel betekent dat men twee tot drie jaar verder is. De heer WESTERNENG vraagt het college of een voorstel voor een gemeenschappelijke adviescommissie nog mee kan worden genomen bij de nieuwe gemeenschappelijke regeling. Als de gemeente Hilversum zegt dat haar een adviescommissie niet past wil hij weten of die dan nog tegen te houden is. De heer NANNINGA is over het algemeen heel tevreden over de regio en is blij met die samenwerking. Zeker bij een krapte op de arbeidsmarkt is het goed om te kunnen samenwerken. Als de gemeente alles zelf zou moeten doen zou zij meer mensen nodig hebben of bepaalde specialismen niet in huis hebben. Ondanks dat grote vertrouwen in de regio en de wil om samen te werken heeft hij ervaren dat het best wel lastig is om als raadslid te acteren binnen zo’n samenwerking. De gemeenteraad moet op hoofdlijnen sturen en dat is in de regio nog moeilijker, omdat men daar nog verder van de besluitvorming en de organisatie af staat, wat lastig is.
Als het erop aan komt en bij belangrijke besluiten zou de raad moeten kunnen sturen. Een wijziging van de gemeenschappelijke regeling is zo’n moment dat het erop aan komt. Het is jammer dat vragen in de commissievergadering niet goed beantwoord werden en daarop de
HI20230614
20
vergadering zelfs geschorst moest worden. Nu is er de kans om een adviescommissie in te stellen, waarvoor wettelijk het een en ander is geregeld. Die kans moet men nu benutten. Motie M 23-76, ‘Serieus werk maken van het afvalbeleid’, heeft hij mede ingediend, niet omdat men met het meer naar zich toe trekken van het afvalbeleid dat beleid sterk verbetert, maar omdat de unaniem aangenomen motie M 21-190 niet op deze manier afgedaan kon worden en dat er eerst een degelijk onderzoek nodig is en er een goede onderbouwing voor moet komen. Mevrouw VERWEIJ heeft als fractiemedewerker in 2009 gesprekken gevoerd over landelijk en wettelijk verplichte taken, waarbij er regionaal samengewerkt moest worden. Dat is toen georganiseerd in een kleine regio, die uitvoeringstaken deed. Dat was praktisch en efficiënt en leek ook logisch. Nu ligt er een startnotitie met een zienswijze voor, die zowel de raad als het college uitspeelt. Dat is een interessante observatie, omdat de redenering in de startnotitie is dat het algemeen bestuur het eigenaarschap vergroot en zich allerlei rechten, mandaten en bevoegdheden toe-eigent, waarbij het de vraag is of dat wel verstandig is. De gemeenteraad gaat namelijk over zijn eigen geld en eigen beleid en geeft het college opdracht. Het college moet namens de raad met de regio onderhandelen, waarover zij hoort dat dat een beetje moeilijk is.
Gesteld is dat na afstemming met de andere portefeuillehouders in de regio de raden in samenwerking iets kunnen doen met een participatieverordening. Gezegd is dat de regiopodia een kans bieden voor dialoog en uitwisseling. Die bijeenkomsten vinden om 18.00 uur plaats, welk tijdstip het voor haar onmogelijk maakt om daarbij te zijn. Als zij geen betere oplossing leest dan een regiopodium wordt zij daarvan heel verdrietig. Ooit was de regio bedoeld voor uitvoering en nu gaat de regio over beleidsvorming en beleidsuitvoering. Zij wil dat de raad tegen de startnotitie stemt, alleen al om de daarin genoemde participatieverordening. De raad kan de fundamenten van de regio bespreken in een kerntakendiscussie. Wellicht moet de gemeente taken en bevoegdheden bij de regio weghalen, wat bij de OFGV ook is gedaan. De regio heeft niet eens een officiële klachtenregeling. De heer GÖBBELS noemt de regio Gooi en Vechtstreek van toegevoegde waarde, maar ziet de terugkerende vraag hoe deze regio lokale accenten of wensen voor koersbijsturingen faciliteert. Dat hangt ook samen met de mate van delegatie of mandatering. Het raakt aan de grenzen en de omkeerbaarheid daarvan. Daarbij komt hoe snel de regio schakelt op veranderende wettelijke mogelijkheden. Bijvoorbeeld op het vlak van participatie of een adviescommissie. Zo ontving hij vol verwachting de startnotitie.
Wat volgde was een wonderlijke bespreking in de commissievergadering. In de kern was de beantwoording van vragen daarin niet tot zijn tevredenheid. In reactie is het reparatiewerk te zien met amendementen en de motie, waarvoor hij de PvdA en D66 dankt. Democraten Hilversum steunt alle amendementen en de motie. Weliswaar was het een valse start, maar hij hoopt wel dat er een goede doorstart komt van het document. Mevrouw WALTERS (wethouder) constateert dat de raad een stapje verder wil gaan dan voorlopig doorgaan met de huidige werkwijze, met regiopodia. De raad wil weten wat een gemeenschappelijke adviescommissie doet en betekent, wat daarmee kan worden bereikt en wie daarin namens Hilversum zijn vertegenwoordigd. De PvdA wil die gemeenschappelijke adviescommissie meteen invoeren, terwijl de VVD eerst wil weten wat die betekent. De vraag is ook wat de gemeenschappelijke adviescommissie betekent voor de algemeen en dagelijks bestuursleden en over welke onderwerpen die commissie gaat praten. Op bladzijde 9 van het stuk staat dat de regio de gemeenschappelijke adviescommissie gaat verkennen. Daarom stelt zij voor de regio mee te geven dat te willen doen. Het hoeft geen drie jaar te duren voordat de volgende versie van de gemeenschappelijke regeling er is. Het gaat er ook om hoe de andere gemeenten er in staan.
Mevrouw KALK stelt vast dat de wethouder nu heel veel vragen stelt en de kwestie problematiseert. Die vragen moeten ook gesteld worden. Het gaat erom hoe de gezamenlijke adviescommissie samen wordt ingericht. De vraag is dan of dat gesprek nu moet starten of op zijn vroegst in 2026. Dat jaartal vindt de PvdA te laat. Men laat volgens haar nu een kans liggen om als gemeenteraden HI20230614
21
aan de voorkant van discussies en besluiten te komen, waarop haar kritiek zich richt. Hoe het er precies komt uit te zien zal blijken uit het overleg met andere gemeenteraden. De heer STREUTKER ondersteunt de wethouder, die volgens hem het sentiment van wat leeft goed verwoordt. Het probleem van het voorliggende amendement A 23-72 is dat in het ene deel wordt gezegd ‘Anders dan het algemeen bestuur is Hilversum van oordeel, dat het niet wenselijk is om eerst met de regiogemeenten de taken, bevoegdheden en werkwijze van zo’n commissie te verkennen…’, maar volgens hem is men dat wel van plan. Er staat dus een dubbeling in. Mevrouw KALK wil dat verkennen en wil de gemeenschappelijke adviescommissie instellen als er daarover overeenstemming is, maar wil niet wachten. Dat gaf wethouder Van Hunnik in de commissievergadering wel aan. Bij geen aanpassing is er op zijn vroegst een mogelijkheid van invoering van een gemeenschappelijke adviescommissie in 2026. Mevrouw WALTERS (wethouder) denkt dat er ook wel een nieuwe gemeenschappelijke regeling te maken is als de discussie over de gemeenschappelijke adviescommissie in alle raden is afgerond. Daarvoor hoeft men niet tot 2026 te wachten.
Zij ondersteunt amendement A 23-72 van de PvdA, Democraten Hilversum, de ChristenUnie, de SP en GroenLinks, waarin is meegegeven uit te werken wat directe invoering van de gemeenschappelijke adviescommissie betekent, zodat daarover discussie mogelijk is. Dat staat nu nog niet precies in het amendement. Met die insteek wil zij het amendement overnemen. De heer GÖBBELS wijst erop dat de rijksoverheid het voorstel heeft gedaan en vraagt of de wethouder een verklaring heeft waarom de raad niet al een uitgewerkt voorstel vanuit de regio heeft ontvangen. Mevrouw WALTERS (wethouder) weet dat niet, maar in het voorstel staat de gemeenschappelijke adviescommissie te gaan verkennen. Dat staat er een beetje onhandig en niet met enthousiasme opgeschreven. Daarom wil zij de regio laten vragen het gewoon te gaan doen. De heer LINDEBOOM meent dat de discussie ook erover gaat of er überhaupt ruimte is om de gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen. Dat onderzoek kan dus sowieso plaatsvinden, ongeacht of de gemeenschappelijke regeling wordt aangepast. De vrees is na het onderzoek naar de gemeenschappelijke adviescommissie niet door te kunnen gaan, maar te moeten wachten op de volgende gemeenschappelijke regeling om de gemeenschappelijke adviescommissie in te voegen.
Daarom stelt hij voor de gemeenschappelijke adviescommissie in de gemeenschappelijke regeling te zetten, zodat men daarna naar de invulling daarvan kan kijken. Mevrouw WALTERS (wethouder) stelt vast dat dat ook de gezamenlijke bedoeling is. De heer WESTERNENG constateert dat allen nu hetzelfde bedoelen, maar het alleen de vraag is hoe dat wordt opgeschreven. Er is overeenstemming over het opnemen van de gemeenschappelijke adviescommissie in de gemeenschappelijke regeling, maar een besluit moet nog volgen over de invulling daarvan. Hij is bang om de gemeenschappelijke adviescommissie in de gemeenschappelijke regeling te amenderen, omdat de regio dat verkeerd kan uitleggen. Mevrouw WALTERS (wethouder) wil het niet ingewikkelder maken dan het is. De gemeente kan een zienswijze naar de regio sturen. In de gemeenschappelijke regeling is een kan-bepaling op te nemen, waardoor de gemeenschappelijke adviescommissie later nog is vast te stellen, maar dat hoeft niet. De heer WESTERNENG roept op in de zienswijze op de startnotitie mee te nemen dat de raad een voorstel wil ontvangen over hoe de gemeenschappelijke adviescommissie eruit komt te zien, waarna de raad later besluit of die gewenst is. Mevrouw WALTERS (wethouder) licht toe dat bij een kan-bepaling na ingang daarvan een huishoudelijk reglement kan worden gemaakt. Zo’n kan-bepaling is dus handig.
Mevrouw KALK stemt in met een kan-bepaling over de gemeenschappelijke adviescommissie De heer WESTERNENG stelt voor om de vergadering te schorsen om amendement A 23-72 aan te passen. HI20230614
22
Mevrouw KALK verzoekt de voorzitter daartoe de vergadering te schorsen. De VOORZITTER schorst de vergadering om 21.50 uur. Schorsing. De VOORZITTER heropent de vergadering om 22.00 uur. Mevrouw KALK lees het aangepaste amendement A 23-72 voor. Aangepast amendement A 23-72 ‘Gemeenschappelijke adviescommissie’ “De raad van de gemeente Hilversum in vergadering bijeen op 14 juni 2023 behandelende het agendapunt Zienswijze startnotitie actualisering Gemeenschappelijke Regeling Gooi en Vechtstreek; overwegende dat: het algemeen bestuur van de regio Gooi en Vechtstreek volgens de startnotitie ‘Actualisering gemeenschappelijke regeling’ nu nog geen gemeenschappelijke adviescommissie in het leven wil roepen, maar eerst wil verkennen, waardoor een gemeenschappelijke commissie pas bij een volgende wijziging van de gemeenschappelijke regeling kan worden opgenomen (wat niet eerder dan 1 mei 2026 zal kunnen zijn); al geruime tijd de raden van de in de regio Gooi en Vechtstreek deelnemende gemeenten ongenoegen hebben geuit over hun positie ten opzichte ten opzichte van de regio en het van daaruit ontwikkelde beleid; dit aanleiding is geweest voor algemeen bestuur van de regio tot het instellen van de ‘Werkgroep Mol’ om te adviseren over hoe die positie kan worden verbeterd, en waarvan adviezen terugkomen in deze voorgestelde wijziging van de gemeenschappelijke regeling; ook de wetgever zich
niet doof heeft getoond voor de aanhoudende geluiden over de relatie tussen gemeenten en de samenwerkingsverbanden waarin zij op grond van de Wet gemeenschappelijke Regeling (WGR) met elkaar samenwerken; in verband daarmee gemeenteraden op grond van een recente wijziging van de WGR de wettelijke mogelijkheid hebben gekregen om op basis van een gezamenlijk verzoek te komen tot de instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie; in de Memorie van Toelichting op de recente wijziging van de WGR over de gemeenschappelijke adviescommissie onder meer het volgende wordt gemeld: ‘Met de gemeenschappelijke adviescommissie wordt beoogd dat de raden in een vroegtijdig stadium kunnen worden betrokken bij voorgenomen besluiten door het bestuur van de regeling. Zij fungeert daarmee als ‘vooruitgeschoven post’ van de gemeenschappelijke raden.’, en ‘Daarmee kunnen de raden eerder en nauwer betrokken worden dan op dit moment het geval is.’ het ter verbetering van de positie van de raden ten opzichte van de regio Gooi en Vechtstreek wenselijk is om de specifiek, voor dat doel, aangereikte wettelijke mogelijkheden direct te benutten, en daarom nu al te komen tot de instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie; besluit: 1.
de volgende tekst in de door het college voorgestelde zienswijze, voor zover het betreft de gemeenschappelijke adviescommissie betreft, te schrappen: II Ten aanzien van de gemeenschappelijke adviescommissie `Er zijn reeds stappen gezet om de raden beter in positie te brengen. Het verdient ons inzien aanbeveling om eerst de instrumenten van de startnotitie en de regiopodia verder toe te
HI20230614
23
passen en deze te evalueren, alvorens een adviescommissie in te stellen. Dan wordt ook duidelijker wat er echt nodig is.` En te vervangen door: ‘Wij willen, om verdere stappen te zetten en de gemeenteraden in positie te brengen, een voorstel voor de inrichting van een gemeenschappelijke adviescommissie, zodat er een kanbepaling in de gemeenschappelijke regeling wordt opgenomen per 1 juli 2023 en de adviescommissie, indien positief besloten, daarna wordt geïmplementeerd.’” (Aangepast amendement A 23-72 van de PvdA, Hart voor Hilversum, D66, de VVD, GroenLinks, het CDA, Democraten Hilversum, de SP, de ChristenUnie en BVNL) Mevrouw WALTERS (wethouder) vervolgt met te reageren op motie M 23-76 van D66, de VVD, de PvdA, Democraten Hilversum en de ChristenUnie, ‘Serieus werk maken van de motie over afvalbeleid’. Het collegevoorstel was om motie M 21-190 af te doen, maar zij vernam dat er meer nodig is. Het college gaat dus op een rij zetten wat het effect is als het afvalbeleid wordt teruggehaald naar gemeenten. Zij kondigt een collegebrief daarover aan. Vervolgens gaat zij in op amendement A 23-78 van de PvdA, D66, de SP, het CDA, de VVD, Democraten Hilversum en de ChristenUnie over aanpassing van de inleiding van de zienswijze. De inleiding gaat over het proces. Er was eerst een regiopodium met uitleg over de nieuwe gemeenschappelijke regeling en de nieuwe aankomende elementen.
Nu ligt een startnotitie voor, waarop raden in een zienswijze kunnen aangeven welke aspecten missen of wat er nog bij moet komen. Die zaken worden door het algemeen bestuur besproken. In oktober zal er weer een regiopodium zijn om de opbrengst te bespreken met de raad. Het college meent dat dat een zorgvuldig proces betreft. De indieners van het amendement voelen niet het enthousiasme om de raden in het algemeen bij de regio te betrekken. Zij vindt het prima om de inleiding daarop aan te passen, maar dat is een beetje frustratie uiten over het gevoelen de raden niet te willen betrekken. Het proces bevat echter wel zorgvuldige stappen om vooruit te komen met de gemeenschappelijke regeling. Mevrouw VERWEIJ vraagt de wethouder te duiden of de wethouder spreekt vanuit het college of vanuit de regio. Mevrouw WALTERS (wethouder) zegt namens het college te spreken. Zij erkent dat de start van regiopodia om 18.00 uur voor mensen lastig is. Afgelopen maandag ging het bij het bespreken van de huisvestingsverordening heel goed, waarbij ook veel raadsleden aanwezig waren. Een regiopodium is een vorm om alle woordvoerders bij elkaar te halen en voorstellen door te spreken.
De heer LINDEBOOM stelt dat de regiopodia bijna informeel zijn te noemen, omdat het gaat om een random selectie aan raadsleden, waaruit een random selectie aan reacties terugkomt, die niet een op een overeenkomen met zienswijzen. De status van een regiopodium is dus beperkt en is niet meer dan een informatiebijeenkomst. Er wordt gedaan of er daarbij formele input wordt opgehaald. Wellicht kan de rolinvulling anders worden geduid. Het idee is dat het proces wel gevolgd wordt, maar dat men niet altijd elkaar verstaat. Mevrouw WALTERS (wethouder) snapt dat, maar het formele punt is het opstellen van een zienswijze, waarover bij het regiopodium verkenningen plaatsvinden. Stukken worden formeel vastgelegd in besluiten en overleggen helpen om van andere raden te horen hoe zij erin zitten. Overleggen zijn bedoeld om te helpen tot een gezamenlijk beeld te komen. Zij wil blijven oefenen met hoe het gesprek met andere raden over de regio goed vorm te geven is. Zij vond het warme pleidooi van de ChristenUnie voor de regio mooi om te horen. De SP is daarover minder tevreden. Over de klachtenprocedure is al eens een brief gestuurd. Al met al is er toch een sterke regio. Amendement A 23-79 van de PvdA, Democraten Hilversum en de ChristenUnie, ‘€ 1 miljoen of € 10 miljoen’ lijkt haar goed. Zij is het eens met de suggestie van de VVD om geen hard bedrag te noemen, maar 1% of 2%.
Zij wil meegeven aan de regio wat het beste kan zijn, zodat die niet te vaak een voorstel zou hoeven sturen.
HI20230614
24
Mevrouw VERWEIJ vraagt de wethouder een toezegging te doen over het op pagina 6 vermelde over de regionale participatieverordening en of de raad daarover nog kan meepraten. Het instellen van zo’n verordening lijkt haar een beslispunt van de gemeenteraad. De VOORZITTER schorst de vergadering om 22.15 uur. Schorsing. De VOORZITTER heropent de vergadering om 22.18 uur. Mevrouw WALTERS (wethouder) antwoordt dat participatie gaat over het betrekken van de inwoners bij wat de regio doet, dus het opstellen van beleid, nieuwe manieren van doen of evaluaties. Daarvoor bestaat nog een oude verordening van het gewest. Ondertussen worden inwoners wel betrokken, maar is er daarvoor nog geen actuele verordening. Het doel is om ook daarover een kan-bepaling in de gemeenschappelijke verordening op te nemen en te komen met een participatieverordening, die gaat over het betrekken van inwoners bij de verschillende onderdelen. Mevrouw VERWEIJ gaat het om een verordening van een niet democratisch gekozen orgaan, vermeld in een ongelukkige tekst. Zij vraagt of die nieuwe regionale participatieverordening ook aan de Hilversumse gemeenteraad zal worden voorgelegd voordat het algemeen bestuur van de regio die vaststelt. Mevrouw WALTERS (wethouder) gaat in het volgende stuk uitleggen wat er met participatie gaat gebeuren, waarover de raad kan meepraten.
Wanneer de participatieverordening precies komt, weet zij nog niet. Mevrouw VERWEIJ heeft het gevoel dat de wethouder de regio verdedigt en zou willen dat die zich dienstbaarder opstelt naar de gemeenteraad toe. Mevrouw KALK wijzigt amendement A 23-79 als volgt: Gewijzigd amendement A 23-79 ‘1% of 10 miljoen’ “De raad van de gemeente Hilversum in vergadering bijeen op 14 juni 2023, behan-delende agendapunt 19 de Zienswijze startnotitie actualisering Gemeenschappelijke Regeling regio Gooi en Vechtstreek; overwegende dat: het budgetrecht een recht van de gemeenteraad is; begrotingswijzigingen boven de € 50.000,- voorgelegd worden aan de ge-meenteraad; het belangrijk is dat bij een gemeenschappelijke regeling de raden vooraf worden meegenomen bij belangrijke investeringsbeslissingen en bij begro-tingswijzigingen; het algemeen bestuur nu voorstelt om alleen bij investeringen boven de € 10 miljoen een zienswijzeprocedure uit te voeren; de hoogte van dit bedrag alleen wordt onderbouwd met de opmerkingen ‘ervaring van de afgelopen jaren’; het bedrag van € 10 miljoen staat van de aard en inhoud van de investering; constaterende dat: in de zienswijze wordt gezegd dat dit bedrag aan de zeer hoge kant is; weliswaar wordt gesproken over verlagen en onderbouwen maar zonder concrete bedragen; gemeenteraden bij investeringen tot € 10 miljoen buitenspel staan; dit geen wenselijke situatie is,
besluit: 1. beslispunt 2 van het concept-raadsbesluit te wijzigen zodat deze als volgt komt te luiden:
HI20230614
25
De zienswijze betreffende de startnotitie actualisering Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek vast te stellen en kenbaar te maken bij de Regio Gooi en Vechtstreek, met de volgende wijziging in de zienswijze: 1. In de zienswijze het volgende wordt gewijzigd: De tekst in de zienswijze: ‘Onderdeel c: dit onderdeel spreekt voor zich. Het is van belang dat de raden vooraf worden meegenomen bij belangrijke investeringsbeslissingen en niet alleen in geval van begrotingswijzigingen. Het bedrag van de investering is echter aan de zeer hoge kant. Voorstel is daarom het bedrag niet alleen te verlagen, maar ook te onderbouwen. Dit onderwerp vraagt om een heldere definitie. Bovendien vinden wij het wenselijk om de zienswijze niet alleen in te stellen in geval van (substantiële) investeringen maar ook in geval van nieuwe projecten/initiatieven waarbij op voorhand redelijkerwijs duidelijk is dat deze – op termijn – (substantiële) invloed hebben op de programmabegroting. Daarnaast stellen we voor de opsomming uit te breiden naar (voorgenomen) besluiten omtrent overgedragen taken waarvoor ook eerder een ‘zienswijzeprocedure’ is ingesteld. Denk aan de grondstoffenvisie en de uitvoeringsplannen GAD.
Daar waar de besluitvorming in de regio direct de lokale dienstverlening aan de inwoners raakt, vinden wij het belangrijk hiervoor een zienswijzeprocedure in te stellen en dit ook met zoveel woorden vast te leggen in de gemeenschappelijke regeling.’ te vervangen door: ‘Onderdeel c: het is van belang dat de raden vooraf in de gelegenheid worden gesteld bij investeringsbeslissingen en niet alleen in geval van begrotingswijzigingen hun zienswijze kenbaar te kunnen maken, in het geval de investering hoger is dan 1% van het totaal van de begroting van de regio (= € 90 miljoen). Bovendien vinden wij het wenselijk om de zienswijze niet alleen in te stellen in geval van (substantiële) investeringen maar ook in geval van nieuwe projecten/initiatieven waarbij op voorhand redelijkerwijs duidelijk is dat deze – op termijn – invloed hebben op de programmabegroting. Daarnaast vinden we dat de opsomming uitgebreid moet worden naar (voorgenomen) besluiten omtrent overgedragen taken waarvoor ook eerder een ‘zienswijzeprocedure’ is ingesteld. Denk aan de grondstoffenvisie en de uitvoeringsplannen GAD.
Daar waar de besluitvorming in de regio direct de lokale dienstverlening aan de inwoners raakt, vinden wij het noodzakelijk hiervoor een zienswijzeprocedure in te stellen en dit ook helder en concreet vast te leggen in de gemeenschappelijke regeling.’” (Gewijzigd amendement A 23-79 van de PvdA, Hart voor Hilversum, D66, de VVD, GroenLinks, het CDA, Democraten Hilversum, de SP, de ChristenUnie en BVNL) De heer LINDEBOOM complimenteert de raad en het college met de zojuist gevoerde inhoudelijke discussie, maar betreurt het dat die niet in de commissievergadering plaatshad, omdat die op hetzelfde resultaat had kunnen uitkomen. Zonder stemming wordt het gewijzigde amendement A 23-72 van de PvdA, Hart voor Hilversum, D66, de VVD, GroenLinks, het CDA, Democraten Hilversum, de SP, de ChristenUnie en BVNL, Gemeenschappelijke adviescommissie’ unaniem aangenomen. Zonder stemming wordt amendement A 23-78 van de PvdA, D66, de SP, het CDA, de VVD, Democraten Hilversum en de ChristenUnie, ‘Inleiding zienswijze’, unaniem aangenomen. Zonder stemming wordt het gewijzigde amendement A 23-79 van de PvdA, Hart voor Hilversum, D66, de VVD, GroenLinks, het CDA, Democraten Hilversum, de SP, de ChristenUnie en BVNL ’1% of € 10 miljoen, unaniem aangenomen.
HI20230614
26
Zonder stemming wordt motie M 23-76 van D66, de VVD, de PvdA, Democraten Hilversum en de ChristenUnie, ‘Serieus werk maken van de motie Afvalbeleid, unaniem aangenomen. Zonder stemming wordt het geamendeerde voorstel van burgemeester en wethouders aangenomen, onder aantekening dat de SP-fractie gewenst wordt te hebben tegengestemd. 20.
VRAGEN AAN HET COLLEGE
De VOORZITTER stelt de vraag van D66 aan wethouder Van Hunnik over het objectcriterium ten aanzien van zonnepanelen op woningen aan de orde. De heer VAN DEN BRINK licht de vragen toe. Het D66-voorstel is in de commissievergadering gedaan om een carte blanche te voorkomen bij het uitwerken van wat ‘rustig’ betekent. Die term kan men meer of minder restrictief interpreteren. Hij heeft daarop de wethouder doorgevraagd en of er al dan niet meer criteria voor komen, waarop is geantwoord het te zullen aankijken met de huidige tekst, waarbij zij zich niet kon voorstellen dat er nieuwe criteria komen. Nu staan op de website toch nieuwe criteria die wat hem betreft te restrictief zijn. Een gesprek daarover is dus niet gevoerd, wat D66 wel zou willen. Mevrouw WALTERS (wethouder) merkt op dat de webpagina over zonnepanelen als informatievoorziening moet worden gezien, een brochure, waarin de criteria op B1-niveau worden uitgelegd aan bewoners die plannen hebben voor het leggen van zonnepanelen. Het zijn geen nieuwe welstandscriteria, maar die pagina geeft een uitleg over hoe de criteria geïnterpreteerd worden door diegenen die hiervoor gemandateerd zijn. Het is dus een dienstverlening aan de burgers.
Op de webpagina staat in één pagina in eenvoudige bewoordingen en met illustraties beschreven wat in dikke nota's en regelgeving ook landelijk terug te vinden is over het onderwerp zonnepanelen en welstandbeschermd gezicht. De intentie is om te voorkomen dat bewoners met plannen voor zonnepanelen deze hele zoektocht door documenten en door de gemeentelijke organisatie moeten doorlopen. Wat nu door de steller als nieuwe criteria wordt opgevat, is in feite een toelichting op wat er met de woorden ‘rustig’ en ‘samenhangend’ bedoeld wordt, dus zonder onderbrekingen of verdraaiingen in het legpatroon. Welstandscriteria zijn pas criteria als deze door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Op de website staan dus geen nieuwe criteria. D66 vraagt wat er sinds 26 oktober is veranderd, zodat het college toch heeft besloten om objectcriterium 1 verder te specificeren nieuwe criteria toe te voegen. Zoals in het raadsvoorstel in oktober is beschreven, door de wethouder beloofd en tijdens de raadsvergadering meerdere keren is benoemd, is er begonnen aan de volgende stappen. De welstandsnota zou digitaal tot op adresniveau raadpleegbaar worden gemaakt. Er is een duidelijke beschrijving gekomen in welke gevallen een vergunning nodig is, hoe een aanvraag in het werk gezet wordt en wat er met de criteria bedoeld wordt.
Er zouden aanbevelingen beschikbaar gesteld worden van goede voorbeelden en trendsetters. In de raadsvergadering is de toezegging gedaan dat dit op B1-niveau gebeurt. De webpagina is het meest zichtbare resultaat van deze vervolgstappen. Er zijn geen nieuwe criteria toegevoegd en het specificeren is in feite het duidelijker en begrijpelijker maken van de vastgestelde criteria. De heer VAN DEN BRINK vindt de verduidelijking met plaatjes een heel goed idee, waarvoor hij de ambtenaar dankt. Als het geen verdere specificatie is vraagt hij zich af waarom die criteria, die blijkbaar wel genoemd zijn aan de inwoners, niet in die vergadering zijn aangegeven. D66 heeft daarover vragen gesteld, maar de wethouder is daar niet op doorgegaan. De zaken zijn wel ineens op de website terechtgekomen. Als toen al bekend was dat dat de uitwerking zou zijn wil hij weten waarom dat in de vorige raadsvergadering niet is gezegd.
HI20230614
27
Mevrouw WALTERS (wethouder) suggereert D66 per mail aan te geven waarom wordt gevonden dat het gepubliceerde op de website geen toelichting op de criteria zou zijn. Er is in het vierde kwartaal een evaluatie toegezegd, waarbij de informatieverstrekking ook kan worden meegenomen. De heer VAN DEN BRINK bevreemdt het dan dat wethouder Van Hunnik dat gesprek niet wilde voeren. In de betreffende raadsvergadering heeft zij gezegd eerst zaken te zullen aankijken. Het voorstel van D66 was om zaken verder te verduidelijken, maar daaraan was geen behoefte. Nu is dat ineens wel zo. Een evaluatie lijkt hem ook het goede moment om het gesprek over het onderwerp verder te voeren. 21.
MOTIE M 23-73 ‘HELP STATUSHOUDERS SNELLER AAN WERK’ Motie Vreemd M 23-73 ‘Help statushouders sneller aan werk’ “De raad van de gemeente Hilversum, in vergadering bijeen op 14 juni 2023; constaterende dat: • de gemeente Hilversum en haar inwoners veel ondersteuning bieden aan nieuwkomers en er alles aan doen om te zorgen dat nieuwkomers zich snel thuis voelen in Hilversum; • meedoen aan de samenleving door werken bijdraagt aan de integratie van nieuwkomers; • een vluchteling met een verblijfsvergunning (statushouder) mag werken en dezelfde rechten en plichten heeft als een Nederlander op de arbeidsmarkt; • het kabinet wil dat statushouders met een tijdelijke verblijfsvergunning, sneller aan het werk gaan dan nu het geval is; • gemeenten daarom aan de slag gaan met startbanen voor statushouders; • er veel behoefte is aan werknemers in bepaalde sectoren, waaronder de bouw, transport, logistiek, horeca, schoonmaak, onderwijs en zorg; • er ook een tekort is aan handhavers, boa’s en werk in de openbare ruimte; • in den lande zich verschillende initiatieven ontplooien gericht op een vroegtijdige bemiddeling richting de arbeidsmarkt ten aanzien van statushouders; • veel werkgevers nog onbekend zijn met de capaciteiten en mogelijkheden van statushouders voor het invullen van vacatures; • vluchtelingenwerk Hilversum ruim 100 mensen begeleidt en traint voor de arbeidsmarkt; overwegende
dat: • het hebben van een werk, betaald of onbetaald bijdraagt aan een snellere inburgering, het zorgt voor meer sociale contacten, versnelt de talenkennis en werkt tegen verveling; • statushouders zo snel als mogelijk de kans moeten krijgen om kennis te maken met de arbeidsmarkt; • de gemeente door aan de slag te gaan met het aanbieden van startbanen hier een belangrijke bijdrage aan kan leveren; • de gemeente de mogelijkheid heeft om binnen haar netwerk de vraag naar en aanbod van werkzoekende statushouders bij elkaar te brengen door het faciliteren van stages, vrijwilligerswerk en startbanen bij de gemeente, en partnerorganisaties; • er meer bekendheid gegeven kan worden aan de beschikbaarheid van de statushouders voor de arbeidsmarkt; verzoekt het college om: 1. te faciliteren dat er meer begeleide startbanen en stages komen voor statushouders.; 2. de raad in Q4 2023 te informeren over de voortgang; en gaat over tot de orde van de dag.” (Motie M 23-73 van de VVD en de ChristenUnie) https://www.kis.nl/artikel/hoe-ondersteunen-gemeenten-statushouders-bij-het- vindenvanwerk https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2023/03/10/statushouders-sneller-aanhet-werk
HI20230614
28
-
https://www.vluchtelingenwerk.nl/nl/steun-vluchtelingen/vluchtelingenwerk-enbedrijven/eenvluchteling-dienst-nemen.
Mevrouw VAN DER LAAN bezocht vorige week Vluchtelingenwerk in Hilversum en sprak daar met projectleiders over de uitdagingen waar Vluchtelingenwerk voor staat. Zij benadrukten dat er een hele fijne samenwerking is met de gemeente en dat zij ontzettend trots zijn op wat er tot nu toe is bereikt, samen met Vluchtelingenwerk. Spreekster licht toe dat een statushouder een vluchteling is met een verblijfsvergunning. Die mag werken en heeft dezelfde rechten en plichten als een Nederlander op de arbeidsmarkt. Vluchtelingenwerk traint en begeleidt honderd cliënten voor de arbeidsmarkt en zij moedigt cliënten aan om eerder in contact te komen met de arbeidsmarkt, laat zien hoe zij hun sociale netwerk kunnen uitbreiden en hoe ze kennis kunnen maken met de Nederlandse werkcultuur. De organisatie beveelt cliënten aan de Nederlandse taal te oefenen. Aan de andere kant ziet zij heel veel vacatures in de markt. Daarover kwam zij in gesprek en de projectleiders vertelden haar persoonlijke verhalen van cliënten, waar zij uitdagingen zien om hen te helpen aan betaald werk. Zo vertelden zij over een man die in zijn land van herkomst vrachtwagenchauffeur is geweest, goed Engels spreekt en ervaring heeft als automonteur. Om in Nederland op een vrachtwagen te mogen rijden heeft hij rijbewijs B nodig.
Hij zou heel graag in contact komen met een werkgever die hem de mogelijkheid om die aanvulling op zijn rijbewijs te halen. En als dat helemaal niet lukt om mee te mogen helpen bij een autobedrijf. En de projectleiders vertelden haar ook over een jonge cliënte van 23 jaar die graag parttime wil werken naast haar inburgeringscursus. Maar die loopt er tegenaan dat het niet lukt om dan voldoende bij te verdienen, omdat ze dan haar uitkering kwijt gaat raken. De projectleiders vertelden haar eveneens over tandartsen en hoogopgeleide docenten. Projectleiders willen maatwerk aan de vluchtelingen bieden. Zij trainen en begeleiden de vluchtelingen, maar ze bemiddelen niet. Dat is voor haar de reden om de motie in te dienen. Er zijn ongelooflijk veel vacatures en de vraag is waarom deze niet kunnen worden ingevuld. Aan de andere kant zijn er de statushouders die het moeilijk vinden om te solliciteren en om naar een baan te zoeken. Ze hebben geen netwerk en ze kunnen nergens terecht met hun vraag over werk. Daarom zou zij meer startbanen, stages en mogelijkheden willen bieden aan statushouders om kennis te maken met deze arbeidsmarkt. In het blad ‘Werk’ van Vluchtelingenwerk staan heel mooie verhalen over mensen met hoge en lage opleidingen, die eigen bedrijven begonnen zijn, die als vrijwilliger bij de politie beginnen. Iedereen wil zo snel mogelijk aan het werk als dat kan.
Werk brengt je onder de mensen en maakt gelukkiger. Zij benadrukt dat de gemeente heel veel doet, waarop zij heel trots is. Maar het zou mooi zijn om meer statushouders naar betaald werk te kunnen helpen, omdat een baan de beste manier is om te integreren. De heer DEEN vraagt of de VVD het beeld heeft dat er nu dingen niet goed gaan. Mevrouw ZEEUW VAN DER LAAN heeft dat beeld niet, maar wel dat statushouders graag geholpen zouden willen worden, omdat de gemeente een groot netwerk heeft. Veel werkgevers zijn nog steeds onbekend met statushouders die hun vacatures kunnen vervullen. De heer DEEN vraagt hoe mevrouw Zeeuw van der Laan het faciliteren voor zich ziet. Mevrouw ZEEUW VAN DER LAAN vindt de motie indienen al faciliteren. Vluchtelingenwerk is al blij dat zij voor het onderwerp aandacht vraagt. De heer DEEN is benieuwd of er extra werkzaamheden nodig zijn vanuit de gemeente op basis van de motie en of daar ook financiering voor is geregeld. Mevrouw ZEEUW VAN DER LAAN wacht in dezen het antwoord van de wethouder af, omdat zij heeft begrepen dat er al heel veel gebeurt. De gemeente faciliteert ook werkgevers en zij vullen met elkaar vacatures op. Dat is een win-winsituatie. De heer DEEN wil vervolgens weten of de VVD voor het opvangen van meer statushouders in Hilversum is.
HI20230614
29
Mevrouw ZEEUW VAN DER LAAN vindt dat een andere discussie en vraagt puur aandacht voor statushouders die kunnen en willen werken, maar die nog geen plek kunnen vinden om te werken. De heer HELLER (wethouder) is het eens over het belang van werk. Statushouders vallen onder de Inburgeringswet en hebben vaak een uitkering, van waaruit zij een re-integratieverplichting hebben. Gemeentelijke consulenten voeren de Inburgeringswet uit. Er was een nieuwe aanbestedingsronde voor re-integratie-instrumenten. Belangrijk daarbij is dat consulenten meer de regierol krijgen. Vluchtelingenwerk is daarbij een partner. In de aanbestedingsronde is een aantal partijen voor de doelgroep geselecteerd. Eén partner heeft een uitstekend bewezen trackrecord en er zijn daarvan hoge verwachtingen. De gemeente spreekt ook met Tomin om plekken voor statushouders geschikt te maken. Via de regio staan er leerbanen open. Na het zomerreces gaat een extra jobhunter voor de doelgroep naar werkgevers aan de slag. De gemeente heeft zich recent aangesloten bij de landelijke benchmark statushouders om regulier over informatie te kunnen rapporteren. Hij kan zich voorstellen in het eerste kwartaal van 2024 bij de raad terug te komen, zodat per 1 januari een rapportage over de benchmark te geven is.
Mevrouw ZEEUW VAN DER LAAN vindt dat mooie toezeggingen, waarop zij aanvullend een toezegging wil over wanneer de wethouder bij Vluchtelingenwerk op bezoek zal gaan. De heer HELLER (wethouder) is als wethouder Inburgering al bij Vluchtelingenwerk op bezoek geweest. Als wethouder Werk en Inkomen gaat hij graag nog een keer langs. Mevrouw ZEEUW VAN DER LAAN kan zich daarin vinden en houdt de motie aan. 22.
MOTIE M 23-81 ‘ONZICHTBARE JONGEREN 18+’ Motie vreemd aan de orde van de dag M 23-81: ‘Onzichtbare’ jongeren 18+’ De gemeenteraad van Hilversum, in vergadering bijeen op 14 juni 2023, constaterende dat: • uit onderzoek van stichting het vergeten kind1 is gebleken dat gemeentes veelal geen zicht hebben op deze groep (dakloze jongeren) in onze samenleving; • er vanuit de overheid € 65 miljoen is vrijgemaakt voor deze problematiek waarvoor gemeenten vervolgens beleid moeten implementeren; overwegende dat: • dit blijkbaar een verloren en onzichtbare groep vormt; • zo’n 80% van deze jongeren uit de jeugdzorg komt en wij deze jongvolwassenen met al hun traumatische ervaringen niet aan hun lot over kunnen laten; voorts overwegende dat: • de jeugdzorg ophoudt als je 18 wordt; • het direct een gevolg heeft op de druk bij de GGZ; • de gemeente deze jongeren niet in de kou kan laten staan; • er een Overheidsbudget voor is vrijgemaakt; • de gemeente goed voor zijn eigen burgers moet zorgen of zoals gezegd ‘Een schoon huis begint met een schone keuken’; verzoekt het college: • onderzoek te doen naar de daadwerkelijke aantallen van deze ‘bankhoppers’; • mee te gaan in de paradigmashift omtrent deze problematiek zoals omschreven in het landelijk actieplan: Housing First; • de mogelijkheden te onderzoeken naar herbestemming van bestaande panden voor deze vergeten groep; en gaat over tot de
orde van de dag.” (Motie M 23-81 van BVNL)
HI20230614
30
1 https://www.hetvergetenkind.nl/actueel/207/uitzichtloze-situatie-dakloze-jongeren-in-nederlandgemiddeld11-maanden-zonder-thuis Mevrouw DURLACHER licht de motie toe en wijst erop dat een hele groep jongeren als vergeten kinderen gezien kunnen worden. Zij leven onder de radar, zijn misschien op het woonadres van hun ouders ingeschreven, maar zij kunnen vanwege te grote problematiek thuis niet meer daar wonen. Ze gaan dan bij iemand op de bank slapen. Bij het project Fast Forward aan de Neuweg zijn er tien kamers, die vol zitten. Bij het project ‘Kamers met aandacht’ is ook een aantal kamers beschikbaar. Jongeren van 16 tot en met 27 jaar leven in dakloosheid, gaan niet meer naar school en raken hun zelfvertrouwen en het vertrouwen in mensen om hen heen kwijt. Zij vraagt de problematiek in Hilversum aan te pakken, waarvan de cijfers niet bekend zijn. Mevrouw WESSELINK weet dat De Cocon de verplichting heeft om mensen te huisvesten. Mevrouw DURLACHER stelt dat De Cocon opvang voor volwassenen regelt, maar zij aandacht vraagt voor opvang voor jongeren. Mevrouw WESSELINK begrijpt dat, maar wijst erop dat niemand meer geweigerd mag worden en er mogelijk elders opvang geregeld moet worden. Haar idee is dat er wel voor mensen wordt gezorgd. De heer VAN VOORDEN (wethouder) begrijpt de verwarring. Bij De Cocon en Fast Forward wordt met liefde voor mensen gezorgd.
Steeds meer jongeren stromen door, maar tegelijkertijd is sprake van een probleem waarvan de omvang niet is gekend. Het is niet fijn om in een opvanglocatie te leven, zodat men altijd kijkt of mensen in een netwerk terecht kunnen. Er komt een actieplan dakloosheid aan, ‘Eerst een huis’, dat in het vierde kwartaal van 2023 met de raad wordt besproken. Daarvoor wordt ook onderzoek gedaan naar de grootte van de groep, ook van mensen die in eerste instantie niet worden gezien. Een voortgangsrapportage die recent door de regio is besproken stuurt hij naar de raad toe. Zijn indruk is dat de regio zaken goed op orde heeft, maar het is altijd goed om te kijken of er nog zaken missen. Hij ontraadt de motie, omdat er al onderzoek gaat gebeuren en de gemeente met Housing First mee gaat. Onderzoek naar herbestemming van panden vindt hij nog niet aan de orde en hoort in de Huisvestingsverordening thuis. Bij het beleidsplan jeugd gaat het ook over verlengde jeugdzorg tot 23 jaar. De motie is wat hem betreft overbodig. Mevrouw DURLACHER houdt de motie aan totdat zij de toegezegde nadere informatie heeft ontvangen. De heer VAN VOORDEN (wethouder) stelt dat het genoemde in de motie valt onder de bestaande reguliere werkzaamheden en zegt toe de raad de voortgangsrapportage bescherming en opvang toe te sturen. 23.
MOTIE M 23-82 ‘WAT MOET, DAT MOET’ “De gemeenteraad van Hilversum, in vergadering bijeen op 14 juni 2023; constaterende dat: • openbare toiletten in Hilversum zeer schaars zijn; • de nood soms hoog is, ‘wat moet dat moet’; • wildplassen een forse boete oplevert; overwegende dat: • publiek veelvuldig en geregeld bij ondernemers binnenloopt om gebruik te maken van het toilet; • het per ondernemer verschilt of ze daar wel of niet aan mee willen/kunnen werken;
HI20230614
31
•
het veel onrust en ergernis oplevert voor zowel de ondernemer als het (in nood) zoekende publiek; • openbare toiletten vaak niet goed schoon te houden zijn en vandalismegevoelig zijn; verzoekt het college: • de mogelijkheid te onderzoeken voor een vergoeding, dan wel vrijstelling van rioolrechten, voor ondernemers die het toilet openbaar stellen; • de raad voor de behandeling van de begroting 2024 te informeren over de uitkomsten; en gaat over tot de orde van de dag.” (Motie M 23-82 van BVNL) Mevrouw DURLACHER licht de motie toe en informeert naar mogelijkheden om ondernemers een tegemoetkoming te geven om hun toilet beschikbaar te stellen voor publiek, waarbij er ook aandacht is voor mensen die lichamelijk beperkt zijn. De heer SCHEEPERS (wethouder) heeft het onderwerp al scherp op de radar staan. Voor de groep lichamelijk beperkten is er al de Hoge nood-app en ook is er al een aantal openbare toiletten in het centrum. De toiletten van Mout fungeren al als openbaar toilet en die ondernemer ontvangt daarvoor ook een geldelijke vergoeding. In de gebiedsagenda Centrum staat nog meer openbare toiletten te willen realiseren. Hij snapt de elementen in de motie, maar alle daarin vermelde zaken zijn al gerealiseerd of daarmee is het college al bezig. In dat licht bezien ontraadt hij de motie.
Mevrouw VERWEIJ stelt dat zij nog nooit met een restaurant te maken heeft gehad waar zij niet naar de wc mocht. Op de opmerking dat Mout voor een openbaar toilet wordt gecompenseerd reageert zij dat gelijke gelegenheden gelijk behandeld moeten worden en ook financieel gewaardeerd moeten worden. Zij nodigt de wethouder uit om te spreken met het platform chronisch zieken en gehandicapten die voor toiletten lang actie heeft gevoerd. Mevrouw DURLACHER verbaast het dat Mout financieel vergoed wordt voor het openstellen van toiletvoorzieningen. Zij vindt dat ook andere ondernemers in dat verband zouden moeten worden gecompenseerd. De heer FENNEMA wijst erop dat de wethouder op de motie met de vraag of ondernemers gecompenseerd kunnen worden heeft gereageerd dat dat gebeurt. Mevrouw VERWEIJ bepleit het gelijk behandelen van ondernemers in dezen en wil graag weten welke compensatie Mout krijgt, waarna beoordeeld kan worden of die vergoeding redelijk is. De heer SCHEEPERS (wethouder) reageert dat de gemeente Mout een vergoeding biedt om te functioneren als openbaar toilet. Dat is iets anders dan dat men vraagt of men bij een ondernemer naar de wc kan gaan. Mevrouw DURLACHER heeft gevraagd om een onderzoek of ondernemers gecompenseerd kunnen worden voor het gebruik maken van een toilet.
Ook heeft zij gepleit voor het aanbrengen van stickers, zodat het voor mensen zichtbaar is dat ze daar welkom zijn om naar het toilet te gaan. De heer NANNINGA vindt openbare toiletten een belangrijke openbare voorziening en vraagt wanneer er een voorstel over andere openbare toiletten naar de raad komt. De heer SCHEEPERS (wethouder) vermeldt dat er in het centrum de volgende openbare toiletvoorzieningen beschikbaar zijn: - Hilvertshof; HI20230614
32
-
Mout;
-
een fietsenstalling met goed toegankelijke wc’s;
-
een urilift op de Groest voor het uitgaande publiek.
Hij werpt de suggestie daarom ver van zich dat er geen openbare toiletfaciliteiten zouden zijn. In de uitwerking van de gebiedsagenda Centrum wordt bezien of voorzieningen te optimaliseren zijn. Mevrouw VERWEIJ wil openbare toiletvoorzieningen ook elders dan in het centrum goed regelen en vraagt de raad voor de motie te stemmen. De motie wordt via de stemapplicatie in stemming gebracht en met 9 tegen 26 stemmen verworpen, met de stemmen van de leden Van den Brink, Deen, Van Grieken, Van Hattum, Wesselink en Zaabat van D66 en de fracties van de SP en BVNL voor. De VOORZITTER sluit de vergadering om 23.00 uur. Aldus vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad van 19 juli 2023, de griffier, de voorzitter,
A.J. van Meerveld CMC
HI20230614
dr.ir. G.M. van den Top
33
Transactiebewijs iBabs digitale handtekening Meerveld, van, Anita van a.vanmeerveld@hilversum.nl 24-07-2023 17:19 f6033fb40e64c5e02269e402834a1e096e4812caba4434ecc22a85144359da4b
Evidence sheet iBabs digital signature Top, van den, Gerhard van den g.vandentop@hilversum.nl 07-26-2023 08:14 8a068e191952e256e9256d8e79b4eda99411376d5339ec61a8552078fd77eba0