CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Treasurystatuut Hilversum (aangepaste versie n.a.v. bespreking in ARC 11 januari 2023) (toegevoegd 16 januari 2023)

GEMEENTERAAD 1 februari 2023, gemeente HilversumBij agendapunt: Treasurystatuut gemeente Hilversum 2023 (1081802)13.075 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Treasurystatuut Gemeente Hilversum 2023

1

Treasurystatuut Gemeente Hilversum 2023 Inhoudsopgave

2

Inleiding I Begrippenkader II Doelstellingen van de treasuryfunctie

3 4 6

Risicobeheer III Uitgangspunten risicobeheer IV Renterisicobeheer V Koersrisicobeheer VI Kredietrisicobeheer VII Intern Liquiditeitsrisicobeheer VIII Valutarisicobeheer

9 9 10 10 10 10 10

Gemeentefinanciering IX Financiering X Langlopende uitzettingen XI Schatkistbankieren XII Relatiebeheer

10 10 11 12 12

Kasbeheer XIII Geldstromenbeheer XIV Saldo- en liquiditeitenbeheer

12 12 13

Borgstellingen/garantstellingen, verstrekken van geldleningen en kapitaal XV Verlening borgstelling/garantstelling/verstrekken van geldleningen en kapitaal

13 13

Administratieve organisatie en interne controle XVI Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle XVII Taken en verantwoordelijkheden XVIII Bevoegdheden XIX Informatievoorziening XX Inwerkingtreding

16 16 17 20 21 22

Toelichting op het Treasurystatuut

23

Treasurystatuut van de gemeente Hilversum 2023 Inleiding Het treasurystatuut is het kader voor het sturen en het beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s1. De regels over de financiering zijn vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en de bijbehorende ministeriële regelingen. Daarmee is dit treasurystatuut een nadere uitwerking van Hoofdstuk 4, Financieringsfunctie (treasury) van de financiële verordening gemeente Hilversum 2022. Het Rijk heeft regels gesteld aan hoe gemeenten hun geld en kapitaal beheren. Die regels staan in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). In het treasurystatuut worden de kaders voor het opstellen en uitvoeren van het treasurybeleid beschreven. Het gaat daarbij om de beleidsmatige vaststelling van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. De verdere uitwerking hiervan vindt jaarlijks plaats in de begroting van de gemeente. Dit statuut maakt een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk.

Verder bevat het statuut - conform artikel 212 van de gemeentewet - regels voor de organisatie van de administratie en voor het beheer van vermogenswaarden en - conform artikel 213 van de gemeentewet - regels die de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de financiële administratie en het beheer van de vermogenswaarden waarborgen. Bij de opstelling van het voorliggende treasurystatuut is rekening gehouden met de relevante wettelijke kaders in; • • • • • • • • • • • •

de Gemeentewet, de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden (Ufdo), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden, het Besluit lening voorwaarden decentrale overheden, (BLDO) de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof), de Wet markt en overheid het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten. (BBV) Het burgerlijk wetboek 7 titel 14 Het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) de financiële verordening gemeente Hilversum 2022

In het treasurystatuut worden allereerst het begrippenkader en de doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente geformuleerd. Deze worden vervolgens geconcretiseerd voor de verschillende deelgebieden van treasury: risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer. Daarna worden de organisatorische randvoorwaarden van de treasuryfunctie weergegeven. Hierbij worden de taakverdeling en de verantwoordelijkheden behandeld. Tot slot wordt ingegaan op de tussentijdse en jaarlijkse rapportages die noodzakelijk zijn om het gehele proces beheersbaar en meetbaar te maken en te houden. In de toelichting op het statuut worden waar nodig de in het treasurystatuut opgenomen artikelen toegelicht.

1 Handreiking 2015, ministerie van BzK.

3

I Begrippenkader Artikel 1 In dit statuut wordt verstaan onder: - Administratieve organisatie

Het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding;

- Begrotingstotaal

De totale lasten op de begroting van de gemeente;

- Borgstelling

Het zich voor de verbintenis van een ander (de hoofdschuldenaar) verplichten tot nakoming daarvan, indien deze zijn verplichtingen niet nakomt. Indien de borg wordt gehouden tot nakoming, ontstaat daarmee een vordering van de borg op de hoofdschuldenaar;

- Callgeld/daggeld

Aangetrokken c.q. uitgezette geldmiddelen voor een termijn van één tot enkele dagen;

- Deposito

Een spaarvorm of tijdelijke uitzetting van overtollige middelen met een vaste looptijd en een vaste rente;

- Derivaten

Financiële instrumenten die hun waarde ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde van een ander financieel product. De onderliggende waarden kunnen leningen of obligaties zijn.

- Financiering

Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar;

- Financieringsbehoefte

Ook wel financieringstekort genoemd. De behoefte aan extra of aanvullende externe financiering (kort dan wel langlopend) die op enig moment ontstaat doordat de uitgaven hoger zijn dan de inkomsten;

- Garantstelling

Schriftelijke verklaring van een derde, aan de verstrekker van een lening, waarin deze derde partij aan de verstrekker van de lening verklaart dat de partij die de lening aanvraagt aan zijn betalingsverplichtingen zal voldoen. Als de aanvrager van de lening in verzuim raakt staat de derde partij garant voor het nakomen van de verplichtingen. Bij het gebruik maken van de garantstelling gaat de schuld van de schuldenaar niet over op de garantiegever;

- Geldmarkt

Markt voor het aantrekken of uitzetten van kortlopende geldleningen (rentetypische looptijd korter dan 1 jaar);

- Geldstromenbeheer

Alle activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten over te boeken zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);

- Gemeentebestuur

is de gezamenlijke aanduiding voor de organen die bevoegd zijn om een gemeente te besturen. Het gemeentebestuur laat zich meestal

4

onderscheiden in een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur (college van B&W). Het algemeen bestuur van de gemeente berust normaliter bij het volks vertegenwoordigende orgaan, de raad. - Intern liquiditeitsrisico

De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning waardoor de liquiditeitsbehoefte waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;

- Interne Controle (IC)

Het geheel van controlemaatregelen gericht op het waarborgen van rechtmatigheid, volledigheid, juistheid en tijdigheid van de informatieverstrekking;

- Intermediair

Een intermediair is een bemiddelaar of een tussenpersoon op de geld- of kapitaalmarkt. De taak van de intermediair is om te bemiddelen tussen de aanbieder van de financiering, bijvoorbeeld de bank, en de klant. De intermediair ontvangt doorgaans een vergoeding voor de bemiddeling;

- Kapitaalmarkt

Markt voor het aantrekken of uitzetten van langlopende geldleningen (rentetypische looptijd langer dan 1 jaar);

- Kapitaalverstrekking

Heeft betrekking op vorderingen die eigendomsrechten op vennootschappen vertegenwoordigen. Dergelijke vorderingen geven de houder (doorgaans) recht op een aandeel in de winst alsmede in het netto vermogen in geval van liquidatie. Hier is sprake van risicodragende vorderingen. De waarde van de vordering en de vergoeding voor het beschikbaar gestelde vermogen staan niet contractueel vast, maar is afhankelijk van onder meer de afspraken bij het aangaan van de kapitaalverstrekking en de marktontwikkelingen.

- Kasstroom (geldstroom)

Inkomsten (ontvangsten) en/of uitgaven (betalingen) van liquide middelen. Dit betreft zowel chartaal als giraal geld;

- Kasgeldlening

Aangetrokken of uitgezette lening voor een looptijd van 1 week tot 12 maanden;

- Kasgeldlimiet

Wettelijke limiet ter beperking van het renterisico op de kortlopende c.q. vlottende schuld. De limiet wordt berekend aan de hand van een wettelijk vastgesteld percentage van het begrotingstotaal aan het begin van het jaar. Het wettelijke percentage is vastgelegd in de ministeriele regeling Ufdo en bedraagt op dit moment 8,5% van het begrotingstotaal aan het begin van het jaar;

- Koersrisico

Het risico dat de financiële activa of aandelen van een entiteit in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;

- Kredietlimiet

Faciliteit bij een bank, gekoppeld aan een bankrekening om voor een bepaald maximum bedrag “rood” te mogen staan tegen vooraf bekende rentecondities;

5

- Kredietrisico

De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van betalingsverplichtingen door de tegenpartij;

- Liquiditeitenbeheer

Het aantrekken en uitzetten van geld voor een periode tot maximaal één jaar;

- Liquiditeitenplanning

Een prognose van in- en uitgaande geldstromen, ingedeeld in tijdseenheden (zoals weken, maanden en jaren), voortvloeiende uit, onder meer de gemeentelijke begroting, geplande investeringen, grondexploitaties, rente en aflossingsverplichtingen, verstrekking van leningen en/of kapitaal aan derden, de financiering daarvan en de belegging van overtollige middelen en periodieke actualisatie van alle in- en uitgaande geldstromen;

- Liquiditeitsrisico

De kans dat een bedrijf of organisatie, niet op tijd aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen omdat er te weinig geld in kas en direct opvraagbaar geld bij (andere) banken beschikbaar is;

- Omslagrente

Het rentepercentage dat wordt gebruikt om de werkelijk betaalde rente te verdelen over de programma’s. De verdeelsleutel is de boekwaarde van het totaal aan activa dat dienstbaar is aan de betreffende programma’s per 1-1 van het jaar;

- Onderhandse geldlening

Een lening die in direct contact tussen geldgever en geldnemer, zonder tussenkomst van een (andere) bank, wordt afgesloten en waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg tot stand komen;

- Projectfinanciering

Financiering die wordt aangetrokken ten behoeve van een specifiek project of actief, bijvoorbeeld de bouw van een gebouw:

- Publieke taak

Gemeenten kunnen uitsluitend leningen aangaan, middelen uitzetten en borgstelling of garantstelling verlenen en kapitaal verstrekken voor de uitoefening van de publieke taak. De Gemeenteraad bepaalt het kader en de invulling van de publieke taak, binnen de normen van de wet- en regelgeving;

- Rating

Een oordeel over de kredietwaardigheid van een bedrijf, bank of een ander soort financiële instelling, financiële producten of een land, uitgedrukt in een classificatie of score inclusief een Probability of Default (ook wel PD = procentuele kans op het niet aan betalingsverplichtingen kunnen voldoen);

- Rekening courant

Lopende rekening bij een bank, al dan niet gekoppeld aan een kredietlimiet en al dan niet binnen een stelsel van andere bankrekeningen bij een bepaalde bank;

- Rente

Rente is een vergoeding voor het ter beschikking stellen van geld voor een bepaalde periode;

- Rente- en saldo compensabel Dit houdt in dat credit- en debet saldi van diverse bankrekeningen van een onderneming met elkaar worden gecompenseerd. Er wordt 6

geen geld overgeboekt maar de standen van de betreffende bankrekeningen komen wel bij elkaar in één overzicht van de bank; - Renterisico

Het risico dat voortvloeit uit de mogelijkheid dat in de toekomst de rentelasten van financiering of liquiditeitenbeheer hoger zullen zijn al gevolg van het stijgen van rentetarieven;

- Renterisiconorm

Wettelijke limiet ter beperking van het renterisico op de langlopende leningen. De limiet wordt berekend aan de hand van een wettelijk vastgesteld percentage van het begrotingstotaal aan het begin van het jaar. Het wettelijke percentage is vastgelegd in de ministeriele regeling Ufdo.

- Rentetypische looptijd

Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;

- Rentevisie

Toekomstverwachting over de renteontwikkeling;

- Saldobeheer

Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;

- Schatkistbankieren

Het verplicht aanhouden van overtollige liquide middelen en beleggingen bij het ministerie van Financiën door gemeenten, provincies, waterschappen en door hen opgerichte gemeenschappelijke regelingen. Er wordt hierbij rekening gehouden met een drempelbedrag dat aan de hand van het begrotingstotaal aan het begin van het jaar wordt berekend;

- Staatssteun

Staatssteun is het direct dan wel indirect verstrekken van financiële steun aan ondernemingen door overheden. Er zijn verschillende vormen van staatssteun, zoals het geven van overheidsopdrachten, subsidies, leningen tegen een lage rente, goedkope verzekeringen, belastingvoordelen of het investeren in een onderneming;

- Totaalfinanciering

Dit houdt in dat voor de gemeentelijke organisatie als geheel de financieringsbehoefte c.q. het financieringstekort bepaald wordt. Er wordt dus niet voor iedere investering, grondexploitatie of project apart geleend;

- Treasuryfunctie

De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer;

- Uitzetting

Het tijdelijk uitlenen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende

7

uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer; - Valutarisico

Het risico dat de wisselkoers van de vreemde valuta wijzigt, zodat een vordering of schuld (op nadelige wijze) wordt veranderd;

- Vaste schuld

Schuldtitels met een looptijd van minimaal één jaar en één dag;

- Vier ogen principe

Procedureel uitgangspunt dat stelt dat voor een bepaalde handeling altijd twee mensen nodig zijn , zodat zij elkaar kunnen controleren;

- Vlottende schuld

Schuldtitels met een looptijd van maximaal één jaar;

- Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen is een ratio die aangeeft in hoeverre een organisatie eventuele calamiteiten financieel kan opvangen. Het weerstandsvermogen geeft de verhouding aan tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (de beschikbare middelen) en de benodigde weerstandscapaciteit (het risicoprofiel);

-Beschikbare Weerstandsvermogen

De beschikbare weerstandscapaciteit geeft aan hoeveel middelen er beschikbaar zijn om eventuele risico’s op te kunnen vangen.

-Benodigde Weerstandsvermogen

De benodigde weerstandscapaciteit heeft betrekking op het bedrag dat nodig is om geïdentificeerde risico’s af te kunnen dekken.

- Zekerheden

Zakelijke zekerheidsrechten die door de gemeente, in het kader van een verzoek om een lening of borgstelling/garantstelling, van de aanvrager gevraagd kunnen worden om het risicoprofiel van de verzochte steun te verlagen, bijvoorbeeld hypotheek- en pandrechten;

II Doelstellingen van de treasuryfunctie Artikel 2 De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities zodat er altijd voldoende middelen zijn om de gemeentelijke taken uit te kunnen voeren; 2. Het beheersen van gemeentelijke risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals, renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s; 3. Het streven naar een, binnen de kaders van de Wet Fido, de bijbehorende ministeriële regelingen en dit statuut, optimale financieringsstructuur tegen zo laag mogelijke lasten; 4. De organisatie ondersteunen en adviseren bij financieringsvraagstukken; 5. Het waarborgen van taken en verantwoordelijkheden van de treasuryfunctie binnen de organisatie.

8

Risicobeheer III Uitgangspunten risicobeheer Artikel 3 Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: 1. Het college mag leningen of borgstelling/garantstellingen uit hoofde van de publieke taak, zoals opgenomen in artikel 160 van de Gemeentewet, uitsluitend verstrekken nadat de Gemeenteraad in staat is gesteld zijn wensen en bedenkingen hierover schriftelijk kenbaar te maken, waarbij vooraf advies door het college van burgemeester en wethouders wordt ingewonnen over de betreffende businesscase, de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij; 2. Het college mag geldmiddelen uitzetten in de vorm van deelnemingen in rechtspersonen, maatschappen uit hoofde van de publieke taak, zoals opgenomen in artikel 160 van de Gemeentewet, uitsluitend nadat de Gemeenteraad in staat is gesteld zijn wensen en bedenkingen hierover schriftelijk kenbaar te maken, waarbij vooraf door het college van burgemeester en wethouders intern en extern advies, wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij; 3. Het college kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico.

Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut; 4. Het college mag, conform artikel 2 lid 3 van de Wet fido, liquide middelen in de vorm van leningen uitzetten bij andere openbare lichamen in het kader waarvan gebruik kan worden gemaakt van diensten van intermediairs als genoemd in art 13 lid 4; 5. Het beleid betreffende de looptijd en omvang van financiering is gericht op spreiding van toekomstige renterisico’s. Hierdoor wordt voorkomen dat een ongewenst budgettaire belasting kan ontstaan in een jaar waarin voor een substantieel deel van de leningenportefeuille hoogrentende leningen c.q. lening conversies moeten worden afgesloten c.q. plaatsvinden; 6. Om renterisico op het aantrekken van financieringsmiddelen te beheersen wordt geen gebruik gemaakt van derivaten. IV Renterisicobeheer Artikel 4 1. De kasgeldlimiet wordt, op basis van de Wet Fido niet langer dan 3 kwartalen overschreden; 2. De renterisiconorm wordt op basis van de Wet fido niet overschreden; 3. Nieuwe leningen/uitzettingen, zowel kort- als langlopend, worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de meest recente inzichten in de liquiditeitenplanning op korte en langere termijn; 4. De rentetypische looptijd van de betreffende lening/uitzetting wordt afgestemd op de actuele rentestand; 5.

Binnen de kaders gesteld onder lid 1 t/m 4, streeft het college tevens naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen/uitzettingen.

9

V Koersrisicobeheer Artikel 5 1. Het college beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury, door uitsluitend de volgende producten te hanteren: rekening-courant, spaarrekening, daggeld, deposito’s bij banken en financiële instellingen die zijn gevestigd in Nederland en die beschikken over een rating van minimaal AA; 2. Tevens beperkt het college de koersrisico’s door conform artikel 7 de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de meest recente inzichten in de liquiditeitenplanning op korte en langere termijn. 3. Koersrisico’s bij beleggingen in aandelen worden op grond van de Wet Fido beperkt, omdat uitzettingen in de vorm van aandelen niet zijn toegestaan. Alleen deelnemen in ondernemingen uit hoofde van de publieke taak is geoorloofd.

VI Kredietrisicobeheer Artikel 6 In beginsel worden geen leningen uit hoofde van de publieke taak verstrekt. Indien het college toch besluit tot het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak, dan vindt een beoordeling plaats van de betreffende businesscase, de financiële positie en kredietwaardigheid van de betreffende partij en worden, indien mogelijk, zekerheden of garanties geëist en worden de wetgeving en richtlijnen inzake staatssteun in acht genomen. VII Intern liquiditeitsrisicobeheer Artikel 7 Het college beperkt interne liquiditeitsrisico’s door de treasuryactiviteiten altijd te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar), alsmede een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd tot in ieder geval 4 jaar vooruit. De voorziene financieringsbehoefte maakt onderdeel uit van de paragraaf financiering van de begroting. VIII Valutarisicobeheer Artikel 8 Valutarisico’s zijn uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of borg- of garantstellingen af te geven in de Nederlandse geldeenheid, de euro.

Gemeentefinanciering IX Financiering Artikel 9 Bij het aantrekken van financieringen gelden de volgende uitgangspunten:

10

1. Financieringen worden uitsluitend aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; 2. De paragraaf financiering van de begroting van het lopende begrotingsjaar; 3. Financiering wordt uitsluitend aangetrokken op basis van een actuele liquiditeitsprognose; 4. Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken, teneinde de renterisico’s en het renteresultaat te optimaliseren; 5. Er wordt uitgegaan van het principe van totaalfinanciering en niet van projectfinanciering; 6. Over het eigen vermogen en voorzieningen wordt geen rentevergoeding berekend. 7. De rentelasten worden conform de uitgangspunten van de BBV Notitie Rente en de BBV Notitie Grondbeleid verdeeld over de taakvelden, via de omslagrente. Deze wordt berekend door de totale netto rentelasten te delen door de boekwaarde van de vaste activa per 1 januari; 8. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn: daggelden, onderhandse leningen, kasgeldleningen en kredieten in rekening courant; 9. Toegestane aflossingswijzen: lineair, annuïtair, fixe of een combinatie hiervan; 10. Bij het aantrekken van financiering worden minimaal twee offertes opgevraagd, waarvan één bij de eigen huisbankier; 11.

Als het niet mogelijk is om minimaal twee offertes te verkrijgen dan wordt volstaan met één offerte met een toelichting op de omstandigheden die daartoe hebben geleid, inclusief een beoordeling van de marktconformiteit van de ontvangen offerte door een extern deskundige. Artikel 10 1. Gecombineerd met de prudente houding ten opzichte van het omgaan met risico’s is het uitgangspunt dat de rentevisie van de gemeente Hilversum gebaseerd is op de huidige rentestanden. Dat betekent concreet dat de gemeente aanneemt dat alle bekende relevante factoren verdisconteerd zijn in de huidige rentestanden; 2. Bij het nemen van treasurybeslissingen wordt de op dat moment geldende marktrente als uitgangspunt genomen; 3. Bij het aantrekken van financiering wordt gekeken naar de omvang en looptijd van de financieringsbehoefte in combinatie met de geldende rente tarieven en inachtneming van de renterisiconorm en de kasgeldlimiet; 4. Bij financieringsbeslissingen wordt niet gespeculeerd op rentestijgingen of rentedalingen.

X Langlopende uitzettingen Artikel 11 Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie gelden de volgende uitgangspunten: 1. Uitzettingen worden uitsluitend gedaan binnen de artikel 3 gestelde uitgangspunten en onder de in artikel 4, 5, 6 en 8 genoemde voorwaarden; 2. Uitzettingen vinden alleen plaats op basis van een actuele liquiditeitsprognose; 3. Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode langer dan één jaar zijn, onderhandse leningen, spaarrekeningen en deposito’s bij partijen die minimaal een AArating hebben bij minimaal twee gerenommeerde internationale rating agencies;

11

XI Schatkistbankieren Artikel 12 1. Tijdelijke overtollige gelden worden, conform de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden uitsluitend uitgezet bij de schatkist; 2. Middelen die aangehouden worden bij de schatkist in het kader van Schatkistbankieren, mogen binnen de schatkist geplaatst worden op een depositorekening. XII Relatiebeheer Artikel 13 Het college beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: 1. Bankrelaties en hun bancaire condities worden ééns in de vier jaar geëvalueerd; 2. Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid tenminste een AA-rating te hebben bij minimaal twee gerenommeerde internationale rating agencies; 3. Financiële instellingen (banken, kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen statutair in Nederland te zijn gevestigd. Bovendien dienen zij onder Nederlands toezicht te vallen, bijvoorbeeld van De Nederlandsche Bank of de Verzekeringskamer; 4. Intermediairs op de geld- en kapitaalmarkt dienen onder toezicht te staan bij de Autoriteit financiële markten (AFM) en te beschikken over de juiste vergunning van de AFM; 5. Het beheer van relaties met financiële instellingen, waaronder de bankrelaties, valt onder de verantwoordelijkheid van de treasurer.

Hieronder wordt verstaan: • Het beheer van rekeningen bij verschillende bancaire instellingen, waarbij wordt gestreefd naar een zo klein mogelijk aantal rekeningen om de transparantie te vergroten; • Het zorgdragen voor voldoende kredietfaciliteiten; • Het zorgdragen voor informatie bij financiële instellingen over verdeling van bevoegdheden binnen de gemeente ten behoeve van een efficiënte afhandeling en minimalisering van risico’s van transacties; • Het onderhouden van contacten met banken, instellingen en (geld)makelaars ten behoeve van de toegang tot en kennis over de ontwikkelingen in de financiële markten. Kasbeheer XIII Geldstromenbeheer Artikel 14 1. Om de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren worden de geldstromen (inkomsten en uitgaven) op gemeenteniveau zo veel mogelijk op elkaar afgestemd. Hierbij wordt erop toegezien dat de beschikbaarheid van korte financieringsmiddelen altijd voldoende is om te garanderen dat de gemeentelijke betalingsverplichtingen tijdig en volledig kunnen worden nagekomen; 12

2. De gemeente Hilversum voert het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uit via één bank en beperkt zoveel mogelijk contante geldstromen. XIV Saldo- en liquiditeitenbeheer Artikel 15 Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen: 1. Het college streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rente- en saldo compensabel stelsel van bankrekeningen bij één bank tegen de gunstigste condities; 2. Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan het college kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt – conform artikel 4 lid 1 – de kasgeldlimiet niet langer dan 3 kwartalen overschreden; 3. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredieten in rekening-courant; 4. Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn rekening-courant, daggeld, kasgeld, spaarrekeningen en deposito’s bij partijen die minimaal een AA- rating hebben bij minimaal twee gerenommeerde internationale rating agencies;

Borgstellingen/garantstellingen, verstrekken geldleningen en kapitaal XV Verlening borgstellingen/garantstellingen, verstrekken van geldleningen en verstrekken van kapitaal Artikel 16 1. Het college is bevoegd tot het verstrekken van een borgstelling/garantstelling/lening of kapitaal; 2. Het college gaat terughoudend om met het verstrekken van borgstellingen/garantstellingen/ leningen en kapitaal, tenzij politiek – en bestuurlijke motieven zich hiertegen verzetten. Borgstelling/garantstellingen/leningen en kapitaal worden alleen uit hoofde van de publieke taak verleend. In de besluitvorming wordt gemotiveerd welk publiek belang wordt gediend; 3. Het college kan in het besluit tot borgstelling/garantstelling of het verstrekken van een lening/kapitaal, verplichtingen opleggen ter zake van zekerheidsrechten die worden gevraagd van de geldnemer; 4. Het verstrekken van een borgstelling/garantstelling of lening/kapitaal kan slechts geschieden nadat de Gemeenteraad schriftelijk in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen hierover kenbaar te maken aan het college; 5. Bij verlening van borgstellingen/garantstellingen en geldleningen wordt rekening gehouden met het aanwezige weerstandsvermogen/weerstandsfactor van de gemeente Hilversum ; 6. Bij het verstrekken van borgstellingen/garantstellingen/leningen of kapitaal dient de staatssteunregelgeving in acht te worden genomen.

Artikel 17 1. Er worden geen borgstellingen/garantstellingen afgegeven aan partijen of instellingen waarvoor een waarborgfonds bestaat;

13

2. Wanneer een waarborgfonds een limiet stelt op zijn borgstelling/garantstelling kan de gemeente slechts maximaal voor het resterende deel van de financieringsbehoefte een borgstelling/garantstelling verstrekken; 3. In uitzonderlijke gevallen kan gemotiveerd worden afgeweken van het eerste lid. In dat geval worden door de gemeente zoveel mogelijk zekerheden gevestigd. Artikel 18 1. De borgstelling/garantstelling wordt alleen verstrekt als deze noodzakelijk is voor het verkrijgen van financiering van een beoogde investering; 2. De aanvrager van een borgstelling/garantstelling moet aantonen dat hij via een reguliere commerciële bank geen lening of geen lening tegen aanvaardbare voorwaarden kan afsluiten. Hiervoor dient hij tenminste twee bankverklaringen te overleggen waaruit dit blijkt; 3. Borgstellingen/garantstellingen worden alleen verleend op leningen die zijn of worden verstrekt door een bank of andere geldgever waarvan de rentevaste periode gelijk is aan de looptijd van de lening, 4. Borgstellingen/garantstellingen worden alleen verleend op leningen die een einddatum hebben en waarbij de looptijd van de financiering de beoogde afschrijvingstermijn van de beoogde investering niet overschrijdt. 5.

De borgstelling/garantstelling strekt zich alleen tot zekerstelling van de geldgever van de betaling van rente en aflossing op een lening indien de geldnemer daarmee in gebreke is gebleven; 6. Aflossing op de onderliggende lening is gedurende de looptijd van de borgstelling/garantstelling verplicht, lineair of annuïtair; 7. De aanvrager zal – gelet op zijn financiële positie en de ontwikkeling daarvan - in staat zijn, gedurende de gehele looptijd van de borgstelling/garantstelling, de rente en aflossing, op de financiering waar de borgstelling/garantstelling betrekking op heeft, te kunnen betalen; 8. Ter meerdere zekerheid van terugbetaling van rente en aflossing, op de lening waarop de borgstelling/garantstelling betrekking heeft, worden er zo veel mogelijk zekerheden jegens de gemeente gesteld. In gevallen dat de aanvrager van een borgstelling/garantstelling tevens een subsidierelatie heeft met de gemeente gelden de gemeentelijke subsidies niet als zekerheid; De aanvrager gaat akkoord met door de gemeente te stellen (aanvullende) voorwaarden (bijvoorbeeld zekerheden). 9. Binnen een jaar na het B&W besluit moet de lening waarvoor de borgstelling/garantstelling is afgegeven zijn opgenomen. Bij overschrijding van deze termijn moet een nieuw verzoek worden ingediend. Artikel 19 1.

Op grond van Europese staatsteunregels is het niet toegestaan om borgstelling/garantstelling en af te geven die meer dan 80% van het uitstaande lening bedrag dekken, tenzij het college kan aantonen waarom een hoger percentage nodig is en dat het geen staatssteun betreft; 2. Wanneer de omvang van de lening of financiële verplichting afneemt moet het geborgde/gegarandeerde bedrag in evenredigheid afnemen, zodat de borgstelling/garantstelling op ieder moment niet meer dan 80% van de uitstaande lening dekt. 14

Artikel 20 1. De gemeente brengt bij de geldnemer bij borgstelling/garantstelling een éénmalige premie of een jaarlijkse vergoeding als percentage van het door de gemeente geborgde bedrag in rekening; 2. In uitzonderlijke gevallen kan het college gemotiveerd afwijken van het eerste lid.

Artikel 21 1. Borgstelling/garantstelling verdient de voorkeur boven het verstrekken van leningen/kapitaal. 2. Geldleningen worden alleen verstrekt indien borgstelling/garantstelling niet afdoende is om de gewenste financiering van een beoogde investering aan te trekken; 3. Het rechtstreeks verstrekken van geldleningen aan natuurlijke personen is niet toegestaan; 4. De afspraken met de geldnemer worden vastgelegd in een overeenkomst; 5. De geldnemer is een marktconforme rente verschuldigd aan de gemeente waarbij een minimum geldt van de in dat jaar gehanteerde omslagrente; 6. De aanvrager van een geldlening moet aantonen dat hij via een reguliere commerciële bank geen lening of geen lening tegen aanvaardbare voorwaarden kan afsluiten. Hiervoor dient hij tenminste twee bankverklaringen te overleggen waaruit dit blijkt; 7. De aanvrager zal – gelet op zijn financiële positie en de ontwikkeling daarvan - in staat zijn, gedurende de gehele looptijd van de lening, de rente en aflossing te kunnen betalen; 8. Ter meerdere zekerheid van terugbetaling van rente en aflossing worden er zo veel mogelijk zekerheden jegens de gemeente gesteld. In gevallen dat de aanvrager van een lening tevens een subsidierelatie heeft met de gemeente gelden de gemeentelijke subsidies niet als zekerheid. 9. Binnen een jaar na het B&W besluit moet de lening zijn opgenomen.

Bij overschrijding van deze termijn moet een nieuw verzoek worden ingediend. Artikel 22 Aankopen van aandelen en kapitaalverstrekking 1. De gemeente koopt in principe geen aandelen, tenzij politiek – en bestuurlijke motieven zich hiertegen verzetten. 2. Deelnemingen worden alleen uit hoofde van de publieke taak aangegaan; 3. Het aankopen van aandelen kan slechts geschieden nadat de Gemeenteraad een voorgenomen besluit is toegezonden en schriftelijk in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken aan het college; 4. Alleen aandelen waarbij recht op medezeggenschap en recht op winstdeling is vastgelegd zijn toegestaan; 5. Ten behoeve van de terugbetaling van ingebracht kapitaal kunnen geen zekerheden jegens de gemeente worden gesteld. 6. In gevallen dat de organisatie waarbij kapitaal is ingebracht tevens een subsidierelatie heeft met de gemeente gelden de gemeentelijke subsidies niet als zekerheid;

15

7. De partij waarvan aandelen zijn aangekocht zal tegemoet komen aan het verzoek van de gemeente als aandeelhouder alle informatie te verstrekken, die de gemeente nodig acht voor de waardering van zijn aandelenkapitaal.

Administratieve organisatie en interne controle XVI Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle treasuryfunctie Artikel 23 1. Het college van burgemeester en wethouders wijst de Treasurer bij afzonderlijk besluit aan; 2. De Treasurer is verantwoordelijk voor de sturing en beheersing van de treasuryfunctie binnen de gemeente, voor zover de bevoegdheden aan hem/haar zijn gemandateerd en volmacht is verleend; 3. De functie van Treasurer is niet verenigbaar met die van directeur, concerncontroller afdelingsmanager of teammanager; 4. Het college van burgemeester en wethouders legt vast aan welke functionarissen de positie van Treasurer respectievelijk plaatsvervangend Treasurer wordt gekoppeld; 5. Het college van burgemeester en wethouders legt in het Mandaatregister vast welke bevoegdheden aan de Treasurer zijn gemandateerd.

Artikel 24 1. De uitvoering van de Treasuryfunctie is centraal ondergebracht bij de Treasurer. De Treasurer wordt aangestuurd onder verantwoordelijkheid van de afdelingsmanager Interne Advisering; 2. De administratieve organisatie en de interne controle dienen te waarborgen dat: a. De uitvoering rechtmatig en doelmatig is; b. De treasury activiteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd; c. De risico’s worden beheerst; d. De juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatievoorziening verzekerd zijn; 3. De taken en bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten zijn schriftelijk vastgelegd in het voorliggende treasurystatuut en het mandaatbesluit van de gemeente Hilversum; 4. Bevoegdheden zijn via mandaat nader schriftelijk vastgelegd; 5. Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: a) iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vierogen principe); b) de uitvoering en de controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen; c) de registratie en fiattering voor betaling in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen. 6. Tegenpartijen wordt opdracht gegeven bevestigingen van iedere transactie naar de financiële administratie te versturen zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties;

16

7. Van een transactie (bijvoorbeeld het aantrekken van financieringsmiddelen) wordt onmiddellijk een proces verbaal opgesteld door de functionaris die de transactie heeft afgesloten;

Artikel 25 1. Ter borging van de kwaliteit en uitvoering van het financieringsbeleid zal binnen de gemeente Hilversum een Treasury Commissie actief zijn; 2. Het doel van de Treasury Commissie is: a. Het bespreken van de treasury-uitvoering en overige relevante treasury aspecten gedurende de voorafgaande periode; b. Het bespreken van beleids- en financieringsvoornemens en overige relevante treasury aspecten voor de komende periode; 3. De Treasury Commissie bestaat tenminste uit de Treasurer, de afdelingsmanager Interne Advisering, de teammanager Financiën en Control, de concerncontroller en een externe adviseur. De afdelingsmanager Interne advisering bekleedt hierbij de rol van voorzitter, de Treasurer bekleedt de rol van secretaris; 4. De Treasury Commissie komt minimaal twee maal per kalenderjaar bijeen. De notulen worden ter kennisname gedeeld met de directie; 5. De Treasury Commissie is geen besluitvormend orgaan en heeft enkel een adviesfunctie.

XVII Taken en verantwoordelijkheden Artikel 26 De taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie staan in onderstaande tabel gedefinieerd.

Functie Gemeenteraad

Taken en verantwoordelijkheden • • • • •

•

•

17

Het stellen van kaders en het controleren van het college; Het vaststellen van het treasurystatuut, en daarmee de kaders van het treasurybeleid en de uitvoering van de treasuryfunctie; Het vaststellen van de planning en control producten, begroting, eindejaarsrapportage en de jaarrekening; Het uitvoeren van haar toezichthoudende rol; Wensen en bedenkingen kenbaar te maken bij een voorgenomen besluit van het college inzake het verstrekken van langlopende leningen; Wensen en bedenkingen kenbaar te maken bij een voorgenomen besluit van het college inzake het verstrekken van borgstellingen/garantstellingen en; Wensen en bedenkingen kenbaar te maken bij een voorgenomen besluit van het college inzake het aankopen van aandelen.

College van B&W

• • • • • • •

Gemeentesecretaris

• •

Concerncontroller

• •

• Afdelingsmanager Interne Advisering

• • • • •

Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele en politieke verantwoordelijkheid); Besluit tot het aangaan van langlopende opgenomen leningen; Besluit tot het aangaan van kortlopende opgenomen leningen; Besluit tot het aangaan van borgstellingen/garantstellingen; Besluit tot het verstrekken van langlopende leningen; Besluit tot het verstrekken van kapitaal/inkopen van aandelen; Het rapporteren en verantwoording afleggen aan de Gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid. Het toezien op de opzet, het bestaan en werking van de aan het treasurybeleid gekoppelde processen; Afleggen van verantwoording aan het college over de uitvoering van het treasurybeleid. Het bewaken van de kwaliteit van de uitvoering van de aan het treasurybeleid gekoppelde processen; Het controleren en bewaken van de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de treasuryfunctie en hierover rapporteren aan het college van B&W; Lid Treasury commissie. Het zorgdragen voor een tijdige, juiste en volledige uitvoering van werkzaamheden door de uitvoerende functies; Afleggen van verantwoording aan de gemeentesecretaris over de uitvoering van het treasurybeleid; Paraferen voorstellen op het gebied van treasury; Het verifiëren van gedane financieringsactiviteiten; Lid en voorzitter Treasury commissie.

Treasury Commissie

•

Voert periodiek overleg over meerjarige kasstroomoverzichten, het uitvoeren van het treasurybeleid op korte, middellange en lange termijn, mogelijke herfinanciering van af te lossen leningen, de kasgeldlimiet, de renterisiconorm, het verlenen van borgstellingen/garantstellingen, het verstrekken van leningen, de aankoop van aandelen en overige onderwerpen.

Business Controller Interne Advisering

•

Het voeren van de interne controle (inzake getrouwheid en rechtmatigheid) op de uitgevoerde treasurytransacties en hierover rapporteren aan de concerncontroller; Het controleren en actualiseren van de interne-controlemaatregelen; Toezicht houden bij het opstellen van een controledossier en het borgen van de kwaliteit van dit dossier. (2e lijn werkzaamheden o.b.v. Three-lines- of-defence)

• •

18

Interne Audit

• • • •

Budgethouder

•

• Treasurer

• •

•

• • • • • • • • • • • Senior administratief medewerker

•

• •

• 19

Het bewaken van de kwaliteit van de uitvoering van de aan het treasurybeleid gekoppelde processen; Het beoordelen van de door de 2e lijn uitgevoerde interne controle werkzaamheden; Onafhankelijke adviesrol richting de concern controller; 3e lijn werkzaamheden o.b.v. Three-lines- of-defence) Het aanleveren van juiste en tijdige informatie aan de treasurer met betrekking tot toekomstige incidentele uitgaven en ontvangsten zodra zij voorzienbaar zijn; Verantwoordelijk voor betalingen middels het paraferen van de aan hen toegewezen facturen. De treasurer verricht transacties op de geld- en kapitaalmarkt; Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer.

Deze activiteiten moeten worden uitgevoerd conform het treasurystatuut en de paragraaf financiering; Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van het saldo- en liquiditeitenbeheer in de vorm van transacties op de geld- en kapitaalmarkt met een looptijd vanaf 1 maand; Het zorgdragen voor een actuele liquiditeitsplanning en de financieringsprognose; Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen; Het adviseren van de teams over de gevolgen/geldstromen van hun activiteiten en projecten voor de gemeentelijke liquiditeitspositie; Het schriftelijk vastleggen van financieringstransacties; Het voorbereiden/opstellen van beleidsvoorstellen op treasurygebied; Het afleggen van verantwoording over de uitvoering van de treasuryactiviteiten; Het opstellen van de paragraaf financiering in de begroting en jaarrekening; Het opstellen van tussentijdse rapportages op het gebied van Treasury; Het opstellen van een controledossier; Lid, en secretaris Treasury commissie; Inwinnen van advies bij de Treasury commissie.

Het juist en volledig administreren van de bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de verplichtingen- en financiële administratie; Het incasseren van openstaande vorderingen; Bevorderen dat budgethouders tijdig informatie leveren aan de treasurer met betrekking tot toekomstige incidentele uitgaven en ontvangsten zodra zij voorzienbaar zijn; Adviseren en toetsen AO/IC en naleving treasurystatuut;

1 Verstrekken garanties 2 Verstrekken borgstellingen 3 Afsluiten langlopende leningen 4 Afsluiten dagleningen Het juist en volledig administreren van de bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de 5 verplichtingen- en financiële administratie 6 Het incasseren van openstaande vorderingen; 7 Opstellen liquiditeitsprognose 8 Adviseren en toetsen AO/IC en naleving treasurystatuut 9 Het overboeken van saldi tussen bankrekeningen; 10 Het afhandelen van het contante en girale betalingsverkeer 11 Uitvoeren periodieke interne audit ten aanzien van punt 1 tm 10

Beschikken

Uitvoeren Uitvoeren Uitvoeren Uitvoeren

1e lijn Senior FA

Controleren Controleren Controleren Controleren

Controleren Uitvoeren Uitvoeren Controleren

Verantwoording

2e lijn Business Controller

1e lijn

1e lijn Manager Interne Advisering

Beschikken Beschikken Beschikken

Treasurer

Eigenstandige positie (3e lijn)

Het in het kader van haar reguliere control taak, adviseren, controleren en vaststellen van de feitelijke naleving van het treasurystatuut.

Concern Controller incl. Interne audit team

•

College van B&W

Het overboeken van saldi tussen bankrekeningen; Het afhandelen van het contante en girale betalingsverkeer.

Gemeenteraad

De externe accountant

• •

Begroting - Jaarrekening Begroting - Jaarrekening Begroting - Jaarrekening

Uitvoeren Uitvoeren/Controleren

Controleren Controleren

Begroting - Jaarrekening Uitvoeren Uitvoeren/Controleren

Controleren

Management letter

XVIII Bevoegdheden Artikel 27 In onderstaande tabel staan de bevoegdheden met betrekking tot de treasuryactiviteiten weergegeven en de daarbij benodigde fiattering.

Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer 1. Het uitzetten van middelen via daggeld, deposito en spaarrekening (looptijd korter dan één maand) 2. Het aantrekken van middelen via daggeld of kasgeld (looptijd korter dan één maand) 3. Betalingsopdrachten voorbereiden en versturen Bankrelatiebeheer 4. Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen (het wijzigen van betalingsbevoegdheden valt hier niet onder) 5. Bankcondities en tarieven afspreken 20

Bevoegd functionaris (eerste handtekening)

Autorisatie door (tweede handtekening)

Treasurer

Afdelingsmanager IA

Treasurer

Afdelingsmanager IA

Senior administratief medewerker

Gemandateerd medewerker Financiën

College van B&W

Geen

College van B&W

Geen

Risicobeheer 6. Het afsluiten van derivatentransacties Financiering en uitzetting 7. Het vaststellen van kredietfaciliteiten (looptijd langer dan één maand) 8. Het aantrekken van middelen via onderhandse kortlopende leningen zoals vastgelegd in de paragraaf financiering van de begroting. 9. Het aantrekken van middelen via onderhandse langlopende leningen zoals vastgelegd in de paragraaf financiering van de begroting 10. Het uitzetten van middelen zoals vastgelegd in art. 15 van het treasurystatuut 11. Het verstrekken van borgstellingen/garantstellingen en leningen aan derden en het aankopen van aandelen uit hoofde van de publieke taak

Niet van toepassing (niet toegestaan)

Niet van toepassing (niet toegestaan)

College van B&W

Afdelingsmanager IA

College van B&W *

Afdelingsmanager IA

College van B&W *

Afdelingsmanager IA

Treasurer

Afdelingsmanager IA

College van B&W

Gemeenteraad

Burgemeester

Griffier

*Om een werkbare situatie te creëren autoriseert de wethouder Financiën vooraf de omvang van de aan te trekken lening en (een bandbreedte voor) de condities zoals, rente en looptijd, waartegen deze door de Treasurer kan worden aangetrokken.

XIX Informatievoorziening Artikel 28 Om de uitvoering van het treasurybeleid en de daarbij behorende transparantie te optimaliseren moeten de betrokkenen de informatie volledig, juist en tijdig aanleveren. De beheersmatige informatievoorziening richten wij hiervoor in op basis van het navolgende schema: Informatie

Frequentie

1. Gegevens met betrekking tot toekomstige uitgaven en ontvangsten voor de liquiditeiten-planning (relevante veranderingen in verwachtingspatronen dienen direct gemeld te worden) 2. Meerjarige financieringsprognose

Doorlopend

21

Jaarlijks (begroting)

Informatie verstrekker Afdelingsmanagers

(Eind)informatieontvanger Treasurer

Afdelingsmanager Interne Advisering

Gemeenteraad

3. Liquiditeitsprognose

Per kwartaal

Afdelingsmanager Interne Advisering

Portefeuillehouder Financiën namens het college van B&W Gemeenteraad

4. Beleidsplannen treasury in paragraaf financiering van de begroting 5. Verantwoording en evaluatie van treasuryactiviteiten in de paragraaf financiering van het jaarverslag 6. Het opstellen en verzenden van informatie zoals de “uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden” voorschrijft aan derden (toezichthouder en CBS)

Jaarlijks (begroting)

Afdelingsmanager Interne Advisering

Jaarlijks (jaarrekening)

Afdelingsmanager Interne Advisering

Gemeenteraad

Kwartaal

Afdelingsmanager IA

Derden

7. Lenings- /uitzettings/borgstelling/garantstel lingsbesluiten

binnen 14 dagen na raadsbesluit

College van B&W

Provincie

XX Inwerkingtreding Artikel 29 Het treasurystatuut gemeente Hilversum 2023 treedt een dag na publicatie in werking.

22

Toelichting op het Treasurystatuut Wettelijke kaders • Gemeentewet Op basis van artikel 212 van de Gemeentewet stelt de Gemeenteraad bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De verordening bevat in ieder geval: regels inzake de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten van de financieringsfunctie. In dit treasurystatuut wordt het treasurybeleid van de gemeente vastgelegd. Dat gebeurt in de eerste plaats door het aangeven van de doelstellingen van de treasuryfunctie. Vervolgens geeft het bestuur in het statuut aan binnen welke richtlijnen en limieten de doelstellingen dienen te worden gerealiseerd. Een richtlijn is een bindend voorschrift voor een handelwijze die gevolgd moet worden. Limieten geven de “speelruimte” aan waarbinnen handelingen verricht mogen worden. Met de limieten en richtlijnen wordt het “risicoprofiel” van de gemeente bepaald, waarbinnen de treasuryactiviteiten dienen te worden uitgevoerd. Bij het risicoprofiel voor de uitvoeringsregels ligt de nadruk op prudent beheer en risicobeperking.

De paragraaf financiering in de begroting geeft de beleidsplannen voor de treasuryfunctie voor de komende jaren en in het bijzonder voor het eerstkomende jaar weer. Het bevat onder meer gegevens over de algemene ontwikkelingen en de concrete beleidsplannen binnen de kaders van het statuut. Het gaat hierbij vooral om de plannen voor het risicobeheer, de gemeentefinanciering (analyse financieringspositie, leningen- en borgstellingen/garantstellingen portefeuille en uitzettingsportefeuille) en het kasbeheer. Uit de toelichting zal moeten blijken dat de plannen binnen de kaders van de Wet fido en het treasurystatuut blijven. De paragraaf financiering in het jaarverslag geeft in het bijzonder een verschillenanalyse tussen de plannen zoals deze zijn opgenomen in de begroting en de realisatie in het verslagjaar. Naast de algemene bepalingen uit de Gemeentewet wordt het relevante wettelijke kader voor de uitvoering van de financieringsfunctie gevormd door: • De Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Deze wetgeving valt onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). De Provincie Noord-Holland fungeert voor de gemeente als toezichthouder op de naleving en uitvoering van deze wet. Het centrale uitgangspunt van de Wet fido is het bevorderen en transparant maken van een solide financieringsbeleid.

In deze wet zijn dan ook expliciete bepalingen opgenomen ten aanzien van risicobeheer en transparantie. Hierbij komt de transparantie tot uitdrukking in voorschriften voor het afleggen van verantwoording middels financieringsparagrafen in begroting en jaarrekening. Daarnaast is de Wet fido gericht op een beheersing van de risico’s die decentrale overheden lopen uit hoofde van hun financieringstaken, waarvan renterisico’s en kredietrisico’s de belangrijkste zijn. 23

Wet fido kenmerkt geldstromen tot 1 jaar als kortlopend en van 1 jaar en langer als langlopend. Een aantal specifieke aspecten van de Wet fido zijn nader uitgewerkt in aparte ministeriële regelingen. Dit zijn: • Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden (Ufdo). Hierin zijn onder andere de percentages vastgesteld voor de renterisico’s op de kortlopende schuld (kasgeldlimiet) en voor die op de langlopende schuld (renterisiconorm). • Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) Betreft regelgeving over het uitzetten van gelden en het aangaan van transacties in financiële derivaten.

•Regeling Schatkistbankieren decentrale overheden

Op grond van deze sinds 2013 geldende Regeling dienen decentrale overheden (tijdelijke) overschotten aan geldmiddelen verplicht in ’s Rijks Schatkist te stallen. De gemeentelijke autonomie met betrekking tot de wijze waarop zij met haar overtollige middelen wenst om te gaan is met het Schatkistbankieren ingeperkt. Afhankelijk van de begrotingsomvang geldt er per gemeente een drempelbedrag dat buiten de Schatkist mag blijven. Bovendien blijft toegestaan om aan andere overheden uit te lenen. •Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden Geeft regels inzake het aangaan, verstrekken en waarborgen van geldleningen door openbare lichamen. •De Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof). Deze wet regelt de wijze waarop de Nederlandse overheid de afspraken nakomt die in Europees verband zijn gemaakt over de ontwikkeling van het EMU-tekort en de schuld van de overheid. De meeste nadruk gaat daarbij uit naar tekortreductie. Van daaruit bevat deze wet onder andere bepalingen omtrent de ontwikkeling en bewaking van EMU-saldi voor decentrale overheden.

•Wet Markt en Overheid

Het doel van deze wet is om oneerlijke concurrentie door de overheid te voorkomen als zij economische activiteiten uitvoert. De wet bevordert een gezond ondernemersklimaat in Nederland. Onder het begrip economische activiteit valt onder ander ook het verstrekken van leningen. Dit mag alleen indien de Gemeenteraad hierover een zogenoemd algemeen belangbesluit heeft genomen waarin gemotiveerd is waarom de gemeente op een bepaald vlak actief is.

•Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)

Dit betreft de verslaggevingsregels waaraan de begroting en het jaarverslag van elke gemeente moeten voldoen, maar ook enkele zaken die specifiek relevant zijn voor Treasury zoals de voorschriften rond (interne) rente en verplichte financiële kengetallen in begrotings- en jaarstukken. De Treasury-gerelateerde kengetallen zijn: solvabiliteit, netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen.

Het burgerlijk wetboek 7 titel 14 Dit onderdeel van het burgerlijk wetboek geeft regelgeving omtrent het verlenen van borgstellingen/garantstellingen.

24

Het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) Vanuit Europese regelgeving mag er geen sprake zijn van staatssteun en concurrentievervalsing. De financiële verordening gemeente Hilversum 2022

In de financiële verordening (verordening ex artikel 212 gemeentewet) heeft de Gemeenteraad, binnen de mogelijkheden van landelijke regelgeving, de financiële kaders vastgelegd voor de gemeente Hilversum. TOELICHTING PER ARTIKEL Hierna worden, waar nodig, de in het treasurystatuut opgenomen artikelen toegelicht. Artikel 2 lid 1; In de eerste plaats dient de treasury ervoor te zorgen dat de gemeente “duurzaam toegang heeft tot de financiële markten tegen acceptabele condities”. De treasury dient te waarborgen dat de gemeente duurzaam in staat is de voor haar activiteiten benodigde middelen aan te trekken c.q. haar overtollige middelen uit te zetten op de financiële markten (bijv. bij banken). De condities die daarbij worden bedongen dienen, in het licht van de op het betreffende moment gebruikelijke condities, acceptabel (tenminste marktconform) te zijn. Artikel 2 lid 2; Eén van de kerntaken van treasury is het beheersen van risico’s. De gemeente loopt de volgende financiële risico’s: renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, interne liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s. Ieder risico kent zijn eigen beheersmaatregelen. Het is de taak van de treasury dergelijke risico’s tegen acceptabele condities te beperken. In de artikelen 4 tot en met 8 wordt aangegeven op welke wijze dit wordt gewaarborgd.

Artikel 2 lid 3; De gemeente streeft ernaar de renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat de gemeente geen middelen onbenut laat maar streeft naar zo hoog mogelijke renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijke rentekosten) zonder dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van financiële risico’s; de treasuryfunctie streeft niet naar winst (“profit center”). Binnen het acceptabele risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet fido en dit treasurystatuut dient desondanks te worden gestreefd naar optimalisatie van de renteresultaten. Artikel 2 lid 5; Treasury dient niet verward te worden met Financiën. Er zijn drie fundamentele verschillen tussen deze twee functies:

Business control adviseert met name op het gebied van Financiën. De treasurer kan adviseren bij de keuze van de benodigde financiering. Artikel 2 lid 6; Door het eenduidig vastleggen van taken en verantwoordelijkheden binnen de organisatie wordt duidelijk welke functionarissen verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het treasurybeleid.

25

Artikel 3 lid 1; De Wet fido geeft twee belangrijke beleidsmatige uitgangspunten met betrekking tot treasury. Dit betreft de “publieke taak” waarvoor leningen en borgstellingen/garantstellingen en dienen enerzijds en het prudente (verstandige) karakter van (overige) uitzettingen anderzijds. Er wordt hierbij dus een specifiek onderscheid gemaakt tussen het verstrekken van leningen “uit hoofde van de publieke taak” en het uitzetten van middelen “uit hoofde van treasury”. De wet stelt geen eisen aan het verstrekken van leningen en borgstellingen/garantstellingen uit hoofde van de publieke taak. Wel wordt in de toelichting op de Wet fido het volgende aangegeven: “Het gemeentebestuur bepaalt de publieke taak. De begroting en de begrotingswijzigingen bepalen het budgettaire kader voor de uitoefening van de publieke taak”. In dit licht is het dus het college van burgemeester en wethouders en niet de ambtelijke organisatie, die het politieke besluit voor dergelijke borgstellingen/garantstellingen en leningen voorbereidt. Wel wordt het gemeentebestuur ambtelijk geadviseerd, voordat zij een beslissing neemt t.a.v. het verstrekken van leningen of borgstellingen/garantstellingen uit hoofde van de publieke taak. De ambtelijke organisatie adviseert over bijv. financieringsvoorwaarden en de implicaties van de betreffende aanvraag voor de totale financiële positie van de gemeente.

Daarnaast is het van belang dat de ambtelijke afdeling de betreffende aanvraag opneemt in de liquiditeitenplanning. Artikel 3 lid 2; Zie toelichting lid 1 Artikel 3 lid 3; Conform de Wet fido, dienen uitzettingen “uit hoofde van treasury” (zie toelichting artikel 3 lid 1) een prudent karakter te hebben. In de Wet fido en de bijbehorende ministeriële regelingen wordt het begrip “prudent” nader uitgewerkt. Het aangaan van financiële transacties met als oogmerk die financiële waarden te zijner tijd eventueel met winst te verkopen, is nadrukkelijk niet toegestaan (zie artikel 2 lid 2 Wet fido). Bankachtige activiteiten – het aantrekken en uitzetten van middelen met als doel het genereren van inkomen – zijn als gevolg van deze bepaling verboden. De richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut vallen binnen de kaders van de Wet fido. De limieten en richtlijnen van dit treasurystatuut zijn specifiek geformuleerd om het prudente karakter van de uitzettingen uit hoofde van treasury te garanderen en hebben derhalve géén betrekking op (eventueel) verstrekte leningen of borgstellingen/garantstellingen uit hoofde van de “publieke taak” van de gemeente. Artikel 3 lid 4; Dit artikel bepaalt dat, conform artikel 2 lid 3 van de Wet fido, er leningen kunnen worden versterkt aan andere openbare lichamen.

Voorwaarde is dat het lening verstrekkende openbare lichaam niet belast is met het financiële toezicht op het openbare lichaam waaraan de lening verstrekt wordt. Artikel 3 lid 5; Door spreiding aan te brengen in de rentetypische looptijd (de periode dat de rente van een uitzetting vast is) van opgenomen leningen, wordt de invloed van een eventuele rentestijging op de renteresultaten gespreid over meerdere jaren. Deze spreiding is slechts mogelijk indien uit de liquiditeitenplanning blijkt dat middelen gedurende een langere periode beschikbaar zijn. Artikel 3 lid 6; Derivaten zijn financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. Derivaten kennen een breed toepassingsgebied en worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. De Wet fido stelt dat derivaten uitsluitend mogen worden gebruikt ter beperking van financiële risico’s. Gezien de complexiteit van derivaten worden via dit statuut het gebruik van derivaten expliciet niet toegestaan. 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=7f4400a8-68b4-47f6-9313-8bc394dfbc72