CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Transitievisie Warmte Hilversum 2021 - Raadsvoorstel

GEMEENTERAAD 6 oktober 2021, gemeente HilversumBij agendapunt: Transitievisie Warmte Hilversum (1050846)3.140 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VOORSTEL zaaknummer:

1050846

afdelingsnaam:

B&O – Leef- & Vestigingsklimaat

steller:

Monice Hak

telefoonnummer

035 629 2434

onderwerp:

Transitievisie Warmte Hilversum

Voorstel 1.

De Transitievisie Warmte Hilversum 2021 vast te stellen.

BOB-balk Titel

Toelichting

BEELDVORMING

OORDEELSVORMING

BESLUITVORMING

Uitgangspunten Transitievisie Warmte

Het voorstel met daarin de uitgangspunten voor de op te stellen Transitievisie Warmte is voorgelegd aan en vastgesteld door de raad.

Raadsklankbordgroep

Raadscommissie

Raad

februari 2020

januari 2021

27 januari 2021

Transitievisie Warmte (TVW)

Na vaststelling van de uitgangspunten is de TVW voor Hilversum opgesteld. Alle gemeenten dienen voor 2022 een door de raad vastgestelde TVW te hebben. De TVW wordt voorgelegd aan de raad.

Raadscommissie

Raadscommissie

Raad

september 2021

September 2021

6 oktober 2021

Samenvatting De verduurzaming van de gebouwde omgeving in Hilversum is het meest gebaat bij een individuele aanpak, die woningeigenaren in staat stelt om op het moment dat hen het beste past de maatregelen te nemen die specifiek voor hun woning en gezinssituatie het beste resultaat opleveren. Uit de Startanalyse van de situatie in Hilversum door het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat zich vooralsnog geen vanzelfsprekende collectieve warmte alternatieven aandienen voor de Hilversumse wijken en buurten. Als wordt gekeken naar de kosten, lijkt voor bijna de helft van de inwoners een individuele aanpak nu al minimaal gelijkwaardig te zijn aan collectieve bronnen en warmtenetten. De gemeente kiest er dan ook voor om haar inwoners individueel te faciliteren bij het verduurzamen van hun woning. Hiervoor bestaat steun bij de inwoners, zo blijkt uit de participatie. Wel vraagt dit om een

andere aanpak, in samenspraak met het bedrijfsleven (Energiediensten Bedrijf) en de lokale energiecoöperaties. Deze aanpak wordt geschetst in deze visie en wordt de komende maanden nader uitgewerkt. De gemeente wijst vooralsnog geen collectieve warmtebronnen aan per wijk of buurt en stelt geen buurtuitvoeringsplannen op. Tegelijkertijd is duidelijk dat de urgentie om de gestelde klimaatdoelen te verwezenlijken, alleen maar toe neemt. Dit vraagt om meer inzet van alle betrokkenen, ook de gemeente. In het Klimaatakkoord is dit reeds vastgesteld, waarbij met het Rijk is afgesproken dat de (uitvoerings-)lasten die dit voor de Nederlandse gemeenten met zich mee brengt, nader bepaald zouden worden. Dit is inmiddels gebeurd en deze lasten zijn vastgesteld op ruim € 600 miljoen per jaar. De verwachting is dat dit zoals afgesproken leidt tot meer uitvoeringsbudget vanuit het Rijk. De gemeente Hilversum zal hiermee haar aanpak, die de komende maanden wordt uitgewerkt, intensiveren. Met dit voorstel wordt de gemeenteraad gevraagd de Transitievisie Warmte vast te stellen.

Inleiding Het is prettig wonen, werken en leven in Hilversum. Wij koesteren dat. En daarom heeft de gemeente Hilversum in 2019 het nationale Klimaatakkoord ondertekend. Met de ondertekening hebben wij ons gecommitteerd aan de doelstelling om voor 2030 de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met 49% terug te dringen ten opzichte van 1990 en om voor 2050 onze energievoorziening duurzaam en CO₂neutraal te maken. Vooruitlopend heeft de gemeente Hilversum al in 2018 met het coalitieakkoord de ambitie gesteld om in 2040 aardgasvrij te zijn. Een van de afspraken die in het Klimaatakkoord binnen de sector Gebouwde omgeving is gemaakt, is dat de gemeenten de regierol toebedeeld krijgen in de warmtetransitie en daarvoor uiterlijk 31 december 2021 een Transitievisie Warmte vaststellen. Het afgelopen anderhalf jaar is er gewerkt aan het opstellen van de Transitievisie Warmte voor Hilversum. Er is begonnen met een verkenning van de opgave van de warmtetransitie voor Hilversum en een eerste participatieronde. Dat heeft geleid tot de uitgangspunten die geformuleerd zijn in het Startdocument voor de uitgangspunten en verdere uitwerking van de Transitievisie Warmte, die op 27 januari jl. door de gemeenteraad is vastgesteld. Dit Startdocument is de afgelopen maanden aangevuld aan de hand van een tweede participatieronde en een data-analyse van de Hilversumse situatie.

Met deze verdiepingsslag zijn de uitgangspunten getoetst op draagvlak en volledigheid. Dit heeft geresulteerd in de voorliggende Transitievisie Warmte.

Probleemstelling/doel Het doel van de Transitievisie Warmte is om bij te dragen aan de opwekking van duurzame warmte en het tempo daar naartoe te verhogen. Op die manier kan er toegewerkt worden naar de ambities. In de Transitievisie Warmte geven we weer wat de opgave van de warmtetransitie voor Hilversum behelst en op welke manier we deze willen benaderen. De periode waarvoor deze Transitievisie Warmte geldt, loopt tot het moment dat we deze visie gaan herzien. Er wordt uitgegaan van een cyclus van vijf jaar.

Argumenten 1.1 Met de Transitievisie Warmte geeft de gemeente invulling aan de regierol in de warmtetransitie, zoals opgedragen door het Rijk. De gemeente heeft van het Rijk de regierol voor de warmtetransitie toebedeeld gekregen. Dat houdt in dat de gemeente bij deze maatschappelijke opgave zich inzet voor het wegnemen van drempels, het stimuleren van oplossingen en het verleiden van de samenleving om daar aan mee te werken.

Bovendien heeft de gemeente de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat iedereen mee kan doen aan de opgave. De gemeente heeft op dit moment geen wettelijk instrumentarium om dwang uit te oefenen in de warmtetransitie. In eerste instantie heeft de gemeente invulling gegeven aan deze rol door een data-analyse van de technische opgave voor Hilversum uit te laten voeren en een participatietraject te organiseren om te verkennen waar kansen, behoeften en draagvlak aanwezig is om vervolgstappen te zetten in de warmtetransitie. Aan de hand van de uitkomsten hiervan is deze Transitievisie Warmte opgesteld die een eerste richting geeft aan de warmtetransitie in Hilversum. 1.2 Met de individuele aanpak verwachten wij sneller en effectiever toe te kunnen werken naar het behalen van de ambities, dan een collectieve, gebiedsgerichte aanpak. De keuze voor een individuele aanpak is inhoudelijk verantwoord en goed doordacht. De keuze is gebaseerd op de inhoudelijke constatering dat er zich op dit moment nog geen collectief warmtealternatief aanbiedt. En we zien dat de individuele oplossingen alsmaar rendabeler (zullen) worden ten opzichte van andere alternatieven. Voor de Hilversumse situatie is deze aanpak de beste oplossing.

Door aan te sluiten bij de individuele situatie van woning- en gebouweigenaren en hen te stimuleren en te ondersteunen op de voor hen natuurlijke momenten om aan de slag te gaan met verduurzamen, verwachten wij sneller en effectiever toe te kunnen werken naar het behalen van de ambitie om in 2040 aardgasvrij te zijn en in 2050 CO₂-neutraal. Woning- en gebouweigenaren kunnen zo hun eigen plan trekken, zonder beperkingen en dwang te ervaren die een collectieve benadering nu met zich mee zou brengen. Ze kunnen tempo maken of juist een pauze inlassen, wanneer hun individuele situatie daartoe behoefte heeft. 1.3 De Transitievisie Warmte voldoet aan de kaders die zijn vastgesteld in het Startdocument. Bij vaststelling van het Startdocument zijn de volgende uitgangspunten vastgesteld: 1) We koersen op 2050 klimaatneutraal en 2040 aardgasvrij; elke vijf jaar stellen we nieuwe concrete doelen voor de komende periode. 2) We gaan eerst zoveel mogelijk energie besparen. 3) Alle alternatieve warmtebronnen met uitzondering van biomassaverbranding – anders dan bij privé gebruik - zijn denkbaar, zolang deze uiteindelijk klimaatneutraal zijn en bijdragen aan een verbetering van de luchtkwaliteit. 4) Initiatief van bewoners, ondernemers en organisaties zijn een belangrijk aspect in de prioritering van de buurten. 5) Lokaal mede-eigendom van collectieve warmtebronnen zorgt voor draagvlak.

6) We werken met een flexibele gebiedsgerichte aanpak. 7) we maken een integrale afweging samen met de buurt bij het buurtuitvoeringsplan. 8) De transitie is betaalbaar voor bewoners en ondernemers. 9) In elk geval tot 2030 gaan we alleen over tot uitvoering als er breed draagvlak is. 10) Onafhankelijke informatie en ondersteuning zijn voor iedereen beschikbaar. 1.4 De uitgangspunten zijn positief getoetst op herkenbaarheid en volledigheid. Op hoofdlijnen kunnen we constateren dat de uitgangspunten aansluiten bij de opgehaalde inbreng vanuit het participatietraject (bijlage III, Transitievisie Warmte):  De ambitie die de gemeente heeft gesteld met betrekking tot klimaatneutraal en aardgasvrij wordt door sommigen als te ambitieus gezien en anderen vinden dat het tempo omhoog mag.  Er zijn weinig sterke voorkeuren of afkeuren geuit ten aanzien van alternatieve warmtebronnen.  Lokaal eigendom van collectieve warmtebronnen wordt over het algemeen positief beoordeeld.

   

Waar een oplossing om een gebiedsgerichte aanpak vraagt, zien de meeste bewoners dat als wenselijk. Buurtbetrokkenheid bij planvorming voor dat gebied wordt als belangrijk beschouwd, al wordt er verschillend gedacht over de invulling daarvan. Betaalbaarheid is een veel genoemde voorwaarde, en daarmee ook een zorg, voor de transitie – al zijn er wel al bewoners die vooral de mogelijkheden daarvan zien. De noodzaak van breed draagvlak ten opzichte van een uitvoeringsplan wordt beaamd, maar er worden ook signalen afgegeven door bewoners dat dwang wenselijk en soms noodzakelijk is om eigenaren in beweging te brengen.

Onderstaande punten verdienen extra aandacht bij het uitwerken van de uitvoeringslijnen: 

Onafhankelijke informatie en ondersteuning is waarschijnlijk de meest benoemde voorwaarde en behoefte die bewoners hebben. Ze zijn op zoek naar concrete informatie over de kosten, de voordelen en de aanpak van de verduurzaming, maar ook de hulp en ontzorging die ze kunnen krijgen. Daar is grote vraag naar. Het aanbod is er grotendeels ook al, maar de weg daar naar toe wordt nog niet goed gevonden. Bewoners wachten vaak met het treffen van energiebesparende maatregelen totdat zij – vanuit de gemeente – duidelijkheid krijgen over de alternatieve warmtebron voor hun woning. Voor alle alternatieve warmtebonnen is wel bekend dat energie besparen en isoleren een voorwaarde is. Zoals blijkt uit de data-analyse, is de keuze voor een alternatieve-warmtebron niet overduidelijk. De gemeente maakt daarom ook geen keuze voor de alternatieve warmtebronnen voor specifieke buurten. Daarom vergt het vanuit de informatievoorziening verduidelijking welke maatregelen eigenaren ongeacht de bronkeuze kunnen treffen en welke maatregelen wél afhankelijk zijn van de warmtebron. Met betrekking tot het collectief oppakken van de warmtetransitie worden vragen gesteld over de manier waarop bewoners dit gezamenlijk kunnen organiseren. Er is behoefte aan instrumenten en begeleiding voor bewoners om dit goed te kunnen doen.

1.5 De data-analyse naar de technische situatie in Hilversum biedt geen onderbouwing om nu dwingende keuzes te maken. Aan de hand van de data-analyse naar de technische situatie in Hilversum (bijlage II, Transitievisie Warmte) kunnen de volgende conclusies getrokken worden:  Er dient zich geen duidelijke alternatieve warmtebron aan: o Wat midden temperatuur en hoge temperatuur warmtebronnen betreft heeft Hilversum alleen de mogelijke beschikbaarheid van geothermie. Er zijn geen geschikte restwarmtebronnen bekend. Geothermie zou als de bodemlagen geschikt blijken grote potentie kunnen hebben, maar dat is op dit moment nog onbekend. o Er zijn diverse bronnen in beeld voor lage temperatuur warmtenetten. Dit gaat om restwarmte uit de datacenters en de rioolwaterzuivering, energie uit oppervlaktewater en bodemenergie. Voor een kwart tot de helft van de stad zou dat een optie kunnen zijn. De haalbaarheid daar van hangt onder andere nog af van de bereidheid van de eigenaar om de bron te ontsluiten en de economische haalbaarheid van de warmtedistributie. o Voor alle lage temperatuurbronnen is ook duurzame elektriciteit nodig. Theoretisch is die zeker op te wekken, maar de verdeling van de opgave en de ruimtelijke inpassing zijn complexe vragen. Ook is het cruciaal om door middel van opslag en balanceren van vraag en aanbod de impact op het elektriciteitsnet te beperken.

 In de meeste buurten hebben meerdere alternatieven vergelijkbare kosten. Voor alle drie tot vijf opties per buurt liggen de nationale kosten minder dan 20% uit elkaar. Hierdoor kan er op basis van de kosten geen duidelijke voorkeur uitgesproken worden.

  

Als hernieuwbare gas en geothermie niet beschikbaar komen, zal er een voorkeursverschuiving naar elektrische warmtepompen plaatsvinden. Door onzekerheden in het model van het Planbureau voor de Leefomgeving is het niet verstandig om binnen de huidige bandbreedte nu al opties te kiezen of uit te sluiten. Tegelijkertijd maken technologische ontwikkelingen individuele oplossingen steeds haalbaarder, waardoor minder vaak collectieve oplossingen noodzakelijk zullen zijn. Bovendien vereist een gebiedsgerichte, op collectieve oplossingen gerichte aanpak een forse mate van dwang, die niet past binnen onze samenleving.

1.6 De participatie onderschrijft de keuze om nog geen alternatieven aan te wijzen aan de hand van de huidige technische analyse. Onafhankelijke informatie en ondersteuning is waarschijnlijk de meest benoemde voorwaarde en behoefte die bewoners hebben. Daarmee lijkt de kanteling in de aanpak - van gebiedsgericht naar aansluiten op individuele keuzen en momenten - bevestigd te worden door de geluiden uit de samenleving. De gemeente maakt daarom expliciet de keuze om geen buurten aan te wijzen en geen uitspraak te doen over alternatieve warmtebronnen. De keuze om aan de slag te gaan en de manier waarop, ligt volledig bij de woning- en gebouweigenaar. Zij zullen in staat gesteld worden om zo goed mogelijk tot een individuele keuze te komen. De Hilversumse samenleving hoeft dus niet stil te zitten, maar kan, op individueel niveau, aan de slag met de warmtetransitie. 1.7 De aanpak sluit aan op de Hilversumse situatie die om maatwerk vraagt. Veel buurten in Hilversum hebben één dominante bouwperiode; voor 67% is dat vooroorlogse bouw. Een aanzienlijk deel van deze woningen heeft een monumentale status. Hilversum heeft meer monumenten dan het landelijke gemiddelde. Dat betekent dat er voor die doelgroep een grote opgave ligt. Er worden per bouwjaar standaard aanpakken ontwikkeld, maar voor oude bouw en monumenten zijn die aanpakken niet zomaar op te schalen.

Afhankelijk van het aantal renovaties aan de woning, zal de technische staat variëren. Daarnaast bepaalt het gebruik van de woning en de samenstelling van het huishouden wat de meest passende oplossing is voor die specifieke situatie. Daardoor kan er geen blauwdruk gehanteerd worden en zal er per woning gekeken moeten worden wat de beste aanpak is om te verduurzamen. 1.8 We doen alles wat binnen onze invloedssfeer ligt om de woning- en gebouweigenaren in staat te stellen om individueel tot een eigen keuze voor een oplossing te komen. Dit doen wij aan de hand van een aantal uitvoeringslijnen. Aan de hand van de ingezette kanteling en de verdiepingsslag komen we tot gerichte acties. Die worden hier benoemd en werken we na vaststelling van de visie uit. De prioriteit ligt op energie besparen en isoleren. Dat is voor elk warmte-alternatief van belang.

Om bewoners daarin goed te ondersteunen, pakt de gemeente, samen met betrokken partijen, de volgende zaken op: 1) Informatievoorziening verbeteren, door het verstevigen van het energieloket en het optimaliseren van de uitvoeringsketen; 2) Routekaarten voor de meest voorkomende woning typologieën in Hilversum ontwikkelen; 3) All-in pakketten, met een aanpak, aanbod en inzicht in kosten, ontwikkelen voor de meest voorkomende woning typologieën; 4) Ondersteunen bewonersinitiatieven, door instrumenten en arrangementen te bieden ter begeleiding bij het opstarten van een plan, initiatief of ambassadeursrol; 5) Aandacht voor monumenten, in het aanbod en de welstandsnota; 6) Voortzetten huidige instrumenten, zoals de Duurzaamheidslening, samenwerking met de energiecoöperaties en prestatieafspraken met woningcorporaties; 7) Monitoren en evalueren van de aanpak in relatie tot de opgave, zodat deze tussentijds aangescherpt kan worden.

Kanttekeningen 1. Geld en instrumenten nodig vanuit de Rijksoverheid De gemeenten hebben een grote rol in de energietransitie van fossiele naar duurzame energie. Dit is een nieuwe taak van gemeenten. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) pleit in een recent advies voor meer middelen voor de gemeente om het Klimaatakkoord uit te voeren. De link naar het ROB-advies vindt u hier. De VNG en G40 voeren daarom een stevige lobby bij de kabinetsformatie, ook voor continuering van de ondersteuning van de TVW in een recente kamerbrief. De link naar de brief vindt u hier . De ontwikkelingen op rijksniveau zijn van invloed op de vorm en mate waarin we, aan de hand van. Daarbij denken we met name aan mogelijkheden die het Rijk ons biedt om te sturen, zoals met financiering of juridisch instrumentarium, waaronder dwangmiddelen.

Financiën, middelen & capaciteit Proceskosten Transitievisie Warmte In het jaarplan Energietransitie 2021 is een budget opgenomen voor het opstellen van de Transitievisie Warmte ter hoogte van 60.000 euro. Dit geld is afkomstig van de een eenmalige decentralisatie-uitkering in de decembercirculaire 2019 die door het Rijk beschikbaar is gesteld. Deze uitkering bedroeg € 212.099 euro voor het traject om te komen tot een uiterlijk per 31 december 2021 vastgestelde Transitievisie Warmte. Dit bedrag is via resultaatbestemming in de jaarrekening 2019 als incidenteel budget voor 2020 opgenomen. Omdat het budget niet volledig uitgegeven is in 2020 is het resterende budget middels een voorstel bij de jaarrekening 2020 overgeheveld naar 2021. Dit budget is ingezet voor het organiseren van het participatietraject en het uitvoeren dan de data-analyse. De Transitievisie Warmte is een meerjarige verplichting Voor de uitvoering van de warmtetransitie in 2022 en verder zal in het jaarplan Energietransitie vanuit het programma Energietransitie een budget opgenomen worden. Binnen het bestaande budget voor het programma Energietransitie zullen keuzes gemaakt moeten worden ten aanzien van de verdeling van het budget over de werkzaamheden.

Ter aanvulling op het budget vanuit het programma Energietransitie wordt er zoveel mogelijk gebruik gemaakt van subsidies waar de gemeente aansprak op kan maken, dan wel wordt er gestimuleerd dat stakeholders van deze subsidies gebruik maken. Als er geen dekking komt vanuit externe gelden zal de ambitie van het programma bijgesteld moeten worden. Over de uitvoeringsbudgetten voor gemeenten, provincies en waterschappen is in het Klimaatakkoord afgesproken dat de omvang hiervan nader bepaald zou worden (‘artikel 2-onderzoek’). Uit dit onderzoek door de Raad voor het Openbaar Bestuur is inmiddels gebleken dat de inzet van de Nederlandse gemeenten voor uitvoering van het Klimaatakkoord moet verdubbelen om de afgesproken doelen te behalen (landelijk jaarlijks zo’n € 600 miljoen). De vaststelling van dit bedrag was een afspraak uit het Klimaatakkoord en de volgende stap is het daadwerkelijk beschikbaar komen van uitvoeringsbudget vanuit het Rijk. Hiervoor lijkt de lopende kabinetsformatie afgewacht te moeten worden.

Uitvoering Na vaststelling van de Transitievisie Warmte door de gemeenteraad, gaan we aan de slag met het uitwerken en in de praktijk brengen van de zeven uitvoeringslijnen. In het kader van deze uitvoeringslijnen maken we afspraken met het Energiedienstenbedrijf, de energiecoöperaties, het Energieloket en andere stakeholders. In het voorjaar van 2022 willen we een eerste terugkoppeling geven van de voortgang. Daarbij zullen we ook aangeven hoe we de vorderingen in de toekomst zullen rapporteren.

Indien zich een initiatief van uit de samenleving voordoet om met een buurtuitvoeringsplan aan de slag te gaan, zal de gemeente, aan de hand van het afwegingskader energie-initiatieven, haar rol ten opzichte van dit initiatief bepalen en daarmee ook de ondersteuning die zij zal bieden. Er is rondom dit dossier nog veel in beweging, ook als het gaat om wet- en regelgeving en financiering vanuit het Rijk. De huidige insteek van de warmtetransitie in Hilversum zal ook door deze ontwikkelingen in de toekomst vragen om actualisatie. We benutten daar de vijfjaarlijkse cyclus voor. In de toekomst zou dat kunnen betekenen dat we onze visie en aanpak, op onderdelen, herzien. De aanpak zal voortdurend in relatie tot de opgave worden gemonitord en aangescherpt. Dat zal terug te zien zijn in de jaarplannen van het programma Energietransitie.

Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

W. Groot, ls.

P.I. Broertjes

Bijlage(n) 1.

Transitievisie Warmte Hilversum, 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=7754be25-a804-480e-9173-22bf7fd9a35e