Toelichting wijzing hoofdstuk 3 APV
Tekst van het document
Wijzingen APV hoofdstuk 3 seksinrichtingen, sekswinkels, straat- prostitutie, en dergelijke Herziening hoofdstuk 3 APV Na de opheffing van het bordeelverbod in 2000 heeft de gemeente Hilversum in samenwerking met de gemeenten uit de regio Gooi en Vechtstreek prostitutiebeleid opgesteld. De afgelopen jaren heeft de seksbranche zich verder door ontwikkeld waardoor het beleid uit 2000 niet meer aansluit bij de huidige omstandigheden. Momenteel werkt de gemeente aan nieuw sekswerkbeleid en een bijbehorend uitvoeringsplan. In het najaar van 2022 start de besluitvorming van dit nieuwe beleid. De belangrijkste ontwikkelingen voor nieuw beleid zijn: 1. Het aantal vergunde seksbedrijven is tussen 2006 en 2014 met 39% afgenomen. De onvergunde seksbranche is daarentegen toegenomen. Dit heeft deels te maken met gemeentelijk beleid. Gemeenten sluiten seksbedrijven door signalen van mensenhandel en seksuele uitbuiting. Daarnaast stellen gemeenten strengere eisen aan sekswerkers en seksbedrijven. Zo moeten sekswerkers in veel gemeenten minimaal 21 jaar oud zijn om bij een seksbedrijf te mogen werken. Naast de afname van seksbedrijven geven steeds meer sekswerkers de voorkeur aan zelfstandigheid en anonimiteit. Het aantal sekswerkers die zelfstandig escort of thuisontvangst aanbieden is hierdoor toegenomen. Deze verplaatsing is niet zonder risico’s.
Sekswerkers die niet terecht kunnen in de vergunde seksbranche werken veelal in de illegaliteit. Het gevolg is dat sekswerkers zich niet melden bij misstanden door het risico op boetes. Dit heeft een nadelig effect op de toegankelijkheid van medische zorg en hulpverlening. Een brede blik op zowel de vergunde als onvergunde seksbranche is daarom noodzakelijk, aldus de Nationaal Rapporteur Mensenhandel. 2. In 2000 is bedrijfsmatige thuisprostitutie vergunningsplichtig gesteld in de APV. Echter, de gemeente heeft geen bevoegdheid om vormen van zelfstandig sekswerk te reguleren. Volgens artikel 151a Gemeentewet mag de raad middels een verordening regels opstellen voor de exploitatie van een seksinrichting. Zelfstandig sekswerk valt niet onder dit artikel. De huidige regelgeving in Hilversum moet daarom worden herzien zodat het aansluit bij artikel 151a Gemeentewet. 3. De gemeente is sinds januari 2020 verantwoordelijk voor het toezicht op de seksbranche. Voorheen was dit een taak van de politie. Om deze taak zorgvuldig uit te kunnen voeren is een uitvoeringsplan opgesteld. Daarin moet het toezicht op de vergunde en onvergunde seksbranche worden beschreven. Met het nieuwe sekswerkbeleid is het ook noodzakelijk om hoofdstuk 3 van de APV te herzien.
De wijzigingen zijn voornamelijk gebaseerd op de model APV van de VNG en de APV van gemeenten die recent nieuw sekswerkbeleid hebben vastgesteld. In het eerste deel van deze toelichting worden de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de huidige APV beschreven. In deel twee worden alle wijzigingen schematische weergegeven.
Deel 1: belangrijkste wijzigingen Tekstuele wijzigingen Er zijn meerdere tekstuele wijzigingen aangebracht in hoofdstuk 3 van de APV. De begrippen prostitutie en prostitué(e) zijn vervangen door de begrippen sekswerk en sekswerker(s). Hier is voor gekozen omdat de begrippen prostitutie en prostitué(e) als stigmatiserend worden ervaren door sekswerkers. Sekswerk is in Nederland een legaal beroep en het begrip sekswerk benadrukt het feit dat de gemeente sekswerk als werk ziet. Daarnaast doelt het begrip sekswerk op verschillende vormen van seksuele dienstverlening in plaats van enkel het aanbieden van seks tegen betaling.
1
De begrippen eigenaar en leidinggevende zijn vervangen door de begrippen exploitant en beheerder. Deze wijzigingen zijn conform de model APV. De exploitant verwijst naar de persoon die de het seksbedrijf exploiteert. De beheerder verwijst naar de persoon die verantwoordelijk is voor het dagelijkse beheer binnen het seksbedrijf. In de nieuwe APV wordt onderscheid gemaakt tussen seksinrichtingen en seksbedrijven. In de huidige APV wordt alleen gesproken van seksinrichtingen. Het seksbedrijf is de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot sekswerk of het verrichten van seksuele handelingen met of voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotischpornografische aard in een seksinrichting tegen betaling. De seksinrichting is de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte dat onderdeel uitmaakt van het seksbedrijf. Daarmee is het seksbedrijf vergunningsplichtig gesteld waarbij een vergunning mede voor een seksinrichting afgegeven kan worden. Deze wijziging is conform de model APV. In de huidige APV wordt nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen de hij en zij vormen. Als er gesproken wordt over de exploitant of de beheerder, voorheen eigenaar of leidinggevende, wordt er gesproken over hij of hem. Als verwezen wordt naar een sekswerker, voorheen prostituee, wordt er gesproken over zij of haar.
In de praktijk exploiteren zowel mannen als vrouwen seksbedrijven. Daarnaast zijn er ook mannelijke of transgender sekswerkers werkzaam in de seksbranche. Om de diversiteit te benadrukken zijn mannelijke en vrouwelijke verwijzingen uit hoofdstuk 3 van de APV gehaald. Thuiswerken Zoals in de inleiding beschreven hebben gemeenten geen bevoegdheden om individueel sekswerk vergunningsplichtig te stellen. De vergunningsplicht voor thuiswerken is daarom uit de APV gehaald. Wel moeten thuiswerkers zich houden aan de voorwaarden voor aan-huis-verbonden beroepen die zijn opgenomen in de bestemmingsplannen. In deze voorwaarden is onder andere opgenomen dat het beroep uitgevoerd moet worden door de hoofdbewoners van het betreffende pand. Het is niet toegestaan om in een woning van een ander te werken. Er is in dat geval ook sprake van exploitatie waarvoor een vergunningsplicht geldt. De gemeente Hilversum is niet de eerste gemeente die thuiswerken als een aan-huis-verbonden beroep ziet. Gemeente Assen, Lelystad en Tilburg stellen soortgelijke voorwaarden aan sekswerkers die vanuit huis willen werken. Maximumtermijn vergunning Volgens de huidige regelgeving worden vergunningen voor seksbedrijven voor onbepaalde tijd verleend.
Echter, artikel 33 van de Dienstenwet, gebaseerd op de Dienstenrichtlijn, bepaalt dat vergunningen niet voor onbepaalde tijd verleend mogen worden als er sprake is van een schaarste aan vergunningen. In het regionale prostitutiebeleid uit 2000 is opgenomen dat in Hilversum maximaal 6 vergunningen voor seksbedrijven (escortbedrijven uitgezonderd) afgegeven mogen worden. Hierdoor is er sprake van een beleidsmatige schaarste. In artikel 3.2.1 lid 6 is daarom opgenomen dat vergunningen voor seksbedrijven, met uitzondering van escortbedrijven, alleen voor de duur van 5 jaar worden verleend. Vergunningen kunnen eenmalig worden verlengd. Intrekkingsgronden Als een exploitant van een seksbedrijf zich niet houdt aan de vergunningsvoorwaarden, de regels uit de APV of als er strafbare feiten plaatsvinden binnen het seksbedrijf, dan kan het nodig zijn om de vergunning voor het seksbedrijf in te trekken. Om de gemeente meer handvaten te geven om de vergunning bij dergelijke overtredingen te schorsen of in te trekken zijn er intrekkingsgronden opgenomen in de APV.
2
Deel 2: schematische weergave wijzigingen hoofdstuk 3 APV Huidige APV
Nieuwe APV
Artikel 3.1.1 Begripsomschrijving a. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; b. prostitué(e): degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; c. seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden. In deze verordening worden twee categorieën onderscheiden: de categorie thuiswerkers en de categorie overige seksinrichtingen. Onder overige seksinrichtingen worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; d. thuiswerker: de natuurlijk persoon die bedrijfsmatig, of in een omvang alsof hij bedrijfsmatig werkt, seksuele handelingen verricht in de eigen woning; e. escortbedrijf de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend; f.
sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotischpornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd; g. eigenaar: de natuurlijke of rechtspersoon die het eigendom heeft van een seksinrichting of escortbedrijf
Artikel 3.1.1 Afbakening De artikelen 1:2 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing op het bij of op grond van, op basis van dit hoofdstuk bepaalde. Artikel 3.1.2 Definities a. Advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een sekswerker onder de aandacht van het publiek brengt; b. Beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf.; c. Bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van: - De exploitant; - De beheerder; - De sekswerker; - Het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is; - Toezichthouders zoals bedoeld in artikel 6.2; - Andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende reden noodzakelijk is. d. Escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot sekswerk in de vorm van bemiddeling tussen klant en sekswerker; e. Exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend; f. Klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een seksbedrijf of een sekswerker aangeboden seksuele diensten; g.
Raamsekswerkbedrijven: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot sekswerk, waarbij het werven van klanten gebeurt door een sekswerker die zichtbaar is vanuit een voor publiek toegankelijke plaats; h. Seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot
Nieuw artikel
3
overeenkomstig de inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; h. leidinggevende: de natuurlijke persoon die de onmiddellijke feitelijke leiding en beheer uitoefent in een seksinrichting of escortbedrijf. Indien een natuurlijk persoon eigenaar is, is deze persoon altijd leidinggevende. Indien een rechtspersoon eigenaar is, is leidinggevende: - de bestuurder(s) van de rechtspersoon; - de natuurlijke persoon die namens de rechtspersoon (uitgezonderd vereniging of stichting) als volledig bevoegd persoon is opgenomen in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; - tenminste twee bestuursleden van een vereniging of stichting. i. bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van: 1. de leidinggevende; 2. de prostitué(e); 3. het personeel dat in de inrichting werkzaam is; 4. toezichthouders als bedoeld in artikel 6.2; 5. andere personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
sekswerk of tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotischpornografische aard in een seksinrichting tegen betaling. Onder een seksbedrijf vallen in ieder geval een erotische massagesalon, een bordeel, een seksclub, een privéhuis, een escortbedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. Thuiswerken valt niet onder de term seksbedrijf; i. Seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf; j. Sekswerk: het verrichten van seksuele handelingen met of voor een ander tegen betaling; k. Sekswerker: degene die seksuele handelingen verricht met of voor een ander tegen betaling; l. Sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotischpornografische aard aan particulieren worden verkocht of verhuurd; m. Thuiswerker: de natuurlijke persoon die bedrijfsmatig, of in omvang alsof bedrijfsmatig wordt gewerkt, seksuele handelingen verricht in de eigen woning; n. Werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht.
Artikel 3.1.2 Bevoegd bestuursorgaan In dit hoofdstuk wordt verstaan onder het bevoegde bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.
Artikel 3.1.3 Bevoegd bestuursorgaan In dit hoofdstuk wordt verstaan onder het bevoegde bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.
Artikel 3.2.1 Seksinrichtingen 1. Het is verboden als thuiswerker te werken, een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan.
Artikel 3.2.1 Vergunning 1. Het is verboden een seksbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan. 2. In de (aanvraag om) vergunning wordt in ieder geval vermeld: 4
2. In de (aanvraag om) vergunning wordt in ieder a. Door welke natuurlijke of rechtspersoon het geval vermeld: seksbedrijf zal worden geëxploiteerd; a. door welke natuurlijke of b. Door welke perso(o)n(en) het seksbedrijf zal rechtsperso(o)n(en) de seksinrichting of het worden beheerd (beheerder). Indien de escortbedrijf zal worden geëxploiteerd; beheerder een ander persoon is dan de b. door welke perso(o)n(en) de seksinrichting, exploitant dient een arbeidsovereenkomst of het escortbedrijf zal worden beheerd overlegd te worden; (leidinggevende). Indien de leidinggevende c. De aard van het seksbedrijf; een ander persoon is dan de eigenaar dient d. De plaatselijke en kadastrale ligging van de seksinrichting door middel van een een arbeidsovereenkomst overlegd te worden; situatietekening met een schaal van c. de aard van de seksinrichting of het tenminste 1:1000; escortbedrijf; e. Bewijs van inschrijving in het handelsregister d. de plaatselijke en kadastrale ligging van de bij de Kamer van Koophandel; inrichting door middel van een f. Bewijs waaruit blijkt dat de exploitant situatietekening met een schaal van gerechtigd is tot het gebruik van de tenminste 1:1 000; seksinrichting bestemd voor het seksbedrijf; e. bewijs van inschrijving in het g. Een plattegrond 1 op 100 waarop handelsregister bij de Kamer van werkruimten zijn aangegeven; Koophandel; h.
De voorschriften en beperkingen die aan de f. bewijs waaruit blijkt dat de exploitant vergunning zijn verbonden; gerechtigd is tot het gebruik van de ruimte i. Het nummer van de vergunning. bestemd voor de seksinrichting; in geval van thuiswerk: het bewijs van inschrijving in 3. Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen. het bevolkingsregister op het bewuste adres; g. een plattegrond 1 op 100 waarop 4. Een vergunning kan mede voor een werkruimten zijn aangegeven; seksinrichting worden verleend. 3. De vergunning wordt uitsluitend verleend aan de eigenaar. De vergunning is persoonsgebonden en kan niet worden overgedragen.
5. De vergunning wordt uitsluitend verleend aan de exploitant. De vergunning is persoonsgebonden en kan niet worden overgedragen. 6. Een vergunning voor een seksbedrijf wordt verleend voor de duur van 5 jaar. 7. De vergunning kan eenmalig worden verlengd. 8. Voor het gestelde onder 6 en 7 van dit artikel geldt een overgangsbepaling. Als vergunningen voor 1 januari 2023 zijn verleend voor onbepaalde tijd blijft dit van kracht tot het moment dat de vergunning komt te vervallen of wordt ingetrokken zoals omschreven in artikelen 3.3.4, 3.4.1 en 3.4.2.
Artikel 3.2.1a Bedrijfsplan 1. Een seksinrichting of escortbedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de eigenaar treft: a. op het gebied van hygiëne;
Artikel 3.2.2 Bedrijfsplan 1. Een seksbedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft: a. Op het gebied van hygiëne; 5
b. ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees; c. ter voorkoming van strafbare feiten. 2. De door de eigenaar te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat: a. de hygiëne in een seksinrichting of escortbedrijf voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is; b. inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een eigenaar in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor prostituees; c. in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn; d. in de werkruimten voor de prostituees een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is; e. de prostitué(e) zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de eigenaar voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek; f. de prostitué(e)niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken; g. de prostitué(e) vrij is in de keuze van de arts(en) die zij wil bezoeken; h. de prostitué(e) klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen heeft; i. de prostitué(e) kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen heeft; j.
aan de voor de eigenaar werkzame leidinggevende voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin; k. de eigenaar zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de prostitué(e) voordat deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen;
b. Ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de sekswerkers; c. Ter bescherming van de gezondheid van de klanten; d. Ter voorkoming van strafbare feiten. 2. De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, waarborgen dat: a. De hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is; b. Inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor de sekswerkers; c. In de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn; d. In de werkruimten voor de sekswerkers een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is; e. De sekswerkers zich regelmatig laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van dergelijk onderzoek; f. De sekswerker niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken; g. De sekswerker vrij is in de keuze van de arts(en) die de sekswerker wil bezoeken; h. De sekswerker klanten en diensten kan weigeren zonder dat dit gevolgen heeft voor andere werkzaamheden; i. De sekswerker kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dit gevolgen heeft voor de werkzaamheden; j.
Aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin; k. De exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de sekswerker(s) voordat deze voor of bij de exploitant gaat werken, teneinde vast te stellen of de sekswerker(s) voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in het bedrijfsplan; l. De exploitant voor elke voor of bij de exploitant werkzame sekswerker kan 6
l. de eigenaar voor elke voor of bij hem werkzame prostitué(e) kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt; m. de eigenaar of leidinggevende zich er regelmatig van vergewist dat de prostitué(e) niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt; n. de eigenaar aan de voor of bij hem werkzame prostituees informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostitué(e) wil stoppen met haar werk in de prostitutie; o. de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende sexinrichtingen beperkt wordt. 3. Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning. 4. De eigenaar meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld. 5. De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostitué(e) die werkzaam is voor of bij de eigenaar. 6.
In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen, waaronder Nederlands, en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostitué(e) klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken. Artikel 3.2.9 Eisen prostitué(e) Het is een eigenaar verboden een prostitué(e) voor of bij zich te laten werken die: a. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt;
aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden de sekswerker diensten aanbiedt; m. De exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de sekswerker(s) niet door derden gedwongen wordt tot sekswerk en dat de exploitant in dit kader informatie van hulpverleningsorganisaties ter beschikking stelt; n. De exploitant aan de voor of bij de exploitant werkzame sekswerker(s) informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een sekswerker wil stoppen met het werk als sekswerker; o. De overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichting beperkt wordt. 3. Het bedrijfsplan wordt overlegd bij de aanvraag om een vergunning. 4. De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegd bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld. 5. De rechten voor sekswerkers, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een de sekswerker begrijpelijke taal uitgereikt aan elke sekswerker die werkzaam is voor of bij de exploitant. 6.
In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen, waaronder het Nederlands, en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een sekswerker klanten en diensten mag weigeren alcohol en drugs te gebruiken.
Artikel 3.2.3 Eisen sekswerker(s) 1. Het is een exploitant verboden een sekswerker voor of bij zich te laten werken die: a. Nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt;
7
b. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000.
b. In Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000.
Artikel 3.2.2 Gedragseisen leidinggevenden Artikel 3.2.4 Gedragseisen exploitant en beheerder 1. De leidinggevenden: 1. De exploitant en beheerder: a. staan niet onder curatele en zijn niet ontzet a. Staan niet onder curatelen en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij; uit de ouderlijke macht of voogdij; b. zijn niet in enig opzicht van slecht b. Zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; levensgedrag; c. hebben de leeftijd van éénentwintig jaar c. Hebben de leeftijd van éénentwintig jaar bereikt. bereikt. 2. Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn 2. Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de leidinggevenden niet: exploitant en beheerder niet: a. met toepassing van de artikel 37 van het a. Met toepassing op artikel 37 van het Wetboek Wetboek van Strafrecht in een van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met geplaatst of met toepassing van artikel 37a toepassing van artikel 37a van het Wetboek van het Wetboek van Strafrecht ter van Strafrecht ter beschikking gesteld; beschikking gesteld; b. binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk b.
Binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer vrijheidsstraf van zes maanden of meer door door de rechter in Nederland, de de rechter in Nederland, de Nederlandse Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel Antillen of Aruba, dan wel door een andere door een andere rechter wegens een rechter wegens een misdrijf waarvoor naar misdrijf waarvoor naar Nederlands recht Nederlands recht een bevel tot voorlopige een bevel tot voorlopige hechtenis hechtenis ingevolge artikel 67, eerste lid van ingevolge artikel 67, eerste lid van het het Wetboek van Strafvordering is toegelaten; Wetboek van Strafvordering is toegelaten; c. Binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee c.
binnen de laatste vijf jaar bij tenminste rechterlijke uitspraken onherroepelijk twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een voorwaardelijke veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van vijfhonderd euro of meer of tot geldboete van vijfhonderd euro of meer of een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, tot een andere hoofdstraf als bedoeld in eerste lid, onder a van het Wetboek van artikel 9, eerste lid, onder a van het Strafrecht, wegens dan wel mede wegens Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel overtreding van: mede wegens overtreding van: - Bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de - bepalingen gesteld bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze Vreemdelingenwet en de Wet arbeid verordening; vreemdelingen; - de artikelen 137c tot en met 137g, 140, - De artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 250a (oud), 197 a t/m c, 240b, 242 tot en met 249, 252, 273f, 300 tot en met 303, 416, 417, 252, 273f, 300 tot en met 303, 416, 417, 417 bis, 426 of 429 quater en 453 van 417 bis, 420bis t/m 420quinquies, 426 of het Wetboek van strafrecht; 429quater en 453 van het Wetboek van - de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede Strafrecht; - Artikel 69 van de Algemene wet inzake artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel
rijksbelastingen; 163 van de Wegenverkeerswet 1994; - de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de kansspelen; 8
- de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; - de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. 3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld: a. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van strafrecht, tenzij de geldsom minder dan driehonderd vijfenzeventig euro bedraagt; b. een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf. 4. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt: a. bij de weigering van een vergunning gerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning; b. bij de intrekking van een vergunning gerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. c. De leidinggevende is binnen de laatste vijf jaar geen eigenaar of leidinggevende geweest van een inrichting die voor ten minste één maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1. is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.
- De artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994; - De artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de kansspelen; - De artikelen 2 en 3 van de Wet op de Weerkorpsen; - De artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie. 3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijkgesteld: a. Vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht, tenzij de geldsom minder dan driehonderdvijfenzeventig bedraagt; b. Een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf. 4. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt; a. Bij de weigering van een vergunning gerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning; b. Bij de intrekking van een vergunning gerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning. 5. De exploitant of beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een inrichting die voor ten minste één maand door het bevoegd bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1(vergunning) is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat de exploitant ter zake geen verwijt treft.
Artikel 3.2.3 Sluitingsuur Artikel 3.2.5 Sluitingsuur 1. Het is verboden een seksinrichting (met 1. Het is verboden een seksinrichting voor uitzondering van thuiswerkers) voor bezoekers bezoekers, waaronder klanten, geopend te geopend te hebben en daarin bezoekers toe te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten of te laten verblijven tussen 24.00 en laten verblijven tussen 24.00 en 07.00 uur. 07.00 uur. 2. In afwijking van het eerste lid kan het bevoegde bestuursorgaan door middel van een ontheffing 2. In afwijking van het eerste lid kan het voor een afzonderlijke seksinrichting een bevoegde bestuursorgaan door middel van sluitingstijd tot 01.00 uur vaststellen. Deze een ontheffing voor een afzonderlijke seksinrichting een sluitingstijd tot 01.00 uur ontheffing wordt verleend voor een kalenderjaar. vaststellen. Deze ontheffing wordt verleend voor een kalenderjaar. 3. Het is bezoekers en klanten van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden 9
3. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.2.4, gesloten dient te zijn. Dit geldt niet voor de in lid 1 genoemde thuiswerkers. 4. Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voor zover de in de Wet milieubeheer opgenomen sluitingstijden van toepassing zijn.
gedurende de tijd dat die inrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.2.6 (tijdelijke afwijking sluitingsuur), gesloten dient te zijn. 4. Het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde geldt niet voor zover de in de Wet milieubeheer opgenomen sluitingstijden van toepassing zijn.
Artikel 3.2.4 Tijdelijke afwijking sluitingsuur; (tijdelijke) sluiting 1. Met het oog op de in artikel 3.3.2, tweede lid, genoemde belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegde bestuursorgaan: a. tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.2.3, eerste of tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen; b. van een afzonderlijke seksinrichting (tijdelijk) de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.
Artikel 3.2.6 Tijdelijke afwijking sluitingsuur; (tijdelijke) sluiting 1. Met het oog op de in artikel 3.3.2 (weigeringsgronden), tweede lid, genoemde belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegde bestuursorgaan: a. Tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3.2.5 (sluitingsuur), eerste of tweede lid, geldende sluitingsuren vaststellen; b. Van een afzonderlijke seksinrichting (tijdelijk) de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegde bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig lid 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegde bestuursorgaan het in het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend overeenkomstig lid 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 3.2.5 Aanwezigheid van en toezicht door Artikel 3.2.7 Aanwezigheid van en toezicht door leidinggevenden beheerder 1. Het is verboden een seksinrichting voor 1. Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat bezoekers en klanten geopend te hebben, zonder tenminste één van de ingevolge artikel 3.2.1 dat tenminste één van de ingevolge artikel 3.2.1 op de vergunning vermelde leidinggevenden in (vergunningsplicht) op de vergunning vermelde de seksinrichting aanwezig is. beheerders in de seksinrichting aanwezig is. 2. De leidinggevende(n) zijn verplicht er voortdurend op toe te zien dat in de inrichting: 2. De beheerder(s) zijn verplicht er voortdurend op a. geen strafbare feiten plaatsvinden, toe te zien dat in de seksinrichting: waaronder in ieder geval de feiten als a. Geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten als genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XX (mishandeling), XXII (diefstal) genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XX (mishandeling, XXII (diefstal), en en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en Opiumwet en in de Wet wapens en in de Wet wapens en munitie. munitie; b. geen prostitutie wordt uitgeoefend door b.
Geen sekswerk wordt uitgeoefend door personen in strijd met het bij of krachtens personen in strijd met het bij of krachtens de 10
de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.
Nieuw artikel
Nieuw artikel
Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde. Artikel 3.2.8 Adverteren Het is verboden in advertenties voor het seksbedrijf onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat sekswerkers die voor of bij het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen. Artikel 3.2.9 Beperken aantal vergunningen 1. Het bevoegd bestuursorgaan kan een maximum stellen aan het totaal aantal seksinrichtingen waarvoor een vergunning kan worden verleend. Hierbij kan worden bepaald dat een maximum slechts geldt voor seksinrichtingen van seksbedrijven van een nader aangewezen aard. 2. Voor het uitoefenen van raam- en straatsekswerk wordt geen vergunning verleend.
Artikel 3.2.6 Raam- en straatprostitutie 1. Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, te trachten passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen, dan wel aan te lokken. 2. Met het oog op de naleving van het in het eerste lid gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich onmiddellijk (in een bepaalde richting) te verwijderen.
Artikel 3.2.10 Raamsekswerk Het is een sekswerker verboden: a. Zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar en gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen; en b. Passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan de passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seksinrichting op te houden. Artikel 3.2.11 Straatsekswerk Het is een sekswerker verboden zich op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel het verrichten van seksuele handelingen in het kader van sekswerk. Artikel 3.2.12 Handhaving straatsekswerk Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in artikel 3.2.10 (straatsekswerk) kan door een politieambtenaar of toezichthouder het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.
Artikel 3.2.7 Sekswinkels Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in
Artikel 3.2.13 Sekswinkels Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel te exploiteren in 11
door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.
door het college in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.
Artikel 3.2.8 Tentoonstellen aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen: a. indien het bevoegde bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt; b. anders dan overeenkomstig de door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.
Artikel 3.2.14 Tentoonstellen aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen: a. Indien het bevoegde bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt; b. Anders dan overeenkomstig de door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.
Artikel 3.3.1 Beslistermijn 1. In afwijking van artikel 1.2. neemt het bevoegde bestuursorgaan het besluit op de aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de volledige aanvraag ontvangen is.
Artikel 3.3.1 Beslistermijn 1. In afwijking van artikel 1.2 neemt het bevoegde bestuursorgaan het besluit op de aanvraag om vergunning als bedoelt in artikel 3.2.1 (vergunningsplicht), eerste lid, binnen twaalf weken na de dag waarop de volledige aanvraag ontvangen is.
2. Het bevoegde bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken verdagen.
2. Het bevoegde bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken verdagen.
2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of toepassing op het tentoonstellen, aanbieden aanbrengen van goederen, opschriften, of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken aankondigingen, gedrukte of geschreven dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet. bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet.
3. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. Artikel 3.3.2 Weigeringsgronden 1. De vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, wordt geweigerd indien:
Artikel 3.3.2 Weigeringsgronden 1. De vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1 (vergunning), eerste lid, wordt geweigerd indien: 12
a. de eigenaar - indien een rechtspersoon: de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke perso(o)n(en) - of de leidinggevende niet voldoet aan de in artikel 3.2.2 gestelde eisen; b. de vestiging of de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening of het ontwerp voorstel aanvullende voorschriften regeling seksinrichtingen; c. er aanwijzingen zijn dat in of voor de inrichting personen werkzaam (zullen) zijn in strijd met artikel 250a van het Wetboek van Strafrecht of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 of dat personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, of slachtoffer zijn van mensenhandel. d. het regionaal dan wel gemeentelijk maximaal af te geven aantal vergunningen voor seksinrichtingen is verleend; e. de vergunning aangevraagd is voor de exploitatie van een raamprostitutiebedrijf. 2. De vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, kan worden geweigerd: a. in het belang van de openbare orde; b. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; c.
in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van de woon- en leefklimaat; d. in het belang van de veiligheid van personen of goederen; e. in het belang van de verkeersvrijheid of veiligheid; f. in het belang van de gezondheid of zedelijkheid; g. in het belang van de arbeidsomstandigheden van de prostitué(e); h. indien niet is voldaan aan het gestelde in de nadere regels als bedoeld in art. 3.3.3.
a. De exploitant – indien een rechtspersoon: de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke perso(o)n(en) – of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3.2.4 (gedragseisen exploitant en beheerder) gestelde eisen; b. De vestiging van een seksinrichting of de exploitatie van een seksbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening of het ontwerp voorstel aanvullende voorschriften regeling seksinrichtingen; c. Er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of voor het seksbedrijf personen werkzaam (zullen) zijn in strijd met artikel 273a van het Wetboek van Strafrecht of verblijven of werken in strijd met het bepaalde of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 of dat personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het sekswerkers betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, of slachtoffer zijn van mensenhandel; d. Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden voorschriften; f. Als het bedrijfsplan niet voldoet aan artikel 3.2.2 (bedrijfsplan), eerste en tweede lid; g.
Als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij artikel 3.2.7 (aanwezigheid beheerder), eerste en tweede lid, gestelde verplichting zal naleven; h. Een maximum zoals bedoeld in artikel 3.2.8 (beperken aantal vergunning) is vastgesteld en dit maximum is bereikt; i. De voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd of een beheersverordening; j. Als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het uitoefenen van een seksbedrijf waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder 13
zonder vergunning een seksbedrijf is uitgeoefend; k. Als niet is voldaan aan een bij of krachtens artikel 3.2.1, tweede lid (vergunning) gestelde eis met betrekking tot de aanvraag, mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bevoegde bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen; l. De vergunning aangevraagd is voor de exploitatie van een raamsekswerkbedrijf. 2. De vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1 (vergunning), eerste lid, kan worden geweigerd: a. In het belang van de openbare orde; b. In het belang van het voorkomen of beperken van overlast; c. In het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van de woon- en leefklimaat; d. In het belang van de veiligheid van personen of goederen; e. In het belang van de verkeersvrijheid of – veiligheid; f. In het belang van de gezondheid of zedelijkheid; g. In het belang van de arbeidsomstandigheden van de sekswerker(s); h. Indien niet is voldaan aan het gestelde in de nadere regels zoals bedoeld in artikel 3.3.3 (nadere regels). Artikel 3.3.3 Nadere regels Met het oog op de in artikel 3.3.2 genoemde belangen, kan het college over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere regels vaststellen.
Nieuw artikel
Artikel 3.3.3 Nadere regels Met het oog op de in artikel 3.3.2 (weigeringsgronden) genoemde belangen, kan het college over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere regels vaststellen. Artikel 3.3.4 Intrekkingsgronden 1. De vergunning wordt ingetrokken als: a. De verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest; b. De vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; c. Is gehandeld in strijd met de artikelen 3.2.2 (bedrijfsplan), 3.2.3 (leeftijdgrens), 3.2.5 (sluitingsuur) en 3.2.7 (aanwezigheid beheerder).
14
d. Zich binnen het seksbedrijf of seksinrichting feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid; e. Zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3.3.2 (weigeringsgronden); f. De vergunninghouder dat verzoekt; g. De uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan of een beheersverordening. 2. De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: a. Is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; b. In verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereisten is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning; c. Een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden; d. Is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c; e. Er is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregel; f. Zich binnen het seksbedrijf of de seksinrichting feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van sekswerkers of klanten; g.
De exploitant of beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt; h. Er binnen het seksbedrijf of de seksinrichting personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk veroordeeld zijn voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel; i. Gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.
Artikel 3.4.1 Beëindiging exploitatie
Artikel 3.4.1 Beëindiging exploitatie 15
1. De vergunning vervalt zodra de eigenaar als bedoeld in artikel 3.2. 1, derde lid, onder a, de exploitatie van de seksinrichting feitelijk heeft beëindigd. 2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de eigenaar daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegde bestuursorgaan.
1. De vergunning vervalt zodra de exploitant als bedoelt in artikel 3.2.1, vierde lid (persoonsgebonden vergunning) de exploitatie van het seksbedrijf feitelijk heeft beëindigd. 2. Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegde bestuursorgaan. 3. Bij beëindiging van het seksbedrijf vervalt de exploitatievergunning, tenzij de rechtsopvolger van de vergunninghouder vóór overdracht van het seksbedrijf een ontvankelijke aanvraag voor een exploitatievergunning heeft ingediend. 4. Behoudens het geval dat zwaarwegende feiten of omstandigheden zich daartegen verzetten, blijft de vergunning in dat geval van kracht, totdat op de aanvraag een besluit is genomen.
Artikel 3.4.2 Wijziging beheer Artikel 3.4.2 Wijziging beheer 1. Indien een leidinggevende als bedoeld in artikel 1. Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3.2.1, 3.2. 1, derde lid, onder b, het beheer in de tweede lid, onder b (beheerder op de seksinrichting feitelijk heeft beëindigd, geeft de vergunning), het beheer binnen het seksbedrijf of eigenaar daarvan binnen een week na de de seksinrichting feitelijk heeft beëindigd, geeft feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk de exploitant daarvan binnen een week na de kennis aan het bevoegde bestuursorgaan. feitelijke beëindiging van het beheer schriftelijk kennis aan het bevoegde bestuursorgaan. 2. Het beheer kan slechts worden uitgeoefend 2. Het beheer kan slechts worden uitgeoefend door door een nieuwe leidinggevende, indien het een nieuwe beheerder, indien het bevoegde bevoegde bestuursorgaan op aanvraag van de bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant exploitant heeft besloten de verleende heeft besloten de verleende vergunning vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3.3.2, eerste lid, 3.3.2, eerste lid, aanhef en onder a, is van onder a (weigeringsgrond) is van overeenkomstige toepassing. overeenkomstige toepassing. 3.
In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de exploitant een aanvraag zoals bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten. Artikel 3.4.3 Vervallen vergunning De vergunning vervalt: a. indien er een jaar feitelijk geen gebruik is gemaakt van de vergunning;
Artikel 3.4.3 Vervallen vergunning De vergunning vervalt: a. Indien er een halfjaar feitelijk geen gebruik is gemaakt van de vergunning;
16
b. er een wijziging heeft plaatsgevonden in de persoon van de eigenaar; c. indien er een wijziging van bouwkundige aard in de inrichting heeft plaatsgevonden; d. indien de inrichting naar een andere locatie wordt verplaatst.
b. Indien er een wijziging heeft plaatsgevonden in de persoon van de exploitant; c. Indien er een wijziging van bouwkundige aard in de seksinrichting heeft plaatsgevonden; d. Indien de inrichting naar een andere locatie wordt verplaatst.
17