CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting_Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

GEMEENTERAAD 9 maart 2022, gemeente HilversumBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Prins Bernhardstraat (1084637)21.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De kostbare natuur is beschermd. Alle omliggende natuurgebieden zijn overgedragen aan natuurorganisaties. Deze natuurgebieden hebben de status van Nationaal Park (de Gooise Heuvelrug). In 2030 is Hilversum de centrumgemeente van het Gooi met een aantrekkelijk bruisend stadscentrum. In de afgelopen jaren is er veel gebeurd. In het centrum is een breed aanbod aan winkels, een levendige warenmarkt, evenementen en een gezellig horeca- en cultureel aanbod te vinden. Dit bruisende centrum is aantrekkelijk voor alle inwoners van Hilversum. Maar het is ook een trekker voor mensen uit omliggende gemeenten en toeristen. De pleinen in het centrum en de parken daaromheen zijn levendige plekken, die uitnodigen voor ontmoeting en verblijf.

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

27

In 2030 is Hilversum de Mediastad van Nederland. De creatieve sector in Hilversum zorgt voor veel werkgelegenheid. De rode draad door deze sector is het gebruik van beeld en geluid. Deze komen in verschillende vormen en via verschillende kanalen bij de consument terecht, zoals via tv, openbare ruimte, mobiele telefoon, radio, games, sites, kabel, animatie, design en kunstinstallaties. Voortdurend is door de sector ingespeeld op de snelle technologische ontwikkelingen, zoals de digitalisering van de samenleving. In 2030 staat Hilversum bekend om zijn hoogwaardige stedenbouwkundige, architectonische en landschappelijke kwaliteiten. De tuinstadgedachte en het beëindigingsplan van Dudok zijn hierbij als vertrekpunt genomen. Sterke punten in de stad zoals prachtige (monumentale) gebouwen, (omroep-) complexen en industrieel erfgoed maar ook groene plekken, parken en vijvers zijn met elkaar verbonden. De harmonieuze groene overgangen tussen stad en omliggende natuurgebieden zijn zichtbaar en voelbaar gemaakt. In de woongebieden zijn de bestaande karakteristieken, woonmilieus en kwaliteiten per wijk behouden. Er is in deze gebieden niet of nauwelijks ruimtelijk verdicht. Ruimtelijk en historisch gezien zou dit ook niet logisch zijn geweest. Diverse gebouwen hebben een andere functie gekregen, bijvoorbeeld kantoorpanden die zijn omgebouwd naar woningen.

Uitbreidingen, verdichtingen en schaalsprongen zijn voornamelijk in de dynamische gebieden gerealiseerd.

Toetsing Het plangebied is binnen de structuurvisie aangewezen als 'Centrum'. Met de realisatie van de woningen in het plangebied wordt de woonfunctie in het centrum versterkt. Het optimaal benutten en versterken van het stedelijk gebied en het verbeteren van het woningaanbod in en rondom het centrum zorgt dat de gemeente een aantrekkelijke woongemeente is en blijft. Dit plan sluit dan ook aan bij de ambities uit de gemeentelijke structuurvisie.

4.4.2

Centrumvisie

In het centrum komen veel voorzieningen bij elkaar. Het gaat dan onder meer om winkels, de markt, restaurants, cafés, evenementen, bioscoop, filmtheater en het museum. Het centrum is echter ook ‘gewoon’ een van de wijken van Hilversum. Met daarbinnen verschillende buurten. Er wordt gewoond en gewerkt. Het Stationsgebied is een knooppunt voor bus, trein en auto en vormt een belangrijke entree naar het centrum. Van oudsher heeft het centrum een lokale en (boven-)regionale functie. Door allerlei ontwikkelingen staat deze positie echter onder druk. Dat is niet uniek. Ook andere centrumgebieden hebben te maken met afnemende bezoekersaantallen, een terug lopende vraag naar vastgoed en als gevolg hiervan leegstand in winkels (en kantoren). Vooral voor centra als dat van Hilversum, met een fors voorzieningenniveau, maar gelegen tussen grote steden als Amsterdam en Utrecht, ligt het risico op de loer dat het tij niet kan worden gekeerd. Een stevige aanpak is nodig. De ambitie is een aantrekkelijk centrum te realiseren dat aansluit bij de identiteit van Hilversum. Een centrum dat:  aantrekkelijk is om te bezoeken voor Hilversummers, bezoekers uit de regio en van daarbuiten;  aantrekkelijk is om er te ondernemen en culturele initiatieven te ontplooien;  aantrekkelijk is om er te wonen.

Dit kan worden bereikt door de kwaliteit en met name het onderscheidend vermogen van het centrum te verhogen. Onder het centrum verstaat de gemeente het gebied binnen de Centrumring (aan beide zijden), aangevuld met het Stationsplein en het Marktplein.

Toetsing Met onderhavig plan wordt aangesloten bij de wens om meer woningen en diversiteit aan woningen aan het centrumgebied toe te voegen. De voorgenomen ontwikkeling levert dan ook een bijdrage aan de ambities uit de centrumvisie.

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

28

4.4.3

Parkeernota Hilversum 2017

Met een nog altijd licht stijgend autobezit en met de toename van het aantal huishoudens in de gemeente blijft het een opgave om de schaarse parkeerruimte zo goed mogelijk te verdelen. Hilversum kent een aantal reguleringsmiddelen, waarvan betaald parkeren (in Hilversum altijd gecombineerd met parkeren voor vergunninghouders) en de parkeereis bij ruimtelijke ontwikkelingen de belangrijkste zijn. In de Parkeernota Hilversum 2017 wordt nader invulling gegeven aan het parkeerbeleid voor de komende jaren (scope 2025). Uiteraard staat parkeren niet op zich; het heeft een nauw verwantschap met onder andere wonen, economie, centrum en mobiliteit. Gelet op de aanstaande veranderingen als gevolg van de Omgevingswet is het nog belangrijker geworden om parkeren goed te borgen in de stad en de mogelijkheid van flexibiliteit in te bouwen. Het bereikbaar en leefbaar houden van buurten is daarbij het uitgangspunt, waarbij klantvriendelijk parkeren voor bewoners, ondernemers en bezoekers van Hilversum nadrukkelijk betrokken is.

Het doel van de nieuwe parkeernota, waar al het autoparkeerbeleid in één document is ondergebracht, is veelledig:  het beter inspelen op de veranderingen die in de hedendaagse samenleving zichtbaar zijn;  het bereikbaar en leefbaar houden van de buurten van Hilversum;  het creëren van een evenwichtige parkeerbalans door vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen;  effectiever gebruik beschikbare parkeerplaatsen;  het verbeteren van processen rondom invoering betaald parkeren;  het bijdragen aan een hoogwaardig woon- en werkklimaat van Hilversum. Toetsing In paragraaf 5.3 van deze toelichting is opgenomen op welke wijze is omgegaan met het aspect parkeren in het plangebied.

4.4.4

Beleidsnotitie Parkeernormering OV-Knooppunten

Voor (woningbouw)ontwikkelingen in de nabijheid van OV-knooppunten in Hilversum geldt dat de gemeente met de 'Beleidsnotitie Parkeernormering OV-Knooppunten' de mogelijkheid biedt om een reductie van de geldende parkeernorm toe te passen.

Toetsing Voor dit plan is op basis van de beleidsnotitie een mobiliteitsplan opgesteld. In het mobiliteitsplan is de parkeerbehoefte van de ontwikkeling op basis van de gemeentelijke parkeernota bepaald. Geconstateerd is dat het parkeren niet op eigen terrein te faciliteren is en dat er geen mogelijkheden zijn om de parkeervraag elders te voorzien. Als laatste stap binnen de beleidsnotitie is het mogelijk om met een mobiliteitsplan voor de ontwikkeling tot een reductie van de parkeernormen te komen. Vanuit de beoogde doelgroep binnen dit plan is een reductie goed verdedigbaar. Het beoogde woonprogramma focust zich voornamelijk op de jongere en kleinere (1 à 2 personen) huishoudensgroepen. Deze doelgroep kenmerkt zich door een relatief laag autobezit, een relatief hoog opleidingsniveau en een sociaal actief leven in stedelijke omgevingen. Ze fietsen vaker en maken vaker gebruik van het openbaar vervoer ten opzichte van de gemiddelde Nederlander. Daarbij komt dat uit de beleidsnotitie volgt dat op dit moment in de omgeving van het plangebied sprake is van een gemiddeld autobezit van 0,49 per huishouden (een stuk lager dan de geldende parkeernorm van 0,8). Gelet op de hiervoor beschreven doelgroep is de verwachting gerechtvaardigd dat het gemiddeld autobezit nog lager zal zijn binnen de toekomstige bewoners van voorliggend plan.

Daarbij komt dat het plan voldoet aan de randvoorwaardelijke uitgangspunten om een reductie van de parkeernorm tot maximaal 50% toe te kunnen passen. Op basis van de loopafstand van het plangebied tot aan het treinstation kan de parkeerbehoefte met 20% gereduceerd worden. Tevens kan met de aanwezigheid van 1 deelauto de parkeerbehoefte gereduceerd worden met 12,5%. Dit

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

29

levert een totale reductie op van 33%, hetgeen betekent dat de parkeerbehoefte teruggebracht kan worden tot 15 parkeerplaatsen. Dit komt overeen met het aantal parkeerplaatsen dat is voorzien in de toekomstige parkeervoorziening. In het mobiliteitsplan, dat als bijlage bij deze toelichting is gevoegd, is de toepassing van de beleidsnotitie nader uiteengezet en toegelicht. Tot slot is ook in paragraaf 5.3 van deze toelichting opgenomen op welke wijze is omgegaan met het aspect parkeren in het plangebied.

4.4.5

Structuurvisie Archeologie 'De ondergrondse stad'

De gemeente Hilversum heeft het archeologisch erfgoed en mogelijke verstoringen daarvan in kaart gebracht. Op 11 mei 2011 heeft de gemeenteraad de met Structuurvisie Archeologie ‘De ondergrondse stad’ ingestemd. Een belangrijk uitgangspunt wordt daarbij dat de verstoorder betaalt. ‘De ondergrondse stad’ is een logisch gevolg van internationale afspraken over behoud en bescherming van het archeologisch erfgoed die al in 1992 in het Europese Verdrag van Malta werden gemaakt en in 2006 zijn verankerd in nationale wetgeving. Als gevolg van deze afspraken gaat de gemeente de kennis over de ontwikkeling van het landschap en de bewoningsgeschiedenis gebruiken om vindplaatsen van archeologisch erfgoed in kaart te brengen. Inmiddels is een archeologische beleidskaart ontwikkeld die het mogelijk maakt archeologisch onderzoek in te plannen. Wanneer sprake is van verstoring van de bodem (bijvoorbeeld bij bebouwing) dan stelt de archeologische beleidskaart (en bijbehorende regels) de initiatiefnemer in staat om te beoordelen waar onderzoek moet plaatsvinden. Allereerst wordt onderzocht of erfgoed aanwezig is, vervolgens om welk erfgoed uit welke periode het gaat. Uiteindelijk wordt het erfgoed opgegraven, worden de sporen van bewoning en gebruik vastgelegd en dienen de voorwerpen als illustratiemateriaal voor de geschiedenis van Hilversum.

Toetsing In paragraaf 5.6.3 van deze toelichting is opgenomen op welke wijze is omgegaan met het aspect archeologie in het plangebied.

4.4.6

Gemeentelijk Rioleringsplan 2015-2020

De gemeente heeft de wettelijke taak voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater en hemelwater op basis van de Wet Milieubeheer. Deze zorgplicht is vanaf 1 januari 2008 nader uitgesplitst naar de drie zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Het gemeentelijke rioleringsplan is als verplichte planvorm vastgelegd in de Wet Milieubeheer en beschrijft hoe de gemeente invulling geeft aan haar taken. De riolering is een onmisbare voorziening om stedelijk afvalwater en overtollig hemelwater uit de woonomgeving te verwijderen. Het zorgt in de eerste plaats voor de bescherming van de volksgezondheid en daarnaast voor de bescherming van het milieu en het voorkomen van wateroverlast. Hierbij is een goede integrale beleidsafweging van belang vanwege de interacties tussen riolering, oppervlaktewater, wegen en groen. Ook onderbouwt het Gemeentelijk Rioleringsplan de benodigde personele en financiële middelen die nodig zijn om invulling te geven aan de gemeentelijke rioleringszorg. Een goed functionerende afvalwaterketen is niet vanzelfsprekend. Gemeente en waterschap moeten anticiperen op nieuwe ontwikkelingen zoals een veranderend klimaat met extreme neerslag en langere perioden van droogte. Ook zal het terugwinnen van grondstoffen en zuiveren van medicijnresten op de zuivering steeds belangrijker worden.

Binnen het samenwerkingsverband ISARIZ trekken gemeenten en waterschap samen op om de kwaliteit te verbeteren en kwetsbaarheid te verminderen en tegelijkertijd de kosten voor de burger zoveel mogelijk te beperken.

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

30

Toetsing Onderdeel van het proces van onderhavig bestemmingsplan is de watertoets. Hiervoor is een waterparagraaf opgesteld, zoals opgenomen in paragraaf 5.7.2, welke wordt overlegd met AGV, de waterbeheerder binnen het plangebied.

4.4.7

Gemeentelijk Watermanagementplan 2021-2026

Het Gemeentelijk Watermanagementplan (GWP) bevat het volgende relevante beleid om invulling te geven aan gemeentelijke watertaken van Gemeente Hilversum. In dit plan is opgenomen wat de voorkeurvolgorde van afvoeren van hemelwater is.

Verantwoordelijkheid particulieren Over de verantwoordelijkheid van particulieren is opgenomen dat bij nieuwbouw/verbouw het hemelwater op eigen terrein wordt verwerkt (hierin zijn ook de ontwerpeisen opgenomen). De gemeente geeft bij nieuwbouw/verbouw het dringende advies aan de initiatiefnemer om verontreiniging van de bodem en het grondwater te voorkomen met bronmaatregelen (geen uitloogbare bouwmaterialen toepassen) of met zuiverende voorzieningen.

Verontreiniging hemelwater Tot slot staat is in het GWP Hilversum opgenomen dat de gemeente terughoudend is met het infiltreren van afstromend hemelwater van oppervlakken van openbare wegen (o.a. van gemotoriseerd verkeer) in de bodem. Hemelwater afkomstig van wegverhardingen geeft kwaliteitsrisico's zoals zink uit asfalt en banden bij slijtage, koper uit remvoeringen, gebruik van bestrijdingsmiddelen door de gemeente en particulieren etc. Indien het ingezamelde hemelwater wordt afgevoerd naar de stadsvijvers zullen zware metalen zich voor een deel binden aan sediment deeltjes en bezinken in de baggerlaag. Afhankelijk of de infiltratie plaatsvindt binnen of buiten een grondwaterbeschermingsgebied zijn verschillende eisen aan infiltreren.

Toetsing Onderdeel van het proces van onderhavig bestemmingsplan is de watertoets. Hiervoor is een waterparagraaf opgesteld, zoals opgenomen in paragraaf 5.7.2, welke wordt overlegd met AGV, de waterbeheerder binnen het plangebied.

4.4.8

Welstandsnota Hilversum 2014

De welstandsnota heeft als doel vooraf helderheid te bieden over de welstandcriteria die door de gemeente worden gehanteerd bij het beoordelen van bouwinitiatieven. Waarbij behoudt van de bestaande kwaliteiten voorop staat. Het is belangrijk dat het bestemmingsplan en de welstandsnota goed op elkaar zijn aangesloten. Daarom is in Hilversum de afspraak gemaakt dat bestemmingsplannen met ontwikkelingsmogelijkheden vooraf om advies aan de commissie voor welstand en monumenten worden voorgelegd, waarbij het in eerste instantie gaat om de kwalitatieve paragrafen en de wijzigingsbevoegdheden. Omdat in een bestemmingsplan de bestemming aan de grond wordt gegeven met de daarbij behorende bebouwings- en gebruiksmogelijkheden, behoren welstandscriteria niet via het bestemmingsplan, maar via de welstandsnota geregeld en eventueel gewijzigd te worden.

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

31

Toetsing Het stedenbouwkundig ontwerp van de voorgenomen ontwikkeling zal voorafgaand aan de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen voorgelegd worden aan de commissie welstand en monumenten.

4.4.9

Woonvisie Hilversum 2021-2030

De woonvisie voor de gemeente Hilversum zet in op een viertal onderwerpen, namelijk: 1. Hilversumse woningmarkt onder druk 2. Ontbrekende schakels in de woningvoorraad 3. Langer en weer zelfstandig thuis wonen van mensen met een zorgvraag 4. Duurzame en energiezuinige woningen In de woonvisie wordt onder meer beschreven dat er tot 2030 3.000 extra woningen nodig zijn. Kwalitatief gezien vormen het middensegment en de sociale huur het zwaartepunt in de woningbouwprogrammering van de gemeente. Bijzondere woonvormen, duurzaamheid, geclusterde woonvormen voor ouderen en levensloopgeschikte woningen zijn tot slot onderwerpen die in de woonvisie aan bod komen.

Toetsing De ontwikkeling betreft een herstructureringsopgave en past qua maat en schaal binnen het stedelijk weefsel van het centrumgebied van Hilversum. Daarbij komt dat het woonprogramma aansluit bij de ambitie om het tekort aan (huur)woningen, bedoeld voor bijvoorbeeld starters en jonge gezinnen, op te lossen. Bovendien blijkt uit de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking dat het voorgenomen plan zowel kwantitatief als kwalitatief voorziet in een behoefte en aansluit bij de ambities uit de gemeentelijke woonvisie.

Wel kan met dit plan niet worden voldaan aan de gemeentelijke woningbouwverdeling van minimaal 33% sociale huur/koopwoningen, 50% middenhuur en 17% vrij. Initiatiefnemer van voorliggend plan heeft recent ook een intentieovereenkomst gesloten met de gemeente over de herontwikkeling van de oude Wybertjesfabriek aan de Larensweg (postcodegebied 1221). De initiatiefnemer en de gemeente hebben gezamenlijk besloten om beide ontwikkelingen als één plan te zien en daar de gemeentelijke woningbouwverdeling op van toepassing te verklaren. Gecombineerd bestaan beide plannen in totaal uit 85 woningen, waarvan 27 sociale koopappartementen (32%), 43 middenhuur appartementen (51%) en 15 dure appartementen (17%). Met dit programma voldoet initiatiefnemer aan de gemeentelijke woningbouwverdeling. Voor de sociale koopappartementen (onderdeel van de herontwikkeling van de Wybertjesfabriek) geldt dat een zelfbewoningsplicht van 5 jaar gaan gelden. Dit gaat verder dan de 3 jaar die de gemeente normaliter hanteert. Door beide projecten op deze wijze als het ware als één ontwikkeling te beschouwen wordt in totaliteit de woonambities van de gemeente waargemaakt én kan de ruimtelijke kwaliteit van zowel de ontwikkeling aan de Prins Bernhardstraat als de Wybertjesfabriek verbeterd worden. In een memo dat als bijlage bij dit bestemmingsplan is gevoegd, wordt de saldering nader toegelicht en uiteengezet.

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

32

Hoofdstuk 5

Ruimtelijk plan

In dit hoofdstuk komt de toekomstige situatie aan de orde.

5.1

Ruimtelijk structuur

Onderhavig bestemmingsplan heeft een ontwikkelingsgericht karakter. De bestaande bebouwing in het plangebied zal worden gesloopt. Hiervoor in de plaats zal een woongebouw, bestaande uit maximaal 29 woningen, worden gerealiseerd. Ten opzichte van de huidige bebouwing in het plangebied zal het toekomstige woongebouw gedeeltelijk iets terug komen te liggen zodat de Prins Bernhardstraat verkeerskundig gezien meer ruimte krijgt en stedenbouwkundig gezien meer wordt gedefinieerd. De hoofdingang van het woongebouw bevindt zich aan de zijde van de Prins Bernhardstraat. Deze plek wordt nog extra benadrukt door de prominent aanwezig boom die zal blijven behouden. Voor het autoverkeer is de ingang, via de Schapenstraat, aan de achterzijde van het gebouw gesitueerd. Via een autolift zullen toekomstige bewoners de beoogde parkeergarage onder het woongebouw kunnen bereiken.

Impressie bovenaanzicht beoogd bouwplan (Bron: René van Zuuk Architekten B.V.).

Het totale bouwvolume wordt vijf bouwlagen boven op de parkeergarage. Dit maakt dat de maximum bouwhoogte circa 15 meter zal bedragen. De parkeergarage zal tot circa 3 meter onder maaiveld worden aangelegd. Er zal ruimte zijn voor 15 parkeerplaatsen, bergingen en fietsparkeergelegenheid. De navolgende afbeelding geeft een impressie van de doorsnede van het beoogde bouwplan in het plangebied.

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

33

Impressie doorsnede beoogd bouwplan (Bron: René van Zuuk Architekten B.V.).

Het gebouw zal qua volume uit één stuk bestaan, zodat het aansluit bij de structuur van de omliggende bebouwing zoals de school en het politiebureau. De school heeft een klassieke opbouw en is statiger dan de andere gebouwen in de straat. Doordat de school terug ligt ten opzichte van het plangebied, wordt de bijzondere status van het gebouw extra benadrukt. Tevens wordt hiermee het huidige gefragmenteerde beeld aan bouwvolumes ingewisseld voor één duidelijke gevelwand, die de weg volgt.

Impressie straatbeeld beoogd bouwplan (Bron: René van Zuuk Architekten B.V.).

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

34

Aansluitend bij de stedenbouwkundige kenmerken in de omgeving van het plangebied zal sprake zijn van één bouwvolume van vijf lagen. Een klassieke opbouw die overeenkomt met de opbouw van het naastliggende woonpand wordt vanwege de beperkte architectonische kwaliteit van dat woongebouw niet wenselijk geacht. Daarom is gekozen voor een bakstenen bouwvolume met een meer terugliggende bovenzijde. De kleur van de baksteen komt overeen met de bakstenen uit de omgeving. Door de regelmatige ramenopbouw wordt het gebouw zowel klassiek als modern en creëert daardoor een mooie overgang van de school naar de rest van het gebied. Al met al ontstaat er zo een woongebouw dat ruimtelijk en functioneel gezien aansluit bij de kenmerken en karakteristieken van haar omgeving. De navolgende afbeeldingen geven een impressie van het toekomstige straatbeeld weer (Bron: René van Zuuk Architekten B.V.).

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

35

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

36

5.2

Wonen, werken en voorzieningen

5.2.1

Wonen

In het plangebied worden maximaal 29 nieuwe woningen gerealiseerd. Het betreffen middeldure 2 huurwoningen. De woningen zijn gevarieerd qua grootte en bevinden zich tussen de 46 en 93 m . Gelet op de grootte, woningtype, prijsklasse en ligging van de woningen is de verwachting dat de doelgroep voornamelijk bestaat uit kleine (1 à 2 persoons) huishoudensgroepen. Als gevolg van de aanwezigheid van een lift in het beoogde woongebouw zijn de appartementen levensloopbestendig te noemen. Met de beoogde ontwikkeling wordt een (centrum)stedelijk woonmilieu gerealiseerd, hetgeen aansluit bij de ligging van het plangebied in het centrum van Hilversum en op nabije afstand van het station.

5.2.2

Werken

De voormalige smederij op het adres Prins Bernhardstraat 150 zal ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling gesloopt worden. Daarmee voorziet voorliggend plan niet in werkfuncties. Wel is een beroep/bedrijf aan huis, onder voorwaarden, toegestaan.

5.2.3

Voorzieningen

Evenals in de huidige situatie zullen in de beoogde situatie geen voorzieningen in het plangebied aanwezig zijn.

5.3

Verkeer

5.3.1

Autoverkeer

Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer die wordt gegenereerd bij nieuwe ontwikkelingen, beschikt het CROW over kencijfers verkeersgeneratie ontwikkeling. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende voorziening toe rijdt en hiervan wegrijdt. Om te kunnen bepalen welk effect de planontwikkeling heeft op de omliggende infrastructuur is in onderstaande tabel een vergelijking gemaakt tussen de verkeersgeneratie in de huidige situatie en de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie. De huidige verkeersgeneratie is voortgekomen uit de CROW-kencijfers, waarbij de kencijfers 'koop, huis, tussen/hoek', 'koop, huis, twee-onder-één-kap', en 'bedrijf arbeidsintenstief/bezoekersextensief' voor de huidige situatie zijn aangehouden. Voor de toekomstige situatie is gekeken naar de kencijfers voor 'huur, appartement, duur'. Daarbij is op grond van CBS-gegevens Hilversum getypeerd als een zeer sterk stedelijk gebied en zijn voor het plangebied de kencijfers behorende bij 'centrum' aangehouden.

Huidige verkeersgeneratie 2 (4 rij, 2-kap en 270 m bedrijf)

Toekomstige verkeersgeneratie Verschil (29 huurwoningen)

Minimaal

4 x 4,5 & 2 x 5,0 & 2,7 x 5,2 = 42,04

29 x 2,9 = 84,1

+ 42,06

Maximaal

4 x 5,3 & 2 x 5,8 & 2,7 x 7,0 = 51,70

29 x 3,7 = 107,3

+ 55,6

per etmaal

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

37

Zoals uit bovenstaande tabel is af te leiden neemt de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie in beperkte mate toe ten opzichte van de huidige situatie. Het plangebied wordt voor het autoverkeer via de Schapenstraat ontsloten op de Prins Bernhardstraat. De ingang van de toekomstige parkeergarage bevindt zich namelijk aan de achterzijde van het nieuwe woongebouw. Er zal gebruik gemaakt worden van de bestaande ontsluitingsstructuur. De capaciteit van deze ontsluitingsstructuur is voldoende voor het extra verkeer als gevolg van deze ontwikkeling.

Parkeren De gemeente Hilversum heeft beleidsregels opgesteld met betrekking tot parkeernormen. Deze beleidsregels hebben betrekking op het stellen van een eis tot het aanbrengen van parkeer/stallingsruimte voor auto's op 'eigen terrein', alsmede de wijze van bepalen van de hoeveelheid benodigde parkeerplaatsen, in verband met aanvragen betrekking hebbend op bouwen en/of gebruik. Op basis van de 'Parkeernota Hilversum 2017' ligt het plangebied in het centrum van Hilversum. Op basis hiervan is onderstaande tabel met parkeernormen van toepassing.

Voor middeldure huurwoningen (huur, etage, midden/goedkoop) geldt een parkeernorm van 1,1 parkeerplaatsen per woning. Dit betreft een parkeernorm inclusief het bezoekersaandeel (0,3 per wooneenheid). Met de realisatie van 29 woningen dienen er 32 parkeerplaatsen aangelegd te worden. In het gemeentelijk parkeerbeleid staat vermeld dat door de aanwezigheid van openbare parkeergarages het bezoekersaandeel van ontwikkelingen in het centrum afgewenteld kan worden op de aanwezige parkeergelegenheid in het centrum. Dat betekent dat het bezoekersparkeren van 0,3 x 29 = 8,7 parkeerplaatsen reduceert kan worden op de parkeerbehoefte. Dit levert een resultaat van 23,3 = 24 parkeerplaatsen op. Voor (woningbouw)ontwikkelingen in de nabijheid van OVknooppunten in Hilversum geldt dat de gemeente met de 'Beleidsnotitie Parkeernormering OVKnooppunten' de mogelijkheid biedt om een reductie van de geldende parkeernorm toe te passen. In een mobiliteitsplan (zie bijlage bij deze toelichting) is uiteengezet dat gelet op de nabije ligging tot het station van Hilversum en de aanwezigheid van één deelauto de parkeerbehoefte teruggebracht kan worden tot 15 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen zijn in de beoogde parkeervoorziening aanwezig. Het gemeentelijk parkeerbeleid wordt ook in de regels van dit bestemmingsplan juridisch-planologisch vastgelegd.

Dit betekent dat bij de omgevingsvergunning voor het bouwen getoetst zal worden of het plan voorziet in voldoende parkeergelegenheid. Daarmee wordt gesteld dat het aspect 'parkeren' voldoende in dit plan is gewaarborgd.

Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

38

5.3.2

Langzaam verkeer

De hoofdentree van het plangebied bevindt zich aan de zijkant van het gebied. Aan de Prins Bernhardstraat is sprake van een gescheiden fietspad en trottoir. In de toekomstige situatie zal dit niet wijzigen. Tot slot geldt dat het centraal station van Hilversum op zeer nabije afstand (circa 5 minuten lopen) van het plangebied ligt.

5.4

Groen, blauw en natuur

5.4.1

Groen

Evenals in de huidige situatie zal in de beoogde situatie geen sprake zijn van openbaar groen. Enkel aan de achterzijde van het toekomstige woongebouw in het plangebied zal een gemeenschappelijke tuin worden gerealiseerd, waarvan niet gesteld kan worden dat sprake is van een kenmerkende groenstructuur. Eén van de uitgangspunten van deze ontwikkeling is dat de prominent aanwezige boom direct ten oosten van het plangebied behouden zal blijven en dat hier een open groene ruimte ontstaat. Hiermee zal het groene karakter ter plaatse ook in de toekomstige situatie gewaarborgd zijn.

5.4.2

Blauw

In paragraaf 5.4.2 wordt nader ingegaan op het aspect water in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.

5.4.3

Natuur

SAB heeft met een quick scan natuur onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het plangebied. Ook is nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het plangebied. Navolgend worden kort de conclusies van de quick scan uiteengezet. De quick scan is eveneens als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

Gebiedsbescherming Uit de quick scan blijkt dat er enkele Natura 2000-gebieden in de buurt van het plangebied liggen. Met de geplande ruimtelijke ontwikkeling is door de verkeersaantrekkende werking een toename in stikstofuitstoot in het plangebied te verwachten. Echter betreft het slechts een kleine toename. Door de afstand tot stikstofgevoelige habitats zijn negatieve effecten hiervan uitgesloten. Ook andere verstoringen zijn op voorhand uit te sluiten. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een onderzoek stikstofdepositie (zie bijlage bij deze toelichting) uitgevoerd, waaruit volgt dat zowel voor de aanlegfase als voor de gebruiksfase significant negatieve effecten zijn uit te sluiten. Nader onderzoek in de vorm van een Voortoets Wet natuurbescherming is niet nodig. Daarnaast ligt het plangebied niet binnen het Natuurnetwerk Nederland of andere provinciaal beschermde natuur en ook niet binnen de invloedsfeer van deze gebieden. Negatieve effecten van het plan op deze gebieden zijn uitgesloten. De bescherming van deze gebieden staat uitvoering van het plan niet in de weg.

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

39

Soortenbescherming Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat rekening moet worden gehouden met de wettelijke zorgplicht en de broedperiode van vogels. Ook voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied is dat het geval. Naast soorten waarvan het nest alleen in de broedtijd beschermd is, zijn mogelijk ook soorten aanwezig waarvan het nest jaarrond is beschermd. Dit betreft de soorten huismus en gierzwaluw. Met de geplande werkzaamheden gaan deze mogelijke nesten verloren. Ook is kans aanwezig op het verwonden of doden van vogels. In beide gevallen is sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van deze soorten is nader soortgericht onderzoek uitgevoerd. Hierna wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten van dit nader onderzoek.

Daarnaast volgt uit de quick scan natuur dat enkele essentiële elementen, van soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, niet op voorhand kunnen worden uitgesloten in het plangebied. Het betreft verblijfplaatsen van vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis, tweekleurige vleermuis, baardvleermuis). Met de ruimtelijke ontwikkeling gaan eventueel aanwezige verblijfplaatsen van deze dieren verloren en ook zouden dieren kunnen worden gedood. Alle in Nederland levende vleermuizen zijn habitatrichtlijnsoorten, waarvoor de verboden van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming gelden. Daarmee is het onder meer verboden deze soorten te doden of rust- of verblijfplaatsen te beschadigen. Met de geplande werkzaamheden gaan eventueel aanwezige verblijfplaatsen verloren. Ook is kans aanwezig op het verwonden of doden van deze dieren. In beide gevallen is sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van deze soorten is nader soortgericht onderzoek uitgevoerd. Hierna wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten van dit nader onderzoek.

Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling in het plangebied is nader soortgericht onderzoek uitgevoerd naar de soorten vleermuis, huismus en gierzwaluw. Uit het onderzoek (zie bijlage) volgt dat er geen verblijfplaatsen voor vleermuizen zijn aangetroffen. Ook zijn er geen huismus- en gierzwaluwnesten in het plangebied aanwezig. Op basis van deze onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat er geen ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd hoeft te worden.

Beschermde houtopstanden Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.

Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

5.4.4

Milieueffectrapportage

Onderhavig plan voorziet in de herontwikkeling van woon- en bedrijfsgronden naar een woongebouw binnen bestaand stedelijk gebied. Met dit plan vindt geen uitbreiding plaats van het areaal met stedelijke functies en zijn per saldo niet tot nauwelijks milieueffecten te verwachten. Gelet op de aard (wonen) en omvang (29 woningen) van dit plan is er daarom geen sprake van een activiteit zoals genoemd in het Besluit m.e.r.

Conclusie Een nadere beoordeling in een (vormvrije) m.e.r-beoordeling of plan-m.e.r. is niet noodzakelijk.

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

40

5.5

Duurzaamheid en leefbaarheid

5.5.1

Duurzaamheid

Duurzaam bouwen staat voor het ontwikkelen en beheren van de gebouwde omgeving met respect voor mens en milieu, en is daarmee een integraal onderdeel van de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Dit betekent dat de gezondheids- en milieuaspecten in alle fasen van de inrichting van de gebouwde omgeving, de bouw en het gebruik (inclusief sloop) betrokken dienen te worden. Hierbij wordt gestreefd naar een duurzame (stedelijke) ontwikkeling die leidt tot een extensiever energieverbruik / lage milieubelasting, integraal ketenbeheer en behoud en versterking van de kwaliteit van de gebouwde omgeving (ruimtelijke kwaliteit). Duurzaam bouwen betekent ook dat de gerealiseerde kwaliteit in de toekomst wordt gehandhaafd, zodat ook toekomstige generaties daarin delen. Energiebesparing vormt bij duurzaam bouwen een belangrijk item. Hierbij kan gedacht worden aan compacte bouwvormen, gunstige lichttoetreding en zongerichte verkaveling. Ook waterbesparing is een belangrijk aspect. Het installeren van waterbesparende voorzieningen is hiervan een voorbeeld. Voor de woningen in het plangebied geldt dat zij in ieder geval gasloos gebouwd zullen worden en zullen voldoen aan de eisen van BENG.In het plan is met de toepassing van zonnepanelen ruimte voor het opwekken van duurzame energie. Tevens wordt voorzien in tenminste één deelauto en elektrische laadpalen.

Zo wordt duurzame mobiliteit zo veel mogelijk gestimuleerd. Tot slot is ook aandacht voor groene elementen in het plan. Zo wordt de beeldbepalende boom naast het plan in de ontwikkeling ingepast en wordt gekeken of op gebouwniveau groen aan de gevel en plantenbakken inpasbaar zijn. Dit maakt dat in het plan aandacht is voor verschillende duurzaamheidsapecten.

5.5.2

Klimaatadaptatie

Bij hevige neerslag kan de waterdiepte bij een pand zo hoog worden dat het water naar binnen stroomt en schade veroorzaakt. Uit de stresstest van waterschap Amstel, Gooi en Vecht volgt het plangebied een hoog risico heeft op water in panden bij hevige neerslag. Initiatiefnemer gaat in ieder geval het hemelwater in het plangebied infiltreren.

5.5.3

Leefbaarheid

5.5.3.1 Geluid Voorliggend plan voorziet in de realisatie van geluidgevoelige functies (woningen) in de akoestische onderzoekszone van de spoorlijn Utrecht-Hilversum en Amersfoort-Hilversum en de wegen Prins Bernhardstraat, Schapenkamp, Achterom, Groest, Emmastraat, Monseigneur van de Weteringstraat, Professor Kochstraat en Spoorstraat. Daarom is door SAB een akoestisch onderzoek (spoor)wegverkeerslawaai uitgevoerd, die als bijlage bij deze toelichting is gevoegd. Uit het onderzoek worden de volgende conclusies getrokken:  De geluidbelasting vanwege de Prins Bernhardstraat bedraagt maximaal 59 dB inclusief aftrek 110g van de Wet Geluidhinder. Dit is hoger dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting (48 dB), maar lager dan de maximale ontheffingswaarde (63 dB).  Bron- en overdrachtsmaatregelen zijn onderzocht, geconcludeerd wordt dat er (vooralsnog) geen maatregelen getroffen worden.  Het geluidbeleid van de gemeente Hilversum is toegespitst op het Actieplan in het kader van de Regeling geluid milieubeheer 2013-2018. De geluidsbelastingkaart is hier een onderdeel van die overschrijdingen van de plandrempel laat zien. Het perceel van het beoogde initiatief laat geen plandrempeloverschrijding zien. Verdere maatregelen aan de hand van het Actieplan zijn als gevolg hiervan niet nodig.

 Wanneer er geen maatregelen worden getroffen om de maximumsnelheid te verlagen van de Prins Bernhardstraat naar 30 km/uur dient er een hogere grenswaarde procedure te worden opgestart voor het beoogde bouwplan. Maximaal planologisch dient hierbij te worden uitgegaan van 29 appartementen.

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

41

   

De geluidbelasting vanwege de spoorlijn is lager dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. Er wordt daarmee voldaan aan de Wet geluidhinder. De geluidbelasting van de overige onderzochte gezoneerde wegen is lager dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. Er wordt daarmee voldaan aan de Wet geluidhinder. De geluidbelasting van de onderzochte niet-gezoneerde 30 km/uur wegen is lager dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. Op basis van de resultaten wordt daarmee voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Ten gevolge van de cumulatie van wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai is er een hoogste geluidbelasting van 64 dB waarneembaar.

Op basis van de Wet geluidhinder wordt de gemeente Hilversum gevraagd hogere waarden te verlenen voor de geluidsbelasting als gevolg van de Prins Bernhardstraat voor 29 woningen uit het plan. De verlening van de hogere waarde vindt plaats na een hogere waarde-procedure, die parallel loopt aan de bestemmingsplanprocedure. Het besluit hogere grenswaarde geluid is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Op grond van het Bouwbesluit 2012 worden eisen gesteld aan de akoestische binnenwaarde. Bij het bepalen van de vereiste gevelgeluidwering wordt rekening gehouden met de berekende geluidbelasting op de gevels van de geluidgevoelige bestemmingen exclusief aftrek conform art. 110g Wgh. In het kader van een goed woon- en leefklimaat kan daarbij rekening worden gehouden met de gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle relevante geluidbronnen. Alleen als gevolg van de Prins Bernhardstraat is er een overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting en is een toetsing aan het bouwbesluit 2012 nodig. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt 64 dB (exclusief art. 110g Wgh). De binnenwaarde mag in het kader van weg- en railverkeerslawaai maximaal 33 dB bedragen. De gevelwering moet dus minimaal 64 - 33 = 31 dB bedragen.

Conclusie Rekening houdend met het verlenen van hogere waarden vormt het aspect geluid geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.5.3.2 Lucht In het Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:  een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO 2 en 3 PM10 (=1,2 µg/m );  een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto 2 2 vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m bij één ontsluitingsweg en 200.000 m bij twee ontsluitingswegen. De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van maximaal 29 woningen. Dit aantal woningen valt ruim onder de drempelwaarde van 1.500 woningen die is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. De ontwikkeling draagt dan ook 'niet in betekenende mate' bij aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Er wordt dus voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving, en nader onderzoek is niet noodzakelijk.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor uitvoerbaarheid van dit plan.

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

42

5.5.3.3 Bedrijven en milieuzonering Het plangebied maakt onderdeel uit van het centrum van Hilversum. Daarom is er in de omgeving van het plangebied sprake van een diversiteit aan functies. Het plangebied is hierdoor te categoriseren als 'gemengd gebied'.

Conform het vigerende bestemmingsplan bevinden zich ten zuiden en oosten van het plangebied gronden met een maatschappelijke bestemming. Feitelijk gezien zijn deze gronden momenteel ingericht met onderwijsinstellingen. Voor scholen voor basis en algemeen voortgezet onderwijs in gemengd gebied geldt op het gebied van geluid een richtafstand van 10 meter. Het plangebied grenst direct aan de gronden met de maatschappelijke bestemming. Er wordt in voorliggende situatie dan ook niet voldaan aan de benodigde richtafstand. Daarom is de geluidsemissie van de drie scholen door SAB in een akoestisch onderzoek industrielawaai nader beschouwd. Het onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Uit het akoestisch onderzoek blijkt:  dat voldaan wordt aan de grenswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voor de representatieve bedrijfssituatie;  dat de grenswaarde voor het maximale geluidsniveau (representatieve bedrijfssituatie) op de oostgevel wordt overschreden ten gevolge van het schreeuwen/roepen van scholieren bij het stallen van fietsen bij het Media college. Op de zuidgevel vinden overschrijdingen plaats ten gevolge van het sluiten van portieren van auto's op het parkeerterrein.

Voorgesteld wordt om deze overschrijdingen acceptabel te achten daar deze geluiden inherent zijn aan de bedrijfsvoering en de gekozen locatie;  dat niet voldaan wordt aan de grenswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voor de incidentele bedrijfssituatie. De overschrijding wordt veroorzaakt door het rijden met auto's in de avondperiode van het parkeerterrein naar de Prins Bernhardstraat. Over dit wegvak kunnen ook de auto's rijden richting de parkeergarage van dit op te richten appartementencomplex. Voorgesteld wordt om deze overschrijding acceptabel te achten en van deze waarde uit te gaan voor geluidwering van de gevels van het complex;  dat de grenswaarden voor het maximale geluidsniveau (incidentele bedrijfssituatie) ten gevolge van het sluiten van portieren van auto's in de dag- en avondperiode op het parkeerterrein worden overschreden. Voorgesteld wordt om deze overschrijdingen acceptabel te achten daar deze geluiden inherent zijn aan de bedrijfsvoering en de gekozen locatie. Het plan voorziet in de sloop van bestaande bebouwing in het plangebied ten behoeve van de ontwikkeling van een woongebouw. Door de realisatie van een nieuw pand kan extra geluidwerende maatregelen aan het pand getroffen worden zodat de binnenwaarde kan worden gegarandeerd. De cumulatie is opgenomen in het akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai.

Uit dit onderzoek volgt dat de binnenwaarde mag maximaal 33 dB bedragen en de gevelwering minimaal 64 – 33 = 31 dB moet bedragen.

Conclusie Met inachtneming van het voorgaande vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering in de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.6

Cultuurhistorische waarden

5.6.1

Historisch-geografische waarden

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd stads- of dorpsgezicht.

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

43

5.6.2

(Steden)Bouwkundige waarden

In het plangebied zijn geen monumenten aanwezig. Voor de voormalige smederij is een quick scan cultuurhistorie uitgevoerd. De quick scan is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Uit de quick scan volgt dat de voormalige smederij weliswaar een redelijke cultuurhistorische waarde vertegenwoordigt, maar dat deze niet opweegt tegen de zeer geringe architectuurhistorische en de stedenbouwkundige waarden. De matige bouwkundige staat alsmede de afwezigheid van relicten/sporen die verwijzen naar het oorspronkelijke gebruik van het pand versterken de conclusie dat het pand niet monumentwaardig is. Het college van burgemeester en wethouders heeft dan ook besloten dat het bedrijfspand niet wordt aangewezen als gemeentelijk monument.

Conclusie Het aspect cultuurhistorie staat de beoogde herontwikkeling van het plangebied niet in de weg.

5.6.3

Archeologische waarden

Het plangebied bevindt zich in de oude dorpskern van Hilversum en kent op grond van het gemeentelijk archeologiebeleid van Hilversum een hoge archeologische verwachtingswaarde. In het geldende bestemmingsplan is daarom voor het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie - Oude Dorpskern - Hoog' opgenomen. Dit betekent dat er een onderzoeksplicht geldt 2 voor alle bodemingrepen groter dan 25 m en dieper dan 30 cm. Deze dubbelbestemming is in dit bestemmingsplan overgenomen. Dit betekent dat bij een omgevingsvergunningaanvraag beoordeeld wordt of sprake is van bodemingrepen die aanleiding geven tot het aanleveren van archeologisch onderzoek. Daarmee zijn eventuele archeologische waarden in het plangebied in voldoende mate beschermd en gewaarborgd.

Conclusie Met het opnemen van de archeologische dubbelbestemming worden eventuele archeologische waarden in voldoende mate juridisch-planologisch beschermd. Het aspect archeologie vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

5.7

Bodem en watersysteem

5.7.1

Bodem

In het plangebied is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek vormt een bijlage bij deze toelichting. Uit dit onderzoek volgt dat het plangebied is onderzocht volgens de strategie 'verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE)'. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zeer fijn tot matig grof zand. De bodem is verder plaatselijk zwak tot sterk grindig, zwak tot sterk kiezelhoudend, zwak tot sterk oerhoudend, zwak tot matig humeus en/of matig wortelhoudend. De bodem bevat zintuiglijk tot maximaal 1,3 m -mv plaatselijk sporen metaal tot matig metaalhoudend, zwak tot matig puinhoudend, sporen baksteen tot matig baksteenhoudend en/of sporen kolengruis. De verdachte zintuiglijk verontreinigde bodemlaag is plaatselijk sterk verontreinigd met lood en/of zink, matig verontreinigd met koper en/of lood en/of zink en/of PAK en verder licht verontreinigd met diverse zware metalen, PCB’s, PAK en minerale olie. Dit betekent dat bodemsanering noodzakelijk is, waarbij 3 de geschatte omvang van de verontreiniging op 300 m wordt geschat. In de onderliggende, zintuiglijk schone, ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen.

Gezien het feit dat de zwakke tot sterke verontreinigingen zich lijken te beperken tot de zintuiglijke verontreinigde lagen, wordt een samenhang hiermee, alsmede het decennialange gebruik van de locatie, aannemelijk geacht. In het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Aangezien in de bijmengingen bodemvreemd materiaal is aangetroffen, is ook een verkennend asbestonderzoek in het plangebied uitgevoerd. Geconcludeerd wordt dat er geen milieuhygiënische belemmeringen ten aanzien van asbest zijn en er

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

44

ook geen maatregelen getroffen hoeven te worden in geval van grondwerkzaamheden. Dit onderzoek is eveneens als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

Conclusie Met het voorafgaand aan de (bouw)werkzaamheden saneren van de matig tot sterk verontreinigde bodemlaag in het plangebied vormt het aspect bodem geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

5.7.2

Watersysteem

Momenteel is het plangebied voor een groot deel verhard met bebouwing en bestrating. Met uitvoering van onderhavig plan zal niet tot nauwelijks sprake zijn van een toename aan verhard oppervlak. Hemelwater zal binnen het plangebied worden geïnfiltreerd.

Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied ligt niet binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Dit betekent dat binnen het plangebied ten opzichte van de gebruikelijke zorgvuldigheid geen extra restricties gelden om drinkwaterwinning te beschermen.

Oppervlaktewater In en nabij het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig en met onderhavig plan zal ook geen oppervlaktewater gerealiseerd worden.

Afvalwaterketen en riolering Afvalwater wordt conform de standaard regels van de gemeente Hilversum aangesloten op het vuilwaterriool van de gemeente Hilversum. Aansluitend op het beleid van het waterschap geldt voor hemelwater dat het volledig op het eigen terrein verwerkt dient te worden. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor een goed functionerend hemelwaterinfiltratiesysteem. Hemelwaterinfiltratie zal ondergronds plaatsvinden met verticale infiltratiebuizen of infiltratiekratten. Een hemelwaterplan zal bijgevoegd worden bij de omgevingsvergunning voor het bouwen.

Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase.

Grondwater Hilversum ligt op een stuwwal van het Gooi en is infiltratiegebied. Het maaiveld varieert in de binnenstad van 4,30 meter +NAP in het oosten (stationsgebied) tot circa 11,00 meter +NAP in het westen (begin 's-Gravelandseweg en Vaartweg). Het eerste watervoerende pakket heeft haar basis op 160 meter minus maaiveld. In de zandige bodem stroomt het grondwater globaal genomen in westelijke richting. De minimale grondwaterstandsdiepte is 3,15 m onder het maaiveld bij het stationsgebied. De grondwaterstandsfluctuatie bedraagt enkele meters. De grondwaterstanden kunnen in de toekomst stijgen door invloed van het klimaat en activiteiten in de regio zoals afname van drinkwaterwinningen en opzetten van polderpeilen (de laatste aan de westkant van Hilversum).

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

45

Bij ondergrondse bouw moet rekening worden gehouden met de grondwaterstand. Kelders moeten waterdicht worden uitgevoerd, zodat de noodzaak tot het lokaal verlagen van de grondwaterstand wordt voorkomen. Bij de bepaling van de maximale grondwaterstand ten behoeve van ondergrondse bouw moet rekening worden gehouden met een marge als gevolg van toekomstige regionale grondwaterstandstijgingen.

Bouwrijp maken van grond Om grondwateroverlast te voorkomen moet bij het bouwrijp maken van grond worden gestreefd naar een ontwatering van minimaal 1,5 m onder het maaiveld. Bij 1,5 m ontwatering heeft de bodem ook tijdens de bouw voldoende draagkracht en is bemaling niet nodig. In de goed doorlatende zandgrond van Hilversum is voor een verlaging van de grondwaterstand van enkele decimeters een fors debiet noodzakelijk. Bemaling moet daarom zoveel mogelijk worden voorkomen. Bij een ontwatering van 1,5 m onder maaiveld kunnen werkzaamheden aan kabels en leidingen ook zonder bemaling plaatsvinden. Bij de bepaling van de maximale grondwaterstand dient er rekening gehouden te worden met een marge als gevolg van toekomstige grondwaterstandstijgingen. Voldoende drooglegging is hier noodzakelijk.

Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de "Keur". Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd.

Conclusie De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.

5.8

Kabels en leidingen

In het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels, leidingen of straalpaden gelegen. Het aspect kabels en leidingen vormt hierdoor geen belemmering voor de beoogde sloop en nieuwbouw. Uiteraard zal in het kader van de graafwerkzaamheden een KLIC-melding worden gedaan.

5.9

Veiligheid

5.9.1

Sociale veiligheid

Sociale veiligheid omvat de bescherming tegen elke vorm van criminaliteit en fysieke bedreiging/gevoelens van onveiligheid. Voor het plangebied gelden momenteel geen bijzonderheden op het gebied van sociale veiligheid. Aangezien voorliggend plan een herstructureringsopgave betreft waarbij naast een aantal woningen ook een bedrijfsperceel wordt omgezet naar een woonfunctie zullen ook in dat deel van het plangebied in de avonduren mensen aanwezig zijn in het plangebied waardoor de kans op criminaliteit en gevoel van onveiligheid wordt ingeperkt. Dit betekent meer ogen op straat. Dit heeft een positief effect voor de sociale veiligheid in het plangebied.

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

46

5.9.2

Fysieke veiligheid

Bij de huidige inrichting van het plangebied is het plangebied in principe goed bereikbaar voor hulpdiensten en is het gebied voldoende verkeersveilig. Hier worden geen veranderingen in aangebracht, opdat ook in de toekomst de fysieke veiligheid wordt gewaarborgd.

5.9.3

Externe veiligheid

Voor het in beeld brengen van de stationaire en mobiele bronnen in de omgeving van het plangebied is de provinciale risicokaart geraadpleegd. In de omgeving van het plangebied kunnen verschillende mobiele bronnen voor vervoer van gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Hierbij gaat het om hogedrukaardgasleidingen en vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. Op de navolgende afbeelding is een fragment van de risicokaart opgenomen en is het plangebied aangeduid met een rode begrenzing.

Uitsnede provinciale risicokaart met daarop het plangebied globaal rood omcirkeld (Bron: www.risicokaart.nl).

Stationaire bronnen Raadpleging van de provinciale risicokaart wijst uit dat er geen Bevi-inrichtingen in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn.

Buisleidingen In de omgeving van het plangebied liggen geen hogedrukaardgasleidingen.

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

47

Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor Ten oosten van het plangebied op iets meer dan 200 m afstand is een spoorlijn gelegen. Deze spoorlijn is onderdeel van route 30: Diemen – Amersfoort Oost. Hierover vindt vervoer van gevaarlijke -6 stoffen plaats. Volgens het Basisnet Spoor is er op deze route een PR 10 risicocontour aanwezig van 1 tot maximaal 7 m. Tevens is er sprake van een plasbrandaandachtsgebied van 30 m. De PR -6 10 risicocontour en het plasbrandaandachtsgebied reiken niet tot aan het plangebied. Door het vervoer van toxische transporten bedraagt het invloedsgebied > 4.000 m. Hierdoor is het plangebied gelegen binnen het invloedsgebied van het spoor. Echter is de afstand van het plangebied tot aan het spoor dermate groot dat de ontwikkeling niet van invloed is op de hoogte van het groepsrisico. Bovendien zal de hoeveelheid aanwezige personen in het plangebied waarschijnlijk slechts in zeer geringe mate toenemen, waardoor ook het groepsrisico logischerwijs slechts in beperkte mate zal toenemen. Hierdoor geldt dat er geen ruimtelijke verplichtingen gesteld hoeven worden aan de ontwikkeling op basis van het Besluit externe veiligheid transportroutes. De aanwezigheid van het spoor levert dan ook geen belemmering op voor de beoogde ontwikkeling en nader onderzoek en/of een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico is dan ook niet noodzakelijk.

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

48

Hoofdstuk 6 6.1

Implementatie

Planmethodiek

De regelgeving, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening, biedt de gemeente de mogelijkheid tot het opstellen van bestemmingsplannen met een grote mate van flexibiliteit en globaliteit. Planvormen kunnen zodanig worden gekozen dat ingespeeld kan worden op zich wijzigende omstandigheden en op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, zodat in veel gevallen het bestemmingsplan minder vaak behoeft te worden aangepast. In dit bestemmingsplan zijn de nieuwe functies voorzien van een globale eindbestemming.

6.2

Bestemmingsregeling

Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: de toelichting, de regels en een verbeelding. De verbeelding en de daarin aangewezen bestemmingen en regels vormen tezamen het juridische plan. De toelichting heeft geen rechtskracht. In de toelichting worden de achtergronden en beweegredenen aangegeven die hebben geleid tot de bestemmingen. De regels omvatten de omschrijvingen van de in het plan vervatte bestemmingen, waarbij per bestemming het doel wordt aangegeven. In deze paragraaf wordt ingegaan op de juridische opbouw van het plan. Aan de orde komen onder meer de opbouw van de regels, de relatie tussen regels en kaarten en de beschrijving van de in de regels vastgelegde bestemmingen.

6.2.1

Toelichting op de verbeelding

Met behulp van kleuren, letteraanduidingen en/of arceringen zijn de verschillende gebieds- en functionele bestemmingen op de verbeelding weergegeven. De bestemmingsbegrenzingen volgen zoveel mogelijk geografische, topografische en/of kadastrale grenzen. Daar waar dat niet mogelijk bleek, is gekozen voor een meer praktische benadering. Bij de opzet van de verbeelding is aangesloten bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP2012). De verbeelding is opgesteld conform DURP (Digitaal Uitwisselbare Ruimtelijke Plannen).

6.2.2

Toelichting op de regels

De regels bevatten de juridische regeling voor het gebruik van de gronden, bepalingen over de toegelaten bebouwing en een regeling over het gebruik van bebouwing. De regels, die zijn onderverdeeld in paragrafen, worden hierna (indien nodig) toegelicht. Bij de opzet van de regels is aangesloten bij de SVBP2012 en de bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening. De artikelen bevatten bepalingen over de specifieke bestemmingen in het plan. De opbouw van deze artikelen is steeds gelijk, conform de eisen van de SVBP2012. Voor een nadere uitleg wordt verwezen naar de SVBP2012, te raadplegen via de website van Geonovum. Hier kan men ook terecht voor een uitgebreidere uitleg over dubbelbestemmingen, voorlopige bestemmingen en aanduidingen.

6.2.2.1 Indeling hoofdstukken Voor de leesbaarheid en raadpleegbaarheid zijn de regels in hoofdstukken geplaatst. Daarbij is ook weer aangesloten bij de SVBP2012, te weten:

Hoofdstuk 1 Inleidende regels  begrippen  wijze van meten

vastgesteld bestemmingsplan Hilversum, Prins Bernhardstraat 142-158

49

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels  bestemmingen  dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3 Algemene regels  anti-dubbeltelregel  algemene bouwregels  algemene gebruiksregels  algemene afwijkingsregels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels  overgangsrecht  slotregel 6.2.2.2 Indeling bestemmingsregels Ter bevordering van de leesbaarheid en de raadpleegbaarheid is een vaste volgorde aangehouden, te weten:  Bestemmingsomschrijving Met een bestemming wordt tot uitdrukking gebracht welke gebruiksdoelen of functies, met het oog op een goede ruimtelijke ordening, zijn toegekend aan de in het plan begrepen gronden. Niet iedere functie leent zich voor een eigen bestemming. Dit hangt af van de ruimtelijke relevantie ofwel van de mate waarin de bewuste functie invloed heeft op zijn omgeving of daaraan eisen stelt. Behalve om functies, gaat het bij bestemmingen altijd om concreet ruimtegebruik of om fysiek aanwezige ruimtelijke objecten. De bestemmingsomschrijving vormt het eerste toetsingskader voor (bouw)initiatieven. Als een initiatief niet past in die omschrijving, moet deze worden beschouwd als zijnde strijdig met het bestemmingsplan. De bestemmingsomschrijving begint met de algemene bestemming. Daarna volgen eventuele specificaties in de vorm van aanduidingen. Voorbeeld: De voor '....' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. .. b. .. en tevens voor: c.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=f3ee0dc9-44af-43d5-bdf1-1eed5f17c285