CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Ter kennisneming: Gemeente Hilversum Accountantsverslag 2024 (toegevoegd 27 mei 2025)

COMMISSIE Gezamenlijke commissies 4 juni 2025, gemeente HilversumBij agendapunt: Beeldvorming Jaarstukken 2024 (1706057)11.549 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Accountantsverslag 2024 Gemeente Hilversum

Publieke Sector Accountants B.V. Arcadialaan 20 E 1813 KN Alkmaar www.publiekesectoraccountants.nl info@psa-ra.nl

Aan de raad van de gemeente Hilversum Postbus 9900 1201 GM HILVERSUM

Onderwerp Accountantsverslag 2024 Datum 21 mei 2025 Kenmerk 312018008.25.343

Geachte leden van de raad, Wij hebben de controle van de jaarrekening 2024 van uw gemeente afgerond. De jaarrekening van de gemeente Hilversum is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. Met dit accountantsverslag informeren wij u over onze belangrijkste controlebevindingen. Op 6 mei 2025 hebben wij onze bevindingen met de concerncontroller en medewerkers CCA besproken en op 28 mei 2025 bepreken wij deze met de Audit en Rekeningcommissie. Bij de jaarrekening 2024 hebben wij op 21 mei 2025 een goedkeurende controleverklaring afgegeven. Dit oordeel bij de jaarrekening 2024 ziet ook toe op de getrouwheid van de rechtmatigheidsverantwoording. Ons accountantsverslag is bedoeld om u te ondersteunen in de beoordeling van de jaarrekening 2024. De bevindingen en beschouwingen in dit verslag komen voort uit onze controlewerkzaamheden en diverse besprekingen die wij met uw medewerkers hebben gevoerd. Voor de goede orde vermelden wij dat uw controlerende taak uiteraard verder gaat dan uitsluitend het financieel getinte perspectief vanuit de accountantscontrole. Wij maken u erop attent dat voor dit accountantsverslag een beperkte verspreidingskring geldt. Het accountantsverslag is uitsluitend bestemd voor de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders.

Wij geven u toestemming om dit accountantsverslag te publiceren via de agenda’s van de raadscommissies en de gemeenteraad. Met vriendelijke groet, Publieke Sector Accountants B.V. ValidSigned door A. Booij RA op 21-05-2025

A. Booij RA

Publieke Sector Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Utrecht onder nummer 69411409.

Inhoudsopgave

Contact

1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij ....................... 2 De volgende personen kunnen benaderd worden bij vragen met betrekking tot dit accountantsverslag: Arie Booij

2. Financiële positie en resultaat ................................................. 8 3. Bevindingen eindejaarscontrole ............................................. 13

Tel: 06 – 1509 2689

4. Interne beheersing ................................................................ 25

Jan Scholten

5. Overige aangelegenheden ..................................................... 28

Tel: 06 – 2832 1383

6. Verplichte tabel SiSa ……………………………………………………………33

1.

Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij

312018008.25.343 - 1

1. Onze controleaanpak en de uitkomsten daarbij Reikwijdte van de controle

Met de opdrachtbevestiging van 29 augustus 2024 (kenmerk 312018008.24.442) heeft u ons de opdracht gegeven tot het controleren van de jaarrekening 2024. De doelstelling van de controle is het afgeven van een controleverklaring bij de jaarrekening van de gemeente Hilversum. De reikwijdte van onze controle staat omschreven in deze opdrachtbevestiging. Er is gedurende het verloop van de controle op geen enkele wijze sprake geweest van een beperking in de reikwijdte van onze controle. Wij achten de reikwijdte van onze controle voor 2024 voldoende voor de doelstelling van onze controle. In dit accountantsverslag geven wij een toelichting op de bevindingen naar aanleiding van de controle. Onze controle is verricht in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), de Nota verwachtingen accountantscontrole 2024, het door de gemeenteraad op 15 november 2023 vastgestelde “Controleprotocol 2023-2026” met bijhorend “Normen- en toetsingskader 2024 gemeente Hilversum”, zoals vastgesteld door de raad op 18 december 2024 en de Regeling Controleprotocol WNT 2024 vallen.

Materialiteitsbepaling is overeenkomstig het Besluit accountantscontrole decentrale overheden en uw Controleprotocol 2023 2026

De wijze waarop wij de materialiteit bepaald hebben, sluit aan op het Controleprotocol 2023-2026, welke is vastgesteld door de gemeenteraad op 15 november 2023. De maximaal toe te passen marges voor de accountantscontrole zijn vastgelegd in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (het Bado). In uw controleprotocol heeft u geen lagere marges vastgesteld. De bij onze controle van de jaarrekening 2024 toegepaste goedkeuringstoleranties bedragen derhalve:

Bron: Jaarrekening 2024

Fouten

Onzekerheden

Goedkeuringsmaterialiteit

€ 3.875.000

€ 11.625.000

De gemeenteraad heeft in het controleprotocol de rapporteringstolerantie vastgesteld op € 150.000.

312018008.25.343- 2

Onze aanpak is gericht op risico’s

Voor de jaarrekeningcontrole 2024 onderkennen wij een aantal risico’s en aandachtspunten, die een verhoogd (bruto) risico met zich mee (kunnen) brengen op een materiële fout in uw jaarrekening en die een mogelijke impact op de bedrijfsvoering kunnen hebben. De risico’s en aandachtspunten zijn hieronder weergegeven. Opname van een risicogebied of aandachtspunt in deze opsomming betekent niet dat daadwerkelijk sprake is van risico’s die zich daadwerkelijk voordoen, maar zijn enkel bedoeld om aan te geven dat wij hier tijdens onze controle (extra) aandacht aan hebben besteed. De onderkende risico’s en aandachtspunten voor 2024 zijn: ▪ De voortgang van de investeringsplanning en beheersing van investeringskredieten en (grote) projecten vanwege het financieel belang. ▪ De waardering van de financiële vaste activa, in het bijzonder de vordering op de GEM Crailo B.V. (vanwege de uitgestelde betaling) en het kapitaalbelang in de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht. ▪ De voortgang en status van de lopende grondexploitaties: Waardering Stationsgebied (in relatie tot de reeds getroffen verliesvoorziening en de bijdrage aan het Mobiliteitsfonds). Financiële ontwikkeling en afwikkeling van Anna’s Hoeve. ▪ Het beheer van vorderingen, specifiek de belastingvorderingen en vorderingen op cliënten sociale zaken (uitvoering invorderingsbeleid en bepaling voorziening oninbaarheid).

▪ De dekking van investeringen in de riolering in relatie tot het saldo van de spaarvoorziening, mede in verband tot de onderbesteding in 2023. ▪ De verantwoording en waardering van voorzieningen voor onderhoud aan uw kapitaalgoederen in relatie tot de aanwezigheid van actuele beheerplannen (vanwege schattingselementen en oplopende prijzen). ▪ De vraag of het noodzakelijk is om een voorziening de Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) noodzakelijk te treffen. ▪ De besteding van ontvangen subsidievoorschotten en het realiseren van overeengekomen voorwaarden. ▪ Risico’s en onzekerheden in het sociaal domein, waaronder de afwikkeling van de over boekjaar 2023 gerapporteerde onzekerheden (€ 416.000) rondom de prestatielevering Wmo en Jeugd en de uitkomsten van uw onderzoek naar de levering van zorg in 2024. ▪ Naleving van de (Europese) aanbestedingsregels, mede in relatie tot fouten in voorgaande jaren (2023 € 3.316.000). ▪ “ Veronderstelde risico’s” vanuit de voorschriften voor de accountantscontrole. Dit betreft de mogelijkheid die het management heeft om specifieke controlemaatregelen te omzeilen, bijvoorbeeld door memoriaalboekingen of het schattingsproces en de opbrengstverantwoording. De specifieke aandacht voor deze risico’s is voorgeschreven vanuit de controlerichtlijnen en is niet uniek voor de gemeente Hilversum.

▪ Voortgang en uitkomsten verbijzonderde interne controle 2024. ▪ Uw ambities en ontwikkelperspectief van de verbijzonderde interne controle richting een Interne Audit Functie. ▪ De follow-up ten aanzien van eerder gerapporteerde aandachtspunten vanuit de interne (VIC) en externe controle (managementletter en accountantsverslag). ▪ Ontwikkelingen en actualiteiten op IT-gebied, continuïteit en betrouwbaarheid IT-omgeving. ▪ Fraude- en corruptierisico’s en de actualisatie van de interne (fraude-)risicoanalyse. ▪ De actualisatie van de (fraude-)risicoanalyse. ▪ De ontwikkeling en invoering van de duurzaamheidsrapportage bij de gemeente Hilversum.

312018008.25.343 - 3

Ter voorkoming van een materiële fout in de jaarrekening heeft het college voor bovenstaande risicogebieden beheersmaatregelen getroffen. Wij hebben ons bij de controle gericht op de opzet en het bestaan van de door het college ingerichte beheersingsomgeving, die deze risico’s moeten verkleinen. Voor een toelichting op een aantal onderkende risico’s en aandachtpunten verwijzen wij naar het hoofdstuk ‘belangrijke bevindingen’. Daarnaast verwijzen wij u naar onze bevindingen in het hoofdstuk ‘Interne beheersing’.

Aandachtspunten Raad en Audit- en rekeningcommissie

Op 14 oktober 2024 hebben wij, in een pre-auditmeeting, de focus van de controle 2024 met de Audit- en rekeningcommissie afgestemd. Op basis van de uitkomsten van deze bespreking, de aandachtspunten uit voorgaande controles en de actuele ontwikkelingen zijn de speerpunten voor de uitvoering van onze controle over het jaar 2024 bepaald. Voor het jaar 2024 is, in aanvulling op de hiervoor opgenomen onderwerpen, ons verzocht om ook specifiek aandacht te besteden aan de volgende onderwerpen: ▪ ▪ ▪

De kwaliteit van de interne beheersing in relatie tot de ambities van de gemeente Hilversum en de voorgenomen fusie met gemeente Wijdemeren. De voortgang en risico inschatting met betrekking tot het Integraal Huisvestingsplan (IHP). De interne beheersing en project control bij een aantal projecten, welke door gemeente Hilversum zullen worden aangewezen.

Op het eerste punt zijn wij reeds in de managementletter teruggekomen. In dit accountantsverslag informeren wij u over onze bevindingen met betrekking tot het IHP. Voor wat betreft de interne beheersing en project control bij een aantal projecten zijn uiteindelijk geen projecten door u aangewezen om voor 2024 nader te onderzoeken.

Uw rechtmatigheidsverantwoording

In de jaarrekening legt het college met de rechtmatigheidsverantwoording verantwoording af over een drietal rechtmatigheidscriteria die niet expliciet blijken uit het getrouw opnemen van baten, lasten alsmede balansmutaties. Dit betreffen het begrotings-, het voorwaarden- en het misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het college toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten, lasten alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting, verordeningen en met de bepalingen in de relevante wet- en regelgeving, zoals opgenomen in het op 18 december 2024 door de raad vastgestelde normenkader 2024 voor de financiële rechtmatigheid. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door de raad vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. De rechtmatigheidsverantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door de raad bepaald en bedraagt 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 3.875.000. 312018008.25.343 - 4

Uit de rechtmatigheidsverantwoording blijken afwijkingen van in totaal € 2.841.000, waarvan een bedrag van € 1.193.000 als acceptabel kwalificeert. Deze afwijkingen hebben betrekking op het begrotingscriterium (€ 359.000) en het voorwaardecriterium (€ 1.289.000). In de jaarstukken (paragraaf bedrijfsvoering) geeft het college hier een nadere toelichting op. In hoofdstuk 3 van dit accountantsverslag gaan wij nader in op de rechtmatigheidsverantwoording.

De baten en lasten, alsmede Op basis van uw Controleprotocol 2023-2026 met geactualiseerd normenkader 2024, door de raad vastgesteld op 18 december 2024, hebben wij de naleving van het financieel rechtmatigheidskader voor uw gemeente met betrekking tot de specifieke balansmutaties met uitkeringen gecontroleerd. Hierbij zijn geen materiële bijzonderheden geconstateerd. Uw gemeente voert 35 regelingen met betrekking tot specifieke betrekking tot specifieke uitkeringen uit. Deze zijn verantwoord via de SiSa-bijlage in uw jaarrekening. uitkeringen zijn rechtmatig Onze conclusie is dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen, rechtmatig zijn weergegeven in de jaarrekening 2024.

De jaarrekening voldoet aan het BBV

Significante verslaggevingsgrondslagen en de toepassing hiervan zijn belangrijk voor de presentatie van de financiële positie en de baten en lasten van de gemeente Hilversum. Daarnaast vereisen zij van het college van burgemeester en wethouders het toepassen van oordeelsvorming ten aanzien van moeilijke, subjectieve en complexe posities, die vaak – vanwege de noodzaak om inschattingen te moeten maken over het effect van zaken – inherent onzeker zijn. De belangrijkste verslaggevingsgrondslagen van de gemeente Hilversum zijn uiteengezet in de jaarstukken in onderdeel 5.2.1 ‘Waarderingsgrondslagen”. In de jaarrekening 2024 hebben zich ten opzichte van 2023 geen materiële wijzigingen voorgedaan in de toegepaste verslaggevingsgrondslagen, die van invloed zijn op de baten en lasten en/of de financiële positie van uw gemeente. Wij hebben het door het college van burgemeester en wethouders toegepaste proces voor belangrijke verslaggevingsgrondslagen geëvalueerd en hebben gegevensgerichte controlewerkzaamheden uitgevoerd. Wij hebben de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen en/of de van toepassing zijnde financiële verslaggeving beoordeeld.

Wij zijn van mening dat de verslaggevingsgrondslagen en de toegepaste inschattingen redelijk zijn en consistent zijn gebruikt: de jaarstukken voldoen aan het BBV (Besluit begroting en verantwoording).

Geen geïdentificeerde materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken

Naar aanleiding van onze jaarrekeningcontrole, resteren er geen van materieel belang zijnde ongecorrigeerde afwijkingen of onzekerheden. Door ons gerapporteerde bevindingen zijn derhalve niet materieel (dus hebben geen invloed op de strekking van onze controleverklaring), maar zijn naar onze mening vooral van belang voor uw beoordeling van de jaarstukken en de verdere kwaliteitsverbetering van de administratieve organisatie en interne beheersing. Voor de niet materiële fouten en tekortkomingen in de jaarstukken verwijzen wij u naar de diverse onderdelen van dit rapport.

312018008.25.343 - 5

Goedkeurende controleverklaring

Wij zijn van oordeel dat de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2024 van de gemeente Hilversum een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van de baten en lasten over 2024 en van het vermogen op 31 december 2024 in overeenstemming met het BBV. Daarnaast zijn wij van mening dat de door het college afgegeven rechtmatigheidsverantwoording een getrouwe weergave geeft van de rechtmatigheid van het door haar gevoerde financieel beheer. Hierbij geldt als voorwaarde dat de door ons gecontroleerde jaarrekening ongewijzigd door de raad wordt vastgesteld. Wij verzoeken u derhalve ons een door de voorzitter van de raad en de griffier ondertekend besluit van de vastgestelde jaarrekening te verstrekken. Mochten nog wijzigingen worden aangebracht in de definitieve versie van de jaarrekening dan dienen wij deze te beoordelen alvorens onze controleverklaring hierbij mag worden opgenomen.

312018008.25.343 - 6

2.

Financiële positie en resultaat

312018008.25.343 - 7

2. Financiële positie en resultaat De vermogenspositie van uw gemeente neemt zowel in absolute als in relatieve zin toe

In het BBV, de verslaggevingsregels voor gemeenten, wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen (dat bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves) worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten 2024 bedraagt € 4.920.000 voordelig. Per saldo is tussentijds € 658.000 aan de reserves toegevoegd, zodat het uiteindelijk gerealiseerde resultaat over 2024 € 4.262.000 voordelig bedraagt. Dit resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het hiernavolgende overzicht hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen.

Eigen vermogen (in € 1.000)

2024

2023

2022

2021

2020

Eigen vermogen per 1 januari

92.108

87.585

74.878

77.757

80.155

Tussentijdse resultaatbestemming

658

695

-/- 5.885

-/- 4.166

-/- 6.928

Gerealiseerd resultaat (-/- = nadelig)

4.262

4.153

18.592

1.587

4.229

Totaal (‘gerealiseerd saldo van baten en lasten’)

4.920

4.848

12.707

-/- 2.579

-/- 2.699

87.585

74.878

77.457

Rechtstreekse vermogensmutatie Eigen vermogen per 31 december

-/- 325 97.028

92.108

NB: door afronding op € 1.000 kunnen geringe afrondingsverschillen of afwijkingen van de jaarstukken ontstaan.

De tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de stortingen in en onttrekkingen uit de reserves, in overeenstemming met de besluiten van uw gemeenteraad. De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2024 circa 24,8 % van het balanstotaal (2023: circa 24,2 % van het balanstotaal). Zowel in absolute zin als in relatieve zin is het vermogen toegenomen. In de toelichting op balans (paragraaf 5.2.5) bij 312018008.25.343 - 8

het onderdeel eigen vermogen van de jaarrekening alsmede in het onderdeel Staat van reserves (paragraaf 5.4) geeft het college een nadere toelichting op de mutaties in het eigen vermogen over het jaar 2024 Wij verwijzen u naar deze toelichting.

Resultaat 2024 is beïnvloed door reservemutatie(s)

Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar wordt weergegeven als het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente Hilversum ook het gerealiseerd resultaat. Dit is het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestemmingen bestaan uit de in de loop van het jaar gedane onttrekkingen uit reserves minus de tussentijdse stortingen in reserves. De stortingen in reserves, dan wel onttrekkingen aan reserves, vinden plaats op basis van door u genomen besluiten. Het gerealiseerde resultaat is dus mede het gevolg van de bestuurlijke besluitvorming. Concreet betekent dit voor uw gemeente het volgende: Exploitatieresultaat (in € 1.000) Totale baten

384.996

Totale lasten

380.077

Gerealiseerde saldo van baten en lasten (voordelig)

4.920

Af: stortingen in reserves

7.436

Bij: onttrekkingen aan reserves

6.779

Saldo mutaties reserves

-/- 658

Gerealiseerd resultaat (voordelig)

4.262

NB: door afronding op € 1.000 kunnen geringe afrondingsverschillen of afwijkingen van de jaarstukken ontstaan.

De exploitatie over 2024 laat een voordelig gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten van € 4.920.000 zien, ten opzichte van een begroot (na wijziging) saldo van €2.732.000 nadelig. Het werkelijke gerealiseerde resultaat valt derhalve voor een bedrag van € 7.652.000 voordeliger uit. Het gerealiseerde voordelig resultaat ad € 4.262.000 is afzonderlijk op de balans opgenomen onder het eigen vermogen. In de jaarstukken wordt op diverse plaatsen een nadere toelichting gegeven op de totstandkoming van het resultaat en worden de verschillen tussen de begroting (na wijziging) en de gerealiseerde baten en lasten verklaard. Wij verwijzen u hiervoor naar hoofdstuk 4.2. Voor de verschillenanalyse verwijzen wij u tevens naar de toelichting op de programmaverantwoording (onderdeel “Financiële analyse”) waarin per thema de belangrijkste verschillen nader zijn geanalyseerd. Het voordelige resultaat 2024 (vóór bestemming) is mede ontstaan na een aantal incidentele baten en lasten. Door het effect van de incidentele baten en lasten buiten beschouwing te laten, ontstaat meer inzicht in de reguliere baten en lasten. Het inzicht in de

312018008.25.343 - 9

reguliere baten en lasten is van belang, omdat het een betere indicatie geeft van de toekomstige baten en lasten, overigens zonder rekening te houden met beleidswijzigingen. In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is in hoofdstuk 4.3 inzicht in de incidentele baten en lasten gegeven. Kortheidshalve verwijzen wij u naar deze uiteenzetting. Wat ons opvalt uit de jaarrekening is van de voor 2024 beschikbaar gestelde investeringskredieten ad € 262,2 miljoen, een bedrag van € 173,4 miljoen nog niet besteed is. Ook in voorgaande jaren was sprake van forse onderbestedingen. Daarnaast zien we dat geplande onderhoudswerkzaamheden worden doorgeschoven, investeringen in het rioleringsstelsel later dan gepland worden uitgevoerd, er sprake is van forse nog te besteden subsidiebedragen die oplopen en er op veel lastenbudgetten in de exploitatie ook sprake is van onderbestedingen. Omdat eerder geraamde activiteiten nog wel moeten worden uitgevoerd, verzoekt het college om bij het vaststellen van de jaarrekening een bedrag van € 5,6 miljoen over te hevelen naar 2025. Wij adviseren u na te gaan of de ambities uit de begroting qua uitvoering realistisch en haalbaar zijn. Wanneer er structureel geld wordt vrijgemaakt voor activiteiten die niet kunnen worden uitgevoerd, geeft dat immers een onnodige druk op de begroting.

Het college van burgemeester en wethouders kwalificeert het weerstandsvermogen als uitstekend om de onderkende risico’s af te kunnen dekken

Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit vanwege ingeschatte risico’s. De beschikbare weerstandscapaciteit (voor de samenstelling, zie de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing) heeft het college bepaald op € 66,0 miljoen. In 2023 bedroeg deze € 72,9 miljoen. De beschikbare weerstandscapaciteit is derhalve gedaald ten opzichte van 2023. De daling wordt vooral veroorzaakt door de bestemming van het rekeningresultaat 2023, waarmee een bedrag van € 5,9 miljoen ten laste van de algemene reserve is gebracht. Dit bedrag is als volgt bepaald: Verdeling resultaat 2023 Bestemming resultaat 2023: Voordelig rekeningresultaat 2023

€ 4.153.000

Resultaatbestemming 2023: -

Storting reserve Opvang ontheemden Oekraïne

-

Storting reserve Goois Natuurreservaat

-€ 4.561.000 -€ 102.000

-

Opheffing reserve Corona Herstelagenda

€ 243.000

Per saldo mutaties reserves

-€ 4.420.000

Overhevelingsvoorstellen 2023

-€ 5.614.000

Per saldo ten laste van de algemene reserve

-€ 5.881.000

Met de inwerkingtreding van de Nota Financieel Beleid 2022 worden bestemmingsreserves ad € 29,9 miljoen (2023: € 19,2 miljoen) en de onbenutte belastingcapaciteit overigens niet meer in meegerekend.

312018008.25.343 - 10

In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing heeft het college een opsomming gegeven van ingeschatte risico’s. In Hoofdstuk 6.2 van de jaarstukken worden deze inhoudelijk verder uitgewerkt. De onderkende risico’s cumuleren voor 2024 tot een bedrag van € 4,2 miljoen (2023: € 5,1 miljoen). Ten opzichte van 2023 is sprake van een daling van de gekwantificeerde risico’s. De inventarisatie van risico’s geeft een indicatie van de financiële omvang van de belangrijkste (specifieke) risico’s, om zo de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen. Daarbij wordt een inzicht gegeven in de (naar de inschatting van het college) belangrijkste risico’s voor uw gemeente. Ook zijn de aan deze risico’s gekoppelde beheersingsmaatregelen opgenomen en wordt een inhoudelijke toelichting gegeven op nieuw gedefinieerde en gewijzigde risico’s in de top van grootste risico’s. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing en hoofdstuk 6.2 zijn de toelichting op het risicoprofiel, de top 10 risico's en de ontwikkelingen in het risicoprofiel opgenomen. De doorontwikkeling van het risicomanagement in de gemeente is vanaf het jaar 2020 geïntensiveerd. Om de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing compacter en leesbaarder te maken, is meer op hoofdlijnen in deze paragraaf gerapporteerd en zijn gedetailleerdere risico’s in een bijlage (hoofdstuk 6.2 van de jaarstukken) opgenomen.

De focus van risicomanagement binnen de gemeente is daarmee verschoven van de details van individuele risico’s naar een overkoepelende blik op en analyse van het risicoprofiel. Dit maakt de ingezette ontwikkeling van risico-inventarisatie naar strategisch risicomanagement transparanter. Ten behoeve van de jaarstukken 2024 heeft het college ingeschat dat, op basis van de geactualiseerde risicoanalyse, het benodigde weerstandsvermogen € 4,2 miljoen bedraagt (kwantificering van het optreden van de meest waarschijnlijke risico’s). Ten opzichte van de beschikbare weerstandscapaciteit (deze is door het college vastgesteld op € 66,0 miljoen) kwalificeert het college het weerstandsvermogen in de jaarstukken 2023 als “uitstekend”. Voor meer gedetailleerde informatie over uw weerstandspositie, de onderkende risico’s en de kwantificering daarvan verwijzen wij u naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing en hoofdstuk 6.2 van uw jaarstukken 2024. Overigens merken wij hierbij op dat deze cijfers niet aan accountantscontrole of een beoordelingsopdracht zijn onderworpen.

312018008.25.343 - 11

3.

Bevindingen eindejaarscontrole

312018008.25.343 - 12

3. Bevindingen eindejaarscontrole De rechtmatigheidsverantwoording 2024 is getrouw

Uw rechtmatigheidsverantwoording 2024 De rechtmatigheidsverantwoording is opgenomen in de jaarrekening. Wij hebben vastgesteld dat deze voldoet aan het voorgeschreven model en dat daarbij de door de raad vastgestelde kaders zijn gehanteerd. Deze kaders zijn in overeenstemming met richtlijnen die vanuit de commissie BBV zijn gegeven. Verantwoording Op basis van de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening 2024 blijkt dat er geen rechtmatigheidsafwijkingen zijn geconstateerd groter dan de verantwoordingsgrens (1%, ofwel € 3.875.000). De geconstateerde rechtmatigheidsafwijkingen hebben betrekking op de criteria begrotingsrechtmatigheid en het voorwaardencriterium. Samenvatting rechtmatigheidsverantwoording

Bedragen

Begrotingscriterium (bruto)

€ 1.553.000

Begrotingscriterium (netto)

€ 359.000

Voorwaardencriterium (afwijkingen Europese aanbestedingen)

€ 1.289.000

M&O-criterium

€0

Rechtmatigheidsfouten bruto

€ 2.842.000

Rechtmatigheidsfouten netto

€ 1.648.000

In de paragraaf bedrijfsvoering heeft het college een toelichting opgenomen op de rechtmatigheidsbevindingen, welke hoger uitvallen dan de door de gemeenteraad vastgestelde rapporteringsgrens van € 150.000. Toelichting begrotingsrechtmatigheid Uitsluitend op programma 04 Bestuur is sprake van lastenoverschrijdingen van in totaal € 1.140.000. Daarnaast is sprake van overschrijdingen van investeringskredieten voor een bedrag van € 413.000. De totale begrotingsoverschrijding bedraagt derhalve € 1.553.000. Gelet op de kaders die uw raad in het normenkader aan het college heeft meegegeven, kwalificeren deze afwijkingen voor een bedrag van € 1.193.000 als acceptabel. Toelichting voorwaardencriterium Onder het voorwaardencriterium staan de bevindingen ten aanzien van de Europese aanbestedingen vermeld. In het kader van de 3120218008.24.310 - 13

verbijzonderde interne controle heeft het college onderzocht of de opdrachtverleningen overeenkomstig de richtlijnen voor Europese aanbestedingen zijn gedaan. Het college heeft daarbij voor een negental opdrachten vastgesteld dat dit niet het geval is. De hiermee samenhangende lasten die in de jaarrekening 2024 zijn opgenomen, bedragen € 1.289.000. Op basis van onze controle komen wij tot dezelfde afwijkingen. Het college heeft deze afwijkingen meegewogen in de rechtmatigheidsverantwoording. Daarnaast is bij de verbijzonderde interne controle vastgesteld dat bij twaalf contracten is afgeweken van het interne inkoopbeleid. De hiermee samenhangende lasten die in de jaarrekening 2024 zijn opgenomen, bedragen € 1.230.000. Omdat het interne inkoopbeleid niet in het normenkader is opgenomen, werkt deze afwijking niet door in de rechtmatigheidsverantwoording en behoeft de afwijking niet nader te worden toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Wij adviseren u toe te zien op stringente naleving van de interne en Europese aanbestedingsregels. Ons oordeel bij uw rechtmatigheidsverantwoording Op basis van onze toetsing aan de wettelijke voorschriften inzake de rechtmatigheidsverantwoording en de kaderstelling door de raad hebben wij vastgesteld dat de rechtmatigheidsverantwoording van het college van burgemeester en wethouders een getrouw beeld geeft.

De jaarrekening (rechtmatigheidsverantwoording) en het jaarverslag (paragraaf bedrijfsvoering) bevat alle voorgeschreven informatie. Alle verplichte onderdelen zijn toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.

Het Besluit accountantscontrole decentrale overheden en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is aangepast en bevat wijzigingen die relevant zijn vanaf 2025 voor de rechtmatigheidsverantwoording

Op 16 april 2025 heeft het Rijk in het Staatsblad een aantal wijzigingen gepubliceerd van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, het Waterschapsbesluit en het Besluit van 29 oktober 2021 tot wijziging van het Besluit financiële verhouding 2001. De wijzigingen gaan in voor verantwoordingen over het begrotingsjaar 2025. Hieronder hebben wij de belangrijkste wijzigingen die voor u relevant zijn opgenomen. Wijzigingen Besluit accountantscontrole decentrale overheden ▪ In artikel 1 zijn de “begrippen” afwijking, deelverantwoording, financiële rechtmatigheid en openbaar lichaam aangepast; ▪ In artikel 2 is aangegeven dat de goedkeuringstolerantie wordt aangepast. Vanaf het verslagjaar 2025 bedraagt deze 2% van de omvangsbasis. Deze is tot en met 2024 1%. De omvangsbasis is daarbij gelijk aan de totale lasten van de gemeente exclusief de toevoegingen aan de reserves. Tot en met 2024 was de omvangsbasis gelijk aan de totale lasten van de gemeente inclusief de toevoegingen aan de reserves; en ▪ De goedkeuringstolerantie is de som van de afwijkingen in de jaarrekening en onzekerheden in de uitvoering van de controle. Dit betekent dat fouten en onzekerheden gezamenlijk worden afgewogen (lees: opgeteld) ten opzichte van de goedkeuringstolerantie van 2%.

Tot en met 2024 werden fouten (1%) en onzekerheden (3%) afzonderlijk afgewogen. Wanneer fouten en onzekerheden samen meer dan 2% van de omvangsbasis bedragen, dient de accountant een niet-goedkeurende controleverklaring af te geven. Deze aanpassingen zijn relevant voor het intern controleplan van uw gemeente en de uitvoering daarvan.

312018008.25.343 - 14

Wijzigingen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten ▪ In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (Bbv) zijn wijzigingen doorgevoerd, waarmee de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is geformaliseerd. Aan artikel 1 van het Bbv zijn daartoe de volgende onderdelen toegevoegd: o Rechtmatigheidsverantwoording; o Verantwoordingsgrens; o Financiële rechtmatigheid; o Rechtmatigheidsfout; en o Onduidelijkheid. De verantwoordelijkheid voor deze verantwoording is daarmee expliciet bij het college neergelegd. ▪

In het Bbv is nu expliciet geregeld dat in de paragraaf bedrijfsvoering een beschrijving wordt opgenomen van de maatregelen die worden ondernomen om rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden met betrekking tot de financiële rechtmatigheid te voorkomen.

▪

De paragraaf “Wet open overheid” is een verplichte paragraaf geworden.

▪

In titel 4.7 zijn in artikel 58b de verslaggevingskaders voor de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen. Deze zijn: o De jaarrekening bevat een rechtmatigheidsverantwoording. o De rechtmatigheidsverantwoording bevat een overzicht van de rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden in het kader van de financiële rechtmatigheid. o De verantwoordingsgrens is een totaalbedrag voor rechtmatigheidsfouten én onduidelijkheden in het kader van de financiële rechtmatigheid. o De gemeenteraad en provinciale staten stellen de verantwoordingsgrens vast op ten hoogste 2% van de totale lasten, exclusief de toevoegingen aan de reserves. o Voor zover het totaalbedrag aan rechtmatigheidsfouten én onduidelijkheden in het kader van de financiële rechtmatigheid hoger is dan de verantwoordingsgrens, worden deze in het kader van de financiële rechtmatigheid opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Bij ministeriële regeling wordt voor de rechtmatigheidsverantwoording een model vastgesteld.

De belangrijkste aanpassing is dat de verantwoordingsgrens vanaf 2025 maximaal 2% van de totale lasten, exclusief de toevoegingen aan de reserves kan zijn. U kunt als gemeenteraad kiezen voor een verantwoordingsgrens tussen 0% en 2%. Deze aanpassingen zijn relevant voor de jaarrekening 2025 (verantwoording) en uw kaderstelling (verantwoordingsgrens maximaal 2%). Voor een totaalbeeld van de wijzigingen verwijzen wij naar https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2025-99.html. Wij adviseren u om uw kaderstelling, zoals bijvoorbeeld de financiële- en controleverordening, uw controleprotocol en het intern controleplan, te beoordelen en na te gaan of deze nog in de lijn zijn van de recente aanpassingen. Deze wijzigingen kunnen ook

312018008.25.343 - 15

invloed hebben op de omvang en inhoud van de interne controlewerkzaamheden die binnen uw gemeente worden gepland en uitgevoerd. Het is derhalve belangrijk om hier tijdig actie op e ondernemen.

Saldo spaarvoorziening riolering loopt op – investeringen worden later gerealiseerd dan gepland

Jaarlijks wordt gespaard om de kosten van gerealiseerde investeringen in de riolering te kunnen dekken. Het resultaat hiervan is dat investeringen uit het Gemeentelijk Watermanagementplan Hilversum 2021-2026 (daarvoor het Gemeentelijk rioleringsplan, GRP) niet geactiveerd worden en de kapitaallasten (positief effect op tarief) lager zijn. Uiteindelijk is het de bedoeling dat een “ideaalcomplex” ontstaat, waarbij de jaarlijkse investeringsuitgaven en het spaarbedrag aan elkaar gelijk zijn. Het jaarlijkse spaarbedrag is onderdeel van het tarief voor de rioolheffing en bedraagt voor 2024 € 4.329.000. Dit bedrag is, overeenkomstig de begroting, aan de spaarvoorziening rioleringen toegevoegd. Samen met het resterende saldo uit 2023 ad € 1.665.000 was in 2024 derhalve € 5.994.000 beschikbaar voor het afboeken van gerealiseerde investeringen. De totale investeringsuitgaven die aan riolering in 2024 zijn gedaan en voldoen aan de criteria om afgeboekt te worden, bedragen € 2.831.000. Omdat de totale bestedingen ten laste van de voorziening in 2024 lager zijn geweest dan het bedrag wat aan beschikbare middelen beschikbaar is, heeft de spaarvoorziening riolering ultimo 2024 een saldo van € 3.163.000 en is daarmee ten opzichte van 2023 met € 1.498.000 toegenomen.

Hieronder geven wij dit schematisch weer: Saldo spaarvoorziening per 1-1-2024 Toevoeging aan de voorziening Totaal beschikbaar ter dekking van investeringsuitgaven in 2024 Investeringen riolering 2024 Totale investeringsuitgaven Beschikbaar in de voorziening

€ 1.665.000 € 4.329.000 € 5.994.000 € 2.831.000 € 2.831.000 € 3.163.000

Het saldo in de voorziening wat ultimo 2024 resteert, zal naar verwachting van het college nodig zijn om uitgaven op de in 2025 en latere jaren lopende kredieten voor riolering, af te kunnen boeken. Het saldo van de voorziening loopt op, zo is de conclusie van het college, omdat investeringen later worden gerealiseerd dan gepland. Dit wordt veroorzaakt doordat er onvoldoende capaciteit als gevolg van moeilijk in te vullen vacatures in combinatie met lopende grote projecten, kan worden ingezet. Om het saldo van de voorziening niet te veel op te laten lopen, heeft het college onderzocht welke maatregelen genomen kunnen worden. Een belangrijke maatregel is dat, door kritisch naar de investeringsaanvragen voor de komende jaren te kijken en deze op haalbaarheid te toetsen. Een uitgangspunt daarbij is dat vervanging alleen gebeurt, wanneer het echt nodig is. Dit heeft geleid tot reducties op de omvang van de investeringen en het temporiseren van de groei van nieuwe kredieten. Hiermee verwacht het college ruimte te creëren om reeds lopende kredieten af te ronden. Het investeringsvolume is als gevolg hiervan voor de komende twee jaar met een bedrag van € 2.099.500 verlaagd. In 2024 heeft het college tevens een aantal kredieten voor projecten die in 2023 of eerdere jaren op de planning stonden, maar inmiddels afgerond zijn, afgesloten.

Door aanbestedingsvoordelen en lagere kosten dan geraamd, in een bedrag van € 632.000 aan restantkredieten vrijgevallen. Tenslotte heeft het college ingezet op extra capaciteit in 2025 en latere jaren, om de achterstanden verder in te lopen. 312018008.25.343 - 16

Een effect van de getroffen maatregelen is dat de dotatie aan spaarvoorziening in de jaren 2026 - 2028 incidenteel met € 400.000 (2026 en 2027) en € 250.000 (2028), derhalve in totaal met € 1.050.000 verlaagd wordt. Na 2028 zal de dotatie weer op het oorspronkelijke niveau, gekoppeld aan de hoogte van de jaarschijf van de investeringen voor riolen, worden begroot. Door de verlaging van het investeringsvolume in de komende jaren en het verlagen van de toevoeging aan de voorziening, zal het verloop en de omvang van de spaarvoorziening naar verwachting van het college beter aansluiten bij het beoogde “ideaalcomplex”. Wij adviseren u de effecten van de getroffen maatregelen goed te monitoren. Het verlagen van de (toevoegingen aan de) voorziening als gevolg van het niet of later uitvoeren van werken is niet zonder financiële risico’s. Wanneer deze later in de tijd gezet worden, kan, op basis van de huidige prijsontwikkelingen die zich nog steeds voordoen, het zo zijn dat de kosten van geplande werken hoger uit gaan vallen. Dit werkt dan door in de spaarcomponent waarmee u in uw tarief rekening houdt, op de (noodzakelijke) toevoeging aan de voorziening.

Een goede uitvoeringsplanning en het monitoren van deze zijn naar onze mening van groot belang en dragen bij aan het beeld of de huidige spaarcomponent waarmee u in uw tarief rekening houd juist is ingeschat en de voorziening niet te veel laat oplopen. De boekwaarde van het onderhanden werk is in 2024 per saldo met € 1.383.000 toegenomen tot € 4.953.000 positief. Een positieve Actualisatie van de boekwaarde betekent dat sprake is (geweest) van kosten die hoger zijn geweest dan de gerealiseerde opbrengsten. De ontwikkeling grondexploitaties leidt tot van de boekwaarde per complex is als volgt: een verhoging van de 31-12-2023 31-12-2024 getroffen verliesvoorziening Anna’s Hoeve -/- 1.959.000 -/- 1.571.000 voor Stationsplein Stationsplein

5.529.000

6.524.000

Totaal

3.570.000

4.953.000

De waardering van elke grondexploitatie afzonderlijk, is afhankelijk van het verwachte exploitatieresultaat. Deze worden jaarlijks door het college geactualiseerd. Wanneer sprake is van een, naar verwachting, winstgevende exploitatie, dan behoeft geen voorziening getroffen te worden. Is het verwachte resultaat naar verwachting nadelig, dan moet een voorziening worden herzien (bij lopende exploitaties waar eerder al een nadelig resultaat werd ingeschat door het college) of gevormd (nieuwe exploitaties). De voorzieningen worden (conform BBV) in mindering gebracht op de boekwaarde van de grondexploitaties. Bij de exploitatie Stationsplein heeft het college ingeschat dat mogelijk sprake is van een verwacht nadelig resultaat, en is derhalve een voorziening getroffen. Deze is per 31-12 2024 door het college ingeschat op € 3.839.000 en in mindering op de boekwaarde gebracht, zodat de balanswaarde van het complex Stationsplein € 1.114.000 bedraagt. In de paragraaf Grondbeleid en in toelichting op de balans geeft het college per lopende exploitatie inzicht in de mutaties 2024. Wij verwijzen u daarnaar. De belangrijkste bevindingen en adviezen die wij u mee willen geven zijn: Anna’s Hoeve Naar verwachting van het college zal de exploitatie in 2025 worden afgesloten. Dat is onveranderd ten opzichte van vorig jaar.

Gelet op de boekwaarde van de exploitatie en de nog te maken kosten en nog te realiseren opbrengsten, is in de jaarrekening over 2024 312018008.25.343 - 17

een winst van € 202.000 genomen. De nog te maken kosten waren ultimo 2023 ingeschat op € 1.327.000. In 2024 is voor een bedrag van € 186.000 aan kosten gemaakt. Van de resterende raming ultimo 2023, resteert dan € 1.141.000. Bij het opstellen van de jaarrekening over 2024 heeft het college met het MPG 2025 ingeschat dat in 2025 nog slechts voor een bedrag van € 1.016.000 aan kosten hoeft te worden gemaakt. Van de eerdere raming is derhalve € 125.000 vrijgevallen. De herziening van de kostenraming heeft een positief effect op de nog te realiseren winst. Het verwachte resultaat per 31 december 2023 was € 632.000. Hiervan is in 2024 een bedrag van €202.000 gerealiseerd, zodat een bedrag van € 430.000 resteerde. In het MPG 2025 heeft het college ingeschat dat het verwachte resultaat € 555.000 per 31 december 2024 bedraagt. Dit is derhalve € 125.000 hoger dan de verwachting van vorig jaar. Wij adviseren u erop toe te zien dat de exploitatie van Anna’s Hoeve in 2025 afgerond zal zijn. Stationsplein Ook in 2024 is sprake geweest van enige vertraging in de planning, waardoor de gerealiseerde kosten zijn achter gebleven bij de raming voor 2024 en zijn uitgekomen op een bedrag van € 995.000. Daarnaast zijn er geen opbrengsten gerealiseerd. De belangrijkste reden van de vertraging had te maken met de afwikkeling van de bezwaren tegen het bestemmingsplan.

In 2024 heeft de Raad van State deze behandeld, waarbij alle bezwaren ongegrond zijn verklaard. Het bestemmingsplan is daarmee onherroepelijk geworden. Met het MGG 2025 heeft het college de grondexploitatie geactualiseerd. De financiële effecten daarvan zijn in de jaarrekening verwerkt. Bij deze actualisatie zijn de ramingen voor de nog te maken kosten per saldo met € 1,2 miljoen bijgesteld en voor een bedrag van € 1,2 miljoen toegenomen ten opzichte van de actualisatie bij de jaarrekening 2023. Het bedrag van € 1,2 miljoen aan hogere kosten bestaat voor een bedrag van € 1,9 miljoen aan hoger kostenramingen als gevolg van verwachte prijsontwikkelingen de komend jaren, voor een bedrag van 0,3 miljoen aan hogere kosten als gevolg van een hogere capaciteitsinzet vanuit de organisatie en uit een vrijval van eerder opgenomen kostenposten van € 1 miljoen voor het rioolstelsel en waterberging omdat deze in het krediet voor de centrumring zijn opgenomen. Gevolg van de opgelopen vertragingen is ook dat de geraamde opbrengsten op een later moment zullen worden gerealiseerd. Omdat deze geïndexeerd worden, heeft dat een voordelig effect van circa € 0,2 miljoen op de te verwachten opbrengsten De actualisatie van de grondexploitatie heeft tot gevolg dat het verwachte resultaat ten opzichte van 2024 € 964.000 nadeliger uitvalt.

De getroffen verliesvoorziening is derhalve met dit bedrag toegenomen tot € 3.839.000. Naar verwachting van het college zal de exploitatie in 2029 afgerond kunnen zijn. Dit is onveranderd ten opzichte van vorig jaar. Zowel de nog te maken kosten alsnog te realiseren opbrengsten zijn omvangrijk en worden in de komende jaren gerealiseerd. Naarmate de periode langer is waarop de inschatting van nog te maken kosten en nog te realiseren opbrengsten gebaseerd is, kan de schattingsonzekerheid toenemen. Wij adviseren u de realisatie van de kosten- en opbrengsten en de inschatting van de restramingen die daarbij horen, goed te blijven volgen. Deze zijn immers van invloed op het uiteindelijke resultaat en de vraag of de thans ingeschatte voorziening juist gewaardeerd is.

312018008.25.343 - 18

Voortgang en risico’s IHP

In april 2024 heeft de raad het Integraal Huisvestingsplan 2024-2039 vastgesteld, waarmee sturing wordt gegeven aan de realisatie en instandhouding van huisvesting binnen de gemeente op het gebied van onderwijs. Eén van de aandachtspunten die door de Audit- en rekeningcommissie bij de pre-auditmeeting is meegegeven, was de voortgang en risico inschatting met betrekking tot het IHP. In hoofdstuk 6.2 heeft het college een toelichting op de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing opgenomen. Daarin is een risico opgenomen van € 350.000 voor extra uitgaven ten behoeve van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs. Deze risico’s houden verband met bijvoorbeeld onjuiste inschattingen van de geraamde kosten maar ook risico’s als gevolg van vertragingen. Zowel in de exploitatie (zie hiervoor ook de Financiële analyse Onderwijshuisvesting in programma 2. Zorg) is sprake van een onderbesteding als gevolg van het niet kunnen aantrekken van capaciteit als ook bij de realisatie van voorgenomen investeringen in 2024 ten opzichte van de planning is sprake van een onderbesteding. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen geeft het college aan dat de onderbesteding ten opzichte van het investeringsbudget 2024 ca.

€ 25,7 miljoen is geweest, waarbij opgemerkt wordt dat “begrote investeringen in 2024 deels betrekking hebben op projecten die voor 2025 staan ingepland en nog moeten worden uitgevoerd. Hiervoor zijn in 2024 logischerwijs geen of beperkte uitgaven gedaan”. De totale investeringsopgave voor de periode 2024 – 2027 is € 87,4 miljoen en gebaseerd op door het college ingeschatte noodzakelijke investeringen. Ervan uitgaande dat deze investeringen ook daadwerkelijk gerealiseerd moeten gaan worden, is het van belang om goed te blijven monitoren dat het beschikbare budget en de ontwikkeling van de investeringsuitgaven met elkaar in de pas blijven lopen. Vertragingen in de uitvoering kunnen tot aanzienlijke kostenstijgingen leiden. Deze moeten dan wel opgevangen kunnen worden in uw begroting. Wij adviseren u, vanwege het financieel belang, regelmatig te laten informeren over de voortgang van het Integraal Huisvestingsplan 2024-2039. Daarbij kan het naar onze mening ook zinvol zijn om, in verband met de aanstaande fusie met de gemeente Wijdemeren, de meerjarige doorkijk ook vanuit dat oogpunt te doen. In het huidige IHP is de onderwijshuisvesting vanuit dat deel van de toekomstige gemeente logischerwijs nog niet meegenomen.

Overgang Appa-pensioen wethouders naar ABP

Op basis van de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (Appa) bouwt een wethouder tijdens zijn ambtsvervulling pensioen op. De gemeente voert de Appa uit en betaalt de pensioenen. Voor de opbouw van het wethouders pensioen heeft de gemeente de voorziening “Pensioenen wethouders” getroffen. De voorziening is verplicht op grond van het Besluit begroting en verantwoording (Bbv) en moet voldoende zijn om de opgebouwde wettelijke Appa rechten, vanaf het ingaan van het pensioen van een wethouder, te kunnen dekken. De hoogte van de voorziening wordt jaarlijks gevalideerd door het college op basis van geactualiseerde actuariële berekeningen. Met ingang van 1 januari 2028 worden de pensioenen van de wethouders ondergebracht in het nieuwe pensioenstelsel. Dit is het gevolg van de nieuwe Wet toekomst pensioen (Wtp). Met ingang van 1 januari 2028, worden de opgebouwde pensioenen overgedragen het ABP. Om de overstap naar het ABP te maken is het nodig het opgebouwde pensioen te financieren door middel van een eenmalige kapitaalstorting aan het ABP. Hiervoor dient de waarde van de bestaande pensioenaanspraken en rechten van de (oud) wethouders te worden vastgesteld volgens de ABP-rekenregels. Vervolgens zijn actieve wethouders pensioenpremie verschuldigd aan het ABP en wordt bij het ABP verder het pensioen opgebouwd.

Het gevolg van deze overgang naar het ABP is dat de gemeente geen verantwoordelijkheid meer heeft voor de administratie en uitbetaling van Appa pensioenen vanaf 2028. Na de 312018008.25.343 - 19

waardeoverdracht zal de voorziening op uw balans komen te vervallen en hoeft geen jaarlijkse aanpassing meer gedaan te worden als gevolg van mutaties en de jaarlijkse aanpassing van de rekenrente. Voor uw gemeente is het van belang om er in de periode tot 2028 voor te zorgen dat voldoende financiële middelen beschikbaar zijn om de overdracht van deze pensioenaanspraken aan het ABP te kunnen bekostigen. Op de balans is per ultimo 2024 de voorziening “Pensioenen wethouders”, welke per 31 december 2024 is gewaardeerd op € 6.081.000 en betrekking heeft op opgebouwde pensioenrechten voor (voormalige) wethouders. Wij adviseren u om het verloop en het saldo van deze voorziening in de komende jaren zorgvuldig te blijven monitoren. Daarbij is het onder andere van belang dat u beschikt over een actueel overzicht van alle (ex)politieke ambtsdragers met opgebouwde Appa-rechten, inclusief de exacte hoogte van hun pensioenaanspraken, hun leeftijd, diensttijd en eventuele eerdere overdrachten. Daarnaast is het essentieel om de ontwikkeling van de rekenrente goed te volgen. Deze rente is een bepalende factor voor de hoogte van de voorziening: een dalende rekenrente vereist mogelijk een bijstorting, terwijl een stijgende rekenrente kan betekenen dat er meer dan nodig in de voorziening is opgenomen.

Aangezien uw gemeente verantwoordelijk is voor de overdracht van de pensioenen van alle (voormalige) wethouders van uw gemeente, adviseren wij u te verifiëren of in de voorziening ook daadwerkelijk rekening is gehouden met de opgebouwde rechten van alle voormalige wethouders uit het verleden.

Voorziening Regeling Vervroegde Uittreding (RVU): voor 2024 beperkte aanmeldingen

In 2024 heeft er een wijziging van de gemeente-CAO plaatsgevonden. Naar aanleiding hiervan zijn er bij de commissie BBV vragen gesteld rondom de Regeling Vervroegde Uitdiensttreding (RVU), dat is veroorzaakt door een aanpassing van de CAO. Medewerkers die uiterlijk 31 december 2028 de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken en 41 jaar in dienst zijn geweest bij een bij ABP aangesloten werkgever (waarvan de laatste 10 jaar van een werkgever in de sector gemeenten) kunnen vervroegd uitdiensttreden met behoud van een maandelijkse uitkering. In dit kader moeten gemeenten en gemeenschappelijke regelingen een voorziening vormen, wanneer er al is afgesproken voor het einde van het boekjaar dat er gebruik gemaakt gaat worden van deze regeling (in de vorm van een overeenkomst). Het college heeft hiertoe een inventarisatie gedaan en vastgesteld dat voor de periode 2025 – 2026, de initiële periode voor het gebruik van de RVU, vijf personen gebruik (gaan) maken va de regeling. Hiervoor heeft het college een voorziening gevormd van € 164.000. Eind 2024 is de RVU-regeling verlengd tot (minimaal) 2028. Wij adviseren u te onderzoeken of er mogelijk meerdere medewerkers van de regeling gebruik kunnen gaan maken en, wanneer dat het geval is, een inschatting te maken van de financiële verplichting die u daarvoor dan nodig heeft. Voor de totale verplichting moet dan een voorziening gevormd worden.

312018008.25.343 - 20

Uw onderhoudsplanning wordt niet gerealiseerd: werkzaamheden worden doorgeschoven en aanvullende dotaties zijn noodzakelijk geweest

In de balans zijn diverse voorzieningen voor groot onderhoud opgenomen. Deze voorzieningen zijn bepaald op basis van meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s). In december 2024 zijn de geactualiseerde MJOP’s voor het gemeentelijk vastgoed en sportaccommodaties 2024-2033 door de raad vastgesteld. De toevoegingen aan de betreffende voorzieningen zijn gebaseerd op deze geactualiseerde plannen. Ultimo 2024 hebben de onderhoudsvoorzieningen een gezamenlijke waarde van € 7,9 miljoen: Voorziening (bedragen x € 1.000)

Stand 1-1-2024

Toevoegingen

Aanwendingen

Stand 31-12-2024

Onderhoud parkeergarages

710

469

328

851

Onderhoud begraafplaatsen

236

90

84

243

Onderhoud culturele huisvesting

784

169

123

830

Onderhoud sportaccommodaties

2.765

1.471

993

3.244

Onderhoud sluizen, gemalen en recreatie

220

58

31

247

Onderhoud gymlokalen schoolgebouwen

810

263

701

372

Onderhoud voorzieningen jeugd

458

417

246

629

Onderhoud gemeentelijke huisvesting

908

654

316

1.245

Onderhoud overige gebouwen

381

164

291

254

7.272

3.755

3.113

7.915

Totaal

Voor de beoordeling van de voorzieningen in de jaarrekening is, mede op basis van de geactualiseerde plannen, onderzocht of planning en uitvoering nog met elkaar in de pas lopen en zo niet, wat dat voor eventuele financiële gevolgen heeft of kan hebben. Net als in voorgaande jaren het geval was, constateerde het college daarbij dat sprake was van een onderbesteding ten opzichte van het beschikbare budget voor 2024. In de rapportage van CCA naar aanleiding van haar onderzoek naar de jaarrekening 2024 is hierover het volgende aangegeven: “Het doorschuiven van gepland, maar niet uitgevoerd onderhoud is ook al in voorgaande jaren geconstateerd en lijkt een structureel fenomeen te vormen. Ook dit jaar (2024) was dit het geval, hoewel de afwijking veroorzaakt lijkt te zijn door het bijstellen van de jaarplanning 2024 op een vrij laat moment in het jaar (dec 2024 en met terugwerkende kracht). Hierdoor was het niet mogelijk om in de resterende tijd van 2024 de uitvoering nog op te schalen. De intentie bij het team Vastgoed is zeker aanwezig om de planning in 2025 geheel te realiseren. Dit ondanks het feit dat in 2025 de onderhoudsuitvoeringsplannen een duidelijke piek laten zien en daarnaast sprake is van een doorschuif van gepland onderhoud van 2024”.

Naar aanleiding van deze bevinding adviseert CCA om “in het planningsproces meer rekening te houden met de haalbaarheid van de onderhoudsplannen en de ambities hierop bij te stellen”. Wij onderschrijven het advies van CCA en vinden het van belang dat deze haalbaarheidstoets vroegtijdig in 2025 wordt uitgevoerd. Wanneer stelselmatig blijkt dat het geplande onderhoud niet kan worden uitgevoerd dient daarop bijgestuurd te worden. Dat kan enerzijds door noodzakelijkerwijs het plan met de daarbij horende 312018008.25.343 - 21

meerjarendotatie aan te passen, anderzijds door te onderzoeken hoe opgelopen achterstanden (versneld) kunnen worden ingelopen. Belangrijke (administratieve) onderdelen van de WMO en Jeugdwet worden voor uw gemeente door de Regio Gooi- en Vechtstreek Bevindingen controle (hierna: de Regio) uitgevoerd. De Regio heeft op 29 april 2025 de eindverantwoording 2024 aan uw gemeente verstrekt over de Sociaal domein – bestedingen. Bij deze verantwoording is een controleverklaring opgenomen dat de in deze verantwoording opgenomen bedragen (in verantwoording Regio Gooi- materiële zin) zijn verantwoord in overeenstemming met de tussen uw gemeente en de Regio gemaakte afspraken. Er is door de en Vechtstreek accountant een bedrag als onzeker aangemerkt van € 929.000 (2023: € 416.000) als gevolg van diverse aspecten waar de accountant van de Regio nog onvoldoende informatie kon verkrijgen om de uitgaven goed te keuren. Dit bedrag hebben wij ook meegewogen als onzekerheid in onze oordeelsvorming.

Wet normering topinkomens (WNT)

De Wet normering topinkomens (WNT) regelt de openbaarmaking van topinkomens in de publieke en semipublieke sector, en stelt ook maxima aan de hoogte van de bezoldiging van topfunctionarissen en tevens aan de ontslagvergoedingen. Bij wet is vastgelegd dat rechtspersonen of organisaties die volledig of in aanzienlijke mate uit publieke middelen zijn gefinancierd beloningen van topfunctionarissen openbaar dienen te maken, ook als deze de in de wet gestelde maximale bezoldiging over 2024 van € 233.000 niet te boven gaat. Daarnaast dienen gemeenten het salaris openbaar te maken van overige medewerkers (inclusief – wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan – ingehuurd personeel) die een bezoldiging ontvangen boven deze norm. Ten slotte stelt de WNT een aantal overige eisen, zoals een maximale ontslagvergoeding voor topfunctionarissen van € 75.000. Ook dienen de ontvangen vergoedingen die bij andere WNT-plichtige instellingen zijn ontvangen te worden verantwoord in de WNTverantwoording. Aangezien het voor ons niet mogelijk is de volledigheid vast te stellen van de dienstbetrekkingen en de ontvangen vergoedingen, is in de Regeling Controleprotocol WNT opgenomen dat wij de anticumulatiebepaling niet hoeven te controleren. In onze controleverklaring is dit ook als zodanig toegelicht.

De WNT-toezichthouders kunnen hier wel zelfstandig onderzoek naar doen en zo nodig handhavend optreden. In 2024 is voor geen van de topfunctionarissen en overige medewerkers sprake van een overschrijding van de grensbedragen. In het kader van de WNT attenderen wij u erop dat u de plicht heeft om uiterlijk 1 juli 2025 uw WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2024 via internet op een algemeen toegankelijke wijze openbaar te maken, voor een periode van tenminste zeven jaar. Indien op grond van andere op de verantwoordelijke van toepassing zijnde regelgeving of een besluit een later tijdstip waarop het financieel verslaggevingsdocument openbaar moet worden gemaakt geldt, is die latere datum de uiterlijke datum van openbaarmaking. Wij hebben vastgesteld dat uw jaarrekening met daarin de WNT-verantwoording over het kalenderjaar 2023 en eerdere jaren is gepubliceerd.

312018008.25.343 - 22

Risico op terugbetaling ontvangen voorschotten Regeling specifieke uitkering verduurzaming slecht geïsoleerde woningen

In het kader van de Regeling specifieke uitkering verduurzaming slecht geïsoleerde woningen van eigenaar-bewoners en woningen van verenigingen van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties in het kader van het Nationaal Isolatieprogramma (SiSaregeling J94) stelden wij bij de controle van de jaarrekening 2023 vast dat u eind 2023 niet had voldaan aan de voorwaarde om 80% van de woningen met een WOZ-waarde < € 503.000 aan te pakken. De realisatie was circa 50%, waarbij u de volledige baten van € 196.000 had verantwoord. Omdat in 2023 niet aan de voorwaarden is voldaan, is sprake van een terugbetalingsrisico van ongeveer € 96.000. In 2024 heeft u de regeling verder uitgevoerd en valt deze nu onder de SiSa regeling J94. In 2024 is de WOZ-waarde verhoogd naar € 510.000 als grensbedrag in de regeling. Over 2024 constateren wij dat niet voldaan is aan de voorwaarde om 80% van de woningen met een WOZ-waarde < € 510.000 aan te pakken. De realisatie is circa 55%, waarbij u de volledige baten van € 649.000 heeft verantwoord en ten laste heeft gebracht van de ontvangen bijdrage. Omdat in 2024 niet aan de voorwaarden is voldaan, is wederom sprake van een terugbetalingsrisico, nu van ongeveer € 162.000.

Omdat de regeling loopt van 2023 tot en met 2026 kunt u dit in de komende jaren mogelijk nog herstellen om ervoor te zorgen dat u aan de subsidievoorwaarden voldoet, waardoor het terugbetalingsrisico van € 258.000 (cumulatief 2023 en 2024) voorkomen wordt.

Geen fouten en onzekerheden met betrekking tot de SiSabijlage 2024

Op grond van het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), artikel 5, lid 4, rapporteren wij in dit accountantsverslag over de fouten en onzekerheden van de specifieke uitkeringen die in 2024 onder Single information, Single audit (SiSa) vallen. Wij doen dit met een tabel, die ook opgenomen moet worden als er geen fouten of onzekerheden geconstateerd zijn. Per regeling is hierin aangegeven of, en zo ja welke financiële fouten of onzekerheden zijn geconstateerd. Wij merken op dat wij geen fouten of onzekerheden hebben geconstateerd die groter zijn dan € 125.000 (of groter dan de rapporteringsgrens) zoals voorgeschreven via de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa (en het door de gemeenteraad vastgestelde controleprotocol met bijhorend normenkader voor de rechtmatigheidscontrole). In overeenstemming met de Nota verwachtingen accountantscontrole SiSa is de tabel leeg als er geen bevindingen zijn. De tabel met fouten en onzekerheden treft u in hoofdstuk 6 van dit accountantsverslag aan.

312018008.25.343 - 23

4.

Interne beheersing

312018008.25.343 - 24

4. Interne beheersing Kernboodschappen interim- Naar aanleiding van de controle 2024 hebben wij met onze managementletter van 18 december 2024 met kenmerk 312018008.24.742 onze bevindingen gedeeld met het college van burgemeester en wethouders. De managementletter is op 4 controle 2024 maart 2025 met de Audit- en Rekeningcommissie besproken. De belangrijkste bevindingen en aanbevelingen, welke wij in de managementletter hebben opgenomen, zijn:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=51f78b32-2f99-42e4-8760-57690fd1579f