CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen voorjaarsnota 2026 Hilversum 5 partijen (Toegevoegd 15 juni 2026)

GEMEENTERAAD 1 juli 2026, gemeente HilversumBij agendapunt: Voorjaarsnota 2026 (1966013)1.005 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen VJN 2026 1. Integraal Huisvestingsplan (IHP) a. Kunt u de aanmeldingen m.b.t. onderwijshuisvesting specificeren naar volume (een lijst van welke gebouwen het betreft) en prijs (het effect van de BDB index). Kunt u daarbij duidelijk maken voor welke gebouwen er nog een besluit genomen moet worden, aangezien het huidige IHP tot en met 2027 loopt. b. Kunt u de stortingen en onttrekkingen uit de reserve voor tijdelijke huisvestiging voor 2027 – 2030 op een rij zetten (voor welk project), inclusief het saldo van de voorziening? c. Kunt u uitleggen of u denk het totale investeringsvolume van in totaal € 90.3 miljoen (pagina 15) realistisch is om uit te voeren? d. Kunt u uitleggen waarom u alleen in 2026 en 2027 extra formatie nodig heeft, en daarna niet meer? 2. OZB-indexatie o.b.v. inflatie a. Kunt u aantonen dat de totale woonlastenontwikkeling in Hilversum over de periode 2023–2027 binnen de cumulatieve inflatie blijft? En kunt u aangeven op basis van welke officieel gepubliceerde bron of instantie het college de afwijkende inflatieraming van 5,1% voor 2026 als uitgangspunt voor de OZB-indexatie hanteert in plaats van de reguliere CPI-raming van 2,1%? b. Op pagina 9 en 10 wordt voorgesteld de woonlasten in lijn te brengen met de aangepaste CPIraming.

Kunt u exact toelichten of de genoemde 2,2% ziet op een jaarlijkse verhoging of op een cumulatief verschil over 2026 en 2027? En kunt u daarbij aangeven welke referentieraming is gebruikt (CBS maart, CPB maart of een andere raming)? En hoe dit percentage precies is vertaald naar de geraamde voordelen van €750.000, €1.050.000 en €1.450.000 in de jaren 2027-2030? c. Het hogere inflatiecijfer wordt gebruikt aan de inkomstenkant om de woonlastenstijging te bepalen. Wordt dit hogere inflatiecijfer alleen gebruikt voor de inkomstenkant van de gemeente, of ook aan de uitgavenkant (denk aan de indexering van subsidies bijvoorbeeld)? 3. Mobiliteitsfonds Kunt u een overzicht geven van de begrotingsposten die volgens het college voortaan uit het mobiliteitsfonds kunnen worden gedekt, inclusief de jaarlijkse bedragen per post, en onderbouwen waarom deze uitgaven passen binnen het oorspronkelijke doel van het fonds? Hoe is het bedrag van € 1,2 miljoen per jaar opgebouwd? 4. Fusie gerelateerde kosten in de Hilversumse voorjaarsnota a. De Voorjaarsnota gaat over Hilversum alsof er niet gefuseerd wordt.

Kunt u een overzicht verstrekken van alle aanmeldingen die geheel of gedeeltelijk samenhangen met de fusie met Wijdemeren? Denk hierbij aan de aangemelde indexaties, verbonden partijen, GNR, sociaal werkgeverschap, overhead, strategische huisvesting, IHP-formatie, economische visie, arbobudget, huurcontract Wilhelminastraat, ICT/recordmanagement, projectbeheersing en gemeentelijke huisvesting. Kunt u per post aangeven waarom deze kosten zijn opgenomen in de Hilversumse voorjaarsnota en niet in de gezamenlijke kadernota? b. De Voorjaarsnota’s 2026 van Hilversum en Wijdemeren zijn opgesteld als financiële doorkijk alsof beide gemeenten zelfstandig zouden voortbestaan tot en met 2030. Wanneer de aanmeldingen worden afgezet tegen de oorspronkelijke begrotingsstand en het begrotingsvolume (begroting 2026), lijkt de relatieve VJN-druk in Hilversum echter aanzienlijk hoger te liggen dan in Wijdemeren (ongeveer twee keer zo hoog). Dit verschil lijkt niet alleen verklaarbaar door omvang, inwonertal of begrotingsvolume. Kan het college toelichten waardoor deze relatief hogere VJN-druk in Hilversum wordt veroorzaakt, en daarbij expliciet aangeven of in de Hilversumse aanmeldingen posten zijn opgenomen die samenhangen met de fusie, de nieuwe/samengevoegde organisatie of beleidsmatige

keuzes bovenop strikt noodzakelijke wettelijke taakuitvoering? 5. Besparing beheer en onderhoud & riool a. Welke concrete beheer- en onderhoudsactiviteiten worden verminderd, uitgesteld of beëindigd om de geraamde besparing van € 250.000 in 2027 oplopend tot € 750.000 in 2028 en 2029 te realiseren, en wat zijn daarvan de effecten op kwaliteitsniveau, risico's en achterstallig onderhoud? b. In de VJN staat dat de rioleringsinvesteringen/GWP worden geïndexeerd omdat anders de noodzakelijke werkzaamheden niet volledig kunnen worden uitgevoerd. Hoe verhoudt deze noodzaak tot indexatie zich tot de gelijktijdige vrijval van €500.000 in 2027 en €500.000 in 2028 uit de spaarvoorziening riolering? c. Leidt de besparing op beheer en onderhoud tot een lager onderhoudsniveau, uitstel van onderhoud of hogere vervangingsinvesteringen in latere jaren? Zo nee, waaruit blijkt dat dezelfde kwaliteit en onderhoudsniveaus kunnen worden gehandhaafd met een lager budget? d. In de VJN wordt voorgesteld om in 2027 en 2028 telkens €500.000 vrij te laten vallen uit de spaarvoorziening riolering. De toelichting verwijst daarbij naar opmerkingen van de accountant zonder verdere uitleg. Kan het college toelichten of deze vrijval is gebaseerd op een lagere feitelijke rioolvervangingsopgave, of uitsluitend op het gegeven dat de geraamde investeringen de afgelopen jaren niet volledig zijn gerealiseerd? e.

Indien de vrijval vooral voortkomt uit achterblijvende realisatie: hoe wordt voorkomen dat een uitvoeringsachterstand financieel wordt verwerkt als lagere benodigde reservering, terwijl de fysieke vervangings- en onderhoudsopgave van het rioolstelsel blijft bestaan? Kan het college daarbij aangeven hoe de vrijval zich verhoudt tot de actuele technische rioolopgave uit het Water- en rioolprogramma en of na verwerking van de vrijval nog steeds voldoende middelen beschikbaar zijn om eventuele niet-gerealiseerde rioolinvesteringen uit eerdere jaren alsnog uit te voeren? 6. Ombuiging organisatie/personeel Welke functies, taakvelden of organisatieonderdelen komen in aanmerking voor de voorgestelde besparing van € 500.000 in 2027 oplopend tot € 1 miljoen structureel vanaf 2028, en hoeveel fte betreft dit naar huidige inschatting? 7. Stelpost Algemene uitkering In de VJN wordt vanaf 2028 een structurele stelpost Algemene uitkering van €1,6 miljoen opgenomen. Kunt u toelichten waarop dit bedrag door de toezichthouder is gebaseerd? Hoe verhoudt dit bedrag zich tot de genoemde daling van de algemene uitkering van €6 miljoen vanaf 2028? En welk risico resteert als de veronderstelde compensatie of lastenverlaging in de Jeugdwet niet of slechts gedeeltelijk wordt gerealiseerd? 8.

Afgevallen denkrichtingen Welke alternatieve maatregelen of denkrichtingen met een financieel effect groter dan € 500.000 per jaar zijn door het college onderzocht maar niet opgenomen in de voorjaarsnota, en wat was per maatregel de reden om deze af te wijzen?

Met vriendelijke groet Tobias Westerneng (VVD), Diego Desilvas Mas (DH), GertJan Postma (CDA), Kees Bakker (PvdA), Marleen Remmers (GroenLinks)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=cdd07e63-cde8-4e82-9926-d702fba4dd2e