CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen DH MET ANTWOORD - Toegevoegd d.d. 13 juli 2023

GEMEENTERAAD 19 juli 2023, gemeente HilversumBij agendapunt: Stedenbouwkundig plan Arenapark (1122685)5.124 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen voor de Raadscommissie Ruimtelijk Ordening & Projecten van woensdag 12 juli 2023. Vragen van aan Wethouder over

: Democraten Hilversum : A.R.C. Scheepers : Stedenbouwkundig plan Arenapark

Vragen bij het plan Arenapark /Laapersveld Vraag 1.: wat is de totale oppervlakte van het plangebied Arenapark/Laapersveld? Het college heeft een presentatie gegeven bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Monumenten die een viertal scenario's bevatten. Deze scenario's en ruimtelijke principes geven de denkrichtingen aan. Opvallend is dat dit soort heldere modellen niet zijn voorgelegd tijdens de Omgevingsvisie al discussiepunten voor de samenleving. Opvallend is ook dat er nog steeds volop in 'Sleutelgebied' aantallen woningen wordt gedacht.

I.

OMGEVINGSVISIE

Vier 'scenario's (uit zogenaamde 'schijf van vijf'): 1. Bruisende radialen.............laadvermogen: 8.865 woningen 2. Knooppuntontwikkeling....laadvermogen: 10.565 woningen 3. Tuinstad 2.0.......................laadvermogen: 9.078 woningen 4. Campus XL.......................laadvermogen: 10.000 woningen

II. ECONOMIE "Economisch perspectief (vastgesteld door de gemeenteraad op 21 april 2021)", Bijlage 1. Stedenbouwkundig plan Sportpark p.196 Vraag 2. : waarom verstrekt u foutieve informatie? De raad heeft dit economisch perspectief niet vastgesteld. Vraag 3. : waarom is meer ruimte voor werk als prioritair doel in alle plannen verwerkt waar blijkt dat bewoners het geen prioritair doel vinden.

III. VERKEER Voor de financiering van de verstedelijkingsopgave gaf het college eerder (2020) de indicatie van de investering nodig in het spoor van 200 tot 500 miljoen. Van deze benodigde honderden miljoenen is tot nu toe niets gebleken. Ergo de Strategische Heroriëntatie MIRT, zet in op een afgeschaald OV, en enkel onderhoud en beheer van de A27. "De filedruk neemt toe en het openbaar vervoer wordt verminderd. Bovendien zorgen de woningbouwopgave en de energietransitie voor extra druk op een reeds overbelast systeem." (...) "Daarnaast is het aanbod van openbaar vervoer verminderd vanwege afgenomen passagiersaantallen door de coronapandemie en veranderende behoeften van reizigers." (...) "nieuw is, is dat de mobiliteitstransitie ook door I&W genoemd wordt als mitigerende maatregel voor het ‘on hold’ houden van de A27."(...) "Als de investeringen ‘on hold’ worden gehouden wordt de overbelasting nog groter." Uit: memo 'Mobiliteit in de Regio, 6 juli 2023)

De intercitytrein die nu nog twee keer per uur rijdt tussen Hilversum en de hoofdstad gaat vana 2029 verdwijnen. Daarbij geeft u aan dat toekomstig het aantal buslijnen naar het Sportpark daalt. Vraag 4.: hoe realistisch is het gelet op het bestaande te veronderstellen dat als vandaag nut ennoodzaak ontbreken bij NS/Pro-rail om te investeren in de verplaatsing van het station Sportpark, dat dit standpunt snel wijzigt en moet wijzigen wil de schop de grond in gaan in het tijdschema van 2029 wat u voor ogen staat? Vraag 5.: wat is uw plan B. als de verplaatsing niet realistisch is? N.a.v. Bijlage 6. OV Knoop Hilversum Sportpark - Handelingsperspectief, Goudappel, 26.01.2022, Bij het maken van een 'worst-case' scenario zou je verwachten de somberste verwachtingen mee te nemen. Vraag 6.: waarom worden hier onder motivering van 'worst-case' elementen weggelaten? Vergelijk "Omdat onbekend is hoe groot het aandeel medewerkers is van de bezoekers van het Nike Experience en Conference Center, is hiermee in de berekening geen rekening gehouden. De berekening is dus op dit onderdeel een ‘worst case’- scenario. " "Het Masterplanvoorzietookinhetopheffenvanhetparkerenaandestraattussende Optisport Dudok Arena en de Gooise Atletiek Club. Deze 32 parkeerplaatsen worden intensief gebruikt en zijn zowel overdag als ’s avonds volledig bezet blijkt uit de parkeerdrukmeting.

Het opheffen van deze parkeerplaatsen geeft ook minder verkeer op de Arena. Het opheffen van deze parkeerplaatsen is echter niet meegenomen in vorenstaande berekening." De (wijde) omgeving van het Arenapark/ Laapersveld en de raad hebben baat per direct te weten wat de verkeerseffecten zijn. Verschillende kwantitatieve onderzoeken worden op de lange baan geschoven richting het bestemmingsplan. Zo wordt de mobiliteitspuzzel niet gelegd. "Mobiliteit (....) "De rol van de auto daarin is nog niet helemaal uitgekristalliseerd." Vraag 7.: waarom wordt aangestuurd op een te nemen besluit over een stedenbouwkundig plan terwijl geen volledig onderzoek beschikbaar is naar verkeer en de consequenties voor de omliggende wegen en wordt dit doorgeschoven naar het bestemmingsplan? De puzzel blijkt evenmin gelegd voor de P+R. "De vraag is of Hilversum Sportpark daarmee de plek moet zijn voor een goede hoogwaardige P+R, of dat andere stations in de omgeving daarvoor meer voor de hand liggen." Vraag 8.: waarom zit P&R in plan Arenapark als nut en noodzaak onzeker zijn? En welk effect heeft het eventueel schrappen op andere plannen zoals de Gebiedsagenda centrum? "Het busnetwerk gaat veranderen door de komst van de busbaan langs het spoor Amersfoort-Hilversum.

Voor Hilversum Sportpark betekent dit een afname van het aantal bus bewegingen." Vraag 9.: Is het niet merkwaardig dat wordt gesproken over een OV knooppuntontwikkeling als het aantal bus-bewegingen richting het Arenapark afneemt?

In het Uitvoeringsprogramma Mobiliteitsvisie 2040, staat onder Samenwerken met bedrijven en verkleinen in-en-uitgaande pendel "Met ondernemers zijn concrete afspraken gemaakt over het inzetten van mobiliteitsmanagement" Vraag 10. : wat zijn de actuele vervoersmanagementafspraken op het Arenapark/ Laapersveld? Wat het aspect trein betreft, is de ambitie om in te zetten op een hogere frequentie na 20.00. Vraag 11. : is een hogere frequentie verwerkt in de plannen van NS/Prorail? Vraag 12. : wie draagt de financiële last van een eventuele hogere trein-frequentie? Fiets. Om de barrièrewerking van het spoor te verminderen zijn (...) "meer oost-west verbindingen voor de fietser tussen het Arenapark en Laapersveld" nodig. Vraag 13. : hoeveel meer verbindingen? Waar? In welke vorm? Tegen welke kosten? Voor wiens rekening? Veiligheid. "Uit de bespreking met betrokken partijen in de werksessie blijkt dat met name als het donker is (‘s avonds en in de namiddag en vroege ochtend in de winter) en tijdens de weekenden de sociale veiligheid een punt van aandacht op het dan vaak rustige station is." "Er ligt een opgave om de sociale veiligheid verder te vergroten." Ligt die opgave er echt? "Er worden verwaarloosbaar weinig veiligheidsmeldingen gedaan." "De stationsbelevingsmonitor laat een gemiddelde score op sociale veiligheid zien." Vraag 14.

: kunt u met cijfers onderbouwen dat het onveiligheid is door de ontwikkeling van criminaliteitscijfers in dit gebied in beeld te brengen van de laatste 5 jaren? Vraag 15. : waarom zou het ongunstig zijn als het in avonduren ergens rustig is? En neemt de kansop incidenten doorgaans af of toe als meer mensen op een locatie samenkomen? Vraag 16. : waar onder de huidige gemeentelijke omstandigheden al capaciteiteitsproblemen bestaan bijvoorbeeld voor het aantal agenten, hoe aannemelijk is het dan dat voorzien wordt in tijdig meegroeien om niet het risico te lopen in Hilversums deel het weliswaar veel drukker maar niet per se veel veiliger wordt? "Naast scholieren en forensen, ligt er een kans om het aandeel recreatieve reizigers te vergroten (dit voorkomt tevens grotere drukte in de hyperspits). Dit kan gedaan worden door op Hilversum Sportpark het Buitenpoort concept toe te passen, gezien de nabije ligging van natuur- en recreatiegebieden." Vraag 17. : wat is de achterliggende gedachte om meer recreatieve reizigers naar een bedrijvenpark te willen loodsen in plaats van bijvoorbeeld Hollandsche Rading? Vraag 18. : hoe wordt uitgesloten dat deze recreanten geen deel kunnen uitmaken van de 'hyperspits'? Vraag 19. : is dit Buitenpoort idee Sportpark afgestemd met het GNR? NS/Pro-rail ? of de MRA?

Vergelijk hoe in het MRA perspectief wordt ingezet op Bussum-zuid als Toeritstisch Opstap Punt richting de natuur. Amendement A20-50 “Arenapark 2.0/ niet op voorhand parkeernorm verlagen” 1 juli 2020. Vraag 20. : waarom ontbreekt dit amendement in het overzicht in het Stedenbouwkundig plan Sportpark?

IV. WONEN N.a.v. Bijlage 3. Programma Wonen Arenapark Hilversum, BSP Vragen over de SWOT: Vraag 21. : waarom is de goede bereikbaarheid met de auto enkel gezien als 'voordeel' en niet als nadeel gelet op het te hanteren STOMP model (volgorde van prioriteiten: Stappen, Trappen, OV, MaaS, Privéauto)? Het hoge percentage bedrijfsruimte wordt als een bedreiging gezien vh creëren v.e. aantrekkelijk woonklimaat. Vraag 22. : waarom gaat het plan dan uit om nog eens 70.000 m2 kantoorruimte toe te voegen? Vraag 23. : waarom zouden weinig woningen een knelpunt zijn op de locatie als het tevens wordt gezien als grote regionale werklocatie? Vergelijk stelling in burgerpanel peiling "Dit is de laatste plek in de regio waar nog veel kantoren kunnen worden gebouwd" Vraag 24. : waarom is de aantasting van het illusielandschap niet opgevoerd als bedreiging? Vraag 25. : waarom is 'hoogstedelijk woon-en-werk-milieu voor de aangrenzende natuur niet als bedreiging genoemd? Vraag 26. : waarom is de instroom uit grote steden als Amsterdam en Urecht een kans en niet een bedreiging? Waar sprake is van "concurrente van aantrekkelijke woon-werkgebieden in andere (nabij gelegen) steden. " Vraag 27. : wat zegt dit uitgedrukt in voor-en-nadelen? Kortom in het algemeen is de vraag 28. hoe arbitrair is deze SWOT op onderdelen?

V. NATUUR Het plangebied grenst direct aan Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Bij de beschrijving van de ligging wordt geen melding gemaakt dat het projectgebied direct grenst aan het NNN. Vraag: waarom maakt u geen melding van NNN? U maakt wel melding van Natura 2000 gebieden. Maar de afstand tussen de projectlocatie en de (milieu)gevoelige gebieden die belangrijk is voor de MER omvat zowel Natura 2000 als NNN gebieden. De massaliteit van de plannen (permanente bewoning, toevoeging voorzieningen, kantooroppervlakte, autoverkeer) zal wijziging brengen in de stikstofdepositie. Daarbij wordt het gebied betrokken in het stimuleren en intensiveren van recreatief gebruik. Vraag 29. : waarom zijn er op basis van de provinciale milieuverordening geen extra belemmeringen te verwachten? Bijlage 1. Stedenbouwkundig plan Sportpark Vraag 30. : Het college stelt dat een verplichte formele MER niet nodig is; is dit niet prematuur omdat belangrijke nadelige milieugevolgen nog niet kunnen worden uitgesloten? Illusielandschap, Provinciale Richtlijn Goed rentmeesterschap door het college zou vanuit het oogpunt van het omringende cultuurhistorische landschap hoogbouw dienen uit te sluiten.

‘Voor de leefomgevingskwaliteit is het essentieel de waarden van landschap en cultuurhistorie te benoemen, te behouden, waar nodig adequaat te herstellen en waar mogelijk te versterken en te ontwikkelen.’ [Provinciale Omgevingsvisie NH2050] "Voor bebouwing direct aan de rand is de hoogte van de bomen en de dichtheid van de beplanting van belang. Bouw aan de rand niet hoger dan de ‘boomgrens’ (ca. 15 meter). In de richting van het centrum van de kernen is hogere bebouwing mogelijk, mits de bebouwing onzichtbaar blijft vanaf de heideterreinen." (...) "Het koesteren en versterken van de groenstructuur van het ‘illusielandschap." [Uit: Prachtlandschap Noord-Holland, Leidraad Landschap & Cultuurhistorie Provinice Noord-Holland, 2018] Het beeldmateriaal met zichlijnen vanaf laapersheide met boomhoogten van 20 en 25 meter op afstand zou moeten onderbouwen dat geen schade optreedt voor het illusielandschap. (Bijlage1. Stedenbouwkundig plan Sportpark).

Wie ter plekke gaat kijken ziet de verstoring door 6-de bouwlaag. En de geplande nieuwbouw met name langs het spoor gaat aanzienlijk hoger dan 6 bouwlagen; eerder 9 bouwlagen = 30 meter; en aangegeven is dat 35 meter ook zou worden toegestaan op het Arenapark.

Vraag 31. : waarom maakt u plannen waarmee u het illusielandschap verstoort? Vraag 32. : waarom ontbreekt de Leidraad Landschap & Cultuurhistorie, Provinice NoordHolland, 2018 als bron in het Stedenbouwkundig plan Sportpark, terwijl blijkens een plaatje uit de presentatie voor de CRK&M wel geput is uit dit stuk? VI. FINANCIËN "De te realiseren maatschappelijke functies zijn geen onderdeel van de business case en worden apart gefinancierd. Het gaat hierbij om de volgende functies: Integraal sportcomplex, met daarin: zwembad, multifunctionele sport- en atletiekhal en het programma ter vervanging van de Dudok Arena. Internationale school." Bijlage 1. Stedenbouwkundig plan Sportpark, p.187 Vraag 33. : waarom maken de maatschappelijke functies waar zo hoog over wordt opgegeven geen onderdeel uit van de business case? Voor de bespreking van de Arenapark plannen heeft het college de commissieleden getrakteerd op 700 pagina's aan informatie verpakt in bijlagen. Bijlage 1. Stedenbouwkundig plan Sportpark Bijlage 2. Programma Werken Arenapark Hilversum, BSP Bijlage 3. Programma Wonen Arenapark Hilversum, BSP Bijlage 5. Participatieverslag Hilversum aan het woord Bijlage 6. OV Knoop Hilversum Sportpark - Handelingsperspectief, Goudappel, 26 01 2022 Bijlage 7. Koersdocument Mobiliteit Hilversum Arenapark, Goudappel, 23 06 2022 Bijlage 8.

Onderbouwing Mobiliteit stedenbouwkundig plan Arenapark, Goudappel, 17 04 2023 Bijlage 1 Ruimtelijk pve Sportcomplex Arenapark Bijlage 2 Integratiemogelijkheid maatschappelijk vastgoed Arenapark Bijlage 3 Businesscase gymnastiek en atletiek De hoeveelheid en ingeschakelde externe bedrijven doet roept de nieuwsgierigheid op hoeveel geld hieraan is uitgegeven. Vraag 34. : kunt u per bovengenoemde bijlage de kosten aan te geven? In de achterliggende tien jaren is gesproken met de eigenaren op het Arenapark over de plannen. In de laatste jaren werd functiemenging met wonen en maatschappelijke voorzieningen nadrukkelijk genoemd. Daarmee nam de waarde van de grond toe. Democraten Hilversum informeerde eerder naar de verdeling van de kosten en opbrengsten

samenhangend met het ontwikkelen op gronden van derden. Het college antwoordde daarover in gesprek te zijn. Vraag 35. : hoeveel grondtransacties hebben sinds die tijd plaatsgevonden in het ontwikkelgebied? Vraag 36. : wat is de actuele status van de gesprekken over de verdeling van de kosten en opbrengsten van ontwikkelingen op gronden van derden? VII. JURIDISCH Het huidige bestemmingsplan Arenapark wordt deel van het tijdelijke Omgevingsplan. Afwijken van het Omgevingsplan kan middels een ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’, ofwel bopa. Vraag 37. : zijn dit de gevallen waarin de raad bindend kan adviseren of het college wel of niet een besluit mag nemen om af te wijken van het (tijdelijke) Omgevingsplan? De aanname dat er één Omgevingsplan voor heel Hilversum komt blijkt niet uit de gedachte om te gaan werken aan een Omgevingsplan voor een kerngebied. Vraag 38. : wat is de definitie van een 'kerngebied'? Vraag 39. : aan welk 'kerngebied denkt u? Vraag 40. : wat zijn de consequenties van een 'kerngebied' in voor-en-nadelen? Recent antwoordde het college op mondelinge vragen over gebrek aan participatie bij een bouwplan aan de Tweede Loswal dat participatie niet verplicht is. Hier schrijft u "Op grond van de Ow is een initiatiefnemer van een project verplicht invulling te geven aan participatie." Vraag 41. : is participatie wettelijk wel of niet verplicht? Bijlage 1.

Stedenbouwkundig plan Sportpark,

Conceptantwoord -penvoerder is Ine Tibosch Vraag 1.: wat is de totale oppervlakte van het plangebied Arenapark/Laapersveld? Antwoord: Het totale oppervlak van het projectgebied is ca. 30 hectare. Vraag 2. : waarom verstrekt u foutieve informatie? De raad heeft dit economisch perspectief niet vastgesteld. Antwoord: Het raadsvoorstel Economisch Perspectief 2040 is inderdaad op 21 april 2021 “aangenomen”. In het raadsbesluit staat “1. Het Economisch Perspectief 2040 te gebruiken als bouwsteen voor de Omgevingsvisie en de herijking van de agenda Economie & Media 2020-2021; 2. De ontwikkelprincipes mee te wegen in lopende en nieuwe projecten en initiatieven”. Vraag 3. : waarom is meer ruimte voor werk als prioritair doel in alle plannen verwerkt waar blijkt dat bewoners het geen prioritair doel vinden. Antwoord: Op basis van het vastgestelde Masterplan Arenapark 2.0 en enkele moties is met behulp van de Scenariostudie Arenapark (waar de raadscommissie over heeft geadviseerd) toegewerkt naar het programma zoals nu opgenomen in het stedenbouwkundig plan. In het nieuwbouwprogramma wordt met meerdere belangen rekening gehouden; zowel met ruimte voor wonen als ook het invullen van de behoefte aan ruimte voor werken. Deze behoefte blijkt ook uit de Monitor Economie 2022, zoals toegelicht in de collegebrief van 9 februari 2023.

Vraag 4.: hoe realistisch is het gelet op het bestaande te veronderstellen dat als vandaag nut en noodzaak ontbreken bij NS/Pro-rail om te investeren in de verplaatsing van het station Sportpark, dat dit standpunt snel wijzigt en moet wijzigen wil de schop de grond in gaan in het tijdschema van 2029 wat u voor ogen staat? Antwoord: Met NS en ProRail is uitgebreid gesproken over de gebiedsontwikkeling en de ambitie (en de nut en noodzaak) om het station te verplaatsen. Dit heeft geleid tot de “bestuurlijke brief Stedenbouwkundig plan Arenapark & vervolg samenwerking” (collegebesluit 9 mei 2023) die ondertekend is door NS, ProRail, provincie en gemeente. De spoorse partijen en de provincie steunen de gebiedsontwikkeling. Onderdeel van deze afspraken is gezamenlijk onderzoek naar de nieuwe spooronderdoorgang en het verplaatsen van station Hilversum Sportpark. Een besluit over verplaatsing van het station volgt na afronding van dit onderzoek, waarin ook de financiering wordt uitgewerkt. Vraag 5.: wat is uw plan B. als de verplaatsing niet realistisch is? Antwoord: Na het bovengenoemde onderzoek en de uitwerking van de financiering (inclusief subsidies) kunnen conclusies worden getrokken over de haalbaarheid en kan de wenselijkheid van alternatieven worden bepaald.

Vraag 6.: waarom worden hier onder motivering van 'worst-case' elementen weggelaten? Antwoord: De vraag verwijst naar het Handelingsperspectief (bijlage 6). Voor de meest actuele berekeningen m.b.t. mogelijke reizigersgroei in relatie tot het station wordt verwezen naar het Koersdocument (bijlage 7), dat na het handelingsperspectief is opgesteld.

Vraag 7.: waarom wordt aangestuurd op een te nemen besluit over een stedenbouwkundig plan terwijl geen volledig onderzoek beschikbaar is naar verkeer en de consequenties voor de omliggende wegen en wordt dit doorgeschoven naar het bestemmingsplan? Antwoord: We werken van grof naar fijn. In deze fase is op hoofdlijnen gekeken naar de mobiliteitsaspecten (zie bijlage 8). Nadat de raad het stedenbouwkundig plan – en het daarin opgenomen nieuwbouwprogramma – heeft vastgesteld zullen meer gedetailleerde onderzoeken worden verricht (o.a. naar verkeer en milieu). Op basis daarvan kan het bestemmingsplan/omgevingsplan worden opgesteld, dat vervolgens te vaststelling aan de raad wordt voorgelegd. Vraag 8.: waarom zit P&R in plan Arenapark als nut en noodzaak onzeker zijn? En welk effect heeft het eventueel schrappen op andere plannen zoals de Gebiedsagenda centrum? Antwoord: U haalt een zin aan uit het Handelingsperspectief (bijlage 6) dat al in 2022 ter voorbereiding op het stedenbouwkundig plan is opgesteld. Daarna is, zowel vanuit het stedenbouwkundig plan als vanuit het (concept) Uitvoeringsprogramma Mobiliteitsvisie, duidelijk geworden dat een P&R dicht bij het verplaatste station een logische keuze is, om een complete mobiliteitshub met meerdere modaliteiten te maken. In het stedenbouwkundig plan wordt uitgegaan van een P&R van ca 140 parkeerplaatsen.

Het eventueel schrappen zal effect hebben voor met name de automobilisten die in de P&R willen parkeren en via trein of bus verder willen reizen. In hoeverre dat ook gevolgen heeft voor andere projecten en de Gebiedsagenda centrum, zal vanuit die invalshoek moeten worden bepaald. Vraag 9.: Is het niet merkwaardig dat wordt gesproken over een OV knooppuntontwikkeling als het aantal bus-bewegingen richting het Arenapark afneemt? Antwoord: Nee, zeker niet. Een OV-Knooppunt is een locatie waar verschillende vervoerslijnen bij elkaar komen en zegt niks over de frequentie en hoeveelheid. In dit geval komen treinen en bussen op één locatie bij elkaar en kan men dus ook overstappen op een andere vervoersmiddel. Vraag 10. : wat zijn de actuele vervoersmanagementafspraken op het Arenapark/ Laapersveld? Antwoord: Er zijn geen actuele vervoersmanagementafspraken gemaakt met de ondernemers op het Arenapark/ Laapersveld. Het stuk tekst waar u naar verwijst is een beoogde resultaat van een deelproject van het Uitvoeringsprogramma mobiliteitsvisie. Het is wat wij willen bereiken met het deel “samenwerken met bedrijven en verkleinen inen uitgaande pendel”. Vraag 11. : is een hogere frequentie verwerkt in de plannen van NS/Prorail? Antwoord: Nee nog niet. Het is onze ambitie. Vraag 12.

: wie draagt de financiële last van een eventuele hogere trein-frequentie? Antwoord: Dat is een spoorse business case, waarin naar verwachting de mogelijke extra reizigers een rol spelen.

Vraag 13. : hoeveel meer verbindingen? Waar? In welke vorm? Tegen welke kosten? Voor wiens rekening? Antwoord: in het stedenbouwkundig plan is één nieuwe brede spooronderdoorgang opgenomen, in combinatie met het verplaatste station Sportpark. De financiën worden toegelicht in de geheime bijlagen 9 en 10. Vraag 14. : kunt u met cijfers onderbouwen dat het onveiligheid is door de ontwikkeling van criminaliteitscijfers in dit gebied in beeld te brengen van de laatste 5 jaren? Antwoord: nee, die cijfers hebben we niet in kaart gebracht in het kader van het project Arenapark. Wel is de sociale veiligheid op de perrons (met name in de avonduren) een item dat door meerdere stakeholders naar voren wordt gebracht. Vraag 15. : waarom zou het ongunstig zijn als het in avonduren ergens rustig is? En neemt de kansop incidenten doorgaans af of toe als meer mensen op een locatie samenkomen? Antwoord: De sociale veiligheid gebaat is bij voldoende mensen (intensiever gebruik door verschillende type reizigers / doelgroepen). Vraag 16.

: waar onder de huidige gemeentelijke omstandigheden al capaciteiteitsproblemen bestaan bijvoorbeeld voor het aantal agenten, hoe aannemelijk is het dan dat voorzien wordt in tijdig meegroeien om niet het risico te lopen in Hilversums deel het weliswaar veel drukker maar niet per se veel veiliger wordt? Antwoord: Ook als Hilversum groeit, blijft de gemeente verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid. Vraag 17. : wat is de achterliggende gedachte om meer recreatieve reizigers naar een bedrijvenpark te willen loodsen in plaats van bijvoorbeeld Hollandsche Rading? Antwoord: Het Buitenpoort concept is een kans gezien de directe nabijheid van natuur- en recreatiegebieden (en bijvoorbeeld het Voetstappenpad). Het creëert draagvlak voor het station Sportpark, zonder dat het aantal reizigers in de spits wordt vergroot, omdat de recreatieve reizigers met name buiten de spits reizen. Zie o.a. pagina 70 van het Handelingsperspectief (bijlage 6). Vraag 18. : hoe wordt uitgesloten dat deze recreanten geen deel kunnen uitmaken van de 'hyperspits'? Antwoord: niet. Maar het is bekend de recreatieve reizigers met name in het weekend en buiten de spits reizen. Vraag 19.

: is dit Buitenpoort idee Sportpark afgestemd met het GNR? NS/Pro-rail ? of de MRA? Antwoord: het Handelingskader (bijlage 6) en Koersdocument (bijlage 7) zijn opgesteld in overleg met de spoorse partijen en de provincie. GNR is betrokken bij het opstellen van het stedenbouwkundig plan en de relatie die daarin wordt gelegd met het omliggende GNR-gebied. Het Buitenpoort concept kan later met de betrokken partijen nader worden uitgewerkt. Vraag 20. : waarom ontbreekt dit amendement in het overzicht in het Stedenbouwkundig plan Sportpark?

Antwoord: het Amendement A20-50 is gericht op “het niet op voorhand verlagen van de parkeernorm”. Het amendement wordt genoemd en toegelicht op pagina 2 en pagina 6 van het raadsvoorstel. In het raadsvoorstel en het stedenbouwkundig plan wordt toegelicht dat ‘Mobiliteit van de toekomst’ één van de zes principes van het stedenbouwkundig plan is. Daarnaast wordt in het raadsvoorstel toegelicht dat het gemeentelijk parkeerbeleid wordt geactualiseerd, met als eerste stap de concept Nota parkeernormen 2023. Na vaststelling van het stedenbouwkundig plan wordt op basis van het dan vigerende parkeerbeleid een mobiliteitsplan/parkeerplan opgesteld. Vraag 21. : waarom is de goede bereikbaarheid met de auto enkel gezien als 'voordeel' en niet als nadeel gelet op het te hanteren STOMP model (volgorde van prioriteiten: Stappen, Trappen, OV, MaaS, Privéauto)? Antwoord: de SWOT-analyse benoemt de goede bereikbaarheid (met trein en via snelweg) als kwaliteit. Het klopt dat het daardoor lastiger kan zijn om het autogebruik te reduceren. Vraag 22. : waarom gaat het plan dan uit om nog eens 70.000 m2 kantoorruimte toe te voegen? Antwoord: Zie het raadsvoorstel. In de moties M20/56 en M20/60 is het college door de raad verzocht meer ruimte te creëren voor werken en wonen op het Arenapark. Het stedenbouwkundig plan biedt, in aanvulling op het masterplan, meer ruimte voor wonen (van ca.

100 woningen naar 850 tot 900 woningen) en werken (van ca. 45.000m2 naar 70.000m2 BVO). Zie ook het antwoord op vraag 2 en 3 om de behoeft aan extra ruimte voor werken. Vraag 23. : waarom zouden weinig woningen een knelpunt zijn op de locatie als het tevens wordt gezien als grote regionale werklocatie? Antwoord: Om een aantrekkelijk woonmilieu te realiseren is het van belang dat er voldoende woningen binnen het plangebied komen. Bij een klein(er) aantal woningen kan het gevoel ontstaan dat men in een werk-milieu woont. Vraag 24. : waarom is de aantasting van het illusielandschap niet opgevoerd als bedreiging? Antwoord: Het rapport “Programma Wonen Arenapark Hilversum” beschrijft het kansrijke woonprogramma. De stedenbouwkundige opzet en de aansluiting op de omgeving wordt beschreven in het stedenbouwkundig plan. Vraag 25. : waarom is 'hoogstedelijk woon-en-werk-milieu voor de aangrenzende natuur niet als bedreiging genoemd? Antwoord: zie het antwoord op vraag 24. Vraag 26. : waarom is de instroom uit grote steden als Amsterdam en Urecht een kans en niet een bedreiging? Antwoord: het is een kans omdat het een onderdeel is van de woningbehoefte, zie ook pagina 43. Waar sprake is van "concurrente van aantrekkelijke woon-werkgebieden in andere (nabij gelegen) steden. "

Vraag 27. : wat zegt dit uitgedrukt in voor-en-nadelen? Antwoord: zie paragraaf 6.3 (pagina 48 en verder) en de conclusies in hoofdstuk 7, waarin vraag en aanbod met elkaar worden vergeleken. Kortom in het algemeen is de vraag. vraag 28. hoe arbitrair is deze SWOT op onderdelen? Antwoord: de SWOT moet vooral in zijn geheel worden bekeken en is een analyseinstrument dat een beeld schetst. Vraag 29. : waarom zijn er op basis van de provinciale milieuverordening geen extra belemmeringen te verwachten? Bijlage 1. Stedenbouwkundig plan Sportpark Antwoord: De betreffende zin staat op p. 298 van het Stedenbouwkundig plan en heeft betrekking op de paragraaf ‘Milieu en Bodem’. In deze paragraaf zijn de diverse milieuaspecten beschouwd, waaronder de provinciale milieuverordening (Omgevingsverordening NH2020). Andere dan de genoemde aspecten zijn vanuit deze verordening niet aan de orde, daarmee zijn er geen extra belemmeringen te verwachten. Vraag 30. : Het college stelt dat een verplichte formele MER niet nodig is; is dit niet prematuur omdat belangrijke nadelige milieugevolgen nog niet kunnen worden uitgesloten? Antwoord: Pagina 191 van het Stedenbouwkundig plan gaat in op de 'Milieu Effect Rapportage'.

Toegelicht is dat geen formele MER is vereist op grond van de in de Wet milieubeheer opgenomen 'drempels', omdat het programma van het Stedenbouwkundig plan deze 'drempels' niet overstijgt. Vervolgens is toegelicht dat de gevolgen voor het milieu in beeld moeten worden gebracht. Dat gaan we doen via een zgn. vrijwillige milieueffectrapportage. Daarnaast is genoemd dat ook een m.e.r. noodzakelijk kan zijn op grond van een vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming. Vraag 31. : waarom maakt u plannen waarmee u het illusielandschap verstoort? Antwoord: Zie paragraaf 3.3 (pagina 50) en ook pagina 148 van het stedenbouwkundig plan. Daarin wordt ingegaan op “Zicht op Arenapark vanaf Laapersheide”. Het is de bedoeling dat de stad vanuit de omliggende natuurgebieden zo min mogelijk zichtbaar is. Hier wordt op gestuurd door de bouwhoogte te maximeren. Daarnaast zet het stedenbouwkundig plan in op het planten van een rij hogere bomen aan de zuidzijde van de Diependaalselaan. Wanneer ze volgroeid zijn, gaat bebouwing tot 25 meter achter de bomen verscholen. Met accenten tot 30 of 35 meter kan er op sommige plekken bebouwing zichtbaar zijn. Voor een goede inpassing van de gebouwen worden op de spelregelkaart, in het beeldkwaliteitsplan en de kavelpaspoorten speciale richtlijnen vastgelegd. Vraag 32.

: waarom ontbreekt de Leidraad Landschap & Cultuurhistorie, Provinice NoordHolland, 2018 als bron in het Stedenbouwkundig plan Sportpark, terwijl blijkens een plaatje uit de presentatie voor de CRK&M wel geput is uit dit stuk? Antwoord: Bijlage 1 geeft een overzicht van het relevante gemeentelijk beleid en noemt ook wat nationale regelgeving en beleid. Er is niet naar gestreefd in deze bijlage ook een uitputtend overzicht te geven.

Vraag 33. : waarom maken de maatschappelijke functies waar zo hoog over wordt opgegeven geen onderdeel uit van de business case? Antwoord: De business case gaat over de gebiedsontwikkeling. Voor de maatschappelijke functies (sportcomplex en onderwijs) worden separate bestuurlijke voorstellen voorbereid. De maatschappelijke functie zijn weliswaar vastgoedontwikkelingen in het gebied, maar kennen kun eigen financiering; hetgeen ook anders wordt verwerkt in de gemeentebegroting. Op beperkte onderdelen (o.a. grondwaarde) is er een relatie met de business case. Zie de financiële bijlagen bij het raadsvoorstel. Vraag 34. : kunt u per bovengenoemde bijlage de kosten aan te geven? Antwoord: Vanaf 2018 heeft de raad de volgende budgetten verstrekt voor het project Arenapark en de voorbereiding van het sportcomplex: Jaar

Bedrag

2018

€ 555.000

2019

€ 240.000

2020

€ 250.000

2021

€ 199.000

2022

€ 440.000

2023

€ 895.000

Totaal

€ 2.579.000

Hiervan is in de periode van 2018 tot heden in totaal iets meer dan € 1,8 miljoen aan plankosten besteed, onder andere voor het opstellen van de bijlagen bij de raadsvoorstellen voor het stedenbouwkundig plan en het sportcomplex. Vraag 35. : hoeveel grondtransacties hebben sinds die tijd plaatsgevonden in het ontwikkelgebied? Antwoord: Die informatie is desgewenst op te vragen bij het Kadaster. Wij hebben geen compleet beeld van de hoeveelheid grond- en vastgoedtransacties die de afgelopen 10 jaar in het gebied hebben plaatsgevonden. Wel is ons van enkele panden/gronden bekend dat die in de afgelopen jaren van eigenaar gewisseld zijn. Vraag 36. : wat is de actuele status van de gesprekken over de verdeling van de kosten en opbrengsten van ontwikkelingen op gronden van derden? Antwoord: In enkele gevallen is met grondeigenaren oriënterend gesproken over kostenverhaal. Na vaststelling van het stedenbouwkundig plan door de raad, kan het kostenverhaal nader worden uitgewerkt en kunnen afspraken met grondeigenaren daarover worden vastgelegd in intentie- en anterieure overeenkomsten. Vraag 37.

: zijn dit de gevallen waarin de raad bindend kan adviseren of het college wel of niet een besluit mag nemen om af te wijken van het (tijdelijke) Omgevingsplan? Antwoord: Vanaf in werking treden van de Omgevingswet hebben burgemeester en wethouders de bevoegdheid om omgevingsvergunningen te verlenen waarbij wordt afgeweken van het Omgevingsplan. De raad kan echter bepalen wanneer hij bij de besluitvorming daarvan betrokken wil zijn. Dat kan door het vaststellen van een ‘lijst van gevallen’ waarbij een bindend advies van de gemeenteraad noodzakelijk is. Op 9 maart 2022 heeft de raad deze 'lijst van gevallen' vastgesteld, zie (onderwerp 20)

https://hilversum.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/400c4c18-ed22-4015-b1daec84ef90d227#3f383e1e-bee9-41cf-85f7-318a7fec2416 Als een omgevingsvergunningaanvraag niet past in het (tijdelijke) Omgevingsplan en voldoet aan de criteria uit de 'Lijst' dan is dus bindend advies van de raad noodzakelijk. Vraag 38. : wat is de definitie van een 'kerngebied'? Antwoord: Met het kerngebied wordt het gebied bedoeld als aangegeven op de plankaart in het stedenbouwkundig plan (zie pagina 82 en 83). Vraag 39. : aan welk 'kerngebied denkt u? Zie het antwoord op vraag 38. Vraag 40. : wat zijn de consequenties van een 'kerngebied' in voor-en-nadelen? Antwoord: Het stedenbouwkundig plan onderscheidt drie gebieden, namelijk het kerngebied, projectgebieden en invloedsgebied. Het kerngebied omvat het direct te ontwikkelen gebied. Het stedenbouwkundig plan bevat de regels voor deze ontwikkelingen die juridisch vertaald zullen worden in het omgevingsplan. Het projectgebied is gelegen buiten het kerngebied. Het stedenbouwkundig plan heeft hiervoor regels geformuleerd die leidend zijn indien vastgoedeigenaren het initiatief nemen voor transformatie, uitbreiding of nieuwbouw. Vraag 41. : is participatie wettelijk wel of niet verplicht? Bijlage 1. Stedenbouwkundig plan Sportpark. Antwoord: vanaf inwerkingtreding Omgevingswet is het verplicht.

Voor een nadere toelichting wordt verwezen wordt naar https://www.google.com/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=&ved=2ahUKEwi2 pNDhyIiAAxWQUKQEHSguA9EQFnoECAwQAQ&url=https%3A%2F%2Fvng.nl%2Fsites%2Fd efault%2Ffiles%2F201911%2Ftoelichting_participatie_raadsleden.pdf&usg=AOvVaw1meIgjwEVHGPuAE5pQogF&opi=89978449 Voor het opstellen van het stedenbouwkundig plan is een uitgebreid participatieproces doorlopen, zoals u kunt lezen in het Participatieverslag (bijlage 5).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=3d94fd26-32a7-409b-8c8f-fcc5e87f0b0b