Startdocument voor de Uitgangspunten en verdere uitwerking vd Transitievisie Warmte Hilversum incl. aangenomen amendementen
Tekst van het document
Startdocument voor de:
Uitgangspunten en verdere uitwerking van de Transitievisie Warmte Hilversum Maart 2021
Inhoud 1.
2.
Inleiding .............................................................................................................................. 2 1.1
Aanleiding ................................................................................................................... 2
1.2
Kaders .......................................................................................................................... 3
1.3
Uitgangspunten ............................................................................................................ 5
1.4
Doelen .......................................................................................................................... 8
1.5
Opgave ....................................................................................................................... 10
Aanpak .............................................................................................................................. 14 2.1
Participatie ................................................................................................................. 15
2.2
Instrumenten voor participatie ................................................................................... 15
2.3
Route naar een aardgasvrij Hilversum ....................................................................... 15
Bijlage I - definities .................................................................................................................. 18
1
1. Inleiding We staan nu aan het begin van het maken van een Transitievisie Warmte. Het startdocument Transitievisie Warmte, dat hier voorligt, geeft een verkenning van de opgave van de warmtetransitie voor Hilversum weer en geeft aan hoe we de komende maanden te werk gaan om te komen tot een visie voor deze warmtetransitie. De uitgangspunten en doelen die de afgelopen maanden zijn opgesteld, gaan we de komende periode bespreken met betrokken partijen, inwoners en ondernemers. Daarmee willen we toetsen of we alles in kaart hebben gebracht om tot een uiteindelijke visie te komen. Datgene wat nog ontbreekt vanuit het oog van de betrokkenen vullen we aan. Zo verbeteren we de kwaliteit van het stuk. Ook moet het participatieproces, en de communicatie daar omheen, ervoor zorgen dat de Hilversumse samenleving op de hoogte is van het doel van de Transitievisie Warmte, de stappen die we gaan zetten en wat zij daar van kunnen verwachten. Tegelijkertijd dient dit startdocument als basis voor participatie met bewoners en ondernemers om te komen tot een fasering van de buurten. Waar landelijk is gekozen om dit op wijkniveau te doen, doen wij dit in Hilversum op buurtniveau. Het gaat namelijk om een aanpak per buurt voor het aardgasvrij-klaar maken van de woningen en gebouwen. Wijken beschouwen wij als een te groot begrip en wij kiezen voor verfijndere aanpak.
Voor Hilversum is dat een herkenbare indeling, ook omdat bewoners zich vaak identificeren met hun buurt en niet zozeer met een wijk. Waar het de opdracht is van het Rijk om na het vaststellen van de Transitievisie Warmte over te gaan op het opstellen van buurtuitvoeringsplannen, kiest Hilversum ervoor om dit vooralsnog niet te doen. Er zijn op dit moment nog te veel onzekerheden om de warmtetransitie haalbaar en betaalbaar te maken. De afgelopen maanden heeft er een verkenning naar de warmtetransitie in Hilversum plaatsgevonden en is er al met een aantal stakeholders gesproken over de uitgangspunten en doelen van de Transitievisie Warmte. In dit startdocument geven we hier een overzicht van. Ook brengen we in beeld binnen welke kaders er in Hilversum gewerkt wordt aan deze visie. Daarnaast geven we weer hoe we de Hilversumse samenleving willen betrekken bij het proces om te komen tot de Transitievisie Warmte.
1.1
Aanleiding
Elke gemeente moet voor het einde van 2021 een Transitievisie Warmte hebben vastgesteld. Dit is afgesproken in het Klimaatakkoord. Maar wat is een Transitievisie Warmte en wat heeft Hilversum hier aan? Nederland heeft afgesproken om uiterlijk in 2050 van het aardgas af te gaan. Hilversum heeft de ambitie om dit in 2040 al te doen. Dat betekent dat we ons daar op voor moeten bereiden. Aan de ene kant moeten we onderzoeken welke alternatieve warmtebronnen voor aardgas beschikbaar zijn en geschikt zijn om alle gebouwen en woningen in Hilversum te verwarmen. In Hilversum vinden wij het belangrijk dat dit betaalbare alternatieven zijn voor alle inwoners en ondernemers. Aan de andere kant moeten alle gebouwen en woningen klaar gemaakt worden voor de overstap naar een andere, duurzame warmtebron. Daarom moeten de gebouwen en woningen goed geïsoleerd worden, zodat er geen warmte verloren gaat en er ook minder warmte nodig is. De Transitievisie Warmte geeft een eerste richting aan de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Ook geeft het een indicatie van het aantal woningen en gebouwen die in de periode tot en met 2030 geïsoleerd en eventueel aardgasvrij gemaakt kunnen worden en hoeveel warmte daar voor nodig is. Daarbij is het belangrijk om te benoemen dat de gemeente zelf niet gaat sturen op aardgasvrij. De
2
mogelijkheden voor alternatieve bronnen en buurtaanpakken worden onderzocht, maar concrete initiatieven tot aardgasvrij worden alleen besproken als deze van onderaf uit de samenleving komen en haalbaar en betaalbaar zijn. Wat gaan we dan concreet doen om ervoor te zorgen dat de woningen en gebouwen voorbereid zijn om over te stappen op een andere warmtebron dan aardgas? Wat kunnen bewoners en ondernemers hier zelf voor doen? Welke alternatieve warmtebronnen voor aardgas zijn er in Hilversum? En is de bestaande infrastructuur geschikt voor alternatieve warmtebronnen? Op al deze vragen moet er een antwoord komen. Sommige vragen kunnen in de eerste Transitievisie Warmte al beantwoord worden, andere vragen hebben misschien nog wat verder onderzoek nodig. Het doel van deze eerste Transitievisie Warmte is om een tijdspad te schetsen waarop buurten gaan isoleren of van het aardgas af gaan. Ook geeft dit tijdspad aan wat er concreet gedaan wordt en nodig is om die stappen te zetten. Denk daarbij aan het onderzoeken van alternatieve warmtebronnen, het lobbyen bij het Rijk voor de betaalbaarheid van de warmte transitie, de collectieve inkoopacties van de energiecoöperaties en de momenten en manier waarop de bewoners en ondernemers kunnen meedenken en doen aan deze plannen. Dat moet voor bewoners en ondernemers duidelijkheid geven over wat dat voor hen betekent.
Als hun buurt al aan de slag gaat met het aardgasvrij-klaar maken van de woningen, dan is het fijn als er bekend is wat er voor nodig is om te komen tot aardgasvrij-klaar en hoeveel tijd daarvoor is. Daarom wordt er een overzicht gegeven van alles wat er gedaan kan worden op weg naar aardgasvrij-klaar. Daarnaast is het belangrijk dat het voor bewoners en ondernemers duidelijk is wie er verantwoordelijk is voor welke actie. Ook dat wordt toegelicht in de Transitievisie Warmte. Zo wordt duidelijk wat er de komende jaren verwacht kan worden van de warmtetransitie. Als er nog geen goede alternatieve warmtebron voor een wijk in zicht is, dan kunnen bewoners en ondernemers rustig hun Cv-ketel vervangen. Maar als er wel in beeld is welk alternatief er voor aardgas ingezet kan worden, dan kan er beter even gewacht worden met het vervangen van de Cv-ketel of het installeren van een warmtepomp, dat scheelt ook onnodige kosten! Wat nu al duidelijk is, is dat het aardgas niet opeens morgen afgesloten wordt. Heel Hilversum gaat zich de komende jaren stapsgewijs voorbereiden op deze warmte transitie, waarbij er continu gekeken wordt naar de keuzes die op dat moment het meest efficiënt en betaalbaar zijn. Het belangrijkste is dat er eerst een oplossing moet komen voor alle afhankelijkheden en onzekerheden van de warmtetransitie, voordat we aan de slag gaan met het loskoppelen van het aardgas.
1.2
Kaders
Het opstellen van een Transitievisie Warmte is een opdracht aan gemeenten vanuit het Rijk. Hieronder is weergegeven hoe dit past binnen de afspraken die er gemaakt zijn op regionaal, provinciaal en landelijk niveau en binnen welke kaders er in Hilversum gewerkt wordt aan het opstellen van deze visie. Internationale afspraken en landelijk beleid Internationaal zijn afspraken gemaakt over het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Hierbij is het doel de temperatuurstijging wereldwijd te beperken tot nog maximaal 2 graden Celsius ten opzichte van 2009. Nederland heeft deze internationale afspraken vertaald in nationaal klimaatbeleid. Het kabinet Rutte I (geformeerd in 2010) wil
3
in 2020 de uitstoot van broeikasgassen met 20 procent teruggebracht hebben ten opzichte van 1990, jaarlijks 2 procent minder energie gebruiken dan het voorgaande jaar, en de energievraag voor 18 procent dekken uit duurzame energiebronnen. Provinciaal beleid De provincie Noord-Holland voert voornamelijk diverse ruimtelijke- en economische toekomstverkenningen uit om in beeld te krijgen hoe de transitie naar duurzame energie er op de lange termijn uit ziet. Hierbij wordt met name gekeken wat de gevolgen zijn voor de economie, het landschap en de samenleving. Voor de korte termijn wordt er vooral ingezet op energiebesparing. Daarbij biedt de provincie ondersteuning aan gemeenten en woningbouwcorporaties, door kennis en ervaring te bundelen en te delen. Ook biedt zij ondersteuning aan initiatieven van inwoners en bedrijven, onder andere door subsidies. Regionale samenwerking In de regio Gooi en Vechtstreek werken overheden, energiecoöperaties, waterschap, wateren elektriciteitsnetbeheerders, huurdersverenigingen en woningcorporaties sinds november 2017 samen aan de regionale energietransitie. Onder het motto ‘Samen op pad’ bespreken zij dit regelmatig in het Bestuurlijk Overleg Energie Gooi en Vechtstreek (BOEG). Ook bij het opstellen van de nieuwe Regionale Samenwerkingsagenda 2019-2022 hebben de gemeenteraden allemaal de energietransitie als speerpunt ingebracht.
De gemeenten willen aansluiten bij de landelijke CO₂-besparingsdoelstelling. Daarbij gaat het om: 1) Het versnellen van het verduurzamen van de gebouwde omgeving (o.a. energiebesparing); 2) Transitie naar een aardgasvrije regio met hernieuwbare energie. Om dit laatste punt te realiseren wordt er bovenregionaal samengewerkt: de regio Gooi en Vechtstreek vormt een deelregio binnen de Regionale Energie Strategie Noord-Holland Zuid (RES NHZ). De regio Gooi en Vechtstreek is hierin bestuurlijk vertegenwoordigd door de Hilversumse portefeuillehouder Klimaat & Energie. In de RES wordt aangegeven wat de mogelijkheden zijn voor het opwekken van zon- en windenergie en hoe de bijbehorende energie infrastructuur op een zorgvuldige manier uitgewerkt wordt, zodat het niet de kwaliteit van de omgeving verstoort. Hilversum is in het voorjaar van 2020 begonnen met de startanalyse voor de Transitievisie Warmte en stuurt deze het vierde kwartaal van 2021 naar de gemeenteraad. De gemeenten Blaricum, Laren, Wijdemeren, Gooise Meren en Huizen zijn iets later gestart en werken op regionaal niveau met elkaar samen om de Transitievisie Warmte op te stellen, die vervolgens wel op gemeentelijk niveau geschreven en vastgesteld worden. Dit doen de vijf gemeenten onder begeleiding van een projectleider van de Regio en een extern adviesbureau.
Omdat Hilversum voor liep in het opstellen van deze visie, blijft Hilversum dit traject zelfstandig doorlopen. Uiteraard wordt er wel afgestemd met de regiogemeenten over de ontwikkeling van de Transitievisie Warmte. Hilversums beleid De visie Klimaatneutraal Hilversum 2050 is opgesteld naar aanleiding van een door de gemeenteraad aangenomen initiatiefvoorstel van PvdA, GroenLinks en ChristenUnie in 2010 om te werken aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en de energievraag. Deze visie is de Hilversumse vertaling van de internationale afspraken en het nationaal klimaatbeleid, en dient als leidraad voor de meerjarige uitvoeringsprogramma’s
4
tot 2050. Bij de vaststelling in 2012 van de ambitie om klimaatneutraal te zijn in 2050, zijn drie prioriteiten opgesteld: (1) klimaat en energie, (2) duurzame bedrijfsvoering en (3) duurzaam bedrijfsleven. Daarnaast is burgerparticipatie benoemd als onmisbaar hulpmiddel om succesvol te kunnen zijn. Het eerste uitvoeringsprogramma 2012-2015 is een tussenstap in de ambitie om als gemeente in 2050 klimaatneutraal te zijn. Het tweede uitvoeringsprogramma Duurzaam Hilversum 2016-2020 bouwt hier op voort en heeft als extra kader van de gemeenteraad meegekregen om toe te werken naar 30 procent CO₂-besparing in 2020. Daarnaast is specifiek prioriteit gegeven aan isoleren, zonne-energie op grote daken en de voorbeeldfunctie van de gemeente. In dit programma is duidelijk gekozen voor samenwerking met de Hilversumse samenleving, onder andere via de Green Deals en de Hilversum100 (voorheen Energieplatform Hilversum). De evaluatie van het lopende programma en het nieuwe uitvoeringsprogramma 2021-2025 kunnen in het eerste kwartaal van 2021 in de gemeenteraad geagendeerd worden. Het huidige college heeft als doelstelling toegevoegd dat Hilversum in 2040 aardgasvrij wil zijn. De afgelopen jaren is dit als thema toegevoegd aan de jaarplannen.
Er zijn ook concrete projecten voor aardgasvrij in ontwikkeling in de Hilversumse Meent, waarvoor de aanvraag in het kader van het Programma Aardgasvrije Wijken is toegekend, en Kerkelanden. Ook landelijk is specifieke inzet te zien op het thema aardgasvrij, wat naast de klimaatdoelen voortkomt uit het afbouwen van de gaswinning in Groningen. Op het thema isoleren en aardgasvrij heeft de gemeente de ‘regierol’ gekregen vanuit het landelijk Klimaatakkoord. Dat betekent onder andere dat elke gemeente een Transitievisie Warmte maakt, die elke vijf jaar wordt herzien en waarbij jaarlijks een wijkuitvoeringsprogramma opgesteld wordt. De gemeente Hilversum geeft invulling aan de regierol door: 1) Kaders te stellen; 2) Uitgangspunten en randvoorwaarden te formuleren; 3) Belanghebbenden, inwoners, bedrijven en stakeholders in alle fasen van de transitie te betrekken; 4) Ervaringen op te doen en te delen bij het aardgasvrij(klaar) maken van de Hilversumse Meent o.b.v. de landelijke toekenning vanuit het Programma Aardgasvrije Wijken. 5) Bij toekomstige gebiedsontwikkeling de mogelijkheden te onderzoeken om bij te dragen aan het aardgasvrij maken en het renoveren van gebouwen. Ook verkennen we de kansen met de omliggende gebieden om de uitgangspunten van de Transitievisie Warmte te realiseren in het nieuw te ontwikkelen gebied.
1.3
Uitgangspunten
Naast de internationale afspraken, het landelijk, regionaal en lokaal beleid, zijn afgelopen maanden samen met netbeheerders, woningcorporaties, waterschap, waterleidingbedrijf, energiecoöperaties en Green Deal coaches de volgende uitgangspunten benoemd waar bewoners, ondernemers en organisaties zich aan vast kunnen houden. Deze uitgangspunten zijn geformuleerd in de wij-vorm, omdat de gemeente zich goed beseft dat zij de grote opgave van de warmtetransitie niet alleen kan realiseren. Daarom werkt de gemeente hierin nauw samen met de Hilversumse bewoners, ondernemers, organisaties en partners.
5
1. We koersen op 2050 klimaatneutraal en 2040 aardgasvrij; elke vijf jaar stellen we nieuwe concrete doelen voor de komende periode. Hilversum heeft heldere ambities op de lange termijn. Elke vijf jaar vertalen we die in doelen op de middellange termijn. Daarmee geven we richting aan lokale prioriteiten en het benutten van kansen. 2. We gaan eerst zoveel mogelijk energie besparen. Duurzame energie is schaars, en zeker niet gratis of zonder impact op de omgeving. Wat je bespaart hoef je niet op te wekken. Daarom willen we eerst de energievraag zo ver mogelijk naar beneden brengen. Dit is afhankelijk van het type woning, bijvoorbeeld nieuwbouw of vooroorlogs, de maatregelen die getroffen kunnen worden en de kosten die hiermee gepaard gaan. Als de aanpassingen aan de woning om energie te besparen dusdanig ingrijpend en duur zijn, kan bepaald worden dat label D de enige haalbare en betaalbare keuze is voor die woning. Wanneer deze kosten laag zijn, kan geadviseerd worden om de woning naar energielabel B te brengen. 3. Alle alternatieve warmtebronnen met uitzondering van biomassaverbranding – anders dan bij privé gebruik - zijn denkbaar, zolang deze uiteindelijk klimaatneutraal zijn en bijdragen aan een verbetering van de luchtkwaliteit. Ook moeten de alternatieven passen bij de lange termijn doelen.
Te denken valt bijvoorbeeld aan geothermie en aquathermie, afhankelijk van de beschikbaarheid, maar er zijn nog veel andere alternatieven. Bij de kaderstelling van de Regionale Energie Strategie (RES) is besloten dat grootschalige biomassaverbranding centrales zijn uitgesloten. Om een verbetering van de luchtkwaliteit te realiseren wordt in de transitievisie warmte aangesloten bij het Schone Lucht Akkoord en de daarin genoemde maatregelen ten aanzien van houtrook (hoofdstuk 4). 4. Initiatief van bewoners, ondernemers en organisaties zijn een belangrijk aspect in de prioritering van de buurten. Initiatiefnemers die midden in de samenleving staan, hebben een cruciale rol. Zij staan dicht bij hun buurtgenoten en hebben vaak creatieve ideeën die goed passen in de omgeving. Als er in een buurt initiatieven zijn met een goed plan en een duidelijke achterban, dan maakt dat een buurt kansrijk om alvast mee aan de slag te gaan voor het aardgasvrij-klaar maken van de woningen en gebouwen. Initiatiefnemers worden, als zij dat willen, ondersteund om een trekkende rol te vervullen bij het uitwerken en uitvoeren van de plannen voor hun gebied. Tegelijkertijd sluiten we geen nieuwe initiatieven uit en gaan we op zoek naar een manier om de buurten waar geen initiatieven opkomen te ondersteunen in de stappen naar aardgasvrij-klaar. 5.
Lokaal mede-eigendom van collectieve warmtebronnen zorgt voor draagvlak. Ook voor warmtebronnen kan mede-eigendom van omwonenden en lokale ondernemers bijdragen aan draagvlak en betrokkenheid. Daarom wordt bij het ontwikkelen van collectieve warmtebronnen verkend of lokaal eigendom mogelijk is en welke vorm de meeste meerwaarde biedt. Daarin kijken we onder andere naar de bereidheid van bewoners om te bij te dragen aan de totale kosten van de bron en op welke manier de continuïteit van warmtelevering goed geborgd kan worden.
6
6. We werken met een flexibele gebiedsgerichte aanpak. Aansluitend bij de landelijke ‘wijkaanpak’ (voor Hilversum ‘buurtaanpak’) verkennen we kansen en oplossingen op gebiedsschaal. We doen dat om kansen van collectieve oplossingen en koppelkansen te benutten, maar ook om te zien wat er nodig is om iedereen aan te haken. We beginnen bij de positieve energie die er al is in de buurt en kijken hoe die kan worden verbreed naar andere bewoners en ondernemers in de buurt. Per keer kijken we wat een logische schaal is: bijvoorbeeld straat, blok, buurt of wijk. Ook kijken we daarbij naar de kansen voor en vanuit de naastliggende gebieden. 7. We maken een integrale afweging samen met de buurt bij het buurtuitvoeringsplan. Bij het opstellen van een buurtuitvoeringsplan bekijken we samen met de bewoners en gebouweigenaren in een gebied welke oplossing past. We maken een brede afweging waarin kosten, maar ook klimaatwinst, impact op de omgeving en het gebouw en comfort, (on)gemak en flexibiliteit voor de gebruikers meetellen. De buurtuitvoeringsplannen worden pas opgesteld als de randvoorwaarden voor de warmtetransitie zijn ingevuld of als er een haalbaar bottom-up initiatief is. 8. De transitie is betaalbaar voor bewoners en ondernemers. Een inclusieve en daadkrachtige transitie is alleen mogelijk als een betaalbare omschakeling voor iedereen mogelijk is.
Landelijk is het uitgangspunt dat de omschakeling (woon)lastenneutraal is. Daarmee wordt bedoeld dat het alternatief niet duurder is dan verwarmen op aardgas op het moment dat er besloten wordt op een andere warmtebron over te gaan. Ook de gemeente zal bij haar initiatieven en instrumenten steeds toetsen of het leidt tot betaalbare oplossingen. Daarvoor zijn toegankelijke financieringsoplossingen en transparante terugverdientijden nodig. Voor volledige omschakeling zijn voorlopig ook meestal subsidies nodig. Belangrijk om te signaleren is dat de realisatie daarvan voor een belangrijk deel afhankelijk is van landelijke kostenreductieprogramma’s en subsidies. 9. In elk geval tot 2030 gaan we alleen over tot uitvoering als er breed draagvlak is. Bij het verduurzamen van een woning of gebouw maakt elke eigenaar een eigen afweging. Tegelijkertijd is deze keuze afhankelijk van de collectieve keuze voor een warmtealternatief en de keuze om op een bepaalde datum het gasnet af te sluiten. Het is randvoorwaardelijk dat in de eerste buurten bewoners en gebouweigenaren positief staan tegenover het plan voor verduurzaming. Alleen dan kunnen we daarna verder versnellen. Daarom peilen we hoeveel draagvlak er is en als dat er niet is, moet er een beter plan komen of is er meer tijd nodig.
Na 2030 moet overwogen worden of de gemeente het nodig en wenselijk vindt om meer dwingende instrumenten in te zetten. 11. Onafhankelijke informatie en ondersteuning zijn voor iedereen beschikbaar. De gemeente zorgt er voor dat bewoners en gebouweigenaren op professionele en laagdrempelige wijze onafhankelijke, relevante en actuele informatie wordt aangeboden. Ook dienen bewoners en gebouweigenaren, indien gewenst, ondersteund te kunnen worden in het traject van oriëntatie tot aan het daadwerkelijk uitvoeren van maatregelen. De informatie is helder (eenvoudig te begrijpen), laagdrempelig (eenvoudig te vinden) en toegankelijk (ook voor bezoekers die moeite hebben met lezen, visueel gehandicapt of kleurenblind zijn of een andere beperking hebben). Voor communicatie wordt ook gebruik gemaakt van de gemeentepagina in de Gooi en Eembode, informatiepunten in de wijken (folders, posters) en een informatienummer.
7
1.4
Doelen
De doelen waar binnen de Transitievisie Warmte aan gewerkt wordt, zijn de afgelopen maanden samen met netbeheerders, woningcorporaties, waterschap, waterleidingbedrijf, energiecoöperaties en Green Deal coaches geformuleerd. Deze moeten focus geven aan de buurtuitvoeringsplannen de komende jaren. Aan de hand van deze doelen zullen concrete projecten ontwikkeld worden om te komen tot wijken die aardgasvrij-klaar zijn. 1. Aan de hand van de buurtuitvoeringsplannen gaan we extra woningen en gebouwen aardgasvrij-klaar maken, waar mogelijk in aaneengesloten clusters. De slimste en meest effectieve manier om klimaatimpact te reduceren is isoleren. Zeker als er stilgestaan wordt bij het feit dat duurzame warmte en stroom schaars zijn en dat 80 procent van de Hilversumse woningen en gebouwen nog niet aardgasvrij-klaar is. Hilversum gaat daarom inzetten op de gebiedsgerichte aardgasvrij-klaar aanpak, waar mogelijk in aaneengesloten clusters. Buren nodigen elkaar uit zodat iedereen laagdrempelig betrokken wordt. Daar waar woningcorporaties al een belangrijke slag hebben gemaakt, is het met name van belang dat de verduurzaming van particuliere woningen wordt versneld. Ondernemers spelen in deze buurtaanpak ook een belangrijke rol.
Figuur 1: aardgasvrij-klaar en aardgasvrij als twee belangrijke mijlpalen in de verduurzaming van gebouwen 2. Kansen benutten waar Hilversumse inwoners direct baat bij hebben. In de transitie naar een duurzaam gebouwde omgeving is nog veel innovatie nodig. Vanuit de verkenning van de lokale opgave hebben we een aantal thema’s benoemd die voor Hilversum belangrijk zijn en die tot direct resultaat voor de bewoners leiden. De gemeente heeft zeer beperkt middelen om zelf innovatie te stimuleren, maar zal op deze thema’s kansen benutten door initiatieven te faciliteren en mee te zoeken naar externe financiering. De thema’s zijn: 2a. Schaalbare oplossingen voor G-label panden en monumenten. Hilversumse woningvoorraad heeft circa 40% vooroorlogse woningen en circa 60% naoorlogse woningen. Van deze naoorlogse woningen zijn er ook veel vroeg naoorlogs. Daarnaast heeft de stad bijna 1.000 monumenten. Dat zijn bij uitstek de gebouwen waar veel klimaatwinst te boeken is. Tegelijkertijd is voor deze gebouwen nog het meest onzeker welk isolatieniveau haalbaar is en zijn er waarschijnlijk vaker maatwerkoplossingen nodig. Innovatie gericht op het ontwikkelen van aanpakken voor deze woningen draagt bij aan de specifieke Hilversumse opgave.
8
2b. Werkgelegenheid in de warmtetransitie bevorderen. De warmtetransitie heeft een groot arbeidsmarktvraagstuk in zich. Het biedt een kans om binnen de gemeente de krachten te bundelen vanuit de beleidsterreinen energietransitie, economie en sociaal domein. De grootste uitdaging is om voldoende gekwalificeerde mensen inzetbaar te krijgen voor deze opgave. Enerzijds betekent dit dat er actief samengewerkt moet worden met opleiders, (lokale) bedrijven en maatschappelijke organisaties in en rond Hilversum om voorbereid te zijn op de toekomstige vraag. Anderzijds willen we scholieren, studenten, werkzoekenden en werkenden aantrekken tot de energietransitie en hen begeleiden met bij- en omscholing. Er is de afgelopen jaren al flink geïnvesteerd in de transitie die de arbeidsmarkt vraagt en er lopen al verschillende trajecten om mensen uit de bijstand aan het werk te krijgen, werknemers te stimuleren zich te blijven ontwikkelen en opleidingen en bedrijfsleven aan elkaar te verbinden. Dit zal de komende jaren nog verder bevorderd worden.
9
1.5
Opgave
De uitdaging van de warmtetransitie wordt voor een groot deel beïnvloed door de technische kenmerken van de woningen en gebouwen en de sociaaleconomische kenmerken van de samenleving. Daarom zijn deze kenmerken in kaart gebracht en is er gekeken naar wat dat betekent voor de warmtetransitie in Hilversum. De warmtetransitie kan alleen succesvol zijn als er technische oplossingen zijn voor het aardgasvrij maken van de woningen en de voorbereiding daar op, en als er draagvlak is vanuit de samenleving. Dit is voor het grootste deel afhankelijk van de betaalbaarheid van de transitie voor alle bewoners en partijen. Om de doelstelling van een aardgasvrije gemeente in 2040 te bereiken, moeten er, verspreid over 8 wijken en 34 buurten, 42.324 woningen en 5830 ander vastgoed aardgasvrij-klaar gemaakt worden, waarbij 91.207 inwoners voldoende betrokken zijn geweest. Bovendien zal de huidige warmtevraag van 2600 TJ (TeraJoule) dan middels een alternatieve, hernieuwbare bron voorzien moeten worden. Dat is een enorme opgave voor de komende 20 jaar.
10
Woningen Een groot deel van de Hilversumse woningvoorraad is vooroorlogs (42%) of vroeg naoorlogs (20%). Daar komt nog bij dat er in Hilversum ongeveer 1.000, voornamelijk gemeentelijke, monumenten zijn. Ten opzichte van het inwoneraantal heeft Hilversum drie keer zoveel gemeentelijke monumenten als landelijk. Deze kenmerken maken de opgave nog net weer lastiger. Woningen uit deze bouwjaren hebben doorgaans een lage energielabel, veelal label G. Dat betekent dat er veel gedaan moet worden aan de woning op het gebied van isoleren en energie besparen. Juist voor deze woningen is dat over het algemeen niet zo makkelijk. Dat komt door de manier waarop deze gebouwd zijn, met doorgaans veel holle ruimten tussen balken, vloeren die gemaakt zijn van hout of steenachtig materiaal en in sommige gevallen een buitengevel zonder spouw. Wat het voor de monumenten extra ingewikkeld maakt, is dat er voor renovaties en verbouwingen aan deze gebouwen soms vergunningen nodig zijn vanwege het behoud en beheer van cultureel erfgoed. Daarom is het voor de Hilversumse opgave in de warmtetransitie van groot belang dat er goede, betaalbare en schaalbare oplossingen komen voor het verduurzamen van Glabel panden en monumenten en dat we voor bewoners duidelijk maken welke vergunningen zij hiervoor nodig hebben. Woningeigendom Het type woningeigendom zorgt voor belangrijke verschillen tussen buurten.
In 26 van de 34 buurten zijn koopwoningen het meest voorkomende eigendom type. In 7 buurten zijn woningcorporaties de belangrijkste woningeigenaar. Deze verschillen zorgen voor een verschillende behoefte in aanpak. Voor de buurten waar woningcorporaties de grootste woningeigenaar zijn, vormen zij een belangrijk aanspreekpunt en kan worden gekeken of particuliere woningbezitters kunnen aanhaken bij hun aanpak. In buurten waar vooral koopwoningen staan, is het om te beginnen een uitdaging om te onderzoeken op welke manier alle woningbezitters bereikt kunnen worden.
11
Utiliteitsbouw Tegelijkertijd moet de utiliteitsbouw (alle gebouwen die geen woonbestemming hebben) ook aan de slag met de voorbereiding op de warmtetransitie. Dit beslaat zo’n 12% van alle gebouwen in Hilversum. Deze zijn over het algemeen iets later gebouwd dan de meeste woningen; het gemiddelde bouwjaar ligt op 1958. In 12 buurten is de utiliteit dominant, zoals het kenmerkende Mediapark. Het grootste aandeel van de utiliteitsbouw (38%) betreft kantoorgebouwen. Dat is een bijna twee keer zo hoog aandeel als landelijk. Daarnaast betreft het winkels, zorgvastgoed, onderwijshuisvesting en gebouwen met een industriële functie. Voor utiliteit is ligt de aanpak in een combinatie van een sectorale aanpak (bijv. afspraken over scholen) en een gebiedsaanpak (bijv. voor Mediapark en Arenapark). Opgave isoleren Met een groot aandeel gebouwen met een laag energielabel, valt er in Hilversum enorm veel te winnen op het gebied van energie besparen en isoleren. Door hier op in te zetten, wordt het energiegebruik teruggedrongen en hoeft er dus minder opgewekt te worden. Daarnaast zijn dit maatregelen om in te investeren die direct wat opleveren en die interessant zijn voor de portemonnee. We stimuleren namelijk die maatregelen die een redelijk korte terugverdientijd hebben, zodat het op individueel niveau zinnige investeringen zijn.
Bovendien kan deelname aan collectieve inkoopacties, bijvoorbeeld georganiseerd door de Hilversumse energiecoöperaties, ervoor zorgen dat dit nog beter betaalbaar wordt. De mate van isoleren van de woning is echter wel van meerdere factoren afhankelijk. Zo maakt het type woning, bouwjaar en de status van onderhoud uit of er veel of weinig aanpassingen aan de woning gedaan moeten worden om voldoende energie te besparen dat het energielabel verbeterd kan worden. Als de aanpassingen aan de woning om energie te besparen dusdanig ingrijpend en duur zijn, kan bepaald worden dat label D de enige haalbare en betaalbare keuze is voor die woning. Wanneer deze kosten laag zijn, kan geadviseerd worden om de woning naar energielabel B te brengen.
12
Parallelle trajecten Hilversum werkt tegelijk met het programma Energietransitie en de Transitievisie Warmte aan de Omgevingsvisie, Woonvisie en het Economisch Perspectief 2040. Op hoofdlijnen zijn daar de volgende raakvlakken met de warmtetransitie te onderscheiden:
Programmaplan Energietransitie 2021-2025: hiermee geven we richting aan de komende vijf jaar, op weg naar een aardgasvrij Hilversum in 2040 en een klimaatneutraal Hilversum in 2050. De Transitievisie Warmte maakt onderdeel uit van het programma. De routekaart maken we samen met initiatiefnemers uit Hilversum en de regio en we bekijken wat we de komende jaren concreet kunnen doen, ook in relatie tot de Regionale Energiestrategie en het landelijk beleid.. Woonvisie; raakvlakken zijn de samenwerking met de belangrijkste spelers zoals woningcorporaties. Woningcorporaties hebben landelijk afgesproken (Aedes) hun bestaande voorraad naar energielabel B te brengen. Voor alle nieuwbouw geldt volgens het Bouwbesluit dat dit aardgasvrij is. De raad bespreekt de Woonvisie in het eerste kwartaal van 2021. Hilversum maakt in 2021 nieuwe prestatieafspraken met de woningcorporaties. Economisch Perspectief 2040; deze agenda economie en media richt zich op de economische structuur van Hilversum en de betekenis van werkgelegenheid voor de samenleving.
Centraal staat het vraagstuk: welk economisch perspectief heeft en wil Hilversum? Welk ruimtebeslag vraagt dat en welke instrumenten en samenwerking heeft de gemeente om hierop te sturen? Het belangrijkste raakvlak is het faciliteren en aanjagen van de toename van de lokale investeringen en werkgelegenheid rondom de energietransitie, denk bijvoorbeeld aan vakmensen in de installatiebranche die isoleren en zonnepanelen leggen. Dit zal geagendeerd worden voor de raad van februari 2021.
Er zijn ook reeds lopende initiatieven op het gebied van de warmtetransitie, zoals de Aardgasvrije Meent, het haalbaarheidsonderzoek in Kerkelanden, verduurzamingsprojecten van de woningcorporaties en andere bottom-up initiatieven van betrokken bewoners en ondernemers. We zorgen ervoor dat deze een plek krijgen in de Transitievisie Warmte en dat initiatiefnemers deelnemen aan het participatieproces rondom het opstellen van deze visie.
13
2. Aanpak De transitie naar aardgasvrije wijken gaat over mensen, hun leefomgeving en hun eigen woning. We kunnen die transitie alleen maar realiseren door het samen met de stad en onze partners op te pakken. Een samenwerking waarin we zorgvuldig en stapsgewijs te werk gaan. De eerste stap is het opstellen van de Transitievisie Warmte. Als gemeente hebben wij vanuit het Rijk en het Klimaatakkoord de regierol gekregen voor het proces rondom de warmtetransitie. Omdat de transitie achter de voordeur komt en de alternatieve energiebronnen vooral lokaal gevonden moeten worden, zijn de gevolgen voor de bewoners en ondernemers ingrijpend. Zij moeten goed begeleid en meegenomen worden in de stappen die er gezet moeten worden naar een aardgasvrij Hilversum in 2040. Maar ook betekent dit dat zij mee kunnen denken en doen aan de warmtetransitie. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om dit proces in goede banen te leiden. Dit begint bij het opstellen van de kaders en doelen van de transitievisie warmte, in samenwerking met alle stakeholders. Met deze visie geven we richting en focus aan dit proces naar aardgasvrije wijken. Daarna volgen uitwerkingen in de buurtuitvoeringsplannen op weg naar de daadwerkelijke uitvoering.
Deze plannen worden in Hilversum pas opgesteld als de randvoorwaarden voor de warmtetransitie zijn ingevuld of als er kansen liggen en er bottom-up initiatieven zijn vanuit de samenleving. De participatie en communicatie moeten we in dit bredere kader bezien. In het proces van visie naar wijkuitvoeringsplannen en uitvoering wordt het verhaal steeds concreter. Van uitgangspunten, kaders en planningen naar een plan voor een wijk en vervolgens concrete energieprojecten en het daadwerkelijk verduurzamen van woningen. De rollen van bewoners, vastgoedeigenaren, stakeholders en gemeente veranderen continu. Bewoners en vastgoedeigenaren krijgen een steeds actievere rol: van toeschouwer en adviseur naar samenwerkingspartner en initiatiefnemer. De gemeente heeft eerst de regie, maar gaat een steeds meer faciliterende rol vervullen. Daar moet bij de inrichting van het participatieproces rekening mee gehouden worden.
14
2.1
Participatie
Afgelopen jaar hebben we met een raadsklankbordgroep en met netbeheerders, woningcorporaties, waterschap, waterleidingbedrijf, energiecoöperaties en Green Deal coaches de uitgangspunten, kaders en doelen zoals beschreven in deze notitie besproken. De volgende stap in de participatie is bewoners, vastgoedeigenaren, ondernemers advies te vragen (consulteren) met het doel de kwaliteit van het stuk te verbeteren en binding te krijgen met wat er speelt in de buurten. We willen inzicht krijgen of het afwegingskader compleet is of dat we iets missen dat bewoners juist heel belangrijk vinden. Daarnaast willen we inzicht krijgen hoe bewoners in het vervolg betrokken willen worden, waar er energie is in de buurten om eventueel te starten en inzicht in de zorgen en dilemma’s van bewoners. Ook willen we een beeld krijgen van de koppelkansen met andere thema’s die spelen bij bewoners en in de buurten. Zo kunnen we het startdocument verder aanvullen tot de definitieve transitievisie warmte. Na het vaststellen van de Transitievisie Warmte moet er overgegaan worden tot het opstellen van buurtuitvoeringsplannen. Dit gebeurt in Hilversum alleen als er bottom-up initiatieven zijn, die haalbaar en betaalbaar zijn. Dat wordt gedaan met de stakeholders die daadwerkelijk mee zullen werken aan het project in de buurt en mee bepalen op welke manier en wanneer de buurt van het aardgas af zal gaan.
2.2
Instrumenten voor participatie
Door verschillende middelen in te zetten en verschillende vindplaatsen, krijgen bewoners de mogelijkheid mee te denken. Koplopers, belangenverenigingen en bewonersinitiatieven worden actief uitgenodigd. Er wordt gedacht aan inzet van het burgerpanel, een enquête en enkele online consultatieavonden. Tevens onderzoeken we de mogelijkheid om aan te sluiten bij de (wijk/buurt)bijeenkomsten die in het kader van de omgevingsvisie worden georganiseerd. Voor het benaderen en betrekken van bedrijven en vastgoedeigenaren benutten we de bestaande overlegstructuren en kanalen, zoals o.a. ook onze Green Deal coaches en ondernemersverenigingen. Binnen de gemeentelijke organisatie zorgen we ervoor dat we op andere teams en thema’s aanhaken, maar ook dat wij hen zelf actief meenemen in de activiteiten voor het opstellen van de transitievisie warmte. Ondertussen werken we verder aan de actorenanalyse om ervoor te zorgen dat we alle partijen die we nodig hebben voor de opgave van de warmtetransitie in beeld hebben en vanuit hun rol en verantwoordelijkheid actief betrekken. Deze schets van het participatieproces wordt uitgewerkt in een participatieplan, waarin we ook een doorkijk geven naar het vervolg na het opstellen van de transitievisie warmte. In dat plan wordt ook de communicatie beschreven.
2.3
Route naar een aardgasvrij Hilversum
De komende maanden gaan we in het participatieproces de benodigde stakeholders actief betrekken om het startdocument aan te vullen tot de definitieve Transitievisie Warmte, die uiterlijk eind 2021 vastgesteld moet worden door de gemeenteraad. Daarmee hebben we straks een visie die alle stakeholders houvast geeft in de manier waarop de opgave van de warmtetransitie aangepakt gaat worden. In die visie zal ook, in opdracht van het Rijk, tot en met 2030 een indicatie gegeven worden van de buurten die kansrijk zijn om als eerste aan de slag te gaan met het opstellen van buurtuitvoeringsplannen voor het aardgasvrij-klaar maken van de buurt. We benadrukken dat het gaat om een indicatie van kansrijke buurten.
15
De komende tijd analyseren we de buurten in Hilversum op de technische en sociale kenmerken. Daarbij kijken we onder andere naar de mogelijke alternatieve warmtebronnen die beschikbaar zijn voor die buurt, de staat van de infrastructuur, de financiële draagkracht van de buurt, en de aanwezigheid van bottom-up initiatieven. Bij elkaar geeft dat een indicatie voor de kansrijkheid van een buurt en daarmee een eerste buurtvolgorde. Deze volgorde is niet in beton gegoten. Het opstellen van buurtuitvoeringsplannen voor deze buurten is namelijk afhankelijk van een aantal randvoorwaarden die op dit moment nog niet ingevuld zijn. De warmtetransitie moet namelijk betaalbaar zijn, dat geldt zowel voor het warmtealternatief en de voorbereiding van de gebouwen daar op, als ook voor het proces daaromheen. Woonlastenneutraliteit is daarbij nog een discussiepunt. Ook de technische oplossingen zijn nog niet helemaal duidelijk, hier moet nog veel op ontwikkeld worden. Daarbij gaat het niet alleen om de ontwikkeling van nieuwe technieken, maar ook om de doorontwikkeling van bestaande technieken. Waar zonnepanelen twintig jaar geleden nog niet rendabel waren, hebben deze nu een korte terugverdientijd. Daarom moeten we in acht nemen dat sommige technieken die nu al beschikbaar zijn maar nog niet gezien worden als rendabel, dat straks wellicht wel zijn.
Daarnaast is draagvlak van de buurt noodzakelijk voor het overgaan op concrete uitvoering. Vanwege deze afhankelijkheden en onzekerheden kiest Hilversum ervoor om vooralsnog niet over te gaan op het opstellen van buurtuitvoeringsplannen. Pas als de warmtetransitie haalbaar en betaalbaar is, gaan we zelf actief met de buurten aan de slag. Daarmee is de buurtfasering dus een eerste schets met veel flexibiliteit, die aangepast wordt naar de ontwikkelingen. De visie die we nu opstellen hanteren we voor de periode tot en met 2030 en herzien we over 5 jaar. Onderhand zitten we niet stil. We gaan allereerst aan de slag met het invullen van de gemeentelijke regierol. De toegekende PAW aanvraag zorgt ervoor dat we met de Meent aan de slag kunnen. Waar mogelijk faciliteren we initiatieven van onderaf uit de samenleving, zoals in Kerkelanden. We blijven werken aan het indicatieve overzicht van Hilversumse buurten en concretiseren waar mogelijk de planning. En we blijven vooral vol inzetten op isolatie van gebouwen bij bewoners, bedrijven en organisaties via onze energiecoöperaties, het regionaal energiedienstenbedrijf, onze Green Deals en het aanbieden van de gemeentelijke duurzaamheidslening. In de tussentijd is het voor andere buurten, maar ook individuele bewoners en ondernemers niet nodig om te wachten tot er een plan voor hun buurt komt.
Zij kunnen alvast aan de slag gaan met kleinere stappen om hun woning of gebouw aardgasvrij-klaar te maken. Het besparen van energie scheelt immers aan opwek van warmte en vooral ook aan kosten! Beperken van de warmtevraag Voornamelijk voor de woningen die voor 1995 zijn gebouwd, is het nodig om de warmtevraag te beperken. Dit kan gedaan worden door het treffen van no-regret maatregelen. Dat zijn maatregelen die de moeite waard zijn om in te investeren, omdat ze snel uit te voeren zijn, energie besparen, het wooncomfort verhogen, bewezen technieken zijn en stapsgewijs aangebracht kunnen worden, waardoor ze bijdragen aan het aardgasvrijklaar maken van de woning. Als er vervolgens ook bewust met de energie omgegaan wordt, kan het uiteindelijk ook kosten besparen op de energierekening! Een van de belangrijkste stappen daar in is het goed isoleren van de woning. Door goed te isoleren wordt de warmtevraag van de woning beperkt. Er moet echter wel op gelet worden dat de woning ook goed geventileerd blijft, om een gezond binnenklimaat te behouden.
16
Voorbeelden van no-regret maatregelen zijn: Gevelisolatie (binnenmuur, buitenmuur, spouwmuur) Dakisolatie Vloerisolatie Bodemisolatie Vervangen ramen, kozijnen, deur Groen dak Ventilatieroosters Centrale en decentrale balansventilatie Bewust ventileren met een CO₂-meter Tijdspad warmtetransitie Het tijdspad van de Transitievisie Warmte begint met het vaststellen van de visie in 2021 en het opstellen van de eerste buurtuitvoeringsplannen in 2022, zoals aangegeven in de opdracht van het Rijk. Deze gaan daarna over in cyclus van vijf-jaren om de visie te herzien en twee-jaren om nieuwe buurtuitvoeringsplannen op te stellen. Dit tijdspad is een schets. In Hilversum gaan we pas aan de slag met de buurtuitvoeringsplannen als de randvoorwaarden voor de warmtetransitie zijn ingevuld of als er een haalbaar en betaalbaar bottom-up initiatief is. Daarmee zal het hier onder weergegeven tijdspad er waarschijnlijk anders uit komen te zien. In januari 2021 wordt dit startdocument aangeboden aan de gemeenteraad. Na vaststelling zal in de maanden februari tot en met juli het participatietraject plaatsvinden. Dit zal leiden tot de uiteindelijke Transitievisie Warmte, die in het vierde kwartaal van 2021 aan de gemeenteraad wordt aangeboden ter vaststelling. De Transitievisie Warmte wordt voor 1 januari 2022 ingediend worden bij het Rijk.
17
Bijlage I - definities Begrip Aardgasvrij-klaar
Aquathermie
Buurtuitvoeringsplan
Energielabel
Energieneutraal Fasering Geothermie Hernieuwbare energie Klimaatneutraal
Koppelkansen
Verklaring Een woning die klaar is om van het aardgas afgesloten te worden. Meestal betekent dit dat de woning geïsoleerd is, een warmteafgiftesysteem dat op een lage temperatuur werkt heeft, een ventilatiesysteem heeft, een aangepaste meterkast heeft, ruimte voor een warmtepomp of vergelijkbaar systeem heeft, en er niet meer gekookt wordt op gas. Een techniek waarmee warmte wordt onttrokken uit oppervlaktewater, drinkwater of afvalwater. De energie wordt onttrokken met een warmtewisselaar, opgewaardeerd met een warmtepomp en meestal opgeslagen in een warmte-koude opslagsysteem Plan van Aanpak dat voor een betreffende buurt concreet de planning, uitvoering en implicaties beschrijft van het aardgasvrij (-klaar) maken Een energielabel geeft een indicatie van de energieprestatie van gebouwen. Het hebben van een energielabel is verplicht bij transactiemomenten (verkoop/verhuur). In Nederland hebben ongeveer de helft van de woningen een energielabel. Voor de woningen zonder energielabel vult het PBL een indicatieve label in, op basis van bouwkundige kenmerken en labels van vergelijkbare gebouwen. Woningen met een slechte energieprestatie krijgen label G en woningen met een goede prestatie label A(+) Bij energieneutraliteit (in tegenstelling tot klimaatneutraliteit) wordt ervan uit gegaan dat de productie van duurzame energie gelijk staat aan het totale verbruik.
Volgorde waarmee buurten aardgasvrij-klaar en/of aardgasvrij gemaakt worden Een techniek waarbij de aanwezige aardwarmte in bodemlagen wordt onttrokken. Bij dieptes van meer dan 500m is er sprake van diepe geothermie We spreken van hernieuwbare energie als deze uit niet-fossiele energiebronnen komt die constant worden aangevuld. Geeft dat een proces niet bijdraagt aan klimaatverandering. Klimaatcompensatie en CO2-compensatie zijn termen die aangeven dat voor een organisatie, een (productie)proces of een product, de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO₂ of methaan, wordt gecompenseerd. De termen worden door elkaar heen gebruikt. Bestaande opgaves van stakeholders die meegenomen kunnen worden in de aanpak, wat winst oplevert. Koppelkansen kunnen ook als aanleiding of versneller fungeren. Het inspelen op de vervanging van infrastructuur, grootschalige renovaties van corporatiewoningen of gebiedsontwikkeling levert bijvoorbeeld
18
Begrip
Verklaring kansen op. Ook kan er sprake zijn van sociale koppelkansen, zoals wijkvernieuwing, armoedebestrijding of participatie
Startmotor
Corporatiewoningen worden gezien als startpunt van de transitie, die een versnelling kunnen creëren. De Startmotor is een programma dat als doel heeft t/m 2022 minimaal 100.000 corporatiewoningen aardgasvrij te maken door deze aan te sluiten op warmtenetten
19