Richtinggevende notite Warmteprogramma - Raadsvoorstel
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL zaaknummer:
1921681
afdelingsnaam:
Leefomgeving
steller:
Huibert Boer
telefoonnummer
+31356292231
onderwerp:
Richtinggevende notitie Warmteprogramma
Voorstel De Richtinggevende notitie Warmteprogramma met daarin uitgangspunten en criteria voor het opstellen van het Warmteprogramma Hilversum, vast te stellen.
Planning Titel
Toelichting
BEELDVORMING
OORDEELSVORMING
BESLUITVORMING
Richtinggevende
Vaststellen
BVS
Commissie
4-3-2026
notitie
richtinggevende
Warmteprogramma uitgangspunten en
4-2-2026
criteria voor het
Duurzaamheid en Bereikbaarheid 18-2-2026
Warmteprogramma
Samenvatting Met de Richtinggevende notitie Warmteprogramma geeft de raad aan welke belangen zij geborgd wil zien in de warmtetransitie en welke uitgangspunten en criteria zij daarvoor meegeeft bij het ontwikkelen van het Warmteprogramma. Het gaat om de keuzes voor het bepalen van het voorkeursalternatief voor aardgas, uitgangspunten voor gemeentelijke rolneming in collectieve warmteoplossingen, de datum waarop Hilversum aardgasvrij is en hoe de participatie wordt vormgegeven bij het opstellen van het Warmteprogramma. Deze notitie vormt het vertrekpunt voor afstemming met de doelgroepen en samenwerkingspartners van het Warmteprogramma, zoals inwoners, bedrijven, woningcorporaties en partijen in de warmteketen en geeft richting aan het op te stellen Warmteprogramma.
1
Inleiding In het Nationaal Klimaatakkoord is afgesproken dat vanaf 2050 geen gebruik meer gemaakt wordt van aardgas om gebouwen te verwarmen en dat gemeenten de regie hebben over dit proces. Daartoe moet elke gemeente uiterlijk in 2027 een Warmteprogramma vast stellen. Het Warmteprogramma vervangt de Transitievisie Warmte uit 2021. In het Warmteprogramma beschrijft de gemeente de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving en hoe de gemeente haar rol hierin invult, onder andere voor het organiseren van warmtelevering in collectieve projecten.
Probleemstelling/doel De transitie van de gebouwde omgeving naar een situatie waarin geen aardgas meer wordt gebruikt, is een niet te onderschatten operatie, waar elke inwoner en gebouweigenaar mee te maken krijgt. De keuzes die de gemeente maakt in het Warmteprogramma raken dus aan de belangen van alle Hilversummers. Het vaststellen van het Warmteprogramma is, binnen door de raad vastgestelde kaders, een collegebevoegdheid. De gemeenteraad wordt gevraagd om de Richtinggevende notitie Warmteprogramma vast te stellen, zodat de raad hiermee haar kaderstellende rol kan uitoefenen. De Richtinggevende notitie Warmteprogramma bevat uitgangspunten en criteria voor de techniekkeuzes hoe gebieden aardgasvrij kunnen worden, voor de invulling van de gemeentelijke rol in de aardgasvrij transitie, wanneer de gebouwde omgeving van Hilversum aardgasvrij is en voor keuzes op het gebied van participatie.
Argumenten 1.1 Richting geven aan het begin van het proces De vaststelling van het Warmteprogramma is een bevoegdheid van het college. Met het vast stellen van de Richtinggevende notitie Warmteprogramma geeft de gemeenteraad uitgangspunten en criteria mee voor de invulling van het Warmteprogramma. 1.2 Het Warmteprogramma geeft duidelijkheid aan inwoners en gebouweigenaren In het Warmteprogramma beschrijft de gemeente het verwachte aardgasvrij alternatief en het indicatieve tijdpad waarin gebieden aardgasvrij zullen worden. Het voor de uitvoering van de Transitievisie Warmte ontwikkelde ondersteuningsaanbod voor woningeigenaren wordt gecontinueerd. In de projectgebieden van Warmte uit de rioolzuivering Anna’s Hoeve en Proeftuin aardgasvrije wijk De Meent, wordt de komende tijd ervaring opgedaan met het gebiedsgericht aardgasvrij maken. 2
1.3 De te kiezen aardgasvrij techniek is betrouwbaar, betaalbaar en voor iedereen beschikbaar In het Warmteprogramma wordt gebiedsgericht aangegeven wat het voorkeursalternatief is om aardgasvrij te worden. Met de uitgangspunten wordt er voor gekozen dat de aardgasvrije techniek betrouwbaar en betaalbaar moet zijn en dat er voor iedereen een aanvaardbare oplossing is. Daarnaast wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de ruimtelijke impact, netbelasting en het draagvlak voor de gekozen techniek. Gebruik van biomassa blijft uitgesloten van de te kiezen oplossingen. Het Rijk ontwikkelt subsidies om ervoor te zorgen dat de oplossing met de laagste totale kosten voor alle stakeholders, ook de oplossing is met de laagste eindgebruikerskosten. De invulling van dit instrumentarium door het rijk is een belangrijke voorwaarde om de warmtetransitie te kunnen invullen. 1.4 Rolneming in een publiek warmtebedrijf sluit aan bij doelen van de gemeente Het Warmteprogramma beschrijft ook hoe de gemeente collectieve warmteprojecten wil organiseren en welke rol zij wil nemen in een publiek warmtebedrijf. De Wet collectieve warmte schrijft voor dat warmtenetten met meer dan 1500 huishoudens een publiek meerderheidsaandeel moeten hebben. Daarom wordt in het Warmteprogramma uitgewerkt hoe we dit publieke warmtebedrijf voor Hilversum willen inrichten en welke rol de gemeente hierin wil nemen.
De rolneming is erop gericht om invloed te kunnen hebben op keuzes van het warmtebedrijf die voor de gemeente belangrijke effecten kunnen hebben, zoals op de betaalbaarheid, de duurzaamheid en de ruimtelijke impact en op de mogelijkheid om vanuit het warmtebedrijf een warmtevoorziening te kunnen bieden ten behoeve van gebiedsontwikkelingen. Hiervoor wordt gekozen om met één warmtebedrijf invulling te geven aan de collectieve warmteprojecten groter dan 1500 aansluitingen. In de uitwerking van deze rolneming worden de financiële effecten verder uitgewerkt. Hierin zijn nog veel keuzes te maken die deze effecten groter dan wel kleiner maken. Het Rijk stelt enerzijds voorwaarden aan de tarieven voor de eindgebruikers, maar biedt ook garanties voor een renderend warmtebedrijf. Al deze aspecten worden voor een warmtebedrijf voor het project Warmte uit de rioolzuivering Anna’s Hoeve, uitgewerkt, met een doorkijk naar de rol voor de hele gemeente. Op deze manier wordt op een beheersbare schaal ervaring opgedaan. In het Warmteprogramma wordt beschreven hoe we dit willen invullen. Door te kiezen voor één publieke entiteit voor het Hilversumse grondgebied kunnen schaalvoordelen worden gerealiseerd en wordt versnippering in organisatie en in de fysieke projecten voorkomen. Op project- of buurtniveau wordt ruimte geboden om samen te werken 3
met bewonersinitiatieven en is mede-eigenaarschap op maat mogelijk, wanneer hier vanuit de inwoners draagkracht voor is. De wetgeving die de warmtemarkt ordent, is erop gericht dat de publieke warmtebedrijven een renderende business case hebben, volgens het zogenaamde “kostprijs +” model, hierdoor kan ook de gemeentelijke deelneming als neutrale of licht renderende investering worden gezien. Voordat er onomkeerbare stappen worden gezet in het oprichten of deelnemen in een warmtebedrijf, is de gemeenteraad in positie, vanuit haar budgetrecht en de verplichte instemming met deelnemingen. 1.5 Nog geen aanwijzing van gebieden waar de aardgaslevering eerder stopt Met de Wet gemeentelijk instrumentarium warmtetransitie, kan de gemeente gebieden aanwijzen waar eerder dan 2050 de aardgaslevering stopt, de zogenaamde Aanwijsbevoegdheid. We kiezen ervoor om deze niet nu in het Warmteprogramma op te nemen. Inzet van de Aanwijsbevoegdheid heeft invloed op de betaalbaarheid van collectieve projecten. Om te bepalen en te onderbouwen of de inzet hiervan nodig is, is verdere uitwerking nodig in de gebiedsgerichte uitvoeringsfase. In de uitwerking van het project Warmte uit de rioolzuivering Anna’s Hoeve, wordt onderzocht welk instrumentarium nodig is om tot uitvoering te kunnen komen.
Indien de Aanwijsbevoegdheid deel is van het benodigde instrumentarium, dan zal het Warmteprogramma aangepast worden. Aangezien dat ook een afwijking is van de door de raad vastgestelde kaders, zal op dat moment ook een wijziging van deze Richtinggevende notitie aan de raad worden voorgesteld. 1.6 Een realistisch tijdpad naar een aardgasvrije gebouwde omgeving De voorgestelde aardgasvrij datum voor heel Hilversum is 2050. Hoewel 2050 nog ver weg lijkt, is de opgave om aardgasvrij te worden dusdanig omvangrijk, dat ook aardgasvrij in 2050 een uitdagende opgave is. Met deze tijdlijn wordt aangesloten op de ambitie in de Omgevingsvisie, fossielvrij in één generatie. Ook sluit het aan op de landelijke lijn, zoals afgesproken in het Nationaal Klimaatakkoord. De uitwerking van de volgorde van de gebieden en indicatieve planning in de tijd volgt in het Warmteprogramma. 1.7 Bewonersbetrokkenheid passend bij deze fase In het proces om het Warmteprogramma op te stellen betrekken we vooral georganiseerde inwoners, zoals bewonersorganisaties en huurdersbelangenorganisaties. Op deze manier verwachten we dat de betrokkenen vanuit een breder belang dan het individuele belang kunnen meedenken. Na het opstellen van het Warmteprogramma zullen we in de gebiedsgerichte 4
Uitvoeringsplannen nog een uitgebreidere participatie organiseren over het energiesysteem van de eigen wijk en wat dat voor de mensen betekent.
Kanttekeningen 1.1 De technische mogelijkheden zijn beperkt en toekomstige ontwikkelingen zijn deels onbekend Voor de technische oplossingen om aardgasvrij te worden geldt dat er in Hilversum alleen omgevingswarmte van lage temperatuur beschikbaar is. Dit beperkt het aantal mogelijkheden waarmee de warmtetransitie kan worden ingevuld. De richtinggevende notitie geeft binnen deze mogelijkheden richting aan de aardgasvrij transitie. Tegelijk geldt dat niet alle technische ontwikkelingen te voorzien zijn. We houden bij het opstellen van het Warmteprogramma en in de fasen daarna een open oog voor deze ontwikkelingen. Indien dat leidt tot kansen waarvoor een afwijking nodig is van deze door de raad vastgestelde uitgangspunten en criteria, zullen we daartoe een voorstel doen. 1.2 Financiële impact van de warmtetransitie is nog onzeker Er volgt na besluitvorming over deze richtinggevende notitie een verdere invulling in het Warmteprogramma. Dit Warmteprogramma zal in hoofdlijnen de warmteoplossingen, tijdlijn en rolneming beschrijven. Daarna volgt nadere uitwerking in gebiedsgerichte Uitvoeringsplannen en de inrichting van een publiek warmtebedrijf om collectieve warmteprojecten te realiseren. Veel van de financiële uitwerking volgt in de fases van deze Uitvoeringsplannen en het inrichten van een publiek warmtebedrijf.
De raad is in deze fases weer aan zet waar het haar bevoegdheden betreft zoals budgetrecht en vooraf instemmen met deelneming in een vennootschap. In de uitwerking van de gemeentelijke rol in een publiek warmtebedrijf zijn nog allerlei keuzes te maken ten aanzien van de financiële strategie van het Warmtebedrijf. Het gaat daarbij niet alleen over de aandelenverhouding in het Warmtebedrijf, maar bijvoorbeeld ook over de verhouding eigen versus vreemd vermogen. De Wet Collectieve Warmte is er met de zogenaamde “Kostprijs-plus”-benadering op gericht, dat er een reëel rendement gerealiseerd wordt. Tegelijk worden er regels gesteld voor de waardering van assets en de berekening van de kosten waarop de kosten en dus de warmtetarieven worden gebaseerd. Deze regels dwingen ook om tarieven te verlagen wanneer er een hoger rendement dan toegestaan wordt gerealiseerd. Parallel ontwikkelt het Rijk niet alleen regelgeving, maar ook subsidieregelingen die ervoor moeten zorgen dat de benodigde warmtetarieven voor de eindgebruikers betaalbaar zijn. Hiermee wordt zowel tegemoetgekomen aan de noodzaak voor een voor de inwoners betaalbare transitie als aan de noodzaak om een gezond publiek rendement mogelijk te maken in de warmtebedrijven. 5
1.3 Samenvoeging met Wijdemeren Deze richtinggevende notitie betreft de gewenste invulling van het Warmteprogramma voor de huidige gemeente Hilversum. In Wijdemeren wordt een vergelijkbaar proces doorlopen. Inhoudelijk en procesmatig stemmen we de invulling van het Warmteprogramma af met Wijdemeren, zodat deze eenvoudig samengevoegd kunnen worden en in 2027 in één proces een plan MER procedure en vaststellingsprocedure kunnen doorlopen.
Financiën, middelen & capaciteit Het opstellen van het Warmteprogramma is gedekt uit de rijksmiddelen voor de energietransitie. Het vaststellen van de voorliggende Richtinggevende notitie heeft geen directe invloed op de gemeentefinanciën. Met het vaststellen van het Warmteprogramma zet de gemeente nadrukkelijk de koers uit hoe ze de warmtetransitie wil organiseren. Daarmee worden in het Warmteprogramma wel uitspraken gedaan die financiële gevolgen hebben, zoals uitspraken over deelname in een warmtebedrijf. Deze financiële gevolgen zullen daarna nog weer verder geconcretiseerd worden in de gebiedsgerichte Uitvoeringsplannen en in raadsbesluiten over budgetten en de daadwerkelijke deelname in een warmtebedrijf. Hierbij worden ook de effecten op gemeentelijke financiële kentallen zoals de schuldquote, en de consequenties daarvan, betrokken.
Communicatie Op BouwenAanHilversum.nl wordt een pagina ingericht over het Warmteprogramma. Hier kunnen inwoners ook reageren op de inhoudelijke keuzes die nu worden vastgesteld en later op het concept van het Warmteprogramma. Na het opstellen van het concept-Warmteprogramma volgt een vaststellingsprocedure waar een plan MER procedure en een zienswijze procedure onderdeel van zijn. Deze fasen vragen hun eigen communicatietrajecten. De inwonerbetrokkenheid bij het Warmteprogramma neemt toe met de tijd, van laag in de huidige fase bij enigszins abstracte uitgangspunten, naar hoog in de fase van uitrol in een wijk (wat betekent dit voor mij in mijn woning en voor mijn woonlasten). Elke fase kent zijn eigen communicatie-aanpak. De visie op communicatie en participatie in de gebiedsgerichte uitvoeringsfase wordt in het Warmteprogramma beschreven.
Uitvoering Na vaststelling van deze Richtinggevende notitie wordt verder gewerkt aan de invulling van het Warmteprogramma en de gebiedsgerichte uitwerking in Uitvoeringsplannen. In het 6
Warmteprogramma worden de gemaakte keuzes verantwoord en toegelicht. Het concept Warmteprogramma zal in een technische sessie aan de raad worden gepresenteerd.
Bestuurlijke planning Raadsbesluit Richtinggevende notitie 4 maart 2026 Warmteprogramma Terugkoppeling naar de raad in een technische sessie juni 2026 Collegebesluit Ontwerp Warmteprogramma Hilversum september 2026 Samenvoeging met Wijdemeren, doorlopen Plan MER en zienswijze procedure Vaststelling Warmteprogramma samengevoegde juni 2027 gemeente
Burgemeester en wethouders van Hilversum, 20 januari 2026 de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
mr. C.P. Torres Barrera
dr. ir. G.M. van den Top
Bijlage(n) 1. Richtinggevende notitie Warmteprogramma
7