CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkameronderzoek effectiviteit woonbeleid - Raadsvoorstel

GEMEENTERAAD 15 november 2023, gemeente HilversumBij agendapunt: Rekenkameronderzoek effectiviteit woonbeleid (1363010)1.596 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VOORSTEL zaaknummer:

1363010

afdelingsnaam:

Rekenkamer

steller:

Dorien Verloop

onderwerp:

Rekenkameronderzoek effectiviteit woonbeleid

Gevraagde besluitvorming De raad besluit: Beslispunt I: de volgende conclusies van de rekenkamer over te nemen. De Woonvisie 20021-2030 bevat vier thema’s: - Hilversumse woningmarkt onder druk; - Ontbrekende schakels in de woningvoorraad; - Langer en weer zelfstandig thuis wonen voor mensen met een zorgvraag; - Duurzame en energiezuinige woningen. Overkoepelend over de vier thema’s concludeert de rekenkamer dat: 1. De Woonvisie 2021-2030 veel, deels conflicterende en niet altijd even concrete doelen bevat en dat sommige doelen meer het karakter hebben van een wens of ontwikkelrichting. 2. Er een discrepantie is tussen de gemeentelijke doelstelling (3.000 woningen tot 2030) en de afspraken in MRA-verband (3.200 woningen tot 2030). 3. Er sinds 2021 wel voldoende ambtelijke formatieruimte was, maar dat het team Wonen bijna voortdurend onderbezet is geweest. 4. De ambitie 3.000 woningen tot 2030 te laag is om aan de grote vraag te voldoen. 5. De gemeente Hilversum niet werkt met een landelijk gebruikelijke planvoorraad van 130%, maar met een planvoorraad van 115%. Hilversum heeft dus een relatief kleine marge om toch 3.000 woningen te realiseren als een of meerdere plannen onverhoopt niet door blijken te gaan. 6.

De gemeente Hilversum in bestaande (‘harde’) plannen niet de mogelijkheid heeft om nieuwe doelen uit de Woonvisie 2021-2030 mee te nemen, maar dat dit moet plaatsvinden in de zogenaamde ‘zachte’ plannen die nog moeten worden uitgewerkt in anterieure overeenkomsten. 7. De gemeente inmiddels prestatieafspraken heeft gemaakt met de woningcorporaties. Dat er voor het realiseren van sociale huurwoningen echter geen harde afspraken zijn gemaakt, maar een tabel is opgenomen met voorgenomen projecten (waaronder flexwoningen op het Circusterrein) waarvan de realisatie gemonitord gaat worden. 8. De huidige marktomstandigheden (rente, bouwkosten, stikstof, capaciteit elektriciteitsnet) het moeilijk maken om alle beleidsdoelen uit de woonvisie een plek te geven in de woningbouwplannen.

9. Niet duidelijk is hoeveel woningen in welke segmenten in de afgelopen jaren zijn opgeleverd. 10. Niet duidelijk is wat de realisatie is als het gaat om huisvesting van doelgroepen en toevoegen ontbrekende schakels. 11. Niet duidelijk is wat nodig is voor het thema Langer en weer zelfstandig thuis wonen voor mensen met een zorgvraag en dat dit regionaal wordt uitgewerkt. 12. De ambitie ten aanzien van aardgasloze woningen in 2040 dermate ambitieus is dat een versnelling noodzakelijk is, maar dat de prestatieafspraken hierin weinig concreet zijn. 13. De raad wordt geïnformeerd over instrumenten, moties, artikel-41-vragen, ruimtelijke plannen en beleid. 14. De monitoringinformatie in de P&C-cyclus de raad onvoldoende handvatten geeft om te controleren en bij te sturen. 15. De raad niet heeft gevraagd om monitoringinformatie ten aanzien van het realiseren van doelen uit de Woonvisie 2021-2030 maar hier wel behoefte aan heeft. Beslispunt II: de volgende aanbevelingen van de rekenkamer over te nemen. Het doel van dit onderzoek is het versterken van de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad op het woonbeleid. Op basis van de conclusies formuleert de rekenkamer de volgende aanbevelingen: Aanbevelingen aan de raad 1. Heldere kaders geven de raad meer mogelijkheden om te controleren en om (bij) te sturen.

De huidige woonvisie bevat een veelheid aan doelen die niet allemaal even concreet zijn. Concretiseer en prioriteer doelstellingen. Stel heldere en meetbare doelstellingen voor de huisvesting van bijzondere doelgroepen. Stuur als raad op de doelen en niet op de instrumenten. 2. Vraag het college om een jaarlijkse raadsinformatiebrief waarin inzicht wordt gegeven in de realisatie van doelen. Vraag om meerjarenoverzichten (kwantitatief) en vraag ook om een kwalitatief inzicht in knelpunten bij realisatie en mogelijke oplossingen of scenario’s. Bespreek de inhoud van de raadsinformatiebrief met de portefeuillehouder en stuur op basis daarvan zo nodig bij. Aanbevelingen aan het college 1. Ontwikkel een woonmonitor. Veel informatie is openbaar beschikbaar, maar niet in een vorm die voor raadsleden toegankelijk is.

Vanuit de inhoud van de woonvisie zou het logisch zijn wanneer de raad jaarlijks een overzicht krijgt van: - Het aantal toegevoegde woningen aan de woningvoorraad, realisatie minus sloop (BAG); - Het aandeel sociale huurwoningen in de woningvoorraad (Syswov); - Het aandeel opgeleverde sociale huurwoningen (woningcorporaties); - Het aandeel opgeleverde woningen in het middensegment (gemeente); - Het aantal opgeleverde flexwoningen (gemeente/woningcorporaties); - Het aantal opgeleverde woningen in seniorencomplexen (gemeente); - Realisatie van huisvesting voor statushouders, spoedzoekers, internationale arbeidskrachten en woonwagenbewoners (woningcorporaties); - Het aantal woningen zonder gasaansluiting (CBS); - Het aantal woningen naar energielabel (RVO); - Het aantal corporatiewoningen naar energielabel (corporaties of bewerking bestand RVO); - De planvoorraad (gemeente). Geef bij deze cijfers de meerjarige trendontwikkeling aan. Maak duidelijk in hoeverre de realisatie in lijn is met de doelen. Geef de raad inzicht in de knelpunten die in de praktijk optreden. Formuleer scenario’s zodat de raad zo nodig kan bijsturen.

2. Beoordeel of het voor het realiseren van de ambitie van 3.000 woningen met 33% sociale huur en 50% middensegment nodig is om te gaan werken met de landelijk geadviseerde planvoorraad van 130% om uitval op te kunnen vangen. 3. De ambitie om 3.000 woningen te realiseren met 33% sociale huur en 50% middensegment is nu moeilijk te combineren met het toevoegen van ‘ontbrekende schakels’ en bijzondere woonvormen, het langer zelfstandig thuis wonen en het aardgasvrij maken van woningen. Breng in beeld hoe de verschillende doelen met elkaar gecombineerd kunnen worden, bijvoorbeeld door voor de ‘ontbrekende schakels’ en bijzondere woonvormen aanvullende locaties aan te wijzen, door flexibiliteit te bieden in concrete ontwikkelingen en/of door meer gemeentelijke capaciteit of middelen in te zetten. Als blijkt dat de combinatie van doelen niet gehaald kan worden, overweeg dan om de doelen op bepaalde onderdelen naar beneden bij te stellen. Samenvatting In de periode februari 2023 tot en met juli 2023 heeft de rekenkamer onderzoek gedaan naar de effectiviteit van het woonbeleid in Hilversum. De Rekenkamer Hilversum was benieuwd hoe de gemeente Hilversum invulling geeft aan de in de woonvisie geformuleerde opgaven.

Wat zijn de plannen van de gemeente en hoe gaat de gemeente ervoor zorgen dat deze plannen gerealiseerd worden? Ook wilde de rekenkamer graag onderzoeken hoe de gemeente op dit gebied samenwerkt met de MRA en de regio Gooi en Vechtstreek en welke afspraken de gemeente heeft gemaakt met andere partijen, zoals projectontwikkelaars, corporaties, zorgaanbieders, makelaars en/of bewonersorganisaties. In dit onderzoek is de rekenkamer Hilversum uitgegaan van de centrale onderzoeksvraag: “Binnen welke ruimtelijk-juridische en maatschappelijke context opereert de gemeente Hilversum op de woningmarkt en is de gemeente Hilversum voldoende in staat om (bij) te sturen op de in de Woonvisie 2021-2030 geformuleerde ambities en opgaven?” De rekenkamer heeft hiervoor interviews gehouden met wethouders, ambtenaren, projectontwikkelaars, woningcorporaties, huurders- en bewonersverenigingen en makelaars. Ook is er een sessie met raadsleden gehouden. De Rekenkamer Hilversum concludeert dat de Woonvisie veel, deels conflicterende en niet altijd even concrete doelen bevat. Sommige doelen hebben meer het karakter van een wens of ontwikkelrichting. De doelstelling van 3.000 nieuwe woningen staat onder druk doordat de planvoorraad voor een groot deel uit ‘zachte’ plannen bestaat, waarvan niet zeker is dat ze daadwerkelijk gerealiseerd zullen worden.

Daarbij is er ook relatief beperkt ruimte voor planuitval. Hilversum werkt namelijk met een programmering van zo’n 115 procent, terwijl landelijk rekening wordt gehouden met 30 procent planuitval. Bovendien kan de woningbouwproductie in de toekomst verder onder druk komen te staan, onder meer als gevolg van gestegen rente en bouwkosten. Ook ontwikkelingen op het gebied van stikstof en de capaciteit van het elektriciteitsnet maken dat de doelstellingen in de Woonvisie verder onder druk kunnen komen. Voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen, waaronder ook kwetsbare ouderen, is onduidelijk wat nodig is en welke maatregelen Hilversum daarvoor gaat nemen. De ambitie ten aanzien van aardgasloze woningen in 2040 is dermate ambitieus dat een versnelling noodzakelijk is om deze te behalen. De prestatieafspraken met woningcorporaties zijn hierin bovendien weinig concreet. De monitoringinformatie in de P&C-cyclus biedt de raad onvoldoende handvatten om te controleren en bij te sturen. De rekenkamer beveelt aan om de doelstellingen in de Woonvisie te concretiseren en prioriteren. Daarnaast moet duidelijker worden gemaakt wat voor de huisvesting van bijzondere doelgroepen nodig is. Bovendien beveelt de rekenkamer aan te beoordelen of het nodig is te gaan werken met de landelijk geadviseerde planvoorraad van 130% om uitval op te kunnen vangen.

Om de mogelijkheden tot sturing en controle door de raad te verbeteren, zou de raad meerjarige trendanalyses (kwantitatief) moeten ontvangen en bovendien inzicht krijgen in knelpunten bij de realisatie van doelen en mogelijke oplossingen of scenario’s (kwalitatief).

Inleiding De rekenkamer Hilversum heeft op 26 september 2023 het eindrapport, de bestuurlijke reactie van het college van burgemeester en wethouders en het nawoord van de rekenkamer aangeboden aan de griffier. Op grond van de gemaakte werkafspraken met de rekenkamer leidt de griffier de rapporten van de rekenkamer door naar de gemeenteraad, voorzien van een raadsvoorstel. Probleemstelling/doel De rekenkamer onderzoekt de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het door de gemeente gevoerde beleid. De uitkomsten van de onderzoeken ondersteunen de raad bij het uitvoeren van de controlerende en kaderstellende taak, waarbij het accent ligt op het mogelijk lerend effect dat van de uitgebrachte onderzoeken kan uitgaan. De rekenkamer trekt op grond van het verrichte onderzoek conclusies en verstrekt vervolgens aanbevelingen aan de raad voor de toekomst. De griffier biedt vanuit zijn rol de raad een raadsvoorstel aan, waarin de conclusies en aanbevelingen van de rekenkamer zijn opgenomen. Op grond van dit raadsvoorstel besluit de raad over de afdoening van het rapport van de rekenkamer. Hilversum, 20 september 2023 De griffier, A.J. van Meerveld CMC

Bijlage(n) 1. Eindrapport 2. Bestuurlijke reactie college van burgemeester en wethouders 3. Nawoord rekenkamer Hilversum

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=4d8abb64-a23c-4da9-b335-1fcc4caf1f8e