Raadsvragen SP Hilversum Het mag wat kosten
Tekst van het document
Raadsvragen SP Hilversum. Het mag wat kosten
Geachte college en raadsleden, Naar aanleiding van signalen schrijven we u aan omdat we grote zorgen hebben over zaken die spelen rondom de WMO voorziening huishoudelijk hulp. Als enige tijd hebben we het in onze gemeenteraad over kostenbeheersing. Er wordt gepuzzeld en gepeinsd over hoe we kosten naar beneden kunnen brengen. Recent in de kadernota hebben we daar als SP fractie expliciet naar gevraagd. Op pagina 10 staat te lezen ‘’We zetten in op mogelijkheden tot kostenbeheersing op beleid en uitvoering van de jeugdzorg en WMO’’ Hoe dit dan precies moest gaan gebeuren werd niet echt heel duidelijk. De gemeenteraad heeft het college klip en klare kaders meegegeven: Iedereen krijgt de zorg die hij of zij nodig heeft. Inzake kostenbeheersing en inwoners zijn motie M19-157 kostenbewustzijn in het Sociaal Domein en M20-90 Eenduidiger en consistenter indiceren huishoudelijke hulp ingediend en verworpen. Bijzonder is dat met de invoering van KMPG normenkader er wel uitvoering is gegeven aan motie M20-90 die eerder verworpen was. In de hele regio levert dit problemen op in de uitvoering.
Lees bv https://www.nieuwsbladvoorhuizen.nl/extra/212387/korten-op-huishoudelijkehulp-steekt-schoon-en-leefbaar-huis-is-zo-niet-te-doen- Maar de HBEL gemeenten laten weten ‘’het levert de komende jaren4,1 miljoen op.’’ https://m.gooieneemlander.nl/cnt/DMF20210510_60056973?utm_source=google&utm_medium=or ganic Het verzorgen van passende huishoudelijke verzorging is een taak die, binnen de WMO, expliciet bij gemeenten is neergelegd. Ons Hilversumse kader is: mensen krijgen de zorg die ze nodig hebben. Vraag is natuurlijk hoe gaan we dat doen. Met of zonder KPMG normenkader, met of zonder drempels aan de poort (bij de intake) meer of minder dwingend. Onze collega’s van de Christen Unie vonden het op 31 maart 2021 tijdens de raadsvergadering nodig om middels een amendement A2121 expliciet aandacht te vragen voor financiële draagkracht als uitsluitende grond voor huishoudelijke zorg. Tevens merkte zij op dat het verboden is om druk uit te voeren op inwoners. Het amendement werd verworpen. Want, zo betoogde het college, natuurlijk doet de gemeente Hilversum dat niet. Helaas de praktijk leert ons dat dit WEL gebeurd. Er komen signalen binnen bij de SP dat er wel druk wordt uitgeoefend en mensen wel wordt verteld dat je vanaf een bepaald inkomen ‘’geen’’ recht op zorg zou hebben en het zelf maar moet organiseren en ook wordt er actief beleid gevoerd om op uren te beknibbelen.
Huishoudelijke zorg medewerkers gaan daartoe met een opdracht van hun opdrachtgever op pad.
Door ons verzamelde signalen: ‘’Naar aanleiding van een aanvraag WMO huishoudelijke hulp kreeg aanvrager van de consulente van het sociaal plein een mail met maar liefst 7 particuliere aanbieders voor huishoudelijke hulp toegezonden met de mededeling eerst zelf te kijken of de betreffende aanvrager dit zelf kan bekostigen.’’ Vraag: Krijgt iedere aanvrager voor WMO huishoudelijke hulp deze mail met een lijst van particuliere aanbieders huishoudelijke hulp? Zo ja, waarom? Iemand vraagt immers om ondersteuning vanuit de WMO en niet om offertes van particuliere aanbieders. In een telefonisch onderhoud (intake) werd de aanvrager gemeld dat bij een inkomen van meer dan €1,100 verwacht wordt dat men zelf particuliere hulp inschakelt. Vraag: Krijgt iedereen die een beroep doet op de WMO deze boodschap? Zo ja, waarom? Het is namelijk onjuiste informatie. Want een ieder die een beroep doet op de WMO dient getoetst te worden op de noodzaak voor WMO ondersteuning. Financiële draagkrachtkracht dient buiten beschouwing gehouden te worden. Zo nee, hoe kan het dan zijn het sociaal plein deze onjuiste informatie aan de aanvrager verstrekt? In een telefonisch onderhoud werd een aanvrager met klem gemeld dat er te duur werd gewoond. Aanvrager moet binnen een jaar een goedkopere woning betrekken want anders vervalt het recht op WMO huishoudelijke hulp.
Aanvrager staat al 7 jaar op de wachtlijst voor een goedkopere woning. Vraag: Wordt deze eis aan iedereen die een WMO aanvraag doet gesteld? Zo ja, is het rechtmatig iemand te dwingen te verhuizen en goedkoper te wonen? En is dreigen met een jaar dan normaal? Zo nee, waarom wordt deze eis door de consulente aan deze aanvrager gesteld? Is dit een reële eis die gesteld mag worden terwijl de woningnood hoog is, er een schaarste is aan sociale woningen en particuliere huurprijzen nu eenmaal hoog zijn? In gesprekken wordt erop gewezen dat in plaats van te stofzuigen, wat fysiek te zwaar is, af en toe maar een vegertje door het huis te halen ook zou kunnen. Of het werk over meer dagen uitsmeren. Vraag: Wordt iedereen, die een aanvraag WMO huishoudelijke hulp doet, deze onbeleefde en niet ter zake doende vraag gesteld? Zo ja, mag dit? Immers, als iemand een beroep doet op WMO huishoudelijke hulp, dan impliceert dat dat diegene het echt zelf niet kan. Mensen wordt verteld dat zij meer moeten bewegen en moeten gaan zwemmen zodat zij wellicht over een jaar fysiek in staat zijn de werkzaamheden zelf uit te voeren en geen beroep meer hoeft te doen op WMO huishoudelijke hulp. Vraag: Wordt dergelijk medisch advies aan een ieder die een aanvraag doet voor WMO huishoudelijke hulp gegeven? Zo ja, is een consulent van het sociaal plein hiertoe bevoegd? Kan een consulente van het sociaal
plein stellen dat een fysiek mankement met meer bewegen en zwemmen zomaar opgelost wordt? Zo nee, waarom wordt dit “advies” gegeven Een aanvrager heeft na lang wikken en wegen uiteindelijk besloten een beroep te doen op WMO huishoudelijke hulp. Zij is altijd een uitermate zelfredzame vrouw geweest die nu, behept met ernstige fysieke mankementen, haar huishouden niet meer volledig zelf kan doen. Het is voor haar pijnlijk genoeg om hulp te vragen en zich hierdoor kwetsbaar op te stellen. Haar kinderen wonen ver weg en al haar vriendinnen zijn allemaal op leeftijd en kunnen naast hun eigen huishouden niet bijspringen voor haar. De bejegening van de consulente is door de aanvrager als ronduit onbeschoft en intimiderend ervaren. Zij kreeg het gevoel dat zij eigenlijk geen recht heeft op WMO huishoudelijke hulp. Als zij voordien had geweten dat ze zo bejegend zou worden, dan had ze de aanvraag niet gedaan. Liever in waardigheid verslonzen dan in onwaardigheid en minachting voor haar situatie hulp aanvaarden in de vorm van 1,5 uur per week huishoudelijke hulp, zo is haar motto. Ze realiseert zich aan de andere kant wel degelijk dat het geen optie is om haar huis te laten vervuilen en kan niet anders dan deze minimale hulp dan toch maar te accepteren.
Vraag Is er een standaard werkwijze en zijn er uitvoeringsregels over hoe dergelijke gesprekken gevoerd moeten worden? Dit is een greep uit signalen die wij krijgen. Wat de SP betreft is deze manier van kosten beheersen en oneigenlijke druk uitoefenen, veelal ook nog telefonisch, niet aan de keukentafel zonder fatsoenlijk verslag. Niet conform beleid en niet acceptabel. Daarom onze laatste vraag. Moeten wij zo echt met zoveel minachting, argwaan en wantrouwen met onze inwoners, die een beroep doen op WMO huishoudelijke hulp, omgaan? We hebben het hier over de WET Maatschappelijke ondersteuning, een wet waar iedereen, die ondersteuning nodig heeft, aanspraak op mag maken. Wij buigen deze WET om naar een GUNST waar iemand om moet smeken en zich voor achterover moet buigen om te krijgen waar hij/zij recht op heeft. Kan het college aangeven waarom er inkomensgrenzen genoemd worden? Waarom er gedreigd wordt met het stoppen van zorg als je niet verhuist of niet voldoende beweegt, en waarom de communicatie zo is dat mensen zich schuldig voelen dat ze om hulp vragen. Kan het college deze uitvoeringspraktijken op deze manier onmiddellijk stoppen?
Fractie SP Bianca Verweij en Pierre van Rooden