Raadsvoorstel bijlage 8 Chw-bestemmingsplan toelichting inclusief voorgestelde wijzigingen
Tekst van het document
Stationsgebied 2022
Chw-bestemmingsplan 'Stationsgebied 2022' Vastgesteld raad P.M.
Gemeente Hilversum Afdeling Beleidsontwikkeling, team Advies
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling 1.3 Plangeschiedenis 1.4 Functie van het bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer
3 3 3 4 20 21
Hoofdstuk2 Begrenzing plangebied en vigerende bestemmingsplannen 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Vigerende bestemmingsplannen
23 23 25
Hoofdstuk3 Karakteristieken plangebied 3.1 Ruimtelijke structuur 3.2 Wonen, werken en voorzieningen 3.3 Verkeer 3.4 Groen, blauw en natuur 3.5 Duurzaamheid en leefbaarheid 3.6 Cultuurhistorische waarden 3.7 Bodem en watersysteem 3.8 Kabels en leidingen 3.9 Veiligheid
27 27 32 34 35 36 37 41 44 44
Hoofdstuk4 Relevante beleidskader 4.1 Rijk 4.2 Provincie en waterschap 4.3 Regio 4.4 Gemeente
47 47 47 51 54
Hoofdstuk5 Ruimtelijk plan 5.1 Ruimtelijk structuur 5.2 Wonen, werken en voorzieningen 5.3 Verkeer 5.4 Groen, blauw en natuur 5.5 Duurzaamheid en leefbaarheid 5.6 Cultuurhistorische waarden 5.7 Bodem en watersysteem 5.8 Veiligheid 5.9 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
69 69 78 81 84 86 101 102 102 103
Hoofdstuk6 Implementatie 6.1 Planmethodiek 6.2 Bestemmingsregeling 6.3 Handhaving 6.4 Economische uitvoerbaarheid 6.5 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
105 105 105 125 126 127
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
2
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de aanleiding, doelstelling en functie van het Chw-bestemmingsplan opgenomen. In dit hoofdstuk staat ook de leeswijzer.
1.1
Aanleiding
Het Stationsgebied is een belangrijke entree tot Hilversum en een schakel tussen oost en het centrum. Het gebied is echter weinig aantrekkelijk en heeft een zwakke (fysieke) relatie met het centrum. De routes naar het centrum zijn onvoldoende herkenbaar en het gebied is geen prettig welkom in de stad, mede als gevolg van de rommelig gestalde fietsen rondom het station. Met name het gebied rond het busstation met de bufferende bussen en de locatie van het voormalige GAK-gebouw is een onaangename plek om te verblijven. Bedrijven wilden zich hier jarenlang niet vestigen, maar ook voor woningen is het een onaantrekkelijke plek. De bereikbaarheid van het centrum en het station is onvoldoende. De gemeente wil dit gebied transformeren. Daartoe is op 29 mei 2019 door de raad het 'Stedenbouwkundig plan' voor het Stationsgebied vastgesteld. Het 'Stedenbouwkundig plan' zet in op het maken van een alzijdig station, een station dat aan alle kanten aantrekkelijk is. De rommelige achterkanten aan het spoor aan de centrumzijde maken plaats voor een levendig silhouet van groen en bebouwing met zichtlijnen naar Oost. Tevens wordt de centrumring via de Koninginneweg om het Marktplein heen gelegd, waardoor herontwikkeling van het gebied tussen de Koninginneweg-oost en het spoor noodzakelijk is.
Op 7 oktober 2020 heeft de raad het bestemmingsplan 'Stationsgebied 2020' vastgesteld dat de planologisch-juridische vertaling vormde van dit 'Stedenbouwkundig plan'. Op 2 februari 2022 heeft de Raad van State dit bestemmingsplan, inclusief het bijbehorende ontwerpbesluit 'Hogere waarden', vernietigd (zie Bijlage 1). Het in 2019 door de raad vastgestelde 'Stedenbouwkundig plan' is evenwel ongewijzigd. Er is daarom een nieuw ontwerpbestemmingsplan (i.c. een Chw-bestemmingsplan) op basis van Crisis- en herstelwet (Chw) opgesteld waarbij de uitspraak van de Raad van State in acht is genomen. Voorliggend Chw-bestemmingsplan is hiervan het resultaat.
1.2
Doelstelling
De gemeente wil van het Stationsgebied een welkome, media aantrekkelijke en groene entree van Hilversum maken, waar de reiziger zijn weg goed kan vinden en waar het aangenaam toeven is. Het huidige gebrek aan oriëntatie, de betonnen kille uitstraling, het gebrek aan fiets-parkeerplekken op korte afstand van het station, de bereikbaarheid en doorstroming voor gemotoriseerd verkeer rondom het station zijn al jaren een ergernis voor velen en dient te worden verbeterd. Doel is: een goede ruimtelijke en functionele verbinding te creëren tussen het Stationsgebied en het centrum voor voetgangers en fietsers; het gebied te transformeren tot een aangename plek voor ontmoeting en verblijf, sociaal veilig en met een beter vestigingsklimaat voor bedrijven dan nu; de centrumring om de Markt heen te leggen en de Stationsstraat autovrij te maken; de bereikbaarheid van het centrum en het station te verbeteren door doorstroming op de centrumring
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
3
te versoepelen; de fietsen in (ondergrondse) stallingen te laten parkeren; het Oosterspoorplein te betrekken bij de kwalitatieve verbetering van het Stationsgebied (N.B. het Oosterspoorplein is geen onderdeel van voorliggend Chw-bestemmingsplan, maar maakt deel uit van de planvorming/structuurvisie 'Bruisend Hart'); duurzaamheid een integraal onderdeel te laten zijn van het Stationsgebied; de identiteit van Hilversum (media, stedenbouw/ architectuur, groen) zichtbaar te maken; een aangenaam welkom in de Mediastad te realiseren. Het doel van het Chw-bestemmingsplan is het tot stand brengen van een actueel planologische regeling die voorwaarden schept voor de gewenste ruimtelijke (her)ontwikkeling van het plangebied. Het Chw-bestemmingsplan is toetsingskader voor omgevingsvergunningaanvragen. Het Chw-bestemmingsplan maakt de gewenste ontwikkelingen (zie Hoofdstuk 5 Ruimtelijk plan) zoals beschreven in het 'Stedenbouwkundig plan' mogelijk.
1.3
Plangeschiedenis
De planvorming voor het Stationsgebied kent een lange voorgeschiedenis. In onderstaande subparagrafen worden kort de belangrijkste besluiten beschreven.
1.3.1
Structuurvisie
In de 'Structuurvisie Hilversum 2030' (vastgesteld op 15 mei 2013) heeft de gemeente doelen geformuleerd voor het Stationsgebied en de ambitie vastgelegd om de centrumring te verleggen en tweerichtingsverkeer op de Schapenkamp terug te brengen.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
4
Figuur 1 Kaartfragment met legenda uit de 'Structuurvisie Hilversum 2030'
Centrumvisie
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
5
In de 'Centrumvisie' (vastgesteld op 18 november 2015) is als uitgangspunt beschreven dat het Stationsgebied een aantrekkelijke en veilige entree wordt richting centrum en dat het te voet en op de fiets een logische verbinding vormt tussen oost en west. Daarnaast wordt het er prettiger om te komen en te verblijven. Het plein zal bezoekers verwelkomen. Er zijn ook mogelijkheden voor zakelijke (korte) ontmoetingen, afhaalpunten, productpresentaties, e.d. Voortbordurend op de schaal van de hier aanwezige grotere gebouwen, krijgt het plein de allure van een open groene ruimte met heldere wandelroutes van het station naar het centrum. Deze routes zijn zowel via de Leeuwenstraat als via de Stationsstraat, die door het omleggen van de centrumring verandert in een voetgangersgebied met fietsroute en bomen. Door het beter benutten van de fietsparkeerkelder en het meer afschermen van fietsenstallingen met groen zijn de gestalde fietsen minder prominent aanwezig. De opgave die uit de 'Centrumvisie' volgt is een integrale visie te ontwikkelen op het hele Stationsgebied (van Beatrixtunnel tot en met Kleine spoorbomen).
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
6
Figuur 2 Kaartfragment Centrumvisie
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
7
1.3.2
Stedenbouwkundige visie (bureau Okra)
Op 14 december 2016 stelt de raad de 'Stedenbouwkundige visie' voor het Stationsgebied vast. De visie is opgesteld door bureau Okra. Ook het projectplan wordt vastgesteld. Het projectplan gaat uit van een actieve houding van de gemeente en van een gefaseerde, integrale aanpak. Een actieve houding betekent dat de gemeente het voortouw neemt bij de voorgenomen ontwikkeling. Alleen op deze wijze kan de visie worden gerealiseerd.
Figuur 3 Kaartfragment uit 'Stedenbouwkundige visie Stationsgebied Hilversum' (Okra) Met het vaststellen van de visie en het projectplan is het ambitieniveau vastgelegd, maar ook de doelen die de gemeente met herstructurering wil bereiken, de actieve aanpak en de bereidheid om fors te vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
8
investeren om het Stationsgebied goed aan te pakken. De visie is nog geen eindplaatje. Het ruimtelijk plan moet verder gebracht worden. Ook moeten nog heel veel inhoudelijke keuzes worden gemaakt. In december 2016 wordt ook het voormalige GAK-gebouw (Stationsplein 25) door de gemeente aangekocht.
1.3.3
Stedenbouwkundig Programma van Eisen Stationsgebied
Op 14 december 2016 besluit de raad ook over het 'Stedenbouwkundig Programma van Eisen Stationsgebied' (SPvE). Tijdens de raadsvergadering is een amendement aangenomen waarbij besloten is dat de te ontwikkelen gebouwen aardgasvrij worden. De visie van Okra is een eerste aanzet die verder moet worden uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan. Het stedenbouwkundig plan is vervolgens de onderlegger voor het maken van een nieuw bestemmingsplan. Voor het opstellen van een stedenbouwkundig plan moeten, naast de doelen (zoals opgenomen in de Centrumvisie) ook de gemeentelijke eisen en wensen worden geformuleerd. Deze eisen en wensen zijn opgenomen in het Stedenbouwkundig Programma van Eisen. Het doel van het SPvE is om een stedenbouwkundig bureau een heldere opdracht mee te geven voor het maken van een stedenbouwkundig plan. Er staat in wat in ieder geval in het stedenbouwkundig plan moet worden opgenomen (eisen), wat de gemeente graag wil en waar ontwerpvrijheden zitten. Het SPvE borduurt voort op de uitgangspunten, ambities en doelen zoals die in de Centrumvisie zijn geformuleerd en in de visie van Okra verbeeld. De centrumvisie en de visie van Okra zijn als uitgangspunt gehanteerd voor het opstellen van het SPvE.
Figuur 4 Begrenzing gebied Stedenbouwkundig plan Stationsgebied zoals opgenomen in het SPvE
1.3.4
Stedenbouwkundig plan
Stedenbouwkundig bureau De Zwarte Hond en landschapsarchitectenbureau OKRA hebben gezamenlijk het Stedenbouwkundig plan voor het Stationsgebied opgesteld. Aan de hand van een aantal bouwstenen zijn de verschillende mogelijkheden onderzocht. Het betreft de bouwstenen: stromen (fietsers, voetgangers en OV), fietsenkelder, busstation, kiss & ride en taxi's, bouwvolumes, programmering, duurzaamheid, parkeergarage, beeldkwaliteit en tot slot sfeer en beleving. Het Stationsgebied bestaat uit een aaneenschakeling van verschillende locaties, waarvoor een integraal vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
9
ontwerp is gemaakt. Het betreft de locaties: Stationsplein, Schapenkamp, Stationsstraat, Oosterspoorplein, Koninginneweg, Kleine Spoorbomen en Verkeer in de omgeving. Elk van deze locaties is onderzocht en er zijn daarin verschillende varianten geanalyseerd. Dit heeft geresulteerd in een Stedenbouwkundig plan.
Figuur 5 Afbeelding 'Stedenbouwkundig Plan Stationsomgeving Hilversum' (De Zwarte Hond/Okra)
In het 'Stedenbouwkundig plan' is gekozen voor het aan elkaar knopen van centrum aan station (en niet voor alle ruimte aan verkeer), voor een bebouwing die mensen als vanzelf naar het centrum leidt, voor
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
10
openbare ruimte die kwalitatief en compact is en voor zichtlijnen en routes die als vanzelf uit het gebruik, de stromen en de historie van het gebied volgen. Stad en station worden met elkaar verbonden op een wijze die recht doet aan de Hilversumse schaal, maat en uitstraling. Het busstation sluit daarop aan en wordt een zichtbare en veilige plek waar (HOV) bussen bufferen en halteren, taxi's en kiss & ride die vanaf het station zichtbaar zijn (aan zowel de oost- als westzijde van het station). Op 6 december 2017 is door de raad het 'Stedenbouwkundig plan', inclusief twee amendementen (A17-92 en A17-95) vastgesteld. De uitwerking van de vragen uit deze amendementen zal leiden tot een definitief én integraal 'Stedenbouwkundig plan'. In amendement (A17-92) vraagt de raad aan het college 'een nadere uitwerking te doen van het terug brengen van tweerichtingsverkeer op de Schapenkamp en als verkeerskundige en stedenbouwkundige consequentie hiervan een tweerichtingsverbinding tussen het Stationsplein en de Vorstin'. Met de vaststelling van dit amendement is het volgende besloten: a. Het Stationsplein om te vormen tot een groen welkom in Hilversum, media aantrekkelijk en met bebouwing voorzien van woon-, werk-, winkel- en recreatieve functies; b.
Een herkenbare, veilige en aantrekkelijke aansluiting te creëren vanaf het Stationsgebied naar het centrum van Hilversum en zo centrum en Stationsgebied weer ruimtelijk te verbinden; c. De Raad voor de zomer van 2018 te laten besluiten of de Schapenkamp ongelijk- of gelijkvloers dient te worden aangelegd als verdere uitwerking richting bestemmingsplan; d. Het fietsparkeren in (ondergrondse) stallingen vorm te geven met directe aansluitingen op het station, het Stationsplein en het Oosterspoorplein; e. Een dynamisch toekomstbestendig busstation te realiseren als een zichtbare en veilige plek waar (HOV) bussen halteren en bufferen; f. De taxi's en kiss & ride zichtbaar vanaf het station te organiseren aan oost- en westzijde; g. De Stationsstraat autoluw te maken en daarmee de Groest en het Marktplein met elkaar te verbinden; h. Het Oosterspoorplein als groen buurtplein in te richten waarbij fietsen ordentelijk worden gestald, een extra kiss & ride wordt gerealiseerd en zo mogelijk kruisend verkeer tussen voetgangers/fietsers en auto's wordt verminderd. (N.B. Zoals vermeld in paragraaf 1.2 maakt het Oosterspoorplein geen onderdeel uit van voorliggend bestemmingsplan, maar maakt deel uit van de planvorming/structuurvisie 'Bruisend Hart') 2.
Een nadere uitwerking te doen van het terug brengen van tweerichtingsverkeer op de Schapenkamp en als verkeerskundige en stedenbouwkundige consequentie hiervan een tweerichtingsverbinding tussen het Stationsplein en de Vorstin, waarbij het voornemen is om: a. In te zetten op een kwalitatieve ontwikkeling; b. De Schapenkamp in een verdiepte ligging én de Schapenkamp op maaiveld nader te onderzoeken en allebei aan de raad voor te leggen in de zomer van 2018; c. Daarbij de eerder door de raad vastgestelde kaders met betrekking tot het twee richtingsverkeer Schapenkamp in detail uit te werken, in het verlengde van twee richtingsverkeer "Langs de lijn" en een "Herontwikkeling van de locatie tussen Koninginneweg en spoor"; d. In de zomer 2018 de raad te laten besluiten welke van de twee uitwerkingen zal worden opgenomen in het bestemmingsplan; e. Ervoor zorg te dragen dat deze uitwerking inhoudelijk in samenhang met de maatregelen bij de Kleine spoorbomen wordt uitgevoerd; en waarbij de consequenties van de voorliggende keuzes op het verkeer in de omgeving inzichtelijk zijn.
N.B. Voor de Kleine Spoorbomen is een apart project opgestart, met ruimtelijk een grote relatie tot de ingrepen bij de Koninginneweg. De reden hiervoor is dat de situatie ter plaatse van de Kleine Spoorbomen ook onafhankelijk van de ontwikkeling van het Stationsgebied moet worden opgepakt.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
11
Het 'Stedenbouwkundig plan' geeft een ruimtelijke en programmatische vertaling van deze doelen, wensen en eisen voor het Stationsgebied. Het plan formuleert op hoofdlijnen de ruimtelijke kaders voor het op te stellen bestemmingsplan Stationsgebied en voor de toekomstige ontwikkelingen in het gebied.
1.3.5
Vestiging voorkeursrecht Koninginneweg
Om te voorkomen dat de gronden tussen de Koninginneweg en het spoor worden vervreemd en als gevolg daarvan de gemeente mogelijk grip op de ontwikkeling van de locatie verliest, heeft de raad in januari 2018 (én september 2018) besloten op deze gronden gemeentelijk voorkeursrecht te vestigen (Wvg). Dit betekent dat als eigenaren hun pand willen verkopen zij dit eerst aan de gemeente dienen aan te bieden. N.B. Direct voorafgaand aan de vestiging van het voorkeursrecht heeft de raad besloten om de 'Structuurvisie Hilversum 2030', voor zover het betreft het gebied gelegen tussen Koninginneweg, Stationsstraat, spoorlijn en de Schoolstraat de functie(s)/aanduidingen: 'werklocaties, bebouwing gericht op het spoor en de aanduiding dynamisch gebied', in te trekken.
1.3.6
Modellen Stedenbouwkundig plan
In de collegebrief van 24 september 2018 wordt de raad geïnformeerd over het collegebesluit van 11 september 2018 om een tweetal modellen voor het stedenbouwkundig plan Stationsgebied vrij te geven voor participatie en advies. Aanleiding is het amendement A17-92 (raad 6 december 2017) waarbij de raad aan het college heeft gevraagd om 'een nadere uitwerking te doen van het terugbrengen van tweerichtingsverkeer op de Schapenkamp en als verkeerskundige en stedenbouwkundige consequentie hiervan een tweerichtingsverbinding tussen het Stationsplein en de Vorstin ...'. In twee verschillende modellen ('de Passage' en 'de 7 straatjes') voor het Stationsgebied wordt hierop antwoord gegeven met enkele verkeersonderzoeken als onderbouwing. Het doel is om te komen tot een breed gedragen besluit over de toekomst van het Stationsgebied, dat goed is doordacht en breed bediscussieerd.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
12
Figuur 6 De twee modellen 'de Passage' en 'de 7 straatjes'
De twee opgestelde integrale principe modellen verschillen van elkaar in de manier waarop de openbare ruimte vorm krijgt en ervaren wordt. De ruimtelijke kwaliteit en de wijze waarop het project het centrum van Hilversum kan versterken vormen de kern van de modellen, waarbij de kern van de verschillen schuilt in: De vorm en het gebruik van het Stationsplein; De ligging van de nieuwe gebouwen; De route(s) van het station naar het centrum; Het fiets- en voetgangersgemak in het gebied; De oversteek op de Schapenkamp; De positie van de centrumring als onderdeel van het centrum. Een wezenlijk verschil ten opzichte van de plannen uit december 2017 betreft de Schapenkamp. Er zijn in 2018 aanvullende verkeersonderzoeken gedaan naar de meest optimale verkeersafwikkeling. Daarbij is gekeken naar de (toekomstige) verkeersdrukte op de centrumring en bij de Kleine Spoorbomen en de gevolgen voor de andere wegen, waaronder de buitenring. Daarnaast is gekeken naar de mogelijkheden bij de Koninginneweg. De conclusie van dit onderzoek is dat één oplossing de meeste voordelen biedt. Deze oplossing bestaat uit: Doorgaand autoverkeer in één richting: van Beatrixtunnel richting Vorstin. Komend vanaf de Vorstin kan je niet doorrijden naar de Beatrixtunnel. Er is een knip ter hoogte van het station. Je kan met de auto wel bij het station en bij parkeergarage Markt komen.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
13
De nieuwe centrumring ligt om het Marktplein en door de Koninginneweg, waardoor herontwikkeling van de Koninginneweg nodig is. De Stationsstraat wordt autoluw. De Koninginneweg wordt zo ingericht dat er ruimte is voor brede trottoirs, vrij liggende fietspaden en groen. Met nieuwbouw tussen de Koninginneweg en het spoor kan deze kwaliteit gerealiseerd worden. De Kleine Spoorbomen sluiten aan op de verlegde centrumring en blijven (onveranderd) open voor voetgangers, fietsers en auto's vanuit beide richtingen. Twee van de drie inkomende richtingen naar het centrum zullen daarbij echter vervallen. Model de Passage zet volop in op een compact Stationsplein waar de fietser, voetganger en reiziger op een aantrekkelijke, veilige en eenvoudige manier zijn weg in het gebied en naar het centrum kan vinden. Daarbij zijn alle functies die je kunt verwachten op een Stationsplein aanwezig en is de route richting het centrum in één oogopslag zichtbaar. Om de voetgangers en fietsers ruim baan te geven, is het wel nodig om grote ingrepen te doen in de Schapenkamp. In model de Passage wordt de Schapenkamp verdiept aangelegd. Model de 7 Straatjes borduurt voort op het intiem stedelijke karakter van het centrum van Hilversum en de aaneenschakeling van diverse kleine pleintjes en brinkjes die de stad heeft.
De fijnmazige structuur biedt de voetgangers twee sterke routes naar het centrum, via de Leeuwenstraat of via de Stationsstraat. Het intieme Stationsplein nodigt uit en reizigers hebben de ruimte om in een aantrekkelijke omgeving op de omgeving te oriënteren. 1.3.7
Raadscommissie Ruimte en Wonen oktober 2018
Op 17 oktober 2018 adviseert de Commissie Ruimte en Wonen het college van B&W over een tweetal stedenbouwkundige modellen voor de herinrichting van het Stationsgebied. Tijdens de commissievergadering spreekt de meerderheid van de fracties zich uit voor model 2 (De 7 straatjes). Dit kwam overeen met het merendeel van de reacties die vanuit de participatie naar voren kwam.
1.3.8
Oosterspoorplein
Intussen is de gemeente ook gestart met de aanpak van de Spoorzone. In dat kader is er een pilot gestart voor het postcodegebied 1221 (het betreffen buurten gelegen aan de oostzijde van het spoor), waar ook het Oosterspoorplein is gesitueerd. Gezien de dynamiek, de specifieke vragen en de betrokkenheid die in dat deel van de stad zijn losgekomen, is ervoor gekozen om het gebied rondom het Oosterspoorplein breder op te pakken in het kader van de Aanpak Spoorzone. Daarmee is het Oosterspoorplein geen onderdeel meer van het vast te stellen 'Stedenbouwkundig plan'.
1.3.9
Model 'De 7 straatjes'
Op 6 november 2018 besluit het college van B&W model 'De 7 Straatjes' verder uit te werken tot een definitief stedenbouwkundig plan voor het Stationsgebied en daarmee in te zetten op: a. Een welkom op een aantrekkelijk vierkant omsloten Stationsplein met ontmoetings- en verblijfsfunctie; b. Twee langzaam verkeersroutes naar het centrum via de Leeuwenstraat en de Stationsstraat; c. Drie nieuwe bouwblokken op het Stationsplein die de nieuwe routes markeren; d. Een Schapenkamp op maaiveld waarbij de centrumring onderdeel van het centrum uitmaakt en de doorstroming verbetert; e. Gelijkvloers oversteken van de centrumring voor voetgangers en fietsers; f. Een doorgaande centrumring van zuid naar noord en een geknipte centrumring ter hoogte van het Stationsplein van noord naar zuid; g. Een volledige herontwikkeling van de Koninginneweg Oost. Met het besluit geeft het college richting aan de uitwerking van het Stedenbouwkundig plan. Het is aan vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
14
de raad om uiteindelijk te beslissen. Dit besluit wordt in 2019 aan de raad voorgelegd.
1.3.10 Raadscommissie Ruimte en Wonen maart 2019 Op 14 maart 2019 bespreekt de commissie het raadsvoorstel tot vaststellen van het 'Stedenbouwkundig plan'. Tevens is ter kennisname een concept-beeldkwaliteitsplan toegevoegd. De commissie wordt gevraagd het college hierover te adviseren, vooruitlopend op het op te stellen bestemmingsplan (waarbij het beeldkwaliteitsplan ter besluitvorming zal worden gevoegd).
Figuur 7 'Stedenbouwkundig plan' (versie 7 februari 2019, De Zwarte Hond/Okra)
Naar aanleiding van het debat en de beraadslagingen in de commissie trekt de wethouder het voorstel met betrekking tot het stedebouwkundig plan en het concept beeldkwaliteitsplan Stationsgebied namens het college terug en zal het gewijzigd opnieuw in procedure brengen. De wethouder zegt tevens toe het plan op diverse punten te wijzigen. Daarnaast zal een breder onderzoek naar de relatie Oost-West met collega-wethouders worden besproken alsmede binnen welke termijn zo'n onderzoek vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
15
kan worden afgerond (T19/42) met alle zorgvuldigheid die daarbij komt kijken.
1.3.11 Raadsbesluit vaststelling 'Stedenbouwkundig plan' Op 29 mei 2019 besluit de raad het integrale 'Stedenbouwkundig plan' voor het Stationsgebied vast te stellen en daarmee het volgende te realiseren: a. Een welkom op een aantrekkelijk omsloten Stationsplein met ontmoetings- en verblijfsfunctie. b. Twee routes voor voetgangers van het station naar Groest en Marktplein over resp. de Leeuwenstraat en de Stationsstraat. c. Drie nieuwe bouwblokken op het Stationsplein die de nieuwe routes markeren. d. Bouwblokken met een bouwhoogte van 3 tot 6 lagen. e. De Schapenkamp op maaiveld waarbij de centrumring ingericht wordt als onderdeel van het centrum en de doorstroming verbetert. f. Gelijkvloerse veilige en overzichtelijke oversteken van de centrumring voor voetgangers en fietsers. g. Een doorgaande centrumring van zuid naar noord en een geknipte centrumring ter hoogte van het Stationsplein van noord naar zuid. h. Een volledige herontwikkeling van de Koninginneweg aan de zijde van het spoor (tussen de Stationsstraat en de Schoolstraat), hierna 'Koninginneweg Oost' genoemd. i. De uitbreiding van de bestaande fietsparkeervoorzieningen, mogelijk middels een ondergrondse fietsenstalling aan de centrumzijde van het station.
De raad neemt tevens het volgende amendement (19/30) aan: 'Vanuit stedenbouwkundig en civieltechnisch oogpunt een integraal onderzoek te doen naar mogelijke verbeteringen van de verbinding tussen Hilversum Oost en het Centrum, waarbij het college de aanbevelingen aan de raad voorlegt ter vaststelling als ruimtelijk kader voor het op te stellen bestemmingsplan.'
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
16
Figuur 8 'Stedenbouwkundig plan' (versie 29 maart 2019, De Zwarte Hond/Okra)
1.3.12 Raadsbesluit met betrekking tot 'Onderzoek Oost - Centrumverbinding' Ter uitvoering van amendement A19-30 (aangenomen in de raadsvergadering van 29 mei 2019) heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de mogelijke verbeteringen van de verbinding tussen Hilversum Oost en Centrum. Dit onderzoek ('Onderzoek verbinding Oost – Centrum', bureau Movares) resulteert in diverse aanbevelingen die zijn samengevat in zeven vervolgstappen. In de vergadering van 16 oktober 2019 heeft de raad het onderzoek vastgesteld en het college opdracht gegeven de vervolgstappen nader uit te werken als kader voor de verdere ontwikkeling van het Stationsgebied.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
17
1.3.13 Afsluiting Kleine Spoorbomen Op 6 mei 2020 besluit de raad de Kleine Spoorbomen af te sluiten voor autoverkeer. Onderzocht is welke gevolgen dit besluit, met bijbehorende herinrichting, heeft voor het bestemmingsplan. Het blijkt dat de gemeente ter plaatse van het parkeerterrein van restaurant Tiramisu minder gronden nodig heeft dan voorzien ten tijde van het vestigen van het voorkeursrecht.
1.3.14 Vaststellingsnota Stationsgebied Op 15 september 2021 besluit de raad over de 'Vaststellingsnota Stationsgebied'. Onderdeel hiervan is een actualisering van het 'Stedenbouwkundig plan', zie figuur 9. Wijzigingen betreffen onder andere de locatie van de entree en de omvang van de ondergrondse fietsenstalling, het daarin opnemen van een rolband (tapis roulant) om scooters en buitenmodel fietsen te faciliteren en uitwerkingen op de onderdelen busstation en Kiss & Ride.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
18
Figuur 9 Geactualiseerd 'Stedenbouwkundig plan' (versie 6 juni 2021, De Zwarte Hond/Okra)
Tevens stelt de raad het definitieve ontwerp van het busstation vast.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
19
1.3.15 Vaststelling bestemmingsplan 'Stationsgebied 2020' en uitspraak Raad van State Op 7 oktober 2020 stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan 'Stationsgebied 2020' vast dat de planologisch-juridische vertaling vormt van het 'Stedenbouwkundig plan Stationsgebied'. Tevens wordt een amendement aangenomen om de bandbreedte van ‘200 – 325 woningen’ te vervangen door ‘260 – 325 woningen. Ook het bijbehorende beeldkwaliteitsplan voor het stationsgebied wordt vastgesteld. Op 2 februari 2022 vernietigt de Raad van State dit bestemmingsplan, inclusief het bijbehorende besluit 'Hogere waarden', zie Bijlage 1. Volgens de Raad van State heeft de gemeenteraad bij de beoordeling van de geluidsaspecten (weg- en railverkeer) als gevolg van het plan geen rekening gehouden met de cumulatie van geluid afkomstig van andere geluidbronnen. Daarnaast ontbrak een onderbouwing waarom het plan in overeenstemming is met de (Europese) Dienstenrichtlijn. Voorliggend Chw-bestemmingsplan is o.a. aangepast in lijn met de uitspraak. Zo is het bestemmingsplangebied uitgebreid met de wegen waar, conform het 'Akoestisch onderzoek', een geluidreducerende deklaag zal worden gelegd. Aansluitend bij de uitspraak van de Raad van State is in de planregels een zogenaamde 'voorwaardelijke verplichting' opgenomen die het leggen van deze laag juridisch borgt.
Tevens is een beoordeling van het woon- en leefklimaat opgenomen en is de analyse met betrekking tot de Dienstenrichtlijn in het plan verwerkt.
1.3.16 Coalitieakkoord In het coalitieakkoord 2022 - 2026 'Hilversum Koesteren' is ten van aanzien van het stationsgebied onder andere opgenomen dat, om extra woningen te creëren, zal worden voorgesteld 2 woonlagen toe te voegen aan de gebouwen die op het Stationsplein gebouwd zullen worden. Daarnaast wil de coalitie de raad voorstellen de komende jaren concrete stappen te zetten om de doorstroming voor alle vormen van verkeer te verbeteren en daarbij gebruikmaken van slimme technologische oplossingen zoals verkeerssensoren en intelligente verkeerslichten ter verbetering van de doorstroming. Ook het zoveel mogelijk realiseren van een 30 km-zone binnen de centrumring maakt onderdeel uit van het akkoord. In voorliggend Chw-bestemmingsplan zijn de extra 2 woonlagen opgenomen in de regels. De voorstellen ten aanzien van verkeer zullen nader worden uitgewerkt. Voorliggend Chw-bestemmingsplan staat daar aan niet in de weg.
1.4
Functie van het bestemmingsplan
Voorliggend Chw-bestemmingsplan is opgesteld op basis van de mogelijkheden die de Crisis- en herstelwet (Chw) biedt. Hilversum heeft met derde tranche 'Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet' (ru Chw) toestemming gekregen om Chw-plannen vast te stellen. In de ru Chw is bepaald dat artikel 7g van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (Bu Chw) ook geldt voor Hilversum. Op grond hiervan kan Hilversum tot 2024 een 'bestemming met verbrede reikwijdte' vaststellen mits het ontwerp ter inzage is gelegd voor inwerkingtreding Omgevingswet (artikel 7g lid 5 Bu Chw). Het Chw-bestemmingsplan 'Stationsgebied 2022' regelt de bestemmingen en het gebruik van de gronden voor het betreffende gebied. Het Chw-bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (kaart), regels en een toelichting. De verbeelding en de daarop aangewezen bestemmingen en regels vormen tezamen het juridische plan. De plantoelichting heeft geen rechtskracht. De regels bestaan uit omschrijvingen van de in het plan vervatte bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven. In de toelichting worden de achtergronden en beweegredenen aangegeven die hebben geleid tot de bestemmingen.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
20
Een bestemmingsplan wordt met de daarbij behorende toelichting langs elektronische weg vastgelegd. Het bestemmingsplan wordt in die vorm vastgesteld. Een volledige papieren versie van het bestemmingsplan wordt gelijktijdig vastgesteld. Indien de inhoud van het langs elektronische weg vastgelegde bestemmingsplan na vaststelling en die van de papieren versie daarvan tot een verschillende uitleg aanleiding geeft, is de eerstbedoelde inhoud beslissend.
1.5
Leeswijzer
De toelichting is opgebouwd uit zes hoofdstukken. In het inleidende hoofdstuk is al ingegaan op de aanleiding, doelstelling en functie van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 2 wordt aangegeven waar het plangebied ligt en wat de exacte plangrenzen zijn. In hoofdstuk 2 wordt ook aangegeven welke bestemmingsplannen voor het plangebied gelden tot het verkrijgen van rechtskracht van het nieuwe bestemmingsplan. De hoofdstukken 3-5 vormen de kern van de toelichting. In hoofdstuk 3 worden de karakteristieken van het gebied beschreven. Dit is een beschrijving van de bestaande situatie. Relevante beleidskaders van Rijk, provincie/regio/waterschap en gemeente staan centraal in hoofdstuk 4. De voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen en bijbehorende facetten worden behandeld in hoofdstuk 5. Per planaspect wordt hierbij gemotiveerd aangegeven wat er komt. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de bestemmingsregeling, de (economische) uitvoerbaarheid, het ambtelijk overleg en op de externe communicatie. Er wordt aangegeven hoe de regels gezien vanuit de toelichting gelezen moeten worden en hoe bij de formulering van de bestemming en de regels rekening wordt gehouden met de handhaafbaarheid daarvan. Deze paragraaf vormt de relatie tussen het juridische plan en de toelichting. De voor het bestemmingsplan verrichte onderzoeken en ook de 'watertoets' zijn als bijlage opgenomen.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
21
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
22
Hoofdstuk 2 Begrenzing plangebied en vigerende bestemmingsplannen 2.1
Begrenzing plangebied
Het plangebied (zie figuur 10) is gelegen in het centrum van Hilversum en wordt globaal begrensd door het Langgewenst, de Schoolstraat, het spoor, de Koninginneweg, de Stationsstraat en de Schapenkamp tot aan de kruising met de Prins Bernhardstraat. De bebouwing van Entrada, het UWV-gebouw en het stationsgebouw maken geen deel uit van het plangebied. Het plangebied grenst aan het gebied van het Provinciaal Inpassingsplan 'Hoogwaardig Openbaar Vervoerverbinding in het Gooi' (PIP HOV), vastgesteld door Provinciale Staten van de provincie Noord-Holland op 10 april 2017. Op grond van artikel 3.26 lid 5 Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeenteraad vanaf het moment waarop het ontwerp van het inpassingsplan ter inzage is gelegd, niet langer bevoegd tot vaststelling van een bestemmingsplan voor de gronden waarop dat inpassingsplan betrekking heeft. De bedoelde bevoegdheid ontstaat weer tien jaar na vaststelling van het inpassingsplan, dan wel eerder, indien het inpassingsplan dat bepaalt. In het PIP HOV is geen termijn bepaald, dat betekent dat de gemeente pas na 2027 voor de betreffende gronden weer bevoegd is om een bestemmingsplan (i.c. 'omgevingsplan' volgens de terminologie van de op dat moment in werking getreden Omgevingswet) vast te stellen.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
23
Figuur 10 Begrenzing plangebied vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
24
2.2
Vigerende bestemmingsplannen
Vóór vaststelling van het voorliggende plan zijn (delen van) de onderstaande bestemmingsplannen vigerend in het plangebied: Bestemmingsplan 'Binnenstad 2013', vastgesteld door de raad op 12 juni 2013 Bestemmingsplan 'Langgewenst' vastgesteld door de raad op 12 juni 2013 Bestemmingsplan 'Regeling meervoudige bewoning' vastgesteld door de raad op 24 juni 2016 Bestemmingsplan 'Veegbestemmingsplan 2016' vastgesteld door de raad op 14 december 2016 Wijzigingsplan 'Binnenstad 2013 - wijzigingsplan parkeernormen 2017' vastgesteld door het college op 19 december 2017 Op 6 oktober 2017 is het voorontwerpbestemmingsplan 'Centrum 2018' ter inzage gelegd. Voor zover gronden van dit voorontwerp nu vallen in voorliggend plangebied zullen deze geen deel meer uitmaken van de vervolgprocedure van dat bestemmingsplan. Op 10 april 2017 hebben Provinciale Staten het Provinciale InpassingsPlan 'Hoogwaardig Openbaar Vervoer in het Gooi' vastgesteld. Op grond van artikel 3.26 lid 5 Wro kunnen de gronden die onderdeel zijn van dit PIP geen onderdeel zijn van voorliggend bestemmingsplan. Dit betekent dat het plangebied ter hoogte van de bebouwing van Entrada en het UWV-gebouw grenst aan het plangebied van 'PIP HOV'.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
25
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
26
Hoofdstuk 3
Karakteristieken plangebied
In dit hoofdstuk komt de huidige situatie aan de orde. Onder andere wordt aandacht besteed aan de stedenbouwkundige structuur en de aanwezige functies in het plangebied.
3.1
Ruimtelijke structuur
3.1.1
Historie
Het hooggelegen Gooi is een van de oudst bewoonde streken van Nederland. Door de arme zandgronden was er voornamelijk schapenhouderij. Op de Hilversumse brinken werden veelal schapen verzameld om te gaan grazen op stukken land buiten het dorp. Deze brinken en de routes er naartoe hebben de basis gelegd voor de stedenbouwkundige structuur van Hilversum. Aan deze structuur, in combinatie met het kenmerkende omliggende (heide-)landschap, ontleent Hilversum een deel van zijn identiteit. De villaparken die vanaf halverwege 19e eeuw zijn aangelegd zijn ook te koppelen aan deze landschappelijke basis. Eind negentiende eeuw wordt Hilversum aangesloten op het spoornetwerk. Het spoor werd op afstand gelegd van het toenmalig bebouwde deel van Hilversum.
Figuur 11 Spoortracé op afstand oude centrum (bron: 'Stedenbouwkundig plan', De Zwarte Hond/Okra)
Met de aansluiting op het spoornetwerk ontstond een groei, die deels is opgevangen in het gebied tussen het centrum en het spoortracé. De bebouwing volgde ontginningsstructuren die niet direct logisch aantakten op het weefsel van het bestaande dorp.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
27
Figuur 12 Ontwikkeling bebouwing volgt ontginning (bron: 'Stedenbouwkundig plan', De Zwarte Hond/Okra)
De verkeersdoorbraak in de jaren zeventig, in de vorm van de aanleg van de Schapenkamp, verslechterde de ruimtelijke relatie tussen station en centrum. Dit heeft tot op de dag van vandaag grote gevolgen voor het oriëntatiegevoel van bezoekers van Hilversum.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
28
Figuur 13 Realisatie Schapenkamp (bron: 'Stedenbouwkundig plan', De Zwarte Hond/Okra)
3.1.2
Stedenbouwkundige structuur
Het Stationsgebied wordt gekenmerkt door een hoge dynamiek met veel grootschalige ingrepen vanuit de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw. Voorbeelden hiervan zijn de Schapenkamp, het inmiddels gesloopte GAK-gebouw en Silverpoint.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
29
Figuur 14 Het inmiddels in 2019 gesloopte GAK-gebouw Het plangebied is gelegen aan de (oost)rand van het centrum en vormt met de stationsgebouwen, het busstation, de stationstunnel en het stationsplein de toegangspoort vanaf het station naar het centrum. De structuur van dit gebied wordt hoofdzakelijk bepaald door de langgerekte grootschalige ruimtes van de Schapenkamp, het busstation en de taxistandplaats met kiss & ride plek. Tussen deze gebouwen en het Schapenkamp bevindt zich grootschalige bebouwing in de vorm van vijf woongebouwen (Entrada) en het imiddels gesloopte GAK-gebouw. In het bestemmingsplan 'Binnenstad' uit 2002 was op de hoek Schapenkamp - Stationsstraat een Stationstoren voorzien (hoogste gebouw in de binnenstad op de kerktorens na) ter accentuering van het totale Stationsgebied. Vanaf de Schapenkamp blijven dan de langgerekte stationsgebouwen zichtbaar tussen de losse objecten door. Het beeld is dat van 'spelers' (de losse verticaal vormgegeven gebouwen) voor een 'decor' (de meer horizontaal gelede gebouwen langs het spoor). Het beeld langs het Schapenkamp is divers: vrijstaande grootschalige gebouwen aan de oostzijde van het Schapenkamp en gesloten bebouwing in wisselende vormen, materialen en hoogtes aan de westzijde. De Koninginneweg bevindt zich aan de rand van de binnenstad en vormt daarmee een overgang.
Het gaat om een van de winkel-aanloopstraten van het centrum. De Koninginneweg, voorzover gelegen binnen het plangebied, wordt gekenmerkt door complexgewijze bebouwing.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
30
3.1.3
Groenstructuur
In het plangebied is beperkt groen aanwezig. Het gaat in feite alleen om bomen langs en op het Stationsplein en als begeleidend groen langs de Schapenkamp. Daarnaast staat er her en der een solitaire boom op privaat of openbaar terrein.
Figuur 15 Zicht op het Stationsgebouw (bron: Google maps) Het terrein waar voorheen een Stationstoren was voorzien heeft nu een tijdelijke inrichting.
3.1.4
Waterstructuur
In het plangebied is geen water en zijn geen waterlopen aanwezig. Er is geen waterstructuur.
3.1.5
Verkeersstructuur
De verkeersstructuur in het plangebied kan onderverdeeld worden in drie elementen: de Schapenkamp en Stationsstraat zijn onderdeel van de centrumring, het Stationsgebied, de Koninginneweg die een radiaal vormt tussen centrum- en buitenring. In het Stationsgebied wordt de openbare ruimte vooral benut door bussen en fietsers en voetgangers, die gebruik maken van bus en/of trein. Autoverkeer in dit gebied komt relatief sporadisch voor en is voornamelijk gericht op lossen en laden van goederen en personen. Onder het gebied bevinden zich parkeergarages, die vanaf de Schapenkamp bereikbaar zijn.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
31
Figuur 16 De centrumring en buitenring van Hilversum (bron: 'Stedenbouwkundig plan', De Zwarte Hond/Okra) In de ontsluiting van centrumfuncties speelt de centrumring een belangrijke rol. Voor de ontsluiting van functies buiten het centrum speelt de buitenring de hoofdrol.
3.2
Wonen, werken en voorzieningen
3.2.1
Wonen
De Koninginneweg bevat diverse woonfuncties. Het gaat om rijenwoningen en wonen boven de begane grondlaag, c.q. op de verdieping.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
32
Figuur 17 Rijenwoningen aan de Koninginneweg (bron: Google maps)
3.2.2
Werken
Binnen het plangebied zijn er geen formele werklocaties aanwezig. Wel zijn er enkele bedrijfslocaties op binnenterreinen, ontsloten via de Koninginneweg. Het gaat om bedrijven, niet zijnde detailhandel, kantoren en horeca. Het plangebied bevat geen grootschalige kantoorlocaties. Direct grenzend aan het plangebied, rondom de Schapenkamp en de Stationsstraat, zijn wel kantoren aanwezig.
3.2.3
Voorzieningen
Op de Stationsstraat is een vestiging van MBO-Utrecht aanwezig, het betreft de Gooische Zorgacademie. In de Koninginneweg zijn er enkele detailhandelsvestigingen, horeca en dienstverlening gevestigd.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
33
3.3
Verkeer
3.3.1
Autoverkeer
In Hilversum wordt gestreefd naar het inrichten van wegen volgens de principes van Duurzaam Veilig. Concreet betekent dit dat alle wegen in Hilversum zijn gecategoriseerd als gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen. De Schapenkamp, Koninginneweg en Stationsstraat (tot nummer 29) zijn doorgaande wegen en zijn ingedeeld als gebiedsontsluitingsweg waar de verkeersfunctie belangrijker is dan de verblijfsfunctie en waar een wettelijke snelheid geldt van maximaal 50 km/uur. De kruispunten maken uitwisseling van verkeer mogelijk met wegen van een lagere orde. De overige wegen zijn gecategoriseerd als erftoegangswegen, met als functie het rechtstreeks ontsluiten van woningen, winkels en bedrijven. De verblijfsfunctie is belangrijker dan de verkeersfunctie en de wettelijke toegestane maximale snelheid bedraagt 30 km/uur. In het plangebied is een gedeelte van de Stationstraat (vanaf nummer 29) gecategoriseerd als 30 km/h. Door de herkenbaarheid van deze wegcategorieën te versterken neemt de functionaliteit, vindbaarheid en herkenbaarheid in de wijk en daarmee ook de voorspelbaarheid van het autoverkeer toe.
3.3.2
Langzaam verkeer
Fietser Langs de Schapenkamp, Koninginneweg en Stationsstraat liggen vrijliggende fietspaden. Op de andere wegen is verkeer gemengd. Vanaf het trein station richting MediaPark ligt parallel naast het spoor het fietspad 'Langs de Lijn'. Tevens zorgt de fietstunnel onder het spoor voor verbinding met Oost. Bij station Hilversum CS aan de Schapenkamp zijn fietsparkeerplaatsen op maaiveld aanwezig. Onder station Hilversum is een bewaakte fietsenstalling gevestigd.
Voetganger Voetgangers kunnen gebruik maken van de vele voetpaden in het gebied.
3.3.3
Parkeren
In het centrum geldt het regime van betaald parkeren. In het plangebied zijn betaalde parkeerplaatsen op maaiveld, parkeergelegenheid op eigen terrein.
3.3.4
Openbaar vervoer
In het plangebied ligt het busstation dat grenst aan het NS-station Hilversum CS. Het Stationsgebied is een regionaal openbaar vervoersknooppunt. Tevens zijn er taxi-standplaatsen en Kiss & Ride gelegenheid.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
34
Figuur 18 Vervoerplan Gooi en Vechtstreek 2018
3.4
Groen, blauw en natuur
3.4.1
Groen
Het plangebied bestaat grotendeels uit bebouwd/verhard gebied. De groenstructuur beperkt zich tot laanbeplanting langs de Schapenkamp, een kaal veld op het stationsplein en solitaire bomen en boomgroepen verspreid over het plangebied.
3.4.2
Blauw
Voor het plangebied geldt dat er geen oppervlaktewateren of waterkeringen aanwezig zijn. Belangrijkste aandachtspunt is dat hemelwaterwater zoveel mogelijk lokaal wordt vastgehouden, hergebruikt en/of in de bodem wordt geïnfiltreerd.
3.4.3
Natuur
Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of Natura 2000. Binnen de invloedssfeer van het plangebied komen ook geen NNN of Natura 2000 gebieden voor. Bomen en gebouwen in het gebied zijn potentiele verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen. In geval van aanwezigheid van beschermde planten- of diersoorten is de Wet natuurbescherming van toepassing.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
35
3.5
Duurzaamheid en leefbaarheid
3.5.1
Duurzaamheid
Duurzaamheid is gericht op drie kwaliteitsaspecten: people, planet en profit/prosperity. De pijler 'people' richt zich op aspecten van sociale kwaliteit en proceskwaliteit: de leefbaarheid van de omgeving, sociale veiligheid en de betrokkenheid van bewoners, bedrijven en overheden (sociale duurzaamheid). De pijler 'planet' is direct gerelateerd aan de milieukwaliteit en thema's als energie, ecologie en water, maar ook aan gezondheid, verkeer en afval, en daarmee aan verschillende grote milieuproblemen zoals verlies aan biodiversiteit, klimaatsverandering, bedreigingen van de gezondheid en aantasting van de leefomgeving (fysieke duurzaamheid). Uitgangspunten zijn een brongerichte benadering, het sluiten van kringlopen en behoud en versterking van de kwaliteit van de leefomgeving. De pijler 'profit/prosperity' richt zich op de aanwezigheid van voorzieningen, voldoende werkgelegenheid en inkomensdifferentiatie en dragen bij aan het functioneren van de leefomgeving (economische duurzaamheid). De essentie van deze zogenaamde Triple P-benadering is een evenwichtige integrale ontwikkeling van de kwaliteitsaspecten.
3.5.2
Leefbaarheid
3.5.2.1 Geluid De regelgeving die betrekking heeft op geluidshinder staat in een aantal wetten. De Wet geluidhinder (Wgh) voorziet in een zonering van wegen, spoorwegen en industrieterreinen waar 'grote lawaaimakers' zijn of kunnen worden gevestigd, en stelt eisen aan de geluidsbelasting binnen de zones rond en langs die (spoor)wegen en industrieterreinen. De geluidshinder die afkomstig is van inrichtingen (met name bedrijven) wordt gereguleerd op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het plangebied ligt niet binnen de zone van een industrieterrein. De spoorweg is gelegen ten oosten van het plangebied. In verband met de voorgenomen ontwikkeling en de hieraan gekoppelde herziening van het bestemmingsplan is akoestisch onderzoek gedaan. In het akoestisch onderzoek zijn de volgende aspecten onderzocht: 1. De toename van de geluidbelasting van bestaande gevoelige gebouwen als gevolg van fysieke wijzigingen van bestaande wegen. Hiermee is de invloed van het plan op de omgeving in beeld gebracht; 2. De geluidbelasting als gevolg van bestaande (spoor)wegen bij de nieuwe gevoelige gebouwen. Hiermee is de invloed van het plan op de omgeving in beeld gebracht. In paragraaf 5.5.4.2 wordt ingegaan op dit akoestisch onderzoek.
3.5.2.2 Lucht De belangrijkste wet- en regelgeving voor het milieuaspect luchtkwaliteit is vastgelegd in 'Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer (Wm). In artikel 5.16, lid 1 van de Wm is bepaald dat bestuursorganen een besluit, dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen nemen wanneer aannemelijk is dat aan één of meer van onderstaande grondslagen wordt voldaan: a. Er wordt voldaan aan de in bijlage 2 van de Wm opgenomen grenswaarden; b. Het besluit leidt (per saldo) niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c. Het besluit draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10); d. Het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (ook wel NSL genoemd). Specifieke uitvoeringsregels zijn vastgelegd in besluiten (AMvB's) en ministeriële regelingen. Het gaat daarbij onder meer om het 'Besluit' en de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen', de 'Regeling
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
36
beoordeling luchtkwaliteit 2007' en het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. De gemeente heeft onderzoek laten doen naar de gevolgen van het plan voor de luchtkwaliteit. De resultaten zijn beschreven in paragraaf 5.5.4.3 Lucht.
3.6
Cultuurhistorische waarden
3.6.1
Historisch-geografischewaarden
Beschermde stads- en dorpsgezichten zijn aangewezen door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Het betreft objecten in gebieden die van algemeen belang zijn vanwege hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang, dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde, en in welke zich één of meerdere monumenten bevinden. Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd dorpsgezicht. Voor wat betreft de Koninginneweg is vermeldingswaardig dat deze weg een van de eerste nieuwe verbindingswegen is, die buiten de oorspronkelijke dorpsstructuur tot stand kwam. Er staan in deze straat rijen arbeiderswoningen, maar de bebouwing (zeker aan de westzijde) stamt overwegend uit het interbellum en maakte deel uit van een centrumplan van Dudok. Dat centrumplan is nooit helemaal uitgevoerd, maar is wel herkenbaar in de grote samenhang in architectuur. De westelijke gevel blijft ongewijzigd, de oostelijke gevel is onderdeel van het stedenbouwkundig plan. In de Koninginneweg zijn rijen (winkel)woonhuizen gebouwd in een formele opzet van 2 of 3 lagen en een hoge kap, waarbij de langskap op strategische plekken wordt onderbroken met een dwarskap en een hoge topgevel. Hoekbebouwing is prominent vormgegeven met een extra woonlaag en een accent of ronding.
3.6.2
(Steden)bouwkundige waarden
Rijksmonumenten staan ingeschreven in het Monumentenregister van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Provinciale monumenten zijn opgenomen in de provinciale monumentenlijst; gemeentelijke monumenten in de gemeentelijke monumentenlijst. UNESCO-monumenten zijn opgenomen in de lijst van het werelderfgoed. Het plangebied bevat een gemeentelijk monument. Het betreft het pand op de hoek van de Stationsstraat met de Koninginneweg. In de plannen blijft het pand behouden.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
37
Figuur 19 Het gemeentelijk monument op de hoek van de Stationsstraat en Koninginneweg
3.6.3
Archeologische waarden
In 1992 is het zogenoemde 'Verdrag van Malta' gesloten, een Europees verdrag dat is gericht op de bescherming van het archeologisch erfgoed. Sinds de officiële bekrachtiging van het verdrag door Nederland in 1998 is gewerkt 'in de geest van Malta' en is de Monumentenwet 1988 herzien, op grond van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), om de archeologie wettelijk te verankeren. Op 1 september 2007 is de herziene Monumentenwet 1988 in werking getreden. De kernpunten, geregeld in de Monumentenwet, zijn: behoud en bescherming van het archeologisch erfgoed op de plek waar het ligt in de bodem (in situ); opnemen archeologie in het ruimtelijke ordeningsproces; 'de verstoorder betaalt'; transparant en helder besluitvormingsproces, informatie verspreiden en kennis van het archeologisch erfgoed vergroten. De gemeente is het bevoegde gezag, en verantwoordelijk voor het opstellen van een archeologische verwachtings - en beleidskaart. Op de verwachtingskaart staat aangegeven welke archeologische beschermde monumenten, bekende waarden, en welke archeologische verwachtingen in Hilversum aanwezig zijn. Voor het te voeren beleid ten aanzien van de archeologische waarden en verwachtingen in de gemeente, heeft de gemeente een beleidsnota en de daarbij behorende beleidskaart opgesteld.
De beleidskaart, moet volgens de nieuwe Wro in het bestemmingsplan worden opgenomen, zodat voor de aanvrager van een vergunning duidelijk is in welke gevallen een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Deze gevallen worden voornamelijk bepaald door een maximale verstoringsoppervlakte en -diepte. Het archeologische onderzoek is een getrapt proces. Elke stap in het proces wordt afgesloten met een besluit van het bevoegd gezag omtrent het archeologische erfgoed: of het plangebied wordt vrijgegeven,
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
38
of een vervolgonderzoek wordt gevraagd, of een planaanpassing, of bescherming van het archeologisch erfgoed in situ. Eerst moet de aanvrager een inventariserend onderzoek overleggen. In dat inventariserend onderzoek wordt vastgesteld of er archeologisch erfgoed in de bodem aanwezig is en of er nader onderzoek nodig is. De volgende stap is het verrichten van een verkennend veldonderzoek (proefsleuven) om de aard, omvang en kwaliteit van het archeologisch erfgoed te onderzoeken. Het plangebied kan hierna op grond van een selectiebesluit worden vrijgegeven, beschermd, of, als bescherming niet mogelijk is, kan een opgraving worden gevraagd. Elke fase wordt uitgevoerd op grond van een programma van eisen. Behalve de eisen die aan het onderzoek worden gesteld in het kader van de Kwaliteitseisen Nederlandse Archeologie (KNA) kan de gemeente aanvullende eisen stellen. Binnen de gemeente Hilversum wordt gebruik gemaakt van de Structuurvisie Archeologie 'De ondergrondse stad'. In deze structuurvisie is al het mogelijk aanwezige archeologisch erfgoed beschreven. Hiervan is een kaart gemaakt welke is gebruikt voor de bestemmingslegging van de archeologische dubbelbestemmingen.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
39
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
40
Figuur 20 Archeologische beleidskaart gemeente Hilversum
Figuur 21 Beleidskaart oude dorpskern De kleuren in figuur 21 geven de verstoringswaarde aan binnen het gebied 'Oude Dorpskern'. Hoe lichter de kleur des te meer verstoring er heeft plaatsgevonden. De donkerste kleur heeft daarmee de hoogste archeologische verwachtingswaarde. Voor het plangebied zijn een aantal van deze verwachtingen bepaald. In het plangebied komen gebieden voor met een hoge, middelhoge en lage verwachtingswaarde. Tot slot zijn in het plangebied ook gronden aanwezig waar geen archeologische waarden aanwezig, of te verwachten, zijn.
3.7
Bodem en watersysteem
3.7.1
Bodem
De provincie Noord-Holland heeft een bodemtoets ontwikkeld voor de afweging van bodemaspecten in bestemmingsplannen. Het gaat om de aspecten bodemopbouw, bodemkwaliteit, milieubeschermingsgebieden en archeologie. Deze aspecten zijn met uitzondering van archeologie opgenomen in deze bodemparagraaf. Archeologie is toegelicht in de voorgaande paragraaf 3.6.3. In deze paragraaf wordt ook het grondwatersysteem en daarin eventueel voorkomende verontreinigingen meegenomen.
Bodem
vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
41
De gemeente Hilversum maakt onderdeel uit van de geografische eenheid het Gooise stuwwallencomplex met onder andere fysisch geografische eenheden zoals stuwwallen. De bodem van Hilversum bestaat hoofdzakelijk uit matig fijne tot zeer grove zanden. De zanden maken deel uit van het water voerende pakket, dat haar basis heeft op een diepte van N.A.P. -160 meter. Naast de genoemde zanden bevat de bodem grindbestanddelen. Tot een diepte van 50 meter onder het maaiveld is gestuwd materiaal aanwezig. Hierin kunnen plaatselijk fijnzandige, lemige en slib houdende lagen voorkomen. De stuwwal is een inzijgingsgebied. Dit plangebied bestaat geheel uit zandige ondergrond. Functies en bestemmingen moeten afgestemd worden op de bodemopbouw. De bodemopbouw binnen het plangebied stelt echter geen bijzondere eisen aan de functies en bestemmingen.
Aardkundige waarden De grote verscheidenheid en gaafheid van geografische verschijnselen maakt het stuwwallencomplex van het Gooi bijzonder. Eén van de speerpunten van het provinciale landschaps- en bodembeschermingsbeleid is het beschermen van onderdelen in het landschap, die iets vertellen over de geologische ontstaanswijze van een gebied. Hiervoor heeft de provincie Noord-Holland een lijst met gebieden met aardkundige waarden (aardkundig waardevol gebied) vastgesteld en vervolgens hieruit gebieden geselecteerd als aardkundig monument. De aardkundige waardevolle gebieden zijn nu opgenomen in de provinciale structuurvisie en bijbehorende verordening en genieten als zodanig planologische bescherming. Een groot deel van het bijzondere stuwwallengebied is daarom door de provincie aangewezen als gebied met aardkundige waarden en de ongeroerde delen zijn zelfs aangewezen als aardkundig monument. Binnen het plangebied zijn evenwel geen aardkundige monumenten en aardkundig waardevolle gebieden aangewezen.
3.7.2
Watersysteem
Grondwaterbeschermingsgebied Ten zuidwesten van het plangebied is de grondwaterwinning Loosdrecht gelegen en ten noordoosten ligt de drinkwaterwinning Laren. Het grondbeschermingsgebied van deze grondwaterwinningen, waarvoor regels vastgelegd zijn in de Provinciale milieuverordening, liggen in zijn geheel buiten het plangebied. Dit betekent dat binnen het gebied ten opzichte van de gebruikelijke zorgvuldigheid geen extra restricties gelden om de drinkwaterwinning te beschermen.
Bodem- en grondwaterverontreiniging In de oudere wijken is naast de woonbestemming veel bedrijvigheid geweest, ook in de binnenstad. Als gevolg van het langdurige intensieve gebruik is de bovengrond in het centrum over het algemeen licht verontreinigd met PAK en zware metalen (en oplosmiddelen). Plaatselijk komen ernstige verontreinigingen voor. In het verleden zijn een aantal verontreinigingen reeds gesaneerd. De verontreinigingen zijn in beheer bij het Gebiedsgericht Grondwaterbeheer 't Gooi (GBG). Het plangebied valt in het deelgebied Hilversum. Het GBG heeft beheerplannen opgesteld per deelgebied met betrekking tot de verontreinigde grondwater. De gemeente heeft in 2008 een bodemfunctieklassekaart opgesteld. Op de bodemfunctieklassekaart wordt de gewenste bodemkwaliteit voor nu en toekomst binnen de gemeentegrenzen van Hilversum aangegeven. Uitgangspunt is dat de klasse die aan een bepaald gebied wordt toegekend, overeenkomt met de gevoeligste bodemfunctie binnen het gebied. Het hele gebied is geclassificeerd als functie wonen.
Grondwater Hilversum ligt op een stuwwal van het Gooi en is infiltratiegebied. Het maaiveld varieert in de binnenstad vastgesteld bestemmingsplan Stationsgebied 2022 team Advies
42
van 4,30 meter +NAP in het oosten (Stationsgebied) tot circa 11,00 meter +NAP in het westen (begin 's-Gravelandseweg en Vaartweg). Het eerste watervoerende pakket heeft haar basis op 160 meter minus maaiveld. In de zandige bodem stroomt het grondwater globaal genomen in westelijke richting. De minimale grondwaterstandsdiepte is 3,15 m onder het maaiveld bij het Stationsgebied. De grondwaterstandsfluctuatie bedraagt enkele meters. De grondwaterstanden kunnen in de toekomst stijgen door invloed van het klimaat en activiteiten in de regio zoals afname van drinkwaterwinningen en opzetten van polderpeilen (de laatste aan de westkant van Hilversum). Bij ondergrondse bouw moet rekening worden gehouden met de grondwaterstand. Kelders moeten waterdicht worden uitgevoerd, zodat de noodzaak tot het lokaal verlagen van de grondwaterstand wordt voorkomen. Bij de bepaling van de maximale grondwaterstand ten behoeve van ondergrondse bouw moet rekening worden gehouden met een marge als gevolg van toekomstige regionale grondwaterstandstijgingen. In de binnenstad is het grondwater op enkele plaatsen verontreinigd met zware metalen en VOCL (vluchtige organische chloorverbindingen). De verontreinigingen zitten o.a. bij het Stationsgebied Zuid. Bij nieuwe ontwikkelingen waarbij wordt ontwikkeld tot of in het grondwater moet hiermee rekening worden gehouden.