CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Belastingverordeningen 2023

GEMEENTERAAD 9 november 2022, gemeente HilversumBij agendapunt: Belastingverordeningen 2023 (1139392)3.639 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VOORSTEL zaaknummer:

1139392

afdelingsnaam:

ID-GH

steller:

Bjorn Schras

telefoonnummer

035 629 2882

onderwerp:

Belastingverordeningen 2023

Voorstel

Overeenkomstig de Programmabegroting 2023 vast te stellen: 1. De Verordening Afvalstoffenheffing 2023 inclusief bijbehorende tarieven; 2. De Verordening Havengelden 2023 inclusief bijbehorende tarieven; 3. De Legesverordening 2023 inclusief bijbehorende tarieven; 4. De Verordening Marktgelden 2023 inclusief bijbehorende tarieven; 5. De Verordening Onroerende zaakbelastingen 2023 inclusief bijbehorende tarieven; 6. De Verordening Parkeerbelastingen 2023 inclusief bijbehorende tarieven; 7. De Verordening Precariobelasting 2023 inclusief bijbehorende tarieven; 8. De Verordening Rioolheffing 2023 inclusief bijbehorende tarieven. 9. De Intrekkingsverordening Hondenbelasting Hilversum;

Samenvatting

Bij dit besluit worden de belastingverordeningen 2023 vastgesteld, conform de uitgangspunten van de begroting 2023. Hieronder treft u per belasting de voorgestelde aanpassingen, in de bijlage treft u per belasting de verordening.

Inleiding

Onderdeel van de Programmabegroting 2023 is de paragraaf Lokale heffingen. Om de uitgangspunten voor de lokale heffingen in 2023 daadwerkelijk uit te kunnen voeren, dienen de belastingverordeningen (en tarieven) aangepast en door de gemeenteraad vastgesteld te worden. Het gaat om de bovenstaande verordeningen.

Probleemstelling/doel

Met de inkomsten uit de belastingen (ongebonden heffingen) generen we eigen inkomsten voor de gemeente om de gewenste voorzieningen in stand te kunnen houden dan wel te kunnen creëren. De inkomsten uit de retributies (gebonden heffingen) zorgen er voor dat de kosten die de gemeente maakt voor te leveren of geleverde diensten (volledig of gedeeltelijk) worden vergoed. Bij de jaarlijkse vaststelling van de tarieven hanteren we enkele vaste uitgangspunten: Woonlasten: Afvalstoffenheffing, onroerende zaakbelastingen en rioolheffing • Uitgangspunt in het coalitieakkoord is: De woonlasten als geheel stijgen niet meer dan de verwachte loon- en prijsstijgingen zoals aangegeven vanuit het Centraal Planbureau (CPB), voor 2023 2,9%. Om rekening te houden met de druk op de huishoudens door stijgende prijzen voor

energie en boodschappen, stelt het college voor om de woonlasten niet met 2,9%, maar met 1,5% te laten stijgen. Voor de periode 2024 – 2026 houden we een inflatiepercentage van 2% aan. Ongebonden heffingen • Deze zijn gebaseerd op de verwachte loon- en prijsstijgingen zoals aangegeven vanuit het CPB. In 2023 2,9%. Voor de periode 2024 – 2026 houden we een inflatiepercentage van 2% aan. Gebonden heffingen • Deze tarieven zijn zo veel mogelijk kostendekkend. De kosten zijn gebaseerd op het prijspeil van de begroting. • Wettelijk vastgestelde tarieven zijn van kracht ongeacht de voorgaande uitgangspunten. • Een eerlijke verdeling van de lasten. • Voorkomen wordt dat tarieven teveel schommelen. Hiervoor wordt onder meer de egalisatiereserve ingezet.

Financiën, middelen & capaciteit

Ontwikkeling Woonlasten: Afvalstoffenheffing, onroerende zaakbelastingen en rioolheffing Woningeigenaren betalen in Hilversum afvalstoffenheffing, onroerende zaakbelasting en rioolheffing. Huurders betalen alleen afvalstoffenheffing. De woonlasten voor zowel woningeigenaren als huurders stijgen voor 2023 met 1,5%. De OZB daalt met 0,2%. Uitgangspunt bij Afval en Riool is een kostendekking van 99%. Bij het opstellen van de begroting 2022 was de kostendekkendheid van Afval 92% en Riool 99%. Voor Riool wordt voorgesteld de dekking van 99% te handhaven en het tarief met 4% te laten stijgen. Voor Afval wordt voorgesteld de kostendekking te verlagen naar 89%. Hierdoor stijgen de woonlasten voor huiseigenaren en huurders met 1,5%. In verband met evenwichtige spreiding van de woonlasten wordt voorgesteld om het afvaltarief in de meerjarenbegroting gefaseerd te laten stijgen om in 2026 uit te komen op een kostendekking van 99%. Lokale woonlastendruk

2022

2023

2024

2025

2026

Onroerendezaakbelasting eigenaren

270,22

269,68

273,05

283,98

289,66

Rioolheffing

182,51

189,85

191,64

195,59

192,26

Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuish.)

375,67

381,36

390,45

400,25

409,48

Totaal

828,40

840,89

855,14

879,82

891,40

* Eenpersoonshuishouden

-1,09%

1,52%

1,53%

2,97%

1,10%

* Tweepersoonshuishouden

-0,22%

1,51%

1,62%

2,92%

1,22%

* Meerpersoonshuishouden

0,53%

1,51%

1,69%

2,89%

1,32%

Gemiddelde stijging woningeigenaren

-0,21%

1,51%

1,62%

2,92%

1,22%

* Eenpersoonshuishouden

-42,06%

1,56%

2,34%

2,51%

2,31%

* Tweepersoonshuishouden

-34,47%

1,53%

2,37%

2,51%

2,31%

* Meerpersoonshuishouden

-28,87%

1,52%

2,38%

2,51%

2,31%

Procentuele wijziging voor woningeigenaren:

Procentuele wijziging voor huurders van woningen

Woonlasten: Afvalstoffenheffing, onroerende zaakbelastingen en rioolheffing Afvalstoffenheffing (1.) De Grondstoffen- en Afvalstoffen Dienst (GAD) Gooi en Vechtstreek zamelt het huishoudelijk afval in. De bijbehorende lasten worden doorbelast aan de gemeente Hilversum.

Dit vormt de grootste lastenpost (in relatie tot de afvalstoffen) voor de gemeentelijke begroting. Daarnaast maakt de gemeente zelf nog jaarlijkse kosten voor het heffen en innen van de belasting, het behandelen van bezwaar- en beroepschriften en de procesbegeleiding. • De bijdrage vanuit Hilversum voor de GAD stijgt in 2023 met ongeveer 3% ten opzichte van 2022. De bijdrage vanuit de gemeente Hilversum bedraagt daarmee in 2023 € 10,210 miljoen. De stijgende deelnemersbijdrage kan deels worden verklaard door de trend van stijgende kosten voor de inzameling, het transport en de verwerking van afval. Een volatiele grondstoffenmarkt en de stijging van het aantal inwoners maken het effect compleet. In samenwerking met de gemeenten heeft de GAD getracht de gemeentelijke bijdrage 2023 (afvalstoffenheffing) zoveel als mogelijk te beperken. De programmabegroting 2023 van de GAD (onderdeel regio Gooi en Vechtstreken) is op 6 juli jl. ter zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraad. • In de jaarrekening 2021 heeft de regio voor wat betreft de GAD een nadeel van afgerond € 17.000 gemeld. Om deze reden is in de voorliggende berekening, in tegenstelling tot voorgaande jaren, geen rekening gehouden met een eventuele teruggave vanuit de GAD.

• De gemeentelijke lasten als gevolg van straatreiniging zijn geactualiseerd en voor 33% betrokken in de berekening van de afvalstoffen (€ 426.000 per jaar). • De interne lasten voor heffing en inning bedragen in 2023 ongeveer € 168.000. De rekenmethodiek is gelijk aan de rekenmethodiek van voorgaande jaren. • De overheadlasten zijn minimaal en bestaan enkel uit coördinerende taken vanuit Hilversum ten aanzien van de GAD (€ 144.000 per jaar). Voor de berekening van de overheadlasten is gerekend met een uurtarief van € 53,86 . • In voorliggende berekening is rekening gehouden met een maximaal jaarlijks bedrag aan toe te kennen kwijtscheldingen van € 835.000. Het saldo is geactualiseerd op basis van de werkelijke realisatie 2021 vermeerdert met de tarief ontwikkeling 2022 en 2023. • In de berekening is, in lijn met voorgaand jaar, rekening gehouden met een dotatie aan de voorziening dubieuze debiteuren. De dotatie bedraagt afgerond 2%, ongeveer € 200.000, van de totale opbrengst. bedragen x 1.000 Berekening heffingspercentage Afval

2022

2023

- bijdrage GAD (Regio G&V)

2024

2025

2026

10.080

10.210

10.211

10.100

10.104

- verwachte teruggave GAD (jaarresultaat)

-50

-

-

-

-

- dubieuze debiteuren

200

200

200

200

200

Netto kosten taakveld

10.230

10.410

10.411

10.300

10.304

- kwijtscheldingen

825

835

835

835

835

- heffing en inning

156

168

150

150

150

- straatreiniging

362

426

426

426

426

- overhead

146

144

144

144

144

- BTW

2.189

2.269

2.265

2.242

2.243

Totale kosten

13.908

14.252

14.231

14.097

14.102

Toe te rekenen kosten via andere taakvelden

Dekkingspercentage

92%

89%

92%

96%

99%

Toe te rekenen kosten

12.739

12.684

13.093

13.534

13.961

Totale opbrengst

12.739

12.684

13.093

13.534

13.961

-359

-

-

-

-

Opbrengst mutatie egalisatiereserve

Tarief 1 persoons hh

€ 226,38

€ 229,92

€ 235,29

€ 241,20

€ 246,76

Tarief 2 persoons hh

€ 301,26

€ 305,88

€ 313,12

€ 320,98

€ 328,38

Tarief meer persoons hh

€ 375,67

€ 381,36

€ 390,45

€ 400,25

€ 409,48

8,70%

1,54%

2,36%

2,51%

2,31%

% verandering (t-1)

Onroerende zaakbelastingen (OZB) (5.) Voorgesteld wordt om het gemiddeld te betalen bedrag aan OZB woningen met 0,2% te laten dalen. Met deze ontwikkeling van het OZB tarief voldoen we aan het uitgangspunt van een totale stijging van de woonlasten van 1,5%. Voorgesteld wordt de tarieven niet-woningen (gebruikers) en niet-woningen (eigenaren) te laten stijgen met 1,5%. Voor de periode 2024-2026 houden we het inflatiepercentage van 2% aan. Omschrijving

2022

2023

Verschil

%

Woningen Gemiddelde woningwaarde

375.000

427.875

52.875

14,10%

Onroerendezaakbelasting eigenaren

270,22

269,68

-0,54

-0,20%

Niet - woningen gebruikers Gemiddelde waarde

800.541

812.549

12.008

1,50%

Onroerendezaakbelasting gebruiker

1.513,26

1.535,96

22,70

1,50%

Gemiddelde waarde

800.541

812.549

12.008

1,50%

Onroerendezaakbelasting eigenaren

2.265,53

2.299,51

33,98

1,50%

Niet -woningen eigenaren

Het areaal van de niet woningen (totale WOZ-waarde) is het afgelopen jaar te laag ingeschat op € 2.323.495.224. Uit de cijfers die nu beschikbaar zijn blijkt dat de totale WOZ-waarde voor het belastingjaar 2022 € 2.593.545.860 bedraagt. Dit laatste bedrag is opgebouwd uit: Opgelegde totale WOZ-waarde nietwoningen Raming nog op te leggen WOZ-waarde nietwoningen 2022 Totaal

€ 2.421.612.000 € 171.933.860 € 2.593.545.860

Middels de management tool die sinds juni 2022 actief is, is een analyse gemaakt van de werkvoorraad. Hieruit komt duidelijk naar voren dat de totale WOZ waarde van de niet woningen in werkelijkheid hoger is dan bij de tariefvaststelling in 2021 werd aangenomen. Kern van dit probleem zijn zogenaamde stopcodes (werkvoorraad) die in de belastingsoftware kunnen worden aangebracht. Deze stopcodes zijn nu beter inzichtelijk met de aangeschafte software. Hierdoor is nu een duidelijk beeld ontstaan en is het beter inzichtelijk. De kans op bezwaar en beroep is binnen deze categorie hoger. Dit is een onzekerheid voor het realiseren van de opbrengsten van de nog op te leggen aanslagen van 171 miljoen. Voorgesteld wordt daarom om de post bezwaar en beroep voor de begroting 2023 te verhogen van 15 naar 30 miljoen WOZ-waarde. Deze verhoging heeft een effect van circa 75.000 euro op de OZB niet-woningen. Bij de voorjaarsnota 2023 is meer duidelijkheid over de realisatie. Op basis van het geldende uitgangspunt bij het berekenen van het tarief, ondernemer betaalt gemiddeld 1,5% meer aan OZB, nemen de baten bij de OZB niet woningen toe. Hieronder is het effect van de hogere totale WOZ-waarde en de stijging van 1,5% op het begrotingssaldo uitgewerkt. Omschrijving Woningen Niet-Woningen

2023

2024

2025

2026

-143 -1.036

-70 -1.059

-704 -1.083

-1.252 -1.106

Oninbaar OZB Totaal

12 -1.167

12 -1.117

13 -1.774

14 -2.344

Bedragen x 1.000

Rioolheffing (8.) De rioolheffing is, net als de afvalstoffenheffing, een bestemmingsheffing. De rioolheffing is een belasting die wordt geheven om beheer en onderhoud van de riolering te bekostigen. Ook maatregelen die worden genomen in verband met het verwerken van hemelwater en het reguleren van het grondwater vallen hieronder. De rioolheffing is met ingang van 2022 gewijzigd van een gebruikersheffing in een eigenarenheffing. De eigenaar van een object ontvangt dus het aanslagbiljet voor de rioolheffing. Hierdoor kan voor de rioolheffing, in tegenstelling tot de afvalstoffenheffing, geen kwijtschelding meer worden aangevraagd. De kostendekking voor 2023 bedraagt, net als voorgaand jaar, 99%. Bij de tarief bepaling zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • In totaliteit stijgt het bedrag van de spaarvoorziening met € 777.000. De stijging kan enerzijds worden verklaard door het toepassen van een indexatie van 9,44% (bron: CBS) ten aanzien van de vervangingsinvesteringen. Deze indexatie wordt (deels) doorbelast in het tarief. Anderzijds neemt de spaarvoorziening met € 491.000 toe door het, in 2023 en verdere jaren, toerekenen van directe personeelslasten aan de investeringen. De directe personeel -en organisatiekosten nemen af met ongeveer € 491.000, omdat de uren die toegerekend kunnen worden aan de projecten onderdeel worden van de investeringen.

Deze mutatie heeft geen effect op het tarief voor de rioolheffing in 2023. • De interne lasten voor heffing en inning bedragen in 2023 ongeveer € 113.000. De rekenmethodiek is gelijk aan de rekenmethodiek van voorgaande jaren. • De lasten met betrekking tot de waterwegen bedragen in 2023 € 267.000. • De gemeentelijke lasten als gevolg van straatreiniging zijn voor 33% betrokken in de berekening van de afvalstoffen (€ 426.000 per jaar). Daarnaast zijn de lasten voor zwerfafval ook voor 33% betrokken in de berekening (€ 89.000 in 2023). • De overheadlasten bedragen in 2023 € 990.000 en zijn vastgesteld op basis van 13,8 FTE. Voor de berekening van de overheadlasten is gerekend met een uurtarief van € 53,86. • In de berekening is, in lijn met voorgaand jaar, rekening gehouden met een dotatie aan de voorziening dubieuze debiteuren. Deze dotatie bedraagt afgerond 2%, ongeveer € 150.000, van de te ontvangen baten. • In de berekening is rekening gehouden met een onttrekking aan de egalisatievoorziening rioolheffing in 2023 (€ 425.000) en 2024 (€ 275.000). Vanaf 2025 is het saldo in de egalisatievoorziening vrijwel nihil. Onderstaande tabel geeft inzicht in de rioolheffingstarieven 2023. Kostendekkendheid rioolheffing

Bedragen x 1.000

2022

2023

2024

2025

2026

- kosten exploitatie

€ 1.363

€ 1.424

€ 1.394

€ 1.434

€ 1.394

- kapitaallasten

€ 1.041

€ 944

€ 998

€ 936

€ 903

- investering ideaalcomplex

€ 3.029

€ 3.806

€ 3.806

€ 3.806

€ 3.806

- directe personeels- en organisatiekosten

€ 1.021

€ 676

€ 676

€ 676

€ 676

Netto kosten taakveld

€ 6.454

€ 6.850

€ 6.874

€ 6.852

€ 6.779

€ 150

€ 150

€ 150

€ 150

€ 150

- kwijtscheldingen

€0

€0

€0

€0

€0

- heffing en inning

€ 103

€ 113

€ 98

€ 98

€ 98

- straatreiniging en zwerfafval

€ 362

€ 515

€ 515

€ 515

€ 515

Toe te rekenen kosten via andere taakvelden - dubieuze debiteuren

- waterwegen

€ 388

€ 267

€ 266

€ 257

€ 249

- overhead

€ 908

€ 990

€ 990

€ 990

€ 990

- BTW

€ 406

€ 404

€ 395

€ 403

€ 395

€ 8.771

€ 9.289

€ 9.288

€ 9.266

€ 9.176

Dekkingspercentage

99%

99%

99%

99%

99%

Toe te rekenen kosten

€ 8.683

€ 9.196

€ 9.195

€ 9.173

€ 9.084

Totale opbrengst

€ 8.683

€ 9.196

€ 9.195

€ 9.173

€ 9.084

Opbrengst mutatie egalisatievoorziening

-€ 611

-€ 425

-€ 275

€0

€0

Opbrengst heffingen

€ 8.072

€ 8.771

€ 8.920

€ 9.173

€ 9.084

707

282

7

7

7

€ 182,52

€ 189,85

€ 191,64

€ 195,59

€ 192,26

0,00%

4,02%

0,94%

2,06%

-1,70%

Totale kosten

Stand van voorziening 31 december Tarief % verandering (t-1)

Overige belastingen Havengelden (2.), en precariobelasting (7.) Zowel de havengelden als de precariobelasting zijn gebaseerd op de verwachte loon- en prijsstijgingen (2023: 2,9% 2024-2026: 2%). Hondenbelasting (9.) In het Coalitieakkoord 2022-2026 “Hilversum Koesteren” is besloten de hondenbelasting af te schaffen. Voorgesteld wordt daarom om de intrekkingsverordening hondenbelasting vast te stellen. Leges (3.) De legesverordening bevat de tarieven voor een groot aantal gemeentelijke producten en diensten. Het gaat hierbij altijd om diensten waar mensen zelf om gevraagd hebben bij de gemeente. Voor de door de gemeente geleverde diensten kunnen leges in rekening worden gebracht. Bij de legesheffing worden de kosten die de gemeente maakt, verhaald op de aanvrager. Invoering Omgevingswet Voor de legesverordening 2023 spelen er een aantal mogelijke veranderingen dit jaar. Deze veranderingen zijn afhankelijk van het wel of niet invoeren van de Omgevingswet per 1 januari 2023. Een definitief besluit over invoering wordt pas half november verwacht. Voorgesteld wordt om in de raad van november de legesverordening 2023 vast te stellen. Deze verordening is gelijk aan de huidige verordening met actualisatie van tarieven en tekstuele wijzigingen. Voor de raad van december wordt de legesverordening 2023 (op basis van de Omgevingswet) voorgelegd.

Mocht er half november bekend worden dat de invoering van de Omgevingswet opnieuw uitgesteld wordt, dan wordt het voorstel van december ingetrokken. Op die manier is er dan al wel in november een juiste verordening vastgesteld. Ontwikkeling tarieven In enkele gevallen worden tarieven bij wet vastgesteld. Tarieven waarbij wettelijke maxima gelden, zijn onder meer paspoorten en identiteitskaarten, verklaringen omtrent het gedrag en rijbewijzen. Voor de Omgevingsvergunning blijft het tarief van 3,4% gehandhaafd. Het merendeel van de overige tarieven stijgt met de inflatiecorrectie van 2,9%. Bij een aantal artikelen zijn de in rekening te brengen leges in afwijking van de inflatiecorrectie bijgesteld. De reden hiervan is om de te heffen leges in overeenstemming te brengen met de ambtelijke inzet voor de te verrichten werkzaamheden.

Wijziging artikelen 1.19.4 plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg Artikel is toegevoegd, in het verleden werd hiervoor het rest artikel 3.9 toegepast. 1.3.1.4 achteraf ingediende aanvraag De extra leges voor een achteraf ingediende aanvraag om een omgevingsvergunning mogen niet zo hoog zijn dat het strafkarakter gaat overheersen. In de tarieventabel is een maximum in de tariefbepaling opgenomen. Een verhoging van 10% met een absoluut maximum van € 10.000 valt binnen de redelijke grenzen. Voorgesteld wordt deze aanpassing conform de model verordening van de VNG door te voeren. 3.2.3 vrijstellingsbepaling ter voorkoming van dubbele legesheffing Vrijstelling voor organisatoren van evenementen, zodat zij niet 2 keer hoeven te betalen, voor aanvraag omgevingsvergunning en voor evenementenvergunning. Tot slot zijn er een aantal tekstuele wijzigingen doorgevoerd. Deze wijzigingen zijn in de verordening geel gearceerd. Marktgelden (4.) Marktgelden is een gebonden belasting die moet worden betaald voor een standplaats op de markt in Hilversum. Jaarlijks worden de marktgeldtarieven vastgesteld door de gemeenteraad. De heffing van marktgelden mag maximaal 100% kostendekkend zijn. Voor 2023 wordt voorgesteld een dekkingspercentage van 92% te hanteren, was 85% in 2022.

Dit houdt in dat niet alle aan de markt gerelateerde lasten doorbelast worden aan de vergunninghouder of degene die een standwerkersplaats inneemt op de markt. In onderstaande tabel is aangegeven welke kosten wij toerekenen aan de markt, welk bedrag daar bij hoort en voor welk percentage wij deze doorbelasten in het tarief. Onder de tabel treft u een toelichting op een aantal kostensoorten. SOORT KOSTEN Kapitaallasten herinrichting Marktplein (1) Personeels- en organisatiekosten Schoonmaak na afloop markt Schoonspuiten Marktplein (2) Divers kleine uitgaven (water, netbeheer etc.) Subtotaal kosten Dekkingspercentage Subtotaal kosten in tarief

Wijzging bouwfasering (3)

BEDRAG

PERCENTAGE

2023

2024

2025

2026

51

29%

15

15

15

15

165 101 incl. BTW 21 incl. BTW

100% 100% 29%

165 104 6

165 104 6

165 104 6

165 104 6

3 incl. BTW

100%

3

3

3

3

293 92% 270

293 100% 293

293 100% 293

293 100% 293

0

0

0

0

293

293

293

293

17 17

17 17

17 17

17 17

160

Totaal kosten in tarief Promotie (4) Energie (5)

Apart tarief O.b.v. verbruik

50% (verdeeld over 5 jaar)

(1) = Kapitaallasten gebaseerd op herinrichting o.b.v. een doelmatig plein, investering zou €1,5 miljoen bedragen. De markt maakt 2 van de 7 dagen per week gebruik van het plein en daarom zijn de kapitaallasten voor 2/7e deel (29%) doorbelast. De omvang van de markt beslaat niet het gehele plein maar wegens doorlooppaden en aanlooproutes, parkeergelegenheid wordt wel het gehele plein gebruikt ten behoeve van de markt.

(2) = Schoonspuiten gebeurt maandelijks maar is niet specifiek voor de markt, ook andere evenementen vervuilen het marktplein. De markt maakt 2 van de 7 dagen per week gebruik van het plein en daarom zijn de kosten voor 2/7e deel (29%) doorbelast. (3) = Kosten van €160.000 zijn gemaakt n.a.v. vraag van de markt. Met de marktcommissie afgesproken dat deze kosten in 5 jaar worden doorbelast aan de markt. Om de markt tegemoet de komen draagt de gemeente 50% van de kosten en wordt 50% over 5 jaar verdeeld. Vanaf 2023 zijn deze 5 jaar voorbij. (4) = Promotiekosten kent een apart tarief van €0,05 per M2 per dag, het bedrag dat hiermee door de gemeente wordt ontvangen wordt niet door de gemeente besteed maar door de markt zelf. (5) = Dit betreft een inschatting van de energielasten. De werkelijk gemaakte energielasten worden doorbelast op basis van verbruik. TARIEVEN

2023

2024

2025

2026

Promotie tarief

0,88 0,88 0,05

0,95 0,95 0,05

0,95 0,95 0,05

0,95 0,95 0,05

WOENSDAG Basis tarief Opslag Wijziging Bouwfasering

0,77 -

0,83 -

0,83 -

0,83 -

0,77

0,83

0,83

0,83

0,05

0,05

0,05

0,05

ZATERDAG Basis tarief Opslag Wijziging Bouwfasering

Promotie tarief

Parkeertarieven (6.) Er is sprake van een tweetal parkeertarieven. De tarieven voor straatparkeren en vergunningen. Deze kunnen los van de kosten van de parkeerexploitatie worden bepaald. Daarnaast is er de naheffingsaanslag parkeerbelastingen (parkeerboete) die wordt opgelegd als er niet betaald is voor straat-of vergunningparkeren. Voorgesteld wordt om de parkeertarieven voor straatparkeren en voor vergunning te handhaven op het niveau van 2022. Het tarief voor de naheffingsaanslag is wettelijk gemaximeerd. De gemeente mag dit bedrag alleen naheffen als de kosten die de gemeente moet maken voor de handhaving hoger zijn dan de opbrengst van de naheffingsaanslagen. De gemeente mag dus geen winst maken op de naheffingsaanslagen. De huidige dekking voor naheffingsaanslagen ligt nog ruim onder de 100% daarom wordt voorgesteld om voor 2023 net als in het huidige jaar het maximumtarief te hanteren. Het maximumtarief voor 2023 bedraagt € 72,90. bedragen x 1.000 Kostendekkendheid naheffingsaanslag parkeren

2023

2024

2025

2026

Kosten taakveld, incl omslagrente

953

953

953

953

Inkomsten taakveld, excl. Heffingen

-

-

-

-

953

953

953

953

42

42

42

42

Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten via andere taakvelden - overige toe te rekenen kosten - BTW Totale kosten

209

209

209

209

1.204

1.204

1.204

1.204

Opbrengst heffingen

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

Dekkingspercentage

83,1%

83,1%

83,1%

83,1%

Wettelijk maximum tarief naheffingsaanslag parkeren 2023

72,90

72,90

72,90

72,90

Uitvoering

De verordeningen zullen worden gepubliceerd op de overheidswebsite voor publicaties (www.officiëlebekendmakingen.nl). Bij aanvang van het nieuwe belastingjaar zal relevante informatie uit de verordeningen nogmaals worden gepubliceerd als toelichting bij de verschillende aanslagen 2023 en op de gemeentelijke website. Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris, de burgemeester,

mr. C.P. Torres Barrera

Bijlage(n) 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

dr. ir. G.M. van den Top

Verordening afvalstoffenheffing 2023 Verordening havengelden 2023 Legesverordening 2023 Verordening marktgelden 2023 Verordening onroerende zaakbelastingen 2023 Verordening parkeerbelastingen 2023 Verordening precariobelastingen 2023 Verordening Rioolheffing 2023 Intrekkingsverordening hondenbelasting Hilversum

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=420a183e-48a7-45ca-886c-04a07dd355f1