CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief 2023-52 inzake Meicirculaire 2023

GEMEENTERAAD 19 juli 2023, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek 031.665 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Raadsinformatiebrief Van

Burgemeester en Wethouder/Burgemeester

Zaak nr.

1328967

Aan

Gemeenteraad

RIB nr.

2023-52

Portefeuillehouder

K.J. Walters

Datum

20 juni 2023

Informatie bij

Ed Heijnis

Tel. nr.

(035) 629 2796

Onderwerp Voorlopige doorrekening Meicirculaire 2023 gemeentefonds.

Aanleiding Aanleiding voor deze brief is de publicatie van de meicirculaire gemeentefonds op 31 mei 2023. Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. De meicirculaire heeft een voordelig financieel effect en de belangrijkste onderwerpen in deze meicirculaire zijn; • • • • • •

Een structurele prijsbijstelling van het accres met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2022 en de ontwikkeling van de accressen 2023-2027 Hoeveelheidsverschillen, uitkeringsbasis en uitkeringsfactor Afrekening BTW Compensatiefonds 2022 en herziene raming 2023 en verder Een structurele rijksbijdrage vanaf 2027, vooruitlopend op de nieuwe financieringssystematiek WOZ, waarde mutaties, waardering en rekentarieven Extra middelen jeugdzorg

Tijdens het opstellen van onze voorjaarsnota 2023 was deze meicirculaire nog niet beschikbaar. Op basis van de destijds bij ons bekende informatie hebben wij de ontwikkeling van de algemene uitkering zo goed als mogelijk verwerkt in deze voorjaarsnota. Dat betekent dat wij bij het opstellen van de voorjaarsnota 2023 al een voorschot hebben genomen op de effecten van deze meicirculaire. Desalniettemin leidt deze meicirculaire tot een aanvullend voordelig effect in de jaren 2024, 2025 en 2027. Het financiële effect voor het jaar 2026 is minder voordelig dan vooraf ingeschat. Bij het opstellen van de voorjaarsnota is namelijk geen rekening gehouden met de wijziging van de gemeentelijke WOZ belastingcapaciteit, omdat deze op het moment van het opstellen van de voorjaarsnota nog niet bekend was. Bij de berekening van de algemene uitkering wordt er namelijk rekening gehouden met de gemeentelijke WOZ belastingcapaciteit. Een hogere WOZ belastingcapaciteit heeft een lagere algemene uitkering tot gevolg. Bij de doorrekening van de meicirculaire is het uitgangspunt van een groei van 350 woningen per jaar en een samenhangende groei van het aantal inwoners gehanteerd.

Onderstaande tabel geeft inzicht in het totale effect van deze meicirculaire, de saldi die vooruitlopend op deze meicirculaire al zijn opgenomen in de aan u voorgelegde voorjaarsnota 2023 en de nog te verwerken financiële effecten via de eindejaarsrapportage 2023 of de programmabegroting 2024. Omschrijving 1 Accres ontwi kkel i ng terugwerkende kra cht 2022 2 Accres ontwi kkel i ng 3 Hoeveel hei ds vers chi l l en, Ui tkeri ngs ba s i s en Ui tkeri ngs fa ctor

2023

2024

2025

2026

-635

-635

-635

-635

-635

-1.998

-4.501

-7.222

-5.647

-8.557

-779

-1.715

-1.406

-972

-1.319

1.254

2.677

2.669

2.648

70

55

55

55

55

-869

-710

402

-292

4 Fi na nci eri ngs s ys tema tiek 5 WOZ, wa a rdemutaties , wa a rderi ng en rekentari even 6 Pl a fond BCF, Afrekeni ng 2022 en bi js tel l i ng ra mi ng 2023 en verder

-5.075

7 Jeugdzorg hervormi ngs a genda 8 Overi ge vers chi l l en

2027

2.629

-414

-738

-584

3

3

9 Totaal effect meicirculaire 2023

-2.502

-5.726

-7.833

-4.146

-13.191

10 Reeds verwerkt i n de voorja a rs nota 2023 Nog te verwerken in de eindejaarsrapportage 2023/programmabegroting 11 2024

1.995

3.945

6.000

5.540

10.410

-507

-1.781

-1.833

1.394

-2.781

Tabel 1. Bedragen maal € 1.000 waarbij een – een voordeel is.

Kernboodschap Algemeen • Het college hecht aan snelle informatievoorziening aan de gemeenteraad, om die reden legt het college nu een voorlopige doorrekening van de meicirculaire aan u voor; • De voorlopige effecten voor de meicirculaire zijn voordelig voor de jaren 2023 t/m 2027, met uitzondering van het jaar 2026; • De definitieve effecten worden verwerkt bij de eindejaarsrapportage en bij de opstelling van de programmabegroting 2024; • Het kabinet heeft besloten om de ‘samen trap op, samen trap’ af methode te verlaten en het gemeentefonds vanaf 2027 te indexeren op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. • Procesmededeling over de Energietoelage 2023. Bovenstaande tabel 1 bevat op hoofdlijnen de financiële mutaties die voortvloeien uit deze meicirculaire. Conform onze financiële verordening worden de saldi verwerkt in de programmabegroting 2023, de programmabegroting 2024 en de bijbehorende meerjarenraming t/m 2027. Een deel van het financiële effect is al verwerkt in de voorjaarsnota 2023. De resterende effecten worden betrokken bij de eindejaarsrapportage 2023 en bij het opstellen van de programmabegroting 2024. Toelichting: 1 en 2. Accres De normeringsystematiek ‘samen trap op, samen trap af’ bestaat sinds 1994. Het betreft één integrale indexatie voor zowel loon-, prijs- als volumeontwikkelingen.

Sinds de meicirculaire 2022 is het accres gesplitst in een volume- en een nominaal deel, waarbij het nominale deel ter compensatie is van loon- en prijsstijging (LPO) Het volumedeel is ter compensatie van bevolkingstoename etc. en is een reëel accres. In de meicirculaire 2023 zijn de LPO-accressen voor de jaren 2023 tot en met 2027 bijgewerkt en is sprake van een opwaartse bijstelling voor alle jaren. Voor de herkenbaarheid is het accres dat met terugwerkende kracht is verleend over 2022 apart gepresenteerd. Sinds de meicirculaire van 2022 is het volumeaccres vastgezet t/m 2025. Vanaf het jaar 2026 wordt er geen volumeaccres toegekend. Dit veroorzaakt een teruggang van het accres van 2026 t.o.v. 2025.

Het kabinet heeft besloten de ‘samen trap op, samen trap’ af methode voor de bepaling van het accres vanaf 2026 te verlaten. Vanaf dat moment zal er sprake van zijn van een nieuwe financieringssystematiek waarbij vanaf 2027 wordt geïndexeerd op basis van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Voor de indexering vanaf 2027 zijn nog geen bedragen opgenomen in de meicirculaire 2023. Deze bedragen worden wel verwacht bij de septembercirculaire 2023. 3. Hoeveelheidsverschillen, uitkeringsbasis en uitkeringsfactor De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. Door wijzigingen in aantallen eenheden, bedrag per eenheid en de uitkeringsfactor wijzigt de algemene uitkering. Met name het verhogen van de uitkeringsfactor veroorzaakt een toename van de algemene uitkering. 4. Financieringssystematiek Vooruitlopend op een nieuwe financieringssystematiek heeft het kabinet in de septembercirculaire 2022 in 2026 eenmalig € 1 miljard beschikbaar gesteld. Dit bedrag is in de meicirculaire 2023 van het rijk vanaf 2027 structureel opgenomen. Voor Hilversum is dit een bedrag van afgerond € 5 miljoen per jaar.

Deze middelen zijn reeds opgenomen in de voorjaarsnota 2023 en worden na vaststelling van de voorjaarsnota verwerkt in de gemeentelijke begroting. 5. WOZ, waarde-mutaties, waardering en rekentarieven De jaarlijkse aanpassing van de gewichten (rekentarieven) van de verdeelmaatstaf onroerendzaakbelasting is doorgevoerd. Daarnaast is rekening gehouden met een actuele raming van onze belastingcapaciteit. 6. Plafond BCF, afrekening 2022 en nieuwe raming 2023 t/m 2027 Via de septembercirculaire 2022 is een voorschot voor het jaar 2023 verstrekt. Via deze meicirculaire volgt de afrekening voor het jaar 2022. Het betreft een nadeel van € 15.000 ten opzichte van het voorschot zoals verleend via de septembercirculaire 2022. Het totaalbedrag van vanuit het BTW Compensatiefonds komt daarmee voor 2022 uit op € 1,594 miljoen. De afrekening over het jaar 2022 heeft ook structurele gevolgen. In de programmabegroting 2023 en de bijbehorende meerjarenraming 2024 t/m 2027, wordt de raming met structureel € 0,55 miljoen per jaar verlaagd naar € 1,195 miljoen per jaar. € 1,195 miljoen is 75% van de werkelijke ontvangst over het jaar 2022. Conform onze bestendige gedragslijn ramen we in de programmabegroting t een bedrag van 75% van het werkelijk ontvangen bedrag van t-1. 7.

Jeugdzorg Op basis van het advies van de Commissie van Wijzen wordt via de meicirculaire voor het jaar 2024 een incidenteel extra bedrag voor jeugdzorg toegekend van € 7,045 miljoen en voor het jaar 2025 een incidenteel bedrag van € 4,410 miljoen. Op basis van het advies van de Commissie van Wijzen was in de programmabegroting 2023 al rekening gehouden met extra bedragen voor de jeugdzorg voor de jaren 2024 en 2025 van respectievelijk € 6,176 miljoen en € 3,700 miljoen. Omdat de nu werkelijk verleende bedragen voor deze jaren hoger zijn dan de opgenomen bedragen in de programmabegroting 2023, resulteert er een voordeel in 2024 en 2025 van respectievelijk € 0,869 miljoen en € 0,710 miljoen. Voor de jaren 2026 en 2027 zijn de stelposten opnieuw berekend conform het advies van de Commissie van Wijzen. De stelpost voor 2026 wordt verlaagd met € 0,402 miljoen en de stelpost voor 2027 wordt verhoogd met € 0,292 miljoen. Voor beide jaren wordt er nu rekening gehouden met een toekenning van € 1,309 miljoen. 8. Overige verschillen Het betreft een verzameling overige verschillen. Hierbij moet gedacht worden aan Loon- en prijsbijstelling over; jeugdhulp, participatie en compensatieregeling Voogdij 18+, Flankerend beleid

energiearmoede, extra middelen opvang Oekraïners, en verrekening van het afgesloten jaar 2022. (€ 364.000 voordeel te verantwoorden in 2023) Het genoemde saldo op deze regel betreft de uitkomst van extra middelen minus extra lasten van corresponderende uitgavenbudgetten.

Kanttekeningen De saldi voor de jaren 2023 t/m 2027 zijn niet zomaar “vrij besteedbaar” (tabel regel 11). Dit heeft te maken met de volgende risico’s; 1.1 De omvang van de algemene uitkering laat nog steeds een “ravijn” zien in het jaar 2026. Naar verwachting is de algemene uitkering voor 2026 afgerond ongeveer € 9,8 miljoen lager dan de algemene uitkering voor 2025. Dit heeft te maken met de overgang naar een nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026. In afwachting naar de overgang naar de nieuwe systematiek wordt er geen volumeaccres over de jaren 2026 en 2027 toegekend. Daarnaast zal vanaf 2026 het restant van de opschalingskorting ad € 675 miljoen alsnog geeffectueerd gaan worden. In de berekening van de algemene uitkering is al rekening gehouden met de herinvoering van de opschalingskorting vanaf 2026. Beide hebben een neerwaarts effect op het accres 2026 en 2027. De VNG zal een en ander agenderen in zijn overleggen met het Rijk. 1.2 Financiële mutaties zijn gebaseerd op de kennis van nu De meicirculaire is gebaseerd op de beschikbare gegevens van dit moment. Deze gegevens kunnen in de loop van het jaar wijzigen en kunnen daarmee een effect hebben op de hoogte van de algemene uitkering.

1.3 Nieuw financieringssystematiek Het kabinet heeft besloten om de ‘samen trap op, samen trap af’ methode te verlaten en het gemeentefonds vanaf 2027 te indexeren op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. Wat de financiële gevolgen hiervan zullen zijn is nog onzeker. 1.4 Stelposten Jeugdzorg In de berekening van de algemene uitkering is voor de jaren 2026 en 2027 rekening gehouden met een nog toe te kennen bedrag van € 1,309 miljoen per jaar voor de jeugdzorg. De raming is gebaseerd op het advies van de Commissie van Wijzen. Tot het moment van definitieve toekenning blijven deze stelposten onzeker en vormen daarmee een risico. 1.5 Energiecompensatie 2023 voor mensen met een laag inkomen Het Rijk heeft besloten om in 2023 nogmaals € 1.300 aan de mensen met een laag inkomen uit te keren om hen te ondersteunen bij het voldoen van de energierekening. Hiervan is al een deel in 2022 ter beschikking gesteld. De resterende € 875 miljoen zal in de septembercirculaire 2023 via een decentralisatie-uitkering worden verdeeld en niet via de algemene uitkering. 1.6 Compensatie Gazprom In de voorjaarsnota is rekening gehouden met volledige kostencompensatie in 2023 ad € 350.000. De compensatieregeling wordt rond de zomer van 2023 gepubliceerd, waarbij het rijk ervan uitgaat dat de compensatie voor het einde van het jaar zal zijn geregeld.

Vervolgtraject Deze RIB geeft een voorlopige indruk van de gevolgen van de meicirculaire 2023.

De financiële mutaties als gevolg van de meicirculaire wijzigt het te verwachten bedrag aan inkomsten van de algemene uitkering voor de jaren 2023 t/m 2027. Tegenover deze mutatie aan inkomsten staan ook mutaties aan de uitgavenkant. Het college zal deze financiële mutaties verwerken in de lopende programmabegroting 2023 en mee nemen bij de op te stellen programmabegroting 2024 en de daarbij behorende meerjarenraming t/m 2027. Het college zal daarbij ingaan op het “Ravijn”, en de stelposten voor Jeugdzorg teneinde een sluitende meerjarenbegroting op te kunnen stellen. U zult hierover bij het aanbieden van de programmabegroting 2024 worden geïnformeerd. Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

mr. C.P. Torres Barrera

dr. ir. G.M. van den Top

Bijlage(n): 1. Meicirculaire 2023

Deze raadsinformatiebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B en W-vergadering van 20 juni 2023.

Gemeentefonds

Meicirculaire 2023

de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W

DGOBDR/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 31 mei 2023 Kenmerk 2023- 0000285703

Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires

Ingangsdatum Geldig tot

meicirculaire gemeentefonds 2023 bekendmaking van beleid en het geven van informatie decembercirculaire 2022 (2022-0000678404); septembercirculaire 2022 (2022-0000522394); meicirculaire 2022 (2022-0000259109) 31 mei 2023 1 juli 2024

Meicirculaire gemeentefonds 2023

Voorwoord Voor u ligt de meicirculaire gemeentefonds 2023. Deze circulaire informeert u over de gemeentefondsuitkeringen voor 2023 en verder, gebaseerd op de voorjaarsbesluitvorming van het Rijk. De politiek-bestuurlijke zaken worden in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. Vooral de latere hoofdstukken richten zich op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken. Mede namens de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit en Belastingdienst, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Hanke Bruins Slot

Meicirculaire gemeentefonds 2023

Meicirculaire gemeentefonds 2023

Inhoudsopgave 1

2

Hoofdpunten .......................................................................................................1 1.1

Inleiding .....................................................................................................1

1.2

Algemene uitkering ......................................................................................1

1.3

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen........................................................3

Algemene uitkering ..............................................................................................4 2.1

Inleiding .....................................................................................................4

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering .......................................4

1.

Accres ........................................................................................................5

2.

Plafond BTW-compensatiefonds .....................................................................8

3.

Financieringssystematiek ..............................................................................9

4.

Loon- en prijsbijstelling 2023: Participatie.......................................................9

5.

Flankerend beleid energiearmoede ............................................................... 10

6.

Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden ............................... 10

7.

Jeugdzorg ................................................................................................. 10

8.

Loon- en prijsbijstelling 2023: AP Jeugdhulp ................................................. 11

9.

Loon- en prijsbijstelling 2023: Voogdij 18+ ................................................... 11

10.

Compensatieregeling voogdij 18+ ................................................................ 11

11.

Werkdrukverlaging jeugdbescherming .......................................................... 11

12.

Integraal zorgakkoord (Wmo abonnementstarief) .......................................... 12

13.

Eigen bijdrage Wmo ................................................................................... 12

14.

Overgangsrecht levenslang ......................................................................... 12

15.

Voorschoolse educatie ................................................................................ 12

16.

Versterking dienstverlening gemeenten ........................................................ 13

17.

Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslag ..................................... 13

18.

Permanente registratie kiezers buitenland ..................................................... 14

19.

Kiescollege niet ingezeten ........................................................................... 14

20.

GDI voorzieningen 2022 ............................................................................. 14

21.

Handhaving energielabel C kantoren ............................................................ 14

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering ......................................................... 15

2.4

Overige mededelingen algemene uitkering .................................................... 16

2.4.1 Bommenregeling........................................................................................ 16 2.5

Veranderingen in het verdeelstelsel .............................................................. 17

2.5.1 Maatstaf ozb: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven .......................... 17 2.5.2 Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen ......... 17 3

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen.............................................................. 21 3.1

Inleiding ................................................................................................... 21

3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen ....................... 21

1.

Wet Goed Verhuurderschap ......................................................................... 22

2.

Einde Lening Inburgeringsplicht (ELIP) ......................................................... 23

Meicirculaire gemeentefonds 2023

3.

Outreachend werken .................................................................................. 23

4.

Taal voor ontheemden uit Oekraïne .............................................................. 23

5.

Begeleiding jongeren naar werk ................................................................... 24

6.

Aanpak lerarentekort G4 ............................................................................. 25

7.

Jeugdcontributie bibliotheken ...................................................................... 25

8.

Leerlingenvervoer Oekraïne ......................................................................... 25

9.

Bodembescherming .................................................................................... 26

10.

Voorkomen van dakloosheid ........................................................................ 26

10a. Nationaal Actieplan Dakloosheid .................................................................. 26 10b. Pilot EU burgers.......................................................................................... 26 11.

RES regio’s................................................................................................ 27

12.

Voogdij 18+ Compensatieregeling (IU) ......................................................... 27

13.

Voogdij 18+ bijzondere functies (IU) ............................................................ 27

14.

Inkomstenderving 2020 en 2021 ................................................................. 27

15.

Maatschappelijke begeleiding ...................................................................... 28

16.

Loon- en prijsbijstelling 2023 Voogdij 18+ (IU).............................................. 28

17.

Loon- en prijsbijstelling 2023 Participatie (IU) ............................................... 28

18.

Loon- en prijsbijstelling 2023 Beschermd Wonen (IU) ..................................... 29

19.

Versterking dienstverlening gemeenten: personen met verward gedrag ............ 29

3.3. Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen ...................................................................................................... 30 3.3.1 Maatschappelijke opvang ............................................................................ 30 3.3.2 Armoedebestrijding kinderen ...................................................................... 30 3.3.3 Kinderen in een AZC .................................................................................. 31 3.3.4 Voorschoolse voorzieningen peuters ............................................................. 31 3.3.5 Faciliteitenbesluit opvangcentra (nabetaling 2021) ......................................... 31 3.3.6 Ophoging decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang ....................................... 31 3.3.7 Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders . 32 3.3.8 Knelpunten verdeelproblematiek.................................................................. 32 4

Overige mededelingen ...................................................................................... 33 4.1

Inleiding ................................................................................................... 33

4.2

Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen ............... 33

4.3

Energietoelage 2023 .................................................................................. 34

4.4

Beschermd Wonen ..................................................................................... 34

4.5

Regiowijziging Veenendaal .......................................................................... 34

4.6

Nacalculatie suppletie-uitkering IUSD ........................................................... 35

4.7

Landelijk gemiddelde kengetal belastingcapaciteit .......................................... 35

4.8

Redelijk peil 2024 ...................................................................................... 35

4.9

Integraal overzicht financiën gemeenten ....................................................... 35

4.10

Verfijning Iv3 Wmo en Jeugd ....................................................................... 35

4.11

Analyse gemeentebegrotingen ..................................................................... 36

Meicirculaire gemeentefonds 2023

4.12

Website gemeentefinanciën: www.findo.nl .................................................... 36

Bijlagen.................................................................................................................. 37 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2023 ..................................... 38 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2023 per cluster ................................................. 40 Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2024 ..................................... 42 Bijlage 2.1.4 Bedragen per eenheid 2024 per cluster ................................................. 44 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2023-2028 ............................................ 46 Bijlage 2.2.2 Overzicht mutaties 2022 BTW-compensatiefonds ................................... 47 Bijlage 2.4.1 Suppletie-uitkering bommenregeling .................................................... 48 Bijlage 2.5.1 Aanvullende informatie uitkeringsfactor ................................................ 50 Bijlage 2.5.2 Volumina maatstaven 2023-2028 ......................................................... 52 Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Wet Goed Verhuurderschap.............................. 55 Bijlage 3.2-2 Decentralisatie-uitkering Einde lening Inburgeringsplicht (ELIP) ............... 59 Bijlage 3.2-4 Decentralisatie-uitkering Taal voor ontheemden Oekraïne .......................

63 Bijlage 3.2-5 Decentralisatie-uitkering Begeleiding jongeren naar werk ....................... 67 Bijlage 3.2-7 Decentralisatie-uitkering Jeugdcontributie bibliotheken ........................... 68 Bijlage 3.2-8 Leerlingenvervoer Oekraïne................................................................. 69 Bijlage 3.2-9 Decentralisatie-uitkering Bodembescherming ........................................ 73 Bijlage 3.2-10a Decentralisatie-uitkering Nationaal Actieplan Dakloosheid.................... 74 Bijlage 3.2-10b Decentralisatie-uitkering Pilot EU burgers .......................................... 75 Bijlage 3.2-11 Decentralisatie-uitkering Regionale Energie Strategieën ........................ 76 Bijlage 3.2-12 Integratie-uitkering Voogdij 18+ Compensatieregeling.......................... 77 Bijlage 3.2-14 Decentralisatie-uitkering Inkomstenderving 2020 en 2021 .................... 78 Bijlage 3.2-15 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke begeleiding ......................... 79 Bijlage 3.3.1 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang ................................ 83 Bijlage 3.3.2 Decentralisatie-uitkering Armoedebestrijding kinderen............................ 84 Bijlage 3.3.3 Decentralisatie-uitkering Jeugdhulp aan kinderen in een AZC .................. 88 Bijlage 3.3.4 Decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorzieningen peuters ..................

91 Bijlage 4.8 Redelijk peil 2024 ................................................................................ 95

Meicirculaire gemeentefonds 2023

1

Hoofdpunten

1.1

Inleiding

Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentebaten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De informatie is steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering, de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen.

1.2

Algemene uitkering

Accres De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van het accres. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2023 en verder. Op basis van de keuzes uit het coalitieakkoord en aanvullende afspraken met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is het accres voor de jaren tot en met 2025 gesplitst in een vaststaand volumedeel en een loon- en prijsdeel dat per circulaire bijgesteld wordt op basis van de laatste inzichten van het Centraal Planbureau (CPB) over de loon- en prijsontwikkeling. In deze meicirculaire wordt de loon- en prijstranche van 2023 vastgezet. In het coalitieakkoord is besloten om het accres vanaf 2026 niet langer te koppelen aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Voor 2026 en verder is het accres gesplitst in een vaststaand volumedeel en een loon- en prijsdeel dat per circulaire wordt geactualiseerd op basis van de laatste inzichten van het CPB over de loon- en prijsontwikkeling. Het kabinet heeft, als uitwerking van het coalitieakkoord, besloten dat het gemeente- en provinciefonds vanaf 2027 geïndexeerd worden op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Uitgangspunt is dat de fondsen (gemeente- en provinciefonds) meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bbp volgen.

De volumeontwikkeling van de fondsen wordt gebaseerd op een historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor de fondsen minder schommelen. De indexatie voor inflatie volgt die van het lopende jaar, waardoor de fondsen reëel ‘op niveau’ blijven. De grondslagen waarover deze indexatie berekend wordt, worden op gelijke wijze bepaald als de huidige grondslagen,

1 Meicirculaire gemeentefonds 2023

waarover vanaf 2026 de huidige loon- en prijsindexatie wordt berekend. In de Miljoenennota 2024 worden voor 2027 en verder de cijfers op basis van de bbpsystematiek berekend en opgenomen op basis van de op dat moment meest actuele gegevens. In deze circulaire is de koppeling aan bbp vanaf 2027 dus nog niet verwerkt. Een toelichting op de accresontwikkelingen is opgenomen in paragraaf 2.2-1 van deze circulaire en meer in detail in paragraaf 4.6 en in bijlage 9 van de Voorjaarsnota 2023. Plafond BTW-compensatiefonds Verder informeert deze circulaire over de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) over 2022. Bij Miljoenennota 2023 werd de ruimte onder het plafond voor 2022 geraamd op € 320,917 miljoen Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn afgenomen met € 2,929 miljoen. Dit tekort wordt onttrokken aan het gemeentefonds. Bijstelling accres 2022 (extra prijsbijstelling 2022) In 2022 is de inflatie na het uitkomen van het CEP 2022 aanzienlijk gestegen. Daarom heeft het kabinet bij Najaarsnota 2022 besloten om eenmalig een structurele prijsbijstelling over 2022 uit te keren. Deze extra prijsbijstelling zal worden gebaseerd op CEP 2023, waarbij gekeken gaat worden naar de inflatieontwikkeling over 2022 (t.o.v. CEP 2022 (T1)). De prijsbijstelling geldt ook voor het gemeentefonds.

Bij de berekening zijn de nieuwe grondslagen op basis van Miljoenennota 2023 gehanteerd om aan te sluiten bij de reguliere uitkering van de prijsbijstelling 2023 komend voorjaar. 1 Financieringssystematiek medeoverheden In het coalitieakkoord heeft het kabinet een nieuwe financieringssystematiek voor medeoverheden aangekondigd met als doel een stabiele(re) financiering en meer autonomie voor medeoverheden. Bij Miljoenennota 2023 heeft het kabinet aanvullend eenmalig € 1 miljard voor gemeenten en € 0,1 miljard voor provincies beschikbaar gesteld voor 2026, vooruitlopend op de nieuwe financieringssystematiek. Dit bedrag, opgeteld € 1,1 miljard, komt vanaf 2027 structureel beschikbaar. Daarnaast worden de fondsen vanaf 2027 geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van het bbp. Hiermee wordt een stabiele, solide en duurzame financiële basis geboden. Voorlopig is hiervoor aanvullend budget gereserveerd van € 150 miljoen in 2027 en € 300 miljoen in 2028 voor gemeenten en van € 15 miljoen in 2027 en € 30 miljoen in 2028 voor provincies. Tezamen komt het extra budget voor gemeenten en provincies in 2027 volgens de huidige raming uit op € 1,3 miljard. In het coalitieakkoord is opgenomen dat bij het uitwerken van een nieuwe financieringssystematiek, de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken. Op gemeentelijk niveau wordt in samenspraak met de VNG bezien welke

1

Kamerstukken II, 2022-2023, 36 250, nr. 1, p.14

2 Meicirculaire gemeentefonds 2023

mogelijkheden er zijn qua modernisering en uitbreiding van het belastinggebied, waarbij op basis van de uitkomsten een eventueel wetgevingstraject in gang wordt gezet. 2

1.3

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen

Hoofdstuk 3 van deze circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2023 en verder ook een aantal wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen. In hoofdstuk 3 is een compleet overzicht opgenomen. De belangrijkste wijzigingen die in deze circulaire verwerkt zijn betreffen:

-

De decentralisatie-uitkering Inkomstenderving 2020 en 2021. Bij deze circulaire wordt een bedrag van € 132,5 miljoen uitgekeerd voor de inkomstenderving 2021.

-

De integratie-uitkeringen Beschermd wonen, Participatie en Voogdij 18+ zijn geïndexeerd. De loon- en prijsbijstelling 2023 bedraagt € 108,6 miljoen voor Beschermd wonen, € 115 miljoen voor Participatie en € 2,5 miljoen voor Voogdij 18+. Deze bedragen zijn inclusief de extra prijsbijstelling die door het kabinet is toegekend in 2022.

2

Kamerstukken II, 2022-2023, 36 350, nr. 1, p.40

3 Meicirculaire gemeentefonds 2023

2

Algemene uitkering

2.1

Inleiding

Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. In paragraaf 2.4 volgen de overige mededelingen over de algemene uitkering en paragraaf 2.5 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer.

Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering

Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2023 tot en met 2028 ten opzichte van de decembercirculaire 2022. Het betreft achtereenvolgens: 1. Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. 2. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. De clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering.

4 Meicirculaire gemeentefonds 2023

Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2023 en verder en worden onder de tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar. Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de decembercirculaire 2022 (in duizenden euro's)

stand decembercirculaire 2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

34.805.166

35.741.655

37.748.018

36.934.358

37.010.560

37.010.560

126.691 145.175 -2.929

126.691 482.860

126.691 893.737

118.714 981.334

115.348 1.031.989

115.348 2.288.348

1.000.000

1.000.000

6.955

7.316

1.363.000 81.632 50.684

859.000 48.773 50.684

algemene mutaties 1a) 1b) 2) 3)

Bijstelling accres 2022 (extra prijsbijstelling) Bijstelling accres 2023 en verder Afrekening ruimte onder plafond BCF 2022 Financieringssystematiek taakmutaties

4) 5) 6)

cluster Participatie Loon- en prijsbijstelling 2023 Participatie Flankerend beleid energiearmoede Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulde

6.702 50.000 40.000

7) 8) 9) 10) 11)

cluster Individuele voorzieningen Jeugd Jeugdzorg Loon- en prijsbijstelling 2023 AP Jeugdhulp Loon- en prijsbijstelling 2023 Voogdij 18+ Compensatieregeling voogdij 18+ Werkdrukverlaging jeugdbescherming

50.684 -29.518 -10.000

cluster Individuele voorzieningen Wmo 12) Integraal Zorgakkoord (Wmo abonnementstarief) 13a) Terugdraaien eigen bijdrage huishoudelijke hulp Wmo 13b) Herinvoering eigen bijdrage Wmo 14) Overgangsrecht levenslang cluster Sociale basisvoorzieningen 15) Voorschoolse educatie 16a) Versterking ondersteuning wijkteams cluster Bestuur en ondersteuning 17) Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslag 18) Permanente registratie kiezers buitenland 19) Kiescollege niet ingezetenen 20) GDI voorzieningen 2022 16b) Robuust rechtsbeschermingssysteem 16c) Systeemleren monitoring 21)

cluster Infrastructuur, ruimte en milieu Handhaving energielabel C kantoren stand deze circulaire

110.000 95.000

110.000 95.000 -225.000

110.000 95.000 -225.000

110.000 95.000 -225.000 1.157

1.909

889

889

889

889

889 -50.000

3.300 808 237 -7.993

3.300 808

3.300 808

3.300 808

3.300 808

3.300 808

504

504

504

-504

-504

-504

35.180.736

37.858.978

39.944.720

38.018.899

39.142.390

40.314.906

-25.000 -10.000

Toelichting 1. Accres De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van het accres. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2023 en verder. Daarnaast is de definitieve afrekening van de accrestranche 2022 verwerkt. De berekening van het accres is gebaseerd op de keuzes uit het coalitieakkoord Rutte IV (vanaf 2026) en de in de Miljoenennota 2023 opgenomen afspraken tussen het kabinet en de VNG (voor de jaren tot en met 2025). Op basis van deze keuzes en afspraken is het accres tot en met 2025 gesplitst in een vaststaand volumedeel en een loon- en prijsdeel dat per circulaire wordt geactualiseerd op basis van de laatste inzichten van het CPB over de loon- en prijsontwikkeling. In de meicirculaire van het lopend jaar wordt de

5 Meicirculaire gemeentefonds 2023

loon- en prijs-tranche van het lopend jaar vastgezet. In het coalitieakkoord Rutte IV is besloten om het accres vanaf 2026 niet langer te koppelen aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Voor 2026 en verder is het accres gesplitst in een vaststaand volumedeel en een loon- en prijsdeel dat per circulaire wordt geactualiseerd op basis van de laatste inzichten van het CPB over de loon- en prijsontwikkeling. In de meicirculaire van het lopend jaar wordt de loon- en prijs-tranche van het lopend jaar vastgezet. In de Voorjaarsnota 2023 is besloten dat het gemeente- en provinciefonds vanaf 2027 geïndexeerd worden op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. Uitgangspunt is dat de fondsen (gemeente- en provinciefonds) meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bbp volgen. De volumeontwikkeling van de fondsen wordt gebaseerd op een historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor de fondsen minder schommelen. De indexatie voor inflatie volgt die van het lopende jaar, waardoor de fondsen reëel ‘op niveau’ blijven. De grondslagen waarover deze indexatie berekend wordt, worden op gelijke wijze bepaald als de huidige grondslagen, waarover vanaf 2026 de huidige loonen prijsindexatie wordt berekend. Hiervoor is aanvullend budget geraamd van € 150 miljoen in 2027 en € 300 miljoen in 2028.

Dit bedrag betreft het verschil tussen de reeds gereserveerde LPO-middelen en een inschatting van de benodigde middelen om op basis van bbp te indexeren. In de Miljoenennota 2024 worden de cijfers op basis van de op dat moment meest actuele gegevens berekend, opgenomen en toegelicht. In de onderstaande tabellen is de koppeling aan bbp vanaf 2027 dus nog niet verwerkt. Tabel 2.2.2 toont de tranches van het volume-accres. Omdat het volume-accres vorig jaar is vastgezet, zijn deze bedragen niet gewijzigd ten opzichte van de septembercirculaire. Tabel 2.2.2 Volume-accres In miljoenen euro

2023

2024

2025

Tranche 2023

1.221

1.221

1.221

1.135

1.135

Tranche 2024 Tranche 2025

2027

2028

1.464

1.464

1.464

1.464

1.464

1.464

920

Tranche 2026 Totaal volume-accres

2026

1.221

2.356

3.277

De loon- en prijsontwikkeling in het accres wordt bijgesteld met een gecombineerde index op basis van de CPB-indices voor de loonvoet sector overheid, de prijsontwikkeling materiele overheidsconsumptie (IMOC) en de prijsontwikkeling bruto overheidsinvesteringen (IBOI). Hierbij wordt een verdeling van 60/20/20 tussen loon, consumptie en investeringen aangehouden. De individuele indexen worden in procenten met één cijfer achter de komma bijgehouden, de gecombineerde index wordt bijgehouden met twee cijfers achter de komma. De indices worden bijgesteld op basis van de CEPraming van het CPB in het voorjaar en op basis van de MEV-raming in september. Tabel

6 Meicirculaire gemeentefonds 2023

2.2.3 toont de ontwikkeling van de indices tussen de MEV-raming van september 2022 en de CEP-raming van afgelopen voorjaar. Hierin is te zien dat de loon- en prijsontwikkeling meerjarig gestegen is ten opzichte van de vorige raming. Tabel 2.2.3 Loon- en prijsindices CPB In procenten Stand CPB-raming septembercirculaire ‘22

2023

2024

2025

2026

2027

4,12%

3,38%

3,30%

3,10%

3,10%

mutatie

0,42%

0,84%

0,88%

0,48%

0,12%

Stand CPB-raming meicirculaire ‘23

4,54%

4,22%

4,18%

3,58%

3,22%

2028

3,22%

Tabel 2.2.4 toont de loon- en prijstranches gebaseerd op de CPB-cijfers uit de CEP-raming. Naast de reguliere tranches is ook een aanvullende tranche 2022 opgenomen. De loon- en prijstranche van 2022 is conform de reguliere systematiek in voorjaar van 2022 definitief vastgesteld op basis van de CEP-cijfer van het CPB. Na het uitkomen van het CEP 2022 is de prijsontwikkeling aanzienlijk gestegen. Daarom heeft het kabinet bij Najaarsnota 2022 besloten om bij Voorjaarsnota 2023 eenmalig een extra structurele prijsbijstelling over 2022 uit te keren. Deze prijsbijstelling is gebaseerd op CEP 2023, waarbij gekeken is naar de inflatieontwikkeling over 2022 (t.o.v. CEP 2022 (T-1)). In de Najaarsnota is ook een voorlopige inschatting van dit bedrag opgenomen. In de Voorjaarsnota is deze extra prijsbijstelling definitief berekend. De gehanteerde grondslag hierbij is dezelfde als voor de lpo-tranche 2023, om aan te sluiten bij de reguliere lpo-tranche. Meer toelichting en cijfermatige onderbouwing op de berekening van het lpo-accres is te vinden in bijlage 9: accres gemeentefonds en provinciefonds van de Voorjaarsnota 2023. Tabel 2.2.4 Stand loon-en- prijsaccres In miljoenen euro Aanvullende tranche prijs 2022 Tranche 2023

2023

2024

2025

2026

2027

2028

127

127

127

119

115

115

1.598

1.598

1.598

1.497

1.455

1.455

1.592

1.592

1.460

1.418

1.418

1.620

1.507

1.464

1.464

1.345

1.306

1.306

1.217

1.217

Tranche 2024 Tranche 2025 Tranche 2026 Tranche 2027 Tranche 2028 Totaal lpo-accres

1.256 1.724

3.317

4.937

5.927

6.976

8.233

Tabel 2.2.5 toont de mutaties in de lpo-tranches ten opzichte van de stand in de septembercirculaire 2022. Omdat de septembercirculaire tot 2027 liep, is 2028 niet opgenomen in deze tabel. In de tabel is te zien dat de tranches meerjarig hoger zijn geworden. Dit is voornamelijk het gevolg van de hogere geraamde loon- en prijsontwikkeling door het CPB.

7 Meicirculaire gemeentefonds 2023

Tabel 2.2.5 Mutaties loon- en prijsaccres ten opzichte van de septembercirculaire ‘22 In miljoenen euro

2023

2024

2025

2026

2027

Aanvullende tranche 2022

127

127

127

119

115

Tranche 2023

145

145

145

139

135

338

338

299

291

411

336

326

208

202

Tranche 2024 Tranche 2025 Tranche 2026 Tranche 2027

78

Totale mutatie

389

479

523

583

498

Tabel 2.2.6 toont het totaal cumulatief accres vanaf 2023. Deze tabel is een optelling van het totale volume-accres in tabel 2.2.2 en het lpo-accres in tabel 2.2.4.

Tabel 2.2.6 totaal cumulatief accres In miljoenen euro

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Cumulatief volume-accres vanaf '23

1.221

2.356

3.277

1.464

1.464

1.464

Cumulatief loon- en prijsaccres vanaf '23

1.724

3.317

4.937

5.927

6.976

8.233

Totaal cumulatief accres vanaf 2023

2.946

5.673

8.214

7.391

8.440

9.697

2. Plafond BTW-compensatiefonds De ontwikkeling van het BCF en het bijbehorende plafond leiden conform het Financieel Akkoord Rijk, de VNG en het Interprovinciaal Overleg (IPO) met ingang van 2015 tot een toename of afname van de algemene uitkering van de fondsen. Bij Miljoenennota 2023 werd de ruimte onder het plafond voor 2022 geraamd op € 320,917 miljoen Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn afgenomen met € 2,929 miljoen. Dit tekort wordt onttrokken aan het gemeentefonds. Het plafond van het BCF is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond wordt daarnaast aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en provinciefonds. Tot en met de meicirculaire 2022 werd de toevoeging of uitname over het gemeente- en provinciefonds verdeeld conform de gerealiseerde aandelen van de gezamenlijke gemeenten en provincies in het BCF.

Echter doordat de VNG heeft ingestemd met het voorstel van het kabinet om het volumedeel van het accres voor de periode 2022-2025 vast te zetten en het IPO niet, worden het gemeente- en provinciefonds per 2022 op verschillende wijze geïndexeerd. Het volume-accres 2022-2025 voor het gemeentefonds is vastgesteld bij de Voorjaarsnota 2022 en wordt alleen nog gewijzigd naar aanleiding van de

8 Meicirculaire gemeentefonds 2023

LPO-ontwikkeling, terwijl het accres voor het provinciefonds meebeweegt met de Rijksuitgaven. Door de verschillende wijze van indexering van het gemeente- en provinciefonds zal de indexering van het gemeentefonds -deel van het BCF-plafond verschillen van de indexering van het provinciefonds-deel van het BCF-plafond. Daarom wordt de afrekening van de ruimte onder het BCF-plafond voortaan apart verrekend met respectievelijk het gemeenteen provinciefonds. Daartoe zullen de taakmutaties vanuit het Rijk naar het gemeente- en provinciefonds apart worden bijgehouden. Onderstaande tabel bevat een cijfermatig overzicht van de realisatie 2022: Tabel plafond BCF 2022 (bedragen x € 1.000) Stand Meicirculaire 2023

Stand Septembercirculaire 2022

Verschil

2022

2022

2022

4.143.394

81.174

3.677.099

53.647

BCF Plafond totaal

4.224.559

Plafondaandeel gemeenten

3.730.746

w.v. stand septembercirculaire 2022

3.677.099

w.v. taakmutaties w.v. toevoeging accres

53.647 -

Uitgaven gemeenten

3.412.761

3.356.182

56.579

Ruimte onder het plafond gemeenten

317.985

320.917

-2.929

Bijlage 2.2.2 bevat zoals gebruikelijk een overzicht van alle mutaties van het plafond BCF die verband houden met taakverschuivingen tussen gemeenten en provincies enerzijds en het Rijk anderzijds voor 2022. Het gaat om alle overboekingen die betrekking hebben op de periode tussen de septembercirculaire en de meicirculaire. Er is een ondergrens gehanteerd van € 0,1 miljoen. 3. Financieringssystematiek Bij Miljoenennota 2023 heeft het kabinet aanvullend eenmalig € 1 miljard voor gemeenten en € 0,1 miljard voor provincies beschikbaar gesteld voor 2026, vooruitlopend op de nieuwe financieringssystematiek. Dit bedrag, opgeteld € 1,1 miljard, komt vanaf 2027 structureel beschikbaar. Van dit bedrag zal een deel worden afgestort in het BCF. Dit zal worden verwerkt in de septembercirculaire. 4. Loon- en prijsbijstelling 2023: Participatie Per 2023 is een deel van de integratie-uitkering Participatie overgeheveld naar de algemene uitkering (zie meicirculaire 2022 paragraaf 2.2-13). Op basis van de huidige normeringssystematiek telt dit budget in 2023 nog niet mee in de grondslag van het accres

9 Meicirculaire gemeentefonds 2023

voor de jaren 2023 tot en met 2025. Daarom wordt voor dit overgehevelde budget nog één keer loon- en prijsbijstelling toegekend voor de periode 2023 tot en met 2025. 5. Flankerend beleid energiearmoede Het kabinet stelt in totaal incidenteel € 200 miljoen voor de jaren 2022 tot en met 2024 beschikbaar om een stapeling van sociale en maatschappelijke problemen als gevolg van de hoge inflatie te voorkomen. 3 Van dit bedrag wordt in 2023 in totaal € 50 miljoen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld voor de verwachte extra inzet die nodig zal zijn op het gebied van vroegsignalering en om gemeenten tegemoet te komen in het verwachte extra beroep op bijzondere bijstand. 4 In een latere circulaire wordt u geïnformeerd over de middelen voor 2024 en de verdeling daarvan. 6. Dienstverlening gemeenten aanpak armoede en schulden Voor de Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden, die in juli 2022 aan de Tweede Kamer is gepresenteerd, heeft het kabinet in 2023 in totaal € 118 miljoen beschikbaar gesteld. Van deze middelen wordt € 40 miljoen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld als investering in betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden.

Gemeenten kunnen deze middelen inzetten om aan de slag te gaan met de prioriteiten van de Aanpak geldzorgen, armoede en schulden, zoals het verdubbelen van het gebruik van de schuldhulpverlening en het tegengaan van kinderarmoede. 7. Jeugdzorg Gemeenten en Rijk hebben een principeakkoord bereikt over het financiële kader voor de Hervormingsagenda Jeugd. Onderstaande paragraaf over de beschikbaarstelling van extra middelen en de verdeling is onder voorbehoud van de omzetting van het principeakkoord in een definitief akkoord op het geheel van de Hervormingsagenda. In totaal wordt € 1,45 miljard in 2024 en € 954 miljoen in 2025 voor jeugdzorg beschikbaar gesteld, waarvan een deel van de investeringen en uitvoeringskosten van de hervormingsagenda vanaf de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) worden ingezet. Dit betreft € 91 miljoen in 2024 en € 95 miljoen in 2025. In totaal wordt dan ook € 1,36 miljard in 2024 en € 859 miljoen in 2025 aan de algemene uitkering van het gemeentefonds toegevoegd voor jeugdzorg. Op de AP zijn middelen gereserveerd voor 2026 en verder. De beschikbaarstelling van deze middelen voor de jaren 2026 en verder vindt plaats na het advies van de deskundigencommissie en de besluitvorming daarover.

Net als voor de middelen in 2024 en 2025 geldt dat deze beschikbaar worden gesteld aan gemeenten met uitzondering van de investeringen waarvan is afgesproken deze door het Rijk worden gedaan. De € 1,45 miljard voor 2024 en de € 954 miljoen voor 2025 zijn gebaseerd op het advies van de Commissie van Wijzen, gecorrigeerd voor de besparing die aanvullend is opgenomen in het coalitieakkoord (€ 100 miljoen in 2024 oplopend tot € 511 miljoen 3 4

Kamerstukken II, 2022-2023, 36 200 XV, nr. 2, p. 68 Kamerstukken II, 2022-2023, 24 515, nr. 654

10 Meicirculaire gemeentefonds 2023

structureel vanaf 2027). In aanvulling hierop verzacht het kabinet het ingroeipad voor de besparingsopgave met € 285 miljoen (voor 2024 met € 89 miljoen en voor 2025 met € 196 miljoen) en laat daarnaast de extra besparing van € 100 miljoen in 2024 vervallen (de aanvullende besparing in het coalitieakkoord voor dat jaar). 8. Loon- en prijsbijstelling 2023: AP Jeugdhulp Op de AP staan nog middelen uit het coalitieakkoord gereserveerd voor de Jeugdzorg. Ook deze gereserveerde middelen op de AP worden gecompenseerd voor loon- en prijsontwikkeling. Het deel daarvan wat betrekking heeft op de bij Voorjaarsnota 2023 vrijgegeven middelen van de AP (zie ook paragraaf 2.2-7 van deze circulaire) wordt nu toegevoegd aan de algemene uitkering. 9. Loon- en prijsbijstelling 2023: Voogdij 18+ Per 2023 is een deel van de integratie-uitkering Voogdij 18+ overgeheveld naar de algemene uitkering (zie meicirculaire 2022 paragraaf 2.2-17). Op basis van de huidige normeringssystematiek telt dit budget in 2023 nog niet mee in de grondslag van het accres voor de jaren 2023 tot en met 2025. Daarom wordt voor dit overgehevelde budget nog één keer loon- en prijsbijstelling toegekend voor de periode 2023 tot en met 2025. 10.

Compensatieregeling voogdij 18+ De inventarisatie van de compensatieregeling ‘Onderbreking financieringssystematiek voogdij en 18+’ over 2020 en 2021 kon, zoals in de decembercirculaire 2022 (zie paragraaf 2.2-6) vermeld, niet tijdig worden afgerond. Het gereserveerde budget voor 2022 van € 30 miljoen is toen vrijgevallen ten gunste van de algemene uitkering. Daarbij is toen aangegeven dat in de meicirculaire 2023 de verrekening van de bedragen voor de compensatieregeling met de algemene uitkering zal plaatsvinden. Gelet op de hoogte van de goedgekeurde aanvragen en dat er twee jaren in één keer worden afgehandeld, is het bedrag verhoogd naar € 59,5 miljoen. Daartoe wordt nu € 29,5 miljoen overgeboekt van de algemene uitkering naar de integratie-uitkering. 11. Werkdrukverlaging jeugdbescherming Gezien de acute situatie - met de hoge werkdruk en wachtlijsten - in de jeugdbescherming is er in overleg met de VNG besloten om voor het jaar 2023, eenmalig, € 10 miljoen aan het gemeentefonds te onttrekken ten behoeve van de daling van de werkdruk. De middelen worden overgeheveld naar de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en daar toegevoegd aan het budget voor de subsidieregeling verlagen werkdruk gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering die op 6 maart jl. is gepubliceerd 5.

5

Regeling subsidie verlagen werkdruk gecertificeerde instellingen 2023, Overheid.nl

11 Meicirculaire gemeentefonds 2023

12. Integraal zorgakkoord (Wmo abonnementstarief) Het kabinet stelt structureel extra middelen (€ 110 miljoen) beschikbaar aan gemeenten samenhangend met het Integraal Zorgakkoord, ter compensatie van gemeenten voor gestegen kosten als gevolg van de invoering van het abonnementstarief Wmo. 13. Eigen bijdrage Wmo Het abonnementstarief in de Wmo 2015 wordt afgeschaft (geraamde opbrengst € 95 miljoen vanaf 2025 (13a)) en in plaats daarvan wordt de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo 2015 heringevoerd (geraamde opbrengst € 225 miljoen vanaf 2026 (13b)). Daarbij is het uitgangspunt dat zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de vormgeving zoals die voorheen was met oog voor inkomenseffecten en het beroep dat wordt gedaan op de Wmo. Anders dan beoogd in het Coalitieakkoord verdwijnt het abonnementstarief niet alleen voor de huishoudelijke hulp, maar voor alle Wmo-voorzieningen waarop het abonnementstarief nu van toepassing is. Hiervoor wordt een wetsvoorstel voorbereid. Het huidige wetsvoorstel voor invoering van de passende eigen bijdrage huishoudelijke hulp (waarvan de inwerkingtreding per 2025 werd voorzien) wordt ingetrokken. 14. Overgangsrecht levenslang De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2028. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp “overgangsrecht levenslang” in 2028 zichtbaar.

Deze mutatie betreft een correctie op de extrapolatie van extramurale zorgkosten binnen de Wmo 2015 en/of Jeugdwet. Cliënten met een verblijfsindicatie voor een hoog zorgzwaartepakket op 31 december 2014 hebben een overgangsrecht gekregen voor onbepaalde tijd. Door dit overgangsrecht voor onbepaalde tijd zullen deze cliënten structureel hun extramurale zorg (bijvoorbeeld in de vorm van persoonsgebonden budget) afnemen ten laste van de Wet langdurige zorg (Wlz) in plaats van ten laste van de Wmo 2015 of de Jeugdwet. Om dit voor gemeenten te corrigeren, wordt voor 2028 een bedrag van € 1,2 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. 15. Voorschoolse educatie Voor het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid ontvangen gemeenten geld via een specifieke uitkering. De voor- en vroegschoolse educatie (vve) maakt hier deel van uit. Daarnaast ontvangen gemeenten via de algemene uitkering een aanvullende bijdrage vanwege het (eerstelijns) toezicht dat de GGD’en houden. Gemeenten hebben vanaf 2020 in stappen extra middelen ontvangen voor het (eerstelijns) toezicht vanwege het extra toezicht en handhaving. De extra bijdragen voor 2020 en 2021 zijn reeds toegevoegd aan het gemeentefonds in 2020, zie paragraaf 2.2-6 van de meicirculaire 2020. Het was op dat moment nog niet helder op welke manier de middelen vanaf 2022 beschikbaar zouden worden gesteld.

In deze circulaire is € 1,9 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Dit betreft de middelen voor het jaar 2022 (€ 1 miljoen) en 2023 (€ 0,9 miljoen). Het bedrag

12 Meicirculaire gemeentefonds 2023

vanaf 2023 is structureel aangezien alle nieuwe maatregelen zijn ingevoerd. 16. Versterking dienstverlening gemeenten Dit onderdeel betreft drie mutaties. De mutatie Versterking ondersteuning wijkteams (16a) is weergegeven onder het cluster Sociale basisvoorzieningen. De mutaties Robuust rechtsbeschermingssysteem (16b) en Systeemleren monitoring (16c) zijn weergegeven onder het cluster Bestuur en Ondersteuning. In de reactie van het kabinet van 15 januari 2021 op het rapport Ongekend onrecht van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) is toegelicht dat naast de hersteloperatie voor getroffen ouders en kinderen, ook maatregelen nodig zijn die structureel tot brede verbeteringen in beleid en uitvoering moeten leiden. Onderdeel hiervan is het versterken van de dienstverlening bij alle onderdelen van de overheid, waaronder de gemeenten. Het kabinet heeft besloten voor het versterken van de dienstverlening bij gemeenten en het extra ondersteunen van mensen in kwetsbare posities voor de periode tot en met 2027 € 150 miljoen per jaar beschikbaar te stellen. Daarvan is een deel voor 2021 tot en met 2027 toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds en een deel aan de decentralisatie-uitkeringen van het gemeentefonds. Zie ook paragraaf 2.2-3 en paragraaf 3.3-6 van de decembercirculaire 2021 en paragraaf 2.2-12 en 2.3-10 van de meicirculaire 2022.

Voor het jaar 2027 gaat het om deze actielijnen en bedragen: •

Versterking ondersteuning wijkteams (16a): € 50 miljoen via de algemene uitkering

•

Robuust rechtsbeschermingssysteem (16b): € 25 miljoen via de algemene uitkering

•

Systeemleren en stedelijke vernieuwing (16c): € 10 miljoen via de algemene uitkering voor systeemleren

•

Risicovol verward gedrag: € 10 miljoen via een decentralisatie-uitkering

Omdat de middelen beschikbaar zijn gesteld tot en met 2027 worden ze nu uitgenomen voor 2028 en verder. Het Kabinet heeft toegezegd vroegtijdig met de VNG het gesprek aan te gaan over de periode na 2027. De middelen voor 2028 en verder staan vooralsnog gereserveerd op de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK). 17. Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslag Op 1 januari 2023 is de Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen in werking getreden 6. Vanaf dit uitkeringsjaar is er structureel jaarlijks € 3,3 miljoen beschikbaar voor de financiële gevolgen die de uitvoering van deze wet met zich meebrengt voor gemeenten. Dit houdt in dat er geen koppeling is met het daadwerkelijk plaatsvinden van verkiezingen in een gegeven jaar. Het bedrag is op basis van de maatstaven in het uitgavencluster bestuursorganen en bevolkingszaken (exclusief de maatstaf verkiezingen Den Haag)

6

Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen, Overheid.nl

13 Meicirculaire gemeentefonds 2023

verdeeld over de gemeenten. 18. Permanente registratie kiezers buitenland De gemeente Den Haag is conform de Kieswet verantwoordelijk voor (het beheer van) de permanente registratie en voor het organiseren van verkiezingen voor kiezers buiten Nederland. De gemeente Den Haag maakt kosten voor de permanente registratie en voor de organisatie van de verkiezingen van de leden van de Tweede Kamer en de leden van het Europees Parlement voor de kiezers in het buitenland. De gemeente Den Haag ontvangt hiervoor structureel € 807.520 per jaar, bovenop op de reeds bestaande bijdrage via de algemene uitkering voor de landelijke taak “kiezers buitenland”. 19. Kiescollege niet ingezeten De gemeente Den Haag is conform de Kieswet verantwoordelijk voor het organiseren van de verkiezing voor de leden van het kiescollege niet-ingezetenen voor de Eerste Kamer. De gemeente Den Haag maakt hiervoor kosten, onder andere voor het versturen van stembescheiden aan kiezers en het verrichten van de stemopneming. De gemeente vervult ook de rol van griffie om het kiescollege te ondersteunen bij de uitvoering van hun taken. De verkiezing is elke vier jaar en de gemeente Den Haag ontvangt elk jaar een vierde deel van de totale kosten van een verkiezing als vergoeding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=f80fc743-2a7b-4300-898b-a62434b3f724