CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief 2023-111 inzake Vaststelling OFGV regionale uitvoerings- en handhavingsstrategie 2024-2027

GEMEENTERAAD 31 januari 2024, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek 017.561 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Raadsinformatiebrief Van

Burgemeester en Wethouder/Burgemeester

Zaak nr.

1378986

Aan

Gemeenteraad

RIB nr.

2024-111

Portefeuillehouder

K. van Hunnik

Datum

21 december 2023

Informatie bij

B. Stramrood

Tel. nr.

(035) 629 2578

Onderwerp Vaststelling OFGV regionale uitvoerings- en handhavingsstrategie 2024-2027

Kernboodschap Deze brief gaat over de vaststelling van de Regionale Uitvoering en Handhaving Strategie 2024-2027 (U&H strategie) voor de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV). De U&H strategie is het beleidskader voor de werkzaamheden van de OFGV. In de U&H strategie staan de belangrijkste regionale milieuonderwerpen beschreven. De strategie geeft daarbij doelstellingen en indicatoren voor de werkzaamheden van de OFGV. Ook beschrijft de U&H strategie het werkkader voor de onderwerpen vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Een belangrijke ontwikkeling is dat de OFGV gaat werken met outcome-gerichte doelstellingen. De U&H strategie is voorbereid door een werkgroep. Deze heeft input verzameld en verwerkt van alle deelnemers, de OFGV, de afdelingen bij de provincies die verantwoordelijk zijn voor het interbestuurlijk toezicht (IBT) en de strafrechtelijke partners. Het resultaat hiervan is de U&H strategie.

Aanleiding Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Op basis van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit moeten wij een regionale uitvoerings- en handhavingsstrategie opstellen voor de werkzaamheden van de OFGV. Dat doen wij samen met de andere deelnemers aan OFGV. De U&H strategie vervangt het nu geldende OFGV regionaal beleidskader VTH 2019-2022.

Consequenties Het vaststellen van de U&H strategie geeft een duidelijk en werkbaar kader mee aan de OFGV. In de U&H strategie staan duidelijkere doelstellingen en beoogde effecten van het werk van de OFGV. De doestellingen zijn outcome-gericht geformuleerd. Zij richten zich op de uiteindelijke impact en milieuverbeteringen van het beleid. Dit in tegenstelling tot output-gerichte doelstellingen. Die richten zich op de hoeveelheid en het soort activiteiten dat wordt uitgevoerd. Zoals het aantal inspecties of vergunningen dat wordt afgegeven. Outcome-gerichte doelstellingen zorgen ervoor dat de focus niet alleen ligt op het uitvoeren van taken, maar ook op het bereiken van concrete en meetbare milieuresultaten. 1

De U&H strategie is hiermee een belangrijke stap vooruit in de bescherming en verbetering van onze fysieke leefomgeving. De strategie is tot stand gekomen door een vruchtbare samenwerking tussen de deelnemers en de OFGV. De U&H strategie is ontworpen om een gelijk speelveld te creëren voor alle betrokken partijen binnen het werkgebied van de OFGV. Dit door te zorgen voor duidelijke, uniforme handhaving en door regelgeving consistent toe te passen. Centraal staan de volgende doelstellingen die gericht zijn op daadwerkelijke milieuverbeteringen: 1. Verbeteren van de bodemkwaliteit en aanwezigheid van schadelijke stoffen in de bodem en het grondwater voorkomen door toe te zien op bodembedreigende activiteiten en het toepassen van bodem-beschermende maatregelen. 2. Het bevorderen van omgevingsveiligheid en het minimaliseren van risico's voor mens, milieu en infrastructuur. 3. Volledig inzicht in aandachtgebieden krijgen in relatie met kwetsbare objecten. 4. Beperken van geluidsoverschrijdingen en overmatige hinder. 5. Verminderen van het energiegebruik en stimuleren van alternatieve energiebronnen in de regio. 6. Het voorbereiden op en implementeren van een circulaire economie in de regio. 7. Het tegengaan van ondermijning en milieucriminaliteit door verbeterde detectie, preventie en handhaving. 8. Het voorkomen of beperken van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) in de leefomgeving.

9. Voorkomen van gezondheidsrisico’s als gevolg van asbest door het beperken van asbestvezels in de lucht, bodem en water. 10. Bijdragen aan een betere luchtkwaliteit en het verminderen van geuroverlast. Deze strategie is ambitieus en stelt de OFGV voor nieuwe uitdagingen. Er moet een nulmeting plaatsvinden en er moeten nieuwe indicatoren worden toegepast. Deze zijn echter onderdeel van een noodzakelijke ontwikkeling naar een meer effectieve en impactvolle benadering van onze milieutaken. De nieuwe strategie brengt geen extra kosten voor de ontwikkeling met zich mee. Toch zal de uitvoering ervan nauwlettend worden gevolgd en geëvalueerd binnen de bestaande begroting. Het college heeft het vertrouwen dat deze strategie ons zal leiden naar een efficiëntere, effectievere dienstverlening en een gezondere leefomgeving. Wij houden u uiteraard op de hoogte van de implementatie en de voortgang van de U&H strategie.

Vervolgtraject Het besluit tot vaststellen van de U&H strategie wordt aan de OFGV bekendgemaakt. Ook wordt het besluit tot vaststellen digitaal gepubliceerd. Voor 2024 wordt de U&H strategie uitgewerkt in het OFGV uitvoeringsprogramma 2024. Hierin staan de concrete werkzaamheden die de OFGV in 2024 gaat verrichten. Wij zijn voornemens begin 2024 een informatieavond te organiseren over de werkzaamheden en taken van de OFGV. Tijdens deze avond wordt ook de U&H strategie besproken.

2

Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

mr. C.P. Torres Barrera

dr. ir. G.M. van den Top

Bijlage: 1. OFGV Regionale Uitvoering en Handhaving Strategie 2024-2027

Deze raadsinformatiebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B en W-vergadering van 19 december 2023.

3

Regionale Uitvoering en Handhaving Strategie 2024 - 2027 1

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

Inhoudsopgave Voorwoord

3

Bijlagen

57

1. Inleiding

4

Bijlage 1

De BIG-8 cyclus

57

2. Ontwikkelingen en afgeleide Doelstellingen

10

Bijlage 2

U&H strategie in de beleidscyclus

60

2.1 De Omgevingswet

12

Bijlage 3 Samenwerkingsverbanden en

2.2 Digitaal innoveren

14

2.3 Rapport Commissie van Aartsen

15

2.4 Bodem- en grondwaterbescherming

uitvoeringsafspraken

63

Bijlage 4

Uitleg beleidsterreinen

69

16

Bijlage 5

Risicoanalyse

72

2.5 Omgevingsveiligheid

20

Bijlage 6

Toezichtmatrix

82

2.6 Geluid

24

Bijlage 7

Toezichtinstrumentarium

94

2.7 Energietransitie

27

Bijlage 8

Werkwijze toezicht

98

2.8 Circulaire economie

30

Bijlage 9

Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht

107

2.9 Ondermijning en milieucriminaliteit

32

Bijlage 10

Handhavingsinterventies van licht naar zwaar

113

2.10 Zeer zorgwekkende stoffen

36

Bijlage 11  Standaard dwangsomhoogten en

2.11 Asbest

39

2.12 Luchtkwaliteit en geurhinder

42

3. VTH-strategie

begunstigingstermijnen

116

Bijlage 12  Vaststellen dwangsomhoogten

45

en begunstigingstermijnen

132

3.1 Vergunningenstrategie

48

Bijlage 13

Gedoogprocedure

135

3.2 Toezichtstrategie

53

Bijlage 14

Voorwaarden voor gedogen

138

3.3 Handhavingsstrategie

55

Begrippenlijst

141 2

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

Voorwoord Voor u ligt de uitvoerings- en handhavingsstrategie 2024-2027 (U&H

kunnen vertellen wat ons handelen bijdraagt aan het beleid van onze

strategie). Deze strategie is via een uitvoerig proces met een werkgroep

opdrachtgevers en aan een schone veilige leefomgeving. De komende

van deelnemers en OFGV geactualiseerd voor de komende vier jaar.

jaren willen we hierin graag gezamenlijk verdere stappen zetten.

Dit vernieuwde kader heeft tot doel de OFGV de komende jaren nog beter

Kortom: we zijn als OFGV tevreden over de stappen die we met deze

in staat te stellen om de VTH milieutaken uit te voeren en daarmee een

strategie kunnen zetten. Wat ons betreft zijn dit stappen in de goede

nog betere bijdrage te leveren aan de beleidsdoelstellingen van onze

richting. Ook zijn we tevreden over het proces van totstandkoming van

opdrachtgevers.

deze strategie: het proces heeft plaatsgevonden in een constructieve en prettige sfeer. Hopelijk herkent u de hierboven geschetste ontwikkelingen

In dit document is getracht om een helderdere link te leggen tussen beleid

bij het lezen van de teksten en hebben we binnenkort samen een nieuw

en uitvoering. Ook is geprobeerd om meer uniformiteit te realiseren voor

uitvoeringskader wat bijdraagt aan een schone, veilige en gezonde

de uitvoering. Dit is gebeurd door beleidsdoelstellingen in het werkgebied

leefomgeving in Flevoland & Gooi en Vechtstreek.

op een gelijke manier te vertalen en daarbij ook afstemming te zoeken met het proces in Noord-Holland waarin bouwstenen zijn opgeleverd voor een uniform U&H-strategie voor de 4 Noord-Hollandse OD’s. Ook worden met deze strategie de eerste stappen gezet richting meer outcomegericht werken zodat we naar de toekomst toe beter

Anton Klijn

Directeur Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek

3

1. Inleiding

4

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

Sinds 1983 is de bescherming en verbetering van het leefmilieu

Basistaken

en de bewoonbaarheid van het land een sociaal grondrecht in

Een deel van de uitvoeringstaken zijn in de Omgevingswet vastgelegd als

Nederland. Dit onderkent het belang van een veilige en gezonde

basistaken die verplicht door de omgevingsdiensten uitgevoerd moeten

leefomgeving en de noodzaak hier afspraken over te maken in

worden. Dit betreft onder meer het verlenen van omgevingsvergunningen

wet- en regelgeving.

en -meldingen van bepaalde milieubelastende activiteiten (MBA), het toezien daarop en waar nodig toepassen van handhaving (VTH-taken).

In de jaren hierna is deze regelgeving steeds verder ontwikkeld en is

In het Omgevingsbesluit (Art. 13.5 lid 2) is vastgelegd dat deze taken

de kwaliteit en de effectiviteit in de bescherming van de leefomgeving

gezamenlijk door de bevoegde gezagen in een uniform beleid vastgelegd

toegenomen. Een belangrijk deel hiervan is de verantwoordelijkheid die

worden voor het gehele werkgebied van de omgevingsdienst.

gemeenten en provincies hebben gekregen met betrekking tot milieu in de vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH).

Plustaken Naast het basistakenpakket hebben de bevoegde gezagen de mogelijkheid

Veel van de uitvoeringstaken op milieu van VTH zijn belegd bij de

om zogenaamde plustaken onder te brengen bij de omgevingsdienst.

omgevingsdiensten. Voor de twaalf gemeenten en twee provincies die dit

Plustaken zijn VTH-taken die niet als basistaak zijn aangewezen. De

document onderschrijven is dat de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en

gemeenten en provincies kiezen zelf of zij deze plustaken bij de OFGV

Vechtstreek (OFGV). Dit zijn de gemeenten Almere, Blaricum, Dronten,

onderbrengen.

Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Lelystad, Noordoostpolder, Urk, Wijdemeren en Zeewolde en de provincies Flevoland en Noord-Holland.

5

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

Afbakening Deze U&H strategie geldt voor zowel het basistakenpakket als voor de plustaken, mits en zolang deze zijn ondergebracht bij de OFGV. Voor VTHtaken die de bevoegde gezagen zelf uitvoeren is wettelijk voorgeschreven dat zij hier een eigen lokale uitvoeringsstrategie voor vaststellen. Deze geldt naast de regionale strategie die in deze U&H strategie uiteen is gezet. Ten slotte voert de OFGV voor deelnemers ook extra taken (nietVTH-taken) uit. Dit betreft veelal adviestaken. De U&H strategie geldt in beginsel niet voor de extra taken. Inpassing in de beleidscyclus Niet alleen met betrekking tot de uitvoering van VTH-taken zijn regels vastgelegd, maar ook met betrekking tot de beleidsprocedure. Met het oog op uniformiteit en effectiviteit wordt hiervoor de zogenaamde BIG-8 cyclus gehanteerd (zie bijlage 1). De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie is het product van het strategisch gedeelte van deze cyclus en is bepalend voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2027.

6

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

Doelstelling U&H strategie Als algemeen doel voor dit kader wordt gesteld: Het beschermen van de fysieke leefomgeving met betrekking tot milieutaken in het werkgebied van de OFGV. Hiermee wordt voldaan aan de wettelijke eis voor uniformiteit. Dit document wordt in deze periode gebruikt in de totstandkoming van onder andere de kostenverdelingssystematiek (KVS) en de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s (overzicht en omschrijving in bijlage 2). De KVS is nu tien jaar oud en heeft de financiële afspraken tussen de OFGV en de partners sterk vereenvoudigd. Tegelijkertijd is er in die tijdsspanne ontzettend veel veranderd en zijn we als overheid en omgevingsdienst ons constant aan het ontwikkelen. Om zeker te kunnen zijn van een goed sluitende beleidscyclus en een systeem dat de samenwerking optimaal faciliteert zal deze strategie na twee jaar worden geëvalueerd samenvallend met de evaluatie van de KVS. Hier zal zowel een focus komen te liggen op de veranderingen met betrekking tot de Omgevingswet, als op nieuwe inzichten en ontwikkelingen in de uitvoering en de samenwerking.

7

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

Onvoorziene ontwikkelingen

Omgevingsdienst NL en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Nieuwe taken door onvoorziene ontwikkelingen worden in het Algemeen

Het voldoen aan deze kwaliteitscriteria is een wettelijke verplichting voor

Bestuur (AB) goedgekeurd in het kader van de Begroting en de Kadernota.

het uitvoeren van de VTH-werkzaamheden.

Bij de eerstvolgende wijziging van de U&H strategie worden de nieuwe ontwikkelingen opgenomen.

Samenwerking Omgevingsdiensten Noord-Holland Gelijktijdig met het opstellen van deze U&H strategie hebben de vier

Borging uitvoering

Noord-Hollandse Omgevingsdiensten bouwstenen opgeleverd voor een

In bijlage 2 wordt de wijze weergegeven waar de, voor de uitvoering

gezamenlijke U&H-strategie provincie NH. Deze bouwstenen voor een

benodigde, middelen worden berekend en geborgd in de kadernota en de

gezamenlijke strategie zijn opgesteld n.a.v. een verzoek van provincie

jaarlijkse begroting. In de trimester- en jaar- en voortgangsrapportage

Noord-Holland om het uitvoeringsbeleid in heel Noord-Holland op elkaar

wordt gerapporteerd over hoe de uitgevoerde activiteiten bijgedragen

af te stemmen. Voor de OFGV is deze afstemming lastig te realiseren

hebben aan de in dit stuk geformuleerde doelstellingen.

omdat het werkgebied niet alleen in Noord-Holland ligt. Deze lastige OFGV-positie staat als zodanig in de gezamenlijke Noord-Hollandse U&H

Kwaliteitseisen

strategie vermeld. Uit de gezamenlijke U&H-strategie Noord-Holland

Om de kwaliteit van de beleidsuitvoering te kunnen waarborgen zijn

blijkt dat de strategieën van de 4 OD’s op belangrijke onderdelen al goed

eisen gesteld welke capaciteit, kennis en ervaring ten minste in een

overeenkomen. Nieuwe verbeterpunten uit de U&H-strategie Noord-

organisatie aanwezig moet zijn voor elk van de onderdelen van VTH. Per

Holland zijn in dit document nog niet volledig meegenomen. De Noord-

1 januari 2024 gelden hiervoor de kwaliteitscriteria 2.3, opgesteld door de

Holland-strategie werd opgeleverd toen de voorliggende U&H strategie in

Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg,

de afrondende fase zat. Verdere verbeteringen door gebruik te maken van

8

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

de bouwstenen is daarmee voor een volgende update/volgende versie van de OFGV-strategie. Dit geldt overigens in meer of mindere mate ook voor de andere Noord-Hollandse OD’s, vandaar dat er bouwstenen en niet een uniforme strategie zijn opgeleverd. Overige samenwerking Naast de samenwerking met andere omgevingsdiensten en onze partners wordt er ook nauw samengewerkt met andere instellingen, zoals politie, veiligheidsregio en waterschappen. Zie bijlage 3 voor een overzicht van alle reguliere samenwerkingsverbanden en relevante afspraken.

9

2. Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

10

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

Onze constant veranderende maatschappij en nieuwe opkomende politieke prioriteiten geven richting aan onze omgang met de fysieke leefomgeving en lokale, regionale en nationale ambities. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op belangrijke ontwikkelingen die de komende jaren een significante invloed kunnen hebben op het uitvoeren van de VTH-taken. Daarnaast is hieronder een eerste ontwerp gemaakt voor de uitvoering op basis van outcome-gerichte doelstellingen en criteria. Zowel binnen onze regio als landelijk is er veel discussie over hoe een zaaksysteem op basis van outcome goed ingericht moet worden. Om deze reden is hier gekozen om zowel doelstelling als indicator breed te definiëren, zodat deze beleidsperiode gebruikt kan worden om de nodige ervaringen op te doen met dit systeem en deze manier van denken en werken. De komende evaluatiemomenten en beleidsperiode zullen dan onder andere gebruikt worden om deze doelstellingen en criteria bij te schaven en als nulsituatie voor toekomstige trendanalyses. Concreet zullen 2024 en 2025 in het teken staan van het implementeren van de criteria en het opzetten van de dataverzameling. Ook datakwaliteit is hier een belangrijk onderdeel

11

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

van. De data verzameld in deze twee jaar zal gelden als nulsituatie

Bij elke doelstelling is aangegeven voor welke beleidsterreinen deze

voor analyses in de opvolgende jaren. Aan het eind van deze twee

relevant is. Dit kan zijn duurzaamheid, veiligheid, volksgezondheid en

jaar zal een evaluatiemoment plaatsvinden in hoeverre de indicatoren

leefbaarheid. In bijlage 4 worden deze terreinen verder omschreven.

succesvol geïmplementeerd zijn en of er nog verdere aanpassingen nodig zijn om deze optimaal te kunnen gebruiken in analyses en de daarop gebaseerde uitvoering. De laatste twee jaar van de beleidscyclus

2.1 De Omgevingswet

zullen, met betrekking tot deze doelen en criteria, volledig in het teken staan van verdere dataverzameling en ontwikkeling en uitvoering van

Veruit de grootste ontwikkeling ten opzichte van het toenmalige VTH-

(gestandaardiseerde) analyses. Hierop volgt wederom een evaluatie voor

beleidskader is de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024.

eventuele beleidswijzigingen. Tijdens deze evaluatie wordt ook gekeken in

Deze verandering is zodanig groot dat het niet makkelijk is deze hier

hoeverre de data en analyses waarde hebben voor zowel beleidsmaker als

volledig en concreet uit te leggen. Hieronder volgt een algemene

uitvoerder en worden deze eventueel nog bijgeschaafd of vervangen.

beschrijving.

Ten tijde van schrijven wordt er landelijk gewerkt aan een handreiking

De Omgevingswet is een modernisering en bundeling van 26 wetten in

voor het ontwikkelen van outcome-gerichte doelen en criteria. Wanneer

één algemene wet voor het benutten en het beschermen van de fysieke

deze beschikbaar komt, zullen de lessen en hulpmiddelen meegenomen

leefomgeving. De wet beoogt verlaging van de regeldruk voor burgers

worden in het verder concretiseren (en nieuw ontwikkelen) van de in dit

en bedrijven, versnelling van de besluitvorming en stimulering van een

hoofdstuk uitgewerkte doelen en criteria.

geïntegreerde benadering van de fysieke leefomgeving met ruimte voor lokaal maatwerk.

12

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

De Omgevingswet heeft impact op alle lagen van de overheid. Zo zijn

De afgelopen jaren is al veel geoefend met de Omgevingswet en is er

taken gedecentraliseerd van Rijk naar provincie en van provincie naar

goed voorbereid op al deze veranderingen. De lessen die hierin zijn

gemeente. Hierbij ontstaat ruimte voor het afwegen van lokale belangen

geleerd worden nu in de praktijk gebracht. De komende jaren zal nog veel

in de regelgeving. Ambities voor de lange termijn legt de gemeente vast

uitgezocht en geëxperimenteerd worden om dit nieuwe stelsel optimaal

in de omgevingsvisie. Op basis hiervan worden regels opgesteld die

tot uitvoering te kunnen brengen. Ook wordt er tijdelijk met het oude en

vervolgens vastgelegd worden in het omgevingsplan. De omgevingsvisie

het nieuwe systeem tegelijk gewerkt doordat delen van de regelgeving

moet uiterlijk op een bij Koninklijk Besluit te bepalen tijdstip (art. 4.9 lid 1

onder het overgangsrecht vallen. Al met al is de verwachting dat de

invoeringswet Omgevingswet) inwerkingtreden. Voor het Omgevingsplan

implementatie van de Omgevingswet en de overgangsperiode meer tijd

is dit uiterlijk 31 december 2029.

zal vergen van bevoegd gezag en omgevingsdienst.

Een andere ontwikkeling is de ingebruikname van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Hier worden alle relevante gegevens over de fysieke leefomgeving bij elkaar gebracht en inzichtelijk gemaakt voor bedrijf, burger en overheid. Vergunningen worden voortaan aangevraagd via het DSO. Ook meldingen worden daar ingediend. Kortere procedures en de nadruk op bestuurlijke samenwerking moeten het makkelijker en sneller maken om nieuwe initiatieven te starten.

13

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

2.2 Digitaal innoveren Naast de fysieke leefomgeving is de digitale leefomgeving niet meer los te zien van de maatschappij. Zo heeft COVID-19 de mogelijkheden van plaatsonafhankelijk werken gedemonstreerd en zijn technologieën als Artificial Intelligence (AI) een alledaags begrip geworden. Deze technologische veranderingen vragen veel van de samenleving, maar bieden ook enorme kansen. Ook voor de overheid. Met grote hoeveelheden data kunnen nauwkeurige analyses uitgevoerd worden die de uitvoering van VTH kunnen sturen naar waar deze de sterkste impact hebben (risico gestuurde uitvoering). AI biedt mogelijkheden tot snelle informatieverwerking en verbeterde samenwerking tussen organisaties. Daarnaast kan dit de werkdruk verlagen door tijdrovende administratieve taken over te nemen en risicovolle activiteiten sneller in beeld te brengen. Aan de andere kant brengen deze nieuwe technologieën ook nieuwe gevaren en onzekerheden met zich mee, bijvoorbeeld op het gebied van privacy en veiligheid. Het is dan ook belangrijk dat we, naast technologisch innoveren, het gesprek met elkaar aangaan en ervaring opdoen om effectief om te gaan met deze nieuwe mogelijkheden en gevaren.

14

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

2.3 Rapport Commissie van Aartsen In maart 2021 publiceerde het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat het eindrapport van de Commissie van Aartsen met betrekking tot het functioneren van de overheid rond het beschermen van de leefomgeving. Hier kwamen een tiental maatregelen uit die de commissie adviseerde om in het huidige omgevingsdienstenstelsel nodige verbeteringen door te voeren en toekomstbestendig te maken. Hieruit is het interbestuurlijke programma ‘Versterking VTH-stelsel’ gekomen, waarin deze maatregelen en adviezen verder zijn uitgewerkt in zes concrete pijlers. Deze pijlers zijn een samenwerking van alle relevante overheden en zullen de komende jaren zorgen voor ingrijpende veranderingen in het algehele VTH-stelsel. Zowel de OFGV als haar partners zijn direct betrokken binnen deze pijlers. (Aankomende) veranderingen zullen vroegtijdig meegenomen worden en zullen het huidig gevoerde beleid beïnvloeden. Waar dit relevant is voor de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie zullen deze veranderingen meegenomen worden in de daaropvolgende evaluatiemomenten.

15

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

2.4 Bodem- en grondwaterbescherming Maatschappelijke context

Iets wat terug te zien is in de effecten die dit heeft gehad op de bodem.

De verslechtering van de bodem- en grondwaterkwaliteit door schadelijke

In het werkgebied bevinden zich ruim 20.000 bodemlocaties. Hier

stoffen heeft consequenties in een brede maatschappelijke context.

worden een groot scala aan maatregelen uitgevoerd waaronder zowel

Zo kan dit leiden tot schade aan de volksgezondheid, aantasting

voorkomende als herstellende. Op dit moment wordt veel aandacht

van drinkwatervoorzieningen, verlies van bodemvruchtbaarheid en

besteed aan het verbeteren van de kwaliteit van de dataverzameling op

aantasting van ecosystemen en biodiversiteit. De oorzaken hier liggen

dit onderwerp. Dit moet vervolgens leiden tot verbeterde analyses en

op verschillende vlakken en zijn vaak een combinatie van onder andere

meer inzicht in de specifieke en uiteenlopende bodemsituaties in Flevoland

industriële activiteiten, landbouw, stedelijke ontwikkeling, gebrek aan

en de Gooi en Vechtstreek. Onderstaande indicatoren zijn daar een eerste

effectieve regulering en onvoldoende kennis met betrekking tot de risico’s

stap toe.

op bodem en grondwater. Ontwikkelingen De bodem in het werkgebied van de OFGV is zeer divers. Zo was de

Met het ingaan van de Omgevingswet is de verantwoordelijkheid voor

Flevolandse bodem tot voor kort onderdeel van de Zuiderzee en ligt in

veel taken (en bijbehorende data) met betrekking tot de beoordeling van

Zuidelijk Flevoland een groot drinkwaterreservoir. Het Gooi bestaat uit een

meldingen onder de voormalige Wet bodembescherming, verschoven

stuwwallencomplex en de Vechtstreek uit veenlandschap met veenrivieren

van provincie naar gemeente. Daarbij hebben gemeenten meer ruimte

en -polders. De historie van deze gebieden loopt net zo ver uiteen,

gekregen om de beleidsregels hiervoor op maat te maken. Voor de

bijvoorbeeld op het gebied van bedrijvigheid, industrie en militair gebruik.

invoering van de Omgevingswet bestond er meer eenduidig landelijk

16

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

beleid. Voor grondwater worden de taken onder de Omgevingswet verder verdeeld over de overheden. Het beheer van de grondwaterkwaliteit, en daarmee ook de in het grondwater aanwezige verontreinigingen, is nadrukkelijker dan onder het oude stelsel onderdeel van het beheer van watersystemen. Provincie, gemeenten en waterschappen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de grondwaterkwaliteit, met een regisserende, kaderstellende en coördinerende rol voor de provincie. Het kan voorkomen dat een project onder meerdere bevoegde gezagen tegelijk valt, of aan verschillende lokale regels moet voldoen. Om deze complexe taken zorgvuldig uit te blijven voeren, is goede onderlinge afstemming en samenwerking tussen provincies, gemeenten en omgevingsdienst essentieel. Door de uitgebreide bodemsaneringsoperaties van de afgelopen circa 40 jaar zijn de meeste grote bodemverontreinigingen inmiddels gesaneerd. Wat naar gemeenten overgaat, zijn locaties waar, bij het huidige bodemgebruik, geen sanering meer nodig is. Vanwege het overgangsrecht blijft voor een aantal locaties met bodemverontreinigingen de wetgeving van voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet van kracht.

17

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

Voorbeelden hiervan zijn lopende bodemsaneringen en gebiedsgerichte

Activiteiten

grondwaterbeheerplannen. De omvang van de werkzaamheden hiervoor

• B  eoordelen van de mogelijke milieu-impact van nieuwe projecten en

zal wel veranderen. Zo zal dit afnemen voor complexe en risicovolle

industrieën. Het verlenen van vergunningen aan deze partijen, waarbij

bodemsaneringen en toenemen voor verontreinigingen onder het

specifieke voorwaarden worden gesteld met betrekking tot het thema

gebiedsgerichte grondwaterbeheer. De OFGV zal gedurende deze

bodem.

beleidsperiode de meldingen voor deze bodemlocaties blijven uitvoeren.

• B  eoordelen van bodem- en grondwateronderzoeken om de

Er zullen in deze periode gelijktijdig werkzaamheden worden uitgevoerd

aanwezigheid en concentratie van schadelijke stoffen te identificeren en

onder de wet- en regelgeving van voor- en van na de inwerkingtreding

te monitoren.

van de Omgevingswet.

 itvoeren van reguliere inspecties bij bedrijven en bodemlocaties en • U handhaven op overtredingen.

Doelstelling

• I dentificeren van en passend reageren op niet-gemelde activiteiten

Verbeteren van de bodemkwaliteit en de aanwezigheid van schadelijke

die de bodem- of grondwaterkwaliteit kunnen bedreigen, zoals

stoffen in de bodem en het grondwater voorkomen door toe te zien

grondverzet, lozingen en aanleg van ondergrondse systemen.

op bodembedreigende activiteiten en het toepassen van bodembeschermende maatregelen.

• S  amenwerking tussen de OFGV en partneroverheden vergroten door middel van voorlichting en uitvoering van VTH-taken op diverse bodemgerelateerde zaken.

Beleidsterreinen Gezondheid en duurzaamheid

• V  oorlichting van mogelijke bodem- en grondwaterrisico’s door de inzet van communicatie.

18

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

Indicatoren • Aantal beoordeelde bodem- en grondwateronderzoeken en

 erhouding tussen activiteiten die wel of niet conform de wet• V

verhouding van afgekeurde onderzoeken. Dit geeft inzicht in de

en regelgeving worden uitgevoerd. Zowel administratief (melding/

kwaliteit van uitgevoerde bodemonderzoeken en daarmee de kennis

vergunning) als in uitvoering conform voorschriften. Dit zal uiteindelijk

van initiatiefnemers van de wettelijke eisen hierop.

een trend weergeven die een indicatie kan zijn van de effectiviteit van

• Aantal bekende gevallen van verontreinigingen inclusief

de preventie op het gebied van bodem- en grondwaterbescherming.

ruimtelijke analyse. Een vermindering van het relatieve aantal

• A  antal en type voorlichtingsacties. Geeft inzicht in het gebruik van

verontreinigingen relateert aan een verbetering van bodem- en

gerichte voorlichting en de instrumenten die hiervoor worden benut.

grondwater in het algehele werkgebied. Een ruimtelijke analyse van

Dit is bij uitstek een kwalitatieve indicator.

verontreinigingen geeft mogelijke focuslocaties voor surveillance aan. • Aantal geïdentificeerde niet-gemelde activiteiten en type van de reactie hierop. Een stijging of daling van gevonden niet gemelde activiteiten, bij een gelijke inzet van toezicht, geeft inzicht in de effectiviteit van deze aanpak. De handhavende reactie op deze activiteiten geeft een beeld van de ernst van de overtredingen en daarmee de risico voor het milieu.

19

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

2.5 Omgevingsveiligheid Maatschappelijke context De productie, opslag en het transport van gevaarlijke stoffen binnen industrieën en bouwprojecten kunnen aanzienlijke risico’s met zich meebrengen voor de omgeving en de lokale bevolking. Ongelukken of fouten kunnen leiden tot lekkages, explosies of andere incidenten die ernstige schade kunnen veroorzaken aan mens, milieu en eigendommen en mogelijk leiden tot verlies van levens. Zonder effectief risicobeheer in ruimtelijke planning kunnen kwetsbare objecten zoals woningen, scholen of ziekenhuizen dicht bij potentieel gevaarlijke locaties worden geplaatst wat de risico’s op ernstige consequenties verhoogd. Er zijn risico’s verbonden aan de energietransitie, zoals mogelijke lekkages of ongelukken met opslag van hernieuwbare energie, en de milieu-impact van zonneparken of energie uit biomassa. Deze nieuwe vormen van energieproductie moeten zorgvuldig worden beheerd om te zorgen voor een minimale impact op het milieu.

20

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

Flevoland en de Gooi en Vechtstreek (net als elders in Nederland) is een

Daarnaast is het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS)

complex veiligheidslandschap, met gevaarlijke objecten en activiteiten

vervangen door het nieuwe landelijke Register Externe Veiligheidsrisico’s

zoals bijvoorbeeld tankstations en transport van gevaarlijke stoffen.

(REV). Dit is een centrale plek waarin bevoegde gezagen alle risicovolle

Daarnaast liggen met name, maar niet uitsluitend, de woongebieden vol

activiteiten moeten vastleggen, zoals bijvoorbeeld het verwerken

met kwetsbare objecten die hiertegen beschermd moeten worden, zoals

of opslaan van brandbare, explosieve, giftige of nucleaire stoffen.

bijvoorbeeld ziekenhuizen en woonverblijven. Doordat landoppervlakten

Ook worden in het REV de kwetsbare activiteiten opgenomen, zodat

voor veel verschillende doeleinden gebruikt worden, moet er bij elke

overzichtelijk wordt waar extra veiligheidsregels noodzakelijk zijn of

nieuwe ontwikkeling een nieuwe balans gevonden worden tussen

risicovolle activiteiten zouden moeten worden geweerd. Omdat er meer

veiligheid en andere belangen, zoals economie en mobiliteit.

en nieuwe informatie vastgelegd wordt in dit nieuwe register is de verwachting dat dit zowel initieel als structureel meer inspanning kost

Ontwikkelingen

voor gemeenten en omgevingsdienst.

Met de Omgevingswet is de werkwijze rondom omgevingsveiligheid (voorheen externe veiligheid) veranderd. Gemeenten werken nu met

Doelstelling

aandachtsgebieden die laten zien waar in ruimtelijke plannen extra

 et bevorderen van omgevingsveiligheid en het minimaliseren van • H

aandacht nodig is, zoals het beschermen tegen ongevallen bij activiteiten met gevaarlijke stoffen. Het gaat hierbij om aandachtsgebieden voor brand, explosies en gifwolken. Op basis van deze aandachtsgebieden

risico’s voor mens, milieu en infrastructuur. • V  olledig inzicht in aandachtgebieden krijgen in relatie met kwetsbare objecten.

moet het bevoegd gezag regels opnemen in het omgevingsplan over omgevingsveiligheid.

21

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

Beleidsterreinen Veiligheid Activiteiten • Het beoordelen van vergunningsaanvragen voor activiteiten met betrekking tot gevaarlijke stoffen. • Het stellen van voorwaarden en voorschriften in vergunningen om risico’s te beperken en de veiligheid te waarborgen. • Het invullen en actueel houden van het REV. • Het uitvoeren van regelmatige controles op bedrijven of deze voldoen aan de vergunningsvoorwaarden en -voorschriften en meldingen. • Het adviseren van gemeenten met betrekking tot omgevingsveiligheid bij initiatieven.

22

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

Indicatoren • Het aantal en de verhouding tussen de (her)controles en gevonden overtredingen op MBA’s met betrekking tot omgevingsveiligheid. De verhouding tussen controles en overtreding geeft een indicatie van spontaan- en niet spontaan naleefgedrag, waarbij de aantallen tevens een verscherpt beeld geven van de risico’s in het werkgebied afhankelijk van de overtreden MBA’s. • Het aantal gegeven adviezen waarin omgevingsveiligheid een rol speelt. Dit geeft een beeld van de relevantie van omgevingsveiligheid bij gemeentelijke ontwikkelingen en de betrokkenheid in samenwerking van de verschillende organisaties op dit gebied. • De foutmarge van het REV na initiële invulling. De mate waarin missende of foutieve onderdelen worden gevonden in het REV, ten opzichte van in het veld, dienst als steekproef voor de volledigheid en nauwkeurigheid van het REV en daarmee de betrouwbaarheid voor ruimtelijke planning. Deze indicator wint aan relevantie na afloop van de initiële invulling van het register.

23

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

2.6 Geluid Maatschappelijke context

cijfers. Zo is de zichtbaarheid van de OFGV en omgevingsdiensten in

Langdurige blootstelling aan hoge geluidsniveaus kan significante

het algemeen groter geworden en zijn er meer bedrijven ingebracht

gezondheidseffecten veroorzaken, waaronder gehoorverlies,

in de werkzaamheden van de OFGV. Een verdiepende analyse is nodig

slaapstoornissen, hart- en vaatziekten, stress en cognitieve beperking.

om inzicht te krijgen wat deze toename in klachten betekent en of

Buiten gezondheidsproblematiek leidt overmatige geluidsproductie ook

hier beleidsmatige of uitvoerende aanpassingen gewenst zijn. Ook een

tot hinder in het dagelijks leven en tot verstoring van de natuurlijke

inhoudelijke analyse op de ontvangen klachten zal hier waardevol

omgeving. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie ervaren 24,2% van

voor zijn.

de Nederlanders geluidshinder als probleem in de leefomgeving. Aan de andere kant is geluidsproductie onvermijdelijk bij het uitvoeren van veel

In bovenstaande statistieken zijn grootschalige evenementen en

activiteiten. Het is dan ook belangrijk om een goed evenwicht te vinden

vliegverkeer niet meegenomen. Hiervoor zijn respectievelijk 396 klachten

tussen de uiteenlopende behoeften van de samenleving, zoals gezondheid

in 2022 en 1150 klachten in het derde kwartaal van 2022 gemeld.

en industrie, maar ook transport, recreatie en ontwikkeling. Ontwikkelingen In 2022 zijn er 318 klachten over geluid bij de OFGV binnengekomen,

Geluidbelasting en –normering kan met het ingaan van de omgevingswet

een toename van 37,7% ten opzichte van 2021. In 2021 was een

nu gedeeltelijk in het omgevingsplan worden geregeld. Hier geven

vergelijkbare toename waargenomen ten opzichte van 2020. Echter is er

gemeenten bijvoorbeeld voor elke locatie aan wat de grenswaarden

veel gebeurd in deze jaren die invloed kunnen hebben op deze

zijn voor gevoelige gebouwen zoals woningen. Daarnaast wordt geluid

24

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

beheerst met geluidproductieplafonds voor gezamenlijke activiteiten op industrieterreinen, provinciale wegen en lokale spoorwegen. Dit is

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

• Het geven van geluidsadviezen in verband met ruimtelijke ordening en evenementen.

de maximaal toegestane hoeveelheid geluid op een referentiepunt op

• Het geven van adviezen met betrekking tot geluid in het Omgevingsplan.

deze locaties. Het bevoegd gezag moet maatregelen treffen als het

• H  et analyseren van ruimtelijke data bij geluidsklachten.

geluidproductieplafond wordt overschreden. De verwachting is dat de initiële vastlegging hiervan een substantiële inspanning kost voor de

Indicatoren

bevoegde gezagen.

• Aantal uitgevoerde geluidscontroles en geluidmetingen bij bedrijven en evenementen en de verhouding met

Doelstelling

geconstateerde overschrijdingen en overtredingen. De

Beperken van geluidsoverschrijdingen en overmatige hinder.

verhouding tussen controles en overtreding geeft een indicatie van spontaan- en niet spontaan naleefgedrag, waarbij de aantallen tevens

Beleidsterreinen Leefbaarheid, gezondheid

een verscherpt beeld geven van eventuele trends. • Aantal meldingen en klachten vanuit de maatschappij en de analyse van de ruimtelijke data inherent aan deze klachten en

Activiteiten

de verdeling over de branches. Een (plotselinge) stijging van het

• In vergunningen en meldingen geluidsnormen en

aantal klachten zou kunnen duiden op een tot noch toe onvoorziene

maatwerkvoorschriften opnemen. • Het uitvoeren van geluidcontroles en geluidmetingen.

problematiek. Ruimtelijke data kunnen vervolgens inzicht geven waar en wanneer deze geluidshinder waargenomen wordt. Hiermee kunnen toezichthouders gerichter op pad gestuurd worden. Daaropvolgend

25

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

kan ook de gebruikte handhavingsinstrumenten betrokken worden als verdiepende analyse op de effectiviteit van de uitvoering en als input voor de beleidsvorming. • Aantal gegeven geluidsadviezen en het verband tot lokale klachten. De OFGV adviseert de gemeenten op het gebied van geluid om hen in staat te stellen effectieve regels en maatregelen te nemen om geluidsoverlast te voorkomen. Een verband tussen evenementen of locaties waar relatief veel klachten vandaag komen en de adviezen die hier eventueel over gegeven zijn geeft een interessant inzicht in het gebruik van deze adviezen en de effectiviteit van de implementatie. Dit geeft op zijn beurt weer informatie voor verdere verbetering van de uitvoering, advisering en beleidsvorming.

26

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

2.7 Energietransitie Maatschappelijke context

werkgebied van de omgevingsdiensten in Nederland. Slechts 12% geeft

Ons huidige energiegebruik is voornamelijk gebaseerd op fossiele

aan alle nodige maatregelen uitgevoerd te hebben. De RVO schat dat

brandstoffen en is daarmee een van de belangrijkste antropogene

in Nederland 31% van de bedrijven en instellingen die moeten voldoen

bronnen van CO2 in de atmosfeer met de opwarming van de aarde en

aan de informatieverplichting onder de energiebesparingsplicht deze

klimaatverandering tot gevolg. Ook de volksgezondheid is in het geding

rapportage niet heeft ingediend. Voor Flevoland & Gooi en Vechtstreek zou

door de emissie van fijnstof en stikstof- en zwavelverbindingen in ons

dit betekenen dat 934 bedrijven en instellingen nog buiten beeld zijn.

milieu. Ten slotte hebben recente geopolitieke ontwikkelingen laten zien dat onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen een grote en

Ontwikkelingen

ingrijpende (socio)economische impact kan hebben. Het is noodzakelijk

Hernieuwbare energie, grootschalige besparing en de afkoppeling van het

om ons energiesysteem om te vormen. Deze noodzaak is tevens

gasnet. Nederland is hard op weg om de energietransitie een realiteit te

vastgelegd in Europese en nationale wetgeving met daarin een directe

maken als onderdeel van het klimaatakkoord. Zowel de maatregelen als

opgave voor lokale en regionale bevoegdheden.

de mogelijkheden die deze transitie met zich meebrengen hebben impact op alle lagen van de samenleving, zo ook in ons werkveld. De in 2023

In Flevoland & Gooi en Vechtstreek hebben 2080 bedrijven en instellingen

verscherpte ‘plicht ter verduurzaming van het energiegebruik’ (hierna:

een rapportage ingediend met betrekking tot de informatieverplichting,

energiebesparingsplicht) dwingt bedrijven die meer dan 25000 m3 gas of

zie kopje ‘Ontwikkelingen’. Hiervan heeft 69% aangegeven de nodige

50000 KWh elektriciteit gebruiken om dit te melden en energiebesparende

maatregelen niet te hebben uitgevoerd. Dit is het hoogste percentage per

maatregelen te treffen die binnen vijf jaar terugverdiend kunnen worden.

27

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

Daarnaast zijn er verplichtingen gekomen voor zon-op-dak en moeten alle kantoren minimaal energielabel C hebben. Dat energie een nationaal speerpunt is, blijkt ook uit de nieuwe middelen die vrijkomen vanuit het Rijk om bevoegde gezagen en omgevingsdiensten te ondersteunen, zoals de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparing. Gezamenlijk bouwen we nieuwe toezichtcapaciteit op en handhaven daar waar dit nodig is. We borgen meer energiekennis in onze organisaties en maken ons klaar voor een energieneutrale toekomst. Doelstelling Verminderen van het energiegebruik en stimuleren van alternatieve energiebronnen in de regio. Beleidsterreinen Duurzaamheid Activiteiten • Het informeren van bedrijven en instellingen over de voordelen en mogelijkheden van energiebesparing en duurzame energieopwekking. Hierbij wordt samengewerkt met lokale energiecoöperaties.

28

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

• H  et controleren op en handhaven van de naleving van de

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

 antal bedrijven dat voldoet aan de energiebesparingsplicht. • A

energiebesparingsplicht, door middel van Stimulerend Toezicht en

Bedrijven moeten zelf rapporteren of zij voldoen aan de

klassiek toezicht.

energiebesparingsplicht. Of dit gedaan wordt en wat hier gerapporteerd

• I nzicht krijgen in het gebruik van alle bedrijven die niet voldoen informatieverplichting en dit reguleren door middel van toezicht en handhaving. • Het verzamelen van energiegebruiksgegevens van bedrijven en instellingen in de regio. • Het gebruik van data-analyses om regionale trends en patronen in het energiegebruik te identificeren.

wordt geeft sturing aan de uitvoering van toezicht en handhaving en helpt met prioriteren in deze werkzaamheden. • A  antal bedrijven dat voldoet aan de onderzoekplicht. Een klein aandeel van bedrijven heeft een groot genoeg verbruik om te moeten voldoen aan de onderzoekplicht. Hier hebben kleine procesmatige besparingen al snel een grote invloed op het absolute verbruik. Inzicht in hoeverre deze bedrijven voldoen aan de onderzoekplicht geeft een verbeterd beeld van energiebesparing en -besparingsmogelijkheid in

Indicatoren • Aantal bedrijven dat voldoet aan de informatieverplichting. De

de regio.  erhouding van gecontroleerde bedrijven dat niet voldoet • V

informatieplicht is een belangrijk gereedschap om inzicht te krijgen

(naleving). De energiebesparingsplicht is niet vrijblijvend, maar wel

in hoeverre bedrijven in de regio voldoen aan de wettelijke eisen van

afhankelijk van de eigen rapportage van bedrijven en instellingen. Door

de energiebesparingsplicht. In combinatie met regionale en nationale

bedrijven te controleren op basis van de informatie uit bovenstaande

schattingen met betrekking tot de totale hoeveelheid bedrijven die

indicatoren wordt het algehele beeld van energiebesparing in de regio

zouden moeten voldoen, wordt verder inzicht gekregen in de grote van

bijgeschaafd. Daarnaast geeft het inzicht in de algemene bereidheid

de opgave en van de doelgroep.

van bedrijven op spontane naleving van de wet- en regelgeving, en

29

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

geeft dit sturing aan de inzet van zowel facilitering en stimulatie, als

Het inbrengen van circulaire economie in reguliere en nieuwe

controle en handhaving.

werkzaamheden zit voornamelijk nog in een voorbereide fase. Om deze

• Aantal gecontroleerde bedrijven ten opzichte van meldingen

reden zijn er nog geen concrete cijfers te geven rondom dit thema voor

in het E-loket. Zowel de bedrijven zelf als de mate van naleving bij

het werkgebied van de OFGV. Het beoordelen van einde afvalstatus

deze bedrijven geeft een verbeterd inzicht in de nauwkeurigheid van

aanvragen is het waard om apart te benoemen, doordat dit al langere

het E-loket en daarmee verder inzicht in de verwachte hoeveelheid

tijd wordt toegepast. Het beoordelen van deze aanvragen werd voormalig

bedrijven buiten beeld van het toezicht.

uitgevoerd door de Rijksoverheid. De enkele voorbeelden waar een aanvraag is toegekend die hieruit zijn voorgekomen laten zien dat dit zeer

2.8 Circulaire economie

complexe en langdurige processen zijn die veel specifieke kennis vragen. Vooralsnog heeft de OFGV geen aanvragen voor een einde afval status toegekend. Zowel de benodigde kennis, capaciteit, als ambivalentie in de

Maatschappelijke context

rolverdeling op dit onderwerp zijn hier redenen voor. Wel neemt de OFGV

Ons huidig economisch systeem is ontworpen vanuit een perspectief van

deel aan nationale en regionale samenwerkingen rond dit onderwerp,

onuitputtelijke grondstoffen. De realiteit ligt echter anders waarin veel

zoals het kennisplatform ‘Afval of niet’.

essentiële grondstoffen steeds schaarser worden en kostbaarder om te delven, zowel economisch, als maatschappelijk en ecologisch. Dit lineaire

Ontwikkelingen

systeem moet omgevormd worden naar een circulair systeem waarbij

De Rijksoverheid heeft de opdracht gegeven om vanaf 2030 50% minder

grondstoffen hoogwaardig worden hergebruikt of gerecycled en afval

primaire abiotische grondstoffen te gebruiken en in 2050 een volledig

geminimaliseerd.

circulaire economie te verwezenlijken. Om deze doelstellingen te kunnen

30

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

halen zal iedereen zijn steentje moeten bijdragen. Tegelijkertijd is er

Activiteiten

nog veel onzeker over hoe we deze doelstelling kunnen halen en wat

• H  et inzetten van het VTH-instrumentarium (Vergunningverlening,

daarvoor nodig is. Landelijk is hier nog veel discussie over. Om ons

Toezicht en Handhaving) via grondstoffen- en afvalpreventieplannen.

voor te bereiden op deze opgave is het belangrijk om tijdig kennis en

• E  en rol spelen bij het bepalen of iets een afvalstof is of een grondstof

ervaring op te doen. Nieuwe mogelijkheden moeten gevonden worden voor het (her)gebruik van afval en restproducten binnen de grenzen van wet- en regelgeving. Pilotprojecten zijn nodig om obstakels en kansen te signaleren en informatieve indicatoren te ontwikkelen. Daarnaast ligt er een steeds grotere nadruk op een effectieve samenwerking tussen de

(einde-afvalstatus oordelen) • B  eter inzicht in grondstofstromen krijgen en hier indicatoren voor ontwikkelen. • E  en campagne opzetten om bedrijven bewust te maken van circulaire economie.

relevante overheidsorganisaties binnen de grenzen van ons werkgebied,

• I nzetten voor en aansluiting zoeken bij een landelijke aanpak.

en daarbuiten.

• M  eedenken over aanpassingen aan afvalstoffenwetgeving waar die nodig is.

Doelstelling

 timuleren en informeren van bedrijven over circulaire mogelijkheden. • S

Het voorbereiden op en implementeren van een circulaire economie

• V  oorsorteren op het Circulair Materialen Plan (CMP).

in de regio.

 ocus leggen op bedrijven met een circulaire potentie en hier kansen en • F knelpunten identificeren.

Beleidsterreinen

• I nzetten van ambassadeurs om circulaire economie te promoten.

Duurzaamheid

 erzamelen van kennis, kunde en voorbeelden om anderen • V te inspireren.

31

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

Indicatoren • Aantal vergunningen met voorschriften voor circulaire

 antal medewerkers die de ODNL circulaire economie opleiding • A

economie, de inhoud ervan en in welke branches het wordt

hebben afgerond. Dit geeft een beeld van de mate waarin de OFGV

toegepast. Dit geeft inzicht in hoeverre circulaire economie al

de nodige kennis heeft om zich voor te bereiden en onderdeel te

toegepast wordt. Cruciaal geeft het ook inzicht in de werkwijze en

zijn van de transitie naar een circulaire economie. De waarde van dit

obstakels in vergunningverlening voor afzonderlijke branches.

getal is afhankelijk van de kwaliteitsvereisten en gemaakte afspraken

• Aantal adviezen, en de inhoudelijke beleidsrichting. Afgegeven

omtrent opleidingen op dit gebied.

beleidsadviezen geven inzicht in de grote van de opdracht binnen de circulaire economie. De inhoud van de adviezen laat ook zien in hoeverre we de circulaire economie kunnen toepassen in de praktijk in

2.9 Ondermijning en milieucriminaliteit

de verschillende beleidsvelden. • Aantal pilotprojecten en experimenten. Pilotprojecten en

Maatschappelijke context

experimenten zijn cruciaal om ervaring op te doen om dit veld verder

Een onderwerp dat de laatste jaren steeds meer aandacht krijgt,

uit te werken met betrekking tot de uitvoering. Het aantal lopende

is ondermijning. Dit betreft activiteiten waarbij een verwevenheid

projecten geeft een beeld van de grote van de huidige opgave en de

ontstaat tussen de onderwereld en de bovenwereld. Hierdoor vervagen

betrokken capaciteit. De inhoud van deze projecten, en conclusies

(wettelijke) normen en neemt het gevoel van veiligheid en leefbaarheid

daaruit getrokken, geven inzicht in de obstakels en kansen in de

af. Milieucriminaliteit is een vorm van criminaliteit waarbij het milieu wordt

uitvoering en helpen bij de ontwikkeling van kwantitatieve outcome-

geschaad. Het omvat alle activiteiten die schade aanbrengen aan het

indicatoren.

milieu, zoals illegale lozingen, illegaal transport en dumping van afval of

32

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

ongeoorloofde exploitatie van natuurlijke hulpbronnen. Naast significante risico’s voor het milieu, hebben deze activiteiten ook een aanzienlijke economische impact en vermindert het vertrouwen in de rechtstaat. Het is een complex en hardnekkig probleem dat integrale samenwerking vraagt van verschillende overheidsinstanties, waaronder ook de omgevingsdiensten, gemeenten en provincies. Het landelijke dreigingsbeeld milieucriminaliteit omvat een scala aan ernstige overtredingen die van invloed zijn op zowel het milieu als de volksgezondheid. Mestfraude, die de aanpak van de stikstofcrisis belemmert, staat bovenaan de lijst. De illegale markt van gewasbeschermingsmiddelen vormt grote risico’s voor mensen, dieren en het milieu, terwijl de regulering rond bodem- en afvalcriminaliteit makkelijk te omzeilen is, wat resulteert in ernstige milieuschade. Fraude met olie, voornamelijk een kankerverwekkende uitstoot, blijft voortbestaan door tekortkomingen in de wet- en regelgeving. Illegale handel in zware broeikasgassen, aanwezig in koelmiddelen, ondermijnt klimaatdoelen. Verder wordt blijvende gezondheidsschade veroorzaakt door fraude met zeer zorgwekkende chemische stoffen. Daarnaast wordt

33

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

de situatie verergerd door de toename van het gebruik van illegaal, zwaar

Aartsen in 2021 over verbeteringen in toezicht en handhaving met ‘Om

vuurwerk bij aanslagen en plofkraken, vaak verweven met drugshandel.

de leefomgeving’. Deze documenten belichten tal van knelpunten in de

Tot slot wordt wereldwijd de biodiversiteit bedreigd door lucratieve illegale

bestrijding van milieucriminaliteit. Het Dreigingsbeeld laat zien dat het

handel in flora en fauna.

tekort aan handhaving gelegenheid biedt voor milieudelicten, wat leidt tot ernstige schade voor zowel de samenleving als de leefomgeving.

Voor de OFGV speelt dit met name een rol bij het toezicht.

Milieucriminaliteit draagt vermoedelijk substantieel bij aan de totale

Toezichthouders die op controle gaan bij bedrijven dienen als de ogen

milieuschade veroorzaakt door economische activiteiten. Het gaat om

en oren in het veld. Wanneer zij signalen opvangen die doen vermoeden

schade die voorkomen had kunnen worden als de milieuwetgeving was

dat er iets niet in de haak is, spelen zij dit door aan de betreffende

nageleefd, of schade waarvoor niet is betaald. Dit zijn dus onnodige

(opsporings)instantie, gemeente of provincie. Een goede samenwerking,

schades die democratisch gezien als onacceptabel worden beschouwd. Dit

informatiedeling en gezamenlijke handhavingsacties verhogen de pakkans

alles heeft een urgentiebesef gecreëerd voor het verbeteren en versterken

van ondermijnende milieucriminelen.

van het VTH-stelsel (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving). Het Interbestuurlijk Programma (IBP) dat uit deze dringende behoefte is

Ontwikkelingen

ontstaan, is van cruciaal belang bij de aanpak van milieucriminaliteit in

De afgelopen jaren zijn er verscheidene rapporten gepubliceerd over

Nederland.

de aanpak van milieucriminaliteit in Nederland. Deze rapporten zijn: het CCV-rapport ‘De markt de baas’, ‘Kwaliteitsborging bij de uitvoering

Doelstelling

van VTH-taken’ en het tussenrapport van de Algemene Rekenkamer

Het tegengaan van ondermijning en milieucriminaliteit door verbeterde

‘Een onzichtbaar probleem’. Daarnaast adviseerde de commissie van

detectie, preventie en handhaving.

34

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

Beleidsterreinen Veiligheid

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

•  Aantal interventies van partners waar de OFGV aan deelneemt. Het aantal interventies vanuit de partners weerspiegeld de effectiviteit in het vinden van milieucriminaliteit. Een ruimtelijke analyse van deze

Activiteiten

interventies en van bovenstaande indicator zou mogelijk risicogebieden

• Alle toezichthouders opleiden om ondermijning te signaleren.

aan kunnen wijzen.

•  Samenwerking versterken tussen overheden waarbij de OFGV

•  Aantal bedrijven waar signalen van mogelijke ondermijning

deelneemt aan interventies tegen ondermijning van partners.

gevonden zijn. Een toename of afname van deze signalen zou een

•  Het opleggen van sancties en maatregelen bij geconstateerde

indicatie kunnen zijn van de mate van verwevenheid van deze vorm

milieuovertredingen of ondermijnende milieuactiviteiten. •  Inzichtelijk maken van de omvang van het dreigingsbeeld en type milieucriminaliteit in Flevoland & Gooi en Vechtstreek.

van milieucriminaliteit met legale bedrijvigheid. Ook hier zou een ruimtelijke analyse richting kunnen geven aan een risicogerichte opsporing door de daartoe bevoegde gezagen. •  Aantal afgewezen milieuvergunningen op grond van de Wet

Indicatoren

bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar

•  Aantal meldingen door de OFGV gerapporteerd. Alhoewel een

bestuur (Bibob). Het aantal afwijzingen geeft inzicht in hoeverre

toename of afname van het aantal meldingen niet direct iets zegt over

milieucriminelen misbruik maken van vergunningen.

de hoeveelheid of mate van ondermijnende milieucriminaliteit, geeft het wel inzicht in de zichtbaarheid ervan voor de toezichthouders van de OFGV. Ruimtelijke data van deze signalen en landelijke gegevens kunnen verder inzicht geven in het dreigingsbeeld van de regio.

35

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

2.10 Zeer zorgwekkende stoffen Maatschappelijke context Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) zijn stoffen die geclassificeerd zijn als de meest gevaarlijke stoffen voor mens en milieu. ZZS kunnen onder andere kankerverwekkend zijn, mutageen of hormoonverstorend. Ze zijn vaak persistent in het milieu en kunnen bioaccumulerend en biomagnificerend werken in de voedselketen. ZZS kunnen zowel met directe als met indirecte blootstelling gevaarlijk zijn voor de gezondheid Daarnaast kunnen ze zich ophopen in bodem, water en lucht waar dit een negatieve impact kan hebben op ecosystemen en biodiversiteit. Het RIVM heeft een lijst samengesteld met alle ZZS waarin in Nederlands beleid rekening gehouden moet worden. Deze lijst is constant groeiende. Daarnaast is er ook een lijst met potentiële ZZS. Dit zijn stoffen die mogelijk voldoen aan de ZZS criteria. Het streven van de Rijksoverheid is om uiteindelijk alle ZZS uit de samenleving te weren. In 2021 is voor Provincie Flevoland een onderzoek uitgevoerd naar de uitstoot van ZZS bij 38 provinciale bedrijven. Hiervan werd bij één bedrijf

36

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

een overschrijding van de wettelijk toegestane concentratie gevonden.

Doelstelling

Hierop kon gericht gehandeld worden middels een maatwerkbesluit.

Het voorkomen of beperken van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) in de

In de komende periode zal worden onderzocht of en op welke wijze een

leefomgeving.

vergelijkbaar onderzoek voor relevante gemeentelijke bedrijven kan worden uitgevoerd.

Beleidsterreinen Gezondheid

Ontwikkelingen Per 1 januari 2016 geldt een minimalisatieplicht voor ZZS voor bedrijven.

Activiteiten

Dit houdt in dat waar mogelijk het gebruik van deze stoffen moet worden

Door vergunningen actueel te houden en hier actief op toe te zien • 

voorkomen. Wanneer dit niet mogelijk is, moet het gebruik worden geminimaliseerd. Bij vergunningplichtige activiteiten geldt daarnaast ook een informatieverplichting over de emissie van ZZS. Op basis van deze informatie neemt het bevoegd gezag voorschriften op in de vergunning over emissiebeperking en continue verbetering. Voor dit laatste punt moet een bedrijf continu toetsen of de emissie van ZZS voorkomen of verder

en op te handhaven. •  Het zicht op ZZS in grondstofstromen en bij toepassingen in bedrijven vergroten. •  Ontwikkelen van indicatoren die het zicht op ZZS in grondstofstromen en bij bedrijven vergroot. •  De aanpak van ZZS-emissies van bedrijven bestaat uit minimalisatie

verminderd kan worden. Eens in de vijf jaar worden de resultaten hiervan

door bronaanpak en reductiemaatregelen en een continu

gerapporteerd aan het bevoegd gezag.

verbeterproces. Hierover rapporteert het bedrijf 5-jaarlijks. De OFGV onderzoekt of aan deze informatieverplichting wordt voldaan.

37

Inleiding

Ontwikkelingen en afgeleide doelstellingen

VTH-strategie

Bijlagen

Begrippenlijst

Indicatoren • Aantal geactualiseerde en te actualiseren vergunningen. Door inzichtelijk te hebben hoeveel vergunning met betrekking tot ZZS nog moeten worden geactualiseerd blijft de grote en de eventuele verbonden risico’s in beeld en kan, in combinatie met een relatering aan de hoeveelheid geactualiseerde vergunningen, her-geprioriteerd worden in de capaciteit hiervoor. Daarnaast geeft dit een scherper beeld van het gebruik van ZZS in de regio. •  Aantal bedrijven dat onder de vijfjaarlijkse informatieverplichting valt. Dit geeft inzicht in de grootte van het gebruik van ZZS in de regio. •  Aantal bedrijven per branche dat niet aan de vijfjaarlijkse informatieverplichting voldoet. Gezien de grote gezondheidsrisico’s van ZZS is het van belang in beeld te hebben in hoeverre bedrijven in de regio voldoen aan de informatieverplichting. Een veranderende trend hierin kan reden geven tot her-prioritering op dit thema. Op dit moment wordt er nog niet specifiek op ZZS gemonitord. Om inzicht te krijgen in het gebruik en de emissies van deze stoffen zullen nieuwe

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=7175e360-ff64-4760-b9d3-4837b9e15451