Raadsinformatiebrief 2023-06 inzake Zienswijze kadernota Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Van
Burgemeester en Wethouder/Burgemeester
Zaak nr.
1255648
Aan
Gemeenteraad
RIB nr.
2023 - 6
Portefeuillehouder
dr. ir. G.M. van den Top
Datum
8 februari 2023
Informatie bij
F. Scherpenzeel
Tel. nr.
(035) 629 2764
Onderwerp Zienswijze kadernota Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek
Kernboodschap Van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek hebben wij de Kadernota 2024 ontvangen. De Kadernota bevat de financiële- en beleidsuitgangspunten voor de inrichting van de programmabegroting 2024. Door het unieke tijdsgewricht wat betreft crises en maatschappelijke en economische ontwikkelingen, heeft (ook) de Veiligheidsregio te maken met exceptionele stijgingen. Veelal zijn autonome stijgingen. De totale toename is geraamd op 1.349.307 euro. De geschetste autonome ontwikkelingen en stijgingen in verband met verplichtingen op basis van bijbehorende afspraken, wet- en regelgeving en een zeer hoge inflatie zijn verklaarbaar en onvermijdelijk. Om de stijging van de gemeentelijke bijdrage zo klein als mogelijk te houden, heeft de Veiligheidsregio een suggestie gedaan om met een voorstel te komen om het positieve resultaat over 2022 aan de algemene reserve van de Veiligheidsregio te doteren. Hiermee komt de weerstandsratio (tijdelijk) boven de afgesproken 1.0. Gezien de huidige en mogelijke ontwikkelingen, staat het college hier positief tegenover.
Aanleiding De kadernota is op 7 december 2021 vastgesteld door de leden van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. De kadernota wordt opgesteld conform hoofdstuk 10 van de Gemeenschappelijke Regeling van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek, financiële bepalingen. Conform deze regeling heeft het college van de gemeente Hilversum de mogelijkheid om uiterlijk 2 februari 2023 over deze kadernota onze zienswijze te geven.
Consequenties De financiële bijdrage gaat de komende jaren omhoog, door autonome ontwikkelingen (loon/prijs, hoge inflatie). Toename voor de gemeentelijke bijdrage uit de gehele regio bedraagt €1.349.307. Voor onze gemeente komt dit neer op ongeveer €526.000 (ongeveer 39% van het totaal. Dit is in de kadernota niet uitgewerkt per gemeente en volgt in de begroting. De verhoogde bijdrage voor de Veiligheidsregio kan eventueel nog lager uitvallen als de deelnemende gemeenten ervoor kiest om het positieve saldo over 2022 te doteren aan de algemene reserve.
Vervolgtraject De ontvangen zienswijzen van de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek op de Kadernota 2024 (voor 2 februari 2023) zijn input voor het opstellen van de ontwerp programmabegroting 2024. De programmabegroting 2024
wordt, na bespreking en voorlopige vaststelling in het algemeen bestuur, naar de gemeenteraden verstuurd. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze te geven. Daarna volgt de vaststelling van de programmabegroting door het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
mr. C.P. Torres Barrera
dr. ir. G.M. van den Top
Bijlage(n): 1. Kadernota 2024 Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2. Aanbiedingsbrief kadernota t.b.v. zienswijze college 3. Zienswijze college gemeente Hilversum Deze raadsinformatiebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B en W-vergadering van 31 januari 2023.
Hoo
1 fd s t
Kadernota
2024
uk
n an e l p s id bele erings t e H itvo het u ramma prog
H oo
3 fd s t
Versie: November 2022 Brandweer, GHOR, bevolkingszorg, Veiligheidsbureau
uk
kadernota
Hoo fd s t
2
uk
t air e i r o i r ’s De p s t h ema id bel e
ele n u t c A linge i k ke w t n o
programmabegroting
Hoo
4 fd s t
uk
e el i c n Fina ctief pe per s
bestuursrapportage
jaarstukken
2
Inleiding
Kadernota 2024 Inleiding
2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Actuele ontwikkelingen
Hoofdstuk 2
4. Financieel perspectief
Hoofdstuk 1
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
Inleiding In de Kadernota 2024 staan de financiële kaders en uitgangspunten die de opmaat zijn naar de Programmabegroting voor veiligheidsregio’s Gooi en Vechtstreek (VRGV) en Flevoland (VRF). In de kadernota wordt duiding gegeven aan beleidsthema’s uit het gezamenlijk beleidsplan en het bijhorende uitvoeringsprogramma, die op de agenda van de veiligheidsregio staan in 2024. De afgelopen jaren heeft de samenwerking tussen VRGV en VRF steeds meer vorm gekregen. Door intensief samen te werken willen beide veiligheidsregio’s de kwaliteit verhogen en de organisatorische en financiële kwetsbaarheid verkleinen. Deze samenwerking blijkt ook uit deze kadernota die voor beide veiligheidsregio’s nagenoeg dezelfde inhoud kent. Nagenoeg alle onderwerpen worden -net als in de afgelopen twee jaar- in gezamenlijkheid opgepakt en kennis en ervaringen worden over de regionale grenzen heen uitgewisseld. Het gezamenlijk beleidsplan en het uitvoeringsprogramma vormen de basis voor deze Kadernota 2024. De beleidsthema’s die in hoofdstuk 2 zijn benoemd als prioritair komen rechtstreeks voort uit ons beleidsplan.
Hoofdstuk 3
Afgelopen jaren zijn wij als maatschappij en ook als veiligheidsregio geconfronteerd met grootschalige en langdurige crises. Helaas is het eind daarvan nog niet bereikt. De effecten van deze crises zijn overal voelbaar, ook in onze organisatie. Naast een andere manier van werken (meer digitaal, thuiswerken) merken we dat alles duurder is geworden. De prijzen voor materieel, brandstof, aanschaf en onderhoud van software zijn drastisch gestegen. De druk op de organisatie en onze medewerkers is al tijden erg hoog. Een druk die verder wordt opgevoerd door krapte op de arbeidsmarkt. Vacatures, zeker voor specialistische functies, kunnen niet of met moeite worden ingevuld. Inhuur op cruciale terreinen is onvermijdelijk. Hoe dat verder gaat, valt op dit moment niet te voorspellen.
Hoofdstuk 4
We signaleren een aantal bewegingen waar wij mee geconfronteerd worden, maar waar we zelf niet of nauwelijks invloed op hebben. Te denken valt aan de inrichting van een toekomstgerichte brandweer en onze inzet voor risicobeheersing wanneer de Omgevingswet een feit wordt. We volgen nauwlettend wat er op landelijk niveau gebeurt en daar waar we kunnen, proberen we in onze regio te anticiperen op (mogelijke) veranderingen.
3
Inleiding
Kadernota 2024 Inleiding
2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Actuele ontwikkelingen
Hoofdstuk 2
4. Financieel perspectief
Hoofdstuk 1
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
We zien ook dat de rol van de veiligheidsregio als gevolg van de crises anders wordt. Er is in versneld tempo aandacht voor de doorontwikkeling van crisisbeheersing en de coördinerende rol van de veiligheidsregio in deze. Daarmee komen daar ook financiële middelen voor beschikbaar, maar de precieze opdracht en de weg ernaartoe zijn nog niet concreet. De belangrijkste externe ontwikkelingen zijn beschreven in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is aangegeven wat dit in financieel opzicht voor onze veiligheidsregio betekent of kan gaan betekenen. Het is duidelijk dat de situatie onzekerder is dan een aantal jaren geleden. Dat geldt zowel voor enkele (externe) ontwikkelingen, als voor de financiële vertaling daarvan. Tegelijkertijd hebben de crises ons sterker gemaakt. We hebben een krachtige positie verworven op het gebied van fysieke veiligheid. We hebben geleerd van wat er op ons afgekomen is en we hebben duurzame contacten opgebouwd met onze partners en in een goede harmonie en samenwerking de crises het hoofd geboden. De genoemde ontwikkelingen zijn niet in alle gevallen voorzien van financiële implicaties, vaak omdat deze op dit moment niet beschikbaar of niet eenduidig te bepalen zijn. Zodra daarover meer duidelijk is, wordt beoordeeld of deze binnen de begroting op te vangen zijn. Wanneer dit niet het geval is, zal mogelijk een begrotingswijziging noodzakelijk zijn.
Indien financiële gevolgen duidelijk worden ná het vaststellen van de kadernota en vóór het vaststellen van de ontwerp-programmabegroting, dan worden deze in de ontwerpprogrammabegroting verwerkt. Mede door de groei die we als veiligheidsregio’s hebben doorgemaakt, treden we de nieuwe en bestaande uitdagingen in 2024 vol vertrouwen tegemoet.
Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4
4
Inleiding
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
Hoofdstuk 1
Kadernota 2024
Het beleidsplan beschrijft welke opgaven Veiligheidsregio Flevoland (VRF) en Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek (VRGV) zich de komende jaren stellen en welke strategische doelen de organisaties willen bereiken. Het geeft daarmee richting aan de ontwikkeling van de beide veiligheidsregio’s en draagt bij aan een transparante sturing door bestuur en management. Conform bestuurlijke afspraak hebben het beleidsplan en uitvoeringsprogramma inmiddels een actualisatieslag gehad.
Inleiding 1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma 2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Actuele ontwikkelingen
Hoofdstuk 2
4. Financieel perspectief
Beleidsplan Het beleidsplan geeft niet alleen richting aan onze werkzaamheden, maar is tevens een belangrijk middel voor maatschappelijke verantwoording naar stakeholders. Vanwege de intensieve samenwerking tussen VRGV en VRF is gekozen voor één gezamenlijk beleidsplan voor twee veiligheidsregio’s.
Proces gezamenlijk beleidsplan Hoofdstuk 3
De wet verplicht ons om tenminste eenmaal in de vier jaar een beleidsplan op te stellen. Er is gekozen voor een jaarlijkse ambtelijke bijstelling. Dit verhoogt de realiteitswaarde van het beleidsplan en stelt ons in staat om een passende doorwerking van het beleidsplan in de begroting te realiseren. De bestuurlijke vaststelling vindt in beginsel eenmaal in de vier jaar plaats. Bij belangrijke beleidsontwikkelingen wordt het beleidsplan ook tussentijds aan het bestuur voorgelegd. Nieuwe of gewijzigde beleidsvoornemens worden opgenomen in de kadernota en de programmabegroting, waarbij de gemeentebesturen ook gebruik kunnen maken van hun reguliere bevoegdheden zoals het geven van een zienswijze en instemming.
Hoofdstuk 4
Inhoud gezamenlijk beleidsplan De kernboodschap van het gezamenlijk beleidsplan is: ‘Als veiligheidsregio’s investeren wij in veiligheid en dragen wij bij aan een redzame samenleving. Want veiligheid maken we met elkaar en als veiligheidsregio’s staan we hiervoor. Samen voor veiligheid.’
5
Inleiding
Kadernota 2024 Inleiding
2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Actuele ontwikkelingen
Hoofdstuk 2
4. Financieel perspectief
Hoofdstuk 1
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
Vanuit de voorgenoemde kernboodschap werken de twee veiligheidsregio’s aan de volgende vier opgaven: 1. Wij voorkomen onveiligheid en dragen bij aan een redzame samenleving; 2. Wij zijn de zichtbare en deskundige netwerkpartner voor veiligheid; 3. Wij zijn vakmensen: professioneel, innovatief en wendbaar; 4. Wij staan er als het onverhoopt toch nodig is. Deze opgaven zijn vertaald in speerpunten en activiteiten.
Uitvoeringsprogramma beleidsplan Het beleidsplan bevat ook een uitvoeringsprogramma voor de beide veiligheidsregio’s. Dit programma beschrijft de projecten die voortvloeien uit het beleidsplan en verbindt daarmee het beleidsplan direct aan de kadernota, begroting en jaarstukken. In het kader van de samenwerking worden zoveel mogelijk zaken samen opgepakt, waar nodig en gewenst worden ook regiospecifieke onderwerpen meegenomen. Niet alle onderwerpen uit het beleidsplan worden in het uitvoeringsprogramma opgenomen. Soms is een projectaanpak (nog) niet nodig en soms worden onderwerpen direct in de reguliere werkprocessen van de organisatie ingebed. Het uitvoeringsprogramma biedt handvatten om beleidsthema’s te benoemen die we in 2024 gaan aanpakken.
Hoofdstuk 3
Die thema’s zijn: • Verder verstevigen van de samenwerking; • De doorontwikkeling van de crisisbeheersing.
Hoofdstuk 4
6
Inleiding
Kadernota 2024 Inleiding
2. De prioritaire beleidsthema’s 2.1 Verder verstevigen van de samenwerking
2.3 Verplichtend karakter (voorheen taakdifferentiatie) 2.4 Duurzaamheid 2.5 Informatieveiligheid
2.7 Kwaliteitsverbetering bevolkingszorg 3. Actuele ontwikkelingen
Hoofdstuk 3
2.6 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland
Hoofdstuk 2
2.2 De doorontwikkeling van de crisisbeheersing
Hoofdstuk 1
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Financieel perspectief
2. De prioritaire beleidsthema’s In het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma is een aantal ontwikkelingen opgenomen die we in 2024 met prioriteit willen oppakken. Het gaat daarbij niet per se om zaken waar eerder geen aandacht aan is besteed. Wel is de verwachting dat ze in 2024 een prominente(re) plaats in gaan nemen in ons handelen en daarmee een behoorlijke impact hebben op onze strategische agenda. 2.1 Verder verstevigen van de samenwerking De Samenwerkingsovereenkomst tussen de veiligheidsregio’s Gooi en Vechtstreek en Flevoland, de GGD Flevoland en GHOR Gooi en Vechtstreek is aantoonbaar succesvol. Dit is ook vastgesteld na een evaluatie die eind 2021 is vastgesteld door de betrokken bestuurders. Gekoppeld aan de evaluatie is eveneens benoemd dat kan worden voortgebouwd op verdere versteviging van de samenwerking. Medio 2022 is daar in een gezamenlijke bestuurlijke bijeenkomst ook over gesproken. Harmoniseren en doorontwikkelen binnen de samenwerking maakt dat er sterker grip gehouden kan worden op de al eerder benoemde bestuurlijke kaders, zoals blijvende beheersing op kosten, behoud of versterken van de kwaliteit van dienstverlening, relatiemanagement en het verder borgen van de continuïteit van onze dienstverlening.
Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij voorkomen onveiligheid en dragen bij aan een redzame samenleving’.
2.2 De doorontwikkeling van de crisisbeheersing
Hoofdstuk 4
We leven in een tijd van vele crises. In meerdere van deze crises speelt de veiligheidsregio een (belangrijke) rol. Een rol die de afgelopen jaren bij de voorbereiding op -en de bestrijding van crises steeds belangrijker en groter is geworden. Daarom zijn er regionaal meerdere trajecten gaande ter versterking van de organisatie van de crisisbeheersing of trajecten die daar direct of indirect van invloed op zijn: • Visie en strategie Crisisbeheersing Flevoland en Gooi en Vechtstreek (30-3-2022); • Samenwerkingsovereenkomst Flevoland en Gooi en Vechtstreek (SOK); • Herziening Wet veiligheidsregio (Wvr); • Bestuursafspraken ‘Uit de crisis’: structurele verhoging BDuR voor crisisbeheersing; • Concept Contourennota Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg.
7
Inleiding
Kadernota 2024 Inleiding
2. De prioritaire beleidsthema’s 2.1 Verder verstevigen van de samenwerking
2.3 Verplichtend karakter (voorheen taakdifferentiatie) 2.4 Duurzaamheid 2.5 Informatieveiligheid
2.7 Kwaliteitsverbetering bevolkingszorg 3. Actuele ontwikkelingen
Hoofdstuk 3
2.6 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland
Hoofdstuk 2
2.2 De doorontwikkeling van de crisisbeheersing
Hoofdstuk 1
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Financieel perspectief
Wat duidelijk wordt uit de aanpak van bovenstaande evaluaties, rapportages, plannen en afspraken is dat de versterking van de crisisbeheersing binnen Flevoland en Gooi en Vechtstreek plaatsvindt op meerdere velden van het schaakbord en door verschillende schaakstukken. Het is daarom van belang om als veiligheidsregio te anticiperen op elke volgende zet en te zorgen voor een sterke basis binnen al onze kolommen. De situatie van de laatste jaren laat zien dat er veel en steeds meer wordt gevraagd van de veiligheidsregio’s op het gebied van crisisbeheersing, een hoofdtaak van deze organisaties. De (landelijke) contourennota Crisisbeheersing en Brandweerzorg (voortkomend uit de evaluatie Wvr) geeft aan dat voor Crisisbeheersing vernieuwing noodzakelijk is en schetst een beeld hoe deze vernieuwing ingezet dient te worden. Ook heeft het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) een toekomstverkenning crisisbeheersing opgesteld. Voor de veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek geeft de in maart 2022 bestuurlijk vastgestelde Visie en Strategie Crisisbeheersing de richting aan voor vernieuwing en versterking voor de komende jaren. Het verder op orde brengen van de basis van de crisisbeheersing en de doorontwikkeling van deze hoofdtaak is daarmee één hoofdopgave voor de komende jaren.
Het doel is om de crisisbeheersing verder op orde te brengen, toekomstbestendiger te maken en om de organisatiekracht te versterken. In 2024 zal verder invulling worden gegeven aan de Visie en Strategie Crisisbeheersing. Door de recente ontwikkelingen staat de uitvoering van de taken onder druk en de verwachting is dat deze druk zal toenemen richting 2024. Dat betekent dat naar alle waarschijnlijkheid de capaciteit uitgebreid moeten worden. Vanuit het Rijk wordt de noodzaak voor investering in de crisisbeheersing onderstreept en aangejaagd. Hiertoe wordt vanaf 2023 extra budget beschikbaar gesteld via de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR). Dit bedrag groeit van € 46.000.000 in 2023 naar € 83.000.000 in 2026. Dit extra budget is voor een deel bedoeld voor landelijke versterking en voor een deel voor regionale versterking. Hoe de verdeling van het extra budget er exact uit komt te zien, is nog niet bekend. Duidelijk is wel dat het regionale budget ingezet dient te worden voor alle kolommen binnen de veiligheidsregio. De versterking van de crisisbeheersing is namelijk een collectieve opgave. De veiligheidsregio als geheel en als veiligheidspartner geraakt hierdoor beter in staat zich voor te bereiden op toekomstige (langdurige) (bovenregionale) rampen en crises.
Door het fundament te versterken en te investeren in het netwerk, de uitvoeringscapaciteit, het platform en de informatiefunctie.
Hoofdstuk 4
Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij zijn de zichtbare en deskundige netwerkpartner voor veiligheid’.
8
Inleiding
Kadernota 2024 Inleiding
2. De prioritaire beleidsthema’s 2.1 Verder verstevigen van de samenwerking
2.3 Verplichtend karakter (voorheen taakdifferentiatie) 2.4 Duurzaamheid 2.5 Informatieveiligheid
2.7 Kwaliteitsverbetering bevolkingszorg 3. Actuele ontwikkelingen
Hoofdstuk 3
2.6 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland
Hoofdstuk 2
2.2 De doorontwikkeling van de crisisbeheersing
Hoofdstuk 1
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Financieel perspectief
2.3 Verplichtend karakter (voorheen taakdifferentiatie) Zoals bekend wordt onder verantwoordelijkheid van het landelijk Veiligheidsberaad gewerkt aan het implementatieplan voor het afschaffen van verplichte consignatie en kazernering van vrijwilligers, landelijk bekend onder de projectnaam ‘verplichtend karakter’. Als gevolg van Europese regelgeving is deze organisatiewijze niet langer houdbaar. Als een van de voorwaarden voor implementatie is gesteld dat rijksfinanciering beschikbaar moet worden gesteld. Besluitvorming hierover is al diverse keren uitgesteld en wordt begin 2023 (Q1) in het Veiligheidsberaad verwacht. Wij hebben geen invloed op de landelijke besluitvorming of het tijdstip waarop deze tot stand komt. De gevolgen die het landelijke besluit heeft voor de regio, worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. Het gaat daarbij onder andere om (het behoud van) de mate van garantie en de kosten daarvan. De eventuele consequenties van dit besluit worden vervolgens verwerkt in het dekkingsplan.
Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij zijn vakmensen: professioneel, innovatief en wendbaar’ en ‘Wij staan er als het onverhoopt toch misgaat’.
2.4 Duurzaamheid Duurzaamheid dient structureel onder de aandacht te blijven om samen de rijksdoelstelling van 55% CO2reductie in 2030 te realiseren. Veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi & Vechtstreek gaan aan de hand van de CO2-prestatieladder werken aan de duurzaamheid van de beide organisaties. Daarin is een aantal doelstellingen opgenomen voor de komende jaren. Een van de belangrijkste uitgangspunten van deze werkwijze is dat de veiligheidsregio samen met netwerkpartners, waaronder de GGD en gemeenten, optrekt bij het bepalen en realiseren van de doelen. De structurele en incidentele financiële implicaties van deze ontwikkeling voor 2024 zijn op dit moment nog niet exact te bepalen, waarmee ook het dekkingsvraagstuk nog niet te beantwoorden is.
Hoofdstuk 4
Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij zijn vakmensen: professioneel, innovatief en wendbaar’.
9
Inleiding
Kadernota 2024 Inleiding
2. De prioritaire beleidsthema’s 2.1 Verder verstevigen van de samenwerking
2.3 Verplichtend karakter (voorheen taakdifferentiatie) 2.4 Duurzaamheid 2.5 Informatieveiligheid
2.7 Kwaliteitsverbetering bevolkingszorg 3. Actuele ontwikkelingen
Hoofdstuk 3
2.6 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland
Hoofdstuk 2
2.2 De doorontwikkeling van de crisisbeheersing
Hoofdstuk 1
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Financieel perspectief
2.5 Informatieveiligheid Vanuit het landelijke Versnellingsplan Informatieveiligheid wordt -in opdracht van het Veiligheidsberaad, dec 2020- gewerkt aan het versterken van de cyberweerbaarheid van de veiligheidsregio’s en het NIPV. Dit gebeurt op basis van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid), de standaard die verplicht is voor overheidsorganisaties. Onderdeel daarvan is het organiseren van de functies ‘monitoring van dreigingen en kwetsbaarheden’ (SOC, Security Operations Centre) en ‘incident response op digitale incidenten’ (CERT, Computer Emergency Response Team). Als onderdeel van het landelijke programma informatieveiligheid is in 2021 een haalbaarheidsonderzoek gedaan naar mogelijke scenario’s voor SOC en CERT, waarbij geconcludeerd is dat het Rijk hiervoor een sectorale/collectieve oplossing verwacht. Dit is tevens de meest efficiënte oplossing. De noodzaak om dit te organiseren is ook helder; het is niet de vraag ‘of’ we dit moeten organiseren, maar ‘hoe’. Ook met de verwachte status als vitale aanbieder (veiligheidsregio’s als onderdeel van de vitale infrastructuur in Nederland), is een sterke collectieve cyberweerbaarheid noodzakelijk.
Hoofdstuk 4
Na het uitwerken van mogelijke gezamenlijke scenario’s en het doorlopen van de benodigde besluitvorming, kan een gezamenlijke oplossing voor SOC en CERT als structurele oplossing worden ontwikkeld en geïmplementeerd. De verwachting is echter dat dat nog tot 2024 of 2025 op zich laat wachten, wat betekent dat bij alle regio’s een korte-termijn-oplossing noodzakelijk is. Een CERT-abonnement met een leverancier kan bijvoorbeeld zo’n oplossing zijn (zogeheten ‘verhoogde dijkbewaking’). Voor de individuele veiligheidsregio’s zijn de kosten van de tijdelijke oplossing niet bekend. Die zijn bovendien afhankelijk van meerdere factoren. In 2023 verwachten we de kosten voor de korte en lange termijn nader in beeld te kunnen brengen.
BIO Onze organisatie is samen met een ingehuurde partij met een versnellings programma bezig om onze beide regio’s BIO compliant te maken. BIO staat voor Baseline Informatieveiligheid Overheid. BIO beschrijft het vereiste basisniveau van informatiebeveiliging binnen de Nederlandse overheid organisaties. Voor meer info, zie:
10
Inleiding
Kadernota 2024 Inleiding
2. De prioritaire beleidsthema’s 2.1 Verder verstevigen van de samenwerking
2.3 Verplichtend karakter (voorheen taakdifferentiatie) 2.4 Duurzaamheid 2.5 Informatieveiligheid
2.7 Kwaliteitsverbetering bevolkingszorg 3. Actuele ontwikkelingen
Hoofdstuk 3
2.6 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland
Hoofdstuk 2
2.2 De doorontwikkeling van de crisisbeheersing
Hoofdstuk 1
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Financieel perspectief
2.6 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland In 2024 zal de realisatie van meldkamer Midden-Nederland zich in een afrondende fase bevinden. Na een intensieve opstartfase is in 2022 een start gemaakt met de bouw van het nieuwe gebouw in Hilversum. De planning van het totale project geeft aan dat in 2025 de nieuwe meldkamer Midden-Nederland operationeel zal zijn. Met het operationeel worden van de nieuwbouw zal de meldkamer ook aangesloten zijn op het landelijk netwerk van gemeenschappelijke meldkamers. Hiermee wordt een belangrijke stap gezet in het versterken van kwaliteit en continuïteit binnen het meldkamerdomein. 2024 zal dan ook in het teken staan van de transitie van de regionale meldkamer-omgeving naar de meldkamer Midden-Nederland. De organisatie om de meldkamerfuncties op het gebied van brandweerzorg en multi-inzet te kunnen borgen wordt in 2024 verder operationeel gemaakt. Dit proces zal veel inzet vragen van centralisten en de ondersteunende organisatie. Het is hierbij van belang om te melden dat dit intensieve proces plaats zal vinden terwijl ‘de winkel open blijft’. Het is in dat kader ook van belang om de continuïteit en kwaliteit van de huidige gemeenschappelijke meldkamer in Lelystad goed te blijven monitoren.
Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij staan er als het onverhoopt toch nodig is’.
2.7 Kwaliteitsverbetering bevolkingszorg In 2020 is de Wet veiligheidsregio’s geëvalueerd. Naar aanleiding van de evaluatie is door het Veiligheidsberaad besloten om een project te starten om te komen tot een landelijk uniform kwaliteitsniveau voor bevolkingszorg.
Hoofdstuk 4
Het project richt zich op de volgende resultaten: 1. Een eenduidige beschrijving van bevolkingszorg; 2. Landelijke kwaliteitsnormen voor bevolkingszorg inclusief crisiscommunicatie; 3. Kaders en een implementatieadvies voor de vakbekwaamheid van functionarissen; 4. Een eenduidige beschrijving van de regierol van veiligheidsregio’s.
11
Inleiding
Kadernota 2024 Inleiding
2. De prioritaire beleidsthema’s 2.1 Verder verstevigen van de samenwerking
2.3 Verplichtend karakter (voorheen taakdifferentiatie) 2.4 Duurzaamheid 2.5 Informatieveiligheid
2.7 Kwaliteitsverbetering bevolkingszorg 3. Actuele ontwikkelingen
Hoofdstuk 3
2.6 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland
Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij voorkomen onveiligheid en dragen bij aan een redzame samenleving’.
Hoofdstuk 2
2.2 De doorontwikkeling van de crisisbeheersing
Hoofdstuk 1
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
Daarnaast is meegegeven dat er ruimte moet zijn voor regionaal maatwerk en dat er behoefte is aan inzicht in de kosten die de implementatie van de kwaliteitseisen met zich mee gaat brengen. Ook kunnen er voorstellen worden gedaan voor wetteksten voor de beoogde toekomstige wetgeving. Het is onvermijdelijk dat een toename van de kwaliteitseisen voor bevolkingszorg en crisiscommunicatie gaat leiden tot hogere kosten. Een concreet bedrag noemen voor de verwachte meerkosten en vervolgens een uitspraak doen of de extra kosten gedekt kunnen worden binnen de bestaande begroting van bevolkingszorg, is op dit moment echter nog niet mogelijk. Daarvoor zijn de behaalde projectresultaten nog onvoldoende. Na landelijke besluitvorming (voorzien in maart 2023) zullen aan de hand van een implementatieplan de (financiële) consequenties voor de regio in beeld worden gebracht.
4. Financieel perspectief
Hoofdstuk 4
12
Inleiding
Kadernota 2024 Inleiding
2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Autonome ontwikkelingen
Hoofdstuk 1
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
3.1 Ontwikkelingen lonen 3.3 Hoge inflatie in 2022 3.4 Meerjarig effect Algemene Uitkering (BDuR)) 3.5 Documentaire Informatie voorziening (DIV)
Hoofdstuk 2
3.2 Ontwikkelingen prijzen
3. Actuele ontwikkelingen Net als elke organisatie heeft ook onze veiligheidsregio te maken met een aantal ontwikkelingen die zich (grotendeels) buiten onze invloedssfeer afspelen, waardoor we daar niet of nauwelijks op kunnen sturen. Het zijn wel ontwikkelingen met de nodige impact op onze organisatie. Denk aan verandering in wet- en regelgeving. In dit hoofdstuk beschrijven we die actuele ontwikkelingen waarvan we nu al weten dat we er in 2024 mee te maken gaan krijgen. De genoemde ontwikkelingen in dit hoofdstuk zijn niet in alle gevallen voorzien van financiële implicaties, vaak omdat deze op dit moment niet beschikbaar of niet eenduidig te bepalen zijn. Zodra daarover meer duidelijk is, wordt beoordeeld of deze binnen de begroting op te vangen zijn. Wanneer dit niet het geval is, zal mogelijk een begrotingswijziging noodzakelijk zijn. Indien financiële gevolgen duidelijk worden ná het vaststellen van de kadernota en vóór het vaststellen van de ontwerp-programmabegroting, dan worden deze in de ontwerp-programmabegroting verwerkt.
3.6 Wet open overheid
4. Financieel perspectief
Hoofdstuk 3
3.7 Omgevingswet
3.1 Ontwikkelingen lonen
Hoofdstuk 4
Voor de ontwikkeling van de lonen en prijzen is gekeken naar de verwachtingen voor het jaar 2024 in de septembercirculaire gemeentefonds 2022. De hierin afgegeven verwachte loonindexatie is 3,9% voor prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers. Dit brengt een structurele stijging van de loonkosten met zich mee van € 617.000 per jaar. De huidige cao heeft een looptijd tot 1 januari 2023. Voor 2023 zullen nieuwe cao-afspraken worden gemaakt. Als in de nieuwe cao aanvullend hogere indexatiepercentages worden afgesproken dan opgenomen in de programmabegrotingen van 2023 en 2024, dan is het niet mogelijk om deze extra toename van de loonkosten op te vangen binnen de programmabegroting van 2023 en 2024.
13
Inleiding
Kadernota 2024 Inleiding
2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Autonome ontwikkelingen
Hoofdstuk 1
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
3.1 Ontwikkelingen lonen 3.3 Hoge inflatie in 2022 3.4 Meerjarig effect Algemene Uitkering (BDuR)) 3.5 Documentaire Informatie voorziening (DIV)
Hoofdstuk 2
3.2 Ontwikkelingen prijzen
Hoofdstuk 3
4. Financieel perspectief
Om de prijsontwikkeling voor 2024 te bepalen, wordt de septembercirculaire gemeentefonds 2022 als uitgangspunt genomen. Het afgegeven inflatiecijfer voor de prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) is 2,4%. De financiële stijging van de kosten door deze inflatie is berekend op structureel € 302.000 per jaar.
3.3 Hoge inflatie in 2022 Conform de afspraken is in de programmabegroting van 2023 een prijscompensatie opgenomen van 1,5% (inflatiecijfer voor de prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)). Gezien de aanzienlijke inflatie als gevolg van economische en maatschappelijke ontwikkelingen in 2022, is het in de septembercirculaire gemeentefonds 2022 genoemde inflatiecijfer voor 2023 echter bijgesteld naar 5,9%, een toename van 4,4%. De prijsstijging wordt in alle geledingen van de organisatie gevoeld. Zo zijn onze diesel- en overige energiekosten fors gestegen, evenals de kosten voor de vervanging van brandweervoertuigen. We beseffen dat dit een uitzonderlijke vraag is, maar het is ook een uitzonderlijk tijdsgewricht. Deze tijd met alle crises legitimeert ons inziens deze vraag. Een dergelijke stijging is binnen de huidige begroting niet op te vangen. Het financiële effect hiervan is structureel € 558.000 per jaar. Bij de kadernota van 2025 wordt de imoc voor 2023 opnieuw beoordeeld. Mocht deze meer dan 1% afwijken ten opzichte van 5,9% dan zal deze naar boven of naar beneden worden bijgesteld in 2025.
3.4 Meerjarig effect Algemene Uitkering (BDuR)
3.6 Wet open overheid 3.7 Omgevingswet
3.2 Ontwikkelingen prijzen
In 2022 is er een structurele aanpassing geweest van de Brede doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Dit heeft geresulteerd in een structureel hogere bijdrage vanuit het Rijk van € 126.000. Dit bedrag wordt verrekend met de gemeentelijke bijdragen.
3.5 Documentaire Informatievoorziening (DIV)
Hoofdstuk 4
Er is door een extern onderzoeksbureau onderzoek gedaan naar de taak Documentaire informatievoorziening (DIV). Conclusie uit dit onderzoek is dat deze taak de nodige aandacht behoeft. Om uitvoering te kunnen geven aan de gestelde uitkomsten van het onderzoek zullen diverse acties moeten worden ondernomen waarvoor input van kwaliteit en capaciteit benodigd is. Op dit moment zijn de financiële consequenties hiervan nog niet eenduidig te bepalen, waarmee ook het dekkingsvraagstuk nog niet te beantwoorden is.
14
Inleiding
Kadernota 2024 Inleiding
2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Autonome ontwikkelingen
Hoofdstuk 1
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
3.1 Ontwikkelingen lonen 3.3 Hoge inflatie in 2022 3.4 Meerjarig effect Algemene Uitkering (BDuR)) 3.5 Documentaire Informatie voorziening (DIV)
Hoofdstuk 2
3.2 Ontwikkelingen prijzen
Hoofdstuk 3
4. Financieel perspectief
In 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Deze wet is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en is bedoeld om de overheid transparanter te maken. Op basis van deze wet dienen wij als veiligheidsregio inspanning te verrichten om stukken over en door de veiligheidsregio actief openbaar te maken. Deze verplichting vormt een aanvulling op de al bestaande mogelijkheid om informatie bij de veiligheidsregio op te vragen. Door hier aan te voldoen willen wij ons als veiligheidsregio op een tijdige, zorgvuldige en transparante wijze verantwoorden. In dienst van deze doelstelling werkt de veiligheidsregio doorlopend aan de implementatie van de Wet open overheid. Hiervoor is een Woo-contactpersoon aangesteld, richten wij processen in voor de publicatie van bestuurlijk vastgestelde stukken en werken wij aan een betere toegankelijkheid van de reeds gepubliceerde stukken op de website van de veiligheidsregio. Wij zetten tevens intensief in op een betere informatiehuishouding, wat intern zal resulteren tot een betere aansluiting op de wettelijke verplichtingen en extern in een snellere en betere behandeling van informatieverzoeken. Hiervoor is het van belang dat wij beschikken over de benodigde capaciteit en de juiste (juridische) expertise.
De structurele en incidentele financiële implicaties van deze ontwikkeling voor 2024 zijn op dit moment nog niet exact te bepalen, waarmee ook het dekkingsvraagstuk nog niet te beantwoorden is.
3.7 Omgevingswet
3.6 Wet open overheid 3.7 Omgevingswet
3.6 Wet open overheid
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft in maart 2021 aan de Tweede Kamer gerapporteerd over de financiële consequenties van de invoering van de Omgevingswet. In mei 2021 heeft het Veiligheidsberaad vervolgens om bijstelling van deze prognose gevraagd, gebaseerd op het rapport van beleidsadviserend centrum Cebeon van maart 2021. Dit rapport toont aan dat alleen voor veiligheidsregio´s landelijk al sprake is van 20 à 30 miljoen euro aan transitiekosten. Daarnaast moet rekening worden gehouden met 15 tot 20 miljoen euro aan structurele meerkosten.
Hoofdstuk 4
Inmiddels is in de meicirculaire 2022 bekend gemaakt welke rijksbijdragen dit jaar aan gemeenten worden verstrekt voor de invoeringskosten van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB). De totale bijdragen voor komende jaren zijn ook bekend, maar worden in latere instantie nader uitgewerkt. Op basis van de methodiek van het Cebeon-rapport is voor de veiligheidsregio een nadere analyse gemaakt,
15
Inleiding
Kadernota 2024 Inleiding
2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Autonome ontwikkelingen
Hoofdstuk 1
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
3.1 Ontwikkelingen lonen 3.3 Hoge inflatie in 2022 3.4 Meerjarig effect Algemene Uitkering (BDuR)) 3.5 Documentaire Informatie voorziening (DIV)
Hoofdstuk 2
3.2 Ontwikkelingen prijzen
3.6 Wet open overheid
4. Financieel perspectief
Hoofdstuk 3
3.7 Omgevingswet
waarbij de gevolgen voor de taakvelden Advisering, Toezicht, Bedrijfsbrandweer en Brandveilig Leven in beeld zijn gebracht. Conclusie hierbij is dat op de taakvelden Advisering en Toezicht structurele meerkosten van toepassing zijn voor de veiligheidsregio. Hoe hoog die kosten zullen zijn en in welke mate het Rijk de structurele financiering voor haar rekening neemt is op dit moment nog niet exact duidelijk. Indien vóór het vaststellen van de ontwerp-programmabegroting 2024 duidelijkheid komt over zowel de structurele meerkosten als over de dekking via de rijksbijdrage aan gemeenten, worden deze uitkomsten in deze ontwerp-programmabegroting verwerkt. Op 14 oktober heeft de minister de Eerste Kamer via een voortgangsbrief geïnformeerd over uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De nieuwe datum van inwerkingtreding is 1 juli 2023.
Hoofdstuk 4
16
Inleiding
Kadernota 2024 Inleiding
2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Actuele ontwikkelingen
4.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar 4.2 Risico’s
Dit laatste hoofdstuk bevat het financieel perspectief en de risico’s voor 2024. Er spelen diverse ontwikkelingen die financiële gevolgen hebben. De kanttekening daarbij is dat we op dit moment nog niet concreet kunnen worden over alle benodigde financiële middelen, zoals ook beschreven in de inleiding. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een korte toelichting op nieuwe risico’s, voor zover we die nu al voorzien. 4.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar Samengevat geven de genoemde bedragen in hoofdstuk 3 het volgende overzicht. Financiele effecten per begrotingsjaar
Hoofdstuk 2
4. Financieel perspectief
Hoofdstuk 1
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4. Financieel perspectief
Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4
2024
2025
2026
2027
Looncompensatie 3,9% -- (par 3.1)
616.806
616.806
616.806
616.806
Prijscompensatie 2,4% -- (par 3.2)
301.480
301.480
301.480
301.480
Aanpassing prijscompensatie 2023 4,4% (5,9%-1,5%) -- (par 3.3)
557.614
557.614
557.614
557.614
Meerjarig effect Algemene uitkering (BDuR) -- (par 3.4)
-126.593
-126.593
-126.593
-126.593
Subtotaal autonome ontwikkelingen:
1.349.307
1.349.307
1.349.307
1.349.307
Doorontwikkeling van de crisisbeheersing -- (par 2.2)
pm
pm
pm
pm
Duurzaamheid -- (par 2.4)
pm
pm
pm
pm
Documentaire Informatievoorziening (DIV) -- (par 3.5)
pm
pm
pm
pm
Wet open overheid (WOO) -- (par 3.6)
pm
pm
pm
pm
Omgevingswet -- (par 3.7)
pm
pm
pm
pm
0
0
0
0
1.349.307
1.349.307
1.349.307
1.349.307
Autonome ontwikkelingen loon-prijscompensatie
Overige bijstellingen:
Subtotaal overige bijstellingen: Totale toename gemeentelijke bijdrage
17
Inleiding
Kadernota 2024 Inleiding
2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Actuele ontwikkelingen
4.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar 4.2 Risico’s
Hoofdstuk 2
4. Financieel perspectief
Hoofdstuk 1
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
4.2 Risico’s Hieronder staat een aantal risico’s beschreven, met de maximaal mogelijke financiële omvang. In de berekeningen is ook de kans hierop meegenomen. Dit laatste is enigszins arbitrair, maar er is een zo reëel mogelijke kans geschat. Voor de horizon is een periode van twee jaren genomen. Als een risico zich namelijk in enig jaar voordoet, dan is dit risico niet direct structureel opgelost. Dit gebeurt doorgaans in de daaropvolgende op te stellen begroting. Dat betekent dat incidentele dekking (algemene reserve) nodig is in zowel het betreffende jaar als in het daaropvolgende jaar. Omschrijving
Doel
Algemene reserve*
Cfrm afspraak de dekking van onze risico's
Bijdrage voor onvoorzien
In jaarrekening geen dekking, PBG wel.
Stille reserves**
Nvt toepassing voor VRGV
Totaal
JR 2022-2023 1.492.500 0 1.492.500
2022-2023 Totaal risicoprofiel
1.492.500
Hoofdstuk 3
Ratio weerstandsvermogen (beschikbaar/benodigde weerstandscapaciteit)
1,000
Netto euro verschil tussen beschikbaar en benodigde weerstandscapaciteit
0
* VRGV heeft geen stille reserves. Als bijvoorbeeld de brandweer een kazerne moet verlaten of herplaatsen, dan geldt de terugkoopverplichting tegen de dan geldende boekwaarde door de desbetreffende gemeente. Derhalve kan er nooit sprake zijn van boekwinst op de verkoop van kazernes.
Hoofdstuk 4
18
Inleiding
Kadernota 2024 Inleiding
2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Actuele ontwikkelingen
4.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar 4.2 Risico’s
Benodigde dekking (in €)
Horizon
Meldplicht Datalekken
900.000
15%
135.000
2 jaar
Onderhoud gebouwen
100.000
25%
25.000
2 jaar
2.000.000
30%
600.000
Samenwerking VR Flevoland stoppen
350.000
10%
Frictiekosten uittreding gemeente Weesp
525.000
10%
Taakdifferentatie brandweerpers.
Benodigde dekking gemeenten
Benodigde dekking VRGV
Structureel (S) / Incidenteel (I)
67.500
I
50.000
S
2 jaar
1.200.000
S
35.000
2 jaar
70.000
S
pm
2 jaar
105.000
S
pm
S
pm
S
pm
S
pm
Dekking PM posten vanuit ruimte ratio
Hoofdstuk 2
4. Financieel perspectief
Hoofdstuk 1
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
Risico's
Financiële omvang Kans risico (in €)
ARBO - aanpassing kazernes
pm
pm
2 jaar
MVO incl. energietransitie
pm
pm
2 jaar
Ontwikkelingen lonen
pm
pm
2 jaar
Totaal Risicoprofiel
3.875.000
795.000
pm pm
1.492.500
Hoofdstuk 3
Toelichting op de risico’s Hieronder zijn de risico’s omschreven. Daarbij zijn per risico de risicoafweging en beheersmaatregelen nader uitgewerkt.
Te kwantificeren risico’s Meldplicht Datalekken
Hoofdstuk 4
Omschrijving risico Vanuit de Wet bescherming persoonsgegevens zijn organisaties waar een datalek zich voordoet verplicht dit binnen 72 uur te melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Daarbij gaat het om een datalek waarbij gevoelige informatie op straat kan komen te liggen. Doet men dit niet, dan kan de Autoriteit Persoonsgegevens een boete opleggen van maximaal € 900.000.
19
Inleiding
Kadernota 2024 Inleiding
2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Actuele ontwikkelingen
4.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar 4.2 Risico’s
Hoofdstuk 2
4. Financieel perspectief
Hoofdstuk 1
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
Beheersmaatregelen Binnen de veiligheidsregio zijn we bezig om bewustwording aangaande deze wet te vergroten. Daarnaast zijn we op het gebied van informatisering en automatisering bezig om onze ICT-omgeving hierop aan te passen. Daarnaast zet het NIPV zich in op dit onderwerp. Restrisico en dekking Ondanks alle maatregelen is het niet ondenkbaar dat er een lek kan ontstaan. Indien dit zich voordoet, zullen we dit conform de vereisten melden. Het kan echter voorkomen dat er onbewust is gelekt. Bij onbewust lekken is de termijn van 72 uur uiterst kort. Bij een te late aangifte kan er een boete worden opgelegd. De kans dat zich dat voordoet in de komende twee jaar schatten wij in op 15%. Omdat het gaat om een incidenteel financieel risico, delen we het percentage en daarmee het bedrag door twee, derhalve nemen we € 67.500 op.
Onderhoud gebouwen Omschrijving risico Het algemeen bestuur heeft eind 2013 besloten om een aantal kazernes over te nemen van gemeenten. De kazernes zijn eigendom van VRGV en er zal groot onderhoud aan deze gebouwen moeten worden gepleegd.
Hoofdstuk 3
Beheersmaatregelen VRGV heeft de staat van het onderhoud van de kazernes door een externe partij laten onderzoeken en hiervan een financiële vertaling laten maken. Op basis van dit inzicht en het gewenste kwaliteitsniveau is met behulp van meerjarenonderhoudsplannen de omvang van het benodigde onderhoudsbudget bepaald. Daarbij speelt vanaf 2021 ook het maatschappelijk verantwoord ondernemen. De visie die we hierop aan het ontwikkelen zijn kan leiden tot andere inzichten op het gebied van onderhoud.
Hoofdstuk 4
Restrisico en dekking VRGV heeft het risico nu afgedekt in een onderhoudsvoorziening. Op dit moment gaan we ervan uit dat de kosten voor groot onderhoud uit deze voorziening gedekt kunnen worden. Het gekozen onderhoudsniveau is redelijk. Op dit moment wordt onderzocht of daadwerkelijk alles is opgenomen in het onderhoudsplan. Daarnaast worden opgenomen bedragen geverifieerd op realiteit. We gaan ervan uit dat er een financiële aanpassing in de onderhoudsvoorziening moet plaatsvinden. We schatten het risico in op € 100.000. Met een kans van 25% is het risico € 50.000 over 2 jaar.
20
Inleiding
Kadernota 2024 Inleiding
2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Actuele ontwikkelingen
4.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar 4.2 Risico’s
Hoofdstuk 2
4. Financieel perspectief
Hoofdstuk 1
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
Verplichtend karakter brandweerpersoneel (voorheen: Taakdifferentiatie brandweerpersoneel) Omschrijving risico In december 2019 is een voorlopig besluit genomen in het Veiligheidsberaad om taakdifferentiatie tussen beroepsmedewerkers en vrijwilligers nader uit te werken. Daarbij gaat het er om dat objectief vastgesteld kan worden dat er verschil is tussen een vrijwilliger en een beroepsbrandweer. Te denken valt aan differentiatie in de zwaarte van de opleiding, het uitvoeren van specialismen en belasting in tijd en beschikbaarheid. In de eerste helft van 2023 zal meer duidelijkheid komen over de financiële gevolgen van het verplichtend karakter en de bijbehorende financiële dekking. Beheersmaatregelen VRGV heeft geen invloed op het vervolgtraject met de betrokken partijen (werkgevers, werknemers en het ministerie van Justitie en Veiligheid).
Hoofdstuk 3
Restrisico en dekking Het financiële risico is voor het gehele land fors, maar met name voor de veiligheidsregio’s die voor een groot deel drijven op vrijwilligheid. Gelet op de eerste aannames blijkt dat er bij VRGV een minimaal risico is van € 2.000.000 per jaar. Het standpunt van de veiligheidsregio’s is dat de extra kosten door het verplichtend karakter volledig door het ministerie van Justitie en Veiligheid gecompenseerd moeten worden. Doordat de verdeling van de rijksmiddelen op dit moment ongewis is loopt VRGV een financieel risico. We gaan ervan uit dat in de eerste helft van 2023 meer duidelijk wordt hoe de financiële dekking inzake het verplichtend karakter vorm zal krijgen. Het financieel risico schatten we in op 30% van de extra kosten. Over 2 jaar gerekend is het financieel risico € 1.200.000.
Stoppen van samenwerking met VRF
Hoofdstuk 4
Omschrijving risico In december 2019 hebben de besturen van de veiligheidsregio’s en GGD’en van Gooi en Vechtstreek en Flevoland een samenwerkingsovereenkomst (SOK) ondertekend. De samenwerking heeft in 2020 geleid tot het samenvoegen van teams en afdelingen. Extern onderzoek toont aan dat de samenwerking voor VRGV een structureel efficiency-voordeel oplevert van € 350.000. Dit bedrag is taakstellend verwerkt in de begroting. Mocht de samenwerking stoppen, dan vervalt het voordeel.
21
Inleiding
Kadernota 2024 Inleiding
2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Actuele ontwikkelingen
4.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar 4.2 Risico’s
Hoofdstuk 2
4. Financieel perspectief
Hoofdstuk 1
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
Beheersmaatregelen Zowel ambtelijk als bestuurlijk wordt de draagkracht voor de samenwerking zo veel mogelijk ondersteund. Restrisico en dekking Mocht de samenwerking ten einde komen dan vervallen de efficiency-voordelen. De kans dat dit risico waarheid wordt, is ingeschat op 10%. Over twee jaar gerekend is het financieel risico € 70.000.
Frictie uittreding gemeente Weesp Omschrijving risico De gemeente Weesp is in 2022 uitgetreden uit de gemeenschappelijke regeling VRGV en ingetreden bij Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Door deze uittreding moeten (financiële) afspraken worden gemaakt over frictiekosten van personeel. Beheersmaatregelen Met de gemeente Weesp worden vanuit de stuurgroep uittreding gemeente Weesp afspraken gemaakt over een financieel arrangement, waarbij VRGV de tijd krijgt om de niet direct wegvallende kosten gelijkmatig over een bepaalde periode te kunnen afbouwen.
Hoofdstuk 3
Restrisico en dekking Vooralsnog wordt er gerekend met een financieel risico voor VRGV, van € 525.000 structureel per jaar, waarbij het financieel arrangement de komende jaren wordt afgeboekt. Het financieel risico is nu vooralsnog bepaald op 10%, zijnde € 52.500 vanaf 2022.
Niet te kwantificeren risico’s voor VRGV ARBO-aanpassingen gebouwen
Hoofdstuk 4
Omschrijving risico Voor de in eigendom zijnde kazernes is VRGV zelf verantwoordelijk voor de ARBO-maatregelen voor de medewerkers. Voor de kazernes die VRGV in gebruik heeft van gemeenten geldt dit niet. Beheersmaatregelen Op basis van de warme risico-inventarisatie en evaluatie onderzoeken (RI&E) wordt periodiek gekeken naar de arbeidsveiligheid van onze medewerkers binnen de in eigendom zijnde kazernes.
22
Inleiding
Kadernota 2024 Inleiding
2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Actuele ontwikkelingen
4.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar 4.2 Risico’s
Hoofdstuk 2
4. Financieel perspectief
Hoofdstuk 1
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
Restrisico en dekking Welke aanpassingen er benodigd zijn voor de overige kazernes is op dit moment niet bekend. Te zijner tijd zal in overleg met gemeenten gekeken worden wie verantwoordelijk is voor de kosten van deze aanpassingen. Doordat deze op dit moment onbekend zijn, wordt dit als PM-post opgenomen.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) Omschrijving risico Het Rijk heeft zich ten doel gesteld om tot 2030 een CO2-reductie van 55% te realiseren. Als overheidsorganisatie dragen wij natuurlijk ons steentje bij. Zo maken wij gebruik van de CO2-prestatieladder om onze inspanningen te toetsen. Het risico is dat de huidige samenstelling van activa wellicht gaat veranderen. Te denken valt hierbij aan bijvoorbeeld ‘groene’ voertuigen, andere afschrijvingstermijnen en warmtepompen in plaats van cv-ketels. Dit kan extra of hoge(re) investeringen en kortere afschrijvingstermijnen tot gevolg hebben. De energietransitie is hier uiteraard van grote invloed op. Beheersmaatregelen Bij alle beleidsstukken en grote investeringen wordt een afweging gemaakt hoe om te gaan met MVO. Totdat de visie is vastgelegd zal er bewust gekozen gaan worden. Verder zal steeds een afweging gemaakt worden tussen het naleven van de visie en de kosten die daarmee gepaard gaan.
Hoofdstuk 3
Restrisico en dekking Op dit moment is het te vroeg om het restrisico en de omvang in te schatten. Vooralsnog zijn deze opgenomen als PM-post.
Ontwikkelingen lonen
Hoofdstuk 4
Omschrijving risico Zoals reeds in 3.1 besproken zullen er voor 2023 nieuwe cao-afspraken worden gemaakt. Als in de nieuwe cao aanvullend hogere indexatiepercentages worden afgesproken dan opgenomen in de programmabegrotingen van 2023 en 2024, dan is het niet mogelijk om deze extra toename van de loonkosten op te vangen binnen de programmabegroting van 2024. Zodoende, nemen wij de extra stijging, boven wat op te vangen is, op als risico. Zodra de cao vastgesteld is in de komende maanden kunnen wij de financiële impact concreet bepalen.
23
Inleiding
Kadernota 2024
Beheersmaatregelen Geen.
Inleiding
2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Actuele ontwikkelingen
4.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar 4.2 Risico’s
Hoofdstuk 2
4. Financieel perspectief
Hoofdstuk 1
1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma
Restrisico en dekking Op dit moment is het te vroeg om het restrisico en de omvang in te schatten. Vooralsnog zijn deze opgenomen als PM-post.
Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4
GEMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES: RAADHUIS DUDOKPARK 1
Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek Postbus 57 1200 AB HILVERSUM
TELEFOONNUMMER: 14 035 WWW.HILVERSUM.NL
8 februari 2023 ZAAKNUMM ER 1255648 BEHA NDELD DOOR Freddy Scherpenzeel TELEFOON (035) 629 2764 DATUM
UW KENMERK BIJLAGEN BETREFT
Zienswijze kadernota 2024 Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek Geacht bestuur, De kadernota 2024 is besproken in de collegevergadering van 31 januari 2023 en middels deze brief delen wij onze zienswijze. Wij willen de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek complimenteren met de duidelijke en overzichtelijke weergave van de ontwikkelingen in de Kadernota 2024. Wij erkennen dat we in een periode van grote onvoorspelbaarheid leven. De gevolgen hiervan zijn bij een ieder te voelen. Het is dan ook begrijpelijk, dat dit ook zijn weerslag op de Veiligheidsregio heeft. Op 17 september 2022 deelde u met ons de prognose over het eerste half jaar van 2022. Hierin stond een aanzienlijke plus (600.000 euro). Dit door het niet kunnen uitvoeren van opleidingen in verband met Covid19 en voor het grootste deel openstaande vacatures. Dit heeft vanwege (tijdelijke) inhuur van personeel geen directe gevolgen, maar het baart ons wel zorgen. Om de stijging van de gemeentelijke bijdrage zo klein als mogelijk te houden, heeft u een suggestie gedaan om met een voorstel te komen om het positieve resultaat over 2022 aan de algemene reserve van de Veiligheidsregio te doteren. Hiermee komt de weerstandsratio (tijdelijk) boven de afgesproken 1.0. Gezien de huidige en mogelijke ontwikkelingen, staan wij hier positief tegenover.
Graag vernemen wij op welke wijze u de grip op onzekerheden in de organisatie heeft vertaald op sturing op de ontwikkelingen in het komend jaar. Enerzijds met het oog op de vulling van de vacatures, maar anderzijds wat te doen om de kostenstijgingen te beperken. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
mr. C.P. Torres Barrera
dr. ir. G.M. van den Top