CConstaterende datHilversum
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsinformatiebrief 2022-7 inzake Kadernota 2023 Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek

GEMEENTERAAD 9 maart 2022, gemeente HilversumBij agendapunt: Ingekomen stukken - Rubriek 07.746 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Van

Burgemeester en Wethouder/Burgemeester

Zaak nr.

1089239

Aan

Gemeenteraad

RIB nr.

2022-7

Portefeuillehouder

P.I. Broertjes

Datum

3 februari 2022

Informatie bij

F. Scherpenzeel

Tel. nr.

(035) 629 2764

Onderwerp Kadernota 2023 Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek Kernboodschap Van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek hebben wij de Kadernota 2023 ontvangen. De Kadernota bevat de financiële- en beleidsuitgangspunten voor de inrichting van de programmabegroting 2023 De financiële bijdrage gaat komende jaren omhoog door loon- en prijscompensatie, wettelijke verplichtingen en uittreden gemeente Weesp. De geschetste autonome ontwikkelingen en stijgingen in verband met verplichtingen op basis van bijbehorende afspraken, wet- en regelgeving zijn verklaarbaar en onvermijdelijk. Dat maakt dat een zienswijze in essentie niet noodzakelijk is. Echter, de Veiligheidsregio hanteert een hoge inschatting van mogelijke risico. Ieder jaar vindt er een gesprek omtrent de inschatting van risico’s plaats, maar hierover vinden we geen overeenstemming. Toch zouden wij ook dit jaar graag het gesprek hierover aan willen gaan. Aanleiding De kadernota is op 1 december 2021 vastgesteld door de leden van het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. De kadernota wordt opgesteld conform hoofdstuk 10 van de Gemeenschappelijke Regeling van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek, financiële bepalingen. Conform deze regeling heeft het college de mogelijkheid om uiterlijk 28 januari 2022 over deze kadernota een zienswijze te geven.

Consequenties De financiële bijdrage gaat komende jaren omhoog, door autonome ontwikkelingen (loon/prijs, wettelijke verplichtingen, uittreden Weesp). Toename voor de gemeentelijke bijdrage uit de gehele regio bedraagt €633.500. Voor onze gemeente komt dit neer op ongeveer €243.000. Dit is in de kadernota niet uitgewerkt per gemeente en volgt in de begroting. De verhoogde bijdrage voor de Veiligheidsregio gaat in per 1-1-2023. Deze verhoging zal in de voorjaarsnota worden verwerkt. Vervolgtraject De ontvangen zienswijzen van de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek op de Kadernota 2023 (voor 28 januari 2022) zijn input voor het opstellen van de ontwerp programmabegroting 2023. De programmabegroting 2023 wordt, na bespreking en voorlopige vaststelling in het algemeen bestuur, naar de gemeenteraden verstuurd. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze te geven.

Daarna volgt de vaststelling van de programmabegroting door het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

P. Torres Barrera

P.I. Broertjes

Bijlage(n): 1. Kadernota 2023 Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek 2. Aanbiedingsbrief kadernota t.b.v. zienswijze college 3. zienswijze college gemeente Hilversum Deze raadsinformatiebrief is digitaal beschikbaar op internet onder “Vergaderstukken”, B&W-vergadering van 25 januari 2022.

Hoo

fd s t

Kadernota

1

uk

n en a l p leids ngs­ e b t He itvoeri het u ramma prog

Hoo

fd s t

2

uk

re ritai ’s o i r De p s t h ema id b el e

2023

Hoo

fd s t

3

Versie: 1.1, oktober 2021 Brandweer, GHOR, Bevolkingszorg, Veiligheidsbureau

uk

kadernota

om e n n o t Au elinge ikk o nt w

programmabegroting

Hoo

fd s t

4

uk

i e el c n a Fin ctief pe per s

bestuursrapportage

jaarstukken

2

Inleiding

Kadernota 2023 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Autonome ontwikkelingen

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

4. Financieel perspectief

Inleiding In de kadernota 2023 staan de financiële kaders en uitgangspunten voor veiligheidsregio’s Gooi en Vechtstreek en Flevoland. Het is de opmaat tot de programmabegroting voor 2023 en geeft duiding aan de beleidsthema’s uit het gezamenlijk beleidsplan en het bijbehorende uitvoeringsprogramma.

Hoofdstuk 2

De afgelopen jaren heeft de samenwerking tussen Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek (VRGV) en Veiligheidsregio Flevoland (VRF) in versneld tempo vorm gekregen. Een van de resultaten daarvan is deze kadernota, die voor beide veiligheidsregio’s nagenoeg dezelfde inhoud kent. Steeds meer taken worden in gezamenlijkheid opgepakt, waarbij kennis en ervaring over de regionale grenzen heen wordt uitgewisseld. Door intensief samen te werken willen de beide veiligheidsregio’s de kwaliteit van de dienstverlening verhogen en de organisatorische en financiële kwetsbaarheid verkleinen. Voor de totstandkoming van deze kadernota vormt het gezamenlijk beleidsplan, en in het bijzonder het uitvoeringsprogramma, een belangrijk kader. Conform afspraak met het bestuur zijn beide documenten medio 2021 op ambtelijk niveau geactualiseerd, waarbij tevens de beleidsthema’s met de hoogste prioriteit voor 2023 zijn geduid. Deze prioriteiten zijn als beleidsthema’s uitgewerkt in hoofdstuk 2 van deze kadernota.

Hoofdstuk 3

In hoofdstuk 3 wordt kort ingegaan op de belangrijkste autonome ontwikkelingen. Het betreft hier onderwerpen waar we relatief weinig tot geen invloed op kunnen uitoefenen, maar die wel beleidsmatig of financieel effect hebben op onze organisatie.

Hoofdstuk 4

In het laatste hoofdstuk van deze kadernota is het meerjarig financieel perspectief beschreven. De financiële middelen zijn gekoppeld aan het voorgenomen beleid. Daarbij is het uitgangspunt voor 2023 – zoals opgenomen in het beleidsplan – dat voor nieuw beleid geen extra financiële middelen worden gevraagd. Het zogenaamde ‘nieuw-voor-oud’ is het vertrekpunt. Voor de loon- en prijscompensatie en de wegvallende inkomsten wordt wel financiële dekking gevraagd. Zoals hierboven is aangegeven is vanaf 2020 een intensieve samenwerking tussen de veiligheidsregio’s doorgevoerd. Er is veel geïnvesteerd en de maatregelen die genomen zijn vanuit de samenwerkingsovereenkomst hebben zichtbare resultaten opgeleverd waar wij met trots op terug kunnen kijken.

3

Kadernota 2023

We constateren echter ook dat de samenwerking zijn maximale efficiëntiepunt bereikt lijkt te hebben en dat mede door een toename in bestaande en nieuwe taken, de druk op de organisatie langzaam maar zeker aan het oplopen is. Wat dit betekent voor de organisatie zal komende tijd duidelijk worden. Eind 2021 wordt de samenwerkingsovereenkomst (SOK) geëvalueerd, conform bestuurlijke afspraak. Tijdens de bestuursconferentie van 15 december 2021 zullen de uitkomsten van de evaluatie en de daaruit voortkomende adviezen en voorstellen besproken worden. Wanneer genomen besluiten financiële- of organisatorische effecten met zich meebrengen, worden deze uitgewerkt in de programmabegroting 2023. In de kadernota 2023 is bewust de keuze gemaakt om terughoudend te zijn wat betreft onze beleidsvoornemens. Deze voorzichtigheid heeft te maken met de effecten van de COVID-19-crisis en met de druk die onder andere daardoor op onze organisatie is ontstaan. De crisis heeft een onverwacht grote impact op de organisatie, met een mogelijke nasleep in 2023. Dat geldt niet alleen wat betreft het oppakken van nieuwe activiteiten, maar ook voor een andere manier van werken op een aantal taken die we regulier uitvoeren.

4

Inleiding

Kadernota 2023

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Autonome ontwikkelingen

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

4. Financieel perspectief

Hoofdstuk 2

Het beleidsplan beschrijft welke opgaven Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek (VRGV) en Veiligheidsregio Flevoland (VRF) zich de komende jaren stellen en welke strategische doelen we willen bereiken. Het geeft daarmee richting aan de ontwikkeling van de beide veiligheidsregio’s en draagt bij aan een transparante sturing door bestuur en management. Het bijbehorende uitvoeringsprogramma geeft weer hoe deze plannen worden gerealiseerd. Conform bestuurlijke afspraak hebben het beleidsplan en uitvoeringsprogramma inmiddels een eerste actualisatieslag gehad. Beleidsplan Het beleidsplan geeft niet alleen richting aan onze werkzaamheden, maar is tevens een belangrijk middel voor maatschappelijke verantwoording naar onze stakeholders. Vanwege de intensieve samenwerking met VRF is gekozen voor één gezamenlijk beleidsplan voor twee veiligheidsregio’s.

Hoofdstuk 3

Proces gezamenlijk beleidsplan

Hoofdstuk 4

De wet verplicht ons om tenminste eenmaal in de vier jaar een beleidsplan op te stellen. VRGV kiest voor een jaarlijkse ambtelijke bijstelling. Dit verhoogt naar onze mening de realiteitswaarde van het beleidsplan en stelt ons in staat om een passende doorwerking van het beleidsplan in de begroting te realiseren. De bestuurlijke vaststelling vindt in beginsel eenmaal in de vier jaar plaats. Bij belangrijke beleidsontwikkelingen wordt het beleidsplan ook tussentijds aan het bestuur voorgelegd en bespreekt de burgemeester het met zijn of haar raad. Nieuwe of gewijzigde beleidsvoornemens worden opgenomen in de kadernota en de programmabegroting, waarbij de gemeentebesturen ook gebruik kunnen maken van hun reguliere bevoegdheden zoals het geven van een zienswijze en instemming.

5

Kadernota 2023

Inhoud gezamenlijk beleidsplan De kernboodschap van het gezamenlijk beleidsplan is: ‘Als veiligheidsregio’s investeren wij in veiligheid en dragen bij aan een redzame samenleving. Want veiligheid maken we met elkaar en als veiligheidsregio’s staan we hiervoor. Samen voor veiligheid.’ Vanuit bovenstaande kernboodschap werken wij samen met VRF aan de volgende vier opgaven: 1. Wij voorkomen onveiligheid en dragen bij aan een redzame samenleving; 2. Wij zijn de zichtbare en deskundige netwerkpartner voor veiligheid; 3. Wij zijn vakmensen: professioneel, innovatief en wendbaar; 4. Wij staan er als het onverhoopt toch nodig is. Deze opgaven zijn vertaald in speerpunten en activiteiten.

Uitvoeringsprogramma beleidsplan Het beleidsplan bevat ook een uitvoeringsprogramma voor de beide veiligheidsregio’s. Dit programma beschrijft de projecten die voortvloeien uit het beleidsplan en verbindt daarmee het beleidsplan direct aan de kadernota, begroting en jaarstukken. In het kader van de samenwerking worden zoveel mogelijk zaken samen opgepakt, waar nodig en gewenst worden ook regiospecifieke onderwerpen meegenomen. Niet alle onderwerpen uit het beleidsplan worden in het uitvoeringsprogramma opgenomen. Soms is een projectaanpak (nog) niet nodig en soms worden onderwerpen direct in de reguliere werkprocessen van de organisatie ingebed. Het uitvoeringsprogramma biedt handvatten om beleidsthema’s te benoemen die we in 2023 ter hand willen nemen. Die thema’s zijn: • Omgevingswet en adviseren over risico’s; • Toekomstbestendige brandweer, inclusief paraatheid en implementatie taakdifferentiatie; • Oefencentrum/ROTOF; • Implementatie informatieveiligheidsbeleid; • KCR2.

6

Inleiding

Kadernota 2023 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s 2.1 Adviseren over risico’s en omgevingswet

2.3 Oefencentrum/ROTOF 2.4 Implementatie informatieveiligheidsbeleid

Hoofdstuk 2

2.2 Toekomstbestendige brandweer, incl. paraatheid en implementatie taakdifferentiatie

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

2.5 KCR2

4. Financieel perspectief

Hoofdstuk 3

3. Autonome ontwikkelingen

2. De prioritaire beleidsthema’s In het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma is een aantal onderwerpen opgenomen die we in 2023 met prioriteit willen oppakken. Het gaat daarbij niet noodzakelijk om zaken waar eerder geen aandacht aan is besteed. Wel is de verwachting dat deze thema’s in 2023 een veel prominentere plaats in gaan nemen in ons handelen en daarmee een behoorlijke impact hebben op onze strategische agenda. 2.1 Omgevingswet en adviseren over risico’s

Hoofdstuk 4

Na enkele keren uitstel wordt de Omgevingswet waarschijnlijk halverwege het jaar 2022 van kracht. Dit brengt een belangrijke verandering met zich mee in de regelgeving voor de inrichting en het beheer van onze omgeving. Eén van de doelstellingen van de nieuwe wet is het creëren en behouden van een gezonde en veilige leefomgeving. De veiligheidsregio is (en blijft) daarbij een belangrijke adviseur en partner van de gemeenten, andere ketenpartners, initiatiefnemers en burgers. De veiligheidsregio zal de komende jaren gemeenten blijven ondersteunen bij het opstellen van Omgevingsvisies en Omgevingsplannen. Daarnaast zal advies worden gegeven op omgevingsvergunningen die worden aangevraagd voor de uitvoering van concrete initiatieven. De wijze waarop we samenwerken zal echter veranderen. Daarbij komt de focus te liggen op het meedenken en mogelijk maken van initiatieven. De integrale samenwerking bij het adviseren over en het toezicht houden op een veilige en gezonde leefomgeving wordt ondersteund met nieuwe digitale systemen. Zo ondersteunt het landelijke Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) de informatie-uitwisseling tussen alle partijen. Beoogd is dat de brandweer vanaf 2022 werkt met een nieuw systeem, waarmee de aansluiting op het DSO gerealiseerd kan worden.

Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij voorkomen onveiligheid en dragen bij aan een redzame samenleving’.

Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) Het DSO ondersteunt de uitvoering van de Omgevingswet. Om te kunnen werken volgens de Omgevingswet moeten systemen (ook die van onze veiligheidsregio) aansluiten op verschillende onderdelen ervan. Daarna kunnen documenten en gegevens uitgewisseld worden met het Omgevingsloket. Zo kunnen verschillende overheden en keten­ partners samenwerken in de afhandeling van aanvragen.

7

Kadernota 2023

2.2 Toekomstbestendige brandweer, incl. paraatheid en implementatie taakdifferentiatie Landelijk is er discussie over het huidige brandweerstelsel, dat gebaseerd is op een combinatie van vrijwillige en beroepsbrandweer. Elementen uit de rechtspositie van de brandweervrijwilligers blijken in strijd met Europese regelgeving en met jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. Hierdoor kan de huidige situatie niet ongewijzigd in stand blijven.

2.1 Adviseren over risico’s en omgevingswet 2.2 Toekomstbestendige brandweer, incl. paraatheid en implementatie taakdifferentiatie

In 2019 is een landelijke denktank opgericht om de mogelijkheden te onderzoeken om een fundamenteel onderscheid te maken tussen brandweervrijwilligers en beroepsmedewerkers. Het Veiligheidsberaad heeft op 21 juni 2021 in een overleg met de minister ingestemd met de door de landelijke denktank uitgevoerde verkenning en heeft een tweeledige vervolgopdracht ‘toekomstbestendig brandweerstelsel’ verleend. Deze bestaat uit: • Het uitwerken van een implementatieplan voor de eerste bouwsteen (afschaffen van consignatie en kazernering) zodat dit opnieuw kan worden voorgelegd aan het Veiligheidsberaad; • Verdere uitwerking van bouwstenen 2, 3 en 4 en onderzoeken wat andere wenselijke thema’s zijn om mee aan de slag te gaan, om toe te werken naar een toekomstbestendig brandweerstelsel. Concreet betekent dit dat landelijk verder invulling gegeven wordt aan de opdracht om een implementatieplan voor de eerste bouwsteen: het stoppen met consignatie en kazernering van vrijwilligers. In 2022 wordt voor de regio een scenario uitgewerkt waarbij vrijwilligheid (op basis van vrije opkomst) blijft bestaan en de kwaliteit van de brandweerzorg op niveau blijft. In 2023-2024 zal dit scenario naar verwachting worden geïmplementeerd. Vanwege de grote onzekerheid op zowel de inhoud als het proces van taakdifferentiatie is er geen financiële raming mogelijk.

In een eerder stadium is dit onderwerp meegenomen in de risicoparagraaf van de begroting. Ook in deze kadernota komt het terug bij de financiële risico’s.

Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij zijn vakmensen: professioneel, innovatief en wendbaar’ en ‘Wij staan er, als het onverhoopt toch misgaat’.

Bouwstenen Taakdifferentiatie In bouwsteen 1 staat het Verplicht en niet verplicht als cruciaal onderscheid centraal. De vrijwilliger voert taken uit op basis van vrijwilligheid en kan daartoe niet worden verplicht; hij of zij mag ‘nee’ zeggen tegen een taak en heeft geen opkomstplicht. De beroepsmedewerker heeft de verplichting om de taken uit te voeren op bepaalde momenten. Bouwsteen 2, 3 en 4 hebben betrekking op een verder functioneel onderscheid in taken - zowel repressief als niet repressief - en de benodigde opleidingen. Voor een inhoudelijke toelichting op de overige bouwstenen:

8

Inleiding

Kadernota 2023 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

2.3 Oefencentrum/ROTOF In het kader van de samenwerking tussen drie veiligheidsregio’s is in het recente verleden gekeken naar het opzetten van een gezamenlijk interregionaal kennis- en vakbekwaamheidscentrum. Uit herhaalde onderzoeken is gebleken dat dat een dergelijk centrum niet haalbaar en betaalbaar was. Vanwege de wens de vakbekwaamheid duurzaam te versterken, is de behoefte aan een oefencentrum in de nabijheid blijven bestaan. Met twee regio’s (Gooi en Vechtstreek en Flevoland) wordt nu onderzocht of het mogelijk is een beperkter Realistisch Oefen- en Trainings- en OpleidingsFaciliteit in te richten binnen de kaders van de bestaande begroting. Indien er een levensvatbare businesscase opgesteld kan worden, zal dit in 2022-2023 verder uitgewerkt worden.

Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij zijn vakmensen: professioneel, innovatief en wendbaar’.

2.4 Implementatie informatieveiligheidsbeleid

Hoofdstuk 2

2.3 Oefencentrum/ROTOF

2.5 KCR2

4. Financieel perspectief

Hoofdstuk 3

3. Autonome ontwikkelingen

2.4 Implementatie informatieveiligheidsbeleid Om het niveau van cyberveiligheid bij alle overheden fors en snel te verbeteren, is in 2021 landelijk besloten om te starten met een versnellingsprogramma informatieveiligheid. Met alle landelijke overheden is afgesproken dat digitale gegevensuitwisseling vanaf 2023 moet voldoen aan de Basisrichtlijnen Informatieveiligheid Overheden (BIO). Overheden die niet voldoen aan de BIO worden niet langer aangesloten op de landelijke voorzieningen. In 2023 wordt vastgesteld of het veiligheidsniveau in onze regio voldoende is voor deze aansluiting. Daarnaast start in 2023 een informatiecampagne informatieveiligheid – gericht op bewustwording binnen en buiten onze organisaties – en een scholingsprogramma digitaal veilig werken. Zowel de campagne als de opleiding zal ingebed moeten worden in de bestaande organisaties, zodat herhaling mogelijk wordt. 2023 staat dan ook in het teken van bewustwording, geschoold worden en geschoold blijven.

Hoofdstuk 4

Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij zijn vakmensen: professioneel, innovatief en wendbaar’.

9

Kadernota 2023

2.1 Adviseren over risico’s en omgevingswet 2.2 Toekomstbestendige brandweer, incl. paraatheid en implementatie taakdifferentiatie 2.3 Oefencentrum/ROTOF 2.4 Implementatie informatieveiligheidsbeleid

2.5 KCR2

2.5 KCR2 KCR2 staat voor Knooppunt Coördinatie Regio’s - Rijk. KCR2 beoogt het landelijk ontwikkelen van een nieuwe samenwerkingsvorm op het gebied van coördinatie en informatie. Daarbij wordt een brug geslagen tussen veiligheidsregio’s onderling, tussen het Rijk en de veiligheidsregio’s en tussen algemene kolom en functionele kolommen en andere crisispartners. Het is een nieuw knooppunt in een bestaand netwerk, dat in staat moet zijn om snel, multidisciplinair landelijk op te schalen op het gebied van coördinatie en informatiemanagement voor, tijdens en na een crisis. KCR2 is een eerste concrete stap naar een structureel beschikbare multidisciplinaire, operationele en naar behoefte op te schalen landelijk 24/7 beschikbare voorziening. Het gaat uit van een groeimodel tot 2025. KCR2 leidt niet tot een nieuwe organisatie, maar wel tot een nieuwe organisatievorm. De insteek is dat de operatie in en van de veiligheidsregio blijft. Een (inter-)regionaal Veiligheidsinformatiecentrum (VIC) is voorwaarde voor het slagen van deze samenwerkingsvorm. Informatieveiligheid is ook bij de informatievoorziening voor crisisbeheersing een belangrijk gegeven.

Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij zijn vakmensen: professioneel, innovatief en wendbaar’

Algemene kolom In een bestuurlijke netwerkkaart wordt de ‘algemene keten’ onderscheiden van de ‘functionele keten’. Rampenbestrijding en handhaving van de openbare orde vormen samen de algemene keten. Kenmerkend daarvoor is dat het algemene bevolkingszorg betreft. Een functionele keten bestrijkt één specifiek terrein. Alleen in de algemene keten worden maatregelen getroffen jegens de bevolking in het algemeen, zoals een besluit tot evacuatie. Partijen in de functionele ketens doen dat in de regel niet. Het gezag in de algemene keten ligt decentraal (burgemeester of voorzitter veiligheidsregio) met de mogelijkheid van opschaling, ook naar ministerieel niveau. Afstemming tussen de ketens vindt op twee niveaus plaats: gemeentelijk of regionaal (veiligheidsregio) en nationaal (tussen ministeries). Deze bestuurlijke lijn en de daarbij behorende diensten, waaronder de Veiligheidsregio, worden aangeduid als de algemene kolom.

10

Inleiding

Kadernota 2023 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Autonome ontwikkelingen

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

3. Autonome ontwikkelingen Net als elke organisatie heeft ook onze veiligheidsregio te maken met een aantal ontwikkelingen die zich (grotendeels) buiten onze invloedssfeer afspelen en waar we niet of nauwelijks op kunnen sturen. Het zijn wel ontwikkelingen met de nodige impact op onze organisatie. Denk aan verandering in wet- en regelgeving. In dit hoofdstuk beschrijven we die autonome ontwikkelingen waarvan we nu al weten dat we er in 2023 mee te maken gaan krijgen. 3.1 Ontwikkelingen lonen

3.2 Ontwikkelingen consumentenprijsindex (CPI)

Voor de ontwikkeling van de lonen en prijzen is gekeken naar de verwachtingen voor het jaar 2023 in de septembercirculaire gemeentefonds 2021. De afgegeven verwachte loonindexatie hierin is 2,0% voor prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers. Dit brengt een structurele stijging van de loonkosten met zich mee van € 310.000 per jaar. Op dit moment zijn er tussen werkgevers en de bonden verregaande onderhandelingen voor een cao voor de jaren 2021 en 2022. Voor 2023 zullen nieuwe cao-afspraken worden gemaakt. Als in de nieuwe cao aanvullend hogere indexatiepercentages worden afgesproken dan opgenomen in de programmabegrotingen van 2021, 2022 en 2023, dan is het niet mogelijk om deze extra toename van de loonkosten op te vangen binnen de programmabegroting van 2023.

3.3 OMS (Openbaar Meldsysteem)

Hoofdstuk 2

3.1 Ontwikkelingen lonen

4. Financieel perspectief

Hoofdstuk 3

3.2 Ontwikkelingen consumentenprijsindex (CPI) Om de prijsontwikkeling voor 2023 te bepalen, wordt de septembercirculaire gemeentefonds 2021 als uitgangspunt genomen. Het afgegeven inflatiecijfer voor de prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) is 1,5%. De financiële stijging van deze inflatie is berekend op structureel € 186.000 per jaar. De prijscompensatie wordt ingezet ter dekking van de achterblijvende kosten als gevolg van de uittreding van Weesp.

Hoofdstuk 4

11

Kadernota 2023

3.3. OMS (Openbaar Meldsysteem) Met ingang van 1-1-2022 vervallen de inkomsten vanuit de concessievergoeding Openbaar Meldsysteem, op dringend advies van de landsadvocaat. Deze ontwikkeling zagen we al langere tijd aankomen en is derhalve de laatste jaren als risico benoemd. In het interregionale overleg met Veiligheidsregio Utrecht en onze samenwerkingspartner Veiligheidsregio Flevoland is besloten om het advies van de landsadvocaat te volgen. Vermeldenswaardig hierbij is dat deze concessievergoeding in 2024 hoe dan ook zou eindigen. Voor Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek betekent dit een structurele daling van de beschikbare financiële middelen van netto € 300.000. Hiervan is echter al € 100.000 binnen de huidige begroting opgevangen en resteert per saldo een bedrag van netto € 200.000. De financiële dekking voor het jaar 2022 zal worden gezocht in het exploitatieresultaat van 2021. Met ingang van 2023 wordt van de gemeenten een hogere bijdrage gevraagd.

3.1 Ontwikkelingen lonen 3.2 Ontwikkelingen consumentenprijsindex (CPI) 3.3 OMS (Openbaar Meldsysteem)

12

Inleiding

Kadernota 2023 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Autonome ontwikkelingen

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

4. Financieel perspectief

4.2 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar 4.3 Weerstandsvermogen en risicoprofiel

Hoofdstuk 2

4.1 Financiële impact van diverse ontwikkelingen

4. Financieel perspectief In dit laatste hoofdstuk is het financieel perspectief voor 2023 op hoofdlijnen beschreven. Er spelen diverse ontwikkelingen die een financiële impact hebben op onze beleidsvoornemens. Daarbij merken we op dat we op dit moment nog niet concreet kunnen worden over de benodigde financiële middelen. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een korte toelichting op verwachte risico’s. 4.1 Financiële impact van diverse ontwikkelingen 4.1.1 Duurzame organisatie (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen) Duurzaamheid is al langere tijd een belangrijk aandachtspunt voor de veiligheidsregio. Zo zal in het inkoop- en aanbestedingsbeleid duurzaamheid een belangrijke eis gaan worden. Dit zal effect hebben op onder andere de aankoop van dienstvoertuigen en daarmee op de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen en op investeringen in en het onderhoud van kazernes. Er wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de vastgelegde kaders voor meerjarige investeringen en het meerjarige onderhoud. Duurzaamheidseisen zullen echter leiden tot hogere investeringslasten. Daarom zal het gesprek gestart gaan worden welk duurzaamheidsniveau gewenst is en op welke wijze met de kosten zal worden omgegaan.

Hoofdstuk 3

4.1.2 Oefencentrum/ROTOF Het uitgangspunt voor ROTOF (Realistisch Opleiden Trainen Oefenen Faciliteit) is dat dit kleinschalig realistisch oefencentrum binnen de huidige beschikbare middelen voor opleiden en oefenen gerealiseerd moet worden.

4.1.3 KCR2

Hoofdstuk 4

De coronacrisis heeft eens te meer duidelijk gemaakt dat de huidige communicatiestructuren onvoldoende mogelijkheden bieden om crises van dergelijke omvang op adequate wijze het hoofd te bieden. Daarom gaat invulling gegeven worden aan een landelijke structuur, KCR2. De financiële impact daarvan op onze organisatie is op dit moment nog onduidelijk. We verwachten dit mee te nemen in de kadernota 2024.

13

Kadernota 2023

4.1.4 Implementatie informatieveiligheidsbeleid Met het uitvoeren van het versnellingsprogramma Informatieveiligheid wordt een belangrijke stap gezet in het verbeteren van de informatieveiligheid bij de 25 veiligheidsregio’s. In 2023 wordt een belangrijke stap gezet om te voldoen aan de landelijk opgelegde standaard: de Basisrichtlijn Informatieveiligheid Overheid (voortaan: BIO). Een noodzakelijke stap om digitaal landelijk informatie met andere overheden te kunnen blijven delen.Dit betekent dat een hoger bedrag nodig is om de dan geldende veiligheidsstandaarden te kunnen waarborgen. De meeste kosten voor het versnellingsprogramma worden landelijk gedragen (door het NIPV). Mogelijke financiële consequenties zullen pas in de loop van 2023 bekend zijn.

4.1.5 Formatie verantwoordingscapaciteit 4.1 Financiële impact van diverse ontwikkelingen

Het is van belang dat wij ons als veiligheidsregio op een tijdige, zorgvuldige en transparante wijze kunnen verantwoorden. Een bekend verantwoordingsproces richting burgers en media is gevraagde informatie op basis van Wet Openbaarheid Bestuur (Wob). Daarnaast is vanaf 2021 ook de Wet Elektronische Publicaties van kracht en dienen wij elementaire, bestuurlijk vastgestelde stukken op een website te publiceren. In 2022 zal dit verder onder de aandacht komen als de Wet Open Overheid (Woo) in werking treedt. Om deze taken op een deskundige en zorgvuldige wijze uit te kunnen voeren is het van belang dat wij beschikken over de benodigde capaciteit en de juiste (juridische) expertise om hier invulling aan te geven. De benodigde middelen voor borging van de genoemde capaciteit zal gezocht worden binnen de reeds vastgestelde begroting (€ 15.000 per regio).

4.1.6 Effect uittreding Weesp Met het uittreden van de gemeente Weesp uit onze veiligheidsregio blijven er - naast de tijdelijk te ontvangen desintegratiekostenvergoeding van de uittredende gemeente voor de afbouw van de formatie met ruim 7fte - ook vaste materiële kosten achter. Dit is een structureel bedrag van € 370.000 per jaar. De intentie is om deze kosten niet te verdisconteren in een hogere bijdrage voor de achterblijvende gemeenten. Deze kosten zullen worden gedekt door de prijscompensatie hiervoor in te zetten. Voor 2023 is dat een bedrag van € 186.000 en het uitgangspunt is dat dit voor 2024 eenzelfde bedrag zal

De Wet Open Overheid De Wet open overheid (Woo) heeft als doel overheden en semioverheden transparanter te maken. De wet moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. De Woo treedt naar verwachting op 1 mei 2022 in werking. Daarmee komt de huidige Wet openbaarheid van bestuur (Wob) te vervallen.

14

Inleiding

Kadernota 2023 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Autonome ontwikkelingen

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

4. Financieel perspectief

4.2 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar 4.3 Weerstandsvermogen en risicoprofiel

Hoofdstuk 2

4.1 Financiële impact van diverse ontwikkelingen

zijn. Met de prijscompensatie zijn de kosten als gevolg van de uittreding van Weesp structureel gedekt. Wel komt er spanning te staan op de interne werk- en teambudgetten. Hiervoor wordt intern een oplossing gezocht. Het genoemde structureel inzetten van de prijscompensatie in de jaren 2023 en 2024 geeft een incidenteel tekort in de dekking in 2022 (€ 370.000) en een deel in 2023 (€ 184.000). Dit incidentele tekort wordt afgedekt door een te vormen bestemmingsreserve van € 554.000 in de jaarstukken van 2021, ten behoeve van het jaar 2022 en het jaar 2023. Het algemeen bestuur wordt gevraagd om hiervoor een bestemmingsreserve te mogen vormen. Met de genoemde maatregelen is het ingroeipad ter dekking van de achterblijvende kosten in het jaar 2024 gerealiseerd. In schema ziet dit er als volgt uit: Ingroeipad uittreding Weesp 2022

2022

2023

2024

2025 ev

Te dekken structurele achterblijvende kosten:

370.000

370.000

370.000

370.000

Reserve te vormen in jaarstukken 2021

370.000

184.000

Prijscompensatie kadernota 2023 (structureel)

186.000

Prijscompensatie kadernota 2024 (structureel) Verschil

-

-

totaal reserve

554.000 186.000

186.000

184.000

184.000

-

-

554.000

Hoofdstuk 3

4.1.7. Veranderende wetgeving In 2021 is het rapport over de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s uitgebracht, waarin een commissie deze wet evalueert. Het advies van deze commissie is één regeling voor de brandweer en één voor crisisbestrijding op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR). Wat hiervan de mogelijke financiële implicaties voor onze veiligheidsregio zijn, is op dit moment nog niet in te schatten.

Hoofdstuk 4

15

Kadernota 2023

4.2 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar Financiele effecten per begrotingsjaar

2023

2024

2025

2026

Looncompensatie 2,0%

310.000

310.000

310.000

310.000

Prijscompensatie 1,5%*

186.000

186.000

186.000

186.000

Meerjarig effect Algemene uitkering (BDuR)

-62.500

-62.500

-62.500

-62.500

Subtotaal autonome ontwikkelingen

433.500

433.500

433.500

433.500

Materiele desintegratiekosten

370.000

370.000

370.000

370.000

Op te vangen binnen eigen begroting

-370.000

-370.000

-370.000

-370.000

OMS inkomsten (per 2022) Netto

300.000

300.000

300.000

300.000

Reeds opgevangen binnen eigen begroting

-100.000

-100.000

-100.000

-100.000

Resteert OMS inkomsten netto (per 2022)

200.000

200.000

200.000

200.000

Totale toename gemeentelijke bijdrage

633.500

633.500

633.500

633.500

Autonome ontwikkelingen loon-prijscompensatie

Effect uittreding Weesp (zie par. 4.1.6) 4.1 Financiële impact van diverse ontwikkelingen 4.2 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar

Wegvallende inkomsten (zie par. 3.3):

16

Inleiding

Kadernota 2023

4.3 Weerstandsvermogen en risicoprofiel

Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Autonome ontwikkelingen

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

Omschrijving

Doel

Jaarresultaat 2021 extra storting

Dotatie tbv algemene reserve ratio 1

Algemene reserve*

Cfrm afspraak de dekking van onze risico's

Verrekening gemeenten

Uittreding Weesp

0

Bijdrage voor onvoorzien

In jaarrrekening geen dekking, PGB wel.

0

Stille reserves**

Nvt toepassing voor de VRGV

0

Totaal

4. Financieel perspectief

40.000 1.452.500

1.492.500 2021

Hoofdstuk 2

4.3 Weerstandsvermogen en risicoprofiel

JR 2021

Totaal risicoprofiel

1.492.500

Ratio weerstandsvermogen (beschikbaar/benodigde weerstandscapaciteit)

1,000

Netto euro verschil tussen beschikbaar en benodigde weerstandscapaciteit

0

* We gaan er vooralsnog vanuit dat er geen correctie plaatsvindt op de reserves a.g.v. uittreding Weesp.

Hoofdstuk 3

** VRGV heeft geen stille reserves. Als bijvoorbeeld de brandweer een kazerne moet verlaten of herplaatsen, dan geldt de terugkoopverplichting tegen de dan geldende boekwaarde door de desbetreffende gemeente. Derhalve kan er nooit sprake zijn van boekwinst op de verkoop van kazernes.

Hoofdstuk 4

17

Kadernota 2023

Financieel risicoprofiel

Risico's

4.2 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar

Benodigde dekking (in €)

Horizon

Wet Datalekken

900.000

15%

135.000

2 jaar

Onderhoud gebouwen

100.000

25%

25.000

2 jaar

2.000.000

30%

600.000

Samenwerking VR Flevoland stoppen

350.000

10%

Frictiekosten uittreding gemeente Weesp

525.000

10%

Taakdifferentatie brandweerpers.

4.1 Financiële impact van diverse ontwikkelingen

Financiële omvang Kans risico (in €)

Benodigde dekking

StructuBenodigde reel (S) / dekking IncidenVRGV teel (I)

67.500

I

50.000

S

2 jaar

1.200.000

S

35.000

2 jaar

70.000

S

52.500

2 jaar

105.000

S

pm

S

pm

S

pm

Dekking PM posten vanuit ruimte ratio ARBO - aanpassing kazernes

pm

pm

2 jaar

MVO incl. energietransitie

pm

pm

2 jaar

3.875.000

847.500

Totaal Risicoprofiel

pm

1.492.500

4.3 Weerstandsvermogen en risicoprofiel Toelichting op de risico’s Hieronder zijn de risico’s omschreven. Daarbij zijn per risico de risicoafweging en beheersmaatregelen nader uitgewerkt.

Te kwantificeren risico’s voor VRGV Wet Datalekken Omschrijving risico Vanuit de Wet Datalekken zijn organisaties waar een ‘lek’ zich voordoet verplicht dit te melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Het gaat om een datalek waarbij gevoelige informatie op ‘straat’ kan komen te liggen. Deze melding moet binnen 72 uur worden gedaan. Doet men dit niet dan kan de Autoriteit Persoonsgegevens een boete opleggen van maximaal € 900.000.

18

Inleiding

Kadernota 2023 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Autonome ontwikkelingen

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

4. Financieel perspectief

Hoofdstuk 2

4.3 Weerstandsvermogen en risicoprofiel

Beheersmaatregelen Binnen de veiligheidsregio zijn we bezig om bewustwording aangaande deze wet te vergroten. Daarnaast zijn we op informatisering en automatiseringsgebied bezig om onze ICT omgeving hierop aan te passen. Daarnaast zet het IFV (NIPV) zich in op dit onderwerp.

Restrisico en dekking Ondanks alle maatregelen is het niet ondenkbaar dat er een ‘lek’ kan ontstaan. Indien dit zich voordoet, zullen we dit conform de vereisten melden. Het kan echter voorkomen dat er onbewust is gelekt. Bij onbewust lekken is de termijn van 72 uur uiterst kort. Bij een te late aangifte kan er een boete worden opgelegd. Deze kans schatten wij in op 15%, dat het zich voor kan doen in de komende twee jaar. Omdat het gaat om een incidenteel financieel risico delen we het percentage en daarmee het bedrag door twee, derhalve nemen we € 67.500 op.

Onderhoud gebouwen Omschrijving risico Het algemeen bestuur heeft eind 2013 besloten om een aantal kazernes over te nemen van de gemeenten. De kazernes zijn eigendom van de VRGV en er zal groot onderhoud aan deze gebouwen moeten worden gepleegd.

Hoofdstuk 3

Beheersmaatregelen De VRGV heeft de staat van het onderhoud van de kazernes door een externe partij laten onderzoeken en hiervan een financiële vertaling laten maken. Op basis van dit inzicht en het gewenste kwaliteitsniveau is met behulp van meerjarenonderhoudsplannen de omvang van het benodigde onderhoudsbudget bepaald. Daarbij speelt vanaf 2021 ook het maatschappelijk verantwoord ondernemen. De visie die we hierop aan het ontwikkelen zijn kan leiden tot andere inzichten op het gebied van onderhoud.

Hoofdstuk 4

Restrisico en dekking De VRGV heeft het risico nu afgedekt in een onderhoudsvoorziening. Op dit moment gaan we ervan uit dat de kosten voor groot onderhoud uit deze voorziening gedekt kunnen worden. Het gekozen onderhoudsniveau is redelijk. Op dit moment wordt onderzocht of daadwerkelijk alles is opgenomen in het onderhoudsplan. Daarnaast worden opgenomen bedragen geverifieerd op realiteit. We gaan ervan uit dat er een financiële aanpassing in het onderhoudsvoorziening moet plaats vinden. We schatten het risico in op € 100.000. Met een kans van 25% is het risico € 50.000 over 2 jaar.

19

Kadernota 2023

Taakdifferentiatie brandweerpersoneel Omschrijving risico In december 2019 is een voorlopig besluit genomen in het Veiligheidsberaad om taakdifferentiatie tussen beroeps en vrijwilligers nader uit te werken. Daarbij gaat het er om dat er objectief vastgesteld kan worden dat er verschil is tussen een vrijwilliger en beroeps. Te denken valt aan differentiatie in zwaarte van de opleiding, het uitvoeren van specialismen, belasting in tijd en beschikbaarheid etc. In de eerste helft van 2022 zal er meer duidelijkheid komen in de gevolgen van taakdifferentiatie. Beheersmaatregelen Als VRGV hebben we geen invloed op het vervolgtraject dat gelopen wordt met de betrokken partijen (werkgevers, werknemers en het ministerie van Justitie en Veiligheid).

4.1 Financiële impact van diverse ontwikkelingen 4.2 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar 4.3 Weerstandsvermogen en risicoprofiel

Restrisico en dekking Het financiële risico is voor het gehele land fors, maar met name voor de veiligheidsregio’s die voor een groot deel drijven op vrijwilligheid. Gelet op de eerste aannames blijkt dat er bij de VRGV een minimaal risico is van € 2.000.000 per jaar. Het standpunt van de veiligheidsregio’s is dat de extra kosten door taakdifferentiatie volledig door het ministerie van Justitie en Veiligheid gecompenseerd moeten worden. Doordat de verdeling van de rijksmiddelen op dit moment ongewis is loopt de VRGV een financieel risico. We gaan ervan uit dat vanaf 2023 invulling aan taakdifferentiatie zal worden gegeven. Het financieel risico schatten we in op 30% van de extra kosten. Over 2 jaar gerekend is het financieel risico € 1.200.000.

Stoppen van samenwerking met VRF Omschrijving risico In december 2019 hebben de besturen van de veiligheidsregio’s en GGD’en van Gooi en Vechtstreek en Flevoland een samenwerkingsovereenkomst (SOK) ondertekend. De samenwerking heeft in 2020 geleid tot het samenvoegen van teams en afdelingen. Vanuit extern onderzoek is berekend dat de samenwerking voor VRGV een structureel efficiencyvoordeel oplevert van € 350.000. Dit bedrag is taakstellend verwerkt in de begroting. Mocht de samenwerking stoppen dan vervalt het voordeel. Beheersmaatregelen Zowel ambtelijk als bestuurlijk wordt de draagkracht voor de samenwerking zo veel mogelijk ondersteund.

20

Inleiding

Kadernota 2023 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Autonome ontwikkelingen

Frictie uittreding gemeente Weesp Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

4. Financieel perspectief

Hoofdstuk 2

4.3 Weerstandsvermogen en risicoprofiel

Restrisico en dekking Mocht de samenwerking ten einde komen dan vervallen de efficiencyvoordelen. De kans dat dit risico waarheid wordt is ingeschat op 10%. Over twee jaar gerekend is het financieel risico € 70.000.

Omschrijving risico De gemeente Weesp zal in 2022 uittreden uit de gemeenschappelijke regeling VRGV en zal intreden bij Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. Door deze uittreding moeten er (financiële) afspraken worden gemaakt over frictiekosten van personeel. Beheersmaatregelen Er zullen met de gemeente Weesp vanuit de stuurgroep uitreding gemeente Weesp zo goed als mogelijk financiële afspraken worden gemaakt over een financieel arrangement, waarbij de VRGV de tijd krijgt om de niet direct wegvallende kosten gelijkmatig over een bepaalde periode te kunnen afbouwen. Restrisico en dekking Vooralsnog wordt er gerekend met een financieel risico voor de VRGV van € 525.000 structureel per jaar, waarbij het financieel arrangement de komende jaren wordt afgeboekt. Het financieel risico is nu vooralsnog bepaald op 10%, zijnde € 52.500 vanaf 2022.

Hoofdstuk 3

Niet te kwantificeren risico’s voor de VRGV ARBO aanpassingen gebouwen Omschrijving risico Voor de in eigendom zijnde kazernes is de VRGV zelf verantwoordelijk voor de ARBO-maatregelen voor de medewerkers. Voor de kazernes die de VRGV in gebruik heeft (van de gemeenten) geldt dit niet.

Hoofdstuk 4

Beheersmaatregelen Op basis van de warme risico-inventarisatie en evaluatie onderzoeken (RI&E) wordt periodiek gekeken naar de arbeidsveiligheid van onze medewerkers binnen de in eigendom zijnde kazernes.

21

Kadernota 2023

Restrisico en dekking Welke aanpassingen er benodigd zijn voor de overige kazernes is op dit moment niet bekend. Te zijner tijd zal in overleg met de gemeenten gekeken worden wie verantwoordelijk is voor de kosten van deze aanpassingen. Doordat deze op dit moment onbekend zijn wordt dit als PM-post opgenomen.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO)

4.1 Financiële impact van diverse ontwikkelingen 4.2 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar 4.3 Weerstandsvermogen en risicoprofiel

Omschrijving risico Het opstellen van een visie MVO is doorgeschoven naar 2022. De visie zal de komende jaren leidend zijn hoe wij als organisatie richting gaan geven aan het verduurzamen van onze organisatie. Risico is dat de huidige samenstelling van activa wellicht gaat veranderen. Te denken valt hierbij aan “groene” voertuigen, andere afschrijvingstermijnen, warmtepompen in plaats van cv-ketels etc. Dit kan wellicht extra of hoge(re) investeringen en kortere afschrijvingstermijnen tot gevolg hebben. De energietransitie heeft hier uiteraard een grote invloed op. Beheersmaatregelen Bij alle beleidsstukken en grote investeringen wordt vanaf 2022 een afweging gemaakt hoe om te gaan met MVO. Totdat de visie is vastgelegd en vastgesteld zal er bewust gekozen gaan worden. Verder zal steeds een afweging gemaakt worden tussen naleven van de visie en de kosten die daarmee gepaard gaan. Restrisico en dekking Om dit moment is het te vroeg om het restrisico en omvang in te schatten. Vooralsnog opgenomen als PMpost.

Aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten

Postbus 57, 1200 AB Hilversum Kamerlingh Onnesweg 148 1223 JN Hilversum T (035) 688 55 55 F (035) 688 55 15 info@vrgooienvechtstreek.nl

datum onze referentie uw referentie bijlage onderwerp

9 december 2021 VRGV-VR-21.08 -

Behandeld door telefoon e-mail

J. de Graaf 06-46376972 Jaap.degraaf@brandweergooivecht.nl

Kadernota 2023 Kadernota programmabegroting 2023

Geachte colleges, Hierbij ontvangt u de jaarlijkse kadernota met de kaders en uitgangspunten voor het opstellen van de (ontwerp) programmabegroting 2023, een spannend jaar omdat de veiligheidsregio aan de vooravond staat van een aantal majeure ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld taakdifferentiatie. Deze kadernota is op 1 december vastgesteld door het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. Ook dit jaar is er gekozen om vanuit strategisch perspectief inhoud en financiën te koppelen, hiermee wordt de in het beleidsplan gekozen koers gevolgd. De kadernota wordt opgesteld conform hoofdstuk 10 van de Gemeenschappelijke Regeling van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek, financiële bepalingen. Conform deze regeling heeft u de mogelijkheid om uiterlijk 28 januari 2022 over deze Kadernota uw zienswijzen te geven. Deze kadernota is samen met de Veiligheidsregio Flevoland opgesteld waardoor de twee kadernota’s grotendeels dezelfde beleidsmatige richting en financiële uitgangspunten hebben. We zijn trots dat door deze gezamenlijke kadernota de samenwerking tussen de twee veiligheidsregio’s nog meer tot uitdrukking wordt gebracht.

Financiële uitgangspunten (ontwerp) programmabegroting 2023 Met in ons achterhoofd de financiële uitdagingen in de gemeenten van Gooi en Vechtstreek hebben we, net als in de programmabegroting van 2022, ook dit jaar financieel weer scherp aan de wind gevaren. Er is uitgebreid gekeken naar nieuw beleid in relatie tot de beschikbare middelen, waarbij het uitgangspunt is dat het kwaliteitsniveau van onze dienstverlening intact blijft. “Nieuw voor oud” was hierbij het adagium. Ook is er niet geschuwd om voor een aanzienlijk bedrag dekking binnen de eigen begroting te zoeken de afgelopen en toekomstige jaren. Te denken valt onder andere aan de hieronder toegelichte posten zoals een besparing als gevolg van de samenwerking met Flevoland (€ 350.000), een deel van de wegvallende OMS inkomsten (€ 100.000), en de materiele desintegratiekosten als gevolg van de uittreding van Weesp (€ 370.000), met nog een aantal andere bezuinigingen, komt dit totaal op ruim € 900.000, aan structurele besparingen, bovenop de € 135.000 incidentele besparing in 2022. Wanneer deze € 900.000 gerelateerd wordt aan de bijdragen van de gemeenten in de programmabegroting 2022 komt het besparingspercentage

1

op 4,6%. Wij hebben hierbij de intentie gehad om maximaal mee te bewegen met de financiële uitdagingen van de gemeenten. Feit is wel dat hiermee de bodem bereikt is in hetgeen wij als veiligheidsregio kunnen bijdragen. Gezien bovenstaande inspanningen vanuit de veiligheidsregio is het niet mogelijk, zonder dat dit implicaties heeft voor de kwaliteit van de dienstverlening van onze organisatie, de netto inkomsten vanuit het Openbaar Meldsysteem, t.b.v. netto € 200.000 voor eigen rekening te nemen. Wij vragen derhalve dekking voor de loon-en prijscompensatie en het wegvallen van de genoemde OMS inkomsten. Voor de ontwikkeling van de lonen en prijzen is gekeken naar de verwachtingen voor het jaar 2023 in de septembercirculaire gemeentefonds 2021. Gezien het economische perspectief voor de komende jaren is er vanuit de septembercirculaire voor de jaarschijf 2023 een verwachte loonindexatie afgegeven van 2,0% voor prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers. Dit brengt een structurele stijging van de loonkosten met zich mee van € 310.000 per jaar. Mochten er in de nieuwe cao aanvullend hogere indexatiepercentages worden afgesproken dan is het niet mogelijk om deze extra toename van de loonkosten op te vangen binnen de begroting van 2023. Om de prijsontwikkeling voor 2023 te bepalen, is de septembercirculaire gemeentefonds 2021 als uitgangspunt genomen.

Hier is in het meerjarenperspectief voor 2023 een percentage opgenomen voor prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) van 1,5%. De financiële stijging van deze inflatie is berekend op structureel € 186.000 per jaar. OMS (Openbaar Meldsysteem) Op dringend advies van de landsadvocaat vervallen de opbrengsten van OMS (met een beperkte kostenverlaging) met ingang van 2022 van netto € 200.000. In het interregionale overleg met Veiligheidsregio Utrecht en onze samenwerkingspartner Veiligheidsregio Flevoland is besloten om het advies van de landsadvocaat te volgen. In 2023 wordt dekking gevraagd in de kadernota, voor deze wegvallende inkomsten blijft er dekking nodig voor 2022. Vermeldenswaardig hierbij is dat de inkomsten de afgelopen jaren zijn gedaald van € 300.000 naar de huidige € 200.000 en dat deze verlaging al structureel is opgevangen binnen de huidige begroting. Besparing als gevolg van samenwerking VR Flevoland De samenwerking met de Veiligheidsregio Flevoland zou volgens het rapport van Kokx De Voogd een bedrag van structureel € 231.000 aan minder meerkosten voor de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek opleveren. Tot en met 2022 is er € 350.000 van deze besparing gerealiseerd.

Geconcludeerd mag worden dat wij als veiligheidsregio structureel een aanzienlijk hoger bedrag aan besparingen hebben gerealiseerd (€ 119.000 per jaar) dan in eerste instantie in de rapportage van Kokx De Voogd (2018) is becijferd. We constateren echter ook dat de samenwerking zijn maximale efficiëntiepunt bereikt lijkt te hebben en dat mede door een toename in bestaande en nieuwe taken de druk op de organisatie langzaam maar zeker aan het oplopen is. Dat betekent dat er in de toekomst keuzes gemaakt moeten worden om een verdere ontwikkeling van onze organisatie op een gezonde manier te kunnen garanderen. Bovenop de besparing van € 350.000 is er in de programmabegroting 2022 een additionele structurele besparing opgenomen van € 50.000 per jaar waarmee de totale structurele besparing op € 400.000 komt. Tevens is er voor 2022 een incidentele besparing van € 135.000 opgenomen. Uittreding Weesp In deze kadernota is ook de uittreding Weesp verwerkt. Voor wat betreft de personele desintegratiekosten (ruim 7 fte) vindt er op dit moment onderhandeling met de gemeente Amsterdam en Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland plaats. De achterblijvende materiele desintegratiekosten in de organisatie bedragen structureel € 370.000 per jaar. Er is voor gekozen om dit substantiële bedrag binnen de huidige begroting op te vangen en dus niet de gemeente een hogere bijdrage te vragen.

De oplossingsrichting die binnen deze kadernota is verwerkt is dat de genoemde € 370.000 voor 2023 deels wordt gedekt door de

2

prijscompensatie van € 186.000 en de verwachting dat een dergelijk bedrag voor prijscompensatie in 2024 het restant kan dekken, dus hiermee is het volledige bedrag gedekt. Toekomstige majeure ontwikkelingen We staan als veiligheidsregio voor grote uitdagingen in de nabije toekomst zoals bijvoorbeeld het dossier Taakdifferentiatie deze wordt nader toegelicht in de kadernota. Effecten van genoemd dossier kunnen de begroting onder druk zetten. Proces De volgende stappen zijn:  De colleges hebben de mogelijkheid een zienswijze te geven (reactietermijn 28 januari 2022), dit is input voor de ontwerpprogrammabegroting 2023, vaststelling 30 maart 2022;  Omstreeks 1 april 2022 wordt de ontwerpprogrammabegroting 2023 naar de gemeenteraden gezonden met het verzoek hierop hun zienswijze te geven;  Vóór 26 mei 2022 wordt de reactie gemeenteraden verwacht als input voor de vaststelling van de programmabegroting door het algemeen bestuur op 6 juli 2022. Slot Wij zien de reacties van de colleges van de deelnemende gemeenten uiterlijk 28 januari 2022 per mail aan jaap.degraaf@brandweergooivecht.nl tegemoet. Wij vertrouwen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet, Namens het algemeen bestuur van de veiligheidsregio,

P.I. Broertjes voorzitter

J.A. van der Zwan secretaris

3

GEMEENTE HILVERSUM POSTBUS 9900 1201 GM HILVERSUM BEZOEKADRES: RAADHUIS DUDOKPARK 1

Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek Postbus 57 1200 AB HILVERSUM

TELEFOONNUMMER: 14 035 WWW.HILVERSUM.NL

DATUM

1089239 BEHA NDELD DOOR Freddy Scherpenzeel TELEFOON (035) 629 2764 UW KENMERK BIJLAGEN Zienswijze Kadernota 2023 Veiligheidsregio Gooi en BETREFT Vechtstreek ZAAKNUMM ER

Geacht bestuur, Wij stellen het zeer op prijs dat wij in staat zijn gesteld om te reageren op de Kadernota 2023 van de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek. De kadernota is besproken in de collegevergadering van 25 januari 2022 en hebben deze voor kennisgeving aangenomen. In deze brief delen wij onze zienswijze. Wij willen de Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek complimenteren met de duidelijke en overzichtelijke weergave van de ontwikkelingen in de Kadernota 2023. Wij begrijpen de gevolgen van het financieel kader zoals weergegeven in deze kadernota en constateren met u dat dit onvermijdelijke kosten zijn. Echter, wij zien dat u de omvang en de kans op (financiële) risico’s hoog inschat. Ieder jaar vindt er een gesprek omtrent de inschatting van risico’s plaats, maar hierover vinden we geen overeenstemming. Toch zouden wij ook dit jaar graag het gesprek hierover aan willen gaan. Graag vernemen wij wat er met inhoud van onze zienswijze wordt gedaan. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Hilversum, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

P. Torres Barrera

P.I. Broertjes

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Hilversum&id=b784071b-3c95-41a2-adca-d5bcad121de4